RIS311775 Bijlage 2 Jongeren en georganiseerde drugscriminaliteit in de regio Den Haag
Tekst van het document
In sommige buurten is het aandeel van de drugsdelicten toegenomen (bijvoorbeeld Groente- en Fruitmarkt), in andere buurten juist afgenomen (bijvoorbeeld Leyenburg). In 2020 worden er in vergelijking met 2017 minder drugssubjecten geregistreerd. Het aandeel van de drugssubjecten jonger dan 20 jaar is vergelijkbaar met 2017.
59
5 Drugscriminaliteit in de gemeente Delft In dit hoofdstuk staat de drugscriminaliteit in de gemeente Delft centraal. We hanteren een vergelijkbare indeling als in het vorige hoofdstuk met Den Haag. Dat betekent dat zowel de bevindingen vanuit de politieregistraties als de interviews worden beschreven. We hanteren hier ook de indeling drugsdelicten, drugssubjecten, drugsnetwerken, een vergelijking met 2017 en besluiten het hoofdstuk over Delft met een resumé.
5.1 Geregistreerde drugsdelicten In totaal worden er in Delft in 2020 75 drugsdelicten geregistreerd. We hebben grafisch weergegeven in welke buurten de delicten worden gepleegd (zie figuur 5.1). De twee buurten waar de meeste drugsfeiten zijn gepleegd (meer dan vijf feiten) zijn Bedrijventerrein Tanthof-Oost (n=7), Centrum-Zuidwest (n=5) en Westerkwartier (n=5). Figuur 5.1: Aantal geregistreerde drugsdelicten in de gemeente Delft op buurtniveau, 2020 (n=75)
In ruim de helft van de registraties (56%) gaat het om drugsbezit. Bijna een derde van de drugsdelicten (28%) betreft drugshandel, terwijl zestien procent te maken heeft met het vervaardigen. De pleeglocaties zijn voornamelijk de openbare weg, ongeveer twee derde van de drugsdelicten wordt daar gepleegd, en zestien procent in woningen (zie tabel 5.1). Drugsbezit wordt voornamelijk geregistreerd op de openbare weg, terwijl het vervaardigen vooral in een woning gebeurt. Echter, voorzichtigheid is geboden vanwege de kleine aantallen.
60
Tabel 5.1: Pleeglocatie drugsmisdrijf in de gemeente Delft, 2020 (n=75)
Pleeglocatie
n
%
Openbare weg
51
68%
Woning
12
16%
Bijzonder gebouw of terrein
2
3%
Bedrijfsterrein of -pand
1
1%
Parkeerplaats
4
5%
Horecabedrijf
1
1%
Autogarage of tankstation
0
0%
Winkel
2
3%
Park
0
0%
Andere locatie
2
3%
Totaal
75
100%
5.2 Geregistreerde drugssubjecten Op basis van de politieregistraties is een beeld te schetsen van de drugssubjecten die in Delft de drugsfeiten hebben gepleegd. De 75 drugsdelicten zijn gepleegd door 77 drugssubjecten. Iets meer dan de helft van deze personen (56%) woont ook in Delft (zie figuur 5.2). De rest komt uit andere gemeenten waarbij Den Haag opvalt, maar ook Rotterdam en de omliggende gemeenten. Figuur 5.2: Woongemeenten drugssubjecten Delft, 2020 (n=77)
61
De gemiddelde leeftijd van de 77 drugssubjecten is 27,3 jaar oud. De drugssubjecten zijn tussen de 14 (jongste) en 64 (oudste) jaar oud. Bijna een derde is jonger dan twintig jaar; een vergelijkbaar percentage is tussen de 20 en 30 jaar (zie tabel 5.2). De rest is ouder waarbij opvalt dat bijna een tiende 50 jaar of ouder is. Tabel 5.2: Leeftijd van plegen drugsmisdrijf drugssubject in de gemeente Delft, 2020 (n=77)
Leeftijd
n
%
Jonger dan 20 jaar
25
32%
20 tot 30 jaar
26
34%
30 tot 40 jaar
15
19%
40 tot 50 jaar
4
5%
50 jaar of ouder
7
9%
Totaal
77
100%
Negen van de tien drugssubjecten zijn man. Het merendeel heeft de Nederlandse nationaliteit; iets meer dan een vijfde heeft een niet-westerse nationaliteit (zie tabel 5.3). Tabel 5.3: Nationaliteit drugssubject in de gemeente Delft, 2020 (n=77)
Nationaliteit
n
%
Nederlandse achtergrond
54
70%
Westerse achtergrond
7
9%
Niet-westerse achtergrond
16
21%
Totaal
77
100%
De drugssubjecten die in Delft in 2020 actief zijn geweest hebben gemiddeld 8,9 antecedenten. Ruim 40 procent heeft minder dan vijf antecedenten. Een zesde van de drugssubjecten heeft twintig of meer antecedenten (zie tabel 5.4). Tabel 5.4: Antecedenten drugssubjecten in de gemeente Delft, 2020 (n=77)
Antecedenten
n
%
Minder dan 5
33
43%
5 tot 10
16
21%
10 tot 20
15
19%
20 tot 50
12
16%
50 of meer
1
1%
Totaal
77
100%
62
De gemiddelde duur van de criminele carrière van een drugssubject is 101 maanden. Er zijn twee prominente groepen te onderscheid wat betreft het aantal actieve jaren in de criminaliteit: een groep die minder dan een jaar actief is en een groep die tussen de tien en twintig jaar blijkens politieregistraties actief is (zie tabel 5.5). Tabel 5.5: Lengte criminele carrière drugssubjecten in de gemeente Delft, 2020 (n=75)
Lengte criminele carrière
n
%
Minder dan 1 jaar
22
29%
1 tot 5 jaar
13
17%
5 tot 10 jaar
10
13%
10 tot 20 jaar
24
32%
20 jaar of langer
6
8%
Totaal
75
100%
Een vijfde van het totaal aantal geregistreerde delicten van de drugssubjecten betreft een drugsdelict en een derde een vermogensmisdrijf. Ook andere delicten, zoals geweldsmisdrijven komen voor (zie tabel 5.6). Tabel 5.6: Soorten antecedenten drugssubjecten in de gemeente Delft, 2020 (n=77)
Subjecten
Misdrijven
Gemiddelde
Soorten antecedenten
n
%
n
%
Vermogensmisdrijf
43
56%
285
33%
3,7
Vernielingen, misdrijven openbare orde en overige misdrijven
38
49%
136
16%
1,8
Geweldsmisdrijven
43
56%
143
17%
1,9
Seksuele misdrijven
2
3%
2
0%
0
Verkeersmisdrijven
31
40%
78
9%
1
Drugsmisdrijven
69
90%
172
20%
2,2
Wapenmisdrijven
22
29%
49
6%
0,6
Totaal
77
100%
865
100%
11,2
Tot slot kan uit de analyse naar dadertypering geen harde conclusie worden getrokken, omdat de aantallen laag zijn. Er zijn twaalf jongeren (Jonge Aanwas en Rising Star) in Delft geregistreerd. Het gaat om subjecten die maximaal 20 jaar oud zijn ten tijde van het gepleegde drugsdelict. Gemiddeld zijn deze subjecten 17,6 jaar oud. De Jonge Aanwas en Rising Stars uit Delft betreffen allen mannen. De helft van deze drugssubjecten woont in de gemeente Delft, terwijl een kwart in Den Haag woont. Het resterende kwart woont in Leidschendam-Voorburg (8%), Midden-Delfland (8%) of Rotterdam (8%). Twee van deze twaalf subjecten hebben een niet-westerse migratieachtergrond, terwijl tien van deze
63
drugssubjecten een Nederlandse achtergrond heeft. Het gemiddeld aantal antecedenten voor deze drugssubjecten is 10,2. Het gemiddeld aantal drugsantecedenten is 1,4. Beiden beneden het gemiddelde van de 1.468 drugssubjecten. Tabel 5.7: Dadertypering in de gemeente Delft, 2020 (n=77)
Dadertypering
n
%
Criminele Locals
13
17%
Facilitators
2
3%
Harde Kern
4
5%
Jonge Aanwas
4
5%
Rising Star
8
10%
Geen typering
46
60%
Totaal
77
100%
5.3 Criminele netwerken In deze paragraaf geven we aan wat prominent opviel aan het netwerkschema in Delft en de interviews waarin we doorvroegen op de Delftse netwerken. Het netwerkschema dat voor de gemeente Delft is geconstrueerd telt – op basis van de politiegegevens en de daarin aangebrachte selecties – in totaal 232 personen. 48 Het gaat vooral over mannelijke drugssubjecten (93%). De gemiddelde leeftijd van de Delftse drugssubjecten is 22,9 jaar oud. Het jongste drugssubject is 14 jaar oud, het oudste drugssubject 61. Bijna drie kwart van deze 232 drugssubjecten (73%) is 23 jaar of jonger. Het merendeel van de drugssubjecten in onderhavig netwerk woont in de gemeente Delft (44%), Den Haag (20%) of Zoetermeer (12%). Aan ruim de helft van de drugssubjecten is een dadertypering gekoppeld. Een kwart is als Rising Star getypeerd. Er zijn op basis van onze gegevens uit 2020 dertien drugssubjecten als Jonge Aanwas aan te merken (tabel 5.8). Ruim drie kwart van de drugssubjecten (77%) in het netwerk komen voor in Summ-IT. Dat wil zeggen dat ze onderwerp zijn (geweest) van strafrechtelijk onderzoek.
48. Het gaat om 41 drugssubjecten die ook in de registraties van 2020 voorkomen, ook wel de basisgroep genoemd. 191 personen in het netwerkschema hebben samen met de basisgroep misdrijven gepleegd (ringgroep). Voor een toelichting op de basis- en ringgroep zie paragraaf 4.3.
64
Tabel 5.8: Dadertypering drugssubjecten in de gemeente Delft (n=232)
Dadertypering
n
%
Criminele Locals
25
11%
Facilitators
0
0%
Harde Kern
17
7%
Jonge Aanwas
13
6%
Rising Star
57
25%
X
10
4%
Geen typering
110
47%
Totaal
232
100%
Voor de gemeente Delft is er sprake van een groot samenhangend drugsnetwerk (figuur 5.3). Het gaat om meerdere drugssubjecten en doelgroepen die – via via – aan elkaar verbonden zijn. Daarnaast zijn er negen op zichzelf staande netwerken die ten minste uit drie en ten hoogste uit negentien subjecten bestaan. Ruim een derde (35%) van het netwerk maakt deel uit van een door de politie onderscheiden doelgroep. Deze 80 drugssubjecten zijn verdeeld over veertien doelgroepen, waarvan de jeugdgroepen Milaan (n=22), Napels (n=15), Foggia (n=13), Ostia (n=11) en Parma (n=10) de top vijf vormen49. De jeugdgroep Milaan is volgens de geïnterviewden geen echt samenwerkingsverband. Het betreft daarbij een groep jeugd waarover in het kader van een persoonsgerichte aanpak informatie werd verzameld en vastgelegd in de politiesystemen. Een van de respondenten maakte een voorbehoud bij de netwerken. Die zouden er anders uitzien als bezit van softdrugs buiten beschouwing zou worden gelaten want ‘alle jongeren blowen’. En er werd gesteld dat er weinig (sub)netwerken bestaande uit leden met een uitsluitend Nederlandse achtergrond naar voren komen. Het vermoeden van geïnterviewden is dat dit het resultaat is van de aanpak van jeugd die zich op straat en in de wijk manifesteert. Die zou vooral een zogeheten niet-westerse achtergrond hebben (zie verderop).
In Delft betekent dat vooral Caraïbisch (met name Curaçaos), maar ook Turks, Marokkaans en andere achtergronden zoals Afghaans, Irakees en Syrisch. Een voor Delft bepalende criminele familie is volgens politiemensen van niet-westerse komaf 50 (zie Iseo).
49. Drugssubjecten kunnen in meer dan één doelgroep ingedeeld zijn. 50. Het gaat om een criminele familie waarvan de naam geanonimiseerd is.
65
Figuur 5.3: Netwerkschema Delft
66
De respondenten bevestigen dat een deel van de drugssubjecten van buiten Delft komt. Dat betekent voor de respondenten dat de Delftse drugsmarkt deels in handen is van mensen buiten de gemeente. Het gebruik van softdrugs is zoals gezegd gewoon. Over harddrugs en dan met name cocaïne, hebben de respondenten weinig zicht, zowel wat betreft het gebruik als de handel erachter. Een enkele respondent vermoedt dat criminele Turken en Iraniërs zich hiermee bezighouden, maar zij opereren ‘slim’ en zijn dus niet zichtbaar voor de instanties. De synthetische drugs zijn volgens de respondenten in Delft in opmars. Er worden zo nu en dan personen waargenomen uit Zuid-Nederland die volgens politiemensen actief zijn in de productie van synthetische drugs.
Foggia De dertien personen die volgens de politie deel uitmaken van de drillrapgroep Foggia 51 zijn allen mannen van 18 jaar of jonger. Van één persoon is bekend dat hij in 2020 een drugsmisdrijf pleegde. Over het algemeen lijkt het in deze doelgroep vooral om vermogens- en geweldsmisdrijven te gaan. De subjecten zijn woonachtig in de gemeente Delft (n=9), Zoetermeer (n=2), Den Haag (n=1) en Nissewaard (n=1). Vier van de dertien drugssubjecten van de Foggia-groep worden als Jonge Aanwas aangemerkt. Twee drugssubjecten zijn als Rising Stars aan te merken. Alle leden van deze door de politie onderscheiden doelgroep komen voor in Summ-IT. Over deze groep maken de respondenten zich (grote) zorgen. De leden, voornamelijk van Antilliaanse afkomst, verheerlijken geweld (onder meer in hun raps) en zijn betrokken bij geweldsincidenten en wapenbezit. Het gaat hen in de woorden van een respondent om te ‘pronken’, te laten zien wie ze zijn. De wapens zijn voor de zelfbescherming. De zorgen hebben er onder meer betrekking op dat de leden voorheen zichtbaarder waren dan nu. Ze lijken zich meer terug te trekken en daardoor anoniemer te worden. Daarnaast is het zorgelijk dat ze aantrekkelijk zijn of kunnen worden voor andere criminele groepen vanwege hun wapens en bereidheid om die te gebruiken. Een van de leden heeft connecties met een motorbende.
Hoewel Delft geen opvallend grote Antilliaanse gemeenschap heeft zoals wel in andere steden het geval is, zoeken de leden elkaar op, ook in Zoetermeer en in Den Haag (met de Crips and Bloods), want daar zit een mbo-instelling. Overigens is er ook sprake van rivaliteit tussen Delft en Den Haag, die terug is te voeren op de concurrerende drillrapgroepen. Een van de leden heeft contacten met twee groepen in Zoetermeer. De respondenten merken Foggia niet primair aan als een drugsnetwerk. Er is wel sprake van handel, maar op kleinschalig niveau. Zelf gebruiken de leden vooral lachgas, zo blijkt uit interviews. De buurt die het eerste in beeld komt is de Multatulibuurt. In deze buurt wonen veel Antilliaanse gezinnen. Volgens de respondenten kenmerkt deze buurt zich door hoogbouw/sociale huurwoningen. De sociaaleconomische status van de bewoners is laag. De jongeren treffen/troffen elkaar ook bij ‘de veste’ voor de McDonalds, Paradijspoort en Bastiaanplein. 51. De politie koppelt in totaal twintig personen aan deze doelgroep. Vanwege selectiecriteria maken zeven personen geen deel uit van de onderzoeksgroep.
67
‘In oktober is er een steekpartij geweest. Twee of drie jongens uit de groep zijn aangehouden. Twee leiders en een die wel bij de kern hoort. Van oktober tot aan twee weken geleden is het redelijk rustig geweest rondom deze groep. De twee leiders zijn vrijgekomen en sindsdien is het weer onrustig. We kunnen er nog niet goed de vinger op leggen maar er speelt weer wat anders. Je merkt dat er meer bedreigingen komen richting slachtoffer dat neer is gestoken. Dus er gebeurt weer veel. Meteen moet het evenwicht zich weer herstellen. Die gasten die vast zaten houden zich nu op de vlakte maar we merken wel dat ze terug zijn door de groepsdynamiek onderling of naar de andere groep.’ Genua De andere groep is Genua, een groep waarop eerder een zogeheten tactische daderanalyse werd uitgevoerd. Op deze groep is tevens een persoonlijke aanpak ingezet. Tien mannen van tussen de 20 en 26 jaar oud zijn door de politie aan deze doelgroep gekoppeld. Ze zijn allen woonachtig in Delft en hebben ook allen (meerdere) registraties in Summ-IT. Ten minste drie leden van dit netwerk zijn direct aan drugsmisdrijven gekoppeld. Het gaat om vijf Criminele Locals, twee Rising Stars en één Harde Kern. Twee drugssubjecten hebben geen dadertypering toegekend. Deze groep telt volgens de respondenten in werkelijkheid zo’n 20-25 leden, die verspreid in Delft wonen.
Ze hebben verschillende achtergronden: Somalisch, Antilliaans, Marokkaans en Afghaans. De oorsprong van deze groep is een voormalige criminele groep. De leden, inmiddels ouder (en slimmer) geworden, zijn in de loop van de tijd minder zichtbaar geworden voor de politie. Dat wil niet zeggen dat ze zijn opgehouden met het plegen van strafbare feiten. De respondenten vermoeden dat ze professioneler in hun criminele activiteiten zijn geworden. De fase van hulpverlening is voorbij, aldus een respondent. In tegenstelling tot Foggia is de Genua-groep wel aan te merken als een drugsnetwerk. Een ander prominent lid wordt in verband gebracht met een vondst van drugs en wapens in een kelderbox. Er is sprake van familiebanden binnen Genua (neven en broers). Ze wonen in de Multatulibuurt. Deze buurt (hoogbouw/sociale huurwoningen) komt ook naar voren als een van de deallocaties. Andere dealbuurten zijn Isaac de Kosterlaan, Voorhof, Olofsbuurt en Westerkwartier. Delft is volgens de respondenten een interessant verkooplocatie vanwege de grote vraag, onder andere door de aanwezigheid van maatschappelijke opvanginstellingen. Er wordt drugs geleverd op bestelling. De jongere leden komen de drugs brengen. Ze zorgen dat ze niet meer bij zich hebben dan een gebruikershoeveelheid. De bestellingen gebeuren onder andere via Snapchat, maar ook via oude telefoons.
Als er een dealer wordt opgepakt, neemt een ander het over. Tussen Foggia en Genua bestaan volgens de respondenten geen verbanden; het zijn apart van elkaar te onderscheiden groepen. De netwerkschema’s spreken dat echter tegen. Op basis van deze schema’s zijn er (ook indirect) wel verbanden.
68
Iseo In dit netwerk komen diverse leden voor van dezelfde familie, welke een niet-westerse achtergrond heeft. Deze broers houden zich bezig met internationale drugshandel, maar doen evengoed volgens de politiemensen in wapens. Een van de politiemensen zegt:
‘Kijk Iseo, ik neig dat je in die familie niet veel gaat kunnen betekenen. Die familie is eigenlijk al een crimineel samenwerkingsverband. Als wij daarheen rijden om een doorzoeking te doen dan worden aan de andere kant door de ouders de dingen naar buiten gegooid. Op het moment dat die jongens onder curatele staan is het keurig netjes politiek wenselijk en anders gaat hij tekeer als een beest. Er wordt niks over de telefoon besproken en er wordt dus slim zaken gedaan. Een van de broers wordt al witheet als er überhaupt een naam wordt genoemd. Die jongens zwijgen en zijn politiek correct. Ze kennen het klappen van de zweep, zij zijn rond de 20 jaar oud en lopen al een tijdje mee op straat.’ Een andere politieman weet:
‘Drie weken geleden is er een lid van de familie Iseo aangehouden met ponypacks en hasj. En die zijn eigenlijk altijd bezig met wat. Zij worden ook weer gezien bij louche kapperszaken. Daar zijn ook weer Duitse kentekens en ze bewegen een beetje door heel Delft.’ Geïnterviewden geven aan dat er rondom deze familie geen familieaanpak is. Wel komen personen uit deze familie voor in de zogeheten Persoonlijke Aanpak Delft (de PADaanpak, zie hoofdstuk interventies en beleid).
Inbrekersnetwerken In het netwerkschema komen ook een aantal zogeheten inbrekersnetwerken voor: dus samenwerkingsverbanden die zich met name toeleggen op inbraken. Uit eerder onderzoek (Bervoets en Van Wijk, 2016) weten we dat deze plegers soms ook wel worden gebruikt om geld te verdienen voor drugsnetwerken. Het geld wordt dan benut om drugsaankopen te doen. Echter geen van de geïnterviewden zag een verband tussen de in het Delftse netwerkschema waargenomen inbrekersnetwerken en de drugshandel. Welgeteld één respondent (een jongerenwerker) herkent het beeld wel, maar dan van het verleden. In Delft viel in het recente verleden wel op dat jongeren (ook vanaf 12 jaar) inbraken pleegden in schuren en huizen. Dat was volgens deze jongerenwerker echt ‘in’. Het was destijds een groot probleem onder de minderjarigen, maar vandaag de dag zou het niet (meer) op die manier voorkomen.
Opvallende buurten en subjecten In het netwerkschema valt een aantal buurten op in relatie tot de woonlocatie of pleeglocatie van subjecten. In het schema komen – zoals reeds benoemd – de Multatulibuurt
69
(Voorhof), de Veste (binnenstad), de Olofsbuurt (Westerkwartier) en de Bomenwijk (Vrijenban) vaak voor. De Multatulibuurt is een van de buurten die volgens politiemensen opvalt als dealbuurt. Het gaat – volgens respondenten van onder andere de gemeente – om een buurt waarin voornamelijk sprake is van sociale huurwoningen en hoogbouw. Het is in hun ogen een typische oude aandachtswijk met kwetsbare bewoners. In deze buurt woont een reeds genoemde familie in een kleine flat. Binnen deze buurt gaat het dan met name om de omgeving Voorhof. De Veste valt ook op, maar dat is volgens geïnterviewden redelijk voor de hand liggend. Immers, het gaat daarbij om de Delftse binnenstad waar volgens hen veel (drugs)delicten plaatsvinden (met name dealen). In Delft zijn overigens niet alleen studenten opvallende afnemers van drugs, ook ‘expats’ die verbonden zijn aan de universiteit of aan een van de aanwezige technologische instituten vallen volgens geïnterviewden van de politie op onder de afnemers. De Olofsbuurt met het Westerkwartier ligt in de directe omgeving van het politiebureau. Daar ligt volgens geïnterviewden een het buurthuis waar met enige regelmaat problemen zijn met jeugdcriminelen. Deze buurt wordt gekenmerkt door ‘hele oude huisjes’ en er zitten heel veel studenten van de technische universiteit Delft.
En een deel daarvan is zoals aangegeven ook afnemer van de aangeboden drugs. Ten slotte de Bomenwijk/Vrijenban. Dat is volgens de geïnterviewden een gerenoveerde wijk waarbij alle oude woningen inmiddels zijn verdwenen. Het was ooit een hele beruchte buurt met Delftenaren met een Nederlandse achtergrond, met name bekend van de bomenverbrandingen tijdens Oudjaar. Een politieman vertelt:
‘Dan gingen die lui elkaar echt met kettingen en honkbalknuppels te lijf en knokken voor een paar bomen. Maar alle bagger van toen is uitgevlogen en zich gaan verspreiden over Delft.’ Er zijn nu nog steeds criminele autochtone families die hun herkomst hebben in de Bomenwijk. Maar volgens respondenten is het niet meer de wijk zoals die ooit was. Evengoed valt ze nog steeds op in het Delftse netwerkschema. Bij de politiemensen vroegen we ook door op subjecten die ons opvielen na bestudering van het netwerkschema. Daarbij betrof het met name de Jonge Aanwas of subjecten op merkwaardige plekken in het netwerkschema (bijvoorbeeld kruispuntverdachten). We gaan er puntsgewijs op in: De meest prominente Jonge Aanwasser doet volgens de politiemensen ‘van alles wat’ en legt zich derhalve niet bepaald toe op alleen drugs. Volgens de geïnterviewden ‘gaan we nog wat van deze jongen horen’. Ten tijde van het onderzoek zou hij wegens schorsende voorwaarden alleen naar buiten mogen met een volwassene. Met zijn vader of zijn coach. Feitelijk heeft hij dus een soort huisarrest. Het is de intentie van de politie om ‘bovenop deze persoon te zitten’.
70
Zorgen zijn er ook over een drietal subjecten die ook als Jonge Aanwas wordt gecategoriseerd. Deze jongens hebben volgens politiemensen een (indirecte) link met Foggia Volgens verschillende respondenten is de kans groot dat deze personen straks ook in de doelgroep Persoonlijke Aanpak komen. Het grootste risico is volgens de respondenten de link met de drillrapgroep. We gaven aan dat in het netwerkschema weinig vrouwen voorkomen. Er is echter een opvallend vrouwelijk subject volgens politiemensen. Daar werd thuis cocaïne gekookt. Zij kwam als betrokkene voor in een TGO rondom een dodelijke steekpartij aan de Koloniestraat waarbij iemand met zeventien messteken werd omgebracht. 52 Deze moord kwam vermoedelijk voort uit handel in verdovende middelen. Er bestaat daarnaast een vermoeden dat zij een aantal personen aanstuurde (dit is echter niet zichtbaar in het netwerkschema). In elk geval is bewezen dat zij een runner is die levert op bestelling. Hoe zij in beeld is gekomen is een raadsel. De hoofdverdachte van de moord is naar Spanje vertrokken. Vermoeden dat het net steeds strakker om hem heen sloot. Dan is er nog een Rising Star uit de drillrapgroep Foggia met een grotere actieradius dan de rest van die groep. Volgens politiemensen is hij zeer slecht te beïnvloeden. Hij is ‘gedoemd om te mislukken en hij wil niks’, aldus een van hen.
Als hij bij de groep komt staan waarmee politiemensen staan te praten op straat, houdt iedereen direct zijn mond. Hij is ooit door het arrestatieteam uit zijn huis gehaald, omdat er een vuurwapen zou liggen. Hij was ook vaak betrokken bij vechtpartijen. De rechercheur die we interviewden komt betreffend subject in Delft niet meer tegen. Hij zou tegenwoordig vooral in Zoetermeer opduiken en actief zijn.
5.4 Vergelijking met 2017 In Delft werden in 2017 68 drugsdelicten geregistreerd, iets minder dan de 75 registraties in 2020. In de periode 2017 tot en met 2020 is er een significante daling (18%-punt) van het aandeel registraties met betrekking tot het vervaardigen van drugs. De buurten Bedrijventerrein Tanthof-Oost en Voorhof-Hoogbouw laten sterke stijgingen zien in het aandeel registraties in de periode 2017 tot en met 2020 (respectievelijk 9- en 5%-punt). De buurt Buitenhof-Noord kende een daling van het aandeel registraties (6%-punt). Het aantal subjecten van in Delft gepleegde drugsdelicten neemt af van 88 in 2017 naar 77 in 2020. De gemiddelde leeftijd van de drugssubjecten is 34,4 jaar, wat hoger is dan de gemiddelde leeftijd van de drugssubjecten in het onderzoeksjaar (27,3 jaar). Ook het aandeel subjecten jonger dan 20 jaar neemt in deze periode toe met 22 procentpunt. De plegers van in Delft gepleegde drugsdelicten zijn steeds vaker woonachtig in Delft zelf: in 2017 was dit 36 procent, in 2020 58 procent.
52. https://www.ad.nl/delft/man-36-omgekomen-bij-fatale-steekpartij-in-woning-in-delft-dit-wil-je-echt-niet-inje-wijk~a7fa4f330/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F, bezocht op 25 juni 2021.
71
5.5 Resumé In dit hoofdstuk komen de politieregistraties uit 2020 aan bod en maken we een vergelijking met 2017. In 2020 werden er 75 drugsdelicten geregistreerd in Delft. De buurt waar de meeste drugsfeiten zijn gepleegd is Bedrijventerrein Tanthof-Oost (n=7). De delicten worden voornamelijk gepleegd op de openbare weg of in woningen. Over de drugssubjecten is te zeggen dat ruim de helft in Delft woonachtig is. Het jongste subject is 14 jaar oud, en het oudste 64, waarbij de gemiddelde leeftijd 27,3 jaar oud is. Er zijn in totaal twaalf personen die als Jonge Aanwas of Rising Star worden aangemerkt (en daarmee als ‘jongere’). Het gaat om subjecten die maximaal 20 jaar oud zijn ten tijde van het gepleegde drugsdelict. Gemiddeld zijn deze subjecten 17,6 jaar oud. Het gemiddeld aantal (drugs)antecedenten voor deze drugssubjecten is beneden het gemiddelde van de 1.468 drugssubjecten. Het netwerkschema van Delft bevat 13 Jonge Aanwas en 57 Rising Stars. Een deel van deze Jonge Aanwas en Rising Stars maken deel uit van dezelfde netwerken. Zo bevat Foggia, een drillrapgroep die uitgebreid aan bod is geweest dit hoofdstuk, zes subjecten die als Jonge Aanwas of Rising Star worden aangemerkt. Deze groep is vooral in verband te brengen met geweld, wapens en in mindere mate drugs. De andere groep, Genua, kent een aantal leden dat wel direct aan drugs te koppelen is.
Er zijn in 2020 in vergelijking met 2017 meer drugsdelicten geregistreerd. Het aandeel van de registraties omtrent drugsbezit is toegenomen. In sommige buurten is het aandeel van de drugsdelicten toegenomen (bijvoorbeeld Tanthof-Oost), in andere buurten juist afgenomen (bijvoorbeeld Buitenhof-Noord). In 2020 worden er in vergelijking met 2017 minder drugssubjecten geregistreerd. Het aandeel van de drugssubjecten jonger dan 20 jaar is toegenomen.
72
6 Drugscriminaliteit in de gemeente Noordwijk In dit hoofdstuk gaan we tot slot in op de situatie in Noordwijk. Ook nu hanteren we eenzelfde indeling qua onderwerpen als in de vorige hoofdstukken: drugsdelicten, drugssubjecten, drugsnetwerken en een vergelijking met 2017. Zoals uit de algemene beschrijving van de gehele regio blijkt, is het aantal geregistreerde drugsdelicten en drugssubjecten in Noordwijk beperkt. Om die reden volstaan we met een globale beschrijving van de gegevens en presenteren geen resultaten uit subanalyses. Het hoofdstuk besluit met een overzicht van de belangrijkste bevindingen.
6.1 Geregistreerde drugsdelicten Er zijn in Noordwijk in 2020 27 drugsdelicten geregistreerd. Uit het kaartje hieronder blijkt dat het vooral in de buurten Noordwijkerhout, Dorpskern en Verspreide huizen Zuiden en Oosten gebeurt. Figuur 6.1: Drugsdelicten in de gemeente Noordwijk op buurtniveau, 2020 (n=27)
De door de politie geregistreerde drugsdelicten hebben in ruim de helft van de gevallen (56%) te maken met drugsbezit. Het aandeel registraties van vervaardigen van drugs is in Noordwijk hoger in vergelijking met dat van de regionale eenheid, namelijk 26 procent. Ongeveer een vijfde van de registraties (19%) heeft betrekking op drugshandel. Het merendeel van de drugsdelicten zijn op de openbare weg en in woningen geconstateerd, maar enkele hebben plaatsgevonden in (bedrijfs)gebouwen.
73
Tabel 6.1: Locatie drugsmisdrijf in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=27)
Locatie
n
%
Openbare weg
12
44%
Woning
6
22%
Bijzonder gebouw of terrein
3
11%
Bedrijfsterrein of -pand
2
7%
Parkeerplaats
2
7%
Horecabedrijf
0
0%
Autogarage of tankstation
0
0%
Winkel
0
0%
Park
1
4%
Andere locatie
1
4%
Totaal
27
100%
6.2 Geregistreerde drugssubjecten De politie heeft in Noordwijk in 2020 29 drugssubjecten aangehouden. Daarvan komt de helft uit Noordwijk (zie tabel 6.2). Tabel 6.2: Woongemeente drugssubjecten in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=29)
Woongemeente
n
%
‘s-Gravenhage
1
3%
Anderlecht
1
3%
Haarlem
1
3%
Haarlemmermeer
1
3%
Lisse
3
10%
Noordwijk
15
52%
RNI
4
14%
Roosendaal
1
3%
Teylingen
2
7%
Totaal
29
100%
Drie drugssubjecten zijn vrouw. De gemiddelde leeftijd van de 29 drugssubjecten is 31,3 jaar oud. De drugssubjecten zijn tussen de 16 (jongste) en 80 (oudste) jaar oud. Een derde van de drugssubjecten is tussen de 20 en 30 jaar oud (zie tabel 6.3).
74
Tabel 6.3: Leeftijd van plegen drugsmisdrijf drugssubject in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=29)
Leeftijd
n
%
Jonger dan 20 jaar
5
17%
20 tot 30 jaar
10
34%
30 tot 40 jaar
8
28%
40 tot 50 jaar
3
10%
50 jaar of ouder
3
10%
Total
29
100%
Ongeveer twee derde heeft een Nederlandse achtergrond, terwijl drugssubjecten met een migratieachtergrond in de meeste gevallen een westerse migratieachtergrond hebben (zie tabel 6.4). Tabel 6.4: Achtergrond drugssubject in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=29)
Achtergrond
n
%
Nederlandse achtergrond
20
69%
Westerse achtergrond
8
28%
Niet-westerse achtergrond
1
3%
Total
29
100%
Deze groep drugssubjecten heeft relatief minder antecedenten dan de subjecten in Den Haag en Delft. Het gemiddeld aantal antecedenten van de groep is 4.6. Slechts enkelen hebben tien of meer antecedenten (zie tabel 6.5). Tabel 6.5: Antecedenten drugssubjecten in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=29)
Antecedenten
n
%
Minder dan 5
20
69%
5 tot 10
6
21%
10 tot 20
2
7%
20 tot 50
1
3%
50 of meer
0
0%
Totaal
29
100%
Als deze drugssubjecten delicten plegen gaat het om vermogensmisdrijven en in mindere mate geweldsmisdrijven en vernielingen/misdrijven tegen de openbare orde (tabel 6.6).
75
Tabel 6.6: Soorten antecedenten drugssubjecten in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=29)
Subjecten
Misdrijven
Gemiddelde
Soorten antecedenten
n
%
n
%
Vermogensmisdrijf
9
31%
30
23%
1
Vernielingen, misdrijven openbare orde en overige misdrijven
7
24%
21
16%
0,7
Geweldsmisdrijven
9
31%
23
17%
0,8
Seksuele misdrijven
1
3%
1
1%
0
Verkeersmisdrijven
10
34%
22
17%
0,8
Drugsmisdrijven
20
69%
31
23%
1,1
Wapenmisdrijven
4
14%
5
4%
0,2
Totaal
29
100%
133
100%
4,6
Hun criminele carrière is relatief kort, namelijk gemiddeld 65 maanden. Het grootste deel is korter dan een jaar actief, althans volgens de politieregistraties. Enkelen zijn langer dan tien jaar actief (zie tabel 6.7). Tabel 6.7: Lengte criminele carrière drugssubjecten in de gemeente Noordwijk, 2020 (n=23)
Lengte criminele carrière
n
%
Minder dan 1 jaar
10
43%
1 tot 5 jaar
3
13%
5 tot 10 jaar
5
22%
10 tot 20 jaar
3
13%
20 jaar of langer
2
9%
Totaal
23
100%
Over de verschillende typen drugssubjecten is vanwege de kleine aantallen weinig te zeggen, behalve dat er twee drugssubjecten als Criminele Local zijn aan te merken en twee als Rising Star. De overige 25 drugssubjecten hebben geen dadertypering.
6.3 Criminele netwerken Het netwerkschema in Noordwijk bevat in totaal 121 personen. Hiervan maken er 67 deel uit van de onderzoeksgroep. 53 In vergelijking met Den Haag en Delft is het netwerkschema van de gemeente Noordwijk kleinschalig (zie figuur 6.2). Vermoedelijk is dit het gevolg van de omvang van deze gemeente. Het merendeel van deze 67 subjecten is man (94%) en woont in de gemeente Noordwijk (43%), Teylingen (18%), Den Haag (9%) of Lisse (6%). De gemiddelde leeftijd van deze personen is 21,3 jaar, waarbij de leeftijden tussen de 16 53. Voor een toelichting op het netwerkschema zie paragraaf 4.3 (bladzijde 52).
76
en 47 jaar liggen. Ongeveer een vijfde van de subjecten (19%) is ouder dan 23 jaar, het gaat in dit netwerkschema dus voornamelijk om jongeren. Bijna de helft van de 67 personen (46%) heeft een dadertypering. Slechts één subject (1%) is aan te merken als Jonge Aanwas. Het gaat om een 17-jarige man, die in de gemeente Teylingen woont. Hij maakt deel uit van de jeugdgroep Rimini, waar in totaal 53 van de 121 subjecten aan gekoppeld zijn. In het netwerkschema (zie figuur 6.2) ligt deze jeugdgroep in het midden. Behalve Jonge Aanwas, zijn er vier subjecten die aan de doelgroep gekoppeld zijn en als Rising Star zijn getypeerd. In het netwerkschema zijn er in totaal 21 Rising Stars, bijna een derde van de subjecten (31%). Facilitators komen niet voor in het netwerkschema. Ongeveer de helft van de subjecten heeft een registratie in Summ-IT (51%). Tabel 6.8: Dadertypering subjecten in de gemeente Noordwijk (n=67)
Dadertypering
n
%
Criminele Locals
4
6%
Facilitators
0
0%
Harde Kern
3
4%
Jonge Aanwas
1
1%
Rising Star
21
31%
X
2
3%
Geen typering
36
54%
Totaal
67
100%
Het netwerkschema van de gemeente Noordwijk is kleinschalig: er zijn negen samenwerkingsverbanden54 te onderscheiden (een samenwerking van maximaal twee personen) en twee kleine netwerken. Deze twee kleine netwerken bestaan uit vier en zes personen. Het samenhangende netwerk bestaat uit 97 subjecten, waarvan er 43 tot de onderzoeksgroep behoren. Negentien subjecten die deel uitmaken van de onderzoeksgroep zijn door de politie gekoppeld aan een doelgroep. In Noordwijk zijn er volgens dit netwerkschema twee doelgroepen te onderscheiden: de jeugdgroep Rimini (n=8) en de jeugdgroep Lecce (n=11). De jeugdgroep Rimini heeft registraties van allerhande delicten, maar vermogensdelicten komen veruit het meest voor. Hoewel de jeugdgroep Lecce een aantal registraties heeft met betrekking tot drugs, is het merendeel van de registraties te kwalificeren als vermogensen geweldsdelicten. Beide jeugdgroepen worden derhalve niet als typisch drugsnetwerken aangemerkt.
54. De samenwerkingsverbanden zijn niet in figuur 6.2 gepresenteerd.
77
Figuur 6.2: Netwerkschema Noordwijk
Lecce Aan de jeugdgroep Lecce zijn negentien personen gekoppeld door de politie, waarvan er elf deel uitmaken van de onderzoeksgroep. Het gaat om elf mannen uit Noordwijk met een leeftijd tussen de 19 en 27 jaar. Ruim de helft van de leden (55%) zijn aan te merken als Rising Stars. Vier subjecten worden als Criminele Locals gezien, een als Harde Kern. Alle subjecten die door de politie gekoppeld zijn aan de Lecce-groep hebben een registratie in Summ-IT. In juni 2018 is de Lecce-groep in zicht gekomen doordat zij twee busjes van een school in het speciaal onderwijs in brand hadden gestoken 55. Er is toen een integrale-groepsaanpak ‘Taskforce Lecce’ opgetuigd. Door deze aandacht kwam ook drugsbezit en -handel van deze groep in beeld. Deze aanpak was ten tijde van de gesprekken niet meer actief 56. 55. Zie ook: Cel voor drugsdealers die overlast veroorzaakten rond Noordwijks plein - Omroep West (geraadpleegd 15-6-21) 56. Uit een evaluatie van de aanpak Boerenburg komen een tiental aanbevelingen naar voren waarbij voor vier adviezen nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd. Ten eerste adviseren ze een goede overdracht van Straatcontact aan de nieuwe jongerenwerkers. Ten tweede een goede inwerkperiode van de nieuwe partner ‘jongerenwerk’.
Als derde de continuïteit van de inzet van Jeugdboa’s na 2019 en tot slot moet er na het opheffen van de Boerenburg Taskforce een interne stuurgroep worden gevormd.
78
De jeugdgroep Lecce typeert de politie op dit moment niet meer als Jonge Aanwas. ‘Ze zijn verder dan dat, dit is inmiddels next level’. Het strafrechtelijke proces heeft lang geduurd, wat de politie frustreert. Zo vertelt een respondent van de politie:
‘Sinds kort is er pas een definitieve terugkoppeling van de brand gekomen. De strafzaak moet nog plaatsvinden, maar het incident is ondertussen al drie jaar geleden. Daar balen we van. Want ja, een van deze jongens die we niet meer monitoren omdat het goed gaat, raakt op het rechte pad. Hij heeft een goede baan. Maar ja, die gaat nu op zitting komen. Wat gaat er dan gebeuren? Zaken blijven bij het OM lang op de plank liggen en dan wordt het gevolg van het gedrag niet op het juiste moment gevoeld.’ Er zijn geen signalen dat er jongeren rondom deze groep hangen, aldus de respondenten. Dit lijkt overeen te komen met het netwerkschema, al zijn er enkele subjecten verbonden met het subject dat als Harde Kern wordt getypeerd. De Lecce-groep is momenteel in veel mindere mate overlastgevend aanwezig, maar er is wel een vermoeden dat er een ‘klein oorlogje’ op handen is. Een van de jongens uit de groep is namelijk recent met een boksbeugel geslagen. Hiernaast hebben respondenten het vermoeden dat ze nog steeds handelen in verdovende middelen – hetgeen ook uit de netwerkbeschrijving (gebaseerd op politieregistraties) blijkt.
Relatie tussen steden De Noordwijkse en Sassenheimse jeugd hebben in het netwerk verbanden met elkaar. Dat kan komen omdat zij allemaal naar het KTS 57 (Teylingen College) gaan, zo geven respondenten aan. Daar zouden zij vervolgens ook in de buurt samen dealen. Respondenten geven aan dat de jeugd uit Noordwijk naar een school in Katwijk of Teylingen gaat en daar hun netwerk opbouwen. Zij komen ook wel eens jongeren uit de Lecce-groep tegen in de auto met jongeren uit Sassenheim. Een respondent vertelt daarover:
‘Het zijn allemaal subjecten, direct of zijdelings in drugscriminaliteit betrokken. Als je hen samen ziet, dan is dat niet zonder reden. Waarom zouden ze anders bij elkaar zitten? Hij met hem?’ Verder zien respondenten ook banden met Den Haag vanuit Noordwijk. Dat gaat grotendeels via jongeren met een migratieachtergrond. Zo is er een Turkse kapper in Den Haag waar deze jongeren uit Noordwijk naar toe gaan en daar is een zaak waar ze dan ook direct wat eten. Deze jongeren komen niet direct overlastgevend op straat in beeld, maar wel ’s nachts in een auto waarin ze dan lachgas gebruiken of blowen. Daar blijft troep liggen van McDonalds, ampullen of ballonnen van het lachgasgebruik. Bewoners ondervinden daar overlast van en melden dat. In het netwerkschema is er een link tussen de twee groepen, al lijkt dit ‘slechts’ via twee subjecten te lopen. 57. Home - Teylingen College - KTS (teylingen-college.nl)
79
Criminele families Er zijn vier criminele families in Noordwijk waarvan er in ieder geval één aan de orde komt in het netwerk. Vanuit de systeemkennis lijken dit geen ‘grote’ criminelen omdat de meeste antecedenten meer dan vijf jaar geleden zijn, maar de politie denkt dat ze onder de radar nog steeds opereren. In het netwerk komen twee broers uit een criminele familie naar boven met betrekking tot een woninginbraak en het vervaardigen van softdrugs. Deze jongens zijn niet structureel in beeld bij de politie, maar ze zijn wel bekend en het vermoeden is dat ze onder de radar wel bezig zijn met criminele activiteiten. Of deze familie in beeld is bij jeugdzorg is onbekend. De politie beschrijft deze twee jongens als echte Jonge Aanwas. Zij zijn altijd opgegroeid in het middelpunt van criminaliteit en kunnen straks het ‘familiebedrijf’ overnemen. Een van de jongens was in 2012 al in beeld bij de politie, maar als er geen concrete vermoedens meer zijn van criminaliteit moeten ze losgelaten worden. Er is namelijk te weinig documentatie om op te schalen.
6.4 Vergelijking met 2017 In Noordwijk werden in 2017 34 drugsdelicten geregistreerd: dit zijn er zeven meer dan in 2020. Vooral in de buurt Dorpskern zijn er in 2020 minder drugsdelicten geregistreerd ten opzichte van 2017 58. Een andere buurt waar een daling van het aandeel drugsdelicten zichtbaar is, is Noordwijkerhout. In de buurt Villawijk-Zuid is juist sprake van een stijging van het aandeel drugsdelicten in de periode van 2017 tot en met 2020. Van 41 personen is bekend dat zij in 2017 een drugsdelict in Noordwijk hebben gepleegd, dit zijn 11 subjecten meer dan in 2020. De gemiddelde leeftijd van de drugssubjecten is 31,8 jaar, dit komt overeen met de gemiddelde leeftijd van de drugssubjecten in het onderzoeksjaar (31,3 jaar). Het aandeel drugssubjecten dat ten tijde van het drugsdelict jonger dan 20 jaar zijn, is in beide jaren ongeveer een vijfde. Ongeveer de helft van deze drugssubjecten woont daadwerkelijk in Noordwijk zelf, waarbij in de periode van 2017 tot en met 2020 sprake is van een lichte stijging (6%-punt).
6.5 Resumé De politie heeft in Noordwijk in 2020 27 drugsdelicten geregistreerd. De buurten Noordwijkerhout, Dorpskern en Verspreide huizen Zuiden en Oosten komen in beeld bij de drugsdelicten. De locaties zijn meestal de openbare weg en woningen. Er zijn in dat jaar 29 drugssubjecten geregistreerd. Ze zijn gemiddeld iets ouder dan 31 jaar. Ze hebben van de drie onderzoeksgemeenten gemiddeld het minste aantal antecedenten (4,6) en de kortste criminele carrière (65 maanden). De helft van hen woont in Noordwijk. Een enkel drugssubject is als Criminele Local of Rising Star aan te merken. Er kunnen twee netwerken worden onderscheiden: de jeugdgroep Rimini en de Lecce-groep. De rol van Jonge Aanwas en/of Rising Stars in deze groeperingen is – volgens 58. 13 (38,2%) in 2017, 5 in 2020 (18,5%).
80
politieregistraties – beperkt: Rimini telt één subject dat als Jonge Aanwas is gecategoriseerd, de Lecce-groep nul. Het aantal Rising Stars is voor Lecce zes, en voor de jeugdgroep Rimini vier. In vergelijking met 2020 zijn er in 2017 meer drugsdelicten en -subjecten geregistreerd.
81
7
Betrokken raken bij georganiseerde drugscriminaliteit
In dit hoofdstuk bespreken we hoe jongeren de in de regionale eenheid Den Haag in de (georganiseerde) drugscriminaliteit terechtkomen. We gaan na of de wijzen waarop jongeren hierbij betrokken raken vergelijkbaar zijn met de patronen die we uit literatuur hebben gedestilleerd (zie hoofdstuk 2). We maken hierbij gebruik van de kennis uit de zes groepsgesprekken met professionals (vanuit de wijk en van de politie) in Delft, Den Haag en Noordwijk. In 7.1 bespreken we de geleidelijke instroom via sociale netwerken en in 7.2 actieve rekrutering. In 7.3 staat de instoom via familiebanden centraal. We sluiten het hoofdstuk af met opvallende verschillen tussen de drie gemeenten in 7.4 en een resumé in 7.5.
7.1 Geleidelijke instroom via sociale netwerken Deelnemers aan de groepsgesprekken in Delft, Den Haag en Noordwijk zijn in overeenstemming: instroom in de drugscriminaliteit door jongeren vindt veelal geleidelijk, via sociale netwerken plaats 59. Doelgerichte werving/rekrutering (waarover later meer) blijkt beduidend minder plaats te vinden. In de groepsgesprekken worden vooral voorbeelden aan de orde gesteld waarin een instroom via vrienden en bekenden centraal staat. Respondenten van de groepsgesprekken beschrijven dat jongeren elkaar onderling wijzen op de voordelen van een baantje in de drugs en hen hierbij betrekken (en onderwijzen). Dat gebeurt op straat, maar ook op school en via social media. De aantrekkingskracht zit in aanzien, status en geld. De volgende twee citaten illustreren hoe een instroom in de drugscriminaliteit via sociale netwerken op school, in de buurt en via sociale media plaatsvindt:
‘Instroom gebeurt via vrienden. Er hoeft er maar eentje in zitten en die kan op zijn maatje inpraten ‘als je geïnteresseerd bent dan kan ik je helpen aan een baantje’. ‘Jongeren komen elkaar op school tegen. Een is aan het verkopen. Dan is het makkelijk om te zeggen: joh ga ff voor mij verkopen in dat dorp. Je ziet groepen elkaar navolgen. Twintig jaar geleden werkte ik in Noordwijkerhout en hij komt jongeren tegen die al 26 jaar in dat wereldje zitten en hij ziet dan ook de broertjes. Soort cirkel die je moet proberen te verbreken en dat is heel moeilijk. Ook via internet. Als hij wel eens op Facebook kijkt kan hij zo via
59. Zo blijkt uit de beantwoording van de Mentimeter vraag: Op wat voor manier raakt Jonge Aanwas in jouw inschatting in de gemeente X met name bij drugscriminaliteit betrokken? Van de 37 antwoorden van respondenten uit Delft, Noordwijk en Den Haag betreffen er 23 ‘geleidelijke instroom via bestaande sociale netwerken’.
82
vrienden de connecties leggen. Social media speelt een rol. Gaat via locaties en ook via social media kunnen contacten gelegd worden.’ Het gaat overigens verder dan elkaar alleen attenderen op de mogelijkheden en kansen om geld te verdienen met drugscriminaliteit. Meerdere respondenten benoemen dat er ook sprake is van groepsdruk. Dat bijvoorbeeld het wegbrengen van een pakketje ervoor zorgt dat je er (nog) bij hoort bij jouw vrienden. Zoals een respondent treffend verwoordt:
‘Het zit meer overal in verweven. Het lijkt alsof je het eerder op bepaalde plekken terug kan vinden en nu gebeurt het ook op school en jongeren vinden elkaar makkelijker op social media. Je moet er nu ook aan meedoen om er bij te horen en je kan het moeilijk negeren want dan val je buiten de boot. Dus het is dan ook moeilijker te negeren. Dan worden ze afgekeurd door hun vrienden. Sommige jongens hier hebben vier telefoons bij zich en soms zijn de 13 of 14 en dan zitten ze er zo al in.’ Verschillende respondenten beschrijven een proces waarin jongeren met kleinere klusjes – die soms (nog) niet druggerelateerd zijn – beginnen, om een positie binnen een (drugs)netwerk te kunnen krijgen. Je moet aantonen dat je loyaal bent, waarna je steeds ‘grotere’ klussen krijgt. Deze groei vindt niet alleen plaats, omdat hier binnen het netwerk druk op uitgeoefend wordt, maar ook doordat er bij jongeren steeds meer behoefte aan meer of sneller geld ontstaat. Een respondent merkt op dat het rekruteren van nieuwe jongeren mogelijk ook een van de doorgroeiklussen kan zijn. De volgende citaten zijn een goede illustratie van een ‘kleine’ Start in de drugscriminaliteit:
‘Ze krijgen opdrachten, maar ze doen ook dingen om gezien te worden want ze willen er bij horen. Zo’n opdracht kan drugs rondrijden zijn, een straatroof doen om geld te krijgen. En dan steeds verder. Ze beginnen vaak niet alleen, maar met twee of drie beginnen ze delicten te plegen die groepsdynamiek is dan heel belangrijk.’ ‘Loyaliteit wordt belangrijk gemaakt. Als de jongeren aansluiten wordt loyaliteit belangrijk gemaakt. Als je hoog staat in de hiërarchie zeggen ze laat maar zien hoe loyaal je bent (doen wat ze gevraagd wordt, bijvoorbeeld envelopjes verkopen of transporteur zijn, basisdingetjes om onderdeel uit te maken de organisatie).’ Drugsgebruik als start van een proces richting drugscriminaliteit wordt door verschillende respondenten aan de orde gesteld. Zij geven aan dat je als jongere deze drugs al op een ‘illegale wijze’ moet verkrijgen, waardoor de eerste contacten met drugscriminelen gelegd zijn. Maar ook de hoge kosten van drugsgebruik, zeker als er ook sprake is van een verslaving.
83
Een treffend citaat:
‘Als je rond je 12e aan drugs begint moet je er illegaal aan komen. En dan zit je al in dat circuit en als je dan begint dan is ook wel de ervaring dat je niet stopt met je blowtje. En zij komen dan al tussen die groep van 16 tot 18 jaar die dealen en gebruiken. Verslaving speelt een rol. Dat was ook zo bij persoon X. Hij heeft alle criminogene factoren en als je jongeren bij hem ziet dan is dat geen goed teken. Het is duur om middelen te gebruiken en we zien dat de dealers een status hebben dus dat lokt ook. Het lijkt of die twee factoren een rol spelen in het gebruik naar dealerschap en dat is heel erg aan het toenemen.’ Met name in Den Haag en Delft blijkt het instromen in (drugs)criminaliteit ook via jeugdgroepen plaats te vinden. Bijvoorbeeld door de aantrekkingskracht van Ancona, een drillrapgroep uit Den Haag. 60 De kleding, het imago en de filmpjes op YouTube spreken met name jonge jongens aan. Zij willen een dergelijk aanzien ook. Door het behalen van punten voor verschillende criminele (gewelds)delicten kunnen zij instromen en doorgroeien bij een dergelijke rapgroep. 61
‘Nee, instroom gaat via school. Het Flexcollege vangt heel veel leerlingen vanuit Laak en Hoefkade en Centrum op en die hebben ze daar op school zitten. En toeval wil dat daar allemaal jongetjes die iets hebben en kwetsbaar zijn zitten. LVB of gedragsstoornis hebben in een bepaald spectrum komen bij elkaar in het Flexcollege en die willen ook wel ergens bij horen. En dan zit daar Ancona en zeggen ze, jij mag er ook bij en dan moet je via het puntensysteem wel even iemand neersteken want je bent niet zomaar lid, zo geeft de politie aan.’
7.2 Actieve rekrutering Hoewel een geleidelijke instroom volgens respondenten het meest in de casusgemeenten plaatsvindt, komt actieve rekrutering volgens hen ook voor. 62 Verschillende voorbeelden hiervan komen aan de orde tijdens de gesprekken. Zo geeft een respondent aan dat ze actieve rekrutering zag plaatsvinden op straat:
‘Er wordt wel veel gelobbyd. Als je niet de ondersteuning krijgt vanuit huis dan ga je sneller mee met zo’n ronselaar. Die jongens lopen op straat te ronselen. Toen ik bij de reclassering werkte zat ik wel eens op een bankje en dan zag ik het gebeuren. De oudere jongens die ze aansturen. Series, social media,
60. Waarbij de politie vermoedens heeft van betrokkenheid bij drugshandel. 61. Er zijn in totaal ook negen registraties van drugsmisdrijven, waarvan twee in 2020. 62. Zo blijkt uit de beantwoording van de Mentimeter vraag: Op wat voor manier raakt Jonge Aanwas in jouw inschatting in de gemeente X met name bij drugscriminaliteit betrokken? Van de 37 antwoorden van respondenten uit Delft, Noordwijk en Den Haag betreffen er 7 ‘geleidelijke instroom via actieve rekrutering vanuit criminele verbanden’.
84
het wordt verheerlijkt en dat willen die jongens ook. En de sociale controle speelt heel erg mee. Die is veel minder, in Den Haag weet je soms niet wie je nieuwe buurvrouw is. Als je uit het dorp komt dan kent iemand jou. En in Den Haag denk je, ik ga jou niet aanspreken want straks krijg ik een stomp op mijn neus. De ronselaars zijn 18 bijvoorbeeld en soms zie je een omkeerpunt rond de 20 dat ze denken, laat ik wat van mijn leven gaan maken. De ronselaars zijn de jongvolwassenen en die hangen tussen de 17 en 23 en dan heb je een groep jongens die de nieuwe jonge jongens naar die groep toebrengt.’ En meerdere respondenten geven aan dat er actieve rekrutering plaatsvindt van jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB). Jongeren worden ‘doelbewust gescreend’ op hun beperking en worden vervolgens ingezet om klusjes te doen, bijvoorbeeld in de Schilderswijk. Het rekruteren van jongeren met een LVB gebeurt echter niet alleen op straat. Maar ook specifiek bij een instelling waar veel jongeren met een LVB woonachtig zijn. Eerder kwam al naar voren dat drugsgebruik een eerste stap kan zijn richting een rol in de drugscriminaliteit. In één groepsgesprek komt aan de orde dat het afhankelijk maken van drugs een actieve wervingsstrategie kan zijn van rekruteerders:
‘Dealers komen vanuit Den Haag deze kant (Delft) op. Dealers geven eerst gratis drugs. Dan worden jongeren afhankelijk.’ ‘Ik hoor dat het meer richting criminele uitbuiting gaat. Eén keer ‘ja’ zeggen en er dan niet meer uit kunnen. We horen ook dat die jongeren echt onder druk worden gezet waardoor ze steeds een stap verder moeten. Hoe haal je ze er dan uit? Vaak ook gekoppeld aan schulden. Schulden worden soms ook gecreëerd om ze er zo in te krijgen.’ Uit bovenstaand citaat komt ook naar voren dat er interlokale processen plaatsvinden als het gaat om het werven van jongeren voor drugscriminaliteit. De invloed van drugscriminelen die van buiten de gemeente komen springt in het oog zowel tijdens de groepsgesprekken als uit de cijfermatige gegevens. Zo benoemen Delftse politiemensen in het interview dat het lijkt alsof het zwaartepunt van de Delftse netwerken eigenlijk niet in Delft ligt maar in Den Haag, Rotterdam of Zoetermeer. En cijfermatig zien we dat in Den Haag 34 procent van de drugsfeiten gepleegd wordt door iemand die buiten Den Haag woont en in Delft en Noordwijk betreft dit respectievelijk zelfs 44 en 48 procent (zoals reeds beschreven in de hoofdstukken 4, 5 en 6). Ook stellen enkele respondenten dat plaatselijke bedrijven en ondernemers in Delft deel uitmaken van het actieve rekruteringsproces van jongeren.
Zo stellen zij dat de horeca, bezorgbranches, avondwinkels, vastgoed, autobedrijven en kapperszaken kwetsbare branches zijn en dat ze ook jonge mensen zien die op die manier betrokken raken bij drugscriminaliteit. Zie onderstaande casusbeschrijving.
85
Casus Er is in Delft een cafetaria met een criminele eigenaar die ook wel eens gezien is met iemand van No Surrender. Hij is de eigenaar van de cafetaria, maar op papier is zijn vrouw de eigenaar. Ook de zoons van deze man zitten in de drugs, die zitten er misschien nog wel verder in dan hun vader. We zien verschillende jongeren in de buurt die in zijn winkel werken en die voor hem bezorgen. Zo ook een jongen van veertien die laatst aangehouden werd. Daar maakte ik me wel zorgen over, want wij vroegen ons af, hoe komt die jongen nou bij hem terecht? Hij woont een stuk verder van de cafetaria vandaan en meestal zie je dat jongeren een bijbaantje nemen in de buurt. Wij maakte ons ook zorgen over het gedrag dat hij vertoonde tegen mijn collega’s. Een jongen van 19 gaat nu die zaak overnemen, hij heeft een aantal antecedenten en komt uit Dordrecht.
Eveneens in Delft komt aan de orde dat een motorclub aantrekkingskracht uitoefent op Delftse jongeren. Een prominent clublid zou woonachtig zijn in Delft en een jongere uit een bekende Delftse jeugdgroep zou zijn chauffeur zijn. Hij zou er weer via een andere jongere bij betrokken zijn geraakt. Zo worden door professionals ook zorgen geuit over banden van Delft met de Mocro Maffia, de Haagse Crips en de Brabantse onderwereld. Tot slot stellen enkele respondenten dat er meestal geen sprake is van een geleidelijke instroom via sociale netwerken (besproken in 4.1) óf actieve rekrutering (besproken in 4.2), maar een mengvorm. Deze respondenten geven aan dat het rekruteren via bestaande netwerken het ‘gemakkelijkste’ werkt. Maar dat daarbij wel doelbewust wordt gewerkt. Dat de ‘wervers’ wel slim genoeg zijn om te weten welke jongeren ze mogelijk kunnen werven voor een (beginnend) rol(letje) in de drugscriminaliteit. Zoals een respondent verwoordt:
‘Ik twijfel tussen actieve rekrutering omdat die plaats vindt in netwerken die ze al kennen. Beide gebeurt, jongens die slim genoeg zijn om te weten wat ze bij welke jongen moeten doen.’
7.3 Familie Een derde wijze van instroom in de drugscriminaliteit die uit de groepsgesprekken naar voren komt is de geleidelijke instroom via een criminele familie. Deze wijze van instroom vindt volgens respondenten beduidend minder plaats dan een geleidelijke instroom via sociale netwerken en iets minder vaak dan een instroom via actieve rekrutering 63. Respondenten geven aan dat het bij instroom via familiebanden om ouders gaat die zelf actief zijn in de criminaliteit en soms om broer(s). De beïnvloeding binnen families blijkt zeer groot te zijn. Vader of oudere broers worden door jonge jongens als voorbeeld
63. Dat blijkt uit de beantwoording van de Mentimeter vraag: Op wat voor manier raakt Jonge Aanwas in jouw inschatting in de gemeente X met name bij drugscriminaliteit betrokken? Van de 37 antwoorden van respondenten uit Delft, Noordwijk en Den Haag betreffen er 4 ‘geleidelijke instroom via een criminele familie’.
86
(rolmodel) gezien. Respondenten benoemen dat de kans op een normaal leven zeer beperkt is als de hele familie betrokken is bij de drugscriminaliteit. Zoals een respondent het verwoordt:
‘Als je uit een bepaalde familie komt ben je gedoemd om te mislukken. Als er broers zijn die al in de handel zitten.’ Een andere respondent vertelt het volgende over een ouder die fungeert als verkeerd rolmodel voor zijn zoon:
‘Als twee broeders van andere moeders staan te schieten op de hoek van de straat. Als jouw vader ziet dat jouw buurman heeft geschoten, dan gaat die hulzen rapen met zijn kind in de kinderwagen. Hoe gek is het dan dat je dat zelf ook gaat doen. Ook de ouders helpen mee. Ik kan niet zeggen dat we nu criminele activiteiten zien bij vader M. maar dit is nog geen twee jaar geleden. Die stond op de plaats delict hulzen te rapen omdat de buurman iemand had beschoten. De zoon van M. is weer vrienden met zoon van de buurman.’ Maar niet alleen ouders kunnen dienen als een verkeerd rolmodel. Er worden ook situaties beschreven waarin broers voor elkaar opkomen en elkaar het verkeerde milieu intrekken:
‘H. is net weer vrij, die had een tijd vastgezeten. We hebben kunnen bewijzen dat hij anderhalf jaar dealde en daar kwam een wederrechtelijk verkregen voordeel uit van anderhalve ton. Een afnemer had tegen hem verklaard. Wat er vervolgens gebeurde, was dat het jongere broertje van H., genaamd T. met een vuurwapen naar de verklarende afnemer ging. Op T. hadden we bijna nog geen zicht, dus die popte nu opeens op met een behoorlijke zaak om wat voor zijn broer te doen.’ Respondenten geven aan dat criminele families soms (bijna) een crimineel samenwerkingsverband op zich zijn, waarbij je als handhaver of hulpverlener richting een kind of jongere eigenlijk geen kans maakt. Verschillende respondenten stellen tijdens de groepssessies dat de aanpak van criminele families – alhoewel complex en zwaar – wel aandacht vraagt. Als onderdeel van het tegengaan van Jonge Aanwas in de drugscriminaliteit.
7.4 Opvallende verschillen tussen de drie gemeenten Het beeld dat over instroom van jongeren in de drugscriminaliteit naar voren komt vertoont overkoepelend weinig verschillen tussen de drie gemeenten die in dit onderzoek centraal staan: Den Haag, Delft en Noordwijk. In alle drie de gemeenten speelt een geleidelijke instroom via sociale netwerken volgens respondenten het meest, op grote afstand gevolgd door rekrutering en een instroom via familiebanden. Als we iets nader inzoomen dan komen er wel enkele verschillen naar voren. In tegenstelling tot in Noordwijk lijken jongeren in Delft en Den Haag kwetsbaar voor de invloed van bepaalde drillrap-groepen en motorclubs uit Den Haag.
87
En alleen in Delft is een instroomproces via het hebben van een (bij)baantje in de horeca, bezorgbranches, avondwinkels, vastgoed, autobedrijven en kapperszaken tijdens de groepsgesprekken ter sprake gekomen.
7.5 Resumé De groepsgesprekken en aanvullende interviews laten zien dat een instroom van jongeren in de drugscriminaliteit in de onderzoeksgemeenten verreweg het meest geleidelijk plaatsvindt, via bestaande sociale netwerken. Op straat, op school of via social media betrekken jongeren elkaar onderling in de drugscriminaliteit. Ook, maar aanmerkelijk minder, vindt actieve rekrutering vanuit criminele verbanden plaats. Bijvoorbeeld actieve ronselpraktijken op straat, het rekruteren van jongeren met een LVB bij een instelling, het rekruteren door dealers uit een andere gemeente. En specifiek in Delft: rekrutering via een motorclub of middels ondernemingen (zoals horeca en bezorgdiensten). En in Den Haag: via drillrapgroepen. En een laatste wijze om in de drugscriminaliteit terecht te komen – die volgens respondenten nog wat minder vaak voorkomt, maar wel plaatsvindt – is via een geleidelijke instroom via een criminele familie. Bovenstaand genoemde drie wijzen om in de drugscriminaliteit in te stromen komen volledig overeen met de instroomprocessen die we reeds in het literatuurhoofdstuk hebben beschreven. Het onderzoek heeft dus geen nieuwe – onverwachte – paden richting een carrière in de drugscriminaliteit aan het licht gebracht.
88
8 (Risico)factoren, drijfveren en signaalgedrag In dit hoofdstuk beschrijven we welke factoren bijdragen aan het betrokken raken van jongeren in de georganiseerde drugscriminaliteit, wat is de zogenaamde voedingsbodem hiervoor? Vervolgens gaan we in op de drijfveren van deze jongeren, wat trekt hen aan in de drugscriminaliteit? Hierna spreken we over signalen die de omgeving zou kunnen oppikken dat een jongere betrokken is geraakt in de drugscriminaliteit. Het hoofdstuk sluit af met eventuele verschillen tussen de onderzoeksgemeenten Den Haag, Delft en Noordwijk en de deelconclusie van dit hoofdstuk.
8.1 Voedingsbodem: risicofactoren In alle sessies is de voedingsbodem voor Jonge Aanwas in de drugscriminaliteit aan de orde gekomen. Daarmee wordt bedoeld de omstandigheden en factoren die eraan kunnen bijdragen dat een jongere actief wordt in de drugscriminaliteit. Volgens de deelnemers is er hierin niet een element of factor bepalend. Er is eerder sprake van een meervoudige voedingsbodem. De risicofactoren die deel uit kunnen maken van de voedingsbodem voor betrokkenheid bij de (georganiseerde) drugscriminaliteit kunnen onderverdeeld kunnen worden in individuele kenmerken (waarover meer in 8.1.1.), gezinskenmerken (8.1.2.), toekomstperspectief: school en werk (8.1.3) en de bredere omgeving: vrienden en straatcultuur (8.1.4).