CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311712 Bijlage

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Concept-Nota van Uitgangspunten voor de realisatie van een tramremise Ypenburg op een deel van de GAVI-kavel (fase 1a) (RIS311712)28.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

HTM Tramremise Ypenburg

Februari 2022

Concept Nota van uitgangspunten

C

N O

E C

T P

Locatie HTM Tramremise Ypenburg t.o.v. Den Haag

INHOUD 1. Inleiding  1.1 Aanleiding  4 1.2 Status en doel 4 1.3 Projectomschrijving en opgave  5 1.4 Leeswijzer5

5. Ruimtelijke uitgangspunten, stedenbouwkundige randvoorwaarden en plankaart 5.1 Studiegebied Ypenburg en plangebied tramremise  5.2 Ambities en meerwaarde tramremise  5.3 De nieuwe identiteit van Tedingerbroek Park Ypenburg 5.4 Stedenbouwkundige uitgangspunten

52 60 62 62

2. Bestaand beleid  2.1 Vigerende bestemmingsplannen 2.2 Stedenbouw & Planologie  2.3 Economie 2.4 Mobiliteit en (fiets)parkeren 2.5 Wonen 2.6 Duurzaamheid en groen 2.7 Buitenruimte  2.8 Welstandsnota  2.9 Archeologie  2.10 Externe/omgevingsveiligheid 2.11 Ondergrond (kabels en leidingen)

6. Leidraad beeldkwaliteit 6.1 Architectonische randvoorwaarden  6.2 Landschapsarchitectonische randvoorwaarden 

72 75

7. Communicatie 7.1 7.2 7.3

77 77 77

6 9 10 12 13 13 20 21 21 24 24

Communicatie belanghebbenden en omwonenden Input en reacties stakeholders Eerste informatiebijeenkomst tramremise GAVI kavel

8. Juridisch-financiële uitvoerbaarheid  8.1 Contractpartij 8.2. Uitgifte in erfpacht 8.3 Waardering 2.12 Milieueffectrapportage 24 8.4 Businesscase 8.5 Uitgangspunten usinesscase 3. Locatiebeschrijving 8.6 Onzekerheden en risico's 3.1 Positie in de stad 26 8.7 Resultaat / Conclusie / Financiering 3.2 Historie 26 8.8 Vervolg NvU en planning 3.3 Actuele en toekomstige ontwikkelingen 29 3.4 3.5 3.6

Ruimtelijke analyse Knel- en aandachtspunten Kansen

4. Ruimtelijke visie 4.1 Verbinden, verdichten, vergroenen en verduurzamen 4.2 Ingebed in de stadsnatuur 4.3 Economische programma 4.4 Bereikbaarheid via de Guldenlaan 4.5 Kruising Guldenlaan-Ypenburgse Stationsweg-Laan van Leidschenveen

30 35 36



9. Bijlage  9.1 9.2

Natuurinclusief bouwen Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven

79 79 79 79 79 81 81 83

85 88

38 45 47 50 50

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

3

1.1 Aanleiding

Dit document beschrijft de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de HTM Tramremise op de GAVI-kavel in Ypenburg. De aanleiding vormt de ontwikkelwens van de HTM personenvervoer. Goede en voldoende voorzieningen voor het stallen van railvoertuigen vormen een cruciale bouwsteen in de doorontwikkeling van het openbaar vervoer in de Haagse regio. Zonder passende faciliteiten is het niet mogelijk om in aanvulling op de al aanwezige brede trams de komst van nieuwe, brede stadstrams mogelijk te maken en in de dienstregeling te laten rijden. Dit stallingsvraagstuk voor de toekomst van het openbaar vervoer in de Haagse regio, is de aanleiding om de GAVI-kavel als locatie voor een tramremise te onderzoeken. Het college van B&W heeft op 14 juli 2020 besloten om in te stemmen met de verdere uitwerkingen ten behoeve van een nieuwe tramremise in Ypenburg. De uitwerking vindt plaats door het opstellen van deze Nota van Uitgangspunten (NvU). Het college heeft de Nota van Uitgangspunten voor de realisatie van een tramremise Ypenburg op een deel van de GAVIkavel in concept vastgesteld en vraagt de gemeenteraad door middel van het raadsvoorstel in te stemmen met de Nota van Uitgangspunten. .

1.2 Status en doel

De NvU heeft als doel om de ruimtelijke en functionele voorwaarden, waaraan de tramremise dient te voldoen, in beeld te brengen en te beschrijven. Dit is nodig om gemeentelijke medewerking te verkrijgen voor realisering. van een tramremise in Ypenburg. Het bestaande juridisch planologische kader is verouderd en niet meer doeltreffend. Vandaar dat de NvU als doel heeft om inzicht te geven in geldend beleid en de voorwaarden voor een nieuw juridisch planologisch kader vastlegt. De inhoud van de NvU is tot stand gekomen op basis van integrale samenwerking tussen de gemeentelijke vakafdelingen, de HTM als initiatiefnemer en belanghebbende partijen zoals de MRDH en het Referentie: HTM

4

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

1. INLEIDING

Hoogheemraadschap van Delfland. In deze NvU worden de nieuwe ruimtelijke en functionele voorwaarden voor het realiseren van dit initiatief beschreven en dienen deze samen met de ruimtelijke onderbouwing als input voor het nog op te stellen omgevingsplan en de omgevingsvergunning. De NvU gaat in op de bestaande (juridisch planologische) kaders, de locatiekenmerken, het ruimtelijke en programmatische toekomstbeeld van de context, de leidraad beeldkwaliteit, de juridisch-financiële uitvoerbaarheid, de maatschappelijke haalbaarheid en specifieke technische eisen. De financiële consequenties worden ook duidelijk gemaakt in de gemeentelijke grondexploitatie of erfpachtconstructie. Hierbij wordt uitgegaan van markconformiteit.

1.3 Projectomschrijving en opgave

De gemeente Den Haag is eigenaar van de grond van de GAVI-kavel. Om duiding te geven aan de context is een eerste ruimtelijk programmatisch toekomstbeeld en een ruimtelijk raamwerk geschetst. Het ruimtelijk raamwerk baseert op de openbare ruimte en ontsluiting, die ruimte biedt voor een hoogstedelijk en hoogwaardig werkmilieu. Het toekomstbeeld is vanuit aandacht voor de dynamische verstedelijking van de regio en de toekomstige kwaliteit van de leefomgeving geschetst. Het beoogd toekomstbeeld toont de samenhang tussen de remise en de GAVI-kavel. De HTM beoogt in de kwadrant Guldenlaan-Plas van Reef een tramremise voor circa 40 toestellen te realiseren. Met de uitbreiding en intensivering van het OV netwerk, waaronder aanleg van de remise, zal het gebruik van OV worden bevorderd en zal CO2 uitstoot door wegverkeer verminderen. Het college zal een Nota van Uitgangspunten opstellen voor het overblijvende deel van de GAVI- kavel, inclusief programmering boven de remise, inclusief een financiële haalbaarheidsstudie. En verdergaand onderzoek te doen naar de risico’s en voorbereidingen op een financieel haalbare grondexploitatie. Door de realisering van deze tramremise wordt een groeiend aantal inwoners in de regio een duurzame vervoersmogelijkheid geboden. Hierdoor wordt uitvoering gegeven aan de

mobiliteitstransitie en de regionale vraag naar stallingsruimte voor nieuwe tramtoestellen beantwoord. Daarnaast bestaat de opgave in de realisatie van een aantrekkelijke en ruimtelijk kwalitatief hoogwaardige tramremise. Bij het opstellen van deze NvU is er rekening mee gehouden dat de tramremise onderdeel uitmaakt van een groter gebied, waar in de toekomst ook meerdere ontwikkelingen moeten gaan plaats vinden. Omdat ruimte in Den Haag schaars is betekent dit ook dat multifunctioneel ruimtegebruik een voorwaarde is voor deze nieuwe ontwikkelingen in de gemeente. In de NvU worden mogelijkheden aangegeven voor meervoudig ruimte gebruik van de tramremise. Op basis van deze Nota van Uitgangspunten volgt een Voorlopig Ontwerp (VO) inpassing van de tramremise Ypenburg (fase 1a). Daarnaast zal het college een Nota van Uitgangspunten laten opstellen voor het overblijvende deel van de GAVI kavel, inclusief een financiële haalbaarheidsstudie.

1.4 Leeswijzer

De Nota van uitgangspunten bevat 8 hoofdstukken: • Hoofdstuk 1 gaat in op de aanleiding van de ontwikkeling, de beschrijving van het planinitiatief en de overwegingen van de gemeente om het initiatief te faciliteren. • Hoofdstuk 2 gaat in op de bestaande kaders. • Hoofdstuk 3 gaat in op de locatiebeschrijving. • Hoofdstuk 4 gaat in op de ruimtelijke visie. • Hoofdstuk 5 gaat in op de ruimtelijke uitgangspunten en stedenbouwkundige randvoorwaarden. • Hoofdstuk 6 gaat in op de leidraad beeldkwaliteit. • Hoofdstuk 7 behandelt de communicatie met belanghebbenden. • Hoofdstuk 8 behandelt de financiering, de juridisch planologische procedure en de planning.

Tot slot versterkt de tramremise de bestaande (natuur)waarden van het gebied en draagt bij aan de ambities van Den Haag. De Gavi-kavel is circa 25 hectare groot. Het kwadrant van de tramremise omvat circa 8 hectare, waarvan van de kavel van de HTM circa 4 hectare omvat. Het programma van de tramremise omvat ca. 3.500 m² BVO (servicegebouw). Het opstelterrein omvat 7.400 m² en 27.300 m² voor het sporenbed, de auto ontsluiting, omheining etc., hieruit resulteert een waterbergingsopgave tussen de 3.000-10.000 m². Daarnaast is rekening gehouden met een aanvullende ruimtereservering van maximaal 5.300 m² ten behoeve van de Koningscorridor richting Zoetermeer. Tevens omvat het programma maximaal 90.000 m² BVO om boven de tramremise te bouwen. De waterbergingsopgave dient in het vervolg nog nader onderzocht te worden.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

5

Dit hoofdstuk bespreekt de geldende sectorale beleidskaders en gaat in op wat dit betekent voor de tramremise.

2.1 Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied valt binnen drie bestemmingsplannen; Ypenburg-Nootdorp uit 1998, Forepark A4-A12 uit 2014 en het conceptbestemmingsplan Ypenburg A12-zone uit 2020. De geldende bestemmingen voor de locatie worden hieronder per plan behandeld. Bestemmingsplan Ypenburg-Nootdorp Voor de locatie geldt het bestemmingsplan Ypenburg- Nootdorp van 1998. Voor de GAVI-kavel geldt: nader uit te werken gebied voor bedrijfsdoeleinden en voorzieningen. De als uit te werken gebieden voor bedrijfsdoeleinden en voorzieningen UBV (3.1) aangewezen gronden zijn volgens Art. 16 onder andere bestemd voor: Bedrijven vallend in de categorie 1 t/m 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, zelfstandige kantoren, horeca in de categorieën I t\m III van de Staat van Horeca-activiteiten, maatschappelijke voorzieningen, recreatieve voorzieningen incl. sport, (boven)regionale voorzieningen, waaronder een: congrescentrum, sportvoorzieningen, een ijsbaan en themapark per perceel max. 60% bebouwing, bouwhoogte max. 40 m. Andere voorzieningen zoals wegen en fiets- en voetpaden, waterlopen en waterpartijen, parkeergelegenheden, geluidswerende voorzieningen en groen en speelvoorzieningen. Nutsvoorzieningen, waaronder begrepen gasdrukregelstations, gemalen en ondergrondse afvalcontainers.

6

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

Kantoor en (boven)regionale voorziening minimaal 7 m afstand van de leidingenstrook, aardgasleiding 12 inch; minimaal. 30 m afstand van leidingenstrook, aardgasleiding 30 inch. Kantoor, (boven)regionale voorziening – maximaal. 800 m straal vanaf Station Ypenburg. Gebouwen waar als regel meer dan 50 personen: minimaal 600 m tot munitieopslag TNO. Bestemmingsplan Forepark A4-A12 Voor het deelgebied van circa 7500 m² in de oksel van het Prins Clausplein geldt het bestemmingsplan Forepark A4-A12 uit 2014. Dit vormt geen belemmering voor de tramremise. Tramremises zijn volgens het VNG tabel categorie 3.2 bedrijven. Naast de Tedingerbroekplas zijn enkel bedrijven in de categorie 3.1 en bedrijven die qua aard en omvang en invloed op het milieu gelijk te stellen zijn met bedrijven in de milieucategorie 3.1. Het bestemmingsplan A12 zone betreft een overwegend conserverend bestemmingsplan. Hierin zijn grotendeels de bestaande rechten uit bestaande bestemmingsplannen, de bestaande situatie en de tussentijds verleende vergunningen opgenomen.

2. BESTAAND BELEID

Bestemmingsplan Ypenburg Nootrdorp (1998)

Concept ontwerp bestemmingsplan A12 Zone

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

7

Referentie: HTM

8

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

2. BESTAAND BELEID 2.2 Stedenbouw & Planologie

Ambitiedocument omgevingsvisie Den Haag (RIS 30999) Uit de gemeentelijke (strategische) beleidsdocumenten voor de fysieke leefomgeving zijn hoofdambities en hoofdopgaven gefilterd. We beginnen met acht hoofdopgaven die in de basis laten zien welke koers Den Haag voor zich ziet voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Deze hoofdopgaven zijn ook al eerder in de startnotitie opgenomen.

A

1

49 º

2

50 º

3

51 º

1.

2.

3.

4. 5.

6. 7.

8.

Het invullen en uitwerken van de kwantitatieve en kwalitatieve bouwopgave in Den Haag volgens het principe van ‘verdichten, vergroenen, verduurzamen. Investeren in het versnellen van de transitie naar een internationale innovatieve kenniseconomie met sterke economische sectoren en behoud van lokaal ondernemerschap. Behouden en vergroten van de bereikbaarheid in Den Haag en het verminderen van de verkeersdruk in en om de stad. Behouden, ontwikkelen en versterken van de diverse omgevingskwaliteiten van wijken en buurten in Den Haag. Behouden, ontwikkelen en versterken van de kwaliteiten van de openbare en bebouwde ruimte, zodat deze bijdragen aan het sociaal functioneren van de stad en het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Het realiseren van de energietransitie en een klimaatbestendig Den Haag. Het realiseren en behouden van een schone, gezonde, veilige en toegankelijke leefomgeving die beweging en ontmoeting van Haagse inwoners stimuleert. Versterken van natuur, groen en biodiversiteit in de stad.

4

52 º

5

53 º

3º

B

4º

C

5º

D

6º

E

7º

F

8º

G

Agenda ruimte voor de stad

9º

Den Haag, september 2016

Met Agenda Ruimte voor de Stad kiest Den Haag voor slimme groei. Dit is nodig in een stad die volgens prognoses tot 2040 groeit met ongeveer 80.000 nieuwe inwoners, maar geen ruimte heeft voor uitbreiding buiten de bebouwde kom. Door slim te groeien wordt Den Haag aantrekkelijker, leefbaarder en duurzamer. Slim groeien, betekent vertaald naar de remise om compacter te bouwen op goed bereikbare plekken, gecombineerd met meer groen in de buitenruimte. De verdichtingsambities impliceren: • • • •

Agenda Ruimte voor de Stad (RIS 295016) Verdichten, vergroenen en verduurzamen Uitgangspunt voor ontwikkelingen is de Agenda Ruimte voor de stad (2016). Wat betreft de tramremise dient voldaan te worden aan: • • • •

De roep om slimme stadsontwikkeling; De vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving; De ontwikkeling naar een nieuwe circulaire economie; De opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief.

• • • • •

Compact bouwen op een goed bereikbare plek en de openbare vervoersverbinding te versterken; Ruimte voor de buitenruimte te maken en deze te combineren met meer groen in de buitenruimte; De openbare ruimte als groene ontmoetingsruimte in te richten met een mix van functies; Prioriteit te geven aan fietsers en voetgangers bij het inrichten van de profielen; Zorgvuldig plinten en entrees vorm te geven; De verduurzamingsambitie zet in op de energietransitie en klimaatadaptatie: Benutten van de daken en gevels voor energieopwekking; Vergroenen van de buitenruimte en een klimaat adaptieve inrichting; Groene daken vormgeven om daarmee de kans op wateroverlast en hittestress door klimaatverandering te verminderen.

Bij realisatie is het verplicht dat aangetoond wordt hoe de ambities naar circulair bouwen concreet gemaakt worden. Het is aan de aanvrager om inclusiviteit te bevorderen door toegang tot openbaar vervoer zo laagdrempelig mogelijk te maken en in te zetten op meervoudig ruimtegebruik want de ruimteclaims stapelen zich in Den Haag op.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

9

Den Haag wil samen optrekken en investeren met

Economische visie Den Haag+ 2030 Brede economische bloei in een stad zonder grenzen

Kadernota economisch beleid

2.3 Economie Economische visie (RIS 303550) Den Haag werkt aan een brede economische groei. Deze willen wij realiseren vanuit ons Haagse profiel, dat waar de stad en de regio sterk in zijn. Hierbij richten wij onze energie op vier strategische doelen: • • • • •

10

De stad aantrekkelijker maken; De economische structuur veerkrachtiger maken; Ondernemers groeikansen bieden; Voldoende huisvesting creëren in aantrekkelijke werkmilieus. Mobiliteits- en energietransitie, attractief woon- werken leefklimaat en een sterk imago zijn cruciaal voor een sterke en veerkrachtige economie van morgen. Veerkrachtigheid bevorderen wij tevens door het stimuleren van specialisering (sectorversterking), clustervorming en de groei van innovatieve, missie gedreven ecosystemen..

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

sleutelspelers in de stad, regio en (inter)nationaal in gemeenschappelijke thema’s. Het ondersteunen van sectoren en clusters bij structuurversterking is gebaseerd op inhoudelijke criteria. Deze zijn onder andere de groeipotentie van de werkgelegenheid, de bijdrage aan de diversificatie, het verminderen van een eenzijdig profiel en kwetsbaarheid van de economische structuur en de aansluiting op de behoefte vanuit de arbeidsmarkt. De GAVI-kavel speelt een rol in de economische structuurversterking van Den Haag en in het voorzien in ruimte voor bedrijven. Gestuurd wordt op de bijdrage aan het Haagse profiel, innovatie- en toekomstgerichtheid, (inter) nationaal onderscheidende antwoorden op maatschappelijke vraagstukken. Zie hiervoor ook de commissiebrief Aanpak Haagse maakindustrie (RIS 311061). Concrete uitwerking van deze ideeën volgt in een NvU waarin de invulling van het het restant van de GAVI-kavel wordt beschreven. In de stad en de regio is er tevens dringende behoefte aan meer bedrijfsruimte, klein- en grootschalig, op passende locaties. De vraag naar ruimte van ondernemers is steeds meer ook kwalitatief van aard. Door dit interactiemilieu te bevorderen, voorzien we in de behoefte aan ontmoeting en kruisbestuiving. Ook sfeer, imago en uitstraling worden steeds belangrijkere vestigingsvoorwaarden voor ondernemers.

Om de economische groei en beschikbaarheid van huisvesting te verbeteren, worden de mogelijkheden voor nieuw aanbod langs de A4 onderzocht. Wij sturen hierin op ruimteclaims in beeld brengen en het bevorderen van marktontwikkeling. Wij dagen marktpartijen uit om nieuwe, innovatieve concepten in Den Haag toe te passen.

Economische uitvoeringsagenda

2019-2022

Economische Uitvoeringsagenda (RIS 303548) Den Haag geeft een vervolg aan het Smart Industry-cluster met een voortzetting op het regionale programma SMITZH. De provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland zijn hierin leidend. Er wordt onder andere ingezet op de verbreding van de slimme maakindustrie met ambachtelijke en circulaire maakbedrijven en de oprichting van een virtuele campus om de netwerken te versterken tussen de hightech maakbedrijven in Zuid-Holland. Den Haag stimuleert ondernemers om faciliteiten te ontwikkelen waar bedrijven gezamenlijk aan innovatieve projecten werken, een stage- en onderwijsprogramma opzetten met regionale universiteiten en hogescholen, en het regionale cluster (inter)nationaal te profileren. Naast deze focus op de smart industry is ook de verbreding van de maakindustrie een belangrijke opgave. Deze sector biedt kansen om de economie van Den Haag weerbaarder te maken en beter bestand tegen economische neergang. Deze sector is een belangrijke drager van werkgelegenheid voor zowel praktisch geschoolden als ook hoger opgeleiden.

2. BESTAAND BELEID BEDRIJFSHUISVESTINGSTRATEGIE DEN HAAG

Hierbij zet de gemeente in op intensivering, benutten van koppelkansen en op ruimtelijk-programmatische samenhang met de omgeving, waarbij ook op andere beleidsvelden een meerwaarde wordt gecreëerd.

Vernieuwen, intensiveren en verduurzamen

September 2019

Bedrijfshuisvestigingsstrategie (RIS 303177) In een stad waar weinig ruimte is en waar het aantal inwoners sterk groeit, moet de ruimte optimaal benut worden. Dit kan door herontwikkeling van verouderd vastgoed, daar waar mogelijk toevoegen van bedrijfshuisvesting, intensiveren van grondgebruik door stapelen van functies en door functiemenging. Aandacht voor wensen en eisen die ondernemers bij bedrijfshuisvesting hebben, zoals kleinschaligheid, schakelbare ruimten en betaalbaarheid is van groot belang om niet te bouwen voor leegstand. Om onze ambities te realiseren gaan wij aan de gang met drie pijlers: •

• •

Economische groei stimuleert door het toevoegen van geschikte bedrijfshuisvesting en bestaande bedrijvigheid in de stad te behouden; Bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging; Bijdragen aan de duurzaamheidsopgave van de stad door verduurzaming van bedrijfsruimte te stimuleren.

Verdichting gaat gepaard met optimalisering van ruimtegebruik. Intensivering door stapelen van functies en functiemenging speelt hierbij, waar dat bedrijvigheid niet in de weg zit, een groeiende rol. Het toevoegen van betaalbare kleinschalige, schakelbare ruimten is van groot belang. Flexibiliteit en verduurzaming van de bebouwde en onbebouwde ruimte zijn voorwaarden om toekomstbestendige en aantrekkelijke gebieden te ontwikkelen. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat in Den Haag ruimte nodig is voor bedrijven en bedrijfsruimte, in meerdere typen werkmilieus. Op de GAVI-kavel doet zich de kans voor om naast de tramremise ook bedrijfsruimte te realiseren. Deze functies vullen elkaar aan. Concreet betekent dit voor de GAVIkavel: •

• • •

•

Potentiële doelgroepen zijn de (ambachtelijke) maakindustrie, bedrijven uit de Impact Economy en creatieve/productie bedrijven. Bedrijven met een middelgrote tot zware logistieke operatie zijn hier minder geschikt; Onbelemmerde verkeersafwikkelingen zijn de basis voor het goed functioneren van het gebied en de bedrijven; Inzetten op meerdere hoogwaardigere bedrijfsverzamelgebouwen van enkele verdiepingen met bedrijfsruimte/kantoren; Verdichting moet gepaard gaan met een aantrekkelijke en klimaatbestendige buitenruimte met een hoge verblijfskwaliteit, aantrekkelijke fiets- en looproutes en plekken voor ontmoeting.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

11

2.4 Mobiliteit en (fiets)parkeren Mobiliteitstransitie Om de groeiende stad bereikbaar en aantrekkelijk te houden moeten we anders omgaan met mobiliteit. Lopen, fietsen en OV worden in combinatie met nieuwe mobiliteit-oplossingen op maat, steeds belangrijker in de leefbare en dynamische stad van de toekomst. Op die manier zorgen we voor minder verkeersslachtoffers, een aantrekkelijkere openbare ruimte en een klimaatvriendelijke en gezonde stad. Het alternatief is dat de wegen van de stad dichtslibben, de luchtkwaliteit verslechtert en automobiliteit steeds meer schaarse openbare ruimte vraagt.

Het college van B&W heeft op 23 juli 2020 besloten om in te stemmen met de verdere uitwerkingen ten behoeve van een nieuwe tramremise in Ypenburg (RIS 306002 ). De GAVI-kavel is in de afgelopen jaren vrij gehouden van een definitieve invulling, zodat de GAVI- kavel als strategische locatie beschikbaar bleef.

De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling om de stad leefbaar, bereikbaar en verkeersveilig te houden. In 2040 moet mobiliteit schoon, veilig, efficiënt, betaalbaar, verbonden en op maat zijn. De mobiliteitstransitie van Den Haag zet in op mobiliteit die past bij een verdichtende stad. Dat wil zeggen dat veilig, ruimte efficiënt en schoon vervoer prioriteit krijgt. Een scenario dat niet past bij de ambities om de stad bereikbaar, leefbaar en veilig te houden.

De GAVI-kavel is een van de weinige locaties waar een tramremise gerealiseerd kan worden. Een tramremise is daarmee voorwaardelijk voor het opschalen van de capaciteit en kwaliteit van het openbaar vervoer en de eventuele aanleg van de nieuwe lijnen. In de nabije toekomst richt de gemeente zich op het willen versnellen van de tramlijnen (RIS300393) en het willen realiseren van de Koningscorridor (RIS299181). In de eerste verkenningen van de MRDH verloopt de Koningscorridor parallel aan de GAVI-kavel. Door een rechtstreekse aansluiting van de tramremise op het nabije tramnetwerk en de Koningscorridor kunnen trams sneller aansluiten op het bestaande OV-netwerk en kan de vervoerder snel extra materiaal beschikbaar stellen.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

Gemeente Den Haag

Parkeerkader den Haag 2010 – 2020 blik in de toekomst

Voor een evenwichtige verdeling van (de stalling van de nieuwe) voertuigen is aanvullende capaciteit aan de noordzijde en aan de zuidzijde van het netwerk nodig. Aan de oost- en westkant van het netwerk zitten voldoende stallingsmogelijkheden.

De ideeën en plannen voor de Haagse mobiliteitstransitie staan in de nieuwe Strategie Mobiliteitstransitie 2022 - 2040. (RIS 310664). In de Strategie Mobiliteitstransitie staat hoe de Haagse mobiliteit er in 2040 uitziet en hoe de gemeente de mobiliteitstransitie wil versnellen. Deze strategie is het vervolg op de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS302361).

Om Den Haag aantrekkelijk en bereikbaar te houden investeert de gemeente in beter, toegankelijk en snellere tramverbindingen. Binnen enkele jaren zullen ook de laatste roodbeige trams vervangen worden door de modernere, laagvloerse trams.

12

Goede en voldoende voorzieningen voor het stallen van railvoertuigen zijn cruciaal. Zonder passende faciliteiten, variërend van overdekte remises tot open opstellocaties voor het stallen en eventueel behandelen van railvoertuigen, is het niet mogelijk om in aanvulling op de reeds aanwezige brede trams de komst van nieuwe, brede laagvloerse stadstrams mogelijk te maken en in de dienstregeling te laten rijden.

Parkeerkader en parkeernorm Uitgangspunt voor auto parkeren is de Parkeerstrategie Den Haag 2021 – 2030 (RIS308711) en de Nota Parkeernormen Den Haag 2021 (RIS 309940). Wat betreft het fietsparkeren dient voldaan te worden aan de ‘Beleidsregels Fietsparkeernormen 2016’ (RIS294386). Voor beide parkeerbeleidsnota’s geldt dat de aanvrager verantwoordelijk is voor het aanleveren van parkeerberekeningen gebaseerd op de ontwikkeling. Deze parkeerberekeningen worden door de gemeente beoordeeld en indien akkoord vastgesteld. Het is verplicht, gezien de locatie, om het parkeren geheel op eigen terrein op te lossen. Binnen de parkeerregeling zijn diverse clausules opgenomen die een mogelijke korting bieden op de parkeereis. Dit is echter afhankelijk van de vorm van de ontwikkeling en de ligging. Bij realisatie van de parkeeropgave dient zowel voor de fiets als voor het autoverkeer rekening gehouden te worden met de toenemende elektrische infrastructuur. Het is aan de aanvrager hier het terrein op in te richten en het mogelijk te maken dit uit te breiden wanneer de toekomstige vraag zich hiernaar schikt.

2. BESTAAND BELEID

2.6 Duurzaamheid

Nota Duurzaamheid

Schone energie in een groene stad

A C

B

De Haagse Aanpak

Haags duurzaamheidsbeleid De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. Voor de tramremise betekent dit dat er op gebouw- en gebiedsniveau maatregelen getroffen moeten worden. Voor de verschillende thema’s (energie, groen, water, mobiliteit, circulariteit etc) zijn specifieke beleidsnota’s opgesteld. In volgorde van de Nota Duurzaamheid wordt de betekenis van die beleidsnota’s voor de tramremise onderstaand beschreven. 5 maart 2019

2.5 Wonen Woonagenda (RIS 303177) De Woonagenda 2020-2023 is een nieuwe versie van de Woonagenda 2019-2023, aangevuld met maatregelen uit het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’. Uitgangspunt is dat iedere inwoner van Den Haag fatsoenlijk en betaalbaar kan wonen. Betaalbaar wonen moet haalbaar zijn voor starters, ouderen, studenten én gezinnen. Haags samen wonen, daar geloven we in. De woningbouwambitie is opgeschroefd van 2.500 naar 4.000 woningen per jaar. Ook wordt onder andere € 50 miljoen uitgetrokken voor betaalbare woningen. De ontwikkeling van de tramremise dient rekening te houden met de woningen die al in Deelplan 20 gerealiseerd zijn. Gezien de maatschappelijke opgave in de stad onderzoekt de gemeente de mogelijkheid voor tijdelijke en permanente huisvesting in deze omgeving. Dit betekent dat in het vervolg het effect van de tramremise op de omliggende kavels door de initiatiefnemer inzichtelijk gemaakt dient te worden.

2.6.1 Duurzame energievoorziening Den Haag heeft de ambitie om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn. Daarvoor moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. De energievoorziening van nieuwbouw, zoals de tramremise, moet daarom gelijk toekomstbestendig ontwikkelt te worden. De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en het ontwerp van de Transitievisie warmte (RIS310442) vastgesteld is voor dat deel van de stad. De Gavi kavel ligt op een knooppunt van energienetwerken. Aan de westzijde ligt de warmtebron voor de stadsverwarming van Ypenburg. Hier wordt mogelijk een geothermiebron gerealiseerd. Ook de warmteleiding naar Leiden (WarmtelinQ+) loopt mogelijk door het gebied. Omdat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden is het niet wenselijk om gebruik te maken van stadsverwarming of de WarmtelinQ+. Die warmte is nodig voor de bestaande woningen en bedrijven. Onderzocht kan worden of het inzetten van retourwarmte uit de stadsverwarming helpt om dat systeem te optimaliseren. Warmte- en koude opslag in de bodem is hier naar verwachting de meest voor de hand liggende techniek. In de dimensionering van zo’n systeem kan rekening gehouden worden met de overige ontwikkelingen rond de kavel.

Om het thermisch gebruik van de ondergrond te optimaliseren stelt de gemeente waar nodig bodemenergieplannen op. Voor de Gavi kavel is die er (nog) niet.

Het team Duurzame Leefomgeving (S&P) is beschikbaar voor advies op projectniveau. Het Haags Duurzaamheidsteam toetst in het voorlopig ontwerp of een initiatief aan het vigerende gemeentelijke beleid (eisen) voldoet en adviseert over mogelijke verbeterpunten.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

13

2.6.2 Duurzame leefomgeving: Natuur GROEN DOET GOED! DOE JE MEE?

Groen doet goed! Doe je mee? Agenda Groen voor de Stad 2016

Pagina 1

6-7-2016

Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische

14

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema’s: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning, imago en ontwikkeling.

brede zone langs de Goo-Wetering is aangewezen als ecologische verbindingszone tussen de Plas van Reef en de Tedingerbroekplas.

Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken. De uitdaging voor de ontwikkeling van de tramremise bestaat erin om de verdichting te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de GAVIkavel verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijzen: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Voor de tramremise betekent dit: • De (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag; • Inzetten op het beleidskader Natuurinclusief bouwen.

Deze zone heeft een groen/blauwe functie. De kans doet zich Voor doet om de groenstructuur te completeren en de verbinding met de omgeving te verbeteren en de kwaliteit te verhogen. Het doel is de ecologische waarde van de GAVI-kavel te versterken door de groenstructuren door te trekken en/of te versterken en te borgen zoals de ecologische verbindingszone tussen de Tedingerbroekplas naar de A12 toe robuust te maken. Hierin doet ook de zone langs de Spoorlaan mee. Voor de tramremise betekent dit: • Inzetten op een dubbel maaiveld voor de tramremise of een groene daktuin die de bestaande natuurwaarden versterkt; • Verhogen van de ecologische gebruikswaarde van de Tramremise-kavel en het vergroten van de natuurinclusieve belevingswaarde van de bebouwing.

Stedelijke Groene Hoofdstructuur SGH (RIS300506) De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt. Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones. De begrenzing van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur is bestuurlijk vastgesteld. Een

2. BESTAAND BELEID

verbindingszones als onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Hierbij wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen, ecologisch beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding hiervan. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. hoofdboomstructuur Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren Natura 2000-gebied deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. Is extra groengebied ecologische verbindingszoneruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht en de Uitbreiding ecologische verbindingszones ecologische functie gecompenseerd worden. (bijlage 2)

Nota Stadsnatuur Voor een leefbaar en biodivers Den Haag

Natuurkansenscan De Natuurkansenscan is opgenomen in bijlage 6 van de Nota Stadsnatuur (RIS3058240). Wat betekent dit voor de tramremise? Bij de omvorming van de openbare ruimte stellen we een natuurkansenscan verplicht. Dit zal bijvoorbeeld van toepassing kunnen zijn voor de ontsluiting van de remise. Ontwerpen die ter beoordeling worden voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte worden, mede op basis van de natuurkansenscan beoordeeld op het gebied van stadsnatuur. Natuurinclusief denken én werken wordt zo steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerpproces. Het ontwerp van de tramremise dient hier rekening mee te houden.

nog te realiseren ecolint en huismussenstrook Vuistregels biotopen als hulpmiddel bij groene inrichting bestaande groenstroken en water

van tramremise Het terrein van de remise draagt bij aan de functionaliteit van de aanwezige ecologische verbindingszones door te streven Nota Stadsnatuur (RIS305824) Natuurnetwerk Nederland naar een optimale inrichting op basis van de vuistregels voor In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van Natura 2000-gebied buurgemeente biotopen uit de Nota Stadsnatuur en gelden de uitgangspunten groengebied buurgemeente onze stad. Een stad met vitale stadsnatuur is een gezonde water gesteld voor wijk- en buurtgroen. Voor de vuistregels is een stad. In de Nota Stadsnatuur zijn handvatten opgenomen vogelrustgebieden handreiking beschikbaar waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met Overige aanduidingen

meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. Den Haag kent een uitgebreid netwerk aan ecologische

Functionele ecologische verbindingszones Een goed werkende ecologische verbindingszone moet een geschikt leefgebied voor veel verschillende diersoorten vormen. Alleen zo kunnen dieren zich tussen groengebieden verplaatsen. Naast een optimale inrichting met inheemse planten, struiken, geleidelijke overgangen en voldoende zonnige plekjes zijn ook voldoende rust en de biotoopgrootte van belang. Ecologische verbindingszones moeten dus voldoende breed zijn. In een stedelijke omgeving hanteren we als uitgangspunt een minimum van 20 meter, een norm van 30 meter en een ambitie van 50 meter of meer. Bij eventuele (her) inrichting van ecologische verbindingszones (zoals de zone langs de Goo-wetering) gelden de uitgangpunten en specifieke vuistregels voor biotopen opgenomen in de Nota Stadsnatuur. Bron: Nota stadsnatuur

20

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

15

Boomonderzoek en compensatieverplichting In het kader van de NvU dient een bomenonderzoek plaats te vinden. Hieruit blijkt tevens de mogelijke compensatieplicht. In de planning moet ook rekening worden gehouden met de procedure rondom een kapvergunning. Naar verwachting zal voor het ontstane groen op de GAVI-kavel een vergunning nodig zijn

DE STAD NATUURLIJK

DE STAD NATUURLIJK

NATUURINCLUSIEF BOUWEN IN DEN HAAG

NATUURINCLUSIEF BOUWEN IN DEN HAAG

Natuurinclusief bouwen (RIS288182) Groen- en natuurinclusief bouwen helpt om de stad groen en gezond te houden. Conform het raadsbesluit over Natuurinclusief bouwen (inclusief evaluatie van het puntensysteem) (RIS288182; RIS309253) en de Nota Haagse hoogbouw Eyeline en Skyline (RIS298448) is een puntensysteem ontwikkeld, dat dient als instrument voor het bevorderen van groen- en natuurinclusief bouwen in Den Haag. Er liggen kansen om dit gebouw natuurinclusief uit te voeren. Conform het raadsbesluit over Natuurinclusief bouwen zal het college van B&W bevorderen dat uitgangspunten voor Natuurinclusief bouwen (RIS288182; RIS309253) opgenomen worden bij gemeentelijke bouwinitiatieven (eigen grond). Aangezien de GAVI-kavel in eigendom van de gemeente is

16

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

dient de tramremise hier aan te voldoen. In de Bijlage wordt ingegaan op het puntensysteem die voor de grootschalige ontwikkeling van de Tramremise van toepassing is. De gemeente ziet toe of de ontwikkeling aan dit puntensysteem voldoet. Wet natuurbescherming flora en fauna De GAVI-kavel is op dit moment een groen terrein, in de loop der jaren zijn natuurwaarden ontstaan, waaronder wettelijk beschermde natuurwaarden. Den Haag kent een lange traditie van vleermuisonderzoek. De GAVI-kavel en de gebieden die hieraan grenzen (TNO locatie en de Plas van Reef) zijn aangemerkt als belangrijk foerageergebied voor vleermuizen. Vleermuizen en hun leefgebied zijn beschermd conform de Wet natuurbescherming. Ecologisch onderzoek naar de functie van dit gebied is noodzakelijk. Het behoud van het gebied als vleermuisfoerageergebied (donkerte) inclusief ecologische verbetering hiervan is noodzakelijk ook in relatie tot het naastgelegen Plas van Reef. Het belang van de Gavikavel is waarschijnlijk lager dan dat van de Plas van Reef. De combinatie van ontwikkelingen is een risico vanuit de Wet natuurbescherming. Er is sprake van een cumulatie effect. De beschikbare achtergrondinformatie t.a.v. vleermuizen vanuit de gemeente is te vinden via www.kaartendenhaag.nl onder natuur en milieu. Directe link: https://arcg.is/1KivG40.

Voor de Tramremise-kavel geldt: • Belangrijke gebieden voor vleermuizen dienen dan ook in stand gehouden te worden. • Het gaat hierbij zowel om behoud van areaal als om het behoud van donkerte. • De eventuele (negatieve) effecten van de aanleg van de tramremise op vleermuizen en andere beschermde natuurwaarden moet ecologisch onderzocht worden. • De mogelijke impact moet te allen tijde worden verzacht door maximaal in te zetten op vergroening van het terrein en de impact van verlichting zo klein mogelijk te houden (door heel gericht te verlichten).

• •

Uitgangspunten voor verlichting zijn opgenomen in de Richtlijn Licht op Natuur RIS298658 https://denhaag.raadsinformatie.nl

Stikstofdepositie Er dient te worden aangetoond dat de bijdrage aan de stikstofdepositie in de gebruiksfase kleiner is dan 0,00 mol/ha/ jr. Bij een hogere bijdrage aan de stikstofdepositie is toetsing aan provinciaal beleid en overleg met team Groen van de Omgevingsdienst Haaglanden noodzakelijk. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Met deze Wet worden, conform artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming, de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden van bepaalde bouwactiviteiten buiten beschouwing gelaten voor de Wnbvergunningplicht. Deze vrijstelling voor de realisatiefase heeft alleen betrekking op stikstofdepositie. Voor andere onderdelen van de Wet natuurbescherming (zoals bijvoorbeeld soorten), geldt mogelijk nog wel vergunningplicht. Hiervoor blijft het beoordelingskader ongewijzigd

2. BESTAAND BELEID Wegwijzer

Den Haag Klimaatbestendig

Microklimaat (zon, schaduw, wind Het ontwerp van de tramremise dient rekening te houden met het microklimaat. Door de beperkte hoogte van de bebouwing is de invloed op de bezonning, schaduw en wind beperkt. Neemt echter niet weg dat de mate van verharding voor verandering van het microklimaat zorgt. Vandaar dat de tramremise aan de uitganspunten van de klimaatwijzer moet voldoen.

2.6.2 Duurzame leefomgeving: Milieuaspecten

Samen werken aan een groene, toekomstbestendige en leefbare stad

denhaag.nl/klimaatbestendig

2.6.2 Duurzame leefomgeving: Klimaatbestendig Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) Onze ambitie is een groene, toekomstbestendige en leefbare stad die aantrekkelijk is voor bewoners, bezoekers en bedrijven. Dat betekent wijken, straten en gebouwen die zo zijn ingericht, dat ze bestendig zijn tegen weersextremen en die tegelijk vooral leefbaar zijn. Deze ambities zijn uiteengezet in de Nota Duurzaamheid. Volgens de laatste scenario’s van het KNMI zal klimaatverandering ertoe leiden dat we in Nederland vaker te maken krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De opgave voor de komende decennia is om de bestaande en nieuwe stad klimaatbestendiger in te richten tegen extreme neerslag, hitte en droogte. In de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig staan de vastgestelde ontwerpprincipes om de gebouwen en omgeving van de tramremise klimaatbestendig in te richten

Externe veiligheid Ten zuidwesten van de GAVI-kavel ligt de TNO-locatie waar explosieven worden opgeslagen. Op rijksniveau zijn A-B-C beschermingszones vastgelegd. Deze en de gerelateerde regelingen zijn in de bestemmingsplannen opgenomen. De A-zone (kleinste radius) legt veel beperkingen op, maar deze heeft geen overlapping met de GAVI. In de B-zone (middelste cirkel) mogen geen bestemmingen voorkomen waarin uit externe veiligheidsoogpunt kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten opgericht kunnen worden. In de C-zone zijn geen bestemmingen opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken met vlies- of gordijngevelconstructies of grote glasoppervlakten en waarbinnen zich doorgaans een groot aantal personen bevindt. C-zone betekent geen echte belemmering voor een remise, wel bijvoorbeeld voor eventuele leisure of intensieve werkfuncties. Het gebied is van hogedruk gasleidingen omgegeven: langs de Molensloot, op een afwisselende afstand van 50-60 m vanaf de kavelgrens, voorts langs de Valutapad en de Guldenlaan. Vanaf de as van de buisleidingen is een 5-5 m belemmeringszone wettelijk voorgeschreven. Een (tijdelijke) risicobron vormt de gastank van het kampeerterrein. Naast de warmtekrachtcentrale wordt de realisatiemogelijkheden van een Geothermiecentrale onderzocht. De ambitie is dat het warmtenetwerk van Ypenburg op termijn van gas naar geothermie als bron overgaat.

Bij het winnen van aardwarmte komt echter ook aardgas vrij. De gasscheider heeft een

veiligheidscontour waarbinnen geen gebouwen waar mensen verblijven aanwezig mogen zijn. Gelet op de beoogde locatie van de tramremise is de afstand tot de gasscheider ruim voldoende. Onder leiding van de provincie Zuid Holland en de Gasunie wordt de ligging van de warmtetransportleiding Rijswijk Leiden onderzocht . De juiste functies op de juiste locatie De beschikbare ruimte in Den Haag is schaars. De gemeente streeft ernaar om de milieuruimte en de gebruiksmogelijkheden van de GAVI niet verder te beperken. Den Haag kan zich niet permitteren om de ruim tien jaar geleden bepaalde milieuruimte (100 m volgens de VNG richtafstanden lijst) voor de beoogde toekomstige ontwikkeling toe te kennen tenzij dit overlapt met andere al aanwezige beperkingen en niet tot accumulatie (verhoging van de aanwezige hinder) leidt. Dringende noodzaak is om de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken. De ambitie van de gemeente is “De juiste bedrijven op de juiste locatie”. Wat betekent dit voor de tramremise? Dit houdt in dat locaties waar hogere milieucategorie bedrijven mogelijk zijn, bij voorkeur hiervoor benut worden, terwijl locaties die zich beter voor een meer gemengd programma lenen daarvoor benut worden. De tramremise is een categorie 3.2 bedrijf. Het leidend aspect volgens de VNG Staat van Bedrijfsactiviteiten is geluid.

Dit betekent dat de remise in een afstand van 100 m vanaf de gevel van woningen geplaats dient te worden. Tenzij geluidhinder mitigerende maatregelen worden toegepast, waardoor een geringere afstand niet tot verslechtering van de leefkwaliteit van omwonenden leidt. De ontsluiting van de remise en bochtstralen verdienen hierbij bijzondere aandacht. Het geluid van draaiende trams moet ingeperkt worden. Mede ingegeven door bovenstaande is ervoor gekozen om de tramremise aan de Guldenlaan nabij de beoogde ADO-halte van Koningscorridor en de Plas van Reef te positioneren.

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

17

Ontwikkelingen op de korte termijn De gemeente onderzoekt de mogelijkheid voor een tijdelijke (zand)opslag op de GAVI-kavel. Milieuzonering (lucht- en geluidkwaliteit) In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. In artikel 5.16 van de Wm is vastgelegd dat voor een plan dat niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan doorgang kan vinden. Met andere woorden, draagt een project niet of niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering. De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate, ofwel ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Het Besluit en de Regeling ‘niet in betekenende mate’ bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een bepaald project wel of niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd. NIBM-projecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan de grenswaarden voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit zal middels een berekening uitgevoerd moeten worden.

Geluid De Wetgeluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Als geluidsgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn onder andere aangewezen woningen. De Wgh onderscheidt drie verschillende geluidsbronnen: industrie, spoorwegverkeer en wegverkeer.

18

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

Industrie- en spoorweglawaai Op grond van de Wet geluidhinder hebben wegen en spoorwegen een geluidszone, waarbinnen bepaalde normen gelden voor de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, en waarbinnen bij het opstellen van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De Wet geluidhinder kent een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Voor nieuwe situaties kunnen hogere waarden worden vastgesteld. Deze bedraagt voor wegverkeerslawaai maximaal 63 dB. Een uitzondering wordt gemaakt als het gaat om vervangende nieuwbouw langs wegen. De gevelbelasting mag dan maximaal 68 dB bedragen. De wet bepaalt hierbij dat de vervanging niet zal leiden tot: een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige structuur of functie. Het voornemen voor de herontwikkeling dient te voldoen aan de eisen vanuit de Wet Geluidhinder. Bij tramremises in de buurt van woningen is geluid een belangrijk aandachtspunt. Het gaat o.a. om piekgeluiden als gevolg van een bochtig traject binnen de grenzen van de remise. Dat in combinatie met vervoersbewegingen ‘s nachts en in de vroege ochtend, na en voor de dienstregeling. De positie van de remise en de in en uitrij positie op de gekozen locatie lijkt gunstig. Op de tekeningen is de plaats van de bochtstralen en de rails te zien, ondanks dat er nog geen geluidsonderzoek is gedaan.

Daarom zal in het ontwerp ook alvast rekening moeten worden gehouden met mogelijke overdrachtsmaatregelen. Zodat als dat uit geluidsonderzoek nodig blijkt die op een goede manier ruimtelijk kunnen worden ingepast. De woningen van deelplan 20 liggen weliswaar op afstand, maar die woningen ondervinden al geluidsbelasting van meerdere bronnen (rijksweg, spoor en gemeentelijke weg). Het water waardoor de locaties worden omringd kunnen zorgen voor extra geluidsoverdracht (weerkaatsing) vanuit de remise.

Bodem Op 1 januari 2006 is de wijziging van Wet bodembescherming (Wbb) inwerking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: • het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; • het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; • het wegnemen van actuele risico’s. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico’s die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog geen onderzoek en/ of sanering heeft plaatsgebonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. De noodzaak van onderzoek is afhankelijk van het plan. Wanneer de bodem wordt geroerd of grond wordt verzet, bijvoorbeeld voor een nieuwe fundering is bodemonderzoek noodzakelijk. Bij het indienen van een plan moet er dus voldoende inzicht zijn in eventuele verontreiniging en/of opslag van gevaarlijke stoffen ter plaatse.

De op de gevels betreffende onderzoeken moeten van recente aard zijn. Het advies aan de initiatiefnemer is om de onderzoeken in een vroeg stadium te laten toetsen door het bevoegd gezag. Het plan wordt ook getoetst aan de Bouwverordening. Bij functiewijziging of herindeling van de functies zal dit ook consequenties kunnen hebben voor de Wet Milieubeheer. Ten aanzien van de bodem is de Nota bodembeheer RISnummer: 258298 en de aanvulling hierop t.a.v. PFAS van toepassing.

Daarnaast dient voldaan te worden aan de uitgangspunten van Circulaire bodemsanering. Er zijn aanwijzingen dat op de GAVI-kavel de grond vervuild is met Japanse duizendknoop c.q. verschillende haarden van de Japanse duizendknoop aanwezig zijn. Dit is een zeer invasieve exotische plantensoort die, voorafgaand aan het bouwrijp maken, verwijderd moet worden. Het plangebied of projectlocatie moet daarom worden geïnventariseerd op de aanwezigheid van Japanse duizendknoop, inclusief eventuele sanering. Sanering en monitoring neemt al snel twee jaar in beslag. Verspreiding van de plantensoort door bijvoorbeeld vergraven/maaien/ verplaatsen etc. moet te allen tijde worden voorkomen. Lichthinder Een tramremise is ook gedurende een deel van de nacht in bedrijf. Er wordt een onderzoek uitgevoerd met betrekking tot lichthinder waarbij getoetst dient te worden aan de Richtlijn lichthinder van de Nederlandse Vereniging voor Verlichtingskunde. Het gaat daarbij om de verlichting van het emplacement, reclameborden en logo’s en van voertuigen (personeel) en rijtuigen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met zowel omwonenden als fauna (vleermuizen). Waterhuishouding, waterkwaliteit en waterveiligheid De waterschappen stellen hun eigen Watervisie op. Uitgangspunt is dat deze Watervisies betrokken worden in de omgevingsvisies van gemeenten.

Voor Den Haag is de Watervisie van het Hoogheemraadschap van Delfland van belang. Deze visie bevat kaarten met specifieke informatie per gebied. Ze laten voor acht typische gebieden de opgaven zien die met water te maken hebben. Per gebied zijn vervolgens twee tot vier toekomstperspectieven uitgewerkt. Deze laten mogelijke richtingen zien waarin het gebied zich in de (verre) toekomst kan ontwikkelen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de primaire waterkering en het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied.

Het initiatief dient rekening te houden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De bouw van de tramremise leidt tot een toename van verharding en daarmee versnelde afstroming van regenwater naar het watersysteem. Voor ontwikkelingen geldt een wateropgave ter compensatie van toenemende verharding. Hierbij heeft Delfland voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief voor vasthoudmaatregelen gekozen worden. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op www.hhdelfland.nl/richtlijn-vasthoudmaatregelen. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in stand houden van deze voorziening. Het vertrekpunt voor de tramremise is dat de waterbergingsopgave op eigen terrein of binnen het kwadrant Guldenlaan-Plas van Reef opgelost wordt. Dit geldt ook voor de aan meervoudig ruimtegebruik gekoppelde waterbergingsopgave.

Beheer en onderhoud Klimaatbestendig ontwerpen met water betekent: toekomstbestendig waterkwaliteitsbeheer en impliceert ook het waterkwaliteitsbeheer ten behoeve van toekomstig programma. De waterstructuur voor de GAVI-kavel wordt gefaseerd uitgevoerd. De ontwikkeling van de tramremise dient rekening te houden met het beheer en onderhoud van de bestaande en toekomstige waterstructuur. De watergangen en keringen dienen bereikbaar te zijn voor onderhoud. Voor de tramremise dient een klimaatbestendig ontwerp opgesteld te worden. Het waterbeheer en watermanagement dient nader uitgewerkt te worden. Dit impliceert een ontwerp waarin de hele (afval) waterketen en de afvoer van water in beeld gebracht wordt.

Haagse hoogbouw

Eyeline en Skyline

15 november 2017

2.6.2 Duurzame leefomgeving: algemeen

In de nota Eyeline-Skyline (RIS298448) zijn randvoorwaarden opgenomen voor wat betreft duurzaamheid. De volgende passage is ook voor projecten onder de 50 meter van toepassing: • BREEAM-NL minimaal 4 sterren (excellent); • of GPR Gebouw van minimaal 8 voor de thema’s: milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde; voor energie geldt een score van 9; • Gasloos bouwen; • Voor het thema energie (energieneutraal) is bij voorkeur een 10 gewenst, en de overige thema’s behoren minimaal een 8 te scoren.5

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

19

2.6.3 Duurzame mobiliteit

Strategie mobiliteitstransitie Een nieuwe visie op mobiliteit Den Haag 2022 - 2040

vervoer past bij de HTM en het beoogd toekomstbeeld van de GAVI-kavel. Een beter openbaar vervoer maakt het ook mogelijk dat een stadsdeel efficiënter ontsloten kan worden zonder dat de verkeersdrukte tot overlast leidt. Dat maakt vervolgens hogere FSI's haalbaar, waarmee de schaarse grond beter benut kan worden, meer functiemenging mogelijk is en bereikbaarheid behouden blijft of verbeterd wordt.

2.7 Buitenruimte

Profielen maken de stad. Nabij de tramremise bevindt zich een vrij liggende sterfietsroute. Het kwalitatief routeontwerp draagt bij aan de ruimtelijke- en functionele differentiatie van de profielen van de stad. Ontwerpaspecten ten aanzien van het profiel Guldenpad-Guldenlaan- Spoorlaan zijn fietscomfort, (verkeers-)veiligheid en belevingswaarde. Samen werken aan een bereikbare, leefbare en verkeersveilige stad

Strategie mobiliteitstransitie (RIS310664) Meer mensen, meer banen, meer woningen, meer toerisme: Den Haag staat in de komende decennia voor grote uitdagingen. Als we de stad leefbaar, bereikbaar en verkeersveilig willen houden, zullen we anders moeten omgaan met mobiliteit. Daarom zet Den Haag in op een nieuwe koers: een transitie naar een toekomstbestendig en stadsvriendelijk mobiliteitssysteem. De doelstellingen hierbij zijn veilig, efficiënt, op maat, schoon, betaalbaar en verbonden. Bij de inrichting van de openbare ruimte hanteren we het STOMP-principe: Stappen-Trappen-Ov-MaaS-Privéauto. Met andere woorden: bij het ontwerp van de openbare ruimte kiezen we in de eerste plaats voor de voetganger en fietser, gevolgd door het ov, deelmobiliteit en privéauto. Minder autoverkeer draagt bij aan een betere luchtkwaliteit, minder geluidshinder en minder CO2 uitstoot. (Parkeer)ruimte die daardoor vrijkomt kan ingezet worden om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. Dit alles zorgt voor een gezondere leefomgeving in de stad. Zo versterkt Den Haag haar imago als gezonde stad aan zee met een goede, duurzame bereikbaarheid. Het versterken van het openbaar

20

CONCEPT NOTA VAN UITGANGSPUNTEN HTM TRAMREMISE YPENBURG

2.6.4 Duurzaam materiaalgebruik

Zoals een transitie nodig is in de energievoorziening, zo is ook een transitie nodig in het omgaan met grondstoffen en materialen. Met innovatieve bouwtechnologiën, het stimuleren van de deeleconomie, het repareren en uiteindelijk hergebruiken van onderdelen of de grondstoffen beperken we het gebruik van kostbare grondstoffen en voorkomen we het ontstaan van afval. Dit is een verandering op alle niveaus, van wereld tot woonwijk en van productie tot gebruik. Bij het ontwerp van de gebouwen en omgeving van de remise kan gebruik gemaakt worden van bestaande bouwmaterialen. Door in het ontwerp rekening te houden met toekomstig hergebruik zijn bouwdelen en -elementen later beter inzetbaar. Een materialenpaspoort biedt inzicht in de herbruikbaarheid van de gebruikte materialen in gebouwen en omgeving.

Handboek Openbare Ruimte Voor de tramremise moet de bestaande infrastructuur aangepast worden en nieuwe infrastructuur (sporenplan) gerealiseerd worden voor de ontsluiting van de tramremise. Bij de inrichting van de openbare ruimte is het Handboek Openbare Ruimte HOR van de gemeente Den Haag leidend in de inrichting. Het handboek openbare ruimte gaat in op ontwerpeisen en technische eisen. Alle veranderingen in de openbare ruimte moeten voldoen aan de regels in het handboek. Het is ook het document waaraan al het werk in de openbare ruimte wordt getoetst door de Advies Commissie Openbare Ruimte (ACOR), Vooroverleg Verkeerszaken (VOV) en de Beheerderstoets. Werken die de richtlijnen van het Handboek niet volgen, worden afgekeurd. Binnen de gemeente Den Haag werken veel gebruikers op verschillende momenten aan de (her)inrichting van de openbare ruimte. Van ontwikkeling van nieuwe openbare ruimte door de dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO), lange termijn beheer en grootschalig onderhoud door de dienst Stadsbeheer (DSB) tot het dagelijkse beheer en onderhoud door de dienst Publiekszaken (DPZ). Ook zijn er veel particuliere

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11256666/1