CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311450 Notulen van de raad van 15 en 16 december 2021

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 15 december 2021 voortgezet op 16 december 2021 en de digitale stemmingenraad van 16 december 202161.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Dat is ook gelijk het laatste agendapunt voor vandaag. De vergadering wordt van 16.48 uur tot 17.08 uur geschorst.

Aan de orde is: -

Initiatiefvoorstel Partij voor de Dieren 'Heet onder de voeten' (RIS305041).

De voorzitter. Dit punt is van de besluitenlijst af gehaald. Ik geef het woord eerst aan de heer Smit, indiener van het voorstel, die nog een korte toelichting wil geven. Daarna kijk ik gewoon rond wie het woord wil voeren. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Wie had vanochtend gedacht dat ik hier nog een mooi verhaal zou mogen houden over dit initiatiefvoorstel? Ik ben natuurlijk niet te beroerd om dat toe te lichten, want natuurlijk is het mooi dat we dit initiatiefvoorstel om Den Haag echt leefbaarder te maken, nog meer aandacht kunnen geven. In februari 2019 hebben we als Partij voor de Dieren een meldpunt geopend om versteende pleinen op te knappen. Onder het motto 'Samen maken we Den Haag mooier en groener' zou ik denken: laten we nu die schop in de grond zetten en laten we onze pleinen daadwerkelijk gaan vergroenen. Ik ben benieuwd naar de reacties. De beraadslaging wordt geopend. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ik deel de ambitie van de Partij voor de Dieren op dit punt. Het is prachtig als we deze stad mooier en groener kunnen maken. We ondersteunen daarom de essentie van dit initiatiefvoorstel. Er zitten echter wel wat kleine haken en ogen aan hetgeen hier wordt voorgesteld. Vandaar een amendement met als dictum: besluit om met besluit I in te stemmen, met dien verstande dat het dictum bij I.a.

wordt: 'een terughoudend gebruik van bestrating en speel (val)ondergronden uitgangspunt is en vergroenen de ambitie'; het dictum bij I.b. wordt: 'diversiteit van beplanting een ambitie is'; het dictum bij Ld. wordt: 'in principe geen vitale bomen worden gekapt', met besluit II in te stemmen, met dien verstande dat het dictum wordt aangepast naar: 'Dat jaarlijks minstens één plein, conform Pleinenaanpak 2021 wordt aangepakt, waarbij de mogelijkheden tot vergroening worden onderzocht; bij de pleinenaanpak zal bij ieder plein onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om het plein te vergroenen en hoe opgaven voor klimaatadaptatie, zoals hitte,

52

meegenomen kunnen worden in het ontwerp. Kansen die zich voordoen, zullen benut worden.' Robert Barker (PvdD). Ik was natuurlijk ook verbaasd dat we dit onderwerp ineens zouden moeten bespreken. Natuurlijk zijn we daar graag toe bereid, maar ik vraag me af waarom het CDA ineens met een amendement over dit onderwerp komt en waarom het hier in de commissie niks over heeft gezegd. Kavish Partiman (CDA). Dat is een mooi punt. We hebben het voorstel nogmaals goed bestudeerd en we hebben gekeken naar de preadviezen van het college en het beleid dat wij in deze gemeente hebben op een aantal van deze punten. Zoals ik in het begin al aangaf, staan wij achter de uitgangspunten van uw voorstel. Wij willen dat het zo goed mogelijk uitvoerbaar blijft, maar wij willen ook gewoon de problemen in acht nemen die het met zich mee zou brengen als we bijvoorbeeld voor vergroening zouden gaan op een speelplein waar nu bijvoorbeeld een kunstgrasveld ligt waarop gesport kan worden. Dat soort dingen moeten we dan niet met elkaar laten kruisen. Vandaar dat we denken dat we met deze voorstellen een goed initiatiefvoorstel hebben met goede uitgangspunten voor de uitvoering. Robert Barker (PvdD). Dan heb ik alsnog de vraag waarom de CDA-fractie niet in die commissievergadering zat om dit uit te dragen.

Ik ben heel benieuwd: had de CDA-fractie geen tijd of vond zij het niet belangrijk en heeft zij er daarom voor gekozen om die hele commissievergadering te skippen? Wat is de reden om dit niet in de commissievergadering te bespreken en om geen punt te maken, maar in de raad wel opeens met een groot amendement te komen? Kavish Partiman (CDA). Ja, dat heeft u goed geraden. Op dat moment hadden we allemaal andere verplichtingen in mijn fractie. We zijn niet de grootste fractie in deze raad. We hebben op dat moment dus niet deel kunnen nemen aan deze commissievergadering. De voorzitter. De heer Barker, tot slot. Robert Barker (PvdD). Inderdaad, de CDA-fractie is niet de grootste fractie in deze raad, maar ik vraag me wel het volgende af. Sinds die commissiebespreking in september hebben we een aantal maanden gehad waarin wij hebben aangegeven dat wij openstonden voor input, ook van de fracties. Waarom heeft het CDA-fractie niet de handreiking naar ons gedaan om over dit onderwerp te praten en waarom horen we pas vandaag dat de CDA-fractie problemen heeft met ons voorstel? Ik vraag me af of 'geen grote fractie' betekent dat je dan drie maanden wacht en dan opeens met een gigantisch plan komt. Ik dacht dat de etiquette in de raad was om gewoon in commissievergaderingen bedenkingen mee te delen. De voorzitter. De heer Partiman, tot slot. Kavish Partiman (CDA).

Ja, daar heeft de heer Barker een punt. Bij dezen dus mijn welgemeende verontschuldigingen en mijn uitgestoken hand. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt het volgende amendement (A. CDA) voorgesteld:

Amendement A. CDA Leefkwaliteit pleinen omhoog De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 en 16 december 2021, ter bespreking van het initiatiefvoorstel ‘Heet onder de voeten’. Besluit om: • Met besluit I in te stemmen, met dien verstande dat: o het dictum bij I.a. wordt: een terughoudend gebruik van bestrating en speel (val)ondergronden uitgangspunt is en vergroenen de ambitie. o het dictum bij I.b. wordt: diversiteit van beplanting een ambitie is. o het dictum bij I.d. wordt: in principe geen vitale bomen worden gekapt. 53

•

Met besluit II in te stemmen, met dien verstande dat het dictum wordt aangepast naar: ‘Dat jaarlijks minstens één plein, conform Pleinenaanpak 2021 wordt aangepakt, waarbij de mogelijkheden tot vergroening worden onderzocht; Bij de pleinenaanpak zal bij ieder plein onderzocht worden of er mogelijkheden zijn om het plein te vergroenen en hoe opgaven voor klimaatadaptatie, zoals hitte, meegenomen kunnen worden in het ontwerp. Kansen die zich voordoen zullen benut worden.’

Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Wederom heel veel dank aan de indieners, want ik was wel bij de commissiebehandeling van het initiatiefvoorstel. Ook nogmaals mijn complimenten, want dit is een belangrijk onderwerp en er worden hier heel goede voorstellen gedaan. Dat hebben we ook verwoord in het preadvies. Daarin heb ik namens het college een aantal opmerkingen gemaakt over de verschillende dicta. Het amendement dat wordt ingediend door het CDA, is wat mij betreft goed in lijn met het preadvies. Om die reden wil ik het amendement graag omarmen. Robert Barker (PvdD). Ik ben benieuwd: als we het amendement aannemen en het voorstel op basis van het amendement wordt uitgevoerd, wat verandert er dan aan het beleid? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik denk dat met name het woord 'ambitie' in plaats van 'uitgangspunt' een belangrijke verandering is. Heel concreet: als je ergens een plein herinricht, denk ik dat je de heel veel verschillende ruimteclaims die je mogelijkerwijs kunt hebben, een plek wil geven. Ik kan me zo voorstellen, met mijn hoofd bij het Kaapseplein zijnde, dat je bijvoorbeeld kunt overwegen: is dat een bloemenperk of is dat een voetbalkooi? Omwille van de sociale uitdagingen die in die wijk spelen, hechten we dan bijvoorbeeld meer waarde aan de bewegingsmogelijkheden en de voetbalkooi.

Dan is dat dus mogelijk. Als we dit preadvies niet hanteren en als we het initiatiefvoorstel dus ongewijzigd zouden aannemen, zouden we daar per se een bloemenperk moeten aanleggen. Dat is één. Ten tweede denk ik dat ook het punt van de vitale bomen een belangrijke toevoeging is, want in heel veel gevallen weten we bijvoorbeeld zeker dat bepaalde bomen nog maar een, twee of drie jaar meegaan, maar dat zij een hele herinrichting van een bepaald plein in de weg staan. We geven onszelf door het amendement van het CDA de mogelijkheid om dan toch te kiezen voor de toekomst en om in dit ene geval die niet-vitale boom alsnog weg te halen. Robert Barker (PvdD). Excuus, misschien was mijn vraag niet duidelijk. Ik vroeg eigenlijk meer: als het CDA-amendement wordt aangenomen, verandert er dan iets aan het beleid als het initiatiefvoorstel wordt aangenomen? Dus wat verandert er aan het huidige beleid van het college als het CDAamendement wordt aangenomen? Wethouder Bredemeijer (CDA). Excuus, dan begreep ik de vraag verkeerd. Ik vond het ook goed om het even te schetsen, maar dit is een terechte vraag. Ik denk dat we vooral dankzij dit initiatiefvoorstel, met dan het amendement van het CDA erbij, de manier waarop we naar pleinen kijken en de grote uitdaging op het punt van bijvoorbeeld de klimaatadaptatie, nog veel explicieter in het beleid vast kunnen stellen.

Het vergroenen van pleinen als een van de ambities, een van de belangrijke ambities, het behoud van bomen waar dat wenselijk is et cetera worden dankzij dit initiatiefvoorstel nog veel beter verankerd in het beleid. Robert Barker (PvdD). Mijn fractie heeft een beetje zorgen dat met dit amendement uiteindelijk een voorstel wordt aangenomen waarmee niks verandert, omdat het gewoon een beetje lijkt op de huidige pleinenaanpak van de wethouder of eigenlijk hetzelfde is. Kan de wethouder dus aangeven wat er aan de pleinenaanpak zou veranderen? Wethouder Bredemeijer (CDA). Bijvoorbeeld dictum 3, dat zegt dat het college jaarlijks verslag doet van de herinrichting van pleinen, in elk geval in de programmarekening. Dat is bijvoorbeeld al een toevoeging aan het huidige beleid. Dat is niet alleen een papieren werkelijkheid, want daarmee doe je ook verslag van de ambities die in de dicta 1 en 2 verwoord zijn. Dan verplicht je jezelf als gemeente, 54

dus ons als gemeente, college en raad en het samenspel daartussen, heel expliciet tot het evalueren van die ambities en van de mate waarin zij zijn opgenomen. Dat is een voorbeeld. Ik denk dus dat je daarmee veel meer stilstaat bij dat wat je met elkaar wilt. De voorzitter. Meneer Smit, wilt u nog een toelichting geven? Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Ik zou graag willen reageren op het ingediende amendement op ons voorstel. Ik zou de besluiten graag langs willen gaan, bijvoorbeeld bij dictum I.a. Wij hechten heel erg aan het weghalen van onnodige bestrating. Met dat dictum wordt nu aangeven: terughoudend zijn in het gebruik van bestrating. Wij hebben daarmee natuurlijk nooit bedoeld dat je bestrating weghaalt die een functie heeft. Bij de functie speelpleinen of de functie van een looppad gaat het natuurlijk om cruciale bestrating die op pleinen kan blijven. Maar er is op een plein vaak veel bestrating aanwezig die echt onnodig is en waar echt verandering in kan komen. De wethouder refereerde eraan dat het hele plein dan een bloemenperk zou worden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dat is in het initiatiefvoorstel ook ondervangen met dictum I.c, omdat de bewoners natuurlijk vooraf worden ingelicht. Zij praten mee over de invulling van het plein. Als bewoners inderdaad willen dat het een bloemenperk wordt, kan dat, maar dan is dat wel de wens van de inwoners.

Dat is volgens mij hoe we om zouden moeten gaan met de participatie. Bij dictum I.b geeft het CDA aan dat diversiteit van beplanting een ambitie is. Wij willen daar echt een expliciet doel stellen, omdat dat ook in lijn is met de nota Stadsnatuur. Want in die nota stellen we die ambitie al. Daarmee is dit de volgende stap om die nota Stadsnatuur uit te voeren of echt in werking te laten treden op de pleinen. Daarmee is het dus concreet en is het niet staand beleid, maar voeren we het beleid op de pleinen uit. Bij dictum I.d wordt aangegeven dat er in principe geen vitale bomen worden gekapt. Zo zou u eigenlijk ook ons dictumpunt moeten lezen. Wij zeggen ook: in principe geen bestaande bomen kappen. Dat bedoelen we daar in principe ook mee. Het is dus heel fijn dat het CDA dat hier ook aangeeft. Zo zou u dat dictumpunt moeten lezen, maar ik denk ook dat je je ervan bewust moet zijn dat er een goede reden aangevoerd moet worden om de boom te kappen. Dat is wat wij ondervangen met dictumpunt I.d. Wat het tweede besluit in het amendement betreft: toen wij dit voorstel indienden, lag er geen pleinenaanpak. Nu die pleinenaanpak er ligt, zien wij kansen om die schep erbovenop te doen. Dat doen wij met ons initiatiefvoorstel. Met de aanpassing van het CDA is het eigenlijk al staand beleid. Daarmee voegt het niks toe aan het huidige pleinenaanpakvoorstel.

Ik roep u dus eigenlijk nogmaals op om met het initiatiefvoorstel in te stemmen, de pleinen groener te maken voor mens en dier en onze stad te laten bloeien. Kavish Partiman (CDA). Ik wil hierop reflecteren, want ik hoor eigenlijk gewoon een versterking van elkaar. Het amendement versterkt het voorstel, als ik u zo hoor. De voorzitter. Ik wil u even onderbreken, want dit is bijna een tweede termijn. Ik zie namelijk dat dit een reactie uitlokt. Ik vind het prima als u een reflectie geeft, maar laten we het dan in de goede volgorde doen, dus in de tweede termijn. Volgens mij zijn de beantwoording en de reactie gegeven. Als u toch nog een punt heeft, kunt u dat in de tweede termijn noemen. Kavish Partiman (CDA). Dat heb ik al gedaan. De voorzitter. Goed. Er wordt pas morgenavond over gestemd. U kunt dus nog contact met elkaar hebben, als daar behoefte aan is. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Daarmee zijn we klaar op deze dag. We zijn niet aan het einde van de vergadering gekomen, want ik schors de vergadering tot morgenochtend 10.00 uur. Dan gaan we gewoon door met de agendapunten zoals die dan genoemd staan. Er zijn ook een aantal punten van vandaag naar morgen verplaatst. Houd daar dus rekening mee. Het is al medegedeeld, maar voor de zekerheid zeg ik nog een 55

keer dat u de spreektijden die u nu op de schermen ziet staan, meeneemt naar morgen. Dan beginnen we gewoon weer om 10.00 uur. Dan maken we alles af en daarna gaan we stemmen. Ik wens iedereen nog een fijne avond en tot morgen. De voorzitter schorst te 17.23 uur de vergadering, welke zal worden hervat op donderdag 16 december 2021 te 10.00 uur. De voorzitter. Dames en heren, een hele goedemorgen. Van harte welkom bij de voortzetting van de raadsvergadering die gisteren is begonnen. Gisteren hebben we geschorst. Nu hervat ik de vergadering, of ik hef de schorsing op; net hoe u het wilt zien. Daarom hebben we ook geen quorum nodig en kunnen we gelijk verdergaan met de agenda van gisteren. De spreektijden, zoals eerder met u gedeeld, heeft u gisteren in totaal gehad. Wat u nog over heeft van gisteren, neemt u mee naar vandaag. Dus wat u op het scherm ziet staan, is wat u nog heeft voor vandaag. Een mededeling van onze kant. We hadden afgesproken dat de tweede termijn van agendapunt J, Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Schaloenstraat e.o., vandaag plaatsvindt. Dat kan je nooit zo goed op een agenda zetten, dus ik doe het maar even per mededeling. Na agendapunt V wordt de tweede termijn over de Schaloenstraat gehouden. Online staat het als eerste agendapunt. Ik weet niet hoe dat kan.

Ik heb begrepen dat het na V komt en dat dat is omdat de informatie er nog niet is. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Mijn woordvoerder Ruimtelijke ordening komt hier speciaal naartoe fietsen - daar zit ie: meneer De Blok - en kan dus nu weer naar huis fietsen, om dan vanmiddag weer terug te komen. Beetje gek, zonder aankondiging. Ik bedoel, het staat op de agenda. De agenda is vastgesteld. De voorzitter. Dat spijt mij. De heer De Blok kan uiteraard gewoon hier op het stadhuis blijven; dus dat is het niet. Het spijt mij dat dit zo gelopen is, maar de informatie is er nog niet en dan kunnen we moeilijk beginnen. Als er geen mededelingen zijn uit de raad, gaan we gewoon door met de agenda.

Aan de orde is: N.

Verzoek om inlichtingen (artikel 32), Arp en Barker.

De beraadslaging wordt geopend. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. We hebben het in deze raad steeds over transparante besluitvorming. Daar is zelfs een duale werkgroep voor opgericht. Maar in de praktijk zien we weinig op dit gebied, want wat hebben we nou geleerd van het Amare-debacle? Te weinig. De duale werkgroep die we hebben opgericht, heeft duidelijk uiteengezet wanneer informatie niet met de raad gedeeld hoeft te worden. Dit is in uitzonderlijke gevallen het geval, namelijk als het openbaar belang zich daartegen verzet. Het college komt dan met een brief met allerlei argumenten die niets met het openbaar belang te maken hebben. Zo ondergraaft het college de duale werkgroep meteen nadat die tot een conclusie is gekomen. Dus graag een uiteenzetting van de burgemeester waarom sprake zou zijn van een openbaar belang, want dat is de enige reden die rechtvaardigt waarom informatie achtergehouden wordt. Is bijvoorbeeld de veiligheid van de Staat in het geding? Mijn fractie gelooft er in ieder geval weinig van dat de veiligheid van de Staat in het geding is. Het lijkt gewoon handig uit te komen dat het college informatie niet hoeft te verstrekken. Als we met het college meegaan, scheppen we echt een gevaarlijk precedent als raad, want dat betekent dat we ons informatierecht uitkleden. Op die manier zullen we in de toekomst ook steeds minder informatie van het college krijgen.

Lesley Arp (SP). Voorzitter. In maart dit jaar is bij de behandeling van het Rekenkamerrapport over Amare de motie Maak stukken coalitieonderhandeling openbaar aangenomen. De SP heeft deze motie ingediend, omdat het Rekenkameronderzoek de indruk wekte dat er al tijdens de 56

coalitieonderhandelingen afspraken zijn gemaakt over een packagedeal, terwijl het coalitieakkoord dat hierop volgde, beloofde dat het gebouw volgens de afgesproken voorwaarden zou worden opgeleverd. Die indruk is inmiddels bevestigd. Dat vindt mijn fractie zeer ernstig. Het debat daarover zullen we echter op een ander moment gaan voeren in de commissie Ruimte, maar dan is het wel belangrijk dat deze motie zo volledig mogelijk is afgedaan. Bij de eerste vergadering van de commissie Ruimte na het zomerreces heeft mijn fractie er al op gewezen dat de raad de stukken van het toentertijd zittende college niet heeft ontvangen, terwijl de motie daar wel om vroeg. Vervolgens hebben we weer drie maanden gewacht en een drietal openbare documenten ontvangen die wij ook zelf hadden kunnen opsnorren. Tijdens de rondvraag van 1 december heeft de burgemeester aangegeven dat dit alle stukken zijn die de raad voorlopig zou krijgen, omdat de overige stukken onderdeel vormen van de interne en vertrouwelijke beraadslaging van het college. De reden van dit vrij ongebruikelijke verzoek van mijzelf en collega Barker is echter dat we nu een incompleet beeld hebben van de wijze waarop het zaadje voor de packagedeal is geplant. Het gaat dan specifiek om een reeds vrijgegeven brief van de verkenner, Edith Schippers, waaruit blijkt dat de onderhandelaars de voorkeur hadden voor een packagedeal.

Daarin wordt verwezen naar cijfers die wij, voor zover ik kan overzien, niet hebben gekregen. Graag zouden wij desbetreffende documenten alsnog ontvangen. Daarvoor dienen wij de volgende motie in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college het document waar door de verkenner naar wordt verwezen in haar brief van 28 mei 2018 alsnog, al dan niet vertrouwelijk, aan de raad te doen toekomen. De motie is medeondertekend door de heer Barker en de heer Bos. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Barker en de heer Bos, wordt de volgende motie (N.1 SP) ingediend:

Motie N.1 SP Maak stukken coalitieonderhandelingen openbaar (nu echt) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 december 2021, ter bespreking van Verzoek om inlichtingen (artikel 32), Arp en Barker. Constaterende, dat: • de raad op 25 maart 2021 de motie ‘Maak stukken coalitieonderhandelingen openbaar’ (RIS308202) heeft aangenomen; • de achterliggende reden van deze motie was dat het onderzoek van de Rekenkamer naar het Onderwijs- en Cultuurcomplex (OCC) de indruk wekte dat er al tijdens de coalitieonderhandelingen afspraken zijn gemaakt over een package deal, terwijl het coalitieakkoord stelde dat het gebouw ‘conform vastgestelde uitgangspunten en randvoorwaarden’ zou worden afgerond; • de aangenomen motie niet alleen vroeg om alle notities en verslagen van de onderhandelingen over het coalitieakkoord 2018-2022 met betrekking tot Amare, maar ook om alle relevante stukken van het tijdens de onderhandelingen nog zittende college; • uit de afdoening van de motie van 30 november 2021 (RIS308282) blijkt dat tijdens de coalitieonderhandelingen ook ‘een aantal nota’s portefeuillehouder (en daarmee vergelijkbare stukken)’ zijn behandeld tijdens de collegevergadering, die het college niet wil vrijgeven, ook niet nadat hier tijdens een rondvraag in de commissie ruimte van 1 december 2021 nogmaals om is gevraagd.

Overwegende, dat: • tussen de reeds vrijgegeven stukken een brief van de verkenner aan het college zit (zie RIS308202, ‘totaalbundel OCC’, bijlage I) waarin wordt aangegeven dat de onderhandeltafel van mening is dat een package deal het OCC-project ten goede zou komen; • de verkenner in deze brief richting het college aangeeft dat de onderhandeltafel zich niet herkent in ‘de gepresenteerde cijfers’;

57

•

•

omdat de raad deze cijfers niet heeft ontvangen bij de afdoening van de motie ‘Maak stukken coalitieonderhandelingen openbaar’ er nu een onvolledig beeld bestaat van de wijze waarop het voornemen tot een package deal is ontstaan; dit uiterst onwenselijk is, aangezien een van de belangrijkste lessen van het Rekenkameronderzoek naar het OCC juist is dat de informatievoorziening aan de raad rond dit dossier te wensen overliet.

Verzoekt het college: • het document waar door de verkenner naar wordt verwezen in haar brief van 28 mei 2018 (zie RIS308202, ‘totaalbundel OCC’, bijlage I) alsnog, al dan niet vertrouwelijk, aan de raad te doen toekomen. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Bülent Aydin (PvdA). Voorzitter. Ik heb één aanvullende vraag. In de brief van de burgemeester staat dat de Gemeentewet speciale bevoegdheden toekent aan de enquêtecommissie, waardoor het dan wel kan. Wat zijn de wettelijke beperkingen op dit moment en welke extra bevoegdheden heeft die enquêtecommissie waardoor het dan wel kan? Ik snapte het nog niet helemaal. Zou u dat willen duiden, burgemeester? De voorzitter. Daarmee komen we aan het einde van de eerste termijn van de raad. Het woord is aan de burgemeester voor de beantwoording. De heer Van Zanen. Voorzitter. Ik snap de vraag. Ik vind het ook goed dat dit aan de orde is, want we hebben niet voor niets - daar heeft de heer Barker gewoon gelijk in - zo veel tijd besteed, en dat blijven we doen, aan het voorbereiden van de leidraad. Elke dag verdient dat aandacht. Ik zou hier willen verdedigen, gewoon vanuit de praktijk … Want hij vraagt: is dat nou het openbaar belang of is de veiligheid van de Staat in het geding? Nee, dat is allemaal niet aan de orde. Dat is ook juridisch nog niet getoetst.

Er is ook niet een vast omschreven begrip 'openbaar belang'. In de leidraad zijn twee voorbeelden genoemd die hier niet op slaan. Daar heeft hij gewoon gelijk in. Er is dus geen vaste jurisprudentie. Dan kun je zeggen: juridisch kan dit niet. Je kunt zeggen: het kan wel. Mijn juristen zeggen: dit kan, dit kan niet. Maar ik zou van de juridische discussie weg willen blijven. Mijn punt, en het punt van het college, is het volgende. Ik vind het verstandig als wethouders - maar ook binnen een club of, weet ik het, misschien bij u in de fractie, als je iets nog niet zeker weet of je wil iets aftasten of je hebt iets nieuws gehoord of je wil je collega's informeren - zich kwetsbaar opstellen en tegen een collega zeggen: 'Mag ik dat een keer met je bespreken? Hoe zie jij dat? Hoe ligt dat bij jou in je achterban? Hebben we dit nou goed begrepen? Ik hoor dat. Ik snap er niks van.' Ik heb dat ook een paar keer gedaan, ook in mijn vorige gemeente. Dáár hebben we het over. Het leidt niet tot besluitvorming. Ik vraag dus ruimte dat in het college vrijelijk kan worden gedacht ter voorbereiding op een stuk. Daar zit altijd tijd tussen, want een nota poho - zo heet het - leidt nooit tot besluitvorming. Dat is het punt waar het mij om gaat. Ik zou willen voorkomen dat dat nooit meer mag. Ik denk dat dit goed verdedigbaar is. Als u dat niet vindt, dan hoor ik het wel.

Het is natuurlijk uiteindelijk aan de raad. Dat is één. Dus in die simpelheid zit het bij mij. Lesley Arp (SP). Ik wil graag de burgemeester erop wijzen dat we natuurlijk niet alle nota's poho van een hele termijn vragen. Het gaat om een heel specifiek informatieverzoek. Dat verzoek rust op het feit dat de raad, of in ieder geval mijn fractie, heel graag wil weten hoe dat zaadje voor die packagedeal ooit geplant is. Uit de reeds vrijgekomen stukken zien we dat er een uitwisseling van informatie plaatsvond tussen de onderhandelingstafel en het toenmalig zittende college. Snapt de burgemeester dat wij nu een onvolledig beeld hebben, omdat de burgemeester weigert die stukken vrij te geven? De heer Van Zanen. Daar kom ik zo op. Natuurlijk, dat begrijp ik allemaal heel goed. Maar ik wilde eerst het algemene punt maken dat ik het verdedigbaar vind. Ik gun het de wethouders dat dat kan en dat het ook vrijelijk gebeurt. Op alle andere momenten probeer ik u zo veel mogelijk te bedienen. Het

58

is niet, zeg ik tegen meneer Barker, omdat het mij of het college nu handig uitkomt. Het is gewoon het algemene punt. Ik zie dat er een interruptie is. De voorzitter. Ja, er zijn meer interrupties. Ik weet niet of mevrouw Arp nog een vervolgvraag heeft. Dat is niet het geval. Dan zag ik de heer Aydin en de heer Barker. Bülent Aydin (PvdA). Ik heb een aanvullende vraag aan de burgemeester. Het voorbeeld dat de burgemeester noemt, dat er tussen wethouders en ambtenaren een vrije meningsuitwisseling is, stelt mijn fractie zeer op prijs. Maar dit is een document dat naar de onderhandelaars is gestuurd. Dat is niet zomaar een vrije uitwisseling tussen ambtenaren en de wethouder. Dit is een document dat naar de onderhandelaars, die geen college vormen, is gestuurd. Dat kunt u toch niet onder die noemer scharen? Zo komt het op mij niet over althans. De heer Van Zanen. Het punt van de heer Aydin, daar kom ik op, want dat snap ik. Maar de heer Barker zegt, en dat mag ook en dat snap ik ook en dat is ook consequent, dat je dat soort dingen eigenlijk allemaal moet vrijgeven. Ik zeg niet dat u dat wil. U heeft ook niet gevraagd om openbaar. U zegt: het mag ook nog geheim, dat vinden we ook goed, maar we willen het graag zien.

Ik vind dat ik het punt moet maken, en dat meen ik ook gewoon als praktijkbestuurder in algemene zin, dat leden van het college, wethouders, maar dat zou ook voor mij gelden, een stuk kunnen neerleggen waar even over gepraat wordt - 'hoe zie jij dat, heb ik iets over het hoofd gezien?' - voordat ambtenaren hele dikke stukken gaan schrijven en het tot besluitvorming leidt. Dat is één. Dat is dus niet een handigheid. Dat vind ik gewoon. Nou komt het volgende punt. Er komt een enquêtecommissie aan. Dat is niet voor niks. Daar kun je van alles van vinden, maar de raad, mijn gemeenteraad, heeft gezegd: we willen onderzoek naar Amare. Dat is niet voor niks. In de Gemeentewet staat - neem me niet kwalijk dat ik niet uit mijn hoofd weet welk artikel - dat een enquêtecommissie alles kan vorderen. Dus daar gaan we gewoon aan meewerken. Dat hebben we gedaan. Die krijgt dus extra bevoegdheden. Er komt een informatieprotocol. Ik heb er nog even met de onderzoekscommissievoorzitter over gebeld: weet even, jullie krijgen het. Maar ik hoop dat er een informatieprotocol komt. Dat is de uitzondering, meneer Aydin. Die beredeneren wij, ook vanuit de wet. Dat is twee. Dan het punt van mevrouw Arp. Deze motie en dit onderwerp zijn eerder door het presidium afgedaan, maar de voorzitter van het presidium heeft gevraagd of ik deze motie van advies kan voorzien. Dat wil ik graag doen.

Wat ik begrijp, maar ik heb het net aangereikt gekregen, is dat u het document waar u naar vraagt, al heeft. Ik heb het aangereikt gekregen. Het is ook gewoon openbaar. Maar ja, ik krijg het net aangereikt. Ik kan het u straks ook allemaal laten zien. Aan dit verzoek kan ik voldoen. Ik kan het u nog een keer geven, maar dat heb ik al gedaan. Het is er al. Hier ligt het. Hier is het. Nu snap ik wel wat u doet, want dat staat ook in de vierde overweging. Dat kan ik niet bestrijden, want u heeft die spullen niet. Dus ik sta ook wel voor een dilemma. In algemene zin gun ik mijn wethouders dat zij kunnen discussiëren aan de hand van een stuk dat niet tot besluitvorming leidt. De enquêtecommissie krijgt gewoon alle spullen, want dat is niet zomaar wat. Daarmee heeft mevrouw Arp dus gelijk als zij tegen mij zegt: maar wij willen niet alles, we willen het over dit punt hebben. Nou ja, en nou even kijken hoe we daar uitkomen. Wat ik aangereikt krijg, is dat u al heeft waar u om verzoekt. Dan zegt u natuurlijk: we willen dat zien. Robert Barker (PvdD). Ik heb het idee dat de burgemeester nu een soort van rookgordijn creëert. Het college heeft tot twee keer toe geweigerd om het stuk te verstrekken en nu zegt het college dat het al openbaar is. Het is of het een of het ander. Of het college heeft bewust geweigerd, terwijl het stuk al openbaar was.

Ik snap echt helemaal niks van wat de burgemeester nu zegt. De heer Van Zanen. Volgens mij verzoekt u om een document waar door de verkenner naar wordt verwezen in haar brief van 28 mei, zie de RIS, alsnog, al dan niet vertrouwelijk, aan de raad te verstrekken. Dat stuk, de door u gevraagde informatie, 'is reeds te vinden in de door de onderhandelaars verstrekte informatie'; daar staat dan ook weer een RIS-nummer bij. 'Het gaat om de bijlage totaalbundel informatie OCC.' Ik kan het u allemaal verstrekken, hè? Ik lees het nu voor, maar u kunt het dan ook checken en er nog even naar kijken. 'In de brief verwijst de verkenner naar de 59

gepresenteerde cijfers in de presentatie onder bijlage H. In deze presentatie worden bij 3.7…', nou, et cetera, et cetera, '… risico's genoemd van de beweegbare vloer. Daarbij wordt in de presentatie onder punt 4 …' - dat staat dan blijkbaar op bladzij 56, achtste punt - '… geconcludeerd dat de beweegbare vloer ...' 'Deze presentatie vormt het stuk …' - daar gaat het om - '… waar de verkenner in de brief van 28 mei naar verwijst en is dus reeds aan de raad verstrekt.' Dat is wat ik aangereikt krijg. Het beroerde is natuurlijk het volgende. We hebben het over de nota's poho, over de enquête en over Amare. U wilt vaststellen, en dat gaat de enquêtecommissie ook vaststellen, of u een punt heeft of niet. Maar aan de hand hiervan kan ik het u niet verstrekken, want het is verstrekt. Dat is wat ik weet, nu. Robert Barker (PvdD). Waarom heeft de burgemeester dan een informatieverzoek geweigerd, toen we erom vroegen? De heer Van Zanen. Dat is niet waar. U heeft in algemene zin gevraagd óm. Dan geven we het. Dan zeggen we 'pas op, nota poho', gewoon om dat praktische punt: ik gun mijn wethouders dat. Die komen en die stellen dan iets voor. 'Ik heb daar eens aan gedacht. Wat vind je daarvan? Hoe ligt het bij jou? Wil jij nog eens aan je dienst vragen of ze hun best doen? Hoe zie jij dat?' Dat is héél normaal en ik vind het zelfs héél verstandig dat dat kan.

We vragen helemaal niet om alle nota's poho, zegt mevrouw Arp dan. 'We vragen de nota's poho die betrekking hebben op deze kwestie.' Daarvan zeggen we: 'Er komt een enquêtecommissie aan. Die mag alles vorderen. Dat zijn extra bevoegdheden. Die krijgen het.' Dan kun je nog steeds zeggen: ja, maar het zijn eigenlijk vrije discussies. Maar ja, dan denk ik: de enquête gaat voor, want dit onderwerp is zó spannend; ook de veronderstelling die mevrouw Arp heeft. Punt, dat is het. Meer kan ik er niet van maken. De voorzitter. De heer Barker, tot slot. Robert Barker (PvdD). Zegt de burgemeester nu dat de nota's portefeuillehouder, waar in de afdoening van de motie naar verwezen wordt, al openbaar zijn en dat dus al aan ons informatieverzoek is voldaan? Of gaat de burgemeester die alsnog openbaar maken? De heer Van Zanen. Als de raad daarom vraagt, tuurlijk. Maar dat heeft de raad nog niet gedaan. Er is een brief gestuurd. Vervolgens heeft u me dat op 1 december gevraagd. Vervolgens heb ik een brief van u en mevrouw Arp gekregen waar ik ook weer op geantwoord heb. Dat mag schriftelijk, staat ook in het Reglement van orde. Wij zeggen dus: nee, doe dat nou niet, want die nota's portefeuillehouder zijn op zich een groot goed. Maar in dit geval, voor de enquêtecommissie, doe we dat gewoon. Ik ga nu in op het verzoek van mevrouw Arp. Het is een document.

Mijn informatie is dat u dat document al heeft. Dus dat staat los van de discussie over de nota's poho. Lesley Arp (SP). Kan of de burgemeester bevestigen dat ik correct gehoord heb dat hij zegt dat het stuk dat wij zouden moeten hebben, bijlage H is van de totaalbundel OCC? De heer Van Zanen. Volgens mij is het antwoord daarop ja. Even kijken, hoor. Er staat in mijn aantekening: 'In de brief verwijst de verkenner naar de gepresenteerde cijfers in de presentatie onder bijlage H. In deze presentatie worden bij 3.7 risico's/bedragen genoemd ten behoeve van de beweegbare vloer.' Dan staat er vervolgens in mijn aantekening tussen haakjes 'bladzijde 54 van de bijlage totaalbundel informatie OCC'. Daarbij wordt in de presentatie onder punt 4 - dat is bladzijde 56, het achtste punt - geconcludeerd: 'De beweegbare vloer is laat in het proces als mogelijke scopewijziging ingebracht en nu zeer hoog afgeprijsd. Besluitvorming moet 21 mei plaatsvinden.'; einde citaat. 'Deze presentatie vormt het stuk waar de verkenner in haar brief van 28 mei naar verwijst.' Dat is wat ik heb. Ik kan het ook uitreiken. Zegt u het maar. We kunnen van mening verschillen of het verstandig is om nota's poho te hebben, maar ik hoop dat dit duidelijk is. Lesley Arp (SP). Het is niet geheel duidelijk. Ik zou het fijn vinden als de burgemeester dit concrete stuk, deze verwijzing aan ons zou kunnen doorgeven.

Dat zou heel fijn zijn. Ik heb de presentatie van de Brink Groep ook gezien. Ik begrijp dat ze dat advies hebben aangevraagd om te oordelen hoe verder te gaan met dit dossier. Maar het gaat mij natuurlijk specifiek om de uitwisseling tussen de 60

toenmalige verkenner en het toenmalige college waarin zij aangeeft dat zij bepaalde cijfers niet herkent. Als ik het goed lees, dan komen die cijfers uit het toenmalige college. Dus zijn dit de cijfers waarvan de verkenner zegt dat de onderhandeltafel ze niet herkent? De heer Van Zanen. Ik kijk naar meneer Van Heerwaarden - ik zeg dat ook bewust - en zijn antwoord is ja. Ik zal u zo meteen mijn aantekening verstrekken, zodat u het ook rustig kunt nalezen. Dan kunnen we er vanmiddag nog verder over praten. Ja, ik doe maar een suggestie, hoor, voorzitter. Ik denk dat ik van mening verschil, met de heer Barker in ieder geval, over de nota's poho en of die wel of niet verstrekt zouden moeten worden, in algemene zin. Maar ik hoop niet dat ik van mening verschil over dit punt, want dat zou ik niet willen. Ik krijg dit nou aangereikt op het laatste moment. Dan ga ik ervan uit dat wat ik hier vertel, klopt. Dus hier zou ik niet over van mening willen verschillen. Tenminste, dat was ik niet van plan. Robert Barker (PvdD). Dus het stuk dat eerder verstrekt is, voldoet aan het informatieverzoek dat we hebben gedaan? Is dat wat de burgemeester nu betoogt? Want als dat zo is, snap ik niet helemaal waarom we dit debat hebben. De heer Van Zanen. Ik reageer op het verzoek in de motie van mevrouw Arp.

De principiële discussie … Nou ja, dat vind ik ook wel heel zwaar, maar er zitten misschien wel fundamentele dingetjes aan. De vraag die u heeft gesteld in de eerdere motie, was: laat ons de nota's portefeuillehouder zien en de stukken die erbij horen. Dat kunt u precies nalezen. Daar heb ik op geantwoord, heeft het college op geantwoord: dat willen wij eigenlijk niet, want dat is intern beraad, oriënterend. Ik gun dat ook de wethouders. Maar dan moet het ook echt wel een nota poho zijn. Die leidt ook nooit tot besluitvorming, want daar moet u bovenop zitten. Alleen, er is nu over één onderwerp een enquêtecommissie, en een enquêtecommissie heeft vergaande bevoegdheden. Die kan alles vorderen. Dus die krijgt dat. Hoe doen we dat? Ja, daar moet een informatieprotocol voor komen. Maar die commissie wordt pas in de volgende raadsperiode benoemd. Dus er wordt gewerkt aan een informatieprotocol, heb ik begrepen. Dan krijgt u gewoon álles. Dan kan ook beantwoord worden de vraag en de veronderstellingen die bijvoorbeeld mevrouw Arp heeft. Robert Barker (PvdD). Ik snap het oprecht niet. Ik denk dat we misschien moeten schorsen, maar laten we eerst de eerste termijn afmaken. De voorzitter. Volgens mij ligt er een verzoek van mevrouw Arp om op papier de informatie te krijgen die de burgemeester zojuist heeft voorgelezen, om dat nog even na te kunnen kijken.

Volgens mij is dat de eerste stap. Dan parkeren we dit agendapunt even en kunnen we eventueel een tweede termijn later doen, mocht daar behoefte aan zijn. Voor mij is dat voor nu belangrijk, anders gaan we allemaal vragen stellen en antwoorden, terwijl u volgens mij eerst even wil zien wat de burgemeester zojuist heeft opgelezen. Het lijkt me goed om dat op die manier te doen. We parkeren dus dit agendapunt. Een eventuele tweede termijn kunnen we dan later vandaag nog houden. Ik denk dat dat dan na V zal zijn, maar we moeten maar even kijken. Ik zou het op deze manier willen doen. We parkeren dus het agendapunt. De beraadslaging wordt geschorst. De voorzitter. We gaan door naar het volgende punt, de subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal, maar we wachten heel even op de wisseling van woordvoerders en wethouders. De vergadering wordt van 10.32 uur tot 10.35 uur geschorst. De voorzitter. Ik heb nog een mededeling, ook naar de heer Dubbelaar toe. De informatie over de Schaloenstraat is inmiddels beschikbaar, maar die moet nog even via de gebruikelijke route worden voorbereid. U kunt binnenkort een attendering verwachten dat die informatie uw kant op komt.

61

Aan de orde is: P.

Subsidieregeling 'Samen Sociaal en Vitaal'.

De beraadslaging wordt geopend. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Mensen die uit eigen verantwoordelijkheidsgevoel anderen zonder enige tegenprestatie helpen, vrijwilligers, dat is toch wel iets wat we moeten koesteren. En ook al die organisaties die dit in onze stad mogelijk maken, zouden de nodige ondersteuning moeten krijgen van onze gemeente. Ze leveren immers een enorm belangrijke dienst aan onze samenleving. Dit jaar zijn we met een nieuwe regeling van start gegaan. Het CDA, samen met een heleboel andere partijen, had behoorlijk wat vragen bij die nieuwe regeling. Maar het was ook duidelijk dat die nieuw was. We wisten niet hoe het zich zou gaan ontwikkelen. We wisten niet precies wat er zou gaan gebeuren. We hebben toen met een behoorlijke meerderheid een motie ingediend die in elk geval het een en ander zou moeten bewerkstelligen, zodat organisaties die goed werk doen in onze stad, niet buiten de boot zouden vallen. Echter hebben we het tegendeel moeten constateren. Ik ga er dan ook van uit dat het niet de bedoeling is van het college om bestaande organisaties die bewezen hebben van grote toegevoegde waarde te zijn in onze stad, buiten de boot te laten vallen. Ook de werkwijze van de nieuwe regeling roept veel vragen op.

Het lijkt ons dan ook verstandig om naast het feit dat we organisaties die goed werk doen, hun werk laten voortzetten, ook kijken naar de werkwijze van deze nieuwe regeling en die extern te laten evalueren. Daarom dien ik de volgende motie in: verzoekt het college van het jaar 2022 daadwerkelijk een overgangsjaar te maken door ervoor zorg te dragen dat elke maatschappelijke organisatie die in het jaar 2021 subsidie kreeg en een aanvraag heeft gedaan voor het jaar 2022, haar aanvraag voor het jaar 2022 gehonoreerd zal zien voor niet minder dan het subsidiebedrag uit 2021; de raad voor 7 februari 2022 te informeren over dit overgangsjaar middels een overzicht waarin per maatschappelijke organisatie wordt vermeldt hoe met haar aanvraag is omgegaan; de nieuwe subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal extern te evalueren, in samenspraak met belanghebbenden en experts; zowel alle maatschappelijke organisaties die voor 2022 een subsidieaanvraag hebben gedaan als alle maatschappelijke organisaties die in het jaar 2021 subsidie hebben gekregen, in deze evaluatie mee te nemen; deze externe evaluatie uiterlijk 1 april 2022 de raad te doen toekomen, zodat de raad deze kan bespreken en de uitkomsten van de evaluatie mee kunnen worden genomen in eventuele bijstellingen van de subsidieregel voor het subsidiejaar 2023 en verder.

Deze motie dien ik samen in met de collega's Klokkenburg, ChristenUnie/SGP, Wenink, GroenLinks, Holman, PvdA, De Vos, VVD, Mostert, D66 en Roopram, Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Fatima Faïd (HSP). Natuurlijk kan ik het pleidooi van meneer Partiman voor de vrijwilligers in onze stad van harte ondersteunen, maar begrijp ik nu goed dat uw motie zegt dat we iedereen hetzelfde bedrag aan geld gaan geven en dat we daarna gaan evalueren? Wat gaan we dan precies evalueren? Of ik snap het niet zo goed. Kavish Partiman (CDA). Dat leg ik met alle liefde uit. We hadden een oude regeling. Die is van tafel. We hebben een nieuwe regeling ingevoerd, compleet nieuw, op basis van het Rekenkamerrapport dat we hebben gehad. Die moest meer transparantie brengen et cetera. Die regeling is in werking getreden dit jaar. Organisaties die al jaren goed werk doen in onze stad, hebben onder die regeling een aanvraag ingediend. Een aantal van die organisaties is buiten de boot gevallen op basis van die nieuwe regeling. Die zouden dus per 1 januari hun werk moeten staken in onze stad. Dat lijkt mij niet echt wenselijk.

Daarom dien ik deze motie in en vraag ik aan het college om in elk geval te kijken naar die organisaties die al jarenlang actief zijn in onze stad en die een aanvraag hebben ingediend, maar op basis van die nieuwe regeling buiten de boot zijn gevallen, en die voor het komende jaar te honoreren. Ook mijn vorige motie heeft opgeroepen tot een overgangsjaar. Tegelijkertijd, omdat het een nieuwe regeling is, vraag ik om te evalueren welk effect die heeft gehad op het maatschappelijk werk in onze stad en om de uitkomsten van die evaluatie vóór 1 april bij ons 62

neer te leggen, zodat we met zijn allen erover kunnen praten en de tijd hebben om te kijken of die nieuwe regeling wel voldoet aan wat wij als raad en als gemeente kwalitatief vinden, en dan weer verder te kunnen gaan. Ik hoop dat ik duidelijk ben geweest. De voorzitter. Zo te zien wel, want er is geen vervolgvraag. U wilde nog wat toevoegen aan uw betoog. Kavish Partiman (CDA). Naast deze motie heb ik ook wat vragen over de vrijwilligersvergoeding, want daar zijn ook wel wat brieven over binnengekomen. Laat ik vooropstellen dat vrijwilligerswerk vrijwillig is. Maar laten we ook niet voorbijgaan aan de kosten die worden gemaakt. Bijvoorbeeld een vrijwilliger uit Escamp die met het ov moet reizen naar Haagse Hout of Scheveningen. Die kosten lopen nogal op. De vergoeding daarvoor is geen salariëring en zou dus ook gewoon mogelijk moeten blijven. Het zou bijvoorbeeld ook onder een post onkostenvergoeding ondergebracht kunnen worden, zonder dat dit consequenties zou moeten hebben op de subsidieaanvraag. Is de wethouder dit met mij eens en, zo ja, hoe denkt zij dit mogelijk te maken? Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Vroeger hadden wij een standaard kostenplaatje voor de vrijwilligers. Dat heette volgens mij de vrijwilligersvergoeding. Die konden organisaties standaard gebruiken voor de vrijwilligers.

Bedoelt u zoiets met uw motie? Hoe moet ik de motie zien? Is die persoonlijk of is die gericht op organisaties die aan hun vrijwilligers een bijdrage moeten leveren? Kavish Partiman (CDA). Mijn motie roept niet op tot een vrijwilligersvergoeding. Dat was een vraag die ik zojuist aan het college stelde. De vraag die ik aan het college stel, heeft te maken met bijvoorbeeld een transportkostenvergoeding die nodig zou zijn om het vrijwilligerswerk te kunnen doen en hoe die vormgegeven zou kunnen worden binnen de kaders die we hebben, zonder dat een organisatie buiten de boot zou vallen bij de subsidieregeling als zij dergelijke kosten in rekening zouden willen brengen. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik probeer helderheid te krijgen in op welke manier wij die vrijwilligers tegemoetkomen. Vroeger hadden wij zo'n vaste vergoeding voor vrijwilligers. Moet het er als zoiets uitzien volgens uw motie of moet nog uitgezocht worden op welke manier wij de vrijwilligers tegemoetkomen? Kavish Partiman (CDA). Een vaste vergoeding voor vrijwilligers vind ik een moeilijke, want vrijwilligerswerk is uiteraard vrijwillig. Waar ik wel naartoe wil, is kijken naar de kosten die worden gemaakt bij het doen van vrijwilligerswerk. Dan denk ik bijvoorbeeld aan transportkosten, maar dat zouden ook andere kosten kunnen zijn.

Die zouden ergens wel vergoed kunnen worden, maar dat hoeft wat mij betreft niet een vaste vergoeding te zijn op maandbasis, want dan gaat het een beetje op salariëring lijken en dat is volgens mij niet de bedoeling van vrijwilligerswerk. De voorzitter. De heer Çetinkaya, tot slot. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). De vergoeding moet geen salariëring zijn, inderdaad, maar die vergoeding was ook geen salariëring. Die vergoeding was alleen maar om in de kosten tegemoet te komen. De vaste vergoeding die we het in het verleden hadden voor vrijwilligers, betrof geen salaris, maar was echt een vergoeding voor de lasten die u aangeeft, zoals kantoorartikelen et cetera. Kavish Partiman (CDA). Ik heb het vermoeden dat meneer Çetinkaya min of meer hetzelfde bedoelen, maar een beetje langs elkaar heen praten. Het gaat om tegemoetkomingen voor vrijwilligers op het moment dat zij hun werk moeten doen en om wat zij nodig hebben om het vrijwilligerswerk te kunnen blijven doen. De voorzitter. Door de heer Partiman, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (P.1 CDA) ingediend:

63

Motie P.1 CDA Onvervangbare dragers van onze samenleving De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 en 16 december 2021, ter bespreking van het actualiteitendebat ‘per 1 januari 2022 ingaan van de nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties’. Constaterende, dat: • vele maatschappelijke organisaties en hun vrijwilligers op diverse wijzen en herhaaldelijk aan de bel hebben getrokken over de invoering van de nieuwe subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal, zowel vóór het genomen collegebesluit hierover, als recent met hulp van brieven en verscheidene berichten en optredens in de media; • een groot aantal Haagse maatschappelijke organisaties en vrijwilligers buiten de boot dreigt te vallen bij de nieuwe subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal die vanaf 1 januari 2022 in zal gaan; • een belangrijk deel van het vrijwilligerswerk dat deze maatschappelijke organisaties en hun vrijwilligers doen weg zal vallen; • grote maatschappelijke problemen als eenzaamheid, hulp bij schulden, maar ook het gebrek aan de ‘arm om de schouder’, fors zullen toenemen in Den Haag, wat zal zorgen voor schrijnende persoonlijke situaties bij onze inwoners. • deze maatschappelijke organisaties en vrijwilligers onvervangbaar werk doen met een grote maatschappelijke waarde, en zij op die manier de onvervangbare drager van onze Haagse samenleving zijn.

Overwegende, dat: • bij de bespreking in de raadsvergadering van 1 juli 2021 een motie is aangenomen om met een overgangsjaar voor vrijwilligersorganisaties te komen, evenals een evaluatie in samenspraak met belanghebbenden en experts; • in het dictum van die motie staat dat dit overgangsjaar als doel heeft alle (vrijwilligers)organisaties te helpen bij hun subsidieaanvraag voor 2022 en deze organisaties zodanig te ondersteunen dat zij hun werk op gelijke wijze als nu het geval is voort kunnen zetten. • in het dictum van die motie staat dat die evaluatie bedoeld is om de subsidieregeling voor 2023 bij te stellen waar dat nodig en/of wenselijk wordt geacht.

Roept het college op: • van het jaar 2022 daadwerkelijk een overgangsjaar te maken door ervoor zorg te dragen dat elke maatschappelijke organisatie die in het jaar 2021 subsidie kreeg en een aanvraag heeft gedaan voor het jaar 2022, zijn aanvraag voor het jaar 2022 gehonoreerd zal zien; • de raad voor 7 februari 2022 te informeren over dit overgangsjaar middels een overzicht waarin per maatschappelijke organisatie wordt vermeld hoe met hun aanvraag is omgegaan; • de nieuwe subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal extern te evalueren, in samenspraak met belanghebbenden en experts; • Zowel alle maatschappelijke organisaties die voor 2022 een subsidieaanvraag hebben gedaan, als alle zaatschappelijke organisaties die in het jaar 2021 subsidie hebben gekregen, in deze evaluatie mee te nemen; • deze externe evaluatie uiterlijk 1 april 2022 de raad te doen toekomen, zodat de raad deze kan bespreken en de uitkomsten van de evaluatie mee kunnen worden genomen in eventuele bijstellingen van de subsidieregel voor het subsidiejaar 2023 en verder. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

64

Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Even een korte inbreng namens de fractie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Tot mijn spijt is collega mevrouw Roopram geveld door corona. Vanaf deze kant wens ik haar natuurlijk veel sterkte en beterschap. Ik heb het idee dat ze wel kijkt. De uitzending loopt alleen een paar minuten achter. Dat is lastig, maar van de wet mogen raadsleden niet live meekijken. Voorzitter. Namens Hart voor Den Haag/Groep de Mos heb ik nog wel een aantal punten. We hebben schriftelijke vragen gesteld, RIS310901, over dit onderwerp. Wanneer worden deze vragen beantwoord? Ik meen dat ze onderdeel zijn van dit onderwerp, maar dat weet u vast beter dan ik. Hart voor Den Haag/Groep de Mos had moties voorbereid. Hiervan wil ik er graag één in stemming brengen. Dat is de motie Maak subsidieregeling 'Samen Sociaal en Vitaal' nu écht sociaal!, met als dictum: verzoekt het college het subsidiebeleid 'Samen Sociaal en Vitaal' te herzien en om te vormen tot een beleid waar kwaliteit vooropstaat in plaats van kwantiteit. De motie is mede-ingediend door raadslid Roopram. Daarnaast zag ik gelijkenis tussen de moties van collega Roopram en de motie Onvervangbare dragers van onze samenleving, zojuist ingediend door de heer Partiman van het CDA en vele anderen.

Ik heb hier gisteravond contact over gehad met de heer Partiman om mevrouw Roopram mee te nemen als mede-indiener van de motie. Ik doe dan ook een oproep aan het college om positief op die motie te reageren. Ik heb nog een klein puntje. Dat kreeg ik vanmorgen binnen van mevrouw Roopram. Het stadsbestuur is bezig met een tussenoplossing, begrijp ik, voor organisaties waarvan de subsidie is afgewezen. Die zouden dus per 1 januari stoppen. Wat houdt die tussenoplossing precies in? Bedankt, mede namens mevrouw Roopram. Hier wil ik het bij laten. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar, daartoe gesteund door mevrouw Roopram, wordt de volgende motie (P.3 HvDH/GdM) ingediend: Motie P.3 HvDH/GdM Maak subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal’ nu écht sociaal! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2021, ter bespreking van de subsidieregeling ‘Samen sociaal en Vitaal’. Constaterende dat, • het Platform Zorgvrijwilligers Den Haag en de Alliantie Financiële Ondersteuning (AFO) in een brief aan de gemeenteraad en het college, wederom hun ontevredenheid hebben geuit over de subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal’; • meerdere subsidieaanvragen zijn afgewezen van succesvolle initiatieven vanwege onder meer het puntensysteem.

Overwegende dat, • het subsidiebeleid al vanaf het begin zorgt voor onrust bij vele maatschappelijke organisaties • en dat succesvolle initiatieven hun werkzaamheden moeten neerleggen ten koste van hulpbehoevende mensen. Van mening dat, • het subsidiebeleid ‘Samen Sociaal en Vitaal’ onvoldoende erkenning geeft aan vrijwilligers; • de nieuwe subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal’ werkbaar en transparant moet zijn voor alle organisaties die hier een aanvraag op willen doen; • een subsidiebeleid voor het maatschappelijk veldwerk moet gaan om kwaliteit en niet kwantiteit. Verzoekt het college, • het subsidiebeleid ‘Samen Sociaal en Vitaal’ te herzien en om te vormen tot een beleid waar kwaliteit voorop staat in plaats van kwantiteit.

65

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. De vrijwilligers zijn het cement van onze Haagse samenleving. Het is goed dat we als gemeente het vrijwilligerswerk stimuleren en faciliteren, en ook subsidiëren. Daar is de afgelopen jaren een nieuwe regeling voor ingesteld. We hebben allemaal aan de bel getrokken toen de regeling werd gepubliceerd, maar de wethouder zei dat het allemaal wel goed zou komen en het vrijwilligerswerk door kon gaan. En nu dit. Pijnlijk genoeg een gevalletje van, in mooi Nederlands, I told you so. Allerlei organisaties vallen buiten de boot en moeten na jaren opeens op stel en sprong iemand ontslaan of andere draconische maatregelen nemen. Ik heb tijdens het commissiedebat voor de zomer ook al gezegd dat je niet van vrijwilligersorganisaties kunt vragen om in de zomer een aanvraag te doen, die bovendien in januari al ingaat. Het is schrijnend dat jarenlange activiteiten daarom opeens geen doorgang meer kunnen vinden. Vraag aan de wethouder: hoe vindt zij zelf dat deze regeling heeft uitgepakt? Ik heb in het debat destijds ook aangegeven dat bij het opstellen van een dergelijke regeling belangrijk is dat vrijwilligersorganisaties aan de voorkant worden betrokken, zodat de regeling goed aansluit bij organisaties.

Hoe kijkt de wethouder daar nu tegen aan? En hoe staat het met de uitvoering van onze motie om in de toekomst vrijwilligersorganisaties beter mee te nemen bij het opstellen van een dergelijke regeling? Wordt die al uitgevoerd? Dan de oplossing. Ik steun van harte de motie die collega Partiman zojuist heeft ingediend, want er moet nu een oplossing komen op korte termijn. We kunnen deze vrijwilligersorganisaties, maar vooral al die kwetsbare mensen die veel baat hebben bij het werk dat al die vrijwilligers doen, niet in de kou laten staan. Regel die overgangsregeling, zodat het werk doorgaat. Ga goed in gesprek en kom tot een nieuwe regeling. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. De insprekers van gisteren waren duidelijk: de toekenning van de subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal verdient geen schoonheidsprijs. Deze subsidieregeling is in het leven geroepen om kwetsbare mensen te helpen. Van de insprekers hoorden we dat ze door loting zijn afgewezen. Maar zo blijkt ook dat een aantal uitgelote organisaties een kans heeft gekregen om een nieuwe of aangepaste aanvraag in te dienen, In sommige gevallen is die zelfs toegekend.

Kan de wethouder daarop reageren? Want welke groepen mensen worden nu bediend? Wordt er achteraf bijgestuurd op divers bereik van kwetsbare groepen en welke indicatoren worden daarvoor gehanteerd? Ook wij sluiten ons aan bij het voorstel van het CDA om deze subsidieregeling te evalueren. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Namens mijn collega Erlijn Wenink sluit ik me aan bij de woorden van de heer Partiman. GroenLinks is van harte medeondertekenaar van de zojuist ingediende motie om van het jaar 2022 daadwerkelijk een overgangsjaar te maken door te zorgen dat de maatschappelijke organisaties die in dit jaar subsidie ontvingen, er volgend jaar niet op achteruitgaan door de wijzigingen in de subsidieregeling, maar hun werk kunnen voortzetten, en om de subsidieregeling begin komend jaar te evalueren, zodat deze voor 2023 nog bijgesteld kan worden. GroenLinks was ook mede-indiener van een vergelijkbare motie in juli van dit jaar, die breed aangenomen werd door de raad, maar niet werd uitgevoerd door het college. Want ondanks deze motie blijken verschillende maatschappelijke organisaties die al jaren subsidie krijgen, in 2022 buiten de boot te vallen, zonder zicht op compensatie. Deze organisaties en vrijwilligers doen onvervangbaar werk van enorme maatschappelijke waarde, juist voor de meest kwetsbare bewoners van onze stad. Twee vragen aan het college.

Kan de wethouder uitleggen waarom de vrijwilligersvergoeding geschrapt wordt met het stadhuisargument 'vrijwilligerswerk moet toch vrijwillig zijn', terwijl organisaties in de stad gewoon aangeven hierdoor minder vrijwilligers te kunnen inzetten? Waar gaat het de wethouder dan om? En de tweede vraag. Door het tendersysteem werd ook het contact tussen de gemeente en het maatschappelijk middenveld stilgelegd om de schijn van voortrekken te voorkomen. Contact tussen gemeenteambtenaren en maatschappelijk middenveld is juist essentieel in een werkveld waar vrijwilligers kwetsbare medeburgers steunen. Beleid moet worden gemaakt met de stad, anders

66

verliest dit beleid draagvlak in de stad. Organisaties geven aan dat door de manier van werken het vertrouwen in de gemeente wegebt. Kan de wethouder hierop reflecteren? Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties in de stad moeten we koesteren en daar moeten we netjes mee omgaan. Voor de zomer hebben we uitgebreid over de subsidieregeling gedebatteerd, met als slotsom dat er goed gekeken zou moeten worden hoe de overgang naar de nieuwe regeling netjes, met zekerheid voor de organisaties, georganiseerd kon worden. Zoals we van de insprekers gisteren hebben gehoord, is dat dus niet gebeurd. Daarom steunen wij de motie van het CDA om van 2022 alsnog een overgangsjaar te maken, zodat de organisaties hun werk kunnen voortzetten, en om dit hele proces en de subsidieregeling grondig te evalueren met de vrijwilligersorganisaties. Dan nog een vraag. Mevrouw Filbri van het Straat Consulaat maakte gisteren terecht een punt van de onwenselijkheid van loting voor subsidies. Mijn verzoek is dan ook om dit punt nadrukkelijk mee te nemen in de evaluatie en aan de organisaties ook echt te vragen wat zij hier nou van vinden. Verder kan ik me aansluiten bij de vragen van GroenLinks en andere fracties over de vrijwilligersvergoeding. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor de vragen en de moties.

De signalen van de insprekers en van uw raad zijn luid en duidelijk. U heeft grote zorgen geuit over de uitwerking van de nieuwe subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal. Ik zal er geen doekjes om winden: het college deelt uw zorgen. Laat ik daarom op één punt alvast tegemoetkomen. In het belang van onze stad en van onze beleidsdoelstellingen, en tegen de achtergrond van de zware coronatijd waarin onder meer onze vrijwilligersorganisaties een cruciale rol vervullen, wil ik, wil het college het maximale eraan doen om samen met uw raad tot een goede oplossing te komen. Staat u mij toe om te markeren hoe wij op dit punt zijn aanbeland. Uw raad heeft het college opgedragen om subsidies transparanter en eerlijker te verdelen dan in het verleden is gebeurd. U gaf het college die opdracht op basis van het Rekenkamerrapport Eerlijk delen. Het doel: gelijke kansen voor organisaties en helder sturen op beleidsdoelstellingen, ook voor die organisaties die hun contacten in de politiek niet hebben. Wat we op dit moment moeten constateren, en wat de insprekers, zoals een aantal van u ook zegt, de heer Heskes en de dames Poelstra en Filbri, gisteren glashelder uiteen hebben gezet, is dat die nieuwe regeling zowel in de uitvoering als in de uitwerking verre van perfect is. Ook is er grote kritiek op het instrument loting. U constateerde dat zelf ook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11103623/5