CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311788 Bijlage Staat van de Stad 2022

Commissie Bestuur 29 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Programmarekening 2022, voorstel van het college inzake Resultaatbestemming 2022 gemeente Den Haag en raadsmededeling Voorjaarsnota 2023 en 4-maandrapportage27.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Staat van de Stad Staat van editie 2022

de stad Den Haag 2022

Selectie van statistische informatie over de gemeente

2

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Leeswijzer Robuuste, brede kennis over de stad Formule Deze Staat van de Stad neemt de lezer mee op een reis langs feiten en cijfers over de stad Den Haag. Hoewel het een momentopname van ‘hoe de stad ervoor staat’, maken meerjarige cijfers ook trends zichtbaar. Het is een waardevrije en beleidsvrije rapportage waarbij bestaande bronnen zijn verzameld die in samenhang worden gepresenteerd met enige analyse en duiding.

Context De vorige editie van de Staat van de Stad was begin 2020 net klaar toen de coronapandemie een grote stempel begon te drukken op het dagelijkse leven. Veel cijfers leken daarmee bij voorbaat ingehaald door de tijd. Toch bleken ze na verloop van tijd wel degelijk een treffend beeld te hebben geschetst van een aantal kansen en kwetsbaarheden. Ook op deze editie heeft corona invloed: ten eerste geven sommige recente cijfers een groot verschil met die van de jaren ervoor. We kunnen niet altijd met zekerheid zeggen in welke mate bepaalde zaken weer terugkomen op oude niveaus, of dat er juist een trendbreuk zal ontstaan. Een volgende Staat van de Stad zal daar wellicht al meer inzicht kunnen bieden. Ten tweede hebben bepaalde bronnen dusdanig grote intervallen tussen de meetmomenten, dat het effect van corona (nog) niet zichtbaar is. In beide gevallen worden hierover opmerkingen gemaakt in de toelichting als dit eventueel van toepassing is.

Opbouw Deze rapportage omvat 13 thematische hoofdstukken en volgt de inhoudelijke lijn van de bestaande jaarlijkse rapportage ‘kerncijfers’. Het onderdeel ‘kerncijfers’ was in de vorige Staat van de Stad als aparte bundel was opgenomen, waar een afzonderlijke bundel met analyses aan was toegevoegd. In deze nieuwe Staat van de Stad zijn elk van deze 13 hoofd­ stukken van analyses voorzien. Door al deze onderwerpen te voorzien van de belangrijkste cijfers met uitleg, is het een behoorlijk omvangrijk document geworden. Daarom opent het rapport met een uitgebreide ‘executive summary’, waarin de meest opvallende zaken worden uitgelicht en waarbij – indien mogelijk – dwarsverbanden worden gelegd. Naast deze 13 vaste hoofdstukken zijn een drietal aanvullende – meer integrale – hoofdstukken toegevoegd. Hierin worden feiten en kennis geboden over drie actuele thema’s, die onvoldoende terugkwamen in de basishoofdstukken: bestaanszekerheid, vertrouwen en het bovengemeentelijke perspectief op de stad. In volgende edities kunnen andere brede onderwerpen op deze manier worden geadresseerd, die niet makkelijk in de gangbare statistieken terug te vinden zijn.

Leeswijzer

3

Vervolg De eerste Staat van de Stad werd gemaakt als groeimodel dat uit een aantal zeer ongelijksoortige onderdelen was opgebouwd, zodat in overleg met gemeenteraad en andere gebruikers een volgende stap gezet kon worden. Inmiddels is een basisformule ontstaan waaraan de komende edities met incrementele verbeteringen verder gewerkt kan worden. Hiertoe worden in het vervolgproces kennisvragen benoemd om inhoudelijke lacunes te dichten in volgende edities. Deze kennisvragen vormen de onderlegger voor de samenwerking met kennisinstellingen, zoals universiteiten en Platform31, voor de komende periode. Ten slotte is papier geduldig. Het gaat dus vooral om het daadwerkelijke gebruik van deze Staat van de Stad. Daarom zal gedurende het jaar het gesprek georganiseerd worden met raad, beleidsmakers, inwoners en professionals. Op die manier kunnen de inzichten echt tot leven komen en helpen onderbouwde keuzes te maken voor de toekomst.

4

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Leeswijzer

5

6

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Bevolking

14

Hoofdstuk 2

Wonen

26

Hoofdstuk 3

Economie en werkgelegenheid

40

Special I

Bestaanszekerheid

52

Hoofdstuk 4

Jeugd, zorg en welzijn

68

Hoofdstuk 5

Onderwijs

90

Hoofdstuk 6

Gezondheid

110

Hoofdstuk 7

Sport

130

Hoofdstuk 8

Cultuur

144

Hoofdstuk 9

Duurzaamheid en milieu

154

Hoofdstuk 10

Mobiliteit

174

Special II

Den Haag in de regio, Den Haag in de wereld

184

Hoofdstuk 11

Beheer en onderhoud

198

Hoofdstuk 12

Veiligheid

210

Special III

Vertrouwen in de gemeente

230

Hoofdstuk 13

Gemeentelijke organisatie en bestuur

246

Eindnoten

260

Colofon

268

Inhoudsopgave

7

8

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Managementsamenvatting Staat van de Stad In dertien hoofdstukken en drie aanvullende analyses (specials) wordt de Staat van de Stad beschreven. Het rapport is rijk aan feiten, cijfers en duiding. Dit is moeilijk samen te vatten zonder wat van de inhoud te verliezen. Toch geeft deze samenvatting een eerste indruk van de verschillende hoofdstukken waarna ieder uiteraard uitgenodigd wordt om verder te lezen of deze Staat als naslagwerk te gebruiken. Elk hoofdstuk behandelt een thema, waarbij er belangrijke verbindingen tussen de diverse thema’s bestaan. Zo zijn bijvoorbeeld wonen, leefomgeving, zorg, welzijn, gezondheid en milieu onderling sterk met elkaar verweven. Wanneer dit van toepassing is worden deze verbanden benoemd.

Groei van de stad In de zomer van 2021 heeft Den Haag de 550.000e inwoner verwelkomd. Een grens die Den Haag ook in de jaren vijftig van de vorige eeuw al eens is gepasseerd. De verwachting is dat er tot 2030 nog zo’n 50.000 inwoners bijkomen. De bevolkingsgroei wordt verklaard door de natuurlijke aanwas en het positieve saldo van de buitenlandse migratie. Beide determinanten compenseren de negatieve binnenlandse migratie. Door de instroom van buitenlanders (kenniswerkers, studenten, arbeidsmigranten en asielmigranten) en het vertrek van vooral (jonge) gezinnen naar andere gemeenten, verandert de samenstelling van de bevolking. De samenstelling verandert ook omdat de komende twintig jaar naar verwachting zich ongeveer 1 miljoen mensen in de stad zullen vestigen en er ook weer ruim 900.000 inwoners zullen vertrekken. Den Haag trekt vooral studenten, midden- en hoger opgeleiden, geprivilegieerden (bijv. in diplomatiek dienst), arbeidsmigranten uit de MOE-landen en statushouders aan (H1). Er is in Nederland en Den Haag schaarste aan woningen. Woningen worden steeds duurder, de prijs in de vrije huursector stijgt en de wachtlijsten in de sociale huursector lopen op. Bijzonder voor Den Haag is dat de particuliere huursector sterk groeit. Daarbij zijn de verschillen in en tussen de wijken groot.

Van een gemiddelde vraagprijs voor een woning van € 243.000 (Laakkwartier/Spoorwijk) tot € 1.074.000 (Westbroekpark/Duttendel). Grote verschillen zijn er ook in kwaliteit en de energiezuinigheid van de woningen. Door de krappe woningmarkt zitten tal van groepen in de knel en stagneert de doorstroming. Jongeren blijven steeds langer thuis wonen. De middengroepen verdienen te veel voor een sociale huurwoning en hebben te weinig spaargeld voor een koopwoning. De ‘vitale beroepen’ met een modaal inkomen trekken noodgedwongen uit de stad en moeten dagelijks ver reizen. Ouderen zien geen passend aanbod en blijven steeds langer wonen in hun grote eengezinshuis (H2). De Haagse economie is in de coronacrisis, mede door de steunmaatregelen, sterker gebleken dan in voorgaande crises. Toch is (gemeten naar BRP per inwoner, naar toename van het aantal banen en naar arbeidsproductiviteit) de regio Haaglanden minder sterk dan de drie andere grootstedelijke regio’s in Nederland. Als de groei van het aantal innovatieve start-ups en scale-ups doorzet, kan Den Haag op termijn dit gat dichten. Het wordt weer moeilijker om dit gat te dichten als vanwege de diverse ruimteclaims (woningen, groen, recreatie) er steeds minder ruimte is voor bedrijven om zich te vestigen en te groeien.

De economisch ontwikkeling wordt mede geremd door de krappe arbeidsmarkt in alle sectoren en de vele openstaande vacatures. De arbeidsmarktparadox is dat er tegelijkertijd nog vele inwoners zijn die niet meedoen op de arbeidsmarkt maar wel willen werken of meer uren willen werken (het zogenaamde onbenut arbeidspotentieel) (H3)

Managementsamenvatting

9

Den Haag voldoet aan de huidige advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie voor luchtkwaliteit. Omdat recent de advieswaarden zijn aangescherpt is dat in de nabije toekomst mogelijkerwijs niet langer het geval. Er zijn in Den Haag nog 34 spoedlocaties waar de komende jaren bodemsanering moet plaatsvinden. Stapsgewijs wordt de Haagse woningvoorraad duurzamer. De “rode” energielabels E, F en G faseren uit en het aantal “groene” energielabels A, B en C neemt toe. Maar er zijn nog stappen te zetten omdat 57 procent van de woningen nog niet klaar is om over te gaan op hernieuw­ bare warmte. Het opgeteld vermogen van zonne-energie panelen neemt spectaculair toe. Van 2.282 kWp in 2011 naar 57.997 kWp in 2021; een toename van gemiddeld jaarlijks 38 procent. Toch leidt dit nog niet tot een hoog percentage hernieuwbare elektriciteit ten opzichte van het totale elektriciteitsgebruik in Den Haag (2,7 procent in 2019). Van een sterke toename in hernieuwbare warmte is nog geen sprake. In 2019 waren er 16.703 warmtenetaansluitingen en twee jaar later 17.657; een toename van bijna 6 procent in twee jaar tijd.

Met de aanleg van groene daken (bijna een verdrievoudiging in m2 de afgelopen vier jaar), het verminderen van het verhard oppervlak door het inzamelen van tegels en het aanplanten van meer groen (37.000 m2 in 2020 en 2021) vermindert de hittestress in Den Haag en wordt de stad klimaatadaptiever (H9). Het aantal inwoners is de afgelopen tien jaar met 10 procent gestegen (+ 50.000 extra inwoners) en het autobezit met 6 procent (ruim 10.000 extra auto’s). Dit is in meer grote steden zichtbaar en wijkt af van de ontwikkeling buiten de steden. Buiten de steden neemt het autobezit wel sterk toe. Het autobezit per huishouden verschilt sterk per stadsdeel, net als de parkeerdruk per buurt. De meeste verplaatsingen in Den Haag zijn lopend (33 procent), gevolgd door de auto (32 procent), de (brom)fiets (22 procent) en het openbaar vervoer (12 procent). Het aantal verplaatsingen met de auto neemt af en het aandeel verplaatsingen met de fiets en het openbaar vervoer neemt toe. Wel is het aantal autoverplaatsingen over korte afstanden (< 5 km) groot (43 procent). In met name CID-Binckhorst en Den Haag Zuidwest gaat de stadontwikkeling, woningbouw en wijkvernieuwing hand in hand met de investeringen in openbare ruimte, groen, leefbaarheid, economie en mobiliteit. (H10). De gemeente is als eigenaar en beheerder van de openbare ruimte verantwoordelijk voor het goed functioneren van de stad.

Den Haag heeft circa 1.650 hectare wegen, 1.091 bruggen en viaducten, 1.700 km riolering, 527 ha. water, 13 km strand, 61.000 lichtmasten, 72.000 armaturen, meer dan 120.000 stadsbomen, 950 ha. aan grote groengebieden, bijna 750 hectare aan wijk- en buurtgroen, bijna 7.000 bankjes, 7.000 afvalbakken, et cetera et cetera. De beheers- en onderhoudsopgave groeit mee met de sterke toename van het aantal inwoners. (H11).

Mensen in de stad Er is het afgelopen decennium veel veranderd in de zorg. De bekendheid van het Centrum voor Jeugd en Gezin onder de Haagse inwoners is toegenomen. Voor kleine ondersteuningsvragen in het kinder-, jeugd- en jongerenwerk worden circa 17.500 inwoners bereikt. Indien nodig kan de hulp en ondersteuning opgeschaald worden. Den Haag heeft een hogere perinatale sterfte en –morbiditeit dan landelijk, maar het verschil met het landelijk gemiddelde wordt kleiner. In de afgelopen tien jaar is het aantal voorzieningen waardoor senioren langer zelfstandig kunnen blijven wonen toegenomen. Ook het gebruik van deze voorzieningen is toegenomen.

10

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Ondanks de vroegsignalering en de inzet van het ‘voorveld’ lukt het, zowel in de jeugdzorg als de Wmo, nog onvoldoende om de inzet van zware (en dure) interventies te verminderen. Of de sterke toename van de ambulante jeugdhulp gunstig of ongunstig uitpakt, is nog onvoldoende bekend in Den Haag (H4).

Den Haag staat er op het gebied van bestaanszekerheid niet gunstig voor. Er is een over­ vertegenwoordiging van kwetsbare groepen. Bestaansonzekerheid en kansenongelijkheid concentreren zich bij de groep uitkeringsgerechtigden, werkende armen, zzp’ers, inwoners met een migratieachtergrond en gezinnen met een meervoudige en complexe problematiek. Bijna één op de vijf huishoudens is kwetsbaar in de bestaanszekerheid omdat zij moeten rondkomen van een inkomen dat ligt op 130 procent van het sociaal minimum. Bijna één op de zeven huishoudens in de stad heeft problematische schulden. Dit percentage is, met uitzondering van Rotterdam, hoger dan in de andere grote steden. Bij 33.700 huishoudens (14,2 procent van alle Haagse huishoudens) is sprake van armoede. In deze huishoudens groeien 10.300 kinderen en jongeren op in armoede. Ondanks lichte verbeteringen is de kans om op te groeien in een arm gezin in Den Haag nog steeds ruim anderhalf keer hoger dan gemiddeld in Nederland. De inwoners, kinderen en jongeren die kwetsbaar zijn voor bestaansonzekerheid, kansen­ ongelijkheid en armoede zijn niet gelijk over de stad verdeeld. Deze inwoners, kinderen en jongeren zijn oververtegenwoordigd in Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Moerwijk, Bouwlust en Vrederust, Groente- en Fruitmarkt en de Stationsbuurt (S1 Special Bestaanszekerheid).

De levensverwachting en de jaren in goede gezondheid is in Den Haag lager dan het landelijke gemiddelde. Wel is er in de afgelopen vier jaar een sterke verbetering opgetreden in de verwachting van het aantal gezonde levensjaren. Deze verbetering is opgetreden bij zowel vrouwen als mannen. De vaccinatiegraad in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma is in Den Haag lager dan het landelijk gemiddelde. De lage vaccinatiegraad wordt vooral geconstateerd in de Haagse achterstandswijken en onder bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond. Van de Haagse inwoners van 18 jaar en ouder voelt 58 procent zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam. Dit percentage is gestegen en ligt hoger dan het landelijk gemiddelde (18 procent) en ook iets hoger dan in de andere G4-steden. Een ongunstige leef­omgeving (luchtverontreiniging, geluidshinder, weinig groen, vocht en schimmel in woningen) heeft een negatieve invloed op de gezondheid van de inwoners. (H6) Het bereik van peuters met voorschoolse educatie is toegenomen. Inmiddels zijn er vanuit de 151 basisscholen 33 Integrale Kindcentra (0-12 jaar) in Den Haag ontstaan die inzetten op een brede en optimale ontwikkeling voor ieder Haags kind. Dit is van belang omdat 27 procent van de Haagse kinderen (peuters en basisschool) in aanmerking komt voor het onderwijsachterstanden­ beleid.

De onderadvisering van leerlingen is toegenomen en dan met name bij de ouders met een opleidingsniveau van mbo-4 en lager. In Den Haag is ongeveer 24 procent van de volwassenen laaggeletterd. Dit is hoger dan gemiddeld in Nederland, in de regio en in de andere G4-steden. Zij kunnen een brochure van de gemeenten of een bijsluiter niet lezen en hebben veel minder kansen op de arbeidsmarkt. Met grote verschillen tussen de stadsdelen is er sprake van een fors lerarentekort en dit tekort neemt toe (H5). De sportdeelname van Hagenaars is gestegen. In de sportdeelname blijven de inwoners van Laak, Centrum en Escamp achter. Evenals de inwoners met een lager inkomen, lagere opleiding, een beperking en een hoge leeftijd. In Den Haag is, net zoals landelijk, te zien dat minder inwoners sporten via het lidmaatschap van sportverenigingen en meer individueel

Managementsamenvatting

11

sporten of via een commerciële sportclub. De verschuiving in sporten die de inwoners willen beoefenen gaat door. Er is meer behoefte aan binnensport, voetbal, hockey, rugby, padel en urban sports (zoals freerunning). Den Haag kent drie topsportprogramma’s (zeilen, beach­ volleybal, skateboarden) en twaalf talentprogramma’s (H7).

De cultuursector is jarenlang een van de grootste trekkers geweest van bezoekers aan Den Haag. De afgelopen twee jaar kon deze sector vanwege de coronamaatregelen deze rol niet vervullen. In tijden dat de coronamaatregelen minder streng waren bleven de bezoekers­ aantallen achter. Vanwege terughoudendheid, bezoekers die geen coronapas hadden of omdat men, noodgedwongen, andere activiteiten is gaan ontdekken. Ook de actieve beoefening van (amateur)kunst en cultuur is afgenomen. Omdat veel werknemers en vrijwilligers in de cultuursector inmiddels ander werk hebben gevonden, is een volledige herstart van de sector verre van eenvoudig (H8). In alle stadsdelen in Den Haag is over een langere termijn gemeten (2014-2021) de criminaliteit met ruim een kwart afgenomen. Deze afname van de criminaliteit is vooral zichtbaar in de drugsdelicten (-40 procent). Ook de jeugdcriminaliteit is in Nederland en Den Haag afgenomen. Wel worden de delicten door ernstige geweldsmisdrijven van jongeren heftiger. Door de afname van de criminaliteit en de groei van het aantal inwoners is het aantal misdrijven per 1.000 inwoners in 2021 het laagst in vele jaren.

De zorgelijke ontwikkelingen zijn dat er een aanzienlijke toename is van de wapenhandel, dat de afgelopen zeven jaar het aantal registraties van cybercriminaliteit is verdriedubbeld en dat het aantal gevallen van horizontale fraude is vertienvoudigd (en veel wordt niet geregistreerd). Ook ondermijning (drugshandel, vastgoedfraude, mensenhandel, witwassen, etc.) vormt een toenemend probleem. Per gebied probeert Den Haag stapsgewijs meer zicht te krijgen op de aard en de omvang van de ondermijning. Op een aantal indicatoren van ondermijning scoort Den Haag hoog. Hoge scores die ook voorkomen in andere steden zoals Rotterdam, Amsterdam, Eindhoven en Almere (H12). De toeslagenaffaire, de aanpak van de coronacrisis, de afhandeling van de gasboringen en herstelwerkzaamheden in Groningen hebben landelijk het vertrouwen in de overheid bij grote groepen inwoners aangetast. Dit heeft ook invloed op Den Haag. Hoewel het gemeten vertrouwen in de lokale overheid is afgenomen van 54 procent (april 2020) naar 40 procent (september 2021), kunnen deze sentimenten dus veroorzaakt worden buiten de invloedsfeer van de gemeente. Op het gebied van tevredenheid over en berekenbaarheid van de gemeente is het oordeel veel milder.

Over gemeentegrenzen heen Vele opgaven (mobiliteit, economie, wonen, energie, klimaat e.d.) overstijgen ook de gemeente­­­ grenzen en Den Haag kan de opgaven alleen in regionaal verband en in samen­werking met de regiogemeenten aanpakken. Ook voor de Hagenaars is de regio van belang. Zij pendelen naar hun werk in de regio of zelfs daarbuiten, zij verhuizen naar regio­gemeenten, zij recreëren in de regio, zij houden droge voeten dankzij de regio, maken gebruik van de voor­zieningen in de regio en de hernieuwbare energie kan alleen in regionaal verband in voldoende mate op­gewekt worden. Maar de betekenis van Den Haag is niet alleen regionaal of landelijk (regeringsstad, toerisme, cultuur) maar nadrukkelijk ook internationaal. Den Haag staat bekend als inter­nationale stad van vrede en recht en vele internationale organisaties spelen een belangrijke rol in de Haagse economie. De aanwezigheid van meer dan 480 internationale organisaties levert 40.000 banen op, waarvan 22.000 binnen de gemeentegrenzen (S3 Den Haag in de regio en Den Haag in de Wereld).

12

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Managementsamenvatting

13

1 Bevolking

14

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

1.1 Trends Het CBS verwacht dat de bevolking van Nederland blijft groeien; de prognose is dat in 2040 ons land zo'n 19 miljoen inwoners telt1. De grote steden in Nederland zijn in trek. Voor Den Haag is dat niet anders. Niet zo gek ook, want in de stad is veel te beleven. Je kunt er studeren, werken, winkelen, naar het theater en -in het geval van Den Haag- een heerlijk dagje naar het strand. Naast dagelijkse bezoekers en de natuurlijke groei van de bewoners, trekken de steden ook nieuwe inwoners, vanuit andere Europese landen en andere delen van de wereld. Werk, studie, gezinshereniging en veiligheid vormen daarbij de belangrijkste motieven. Historisch gezien trekken vooral jonge mensen naar de stad voor werk of om een studie te volgen en vertrekken veel mensen rond hun dertigste uit de stad om een intrek te nemen in een ruimere woning waar er plek is voor gezinsuitbreiding. Krapte en prijsstijgingen in de binnenstedelijke woningmarkt versterken die beweging. Veel stadbewoners verhuizen daarbij naar buurgemeenten, waardoor men deels van de voordelen van de grote stad kan blijven profiteren2. De dynamiek van komen en gaan is groot, maar het groeisaldo is in de grote steden steeds ­positief. Deze trend zet zich tot 2040 naar alle verwachting voort en is ook in Den Haag zichtbaar.

1.2 Haagse highlights Groei, krimp, stagnatie en hernieuwde groei Den Haag heeft in de zomer van 2021 zijn 550.000e inwoner verwelkomd. Vanaf 1900 heeft Den Haag afwisselend periodes van groei, stagnatie of krimp gekend (zie figuur 1.1). Hierdoor is de grens van 500.000 inwoners inmiddels vijf keer gepasseerd: omhoog in 1939, 1946 en 2011, omlaag in 1943 en 19733. Recentelijk heeft de coronapandemie voor een tijdelijke dip in de groei van de bevolking veroorzaakt. Vanaf 2021 lijkt de groei zich weer te herstellen naar het niveau van voor de coronapandemie 4. De verwachting is dat de effecten van de pandemie op de bevolkingsontwikkeling in 2030 verdwenen zijn5. Tot 2030 groeit de Haagse bevolking volgens de prognose van de gemeente Den Haag naar 601.100 inwoners. Op de langere termijn – tot 2040 – groeit de Haagse bevolking waarschijnlijk door naar 617.500 tot 633.900 inwoners.6

Bevolking

15

Ontwikkeling aantal inwoners Den Haag vanaf 1900 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0 1900 1910 1920 1930 1940 1950 1960 1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040 Figuur 1.1: Aantal inwoners in Den Haag vanaf 1900 tot 2020 en bevolkingsprognose langetermijn­ bevolkingsprognose Den Haag, 2021-2040. Bron: Den Haag in Cijfers/Basisregistratie Personen. Aantal inwoners

2000 variant

2500 variant

Groeicomponenten De groei die Den Haag momenteel doormaakt wordt veroorzaakt door verschillende, deels samenhangende, demografische processen: natuurlijke aanwas (het verschil tussen geboorte en sterfte), vestiging en vertrek (onderscheiden naar binnenlandse en buitenlandse migratie). De huidige groei in Den Haag is toe te schrijven aan de natuurlijke aanwas en de buiten­ landse ­migratie.

16

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Bevolkingsdynamiek Den Haag 2020-2040

Figuur 1.2 Bevolkingsdynamiek Den Haag 2020-2040. Bron: DSO-Stedelijke Ontwikkelingsvisie 2040. Bron: DSO-Stedelijke Ontwikkelingsvisie 2040, DSO/DPZ.

De natuurlijke groei daalt sinds 2016 licht door de dalende geboortecijfers en een lichte stijging van de sterftecijfers in Den Haag7. Ook in de coronaperiode heeft deze trend zich doorgezet, van een zogeheten ‘geboortegolf’ is - in ieder geval in Den Haag - geen sprake. De dalende geboortecijfers zijn waarschijnlijk te verklaren doordat veel vrouwen hun kinder­ wens uitstellen door de onzekerheid op de woning- en arbeidsmarkt. Op de arbeidsmarkt is de onzekerheid veelal gepaard met de tijdelijkheid van contracten. De verwachting is dat het aantal kind per vrouw van 1,46 kinderen (2020) op de korte termijn op gaat lopen naar 1,56 (nieuwe nog te publiceren prognose) kind per vrouw8 . De sterftekansen dalen de afgelopen jaren sterk door onder andere verbeteringen in de gezondheidszorg. Als gevolg van de vergrijzing zullen de sterftecijfers in de toekomst toenemen. Toch zal dat minder zijn dan in de rest van Nederland doordat Den Haag relatief een jonge bevolking kent.

Bevolking

17

Figuur 1.3 Bevolkingsontwikkeling naar oorzaak 1996-2020

Figuur 1.3 Bevolkingsontwikkeling naar oorzaak 1996-2020. Bron: Den Haag in Cijfers en mutatiestatistiek DPZ, bewerking DSO/SEPO.

Het binnenlandse migratiesaldo is voor bijna alle leeftijdsgroepen negatief, wat betekent dat er meer personen de stad verlaten en naar de rest van Nederland verhuizen dan dat er vanuit Nederland personen naar Den Haag trekken9. Een uitzondering vormt de groep van de jongeren in de leeftijd tussen de 18 en 29 jaar. Werk of studie in Den Haag is een belangrijk motief dat zorgt voor een positief binnenlands migratiesaldo onder jongvolwassenen. Daarentegen is het buitenlandse migratiesaldo voor nagenoeg alle leeftijdsgroepen positief doordat er meer personen vanuit het buitenland Den Haag binnen komen dan dat er mensen vanuit Den Haag naar het buitenland vertrekken. De vestiging vanuit het buitenland bedroeg in 2021 ruim 21.400 personen. In hetzelfde jaar vertrokken er bijna 12.100 mensen naar het buitenland10. Deze balans wordt sterk beïnvloed door (inter)nationale economie, politieke omstandigheden en landelijk en Europees migratiebeleid. Toekomstige buitenlandse migratie is daarom lastig te voorspellen. De groei van de stad Den Haag gaat door. Nog groter zal de dynamiek zijn die achter deze groei schuilgaat. Van 2020 tot 2040 vestigen er zich ongeveer 1 miljoen mensen in de stad en vertrekken er ruim 900.000. Dit betekent een veelvoud van de netto-groei.

De magneetwerking van Den Haag Den Haag trekt als een magneet veel verschillende groepen migranten aan. Kenmerkend en exclusief voor Den Haag is de groep van ruim 14.100 geprivilegieerden11. Dat zijn mensen die werken als diplomatiek of consulair ambtenaar en door deze positie geen verplichting hebben zich in te schrijven bij de burgerlijke stand (naar schatting de helft van hen is wel ingeschreven, de andere helft niet). Het grootste gedeelte van deze groep migranten (7.300) is werkzaam bij ambassades, consulaten, VN-organisaties en Europese organisaties; de rest zijn gezinsleden. Van alle geprivilegieerden in ons land woont bijna tweederde in Den Haag. Ze maken hier ruim 2,5% van de bevolking uit.

18

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Naast de groep klassieke expats is er in toenemende mate sprake van internationale kennis­ werkers die geen uitzonderlijke salarissen meer verdienen. Vanaf de versoepeling van de coronamaatregelingen in de zomer kwamen er weer grote groepen buitenlandse kenniswer­ kers naar de stad. In totaal kwamen er in 2021 10% minder buitenlandse kenniswerkers naar de regio dan in 2019, maar al 30% meer dan in 202012. De coronacrisis heeft de trend naar jonger en lokaal geworven buitenlandse werknemers versterkt. Steeds meer bedrijven en organisaties werven technisch geschoolde werknemers in het buitenland door krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast komen er meer startup ondernemers naar Den Haag. Bedrijven en organisaties werven vaker buitenlandse werknemers op een lokaal arbeidscontract met minder riante voorwaarden en begeleiding dan internationale uitzendingen. Dit heeft ook effect op de stad. Deze werknemer heeft minder inkomen en zoekt daarom een goedkopere woning en richt zich meer op de lokale samenleving dan de traditionele expat van een groot bedrijf. Kinderen gaan steeds vaker naar reguliere Nederlands basisscholen in plaats van naar een van de internationale scholen. Deze werknemers vragen meer aandacht van gemeente­ lijke voorzieningen, waaronder begeleiding van The Hague International Centre en de capaciteit in nieuwkomersklassen en op talenscholen.

Vanaf 2008, gestimuleerd door, gestimuleerd door de mogelijkheid om vrij te werken binnen de EU, vormen Midden- en Oost-Europeanen een belangrijke immigrantengroep in Den Haag. Veelal komen deze immigranten naar Den Haag om te werken in het Westland. In 2019 telde de populatie zo’n 27.600 personen (4,8% van de Haagse bevolking), waarbij de meeste afkomstig zijn uit Polen (48%) en Bulgarije (30%).13 Vandaag de dag kent Den Haag, net als veel andere steden, een groep instromende statushou­ ders. Dit zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die een verblijfsstatus hebben gekregen en doorstromen naar de reguliere woningmarkt. Op 1 januari 2021 huisvestte Den Haag ongeveer 4.000 statushouders (0,7% van de Haagse bevolking). De meeste statushouders zijn afkomstig uit Syrië (37%), Eritrea (13%) en Ethiopië (10%). 14

Aantal studenten binnen hbo en wo

Figuur 1.4: Aantal studenten binnen hbo en wo 2010-2021. Bron: DUWO, Apollo 2021 Den Haag.

Bevolking

19

Sinds de democratisering van het hoger onderwijs in de jaren ’60 ontplooide het hoger onderwijs zich tot een belangrijke magneet van steden. Dit is in recentere jaren nog versterkt door de internationalisering van het hoger onderwijs. De opening van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden in Den Haag heeft deze toestroom extra gestimuleerd, maar ook hbo-opleidingen trekken veel (internationale) studenten. Het aantal studenten is de afgelopen jaren flink toegenomen van 24.800 in collegejaar 2012-2013 tot bijna 32.900 in 2018-1915. In september 2021 kwamen er bijna 2.000 nieuwe internationale studenten naar de stad16. Hoewel de meeste huishoudens in Den Haag alleenstaanden betreffen (47%) en veel dertigers voor gezinsuitbreiding de stad verlaten, neemt het aantal gezinnen in Den haag sinds 2002 sneller toe dan het aantal huishoudens zonder kinderen. 30,3% van het aantal huishoudens bestond in 2021 uit gezinnen (t.o.v. 27,8% in 2002). Hieronder bevindt zich ook een substantiële groeiende groep eenoudergezinnen (9,3% van het totaal aantal huishoudens in 2021) . De aanleg van de Vinex-locaties en de herstructuring van de naoorlogse wijken hebben een belangrijke rol gespeeld bij de groei van huishoudens met kinderen. Vrij recentelijk (­vanaf 2017) is er door het uitstellen van de kinderwens ook sprake van een groei in het aantal paren zonder kinderen.

Tot 2016 vormde Den Haag tevens door onder andere de aanleg van de Vinex-locaties een magneet voor midden- en hoge inkomens (10.000 en resp. bijna 13.000 huishoudens vanaf 1994)18. Recentelijk is er echter een vertrekoverschot van middeninkomens zichtbaar19. Door de krapte op de woningmarkt en problemen rondom de betaalbaarheid van woningen wijken veel middeninkomens -soms noodgedwongen- uit naar de regio of elders in Nederland.

De roltrapfunctie van Den Haag Den Haag lijkt een roltrapfunctie te hebben doordat het bewoners in staat stelt te klimmen op de maatschappelijke ladder. Een signaal hiervoor is de traditionele prominente instroom van jongeren en studenten en de dominante uitstroom van dertigers. Studenten stappen de roltrap op door te starten met studeren, maken een woon- en werk carrière door om vervolgens de stad in sommige gevallen weer te verlaten voor een ruimere woning (veelal in de Haagse regio) waar zij meer plek zoeken voor gezinsuitbreiding. Hiermee verlaten zij de roltrap van Den Haag; hoewel in regionaal perspectief dat beeld gunstiger is, gezien het aantal verhuizingen naar de buurgemeenten. De roltrapfunctie – in de zin van het bieden perspectief op participatie, emancipatie, scholing en loopbaan – werkt in óók voor jongeren die in Den Haag zijn geboren en getogen, ongeacht hun opleidingsniveau. Maar ondanks goede voorbeelden hiervan is op de mate van inclusiviteit nog onvoldoende zicht. .

20

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Vestiging personen in Den Haag, per maand

Figuur 1.5: Binnenlandse en buitenlandse vestiging personen in Den Haag naar maand. Bron: Den Haag in Cijfers, Gemeente Den Haag, Dienst Publiekszaken, maandmonitor bevolking, bewerking door DSO/SEPO.

De vestiging van (internationale) studenten lijkt zichtbaar te zijn in de toename van het aantal inschrijvingen in het BRP in september (de maand waarin het nieuwe studiejaar begint). In september is er hierdoor hoogstwaarschijnlijk ieder jaar een piek te zien in de bevolkings­ groei van Den Haag. In september 2021 groeide de bevolking in Den Haag met 2.450 perso­ nen, terwijl de bevolking in andere maanden slechts groeide met een paar honderd inwoners, of in sommige maanden (januari en juli) zelfs daalde20. Vertrek van inwoners uit Den Haag is jaren gedempt21 door de aanleg van de Vinex-uitleg­ locaties, stedelijke vernieuwing in de herstructureringswijken (krachtwijken) en door de kredietcrisis. Hierdoor droogde de uitstroom op. Vanaf medio 2010 was dit effect echter niet meer zichtbaar in de cijfers. Het saldo van inkomst en vertrek binnenland is vanaf dat jaar negatief: er vertrekken meer mensen uit de stad naar de rest van Nederland, dan dat er zich vanuit ons

Bevolking

21

De sponswerking van Den Haag Den Haag neemt als een spons inwoners op. De stad verdicht. De Haagse bevolking groeit harder dan de woningvoorraad. De gemiddelde woningbezetting liep van 2007 tot 2020 op van 1,99 tot 2,08 inwoners per woning.22

Gemiddelde woningbezetting Den Haag

Figuur 1.6: Gemiddelde woningbezetting Den Haag 2007-2020. Bron: Gemeente Den Haag & Centraal bureau voor de Statistiek, Den Haag in cijfers, bewerking: DSO/SEPO.

Bij een gelijkblijvende woningbezetting van 1,99 zouden in 2021 ongeveer 12.000 woningen extra nodig zijn geweest om dan aanwezige bevolking te huisvesten. De opnamecapaciteit van de woningvoorraad kent een sterke ruimtelijke inslag, de mate en snelheid van de verdichting verschilt tussen wijken. In Den Haag Zuidwest en Haagse Hout stijgt de ­gemiddelde woningbezetting sterker dan gemiddeld. Factoren die daarbij naar verwachting op van invloed zijn, zijn de huur/koopprijzen, gezinsgrootte en (mogelijk) ook vormen van gezamenlijke bewoning door personen die geen gezin vormen. Daarentegen daalt de ­woningbezetting in Leidschenveen, Loosduinen, Bohemen, Meer en Bos en de Schildersbuurt. Voor de laatstgenoemde gebieden geldt dat veel kinderen het huis uit gaan om elders te wonen, werken en studeren.

22

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

1.3 Gevolgen van de demografische groei De demografische groei van Den Haag hangt samen met diverse beleidsdomeinen. • Woningmarkt: groei leidt tot vraag naar meer woningen. In de jaren '60 waren er óók meer dan 600.000 inwoners, maar toen bestond het gemiddelde huishouden uit circa vier personen; tweemaal zo groot als nu en in de komende jaren. Ook de recente lichte groei van woningbezetting zal niet leiden tot een terugkeer naar die situatie. Dat betekent dat er in vergelijking met de jaren '60 twee keer zoveel woningen nodig zijn. Dat vraagt dus meer ruimte, want hoewel nieuwe woningen vanwege kleinere huishoudens kleiner kunnen zijn blijft een groot deel van de huidige woningvoorraad de komende decennia in gebruik. Op basis van huidig beleid wordt de groei van de woningvoorraad voornamelijk ­geaccommodeerd in de concentratiegebieden (CID, Binckhorst en Zuidwest). • Voorzieningen: groei leidt ook tot de vraag naar meer (ruimte voor) voorzieningen in de stad. Sport, recreatie, scholen, zorg en maatschappelijke functies zullen mee moeten groeien met de stad. Met name in de concentratiegebieden CID, Binckhorst en Zuidwest zal de vraag naar voorzieningen toenemen doordat op deze plekken de groei van de woning­ voorraad wordt geaccommodeerd. • Duurzaamheid: de groeiende vraag naar woningen heeft mede geleid tot stijgende woonlasten.

Daar komt bij dat er een opgave ligt om woningen beter en energiezuiniger te maken. Dat vraagt om forse investeringen en afwegingen rond de toegankelijkheid en betaalbaarheid van wonen in de stad. Meer mensen in de stad biedt daarnaast uitdagingen voor verduurzaming en vergroening van de (openbare) ruimte in de stad. • Mobiliteit: groei en verdichting vragen om duurzame oplossingen voor mobiliteit en bereikbaarheid. Daarbij biedt een grotere concentratie van inwoners enerzijds een groter draagvlak voor openbaar vervoer maar stelt deze tegelijkertijd hogere eisen aan de omgevingsaspecten (geluid, luchtkwaliteit, ruimtebeslag) van verkeer en parkeren. • Arbeidsmarkt: de demografische ontwikkeling in West-Europa en in Nederland laat zien dat er mogelijk tekorten zullen ontstaan op de arbeidsmarkt. Het recente economische herstel (CBS: 4,8% groei in 202123) zorgt daar op dit moment al voor24. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat die vraag niet alleen met instroom van werkzoekenden kan worden opgelost. Uit onderzoek van SZW naar de inzetbaarheid van uitkerings­ gerechtigden in Den Haag komt naar voren dat zo'n 10 procent van mensen die langer dan 18 maanden in een uitkeringssituatie verkeren op korte termijn richting werk begeleid kunnen worden.

Op iets langere termijn zou zo'n 50 procent van die uitkeringsgerechtigden aan de slag kunnen in de reguliere arbeidsmarkt25. De personeelsvraag komt daarnaast in toenemende mate vanuit innovatieve sectoren die werken aan bijvoorbeeld de energie­ transitie, waarvoor mensen met specifieke kennis en vaardigheden worden gezocht, waardoor het dus om zowel kwantitatieve als kwalitatieve tekorten kan gaan. Dat kan ertoe leiden dat er vanuit nationale overheden en in internationaal verband gerichter gestuurd gaat worden op (arbeids)migratie. Dat kan ook gevolgen hebben voor dit aspect van de bevolkings­ontwikkeling van Den Haag. Den Haag heeft reeds een relatief hoog aandeel jongeren. Samen met vooruitzichten op toestroom van migranten vormt dat voor de arbeidsmarkt in principe een gunstig perspectief. Voor de nieuwe inwoners die in de afgelopen jaren naar Den Haag zijn gekomen blijft daarbij wel de arbeidsparticipatie en de match met de arbeidsmarkt, ondanks een stijging van het aantal vacatures, een (kwalitatief­) aandachtspunt. • Leefomgeving: in een stad waar de dynamiek van nieuwkomers en vertrek hoog is, speelt in toenemende mate de vraag hoe mensen plezierig en veilig kunnen samenleven. Voor nieuwkomers blijft de vraag in welke mate ze zich welkom weten, een plek om te

Bevolking

23

wonen en een zelfstandig inkomen kunnen verwerven, contacten kunnen opbouwen en zodoende wortelen in Den Haag. Voor geboren en getogen inwoners van Den Haag kunnen veranderingen grote impact hebben op hun directe leefomgeving en de mate waarin zij sociale cohesie ervaren. Daarbij spelen er grote verschillen tussen de verschillende stads­ delen en wijken. Tegelijkertijd kan bevolkingsgroei bijdragen aan een breder draagvlak voor voorzieningen in de stad en voor investeringen in de kwaliteit van de leefomgeving. • Onderwijs: de ontwikkeling van (internationaal) hoger onderwijs in Den Haag jaagt de komst van studenten aan, met als gevolg ook weer de verdere versterking van de aantrekkings­kracht voor bedrijven, internationale organisaties en ngo’s. Het faciliteren van deze groei vraagt opnieuw ruimte in de stad maar kan een impuls vormen voor groei van (brede) welvaart in de stad. De groei van kennisinstellingen en hoger onderwijs is gunstig voor de kenniseconomie en de benodigde innovaties op maatschappelijke opgaven. Op andere onderwijsniveaus kunnen plaatsgebrek en knelpunten bij het werven van onderwijzend personeel een groeiend aandachtspunt vormen.

Wanneer als gevolg van groei ook een breed en toegankelijk onderwijsaanbod verder wordt ontwikkeld wordt de basis gelegd voor een goedopgeleide beroepsbevolking en daarmee voor duurzame en inclusieve economische ontwikkeling in de komende decennia.

1.4 Aandachtspunten De voorspelde groei van de bevolking is geen vanzelfsprekendheid. De bevolkingsontwikkeling in Den Haag wordt beïnvloed door een breed palet aan factoren, waaronder geopolitiek, internationale migratie, rijksbeleid, economische groei en maatschappelijke en ruimtelijke keuzes in de stad en de regio, waaronder ook kwaliteit en kwantiteit van de woningvoorraad en de werkgelegenheid. De gemeente beschikt over een beperkte mate van invloed op de groei van de bevolking en de plekken waar deze zich in de stad concentreert dan wel verspreid. Groei van de stad is echter meer dan een fysiek-ruimtelijke opgave. Het is integraal onderdeel van de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van Den Haag. Groei biedt kansen voor versterking van kwaliteit van de stad. Het biedt ook tegenwicht tegen de vergrijzing en daarmee gepaard gaande knelpunten op de arbeidsmarkt. Het tempo van veranderingen kan echter leiden tot ongemak, onrust en kritische vragen onder de bestaande bevolking. In deze Staat van de Stad komt groei bij vrijwel alle thematische hoofdstukken terug. Dit hoofdstuk wil de basis bieden voor een geïnformeerd en integraal gesprek over onafhankelijke trends en gewenste ontwikkeling.

24

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Bevolking

25

2 Wonen

26

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

2.1 Trend en Ontwikkelingen Er is sprake van een wooncrisis in Nederland. Niet alleen in de Randstad maar ook in vele andere regio's in het land. In meer dan veertig jaar tijd stegen de huizenprijzen in Nederland niet zo snel als in het afgelopen jaar. In de twaalf maanden tot december 2021 registreerde het CBS een stijging van 20,4 procent. Deze stijging zorgde ervoor dat koopwoningen in december 2021 voor gemiddeld vier ton werden verkocht. In Den Haag was de gemiddelde verkoopprijs in 2020 bijna € 379.000. Dit is het gemiddelde van de totale voorraad, als alleen gekeken wordt naar de prijs van eengezinswoningen dan komt de gemiddelde prijs uit op € 573.000. Er staan in Nederland steeds minder huizen te koop en het duurt gemiddeld maar 23 dagen voor een woning is verkocht. Ten opzichte van de landelijke ontwikkeling waarbij er een daling is te zien in het aantal verkochte woningen, was Den Haag in 2020 een uitzondering aangezien hier geen daling heeft plaatsgevonden. In totaal werden in Den Haag in 2020 bijna 7.100 woningen verkocht. Het aantal verkochte woningen is daarmee iets toegenomen in vergelijking met 2019. De enorme prijsstijgingen op de woningmarkt zijn nu al een aantal jaren gaande. De Haagse en regionale woningmarkt begint daardoor steeds meer op slot te raken.

Vooral in het sociale huursegment en in het betaalbare koopsegment – waar lage inkomens en de middenklasse van afhankelijk zijn – is er sprake van grote tekorten. Steeds meer woningzoekenden kunnen daarom niet meer verhuizen, vooral huishoudens met één inkomen. Maar ook de midden­ klasse heeft steeds meer moeite om een passende woning te kopen of huren. Voor veel mensen is een volgende stap in hun wooncarrière daarmee onbetaalbaar geworden. Veel huishoudens zijn daardoor afhankelijk van de particuliere huursector, die vanwege de huur- prijsstijgingen ook steeds minder toegankelijk wordt. Omdat er steeds minder (met name betaalbare) woningen te koop of te huur worden aangeboden stagneert de doorstroming in Den Haag. Dit zorgt voor toenemende schaarste en dus voor meer concurrentie tussen de verschillende groepen op de woningmarkt. In de sociale huursector (corporatievoorraad) concurreren reguliere woningzoekenden met urgente groepen. Het aandeel reguliere woningzoekenden dat slaagt neemt wel toe maar dit komt met name door de toename in het aantal woningen dat wordt verloot. Er is daarnaast juist een (verdere) daling van het aandeel verhuringen aan urgenten vanwege aanscherpingen in de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Op de betaalbare koopmarkt zien we verdringing van individuele kopers door beleggers.

Gemiddeld wordt 1 op de 5 woningen in Den Haag gekocht door beleggers, in een aantal goedkope wijken zoals het Laakkwartier en RustenburgOostbroek gaat het zelfs richting de 30-40%1. Tenslotte is o.a. vanwege de coronacrisis de ongelijkheid in de stad toegenomen. De leefbaar­ heid van kwetsbare stadswijken verslechtert en de onderhoudsstaat van veel woningen in deze wijken is zorgwekkend. Verbeteringen op het vlak van duurzaamheid blijven achter in vergelijking met woningen in de betere wijken van Den Haag. Dit kan bijdragen aan energie­ armoede. Recent onderzoek van TNO laat zien dat ongeveer 550.000 huishoudens in ­Nederland te maken hebben met energiearmoede. Zij hebben een laag inkomen en hoge energiekosten en/of wonen in een huis van lagere energetische kwaliteit en kunnen hun energierekening niet of nauwelijks betalen2. De verwachting is dat energiearmoede het hardst zal toeslaan in de gebieden Laakkwartier, Rustenburg-Oostbroek en Zuidwest.

Wonen

27

2.2 Ontwikkelingen in Den Haag 2.2.1 Kenmerken en mutaties woningvoorraad Algemeen In Den Haag staan eind 2021 bijna 266.000 woningen. Dat zijn ruim 3.000 woningen meer dan in 2020 waarvan ruim 2.200 nieuwbouwwoningen. In onderstaande tabel is weergegeven wat de verdeling van de woningen is over de verschillende woningmarktsegmenten. Het ­totaal aantal woningen neemt toe. Het aandeel koopwoningen is al jaren aan het afnemen, terwijl er pas vanaf 1 januari 2021 een afname is te zien in het aantal koop­woningen. Het aandeel corporatiewoningen is ook al jaren aan het afnemen, terwijl het aantal corporatiewoningen juist toeneemt. Zowel het aandeel particuliere huurwoningen als het aantal particuliere huurwoningen stijgt. Dit is de sector die het meest is gegroeid de af­gelopen jaren.

Woningvoorraad Den Haag 1-1-2017

1-1-2018

1-1-2019

1-1-2020

1-1-2021

Totaal aantal woningen:

248.624

251.337

253.494

256.170

259.419

Koopwoningen

111.080

112.412

112.724

113.033

112.773

Particuliere huurwoningen

54.365

54.573

58.601

60.302

63.962

Corporatiewoningen

80.305

80.162

80.215

80.415

80.621

Eigendom niet bepaald

2.874

4.190

1.954

2.420

2.063

Koopwoningen:

44,7%

44,7%

44,5%

44,1%

43,5%

Particuliere huurwoningen:

21,9%

21,7%

23,1%

23,5%

24,7%

Corporatiewoningen:

32,3%

31,9%

31,6%

31,4%

31,1%

Eigendom niet bepaald

1,2%

1,7%

0,8%

0,9%

0,8%

Figuur 2.1: grootte woningvoorraad in Den Haag en verdeling in sectoren, 2017-2021 Bron: DHIC, woningen naar eigendom op grond van cijfers van de Gemeentelijke Belastingdienst (Onroerendezaakbelasting)

Nieuwbouw De doelstelling sinds 2019 is om jaarlijks 4.000 nieuwe woningen in aanbouw te nemen. Deze doelstelling is niet van de ene op de andere dag te realiseren. Een aantal van 4.000 woningen is in de afgelopen 5 jaar slechts twee keer gehaald (in 2017 en 2018). Het gemiddelde aantal was de afgelopen 5 jaar ca. 2.900 woningen per jaar3. De inzet op de realisatie van meer sociale woningen, werpt wel duidelijk vruchten af. In 2021 zijn 757 sociale corporatiewoningen in aanbouw genomen. Dit is 33% van het totaal aantal in aanbouw genomen woningen. Wanneer we de in aanbouw genomen studentenwoningen buiten beschouwing laten, is 2021 het jaar met het hoogste aantal in aanbouw genomen sociale corporatiewoningen in de afgelopen 5 jaar. Verder zijn 302 goedkope en middeldure huurwoningen en 217 goedkope en middeldure koopwoningen in aanbouw genomen. In totaal komt het aandeel betaalbare woningen hiermee uit op 58%.

28

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Corporatiesector De druk op de corporatievoorraad en dan met name de sociale huurwoningen blijft onverminderd groot. Dit blijkt uit de volgende indicatoren: • Er is nog steeds een stijgende lijn zichtbaar in het aantal ingeschreven huishoudens bij Woonnet-Haaglanden; • Er is een stijging in het aantal woningzoekenden dat reageert op woningaanbod in Den Haag11; • De wachttijden blijven stijgen, voor begin 2021 is de mediane wachttijd (op basis van schrijfduur) 75 maanden. In 2017 was dit nog 42 maanden; • Tot en met 2020 is er een stijging in het gemiddelde aantal reacties per advertentie voor een corporatiewoning in Den Haag. In 2017 ging het nog gemiddeld om 309 reacties per advertentie en in 2020 om 389 reacties per advertentie. • Er is al jaren sprake van een daling in het vrijkomend aantal corporatiewoningen. Ondanks de coronacrisis met de bijkomende onzekerheden voor huishoudens en de uitdagingen daarvan voor het verhuurproces, is het aantal verhuringen in 2020 beperkt teruggelopen (van 4.110 verhuringen in 2019 naar 3.904 verhuringen in 2020). De toename in de nieuwbouwverhuringen ten opzichte van 2019 heeft hier mogelijk positief aan bijgedragen. De halfjaarcijfers over 2021 stemmen voorzichtig optimistisch (2.168 verhuringen); mogelijk wordt de trend van een teruglopend aantal verhuringen in 2021 doorbroken. Een analyse van de oorzaken hiervan moet nog worden gemaakt.

Hierbij wordt gekeken naar het aantal nieuwbouwopleveringen, het effect daarvan op de doorstroming, het effect van het regionaal maatwerk en de gevolgen van Corona (oversterfte). Het is nog te vroeg om te kunnen spreken van een trendbreuk. Den Haag staat namelijk aan de vooravond van grootschalige herstructurering. Deze herstructurering is nodig om de kwaliteit van de woningvoorraad te verbeteren en om via verdichting de betaalbare woningvoorraad te laten groeien. Daarvoor zullen eerst woningen gesloopt moeten worden. In 2022 worden bovendien ook weinig nieuwbouwopleveringen van sociale huurwoningen verwacht vanwege het beperkte aantal in aanbouw genomen woningen in 2019 en 2020. Naar verwachting zal de herstructurering daarom in eerste instantie leiden tot langere wachttijden. • Met de corporaties is afgesproken dat minimaal 70% wordt verhuurd aan regulier woning­ zoekenden. Binnen de 30% bijzondere toewijzingen is er onvoldoende ruimte om uit­ stromende zorgdoelgroepen en statushouders te huisvesten. In 2021 was er een tekort van 1300 woonplekken. Er is komende jaren een tekort van ongeveer 1000 woningen per jaar voor uitstromende zorgdoelgroepen en statushouders. Hiertoe is in 2021 een doorbraak­plan vastgesteld met 14 projecten voor uitstromers uit zorg en statushouders, waarmee ongeveer 400 woonplekken kunnen worden gerealiseerd.

De huisvestingsmogelijkheden van meer aandachtsgroepen zitten in een trend van verslechtering in plaats van verbetering. De vraag naar huisvesting van aandachtsgroepen is gestegen door ambulantisering van de zorg (zowel ggz-zorg als ouderzorg), vergrijzing, toenemende druk op de woningmarkt en toenemende dakloosheid. Onder aandachtsgroepen verstaan we uitstromers uit zorginstelling, ouderen, woonwagenbewoners, studenten, arbeidsmigranten, statushouders en dak- en thuislozen. Deze aandachtsgroepen concurreren met elkaar om schaarse woonruimte.

Particuliere huursector De sector die het meest blijft groeien is de particuliere huursector. In 2020 is de omvang met ongeveer 3.700 woningen toegenomen naar bijna 64.000 woningen4. De toename van woningen in 2020 in de particuliere huursector komt niet alleen door toevoeging van nieuwbouwwoningen, maar ook doordat er verhoudingsgewijs meer woningen door

Wonen

29

particuliere eigenaren worden verhuurd. Verschuiving van een woning van de koopsector naar de particuliere huursector gebeurt óf omdat een woning is aangekocht om te verhuren (buy to let) óf omdat de eigenaar zelf uit de woning is vertrokken en de achtergelaten woning niet heeft verkocht maar is gaan verhuren (keep to let). De effecten van de oververhitte woningmarkt uiten zich ook duidelijk in de particuliere huursector. Dit is te zien in een daling van het aantal dagen dat een woning te huur staat. De woningen die worden aangeboden bevinden zich met name in het hoge prijssegment (boven de liberalisatie­ grens). In 2020 ging de gemiddelde vrije sector huurprijs in Den Haag met 5,2% omhoog en de gemiddelde vierkante meterprijs ligt hiermee op EUR 16,3 per vierkante meter5. Er is onderzoek gedaan naar de markthuren in het particuliere middensegment waaruit blijkt dat veel van de woningen die op grond van het aantal woningwaarderingsstelsel (WWS) een sociale huurprijs zouden moeten hebben (huurprijs onder de liberalisatiegrens) maar in groten getale worden verhuurd voor een middeldure huurprijs (€ 720 - € 950 prijspeil juli 2019) en soms zelf een dure huurprijs (> € 950 prijspeil juli 2019)6. Door de huidige extreme marktwerking verdampt de goedkope particuliere naar het middeldure en dure segment.

In de particuliere huursector zijn relatief veel eigenaren met een kleine portefeuille waarbij misstanden spelen, zoals achterstallig onderhoud, exorbitante huren, oncontroleerbare huurstijgingen en illegale activiteiten7. Er is sprake van veel kamerbewoning. De woonomstandigheden van arbeidsmigranten zijn vaak slecht. Dit leidt in economisch slechte tijden, in combinatie met hun slechte arbeidspositie, tot een toenemend aantal arbeidsmigranten dat een beroep doet op de maatschappelijke opvang. Dit speelt met name in de goedkopere wijken. Vanaf 1 juni 2021 zijn er in Den Haag nieuwe regels voor kamerbewoning. Voor kamerbewoning vanaf 3 personen is een omzettingsvergunning nodig. In een groot aantal wijken geeft de gemeente geen nieuwe vergunningen meer af. Waar dit nog wel mogelijk is, zijn er strengere eisen.

Koopsector Ook bij koopwoningen is de druk op de woningmarkt zichtbaar. Dit heeft geleid tot verdere sterke prijsstijgingen. De koopsector bestond in 2021 uit ruim 112.700 woningen; dit komt neer op ca. 43% van alle woningen in Den Haag. In totaal werden in 2020 bijna 7.100 woningen verkocht. Het aantal verkochte woningen is daarmee iets toegenomen. De verkoopprijs is hard gestegen de afgelopen jaren. De gemiddelde verkoopprijs van koopwoningen steeg van bijna € 349.000 in 2019 naar bijna € 379.000 in 2020. De gemiddelde verkoopprijs van een verkochte eengezinswoning was in 2019 bijna € 535.000 en in 2020 bijna € 573.000. Voor appartementen was de gemiddelde verkoopprijs in 2019 rond €286.000 en in 2020 bijna € 313.000. De gemiddelde prijs per vierkante meter van de verkochte woningen steeg met resp. 8.5% en 8.9%. Ook in 2021 bleven de prijzen stijgen.

30

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Gemiddelde waarde woningen 2021, per buurt

Figuur 2.2: gemiddelde waarde woningen 2021, per buurt Bron: DHIC/GDH

Gemiddelde verkoopprijs verkochte woningen in Den Haag

Figuur 2.3: gemiddelde verkoopprijs verkochte woningen in Den Haag, 2010-2020 Bron: DHIC/GDH/Gemeentelijke Belastingdienst

Wonen

31

2.2.2 Aantrekkelijke woonstad en verschillen in de stad Den Haag is een aantrekkelijke stad om in te wonen. Den Haag neemt de zesde plaats (van de 50 grootste gemeenten) in op de woonaantrekkelijkheidsindex8. Den Haag scoort goed omdat er vanuit Den Haag veel banen bereikbaar zijn, het culturele en culinaire aanbod goed is en er veel vooroorlogse woningen zijn. De stad scoort sociaaleconomisch gezien wat lager. Den Haag doet het in sociaaleconomisch opzicht net iets slechter dan Rotterdam, maar veel slechter dan Amsterdam en Utrecht. De verschillen zijn de afgelopen jaren groter geworden. Daarnaast is Den Haag de koploper qua onderlinge verschillen tussen wijken. In het tweede kwartaal van 2021 was de gemiddelde vraagprijs voor woningen in Laakkwartier/Spoorwijk € 243.000 tegenover € 1.074.000 in Westbroekpark/Duttendel. In het tweede kwartaal van 2010 was de gemiddelde vraagprijs van woningen in Rustenburg/Oostbroek € 127.000 tegenover Westbroekpark/Duttendel € 851.000. De verschillen in het tweede kwartaal van 2021: Laakkwartier/Spoorwijk € 225.000 en Willemspark € 975.000. Den Haag is wat betreft verdeling van inkomensgroepen en kwetsbare bewoners zeer gesegregeerd. Decennialang investeren in gemengde wijken (woningen in het middensegment toevoegen) heeft ervoor gezorgd dat de segregatie iets is verzacht.

Desondanks zijn de lage inkomens geconcentreerd op ‘het veen’ en de hoge inkomens op ‘het zand’. Dat hangt nauw samen met het woningaanbod. Het corporatiebezit is met name geconcentreerd op ‘het veen’, en op ‘het zand’ zien we vooral aanbod aan koopwoningen en (middel)dure huurwoningen. Het aandeel corporatiewoningen in Den Haag ligt, net als bij vergelijkbare steden, boven het landelijk gemiddelde. In bijna alle buurten in Den Haag waar veel sociale huurwoningen staan, neemt het aantal kwetsbare bewoners toe, terwijl de kwetsbare bewoners in buurten met weinig corporatiebezit juist afneemt9. Deze ontwikkeling is te zien in de onderstaande kaart. Er is daardoor een scherpe scheidslijn te zien tussen Noordwest en Zuid Oost Den Haag. In de wijken met de goedkoopste woningen en de hoogste mutatiegraad staat de leefbaarheid het meest onder druk. In deze wijken voelen bewoners zich ook vaker onveilig.

32

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Ontwikkeling kwetsbare groepen in Den Haag

Figuur 2.4: Ontwikkeling Kwetsbare groepen in Den Haag, Quickscan Veerkracht Den Haag, InFactresearch en Circusvis, 2012-2018 Bron: InFactresearch en Circusvis, 2020

Binnen Den Haag nemen de verschillen tussen gebieden waar veel sociale huurwoningen staan en de gebieden waar weinig sociale huurwoningen staan toe. In de gebieden met veel sociale huurwoningen staat de leefbaarheid dikwijls onder druk en ontwikkelt deze zich ook ongunstig. In gebieden waar weinig sociale huurwoningen staan is er juist sprake van een afname van het aandeel kwetsbaren en er een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid.

2.2.3 Woonoverlast De druk op de bestaande woningvoorraad uit zich ook in meer meldingen over woonoverlast en meer zware overtredingen: In 2021 zijn er 4.577 meldingen van woonoverlast en vermoedelijke overtredingen binnengekomen. Het aantal meldingen blijft, net als in voorgaande jaren, sterk stijgen. Ter vergelijking, in 2016 was er sprake van 2.671 meldingen. De Haagse Pandbrigade kwam in 2021 meer zware overtredingen tegen in de handhaving. Zo zijn er meerdere malen bewoonde schuurtjes ontdekt, maar ook zijn er verschillende keren overbewoning met meer dan 15 personen in één woning aangetroffen. Na de brand aan de Wouwermanstraat bleken zich daar diverse onvergunde kamerbewoningsituaties te doen. De Haagse Pandbrigade is zich in 2021 gaan richten op de opsporing en aanpak van zwaardere overtredingen op grond van het uitvoeringsbeleid ‘Handhaven met Ambitie’ en er zijn daarom meer bestuurlijke boetes opgelegd dan in voorgaande jaren.

Wonen

33

2.2.4 Kwaliteit van de woningvoorraad in Den Haag De kwaliteit van de woningvoorraad in Den Haag hangt af van het eigendom en de plek in de stad. Koopwoningen worden het hoogst beoordeeld op onderhoud gevolgd door particuliere huurwoningen en corporatiewoningen. Den Haag heeft relatief veel woningen met energie­ label G, maar dit aandeel wordt kleiner. Koopwoningen en particuliere huurwoningen hebben relatief vaak een energielabel G, sociale huurwoningen minder. Het energieverbruik was in 2019 in Den Haag relatief laag maar wel hoger dan in de vier andere grote steden. 9% van de huishoudens in Den Haag in 2018 kan gezien worden als energiearm. De cijfers lopen sterk uiteen afhankelijk van naar welk deel in de stad gekeken wordt. Volgens intern onderzoek uit 2016 (de hele woningvoorraad in de stad is gescoord op ligging, uitstraling, kwaliteit, onderhoud ofwel ‘LUKO’) scoort een klein deel van de woningen op het gebied van onderhoud in Den Haag matig tot slecht. Woningen in eigendom van woning­ corporaties scoren vaker ‘goed’ en ‘uitstekend’; woningen van particuliere verhuurders vaker ‘slecht’, ’matig’ en ‘redelijk.’ In absolute zin hebben de woningcorporaties wel de meeste woningen met de score ‘slecht’. Dit betreft echter slechts enkele complexen. Koopwoningen hebben het vaakst de score ’matig’, maar ook het vaakst de score ‘uitstekend’.

Stadsdeel Laak kent zowel relatief als absoluut de meeste woningen met de score ‘slecht’ en ‘matig’. Stadsdeel Haagse Hout heeft relatief veel woningen die ‘redelijk’ scoren. LeidschenveenYpenburg kent nagenoeg uitsluitend woningen die ’goed’ of ‘uitstekend’ scoren; niet verrassend vanwege de recente bouw van deze gebieden. Het beperkte aantal woningen met de score ‘slecht’ onderhoud in Den Haag staan geconcentreerd in de wijken Morgenstond, Moerwijk en Bouwlust/Vrederust. Bij de score ‘matig’ komen behalve Laakkwartier en Spoorwijk ook wijken naar voren die wellicht minder op het netvlies staan: Bomen- en Bloemenbuurt, Archipelbuurt, Van Stolkpark en Scheveningse Bosjes en Scheveningen.

Figuur 2.5: aandeel woningen met onderhoudsscore 'slecht' of 'matig', 2016 Bron: intern onderzoek gemeente Den Haag, bewerking SEPO

34

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Ditzelfde beeld is er ook bij energielabels. Deze lopen van A tot en met G, waarbij A staat voor de hoogste mate van energiezuinig en G de slechtste score is. Den Haag heeft relatief veel woningen met label G, maar dit aandeel wordt wel steeds kleiner. Daarmee wordt ook het aandeel woningen dat als transitieklaar gelabeld is per jaar groter. Transitieklaar is, afhankelijk van de meeste waarschijnlijke alternatieve warmteoplossing in de wijk, een woning die label B of C heeft. Dit is per wijk van Den Haag bepaald. Het aantal woningen dat transitieklaar is (afhankelijk van de meest waarschijnlijke warmteoplossing per wijk is dat label B of C) is sinds 2018 van 36% naar 44% gegaan. Als we kijken naar welk eigendomstype er het beste voor staat dan zien we hier dat relatief veel minder sociale huurwoningen label G hebben en een relatief hoog aandeel label A. Relatief veel koopwoningen en particuliere huurwoningen hebben label G.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11408152/1