RIS311204 Notulen van de raad van 25 november 2021 (dagvergadering)
Tekst van het document
Het past dus niet om 'naar eer en geweten' te zeggen. De voorzitter. Ik stel voor om in ieder geval een kwartier te schorsen en dat we verdergaan zodra de brief er is. Maar dat gaan we niet langer doen, want dan gaan we ondertussen desnoods - dat is ook revolutionair - met een ander agendapunt beginnen. De vergadering wordt van 12.10 uur tot 12.38 uur geschorst. De voorzitter. We hebben net de eerste termijn van de raad en van het college gehad. We zijn nog in afwachting van de stukken. Dat duurt nog even. Ik stel voor om door te gaan met agendapunt I en om op enig moment de tweede termijn van agendapunt H te hernemen. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. De beraadslaging wordt geschorst.
Aan de orde is: I.
Voorstel van het college inzake Bijstelling begroting 2022 (RIS310631).
De voorzitter. Meneer De Vuyst is er nog niet, maar die komt eraan, any moment. Daarom geef ik het woord eerst aan de heer Groenewold van D66. De beraadslaging wordt geopend. Dennis Groenewold (D66). Voorzitter. Laat ik beginnen met herhalen wat voor een gênante gang van zaken dit eigenlijk is geweest. De gemeenteraad neemt de begroting aan. De wethouder krijgt een telefoontje van een gedeputeerde. De wethouder stuurt daarna het bericht dat de begroting eigenlijk niet kan worden goedgekeurd door de provincie, wat een wettelijke taak is voor de provincie. De wethouder stuurt daarna een briefje naar de raad. Dat bespreken we in de commissie en daarna wordt het eigenlijk nog onduidelijker. Maar gelukkig is de wethouder alle beloftes nagekomen die hij in die commissiebehandeling heeft gedaan, want we hebben hierover ook een brief van de provincie gekregen. Eigenlijk is dat een heel gek punt: de provincie belt een wethouder om te zeggen dat ze voornemens is om ergens niet mee in te stemmen en de raad, die bevoegd is om de begroting vast te stellen, moet dan van een wethouder horen dat hij dat telefoontje heeft gehad. En daarna is de provincie alsnog bereid om een brief te sturen. Ik kan het de wethouder niet kwalijk nemen dat de 32
provincie zo'n rare manier van werken heeft, maar ik wilde dat toch gezegd hebben, want ik vond dit echt een hele vreemde gang van zaken. Ik wil de wethouder wel verzoeken om dit signaal af te geven. Ik zal dat in ieder geval ook doen bij mijn fractie in de Provinciale Staten, want ik vind dit een rare manier van werken. Volgens mij had de provincie gewoon meteen zo'n brief aan de gemeenteraad of in ieder geval aan de gemeente Den Haag moeten sturen. Dan hadden we wellicht een kortere commissiebehandeling kunnen hebben. Overeind blijft staan dat er nu een soort herstel van de begroting ligt, waarmee we voldoen aan de eisen van de provincie. Het is een beetje een rare gang van zaken, omdat we afwijken van de begrotingssystematiek die we normaal hanteren, maar als we daarmee voorkomen dat we onder een soort curatele worden gesteld, kan D66 daarmee instemmen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Ik ga het kort houden. Ik geef, misschien voor de kijkers thuis, een snelle samenvatting van deze interessante serie. De provincie moest onze begroting goedkeuren en dreigde dat niet te doen, omdat de structurele baten en lasten een tekort hadden. Daarom is er nu een kunstgreep, die is voorgesteld door dezelfde provincie; de heer Groenewold had het daar al over.
Het chagrijn van de Haagse GroenLinksfractie zit 'm niet in de door het college gekozen oplossing, maar meer in de regels en in de interpretatie daarvan die de provincie toepast. Ik zie dat in de toegestuurde stukken de provincie verwijst naar het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader uit 2020 en dat daar een handreiking in staat om een overzichtelijke tabel aan de begroting toe te voegen met structurele baten en lasten. De grap is dat we dat in Den Haag al deden voor de incidentele baten en lasten, maar niet voor de structurele baten en lasten. Daarom zou ik, ook om onze controlerende taak als raad goed te kunnen doen en te kunnen zien welk risico we nemen richting de provincie, voorstellen om dit ook te gaan doen bij de begroting voor 2023 maar ook bij de voorjaarsnota's en de begroting daarna: we nemen ergens een tabel op met de structurele baten en lasten. Ik hoor graag hoe de wethouder daarover denkt. Voorzitter: de heer Van der Helm. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Die provinciale bestuurslaag is compleet overbodig en onzinnig en boort ons trouwens ook nog een Warmteleiding door het Midden door de neus, waar we als Den Haag blijkbaar helemaal niets meer aan kunnen doen.
Die provincielaag moet natuurlijk liever gisteren dan vandaag opdoeken, maar wat ik vorig jaar al aangaf, was toen natuurlijk ook een belangrijk punt, namelijk dat juist die ondercuratelestelling voor deze gemeente niet eens zo heel erg gek zou zijn. Dat zou namelijk betekenen dat alle franje - in de volksmond: alle linkse hobby's waar de Haagse belastingbetaler zich helemaal groen en geel aan betaalt en daar vrij weinig aan overhoudt eraf gaat. Wat dat betreft zou dat dus niet eens zo heel erg gek zijn. Maar ik ben het wel eens met de woorden van de heer Groenewold. Dat gebeurt niet vaak; dat is incidenteel. Dennis Groenewold (D66). Ik wil de PVV vragen of dat niet iets is wat we structureel kunnen maken, net zoals de truc die we hier toepassen. De voorzitter. Ik ben benieuwd naar het antwoord. Sebastian Kruis (PVV). Zoals u weet, valt met de PVV over alles te praten. We zijn een constructieve behoudende partij, met het oog op de toekomst en met de hand op de knip. Als de heer Groenewold minder linkse praatjes uitslaat, zitten wij na maart volgend jaar, als er nog iets van D66 overblijft, aan de onderhandelingstafel. De voorzitter. De heer De Graaf ziet af van het woord. Peter Bos (HSP). Voorzitter. Ik kan me helemaal vinden in de opmerking van de heer Groenewold dat hoe dit is gegaan, een hele gênante vertoning is geweest.
Sterker nog, het is nog veel gênanter geworden toen wij eergisteren de brief van de provincie kregen. Daarin zegt zij dat zij op 16 november de begroting van de gemeente heeft ontvangen, terwijl het voorstel van het college om de begroting op last van de provincie aan te passen, van 11 november is. Dus het college heeft voorspellende gaven of 33
hier klopt iets totaal niet. Ik ben hierover dus nog verwarder dan in de commissie. Maar goed, laten we naar de kern van de zaak gaan. Met het voorstel zelf kunnen wij instemmen. Ik heb nog even naar het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader gekeken. Daarin staat dat het van belang is dat de effecten van de septembercirculaire van het Rijk zo snel mogelijk in de begroting moeten worden verwerkt. Daar heb ik naar gekeken en dat heeft het college nog niet gedaan. Men gaat uit van de meicirculaire. Die is verouderd, want de septembercirculaire geeft cijfers die natuurlijk veel actueler zijn. Daarom heb ik een motie gemaakt om het college te verzoeken om nog dit jaar met een begrotingswijziging te komen om de effecten van de septembercirculaire over 2022 te verwerken en om met de Rekeningencommissie te bespreken hoe de effecten van de septembercirculaire in het vervolg tijdig kunnen worden betrokken bij het opstellen en vaststellen van de programmabegroting. Want in de septembercirculaire zitten behoorlijke verschillen ten opzichte van de meicirculaire, bijvoorbeeld een verschil van € 83 mln. aan inkomsten. Dat zijn toch niet mis te verstane bedragen die heel goed bij de behandeling van de begroting hadden kunnen worden betrokken, maar dat is niet gebeurd. Vandaar deze motie. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik heb dat toezichtskader er ook bij gepakt.
Daarin staat dat de gemeenten de vrijheid hebben om de septembercirculaire in de raming te verwerken. Het is in Den Haag gebruikelijk om dat niet te doen. Dat is ook uitgelegd in de commissie. Roept uw motie er nu toe op om dat wel altijd te doen? Peter Bos (HSP). De gemeente heeft inderdaad de vrijheid om bij het opstellen van de begroting te kiezen tussen de meicirculaire en de septembercirculaire, maar op het moment dat die septembercirculaire er is, ligt er wel een richtlijn van de provincie om die septembercirculaire zo snel mogelijk te verwerken en met een begrotingswijziging te komen. Daar doelt mijn motie op. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Betekent dit dat u eigenlijk altijd rond deze periode een begrotingswijziging wilt voorstellen? Peter Bos (HSP). Ja, dat zou ik slim vinden, want dan heb je ook de meest actuele gegevens. De gegevens van mei zijn gewoon achterhaald. Ik denk dat het goed, slim en wijs is om met de meest actuele gegevens te werken. De voorzitter. De heer De Vuyst, tot slot. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik zit te kauwen op het feit dat dit betekent dat je het ook moet meenemen als het negatief is. Dit gaat natuurlijk voornamelijk over het accres in de septembercirculaire. Ik weet dat de heer Bos het nog verder heeft uitgespit en nog meer kosten heeft gevonden.
Het zou ook omlaag kunnen gaan ten opzichte van mei en juni, maar ik denk dat je dan ook alle kosten moet meenemen. Dat is dan toch wel weer een operatie. Op zich maakt het mij niet veel uit dat we dat pas bij de Voorjaarsnota doen, wat tot nu toe gebruikelijk is. Dat klinkt stabieler dan wat u voorstelt. Daar zit mijn aarzeling. Ik hoop dat u daarop wilt ingaan. Peter Bos (HSP). Ik verwijs alleen naar het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader, waarin staat dat het gewenst is om zo snel mogelijk met een begrotingswijziging te komen en dat het van belang is om die effecten goed en tijdig mee te nemen en niet een halfjaar te wachten, want dan zijn we weer een halfjaar verder. Dan zijn er mogelijk weer nieuwe cijfers. Dennis Groenewold (D66). Ik zou van de heer Bos willen horen of hij bij de meicirculaire dan wederom een aanpassing in de Voorjaarsnota, lopende de begroting, zou willen zien. Peter Bos (HSP). Ik denk dat dat krap wordt, want de Voorjaarsnota komt volgens mij ongeveer tegelijk met de meicirculaire. Nu zitten we gewoon alweer twee maanden na de septembercirculaire. Dat is een wat andere tijdspanne.
34
Dennis Groenewold (D66). Ja, maar volgens mij hebben we ook altijd een bijstelling van de lopende begroting gedurende het jaar via de meicirculaire. Wilt u de begroting die we in november vaststellen, in november wederom aanpassen omdat die septembercirculaire er is en dan lopende het jaar ook nog een keer, dus eigenlijk twee keer, iedere keer omdat er actuele informatie is? Peter Bos (HSP). Ja, ik denk dat het goed is om de vinger aan de pols te houden, niet iedere dag maar wel om op bepaalde cruciale momenten te kijken wat de actuele stand van zaken is en om, als er aanleiding toe is om de begroting te wijzigen omdat er echt substantiële wijzigingen zijn en aanpassingen gedaan kunnen worden, dat dan gewoon te kunnen doen. Ik denk dat dat in een dynamische omgeving goed is om te doen. De voorzitter. De heer Groenewold, tot slot. Dennis Groenewold (D66). Ik snap dat en ergens kan ik er wel in meegaan. Ik vraag me af hoe effectief dat is. In een dynamische organisatie zou dat effectief zijn, maar de vraag is of wij op dat vlak een dynamische organisatie zijn. Maar is het niet handiger om daarom gewoon één moment daarvoor aan te houden? Peter Bos (HSP). Ja, het is misschien praktischer om het op één moment te doen, maar de vraag is of dat ook echt moet.
We hebben bij de laatste begrotingsbehandeling gezien dat er ook financiële knelpunten zijn en dat het best lastig is om de begroting rond te krijgen. We zien nu dat er best wel veel ruimte zit in die septembercirculaire, in het Gemeentefonds en het accres. Dat had heel goed betrokken kunnen worden bij de behandeling van de begroting. Dat vind ik jammer. De voorzitter. Door de heer Bos wordt de volgende motie (I.1 HSP) ingediend:
Motie I.1 HSP Raming Gemeentefonds actualiseren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bijstelling begroting 2022 (RIS310631). Constaterende, dat: • het college bij het opstellen van de programmabegroting voor de raming van de inkomsten uit het Gemeentefonds uitgaat van de meicirculaire van het Rijk; • de septembercirculaire van het Rijk een actuele raming geeft van de inkomsten uit het Gemeentefonds; • in de programmabegroting de inkomsten uit het Gemeentefonds voor 2022 zijn geraamd op € 1.433.780.000,-; • volgens het Rekenmodel septembercirculaire van het Rijk d.d. 27 september 2021 de inkomsten uit het Gemeentefonds geraamd zijn op € 1.517.443.931,-. Overwegende, dat: • de meest actuele raming van de inkomsten uit het Gemeentefonds nu al € 83 mln. hoger uitvalt dan in de door de raad vastgestelde begroting; • het volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GTK2020) van belang is dat de effecten van de septembercirculaire zo snel mogelijk in de begroting worden verwerkt.
Verzoekt het college: • om nog dit jaar met een begrotingswijziging te komen om de effecten van de septembercirculaire over 2022 te verwerken; • met de Rekeningencommissie te bespreken hoe de effecten van de septembercirculaire in het vervolg tijdig kunnen worden betrokken bij het opstellen en vaststellen van de programmabegroting. 35
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. We hebben het er bij de begrotingsbehandeling lang over gehad dat je structurele tekorten niet kunt dekken met incidentele middelen. We hebben daar heel lang over gesproken en ik heb het ook heel vaak mogen herhalen namens Hart voor Den Haag, maar we zien toch dat het gebeurd is en dat het college daar terecht voor op de vingers is getikt door de provincie. Wat ons betreft is dat eens maar nooit weer. Daarom dienen wij een motie in die het college verzoekt om een overzicht te maken van hoe de voorziene structurele tekorten ook met structurele middelen gedekt kunnen worden en de raad hierover voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 te informeren, zodat het stuk als leidraad gebruikt kan worden door de onderhandelende partijen voor een nieuwe coalitie. Frans de Graaf (VVD). Ik heb het vermoeden dat de heer Sluijs de tik van de provincie op de vingers eigenlijk wel positief vindt en misschien zelfs een beetje mee tikt. Dat mag, maar betekent dit ook dat hij het voorliggende raadsvoorstel gaat steunen? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik ben heel benieuwd hoe het college naar deze motie kijkt. Wij willen dus even de reactie op deze motie afwachten.
Ik ben ook heel benieuwd of de heer De Graaf deze motie gaat steunen. Dan staan wij al iets warmer tegenover het raadsvoorstel. Frans de Graaf (VVD). Ik ga die motie natuurlijk met interesse lezen, zoals ik dat bij alle moties doe, maar de motie heeft op zich natuurlijk niks met het raadsvoorstel te maken. Zij wijzigt het raadsvoorstel ook niet. Mijn vraag aan de heer Sluijs is dus of hij het raadsvoorstel gaat steunen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Nee, de motie heeft natuurlijk alles te maken met het raadsvoorstel, omdat wij aangeven dat dit eens maar nooit weer is. Als de heer De Graaf en de rest van de collega's dat met ons eens zijn, gaan we dus kijken hoe het college, ook in de toekomst, structurele middelen gaat aanwenden voor structurele tekorten. Dan krijgen we daar een overzicht van en dan is het eens maar nooit weer. De motie heeft daar dus alles mee te maken, meneer De Graaf. De voorzitter. De heer De Graaf, tot slot. Frans de Graaf (VVD). Nee, met een eventueel amendement zou deze redenering kloppen, maar met een motie natuurlijk niet. Ik vind het antwoord eigenlijk teleurstellend, want de heer Sluijs heeft bij de begrotingsbehandeling gezegd: zo moet het niet; dit is een verkeerde dekking. Vervolgens dringt de provincie aan op een correctie, een bijstelling. Dat vindt de heer Sluijs waarschijnlijk ook niet goed.
Ondertussen zijn we al wel ruim anderhalve maand aan het wachten op de oplossingen van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Als de heer Sluijs het niet eens is met hoe het college het heeft gedaan en met hoe de provincie het nu voorstelt, hoe ziet hij dit dan voor zich? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De heer De Graaf doet hier allemaal aannames. We hebben volgens mij een heel lang debat gehad bij de begrotingsbehandeling. Toen heb ik exact uitgelegd hoe het zit. Ik heb de heer De Graaf precies uitgelegd dat je structurele tekorten niet met incidentele middelen kan dekken. Het viel allemaal wel mee: we zouden lekker vastgoed gaan verkopen en daar zouden we de komende jaren al die structurele tekorten mee dekken; het maakte allemaal helemaal niet uit. Nu geeft de provincie een tik op de vingers. Zij dreigt ons onder curatele te stellen en dan gaat de heer De Graaf mij nu weer de maat nemen, net zoals hij toen al deed: wat zijn de oplossingen van de heer Sluijs en van Hart voor Den Haag? De heer De Graaf zou eens een keer met oplossingen moeten komen, te beginnen met het ondersteunen van deze motie. Dan krijgen we namelijk een keurig overzicht van structurele middelen en van hoe we de komende jaren de rampspoed, die mede door de heer De Graaf aangericht is, kunnen dekken.
36
Dennis Groenewold (D66). Ik kan de heer Sluijs voor een heel groot deel volgen, want hij wil het voor de toekomst goed regelen. Maar als hij daarin niet zijn zin krijgt, is hij dus bereid om de gemeente onder curatele van de provincie te zetten. Begrijp ik hem goed? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Als je weet dat de komende jaren de structurele tekorten minimaal € 19 mln. zijn, zou het misschien inderdaad niet heel erg verkeerd zijn als de provincie eens een keertje mee gaat kijken, want zo lekker loopt het allemaal niet, meneer Groenewold. Dennis Groenewold (D66). Maar dan wilt u de gemeente dus gewoon nu al onder curatele van de provincie stellen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De provincie heeft geconstateerd dat de dekking die het college voor de structurele tekorten geeft, niet klopt, omdat het college dat met incidentele middelen doet. De provincie geeft daarbij aan dat daar een wijziging moet komen. Daar heeft zij een suggestie voor gedaan. Dan kan de heer Groenewold toch niet tegen mij zeggen dat ik ervoor verantwoordelijk ben dat de gemeente eventueel onder curatele komt te staan? Dennis Groenewold (D66).
Ik zou tegen de heer Sluijs willen zeggen: ja, dat kan ik wel, want u gaat als gemeenteraad over het vaststellen van de begroting en u gaat over het al dan niet instemmen met het voorliggende raadsvoorstel om gehoor te geven aan het punt dat de provincie heeft gemaakt en waar u het mee eens bent. En dan zegt u: nee, daar ga ik waarschijnlijk toch niet mee instemmen, eigenlijk omdat ik op andere punten wellicht mijn zin niet krijg; dat vind ik belangrijker dan dat we een sluitende begroting hebben. Die sluitende begroting is zoals u die eigenlijk zou willen zien en zoals het volgens de provincie zou moeten, maar daar stemt u dan toch niet mee in. Dat is heel raar. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Weet u wat raar is? Dat D66 en al die andere partijen ingestemd hebben met deze begroting. Wij hebben namelijk tegengestemd, omdat wij aangegeven hebben dat deze begroting van geen kanten klopt en dat deze begroting ervoor verantwoordelijk is dat er de komende jaren een tekort van minimaal € 19 mln. is, dat gedekt wordt met incidentele middelen. Als de heer Groenewold het allemaal zo goed weet, had hij op het moment dat de begroting hier lag, tegen moeten stemmen. Dat hebben wij gedaan, meneer Groenewold. Maarten De Vuyst (GroenLinks).
Het was nieuws voor mij dat Groep de Mos van mening is dat een begroting met structurele tekorten niet met incidentele middelen mag worden gedekt. De heer Sluijs zegt dat dat de reden was waarom zij niet konden instemmen met de begroting, want zij vinden dit ten principale niet goed. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik ga nu niet het hele begrotingsdebat overdoen. Dat hebben we namelijk toen al gevoerd. Daarbij hebben we volgens mij keurig netjes aangegeven volgens mij heb ik hier toen een klein anderhalf uur mogen staan - wat wij allemaal vinden van de begroting. Een van de onderdelen daarvan is dat wij het er inderdaad niet helemaal mee eens zijn dat structurele tekorten continu met incidentele middelen gedekt worden. Daar hebben we punten op aangedragen en daar hebben we ook moties op ingediend. De ene heeft het wel gehaald en de andere niet. Nu dienen we een motie in om in ieder geval voor de komende jaren een helder overzicht te krijgen van hoe die structurele tekorten ook met structurele middelen gedekt gaan worden. Ik mag toch hopen dat alle collega's het daar volmondig mee eens zijn. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat is het punt dat ik niet snap in de motie, want dit raadsvoorstel zorgt ervoor dat het structurele tekort structureel wordt opgelost. Daar kan ik u dus oprecht niet volgen.
Maar het gaat me er meer om dat ik niet helemaal zeker weet of u het helemaal eens bent met uzelf. Toen wij nog samen in een coalitie zaten, hebben we een meerjarenbegroting ingediend die meerjarig structurele tekorten met incidentele baten dekte. Hoe kijkt u daar dan nu op terug?
37
Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het is altijd wel mooi dat GroenLinks, op een moment dat het GroenLinks uitkomt, ineens met alle afspraken komt die we toen gemaakt hebben. We hebben toen bijvoorbeeld niet de keuze gemaakt om € 12 mln. aan duurzame lantaarnpalen uit te geven. Dat doet GroenLinks nu wel en de VVD laat zich daar volledig in meesleuren, want die zit helemaal in de tang. Dat zou bijvoorbeeld een keuze zijn die wij toen niet gemaakt zouden hebben en die we ook vandaag niet gemaakt zouden hebben. Daar lossen we al een heel groot deel van het probleem mee op, meneer De Vuyst. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Het valt me op dat Groep de Mos een beetje om de hete brij heen draait en al twee keer geen antwoord geeft op best simpele vragen. Daaruit blijkt dat ze niet begrijpen wat we aan het doen zijn, zoals ook blijkt uit de motie, of dat ze geen eigen verantwoordelijkheid willen nemen. Het voorbeeld van de ledverlichting is prima, want dat is incidenteel en heeft hier geen effect op. Het gaat om een structureel tekort, dat door structurele middelen gedekt moet worden. De heer De Graaf heeft volledig gelijk: daar hoor ik u geen oplossing voor geven. Dit raadsvoorstel geeft u die oplossing wel. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dit is een oplossing waar de gemeente door de provincie toe gedwongen wordt.
Het is inderdaad een oplossing voor dit jaar. Daarom zeggen wij: de komende jaren zijn de tekorten minimaal € 19 mln.; ga er nu dus eens over nadenken hoe je dat structureel gaat dekken. Dat is dus niet met het verkopen van vastgoed, want dat is het ene jaar meer dan het andere jaar. En dat is niet door te goochelen met cijfers, want dat is uiteindelijk wat het college doet: ach, we doen 0,75% meer dan wat we krijgen uit het Gemeentefonds en dan is het probleem opgelost. Als het allemaal zo simpel was, denk ik dat we hier niet met elkaar hadden gezeten. De voorzitter. Door de heer Sluijs wordt de volgende motie (I.2 HvDH/GdM) ingediend:
Motie I.2 HvDH/GdM Structurele tekorten niet dekken met incidentele middelen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college voor Bijstelling begroting 2022. Constaterende, dat: • de provincie alleen kan instemmen met de begroting, op voorwaarde dat het tekort in 2022 voor € 9 mln. niet uit incidentele maar uit structurele middelen wordt gedekt; •
als de gemeente de begroting niet aanpast, preventief toezicht volgt.
Overwegende, dat: • wij bij de begrotingsbehandeling meermaals aangegeven hebben dat de toekomstige structurele tekorten niet gedekt kunnen worden met incidentele middelen; •
de opstelling van de provincie daar een bevestiging van is;
•
in de meerjarenbegroting 2022-2025 de voorziene tekorten zullen oplopen tot jaarlijks minimaal € 19 mln. en invulling hiervan vanaf 2023 plaats zal vinden door de nieuwe coalitie.
Van mening, dat: • de tik op de vingers van de provincie wat ons betreft ‘eens maar nooit meer’ is. Verzoekt het college: • een overzicht te maken van hoe de voorziene structurele tekorten ook met structurele middelen gedekt kunnen worden; 38
•
de raad hierover voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 te informeren zodat het stuk als leidraad gebruikt kan worden door de onderhandelende partijen voor een nieuwe coalitie.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Ik sluit me kortheidshalve aan bij de inbreng van D66. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Dank voor de opmerkingen, de vragen en de moties. Ik begin met de vragen van de heer De Vuyst. Hij wees naar de tabel met de incidentele baten en de incidentele lasten en hij vroeg of het niet verstandig is om daaraan een tabel toe te voegen om de structurele lasten en baten op te nemen in de begroting en in de Voorjaarsnota. Het lijkt me verstandig om dat te doen. Ik zeg de heer De Vuyst dus graag toe dat we dat in de volgende Voorjaarsnota en begroting gaan opnemen om het inzicht van de raad in de stukken verder te vergroten. Dan kom ik bij de motie van Hart voor Den Haag, de motie Structurele tekorten niet dekken met incidentele middelen, die vraagt om een overzicht te maken van hoe de voorziene structurele tekorten ook met structurele middelen gedekt kunnen worden. Ik zou deze motie ontraden, omdat zij overbodig is. We hebben het daar de vorige keer ook over gehad. Er is bijna raadsbreed een motie aangenomen van de heer De Graaf, die verzocht om inkomstenverhogende maatregelen en uitgavenverlagende maatregelen in beeld te brengen, een soort heroverwegingsonderzoek. Daar zijn we mee bezig en dat komt voor de kerst.
Met dat menu kunt u campagne voeren, als u dat wil. Dat is ook het menu om de begroting weer op orde te brengen. Deze commissieheroverweging staat onder leiding van Hans van der Vlist en dat onderzoek wordt nu gedaan. Deze motie is dus overbodig. We doen al zo'n onderzoek. Dan de motie van de heer Bos over de septembercirculaire. Hij zegt: kom dit jaar nog met een begrotingswijziging om de effecten van de septembercirculaire over 2022 te verwerken. Hij had al een discussie met de heer De Vuyst over het toetsingskader. De heer De Vuyst citeerde het toetsingskader correct. Daarin staat dat gemeenten de vrijheid hebben om de septembercirculaire in de ramingen te verwerken. De keuze welke circulaire wordt verwerkt in de begroting, wordt gemaakt op basis van consistent beleid. Wij gebruiken altijd de meicirculaire; we hebben het daar in de commissie ook over gehad. Het lijkt mij wijs om dat ook te blijven doen. Dan ben je transparant en consistent en haal je hijgerigheid uit de begroting. Ik begrijp waarom de heer Bos dit suggereert, maar we hebben nou juist deze vaste systematiek. Laten we die dan ook handhaven. Eigenlijk zegt het kader dus: kies voor het een of voor het ander; hou vooral rust in de begroting, maar doe ze niet allebei. Peter Bos (HSP). De wethouder is een beetje selectief aan het shoppen in het gemeenschappelijk toetsingskader.
Ik zal even citeren: 'Als in de oorspronkelijke begroting is uitgegaan van de van de mei/junicirculaire, dan is het van belang dat de effecten van de septembercirculaire zo snel mogelijk in de begroting worden verwerkt.' Dat staat in het toetsingskader. Daar verwijst de wethouder niet naar. Ik wil hem daar toch op wijzen. Bent u bereid om dat toch serieus te nemen? Wethouder Mulder (VVD). Het interessante is dat het toetsingskader gelijk zegt: 'De keuze welke circulaire wordt verwerkt in de begroting is op basis van consistent beleid.' Ik denk dus dat het toetsingskader zichzelf daar misschien een klein beetje tegenspreekt. Wij gaan uit van de meicirculaire en consistent beleid. Peter Bos (HSP). Dat vind ik een hele opmerkelijke uitleg van wat er in het toetsingskader staat. Daar staat eerst dat de gemeenten de vrijheid hebben om de septembercirculaire in de raming te verwerken. Vervolgens staat er: als er is uitgegaan van de mei/junicirculaire, is het wel van belang dat de effecten zo snel mogelijk in de begroting worden verwerkt. Zo staat het er gewoon. Wat de wethouder nu zegt, vind ik dus een beetje apart. Ik wil hem dus toch uitdagen om hier nog even op in te gaan.
39
Wethouder Mulder (VVD). Het punt met die septembercirculaire is dat die de ene keer te hoog is en de andere keer te laag. Je kunt daar geen peil op trekken. Je krijgt dat in de begroting als je die septembercirculaire gaat verwerken, want dan reken je jezelf een beetje te rijk. Dan moet je dat weer 'terugbezuinigen'. Of andersom: je rekent jezelf te arm en je gaat bezuinigen terwijl dat niet nodig is. We zien dat bijvoorbeeld bij de opschalingskorting: in de ene circulaire is die wel verwerkt en in de andere niet. Je gaat dus jojoën. Vandaar dat wij vasthouden aan de meicirculaire. Dan voorkomen we dat gejojo. Peter Bos (HSP). Ik snap wat de wethouder zegt, maar dan zou ik de wethouder toch willen vragen om eens met een overzichtje te komen van de afgelopen vijf jaar met de verschillen tussen de mei- en de septembercirculaire en de definitieve afrekening van het Gemeentefonds, dus met hoe dat zich de afgelopen vijf jaar heeft ontwikkeld. Dan kunnen we op basis van de feiten nog een discussie voeren. Wethouder Mulder (VVD). Die suggestie van de heer Bos wil ik wel overnemen. Ik voeg daaraan toe wat de heer De Vuyst ook zei. De heer Bos maakte een sommetje van wat we nou extra krijgen aan accres, maar je moet jezelf niet rijk rekenen, want in dat accres zit ook loon- en prijsbijstelling.
Als je de inkomstenkant van de begroting verhoogt, moet je dus ook de uitgavenkant van de begroting verhogen. Het is niet alleen inboeken. Er komt meer achter weg, maar misschien is het dan een idee dat ik voor de raad op papier schrijf hoe wij dat nou precies doen met de meicirculaire, waarom we dat doen, wat de voor- en nadelen daarvan zijn en hoe de septembercirculaire de afgelopen jaren heeft uitgepakt: is het nou steeds te weinig of te veel? Misschien kan ik dan ook eens het voorbeeld nemen van hoe een andere stad dit aanpakt, want andere steden doen dit op een andere manier. Dan hebben we hier de discussie over hoe we dat nou doen. Volgens mij is het altijd heel informatief om dat te delen, zodat iedereen weer weet waarom we dit doen en hoe we dit doen. Ik zeg graag toe dat u zo'n brief over een paar weken of in ieder geval binnenkort krijgt. Dan hebben we de hele begrotingssystematiek te pakken en dan kunnen we daar eens uitvoerig bij stilstaan. Dat zeg ik dus graag toe. Peter Bos (HSP). Een puntje van orde: als de wethouder deze toezegging heeft gedaan, kan ik de motie aanhouden. De voorzitter. Aangezien motie I.1 HSP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Hier wordt vanavond over gestemd.
Aan de orde is: J. Voorstel van het college inzake vaststellen verordening tot tweede wijziging van de Verordening leges omgevingsvergunning 2021 (RIS310009). De beraadslaging wordt geopend. Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Den Haag heeft hele goedkope kapvergunningen. Dat zijn de goedkoopste van de G4. De nieuw voorgestelde legeskosten zijn volgens afspraak wel iets hoger, maar ze zijn nog steeds laag en zeker nog niet kostendekkend. Het college wil deze legeskosten laag houden, omdat het bang is dat bewoners illegaal bomen gaan kappen als je de kosten te hoog maakt. We hebben van het college begrepen - want die discussie hebben we gevoerd in de commissie - dat je geen onderscheid mag maken tussen tarieven die je hanteert voor bewoners en de tarieven die je hanteert voor bedrijven. Dat snap ik, maar het is toch een beetje raar dat bedrijven, die vaak bedrijfsmatig meerdere bomen tegelijk kappen, bijvoorbeeld omdat ze ergens een herontwikkeling doen, relatief goedkoper aan een kapvergunning komen. Dat komt namelijk doordat de gestaffelde 40
tarieven die wij hanteren, met name vanaf tien bomen en meer, relatief veel goedkoper zijn. We gaan niet tornen aan de hoogte van de tarieven voor de bewoners, maar we willen de bedrijfsmatige kap in verhouding wel meer gelijktrekken met de tarieven van de bewoners. Daarom stel ik voor om de tarieven vanaf de derde staffel - dat is dus vanaf tien bomen en meer - hoger te maken. Daarvoor dien ik een amendement in, mede namens Dennis Groenewold van D66, Maarten De Vuyst van GroenLinks, Robin Smit van de Partij voor de Dieren en Janneke Holman van de PvdA. Ik weet niet of ik alle tarieven moet noemen, maar vanaf de derde staffel maken wij ze hoger, ook een beetje naar aanleiding van de brief die de wethouder ons hier eerder over heeft gestuurd. Ik hoop op u aller steun. De voorzitter. Door de heer Wijsmuller, daartoe gesteund door de heer Groenewold, de heer De Vuyst, de heer Smit en mevrouw Holman, wordt het volgende amendement (J.A HSP) voorgesteld:
Amendement J.A HSP Leges Kapvergunning De gemeenteraad van Den Haag op 25 november 2021 in vergadering bijeen ter bespreking van het voorstel van het college inzake vaststellen van de Verordening tot tweede wijziging van de Verordening leges omgevingsvergunning Den Haag 2021 (RIS310009). Besluit: De Tarieventabel behorende bij de legesverordening omgevingsvergunning Den Haag 2021 wordt gewijzigd als volgt: A3 Artikel 2.7.1 komt te luiden als volgt: 2.7.1
2.7.1.1 2.7.1.2 2.7.1.3 2.7.1.4 2.7.1.5 2.7.1.6
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van artikel 2:87 van de APV een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de wet, bedraagt het tarief voor de aanvraag voor het kappen van bomen, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van deze afdeling, indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 1-5 bomen 6-10 bomen 11-25 bomen 26-50 bomen 51-100 bomen 101 of meer bomen
€ 75,00 € 150,00 € 250,00 € 500,00 € 1.250,00 € 2.000,00
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. We waren al tevreden met het voorstel van het college om de leges voor bomenkap te verhogen. Dat is duidelijk de goede richting. We vinden dat het amendement van de HSP het nog beter maakt. Daarom zullen we voor beide stemmen. Dennis Groenewold (D66). Voorzitter. Ik wil de wethouder bedanken voor de brief die hij afgelopen week heeft gestuurd, want die heeft gewoon geholpen om van harte onder het amendement te kunnen staan. Ik heb het amendement niet zelf geschreven. Dus ook dank aan de heer Wijsmuller. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Veel dank aan de commissie- en raadsleden voor het proces, want ik zie dit eigenlijk als een soort eindproduct van dat proces. Het college heeft een voorstel gedaan om de leges te verhogen. Daar hebben we een commissiedebat over gevoerd. Er zijn wat vragen gesteld, in de zin van: hoe zit dat nou precies, zouden we daar nog wat aan kunnen doen enzovoorts. Het college heeft een nieuwe brief gestuurd met de antwoorden op die vragen. Dat is nu 41
voor een groot aantal fracties de reden om met dit amendement te komen. Dat eindpunt van dit proces, zoals ik het dus maar noem, zou ik volledig aan het oordeel van de raad over willen laten. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Ik wil even schorsen voordat we doorgaan naar de agendapunten K, L en M, die worden gecombineerd. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Dit is een punt van orde. Ik vind het toch wel opvallend. We hebben gevraagd om stukken van wethouder Balster. Het is raar dat ze blijkbaar uren moeten zoeken naar iets wat zó bij het besluitvormingsproces betrokken is. Dat geeft in die zin wel te denken. 'Een veeg teken aan de wand' hoor ik aan mijn linkerzijde. De voorzitter. Ik kan alleen constateren dat we ze nog niet hebben. Ik ga ervan uit dat daaraan gewerkt wordt en dat die stukken zo snel mogelijk bij de raad komen. Tot die tijd lijkt het me verstandig om door te gaan met de volgende agendapunten, want we moeten best nog wel een aantal punten en onderwerpen behandelen. Het lijkt me goed om daar gewoon mee door te gaan. Zodra we de stukken hebben, krijgt u die, als het goed is, gelijk in de mail en zal u daarvan op de hoogte worden gebracht. Ik wil kort schorsen totdat ook het college en de Rekenkamer vertegenwoordigd zijn.
De vergadering wordt van 13.14 uur tot 13.17 uur geschorst.
Aan de orde is: K. Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het Rekenkameronderzoek 'Zorgen voor de jeugd' (RIS309389). L. Voorstel van het college inzake Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 (RIS309874). M.
Voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877).
De voorzitter. De Rekenkamer is ook vertegenwoordigd. Mevrouw Reeuwijk is aangesloten. De volgorde is als volgt. Mevrouw Reeuwijk kan een korte toelichting geven, voorafgaand aan het onderwerp. Ze heeft aangegeven dat graag te willen doen. Ik wil dus beginnen met een korte toelichting. Dan is het woord natuurlijk gewoon aan de raad. U kunt vragen stellen aan het college en ook aan de Rekenkamer. Het is de bedoeling dat vragen aan de Rekenkamer technische vragen zijn. Dan volgt de beantwoording vanuit het college en ook vanuit de Rekenkamer. De beraadslaging wordt geopend. Mevrouw Reeuwijk. Voorzitter. Op basis van ons onderzoek naar de stijging van de kosten voor de jeugdzorg en de informatievoorziening aan de raad hebben wij in het raadsvoorstel drie beslispunten opgenomen. Wat de kosten betreft stellen wij voor om de informatiewaarde van de voortgangsrapportages voor de raad te verhogen. Hiervoor hebben wij vijf verbetersuggesties opgenomen in het raadsvoorstel. Daarnaast stellen wij voor om het mogelijk te maken dat het soort verwijzer gekoppeld kan worden aan de declaraties. Als derde beslispunt stellen wij voor het resultaat van de trajecten in de jeugdzorg te registreren. Ten aanzien van het laatstgenoemde beslispunt is bij de behandeling in de commissie door enkele raadsleden aangegeven dat zij zich zorgen maken over de bureaucratie en de regeldruk.
Hierover wil ik opmerken dat in de huidige situatie ook al een resultaat wordt geregistreerd, maar dat 42
de codes waaruit gekozen kan worden, erg algemeen zijn. Hierdoor is bijvoorbeeld niet duidelijk of de jeugdzorg met succes is beëindigd of dat aanvullend nog jeugdzorg nodig is. Door de resultaatcodes specifieker te maken is betere informatie beschikbaar over het resultaat van de jeugdzorg. Dit heeft naar verwachting nauwelijks effect op de administratieve last voor de professionals. Bovendien is het resultaat van de jeugdzorg juist een van de belangrijkste onderwerpen waarover informatie nodig is. In de commissie hebben we verder aangegeven dat de verbeteringen die het college in zijn bestuurlijke reactie noemt, niet heel concreet zijn. Daarmee is het voor ons lastig te beoordelen of deze verbeteringen ook leiden tot een verbetering van de informatiepositie van de gemeenteraad. Wij adviseren u om op termijn kritisch te kijken of dit het geval is. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Allereerst dank aan de Rekenkamer voor het heel verhelderende, ondersteunende en richting de toekomst duidelijke onderzoek. Ik heb daar niets aan te voegen, maar wel aan de Regiovisie en het Haags Toekomstperspectief. De Regiovisie kent veel goede ambities: het gewone opvoeden verder versterken, opgroeien doe je zo veel mogelijk thuis en er wordt niet alleen gekeken naar hulp voor het kind, want het gezin krijgt een integrale aanpak.
Die ambities zie ik grotendeels ook landen in het Haags Toekomstperspectief en dat verdient onze jeugd ook. Maar het college gaat wat mijn fractie betreft wel een aantal stappen te snel op het punt van de kaders en de uitgangspunten voor de komende jaren. Er worden nauwelijks onderbouwd een aantal conclusies getrokken die dienen als uitgangspunt voor de toekomst. Zo wordt in het raadsvoorstel een geformaliseerd samenwerkingsverband al als uitgangspunt genomen om de jeugdzorg in Den Haag te organiseren, terwijl niet duidelijk is wat de voor- en nadelen daarvan zijn, of het ook gaat werken in Den Haag en of dat te organiseren valt. Dat dit nog niet helemaal duidelijk is, liet de wethouder ook merken in de commissievergadering: het moet nog nader onderzocht worden. Maar tegelijkertijd stellen we vandaag vast dat dit wel het uitgangspunt moet zijn. De ChristenUnie/SGP wil echter eerst de feiten en dan pas besluitvorming. Daarom dien ik een amendement in met als dictum: Besluit lid ic van het dictum als volgt te wijzigen: te onderzoeken of en hoe in een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders voor de tweedelijns jeugdhulp gewerkt kan worden, wat de voor- en nadelen hiervan zijn en de raad over de uitkomsten van dat onderzoek in het eerste kwartaal van 2022 te informeren per gebied.
In het raadsvoorstel wordt ook de aanname gedaan dat met productiebekostiging een financiële prikkel ontstaat die tot onnodig lang behandelen in de jeugdzorg leidt. Ik onderken dat die prikkel er is, maar ik zie de jeugdhulpverleners hun uiterste best doen om zo veel mogelijk jongeren zo snel mogelijk te helpen. Het is dus niet helder of men daadwerkelijk ingaat op die prikkel. Wij willen geen verstrekkend nieuw beleid formuleren dat gestoeld is op aannames. Daarom dien ik met de collega's Arp en Holman een motie in waarvan het dictum luidt: verzoekt het college te onderzoeken of productiebekostiging daadwerkelijk leidt en de afgelopen jaren heeft geleid tot het langer behandelen van cliënten in de jeugdzorg. De ChristenUnie/SGP staat pal voor de keuzevrijheid van onze burgers op het punt van hulpverleners, ook in de jeugdzorg. Op wat voor manier we ook gaan werken, of dat met een samenwerkingsverband is of niet, gezinnen die identiteitsgebonden jeugdzorg willen, mogen niet buiten de boot gaan vallen. Daarom dien ik met collega Smit een motie in waarvan het dictum luidt: verzoekt het college om de keuzevrijheid binnen de jeugdzorg te beschermen door gezinnen de optie te geven buiten eventuele consortia of vastgestelde gebieden zelf een jeugdzorgaanbieder te mogen blijven kiezen en de raad hierover te informeren. De voorzitter.
Door mevrouw Klokkenburg wordt het volgende amendement (M.A CU/SGP) voorgesteld:
Amendement M.A CU/SGP Geformaliseerd samenwerkingsverband eerst onderzoeken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877),
43
Besluit lid 1c van het dictum als volgt te wijzigen: • te onderzoeken of en hoe in een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders voor de tweedelijns jeugdhulp gewerkt kan worden, wat de voor- en nadelen hiervan zijn en de raad over de uitkomsten van dat onderzoek in het eerste kwartaal van 2022 te informeren per gebied. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Holman, wordt de volgende motie (M.1 CU/SGP) ingediend:
Motie M.1 CU/SGP geen nieuw verstrekkend beleid stoelen op aannames De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS 309877), constaterende, dat: • in het raadsvoorstel staat dat productiebekostiging de onbedoelde prikkel heeft om zoveel en zo lang mogelijk cliënten zorg te bieden; overwegende, dat: • niet bekend noch duidelijk is of deze onbedoelde prikkel ook daadwerkelijk leidt tot het langer behandelen van cliënten dan nodig, terwijl deze aanname wel de basis is voor het Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp; verzoekt het college: • te onderzoeken of productiebekostiging daadwerkelijk leidt en de afgelopen jaren heeft geleid tot het langer behandelen van cliënten in de jeugdzorg, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Smit, wordt de volgende motie (M.2 CU/SGP) ingediend:
Motie M.2 CU/SGP bescherm keuzevrijheid in de jeugdzorg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877), constaterende, dat: • het raadsvoorstel stelt “dat het voor gezinnen belangrijker is mee te denken met de keuze voor de hulpverlener die aan het gezin wordt toegewezen, dan over de keuze voor een instelling”; overwegende, dat: • door te kiezen voor een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders per gebied, de keuzevrijheid voor cliënten beperkt wordt als het gaat om zorg in natura en alleen nog mogelijk lijkt met een persoonsgebonden budget (pgb); • een pgb voor veel mensen geen optie is, omdat er veel van gezinnen wordt gevraagd als het gaat om administratielasten en bovendien niet alle jeugdzorg met een pgb kan worden geregeld; • de Jeugdwet gemeenten verplicht om rekening te houden met onder andere de gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond bij de bepaling van de aangewezen vorm van 44
jeugdhulp (zie artikelen 2.3, vierde en vijfde lid, en 2.9, alsmede de paragrafen 4.3 en 7.3 van de Jeugdwet); verzoekt het college, om: • de keuzevrijheid binnen de jeugdzorg te beschermen door gezinnen de optie te geven buiten eventuele consortia of vastgestelde gebieden zelf een jeugdzorgaanbieder te mogen blijven kiezen en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Nogmaals hartelijk dank aan de Rekenkamer voor het veelomvattende rapport. Namens mijn fractie heb ik aangegeven dat wij voor het voorstel van de Rekenkamer zijn inzake het onderzoek Zorgen voor de jeugd. Het college heeft aangegeven alle aanbevelingen van de Rekenkamer over te zullen nemen. Ik heb het voorstel nogmaals gelezen en ik hoop dat het college vooral het nawoord van de Rekenkamer ter harte zal nemen, bijvoorbeeld de verbetersuggesties omtrent de voortgangsrapportages. Dan het voorstel van het college inzake de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden. De Regiovisie Jeugdzorg is opgesteld op basis van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het is belangrijk dat er wordt ingezet op preventie. Dan doel ik op het voorkomen van uithuisplaatsingen.
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming adviseert dat er beter opgekomen moet worden voor de rechten van het kind. Elk kind dat uit huis dreigt te worden geplaatst, moet een gespecialiseerde advocaat krijgen. In de commissie Samenleving heeft de wethouder aangegeven dit mee te nemen in de gesprekken die ze voert met bijvoorbeeld de inspectie en Jeugdbescherming West. Ze gaf ook aan dat ze bovenregionaal verantwoordelijk is voor de vier regio's, waaronder de H10gemeenten. Daar vallen 52 gemeenten onder. Ik vermoed dus dat deze wethouder wel wat voor elkaar kan krijgen. Mijn volgende punt gaat over ouderonthechting. Ik heb daar in de commissie vragen over gesteld naar aanleiding van het artikel in het AD waarin wordt beschreven dat uit huis geplaatste kinderen vanwege onthechting niet meer teruggaan naar de biologische ouders. Vaak zijn bij een uithuisplaatsing de rol en de stem van de ouders minder. De hulpverleningspartijen zijn te bepalend. Mijn vraag aan de wethouder is of zij bereid is om ook hiernaar te kijken om dit punt mee te nemen in de gesprekken die ze voert. Jaar in, jaar uit worden onderzoeken gedaan, debatten gevoerd en berichten gepubliceerd in de media. Ouders zijn vaak radeloos en kunnen door de bomen het bos niet meer vinden. Ze raken verstrengeld in het systeem en voelen zich niet gehoord en begrepen.
De behoefte om geholpen te worden door een ervaringsdeskundige, een onafhankelijke partij, is enorm. Na hier vaker aandacht voor te hebben gevraagd in de commissie, heeft de wethouder uiteindelijk aangegeven dat er een Haagse Ouderraad was. Wat die precies deed, was toen onduidelijk. In de volgende commissievergadering gaf de wethouder aan dat de Haagse Ouderraad nu doorontwikkeld is tot de Regionale Oudersraad Haaglanden. Vandaar de motie Hulp en begeleiding voor ouders door de Regionale Oudersraad Haaglanden, met als dictum: verzoekt het college bij de doorontwikkeling van de Regionale Oudersraad Haaglanden te onderzoeken om als onderdeel te implementeren, het bieden van hulp en begeleiding door ervaringsdeskundigen aan onder meer ouders en jeugdigen en de raad middels de voortgangsrapportage Jeugd en Wmo te informeren over deze doorontwikkeling. Deze motie is medeondertekend door de heer Mahmood van NIDA. Dan de toeslagenaffaire. Het kabinet heeft erkend dat grote fouten bij de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst een grote rol speelden bij de uithuisplaatsing van kinderen van de zogenoemde toeslagenouders. Naast de financiële consequenties voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire moet er ook gekeken worden naar de overige ingrijpende persoonlijke gevolgen.
Het is belangrijk om als gemeente op de hoogte te zijn van de aard en de omvang van Haagse kinderen die uit huis geplaatst zijn als gevolg van de toeslagenaffaire. Daarom dien ik namens mijn fractie Hart voor Den Haag de motie Toeslagenaffaire: zicht op uithuisplaatsingen en uitzicht op hereniging in, met als dictum: verzoekt het college om met een feitenrelaas te komen over de aard en omvang van Haagse 45
slachtoffers van de toeslagenaffaire die als gevolg daarvan te maken (gehad) hebben met uithuisplaatsing van hun kind(eren), daarin expliciet mee te nemen welke acties het college heeft ondernomen en nog kan ondernemen om snelle hereniging van ouders en kinderen (onder professionele begeleiding) te bespoedigen indien de thuissituatie stabiel is bevonden en de raad over de uitkomsten te informeren. Deze motie is medeondertekend door mevrouw Arp van de SP en de heer Mahmood van NIDA. Tot slot het voorstel van het college inzake het Toekomstperspectief jeugd en gezinshulp. De inzet van buurtgezinnen in de pilot in Leidschenveen-Ypenburg is zeer succesvol. Zo wordt bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling bij een gezin met drie kinderen ingetrokken. We hebben te maken met wachtlijsten. Buurtgezinnen kunnen ingezet worden als gezinnen en kinderen wachten op hulp en kunnen voorkomen dat de inzet van jeugdhulp nodig is. Er komen aanvragen binnen vanuit verschillende stadsdelen, zoals Loosduinen, Scheveningen en Escamp. Daarom dien ik de motie Uitbreiding succesvolle pilot Buurtgezinnen in, met als dictum: verzoekt het college de pilot Buurtgezinnen in Q1 2022 te evalueren, indien gezinnen aantoonbaar geholpen zijn door de inzet van de pilot Buurtgezinnen een uitbreiding in te zetten in andere stadsdelen en de raad hieromtrent te informeren middels de voortgangsrapportage Jeugd en Wmo.
Deze motie is medeondertekend door de heer Mahmood van NIDA. De voorzitter. Door mevrouw Roopram worden de volgende moties (L.1 HvDH/GdM, L.2 HvDH/GdM en M.3 HvDH/GdM) ingediend:
Motie L.1 HvDH/GdM Toeslagenaffaire; zicht op uithuisplaatsingen & uitzicht op hereniging De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 25 november 2021 ter bespreking van het raadsvoorstel van het college inzake Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021 – 2026. Constaterende, dat: • er in Den Haag zo’n 1.300 gedupeerden in beeld zijn die door de Belastingdienst formeel als gedupeerde van de toeslagenaffaire zijn aangemerkt; • er consulenten zijn ingezet om hulp te bieden bij multi-problematiek; • het kabinet erkend heeft dat de grote fouten bij de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst, een rol speelden bij de uithuisplaatsing van kinderen van de zogenoemde toeslagenouders. Van mening dat: • naast de financiële consequenties voor de slachtoffers van de Toeslagenaffaire ook naar overige ingrijpende persoonlijke gevolgen gekeken moet worden; • het belangrijk is om als gemeente op de hoogte te zijn van de aard en omvang van Haagse kinderen die uit huis geplaatst zijn als gevolg van de toeslagenaffaire.
Verzoekt het college: • om met een feitenrelaas te komen over de aard en omvang van Haagse slachtoffers van de toeslagenaffaire die als gevolg daarvan te maken (gehad) hebben met uithuisplaatsing van hun kind(eren); • daarin expliciet mee te nemen welke acties het college heeft ondernomen en nog kan ondernemen om snelle hereniging van ouders en kinderen (onder professionele begeleiding) te bespoedigen indien de thuissituatie stabiel is bevonden; • de raad over de uitkomsten te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie L.2 HvDH/GdM Hulp & begeleiding voor ouders door de Regionale Oudersraad Haaglanden 46
De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 25 november 2021 ter bespreking van het raadsvoorstel van het college inzake Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021 – 2026. Constaterende dat: • de Haagse Ouderraad doorontwikkeld is tot de Regionale Oudersraad Haaglanden; • de deelraad Jeugd van de Cliëntenraad Sociaal Domein ongevraagd en gevraagd adviezen uitbrengt; • ook de Regionale Oudersraad Haaglanden ongevraagd en gevraagd adviezen zal uitbrengen; • het bieden van hulp en begeleiding aan onder meer ouders en jeugdigen door ervaringsdeskundigen niet tot het takenpakket behoort bij de Regionale Oudersraad Haaglanden. Van mening dat: • gezien de problemen in de Jeugdzorg het van belang is dat een onafhankelijke ouderraad, met ervaringsdeskundigen, hulp en begeleiding biedt aan onder meer ouders en jeugdigen. Verzoekt het college: • bij de doorontwikkeling van de Regionale Oudersraad Haaglanden te onderzoeken om als onderdeel te implementeren, het bieden van hulp en begeleiding door ervaringsdeskundigen aan onder meer ouders en jeugdigen; • de raad middels de voortgangsrapportage Jeugd en WMO te informeren over deze doorontwikkeling. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie M.3 HvDH/GdM Uitbreiding succesvolle pilot Buurtgezinnen De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 25 november 2021 ter bespreking van het raadsvoorstel van het college inzake voorstel van het college Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877). Constaterende dat: • de pilot Buurtgezinnen in stadsdeel Leidschenveen / Ypenburg in juni 2021 is gestart en succesvol is; • onder andere een OTS (ondertoezichtstelling) is ingetrokken door de inzet van een steungezin; • onder andere vanuit de stadsdelen Loosduinen en Scheveningen vraaggezinnen zich hebben aangemeld en momenteel gekoppeld worden aan een steungezin; • het college in de commissie Samenleving van 11 november heeft aangegeven dat de pilot Buurtgezinnen pas over een jaar wordt geëvalueerd en dan gekeken zal worden naar uitbreiding in andere stadsdelen. Van mening dat: • gezien het college inzet op preventie, om te voorkomen dat jeugdigen te maken krijgen met Jeugdzorg, denk maar aan bijvoorbeeld een OTS (ondertoezichtstelling) of een UHP (uithuisplaatsing), het van cruciaal belang is dat succesvolle initiatieven sneller worden geëvalueerd en een uitbreiding wordt ingezet; • een aantoonbaar succesvol initiatief, zoals de pilot Buurtgezinnen, eerder geëvalueerd dient te worden vanwege het voorkomen van grotere problemen bij gezinnen, waar dus zeer zeker kinderen mee geholpen zijn.
Verzoekt het college: • de pilot Buurtgezinnen in Q1 2022 te evalueren; 47
•
indien gezinnen aantoonbaar geholpen zijn door de inzet van de pilot Buurtgezinnen, een uitbreiding in te zetten in ander andere stadsdelen en de raad hieromtrent te informeren middels de voortgangsrapportage Jeugd en WMO.
En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Het woord is aan de heer Fekkes voor zijn maidenspeech. Anno Fekkes (D66). Voorzitter. Dank aan alle collega's in deze raad, de wethouder en de mensen van de Rekenkamer. Ik ben ontzettend trots dat ik hier sta. Na zo'n 30 jaar in het onderwijs te hebben gewerkt, mag ik nu namens de onderwijspartij opkomen voor beter onderwijs en een beter Den Haag voor jongeren. Als hoofddocent aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en andere kunstacademies in Nederland heb ik ervaren dat aandacht en ruimte, zowel fysiek als mentaal, studenten in staat stelt het beste uit zichzelf te halen. Dat is soms best lastig, maar ik zie dat scholen echt hun best doen om hun studenten hierbij te helpen. Dat zag ik onlangs ook tijdens een bezoek aan ROC Mondriaan Techniek. Die school had tijdens een lockdown een ruimte ingericht als huiskamer. Daar konden leerlingen werken als ze dat thuis niet konden doen, maar - dat is nog belangrijker - ze konden daar ook hun verhaal kwijt. Dat is een mooi voorbeeld van hoe we jongeren kunnen helpen tijdens een lockdown. Ik hou dan ook mijn hart vast nu de besmettingen blijven oplopen, want jongeren werden tijdens de vorige lockdown keihard geraakt. De helft van de studenten gaf zelfs aan psychische klachten te hebben.
Dat hebben mijn beide studerende dochters de afgelopen tijd ook ervaren. Hoe meer maatregelen er tegen corona komen, hoe meer aandacht we voor jongeren moeten hebben. Dus betrek jongeren bij cruciale momenten, bijvoorbeeld via jongerenambassadeurs. Zo voelen jongeren zich niet genegeerd. Zet dus in op vrijwillige peer-to-peerondersteuning, bijvoorbeeld via PEP. Zo kunnen jongeren beter andere jongeren helpen. Probeer scholen zo lang mogelijk open te houden en kijk ook naar echt maatwerk. En zorg natuurlijk voor meer zorg op school en daarbuiten. Dat brengt mij bij de jeugdzorg. Hoe belangrijk de jeugdzorg ook is voor onze jongeren, we lijken er als gemeente heel weinig grip op te hebben. Dat baart mij zorgen, want juist op een voor onze jonge bewoners zo cruciaal onderwerp zouden we als gemeente echt het verschil moeten kunnen maken.
Daarom dien ik de motie Meer grip door de Haagse raad op Regiovisie Jeugdhulp in, met als dictum: verzoekt het college het uitvoeringsplan inclusief begroting (waarin de concretisering van de regiovisie jaarlijks uitgewerkt wordt) jaarlijks met een oplegbrief/nota ter bespreking aan te bieden, in de oplegbrief nader in te gaan op de wijze waarop zij lokaal invulling geeft aan het uitvoeringsplan in relatie tot het lokale jeugdbeleid, zodat de raad een oordeel kan geven over de keuzes met betrekking tot de lokale invulling en indien deze procedure leidt tot gevraagde aanpassingen van het uitvoeringsprogramma, deze wensen te bespreken in het BO van de H10. Met deze motie kan de raad ervoor zorgen dat hij echt meer invloed kan uitoefenen op de jeugdzorg en zo ook echt iets kan betekenen voor al die jonge Hagenaars die hulp nodig hebben. Als je, zoals ik, 30 jaar lang met jongeren gewerkt hebt, dan snap je hoe belangrijk dat is. De voorzitter. Door de heer Fekkes wordt de volgende motie (L.4 D66) ingediend:
Motie L.4 D66 Meer grip door de Haagse raad op Regiovisie Jeugdhulp De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 november 2021, ter bespreking van de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026. Constaterende dat: • de Haagse raad grip en controle wil houden op de inhoud van zowel het jaarplan als het jaarverslag; • ze nu van mening is dat ze daar op dit moment onvoldoende toe in staat is; 48
•
de Rekenkamer in haar advies dit ook geconstateerd heeft.
Van mening dat: • er meer controle nodig is om de uitdagingen van de Jeugdzorg in onze stad te kunnen beoordelen. Verzoekt het college: • het uitvoeringsplan inclusief begroting (waarin de concretisering van de regiovisie jaarlijks uitgewerkt wordt) jaarlijks met een oplegbrief/nota ter bespreking aan te bieden; • in de oplegbrief nader in te gaan op de wijze waarop zij lokaal invulling geeft aan het uitvoeringsplan in relatie tot het lokale jeugdbeleid, zodat de raad een oordeel kan geven over de keuzes m.b.t. de lokale invulling; • en indien deze procedure leidt tot gevraagde aanpassingen van het Uitvoeringsprogramma, deze wensen te bespreken in het BO van de H10. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Hartelijk dank en natuurlijk ook van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. (Geroffel op de bankjes) Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Hartelijke felicitaties aan de heer Fekkes voor zijn maidenspeech. Dank aan de Rekenkamer voor haar onderzoek. Het is heel goed dat het college hier heel serieus mee aan de slag gaat, want dat is hard nodig. Deze week in het nieuws: 'Zes op de tien jeugdzorgaanbieders maken buitensporig veel winst'. Afgelopen week op Follow the Money: 'Gemeenten lopen leeg op jeugdzorg, maar op winst gerichte investeerders ruiken geld.