CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310829 Bijlage 1 Jaarverslag-De-Haagse-Scholen-2020

Commissie Samenleving 23 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken38.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De stijging van de afdracht voor ‘bestuur en dienstverlening aan scholen’ in 2020 staat hierboven toegelicht onder ‘doelmatigheid’. Aanvullend op de percentages gold tot en met 2020 nog een aparte allocatie van € 1 miljoen uit de Rijksbekostiging voor onderwijsachterstanden ten gunste van het solidariteitsfonds voor financiële knelpunten. Deze allocatie is ingericht in een perio­ de dat de bekostiging voor onderwijsachterstanden ruim bemeten was. In de jaren is echter sprake geweest van een aanzienlijke daling van deze bekostiging, waardoor het uitgangspunt achter deze allocatie niet meer correct is voor (een deel van) de scholen. Het bestuur heeft besloten deze aparte allocatie te laten vervallen vanaf 1 januari 2021, waardoor de reguliere herverdeling stijgt in 2021. Voor wat betreft de materiële bekostiging wordt structureel 55% op de totale bekos­ tiging in mindering gebracht voor de exploitatie van de schoolgebouwen (45,5%) en

onder de reguliere bekostiging het geval zou zijn geweest.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

44

2.5 Risico’s en risicobeheersing

Risicobeheerssysteem (B1)

inzet is gericht op het aantrekken en opleiden van zij-instromers als leerkracht.

Risicomanagement vormt een belangrijk onderdeel van de Planning en Control cyclus

In 2020 heeft dit ook geleidt tot een grotere instroom.

van De Haagse Scholen. Eens in de twee jaar wordt een uitgebreide risicoanalyse opge­ steld, voor het laatst in 2019. Op grond van deze risicoanalyse identificeren en wegen

•

Ontwikkeling leerlingaantal

we risico’s (kans en impact), bepalen we in hoeverre afdoende beheersmaatregelen

In het bestuursplan is het risico beschreven dat samenhangt met een begrote groei

zijn getroffen en berekenen we de benodigde omvang van het weerstandsvermogen

van de leerlingenaantallen. Een financieel risico ontstaat zodra tegenover onzekere

om risico’s af te dekken (zie ook hoofdstuk 3.3 Financiële positie onder reservepositie

baten in de begroting op grond van leerlingengroei, vaste verplichtingen worden

voor de kwantificering van de benodigde risicobuffer). De belangrijkste risico’s worden

aangegaan – zoals het aannemen van personeel. Ter beheersing van dit risico moni­

vervolgens geïntegreerd in de P&C cyclus. In het bestuursplan (meerjarenbegroting), de

toren we de leerlingenaantallen. De T-1 systematiek in de bekostiging geeft tijd voor

managementrapportages en in jaarverslagen wordt aandacht besteed aan risicoma­

eventuele bijsturing.

nagement en monitoren we de grootste risico’s. Per 1 oktober 2020 zien we een stabiel beeld ten opzichte van een jaar eerder in het

Belangrijkste risico’s en onzekerheden (B2)

leerlingaantal, maar wel 2% lager dan dat geraamd was in de begroting. Dit laatste

Hierin worden de belangrijkste risico’s en onzekerheden omschreven. Hieronder wordt

vraagt derhalve om een interventie die is doorgevoerd in de meerjarenbegroting van

kort ingegaan in hoeverre de risico’s uit het bestuursplan zich in 2020 manifesteren.

de scholen. Komende jaren blijft de verwachting dat de leerlingenaantallen blijven groei, en zal dus goede monitoring van belang blijven.

•

Lerarentekort Dit risico behoeft weinig uitleg meer en vormt tot op heden het grootste risico van

•

Invulling passend onderwijs, groei SO/SBO

De Haagse Scholen. Mogelijk kan de economische crisis de arbeidsmarkt veran­

Dit risico betreft de toenemende stroom doorverwijzingen naar het SO en SBO,

deren. In de instroom en uitstroom aantallen van leerkrachten zien we dat het

waar onvoldoende ruimte is om deze leerlingen te accommoderen. Ook leidt de

lerarentekort nog niet is afgenomen, maar dit jaar ook niet is gegroeid. De stand van

groei tot steeds meer uitgaven van het samenwerkingsverband aan (duurdere) SO

zaken rondom de belangrijkste beleidsmaatregelen wordt omschreven in paragraaf

en SBO-scholen, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisonder­

2.2 van het jaarverslag. De belangrijkste centrale maatregel die De Haagse Scholen

steuning en arrangementen in het reguliere onderwijs. Onvoldoende invulling van

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

passend onderwijs op reguliere basisscholen kan vervolgens weer tot meer doorver­

•

45

Naleving aanbestedingsregelgeving

wijzingen leiden. Indien financiële tekorten ontstaan bij de samenwerkingsverban­

Dit risico betreft mogelijke onrechtmatigheden in de verantwoording en juridische

den, dragen de deelnemende besturen daarvoor het financieel risico. De reserves

geschillen met benadeelde leveranciers. In 2020 was door krapte op de arbeids­

van SPPOH (samenwerkingsverband PO Haaglanden) zijn vooralsnog echter ruim

markt lange tijd sprake van onderbezetting van de inkoopformatie, net als in

toereikend.

voorgaande jaren. Hierdoor zijn achterstanden opgelopen in de inkoopplanning die tijd kosten om weer in te lopen. Inmiddels is een (senior) inkoper aan de slag. Om

De leerlingenaantallen in de SBO en SO-scholen zijn in 2020 toegenomen, ongeveer

de functie minder kwetsbaar te maken en opgelopen achterstanden in te lopen, is

in lijn met de begrote verwachtingen. De groei is wel minder groot dan in eerdere

daarnaast ook een junior inkoper/contract beheerder aan de formatie toegevoegd.

jaren. De komende jaren wordt een stagnatie verwacht in de groei van de leerlingen­

Uit de spendanalyse op bovenschools niveau komen beperkte onrechtmatigheden

aantallen. De Haagse Scholen streeft naar thuisnabij onderwijs waar zoveel mogelijk

naar voren, deze vallen binnen de controletoleranties, mede doordat op boven­

leerlingen thuis zijn op reguliere basisscholen. Het beleid rondom het thema

schools niveau de schoonmaak wederom rechtmatig is aanbesteed. Om de on­

Passend Onderwijs van De Haagse Scholen is opgenomen in paragraaf 2.1 van dit

rechtmatigheden ook komende jaren onder controle te houden, dienen aflopende

jaarverslag.

contracten tijdig aanbesteed te worden. Hiervoor wordt een aanbestedingskalender opgesteld en tot uitvoering gebracht. Ook zijn er rechtmatigheidsrisico’s op school­

•

Juridisering

niveau. In 2020 is op schoolniveau een van de grote inkoopcategorieën “inhuur

Het juridiseren van de samenleving laat een doorwerking in het onderwijsveld zien

onderwijzend personeel” wederom rechtmatig aanbesteed. De komende periode

en daarmee vormt dit een risico voor De Haagse Scholen. Het voeren van juridische

zullen een aantal andere inkoop categorieën aandacht krijgen. Ook wordt ingezet op

procedures is voor een organisatie als De Haagse Scholen onvermijdbaar. Enerzijds

het neerzetten van een completer contractenregister.

omdat De Haagse Scholen jaarlijks honderden besluiten neemt als bestuursorgaan (denk aan toelatings-, schorsings- en verwijderingsbesluiten), anderzijds omdat De

•

Privacy-/ gegevensbescherming

Haagse Scholen een grote organisatie is met veel betrokken partijen waarbij geschil­

Vanzelfsprekend heeft de coronacrisis gevolgen gehad voor de uitwerking van het

len eerder een juridische lading krijgen. Daarnaast is een trend te zien dat controle­

privacy- en AVG-dossier. Ten gevolge van de coronacrisis heeft het digitaal leren en

rende instanties meer bevoegdheden krijgen om te controleren en te handhaven.

werken een vlucht genomen. De stroomversnelling waarmee we zijn gaan digi­

Het gevolg is dat De Haagse Scholen financiële middelen in moet zetten, het risico

taliseren heeft geleid tot meer digitale applicaties. Met alle leveranciers van deze

op beboeting door controlerende instanties toeneemt en een hogere werkdruk kan

applicaties dienen afspraken gemaakt te worden over de omgang met privacy. In

worden ervaren bij de betrokken medewerkers. Door stroomlijning van procedures

2020 is er veel aandacht besteed aan het afsluiten van overeenkomsten met leve­

en aannemen van gespecialiseerde capaciteit op het bestuurskantoor wordt beoogd

ranciers. Daarnaast heeft de snel toegenomen digitalisering geleid tot meer (zware)

het risico te verkleinen. In hoofdstuk 1, onder klachtenbehandeling wordt ingegaan

datalekken. Het afgelopen jaar hebben er vier plaatsgevonden, die allemaal gemeld

op de klachten en bezwaren die De Haagse Scholen in 2020 heeft ontvangen.

dienden te worden bij de externe toezichthouder, welke geen reden zag tot handha­ ving (sancties).

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Jaar

Datalekken

Meldingen toezichthouder

2018

7

2

2019

2

1

2020

4

4

46

De geplande bouw voor de Annie M.G. Schmidtschool is in 2020 aanzienlijk ver­ traagd als gevolg van het feit dat de gemeente gedurende de coronacrisis alle bezwaarprocedures op de vergunningverlening heeft aangehouden. •

Toename van onderwijsachterstanden De coronacrisis heeft geleid tot een nieuw risico dat nog niet was opgenomen in het bestuursplan. De lockdown periode met de sluiting van scholen ging gepaard met

Tabel: datalekken DHS

onderwijs op afstand en noodopvang. Niet voor alle leerlingen bleek het digitale onderwijsaanbod op afstand, begeleid door ouders, even effectief. Het Rijk biedt

•

Verder is er een standaard inschrijfformulier voor scholen vervaardigd, een flex-

ondersteuning aan in de vorm van subsidie voor extra onderwijsaanbod aan deze

en thuiswerkbeleid opgesteld en het autorisatiebeleid aangescherpt. In 2021 zal

leerlingen door de scholen (subsidie voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s).

de focus vooral liggen bij het verder in kaart brengen van gegevensverwerkingen,

De exacte effecten op leerprestaties en de sociaal-emotionele ontwikkeling worden

afspraken maken met leveranciers, doorontwikkelen van Esis, samenwerken met

nog in kaart gebracht. Dit moet het beeld scherper krijgen in hoeverre ook op be­

andere schoolbesturen en uitwerking van regels rondom cameratoezicht.

stuursniveau aanvullende interventies nodig zijn.

Nieuwbouw en renovatie Bouwprojecten zijn een van de grootste financiële risico’s voor De Haagse Scho­ len vanwege hun omvang en complexe, slecht beheersbare omgeving met diverse actoren die vaak tegenstrijdige belangen nastreven. Bovendien staat de regelgeving niet toe dat we eigen (Rijks) middelen aanwenden voor nieuwbouw van scholen, wat kan leiden tot onrechtmatige bestedingen in de verantwoording. Gekoppeld aan het projectmanagement worden de afzonderlijke projecten gemonitord middels projectrapportages. Nadat in 2019 de aannemer voor de nieuwbouw van de Galvanischool failliet is gegaan, wat leidde tot meerkosten ten laste van De Haagse Scholen, is er in 2020 een nieuwe tegenvaller in het project. De gemeente heeft een rechtszaak van omwonenden tegen de bouwvergunning verloren, waardoor het project geheel stil is komen te liggen. Dit gaat leiden tot meerkosten van aannemer en adviseurs. Het gesprek met de gemeente over dekking van meerkosten liep nog bij het opstellen van dit jaarverslag, maar De Haagse Scholen gaat uit van een verlies op het project.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

47

Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de financiële staat van het bestuur. Het geeft de belangrijkste financiële gegevens weer en is los van de jaarrekening te lezen. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspec­ tief, de tweede paragraaf geeft een analyse van de staat van baten en lasten en de balans en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van het bestuur aan bod. Aangezien er geen sprake is van (begrote) majeure investeringen en volledige doordecentralisatie in de huisvesting, worden de meerjarige ontwikkelingen gepresen­ teerd voor de komende drie jaar.

3.

Verantwoording van de financiën

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

48

3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief (A1)

Meerjarige ontwikkeling leerlingenaantallen

onzekere factoren zijn deze ramingen onzeker, evenals de daarvan afhangende meer­ jarige baten in onderstaande staat van baten en lasten.

1-10-2019

1-10-2020

1-10-2021

1-10-2022

1-10-2023

13.295

13.277

13.295

13.315

13.335

SBO

530

539

550

550

550

SO/VSO

952

977

975

980

981

14.777

14.793

14.820

14.845

14.866

Basisonderwijs

Totaal aantal LLN

De ontwikkeling van de leerlingenaantallen is afhankelijk van een groot aantal lokale

De afgelopen jaren is het aantal leerlingen in (V)SO en SBO-scholen hard gestegen, maar vanaf schooljaar 2021/2022 is de verwachting dat deze groei stagneert. Dit hangt samen met het feit dat het aantal plaatsen op deze scholen bijna volledig gevuld is.

Formatie-ontwikkeling in FTE Formatie

Realisatie

Begroting

De Haagse Scholen

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

bouwprojecten in de omgeving, aantrekkelijkheid van de school voor ouders, andere

Directie/ MT

86,6

83,6

81,4

79,1

78,8

78,6

78,5

scholen in de omgeving) en daarmee ook zeer divers van aard. De Haagse Scholen

Onderwijzend personeel

991,2

976,8

970,4

953,1

923,3

914,2

907,7

Ondersteunend personeel

330,6

389,4

423,5

429,3

412,7

407,9

406,7

staande meerjarige prognose van de leerlingaantallen is gebaseerd op de opgetelde ramingen van schoolleiders voor de eigen school. Na deze ramingen heeft de gemeente

Eindtotaal

1408,4

1449,8

1475,3

1461,6

1414,9

1400,7

1392,9

factoren per school (demografische ontwikkeling in de wijk, aanwezigheid van nieuw­

kende de laatste jaren een groei, en de (meeste) scholen verwachten dat deze ook in de komende jaren doorzet op basis van hun ligging en eigen leerlingenpopulatie. Boven­

Den Haag begin 2021 haar leerlingenprognoses uitgebracht. De komende jaren verwacht de gemeente op basis van demografische gegevens een beperkte krimp in de leerlingenaantallen op de basisscholen in de stad. Op bestuursniveau is derhalve

Onder Directie/ MT staan naast de schoolleiders ook de leden van het college van

in bovenstaande cijfers een correctie op de leerlingenramingen van de basisscholen

bestuur en de bovenschoolse directeuren vermeld. De formatie van het ondersteunend

doorgevoerd omwille van een voorzichtig begrotingsbeeld. Gelet op het grote aantal

personeel neemt meerjarig toe als gevolg van de (toenemende) werkdrukmiddelen en

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

ook onder druk van het lerarentekort. Vaker wordt ondersteunend personeel aangesteld indien het niet lukt om onderwijzend personeel te vinden. Het onderwijzend personeel lijkt min of meer stabiel gebleven in 2020 (t.o.v. 2019), maar de komende jaren wordt een afname verwacht. Deze is vooral begroot bij scholen waar zich krimp voordoet in de leerlingenaantallen. Scholen met leerlingengroei zijn behoedzaam geweest in het begroten van formatiegroei. De uitstroom als gevolg van pensionering zal lastig te ver­ vangen zijn als gevolg van de krappe arbeidsmarkt. Bij een groeiend aantal leerlingen, betekent dit gemiddeld grotere groepen en een toename van de werkdruk. Inzet vindt plaats op het werven en opleiden van zij-instromers. In bovenstaande formatieve ramingen vanaf 2021 zijn de effecten op de formatie van recent toegekende incidentele subsidies (waaronder de regeling ‘Extra handen in de klas’ en ‘Noodplan lerarentekort’ nog niet meegenomen. Dit geldt ook voor het Natio­ naal Programma Onderwijs. Op basis van een (grove en onzekere) raming zou in school­ jaren 2021/22 en 2022/23 52 fte aan formatieruimte voor onderwijzend personeel beschikbaar kunnen komen, en 68 fte ondersteunend personeel. In de krappe arbeids­ markt zal de daadwerkelijke werving van dergelijke aantallen een uitdaging vormen.

49

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

50

3.2 Staat van baten en lasten en balans (A2)

In het hoofdstuk financieel beleid zijn de belangrijkste begro­

Figuur: Staat van baten en lasten

tingsverschillen in 2020 met een effect op het resultaat reeds

(*1.000,-)

2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

2021

2022

2023

Verschil 2020 -begr

Verschil 2020 2019

Rijksbijdragen

€ 115.355

€ 117.282

€ 121.639

€ 129.971

€ 137.209

€ 130.918

€ 4.357

€ 6.284

Overige bijdragen overheid en subsidies

€ 10.255

€ 9.130

€ 10.791

€ 9.294

€ 9.273

€ 8.198

€ 1.661

€ 536

Overige baten

€ 5.043

€ 4.030

€ 4.333

€ 6.097

€ 4.839

€ 4.846

€ 303

€ -710

Toelichting ontwikkeling baten

Totaal baten

€ 130.654

€ 130.442

€ 136.763

€ 145.362

€ 151.320

€ 143.962

€ 6.321

€ 6.108

De grootste ontwikkeling die zichtbaar is in de cijfers van 2020

Lasten Personeelslasten

€ 106.896

€ 113.783

€ 112.658

€ 121.498

€ 125.858

€ 120.641

€ -1.125

€ 5.762

zoals de G5 subsidie voor zij-instroom en de subsidie voor In­

Afschrijvingen

€ 2.584

€ 2.577

€ 2.732

€ 2.670

€ 2.676

€ 2.615

€ 155

€ 148

haal en ondersteuningsprogramma’s. Ook was er meer groei­

Huisvestingslasten

€ 10.951

€ 10.186

€ 10.882

€ 10.894

€ 10.714

€ 10.797

€ 696

€ -69

bekostiging in 2020 dan eerdere jaren, is de bekostiging voor

Overige lasten

€ 8.752

€ 7.918

€ 8.907

€ 10.827

€ 12.755

€ 11.256

€ 989

€ 154

Totaal lasten

€ 129.184

€ 134.464

€ 135.179

€ 145.889

€ 152.003

€ 145.310

€ 715

€ 5.995

benoemd. In de jaarrekening wordt dieper ingegaan op de verschillende onderscheiden posten van de balans en de staat van baten en lasten, mede in vergelijking met 2019. In de hier­ naast afgebeelde staat van baten en lasten wordt de financiële realisatie afgezet tegen de begroting 2020 en vergeleken met de realisatie van 2019. Ook zijn meerjarige begrotingscijfers opgenomen van 2021 tot 2023.

is de grote toename van de Rijksbijdragen. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door nieuwe (meerjarige) subsidies,

leerlingen van vreemdelingen/asielzoekers toegenomen, was er extra basisondersteuning en zijn meer zorgarrangementen

Baten

toegekend door het samenwerkingsverband. Daarbij was ook

Saldo

de indexatie van de Rijk hoger dan begroot, ondermeer door

Saldo baten en lasten

€ 1.470

€ -4.022

€ 1.584

€ -527

€ -683

€ -1.347

€ 5.606

€ 113

Saldo financiële baten en lasten

€ 13

€ -31

€ -80

€ -31

€ -6

€ -6

€ -49

€ -93

€ 1.483

€ -4.053

€ 1.504

€ -558

€ -689

€ -1.353

€ 5.557

€ 21

een correctie die het Rijk heeft doorgevoerd in de bekostiging. De komende jaren zullen de extra (doel-)subsidies van het Rijk aanhouden, en zelfs nog toenemen.

Totaal resultaat

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

51

Onder de overige bijdragen worden de gemeentelijke subsidies gepresenteerd.

Afschrijvingslasten zijn min of meer conform begroting en 2019. De Haagse Scholen

Die zijn hoger dan geraamd vanwege gemeentelijke cofinanciering op de G5 subsidie

hanteert een decentraal investeringsbeleid waarbij scholen hun investeringen meerjarig

voor zij-instroom en niet begrote bijdragen voor Klassewerk. De komende jaren

begroten in een eigen meerjarig investeringsplan. Huisvestingslasten zijn hoger dan

verwachten we gemeentelijke bezuinigingen.

begroot als gevolg van extra schoonmaaklasten (zowel als gevolg van corona, als een structurele tariefsverhoging als gevolg van een nieuwe aanbesteding). Ook tarieven voor

De overige baten waren te voorzichtig begroot door de scholen. Diverse bijdragen zijn

energie (gas, elektra) zijn fors gestegen. De huisvestingslasten dalen echter meerjarig

ontvangen in het kader van de Coronacrisis. Vanaf 2021 zijn hier bovendien nieuwe

vanaf 2019 door dalende uitgaven aan (klein) onderhoud door de scholen.

baten opgenomen voor het G5 programma ‘noodplan lerarentekort’ (meerjarig), ‘Extra handen in de klas’ (2021). Dit zijn Rijksbijdragen, maar worden ontvangen via penvoer­

In de overige lasten zijn naast een interne administratieve correctie (waarbij externe

der Lucas Onderwijs. De Haagse Scholen ontvangt geen (onderzoeks-)subsidies van

dienstverlening vanaf 2020 hier wordt geboekt in plaats van onder personeelskosten)

NWO. ‘Last but not least’ is een meerjarige stelpost opgenomen onder de Rijksbijdra­

extra bestedingen aan ICT en (digitale) onderwijslespakketten zichtbaar. De stijgingen

gen voor het Nationaal Programma Onderwijs (2021, 2022, 2023). Op het moment dat

van de overige lasten vanaf 2021 worden verklaard door het Nationaal Programma

het jaarverslag is samengesteld was nog veel onbekend ten aanzien van dit programma.

Onderwijs.

Uit de beperkte gegevens is een schatting gemaakt van € 14,7 miljoen aan extra baten voor de komende twee schooljaren. De opgenomen ramingen met betrekking tot dit programma zijn echter zeer onzeker.

Toelichting ontwikkeling lasten De personeelslasten zijn in totaal gestegen ten opzichte van vorig jaar als gevolg van de nieuwe CAO PO 2019/2020. Naast 4,5% salarisstijging was ook sprake van een aanzien­ lijke eenmalige uitkering voor het personeel in februari 2020. Dit was ook de verklaring voor het negatief begrote resultaat in 2020, aangezien de dekking voor deze extra bestedingen door het Rijk voor een groot deel was verstrekt in 2019. Uiteindelijk is min­ der uitgegeven dan begroot was in de personeelslasten. Aan salarislasten is juist meer uitgegeven (meer formatie dan begroot, en extra eindejaarsuitkering), maar uitzend­ kosten/inhuur en kosten voor opleiding en training waren als gevolg van de coronacrisis aanzienlijk lager dan begroot (en ook 2019). Naar verwachting stijgen deze weer vanaf 2021 in het meerjarige beeld. Ook verwachten we extra personele lasten als gevolg van de verschillende nieuwe doelsubsidies van het Rijk. In het bijzonder het Nationaal Programma Onderwijs zal naar verwachting zorgen voor aanzienlijke stijgingen van de personele lasten vanaf 2021, in eigen formatie en externe inhuur.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

52

Figuur: Balans in meerjarig perspectief Balans

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroot 2021

Begroot 2021

Begroot 2022

Begroot 2023

materiële vaste activa in 2020 vindt plaats doordat investeringen die gepland waren voor 2020 deels niet zijn doorgegaan en uitgesteld naar 2021. Na 2021 zijn de meeste

Vaste activa Immateriële vaste activa

De meeste activa betreffen ICT hardware en Onderwijslespakketten. De daling in de

-

-

Materiële vaste activa

13.666

12.999

Financiële vaste activa

-

-

13.666

12.999

-

investeringen verricht en daalt de waarde van deze activa door afschrijvingen.

-

-

-

14.391

13.690

12.141

-

-

-

voor de nieuwbouw voor de Helen Parkhurst school is deze post aanzienlijk gedaald in

14.438

14.391

13.690

12.141

2020. In 2023 vervalt de permanente vordering op de Rijksoverheid als gevolg van de

-

-

-

-

-

14.282

9.459

9.500

9.000

9.000

6.000

-

-

-

-

-

-

Liquide middelen

13.728

20.468

11.389

19.438

19.428

18.954

Totaal vlottende activa

28.010

29.927

20.889

28.438

28.428

24.954

Totaal activa

41.676

42.926

35.326

42.829

42.118

37.095

Totaal vaste activa

14.438

Vlottende activa Voorraden Vorderingen Effecten

Belangrijkste onderdeel binnen de vorderingen zijn lopende huisvestingsprojecten die nog met de gemeente afgerekend moeten worden. Door de gemeentelijke betalingen

aanpassing van het betaalritme met de invoering van de vereenvoudigde bekostiging. De toename in de voorzieningen in 2020 hangt grotendeels samen met een hogere dotatie voor onderhoud dan dat er uitgaven waren aan onderhoud. In de stand van de voorzieningen in 2023 is als gevolg van de benodigde herziening van de voorziening voor groot onderhoud ten laste van de algemene reserve een verhoging doorgevoerd, bij wijze van schatting. Hiervoor moet nog een nieuw meerjarig onderhoudsplan worden opgesteld. Het eigen vermogen stijgt door het resultaat in 2020, en daalt weer door het begrote verliezen in de volgende jaren en door de twee hierboven genoemde administratieve

Passiva

correcties in 2023. Het positieve financiële resultaat in 2020 is ook de verklaring voor de

Eigen vermogen: publiek

19.432

20.936

17.119

20.378

19.689

11.335

Eigen vermogen: privaat

6

6

6

6

6

6

stroom, Noodplan lerarentekort, Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s) waarvoor

9.726

11.314

5.597

11.289

11.289

15.289

een groot deel van de bestedingen pas later zullen volgen. De kortlopende schulden

Langlopende schulden

-

-

-

-

-

-

Kortlopende schulden

12.513

10.670

12.605

11.157

11.134

10.464

Totaal passiva

41.676

42.926

35.326

42.829

42.118

37.095

Voorzieningen

toename van de liquide middelen in 2020, samen met uitgekeerde subsidies (G5 zij-in­

zijn door deze nieuwe meerjarige subsidies ook toegenomen, ondanks een versnelling in betalingen die is doorgevoerd in 2020 (vanwege de negatieve rentestand) waardoor bedragen aan af te dragen loonheffing, sociale premies en pensioenpremie aanzienlij­ klager zijn dan in 2019.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

53

3.3 Financiële positie

Kengetallen De financiële kengetallen getuigen allen van een gezonde bedrijfsvoering met voldoende

Kengetal

waarborgen voor de bedrijfscontinuïteit in de komende jaren. Negatieve scores op rentabiliteit in 2022 en 2023 zijn vanwege de ruime reservepositie geen risico of probleem voor De Haagse Scholen. Kengetal

Realisatie Realisatie 2019 2020

2021

2022

2023

Signalering

Solvabiliteit (eigen vermogen +voor­ zieningen / totale passiva)

0,70

0,75

0,74

0,74

0,72

Ondergrens: <0,30

Liquiditeit (vlottende activa/kort vreemd vermogen)

2,24

2,80

2,55

2,55

2,38

Ondergrens: <0,75

Rentabiliteit (resultaat/totale baten)

0,01

0,01

0,00

0,00

-0,01

Afhankelijk van reserve­ positie van het school­ bestuur.

Realisatie Realisatie 2019 2020

2021

2022

2023

Signalering

Signaleringswaarde ondergrens reserv­e (eigen vermogen/totale baten)

0,15

0,15

0,14

0,13

0,08

Ondergrens: <0,05

Signaleringswaarde bovengrens eigen vermogen

0,963

1,056

0,941

0,927

0,586

Bovengrens: > 1,0

Reservepositie In 2020 heeft de Rijksoverheid een nieuwe indicator geïntroduceerd voor de maxima­ le omvang van reserves van schoolbesturen. In bovenstaande tabel is de meerjarige score op deze indicator weergegeven. Zichtbaar wordt dat De Haagse Scholen eind 2020 net boven de bovengrens zit. De komende jaren dalen we echter weer onder deze signaleringswaarde door negatief begrote resultaten. Daarbij is in 2023 ook (indicatief) verwerkt dat de herziening van de voorziening groot onderhoud en het afschrijven van de permanente vordering op de Rijksoverheid naar aanleiding van de vereenvoudigde (kalenderjaar) bekostiging zal leiden tot een forse daling van het eigen vermogen.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

De Haagse Scholen acht deze indicator voor eigen doelstellingen niet goed bruikbaar en maakt gebruik van een meer verfijnde systematiek om de benodigde reservepositie vast te stellen op grond van risicoanalyse. Deze maakt onderscheid tussen algemene reserves op schoolniveau en de bestuurlijke algemene reserve. Voor de scholen hanteert De Haagse Scholen een algemene richtlijn dat deze zich moeten bevinden binnen een bandbreedte van 5% en 10% van de personele bekostiging. Een dergelijke financiële buffer is toereikend om de impact op te kunnen vangen van optredende financiële risico’s in de reguliere bedrijfsvoering van een school. De bestuurlijke algemene reserve is bedoeld voor het afdekken van strategische risico’s, met veelal een omvangrijke financiële impact en/of een relatief lage kans van optreden en valt onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De benodigde omvang wordt berekend aan de hand van een tweejaarlijkse risicoanalyse. In de loop van 2019 is voor het laatst de benodigde omvang van het weerstandsvermo­ gen bepaald. Uit deze berekening volgde dat het benodigde weerstandsvermogen van bestuur en scholen bij elkaar opgeteld minimaal € 5,7 miljoen (ondergrens) en maximaal € 15,0 miljoen (bovengrens) dient te bedragen. Als gevolg van het resultaat in 2020 stijgt de algemene reserve met € 20,9 miljoen ruim boven deze bovengrens.

De komende jaren daalt het begrote weerstandsvermogen naar een positie binnen deze bandbreedte, door begrote negatieve resultaten en door de effecten van de nieuwe voorziening groot onderhoud en de afschrijving van de permanente vordering op het Rijk.

54

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Deel II Jaarrekening

55

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

56

Balans

Bedragen x € 1.000 Activa

Realisatie 31/12/2020

Begroting 31/12/2020

Realisatie 31/12/2019

1.2

Materiële vaste activa

12.999

14.436

13.666

1.5

Vorderingen

9.459

10.557

14.282

1.7

Liquide middelen

20.468

9.554

13.728

Totaal activa

42.926

34.547

41.676

De verschillen in de balansposten tussen enerzijds de realisatie en begroting per 31-12-2020 en anderzijds de realisatie 2019 zijn op hoofdlijnen als volgt: •

boekwaarde van de activa met bijna € 0,7 mln. afgenomen ten opzichte van 2019. •

Realisatie per 31/12/2020

Begroting 31/12/2020

Realisatie per 31/12/2019

2.1

Eigen Vermogen

20.941

15.385

19.438

2.2

Voorzieningen

11.314

6.500

9.726

2.4

Kortlopende schulden

10.670

12.662

12.513

Totaal passiva

42.926

34.547

41.676

De post vorderingen is in 2020 fors afgenomen met € 5 mln. en dat is in het bijzon­ der het gevolg van het ontvangen voorschot voor de Helen Parkhurst nieuwbouw­ project. Hiervan is in januari 2020 € 3,2 mln. ontvangen.

• Passiva

Materiele vaste activa; door minder investeringen en meer afschrijvingen is de

Liquide middelen; de mutatie in de post liquide middelen is feitelijk het saldo van alle andere balansmutaties en wordt in het kasstroomoverzicht van de jaarrekening gespecificeerd. Het saldo is per 31-12-2020 fors toegenomen met €6,7 mln tot € 20,5 mln. Dit komt onder andere door een ontvangen voorschot voor het Helen Parkhurst project van € 3,2 mln.

•

Eigen vermogen; de toename van deze post ten opzichte van 2019 is het gevolg van het positieve resultaat in 2020.

•

Voorzieningen; deze post bestaat uit meerdere voorzieningen met ieder hun eigen dynamiek en karakter. In de jaarrekening worden de mutaties en ontwikkelingen per voorziening toegelicht. De verdere toename van deze post per 31-12-2020 is voor­

Een balans per 31 december is altijd een momentopname en kan als gevolg van

namelijk toe te schrijven aan de voorziening groot onderhoud gebouwen. Als gevolg

incidentele posten op de balansdatum afwijken van een begroting of realisatie van

het opstellen van de nieuwe meerjaren onderhoudsbegroting (MOB) is de omvang

een voorgaand jaar. In de jaarrekening 2020 van dit verslag worden de verschillende

van de voorziening verder toegenomen.

onderdelen van de balans toegelicht.

•

Kortlopende schulden; deze zijn per saldo in 2020 afgenomen met € 2,0 mln., voornamelijk door het versneld afdragen van loonheffing en pensioenpremies.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Staat van baten en lasten

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020

Begroting 2020

Realisatie 2019

3.1

Rijksbijdragen

121.639

117.282

115.355

3.2

Overige overheidsbijdragen en subsidies

10.791

9.130

10.255

3.5

Overige baten

4.333

4.030

5.043

136.763

130.442

130.654

Lasten 4.1

Personeelslasten

112.658

113.783

106.896

4.2

Afschrijvingen

2.732

2.577

2.584

4.3

Huisvestingslasten

10.882

10.186

10.951

4.4

Overige lasten

8.907

7.918

8.752

135.179

134.464

129.184

1.584

-4.022

1.470

-80

-31

13

1.504

-4.053

1.483

Totaal lasten Saldo baten en lasten 5

Financiële baten en lasten

Totaal resultaat

beter dan voor 2020 begroot en ook beter dan de verwachting vermeld in de 8-maandsrapportage 2020.

Baten

Totaal baten

Het financieel resultaat 2020 bedraagt € 1,5 mln. positief en dat is veel

In de afschrijvingslast van € 2,7 mln. is ook het boekverlies op desinvesteringen (€ 130k) verwerkt.

57

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Voorstel resultaatbestemming

Door het College van Bestuur zal aan de Raad van Toezicht worden voorgesteld het gerealiseerde resultaat als volgt te bestemmen: Resultaatbestemming

Resultaat 2020

Resultaat 2019

2.1.1

Algemene reserve publiek

1.684.747

1.443.530

2.1.3

Bestemmingsreserve (privaat)

840

5.315

2.1.6

Herwaarderingsreserve eerste waardering activa

-181.879

34.026

1.503.708

1.482.871

Totaal Resultaat

De voorgestelde resultaatbestemming is al in de balans van 31 december 2020 verwerkt.

58

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

59

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de herkomst en besteding van liquide middelen in de periode van 01-01-2020 t/m 31-12-2020. In die periode is de post liquide middelen met € 6.740.172 toegenomen tot € 20.467.984 31/12/2020

31/12/2019

Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten

Ontvangen interest 1.583.848

1.469.641

Totaal kasstroom uit operationele activiteiten

Aanpassing voor: Afschrijvingen boekverlies desinvesteringen materiele activa Mutaties voorzieningen

Betaalde interest

31/12/2020

31/12/2019

-

14.266

-80.140

-1.035

-80.140

13.231

8.804.790

793.974

2.601.615

2.501.379

130.191

82.821

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

1.588.446

1.679.151

Investeringen in materiële vaste activa

-2.064.618

-3.250.197

4.320.252

4.263.350

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten

-2.064.618

-3.250.197

Totaal kasstroom

6.740.173

-2.456.223

Stand liquide middelen per eind voorgaand boekjaar

13.727.811

16.184.035

Stand liquide middelen per eind boekjaar

20.467.984

13.727.811

Mutatie liquide middelen

6.740.172

-2.456.224

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Veranderingen in werkkapitaal: Vorderingen

4.823.302

-4.297.998

Schulden

-1.842.473

-654.250

2.980.829

-4.952.248

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

60

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Algemeen

zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer in de balans

De Regeling jaarverslaggeving onderwijs is van toepassing. Bij het opstellen van de

opgenomen vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van

jaarrekening zijn de wettelijke voorschriften betreffende de jaarrekening van het Burger­

waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid

lijk Wetboek, Titel 9, boek 2 en de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ)

van de bepaling van de waarde.

toegepast, met in het bijzonder RJ 660 voor onderwijsinstellingen. Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering Activa en passiva worden tegen nominale waarde opgenomen, tenzij anders vermeld in

van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief

de verdere grondslagen.

of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermin­

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekom­

dering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een

stige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan

actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de

betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen

omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het

De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking heb­

bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

ben. Baten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de handelsgoederen zijn overgedragen aan de koper. Bij de bepaling van het resultaat

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie

wordt onder andere rekening gehouden met het voorzichtigheidsprincipe, het mat­

(met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering

chingprincipe en het realisatieprincipe. Onder resultaat wordt verstaan het resultaat van

in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.

het bevoegd gezag inclusief de financiële baten en lasten. Het resultaat is in de balans verwerkt conform de in de jaarrekening opgenomen resultaatbestemming.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een trans­ actie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van

of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde

de stichting.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

De waarderingsgrondslagen zijn gedurende het verslagjaar niet gewijzigd.

worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering

De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in

61

de staat van baten en lasten, worden direct toerekenbare transactiekosten bij de eerste De corona crisis (pandemie) beïnvloed de onderwijsactiviteiten van de entiteit, maar

waardering direct verwerkt in de staat van baten en lasten.

zorgt er niet voor dat er sprake is van financiële discontinuïteit. De Haagse Scholen heeft verder voldoende inzicht in en grip op de financiële impact van de corona crisis.

De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief

Dit wordt toegelicht op de gebruikelijke plaatsen in het bestuursverslag.

kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed

Gebruik van schattingen

geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van in de balans opgenomen financiële instrumenten verantwoord

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt

onder kasmiddelen, kortlopende vorderingen en kortlopende schulden benadert de

en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van

boekwaarde daarvan.

grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Her­ zieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

Financiële instrumenten De stichting maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instru­ menten. Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsver­ plichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumen­ ten opgenomen: overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. De stichting heeft geen in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

62

Materiële vaste activa

Op de materiële vaste activa die zijn aangeschaft vóór 1 januari 2010 wordt jaarlijks

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met cumu­

(tot het einde van de afschrijvingstermijn) afgeschreven waarbij tegelijkertijd eenzelfde

latieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen

bedrag uit de herwaarderingsreserve eerste waardering activa via de resultaatverdeling

verliezen. De kostprijs van de materiële vaste activa bestaat uit de verkrijgings- of

ten gunste van de algemene reserve publiek wordt gebracht. Op deze investeringen

vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen

wordt afgeschreven volgens de lineaire methode zonder restwaarde. Er wordt uitge­

noodzakelijk voor het beoogde gebruik.

gaan van een verwachte restwaarde van € 0.

De lineaire afschrijvingen vinden plaats op basis van de verwachte gebruiksduur en de

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

eventuele restwaarde. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen

het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij desinvestering.

zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De reali­ seerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde.

De volgende afschrijvingstermijnen en afschrijvingspercentages worden gehanteerd:

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt Item

Categorie

OLP (onderwijsleerpakket)

een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de

Termijn

%

1.2.3. Andere vaste bedrijfsmiddelen

8 jaar

12,5%

Meubilair

1.2.2. Inventaris en apparatuur

20 jaar

5%

Bureaustoelen

1.2.2. Inventaris en apparatuur

10 jaar

10%

ICT-apparatuur

1.2.2. Inventaris en apparatuur

5 jaar

20%

actief geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardevermin­

ICT-bekabeling

1.2.2. Inventaris en apparatuur

15 jaar

6,67%

deringsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde

Gymzaal inrichting

1.2.2. Inventaris en apparatuur

10-20 jaar

5 – 10%

Speellokaal inrichting

1.2.2. Inventaris en apparatuur

8 jaar

12,5%

Vervoermiddelen

1.2.2. Inventaris en apparatuur

5 jaar

20%

boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende

schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn verantwoord.

In januari 2010 is begonnen met het activeren en afschrijven van meubilair, OLP en ICT. Op de beginbalans van 2010 is aan de activazijde per saldo de boekwaarde opgenomen van

Vervreemding van vaste activa

alle activa die zijn aangeschaft voor 1 januari 2010 met als tegenwaarde aan de passivazij­

Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of

de van de balans voor dezelfde waarde de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.

lagere opbrengstwaarde.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

63

Vorderingen

leden, waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt en het waarschijnlijk

Handels- en overige vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarden. Na

is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Indien

eerste opname worden deze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van

(een deel van) de uitgaven, die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen,

de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden vergoed bij afwikkeling

Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde

van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd. Met een

van de vordering.

verdisconteringspercentage net boven 0%, zou toepassing van de contante waarde

Liquide middelen

methode in de berekening een verwaarloosbaar effect hebben op de omvang van de voorziening. Alle voorzieningen worden derhalve gewaardeerd tegen de nominale

De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld in de toelichting op de balans,

waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en

ter vrije beschikking van het bevoegd gezag en worden gewaardeerd tegen nominale

verliezen af te wikkelen.

waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen.

Eigen Vermogen

Onttrekkingen vinden direct ten laste van de voorziening plaats. Dotaties en vrijval lopen via de exploitatie.

De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het

Voorziening spaarverlof

bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die

Binnen het onderwijs heeft het personeel de mogelijkheid om te sparen voor een extra

ontstaan uit het verschil tussen de baten en lasten. Deze reserve dient ter dekking

lange verlofperiode. Op basis van een spaarcontract worden afspraken gemaakt over de

van eventuele toekomstige exploitatietekorten. Reserves worden geacht uit publieke

spaarperiode en het tijdstip waarop het verlof opgenomen zal gaan worden. In de voor­

middelen te zijn opgebouwd tenzij expliciet anders is vermeld in de toelichting op de

ziening spaarverlof is het bedrag opgenomen dat De Haagse Scholen verschuldigd is om

balans. Bestemmingsreserves worden gevormd met als doel deze in de toekomst aan te

in de toekomst tijdens de opname van het gespaarde verlof het salaris door te betalen.

wenden voor een specifiek doel. Bestemmingsreserves zijn gevormd op basis van een besluit van het bevoegd gezag. Aan de bestemmingsreserves ligt een plan ten grond­

Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen

slag waarin is opgenomen welke uitgaven ten laste van de reserve komen. De bestem­

Deze voorziening is gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging om alle

ming van het resultaat aan de algemene reserve dan wel de bestemmingsreserve vindt

toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel in vaste dienst

plaats op basis van een besluit van het bevoegd gezag. Het resultaat wordt in principe

te dekken.

toegevoegd of onttrokken aan de publieke reserve tenzij aan de middelen een private herkomst ten grondslag ligt.

Voorzieningen

Voorziening personele risico’s De voorziening personele risico’s heeft betrekking op de personele en juridische risico’s die De Haagse Scholen loopt met betrekking op (toekomstige) claims van het Participa­

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van een in rechte

tiefonds betreffende (het niet voldoen aan) de instroomtoets en tevens worden in deze

afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het ver­

voorziening de langdurig zieken en overige claims opgenomen.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Voorziening duurzame inzetbaarheid

De Haagse Scholen heeft de verplichtingen inzake de pensioenrechten van haar

Medewerkers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal 130 + 40 = 170 uren per jaar

personeel ondergebracht bij stichting Pensioenfonds ABP. De Haagse Scholen betaalt

sparen (deeltijders naar rato). Op basis van de vanaf 2015 afgesloten “spaarovereen­

hiervoor premies, waarvan 2/3 door de werkgever worden betaald en 1/3 door de

komsten” is een voorziening gevormd ter dekking van de kosten van de gespaarde uren.

werknemer.

Voorziening geschillen

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkings­

De voorziening geschillen heeft betrekking op de juridische risico’s die De Haagse

graad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar

Scholen loopt met betrekking op (toekomstige) claims.

financiële verplichtingen) dit toelaat. Pensioenfondsen moeten vanaf 2015 gebruik­

64

maken van de zogenaamde ‘beleidsdekkingsgraad’. De beleidsdekkingsgraad is het Voorziening langdurig zieken

gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. De beleidsdekkingsgraad was eind

De voorziening langdurige zieken heeft betrekking op personeel van De Haagse Scholen

2020 92,3%.

waarvan de verwachting is dat ze na een periode van 2 jaar ziek geweest te zijn, niet meer terugkomen in hun functie.

Om de pensioenen (gedeeltelijk) te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad minimaal 110% zijn en voor volledige indexatie moet de beleidsdekkingsgraad 123% zijn.

Voorziening planmatig onderhoud

Het pensioenfonds heeft per januari 2020 de premie gelijk gelaten op 24,9% zoals in

Deze is gevormd om de jaarlijkse schommelingen in de omvang van het planmatig

januari 2019 (per januari 2016 bedroeg de premie 17,8% januari 2017 21,1%, januari

onderhoud te elimineren. Jaarlijks worden de werkelijke onderhoudskosten ten laste van

2018 22.2%).

de voorziening gebracht. Op basis van de meerjarenonderhoudsplanning wordt een vast bedrag aan de voorziening planmatig onderhoud gedoteerd. De Haagse Scholen maakt

Het ABP heeft medio 2017 een geactualiseerd herstelplan ingediend bij De Nederlandse

voor deze voorziening gebruik van de overgangsregeling, die is verlengd tot en met het

Bank (DNB). De belangrijkste punten uit het herstelplan zijn:

verslaggevingsjaar 2022.

•

Pensioenen

•

Zolang de dekkingsgraad lager is dan 104% worden de pensioenen niet aangepast aan de loonontwikkeling. De premie moet minimaal kostendekkend zijn en bij een lage dekkingsgraad

Op grond van de Nederlandse pensioenwet worden de Nederlandse regelingen primair

(dekkingstekort) bijdragen aan herstel van het fonds. Om de financiële positie te

volgens een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” in deze jaarrekening

verbeteren geldt er een tijdelijke herstelopslag op de premie voor ouderdoms- en

verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de

nabestaandenpensioen.

rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken

•

Het beleggingsbeleid is aangepast waardoor het beleggingsrisico lager is.

zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen De Haagse Scholen en

•

In het herstelplan is ruimte opgenomen om tegenvallers op te vangen. Als het herstel

pensioenuitvoerder.

trager verloopt dan verwacht, kunnen bijvoorbeeld de pensioenen worden verlaagd.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

65

De Haagse Scholen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in

Rijksbijdragen

geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekom­

Rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen uit hoofde van de bekostiging worden, in

stige premies. De Haagse Scholen heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en

het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat

met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel,

Schulden

dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord.

De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële

Overige overheidsbijdragen

instrumenten.

Dit betreft subsidies van Gemeenten en andere overheidsinstanties m.u.v. het Ministe­

rie van OCW voor zover de bijdragen niet als doelsubsidies in het kader van de huisves­

Opbrengsten algemeen Als baten worden de bedragen verwerkt die de stichting voor eigen rekening ontvangt.

tingsverordening in mindering zijn gebracht op de lasten.

Bedragen die de stichting voor derden ontvangt worden niet als opbrengsten verwerkt.

Overige baten

Wanneer de stichting in een transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon

Onder de overige baten worden opgenomen alle overige baten die kunnen worden

optreedt, betreffen de in de staat van baten en lasten verwerkte baten het saldo van de

toegerekend aan de exploitatie van het bevoegd gezag. Huuropbrengsten worden lineair

door de stichting voor de transactie ontvangen commissies.

in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur van de huurovereen­ komst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van huurovereenkomsten, worden

Baten uit het verlenen van diensten worden opgenomen in de staat van baten en lasten tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van tegemoetkomingen en kortingen.

als integraal deel van de totale huuropbrengsten verwerkt.

Personeelslasten en personeelsbeloningen Onder de personele lasten zijn opgenomen de lonen en salarissen van het personeel in

Baten uit het verlenen van diensten worden in de staat van baten en lasten verwerkt

dienst van het bevoegd gezag verminderd met ontvangen uitkeringen van uitkerings­

wanneer het bedrag van de baten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning

instanties. Tevens zijn onder deze noemer opgenomen de kosten van Personeel niet in

van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op

loondienst en de overige personele lasten.

balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te

De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten verant­

voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.’

woord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een over­ lopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

66

De verplichting uit hoofde van beloningen tijdens dienstverband wordt gewaardeerd

Rentebaten en rentelasten

tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de

Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend

verplichting af te wikkelen

met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en soortge­

Afschrijvingen De afschrijvingslasten worden berekend over de aanschaffingsprijs op basis van de onder materiële vaste activa vastgelegde criteria rekening houdend met de economische levensduur.

Huisvestingslasten Onder de huisvestingslasten worden de kosten van huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.

Overige lasten De overige lasten, die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs, worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.

Leasing De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereen­ komst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Als de stichting optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten en lasten gebracht

lijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

67

Toelichting op de onderscheiden posten van de balans

1.2 Materiële vaste activa

De specificatie van de in de tabel genoemde categorieën is als volgt: •

Materiële vaste activa

1.2.2. Inventaris en apparatuur (meubilair, ict hardware, gymzaal- en speellokaal­ inrichting en vervoermiddelen)

Cat. 1.2.2

Cat. 1.2.3

Totaal

Aanschafprijs cumulatief 1-1-2020

18.230.552

9.795.218

28.025.769

Afschrijving cumulatief 1-1-2020

-8.567.441

-5.791.877

-14.359.319

Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen en –percentages wordt verwezen naar

Boekwaarde per 1-1-2020

9.663.110

4.003.341

13.666.451

de grondslagen voor de waardering van de activa en passiva.

Investeringen 2020

1.568.436

496.182

2.064.618

Desinvesteringen aanschafprijs

-2.047.339

-1.620.919

-3.668.259

Desinvesteringen cum. Afschrijvingen

1.959.797

1.578.270

3.538.067

Afschrijvingen 2020

-1.588.574

-1.013.041

-2.601.615

-107.680

-559.508

-667.188

Aanschafprijs cumulatief 31-12-2020

17.751.648

8.670.481

26.422.129

ad € 130.191 heeft betrekking op diverse items die per 31 december 2020 niet volledig

Afschrijving cumulatief 31-12-2020

-8.196.218

-5.226.648

-13.422.866

afgeschreven waren en als boekresultaat genomen zijn.

Boekwaarde per 31-12-2020

9.555.430

3.443.833

12.999.263

Mutaties 2020

•

1.2.3. Andere vaste bedrijfsmiddelen (onderwijsleerpakketten en de digiborden)

In totaal is in het boekjaar 2020 voor € 2.064.618 geïnvesteerd in vaste activa. Deze investeringen hadden voornamelijk betrekking op meubilair en ICT € 1,6 mln. Investerin­ gen in onderwijsleerpakketten en digiborden bedroegen € 0,5 mln. Per eind van het boekjaar zijn op basis van opgaves van de scholen desinvesteringen gedaan. Het betreft items die per ultimo 2020 niet meer op de scholen aanwezig c.q. in gebruik waren. De totale aanschafwaarde van de desinvesteringen bedroeg € 3.668.259 en de cumulatieve afschrijving € 3.538.067. De boekwaarde van de desinvesteringen

Van de totale afschrijvingslast heeft € 181.879 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderings­ reserve eerste waardering activa.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

1.5 Vorderingen

68

Ouderdomsanalyse openstaande debiteuren

De specificatie van de per balansdatum openstaande vorderingen is als volgt: Vorderingen

Per 31/12/2020

Per 31/12/2019

482.118

496.681

1.5.1

Debiteuren

1.5.2

Ministerie van OCW/LNV

3.487.002

4.824.843

1.5.6

Overige overheden

3.471.494

7.495.974

1.5.7

Overige vorderingen

765.206

567.275

1.5.8

Overlopende activa

1.279.111

923.459

1.5.9

Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid

-26.008

-26.008

9.458.923

14.282.225

Totaal vorderingen

Aantal dagen

Bedrag

%

Korter dan 30 dagen

210.921

43,7%

Tussen 30 en 60 dagen

75.261

15,6%

Tussen 60 en 90 dagen

6.092

1,3%

Langer dan 90 dagen

189.844

39,4%

Totaal debiteuren

482.118

100,0%

Van de openstaande posten per 31 december 2020 was op 5 februari 2021 ca. 47,7% voldaan. Het grootste deel van de debiteuren die langer dan 90 dagen openstaan zijn sub­ sidieverstrekkers die een beschikking hebben afgegeven, maar nog niet betaald hebben.

Het betreft vrijwel uitsluitend vorderingen met een looptijd korter dan een jaar. De

Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2020 sprake van enkele dubieuze

stichting loopt kredietrisico over vorderingen. De vorderingen hebben hoofdzakelijk

debiteurenposten. Deze posten worden in 2021 verder uitgezocht en we hebben hiervoor

betrekking op kortlopende vorderingen op Rijk en Gemeente. Als gevolg hiervan is het

een voorziening van +/- € 26.000 gevormd (zie voorziening dubieuze debiteuren).

rente – en kredietrisico dat de stichting loopt als laag aan te merken.

1.5.2 Ministerie van OCW/LNV

De totale vorderingen zijn flink afgenomen ten opzichte van 2019. De afzonderlijke

Onder de post Ministerie van OCW zijn opgenomen de vorderingen met betrekking tot de

onderdelen van de vorderingen worden in het onderstaande nader toegelicht.

beschikkingen die vallen onder de lumpsumfinanciering voor het boekjaar 2020, maar die

1.5.1 Debiteuren De post debiteuren betreft vorderingen op derden, niet zijnde het Ministerie van OCW of gemeentelijke instellingen. Het betreft vorderingen met betrekking tot detacheringen,

per jaareinde nog niet volledig zijn ontvangen in verband met het gehanteerde betaal­ ritme. De openstaande vorderingen worden in 2021 conform het in de beschikkingen opgenomen betaalritme afgewikkeld.

huur en werkzaamheden in het kader van Passend Onderwijs. De ouderdomsanalyse

1.5.6 Overige overheden

van de openstaande posten is als volgt:

Onder deze post zijn voornamelijk de vorderingen opgenomen op de Gemeente Den Haag, afdeling Vastgoed OCW, in verband met gedeclareerde en nog te declareren huisvestings­ projecten. De vordering op de gemeente valt uiteen in een aantal onderdelen:

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Vorderingen op overige overheden

Per 31/12/2020

Per 31/12/2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10896593/1