RIS310657 Notulen van de raad van 7 oktober 2021 (dag)
Tekst van het document
heeft dat misschien meer te maken met de algehele taalontwikkeling? In die zin vond ik wel wat te zeggen voor de motie van mevrouw Davituliani. Het is natuurlijk een groot probleem dat vaak de ouders niet de taal leren en dat de kinderen dat dan ook minder makkelijk meekrijgen. Moet ze dan niet daar iets aan doen? Serpil Ateş (GroenLinks). Ik hoor een aantal vragen, dus ik kies er een uit. Ik begrijp dat de heer Kruis wil weten of ik niet blij ben met de uitkomst van de adviezen die worden uitgebracht. Dat heb ik niet gezegd en dat is niet waar. Waar ik voor sta en waar mijn partij voor staat, is dat er eerlijk moet worden gekeken waar leerlingen een probleem ontwikkelen en waar dat opgelost kan worden. Als wij kijken naar zwarte wijken, is het bekend dat de onderadvisering voor een heel groot gedeelte niet gerelateerd is aan de cognitieve ontwikkelingen, maar juist aan de omstandigheden waarin ze zich bevinden, ook aan de schoolcultuur en ook aan de lesmethodes. Sebastian Kruis (PVV). Op zich een mooi antwoord. Alleen stel ik wel vast dat de omstandigheden waarin die leerlingen naar school gaan precies datgene is wat GroenLinks voor ogen heeft, namelijk het niet handhaven van een taaleis, geen eisen stellen aan integratie. Dan krijg je dus volledig gesegregeerde stadsdelen.
Ziet mevrouw Ateş dat ze daar zelf ook deels verantwoordelijk voor is, omdat je op die manier hele stadsdelen aan hun lot overlaat? Serpil Ateş (GroenLinks). We hebben met zijn allen ervaren, al decennialang, dat de verplichtingen die wij tot nu toe daaraan hebben gesteld niet hebben geholpen. GroenLinks wil een echte binding. Een echte binding betekent ook mensen betrekken op een manier dat zij daadwerkelijk stappen kunnen zetten en niet een inburgeringscursus volgen waarin zij half Nederlands leren en zichzelf verder niet wegwijs kunnen maken in onze samenleving. We hebben gezien dat dat tot nu toe niet heeft geholpen. Sebastian Kruis (PVV). Ik heb natuurlijk niet echt de illusie dat mevrouw Ateş en ik zo meteen highfivend met een overeenkomst weglopen, maar ik vind het wel jammer. Ik denk dat er in die zin andere oplossingen mogelijk zijn voor de problemen die ze terecht aankaart. Ik merk wel dat ze het echt vindt en dat is ook wat waard. Serpil Ateş (GroenLinks). In ieder geval dank voor het compliment. Ik denk dat we het met de heer Kruis eens zijn dat we willen dat iedereen zich hier wegwijs kan maken en dat iedereen de taal leert. Misschien dat we ooit toch tot een samenwerking komen.
Hoe wordt gegarandeerd dat schoolmaatschappelijk werk zich kan blijven richten op hun primaire taken? En is dit daadwerkelijk wat scholen willen of gaan zij mee, omdat het water hen zo aan de lippen staat? Mijn fractie is overtuigd dat voor de aanpak van onderadvisering en onderwijsachterstanden gezocht moet worden naar een bredere aanpak met professionals die expertise hebben in de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Ik rond af. Ieder kind, met of zonder een achterstand, is een deel van ons mozaïek en een deel van onze toekomst. Iedere constructieve stap die wij hier samen zetten, zal het cement van onze toekomst versterken. Gezien de uitdagingen zullen zij dit harder nodig hebben dan wij ooit hadden. Ik dien zelf geen motie in, maar sta wel onder een aantal moties van D66. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Nieuw onderzoek kopte vorige week nota bene in de nationale Week tegen pesten: lhbti-jongeren worden vaker gepest door leraren. Een quote: 'Docent deed me na voor de hele klas.' Het zal je maar gebeuren. Al langer weten we dat onder de lhbti-jongeren het zelfmoordpercentage vijfmaal hoger ligt dan normaal, mede omdat zij worden gepest. Een school hoort een veilige haven te zijn. Het hoort een plek te zijn waar je jezelf kan ontdekken. Een plek waar je jezelf kan ontwikkelen. Een plek waar je jezelf zou moeten kunnen zijn. Op zo'n plek is geen plaats voor pesten.
Vandaar dat wij een motie indienen om een einde te maken te maken aan het pesten van lhbti-leerlingen, met als dictum: verzoekt het college in het kader van de HEA samen met Haagse scholen een actieplan op te stellen om de veiligheid van lhbti-jongeren op school te verbeteren en kennisdeling te bevorderen, en op de Haagse scholen meer prioriteit te geven aan het tegengaan van pesten, al dan niet door docenten, van lhbti-leerlingen, bijvoorbeeld door het opzetten van meerdere
52
GSA's en dat verder te stimuleren. Ik dien deze motie in mede namens de SP, de PvdA, D66 en GroenLinks. Ik sluit af. Stop met pesten en wel nu! De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (S.7 PvdD) ingediend:
Motie S.7 PvdD Pak pesterijen LHBTI+-jongeren op scholen aan De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van het raadsvoorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022 (RIS309436). Constaterende, dat: • het zelfmoordpercentage onder LHBTI+-jongeren tot wel vijf maal hoger ligt dan niet LHBTI+-jongeren; • uit recent wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen naar de ervaringen van LHBTI+-jongeren blijkt dat ze veel vaker slachtoffer zijn van pesterijen op scholen; • uit dit onderzoek verder blijkt dat deze pesterijen meestal plaatsvinden op plekken met weinig supervisie, zoals in toiletten, kleedkamers, en fietsenstallingen of online; • uit dit onderzoek ook blijkt dat gepeste LHBTI+-jongeren zich minder veilig voelen om deze nare ervaringen te delen met leraren of ouders; • blijkt dat LHBTI+-jongeren vaker te maken krijgen met pesterijen door docenten op school.
Overwegende, dat: • het belangrijk is dat iedereen in Den Haag zich veilig en sociaal geaccepteerd voelt; • scholen wettelijk verplicht zijn aandacht te besteden aan seksuele diversiteit; • in het jaarplan wordt aangegeven dat events worden georganiseerd om kennisdeling te • bevorderen onder docenten en onderwijsinstellingen; • de gemeente streeft naar het uitbreiden van het aantal onderwijsinstellingen met een Gender • & Sexuality Alliance (GSA) en het uitbreiden en voortzetten van de voorlichtingsactiviteiten van COC Haaglanden. Verzoekt het college: • in het kader van de HEA samen met Haagse scholen een actieplan op te stellen om de veiligheid van LHBTI+-jongeren op school te verbeteren en kennisdeling te bevorderen; • op de Haagse scholen meer prioriteit te geven aan het tegengaan van pesten (al dan niet door docenten) van LHBTI+-leerlingen, bijvoorbeeld door het opzetten van GSA’s verder te stimuleren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fonda Sahla (D66). Voorzitter. Zorgen voor gelijke kansen, dat is een van de vele belangrijke taken van het onderwijs. We mogen er dan ook trots op zijn dat we in onze stad zo veel scholen, organisaties en docenten hebben die zich daarvoor inzetten.
Denk aan de zaterdagschool van het Johan de Witt, waar leerlingen naast doordeweeks ook op zaterdag een extra zetje in de rug krijgen. Ze bieden de vakantieschool aan, organiseren zomercolleges en bieden onderdak aan de weekendschool van de Schilderswijk University. Al met al een breed aanbod waar leerlingen uit de hele stad werken aan een betere toekomst. Of denk aan het Roemer Visscher College, dat de brede buurtschool inzet als samenwerkingspartner in Zuidwest. Zo zijn er nog veel meer scholen die ontzettend waardevol werk
53
leveren in de strijd voor gelijke kansen. Honderden kinderen hebben een betere toekomst vanwege deze brede buurtscholen. U begrijpt dat ik me helemaal rot schrok toen ik de afgelopen weken allemaal schoolleiders en docenten aan de lijn kreeg, omdat er opeens een mes in het budget voor hun brede buurtschool was gezet. Scholen die al jaren actief zijn, kregen opeens in september te horen dat ze halverwege het schooljaar gekort zouden worden en niet een klein beetje ook: € 125.000 bij de ene school, € 400.000 bij de andere. Dus dan heb je als schoolleider net je hele bezetting en programmering rond, mag je vervolgens je docenten gaan ontslaan en de programmering in de prullenbak gooien. Mijn fractie snapt dat de middelen die we hebben goed over de hele stad verdeeld moeten worden, maar niet op deze manier. Niet halverwege een schooljaar terwijl dat schooljaar al bezig is. Niet zonder dat de schoolleiders goed zijn meegenomen. Ik ken onze wethouder als iemand die onze jeugd alle kansen gunt. Ik denk dan ook dat de wethouder het met mij eens is dat dit zo niet kan. Ik roep daarom de wethouder op om dit terug te draaien en in gesprek met deze scholen te kijken wat realistisch is.
Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college alsnog een overgangsregeling te treffen met de brede buurtscholen die dreigen gekort te worden vanaf januari 2022, in gesprek met de scholen te inventariseren wat reële mogelijkheden zijn binnen deze herijking om de herverdeling niet ten koste te laten gaan van de gelijke kansen in het onderwijs, en dit pas het schooljaar 2022-2023 door te voeren zodat het onderwijs hierop is voorbereid. De motie is medeondertekend door collega's Kruis van de PVV, Çetinkaya van de Islam Democraten, Mahmood van NIDA, Ateş van GroenLinks, Bingöl van het CDA en Van der Helm van de VVD. Voorzitter. We willen voldoende bekwame innoverende onderwijsprofessionals in onze Haagse klaslokalen hebben. Dat zeg ik niet alleen, dat staat ook in de HEA. Maar het is vast niemand ontgaan wat er vorige week nog in de krantenkoppen stond. Hoogopgeleide zij-instromers zijn zeer gewild in het onderwijs, maar geef ze niet meteen te veel verantwoordelijkheid, waarschuwt de onderwijsinspectie. Mijn fractie heeft hier al meerdere keren haar zorgen over gedeeld. Ik was twee weken geleden op de boekpresentatie van stadsgenoot en Nederlands bekendste onderwijszij-instromer Merel van Vroonhoven. Uit haar klas was 40% van de zij-instromers vroegtijdig afgehaakt.
De professionals zeggen het ook: een zij-instromer moet ten minste een dag in de week samen met een begeleider voor de klas, en dat is het minimum. Als het even kan, zou dat de helft van de tijd moeten zijn. De onderwijsinspectie zegt het ook: hoewel zij-instromers waardevol zijn, moet je ze niet direct in het diepe gooien. Als je ze te vroeg in hun eentje voor een klas zet, zorgt dat niet voor beter onderwijs. Ik weet het: de gemeente gaat er niet over, maar toch ook weer wel. We investeren mee. Het is onze tweede ambitie. Wat er in dit plan over terugkomt, is dat er een platform Samen voor de Haagse klas is, dat er jaarlijks minimaal 130 zij-instromers p.o. aangesteld zijn en dat er minder zijinstromers uitvallen dan vorig jaar. Hoeveel er precies afvallen, die cijfers krijgen we niet boven tafel. Verder staat er: het aantal zij-instromers in het mbo wordt gemonitord en dient als nulmeting. Mijn fractie vraagt zich af: waarom alleen het mbo? Deze monitoring en nulmeting moeten toch over de hele linie, van het p.o. tot het mbo? Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college te inventariseren hoeveel zij-instromers uiteindelijk doorstromen in het onderwijs, en te onderzoeken wat we kunnen doen als gemeente om de begeleiding van zij-instromers te verbeteren.
De motie is medeondertekend door Kruis van de PVV, Çetinkaya van de Islam Democraten, Faïd van de HSP, Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, Davituliani van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, Arp van de SP, Van der Helm van de VVD, Ateş van GroenLinks en Bingöl van het CDA. Ik heb nog vier kleine puntjes om mee af te sluiten … Robin Smit (PvdD). Dank aan mevrouw Sahla voor deze motie. Zou zij misschien kunnen toelichten wat de gemeente nu precies moet gaan doen volgens haar motie, als de motie wordt aangenomen? Fonda Sahla (D66). Wij vragen de gemeente om in ieder geval te inventariseren hoeveel zijinstromers er zijn, hoeveel er afvallen en hoeveel er daadwerkelijk het onderwijs instromen. Daarnaast verzoeken we de gemeente om de begeleiding te verbeteren. Ik krijg van de onderwijsprofessionals mee dat er een assessment zou moeten zijn om te zorgen dat leerkrachten voldoende geëquipeerd zijn
54
voordat ze voor de klas worden gezet. Iemand met een pedagogische opleiding kan je veel eerder voor de klas zetten dan een econoom. Dat is eigenlijk wat we van de wethouder vragen. Robin Smit (PvdD). Hoe ziet dan die begeleiding vanuit de gemeente er uit? Fonda Sahla (D66). Wij vragen de gemeente om in samenwerking met schoolbesturen en schoolleiders dit te gaan ontwikkelen en ervoor te zorgen dat die zij-instromers voldoende geëquipeerd voor de klas staan en dat er ruimte, tijd en geld is om die begeleiding voor elkaar te krijgen in de klas. Dan nog vier kleine puntjes. Ten eerste dank aan de wethouder voor zijn schriftelijke beantwoording van de vragen die nog openstonden. Ik had nog een vervolgvraag over de schoolreissubsidie. Nu gaat ongeveer 35% van de Haagse scholen hiervoor in aanmerking komen, maar we willen toch dat alle kinderen op schoolreis kunnen gaan. Wat gaat de wethouder doen voor de scholen waar ook kinderen zijn van ouders die dit niet kunnen betalen, maar de school niet in aanmerking komt voor deze subsidie? Ten tweede. Gisteren was ik op basisschool De Vuurvlinder in Mariahoeve. Ik sprak daar een schoolleider. Hij begreep niet waarom we investeren in voorschoolse educatie van 2,5 tot 4 jaar en in neveninstroom vanaf 6 jaar, en een gat achterlaten tussen 4 en 6 jaar.
Op deze scholen zijn ook kinderen die instromen vanaf 4 jaar, waar de school dus geen extra geld voor krijgt. Ik kon het hem niet uitleggen. Ik hoop de wethouder ons zo wel. Mijn derde punt. Onlangs kreeg ik een behandelplan van elf pagina's onder ogen over een hoogbegaafd jongetje van 8, waar de juffen vanaf groep 1 handelingsverlegen en soms zelfs handelingsonbekwaam zijn. Het wordt tijd dat we ook deze kinderen echt gaan zien. Daarom steun ik de motie van collega Van der Helm, Vergeet hoogbegaafde kinderen niet. Ik wil afsluiten met het volgende. Ik heb de wethouder tijdens de commissievergadering een discussienota aangeboden over de Gelijke Kansen Alliantie, een samenwerkingsverband van verschillende onderwijsprofessionals die samen kunnen overleggen, lessen kunnen trekken en bovenal signalen kunnen doorgeven. Ik hoop dat de wethouder hier werk van gaat maken, want hoe korter de lijntjes tussen de klas en het stadhuis, hoe sterker de HEA is. En hoe sterker de HEA is, hoe beter de toekomst voor de Haagse kinderen. De voorzitter. Door mevrouw Sahla, daartoe gesteund door de heer Kruis, de heer Çetinkaya en de heer Mahmood, wordt de volgende motie (S.3 D66) ingediend:
Motie S.3 D66 Red de (VO) brede buurtschool De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake HEA jaarplan 2021-2022 (RIS309436) tussen haakjes bij de een na laatste bullet van het dictum, constaterende, dat; • de subsidieaanvragen voor de brede buurtscholen in het voortgezet onderwijs is veranderd; • de scholen niet tijdig geïnformeerd zijn over de aanpassingen; • schooldirecteuren zich hierdoor overvallen voelen; • de herverdeling sommige scholen financieel zo hard zal raken dat ze zich genoodzaakt zien vanaf januari te stoppen met de zaterdagschool; • sommige scholen zich tevens genoodzaakt voelen vanaf januari vakdocenten te ontslaan en zo honderden leerlingen teleur te stellen; overwegende, dat; • meer kansengelijkheid in het Haagse onderwijs nodig is, en dat kwalitatief goed onderwijs voor leerlingen uit een kansarme (thuis)omgeving hier van groot belang voor is; • zowel het creëren van een brede leer- en ontwikkelomgeving als het investeren in de jongste generatie beide ambities zijn in de HEA 2021-2022; 55
van mening, dat; • de zaterdagschool en vakdocenten een cruciale rol spelen in de verbetering van kansengelijkheid in het onderwijs; verzoekt het college; • een overgangsregeling te treffen met de brede buurtscholen die gekort dreigen te worden vanaf januari 2022; • in gesprek met de scholen te inventariseren wat reële mogelijkheden zijn om de herverdeling niet ten koste te laten gaan van de gelijke kansen in het onderwijs; • dit pas het schooljaar 2022-2023 door te voeren zodat het onderwijs hier op voorbereid is, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Sahla, daartoe gesteund door de heer Kruis, de heer Çetinkaya, mevrouw Faïd, mevrouw Klokkenburg, mevrouw Davituliani en mevrouw Arp, wordt de volgende motie (S.4 D66) ingediend:
Motie S.4 D66 Zet zij-instromers niet meteen voor de klas De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake HEA jaarplan 2021-2022 (RIS309436), constaterende, dat: • hoogopgeleide zij-instromers zeer gewild zijn in het onderwijs en bijdragen aan het bestrijden van het lerarentekort; • zij-instromers aan het begin van de opleiding formeel bevoegd zijn om alleen voor de klas te staan; • het college investeert in het mogelijk maken van het begeleiden van zij-instromers; overwegende, dat: • beginnende leraren altijd wat tijd nodig hebben om het vak in de vingers te krijgen; • er wel een ondergrens moet worden vastgesteld aan didactische en pedagogische vaardigheden over wat een leerkracht tenminste moet kunnen; verzoekt het college: • te inventariseren hoeveel zij-instromers uiteindelijk doorstromen in het onderwijs; • te onderzoeken wat we kunnen doen als gemeente om de begeleiding van zij-instromers te verbeteren, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Ik heb het in de commissie al gezegd en zal dat nu weer doen: de HEA is eigenlijk hét moment waarop we het onderwijs kunnen aansturen.
We vinden dat er een duidelijke aanpak moet komen voor alle kinderen en jongeren die om verschillende redenen niet naar school gaan. Ik houd het heel kort, want mijn collega's moeten ook nog heel veel zeggen. We krijgen heel veel signalen dat er veel jongeren thuiszitten. Wij willen graag een motie indienen met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoeveel kinderen er geoorloofd en ongeoorloofd thuiszitten, te onderzoeken of er hier een relatie is met de lange wachtlijsten van hulpverlening aan jongeren, en de raad hierover te informeren.
56
Daarnaast willen we ons blijven inzetten om vooroordelen binnen het onderwijs en de daarbij komende onderadvisering zo veel als mogelijk te beperken. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van arme en laagopgeleide ouders vaker de dupe worden van onderadvisering. Daarom is het belangrijk om de factoren die kunnen bijdragen aan onderadvisering te onderzoeken. Hier kan een kritische blik op het kind en het leerlingvolgsysteem zeker aan bijdragen. Daarom doen wij een onderzoeksmotie in met als dictum: roept het college op om samen met het onderwijs te onderzoeken op welke wijze het kindvolgsysteem en het leerlingvolgsysteem bijdragen aan vooroordelen en hoe deze het beste kunnen worden beperkt, en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Faïd worden de volgende moties (S.5 HSP en S.6 HSP) ingediend:
Motie S.5 HSP Onderzoek kinderen thuis i.p.v. op school De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van HEA Jaarplan. Constaterende, dat: • een shockerend aantal kinderen in de stad niet naar school gaat; • er signalen binnenkomen van ouders/verzorgers en kinderen die niet tijdig geholpen worden door de lange wachtlijsten, tekort op maatwerk etc. Van oordeel, dat: • ieder kind dat thuis zit en niet naar school kan of mag gaan, een kind te veel is; • de gemeenteraad alleen maar kan sturen en ingrijpen als er een goed beeld is van het probleem. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoeveel kinderen er geoorloofd en ongeoorloofd thuis zitten; • te onderzoeken of er hier een relatie is met de lange wachtlijsten van hulpverlening voor jongeren; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie S.6 HSP Onderzoek kindvolgsysteem/leerlingvolgsysteem De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van HEA Jaarplan. Constaterende, dat: • het uit onderzoek blijkt dat kinderen van laagopgeleide of arme ouders vaker de dupe worden van onderadvisering; • het kindvolgsysteem en leerlingvolgsysteem indicatoren kunnen bevatten die een bevooroordeeld beeld kunnen schetsen. Van oordeel, dat: • het kindvolgsysteem en leerlingvolgsysteem kunnen bijdragen aan het onbewust creëren van vooroordelen bij docenten en scholen. Roept het college op: • om samen met het onderwijs te onderzoeken op welke wijze het kindvolgsysteem en leerlingvolgsysteem bijdragen aan vooroordelen en hoe deze kunnen worden beperkt; 57
•
de raad hierover te informeren.
En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Ik wil beginnen met een paar procesopmerkingen over de HEA en het jaarlijks terugkerende jaarplan. Ik stoor me persoonlijk erg aan het moment in het jaar waarop het HEA-jaarplan iedere keer besproken wordt. We besluiten hier nu pas over terwijl het schooljaar waar dit stuk over gaat al ruim zes weken begonnen is. Dit moet echt beter. Mevrouw Faïd zei het al: dit is het moment waarop we bij kunnen sturen. Zo kunnen wij als raad onze rol niet pakken. Kan de wethouder hier eens op reflecteren en misschien een toezegging doen, vraag ik alvast, over hoe we dit de komende jaren beter gaan doen? Dan over de inhoud. Het was een zwaar schooljaar midden in de pandemie. Er is keihard gewerkt door het college, scholen, leraren, directeuren en ouders, maar de vraag is hoe Haagse schoolkinderen uit deze pandemie komen. Dat stemt niet vrolijk. Er dreigt een coronageneratie van schoolkinderen te ontstaan met achterstanden en ongelijke kansen. Maar kansenongelijkheid is een keuze. Met 45 raadsleden stemmen wij hier vanavond over allerlei voorstellen over het onderwijs. Ongelijke kansen vragen wat de PvdA betreft om ongelijke investeringen. Dat brengt mij bij de LKP-subsidies, de leerkansprofielsubsidies, waarover ik een motie heb.
De LKP-subsidie zorgt ervoor dat scholen extra leertijd kunnen bieden aan kinderen met onderwijsachterstanden. Het college heeft een herverdeling, een herijking gedaan van de subsidies met als doel de subsidies te laten vloeien naar de scholen die ze het hardst nodig hebben. Maar dit leidt tot duivelse dilemma's. Want moet dit ertoe leiden dat een school die deze subsidie echt heel hard nodig heeft geld moet inleveren voor een school die het net iets harder nodig heeft? Ik vind van niet. Ik ben dan ook blij dat het college op de valreep toch nog een compensatie heeft geboden aan scholen die erop achteruitgaan. Maar ik maak me wel zorgen over hoe het verdergaat met de LKP-regeling na de compensatieperiode. Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college de raad van een subsidieoverzicht te voorzien waarop duidelijk te zien is hoeveel LKP-subsidie scholen krijgen, hoeveel het verschil is met volgende jaren en hoe zij gecompenseerd worden, de herijking na dit schooljaar te evalueren en daarna met een duidelijk verhaal te komen over hoe de regeling voor extra en leertijdintensivering er na de compensatieperiode uit moet zien, en de raad hier voor de start van het schooljaar 2022-2023 over te informeren. Dan moet mij toch van het hart dat de ambities in dit HEA-jaarplan voor mij op sommige punten wat hoger hadden gemogen.
Waarom zetten we in op 5% stijging van kinderen voor de voorschool en docenten die we training geven om onderadvisering tegen te gaan? Ik heb het even uitgerekend. Dan duurt het nog acht tot tien jaar voordat we op 100% zitten. Kan de wethouder hierop reageren? Ik ken hem als een superambitieuze bestuurder. Ja, ik zeg het maar eerlijk. Iets anders wat ik een beetje in het HEA-jaarplan mis, is ouderbetrokkenheid. Ik zag toevallig dat men in Amsterdam een pilot start met de Amsterdamse familieschool. Dat leek mij wel interessant. Het is een school waar we ouders die het moeilijk hebben de kans geven om zelf vooruit te komen op de school van hun kinderen - ze zijn dus tegelijkertijd aanwezig op en betrokken bij de school - door bijvoorbeeld taalles, door hulp bij schulden, door vrijwilligerswerk te doen op de school van hun kinderen. Om deze familieschool ook naar Den Haag te halen, dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college op minstens twee Haagse scholen met een lage mate van ouderbetrokkenheid en een hoge mate van multiproblematiek bij de gezinnen een pilot te starten voor de familieschool naar Amsterdams model, en de raad hierover te informeren. Fonda Sahla (D66). Vraagt u nu aan de wethouder om de scholen te kiezen? Of zijn er al scholen die dit zelf graag willen doen? Mikal Tseggai (PvdA). Ik ken wel een aantal Haagse scholen die hier enthousiast over zijn.
Sebastian Kruis (PVV). Ik ken mevrouw Tseggai als een superambitieus raadslid. Dat voorstel klinkt sympathiek, maar ik vraag me af waarom u voorstelt om dat op twee scholen te doen en niet op meer. 58
Mikal Tseggai (PvdA). Een goede vraag. Het gaat om een pilot. We hebben net het een ander gehoord over de brede buurtschool. Ik steun trouwens oprecht de inzet van mevrouw Sahla om die te verbeteren, maar die zijn heel erg gefocust op vooral de kinderen, dat ze alles op één plek kunnen doen. Ik vind dit een mooi project om uit te proberen als pilot om ook de ouders in de school te halen en te houden. Maar ja, het is een kwestie van uitproberen, dus het lijkt mij mooi om met twee scholen te beginnen. Sebastian Kruis (PVV). Dan vraag ik me af hoeveel dat eventueel zou kosten. Heeft u daar een beeld bij? Dat is op zich voor ons nog wel van belang. Mikal Tseggai (PvdA). Ook een goede vraag. Het hoeft eigenlijk niet eens heel veel te kosten. Het gaat erom dat je al die verschillende mensen die in de wijken al heel erg hun best doen om gezinnen te helpen naar één plek haalt, namelijk de school, zodat ouders op school zijn, daar hun taallessen kunnen doen, daar met schuldhulpverleners of andere welzijnswerkers kunnen praten en daar tegelijkertijd bijvoorbeeld vrijwilligerswerk kunnen doen. Zo'n school wordt daarmee meer een plek voor de hele familie. Sebastian Kruis (PVV). Dat klinkt oprecht sympathiek. Alleen hebben we natuurlijk al een enorm tekort aan bijvoorbeeld welzijnswerkers of schuldhulpmaatjes.
Waar haalt u die dan vandaan, om even op uzelf te fixeren, zodat die opeens op die school daarvoor beschikbaar zijn? Mikal Tseggai (PvdA). Misschien weet meneer Kruis meer dan ik - dat zou zomaar kunnen - maar ik weet niet van heftige tekorten aan welzijnswerkers of schuldhulpverleners. Nog los daarvan gaat het om mensen die al in die wijken actief zijn. In plaats van dat ze in een buurthuis gaan zitten waar ouders zelf naartoe moeten en waar de drempel misschien hoog is naar binnen te stappen, zijn ze op school, waar moeders of vaders toch al komen om er hun kinderen naartoe te brengen. Daar is de drempel gewoon lager. De voorzitter. Mevrouw Tseggai zet haar betoog voort. Mikal Tseggai (PvdA). Nou, ik wilde eigenlijk alleen nog zeggen dat ik de moties van mevrouw Sahla steun en dat het heel stom is van mij dat ik daar niet onder sta, maar dat dat per ongeluk zo is gegaan. Dat wilde ik even rechtzetten. De voorzitter. Door mevrouw Tseggai worden de volgende moties (S.8 PvdA en S.9 PvdA) ingediend:
Motie S.8 PvdA Onderzoek naar pilot familiescholen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022 (RIS309436), constaterende, dat: • elk kind hetzelfde recht heeft zich te ontwikkelen door middel van onderwijs; • sommige ouders nog moeite hebben in het meekomen in de samenleving; • zij daarom lastiger betrokken kunnen zijn bij het onderwijs van hun kind; • kinderen van ouders die het lastig vinden mee te komen in de samenleving en/of minder betrokken zijn bij het onderwijs van hun kind, minder kansen hebben om zich te ontwikkelen door middel van onderwijs; overwegende, dat: • Amsterdam pilots voor familiescholen heeft gestart; 59
• • • •
deze familiescholen ondersteuning bieden in opvoeding, het opbouwen van een netwerk met andere ouders, het aanvragen van hulp bij armoede of het invullen van papierwerk; deze familiescholen ook buitenschoolse activiteiten aanbieden zoals theater- en sportlessen en huiswerkbegeleiding; deze aanvullende activiteiten kunnen helpen de betrokkenheid en de plek in de samenleving van ouders te verbeteren en daarmee de kansen van hun kinderen te vergroten om zich te ontwikkelen door middel van onderwijs; deze Amsterdamse pilot van familiescholen al een goede eerste indruk geeft in het behalen van bovenstaande doelen,
verzoekt het college: • op minstens twee Haagse scholen met een lage mate van betrokkenheid en een hoge mate van problematiek bij de ouders een pilot te starten voor de familieschool naar Amsterdams model, • en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag.
Motie S.9 PvdA Bezuinig niet op LKP-subsidies De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van HEA Jaarplan 2021-2022 Constaterende, dat: • leertijdverlenging een zeer belangrijk en bewezen instrument is om kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan; • scholen die hier gebruik van maken dit allemaal hard nodig hebben om hun leerlingen extra kansen te bieden. Overwegende, dat: • de voorgenomen herijking van LKP-subsidies leidt tot een korting van subsidies op scholen wiens leerlingen dit hard nodig hebben, waaronder scholen in Transvaal en Mariahoeve; • de herijking niet heeft geleid tot het beoogde effect (subsidies op scholen waar ze het hardst nodig zijn); • het college nu voornemens is een compensatieregeling te treffen voor de scholen die erop achteruit gaan. Verzoekt het college: • de raad van een subsidieoverzicht te voorzien, waarop duidelijk te zien is hoeveel LKPsubsidie scholen krijgen, hoeveel het verschil is met volgende jaren en hoe zij gecompenseerd worden; • de herijking na dit schooljaar te evalueren en daarna met een duidelijk verhaal te komen met hoe de subsidieregelingen voor extra- en intensieve leertijd er na de compensatie compensatieregeling uit zien; • en de raad hier voor de start van schooljaar 2022-2023 over te informeren. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
Chris van der Helm (VVD). Voorzitter. Als het gaat om de HEA, staat de Haagse VVD achter de maatregelen en de koers die daarin staan om onderwijsachterstanden tegen te gaan. Laat dat helder zijn. Maar de educatieve agenda wringt natuurlijk wel ergens. Ik heb dat punt ook al eerder gemaakt namens de Haagse VVD. Het levert soms een eenzijdig beeld op dat er vooral een focus lijkt te zijn op doelgroepleerlingen. Maar als je kijkt naar het totale aantal Haagse leerlingen, dan zie je dat een groot deel van de leerlingen geen doelgroepleerling is. Laat ik ze even onder de noemer 'gewone leerling' 60
neerzetten. Dat geluid mis ik in het HEA-jaarplan en natuurlijk ook in de HEA zelf. Een voorbeeldje. De brede brugklas wordt in het jaarplan genoemd als een van de oplossingen, maar er zijn ook heel veel leerlingen die juist geen brede brugklas willen. Dat beeld in de HEA is dus best eenzijdig. Daar gaan we later bij stilstaan als de HEA zelf voorligt, maar ik wil dat punt ook hier gemarkeerd hebben. Wat de Haagse VVD ook mist in deze HEA, zijn hoogbegaafde leerlingen. Landelijk gaat het om ongeveer 2,5 tot 3% en dat zal in Den Haag ook zo zijn. Het is een complexe groep met een aantal uitdagingen en ook een aantal noden. Een aantal andere partijen noemden het aantal thuiszitters al, maar er zitten ook hoogbegaafden onder de thuiszitters. Ze hebben vaak een complexe problematiek, maar kunnen vaak ook redelijk eenvoudig geholpen worden. Daarom is het heel goed dat ook deze groep specifiek wordt genoemd in de HEA, zodat er ook voor deze groep leerlingen aandacht is. Daar zit ontzettend veel talent tussen, net als bij elke leerling. Het zou echt zonde zijn om deze groep te vergeten. Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college bij de nieuwe HEA expliciet in te gaan op de uitdagingen en noden van hoogbegaafde Haagse leerlingen. Mikal Tseggai (PvdA). Ik wachtte even tot de heer Van der Helm klaar was met zijn betoog.
Ik begrijp niet zo goed wat de voorstellen van de VVD zijn om de kansenongelijkheid wel aan te pakken. Het enige wat ik de heer Van der Helm hoor zeggen, is: we hebben het te veel over leerlingen met achterstanden en we moeten het ook over andere leerlingen hebben. Chris van der Helm (VVD). Ik begon mijn betoog met aan te geven dat we achter de HEA staan. Daarmee is volgens mij gelijk het antwoord gegeven. Vervolgens leg ik uit dat ik nog wat meer dingen in de HEA zou willen zien. Daarom heb ik een motie en zal ik straks bij de bespreking van de HEA zelf ongetwijfeld met nog veel meer komen. Mikal Tseggai (PvdA). Ik ken de VVD als een partij die vindt dat iedereen zich in moet vechten. Wat zijn dan uw voorstellen voor die kinderen die zich de rest van hun leven moeten invechten, omdat ze geen eerlijke kans krijgen op een goede toekomst? Ik ken de VVD ook als een kritische partij. Ik kan me niet voorstellen dat u daar geen aanvullende voorstellen over heeft. Chris van der Helm (VVD). 'Kansen' is een prachtig woord. Dat vindt de Haagse VVD ook. Iedereen zou kansen moeten krijgen, zeker kinderen, ongeacht de thuissituatie. Daarom is het heel goed dat daar in de HEA veel aandacht voor is. Ik heb een aantal keren gehamerd op het belang van ouderbetrokkenheid, ouderverantwoordelijkheid bijvoorbeeld.
Als ik naar de HEA kijk, zie ik een totaalplaatje van een aanpak om de onderwijsachterstanden tegen te gaan. Nogmaals, ik mis bijvoorbeeld een aanpak voor hoogbegaafde leerlingen. Daarom heb ik een motie. Binnenkort gaan we het hebben over de HEA zelf. Dan zal ik dit ook aanstippen. Ik herken me dus niet in het beeld dat de PvdA schetst. Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb de inbreng van de andere partijen hier nog niet gehoord, maar wel in de commissie. Iedereen heeft allerlei aanvullende voorstellen om de HEA verder uit te bouwen. Ik kan me toch niet voorstellen dat de VVD verder niks te zeggen heeft over kansenongelijkheid behalve: het lijkt nu wel alsof alle leerlingen een onderwijsachterstand hebben. Ik vind het gewoon een beetje raar. Chris van der Helm (VVD). Ik heb hier een motie in mijn hand om de HEA uit te breiden. We gaan het binnenkort hebben over de HEA. Ik herken me echt niet in het beeld dat de PvdA schetst. De voorzitter. Door de heer Van der Helm wordt de volgende motie (S.10 VVD) ingediend:
Motie S.10 VVD Vergeet hoogbegaafde Haagse leerlingen niet in de Haagse Educatieve Agenda De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van het raadsvoorstel ‘Voorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022’.
61
Constaterende dat: • er zowel in de Haagse Educatieve Agenda (HEA) als in het HEA Jaarplan veel aandacht is voor kinderen met een onderwijsachterstand of ongelijke kansen in het onderwijs; • hoogbegaafde kinderen geregeld vastlopen in het onderwijs en daardoor ook met onderwijsachterstanden, onderadvisering of schooluitval kampen; • in zowel het HEA als in het HEA Jaarplan vrijwel geen aandacht is voor de groep hoogbegaafde leerlingen. Overwegende dat: • met het ontbreken van aandacht voor hoogbegaafde kinderen er een groep in de HEA wordt gemist en daarmee talent wordt gemist; • hoogbegaafden een complexe groep zijn met verschillende uitdagingen en noden en juist daarom ook specifiek genoemd zouden moeten worden in de HEA. Verzoekt het college: • bij de nieuwe HEA expliciet in te gaan op de uitdagingen en noden van hoogbegaafde Haagse leerlingen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik las vorige week in de krant een nieuwsartikel over ene Matt van Schagen. Matt van Schagen is een jongen van 25 uit Deventer. Hij woont drie nachten per week in onze mooie stad. Hij woont dus in Deventer, maar hij geeft les in een Haagse achterstandswijk omdat hij dat hartstikke leuk vindt en omdat hij het idee had dat hij daar op dit moment in zijn leven meer kon bijdragen dan in zijn eigen regio.
Hier zijn toch meer kinderen met taalachterstanden en met andere problematieken die je toch minder tegenkomt in de regio van de Hanzesteden. Het is hartstikke mooi dat die jongen dat wil doen, want we hebben in Den Haag een schreeuwend tekort aan leraren die lesgeven in voornamelijk de zwarte wijken. Dat is een beetje de olifant in de porseleinkast waar links het nooit over wil hebben. Het is gewoon een enorm probleem. We hebben ook al eerder gelezen dat mensen in bijvoorbeeld Transvaal klaagden dat het er verloederd is. De straten zijn niet schoon. Het is gewoon niet leuk op die scholen, of niet altijd leuk. Dat is iets wat vaker voorkomt op zwarte scholen dan op witte scholen. Niet voor niets is het een teken aan de wand dat heel veel ouders van witte of blanke, moet ik eigenlijk zeggen, kinderen in de rij staan op het moment dat hun kind nog in de wieg ligt om hun kind in te schrijven op een witte school, omdat ze als de dood zijn dat hun kind op zo'n zwarte school terechtkomt. Ze zien natuurlijk ook de scores van die scholen. Die blijven beduidend achter ten opzichte van de scholen in de witte wijk, om het maar zo te zeggen. Dat is dus een probleem.
Ik wil daarbij nog opmerken dat de tegenvallende scores van zwarte scholen, als je ze gewoon beoordeelt op hun merites, misschien nog wel beter of knapper dan die van witte scholen, als je kijkt wat de beginsituatie was toen die leerlingen instroomden en hoe ze uiteindelijk eruit kwamen. Maar het is wel een gegeven dat we een probleem hebben met een lerarentekort op de voornamelijk zwarte scholen. Die scholen worden er dus niet mee geholpen als ze de instroom jaarlijks zo enorm groot laten zijn. Daar moeten we met elkaar wat aan doen. Dat is ook in het belang van de kinderen. Ik geloof echt wel dat bijvoorbeeld een Fonda Sahla of een Mikal Tseggai zich daadwerkelijk zorgen maakt over het welzijn en de leerontwikkeling van die kinderen. Maar zij kunnen ook niet wegkijken van het feit dat die kinderen niet geholpen zijn met een jaarlijkse instroom van duizenden. We hebben het daar heel vaak over, dus het is niet voor het eerst dat ik het hier noem. Maar daar moeten we het binnenkort weer eens over hebben. Ik vond het toch goed om aandacht te vragen voor die jongen uit Deventer die hier lesgeeft. Je moet het maar doen: elke week drie dagen in een hotel om les te geven op een mooie school in Den Haag.
Ik denk dat we het er uiteindelijk met elkaar over eens zijn dat we goed moeten zorgen voor onze kinderen en dat we ervoor moeten zorgen dat de randvoorwaarden waarbinnen kinderen de 62
les tot zich kunnen nemen goed zijn. Daar valt nog heel wat te verbeteren. Daar doen we natuurlijk al heel vaak voorstellen vanuit de Haagse PVV. Dat zal ik hier niet nog een keertje doen, om de massaimmigratie te stoppen, maar het zou wel goed zijn voor Den Haag. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Voorzitter. Middelbare scholen koppelen aan basisscholen terug in hoeverre leerlingen na verloop van tijd nog op het niveau zitten van het schooladvies, maar het is niet duidelijk in hoeverre basisscholen in deze terugkoppeling aanleiding zien hun schooladviezen nog eens tegen het licht te houden indien zich bepaalde trends ontwikkelen. Het is van belang dat basisscholen dit soort informatie goed analyseren om de voorspellende waarde van hun adviezen te verbeteren. Het komt vaak voor dat een leerling ondergeadviseerd wordt. Als de basisschool deze terugkoppeling krijgt van de middelbare school, dan dient die school ook echt te kijken waar het mis is gegaan. Voor hetzelfde geld worden sommige leerlingen bovengeadviseerd. Ze komen dan bijvoorbeeld terecht in een vwo-klas terwijl hun capaciteit dat niet aankan. Dit kan zorgen voor zelfvertrouwenproblematiek bij de leerling. Het is dus belangrijk dat basisscholen dit serieus nemen.
Hierover gaat mijn motie met als dictum: verzoekt het college om samen met de scholen in het funderend onderwijs en andere organisaties te komen tot een monitoring van de terugkoppeling van middelbare scholen, gekoppeld aan een analyse om de voorspellende waarde van de schooladviezen te verhogen, en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door de heer Çetinkaya wordt de volgende motie (S.11 ID) ingediend:
Motie S.11 ID Terugkoppeling schooladviezen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 7 oktober 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022 (RIS309436). Constaterende, dat: • middelbare scholen aan basisscholen terugkoppelen in hoeverre leerlingen na verloop van tijd nog op het niveau zitten van het schooladvies, maar niet duidelijk is in hoeverre basisscholen in deze terugkoppeling aanleiding zien hun schooladviezen nog eens tegen het licht te houden indien er bepaalde trends te ontdekken zijn. Overwegende, dat: • het van belang is dat basisscholen dit soort informatie goed analyseren om de voorspellende waarde van hun adviezen te verbeteren. Verzoekt het college: • om samen met de scholen in het funderend onderwijs en andere onderwijsorganisaties te komen tot een monitoring van de terugkoppeling van middelbare scholen gekoppeld aan een analyse om de voorspellende waarde van de schooladviezen te verhogen; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de HEA. We hebben een mooi debat gehad in de commissie. Ik heb geen aanvullende moties, maar nog wel een vraag.
We hebben het in de commissie gehad over de subsidieregeling voor scholen, onder andere voor schoolreisjes. De aanvullende informatie gaf aan dat de subsidie is gebaseerd op de onderwijsachterstandsscore van de school en dat het breder is dan alleen schoolreisjes. Ik zou graag
63
van de wethouder willen horen of, hoe en wanneer de subsidieregeling geëvalueerd gaat worden en of scholen dan ook duidelijk kunnen aangeven of de onderwijsachterstandsscore een goede indicator is. Ismet Bingöl (CDA). Voorzitter. De complimenten van de CDA-fractie voor dit jaarplan. Graag wil ik nog drie aandachtspunten benoemen, ten eerste het belang van het terugdringen van het lerarentekort. We zien dat het lerarentekort knelt. Tegelijkertijd zien we een college dat er alles aan doet om het lerarentekort aan te pakken. Het is goed om te zien dat de gemeente afspraken maakt met projectontwikkelaars om leraren met voorrang te huisvesten. Ten tweede de lerarenopleiding. Het is heel goed nieuws dat er in deze HEA concreet perspectief is op de start van zo'n lerarenopleiding. Dit is namelijk de belangrijkste structurele aanpak van het lerarentekort. Ten slotte wil ik nog benadrukken hoe belangrijk de koppeling van de HEA aan de Taalnota is. De uitvoering van de Taalnota blijkt tot nu toe nog lastig door corona, maar het is van het grootste belang dat de Taalnota handen en voeten gaat krijgen. Wellicht kan het college nog toelichten hoe het dit ziet. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank voor de inbreng van de raad. We hebben hier inderdaad een goede en uitgebreide commissiebehandeling over gehad.
Ik zal mij beperken tot de gestelde vragen en een aantal reacties op de ingediende moties. Ik begin met de moties van mevrouw Davituliani van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Zij begint met de discussie over taal in het onderwijs en de enorme waarde die we hechten aan voorschoolse educatie en alles wat we daaraan doen met elkaar om kinderen al vanaf 2-, 2,5-jarige leeftijd in contact te brengen met de Nederlandse taal. Voorschoolse educatie is daar wat ons betreft hét middel voor. Ik ben het in dat opzicht helemaal eens met de hartenkreet van mevrouw Davituliani dat we er alles aan moeten doen om te zorgen dat de instroom daar zo hoog mogelijk is. Dat ben ik helemaal met haar eens. Het preadvies op deze motie vind ik wat ingewikkeld. Dat heeft te maken met hoe de discussie al werd gevoerd in de raad. We kunnen dit onderzoek nu met elkaar doen en ook gelijk afronden, want de Leerplichtwet geldt inderdaad. De leerplichtleeftijd is op dit moment 5 jaar. Als je dit zou willen doen, zou je die leeftijd moeten terugbrengen naar 2 jaar. Dat betekent dat je een andere rol hebt, als je dit vraagstuk zou willen agenderen. Dan moet je op het niveau van de landelijke politiek een discussie voeren over de hoogte van de leerplichtleeftijd. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dank aan de wethouder voor dit antwoord. Uw partij, het CDA, zit aan de formatietafel.
Mijn vraag is dan ook of u aan het landelijke CDA gaat vragen om dit mee te nemen in de onderhandelingen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Nee, ik sta hier als wethouder Onderwijs van Den Haag namens het hele college van Den Haag. Het past ons niet om nu een enkele vraag, puur politiek ingestoken, aan de onderhandelingstafel te stellen. Wij als college van Den Haag doen er alles aan om de instroom vanaf 2 jaar zo hoog mogelijk te maken om te zorgen dat de kinderen zo snel mogelijk met de Nederlandse taal in aanraking komen. Dat is echt van wezenlijk belang. We handelen vervolgens naar iedere politieke keuze die er wordt gemaakt, op welk niveau dan ook, maar op dit moment is de leerplichtleeftijd 5 jaar. Daar hebben we het nu mee te doen. Ik moet de motie dan ook ontraden. Dan ga ik naar de motie 'Waarom haken Haagse leraren af?' van mevrouw Davituliani. De motie vraagt om de alarmerende signalen te onderzoeken. Er zijn ook schriftelijke vragen gesteld over ditzelfde onderwerp. Ik zou het volgende willen voorstellen. Wij zullen die schriftelijke vragen netjes beantwoorden. Ik zie nu dat in de motie ook gevraagd wordt om een iets uitgebreidere analyse van dat vraagstuk. Ik zou me kunnen voorstellen dat ik dat aanstip in de beantwoording van de schriftelijke vragen en in de afdoening van deze motie, die ik dus zou willen omarmen, wat uitgebreider daarop inga.
Op die manier wil ik de motie graag omarmen als dat mag. Dan ga ik naar de vragen van GroenLinks. Mevrouw Ateş vindt het punt van onderadvisering belangrijk. Voor het overige staat zij onder een aantal moties, dus ook dat belang heb ik helder doorgekregen. Ik heb onlangs een brief gestuurd over hoe we onderadvisering aanpakken. Het convenant schooladvisering is daarbij belangrijk en ook de manier waarop we met brede brugklassen omgaan, bijvoorbeeld het trainen en coachen van leraren en het ondersteunen van ouders. 64
Dan de NPO-middelen. Ik heb inderdaad van de week … Ik realiseer mij dat het wat laat is, maar we hebben ook pas laat te horen gekregen dat die € 11 mln. naar ons toe komt. Ik heb van tevoren gezegd dat ik eerst de contouren van het plan naar de raad wil sturen. Dat heb ik deze week gedaan. Dat is dus nog niet in beton gegoten. Het is alleen om aan te geven: dit is mijn denkrichting, de denkrichting van het college, en heel graag hoor ik straks de mening van de commissie daarover. Daarin wordt wel voorgesteld om daar iets aan te doen, maar dat is voor een andere keer. We zijn het erover eens dat dit noodzakelijk is. Ik hoop dat we het ook eens worden over het belang van ouderbetrokkenheid daarbij en over dat het schoolmaatschappelijk werk daar een middel voor is, maar niet het enige en heiligmakende middel. Daar komen we wat mij betreft graag op terug bij de NPOgelden, maar ik ben het helemaal eens met de hartenkreet van mevrouw Ateş. Dan ga ik naar de Partij voor de Dieren. De heer Smit zegt: pak pesterijen lhbti+-jongeren aan. Daar zijn inderdaad vreselijke voorbeelden van, waarvan de heer Smit er eentje aandroeg. Dat is gewoon vreselijk. Het is terecht dat daar aandacht voor wordt gevraagd door de heer Smit. We zijn hier op dit moment al op twee manieren druk mee bezig. We hebben de queernota van oud-collega Van Alphen, dus van het college.
Daarin wordt uitgebreid stilgestaan bij dit probleem. Ook is daarin opgenomen de manier waarop we als college COC Haaglanden in stelling hebben gebracht om gesprekken te voeren met schooldirecteuren om dit thema aan de orde te stellen. Ook de GSAcoördinatoren komen daarin terug. Dat is één. Twee: we hebben de Aanpak schoolveiligheid. Schoolveiligheid gaat ook over pesten en gaat inderdaad ook over deze hele specifieke groep waarbinnen pesten helaas een rol blijft spelen. Ik ben ervan overtuigd dat beide, de nota en de aanpak, voldoende handvatten geven om deze specifieke vorm van pesten aan te pakken. Ik wil er ook echt voor waken om naast het bredere beleid, dus dat wat wij doen op het gebied van het aanpakken van allerlei vormen van pesten, specifiek voor dit probleem nog een nieuwe systematiek op te richten. Ik vind dat dat geen recht zou doen aan de andere problemen die ook spelen op het gebied van pesten. Ik zou deze motie dan ook willen ontraden. Robin Smit (PvdD). Ik hoor de wethouder goed, maar ik heb ook het nieuwe onderzoek gelezen dat vorige week is gepubliceerd. Dat zijn gewoon schokkende feiten. Dat zijn nieuwe dingen die aan het licht zijn gekomen. Inderdaad, er staan dingen in de queernota. We zijn nu op weg met de GSA's. De doelstelling is dat we 24 GSA's hebben opgericht in 2022. Dat is al over een aantal maanden.
Momenteel zijn dat er tien en twee in oprichting, dus de weg is nog superlang. Ik denk dat het om deze groep te helpen extra aandacht kan verdienen dat er niet meer wordt gepest op scholen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Die oproep is glashelder. We zullen die dan ook doorgeven en met COC Haaglanden in gesprek gaan om te kijken of we nog daarbij kunnen helpen. Maar het opnieuw oprichten van een specifiek hierop gerichte aanpak vind ik geen recht doen aan de overige problemen. De problemen van racisme en andere vormen van pesten spelen helaas nog steeds in onze stad en leven soms ook op bepaalde plekken op. Dat betekent dat je iedere keer bij moet kunnen sturen, maar ik zou echt willen waken voor allerlei losse aanpakken. Dat lijkt me niet verstandig. Ik zou de motie dan ook willen ontraden zonder afbreuk te doen aan de inhoud daarvan. De oproep is helder en we zullen daarmee aan de slag gaan. Robin Smit (PvdD). COC geeft die voorlichting op een aantal scholen, maar bij heel veel scholen ook niet. Daar staat soms de deur niet open. Volgens mij moeten wij als gemeente Den Haag die deur niet op een kier zetten, maar echt openbreken om dit probleem op te lossen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik weet niet of dat zo is. Althans, ik twijfel er zeer aan dat niet bij alle scholen de deur daarvoor opengaat. Als het zo is, dan is dat een ander probleem.
Dan moet dat inderdaad aangepakt worden. Dat is dan een tweede vraag die ik met COC Haaglanden zal oppakken, want dat is een terechte vraag. Het kan niet zo zijn dat scholen hun deuren niet openen voor het oplossen van dit probleem. Maar nogmaals, daar is geen heel actieplan voor nodig. Dan ga ik naar de motie 'Red de (VO) brede buurtschool' van D66. Mevrouw Sahla vraagt om een overgangsregeling te treffen. We zijn inderdaad bezig met het treffen van een overgangsregeling. Dit gaat eigenlijk over wat voorheen de subsidie brede buurtscholen vo was. Scholen die een terugval in de subsidie krijgen, krijgen compensatie zodat ze dit in het schooljaar 2021-2022 kunnen afronden. 65
Het gesprek met de scholen over de mogelijkheden binnen deze herijking met het oog op de nieuwe HEA wordt in het najaar gevoerd. Deze motie zet de ambitie van wat wij al van plan waren kracht bij, dus op die manier zou ik haar willen omarmen, zeker ook gezien de inhoud ervan en het pleidooi erachter. Het dictum van de tweede motie van mevrouw Sahla ging iets anders dan ik had verwacht. In de ingediende motie wordt verzocht te inventariseren hoeveel zij-instromers uiteindelijk doorstromen in het onderwijs en te onderzoeken wat we kunnen doen als gemeente om de begeleiding van zijinstromers te verbeteren, terwijl ik had gerekend op het dictum: gezamenlijk met schoolbesturen en schoolleiders te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de begeleiding van zij-instromers te verbeteren. Met dat laatste dictum zou ik goed kunnen leven en zou ik de motie kunnen omarmen, want dit past goed in onze ambitie om de hele zij-instroomopgave nog meer te verbeteren. We besteden daar veel geld aan, er gaan ook NPO-gelden naartoe en allerlei noodplannen zagen daar ook op. De instroom van zij-instromers is flink toegenomen naar aanleiding van de inzet die we gepleegd hebben. Als ik het dictum zo zou mogen horen, dan zou ik de motie willen omarmen. Fonda Sahla (D66). Ik krijg ook vanuit het onderwijsveld heel veel vragen over de cijfers over zijinstromers, omdat we die nooit boven tafel krijgen.
Als je weet hoeveel zij-instromers instromen en hoeveel er uiteindelijk toch wegvallen, dan kan je daar veel beter op inzetten. Ik zou dan ook heel graag willen dat dat blijft staan. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat snap ik. Op zich zijn die cijfers er. Ik heb onlangs de cijfers gekregen over de instroom. Het zou ook mogelijk moeten zijn om de cijfers over de uitstroom te achterhalen. Als ik mag lezen 'gezamenlijk met schoolbesturen en schoolleiders te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de begeleiding te verbeteren en daarbij de actuele cijfers te betrekken' bijvoorbeeld, dan zijn we er volgens mij. Het probleem zit even in wat wij als gemeente kunnen doen om de begeleiding van de instromers te verbeteren. Wij doen daar zelf niet zozeer iets aan. We stellen wel gelden ter beschikking zodat scholen er alles aan kunnen doen om dat voor elkaar te krijgen. De voorzitter. Als u dat goed vindt, past u dan het dictum aan, mevrouw Sahla? Of niet? Fonda Sahla (D66). Nee, want ik heb net aan de heer Smit uitgelegd wat wij bedoelen met deze motie. Ik weet dat wij als gemeente er niet over gaan, maar de wethouder kan samen met schoolleiders en besturen ervoor zorgen dat erop wordt toegezien dat deze zij-instromers veel beter begeleid worden.
Als je de cijfers al hebt, dan is het alleen maar goed om die ernaast te leggen en te kunnen kijken: dit is wat we kwijtraken en dat komt ook door de werkdruk, omdat zij-instromers te vroeg alleen voor de klas staan. Ik denk dat het alleen maar ten goede komt aan wat we al doen, als we met de schoolleiders en besturen bijvoorbeeld een assessment gaan ontwikkelen, zodat je in ieder geval een minimum hebt voordat je alleen voor de klas mag staan. Wethouder Bredemeijer (CDA). Het is natuurlijk makkelijk om nu te zeggen dat ik de motie dan ontraad, maar ik vind dat dat geen recht doet aan het vraagstuk waar we mee te maken hebben. Dit is ongelofelijk belangrijk. Ik heb mevrouw Sahla goed gehoord. Indachtig de bespreking die we nu hebben, zal ik de motie afdoen op het moment dat die aangenomen wordt. Deze behandeling daarbij betrekkend zou ik de motie willen omarmen. Op de vraag van D66 over de neveninstroom zou ik echt even terug moeten komen. Het was nu wat kort dag, zeg ik tegen mevrouw Sahla. Het gaat om de neveninstroom van 2,5 tot 4 jaar en dan pas 5 en 6 jaar. Houd het me nog even ten goede. Ik kom daarop terug en zal er een aparte brief over sturen. Dan nog de vraag wat het college gaat doen om de schoolreisjes voor iedereen toegankelijk te krijgen. In de HEA-brief staat de uitleg voor de subsidie aan scholen op basis van de OAB-middelen.
We hebben daar in de commissie uitgebreid bij stilgestaan: waarom zijn dat OAB-middelen? Ik heb er ook wat losse vragen over beantwoord. Waarom zijn dat die OAB-middelen? Waarom is die systematiek gekozen? Mevrouw Klokkenburg heeft gevraagd om terug te komen op hoe scholen dat ervaren. Ik sta echt achter de keuze die gemaakt is om het OAB te kiezen. Dat heeft ook met privacy te maken, enzovoorts. Ik denk dat de keuze goed is, maar laten we na afloop kijken hoe scholen dat 66
hebben ervaren. Daar zal ik dan ook deze vraag bij betrekken. Ik kom daar op een later moment ook op terug. Ik ga naar de moties van de Haagse Stadspartij. In de motie 'Onderzoek kinderen thuis i.p.v. op school' wordt eigenlijk gesuggereerd dat wij niet weten hoeveel kinderen op dit moment thuiszitten. Gelukkig is niets minder waar, want wij weten dat gelukkig wel. Wij zijn goed op de hoogte van het aantal thuiszitters. Wij weten ook de redenen daarachter. Wij kunnen daar ook op inspelen. We kunnen daar hulpverlening op zetten of op handhaven als dat nodig is. Ik wil de motie ontraden, omdat eigenlijk al gebeurt wat in het dictum wordt gevraagd. Wij hebben dat en sturen de raad, ik meen ieder kwartaal, de rapportage daarover. Fatima Faïd (HSP). Het gaat mij er vooral om dat ik erachter wil komen welke invloed bijvoorbeeld de wachtlijsten bij de ggz, die echt heel lang zijn, hebben op het feit dat er zo veel kinderen thuiszitten. Daar gaat de motie eigenlijk over. Dat weet u volgens mij niet, want dat is nog niet onderzocht. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat verband is er inderdaad. Ik heb op dit moment de precieze cijfers niet paraat. We hoeven daar geen heel nieuw onderzoek voor op te tuigen. Op het moment dat wij de voortgangscijfers weer naar de raad sturen, zal ik ook een alinea wijden aan dit vraagstuk en aangeven hoe die twee gegevens zich tot elkaar verhouden.
Laat ik het op die manier toezeggen. Ik hoop dat de motie daarmee niet per se nodig is, want die roept op tot iets wat we al doen. Ik begrijp de motie nu beter. Ik zeg dat toe en hoop dat u de motie wilt intrekken. Fatima Faïd (HSP). Ik wil de motie even aanhouden. Ik trek die niet in, maar houd haar aan. De voorzitter. Aangezien motie S.5 HSP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat had ik natuurlijk moeten vragen. Sorry daarvoor. Dan de motie 'Onderzoek kindvolgsysteem/leerlingvolgsysteem'. Het spijt me, maar ook deze motie moet ik ontraden. Dat heeft ermee te maken dat de motie aangeeft dat het leerlingvolgsysteem negatieve effecten heeft. Ik begrijp waar de vraag vandaan komt. Ik denk echter dat dat niet aan het leerlingvolgsysteem ligt. Het leerlingvolgsysteem is een systeem waarin de voortgang van scholieren wordt bijgehouden: de resultaten, de vorderingen van kinderen. Scholen zijn overigens vrij om te bepalen welk systeem ze daarvoor gebruiken. Die systemen dragen juist bij aan de objectiviteit in het volgen van die leerlingen. Daar ben ik echt van overtuigd. Het is ook zo dat de inhoud van die systemen, althans op het gebied van hun eigen kind uiteraard, door ouders kan worden ingezien. Ik denk dat dat een belangrijk gegeven is voor mevrouw Faïd. Zoals de motie nu voorligt wil ik haar toch ontraden.
Ik kom bij de vragen van de Partij van de Arbeid, te beginnen met die over het proces. Het is een gedeelde frustratie, een gedeelde zorg van ons hoe het proces rondom de HEA de afgelopen tijd heeft plaatsgevonden. De eerste keer had dat met corona te maken, maar deze keer niet. Deze keer hadden we het jaarplan op zich op tijd toegestuurd, ik meen in juni, maar heeft er geen behandeling voor de zomervakantie plaatsgevonden. We hadden het wel af, maar goed. We zijn nu bezig met de nieuwe HEA voor de komende vier jaar. Dit is alleen het HEA-jaarplan. We hebben afgesproken dat wanneer ik het de raad toestuur, ik ook zal aangeven hoe ik het proces voor mij zie voor ieder jaarplan. Mikal Tseggai (PvdA). Volgens mij is dat goed, maar misschien is het dan ook slim om er een termijngebonden stuk van te maken. Dat zou ik als een vriendelijke tip willen geven aan de wethouder. De voorzitter. Wat betekent dat? De laatste raad voor de zomer? Oké. Wethouder Bredemeijer (CDA). Zoiets zou bijvoorbeeld een goede denkrichting zijn, als ik het zo hoor. Ik wist dat niet precies. De HEA komt in januari, maar dat is dan het hele stuk. Misschien moeten we afspreken om van het HEA-jaarplan een termijngebonden stuk te maken. Dat zou een denkrichting kunnen zijn. We komen daarop terug.