CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310948 Bijlage 1 20211208 NvU JulianaVanStolberglaan1

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Nota van Uitgangspunten Koninklijke Conservatorium Locatie (RIS310948)31.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit is een toekomstambitie welke op dit moment niet alleen verder in de toekomst ligt, maar ook nog onzeker is m.b.t. ontwikkelstrategie. Wel is het van belang dat, bij de herontwikkeling van de KClocatie, deze ontwikkeling zowel in de huidige situatie als in de toekomst met een park bovenop de Utrechtsebaan leidt tot een goede ruimtelijke kwaliteit.

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

25

4.2 Sloop-nieuwbouw ontwikkeling Ondanks de grote cultuurhistorische waarde van het bestaande pand gaat deze herontwikkeling uit van een sloop-nieuwbouw ontwikkeling. Dit heeft meerdere redenen. De gemeente heeft een onderzoek naar de technische staat van het bestaande gebouw laten uitvoeren door IDDS bouw- en sloopmanagement BV (zie bijlage “Herontwikkelingsanalyse Juliana van Stolberglaan 1 (IDDS; d.d. oktober 2021)”. Dit bureau heeft de technische en energetische kwaliteit van het gebouw in kaart gebracht en schetst de technische hergebruikmogelijkheden. IDDS stelt dat de technische staat van het gebouw matig tot redelijk is. Om het pand aan te passen aan de eisen van deze tijd (met betrekking tot duurzaamheid, veiligheid, functionaliteit, comfort en toegankelijkheid minder validen) stelt IDDS dat meerdere (grootschalige) ingrepen nodig zijn om het gebouw weer in goede technische staat te brengen waarbij kostbare ingrepen benodigd zijn.

26

plot maar hiervan zal de capaciteit onvoldoende zijn om volledig te kunnen voldoen aan gemeentelijk normen. Dit betekent dat, bij een variant van behoud, het parkeren en logistiek, in ieder geval deels, in de openbare ruimte, inpandig op het maaiveld, of in een gezamenlijke parkeervoorziening elders in het gebied moet worden opgelost. Deze functies staan op spanning met de ambitie om openbare (groene) ruimte toe te voegen in het gebied en levendige open plinten te maken.

Wanneer het bestaande pand getransformeerd wordt, zal

Daarnaast past behoud van het bestaande KC gebouw niet in de huidige ontwikkelstrategie van de gemeente op de KC-locatie. De gemeente werkt op dit moment met het Rijksvastgoedbedrijf (bestuursovereenkomst) en de ANWB (intentieovereenkomst) samen om een gecoördineerde ontwikkeling op de KC-locatie tot stand te brengen. Partijen realiseren hierbij, in nauwe onderlinge afstemming, ieder een eigen ontwikkeling, boven op een ondergrondse garage. Voor de gemeente is duidelijk dat de beoogde verdichting binnen het CID niet te realiseren is met behoud van het bestaande gebouw van het Koninklijk Conservatorium.

er bovendien ingeleverd moeten worden op verschillende belangrijke gebiedsambities uit de Structuurvisie CID. Het gaat dan onder andere om de ambitie om de groei van de stad gestalte te geven door intensivering in dit gebied, waarbij sprake is van een slimme combinatie van verdichting, kwalitatieve openbare ruimte, vergroening, verduurzaming en hoogwaardige mobiliteit. Indien het huidige gebouw behouden dient te blijven zal dit, mede door de technische beperkingen, zeer waarschijnlijk tot een kleiner ontwikkelvolume leiden dan een sloop-nieuwbouw variant. De gewenste verdichting en toevoeging van werkgelegenheid kan hierbij in mindere mate bereikt worden dan bij een sloop-nieuwbouw variant. Bij volledig behoud van het huidige gebouw is er bovendien geen tot minimale mogelijkheid voor de aanleg van een ondergrondse parkeergarage en logistieke oplossing. Bij gedeeltelijk behoud ontstaan er mogelijkheden voor een parkeeroplossing op eigen

Tot slot leidt herontwikkeling van het bestaande gebouw tot een verlies van economische potentie. Om een eerste inschatting te kunnen krijgen van de financiële consequenties van behoud heeft de gemeente aan IDDS een kostenraming gemaakt van een renovatie van het bestaande gebouw op de KC-locatie, uitgaande van de huidige functie. Immers, anders dan bij sloopnieuwbouw ligt er op dit moment nog geen uitgewerkt plan voor uitgaande van herontwikkeling. IDDS geeft bovendien aan dat het gebouw specifiek is ontworpen voor de huidige functies met zeer specifieke eisen. Dit maakt een efficiënte en financieel gezonde exploitatie van het gebouw voor toekomstige functies complex. Het is daarom zeer onzeker dat de hoge kosten voor renovatie en modernisatie in de toekomst terugverdiend kunnen worden. Hergebruik van het gebouw zal daarom zeer waarschijnlijk leiden tot een verlies op de herontwikkeling en het

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

verlies van het positieve saldo voor de gemeente van de sloop/ nieuwbouw variant. Dat alles in ogenschouw genomen sluit een sloopnieuwbouw variant het meest aan bij de ambities voor het gebied zoals geformuleerd in de structuurvisie CID en de gebiedsagenda’s Policy Campus Centraal, Campusboulevard en Beatrixkwartier (in ontwikkeling). Alhoewel behoud van het gebouw vanuit cultuurhistorisch perspectief wenselijk zou zijn (zie bijlage “Koninklijk Conservatorium: Aanbevelingen voor doorontwikkeling en transformatie (Steenhuis Meurs, d.d. juni 2021)”, weegt dit te weinig op tegen de consequenties voor de kwaliteit en kwantiteit van het ontwikkelprogramma en het gebied. Hierin wegen ook financiële aspecten mee. De variant sloop-nieuwbouw leidt tot een positieve grondexploitatie. De ontwikkeling op de KC-locatie doet hiermee een belangrijke positieve bijdrage aan de financiële haalbaarheid van het CID. Hergebruik van het gebouw zal zeer waarschijnlijk leiden tot een verlies op de herontwikkeling.

4.3 Belangrijke schakel tussen Den Haag Centraal Station en Den Haag Laan van NOI Het Beatrixkwartier ligt tussen de Policy Campus rondom Den Haag Centraal Station (met de Campusboulevard als onderdeel hiervan) en de ICT – Security Campus rondom Den Haag Laan van NOI. Een vernieuwend milieu met een eigen, gemengd zakelijk karakter in het Beatrixkwartier moet er zorg voor dragen dat het huidige kantorendistrict wordt versterkt en er een vanzelfsprekende verbinding komt met de campussen rondom de twee stations. De KC-locatie is een belangrijke schakel in het CSNOI gebied. Het is bij uitstek de locatie die de verbinding legt tussen de Policy Campus op CS-Oost en het Beatrixkwartier. Daarnaast markeert het één van de vier “hoekpunten” van het CID; de plekken waar de vierkante ruggengraat van het CID (zie paragraaf 3.3) van richting verandert. Om deze plek te

markeren en het CID afleesbaar te maken zodat men zich er op een gemakkelijke en vanzelfsprekende manier doorheen kan bewegen wordt op deze locatie een hoogteaccent gerealiseerd welke gelijkend is met de tegenoverliggende hoekpunten en hoogteaccenten t.p.v. het Centre Court en het World Trade Centre.

4.3.1 Economische toplocatie met aantrekkelijk vestigingsklimaat (verdichten) De KC-locatie is een belangrijke locatie voor nieuw kantoorprogramma. De ligging van de locatie biedt kansen om de relatie te verbeteren tussen het Rijkskantoren district rondom CS / CS-Oost en het zakelijke kantorendistrict in het Beatrixkwartier. De gemeente zet daarom in op het realiseren van nieuwe kantoren op de KC-locatie. Woningbouw wordt mogelijk gemaakt op andere locaties in het Beatrixkwartier t.b.v. het realiseren van een gemengd zakendistrict waar wordt gewoond en gewerkt. Om tot een goede economische toplocatie te komen wordt er ingezet op het toevoegen van (economische) voorzieningen in de plint zodat het maaiveldmilieu verlevendigd en er een bruisende omgeving gecreëerd kan ontstaan. Zichtbare, royale entrees aan zowel de Juliana van Stolberglaan en de Prinses Beatrixlaan / pocketpark dragen hier aan bij zodat de ontwikkeling een relatie aangaat met zowel CS / CS-Oost als het Beatrixkwartier. Daarnaast wordt er bovendien ingezet op het creëren van verblijfsplekken op de plot zelf voor werknemers en bewoners van het Beatrixkwartier, en omwonenden van de aanpalende woonwijken, door middel van het realiseren van een pocketpark.

Hierbij wordt er zorg gedragen voor een goede relatie tussen de gebouwen en pocketpark, zodat deze zowel als entree voor de nieuwe kantoren als verblijfplek voor de buurt kan dienen. Door de belangrijke positie in het CID wordt er ingezet op een alzijdig karakter van de ontwikkeling, waarin mede wordt geanticipeerd op de mogelijke toekomstambitie om

op de Utrechtsebaan een park te ontwikkelen. Ook hier moet er dus, op termijn, een levendige plint mogelijk zijn.

4.3.2 Buitenruimte als drager ruimtelijke kwaliteit (verbinden & vergroenen) In het CID wordt ingezet op kwalitatieve openbare ruimte als drager van ruimtelijke (verblijfs)kwaliteit. De nadruk ligt op de voetganger en het creëren van een fijnmazig voetgangersnetwerk met een prettige, groene uitstraling. Openbare ruimte op de belangrijke assen van het CID en publiek toegankelijk buitenruimte op private kavels vormt samen één geheel. Op de KC-locatie wordt met name ingezet op het verbeteren van de verbindingen tussen CS-Oost en het Beatrixkwartier. Dit wordt gedaan door het voetgangersnetwerk te verbeteren, waarbij er een nieuwe buitenruimte op de KC-locatie wordt gecreëerd, een pocketpark, welke wordt verbonden met de omliggende openbare ruimtes (Juliana van Stolberglaan, Prinses Beatrixlaan, en in de toekomst het park op de Utrechtsebaan). Belangrijk element is het doorwaadbaar maken van de kavel en het verkleinen van de blokmaat van de ontwikkeling, wat aantrekkelijke, informele, routes voor voetgangers oplevert. Ook toekomstige routes worden mogelijke gemaakt door daar nu ruimte voor te bieden in het ontwerp. Dit geldt met name voor de route tussen het Beatrixkwartier en het Bezuidenhout-West op het park boven de Utrechtsebaan. Daarnaast is het van belang voldoende maat rondom de gebouwen te bieden voor slenteren en verblijven langs de levendige plinten.

In de huidige situatie wordt ingezet op een maatvoering vergelijkbaar met die rondom het bestaande gebouw. In de toekomst bieden de herprofileren van Juliana van Stolberglaan (verlengde van de Campusboulevard) en de Prinses Beatrixlaan mogelijk nog meer ruimte voor toevoegen verblijfskwaliteit en groen (onderdeel gebiedsagenda Beatrixkwartier). De buitenruimte op de kavel, het pocketpark, wordt een nieuwe verblijfsplek in het Beatrixkwartier, zowel

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

27

voor de omgeving als de gebruikers. Het toevoegen van verblijfsplekken voor de toekomstige gebruikers (zowel de kantoorgebruikers als omwonenden en bezoekers van het gebied) is een belangrijk aspect dat door direct omwonenden tijdens de participatie is ingebracht. De gebouwen gaan een duidelijke relatie aan met het pocketpark en vormen er een onderdeel van. Het pocketpark krijgt een hoogwaardige, groene, inrichting welke een bijdrage levert een klimaatopgaven en natuurinclusiviteit.

4.3.3 Duurzame en aantrekkelijke leefomgeving (vergroenen & verduurzamen)

Gelaagdheid vegetatie

28

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

In de gebiedsontwikkeling van het Beatrixkwartier gaan verdichten, vergroenen en verduurzamen hand in hand. De verdichting vraagt om een kwalitatief hoogwaardige buitenruimte die toekomstbestendig is en kwaliteit toevoegt voor de gebruikers van de KC-locatie en de omgeving daaromheen (zoals bewoners en werknemers uit het Beatrixkwartier en omwonenden van aanpalende gebieden). Door het realiseren van een groen pocketpark op de plot en het toepassen van de wegwijzer klimaatadaptief Den Haag en het puntensyteem natuurinclusief bouwen levert de ontwikkeling van de KC-locatie een bijdrage aan de Haagse opgaven op het gebied van groen, klimaatadaptatie, gezondheid, energie, gezondheid, duurzame mobiliteit en circulariteit. Door de buitenruimte zo veel mogelijk groen in te richten kan water infiltreren of opgevangen worden waardoor wateroverlast tegengegaan wordt. Het is daadwerkelijk de bedoeling dat hier, midden in de stad, een groen pocketpark ontstaat; geen vergroend plein maar echt een park met paden erdoorheen welke zowel als entree van de kantoren als verblijfsplek dienst kan doen. Het toevoegen van kwalitatief groen, onder andere met bomen, zorgt voor een verhoogd warmte absorberend vermogen van de locatie waardoor opwarming en hittestress tegengegaan wordt en een prettige verblijfsruimte voor jong en oud ontstaat. Bovendien

zorgt het toevoegen van groen op de plot voor een verhoogde CO2 opslag. Door zowel het pocketpark als de bebouwing natuurinclusief te ontwikkelen worden keuzes gemaakt ten bate van de leefomstandigheden voor insecten, vogels en andere stedelijke diersoorten. De ecosysteemdiensten die de vergroening oplevert zijn breder dan klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het brengt ook economische en maatschappelijke waarde met zich mee, zoals hogere vastgoedprijzen en meer ruimte voor ontmoeting. Bij de inrichting van het pocketpark wordt rekening gehouden met de bezonnings- en windomstandigheden en gebruik gemaakt van circulaire en biobased materialen die het grondstoffengebruik verminderen.

4.4 Integrale duurzame ontwikkeling In een duurzame leefomgeving passen vergroeningsmaatregelen, klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame mobiliteit, circulariteit en gezondheid als puzzelstukjes in elkaar. Hier is een integrale aanpak voor nodig die deze opgaves en bijbehorende ruimteclaims een plek geeft in de openbare ruimte. Hiervoor zijn een aantal ontwikkelprincipes van belang: de relatie tussen private en publieke ruimte, de wisselwerking tussen gebiedsniveau en plotniveau, ontwerpoplossingen kiezen die meerdere doelen dienen, met behulp van ecosysteemdiensten de opbrengsten van een duurzame leefomgeving zichtbaar maken en de relatie van de boven- en ondergrond. Door deze principes in zijn algemeenheid te hanteren, wordt het mogelijk thematische opgaven zoals duurzame mobiliteit, een groene openbare ruimte, schone energie en circulariteit met elkaar te integreren. Breng alle voordelen van een duurzame leefomgeving in beeld (ecosysteemdiensten). Een investering in een groene buitenruimte en leefomgeving levert meer voordelen op voor de stad en haar inwoners dan bijvoorbeeld alleen het versterken van biodiversiteit of

alleen het klimaatbestendig maken van de buitenruimte. De openbare ruimte wordt niet alleen duurzamer maar verbetert de leefomgeving ook op tal van sociaaleconomische vlakken, zoals vastgoedprijzen, sociale cohesie en recreatie en toerisme. Met het concept ecosysteem diensten kunnen deze voordelen zichtbaar gemaakt worden. Door te investeren in de aanleg van groen en bomen zijn voor de KC-locatie voordelen te verwachten op het gebied van microklimaat, watermanagement, geluidsvermindering, biodiversiteit, aantrekkelijk leefomgeving, gezondheid, recreatie, vastgoedprijzen en investeerders. Door een integrale groene inrichting profiteren de gebruikers en eigenaren van de kantoren, omwonende bewoners, de gemeente en huidige en toekomstige investeerders.

Werk op zowel gebiedsniveau als plotniveau. Duurzame stedelijke ontwikkeling vindt plaats op verschillende schaalniveaus. Een boom of groen vlak op plotniveau is onderdeel van een grotere stedelijke groenstructuur. De ontwikkeling van de KC-locatie versterkt de groenstructuur die over de Juliana van Stolberglaan (verlengde Campusboulevard) loops, en de groenstructuur die over de Beatrixlaan loopt waarmee er een verbinding gemaakt kan worden tussen de groene Schenkzone en het Haagse bos. Ook sluit het pocketpark aan op de toekomstambitie om op de Utrechtsebaan een park te realiseren, welke deze verbinding robuuster zou maken en verder zou versterken. Daarnaast is op het gebied van mobiliteit de aansluiting van het plot op het voetgangers- en fietsersnetwerk richting de stations belangrijk. Door te schakelen tussen gebied- en plotniveau kan slim worden omgegaan met ruimte, financiële middelen en ontstaan nieuwe mogelijkheden voor het aanleggen van energieinfrastructuur, duurzame mobiliteitsoplossingen en klimaat adaptieve maatregelen. Leg de relatie tussen private en openbare ruimte. Zowel de eigenaren, gebruikers, bewoners, ontwikkelaars, beleggers als de gemeente hebben baat bij een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving (zie ecosysteemdiensten). Gezien de beperkte ruimte zullen duurzaamheidsoplossingen zich zowel op privaat terrein als in de publieke ruimte bevinden.

De bouw van de gebouwen op de KC-locatie leveren o.a. door de opvang van water en natuurinclusief bouwen een bijdrage aan de duurzaamheidsopgave voor het plangebied en de omgeving. In samenhang met het pocketpark zorgt dit voor een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving.

De inpassing van de parkeergarage onder het pocketpark, in combinatie met de wateropvang, groeiomstandigheden voor de bomen en het groen en de inpassing van het energievraagstuk vraagt om een goede ordening van de ondergrond in relatie tot de bovengrond. Hier wordt in het ontwerp rekening mee gehouden door zorg te dragen voor een solide bewateringsen wateropvangsysteem en voldoende gronddekking voor kwalitatieve vergroening. Toekomstbestendig beheer is onderdeel van de ontwerpfase De infrastructuur op het gebied van afvalverwering, personenvervoer, water toe- en afvoer, groei- en beheeromstandigheden voor groen en bomen, kabels en leidingen voor informatievoorzieningen en energie moet allemaal ingepast worden in het ontwerp voor het gebouw en de aansluiting met de buitenruimte. Dit is nodig om een goed functionerend gebouw en aantrekkelijke buitenruimte te realiseren. Hiertoe zijn een aantal keuzes gemaakt, waaronder dat afval inpandig wordt opgelost en alle mobiliteitsvoorzieningen inpandig of ondergronds gepositioneerd zijn.

Ontwerp de bovengrond in relatie tot de ondergrond. De druk op de ondergrond is minstens zo groot als die op de bovengrond. Alleen als beide in samenhang worden ontworpen, is het mogelijk om alle duurzaamheidsambities waar te maken. Ecosysteemdiensten NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

29

20 T

F

3-3

n

laa

erg

a

ian

Jul

Kadastrale grens

lb Sto van

Bestaande bebouwing

5

*

25m

ses

n Pri

a2x. H= m x. ma

10 3

in m

H=

Uiterste rooilijn

45m

x. ±

ma

3

Vergroening dakvlak stedelijke laag Nota Haagse Hoogbouw (ES) & middenbouwvolume

n

m

x. 1 0m * ma axm. 10 -50m mx. 91 x. 40 ma H= ma

laa

Maatvoeringsvlak toren, diagonalen conform Nota Haagse Hoogbouw (ES)

ix atr Be

II 10m* *

Nieuwe bebouwing

Indicatieve rooilijn (minimale afwijkingen nog mogelijk) Accent hoogbouw

Kadastrale grens Entree locaties fietsparkeren (indicatief)

I

Wandelgebied Belangrijkste entree locaties (indicatief)

40-50m*

Bomen Zoekgebied in- en uitgang ondergrondse garage Pocketpark Pocketpark/ bijzondere groene verblijfsruimte Vergroening buitenruimte Levendige plint (klimaatadaptief & natuurinclusief) Levendige plinten mogelijk maken (toekomstig park UB) (Bestaand) groen Realiseren van buitenruimte en vergroening van de Openbare stedelijke ruimte laag (Nota ES) en middenbouwvolume

Ut

re c

-5A

3X

ht se

ba

an

0m

HOV lijn Belangrijkste entree locaties fiets (indicatief)

m

45

x. ±

ma

n1

H=

mi

Fietspad Belangrijkste entree locaties (indicatief)

Zoekgebied in- en uitgang ondergrondse garage Bomen

100m

30

1000

N N

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

5Z

100m

1000

Ruimtelijke uitgangspunten

5. UITGANGSPUNTEN Invulling KC-locatie De KC-locatie ligt in het Central Innovation District. Aangezien de gemeente de ANWB als belangrijke werkgever voor Den Haag wil behouden is de KC-locatie voor de nieuwe huisvesting van de ANWB aangeboden. Gezien de centrale ligging tussen CS-Oost en het Beatrixkwartier en de nabijheid van de Utrechtsebaan is heeft de ANWB voor deze locatie gekozen. De ANWB heeft een uitgesproken idee over haar nieuwe huisvesting; het wordt een compact en ‘clubhuisachtig’ concept met een herkenbare identiteit, grote vloeren en omvangrijke atria met een totaal metrage van circa 25.000 m2 BVO. De overige circa 35.000 m2 BVO is gereserveerd voor het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), die hier een nieuw Rijkskantoor zullen realiseren voor en nog nader te bepalen gebruiker. Het RVB heeft een omvangrijke vastgoedportefeuille in Den Haag waarvan het noodzakelijk is deze te verduurzamen. Om dat te kunnen doen is schuifruimte nodig; het is namelijk nog niet duidelijk of hybride werken uiteindelijk leidt tot een minder grote behoefte aan kantoren. Het Rijk gefocussed op huisvesting rondom stationslocaties, waaronder de KC-locatie, zodat de verkeersaantrekkende werking gering blijft. Totaal komt er dus circa 60.000 m2 BVO op deze locatie (metrages worden definitief na afronding van ontwerpfase). •

•

Op de nieuwe locatie krijgen de kenmerkende bedrijfsonderdelen van de ANWB, zoals de Alarmcentrale, Verkeersinformatie, en het Leden Service Center een prominente plek. Ook komt er een ANWB-winkel en ANWB-Café, een kinderfietsenwerkplaats en een theater. In totaal wordt er ruimte geboden aan circa 2150 werknemers. Het RVB onderzoekt de mogelijkheden van een nieuw Rijkskantoor op de KC-locatie. Het streven is om, vergelijkbaar als bij het ANWB kantoor, ook bij dit kantoor de plinten openbaar toegankelijk te maken met een invulling met diverse, deels publieke, functies die bijdragen

•

•

•

•

aan de attractiviteit van de openbare ruimte. Door de realisatie van de KC-locatie met aandacht voor de openbare ruimte en openbaar toegankelijke plinten ontstaat een aangenaam verblijfsgebied voor de werknemers, externene gasten, omwonenden, passanten en maatschappelijke groepen. De KC-locatie zorgt voor een logische verbinding met zowel CS-Oost als het Beatrixkwartier, waar de laatste jaren ook de nodige hoogwaardige kantoor- en woongebouwen zijn gerealiseerd en in de toekomst nog meer kantoor- en woongebouwen zullen worden gerealiseerd. De KC-locatie is een belangrijke ‘aanjager’ waar het gaat om het realiseren van werkgelegenheid, kwaliteit, duurzaamheid en ‘placemaking’ van het gebied, vooruitlopend op de verdere gebiedsontwikkeling. De KC-locatie zal zich tot een ‘hoeksteen’ binnen het CID ontwikkelen en zich onderscheiden door de kwaliteit van de openbaar toegankelijke plinten, het groen van het ‘pocket park’, de hoge kwaliteit van architectuur en de duurzaamheid van de gebouwen zelf. Een deel van de ondergrondse parkeergarage kan voorts gaan fungeren als een strategisch gelegen ‘mobility hub’ voor het centrum van Den Haag. De ANWB onderzoekt hiervoor of hun parkeergarage openbaar toegankelijk kan worden.

5.1 Bestemming en programma De ontwikkeling bestaat uit circa 60.000 m2 BVO (bovengronds) op de KC-locatie, waarvan circa 25.000 m2 BVO voor de ANWB en circa 35.000 m2 BVO voor het RVB. De ontwikkeling bevat een stedelijk economisch programma van werken en voorzieningen. Het toekomstige programma omvat: ANWB Een kantoorgebouw ten behoeve van ANWB van circa 25.000

m² BVO bovengronds programma bestaande uit een: •

•

Levendige (deels) publieke & maatschappelijke begane grond en 1e verdieping met onder andere een ANWB winkel, ANWB café, theater, (kinder-)fietsenwerkplaats, restaurant, diverse bijzondere thema / innovatie ruimten en opleidings- en trainingsruimtes. Overige verdiepingen met verschillende functies zoals kantoorruimtes, ANWB alarmcentrale, het leden service center en andere ANWB kantoor gelieerde functies voor eigen gebruik.

RVB Een kantoorgebouw ten behoeve van de Rijksoverheid van circa 35.000 m² BVO bovengronds programma bestaande uit een: •

•

Op de begane grond (‘de plint’) wordt er een levendige (deels) publiek toegankelijke plint gerealiseerd met (deels) publiek programma. Het is nog onduidelijk wat de precieze invulling wordt. Er kan hier gedacht worden aan: • Entree van het gebouw en ontsluiting van de bovenliggende kantoren • Horecafuncties zoals een café en/of restaurant • Dienstverleningsfuncties voor werknemers en/of omwonenden (bv. fysiotherapeut of gezondheidscentrum) Op de bovenliggende verdiepingen realiseert het RVB kantoorprogramma en aan de kantoren gelieerde functies voor gebruik van een nader te bepalen gebruiker binnen het Rijk

Ondergronds programma voor beide ontwikkelingen voorziet in een parkeergarage voor autoparkeren, fietsparkeren en logistieke afhandeling.

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

31

5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Eisen • Integrale ontwikkeling van de plot • Uitgangspunt voor de herontwikkeling van de locatie zijn twee gebouwen die samen een “L-compositie” op de plot vormen met een nieuwe verblijfsplek, een pocketpark, in de oksel van de “L”. • Langs de Utrechtsebaan komt een bouwblok (middenbouw volume, blijft onder de 50m grens voor hoogbouw) welke deze in de langsrichting begeleid. Aan de kop van de Utrechtsebaan / Juliana van Stolberglaan krijgt dit gebouw een duidelijke entree en legt daarmee de verbinding met het naastgelegen CS-oost. • Haaks op dit volume, langs de Juliana van Stolberglaan, komt een samengesteld blok met een stedelijke laag (waaronder een plint) en een toren (met een kroon) welke de hoek van de Juliana van Stolberglaan en de Beatrixlaan markeert. • Tussen beide bouwvolumes in komt een doorgang welke de schaal en maat van het perceel verkleind en deze doorwaadbaar maakt voor voetgangers. • Beide bouwvolumes zijn alzijdig georiënteerd en krijgen entrees aan zowel de Juliana van Stolberglaan als aan de Prinses Beatrixlaan (i.e. het pocketpark). • De bouwvolumes moeten samenhang vertonen in de stedelijke laag (volumeopbouw) en architectuur. • De bebouwingsplannen moeten voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor ‘Windhinder en bezonning rond nieuwbouw’ (RIS 170509), gebaseerd op NEN-norm 8100.

Windhinder en bezonning zijn sturend in het ontwerp. Studies naar de impact van het ontwerp hierop worden daarom vanaf het beginstadium ingezet als ontwerptool.

•

M.b.t. windklimaat zijn binnen het plangebied de volgende kwaliteitsniveaus in de openbare ruimte te onderscheiden: • Zones voor verblijven: nieuwe verblijfsplek langs de Prinses Beatrixlaan (pocketpark) • Zones voor slenteren: De Prinses Beatrixlaan en de Juliana van Stolberglaan. • Zones voor doorlopen: n.v.t.

Op het gebied van windklimaat dient ook gekeken te worden naar de impact van de ontwikkeling op de ruimere context zoals het windklimaat op de kruispunten van de Juliana van Stolberglaan met de Utrechtsebaan en met de Prinses Beatrixlaan. Het puntensysteem natuurinclusief bouwen is op deze ontwikkeling van toepassing.

max. 91m

max. ±45m

max. 25m

min. 4,5m

2,1

16,2

31,4

11,4

38,0

41,7

3,6

2,1 1,9 0,5

85,2

DD

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

•

BB

Aanzicht 1: vanaf de Beatrixlaan

32

•

9,4

18,9

9,3

4,4 2,1 3,7

5.2.2 Rooilijnen en situering bebouwing De uiterste en indicatieve rooilijnen van de plint leggen de minimale maatvoering van de openbare ruimte vast. Gebouwen staan zoveel als mogelijk in bestaande rooilijnen, en sluiten daarmee aan op de omliggende context. Maatvoering van het pocketpark en de doorgang tussen de twee gebouwen is bepaald op basis van het gebruik op maaiveld (o.a. ruimte voor voetganger en fietser). Zowel het middenbouwvolume als de stedelijke laag van toren staan in de rooilijnen. Op een aantal plekken in het plan zijn er mogelijkheden om setbacks ten opzichte van de rooilijnen te realiseren op maaiveld (onderste lagen van de bouwvolumes kunnen daarmee terug komen te liggen t.o.v. de rooilijnen). De maatvoering van de diepte en vrije hoogte van deze setbacks, en of de bovenliggende uitkragingen al dan niet steunpunten mogen hebben op maaiveld (uitvoering als arcade), is afhankelijk van de locatie. Deze zijn van invloed op het leefklimaat en het groen er onder. De ruimtes onder de uitkragingen zijn onderdeel van de publiek toegankelijke ruimte en worden in de beleving als onderdeel van de openbare ruimte gezien.

max. 91m

max. ±45m

max. ±45m

max. 25m

plint

min 10m

min. 4,5m

min. 4,5m

stedelijke laag incl. plint toren

66,8

21,6

6,6

2,4

6,2

2,4 2,5 3,6

55,9

10,8

36,9

5,1

48,3

18,1

103,6

Aanzicht 2: vanaf de Juliana van Stolberglaan NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

33

Eisen: Juliana van Stolberglaan • De rooilijn van beide bouwvolumes aan de Juliana van Stolberglaan staan in dezelfde rooilijn als het naastgelegen Centre Court aan de Prinses Beatrixlaan 2-116. • De rooilijnen zijn uiterste rooilijnen en mogen niet worden overschreden. • Het is mogelijk om langs de Juliana van Stolberglaan een setback te creëren van minimaal de plint en twee verdiepingen (verdiepingshoogte begane grond: min 4,5 meter en 1e en 2e etage: min. 3,60 meter) zodat er meer ruimte ontstaat op het maaiveld voor (bv.) entrees. • De uitkraging(en) boven deze setback dienen ten alle tijden in de vaste rooilijn te staan en mogen extra steunpunten hebben op het maaiveld. Prinses Beatrixlaan • De rooilijn van het bouwvolume langs de Prinses Beatrixlaan staat nagenoeg in dezelfde rooilijn als de naastgelegen Monarch II aan de Prinses Beatrixlaan 5 (i.e. trottoirbreedte vanaf de gevelrooilijn tot aan het fietspad van minimaal +/- 3,6 meter). • De rooilijn is een uiterste rooilijn op maaiveld en mag niet worden overschreden. • Het is mogelijk om langs de Beatrixlaan een setback te creëren vanaf minimaal de plint en twee bovenliggende verdiepingen (verdiepingshoogte begane grond: min 4,5 meter en 1e en 2e etage: min. 3,60 meter) zodat er meer ruimte ontstaat op het maaiveld voor.

• De uitkraging(en) boven deze setback dienen ten alle tijden in de vaste rooilijn te staan en mogen geen steunpunten hebben op het maaiveld.

34

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

Utrechtsebaan • De rooilijn van het bouwvolume langs de Utrechtsebaan is nagenoeg gelijk aan de rooilijn van het bestaande Koninklijk Conservatorium. • De rooilijn is een uiterste rooilijn op maaiveld en mag niet worden overschreden. Pocketpark • De rooilijnen van beide bouwvolumes grenzend aan het pocketpark zijn indicatieve rooilijnen. Kleine afwijkingen t.o.v. deze rooilijnen t.b.v. de verdere uitwerking zijn toegestaan. • Het is voor beide bouwvolumes mogelijk om langs het pocketpark setbacks te creëren van minimaal de plint en twee verdieping (verdiepingshoogte begane grond: min. 4,5 meter en 1e en 2e etage: min. 3,60 meter) zodat er ruimte ontstaat om een betere verbinding te leggen met het pocketpark en het groen optisch “naar binnen” te halen. De uiteindelijke diepte van de uitkraging(en) wordt beoordeeld op de kwaliteit van de onderliggende openbare •

ruimte. De uitkraging(en) mogen extra steunpunten hebben op het maaiveld (uitvoering als arcade).

Doorgang tussen de gebouwen • Tussen beide bouwvolumes wordt een publieke doorgang gecreëerd van minimaal 10 meter breed op maaiveld. • Het is voor beide bouwvolumes mogelijk om in deze doorgang een setback te creëren van minimaal de plint en twee verdieping (verdiepingshoogte begane grond: min. 4,5 meter en 1e en 2e etage: min. 3,60 meter) zodat er ruimte ontstaat voor de voetganger op het maaiveld • De uitkraging(en) boven deze setback mogen geen extra steunpunten hebben op het maaiveld.

Aansluiting met de naastgelegen Monarch kavel • Tussen het middenbouwvolume langs de Utrechtsebaan en de rooilijn van de naastgelegen Monarch II toren aan de Prinses Beatrixlaan 5 dient minimaal +/- 10 meter afstand te worden gehouden. • De rooilijn is een uiterste roolijn op maaiveld en mag niet worden overschreden. • Er dient extra aandacht besteed te worden aan het windklimaat van deze doorgang gezien de prevalerende zuidwesten wind. Algemene afwijkingsregel rooilijnen t.b.v. uitkragingen • In de ontwerpfase kan van bovenstaande regels m.b.t rooilijnen worden afgeweken i.v.v. uitkragingen die de aangegeven rooilijnen minimaal overschrijden. Deze afwijkingen zijn alleen mogelijk wanneer dit een beter windklimaat oplevert op maaiveld en past bij de architectonische expressie van de gebouwen. • De uitkraging mag de aangegeven rooilijn met maximaal 2,5 meter overschrijden, ongeacht de situering. • De minimale vrije hoogte onder de uitkraging, ongeacht de situering, is minimaal de plint en twee verdieping (verdiepingshoogte begane grond: min. 4,5 meter en 1e en 2e etage: min. 3,60 meter. • De uiteindelijke diepte van de uitkraging en vrije hoogte onder de uitkraging wordt beoordeeld op de kwaliteit van de onderliggende openbare ruimte en het windklimaat. • Deze uitkragingen mogen geen extra steunpunten op maaiveld hebben.

5.2.3 Oriëntatie Eisen • Beide bouwvolumes worden alzijdig vormgegeven en krijgen entrees aan zowel de Juliana van Stolberglaan als aan de Prinses Beatrixlaan (i.e. het pocketpark). • Het middenbouwvolume en de stedelijke laag van de toren vertonen een duidelijke samenhang (zie 5.6 beeldkwaliteit) en gaan, middels een zichtbare, levendige plint, een duidelijke relatie aan met de straat en het pocketpark. • Alzijdige toren, nadruk op het markeren van de hoek Juliana van Stolberglaan / Prinses Beatrixlaan

max. ±45m

plint min. 4,5m

stedelijke laag incl. plint toren

23,1

48

4,9

35,3

49,9

10,6

3,6 2,4 2,5

6,2

2,4

6,6

83,9

21,6

95,8

BB Aanzicht 3: vanaf het pocketpark NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

35

20 T

F

3-3

ax.

m H=

25m

H=

x. ma

3

1m

±9

45m

m

H=

3

± ax.

Kadastrale grens Kadastrale grens Stedelijke laag Wandelgebied Bomen Middenbouw Pocketpark Hoogbouw Levendige plint

Accent hoogbouw

.. m*

bouwhoogte

Realiseren van buitenruimte en vergroening van de stedelijke laag (Nota ES) en middenbouwvolume

* Maximale bouwhoogtes exclusief dakopstanden Belangrijkste entree locaties (indicatief) (max. 1 meter) Belangrijkste entree locaties fiets (indicatief) ** Maximale bouwhoogte middenbouwvolume in- en uitgang ondergrondse garage langs de Zoekgebied Utrechtsebaan exclusief ondergeschikte bouwdelen (tot maximale hoogte van 50m) 100m

1000

N

36

1000

m

45

H=

.± ax

m

5Z

* maximale hoogtes staan aangegeven in de tekening 100m

-5A

3X

Levendige plinten mogelijk maken (toekomstig park UB)

N

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

Hoogtezonering

5.2.4 Hoogteopbouw (zie afbeelding hiernaast) Eisen • De plint heeft een minimale hoogte van 4,5 meter. Deze hoogte is onafhankelijk van de programmatische invulling. Gebruik van de plint voor programma met een publiek karakter is gewenst langs de Juliana van Stolberglaan, de Prinses Beatrixlaan, het pocketpark, en de doorgang tussen de bouwvolumes. • Het middenbouwvolume langs de Utrechtsebaan heeft een maximale bouwhoogte van +/- 45 meter (excl. ondergeschikte bouwdelen). Kleine overschrijdingen i.v.m. inpassen verdiepingshoogtes zijn toegestaan. Voor de ondergeschikte bouwdelen geldt dan deze niet mogen leiden tot een grotere bouwhoogte dan 50 meter. • Op het samengestelde blok, op de hoek van de Juliana van Stolberglaan met de Prinses Beatrixlaan, is een toren toegestaan conform de ‘Nota Haagse Hoogbouw Eyeline en Skyline’ (ES) met een maximale bouwhoogte van +/- 91 meter. Kleine overschrijdingen i.v.m. inpassen verdiepingshoogtes zijn toegestaan. • De hoogte van de stedelijke laag van dit samengestelde blok is +/- 25 meter. • De stedelijke laag van de toren is herkenbaar in de massaopbouw en het gevelbeeld middels setbacks en onderscheiding van de middenbouw en hoogbouw. • De gevels van de stedelijke laag en de eyeline bevatten veel detail en diepte, aansluitend bij de schaal van het publieke domein en de beleving op ooghoogte.

• De hoogbouw wordt met setbacks rondom op de stedelijke laag gepositioneerd. De verbeelding toont het uitgangspunt voor de positie van de toren. Max. 50% van de stedelijke laag mag bebouwd worden t.b.v. hoogbouw. • Het middenbouwvolume en de stedelijke laag van de toren vertonen een duidelijke samenhang (zie par. 5.6).

•

•

Liftschachten, installaties en trappenhuizen worden geïntegreerd in het hoofdvolume van de toren. Voor het middenbouwvolume worden deze meeontworpen met het hoofdvolume en passen ze bij de architectonische expressie van het gebouw. Voor beide bouwdelen geldt dat deze onderdelen nadrukkelijk geen niet-ontworpen losse volumes mogen vormen. Deze NvU houdt geen rekening met de huidige beperkingen als gevolg van het straalpad. Er dient in een volgende fase in overleg te worden gegaan met de beheerder van de Telecom mast over de mogelijk vereiste maatregelen om het straalpad niet te hinderen.

5.2.5 Stedelijke laag

•

•

•

Plinten bevatten voor ongeveer de helft openbare / publieksgerichte voorzieningen, waarvan een deel ook buiten reguliere kantoortijden (9-17) open is volgens het OMA principe uit de Structuurvisie CID. Utilitaire functies en de entrees ervan moeten goed ingepast worden binnen het gebouw, mogen niet domineren in het gevelbeeld en zo min mogelijk aan de publieke zijdes van het gebouw gesitueerd worden. De stedelijke laag / het middenbouwvolume is bepalend voor het beeld op ooghoogte. De vormgeving draagt bij aan het gemengde karakter van het gebied.

5.2.6 Toren

Eisen • De onderste laag van de stedelijke laag / het middenbouwvolume vormt de plint, die zich visueel onderscheid van de rest van de stedelijke laag / het middenbouwvolume.

Eisen: • De toren ligt d.m.v. setbacks terug ten opzichte van de stedelijke laag. De minimale maat van deze setbacks is 2.5m t.o.v. de rooilijn langs de Juliana van Stolberglaan, de Prinses Beatrixlaan en het pocketpark, en minimaal 5m t.o.v. de rooilijn langs de tussenruimte.

•

•

•

•

Levendige en transparante plinten langs de belangrijkste looproutes dragen bij aan sociale veiligheid en ontmoeting / uitwisseling. Hier ligt de nadruk op programma met een publiek karakter. Ze ontsluiten ook de verschillende functies in de plint, stedelijke laag en boven gelegen bouwvolume / toren. Plinten moeten tenminste (deels) worden geactiveerd langs de belangrijkste routes en verblijfsplekken, namelijk: Juliana van Stolberglaan, Prinses Beatrixlaan, pocketpark en de publieke doorgang tussen de bouwvolumes Plinten moeten actief aantrekkelijk en (deels) flexibel te gebruiken zijn (met aandacht voor onderscheid tussen publiek aantrekkend (langs intensieve looproutes) en autonoom functionerend (waar je doelgericht heen gaat en die meer buiten de loop liggen).

•

De toren past qua maatvoering binnen de aangegeven contouren in de uitgangspuntenkaart en voldoet aan de maximale diagonaal, volgens de Nota Haagse Hoogbouw. Max. 50% van de stedelijke laag mag bebouwd worden t.b.v. hoogbouw, volgens de Nota Haagse Hoogbouw.

Algemene afwijkingsregel afmeting en positie toren • In de ontwerpfase kan van bovenstaande regels m.b.t de toren worden afgeweken zodat een andere afmeting en positie mogelijk wordt. Deze afwijking is alleen mogelijk wanneer dit een beter windklimaat oplevert op maaiveld en past bij de architectonische expressie van het gebouw. • De toren ligt d.m.v. setbacks terug ten opzichte van de stedelijke laag. De minimale maat van deze setbacks is 2.5m t.o.v. de stedelijke laag langs de Juliana van

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

37

20 T

F

3-3

3

3

Kadastrale grens Wandelgebied Bomen Pocketpark Levendige plint Levendige plinten mogelijk maken (toekomstig park UB)

-5A

3X

Realiseren van buitenruimte en vergroening van de stedelijke laag (Nota ES) en middenbouwvolume Belangrijkste entree locaties (indicatief) Belangrijkste entree locaties fiets (indicatief) Zoekgebied in- en uitgang ondergrondse garage

100m

1000

5Z

N

Buitenruimte

38

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

• •

Stolberglaan, de Prinses Beatrixlaan en het pocketpark, en minimaal 5m t.o.v. de de rooilijn langs de tussenruimte. De toren mag nooit de uiterste rooilijnen overschrijden. De toren voldoet aan de maximale diagonaal en bebouwd max. 50% van de stedelijke laag (Nota Haagse Hoogbouw).

•

Agenda vanzelfsprekend toegankelijkheid Nederland heeft in 2016 het VN-verdrag 2016 Toegankelijkheid overheidsgebouwen ondertekend. Dit betekent inzet op extra de Agenda vanzelfsprekend toegankelijk Den Haag 2020-2022 het Rijk, een voorbeeldfunctie voor de toegankelijkheid heeft. zonder beperking van openbare gebouwen, maar ook van

•

Partijen zullen in een volgende fase met elkaar afspraken maken over toekomstig eigendom (publiek of privaat),

vergroening. De gronddekking in het pocketpark kan

beheer en onderhoud van het pocketpark en de verdeling

variëren, mits er voldoende gronddekking is voor

van kosten. Indien in de uitwerking ervoor wordt gekozen

kwalitatieve vergroenen bij verschillende type vegetatie

het pocketpark na realisatie over te dragen aan de

en alle types vertegenwoordigd zijn (min. 1m voor 1e

gemeente dient de inrichting te voldoen aan de daarvoor

en 2e orde bomen, min. 0,8m voor 3e orde bomen, min.

geldende regelgeving van de gemeente Den Haag, zoals

0,6m voor kleine heesters en min. 0,3m voor vaste (lage)

vastgelegd in het handboek openbare ruimte, tenzij anders overeengekomen.

Hiervoor wordt alle parkeren (alle voertuigen) en

•

Er wordt rekening gehouden met integrale toegankelijkheid

logistiek ondergronds opgelost, waarbij in de uitwerking

bij de inrichting van de openbare ruimte. Van belang is in

hoogteverschillen in het pocketpark zoveel mogelijk

dit kader onder meer dat hellingbaan voldoende ruimte

worden beperkt.

heeft voor fietsers en qua hellingsgraad ook voor minder

Het overbruggen van hoogteverschillen t.o.v. de

vitale werknemers te gebruiken is.

van de kavel opgelost. •

Eventuele hoogteverschillen in het pocketpark en ook

T 20

eventuele hoogteverschillen bij de aansluitingen op het

F

3-3

werknemers te gebruiken is.

•

Er dient voldoende gronddekking te zijn voor kwalitatieve

van de naastgelegen Monarch wordt binnen de grenzen

ontwerp-, uitvoerings- en beheerprocessen. Van belang is in voor fietsers en qua hellingsgraad ook voor minder vitale

toegankelijkheid mindervaliden (e.g. rolstoelen e.d.)

omliggende openbare ruimte en het opgetilde maaiveld

de openbare ruimte. Toegankelijkheid is daarom norm in de dit kader ondermeer dat hellingbaan voldoende ruimte heeft

de geldende normen en hellingshoeken/bordessen m.b.t.

aan klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit (incl. voldoende

beplanting). •

(RIS306623, 2020) is vastgesteld dat de gemeente, evenals Hierbij gaat het om toegankelijkheid voor iedereen met of

worden voor iedereen toegankelijk ontworpen, volgens

krijgt een hoogwaardige groene inrichting die bijdraagt gronddekking) •

5.3 Buitenruimte

bovenwettelijke eisen op het gebied van toegankelijkheid. In

Minimaal de helft van de onbebouwde ruimte op de plot

maaiveld en het opgetilde maaiveld van de Monarch

Pocketpark

Kadastrale grens

Op het kavel wordt een kwalitatief hoogwaardig en publiek, voor

Voetprint bouwvolume ANWB Kadastrale grens

iedereen toegankelijk, groen pocketpark gerealiseerd. Er komen

3

Eisen:

Voetprint bouwvolume RVB Publieke toegankelijke ruimte Eigendom-, beheer-, en onderhoudsituatie n.t.b. Publieke ruimte Openbaretoegankelijke ruimte Eigendom-, beheer-, en onderhoudsituatie n.t.b.

•

Openbare ruimte

omliggende maaiveld en de naastgelegen Monarch kavel.

Op het maaiveld wordt een, publiek en voor iedereen

* 10m * x. 1 0m * ma ax. 10 -50m m x. 40 a m 3

RVB Voetprint bouwvolume ANWB

goede, toegankelijke, aansluitingen vanaf dit pocketpark op het

*

5m

x. 2

ma

40-50m*

-5A

3X

toegankelijk, pocketpark gerealiseerd dat bijdraagt aan de kwalitatieve vergroening van het Beatrixkwartier / CID.

1000

100m

1000

N N

5Z

100m

Indicatieve verbeelding grondeigendom

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

39

20 T

F

3-3

x. ma

shared space (autovrij)

*

25m

3

m* 1100m* * . x ma ax. 10 -50m m x. 40 ma 3

Voetgangers gebied Pocketpark

L

Autoweg 50 km - zone Fietspad grens Kadastrale HOV Wandelgebied

40-50m*

Nieuwe bebouwing Bomen

P L

I

Ondergrondse parkeergarage en Pocketpark ondergrondse logistiek Levendige plint Entree fietsparkeren (inpandig, indicatief) Levendige plinten mogelijk maken (toekomstig park UB)

-5A

3X

Fietsparkeren (ondergronds, indicatief) Realiseren van buitenruimte en vergroening van de stedelijke laag (Nota ES) en middenbouwvolume Zoekgebied opstelruimte vrachtwagen Belangrijkste entree locaties (indicatief)

I

Inrit parkeergarage indicatief) Belangrijkste entree (ondergronds, locaties fiets (indicatief) Zoekgebied inen uitgang ondergrondse Belangrijkste entree locaties (indicatief) garage

1000 1000

NN

5Z

100m 100m

Mobiliteit

40

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

5.4 Ontsluiting en parkeren Mobiliteit De KC-locatie is onderdeel van het Beatrixkwartier. De huidige openbare ruimte van het Beatrixkwartier is voor een groot deel vormgegeven met de auto als uitgangspunt. Het meest in het oog springende voorbeeld hiervan is de Utrechtsebaan met de aansluitingen op Schenkkade en de Juliana van Stolberglaan. Maar ook elders in het gebied, zoals in het straatbeeld van de Prinses Beatrixlaan is de auto nadrukkelijk aanwezig. Meer ruimte voor de fietser en de voetganger De ontwikkeling van het Beatrixkwartier moet gepaard gaan met het verminderen van de barrièrewerking van de huidige auto infrastructuur voor de fietser en voetganger, hierdoor wordt het Beatrixkwartier aantrekkelijker voor deze groep gebruikers. Samen met het nabijgelegen OV voorziet de nieuwe mobiliteitsstructuur voor langzaam verkeer, in de behoefte die gepaard gaat met het geplande kantoor en woonprogramma. Door het verminderen van de barrière werking van de het gebied aanwezige auto infrastructuur, wordt het gebied beter toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Niet alleen wordt het prettiger om in het gebied te verblijven, ook kan de dan nog aanwezige infrastructuur makkelijker en sneller overgestoken worden.

Er ontstaan veilige routes en oversteekplekken, waarbij conflicten tussen verkeersstromen worden vermeden Ook een goede aansluiting van entrees en ingangen op de buitenruimte draagt hieraan bij. De transformatie van de Beatrixlaan en mogelijk ook de Utrechtsebaan naar meer een verblijfsgebied en aanpassingen in de verkeerscirculatie scheppen de randvoorwaarde voor meer lopen en fietsen als mobiliteitskeuze en verbeteren tegelijk de kwaliteit van de leefomgeving. Door het vergroenen en mogelijk versmallen van de Prinses Beatrixlaan krijgt deze de kwaliteit die past bij een hoofdfietsroute en onderdeel

van het fietssternetwerk. De fietsroute langs de Schenkkade wordt verbeterd en krijgt het profiel en de uitstraling die bij een hoofdfietsroute past. Ontwikkelingen in het gebied dragen zorg voor voldoende en kwalitatief goede inpandige fietsvoorzieningen. De KC-locatie grenst aan de Utrechtsebaan, regionale hoofdweg voor het autoverkeer. En de Juliana van Stolberglaan en prinses Beatrixlaan beide als wijkontsluitingsweg aangemerkt in de Straten Wegen Lanen (RIS280303) voor het autoverkeer. Naast een belangrijke functie voor het autoverkeer, hebben zowel de Julian van Stolberglaan als de prinses Beatrixlaan een belangrijke functie in het fietsroutenetwerk, respectievelijk als onderdeel van een sterfietsroute en als stedelijke hoofdfietsroute. Door de nabijheid van zowel het treinstations Laan van NOI als Den Haag Centraal, Randstadrail, tram en bus en daarmee de aanwezigheid van voldoende (hoogwaardig) openbaar vervoer, is de KC-locatie uitermate goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Fiets(parkeren) Eisen: • Er wordt voldaan aan de fietsparkeernormen uit de ‘Beleidsregels Fietsparkeernormen’ van de gemeente Den Haag (RIS294386) of de op dat moment geldende normen. • Goede bereikbaarheid van de stalling en adequate/ comfortabele inrichting en toegang is essentieel.

• Fietsparkeren op maaiveld in de buitenruimte is niet toegestaan • Fietsparkeren voor werknemers en bezoekers wordt op eigen terrein opgelost • De fietsparkeervoorzieningen moeten ondergronds gesitueerd worden, entree en hellingsbanen worden

•

inpandig opgelost. Oplossingen voor (deel) scooters, scootmobielen, buitenformaat- en elektrische-fietsen moeten ook in de ontwikkeling worden meegenomen en worden opgelost in inpandige stallingsvoorzieningen.

Ambities: Bij voorkeur wordt rekening gehouden met enige overmaat in alle fietsparkeervoorzieningen t.o.v. de gestelde norm. Hiermee wordt voorkomen dat bij toename van het aantal fietsen, deze in het openbaar gebied belanden. Autoparkeren Eisen: • Voor het CID gebied en de Binkhorst Den Haag is de Nota Parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS 306160) door de Raad vastgesteld. Deze nota gaat uit van een gebiedsgerichte aanpak, waarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid van het gebied en de (economische) uitvoerbaarheid van de bouw en parkeeroplossingen als uitgangspunt zijn gekomen. • •Het plan moet voorzien in parkeerplaatsen voor werknemers en bezoekers op eigen terrein. • Er moeten oplaadpunten voor elektrische auto’s inpandig worden gerealiseerd en parkeerplaatsen voor mindervaliden (voor minima: zie normen CROW). • Er komen geen reguliere parkeerplekken in de buitenruimte. • Parkeeroplossing met één gezamenlijke ingang op maaiveld • In- én uitrit aan de Prinses Beatrixlaan, • Geen verkeer op maaiveld over het pocketpark(nood- en hulpdiensten uitgezonderd ) • Doorsteek Bezuidenhout west via het Beatrixkwartier naar Bezuidenhout midden, tussen Monarch en de gebouwen

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

41

KC-locatie voor voetgangers en fietsers ten alle tijden mogelijk maken Ambities: Onderzocht wordt om een deel van de parkeeroplossing op de KC-locatie openbaar aan te wenden voor de buurt. Logistiek Eisen: • Het laden en lossen, distributie en andere logistieke functies vinden plaats op eigen terrein. • Geen zwaar verkeer (i.e. vrachtwagens) op maaiveld, behalve;Aan de Juliana van Stolberg wordt ten behoeve van het laden en lossen van incidenteel zwaar verkeer een enkele opstelplaats gemaakt. • Zo min mogelijk licht verkeer (i.e. bestelbusjes) op maaiveld • Aanvullende gegevens logistieke bewegingen noodzakelijk beoordeling verkeersintensiteit • Bevoorradend vrachtverkeer mag een adequate en verkeersveilige doorgang van het overige verkeer niet hinderen

42

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

5.5 Duurzaamheid Stedelijk groen De ontwikkeling van de KC-locatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ambities op het gebied van de stedelijke groenstructuur, stadsbomen en stadsnatuur. Vanwege de belevings- en beoogde verblijfskwaliteit, het beperken van hittestress, de waterbergingsopgave en de bijdrage voor de ecologie, voegt het pocketpark essentiële kwaliteit toe aan de locatie en draagt het bij aan het invullen van de duurzaamheidsopgaven. Daarnaast kan het een schakel zijn in het netwerk van pocketparken tussen de nabijgelegen hoogbouw. De aanleg van het pocket park kan bovendien gebruikt worden om meer bomen toe te voegen dan momenteel aanwezig zijn. Aangezien de gemeente de ambitie heeft om 5% meer kroonoppervlak te realiseren in 2030 is het noodzakelijk om te verkennen of de aanwezige bomen, zoals die op de binnentuin van het huidige KC-gebouw, behouden kunnen blijven. Ook in de stedelijke laag zijn er kansen voor vergroening door de aanleg van groene daktuinen. Eisen: • Natuurinclusief bouwen is verplicht, want het gaat om een grote ontwikkeling. De eis is om 6 punten te behalen op gevel/dak maatregelen, 4 punten op verblijfsmaatregelen en 6 punten in omgevingsmaatregelen.

• Betrek een ecoloog: Voor de toepassing van het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen is de inhuur van expertise van een ecoloog verplicht: • Bij hoogbouw (vanaf 50 meter) is in lijn met de Nota Haagse hoogbouw (RIS 298448) de eis dat minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag terugkomt als horizontale buitenruimtes, zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit en beperking opwarming. Beheer dient daarbij geregeld te zijn.

•

Voor de herinrichting van de openbare ruimte is conform Nota stadsnatuur (RIS 305824) de uitvoering van een Natuurkansenscan verplicht.

Ambities: • Platte daken lenen zich bij uitstek om groene daken te realiseren. De ecologische waarden van een groen dak worden hoger naarmate de substraatlaag dikker is. Minimale ecologische waarden kunnen worden bereikt met een substraatdikte van 15 cm of dikker. Zie voor vereisten voor groene daken pag. 54-55 van de Nota Stadsnatuur (RIS 305824). NB.: Potentiële ecologische waarden zijn te realiseren tot een maximale hoogte van 30 tot 50 meter, het dak van het middenbouwvolume (ANWB) en het dak van de stedelijke laag (RVB) zijn bij uitstek geschikt om te vergroenen. • Vanwege de hoogte van het gebouw van de ANWB (middenbouwvolume) leent het dak zich goed voor een hoogwaardige inrichting met een groen dak. Dit komt de biodiversiteit en de ecologische waarde ten goede. Het dak zal mogelijk ook meeuwen aantrekken. Voorzie het dak van een verhoogde dakrand, dan hebben meeuwen geen zicht op voetgangers en gebruikers van het pocketpark en kan overlast worden voorkomen. • Betrek een ecoloog bij het beplantingsplan voor het pocketpark om, uitgaande van de schaduwrijke situatie, optimaal in te zetten op biodiversiteit, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. • Voer een windhinderstudie uit voor het pocketpark zodat er met de resultaten rekening kan worden gehouden bij de inrichting (windhinderluwe plekken en beplantingsplan).

• Voer een bezonningsonderzoek zoek uit en houd hiermee rekening met de inrichting van het pocketpark. • NB: Groen aan de gevels zal geen tot weinig effect hebben op het verblijfsklimaat van het pocketpark op maaiveld.

Ontwerpprincipes: • Een ecoloog kan behoordelen welk type groen in hoogstedelijk gebied een bijdrage levert aan de biodiversiteit. Biodiversiteitswaarden zijn gekoppeld aan de afhankelijkheidsrelatie tussen soorten. Met andere woorden: de toepassing van inheemse beplanting heeft de voorkeur ten opzichte van uitheemse beplanting. De aanplant van clusters (dicht) struikgewas en bloemrijk grasland (Haagse bloemenmengsels) dragen bij aan de biodiversiteit. Een hogere biodiversiteitswaarde kan worden behaald door structuurrijke overgangen te creëren tussen bomen, struiken en grasland. Cruciaal vanwege de hoogbouw is de factor bezonning. Bloemrijk grasland heeft zon nodig. De beleidsuitgangspunten t.a.v. stadsnatuur zijn opgenomen in de Nota Stadsnatuur (RIS 305824). In deze nota zijn voor ontwerp vuistregels voor biotopen opgenomen. Klimaatadaptatie Vergroening is een van de meest effectieve matregelen op het gebied van klimaatadaptatie. Door het ontwerpprincipe ‘groen, tenzij’ te hanteren ontstaan veel infiltratie mogelijkheden om overlast van extreme neerslag en droogte tegen te gaan en het voorkomt opwarming door de aanwezigheid van meer schaduwplekken door bomen en verdamping. Daarom is zoveel mogelijk vergroenen van de buitenruimte op de KC-locatie een effectieve maatregel die meerdere doelen dient.

Extreme neerslag Op het plangebied zelf is wateroverlast een aandachtspunt voor de Utrechtse Baan, de Prinses Beatrixlaan en de binnentuin van het huidige KC-gebouw. Door wateropvang op publiek terrein, infiltratie in openbaar terrein en eventueel opvang in openbaar gebied kan wateroverlast door extreme neerslag tegengegaan worden.

Eisen: • Bij nieuwbouw stellen we de eis dat er 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is (RIS308745 Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig). Ambities: • Kijk of er zowel onder het pocketpark als op de platte daken met een krattensysteem gewerkt kan worden, gekoppeld aan zowel de bewatering van het groen als de hemelwaterafvoer. Zo kan het plot fungeren als water buffer. Ontwerpprincipes: • Groen, tenzij: Vergroening is één van de meest effectieve klimaatadaptieve oplossingen, omdat vergroening meerdere doelen dient: het vermindert wateroverlast, hitte én droogte. Vooral ontharden (‘stenen eruit’) en vergroenen (‘groen erin)’ zijn hierbij belangrijk. • Water vasthouden, bergen en gebruiken is het uitgangspunt. Pas als deze maatregelen niet voldoende mogelijk zijn, is vertraagd afvoeren van overtollig regenwater aan de orde. Hitte Hitte is in de huidige situatie een klein aandachtspunt. De aanleg van het pocketpark en vergroening zorgen voor een verbetering op hittestress. Ambities: • Als algemene ambitie streven we ernaar dat Den Haag in 2050 beter bestand is tegen hitte en dat: • De openbare ruimte en gebouwen hittebestendiger, en in samenhang groener en met een mix van schaduw en zon worden ontworpen, zodat een gezonde en aantrekkelijke

• •

leefomgeving ontstaat; De gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind via voorlichting en meer koele plekken; Vitale infrastructuur en hulpvoorzieningen blijven functioneren.

Ontwerpprincipes: • Zorg voor groene en schaduwrijke plekken in het pocket park en aan de Prinses Beatrixlaan en maak deze op hete dagen via koele routes voor verschillende doelgroepen goed bereikbaar. Schaduw door grote bomenkronen en gevelbeplanting voorkomt opwarming van verharde oppervlakten en biedt koelte. • Bij nieuwbouw is de ambitie dat we hitte-robuust bouwen: maak zon georiënteerde gevels warmtewerend en/of groen en voorkom dat koelsystemen de (verblijfs)ruimte in directe omgeving opwarmen. Zorg daarbij voor hittebestendige hoofdinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, elektriciteit etc. • De ambitie is om 40% van de buitenruimte in te richten middels groen, warmtewerende materialen en/of water; bij verblijfsplekken hanteren we een zon/schaduwverhouding van 50% - 50% op de hoogste stand van de zon op 21 juni om 14 uur. Droogte De ambitie is in Den Haag dat droogte in 2050 wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad via oplossingen in groen en bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem. Ook mag droogte niet leiden tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden. Ambities: • Bij nieuwbouw stellen we de eis dat 50% van de jaarneerslag (her)gebruikt wordt voor watervoorziening van groen of andere voorzieningen. Infiltratie in de bodem

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

43

is de tweede optie als groene maatregelen niet mogelijk zijn, mits de lokale grondwatersituatie dit toelaat. Ontwerpprincipes: • Droogresistente soorten groen worden gekozen. • Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten waterneutraal worden aangelegd, zodat negatieve effecten op de waterhuishouding worden voorkomen of gecompenseerd. Dit is het zogeheten standstill beginsel. Kansen om het watersysteem te verbeteren worden zo mogelijk benut. Gezondheid Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn, en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn: elkaar ontmoeten, ontspannen, uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, spelen, sporten), een goede milieukwaliteit (lucht, geluid), klimaatbestendigheid (hittestress en wateroverlast) en een goede toegang tot voorzieningen zoals een gezond voedselaanbod. Het pocketpark zorgt voor meer ruimte voor ontmoeting in de openbare ruimte. De aansluiting van het bouwensemble op omliggende wandel- en fietsroutes zorgt er voor dat lopen en fietsen gestimuleerd wordt.

Ook op gebouwniveau kunnen er maatregelen getroffen worden om gezond gedrag te bevorderen, bijvoorbeeld door de routing door het gebouw zo te ontwerpen dat de trap een logischere keuze is dan de lift en ook hier ruimte voor ontmoeting en ontspanning van werknemers te bieden. Eisen: • Zorg voor verblijfsplekken in het groene pocketpark • I.v.m. de nabijheid van de Utrechtsebaan (binnen 300m) is er op de locatie geen kinderdagverblijf mogelijk

44

NOTA VAN UITGANGSPUNTEN JULIANA VAN STOLBERGLAAN 1

Ambities: • Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de omgeving. Bijvoorbeeld door een goede zonering van functies in het gebouw of bouwkundige zonwering. • De openbare ruimte en gebouwen zijn toegankelijk voor mensen met een functiebeperking • Gezondheid wordt meegenomen op gebouwniveau en openbare ruimte niveau • Zorg voor goede luchtzuivering in de binnenruimtes van het gebouw. De lucht nabij de snelweg is namelijk vervuild door het verkeer. • Heb extra aandacht om hitte in het gebouw te voorkomen, omdat er geen ramen opengezet kunnen worden bij kantoorwerkzaamheden i.v.m. geluid van de snelweg. Ontwerpprincipes: • Biedt voldoende plekken voor verkoeling in de openbare ruimte door het toevoegen van groen en water. Voorkom opwarming van de binnenruimtes van het gebouw. • Creëer plekken in de openbare ruimte die uitnodigen om te sporten, bewegen en spelen • Zorg voor een goede functiemenging (wonen, werken, voorzieningen) zodat lopen en fietsen de voorkeur heeft boven gemotoriseerd vervoer • Goed gebruiksgroen op leefniveau is belangrijker voor gezondheid dan op het dak. • Overweeg een tapwatervoorziening voor gebruikers in de openbare tuin. • Kans/wens: BREEAM certificering beoordeelt gezondheid op gebouwniveau Energietransitie We zetten betekenisvolle en concrete stappen naar het doel van een klimaatneutrale stad in 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10970569/1