CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310657 Notulen van de raad van 7 oktober 2021 (dag)

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 7 oktober 2021 en de notulen van de digitale stemmingenraad van 7 oktober 202159.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Wij hebben gezegd dat indien er mogelijkheden zijn om een extra parkeerplaats te maken, dat mogelijk moet zijn … Wat zegt u? De voorzitter. Nee, hij krijgt geen vierde interruptie, ook niet als u hem het woord geeft, mevrouw Regts. Door mevrouw Regts, daartoe gesteund door de heer Partiman, wordt het volgende amendement (P.C VVD) voorgesteld:

34

Amendement P.C VVD De parkeernorm als referentienorm. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake ‘Nota Parkeernormen Den Haag 2021’ (RIS 309940). Besluit om de tekst te wijzigen: Onder het kopje: Wat is een autoparkeernorm? en onder het kopje: Totstandkoming van de autoparkeernormen Huidige tekst: Wat is een autoparkeernorm? In Den Haag geeft de autoparkeernorm aan hoeveel parkeerplaatsen er maximaal mogen worden gemaakt per eenheid of oppervlakte bij nieuwbouw- en verbouwprojecten. Het resultaat van de autoparkeernorm en het bouwprogramma leidt tot een maximumaantal autoparkeerplaatsen dat mag worden aangelegd voor de parkeervraag bij een ontwikkeling. Onder voorwaarden kan dat aantal naar beneden worden bijgesteld en in sommige gevallen kan een bouwontwikkeling zelfs vrijgesteld van de parkeereis. Er zijn echter ook gebieden in de gemeente waar als er aangetoond kan worden dat er geen goede mobiliteitsalternatieven aanwezig zijn en het geen nadelige consequenties heeft voor de omgeving, het toegestaan is om meer parkeerplaatsen aan te leggen dan berekend op basis van de norm. Totstandkoming van de autoparkeernormen De normen zijn de maximumnormen.

Nieuwe tekst: Wat is een autoparkeernorm? In Den Haag geeft de autoparkeernorm aan hoeveel parkeerplaatsen er moeten worden gemaakt per eenheid of oppervlakte bij nieuwbouw- en verbouwprojecten. Het resultaat van de autoparkeernorm en het bouwprogramma leidt tot een aantal autoparkeerplaatsen dat moet worden aangelegd voor de parkeervraag bij een ontwikkeling. Onder voorwaarden kan dat aantal naar boven of beneden worden bijgesteld en in sommige gevallen kan een bouwontwikkeling zelfs worden vrijgesteld van de parkeernorm. Er zijn echter ook gebieden in de gemeente waar als er aangetoond kan worden dat er geen goede mobiliteitsalternatieven aanwezig zijn en het geen nadelige consequenties heeft voor de omgeving, het toegestaan is om meer parkeerplaatsen aan te leggen dan berekend op basis van de norm. Tevens is het mogelijk toe te staan om meer parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen als deze extra plaatsen er toe bijdragen dat de parkeerdruk op straat naar beneden gaat. Totstandkoming van de autoparkeernormen De normen zijn de referentienormen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Ik herhaal het nog maar eens: het is druk op de Haagse wegen. Drukke wegen betekenen onveilige wegen, betekenen vaak uitstoot van ongezonde lucht en betekenen vertraging.

Het aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd mag worden bij nieuwe huizen draagt bij aan die drukte. Het is goed dat met deze parkeernormen een omslag wordt gemaakt. We werken niet meer met een minimum; we werken met een maximum, want onze wegen hebben allang een maximum bereikt. Het is ook goed om te zien dat met deze parkeernormen deelauto's worden gestimuleerd. Het is ook echt goed om te zien dat wat in de Binckhorst nog een uitzondering was nu algemeen beleid wordt. Met andere woorden: de GroenLinksfractie kan dit steunen. Rest mij nog een laatste woord van dank voor de ambtenaren, die binnen een week alle gevraagde informatie hebben opgeleverd. 35

Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ondanks de hardheidsclausule in deze nota Parkeernormen waar de wethouder in de commissievergadering aan refereerde, is het CDA van mening dat het niet moet gaan om maximumnormen, maar dat het moet gaan om referentienormen. Bij een bouwproject of grote verbouwing moeten er voldoende plaatsen worden gerealiseerd. Maak je er minder, dan moet goed uitgelegd worden welke mobiliteitsalternatieven er worden gerealiseerd. Maar in tegenstelling tot de oorspronkelijke tekst willen we heel duidelijk maken dat ontwikkelaars met een goed verhaal ook meer plaatsen mogen realiseren op het moment dat deze ruimte kan worden gebruikt om ruimte op straat te creëren. Daarom hebben we samen met de VVD een amendement opgesteld, dat de VVD ook namens ons heeft ingediend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Mijn fractie kan zich in grote lijnen vinden in de nota Parkeernormen, maar heeft wel één zorg die we graag opgelost zien voordat we met het voorstel kunnen instemmen. Het gaat om het punt dat projectontwikkelaars met deze nota een kleiner aantal parkeerplekken mogen realiseren als ze deelauto's of bakfietsen aanbieden aan toekomstige bewoners. Onze zorg hierbij is dat de nota geen handvatten geeft om bijvoorbeeld afspraken te maken over de prijs of over de voorwaarden waar bewoners aan moeten voldoen om een abonnement af te sluiten.

Daarom dienen wij een motie in met als dictum: verzoekt het college alleen in te stemmen met lagere parkeernormen wanneer de toegankelijkheid en betaalbaarheid van deelconcepten is geborgd voor de categorieën bewoners die in het te ontwikkelen gebouw wonen of komen te wonen, voor dit doel een toetsingskader op te stellen waar deze elementen in terugkomen en de raad het toetsingskader binnen drie maanden te doen toekomen. De voorzitter. Door mevrouw Arp wordt de volgende motie (P.3 SP) ingediend:

Motie P.3 SP Garandeer toegankelijkheid deelconcepten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Nota parkeernormen Den Haag 2021. Constaterende, dat: • de nota parkeernormen projectontwikkelaars de mogelijkheid biedt om een kleiner aantal parkeerplekken te realiseren dan de afgesproken norm, wanneer zij deelauto’s of deelbakfietsen aanbieden aan de toekomstige bewoners van een nieuwbouw- of verbouwplan. Overwegende, dat: • aanbieders van deelauto’s en bakfietsen doorgaans commerciële ondernemingen met winstoogmerk zijn; • zowel de Parkeerstrategie Den Haag 2021 - 2030 als het Voorstel van het college inzake de Nota parkeernormen geen handvatten bieden om te sturen op de prijs van deze deelconcepten en de voorwaarden die gelden om hiervan gebruik te maken; • de SP signalen krijgt van inwoners die om voor hen onduidelijke redenen geen abonnement konden afsluiten bij een aanbieder van deelauto’s die actief is in hun buurt en het onwenselijk is dat toekomstige bewoners van nieuw- of verbouwplannen hier ook me te maken krijgen; • wanneer de deelconcepten niet toegankelijk en betaalbaar zijn het de vraag is of het wel verstandig is om af te wijken van de parkeernormen.

Verzoekt het college: • alleen in te stemmen met een lagere parkeernorm wanneer de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de deelconcepten is geborgd voor de categorieën bewoners die in het te ontwikkelen gebouw wonen of komen te wonen; • voor dit doel een toetsingskader op te stellen waar deze elementen in terugkomen; • de raad het toetsingskader binnen 3 maanden te doen toekomen. 36

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Ook mijn fractie kan de nota Parkeernormen steunen, omdat er ook wordt ingezet op deelvervoer. Ik heb nog wel een amendement meegebracht om te garanderen dat het deelvervoer als hoogwaardig alternatief kan dienen: ' Besluit om het dictum als volgt te wijzigen: I. De Nota parkeernormen Den Haag 2021 en bijbehorende bijlagen vast te stellen met dien verstande dat - aan artikel 1:1 de volgende definitie wordt toegevoegd: deelbakfiets: een rijwiel dat voorzien is van een laadbak van minimaal 250 liter en van elektrische trapondersteuning; - artikel 3:4c. onder 4 als volgt wordt gewijzigd: deze extra deelbakfietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein, minimaal 1x2 meter groot zijn, voorzien van een laadvoorziening en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten); - artikel 3:4d als volgt wordt gewijzigd: de aanvrager bij een bouwontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal vijf jaar na ingebruikname van de bouwontwikkeling, voorziet in een hoogwaardig mobiliteitsalternatief, anders dan een deelauto of deelbakfiets, dat aantoonbaar de autoparkeervraag van de toekomstige bewoners of gebruikers zal verminderen.' De voorzitter.

Door mevrouw Klokkenburg wordt het volgende amendement (P.D CU/SGP) voorgesteld:

Amendement P.D CU/SGP bakfiets als hoogwaardig mobiliteitsalternatief De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940). Besluit om het dictum als volgt te wijzigen: • I. De Nota parkeernormen Den Haag 2021 en bijbehorende bijlagen vast te stellen met dien verstande dat • aan artikel 1: 1 de volgende definitie wordt toegevoegd: deelbakfiets: een rijwiel dat voorzien is van een laadbak van minimaal 250 liter en van elektrische trapondersteuning; • artikel 3:4 c. onder 4 als volgt wordt gewijzigd: deze extra deelbakfietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein, minimaal 1x2 meter groot zijn, voorzien van een laadvoorziening en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten); • artikel 3:4 d als volgt wordt gewijzigd: de aanvrager bij een bouwontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar na in gebruik name van de bouwontwikkeling, voorziet in een hoogwaardig mobiliteitsalternatief, anders dan een deelauto of deelbakfiets, dat aantoonbaar de autoparkeervraag van de toekomstige bewoners of gebruikers zal verminderen, Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter.

Linksom of rechtsom is voor iedereen in de stad duidelijk dat deze wethouder de afgelopen jaren toch vooral een anti-automobilistbeleid heeft gevoerd. Dat zagen we op heel veel manieren terug. Wegen werden versmald, parkeerplaatsen verdwenen. Ik heb deze wethouder eigenlijk nog nooit in de buurt gezien van een auto. Ik zie hem altijd alleen maar fietsen, en dat is precies waar zijn beleid voor staat. Ondanks het feit dat de VVD de grootste partij in het college is, heeft zij op geen enkele manier op welk moment dan ook iets in de melk te brokkelen gehad. Het is de grootste partij, maar ze komt vandaag met een amendement om nog te redden wat er te redden valt. Maar de mensen in de stad 37

zien ook wel dat je op deze manier straks in de toekomst in Den Haag niet meer verzekerd bent van een parkeerplek in de buurt van je huis. Ik zeg dan tegen mijn collega-raadsleden: welcome to reality. Mensen hebben parkeerplaatsen nodig, omdat ze nu eenmaal een auto nodig hebben. Die is nodig om naar je werk te gaan, om naar je sportvoorziening te gaan, om je kinderen naar school te brengen. Dat zij daaraan voorbijgaan, is een heel groot probleem voor heel veel mensen in de stad. Want het kan niet zo zijn dat ze wel die groei ongebreideld laten plaatsvinden, maar vervolgens datgene schrappen wat nodig is om een stad leefbaar te houden, bijvoorbeeld parkeerplaatsen. Det Regts (VVD). Ik weet niet of het meneer Kruis is opgevallen, maar ik hamer in ongeveer iedere commissievergadering die we hebben op het feit dat wij ondergrondse parkeergarages moeten gaan bouwen om de leefbaarheid in de straten te verbeteren en in stand te houden. Wij verdrijven dus niet de auto's uit de stad, maar willen een betere opbergplek voor die auto's hebben, namelijk onder de grond of boven de grond in mooie parkeergarages. Sebastian Kruis (PVV). Dat klopt. Maar elke keer als ik mevrouw Regts iets zie voorstellen tijdens de commissievergaderingen wat in de buurt kom van een pro-autoverhaal, krijgt ze direct de Groene Khmer op haar dak. Het is inderdaad roeien tegen de stroom in.

Hoeveel ondergrondse parkeergarages zijn er nou de afgelopen jaren in Den Haag gerealiseerd? Niet bijster veel. Had daar dan geld voor gereserveerd. Niet allemaal van die onzinnige infrastructuurprojecten waar Robert Barker blij van wordt, maar gewoon mooie ondergrondse parkeergarages waar mensen hun auto's kwijt kunnen. Daar moet je wel geld voor reserveren. Dit college, met de VVD als grootste partij, reserveert vooral geld voor allerhande linkse hobby's en de automobilist staat in de kou. Daarom zullen wij tegen dit voorstel van het college stemmen. Zo maakt dit college het wel erg makkelijk voor ons om volgend jaar 24 zetels te halen. De voorzitter. Dat maakt 46. U kunt allebei goed rekenen. Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Het is goed om hier eindelijk weer te staan. De parkeernormen vergroten de tweedeling en de wooncrisis. Ik zal dat even toelichting. Met deze parkeernormen laat het college zich lelijk in de kaart kijken, want dit raadsvoorstel laat zien dat hoe groter je huis is, hoe ruimer de voorgestelde norm is. Kennelijk heb je met een groter huis meer recht op parkeerruimte. Ook het verschil tussen huur en koop is bizar in dit voorstel. Mensen met een koopwoning hebben volgens dit college meer recht op parkeerruimte dan mensen met een huurwoning, soms zelfs twee keer zo veel.

Van een D66-wethouder die naar landelijk voorbeeld steeds weer aan de VVD tegemoetkomt, kun je je neoliberaal autobeleid misschien nog wel voorstellen. Maar dat partijen als GroenLinks en de PvdA hier ook mee akkoord gaan, is onbegrijpelijk. Het beleid om parkeereisen aan woningbouw op te leggen heeft bovendien een prijsopdrijvende werking, want woningen worden door deze verplichte bouw van parkeerplaatsen alleen maar duurder en dus minder betaalbaar. Wonen is een grondrecht, verankerd in onze Grondwet, maar het recht op een parkeerplaats, uitgangspunt van deze parkeerstrategie - dit laat het college dus prevaleren - is dat zeker niet. Kortom, de Haagse Stadspartij is principieel tegen deze parkeerstrategie en zal tegen de nota Parkeernormen stemmen. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Dank aan de raad voor de discussie in de commissie en de discussie zojuist. We hebben de inhoud hiervan eigenlijk al besproken bij de behandeling van de parkeerstrategie die door uw raad is aangenomen. Dit is een uitwerking daarvan in de normen. Ik ga even langs de inbrengen en voornamelijk de ingediende amendementen en moties. De Partij voor de Dieren heeft twee amendementen, waarvan een over de ov-knooppunten. We hebben die discussie ook al gehad in de commissie. De Partij voor de Dieren wil graag dezelfde normering voor drukke bus- en tramhaltes als voor treinstations.

Ik heb in de commissie al uitgelegd dat het echt wel een verschil is hoever je wil gaan met bijvoorbeeld een auto. Die brengt je nou eenmaal verder. Moet je dat nu bijvoorbeeld vanuit Zuidwest doen, dan moet je toch eerst naar het station gaan. Dat betekent dat je naar Moerwijk of Hollands Spoor gaat en daar de trein verder pakt. Nemen we het alternatief van de auto weg, dan maakt dat de mogelijkheden voor die persoon niet 38

beter. Wij zijn er dan ook niet voor om mee te gaan met dit amendement. We kijken echt naar wat er gebeurt rondom bijvoorbeeld een tramhalte Leyenburg, maar dat zou dan ook werkelijk waar de enige zijn die daarvoor enigszins in de buurt komt. Volgens mij moeten we inzetten op de Zuidwestcorridor voor snel openbaar vervoer van en naar de stations vanuit Zuidwest. Daarom ontraden wij dit amendement. Robin Smit (PvdD). Dank aan de wethouder voor de beantwoording. We hebben ook beleid om de snelheid van de trams te verhogen. Kan ik dan concluderen dat uw eigen beleid om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken hiermee eigenlijk faalt, dus dat het geen aantrekkelijk alternatief is voor auto's? Wethouder Van Asten (D66). Nee, uiteraard kunt u dat niet concluderen. Dat zou namelijk een hele rare conclusie zijn nadat we daar meer dan drie jaar met elkaar over hebben gesproken. U weet precies hoe we hierin staan. Beter openbaar vervoer is niet van dag één op dag twee aangelegd. Daar zijn we heel druk mee bezig: zowel de lobby landelijk, de lobby Europees, het bij elkaar schrapen van de gelden, het inzetten van de Eneco-gelden. Als u dat falen noemt, dan ben ik benieuwd wat u een succes zou noemen. Het tweede amendement van de Partij voor de Dieren wil eigenlijk alles regelen wat niet te regelen valt met parkeernormen.

Als u een gebied beter wil beschermen op het gebied van bouwen en dergelijke, dan moet het een gemeentelijk monument zijn. Dan regelt u dat via die verordening. U wil nu de parkeernormen als oneigenlijk instrument inzetten. Daarom ontraden wij dit amendement. Dan Groep de Mos. Ik geloof dat er dadelijk nog moties komen. Die worden later ingediend, dus ik kom er dan op terug. U begon met: deze nota is een ramp. Daar ben ik het natuurlijk niet mee eens, en dat geldt vooral ook voor het voorbeeld dat u geeft. Ik leg u graag nog even de werking van de strategie en die normen uit. Er wordt gekeken: hoeveel plek is er nu op straat voor de auto? Op het moment dat we dat hebben vastgelegd en het aantal vergunningen maximaal is toegekend, kan je nu een vrijstelling geven op een kleine bouwaanpassing van die drie woningen waar u het ook over had zonder dat daarvoor een parkeervergunning wordt uitgegeven. De druk op straat neemt daarbij niet toe. Dat is eigenlijk wat deze nota Parkeernormen en de parkeerstrategie behelzen. Wij willen deze stad leefbaar houden en ervoor zorgen dat er ruimte is op straat, dat er ruimte is op de weg en dat het prettiger en veiliger wonen wordt in deze groeiende stad. Dat is precies wat deze nota behelst. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos).

De antwoorden van dit college van een paar maanden terug over Rustenburg en Oostbroek, de wijk met de hoogste autodichtheid: 'Dit college heeft straks geen weigergronden meer om een bouwaanvraag te weigeren.' De wethouder zegt het goed: hij kan het. Nee, straks móét hij het. Wethouder Van Asten (D66). Dan ga ik proberen in andere woorden hetzelfde uit te leggen. Juist met de parkeerstrategie en juist met deze parkeernormen zorgen we ervoor dat er niet meer druk op straat gaat ontstaan, simpelweg omdat er een maximum is aan het aantal uit te geven vergunningen op straat. In Rustenburg en Oostbroek - u heeft daar ook moties over aangenomen - is dat maximum bereikt. Dat betekent dat als daar nu een ontwikkeling plaatsvindt, er sowieso geen vergunningen worden uitgegeven, omdat dat maximum bereikt is. Daar is precies dit instrument voor bedoeld. We willen hetzelfde creëren, namelijk rust op straat. Als er dan ook nog woningen kunnen worden toegevoegd in deze groeiende stad, is dat natuurlijk mooi meegenomen. De VVD heeft samen met het CDA een amendement ingediend. Het is eigenlijk een verdere codificatie van de hardheidsclausule. Het college kan daarmee instemmen. De SP heeft een motie ingediend over een onderwerp waar we een goede discussie over hadden in de commissie, namelijk de betaalbaarheid van deelmobiliteit als alternatief.

Ik denk dat het heel goed is dat we dat extra gaan vastleggen, zodat het een betaalbaar alternatief is voor iedereen die in een project komt te wonen. De ChristenUnie/SGP heeft het bakfietsamendement ingediend. Het is een uitstekende verduidelijking van hoe het in de nota staat, dus wij kunnen het zeker omarmen. De PVV heeft geen motie ingediend. De beeldvorming over mij dat ik alleen op de fiets zit is natuurlijk een leuke beeldvorming, maar ik verwijs u naar de overkant, naar Groep de Mos c.q. de heer 39

Dubbelaar. Volgens mij heeft hij wat foto's in zijn archief dat ik af en toe daadwerkelijk in een auto zit. Dat kunt u wellicht even uitwisselen als u die laatste zetels aan het verdelen bent die u blijkbaar na 16 maart in gedachten heeft. Voorzitter. Deze nota in totaal zorgt ervoor dat we in een groeiende stad een leefbare stad houden door een juiste normering op het autobezit in deze stad te hebben. De voorzitter. Ik constateer dat er behoefte is aan een tweede termijn. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Tijdens de beantwoording van de wethouder heeft mijn fractie even een amendement geschreven, want wat de wethouder zegt klopt gewoon niet. Hoofdstuk 2: kleine nieuwbouwplannen met een parkeeraanvraag van minder dan drie parkeerplaatsen zijn op grond van deze nota volledig vrijgesteld van de parkeereis. Volledig vrijgesteld. Zes appartementen van - wat waren ze van plan? - 70 m2, dat betekent 1,5 parkeerplek. Minder dan drie parkeerplekken, dus er is geen parkeereis. Snapt u nou wat ik bedoel? Vandaar ons amendement om hoofdstuk 2 te schrappen. Ter toelichting. Met het schrappen van de autoparkeereis hoeven er straks dus geen nieuwe parkeerplekken gerealiseerd te worden als men in bepaalde wijken twee verdiepingen op een bestaande flat van bijvoorbeeld drie lagen bouwt.

Een kind kan uitrekenen wat dat doet met de parkeerdruk, die in sommige wijken nu al boven de 100% ligt - mensen krijgen ook weleens bezoekers, de Appie - wat betekent dat er meer auto's dan parkeerplekken zijn. Met dit amendement willen wij de stad voor deze ramp behoeden. Sebastian Kruis (PVV). Ik zal het amendement natuurlijk steunen. Maar dit betekent toch niet dat als het amendement wordt aangenomen, jullie ook instemmen met dit voorstel? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Die kans acht ik niet groot, maar ik probeer de stad voor een ramp te behoeden. Met het amendement is het niet superslecht, maar iets minder slecht. Ik heb nog twee moties van de heer Jelle. De motie 'Duidelijkheid over parkeervergunning' verzoekt het college om toekomstige bewoners en/of huurders duidelijk van informatie te voorzien of zij in hun toekomstige pand of woning wel of niet recht hebben op een parkeervergunning. Iedereen kent de casus Schoone Ley. De motie 'Toename parkeerdruk door deelauto?' verzoekt het college te onderzoeken wat de enorme stijging van het aantal auto's in het jaar 2020-2021 heeft veroorzaakt en in dit onderzoek te betrekken welke invloed de deelauto daarop heeft. U heeft gisteren in de media kunnen lezen dat uit onderzoek blijkt dat de deelauto vooral zorgt voor minder ov-gebruik. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar wordt het volgende amendement (P.E.

HvDH/GdM) voorgesteld:

Amendement P.E HvDH/GdM Schrap hoofdstuk vrijstelling autoparkeereis voor kleine nieuwbouwplannen De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 7 oktober 2021 ter bespreking van de Nota parkeernormen Den Haag 2021. (RIS309940). Besluit: om hoofdstuk 2 ‘Vrijgesteld binnen de nota’ te schrappen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar worden de volgende moties (P.1 HvDH/GdM en P.2 HvDH/GdM) ingediend:

40

Motie P.1 HvDH/GdM Toename parkeerdruk door deelauto? De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 7 oktober 2021 ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota parkeernormen Den Haag 2021. Constaterende dat, • het aantal deelauto’s flink is gestegen in Den Haag; • deelauto’s ook parkeerruimte innemen op straat; • het college hoopt dat deelauto's het autobezit doet afnemen; • de autovoorraad in Den Haag volgens ‘Den Haag in Cijfers’ in het jaar 2020-2021 met 4488 auto’s is gegroeid, drie maal zoveel als in de jaren 2018 t/m 2020. Overwegende dat, • het onduidelijk is wat het effect is van deelauto’s op het autobezit; • onduidelijk is hoe de recente forse stijging van het autobezit in Den Haag is te verklaren. Verzoekt het college, • te onderzoeken wat de enorme stijging van het aantal auto’s in het jaar 2020-2021 heeft veroorzaakt, in dit onderzoek te betrekken welke invloed de deelauto daarop heeft gehad. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie P.2 HvDH/GdM Duidelijkheid over parkeervergunning De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 7 oktober 2021 ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota parkeernormen Den Haag 2021. Constaterende dat: • bij de aankoop of verkoop van onroerend goed in onze stad het voor kopers niet altijd duidelijk is of de betreffende kopers of huurders recht hebben op een parkeerplaats op straatniveau; • dit tot veel irritatie en problemen leidt voor deze bewoners. Overwegende, dat • veel mensen de auto soms keihard nodig hebben; • het kunnen verkrijgen van een parkeervergunning vaak als een recht wordt beschouwd; • de wetenschap niet voor een parkeervergunning in aanmerking te komen kan leiden tot een andere afweging bij de voorgenomen aankoop van een woning. Verzoekt het college: • om toekomstige bewoners en/of huurders duidelijk van informatie te voorzien of zij in hun toekomstige pand of woning wel of niet recht hebben op een parkeervergunning. • en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Ik kom hier toch nog even op terug, want ik heb het idee dat de heer Dubbelaar het niet goed leest, en dat bedoel ik oprecht.

Het feit dat er geen parkeereis is, betekent dat we geen parkeereis hebben op kleine locaties waar een laag wordt toegevoegd of op een klein terrein iets wordt gebouwd wat voor de rest binnen alle kaders valt, maar waar geen plek is om bijvoorbeeld voor drie woningen een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Het zou misschien 41

kunnen, maar dan moet je appartementen van € 1 mln. per stuk gaan bouwen. We willen ook bouwen voor mensen met een wat kleinere beurs. Als er op die locaties geen parkeereis is, dan kan je daar gewoon bouwen. Tegelijkertijd sluit je uit dat daar een parkeervergunning op straat wordt afgegeven. Daar hebben we het hier dus over. Er komen dus geen auto's op straat bij. De ramp die u ziet gaat dus niet plaatsvinden. We kunnen wel woningen toevoegen voor een doelgroep die waarschijnlijk helemaal geen auto heeft. Neem studenten, jonge starters, die hier prima een woning in de stad hebben. Daarmee is dit een hele goede regeling. Dat is dus wat de hele strategie en het hele parkeernormenbeleid inhouden. Een klein stukje daar nu uit tillen doet daar geen recht aan. Dan leest u het net verkeerd. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder Ruimtelijke Ordening van D66 en ik begrijpen elkaar volkomen. Er komt dan wel geen parkeerplek bij op straat, maar die Bulgaarse arbeidsmigrant komt daar wél te wonen. Die woning komt er wél, door de hele stad. Die vindt het niet erg, geen parkeerplek, want die wordt 's ochtends opgehaald door het busje van het uitzendbureau. Is dat wat wij willen? Wethouder Van Asten (D66). Laat ik eerst duidelijk maken dat ik geen wethouder Ruimtelijke Ordening ben.

Ik ben wethouder Mobiliteit, Cultuur, Strategie, Bibliotheken en noemt u maar verder op. Als u het een probleem vindt dat er ergens in de stad Bulgaarse arbeidsmigranten worden gehuisvest, dan zult u dat op een bepaalde manier moeten regelen als u dat wil. De parkeernormen horen daar niet toe. Met deze zelfde redenatie wilt u het ook onmogelijk maken om een woning te bouwen voor de jonge starter die een eerste woning wil hebben in de stad en die helemaal geen behoefte heeft aan een auto of die wellicht gebruik wil maken van de vele deelautoconcepten die onze stad gelukkig inmiddels rijk is. Daar wilt u dus geen woning voor bouwen. Die parkeernormenstrategie zit er op de juiste manier in en zorgt ervoor dat er geen extra druk op straat gaat ontstaan. Wij ontraden het amendement ten zeerste. U heeft twee moties ingediend van de heer Jelle. Dat vond ik wel leuk: de heer Jelle. Wij kunnen allebei omarmen. Iedereen is gebaat bij goede duidelijkheid om ervoor te zorgen dat iedereen weet dat er op een bepaalde locatie wellicht geen vergunning wordt uitgegeven. De tweede motie ging over het effect van deelauto's en het stijgende autobezit in deze stad. Dat gaan we natuurlijk graag na, want alle cijfers die wij tot nu toe hebben, laten zien dat die deelauto's juist goed gebruikt worden en daadwerkelijk auto's van de straat hebben gehaald.

Wij zullen u dat uiteraard in cijfers, kleuren en geuren gaan mededelen als deze motie wordt aangenomen. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemmingen vinden vanavond digitaal plaats na 20.00 uur.

Aan de orde is: Q. Voorstel Wensen en bedenkingen omtrent het voorgenomen collegebesluit Vorming van één Haagse straatreinigingsorganisatie (RIS309290). De beraadslaging wordt geopend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Gisteren heeft de raad een brief ontvangen waarin het college reageert op de wensen van de ondernemingsraad van het Haags Werk Bedrijf met betrekking tot de vorming van één straatreinigingsorganisatie. Er zijn in die brief een aantal mooie toezeggingen gedaan. Daar wil ik het college voor complimenteren. Over het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden waarmee de medewerkers zullen overgaan naar de nieuwe organisatie is echter nog wat onduidelijkheid. Het gaat hier om medewerkers die cruciaal werk doen voor onze stad, veelal met een afstand tot de arbeidsmarkt, die graag zekerheid willen over hun financiën. De intentie van het college om met een pakket te komen dat onderaan de streep neutraal is, klinkt zeer positief. Maar het is natuurlijk het eindresultaat dat telt. Mijn fractie 42

steunt het besluit tot de vorming van één organisatie, omdat we merken dat er door de medewerkers waarde wordt gehecht aan het feit dat de onderhandelingen zo snel mogelijk moeten starten. We hebben begrepen dat hiervoor een formeel besluit nodig is, maar wel onder de voorwaarde dat de raad zich nog kan buigen over het eindresultaat van de onderhandelingen. Daarom dient mijn fractie de volgende zienswijze in, en nu komt het wat technische verhaal: 'Besluit om de tekst onder dictumpunt I te vervangen door: I. De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken omtrent het voorgenomen collegebesluit 'Vorming van één Haagse straatreinigingsorganisatie' (RIS309291): De gemeenteraad besluit in te stemmen met het voorgenomen besluit 'Vorming van één Haagse straatreinigingsorganisatie', onder de voorwaarde dat de raad geïnformeerd wordt over de uitkomsten van de gesprekken met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden van de over te nemen HWBmedewerkers en hierbij de mogelijkheid krijgt om zich ruim voor de definitieve startdatum van de nieuwe straatreinigingsorganisatie uit te spreken over het resultaat met de instrumenten die deze tot zijn beschikking heeft.' Ik dien dit amendement in met mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij, de heer Mahmood van NIDA, de heer Çetinkaya van de Islam Democraten, de heer Smit van de Partij voor de Dieren, de heer Groenewold van D66, de heer Aydin van

de Partij van de Arbeid, mevrouw Wenink van GroenLinks en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Mijn fractie kijkt uit naar het onderhandelingsresultaat en zal de verdere ontwikkelingen kritisch blijven volgen. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, de heer Mahmood, de heer Çetinkaya, de heer Smit, de heer Groenewold, de heer Aydin, mevrouw Wenink en mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (Q.A SP) voorgesteld:

Amendement Q.A SP Zienswijze vorming één Haagse straatreinigingsorganisatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van Voorstel wensen en bedenkingen omtrent het voorgenomen collegebesluit Vorming van één Haagse straatreinigingsorganisatie (RIS309190). Besluit om de tekst onder dictumpunt I te vervangen door: I. De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken omtrent het voorgenomen collegebesluit ‘Vorming van één Haagse straatreinigingsorganisatie’ (RIS309291): De gemeenteraad besluit in te stemmen met het voorgenomen besluit ‘Vorming van één Haagse straatreinigingsorganisatie’, onder de voorwaarde dat de raad geïnformeerd wordt over de uitkomsten van de gesprekken met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden van de over te nemen HWB-medewerkers en hierbij de mogelijkheid krijgt om zich ruim voor de definitieve startdatum van de nieuwe straatreinigingsorganisatie uit te spreken over het resultaat met de instrumenten die deze tot zijn beschikking heeft. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Bülent Aydin (PvdA). Voorzitter. Het is bijzonder om weer hier te staan na zo veel tijd. Ik ben er even stil van. Laat ik allereerst beginnen met de or - ze zitten daar - te bedanken voor hun betrokkenheid, de brief en de inspraak. Ze hebben hun zorgen kenbaar gemaakt over de samenvoeging.

Ik begrijp hun zorgen in ieder geval. De reactie van het college op deze punten is meer dan bemoedigend. Op een aantal punten worden de zorgen van de or nadrukkelijk weggenomen. Alleen wat de arbeidsvoorwaarden betreft is de reactie nog niet altijd concreet. Dat is begrijpelijk, ook omdat het nog tijd kost. Vandaar dat wij het amendement van de SP mee indienen.

43

Hierbij wil ik, wellicht ongebruikelijk, mevrouw Arp bedanken voor haar betrokkenheid, volhardendheid en inzet om in dit dossier het traject zorgvuldig te laten verlopen. Het is niet gebruikelijk, maar ik wil hier een collega bedanken. Bij dezen. Erlijn Wenink (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan het college en aan de or. Ik ben namens GroenLinks van harte mede-indiener van het amendement van mevrouw Arp, die heel veel lof verdient voor het werk dat daarin zit. Wat mij betreft is het een sterke oplossing om tegemoet te komen aan de terechte zorgen van de HWB-werknemers over hun arbeidsvoorwaarden door een extra toetsingsmoment voor de raad in te bouwen na de gesprekken met de vakbond. Voor GroenLinks zijn de positie van de medewerkers en de zekerheid waar ze recht op hebben cruciaal in dit voorstel. Hierbij mijn oproep om niet alleen voor het amendement te stemmen - dat zal wel lukken, gezien wie er allemaal onder staan - maar ook als raad heel scherp te zijn op dat toetsingsmoment. Dennis Groenewold (D66). Voorzitter. Ik ga me aansluiten bij de voorgaande sprekers. Ik wil allereerst de mensen van de or hartelijk danken voor de brief die wij hebben gekregen, waarin al het een en ander heel helder stond uitgelegd. Via de inspraak hebben we dat nog een keer tot ons kunnen komen. Daarna hebben we een goed debat gehad in de commissie.

Ook dank aan de wethouder en de ambtenaren die maandag het gesprek hebben gehad en ons nog voor de raad hebben geïnformeerd over de uitkomsten daarvan. De laatste dank gaat naar mevrouw Arp. Het is misschien niet gebruikelijk, maar we hebben het nu al zo vaak gedaan dat we een nieuw gebruik hebben geïntroduceerd wat mij betreft. Hulde voor de inzet en dank voor het meenemen van ons daarin. Wij hebben het amendement ondertekend en zullen het daarom van harte steunen. Het is echt mooi dat we dit op deze manier als raad samen hebben kunnen oppakken. Wij kijken uit naar het verdere traject. De samenvoeging is wat ons betreft een goed middel dat we verder moeten uitwerken en daar horen deze puntjes nog bij. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Het is heel erg belangrijk dat dit goed wordt geregeld. We hebben er ook een goede commissievergadering over gehad. Ik heb in dit geval het idee dat de wethouder het ook belangrijk vindt dat we het goed regelen voor de mensen die daar nu werken. Dank voor de inspraak en de toegezonden brief. Het is goed om even te noemen dat ongeveer iedereen in onze stad gemist kan worden, behalve de mensen die de stad schoon en netjes houden. Ik zie het vaak 's ochtends als we vroeg opstaan. Ik weet dat u ook vaak vroeg opstaat.

's Ochtends voor acht uur komen de mensen de stad in die de stad mooi maken en zijn er mensen op straat die de stad weer aantrekkelijk en leefbaar maken. Ik zeg altijd 'na negen uur komen de mensen die de stad kapotmaken', maar daar hebben we het nog wel een andere keer over. Het is ontzettend belangrijk. Ik hoop dat dit goed wordt geregeld en dat er op de juiste manier wordt gecommuniceerd met de medewerkers, zodat zij zich niet onnodig zorgen maken. Het is misschien niet heel gebruikelijk, maar ook ik wil mevrouw Arp graag bedanken voor het gedane werk. Jammer dat ik er niet in ben meegenomen, want ik had het graag gesteund. Ik heb mijn mail niet gelezen, hoor ik nu, dus dubbel dank. Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Gelukkig heeft mijn collega Faïd de mail wel gelezen, want de Haagse Stadspartij steunt het goede initiatief van mevrouw Arp natuurlijk van harte. Ik wil nog wel even opmerken dat in de commissie duidelijk naar voren kwam dat bij het Haags Werk Bedrijf op dit moment een werknemersstop geldt, terwijl we juist ongelofelijk veel handen tekortkomen om de straat goed schoon te houden. Aan de andere kant hebben we ook gezien dat de Energieacademie een enorm debacle was dat ons heel veel geld heeft gekost, terwijl het Haags Werk Bedrijf juist heel veel goed werk doet als het gaat om het toeleiden naar werk van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Dus dames en heren, en het college in het bijzonder, maak werk van het Haags Werk Bedrijf. Zorg dat daar meer mensen aan de slag kunnen en zorg dat we daarmee met elkaar de prachtige en belangrijke taak om Den Haag schoon te maken volbrengen.

44

Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Wat het CDA Den Haag betreft is het een goede zaak dat deze samenvoeging er komt. Die is van groot belang om een efficiënte uitvoeringsorganisatie te creëren. Dit proces kan ook duidelijkheid bieden. Tot slot wil ik me aansluiten bij het mooie amendement van mevrouw Arp. Waarschijnlijk heb ik ook mijn e-mail niet goed gecheckt omdat ik er niet onder sta, maar hierbij volledige steun. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik heb het even gecheckt. Ik heb inderdaad geen mail gehad. Dus niet dat mensen denken dat ik mijn mail niet lees, zeg maar. De voorzitter. Mevrouw Arp mag het uitleggen. Wilt u het aan ons ook uitleggen, mevrouw Arp? Lesley Arp (SP). Fijn dat ik dit mag toelichten. Wij sturen de amendementen en moties altijd naar de fractiemails. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de raad voor de inbreng en wederom dank aan de or voor het inspreken. Ik vind het hartstikke mooi dat we dit op deze manier hebben gedaan. We hebben als college aangegeven te hechten aan deze zorgvuldigheid en ook aan het proces dat we hebben vormgegeven waar dat niet per se noodzakelijk was. Ik sta hier mede namens collega Bruines en ook mede namens mijn oud-collega Van Alphen, die ook betrokken was bij het begintraject van dit dossier. We hebben samen opgetrokken met z'n drieën.

We hebben vanaf het begin gezegd dat we eraan hechten dat dit zorgvuldig gebeurt. Daar hechten we sowieso aan, maar zeker als het gaat om deze heel bijzondere doelgroep. Dank ervoor dat dat inderdaad gezien wordt. Ik heb op dit moment echt het gevoel dat we daar als heel stadsbestuur voor aan de lat staan, dat het college niet tegenover de raad staat, maar dat we dat samen doen. Dat sterkt ons in het besluit dat we hebben genomen. Het sterkt ons ook in het voornemen om het besluit tot aan volgend jaar goed af te ronden. Dat doen we niet alleen. Dat doen we samen met de raad. Ik kan het amendement van harte omarmen. En dat doen we samen met de ondernemingsraad en met beide organisaties. Het is absoluut belangrijk om scherp te zijn op die toetsing, zoals mevrouw Wenink zegt. Ik heb het amendement bij dezen van harte omarmd. Ik wil het volgende nog meegeven aan het adres van de heer Wijsmuller. Het is terecht dat dat punt gemaakt wordt. In de commissie hebben we dat ook zo met elkaar gedeeld. De vacaturestop bij het Haags Werk Bedrijf had te maken met de financiële situatie waarin ze zaten. Dat is een van de redenen geweest om tot dit voorstel te komen. Nu we dit besluit vanavond met elkaar nemen, kunnen er bij het Haags Werk Bedrijf weer vacatures opengesteld worden en kunnen ze er volle bak mee aan de slag gaan om die vervuld te krijgen.

In die zin kan ik dat gevoel hopelijk wegnemen bij de heer Wijsmuller. Straks gaan we er één mooie organisatie van maken. Nogmaals dank voor de steun. We hopen dat we het traject tot volgend jaar heel zorgvuldig met elkaar kunnen doorlopen. Uiteindelijk is het uitgangspunt, zoals ik ook in de commissie heb aangegeven, gelijk werk, gelijke beloning. Dat betekent dat nieuwe werknemers van de gemeente Den Haag, nu nog in dienst van het Haags Werk Bedrijf, er op geen enkele manier financieel op achteruitgaan. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Vanavond na achten gaat de raad stemmen over de voorstellen. U kunt het volgen via denhaag.nl, bij de gemeenteraad, en het is ook weer te zien op tv.

Aan de orde is: R. Voorstel van het college inzake versneld aanbrengen energiezuinige straatverlichting (RIS309080). De beraadslaging wordt geopend.

45

René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. In de commissie hebben we al voldoende toegelicht waarom we tegen dit doorgeschoten duurzaamheidsplan zijn. Daarom beperk ik me tot het voorlezen van de volgende motie, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college de lantaarnpalen en armaturen niet onnodig te vervangen en de € 12 mln. Eneco-middelen aan te wenden om het ratten- en afvalprobleem aan te pakken. Robert Barker (PvdD). We hebben het er in de commissie uitgebreid over gehad dat het een verstandig idee is om energiezuinig te gaan worden. Ik heb een procedurele vraag. De heer Oudshoorn komt met een motie waarmee hij het raadsvoorstel wil aanpassen en eigenlijk nog veel verder wil gaan. Hoe kan dat? Zelfs als de motie wordt aangenomen, gebeurt er niks, want u heeft geen amendement ingediend. Waarom heeft u er niet voor gekozen om te amenderen? René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Inderdaad, procedures. Wij zijn sowieso tegen het voorstel en verzoeken om het geld aan andere zaken te besteden. Ik dacht dat dat duidelijk was. Robert Barker (PvdD). Zo werkt het natuurlijk niet in de gemeenteraad en u zit er ondertussen al even. Ik zou zeggen: trek de motie in en stem gewoon tegen het voorstel als u tegen het voorstel bent. René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos).

Wij stemmen sowieso tegen het voorstel en de motie blijft gewoon gehandhaafd, meneer Barker. De voorzitter. Door de heer Oudshoorn wordt de volgende motie (R.1 HvDH/GdM) ingediend:

Motie R.1 HvDH/GdM Laat dit college het licht zien De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 oktober 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake versneld aanbrengen van energiezuinige straatverlichting. Constaterende dat: • dit college 12 miljoen euro gaat besteden aan het versneld vervangen van lantaarnpalen en/of armaturen door duurzame exemplaren; • dit gedekt moet gaan worden met ENECO middelen; • dit college kampt met een begrotingstekort van 19 miljoen euro. Overwegende dat: • de lantaarnpalen en/of aramaturen veelal nog niet aan het einde zijn van hun economische levensduur en dit dus een doorgeschoten duurzaamheidsambitie is; • de kosten niet opwegen tegen de opbrengsten; • de stad urgentere prioriteiten kent zoals het afval- en rattenprobleem. Verzoekt het college: • de lantaarpalen en armaturen niet onnodig te vervangen en de 12 miljoen euro ENECO middelen aan te wenden om het ratten- en afvalprobleem aan te pakken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Eigenlijk is heel veel van wat ik vind ook al door mijn voorganger verwoord. Echter, ik hecht er wel belang aan om tegen de heer Barker te zeggen dat je ook moties kan indienen om een signaal te geven dat de prioriteiten verkeerd liggen.

Als we klagen over bezuinigingen op het welzijnswerk in deze stad maar wel € 12 mln. reserveren om lampjes uit de 46

lantaarnpalen te draaien omdat GroenLinks daar blij van wordt, dan gaat er volgens mij iets niet helemaal goed. Mijn vraag aan de wethouder is: als we al door willen gaan met deze duurzaamheidsobsessie, is het dan niet mogelijk om per keer als een lampje kapot gaat dat te vervangen door een ledlamp? Dus niet allemaal in één keer geforceerd, maar geleidelijk. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter. GroenLinks is inderdaad heel blij dat deze afspraak uit het coalitieakkoord nu wordt gerealiseerd, want met de vervanging van de lampen wordt er 4,14 kiloton CO2 per jaar bespaard en wordt ook een flinke financiële besparing per jaar behaald. Met de beschreven vervanging van de 31% van de huidige lampen naar ledverlichting voor 2024, samen met de al 23% vervangen lampen, komt het behalen van het doel van de totale vervanging in 2030 in zicht. GroenLinks ziet dit als een mooie stap naar een klimaatneutrale stad en een groene en leefbare toekomst. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Ik denk dat er meer mensen blij zijn, want dit is hartstikke nodig voor het verduurzamen van de openbare ruimte in de stad. Er wordt € 12 mln. vanuit de Eneco-middelen aan besteed om de straatverlichting, een van de grotere kostenposten en energieslurpers in deze stad, te verduurzamen. Overigens heeft ook de heer Kruis gelijk als hij daar zorgen over uit.

Gaat dat niet ten koste van net nieuwe lampen bijvoorbeeld? We stellen voor om te beginnen met de armaturen die aan het eind van hun economische levensduur zijn en die te verduurzamen. De meeste van de armaturen die nu vervangen gaan worden, zijn al aan het einde van hun technische levensduur. In die zin gaan we geen kapitaalvernietiging toepassen, maar echt een flinke verduurzamingsslag doorvoeren in de openbare ruimte. De motie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos wil ik ontraden. Sebastian Kruis (PVV). Mijn eerste vraag aan de wethouder is hoe het nou voelt om zo veel geld uit te geven dat niet van jou is. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat voelt altijd ongemakkelijk, maar dat is eigenlijk het werk dat we met elkaar hebben. Bij iedere cent die we uitgeven moeten we ons realiseren dat het niet ons eigen geld is, maar het geld van de belastingbetaler, van de burger van Den Haag. Dat is ook de reden dat we daar met elkaar prioriteiten in aanbrengen. Maar ik vind het verduurzamen van de stad iedere euro hiervan meer dan waard, omdat we daarmee de stad door kunnen geven aan de volgende generaties. Sebastian Kruis (PVV). Dat ongemak deel ik wel, want de stad op een goede manier doorgeven aan volgende generaties heeft volgens mij niet te maken met de lampjes in de lantaarnpalen. Wat ik nou zo zonde vind, is waarom er dan niet voor is gekozen om dit uit de lopende begroting te doen.

We zagen vorig jaar de zilvervloot de haven binnenvaren met alle Eneco-gelden, maar die wordt nu stukgeslagen op lampjes. Was het niet mogelijk geweest om het jaarlijks te reserveren uit de bestaande begroting, zodat we het Eneco-geld hadden kunnen gebruiken voor mooie dingen? Wethouder Bredemeijer (CDA). We doen dat natuurlijk al jaren uit de lopende begroting, dus we zijn al jaren bezig de buitenruimte te verduurzamen en ook ledverlichting aan te brengen in de buitenruimte. Het enige wat we nu doen met de Eneco-middelen - daar zijn ze denk ik ook voor bedoeld - is daar een extra versnelling in aan te brengen, zodat we extra snel komen tot het einddoel: 100% ledverlichting in de openbare ruimte. We deden dat al jaren en gaan er nu alleen een extra versnelling in aanbrengen. René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder deed het net even voorkomen alsof hij ieder lampje dat stukgaat nu gaat vervangen, maar we hebben het over het versneld vervangen van nog steeds goedwerkende lantaarnpalen. Die worden versneld vervangen, waarvoor € 12 mln. extra wordt uitgetrokken. Ik wil toch even laten zien dat dat iets anders is dan lampjes vervangen die stuk zijn.

47

Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat klopt. We gaan nu lampen vervangen die het op zich nog doen, maar we beginnen met de lampen waarvan we weten dat ze aan het eind van hun technische levensduur zijn. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Er zal vanavond gestemd worden over het voorstel en de motie. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Aan de orde is: S.

Voorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022 (RIS309436).

De beraadslaging wordt geopend. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Ieder jaar verlaten ongeveer 3.500 leerlingen de basisschool terwijl ze onvoldoende Nederlands kunnen spreken en schrijven. Ieder jaar 3.500; ik herhaal het nog maar eens. Ongeveer een kwart van onze kinderen is laaggeletterd op vijftienjarige leeftijd. De gevolgen zijn helder. Ze staan met 2-0 achter op de banenmarkt en hun toekomst is daarmee minder goudgerand dan die van de kinderen die de taal wel goed beheersen. We moeten dit bij de wortel aanpakken. Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om ouders te verplichten om hun kinderen, die daartoe een indicatie hebben, deel te laten nemen aan voorschoolse educatie. Mikal Tseggai (PvdA). Weet mevrouw Davituliani vanaf hoeveel jaar de leerplicht in Nederland geldt? Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Mevrouw Davituliani weet dat, maar ik begrijp niet waar mevrouw Tseggai nu op doelt. Mikal Tseggai (PvdA). Ik doel erop dat wij kinderen die jonger zijn dan 5 jaar niet kunnen dwingen om naar school te gaan, of ouders van kinderen. Kinderen dwingen lijkt me sowieso een beetje heftig. Ik vraag me af waarom mevrouw Davituliani een motie indient waarvan ze weet dat wij als lokale overheid die niet uit kunnen voeren.

Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). 'Niet uit kunnen voeren' bestaat gewoon niet. We weten dat bijvoorbeeld het kennisniveau van zesjarigen al een belangrijke indicatie is voor hun toekomstkansen. Als je op zesjarige leeftijd een enorme taalachterstand hebt, dan heb je veel minder kansen op de arbeidsmarkt en op een vervolgopleiding. Wij vinden het dus heel belangrijk dat ouders van kinderen die indicatie hebben dat gewoon opvolgen. Mikal Tseggai (PvdA). Ik snap het, maar ik snap niet zo goed wat dat te maken heeft met het feit dat mevrouw Davituliani een motie indient die niet uitgevoerd kan worden. Ik wil gewoon weten waarom ze deze motie indient waar we niks mee kunnen. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het komt wel vaker voor dat mevrouw Tseggai iets niet begrijpt, maar mijn motie is volgens mij heel helder. Ik vraag om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn … De voorzitter. Een punt van orde.

48

Mikal Tseggai (PvdA). Volgens mij is het ook qua omgangsvormen niet de bedoeling dat we dit soort sneren naar elkaar maken. De voorzitter. Mevrouw Davituliani. Ik vond het mild. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik herhaal de woorden van mevrouw Tseggai: ze begrijpt het niet. En ik begrijp niet dat ze het niet begrijpt; vandaar dat ik het zeg. Ik heb heel duidelijk in mijn motie geschreven dat ik aan de wethouder vraag om te kijken of er mogelijkheden zijn waarmee we de ouders die steeds weigeren om de indicatie op te volgen, kunnen verplichten om dat alsnog te doen. Fatima Faïd (HSP). Ik wil hier toch nog even op voortborduren. U wil dat er onderzocht gaat worden dat het niet kan, want we hebben gewoon leerplicht in Nederland. We kunnen ouders natuurlijk niet gaan verplichten dat ze hun kind van 2 jaar naar de voorschool sturen. Hoe ziet u dat eigenlijk? Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik zie het gewoon zoals ik het in mijn motie beschrijf. Wij vinden dat het wel kan. Wij vinden dat je de ouders van kinderen die met een taalachterstand kampen wel kunt verplichten de indicatie op te volgen en de kinderen naar de voorschoolse opvang te sturen om ze die educatie te laten genieten. Fatima Faïd (HSP). Het gaat er natuurlijk niet om wat u vindt of wat uw partij vindt. Het gaat gewoon om de wet.

De wet zegt dat we ouders met kinderen onder de leerplichtleeftijd helemaal niet kunnen dwingen. Ik vraag nogmaals aan u: hoe gaat u dat dan afdwingen? Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het komt natuurlijk wel vaker voor dat we de wet in dit land aanpassen. Mijn vraag aan de wethouder is om te kijken welke mogelijkheden er zijn om die ouders er toch toe te bewegen om de indicatie op te volgen. Volgens mij is dat heel helder. Fatima Faïd (HSP). Maar wij passen hier geen wetten aan. Ik weet niet of u dat weet, maar hier passen we geen wetten aan. Had nou met Code Oranje een zetel gehaald, dan had u in de Tweede Kamer deze motie kunnen indienen. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik wil hier wel even op reageren. Ik weet dat we hier geen wetten aanpassen, maar ik weet ook dat we hier een wethouder Onderwijs hebben. Volgens mij weet hij de weg naar het ministerie en is hij heel goed in staat om hierover een gesprek te voeren met de minister en te kijken welke mogelijkheden er zijn om dit alsnog te doen. Het is al langer bekend dat we naast een lerarentekort ook met een lerarenlek te kampen hebben. Dat lek wordt nu eindelijk goed onderbouwd en aangetoond. Kijk naar de alarmerende signalen van vakbonden en onderwijsbonden. Als uw kraan lekt, dan belt u een loodgieter. Maar als onze leraren massaal weglekken, negeren we dat vakkundig.

Met een gigantisch lerarentekort kunnen we ons dat niet langer permitteren. Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college de alarmerende signalen afkomstig van de AOb en vakbond CNV serieus te nemen en te onderzoeken welke oorzaken eraan ten grondslag liggen dat leraren in Den Haag vroegtijdig afhaken, de rol van de schoolbesturen en het beleid wat zij voeren daarin nadrukkelijk mee te nemen, en de raad over de uitkomsten te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Davituliani worden de volgende moties (S.1 HvDH/GdM en S.2 HvDH/GdM) ingediend:

Motie S.1 HvDH/GdM Waarom haken Haagse leraren af? De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 7 oktober 2021 ter bespreking van agendapunt Voorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022 (RIS309436).

49

Constaterende dat: • momenteel ongeveer 55% van de docenten in het voortgezet onderwijs een vaste baan heeft; • landelijke cijfers erop wijzen dat zo’n 27% van de leraren met een burn-out thuis komt te zitten; • onderwijsbonden steeds meer signalen krijgen van docenten die het helemaal beu zijn om opnieuw te moeten solliciteren. Overwegende dat: • schoolbesturen niet altijd in staat blijken te zijn om continuïteit van leraren aan leerlingen te bieden; • schoolbesturen uit “efficiencywinst” overwegingen vaak weigeren om startende leraren een vast contract aan te bieden. Van mening dat: • het onacceptabel is dat ongunstige cijfers over het aantal leraren wat uit het onderwijs vertrekt genegeerd worden; • een stad als Den Haag, wat met een enorm lerarentekort kampt, het zich niet kan permitteren om problematiek omtrent het lerarenlek te negeren; • een school geen bedrijf is en dus ook niet als zodanig gerund kan worden; • baanzekerheid een belangrijke voorwaarde is voor het aantrekkelijk maken en houden van het vak van leraar. Verzoekt het college: • de alarmerende signalen afkomstig van de (AOb) en vakbond CNV serieus te nemen en te onderzoeken welke oorzaken eraan ten grondslag liggen dat leraren in Den Haag vroegtijdig afhaken; • de rol van de schoolbesturen en het beleid wat zij voeren daarin nadrukkelijk mee te nemen; • de raad over de uitkomsten te informeren.

En gaat over tot de orde van de dag.

Motie S.2 HvDH/GdM Taalachterstand bestrijden met voorschoolse educatie De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 7 oktober 2021 ter bespreking van agendapunt Voorstel van het college inzake HEA Jaarplan 2021-2022 (RIS309436). Constaterende dat: • meer dan de helft van schoolgaande kinderen met een taalachterstand een migratieachtergrond heeft; • jonge kinderen met een indicatie voor voorschoolse educatie daar om uiteenlopende redenen niet altijd naartoe worden gestuurd door hun ouders. Overwegende dat: • veel kinderen al met een taalachterstand op school komen en deze achterstanden moeilijk in te halen zijn; • het kennisniveau van zesjarigen al een belangrijke indicatie van hun toekomstkansen blijkt; • vooral kinderen uit gezinnen waar weinig Nederlands gesproken- en voorgelezen wordt, gebaat zijn bij vroegtijdige preventie. Van mening dat: • ouders die het nalaten om de taalachterstanden bij hun kinderen weg te laten werken daar streng op aangesproken mogen worden; 50

• • •

de maatregelen conform het HEA-jaarplan om meer doelgroepkinderen te bereiken niet zullen volstaan; het urgentiegevoel om alle kinderen een eerlijke kans op een mooie toekomst te bieden in het HEA-jaarplan ontbreekt; het een maatschappelijke verantwoordelijkheid is dat alle kinderen voldoende taalvaardig zijn en dezelfde kansen hebben op werk of een vervolgopleiding.

Verzoekt het college: • te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om ouders te verplichten om hun kinderen, die daartoe een indicatie hebben, deel te laten nemen aan voorschoolse educatie. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Serpil Ateş (GroenLinks). Voorzitter. We staan bekend als de meest gesegregeerde stad van Nederland, maar ook als het kleurrijke mozaïek van Nederland. Een mozaïek wordt bijeengehouden door het cement, want anders is het prachtige mozaïek niets meer dan een hoop zoekgeraakte scherven, losgekomen van ooit een ander geheel. Wij staan nu voor een uitdaging om het cement van dit prachtige mozaïek bijeen te houden en de barsten die segregatie heeft veroorzaakt te verhelpen. De aanpak van segregatie begint bij ongelijke kansen, al vroeg in onze eerste levensjaren, namelijk op scholen, waar de lijnen voor kansengelijkheid of uit elkaar worden getrokken of gelijk worden getrokken. Het is mooi dat hier aandacht aan wordt besteed en er aan een bredere aanpak wordt gedacht, maar de oplossing is niet alleen de aanpak van ouderparticipatie en de taalbarrière. Ook over de verantwoordelijkheid van scholen valt iets te zeggen. Steeds vaker bereiken ons geluiden over een schoolcultuur die onhoudbaar is voor ambitieuze leerkrachten en de lesmethoden die veranderingwaardig zijn.

Zo wist een idealistische leerkracht ons te bereiken die zich wilde inzetten in een achterstandswijk en nu ontmoedigd is door een schoolcultuur die weinig ruimte biedt voor vernieuwing en ambitie. Een bonus en voorrang op een woning zijn dus niet voldoende om het lerarentekort en daarmee een deel van het probleem op te lossen. Er is een structurele en allesomvattende aanpak nodig. Een van de problemen op scholen in achterstandswijken is onderadvisering. GroenLinks heeft twee jaar geleden een motie ingediend die werd aangenomen en die ging over duidelijke communicatie tussen ouders en school, zodat al in een vroeg stadium kon worden gekeken waar de deficiënties zaten, waar hun kind de achterstand had. Echter, de oplossing die de wethouder hiervoor ziet is teleurstellend, namelijk de inzet van schoolmaatschappelijk werk om aandacht te besteden aan de ouders van leerlingen van groep 7 en 8 en met hen het gesprek aan te gaan over hun verwachtingen. Dit heeft geen enkele waarde en toevoeging in het verhogen van de kansen. Dit is niets meer dan een ouder en kind te laten accepteren wat het advies is dat de school uitbrengt, terwijl wij juist willen dat een professional naast een kind en de ouders staat en naar mogelijkheden kijkt om de leerprestaties te verbeteren en de kansen te vergroten.

Ik ben ooit zelf schoolmaatschappelijk werker geweest en weet dat het werk primair is gericht op psychosociale problematiek. Ten eerste vallen de nieuwe taken niet in het beroep van schoolmaatschappelijk werker en ten tweede is de vraag hoe schoolmaatschappelijk werkers met de nieuwe taken toekomen aan hun echte werk, vooral in achterstandswijken, waar vaak multiproblematiek voorkomt bij gezinnen. In de commissie deed de wethouder een toezegging over de aanpak van onderadvisering en onderwijsachterstand, namelijk dat er ook gekeken zal worden naar andere mogelijkheden binnen de NPO-gelden. Het is jammer dat de brief pas gisteren is uitgebracht. Ook is het teleurstellend dat de inzet van schoolmaatschappelijk werk op onderadvisering nog steeds heersend is. Sebastian Kruis (PVV). Ik hoor mevrouw Ateş praten over gelijke kansen. Dan heeft ze het over onderadvisering. Maar mevrouw Ateş doelt eigenlijk op gelijke uitkomsten. Ik hoor in het verhaal van mevrouw Ateş eigenlijk dat het haar niet bevalt dat de uitkomsten niet gelijk zijn in bijvoorbeeld zwarte wijken ten opzichte van witte wijken. Maar is dat daadwerkelijk het grootste probleem? Of 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10798687/3