RIS311712 Bijlage
Tekst van het document
2. BESTAAND BELEID ontwikkelingen waarbij (aangrenzende) openbare ruimte wordt vernieuwd en (her)ingericht. In veel gevallen wordt deze openbare ruimte na oplevering overgedragen aan de gemeente, die deze gaat beheren en onderhouden.
De kwaliteit van de openbare ruimte is gebaat bij nauwe onderlinge samenwerking en bij samenwerking met de HTM die bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte betrokken is. Naast de samenwerking met de HTM hecht de gemeente bij inrichtingsplannen waarde aan de afstemming met de buurt. Eén van de belangrijkste opgaven die in de nieuwe Kadernota wordt meegenomen, is om samen met bewoners, helder en transparant te kunnen afwegen welke functies, op welke plek kunnen worden gefaciliteerd. Daarbij worden vijf (maatschappelijke) doelen onderscheiden: • Gezondheid bevorderen; • Veiligheid bevorderen; • Bereikbaarheid garanderen; • Economische functie versterken; • Verblijf en ontmoeting stimuleren. In samenhang met deze vijf doelen blijven de kwaliteitsstandaarden van ‘Residentiekwaliteit' en ‘Hofstadkwaliteit’ het kader voor de gewenste inrichting, gebruik en beheer van de Haagse openbare ruimte. De handreiking participatie in de bijlage gaat in op de participatie met de buurt
2.8 Welstandsnota Welstandsnota (RIS297760) Om te bepalen of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, heeft de gemeente Den Haag welstandscriteria vastgesteld in de Welstandsnota Den Haag 2017. De gemeente hecht waarde aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Die kwaliteit staat beschreven in de Welstandsnota. Voor reclameuitingen is de Reclamenota van toepassing (RIS170855). Aangezien de welstandsnota voor de tramremise niet doeltreffend is, worden in deze NvU aanvullende beeldkwaliteitseisen
beschreven. De leidraad beeldkwaliteit die in dit document onder paragraaf 6 opgenomen is dient als toetsingscriteria voor Welstand. Bij de ontwikkeling van de tramremise wordt aandacht besteed aan de stedenbouwkundige, landschappelijke, en architectonische uitstraling.
2.9 Archeologie
In de ondergrond van de GAVI-kavel bevindt zich een prehistorisch duin, dat in de Nieuwe Steentijd (laat-neolithicum; ca. 3800 v.Chr.) bewoond is geweest door mensen van de zogenoemde “Vlaardingencultuur”. Ook zijn hier resten aangetroffen uit de IJzertijd (de laatste fase van de prehistorie, ca. 700 v.Chr.). Archeologische waarde en verwachting De GAVI-kavel is een van de negen ‘terreinen van hoge archeologische waarde’ op de Archeologische Waarden en Verwachtingenkaart (AWVK) van de gemeente Den Haag. In de ondergrond van de GAVI-kavel bevindt zich een duin, dat blijkens onderzoek van de gemeente Rijswijk in de Nieuwe Steentijd (Neolithicum; ca 3800 v.Chr) bewoond is geweest. Het gaat om resten van de zgn. Vlaardingen-cultuur. Ook zijn resten aangetroffen die uit de ijzertijd dateren (de laatste fase van de prehistorie, ca 700 – 0 v.Chr). Op bijgevoegde uitsnede van de AWVK is de ruimtelijke begrenzing van de vindplaats in rood aangegeven. De begrenzing en waarde zijn vastgesteld op basis van: 1/ de contouren van het duin in de ondergrond en 2/ het veldonderzoek (boringen en proefsleuven) dat in 2001 is verricht in opdracht van de gemeente Rijswijk. In het paraplubestemmingsplan Archeologie heeft het in rood aangegeven areaal de dubbelbestemming “Waarde Archeologie I”.
Dit betekent dat elke bodemingreep dieper dan 0,5 m vergunning plichtig is; in principe kan elke bodemingreep de informatiewaarde van de vindplaats aantasten. Voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkeling zal de informatie over
de nog niet onderzochte delen van het terrein moeten worden veiliggesteld en gedocumenteerd. Rondom het terrein van hoge archeologische waarde (rood) bevindt zich een zone van hoge archeologische verwachting “Waarde Archeologie II” (oranje). Hier liggen de lagere flanken van de duintop en de overgang naar het lagere en nattere gebied. In dit deel zijn ook archeologische sporen te verwachten die samenhangen met de bewoning op het duin. Archeologische eisen en onderzoeken conform bestemmingsplan/archeologiebeleid Het gemeentelijk beleid voor gebieden met een Archeologie – Waarde I (rood) is erop gericht de vindplaats in de bodem (in situ) te behouden. Indien behoud in situatie niet mogelijk is dan is de uiterste consequentie dat de vindplaats moet worden opgegraven. Voor ontwikkelingen in het gebied met hoge verwachting (oranje) die groter zijn dan 50 m2 en dieper dan 0,5 m -mv is vooronderzoek vereist, waarna het bevoegd gezag moet besluiten of ook hier een opgraving nodig is. Opgraving (inclusief uitwerking!) van een Steentijdvindplaats is zeer arbeids- en tijdsintensief en dus kostbaar. Een vlakdekkende (= totale) opgraving van het rode gebied, een terrein van ca 4 ha, loopt in de tonnen, zo niet in de miljoen(en) en duurt tenminste enkele maanden.
Het door de gemeente Rijswijk in 2001 op de GAVI-kavel uitgevoerde archeologische onderzoek, waarop de huidige archeologische waarde en verwachting mede is gebaseerd, is onvolledig en resulteert in een aantal witte vlekken en vragen over de vindplaats die het momenteel voor ons als bevoegd gezag lastig maken een goede inschatting te maken wat er aan archeologische resten verwacht kan worden en waar en hoe diep deze zich precies bevinden. Daarom is vooronderzoek noodzakelijk om het terrein beter ‘in de vingers’ te krijgen en een betere afweging te kunnen maken of en waar een tijdrovende en kostbare opgraving ook daadwerkelijk nodig is. Afgaande op de informatie dat bij de bouw van de tramremise de geldende vrijstellingseisen voor archeologisch onderzoek worden overschreden, moet rekening worden gehouden met het uitvoeren van de volgende opeenvolgende onderzoeken:
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
21
• •
•
•
Bureauonderzoek voor het vaststellen van de stand van zaken en het uitgangspunt van verder vooronderzoek. (Verkennend) booronderzoek in het plangebied tramremise (ca. 2 ha) om 1/ de geologie in kaart te brengen; en 2/ de archeologische verwachting c.q. waarde te toetsen en bij te stellen. Op basis van de resultaten: keuze van kansrijke zones binnen het terrein. (Karterend en waarderend) proefsleuvenonderzoek. Om vast te stellen of er in dit deel van de GAVI-kavel behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Vanwege de ontbrekende kennis over de uitkomsten van stap 2 is het op dit moment niet mogelijk hiervoor een kostenraming te geven Opgraving van (een deel van) het plangebied indien de bij het proefsleuvenonderzoek aangetroffen resten door de bouw worden bedreigd. Vanwege de ontbrekende kennis op een dergelijke vindplaats moet veel handmatig worden gewerkt (troffelen, zeven, bemonstering) omdat het om kwetsbare, fragmentarische en soms miniscule sporen gaat zoals vuursteen- en aardewerkfragmenten, haardplaatsen, dierlijk bot (o.a. vis), botanische resten, etc. over de uitkomsten van stap 3 is het op dit moment niet mogelijk hiervoor een kostenraming te geven. .
Geadviseerd wordt het bureau- en booronderzoek (stappen 1 en 2) in een vroeg stadium uit te voeren. De kosten van beide onderzoeken zijn te overzien en betalen zich terug doordat het informatie oplevert voor een meer gerichte en dus kosteneffectievere inzet in de eventueel daarop volgende onderzoekstappen. Zo kan bij het booronderzoek vastgesteld worden of de bodem in (delen van) de vindplaats verstoord is zodat er minder of geen archeologisch onderzoek nodig is, maar ook op welke diepte archeologische resten verwacht kunnen worden. Bovendien zijn de eerste stappen van noodzakelijk archeologisch onderzoek daarmee al uitgevoerd. Dit zijn vanuit de archeologie de formele randvoorwaarden bij de planvorming voor ontwikkeling op de GAVI-kavel waar in elk geval rekening mee moet worden gehouden.
22
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
2. BESTAAND BELEID Alternatieve mogelijkheid met het oog op toekomstige ontwikkeling van de hele GAVI-kavel zou in samenspraak tussen gemeente, ontwikkelaar en bevoegd gezag een traject kunnen worden ontworpen waarbij de inzet is om het archeologisch onderzoek uit te voeren voor de hele vindplaats en niet alleen voor het deel waar de tramremise gepland is. Ook vanuit archeologisch belang heeft het de voorkeur de vindplaats als één geheel te onderzoeken. Het voordeel van zo’n geïntegreerd traject is ook dat het de initiatiefnemer en archeologen meer en betrouwbare gegevens oplevert die enerzijds van belang zijn om de archeologische strategie voor de bouw van de remise te bepalen en anderzijds voor de gemeente van belang zijn bij het maken van keuzes voor de inrichting van het overige deel van terrein (bouwwerken zoveel mogelijk daar plannen waar geen archeologie zit).
Ook vanuit het oogpunt van effectieve inzet van tijd en middelen is dat positief voor zowel HTM als de gemeente. Voorwaarde voor zo’n scenario is dat er in alle fasen een goede afstemming en samenwerking plaatsvindt tussen gemeente, initiatiefnemer/ ontwikkelaar, bevoegd gezag en uitvoerende archeologische partij. Voor gecombineerd onderzoek naar de hele vindplaats is vooronderzoek nodig dat bestaat uit de volgende drie opeenvolgende stappen: Bureauonderzoek voor het vaststellen van de stand van zaken (historische en recente informatie), als basis voor het verdere onderzoek. Verkennend booronderzoek op het gehele terrein (rode en oranje deel, ca 8 ha) om 1/ de geologie en de top van het duin goed in kaart te brengen; en 2/ de lagere delen rondom het duin (i.v.m. mogelijkheid van ijzertijdbewoning op het veen). Op basis van de resultaten: keuze van kansrijke zones binnen het terrein.
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
23
Op basis van resultaten van stap 2: keuze van kansrijke zones binnen het terrein; deze verder onderzoeken door ofwel verdichtend booronderzoek of proefsleuvenonderzoek. Vaststellen of er behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Vanwege de ontbrekende kennis over de uitkomsten van stap 2 is het op dit moment niet mogelijk hiervoor een kostenraming te geven. Voorgesteld wordt zo vroeg mogelijk te investeren in het uitvoeren van stappen 1 en 2 (bureau- en booronderzoek). Na het afronden van onderzoekstappen 1 en 2 kan een vervolgstrategie voor stap 3 worden opgesteld. Tegen die tijd is waarschijnlijk meer bekend over de tramremise en de gemeentelijke status van de GAVI-kavel. Wanneer na het uitvoeren van stap 3 blijkt dat er sprake is van behoudenswaardige archeologische resten en deze bij ontwikkelingen niet behouden kunnen worden, dan moeten deze worden opgegraven. Deze stap is geen onderdeel van een gezamenlijk traject (maar stap 4 in het advies conform bestemmingsplan zoals hierboven aangegeven). N.B.: de genoemde bedragen betreffen een raming waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Advies archeologisch onderzoek Een bureau- en booronderzoek is reeds uitgevoerd. Op basis daarvan is de locatie en diepte van het aanwezige duin, waarop de neolithische vindplaats kan zijn gelegen, in kaart gebracht.
Tot een hoogte van 4 m -NAP kan deze vindplaats op het duin aanwezig zijn. Op onderstaande afbeelding is de diepteligging van het duin aangegeven, met de delen van 4 m -NAP en hoger zwart gearceerd. (NB: de blauwe contour is de inmiddels achterhaalde locatie van de tramremise ten tijde van het onderzoek). Het duin is bedekt geraakt door veen waar in de ijzertijd op gewoond kan zijn maar sporen daarvan ontbraken. Het vervolgonderzoek richt zich daarom alleen op de neolitische vindplaats.
24
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
Op basis van deze bevindingen heeft het bevoegd gezag besloten dat voor toekomstige grondroeringen vervolgonderzoek nodig is in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Daarbij kan worden vastgesteld waar in het geselecteerde gebied een vindplaats aanwezig is, wat de aard en omvang daarvan is en of deze behoudenswaardig is. In het overige, niet met zwarte arcering aangegeven deel, is verder onderzoek niet nodig. Vanwege efficiëntie en kosten wordt geadviseerd het proefsleuvenonderzoek in één keer voor het gehele gearceerde gebied uit te voeren. Wanneer het proefsleuvenonderzoek uitwijst dat er sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats, die door de plannen voor ontwikkeling wordt bedreigd en planaanpassing (behoud in situ) niet mogelijk is, moet deze worden opgegraven (behoud ex situ). Dit wordt ook als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan een kostenraming voor een opgraving worden gemaakt.
2.10 Externe/omgevingsveiligheid
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on) mogelijkheden. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit en het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een risicobron. < Afhankelijk van het programma > wordt wel/niet aangemerkt als kwetsbare objecten. Er is sprake van buisleidingen in de omgeving. Bij een uitgebreide Wabo-procedure of een nieuw bestemmingsplan moet het groepsrisico worden berekend en verantwoord. Dit
geldt overigens alleen als de nieuwe ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van de buisleiding liggen. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning, op grond waarvan een kwetsbaar object wordt toegelaten of op basis waarvan een risicovolle activiteit wordt mogelijk gemaakt, moet rekening worden gehouden met de wettelijk voorgeschreven grenswaarden.
2.11 Ondergrond (kabels en leidingen)
Er zullen ingrepen in de bodem plaatsvinden, waardoor er een onderzoek naar kabels en leidingen noodzakelijk is. In dit geval dient een Klic-melding te worden gedaan, om de mogelijke aanwezigheid van kabels en leidingen te inventariseren.
2.12 Milieueffectrapportage
Afhankelijk van de omvang en de samenhang van projecten binnen een gebied zal een project MER moeten worden opgesteld. Voor de voorgenomen ontwikkeling van het remiseterrein dient initiatiefnemer met een m.e.r.beoordelingsnotitie te motiveren of de ontwikkeling m.e.r.plichtig is. In de m.e.r.-beoordelingsnotitie wordt op basis van de drempelwaarden en het samenhangcriterium gemotiveerd of de ontwikkeling al dan niet leidt tot ‘belangrijke negatieve effecten op het milieu’. Op basis van de m.e.r.-beoordelingsnotitie wordt besloten of voor de ontwikkeling een project MER dient te worden opgesteld. Het is belangrijk om hier in de planning rekening mee te houden omdat het niet onaannemelijk is dat de m.e.r.-beoordeling leidt tot een projectMER.
2. BESTAAND BELEID
A12
Guldenp
ad
Guld
enla
an
Ted i
Plas van Reef
nge
Go
ow
et
er in
g
A4
rbr
oek
se rg eg u b w en ns Yp atio st
pla
s
TNO locatie
an
la
e
gs
r bu
s bo
n
e Yp
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
25
3.1 Positie in de stad
De GAVI-kavel is centraal gelegen in de regio en de strategische reservelocatie van Den Haag. Het gebied wordt door de snelweg A4/Haaglanden, het Prins Clausplein, de TNOlocatie en de Plas van Reef omsloten. Aan de overzijde van de locatie ligt het ADO stadion en bedrijventerrein Forepark. De locatie zelf maakt onderdeel uit van de Tedingerbroekpolder en vormt het sluitstuk van de Vinex wijk Ypenburg. Door de groei van Den Haag en de verstedelijking in de regio is er vraag naar ruimte en een kwalitatieve invulling van deze schaarse ruimte. Als eigenaar van de grond stelt Den Haag hoge eisen aan de ontwikkeling op de GAVI-kavel en de tramremise. De GAVI-kavel en de omgeving dienen ertoe om maatschappelijke opgaven op te lossen. De prioritaire programma’s werken, wonen en bijbehorende (recreatieve) voorzieningen worden in de toekomst vertaald in ontwikkelingen. In dit gemengd stedelijk gebied past hierbij ook de functie van de tramremise, mits deze goede buur bijdraagt aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van de omgeving.
3.2 Historie (ontwikkelingsgeschiedenis) Het blauwe verleden De huidige waterrijke omgeving van de GAVI is het resultaat van een historisch proces van ontginning, ontvening, droogmalen en zandwinning. Het plangebied en zijn omgeving was moerassig en venig en is vanaf de 12e eeuw ontgonnen door graven van sloten. De Tedingerbroekpolder waarin de GAVI ligt, is aan het einde van de middeleeuwen door turfwinning ontstaan en in de tweede helft van de 19e eeuw drooggelegd. De historische structuur van vóór de drooglegging is in het huidige landschap onder meer te vinden in de Tedingerbroekplas en in de Plas van Reef. De Goowetering is een resultaat van de drooglegging en speelt een belangrijke rol in de waterhuishouding van Ypenburg. De Molensloot, die dwars door de huidige GAVI-kavel voor de afvoer zorgde naar de Vliet is sinds enkele jaren uit het landschap verdwenen.
26
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
3. LOCATIEBESCHRIJVING
Bron: Historische kaart Van der Noordaa
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
27
1850
2005
Bron: Topotijdreis
28
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
1960
2019
Van geprezen infrastructuur tot barrière De geschiedenis van deze omgeving is gekoppeld aan de trotse bouw van infrastructuur. De spoorlijn tussen Gouda en Den Haag werd in 1870 diagonaal door de bestaande structuur van watergangen in de polder heen gelegd. De A12, eerste snelweg van Nederland is hiermee parallel gebouwd en is in 1937 vrijgegeven voor het verkeer. De A4 is dwars door de polder gelegd, parallel met de weteringen. De uitvoering tussen het Ypenburgse knooppunt en knooppunt Leidschendam werd pas in 1955 afgerond vanwege de oorlog. Het huidige knooppunt Prins Clausplein kreeg in de periode tussen 1975 en 1985 zijn huidige vorm. Het verkeersknooppunt Prins Clausplein en omliggend landschap is sinds oplevering bron van interesse voor landschapsarchitecten en kunstenaars. Architectuurcriticus Max van Rooy benoemde het als ‘het meest glorieuze verkeersknooppunt van Nederland’. Neemt niet weg dat de glorieuze knoop en de door RWS beoogde inbreiding van de snelweg tot verdere fragmentatie van het landschap leidt. De Vinexwijk van Den Haag is uit de kinderschoenen Stedelijke ontwikkeling vindt vanaf de 1970er jaren plaats rondom het knooppunt Prins Clausplein. Omstreeks 1970 werd aan de noordwestzijde het sportpark met ijsbaan en tennisvelden aangelegd. Het industriegebied Forepark, ten noordoosten van het knooppunt, is pas in de jaren ‘90 ontstaan.
Het vliegveld Ypenburg werd in 1991 opgegeven en de aanleg van de Vinex wijk Ypenburg ging van start. In 2002 kwam de GAVI-kavel door de provincie voorgeschreven gemeentelijke herindeling bij Den Haag. De locatie is in het verleden aangemerkt als locatie ten behoeve van de geïntegreerde afvalverzamelings installatie. Vandaar de naam GAVI. Het stadsdeel Leidschenveen Ypenburg is inmiddels twee decennia oud. De wijk is volwassen en de eerste Ypenburgse kinderen het huis uit. De komende tijd wordt verder verdicht in Ypenburg, dit vraagt om een goede afweging ten aanzien van programma’s. De deels concurrerende ruimteclaims vragen om een gebiedsstrategie die uitgewerkt zal moeten worden.
3. LOCATIEBESCHRIJVING 3.3 Actuele en toekomstige ontwikkelingen De tramremise kent de volgende raakvlakprojecten:
A4Haaglanden-N14 RWS Actueel bereid Rijkswaterstaat het Tracé Besluit voor de A4Haaglanden voor. De verbreding van de snelweg staat gepland voor 2026. Een van de meekoppelkansen in dit gebied vormt het langzaam verkeerswegennet dat ter hoogte van TNO gecompleteerd wordt. Ten behoeve van de realisatie van de in- en uitbreiding van de A4Haaglanden – N14 worden de ondergrondse leidingen tracés en de waterbergingsopgave in dit gebied onderzocht. Koningscorridor MRDH Recent onderzoekt de MRDH de lightrailverbinding richting Zoetermeer. Met de komst van de Koningscorridor richting Zoetermeer doet zich de kans voor om een halte op de GAVIkavel te realiseren. Vandaar dat in de NvU rekeningen is gehouden met de ruimtelijke reservering, extra tramtoestellen en extra waterbergingsopgave ten aanzien van dit voornemen.
Deelplan 20 – het Hof In de nabijheid van het gebied ligt de woonwijk Deelplan 20 met het Hofbad. Het plan bevindt zich in de uitvoeringsfase, de laatste woningen waaronder de woontoren worden gerealiseerd. In de toekomst zal een langzaam verkeersbrug over de Goowetering de GAVI-kavel en de woonwijk met elkaar verbinden.
Bestemmingsplan A12-zone Het bestemmingsplan A12-zone betreft een overwegend conserverend bestemmingsplan dat recent opgesteld is. In dit bestemmingsplan is het bestemmingsplan YpenburgNootdorp van 1998, het bestemmingsplan Ypenburg - Deelplan 20 van 2017 en de parapluherziening fietsparkeren van 2018 opgenomen. Enkele nieuwe ontwikkeling zoals het bioscopencomplex zijn middels een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Het bioscopencomplex zal in 2022 geopend worden. Deelplan 20 woonwijk in de buurt
Geothermie en Warmteleiding door het Midden Actueel wordt onderzocht of in de toekomst een geothermiecentrale naast de bestaande warmtekrachtcentrale mogelijk gemaakt zal worden. Op termijn zou hierdoor de wijk Ypenburg van aardwarmte kunnen worden voorzien. Daarnaast onderzoekt de provincie samen met de Gasunie de tracés voor de Warmteleiding door het Midden.
TNO locatie ingebed in de stadsnatuur
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
29
3.4 Ruimtelijke analyse
Ten behoeve van de tramremise is naast de historie een ruimtelijke analyse gedaan van de bestaande groen blauwe structuur, de bebouwingsstructuur en de infrastructuur. Daarnaast zijn de boven- en ondergrondse belemmeringen op de randvoorwaarden kaart in beeld gebracht Groen blauw structuur De identiteit en eigenheid van Ypenburg wordt mede bepaald door de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. De stedelijke groenblauwe structuren borduren voort op het oorspronkelijke polderlandschap, het slagenlandschap. De robuuste groenen waterstructuur van de wijk maakt Ypenburg, zoals het nu is. De belangrijkste groen-blauwe lange lijn in de omgeving is de Ypenburgse Boslaan. Naast deze lange lijn completeren de plassen het huidige landschapsbeeld. De Plas van Reef, det Tedingerbroekplas, het Tedingerbroek en de Plas Boswijk zijn een aaneengeschakeld gebied die door het groene infrastructuurlandschap omsloten wordt. De Goowetering, de Plas van Reef, de Tederingenbroekplas, de wateren op de TNO kavel en de Plas Boswijk zorgen samen voor een unieke rijkdom aan wateren. De Goowetering (zuidoostelijke grens) en de watergang langs het Guldenpad zijn primaire wateren in beheer van het Hoogheemraadschap van Delfland, de bestaande watergangen langs de Spoorlaan en het Valutapad zijn in beheer van de gemeente.
Onder de naam “Haags natuurlijk” heeft de GAVI-kavel natuur en groen de kans gegraven zich natuurlijk te ontwikkelen. De ecologische waarden van de omgeving en de snelwegtaluds worden stelselmatig verhoogd. De landschappelijke kwaliteiten versterken betekent ook de aantrekkelijkheid van de leefomgeving blijvend beschermen.
30
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
3. LOCATIEBESCHRIJVING
Bebouwingsstructuur Toen Ypenburg ontstond was het de bedoeling dat deze Vinexwijk het toonbeeld zou worden van compacte verstedelijking dichtbij de bestaande steden. De bebouwingsstructuur in deze omgeving verschilt echter van een lage dichtheid in Boswijk tot een hoge dichtheid in het Hof Deelplan 20. De buurten kennen ieder hun eigen stedenbouwkundige logica. De verschillende wooneilanden met hun verschillende woonconcepten liggen eigenlijk te dicht op elkaar om elkaar goed te kunnen verdragen of aan te vullen. Dit geld niet alleen voor de woningbuurten maar ook voor het complex van TNO in het Tedingerbroekbos. Het gebied van TNO is tot heden niet toegankelijk net als de Plas van Reef welke omgeving onbebouwd is. Deze terreinen zijn exclusief voorbehouden voor de eigenaren en tot nu toe niet openbaar toegankelijk. Op de TNO locatie bevinden zich enkele laboratoria die in de bebouwingsstructuur de polderslagenlogica volgen.
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
31
Bestaand wegennet incompleet Voor autoverkeer is dit deel van de wijk bereikbaar via de Ypernburgse Stationslaan, Ypenburgse Boslaan en het Guldenpad. Via het vrij liggend fietspad langs het Guldenpad is het bioscopencomplex ook voor fietsers bereikbaar. Voetgangers kunnen vanaf het station Den Haag Ypenburg via de brug de Laan van Leidschenveen bereiken. Het voetpad eindigt heden ter hoogte van het bioscoopcomplex. Het profiel van het Guldenpad-Guldenlaan dient nader uitgewerkt te worden. Hierbij spelen technische eisen in relatie tot het sporenontwerp tramremise en de aantrekkelijkheid van het straatprofiel een rol, immers dragen straten de stad.
32
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
3. LOCATIEBESCHRIJVING
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
33
Randvoorwaarden eigendom De GAVI-kavel is circa 25 hectare groot. De locatie is grotendeels in eigendom van de gemeente en strategisch bezit. Deze reservelocatie dient ertoe om specifieke, maatschappelijk belangrijke programma’s te realiseren, waaronder de tramremise en bijbehorend programma. De gemeente is niet in bezit van de 10-15 m brede kavel van de oude watergang die centraal in het gebied ligt. Deze strook is in eigendom van Hoogheemraadschap van Delfland. De GAVI-kavel grenst aan de gronden van Rijkswaterstaat, TNO in het Tedingerbroek en de Plas van Reef die recent verkocht is. Randvoorwaarden huidig grondgebruik De GAVI-kavel was tot 2013 in gebruik als grondopslag voor nieuwbouwprojecten. Sinds 2015 zijn in dit gebied onder de noemer “Haags natuurlijk” tijdelijke initiatieven gevestigd. Bij deze initiatieven gaat het om een stadscamping, een imker en een kippenboerderij. De initiatieven zijn tijdelijk vergund. Het totale grondgebruik door huurders bedraagt circa 40% van het beschikbare terrein, verspreid over de locatie. Alle overeenkomsten kunnen op termijn worden opgezegd. Bestaande en toekomstige functies worden in de overwegingen betrokken. Randvoorwaarden beperkingen milieuruimte De nabijheid van de snelweg is van invloed op de mogelijke invulling van de GAVI-kavel.
De al gebouwde en vergunde woningen van Deelplan 20 leggen beperkingen aan het gebruik van de GAVI-kavel op (beschermde functie uit oogpunt van milieuhinder). De TNO en de Warmtekrachtcentrale hebben weinig directe impact op het gebied maar hun hindercirkels beperken de gebruiksmogelijkheden van de GAVI. Vanuit deze redenering kan Den Haag zich niet permitteren om de ruim tien jaar geleden bepaalde milieuruimte (100 m volgens de VNG richtafstanden lijst) voor deze toekomstige ontwikkeling toe te kennen. Er moet onafhankelijk onderzocht worden of geluidshinder beperkt kan worden op deze locatie. Op dit moment kan nog niet zonder meer gesteld worden dat de tramremise geen geluidshinder veroorzaakt.
34
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
Plas van Reef en Tedingerbroekplas rondom de GAVI
De Goowetering vanaf het Guldenpad
Bron: beeldenbank RWS
3. LOCATIEBESCHRIJVING
Functies in de directe nabijheid Het grondgebruik rondom de kavel beperkt de mogelijke functies en een substantieel deel van de kavel is niet geschikt om bebouwd te worden. De ontsluiting van het gebied voor wat betreft wegen en nutsvoorzieningen is zeer beperkt. Een verdichting waarin op termijn ook gevoelige functies mogelijk zijn vraagt om noodzakelijke investeringen om geluidhinder in te perken. Daarnaast sluit de hindercirkel van de warmtekrachtcentrale gevoelige functies helemaal uit in het noordwestelijke gedeelte van de GAVI-kavel. Door de beperking van de B-zone rondom de munitieopslag op het TNO terrein mogen in een zone van 50-70 m vanaf het Valutapad geen functies worden gevestigd waar een groot aantal mensen langdurig aanwezig zijn (bv. kantoor, intensieve recreatie, veel vormen van cultuur en ontspanning). Op de overige delen is er ruimte voldoende voor dergelijke functies. De A-zone rondom de munitieopslag legt geen beperking op grondgebruik, wel op architectuur. In de (50-70 m) zone tussen de Goowetering en daarmee de gasleiding (+5 m veiligheidszone) is bebouwing uitgesloten. Het gebied behoort tot de ecologische verbindingszone. De gasleiding vormt een ruimtelijke beperking voor de toekomstige ontwikkeling. Daarnaast wordt onderzocht wat de impact van de leiding door het Midden zou betekenen.
De voormalige sloot die de GAVI-kavel in tweeën deelt is een sterk structurerend element en niet in eigendom van de gemeente. De verwerving dient nader onderzocht te worden. De ontwikkelingsmogelijkheden van de HTM zijn in een ruimere context integraal onderzocht. Het beoogd toekomstbeeld voor de GAVI-kavel schetst een beeld van het beoogd programma.
3.5 Knel- en aandachtspunten
Bij de verdere ontwikkeling dienen risico's ondervangen te worden. De ondergrondse belemmeringen vanuit archeologie, de ontsluiting via de Guldenlaan en de kabels en leidingen zorgen ervoor dat de netto ruimte op de GAVIkavel ingeperkt wordt. Dit vraagt om efficiënt ruimtegebruik voor de Guldenlaan-Plas van Reef kwadrant. De tramremise en ontwikkelingsmogelijkheden op de achtergrond van concurrerende ruimteclaims in de stad dienen integraal bezien te worden. De NvU legt de ambities vast om boven de tramremise te bouwen. De wat en hoe vraagt dient in de voorlopig ontwerp fase concreet uitgewerkt te worden. Strategische keuzes ten opzichte van het programma boven de tramremise dienen zorgvuldig afgewogen te worden. Dit geldt ook voor het programma boven de uitbreiding. Dit vraagt om een klimaatbestendig ontwerp voor de tramremiselocatie, dat rekening houdt met voldoende waterberging. Daarnaast speelt dat milieutechnische voorwaarden eisen aan de tramremise ontwikkellocatie en het programma stellen. Bestaande woonfuncties in de nabijheid dienen in acht genomen te worden evenals de mogelijkheden die onderzocht worden om bij de Plas van Reef te bouwen. De bereikbaarheid van de ontwikkellocaties aan de Guldenlaan mag door de tramremise niet ingeperkt worden. Tot slot heeft het ontwerp van de tramremise effect op de ruimtelijke kwaliteit en de grondprijs.
De voor de GAVI-kavel beoogde kwaliteit en de kwaliteit van het tramremise ontwerp hangen met elkaar samen. Het is van belang om zuinig te zijn op de enige grote onbebouwde kavel in eigendom van de gemeente. Vandaar dat in de vervolgfase varianten voor meervoudig ruimtegebruik op financiële haalbaarheid, technische haalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit getoetst worden. In de tramremise komen twee werelden samen: een spoor met bovenleidingen en gebouwen. De technische wereld en de ontwerpwereld moeten samensmelten.
Bron: gemeente Den Haag Geoinformatie en Erfpacht
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
35
3. LOCATIEBESCHRIJVING 3.6 Kansen
De stad en de regio groeien de komende jaren fors. Goed OV is voorwaardelijk voor verdichting. Inzetten op de mobiliteitstransitie door een state of the art tramremise te realiseren vergroot de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van de regio en Den Haag. Bouwen in de verdichtende stad betekent belangen, wensen en domeinen samenbrengen voor de mensen in deze stad. De tramremise en bijbehorend programma dragen bij aan de heldere profilering van het economisch profiel van de GAVI-kavel. Efficiënt grondgebruik door dubbel of meervoudig ruimtegebruik is een duurzaam en toekomstvast antwoord op maatschappelijke vragen. De GAVI-kavel op de regionale kaart zetten versterkt de Haagse economie. De groei van bedrijven en werkgelegenheid in Techbedrijven heeft de afgelopen jaren onverminderd doorgezet, waarmee geconcludeerd kan worden dat de regio een gewilde vestigingsplaats is en een motor voor nieuwe bedrijvigheid. De kans doet zich voor om een uniek werklandschap te bouwen, een robuust cluster van hoogwaardige bedrijvigheid die qua ontsluiting optimaal verbonden is met zijn omgeving en het centrum van Den Haag. Daarnaast doen zich kansen voor om de groene landschappelijke kwaliteiten van Ypenburg te versterken en de tramremise robuust landschappelijk in te passen. Het landschap is in de loop der tijd door de bouw van de snelweg versnipperd.
De kans doet zich voor om het slagenlandschap en de Tedingerbroekplaspolder met een krachtig landschapsontwerp te vieren. Het ontwerp voor de GAVI-kavel en de tramremise locatie dragen bij aan stedenbouwkundige samenhang. De bestaande natuurwaarden worden zo behouden en versterkt.
36
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
Bron: URBICUS, Thalie Park
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
37
4. RUIMTELIJKE VISIE In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke en programmatische visie voor de tramremise aan de hand van de Agenda Ruimte voor de stad, het beoogd toekomstbeeld en het beoogd programma beschreven en verbeeld.
4.1 Verbinden, verdichten, vergroenen en verduurzamen
De Agenda Ruimte voor de Stad gaat in op de thema’s verbinden, verdichten, vergroenen en verduurzamen. In onderstaande wordt ingegaan op wat dit concreet betekent voor de tramremise. De tramremise is in de omgeving geïntegreerd en verbonden met de plek De tramremise dient optimaal verbonden te zijn met zijn omgeving. Een tramremise in deze buurt is geen eiland maar maakt onderdeel uit van het Tedingerbroekbos en het Reefkwartier waarin gewerkt, gewoond, en gerecreëerd wordt. In de toekomst is deze omgeving een stedelijk groen landschapspark, werklandschap en uniek woonlandschap die de kwaliteiten van Ypenburg versterkt. London is een schoolvoorbeeld voor transit oriented development en gericht op het beperken van de automobiliteit. Met de komst van de nieuwe tramremise Ypenburg onderschrijft Den Haag de ambities van de mobiliteitstransitie. Den Haag stimuleert het verplaatsen te voet en fiets om de groei van het autoverkeer af te remmen en de leefkwaliteit en gezondheidsniveau in de stad te verbeteren. Langzaam verkeer draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en minder geluidhinder. Op deze manier wil de gemeente de positie van Den Haag als gezonde stad met duurzame mobiliteit versterken. Dit past bij de traditie van onze stad. De afgelopen jaren is geïnvesteerd in de sterfietsroutes en zijn verbindingen voor fietsers en voetgangers gerealiseerd.
Met de aanleg van de A4Haaglanden-N14 wordt ook ingezet op het completeren van de langzaam verkeersroutes. Daarnaast is het van belang om toekomstige ontwikkelingen in de ruimere context te plaatsen en bereikbaar te maken. De fietsroute langs de Guldenlaan krijgt bijzondere aandacht in het proces.
38
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
In de toekomst is de locatie hierdoor nog sterker verbonden met het centrum van Den Haag maar ook met de omgeving van het ADO stadion. De ADO/halte en een langzaam verkeersverbinding zijn nog toekomstmuziek maar bieden kansen. De schaarse grond wordt optimaal benut Grond is schaars in de verstedelijkende regio en de ruimte dient optimaal benut te worden. Door op dubbel grondgebruik/meervoudig ruimtegebruik in te zetten wordt in de volgende fase een adequaat antwoord geformuleerd op het verdichtingsvraagstuk. Dit betekent dat boven de tramremise gebouwd wordt. De remise wordt met een passend complementair programma (bedrijven of sportvoorzieningen en mogelijk parkeren) bovenop verdicht. Gerealiseerde tramremises in Nederland en Europa tonen aan dat bouwen boven een extensieve functie als een tramremise kan. Het uitgangspunt voor de uitwerking is dat bebouwing boven de tramremise geen belemmering voor de bedrijfsvoering van de HTM vormt en evenmin de functie van de tramremise een belemmering vormt voor de functies boven de tramremise. Het doel is om bij de verdere uitwerking de toepassingsmogelijkheden en combinatiemogelijkheden voor dubbel grondgebruik/meervoudig ruimtegebruik op de infrastructuurknoop koningscorridor-tramremise nader te onderzoeken.
Dit wordt bereikt met het voorbereiden van een programma van eisen met betrekking tot ontwerpen, projectopzet en realisatiekans voor meervoudig/dubbel ruimtegebruik Het project wordt uitgevoerd door een inventarisatie en analyse van lopende en uitgevoerde voorbeeldprojecten van meervoudig ruimtegebruik in en buiten Nederland, een literatuurstudie over het functioneren en de effectiviteit van gerealiseerde projecten en de input uit de thematische workshops over dit onderwerp verder uit te diepen. Middels een breed afwegingskader worden de keuzes toegespitst op een voorkeursvariant, die tot een definitief ontwerp uitgewerkt wordt. Dit impliceert het plangebied van het kwadrant. Dit vergt inspanning van alle publieke partijen om
tot een gedragen plan te komen die ook wordt goedgekeurd door de omgeving. Het “sporen gedeelte” van de tramremise behoort tot de expertise van de HTM, die samen met de gemeente en de MRDH toewerkt naar een duurzaam (gebouwen)complex die robuust ingepast is in het stedelijk landschap. Het resultaat van de deze samenwerking levert een plan op, dat voldoet aan de ambities van de NvU. De natuurwaarden verhogen en natuurinclusief bouwen De Nota Duurzaamheid 2022-2024 - 'Schone energie in een groene stad' gaat in op wat Den Haag toekomstvast en duurzaam maakt. Den Haag heeft een groen hart. Vanaf het Vredespaleis kun je via de Scheveningse Bosjes en het Oostduinpark bijna door het groen naar de kust wandelen. Dat rustige groene hart wordt omringd door een bruisende stad. Met gezellige strandtentjes en de drukke haven in Scheveningen. Met hoge kantoren en statige panden in de binnenstad, met de rauwe Binckhorst en het rustige Ypenburg. Een veelkleurige stad met een groen hart. Een fijne stad om in te leven. Voor de tramremise betekent dit concreet dat ook de nieuwe tramremise hieraan bijdraagt. De tramremise gaat op in het landschap van bossen en plassen. De landschapsarchitectonische en architectonische kwaliteiten van de tramremise komen tot uiting in het natuurinclusief ontwerp.
De inrichting van de openbare ruimte en buitenruimte en draagt bij aan de kwalitatieve vergroeningsopgave. Het integraal ontwerp van de tramremise als duurzaam groen baken is zorgvuldig ontworpen en onderschrijft de natuurwaarden van het gebied. In de volgende fase wordt het puntensysteem vertaald in ontwerpprincipes die voor de tramremise gehanteerd worden.
Bron: G8A Architecture & Urban Planning, Jakob Factory
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
39
Bron: Haagsetrams. Trambaan in het groen
Schone energie in een groene stad De ambitie is een gezonde, schone en leefbare stad, die klaar is voor de toekomst. Den Haag geeft daarom actief invulling aan het klimaatakkoord van Parijs. Dat doen we op z’n Haags, van onderop en met de netwerk- en energiebedrijven. Deze periode zetten we betekenisvolle en concrete stappen naar het doel van een klimaatneutrale stad in 2030. Iedereen wil prettig leven in Den Haag. Droge voeten. Schone lucht. Weinig veiligheidsrisico’s. Voldoende stille plekken en geen extreme hitte en droogte. Wereldwijd verandert het klimaat. Samen met de groei van de stad plaatst dat de gemeente voor extra uitdagingen.
wordt gekozen voor een duurzaam ontwerp waarbij aandacht is voor CO2 reductie, milieuaspecten en ecologie, zowel bij de realisatie als bij het beheer en onderhoud van de remise. De gebouwen zijn straks volledig gasloos. Duurzame energieopwekking is het vertrekpunt. Bij de gebouwen en de inrichting van het terrein is zorgvuldig nagedacht over het materiaalgebruik, waarbij circulariteit ook een rol speelt. Aspecten van circulair bouwen die in acht dienen genomen te worden zijn onder andere flexibiliteit en demonteerbaarheid, het hergebruik van materialen, het circulaire product paspoort van de te gebruiken bouwmaterialen en de constructieve onderdelen en de duurzame omgang met afvalwater.
Om de leefbaarheid van de stad te behouden en te verbeteren, overlast te beperken en schade aan gezondheid en economie te voorkomen, gaan we onze stad aanpassen. Elektrisch aangedreven vervoer past in de ambities van een klimaatneutrale stad. De inzet op uitbreiding en intensivering van het elektrische tramnetwerk beoogt vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en de schadelijke uitstoot die daarmee gepaard gaat.
Klimaatadaptief en water robuust Ypenburg is een veengebied met een hoog grondwaterpeil. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de watertoets. Het ontwerp wordt gefaseerd uitgevoerd vandaar dat de waterbergingsopgave in een vroeg stadium mee ontworpen is om ruimte te reserveren. Verhard wordt alleen wat echt verhard moet worden in de openbare ruimte en de buitenruimte van de tramremise. Vandaar dat de tramsporen in het gras liggen. Het verharde oppervlak wordt zo veel mogelijk op eigen terrein gecompenseerd. Naast een klimaatadaptieve inrichting van de onbebouwde ruimte dragen ook de gevels en het dakoppervlak bij aan het realiseren van een water robuuste ontwikkeling.
Oplossingen voor onder meer geluidshinder, schonere lucht en klimaatbestendigheid gaan we in het DNA van de stad verweven. Dat is goed voor de gezondheid en het welbevinden van iedereen. Het draagt ook bij aan de economische kansen van de stad. Nu en in de toekomst. Volgens deze ambities wordt ook de GAVI-kavel ontwikkeld. De eerste visieschetsen tonen een toekomstvaste gebiedsontwikkeling, een vitale infrastructuur en een klimaatadaptief en water robuust stuk stad. Om de kansen voor klimaatbestendigheid te benutten, worden samen met initiatiefnemers afspraken gemaakt. Voor de schone en groene tramremise betekent dit dat het ontwerp toekomstvast is, uitbreidbaaris en dat dubbel grondgebruik het uitgangspunt is om de grond zo duurzaam mogelijk uit te geven. Bij het ontwikkelen van de tramremise Bron: RWS Sportpark A4
40
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
4. RUIMTELIJKE VISIE Mogelijk toekomstbeeld GAVI De Haagse wens is dat het gebied zich ontwikkelt tot een verweven schakel in de stad. Voor dit gebied is het nodig om elke toevoeging aan het gebied een versterking van de onderliggende structuur en identiteit van het gebied te laten zijn waarop meervoudig ruimtegebruik het antwoord is.
Raamwerk De belangrijkste structuren in het landschap en stedelijk systeem blijven intact, en dragen de ontwikkeling van de stad. Het raamwerk kan zich in de loop van de jaren ontwikkelen tot een krachtige en heldere structuur. Door ontwikkeling wordt gevraagd om bij te dragen aan de versterking ervan. Het raamwerk bevat een aantal elementen waarin stevig moet worden geïnvesteerd. De verkeersontsluiting is een majeure ingreep, die om een duidelijke keuze en investering zal vragen. Het raamwerk schetst het groen-blauwe casco om het gebied kilmaatbestendig in te richten. Er wordt een nieuwe langzaam verkeersroute toegevoegd. Dwars door het gebied wordt één langzaam verkeersroute toegevoegd die tot aan het stadion van ADO loopt. De centrale route is gekoppeld aan de toekomstige ADO-halte.
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
41
sterfietsroutes met
werkgoed
sloten en lanen
sportgoed
plaatsen
stadsverzorgende functiemenging
woongoed Panorama GAVI Tedingerbroekbos Het wervend panorama geeft inzicht in de maat en schaal van het beoogd werklandschap voor de GAVI-kavel.
zorggoed
functies/stadsmotor
doorwaadbaar toegankelijker gebied
eke functies
geen achterkant, maar stapelen van functies
Panorama GAVI-kavel
Achtertuin 42
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
au
Werklandschap
tweede voorkant
uto-ontsluiting
r
4. RUIMTELIJKE VISIE
wonen en werken
vermindering barrière
tussen de bossen en
werking A4 voor langzaamverkeer
Groencorridor
Bossen en plassen CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
43
Tederdingerbroekbos Het Tedingerbroekbos is een combinatie van diverse gebieden aan de zuidzijde van de A4. Het betreft de villa-wijk Bosweide, de TNO locatie, de GAVI-kavel en de Plas van Reef. Op de lange termijn doet zich de kans voor om een groen en waterrijk gebied in te richten, dat als een openbaar stadspark fungeert en ruimte biedt om te werken en te wonen. De ecologische hoofdstructuur en het bosareaal worden versterkt en uitgebreid. Op dit moment kampen de gemeente en de regio met een tekort aan geschikte bedrijfsruimte. Door de forse stedelijke verdichting in de komende twintig jaar komen er 30.000 arbeidsplaatsen bij in Den Haag. Het is nodig om voor deze extra werkgelegenheid in de toekomst ook voldoende ruimte voor bedrijvigheid te bieden. De GAVI-kavel is belangrijk voor de werkgelegenheid en ondernemers zoeken ruimte voor uitbreiding en vernieuwing. Een grootschalig bos en waterrijk gebied met compacte bouwvormen zoekt aansluiting met de huidige inrichting van de TNO-kavel. Voor investeren in bos aanplanting en waterbergingsplassen geeft een vestigingsvoorwaarde om een bijzonder werk en woonmilieu te realiseren. Het grid dat is gebaseerd op de oude polderslagen heeft een maximaal potentieel laadvermogen van die van de Hightech Campus Eindhoven.
Dit is ongeveer 300.000 m2 BVO (GAVI,TNO en Plas van Reef) en daarnaast de potentie om 500-1500 woningen toe te voegen. Met het inpassen van de tramremise ontstaat er de kans om een bijzonder gebouw aan de snelweg te realiseren. Daarnaast kan hiermee een volwaardige nieuwe OV-halte op de Koningscorridor worden gecreëerd, welke met een brug ook het ADO-stadion kan voorzien.
44
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
4. RUIMTELIJKE VISIE 4.2 Ingebed in de stadsnatuur Om de tramremise in de omgeving van de Tedingerbroekplas en de Plas van Reef in te passen is het beoogd toekomstbeeld voor de GAVI-kavel geschetst. Deze eerste verkenning zal in de komende jaren nog nader uitgewerkt worden maar de eerste stip op de horizon is geschetst. In de toekomst zal de nieuwe tramremise staan als een huis in deze wijk. Het visiekaartje schetst het beoogd toekomstbeeld met daarin het ruimtelijk raamwerk en de tramremise. De sleutelcomponenten van het ruimtelijk raamwerk zijn: De groen blauwe ruggengraat De tramremise wordt zorgvuldig ingebed in het bestaand landschap. Het ontwerp van de tramremise is zorgvuldig ontworpen en voegt zich in de stedenbouwkundige en landschappelijke context. Het raamwerk schets de toekomstige profielen van de Guldenlaan, het Valutapad, de Spoorlaan en het centraal gelegen groen-blauwe assenkruis. Onderdeel van het assenkruis is de langzaam verkeersverbinding die uiteindelijk bij de omgeving ADO uitkomt. De openbare ruimte en buitenruimte worden zorgvuldig ontworpen, de inrichting openbare ruimte is kwalitatief hoogwaardig. De nieuwe groen- en waterstructuur versterkt het Ypenburgse beeld en vergroot de ecologische waarde. De sfeer van bossen en plassen kenmerkt het toekomstig karakter.
Het ontwerp is zorgvuldig ingepast en vergroot de ecologische waarde die in de afgelopen jaren tot stand is gekomen. In de volgende fase wordt naast een architect, een landschapsarchitect en een ecoloog betrokken om het integrale ontwerp van de kwadrant en de tramremise verder uit te werken.
Nieuwe natte natuur verbonden met de parkplasgebieden Den Haag wil een aantrekkelijke stad blijven, daarvoor is het groen een belangrijke kwaliteit. Onze ambitie is om het Haagse groen kwalitatief verder te ontwikkelen, met ruimte voor verandering en initiatief van derden, zodat groen toekomstbestendig wordt bij gebiedsontwikkeling. Boswijk, de TNO locatie in het Tedingerbroekbos en de Plas van Reef vormen een aaneengesloten gebied. De waterstructuur vraagt op een aantal punten om herstel. Het watersysteem is robuust ontworpen en voorkomt situaties van wateroverlast. Grootschaliger groen en natte natuur, in combinatie met ontwikkeling, vormen het karakter van het gebied. De waterberging op de ontwikkelkavels krijgt een logische plek in de vorm van kleinere plassen en vergroot de natuurwaarde. Natuur en recreatie gaan in dit gebied hand in hand. Door de fiets- en wandelroute staat de kavel direct in verbinding met het park-plasgebied van Plas Boswijk. Daarnaast worden de flanken van de A4Haaglanden als een lommerrijke structuur ingericht door de aanplant van onder andere bomen. Knooppunten en circuits als toekomstige verbinding Met de beoogde komst van de Koningscorridor ontstaat een nieuw ADO knooppunt op de GAVI-kavel. In de planvorming van de Koningscorridor 2030 dient rekening gehouden te worden met de tramremise en andersom.
De aantrekkelijke langzaam verkeersroutes zijn eenduidig vormgegeven, dit zorgt ervoor dat de toekomstige gebruikers eenvoudig de weg vinden. Het ontwerp van de buitenruimte houdt rekening met ontwerpaspecten als belevingswaarde, fietscomfort en verkeersveiligheid.
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
45
Fruitweg
Binckhorst
Forepark
GAVI locatie Plaspoelpolder Ypenburg
TNO locatie
Harnaschpolder
46
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
Delft Noord
4. RUIMTELIJKE VISIE 4.3 Economisch programma
Aantrekkelijk, innovatief ecosysteem Door de komst van de Koningscorridor richting Zoetermeer en de ADO-halte zal op termijn programma op de GAVI-kavel gerealiseerd worden. Hierdoor groeit de potentie van de GAVIkavel als hoogwaardige locatie. Het is voor de gemeente van belang dat de ontwikkeling van de tramremise geen afbreuk doet aan het beoogd hoogwaardig toekomstscenario. Vandaar dat het van belang is dat de tramremise een hoogwaardige kwalitatieve uitstraling krijgt. Voor Den Haag geldt dat er geen ruimte is voor grote ruimtevreters: functies met grote ruimteclaims moeten aanzienlijk compacter en gecombineerd worden met andere functies. Meervoudig grondgebruik is voor de gemeente een must. Dit houdt in dat eigen programma (personeelsvoorzieningen, kantoorachtige werkruimtes, energie, water- en groenopgave, opslag en parkeren enz.) niet naast maar juist boven elkaar gerealiseerd worden. De omvang van het project is dusdanig groot, dat de programmatische en ruimtelijke keuzes die in dit verband gemaakt zullen worden, mede bepalend zullen zijn voor de verdere invulling van de GAVI-kavel. Vandaar dat uitgegaan wordt van verschillende andere grondgebruikers naast de HTM. Concreet dient zich in combinatie met de tramremise de functie bedrijvigheid of sport aan. Beide varianten worden in de vervolgfase nog diepgaand onderzocht.
In Den Haag is een grote vraag naar bedrijfsruimten. Binnen Den Haag en de regio is er behoefte aan verschillende typen bedrijfs- en kantoorruimte. Het plangebied biedt duidelijke kansen voor economische bedrijvigheid. Enerzijds is de locatie geschikt voor middelgrote tot grotere bedrijven tot categorie 3.1 en 3.2 vanwege de ligging naast snelwegen en de afstand tot woonwijken. Anderzijds betekent de ontsluiting van het gebied en de aanwezigheid van natuurgebied dat bijvoorbeeld bedrijven met een grote logistieke operatie hier minder vanzelfsprekend zijn. Er is daarnaast een duidelijke link te leggen met het Technology Park Ypenburg. De high-tech maakindustrie (voornamelijk start-ups) die zich daar bevindt zou op deze locatie een volgende stap in de bedrijfscarrière kunnen vinden. Kansrijke ontwikkelingen op deze locatie zijn dan ook gericht op klein tot middelgroot MKB, scale-ups met kwalitatief hoogwaardig vastgoed. Het gaat dan om bedrijfsruimte met zowel productie als ondergeschikt kantoor als hoogwaardige ruimten gericht op creatieve bedrijvigheid. Dit zorgt ervoor dat een aantrekkelijk innovatief ecosysteem ontstaat.
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
47
Bron: TUDelft Campus
48
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
4. RUIMTELIJKE VISIE
BEOOGD TOEKOMSTBEELD HIGH T Bron: Den Haag Forepark
Essentiekaart samenhang Gavi-kavel en tramremise
Bron: Technology Park Adlershof
Technology Park Adlershof Ontmoeting stimuleren helpt om innovatie uit te wisselen CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
49
4. RUIMTELIJKE VISIE 4.4 Bereikbaarheid via de Guldenlaan
De GAVI-kavel dient toegankelijk te zijn voor zowel gemotoriseerd- en langzaam verkeer met in het bijzonder een aansluiting per trambaan. De ontsluitingsmogelijkheden van de kavel zijn beperkt. Daarnaast is een toekomstige aansluiting op de Koningscorridor (RIS299181) wenselijk. De gemeente en de HTM hebben samen een zorgvuldige afweging gemaakt ten aanzien van de ontsluiting van de tramremise. De Guldenlaan is hieruit het beste uit de verf gekomen. Neemt niet weg dat nog nader onderzoek in verband met de kruising nodig is. De voorkeur voor de Guldenlaan is gebaseerd op volgende afwegingen: Een ontsluiting via het Valutapad komt langs de pas gebouwde woonwijk Deelplan 20. De nieuwbouwontwikkeling bevindt zich op de rand van de milieumogelijke eisen wat betreft woningbouw. Een ontsluiting van de remise aan de Valutapad-zijde zorgt voor geluidshinder voor inwoners van Deelplan 20. Voor de ontsluiting aan de Guldenlaan dient een enkele kruising overbrugd (Guldenlaan-Laan van Leidschenveen-Ypenburgse Stationsweg) te worden. De variant aan het Valutapad moet twee kruisingen overbruggen (Valutapad -Ypenburgse Boslaan & Ypenburgse Boslaan -Laan van Nootdorp-Ypenburgse Stationsweg). Het overbruggen van kruisingen betekent dat de ontsluiting van de tram opgenomen moet worden in de verkeerslichtregelingen wat nadelig is voor de doorstroming van de kruising(en).
Om deze reden ligt er een verkeerskundige voorkeur voor het beperken van de nadelen ten laste van de doorstroming. Het overbruggen van zo min mogelijk kruispunten heeft dus de voorkeur. Beide ontsluitingen behoeven het aanleggen van infrastructuur ten behoeve van de tram. Zowel op het Valutapad en op de Guldenlaan is geen tramvoorziening aanwezig. Echter ontbreekt er bij een ontsluiting via het Valutapad een schakel om aan te haken op het bestaande tramnet. Vanaf het Valutapad tot aan de Ypenburgse Stationsweg ontbreekt een vrij liggende trambaan langs de Ypenburse Boslaan. Deze ontbrekende schakel dient gerealiseerd te worden waar nu een watergang ligt, dit komt omdat er in de middenberm van de Ypenburgse
50
CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG
Boslaan geen plaats is. Daarnaast dient een kunstwerk in de vorm van een voetgangersbrug tussen de Ypenburgse Boslaan en de Blauwe Reigersingel aangepast te worden en doorkruist de trambaan meerdere fietspaden die onderdeel uitmaken van het hoofdnetwerk (RIS302960).Tot slot behoort de gehele zone waar nieuwe infrastructuur gerealiseerd zou moeten worden tot de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (RIS300506). Deze strook in het bijzonder maakt onderdeel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszones binnen de SGH. Conform de uitgangspunten van de Nota Stadsnatuur(RIS305824) betekent dit dat er geen aantasting van deze strook mag plaatsvinden, hiervoor geldt zowel een kwantitatieve als kwalitatieve compensatieverplichting. Omdat dit niet mogelijk is in de nabije omgeving is het niet mogelijk de traminfrastructuur in te passen. Tot slot zou een ontsluiting aan het Valutapad een ligging aan het Valutapad van de tramremise motiveren. Vanwege de wenselijke toekomstige koppeling met de Koningscorridor betekent dit nieuwe traminfrastructuur die de GAVI-kavel doorkruist. Hierdoor wordt de verdere invulling van de GAVI-kavel bemoeilijkt en de beschikbare ruimte voor andere plannen beperkt. Hierdoor blijft enkel een ontsluiting via de Guldenlaan een optie. De hoofdentree van de tramremise ligt aan het Guldenpad zodat er een directe loopverbinding naar station Ypenburg ontstaat.
Van belang is het waarborgen van de fietsroute langs de Guldenlaan. Deze dient te allen tijde een losliggend fietspad te zijn waarbij de veiligheid voor het fietsverkeer geoptimaliseerd wordt. Dubbelgebruik met voetgangers wordt op deze fietspaden niet toegestaan. In het ontwerp en de aanvraag dient dus rekening gehouden te worden met een voorziening voor voetgangers die middels OV naar de locatie komen Aansluiting op tramlijn 19 (laan van Leidschenveen–Ypenburgse stationsweg) geeft een afstemopgave voor de tramsporen aansluiting om de remise per spoor te kunnen bereiken. Om het gebouw te bereiken (bouwlogistiek) is de logistieke route belangrijk in het kader van de A4 Haaglanden, andere werkzaamheden RWS, ontwikkelingen in Ypenburg en andere spoorwerkzaamheden waarin mogelijk wordt meegelift in een
trambuitendienststelling. Indien het voor de uitvoering noodzakelijk is om een weg/wegen van het netwerk Bereikbaarheidsregie open te breken, dient in aanloop naar het aanvragen van een instemmingsbesluit (vergunning om de weg open te breken) voorafgaand de BVCprocedure gevolgd te worden. Deze procedure legt afspraken vast over Bereikbaarheid, Verkeersveiligheid en Communicatie. Voor de aansluiting van de tramsporen op het bestaande tramspoornet wat onderdeel is van netwerk Bereikbaarheidsregie, moet een BVC-hoofdlijnenplan worden aangeleverd, waarna dit plan in het Stedelijk Bereikbaarheidsoverleg wordt besproken. In de BVC-procedure is afstemming met stakeholders, zoals de nood- en hulpdiensten, de HTM, afdeling Communicatie, de wegbeheerder en team Verkeersmanagement essentieel. Vervolgens dient 6 tot 9 maanden voor start uitvoering een BVCPlan ingediend te worden, waarbij rekening is gehouden met de eerder ontvangen terugkoppeling op het BVC-Hoofdlijnenplan en ook het afstemmingsproces met eerdergenoemde partijen is meegenomen. Verzoek is om het project zo spoedig en vroegtijdig mogelijk te melden bij Team Bereikbaarheidsregie via bereikbaarheid@denhaag.nl
4.5 Kruising Guldenlaan-Ypenburgse Stationsweg-Laan van Leidschenveen
Na het vaststellen van de ontsluitingsroute van de GAVItramremise via de Guldenlaan, is een verkeersonderzoek verricht naar de kruising Guldenlaan - Ypenburgse Stationsweg – Laan van Leidschenveen. Vanuit de Guldenlaan wordt de kruising overgestoken door de trams om aan te sluiten op het bestaande tramnetwerk. De bestaande kruising Guldenlaan Ypenburgse Stationsweg – Laan van Leidschenveen is geregeld middels een verkeersregelinstallatie. In het verkeersonderzoek “Vormgevingsberekeningen VRI 356 t.b.v. tramremise GAVI-terrein” van 24 augustus 2021, is onderzoek gedaan naar de gevolgen en invloeden van het toevoegen van de trambewegingen aan de kruising en de werking hiervan op de huidige verkeersregelinstallatie.
4. RUIMTELIJKE VISIE
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de kruising Guldenlaan - Ypenburgse Stationsweg – Laan van Leidschenveen in de spitstijden overbelast raakt in 2030. Dit wil zeggen dat in 2030 de kruising de intensiteit van het autoverkeer in de spits niet kan verdragen, waardoor het autoverkeer overbelast wordt op andere kruisingen in de omgeving. Voor 2030 moet de kruising worden aangepast, zelfs al zou er geen tramremise gerealiseerd worden. Het toevoegen van de ontsluiting van de tramremise heeft niet per definitie effect op deze benoemde verkeersproblematiek in 2030. Dit komt omdat de meeste trams voor en na de spitstijden de kruising oversteken naar de tramremise op de Guldenlaan. Wanneer het noodzakelijk is dat de trams gedurende de spitstijden over deze kruising rijden is er sprake van een verstoring in de verkeersregelinstallatie. Dit wil zeggen dat de kruising eerder overbelast wordt wanneer de trams zich in de spits aanbieden, met name de ochtendspits. Vanuit de HTM blijkt dat meerdere trams zich aan gaan bieden in de ochtendspits. Hierdoor heeft de toekomstige tramremise invloed op de doorstroming en capaciteit van de kruising. Doordat er meerdere trams vanuit de Guldenlaan over moeten steken betekent dit een extra cyclus in de verkeerregelinstallatie waardoor geen ander verkeer de kruising kan overstekenen.
Dit leidt er toe dat in de spitsmomenten er mogelijk eerder een verstoring optreedt dan 2030. Wanneer is onbekend, dit kan enkele jaren zijn, maar zou ook veel eerder kunnen zijn. Het is daarom noodzakelijk om te inventariseren wanneer de spitsdrukte op gang komt voor de kruising Guldenlaan - Ypenburgse Stationsweg – Laan van Leidschenveen. In overleg met de HTM moet gezocht worden naar de mogelijkheden geen trams aan te bieden op de kruising in de spitsmomenten. Indien dit probleem niet wordt opgelost, dient er onderzocht te worden hoe de toekomstige doorstroming op de kruising kan worden gewaarborgd. Voor de aanpassingen die noodzakelijk zijn om zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de kruising toegankelijk te houden, dient nog een financiële bijdrage gezocht te worden.