CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311204 Notulen van de raad van 25 november 2021 (dagvergadering)

Gemeenteraad 20 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 25 november 202160.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Een uitgebreid onderzoek naar private equity ofwel durfkapitaal en overnames in de jeugdzorg.' Ja, beide berichten gaan ook over aanbieders die actief zijn in Den Haag. Geld dat bedoeld is voor hulp aan jongeren, kinderen en gezinnen die in de knel zitten, verdwijnt nu in winsten en bij aandeelhouders. Het debat hierover hebben we al vaker gevoerd in deze zaal. Ik weet ook dat de wethouder probeert binnen de huidige kaders in te grijpen, maar ik krijg toch graag een reactie op de recente berichtgeving hierover en ik hoor graag welke extra stappen de wethouder nu nog kan zetten om ervoor te zorgen dat geld voor de jeugdzorg ook echt naar de jeugdzorg gaat. Dat brengt me bij een fundamenteel punt, waar we in de commissievergadering ook al over spraken, namelijk de manier waarop wij in Den Haag en in de andere negen gemeenten jeugdzorg inkopen en de vraag of dit de juiste manier is. Te vaak worden debatten hierover te laat gevoerd, zijn de besluiten al binnen de H10 genomen en hebben wij als raad onvoldoende inzicht in de afwegingen die zijn gemaakt of in de opties die nog meer op tafel lagen.

Werken we met een subsidie, met een overheidsopdracht of met open house, zoals we nu doen? Of kiezen we voor een klassieke aanbesteding of voor een andere vorm? Gaan we voor productiebekostiging, resultaatbekostiging of populatiebekostiging? Dat zijn allemaal politieke afwegingen waar afwegingen achter schuilgaan in hoeverre je als gemeente grip heeft op waar het geld aan uitgegeven wordt, welke positieve of negatieve prikkels in het systeem zitten voor zorgaanbieders en ja, dus ook in hoeverre jeugdzorgaanbieders winsten kunnen maken. De raad zal in de volgende periode een besluit moeten nemen over de manier waarop we de jeugdzorg voor een nieuwe ronde inkopen. De wethouder heeft hierover het een en ander toegezegd in de commissievergadering, maar ik wil echt benadrukken dat het van absoluut belang is voor de toekomst van de jeugdzorg in Den Haag dat de raad hier op tijd in wordt meegenomen, dat er heldere informatie is over welke afwegingen worden gemaakt en welke opties op tafel liggen en dat helder is welke beslismomenten er voor de raad precies zijn.

Ik heb twee moties naar aanleiding van het commissiedebat, allereerst de motie Verstevig rechtspositie van kinderen, jongeren en gezinnen in de jeugdzorg, met als dictum: verzoekt het college de raad te informeren over hoe de signalen ten aanzien van de klachtenprocedures door de Ombudsman en de Jeugdombudsman worden opgepakt en tot welke verbeteringen dit leidt, de 49

informatievoorziening over klachten, bezwaar, beroep en rechtspositie in het geval van uithuisplaatsingen in het vrijwillige kader en drangtrajecten tegen het licht te houden en te verbeteren en in de (half)jaarrapportage Wmo & Jeugd de raad periodiek te informeren over verbeteringen die zijn gedaan ten aanzien van het verbeteren van de rechtspositie van gezinnen, kinderen en jongeren in de jeugdzorg. Deze motie wordt mede-ingediend door Lesley Arp van de SP, Robin Smit van de Partij voor de Dieren en Erlijn Wenink van GroenLinks, Judith Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, Anno Fekkes van D66 en Adeel Mahmood van NIDA. Dan de motie Grenzen aan de vermeende eigen kracht. Keer op keer blijkt uit onderzoek dat de eigen kracht en de zelfredzaamheid van gezinnen en jongeren vaak worden overschat. Ook onze eigen Jeugdombudsman heeft dat geconstateerd. Toch duikt deze term nu ook weer op in de Regiovisie en het Toekomstperspectief. Daarom heb ik een motie met als dictum: verzoekt het college de raad te informeren over de verdere invulling van het stimuleren van normaliseren en eigen kracht en dat er geen kinderen en jongeren tussen wal en schip vallen in de toegang tot en inzet van de jeugdhulp.

Deze motie wordt mede-ingediend namens Fatima Faïd van de HSP, Lesley Arp van de SP, Robin Smit van de Partij voor de Dieren, Erlijn Wenink van GroenLinks, Judith Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, Anno Fekkes van D66 en Adeel Mahmood van NIDA. De voorzitter. Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, mevrouw Arp, de heer Smit, mevrouw Wenink, mevrouw Klokkenburg en de heer Fekkes, wordt de volgende motie (L.3 PvdA) ingediend:

Motie L.3 PvdA Grenzen aan vermeende eigen kracht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 en het Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp; Constaterende, dat: • in de Regiovisie veelvuldig wordt gesproken over het ‘stimuleren van normaliseren en eigen kracht’, maar hier nog geen concrete invulling aan wordt gegeven. Overwegende, dat: • uit onderzoeken blijkt, ook uit constateringen van de Ombudsman en Jeugdombudsman Den Haag, dat de vermeende zelfredzaamheid van mensen vaak wordt overschat, en dat er te veel wordt verwacht van de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van jongeren en gezinnen. Spreekt uit, dat; • het ‘stimuleren van normaliseren en eigen kracht’ in geen geval mag betekenen dat de drempel voor jeugdhulp hoger wordt, of dat kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen niet op tijd adequate hulp krijgen. Verzoekt het college: • de raad te informeren over de verdere invulling van het ‘stimuleren van normaliseren en eigen kracht’, en dat er geen kinderen en jongeren tussen wal en schip vallen in de toegang tot en inzet van de jeugdhulp. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door mevrouw Arp, de heer Smit, mevrouw Wenink, mevrouw Klokkenburg en de heer Fekkes, wordt de volgende motie (M.4 PvdA) ingediend:

50

Motie M.4 PvdA Verstevig rechtspositie kinderen jongeren en gezinnen in de jeugdzorg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 en het Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp; Constaterende, dat: • In het Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp staat: “Bij de uitwerking van deze uitgangspunten is cruciaal dat de rechtspositie van het kind c.q. de cliënt wordt geborgd en waar mogelijk verbeterd. We zullen dat uiteraard volgen en bewaken, in samenspraak met cliënten(-raden).” (p. 6). Overwegende, dat: • De verbetering van de rechtspositie van kinderen, jongeren en gezinnen in de jeugdzorg urgent is en moet worden verbeterd, o.a. omdat: o De Ombudsman en Jeugdombudsman Den Haag in het jaarverslag 2020 signaleren dat ouders en jongeren nu op verschillende plekken nu klachten moeten indienen, waarbij iedere organisatie of instelling allen met eigen regels en voorwaarden. De gemeente is vaak niet aanspreekbaar op klachten, en hanteert geen integrale benadering waardoor ouders en jongeren zich van het kastje naar de muur gestuurd voelen. o Uit onderzoek naar Nieuwsuur blijkt dat veel ouders een vrijwillige uithuisplaatsing (in het kader van een drang traject) onterecht zien als plicht, en ouders en jongeren hierin niet altijd hun rechten kennen of daarop gewezen worden.

o De integrale manier van werken die voortvloeit uit het Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp, nieuwe uitdagingen met zich meebrengt ten aanzien van het borgen van, en helder informeren over de rechtspositie van ouders en jongeren. Verzoekt het college: • de raad te informeren over hoe de signalen t.a.v. de klachtenprocedures door de Ombudsman en Jeugdombudsman worden opgepakt en tot welke verbeteringen dit leidt; • de informatievoorziening over klachten, bezwaar, beroep en rechtspositie in het geval van uithuisplaatsingen in het vrijwillige kader en drang-trajecten tegen het licht te houden en te verbeteren; • in de (half)jaarrapportage Wmo & Jeugd de raad periodiek te informeren over verbeteringen die zijn gedaan t.a.v. het verbeteren van de rechtspositie van gezinnen, kinderen en jongeren in de jeugdzorg. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Mijn collega Erlijn Wenink is helaas verhinderd. Vandaar dat ik hier vandaag het woord voer. Onlangs zag ik de IDFA-documentaire Jason, een even verdrietig als inspirerend document over de traumatherapie van een jongeman met een missie, het hervormen van de gesloten jeugdzorg. Ik ga ervan uit … Nee, ik weet zeker dat de wethouder de documentaire heeft gezien.

Anders zou ik haar dat zeer aanraden, want de trauma's van Jason zijn niet uitsluitend veroorzaakt door de mishandeling en het seksueel misbruik in zijn jeugd. Een fors deel van zijn trauma is veroorzaakt door zijn verblijf in de jeugdzorg, waar hij soms 22 uur per dag op zijn kamer zat, geen onderwijs kreeg, geïsoleerd, gefouilleerd en gevisiteerd. Ik vind het nog steeds heel heftig om dat te moeten zeggen. Mijn fractie kan zich daarom vinden in de probleemanalyse door het college van de huidige situatie van de jeugdhulp. De marktwerking is doorgeslagen; collega's hebben dat al aangehaald. En dat heeft niet gezorgd voor betere kwaliteit van de hulp aan kinderen en gezinnen. Ons 51

jeugdzorgsysteem kent nog steeds onnodige schotten, is niet gericht op het verbeteren van de situatie van kinderen, bevordert evenmin een vruchtbare samenwerking in de keten en heeft professionals in de jeugdzorg bedolven onder bizarre bureaucratie. We kunnen ons vinden in de gekozen oplossingsrichtingen van het college: meer gezinsgericht werken en gebiedsgericht organiseren, minder markt, meer zorg. Complimenten daarvoor aan het college. Het college gaat straks aan de slag met het uitvoeringsprogramma. Mijn fractie wil de wethouder dit meegeven: ja, betrek de raad zeker, zoals collega Holman vraagt, maar denk vooral ook aan Jason. Want in het raadsvoorstel gaat het alleen maar over het systeem. Dat moet zeker veranderen, maar voorop moet staan dat de instellingen waar wij zorg inkopen voor onze kinderen, alles in het werk kunnen en zullen stellen om kinderen zoals Jason te helpen, echt te helpen. Dat moet ons doel zijn, want op verschillende momenten in zijn leven hebben preventie en ook de zorg gefaald, ondanks alle mooie woorden in alle beleidsnotities. Toen het echt niet meer ging, had hij moeten worden opgenomen in een instelling waar hij zou zijn behandeld en waar hij zijn vwo-opleiding had kunnen afronden.

Het is heel makkelijk om te roepen dat de jeugdzorg het allemaal fout doet, maar wij maken hier vandaag het systeem mogelijk om dit in stand te houden of om het te veranderen. Daarom vraagt mijn fractie de wethouder om aan het uitvoeringsprogramma een aantal inhoudelijke doelstellingen toe te voegen, zoals: altijd de juiste zorg op de juiste plek - ik weet dat dat een inkopper is, maar als dat niet je doel is, kun je er ook niet naar streven - en ook nul uithuisplaatsingen, altijd continuïteit van onderwijs in de residentiële jeugdzorg en professionals die hun werk kunnen doen zonder bureaucratische bulken. Daarom heeft collega Wenink de SP-motie medeondertekend die oproept om geen extra bureaucratie te organiseren, ondanks het advies van de Rekenkamer. Daar heeft GroenLinks ook al in het commissiedebat voor gepleit. En als er dan nieuwe registratie-eisen komen, dan moet er voor elke eis eentje verdwijnen. De geformaliseerde samenwerkingsverbanden van zorgaanbieders kunnen op zich een goede oplossing zijn, maar Alphen is echt niet zo'n goed voorbeeld. Daar zijn de wachtlijsten nog steeds even lang als hier. Onderzoek dus goed wat er moet gebeuren om een werkend systeem te krijgen. Betrek hierbij de aanbieders en zeker ook de professionals en de cliënten; dat is onze oproep aan de wethouder. Ik reken op een toezegging op dit punt.

Mijn fractie wil ook graag de toezegging van de wethouder dat ze in gesprek gaat met de aanbieders van gesloten jeugdhulp, de jongeren en de professionals om stappen te zetten om de gesloten jeugdhulp overbodig te maken. Een kind dat zwaar getraumatiseerd is, heeft behandeling en veiligheid nodig, geen gesloten deuren. Dat betekent wat ons betreft ook dat de wethouder in gesprek gaat om dit nu al te verbeteren en om aandacht voor de emotionele en psychische veiligheid te organiseren. Dan mijn laatste punt. Bijna alle dakloze jongeren in Den Haag hebben een jeugdzorgverleden. Een van mijn eerste moties in deze raadsperiode was een motie die opriep om jongeren die op hun 18de de jeugdzorg verlaten, te helpen bij het vinden van woonruimte. Dat blijkt nog maar heel slecht te lukken. Hoe gaat het college dit verbeteren? Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Ik vervang hier mevrouw Faïd, die vandaag niet aanwezig kon zijn, maar die vanavond wel mee gaat stemmen. Met de al jaren voortdurende problemen met de jeugdzorg, de wachtlijsten, de vele kasten en muren waar kinderen naartoe worden gestuurd en alle pijnlijke voorbeelden die we hier in de raad ook zouden kunnen benoemen, kunnen we hele lange vergaderingen vullen, maar ik zal het hier nu kort houden. Ten eerste is de Haagse Stadspartij blij met het onderzoek van de Rekenkamer Zorgen voor de jeugd.

Ten tweede moet er, zoals mevrouw Faïd in de commissie al vele malen duidelijk heeft gemaakt, heel wat veranderen aan de jeugdzorg. Daarom ondersteunen wij van harte de motie van mevrouw Holman, de motie Grenzen aan vermeende eigen kracht. Wij dienen ook een eigen motie in om de wachtlijsten in de jeugdhulp aan te pakken. Dat is de motie Taskforce voor jeugdhulp, met als dictum: verzoekt het college een taskforce in te stellen die op korte termijn onderzoekt en met voorstellen komt hoe de lange wachtlijsten verholpen kunnen worden, de taskforce te laten onderzoeken hoe voor de langere termijn meer mensen geactiveerd kunnen worden voor de jeugdhulp - want er is een tekort - en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door de heer Wijsmuller wordt de volgende motie (M.5 HSP) ingediend:

52

Motie M.5 HSP Taskforce voor jeugdhulp De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877). Constaterende, dat: • de wachtlijsten in de jeugdhulp niet verminderen; • kinderen en ouder(s)/verzorger(s) maanden tot jaren wachten tot er eindelijk hulp geboden wordt; • dit mede komt omdat er te weinig mensen werkzaam zijn in de jeugdhulp om de vraag op te vangen. Verzoek het college: • een taskforce in te stellen die op korte termijn onderzoekt en met voorstellen komt hoe de lange wachtlijsten verholpen kunnen worden; • de taskforce te laten onderzoeken hoe voor de langere termijn meer mensen geactiveerd kunnen worden voor de jeugdhulp; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Mijn fractie wil nogmaals de Rekenkamer bedanken voor haar onderzoek. Mijn fractie had bij een van de aanbevelingen wel een kleine 'mits', aangezien wij er erg voor willen waken dat jeugdzorgverleners extra administratief werk moeten doen, juist omdat het systeem van resultaatgericht indiceren voor velen al een kluwen is.

Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college in overleg te treden met jeugdzorgaanbieders over de haalbaarheid en invulling van de aanbeveling van de Rekenkamer over het registreren van het resultaat, hierbij als uitgangspunt te nemen dat jeugdzorgverleners zo min mogelijk extra administratief werk hoeven te doen ten gevolge van deze aanbeveling en de raad te informeren over de uitkomsten. Deze motie wordt medeingediend door mevrouw Wenink van GroenLinks en de heer Smit van de Partij voor de Dieren. Dan de Regiovisie en het Toekomstperspectief van het college. Over de samenwerking in H10-verband kan mijn reactie kort zijn: wij geloven niet dat deze extra bestuurslaag van toegevoegde waarde is. Kortheidshalve verwijs ik naar de inbreng van mijn collega Hoefsloot daarover in de commissie. Met het Toekomstperspectief doet het college een stap in de goede richting door in te zetten op gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden om zo het aantal aanbieders te verkleinen, maar dat is voor ons niet genoeg. Wat de SP betreft moet de markt namelijk uit de jeugdzorg en moeten we van het aanbestedingscircus af. In Zuid-Limburg heeft men een aantal ervaringen opgedaan met coöperatieve samenwerkingsverbanden. Het is hoog tijd dat Den Haag dit goede voorbeeld volgt.

Daarom een motie waarvan het dictum luidt: roept het college op bij het instellen van gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden erop in te zetten dat de samenwerkingsverbanden een coöperatieve vorm krijgen, waarbij de verwerving plaatsvindt door middel van subsidie. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Wenink en de heer Smit, wordt de volgende motie (K.1 SP) ingediend:

Motie K.1 SP Geen extra bureaucratie jeugdzorgverleners De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het Rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’. 53

Constaterende, dat: • de Rekenkamer in haar onderzoek de aanbeveling doet om het resultaat van de trajecten te registreren, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of de problematiek waar het traject betrekking op had is opgelost en duidelijk wordt gemaakt of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd; Overwegende, dat: • jeugdzorgverleners al (te) veel van hun tijd bezig zijn met administratieve en bureaucratische taken; • het binnen het systeem van resultaatsturing voor zorgverleners vaak lastig is om duidelijk te maken of de problematiek is opgelost, omdat de resultaten betrekking moeten hebben op bredere maatschappelijke doelen. Verzoekt het college: • in overleg te treden met jeugdzorgaanbieders over de haalbaarheid en invulling van de aanbeveling van de Rekenkamer over het registreren van het resultaat; • hierbij als uitgangspunt te nemen dat jeugdzorgverleners zo min mogelijk extra administratief werk hoeven te doen ten gevolge van deze aanbeveling; • de raad te informeren over de uitkomsten. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Arp wordt de volgende motie (M.6 SP) ingediend:

Motie M.6 SP Haal de markt uit de jeugdzorg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp. Constaterende, dat: • het college de jeugd- en gezinshulp in de toekomst gebiedsgericht wil organiseren; • het hierbij per gebied met een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders voor de tweedelijns jeugdhulp wil werken; • het college nog wil onderzoeken wat hiervoor de passende verwervingsvorm is (aanbesteding of subsidie). Overwegende, dat: • de gemeenten Heerlen, Voerendaal en Landgraaf al eerder zijn overgestapt op samenwerkingsverbanden van jeugdhulp aanbieders; • deze samenwerkingsverbanden een coöperatieve vorm hebben waarbij de zorg op basis van een subsidie wordt toegekend; • zorgaanbieders vervolgens de vrijheid hebben om zelf te bepalen wat de beste zorg is, met een nadruk op preventie. Van mening, dat: • de jeugdzorg geen markt is; • er voor aanbestedingen daarom geen ruimte zou mogen zijn. Rroept het college op: • bij het instellen van gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden erop in te zetten dat de samenwerkingsverbanden een coöperatieve vorm krijgen, waarbij de verwerving plaats vindt door middel van subsidie. 54

En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. De heer Mahmood ziet af van het woord. Cees Pluimgraaff (CDA). Voorzitter. Een korte inbreng, want Astrid Frey, onze collega, heeft in de commissie reeds een uitgebreide inbreng kunnen leveren. Mij rest het inbrengen van een motie met de titel No-go of go inbouwen en met als dictum: roept het college op te onderzoeken hoe in een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders voor de tweedelijns jeugdhulp gewerkt kan worden, wat de voor- en nadelen hiervan zijn, de raad over de uitkomsten van dat onderzoek voor het zomerreces van 2022 te informeren en een go- of no-gomoment in te bouwen, waarbij de raad een definitief besluit neemt over deze werkwijze, nog voordat daadwerkelijk tot een geformaliseerd samenwerkingsverband kan worden overgegaan. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben enigszins verbaasd over deze motie, want het dictum is eigenlijk precies hetzelfde als het dictum van het amendement dat ik zojuist heb ingediend. Is de heer Pluimgraaff zich daarvan bewust? Cees Pluimgraaff (CDA). Totaal niet. Met dat antwoord kom ik er natuurlijk niet bij de ChristenUnie/SGP. We willen het nog even tegen elkaar aanhouden. Ik hoor wel even de reflectie van de wethouder, als u het goedvindt.

Dan kunnen we altijd nog overwegen om met u mee te gaan of de motie in stand te houden en het amendement op de een of andere manier te ondersteunen. Ik denk dat dat de gang van zaken het beste weergeeft. De voorzitter. Ik raad u dan wel aan om dat snel te doen. We stemmen er vanavond over, maar we moeten wel van tevoren weten wat er wordt ingediend en hoe. Het is dus belangrijk om dat te vermelden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik snap natuurlijk dat het voor de heer Pluimgraaff lastig is als hij een collega vervangt en een motie moet voorlezen, maar ik reken uiteraard op zijn steun voor het amendement. De voorzitter. Door de heer Pluimgraaff, daartoe gesteund door de heer Partiman, wordt de volgende motie (M.7 CDA) ingediend:

Motie M.7 CDA No-go of go voor besluit tot geformaliseerde samenwerkingsverbanden in de jeugdzorg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking ter bespreking van het voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877). Constaterende, dat: • een goede werkwijze om de juiste jeugdzorg dichtbij de jeugdigen te organiseren en tegelijk de kosten beheersbaar te houden belangrijk is; • er in het Toekomstperspectief daarom nu gekozen wordt voor een geformaliseerd samenwerkingsverband. Overwegende, dat: • dit voorgestelde uitgangspunt wel past in de ingezette lijn om de kosten van de jeugdzorg beheersbaar te houden; • dit wel een wezenlijke verandering is van de huidige werkwijze; 55

•

de raad nog onvoldoende inzicht heeft in de voor en nadelen van deze verandering.

Roept het college op: • te onderzoeken hoe in een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders voor de tweedelijns jeugdhulp gewerkt kan worden, wat de voor- en nadelen hiervan zijn, en de raad over de uitkomsten van dat onderzoek voor het zomerreces van 2022 te informeren; • een go of no-go moment in te bouwen, waarbij de raad een definitief besluit neemt over deze werkwijze, nog voordat daadwerkelijk tot een geformaliseerd samenwerkingsverband wordt overgegaan. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor de goede bijdragen. We hebben in de afgelopen periode twee goede debatten gehad over de jeugdzorgstukken. Ook dank aan de goede bespreking van de Rekenkamerrapporten en de aanbevelingen daarin. Ik kan u zeggen dat wij de aanbevelingen heel serieus nemen. We gaan ook heel goed kijken naar de informatie die toen voorhanden was - dat was de periode van 2015 tot en met 2019 - en die de Rekenkamer voor heel H10 in beeld heeft gebracht. Daaruit zijn de conclusies en aanbevelingen voortgekomen. In de afgelopen twee jaar hebben wij best wel veel stappen gemaakt in het steeds beter in beeld brengen van cijfers. Die weg zijn we dus ingeslagen, maar de aanbevelingen van de Rekenkamer steunen ons nog meer om dat verder te vervolmaken.

Ik ga vooraf in op een aantal gestelde vragen voordat ik naar de moties en het amendement ga, allereerst op de vraag van Hart voor Den Haag/Groep de Mos over het gesprek met de Raad voor de Kinderbescherming. Ik heb twee weken geleden gezegd dat we juist met het bestuur van de raad in gesprek gaan om te kijken naar de zaken en de casuïstiek. De insprekers van de vorige keer hadden ook echt punten over hoe sommige processen lopen. Dat zijn zaken die wij ook als bestuurders horen. Daar gaan we het gesprek zeker mee voeren. Uiteraard ga ik ook het gesprek aan met de bestuurders van de gesloten jeugdinstellingen. U weet dat het concept een paar jaar geleden 'open, tenzij' is geworden. Maar nogmaals, hoe korter kinderen binnenblijven, hoe beter, want kinderen moeten terug naar school en we moeten jongeren passend huisvesten en helpen aan werk. Dat is het gesprek dat we moeten blijven voeren, maar de uitdagingen zijn er nog steeds, want anders hadden we hier niet gezeten. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Dank aan de wethouder voor deze toezegging. Ik hoop dat zij aan die gesprekken ook wil toevoegen dat continuïteit van onderwijs belangrijk is en dat er aandacht moet zijn voor de veiligheid van jongeren, ook binnen de instelling. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ja, dat wil ik zeker toezeggen.

Dat is ook onderdeel van de gesprekken over hoe we kinderen op school het liefst begeleiden op alle niveaus, dus niet alleen in het lager onderwijs maar ook in het voortgezet onderwijs. U weet bijvoorbeeld dat wij onderwijsjeugdarrangementen hebben, juist om met jongerencoaches en met mensen dicht bij de kinderen te kijken hoe ze inderdaad terug kunnen gaan naar het onderwijs. Dan de vraag van mevrouw Holman of ik wil reageren op het artikel over die winsten. Als het goed is, heb ik dit ook in de commissie gezegd. We zijn in regionaal verband, op Haaglandenniveau, aan het kijken hoe die kosten zijn gestegen maar vooral ook wat de grootste stijgers en veroorzakers zijn en naar de winstneming. We willen daar een rapportage over maken en die naar u sturen. We werken natuurlijk met veel aanbieders. Wij zien heel veel stijgingen, maar we zien ook zaken die nog net binnen de marges vallen. We willen die rapportage netjes aan jullie doen toekomen. Het is nog even een slag werk voor Control en H10, maar dan proberen we u dat snel te doen toekomen. Het tweede punt van mevrouw Vavier betreft de woonruimte. Ja, we hebben in het Doorbraakplan van het college, waar wethouder Balster, wethouder Kapteijns en ik mee bezig zijn,

56

ook echt apart aandacht voor ruimte en huisvesting voor jongeren, zodat we de achterstand die we hebben, de komende jaren kunnen inlopen. Dat loopt via dat traject. Ik ga snel naar de moties, maar ik begin met het spannende amendement van de ChristenUnie/SGP, van mevrouw Klokkenburg. We willen uiteraard vasthouden aan het dictum: een geformaliseerd samenwerkingsverband moet het uitgangspunt blijven of zijn. Waarom? Dat onderzoek moeten we nog doen. We hebben partijen die hier echt met ons samen willen werken, maar om nu met een amendement te zeggen dat ik mezelf maar ook de regio en andere zaken die we goed doen, misschien wel klem zet … Ik vind het heel ingewikkeld om dit nu zo te zeggen. De geest van het amendement begrijp ik heel goed, maar om dit nu met een amendement te regelen … De motie van het CDA geeft daar iets meer ruimte. Heel handig in de motie van het CDA vind ik het inbouwen van dat go/no-gomoment. Dan komen we bij u terug om te zeggen: zo gaat het eruitzien. U weet dat we in de commissie hebben gezegd: voor de zomer van 2022 gaan we een aantal concrete dingen met u bespreken over de richting die we nu hebben geschetst. Ik zou dus echt tegen u willen zeggen: dat amendement niet doen. Laten we die motie van het CDA omarmen.

Dat zou ik willen voorstellen, zodat we echt serieus gaan nadenken en aan dat samenwerkingsverband met een beperkt aantal aanbieders gaan werken, gebiedsgericht, zodat we vroeg in het leven van kinderen en gezinnen zijn zonder dat later jeugdhulp of jeugdzorg nodig is. Het amendement van de ChristenUnie/SGP zou ik dus willen ontraden. Over de motie van het CDA kunnen we als college heel positief zijn. De voorzitter. Daar heeft mevrouw Klokkenburg een vraag over. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ja, daar heeft mevrouw Klokkenburg heel veel vragen over. Ik zal me beperken tot één vraag. Ik heb er moeite mee dat we ons hier vastleggen op uitgangspunten waar we zeker mee verder willen. Mevrouw Vavier noemde Alphen al als slecht voorbeeld waar die geformaliseerde samenwerkingsverbanden niet per se tot een verbetering hebben geleid. Als we zeggen dat dit het uitgangspunt is en dat we ons daar koste wat kost aan moeten houden, ga je jezelf misschien in een doodlopende straat begeven. Daarom heb ik een amendement ingediend om dit eerst te onderzoeken, waarna het terugkomt in de raad. Het komt dan sowieso terug en dan heb je daar alsnog een gesprek over. Ik begrijp dus niet waarom de wethouder per se wil vasthouden aan het uitgangspunt, terwijl dat mogelijk een doodlopende straat is. Wethouder Parbhudayal (VVD). Er liggen twee stukken voor.

Het Toekomstperspectief is ons eigen verhaal. Het andere stuk is een regiovisie. We hebben bij de behandeling van de stukken gezegd dat het college het lokale verhaal, het Toekomstperspectief, nader gaat invullen en dan bij u terugkomt. Er ligt dus nog niks vast. We bespreken sommige zaken, want we hebben wel een akkoord van u nodig op een visie voor een x-aantal jaren. We zijn met elkaar uitgangspunten en doelen aan het vaststellen. Daar gaat u over. Dan kan het college daar weer de volgende stappen in zetten. Die stappen gaan we pas formaliseren als u volgend jaar zegt: dit is exact wat we voor ogen hebben. Ik heb dus de indruk dat we voldoende momenten inbouwen - vandaar die go/no-go in het dictum van de motie van het CDA - en dat we echt met elkaar praten voordat we definitief zeggen: dit is wat we echt beogen met het Toekomstperspectief. In dat licht wil ik mevrouw Klokkenburg nogmaals zeggen: doe geen amendement, want zet het college niet klem. Laten we die uitwerking doen en dan komen we bij u terug. Dan kunt u zien hoe we aan dat samenwerkingsverband gebiedsgericht vorm willen geven en dan kunt u zeggen of dat wel of niet ver genoeg gaat. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dat is eigenlijk precies wat ik het college vraag: doe dat onderzoek en kom er bij de raad op terug. Ik snap dus niet waar het licht zit tussen de wethouder en het amendement.

Wethouder Parbhudayal (VVD). De motie van het CDA zegt ook: doe het onderzoek. Dat zeggen wij ook. Wij gaan hiermee aan de slag, want u weet: een uitgangspunt is een uitgangspunt. Dat betekent dat we nog allerlei zaken moeten inzetten en onderzoeken. Het nu met een amendement helemaal dichtzetten … Ik vraag gewoon om ruimte, want ook het college zegt: we hebben de komende periode de tijd nodig om hieraan invulling te geven. We komen terug bij de raad, want we hebben het in het kader van het Toekomstperspectief over meer zaken gehad dan alleen een gebiedsgericht 57

samenwerkingsverband. Met dat hele palet of pakket aan zaken komen we bij u terug. Vandaar dat wij het amendement ontraden en de motie van het CDA kunnen omarmen. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg, tot slot. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De wethouder suggereert hiermee dat ik haar met het amendement klemzet, terwijl ik volgens mij juist meer ruimte biedt, want het kader dat nu geschetst wordt, is dat geformaliseerde samenwerkingsverband. De wethouder zet hier zichzelf dus klem met het huidige dictum. Wethouder Parbhudayal (VVD). Wij verschillen hierover blijkbaar van mening. Ik ga niet in herhaling treden en ik wil met uw permissie door naar de volgende motie van mevrouw Klokkenburg. Dat is de motie Geen nieuw verstrekkend beleid stoelen op aannames. Die motie vraagt om te onderzoeken of productiebekostiging daadwerkelijk leidt tot het langer behandelen van cliënten. Wat het college betreft is deze motie overbodig, want er is door de VNG veel onderzoek gedaan naar de diverse bekostigingssystematieken. Wij hebben er een aantal in het hele zorgbeleid. Met resultaatsturing doen we nu bijvoorbeeld heel veel goede ervaringen op in ons NWA. Productbekostiging zit nu in de jeugdcontracten. Er loopt dus al veel onderzoek. Op de site van de VNG geeft de VNG aan wat de voors en tegens van elk model zijn. Dat heb ik ergens voor u opgezocht; het heet 'bekostigingsmodellen'.

Wij zijn als gemeentes op basis van die modellen bezig met kijken welke combinatie of welke vorm we straks, in de toekomst, nodig hebben. Want als je gebiedsgericht met een klein aantal partijen gaat werken, moet je daar heel anders over nadenken dan wanneer we de gesloten jeugdhulp ergens beleggen of inkopen. De motie is in dat opzicht dus overbodig. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De wethouder verwijst naar VNG-modellen. Ik snap dat er in dat model staat dat er een prikkel is tot langer behandelen, maar ik vraag de wethouder om aan te tonen dat dit in Den Haag zo is geweest. Als ik om me heen kijk, zie ik dat namelijk niet. Ik zie misschien wel in de cijfers dat er langer behandeld wordt, maar niet of dat niet noodzakelijk is. Ik vraag me dus af of dat voor Den Haag onderzocht kan worden. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik zei net dat wij dit ook in beeld willen brengen. Bij de grootste aanbieders willen we in beeld brengen hoe de kosten zijn gestegen. Uiteraard hangt dat samen met de aantallen trajecten en het langer duren van trajecten. Dat brengen we dus in beeld en dat gaan we ook onderzoeken. Dan gaan we kijken hoe dat komt, dus naar de oorzaken daarachter. Werkt het systeem van productbekostiging of prestatiebekostiging het een of het ander in de hand? Dat is exact waarover we met elkaar aan het nadenken zijn.

We spelen daar ook in een gebied waarover we aan de ene kant juridische afspraken met partijen hebben gemaakt, terwijl we tegelijkertijd kijken of het allemaal wel klopt. We weten dat de jeugdzorg een openeinderegeling is. Hulp aan kinderen staat centraal. Als kinderen langer hulp nodig hebben en als professionals dat indiceren, herindiceren en elk jaar vaststellen, blijven we dat doen. Maar we blijven er ook heel scherp op letten of zo'n systeem iets in de hand werkt. Er zijn natuurlijk dit soort onderzoeken die de VNG doet voor het hele land, want we moeten het wel tegen iets aan kunnen houden of tegen iets kunnen leggen. We hebben immers ook al een rechtszaak in onze regio gehad. We moeten er dus op een hele voorzichtige, scherpe manier mee omgaan. Als we komen met nieuwe voorstellen, moeten we ook heel goed kijken hoe dat in andere gebieden gaat en welke consequenties het kan opleveren; u noemde een aantal regio's waar zaken anders zijn. We zeggen dus dat de motie overbodig is, want we gaan hiermee aan de slag. Maar ik zeg heel eerlijk dat we simpelweg niet een analyse hebben waarmee we nu heel zuiver en bewust kunnen vaststellen dat de kosten alleen gestegen zijn door zo'n PxQ- of productbekostiging. De derde motie van mevrouw Klokkenburg is de motie Bescherm keuzevrijheid in de jeugdzorg. Daar pak ik tegelijkertijd de motie van de SP bij, want die vind ik heel pakkend.

Het zijn twee uitersten. De motie van de SP, de motie Haal de markt uit de jeugdzorg, is exact het andere uiterste ten opzichte van de motie van mevrouw Klokkenburg. Dat laat al zien hoe ingewikkeld en complex het allemaal is geworden. Ik ben blij met de woorden van mevrouw Vavier: minder marktwerking, meer zorg, minder uithuisplaatsingen - het liefst nul - en ga meer naar die kinderen, 58

meer gebiedsgericht. Ik ben daar echt blij mee, want de waarheid ligt in het midden. We moeten weer nieuwe afspraken met elkaar maken. Als jullie vandaag instemmen met beide visiestukken, komen we over een paar maanden met de invulling voor Den Haag. Dan zult u zien dat de waarheid inderdaad ergens in het midden ligt. Om die reden wil ik beide moties ontraden, zowel de motie van de SP als de motie van de ChristenUnie/SGP, en dan moeten we op een goede manier die middenweg vinden. Lesley Arp (SP). Ik begrijp dat de wethouder op zoek is naar de middenweg en nog verder wil onderzoeken, maar ik heb toch een vraag. Ik denk dat mevrouw Holman het heel goed zei, toen zij aangaf dat het instrument dat je kiest of de vorm van inkoop ook een politieke keuze is. Is de wethouder het met mij eens dat de coöperatieve vorm met subsidie uiteindelijk de effectiefste manier is om het aantal aanbieders en het winstbejag te verminderen? Dat zijn twee dingen waarop ik de wethouder vaak kritiek hoor uiten. Wethouder Parbhudayal (VVD). Volgens mij moeten we het instrument niet vooropstellen. Inkoop of subsidie zijn instrumenten om de goede dingen voor de mensen te doen. U weet dat wij voor jeugdpreventie en -participatie elk jaar tussen € 10 mln. en € 12 mln. aan subsidies geven aan allerlei partijen, juist om dicht bij het leven van de kinderen te komen. Dat moet u ook meerekenen.

Het is niet zo dat we alles alleen via een inkoop- of aanbestedingstraject doen. Dat wil ik even markeren. Zelfs ik als VVD-wethouder zeg: laten we in de zorg nu niet de discussie voeren over de vraag welk deel we moeten subsidiëren en wat inkoop is. Daarom maken we deze enorme stap, de stap die we nu willen gaan maken met de toekomstvisie. We weten dat nu ook in het coalitieakkoord staat dat we naar minder aanbieders willen gaan. Daarom moeten we een aantal stappen zetten zoals we die met de uitgangspunten in de toekomstvisie hebben geschetst. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik schrik er een beetje van dat nota bene een wethouder de keuzevrijheid eigenlijk op het spel zet. Die keuzevrijheid is geborgd in de Jeugdwet. Zij zegt hier dat zij die niet kan garanderen. Daar schrik ik van. De wethouder is hier om zich aan de wet te houden. Hoe kan het dat zij hier zegt: nee hoor, die keuzevrijheid ga ik niet garanderen? Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik zei net dat de waarheid in het midden ligt. Met de uitgangspunten in onze toekomstvisie zeggen we: we gaan voor Den Haag goed kijken hoe we gebiedsgericht met een aantal aanbieders de zorg kunnen regelen. Ik zal een voorbeeld geven.

Als we gebiedsgericht gaan werken, loopt in zo'n gebied al alle andere zorg die we in dat gebied voor kinderen hebben: een CJG, de jeugdgezondheidszorg, het voorliggend veld dat ook al loopt via de subsidies; we geven ook heel veel geld aan preventie, jeugdbeleid en opvoedpoli's. Ik noem dat 'nuldelijnszorg'. Dan gaan we partijen bij elkaar zetten, want het gaat niet om de vraag hoe dingen worden gefinancierd. Het gaat wat het college betreft om de vraag in welke levensfase we welke partijen nodig hebben om een kind en een gezin te begeleiden, te ondersteunen en te helpen. Van 0 tot 4 heb je de jgz nodig met de CJG en wellicht nog andere partijen, met de school. Van 4 tot 8 … Zo gaan we ernaar kijken. Op dat moment kunnen wij het met elkaar hebben over hoe we die zorg goed hebben geregeld, want het geld moet bij die partijen komen, de ene keer via een subsidie en de andere keer wellicht via een contract. Die keuzevrijheid moet er zijn; die moeten we voldoende geborgd hebben, want de vrijheid in de soort zorg hangt ook af van de diversiteit. Er zijn immers heel veel kinderen en heel veel gezinnen waar zaken spelen en waarvoor je maatwerk moet bieden. Daar zie ik vooral die keuzevrijheid: je moet voldoende partijen hebben om de juiste jeugdzorg aan te bieden.

Maar omdat we naar gebiedsgericht willen gaan, zeg ik: hold your horses, we moeten heel goed kijken wat er nodig is en op welke manier we de zorg dan financieel goed regelen voor die gebieden. Vandaar dat we deze motie willen ontraden. Ik ga naar de moties van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, allereerst naar de motie over de inzet van de Regionale Oudersraad. Daar hebben we in onze commissie inderdaad een goede discussie gehad. Ik ben eigenlijk geneigd om deze motie te omarmen. U zegt: doorontwikkelen. Dat is ook de bedoeling van die Oudersraad door met hulp daarvan begeleiding te geven aan ouders en kinderen. Ik zeg dit zo omdat we dit net door hebben getrokken naar de regio. Die Oudersraad is nu georganiseerd en samengesteld om advies en perspectief te geven aan ouders. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik dit meeneem in ons H10-overleg, waarbij we dan goed kunnen kijken naar de reikwijdte en de rol van de Oudersraad, omdat we het met z'n allen moeten doen, en naar de rol die de Oudersraad kan 59

spelen in het ondersteunen van ouders en jeugdigen, past deze motie heel goed in de doorontwikkeling van die Regionale Oudersraad. Ook over de motie over de toeslagenaffaire in relatie tot uithuisplaatsingen hebben we een kort debatje gehad. Ik snap uw vraag heel goed, maar het college moet deze motie op dit moment helaas ontraden. U kunt de motie ook aanhouden. Op het punt van de toeslagenaffaire doen wij wat het Rijk ons vraagt om te doen. We krijgen geld; dat ligt bij een andere portefeuillehouder. Die mensen worden gecompenseerd op basis van de regels die van het Rijk komen. Wij hebben op dit moment nog geen rol op het punt van de door u gelegde link met de jeugdzorg of met uithuisplaatsingen, maar op het moment dat dit uitgezocht moet gaan worden en dat het Rijk daarmee komt, gaan we daar goed naar kijken. Wij hebben op dit moment ook geen aanleiding om alle dossiers hierop door te spitten. Ik zou dus tegen mevrouw Roopram willen zeggen dat zij de motie kan aanhouden. Op dit moment moet ik de motie ontraden, want dit ligt op dit moment niet bij de gemeentes. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Er zijn casusregisseurs ingesteld om naar multiproblematiek te kijken bij deze kinderen. Het zou dus al helder moeten zijn welke ouders te maken hebben gehad met uithuisplaatsing. Ik denk dat dit ontzettend belangrijk is.

Het is ook volop in de media en het kabinet heeft bevestigd dat het voor de Haagse kinderen belangrijk is dat dit in beeld is en in beeld wordt gebracht en dat het ook voor de raad belangrijk is om dat te weten. Wethouder Parbhudayal (VVD). Mevrouw Roopram doet een uitspraak die mij niet bekend is, namelijk dat we als gemeentes in beeld zouden moeten brengen welke uithuisplaatsingen zijn gerelateerd aan de toeslagenaffaire. Dat is nieuw voor mij. Daarom moet ik de motie ontraden. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik houd de motie aan. De voorzitter. Aangezien motie L.1 HvDH/GdM is aangehouden, maakt zij geen onderdeel van de beraadslaging meer uit. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dan gaan we naar de buurtgezinnen. Het is goed dat deze pilot loopt. Het begint te lopen. Ik heb wat cijfers voor u op een rij gezet. Er zijn in totaal drie koppelingen gerealiseerd. Twee van die koppelingen bevinden zich in een kennismakingsfase en er hebben zich in Leidschenveen-Ypenburg in totaal negen vraag- en steungezinnen aangeboden. U ziet dus dat we ermee zijn begonnen. Het begint langzaam maar zeker te lopen. We hebben met elkaar afgesproken dat we dit goed moeten doen. Dus ik vind een evaluatie te snel. Het is nu bijna eind 2021; we hebben nog een maand te gaan. Ik vind het nu te snel en te weinig om het door te trekken naar andere gebieden.

We willen goed kijken hoe we dit nog verder kunnen realiseren. Het kost ook geld. U weet dat het een proeftuin is. We ondersteunen de gezinnen die hiertoe bereid zijn. We kijken heel goed naar opstartzaken en -problemen. Ik ben blij dat u hier positief over bent, want ik heb onlangs de projectleider gesproken, een hele lieve dame. Ik ga ook met haar op pad. Laten we echt nog even hierop wachten voordat we met elkaar afspreken dat we gaan uitbreiden, want het is een pilot en we moeten echt nog een jaar goed kijken hoe het werkt en hoe het in dit stadsdeel gaat met de negen gezinnen die hebben aangeboden om kinderen op te vangen. Ik zou dus zeggen: aanhouden. Zo niet, dan is dit te snel en dan wil ik de motie ontraden. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). We hebben hier met kinderen te maken. Ik ben inderdaad in gesprek met degene die de kar trekt in Den Haag en ik heb al aangegeven dat een ondertoezichtstelling is ingetrokken bij een gezin met drie kinderen. Het is succesvol. Ze zijn in 90 gemeenten actief sinds 2015. Er zijn ook ambulante hulpverleners die heel graag met buurtgezinnen willen samenwerken. We hebben te maken met lange wachtlijsten. Buurtgezinnen zouden hier een ontzettend grote rol in kunnen spelen. In april zijn ze begonnen.

Ik begrijp dus niet waarom er nu niet zo snel mogelijk wordt geëvalueerd om een doorstart te maken, bijvoorbeeld in andere stadsdelen. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik noemde een aantal cijfers. Ik vind het te vroeg om te evalueren. We zijn net begonnen. U weet dat dingen door corona soms niet heel snel tot stand komen. Er zijn wel serieuze koppelingen geweest. U heeft dus wel goede cijfers, maar ik zie op dit moment nog niet de 60

noodzaak om al te gaan evalueren. We moeten nog even onze tijd uitzitten en goed kijken of die vraag- en steungezinnen zich voldoende begeleid en ondersteund voelen, zodat de buurtgezinnen dit werk kunnen doen. Want daar gaat het om en dan heb ik nog iets te vertellen. Het is nog te snel en te vroeg om te evalueren. Ik ga naar de motie van D66, de motie Meer grip door de Haagse raad op de Regiovisie Jeugdhulp. Ook van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech, meneer Fekkes. Ik kan u vertellen dat het college positief is over uw motie. U heeft de eerste dus al binnen wat ons betreft. Meer grip is altijd goed. We hebben in de commissie een debat gevoerd over de uitvoeringsnota die u in 2022 nog moet vaststellen in uw raad. Dan moeten we goed kijken hoe we daar periodiek met elkaar over praten, zodat u de vinger aan de pols kan houden en de raad het college goed kan blijven controleren. Dit is dus een prima motie. Dan ga ik naar de moties van mevrouw Holman, allereerst naar de motie Verstevig de rechtspositie van kinderen. Ik zou bijna willen zeggen dat je daar nooit tegen kunt zijn. Deze motie kunnen we omarmen, want de Jeugdombudsman is bezig met een vervolgonderzoek. Dat onderzoek wordt nog dit jaar afgerond. We kijken heel erg uit naar de uitkomsten, zodat we die kunnen meenemen in ons verbeterprogramma voor de klachtenbehandeling.

Ik denk dat de Rekenkamer daar ook op doelt: kijk goed hoe we de zaken verder brengen in onze procedures. In de jaarrapportage 2021 komen we daarop terug. Deze motie kunnen we dus prima omarmen. Dit doen we in samenwerking met de Jeugdombudsman. Dan de motie Grenzen aan vermeende kracht. We hebben met elkaar gepraat over hoe te normaliseren en over het feit dat we niet bij ieder dingetje kinderen meteen naar de jeugdhulp moeten verwijzen. U ziet dat ook in de uitgangspunten. Maar we moeten ervoor zorgen dat kinderen die zorg nodig hebben, niet tussen wal en schip komen. Om die reden zou het college deze motie dus prima kunnen omarmen. Dan de motie van de Haagse Stadspartij, de motie Een taskforce voor de jeugdhulp. Juist met het oog op die wachtlijsten bij partijen hebben we een projectteam opgericht. Dat is in H10-verband. Er is dus al een projectteam. Misschien wilt u dat 'taskforce' noemen, maar die hebben we dus al. En we zijn al bezig. We komen binnenkort met wat resultaten op het punt van hoe we wachtlijsten in de specialistische jeugdhulp beter in beeld kunnen krijgen. Ik zou dus zeggen: wacht nog even op die resultaten en laten we dan kijken of er nog een heftige taskforce nodig is, maar er is al een team met mensen dat dit werk voor ons doet. Joris Wijsmuller (HSP).

Op welke termijn mogen we daar dan eindelijk de eerste resultaten van gaan zien? Wethouder Parbhudayal (VVD). Zal ik zeggen: bij de volgende rapportage Jeugd en Wmo? Want daarbij rapporteert het college ook over de wachtlijsten die we wél goed in de smiezen hebben, zoals bij Veilig Thuis en de jeugdteams. Ook bij de jeugdbescherming hebben we de wachtlijsten heel goed op orde en in beeld. We hebben nog echt een uitdaging in de specialistische jeugdzorg, die we bij heel veel partijen inkopen. We proberen dus een eerste schets te geven bij de volgende rapportage. Dat is dan de jaarrapportage 2021. Joris Wijsmuller (HSP). Dat betekent dat we 'een schets' krijgen die pas bespreekbaar is in de volgende raad. Daarmee wordt dus geen recht gedaan aan de urgentie van dit probleem. Wethouder Parbhudayal (VVD). Juist wel, want hier is een projectteam bovenop gezet. Daar hebben we nu met alle aanbieders afspraken over gemaakt om grip te krijgen op hun wachtlijsten. Dat zijn wachtlijsten die wij niet zien omdat zij niet in ons beheer zijn. We moeten daar dus echt afspraken over maken. We zijn ook een beetje afhankelijk van hoe dat verkeer loopt. U weet dat wij, als wij aanbieders iets vragen, meteen weer worden beticht van meer administratie. We hebben net een motie aangenomen die aangeeft dat we juist heel goed gaan kijken naar die administratieve overlast ofwel bureaucratie.

Althans, ik loop daar een beetje op vooruit, maar ik wil de motie van mevrouw Arp hierover gaan omarmen. Wij moeten dus heel goed nadenken welke vragen we die aanbieders stellen. En we blijven afhankelijk van hen, van hun wachtlijsten, van hun wachttijden en hoe zij hun

61

zorgtrajecten doorlopen en afronden. Dus ik doe nogmaals die toezegging. Misschien is 'schets' een te simpel woord. Ik geef u inzicht in de stand van zaken bij de jaarrapportage 2021. Tot slot kunnen we de motie van mevrouw Arp over geen extra bureaucratie omarmen, want we zijn al begonnen met een tafel met gemeentes en een aantal aanbieders om te kijken waar zij mee komen. Ik heb het liefst dat professionals zeggen waarom zij vinden dat zij veel administratie moeten voeren. Dan kunnen wij zeggen: oké, wat kan eraf, zodat jij meer tijd overhoudt om de zorg te leveren? Die afspraak loopt nu. Deze motie steunt ons daar enorm in en we kunnen de motie op termijn heel goed verder afdoen. Mevrouw Reeuwijk. Voorzitter. Eén opmerking nog. De SP heeft een motie ingediend om met zorgaanbieders aanbeveling 3 te bespreken over hoe de resultaten van de jeugdzorg moeten worden geregistreerd. Ik wil daarbij nogmaals benadrukken dat momenteel ook al een resultaat van de jeugdzorg wordt geregistreerd. Het uitbreiden en specifieker maken van resultaatcodes kan onzes inziens helpen. Dat vergroot de transparantie van de resultaten. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan hier vanavond over stemmen in een digitale raadsvergadering.

De stukken over de Dreven, Zichten en Gaarden, waar de heer Kruis een tijdje geleden al naar vroeg, zijn rondgestuurd. Ik zou dus willen voorstellen om dat debat te hervatten. Ik zou daarvoor wel even willen schorsen, zodat de wisselingen van woordvoerders kunnen plaatsvinden. De vergadering wordt van 14.20 uur tot 14.32 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen.

Aan de orde is: H. Preadvies van de Welstandscommissie inzake het intrekken gemeentelijk beschermd stadsgezicht Dreven, Zichten, Gaarden (RIS310286). De voorzitter. We hebben aan het begin van de middag aanvullende informatie gekregen. Ik wil de wethouder even in de gelegenheid stellen om daar iets over te zeggen, waarna de tweede termijn zal beginnen. Maar ik zie twee handjes. Zijn er punten van orde? Sebastian Kruis (PVV). Ik dacht dat ik zou beginnen met een vraag, maar als de wethouder eerst wat gaat zeggen, dan … De voorzitter. Dus dat is geen punt van orde. Meneer Pronk, heeft u een punt van orde? Jan Pronk (VVD). Ja, voorzitter, namelijk de vraag of dit het formele begin is van de tweede termijn, want ik zou eigenlijk het liefst na deze beantwoording de gelegenheid hebben om te overwegen wat ik in de tweede termijn zou willen doen. Ik had niet begrepen dat het formeel het einde was van de eerste termijn, maar dat terzijde. De voorzitter. Dat kan. Dan doe ik nu alvast een winstwaarschuwing: ik ga dan wel voorstellen om ondertussen met de vergadering door te gaan. Er zijn twee velletjes uitgereikt. Ik wil de wethouder de gelegenheid geven om daar iets over te zeggen. Ik stel voor om dan te beginnen met de tweede termijn, maar ik heb inmiddels gehoord wat u gaat voorstellen, namelijk om nog even te schorsen en om later met de tweede termijn te beginnen. Zoiets.

Is dat een idee?

62

Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Ik had in de eerste termijn ook gevraagd om een reactie van het college op deze brief. Die reactie heb ik niet gezien, maar wellicht kan de wethouder daar wat meer over zeggen. De voorzitter. Yes, dat kan hij; dat weet ik, want er is even overleg geweest. We ronden het dus af op weg naar de tweede termijn. De beraadslaging wordt hervat. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. U heeft van mij, zoals toegezegd, de mail van de voorzitter van de Welstands- en Monumentencommissie van 23 juli ontvangen. Daarin heeft zij het college verzocht om het preadvies naar de raad te sturen. Mevrouw Klokkenburg vroeg naar de formele reactie van het college daarop. Er is op 15 september een afspraak gepland met de voorzitter van de Welstands- en Monumentencommissie. Die is op het laatste moment niet doorgegaan. Uiteindelijk hebben we elkaar op 14 oktober gesproken over deze mail. Er is geen schriftelijke reactie geweest. Voorzitter. Als u het mij permitteert, zou ik naar aanleiding van de eerste termijn nog iets willen toevoegen. Ik heb net goed naar de raad geluisterd en ik zie dat ik onrust heb veroorzaakt. Het spreekt voor zich dat het college en ik als wethouder u altijd zorgvuldig willen informeren.

Uit de tijd waarin ik aan uw kant zat, weet ik als geen ander hoe belangrijk het is dat de gemeenteraad alle informatie tot zijn beschikking heeft en zijn taak zorgvuldig kan uitvoeren. Als u mij vraagt of ik het de volgende keer weer op deze manier zou doen, is mijn antwoord nee. De ruis en de discussie die zijn ontstaan, zijn niet goed voor de stad en voor al die bewoners die we willen helpen met deze plannen. Daarom bied ik mijn excuses aan. Ik had een aantal dingen anders willen of moeten doen. Daar ga ik nu heel kort op in. Eén: het is niet goed dat het voorlopige intrekkingsbesluit als een collegebesluit is gepubliceerd en niet automatisch op de raadsagenda is verschenen. Dat betreur ik. Ik vind ook dat we dit anders hadden moeten doen en voortaan anders moeten doen. Twee: ik heb in de commissie de indruk laten ontstaan dat de Welstands- en Monumentencommissie zelf kon beslissen of dat preadvies naar de raad kon gaan. Dat is onjuist. Ik betreur dat en ik wil ook daar mijn excuses voor aanbieden. Drie: ik merk dat er verschillend wordt gedacht over het juiste moment van het publiceren van het preadvies, het juiste moment van het aanbieden aan de raad.

Het college heeft naar eer en geweten de gebruikelijke procedure gevolgd bij preadviezen of adviezen van de Welstands- en Monumentencommissie door het bij het voorlopige intrekkingsbesluit te publiceren, maar ik zie dat er verschillend wordt gedacht over wat het gewenste moment daarvoor is. Ik zou, als u mij dat permitteert, graag met u willen afspreken om op een later moment die procedure eens goed tegen het licht te houden, hoe uniek die ook is, zodat we dit in toekomstige gevallen kunnen doen zoals we dat met elkaar verstandig vinden. Sebastian Kruis (PVV). We nemen kennis van de excuses van de wethouder, maar ik heb een beetje het idee dat zij komen op een moment dat het doek begint te vallen, want de feiten stapelen zich op. We krijgen nu nog een brief waaruit daadwerkelijk blijkt dat de Welstandscommissie haar afkeuring uitsprak over het gegeven dat het preadvies niet naar de raad was gestuurd. Het is dus een soort optelsom van gebeurtenissen. Als het aan deze wethouder had gelegen, hadden we dit tot gisteren allemaal niet geweten. Ik vind het allemaal dus toch een hele rare gang van zaken en ik weet niet of excuses per se goedmaken wat de Dreven, Gaarden en Zichten had kunnen overkomen als we hier niet zelf druk achter hadden gezet. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik koop helemaal niks voor deze excuses.

Ik vind het één grote flauwekul, want een paar uur geleden hebben wij er nog op moeten aandringen om de nu voorliggende brief te verkrijgen. Als we niet over die mail waren begonnen, hadden we die nog niet gehad. De voorzitter. Ik kijk nog even de kring rond. Wethouder, commentaar? Nee. Dan stel ik het punt van orde aan de orde. 63

Jan Pronk (VVD). Begrijp ik het goed dat we nu gewoon mogen beginnen over de mail die we hebben gekregen om daar verder nog vragen over te stellen? De voorzitter. We gaan nu beginnen met de tweede termijn óf u heeft nog een interruptie, want dat kan ook. Anders beginnen we nu met de tweede termijn, maar ik meende even gehoord te hebben dat u zich eerst nog wil beraden op uw inbreng in de tweede termijn. Maar dat kan ik helemaal verkeerd gehoord hebben. Jan Pronk (VVD). Voorzitter, dat ligt volledig aan mij. Ik heb mij niet duidelijk genoeg uitgedrukt. Ik wilde eigenlijk zeggen dat ik aan het einde van de tweede termijn tijd nodig heb om te bepalen wat ik wil doen met de uitkomsten die we hebben van ons debat in de tweede termijn. Dat was mijn punt. De voorzitter. U stelt dus voor dat we gewoon beginnen met de tweede termijn, maar u geeft alvast een winstwaarschuwing: als we aan het eind van de tweede termijn zijn en als de wethouder heeft gesproken, gaat u waarschijnlijk vragen om even te schorsen, althans voor dit punt. Is dat helder? Wil iemand daar iets over zeggen? Nee. Dan gaan we van start. Ik pak de lijst van vanochtend vroeg; zo lang is het alweer geleden. Peter Bos (HSP). Voorzitter. Het gaat hier om informatievoorziening, om cruciale info die niet naar de raad is gestuurd, niet is gedeeld met de raad, niet met andere collegeleden, niet met de stad.

Op cruciale momenten is de informatie niet op tafel gekomen. Volgens de Gemeentewet heeft het college een actieve informatieplicht. Daar is niet aan voldaan. Er is niet tijdig geïnformeerd en er is onjuist geïnformeerd en de wethouder lijkt niet te willen leren. Ik hoor de wethouder net, op het laatste moment, op het allerlaatste moment, wel diep door het stof gaan. Ik ben daar wel blij mee, maar dat neemt niet weg dat ik toch samen met een aantal andere mensen op dit punt een motie van wantrouwen wil indienen. Het is heel simpel; het dictum luidt: spreekt uit het vertrouwen in de wethouder Wonen, Wijken en Welzijn op te zeggen. Ik dien de motie samen met mevrouw Arp van de SP, de heer Barker van de Partij voor de Dieren, de heer De Blok van Hart voor Den Haag/Groep de Mos en de heer Kruis van de PVV in. De voorzitter. Door de heer Bos, daartoe gesteund door mevrouw Arp, de heer Barker, de heer De Blok en de heer Kruis, wordt de volgende motie (H.1 HSP) ingediend:

Motie H.1 HSP Motie van wantrouwen n.a.v. advies intrekken beschermd stadsgezicht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van het Preadvies van de Welstandscommissie inzake het intrekken gemeentelijk beschermd stadsgezicht Dreven, Zichten Gaarden (RIS310286). Constaterende, dat: • de Welstands- en Monumentencommissie op 1 maart 2021 een pre-advies heeft opgesteld over de intrekking van het beschermd stadsgezicht van de Drevenbuurt; • de Welstandscommissie in dit pre-advies aankondigde dat zij negatief zal adviseren over de intrekking van het beschermd stadsgezicht; • het college dit advies niet naar de gemeenteraad heeft gezonden en pas op 12 oktober 2021 openbaar heeft gemaakt als gevolg van de ter inzage legging van de voordracht; • bij de uitvoerige besprekingen van de Nota van Uitgangspunten voor de Drevenbuurt in juni en juli 2021 het bestaan van dit advies is verzwegen; • de gang van zaken uitvoerig is besproken in de raadscommissie Ruimte van 10 november 2021; • ook in de raadsvergadering van 25 november 2021 indringend met de wethouder is gedebatteerd over de informatievoorziening.

64

Overwegende, dat: • de sloop van de Drevenbuurt een ingrijpend en gevoelig onderwerp is; • de opheffing van een compleet beschermd stadsgezicht zonder precedent is; • de rol van de Welstands- en Monumentencommissie cruciaal is en het advies van deze commissie zwaarwegend is bij het opheffen van een beschermd stadsgezicht. Van mening, dat: • het niet tijdig en onjuist informeren van de raad over een cruciaal advies raakt aan het vertrouwen tussen raad en college. Spreekt uit: • het vertrouwen in de wethouder Wonen, Wijken en Welzijn op te zeggen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Mijn fractie vond de beantwoording van de wethouder in de eerste termijn pijnlijk, op het tenenkrommende af. De wethouder strooide met termen zoals 'er is verwarring ontstaan' en 'er is een indruk gewekt'. Het was bijna alsof hij in de derde persoon op zijn eigen handelen aan het reflecteren was. De vraag die mijn fractie continu had, is dus: waar is de zelfreflectie en waar is het verantwoordelijkheidsgevoel? Wij vonden het eigenlijk gewoon een bestuurder onwaardig. We zien nu wel enige reflectie, maar ik wil toch zeggen dat we dat als raad uit de wethouder hebben moeten trekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10983945/3