RIS310440 Bijlage
Tekst van het document
Voor verschillende instellingen was het onduidelijk hoe het advies tot stand kwam en wat de onderbouwing was. Zo stelde iemand: ‘De commissie schreef o.a. dat ze vragen had over enkele punten op
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
29
de begroting. Deze werden niet verder gespecificeerd. Het frustrerende voor ons als organisatie was dat deze formulering erg vaag was én dat er geen mogelijkheid was om eventuele vragen die de commissie had te beantwoorden.’ Een ander schreef: ‘In ons geval is het onduidelijk waarop het nogal stevige oordeel van de commissie is gebaseerd. Een meer feitelijke onderbouwing is wel gewenst.’ Ook gaven enkele instellingen aan dat adviezen aantoonbare feitelijk onjuistheden bevatte, die na reactie van de instelling niet werden bijgesteld.
De Adviescommissie moest nu op te veel onderwerpen een onderbouwd advies leveren, zo geven instellingen aan. Daarnaast moest de Adviescommissie binnen een vooraf meegegeven financieel kader adviseren waardoor de adviezen volgens de instellingen soms toegeschreven zijn naar het budget dat wel of juist niet beschikbaar was.
Ook op de toon van de adviezen was kritiek: ‘Het taalgebruik in het advies was schofferend en denigrerend,’ en ‘Ongemeen felle bewoordingen die als respectloos werden ervaren en met regelmaat slecht onderbouwde argumenten’. De adviezen waren volgens de instellingen onnodig scherp en kritisch, wat een instelling kan schaden omdat de adviezen openbaar zijn.
Gemeenteraadsleden zijn van mening dat de Adviescommissie over artistieke kwaliteit oordeelt en de gemeenteraad niet. Ook de gemeente vindt dat de Adviescommissie als onafhankelijk orgaan te werk is gegaan. Dat is ook de bedoeling omdat de gemeente niet oordeelt over de artistieke inhoud van culturele activiteiten en een onafhankelijke Adviescommissie van deskundigen daarover wel kan adviseren.
Over de andere criteria zou de gemeenteraad wel iets kunnen vinden. Ook heeft de Adviescommissie het financiële kader te veel als sturingsmechanisme voor de eindoordelen gebruikt, zo stellen raadsleden.
3.3.3
Conclusies Opsommend kunnen we de volgende conclusies trekken met betrekking tot deze processtap: Het kennismakingsgesprek tussen instellingen en Adviescommissie werd door een grote groep instellingen als onprettig ervaren. Er was weinig ruimte voor inhoud en eigen inbreng. Bovendien waren deze gesprekken in sommige gevallen met andere personen dan vooraf aangekondigd, met te weinig kennis over de discipline en/of instelling, zo was de ervaring van instellingen. Hoewel activiteiten van alle instellingen door de Adviescommissie bezocht zijn, is dit niet voor alle instellingen duidelijk. Zij hadden graag meer betrokken willen worden bij de bezoeken, zodat zij toelichting konden geven over hun werkzaamheden. Er is veel kritiek op de samenstelling van de Adviescommissie, die onvoldoende kennis van de Haagse cultuursector zou hebben. Sommige disciplines waren ondervertegenwoordigd. Het is een nadeel dat de Adviescommissie iedere vier jaar opnieuw wordt ingericht en er geen geheugen wordt opgebouwd van de Haagse cultuursector.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
30
De benoeming van een van de commissieleden als directeur van Writers Unlimited heeft voor veel onmin gezorgd bij betrokkenen. Veel geïnterviewden gaven aan dat het zorgde voor de schijn van belangenverstrengeling en het vertrouwen in de Adviescommissie flink heeft beschadigd. De vraag is in hoeverre dit in de toekomst te voorkomen is. Bij de sollicitatieprocedure met commissieleden is expliciet gevraagd naar betrokkenheid bij Haagse instellingen en is aangegeven dat dit niet mogelijk is gedurende de periode van zitting in de Adviescommissie. Niet alles is contractueel dicht te timmeren. Wel kan deze casus als risico worden meegegeven aan toekomstige Adviescommissies. Het thema diversiteit en inclusie kreeg voor het eerst zo’n nadrukkelijke positie binnen het MJB. De begrippen waren niet helder uitgewerkt, waardoor het voor instellingen moeilijk in te schatten was hoe ze hier in hun aanvraag mee om moesten gaan. Binnen de Adviescommissie werd het thema diversiteit en inclusie ondergebracht binnen een aparte subcommissie met een kernlid diversiteit en inclusie in de kerncommissie. De aparte subcommissie nam alle aanvragen door en bracht advies uit aan de andere subcommissies, wat een zeer intensief proces was. Een meerderheid van de instellingen kon zich niet vinden in het advies ten aanzien van de eigen instelling.
De onderbouwing was voor velen onduidelijk en ook de toon van de adviezen werd als onnodig scherp ervaren.
3.3.4
Advies (veranderingen / verbeterpunten) Op basis van de bevindingen uit de evaluatie komen wij tot de volgende verbeterpunten: Bouw meer continuïteit/geheugen/kennis van de Haagse cultuursector op binnen een Adviescommissie, door een deel van de Adviescommissie te laten bestaan. Maak gebruik van een getrapt systeem van aan- en aftreden van commissieleden. Het systeem van de gemeente Utrecht kan hierbij als voorbeeld dienen. Voor de installatie van de Adviescommissie spreekt het voor zich dat het Reglement Adviescommissie goed in elkaar zit en in afstemming met Juridische Zaken wordt opgesteld. Tegelijkertijd is niet ieder incident te voorkomen. Waak voor het dichttimmeren van het reglement, omdat ook in de toekomst op basis van vertrouwen tussen de Adviescommissie en de gemeente gewerkt zal moeten worden. Voer tussentijdse visitaties 13 in, zodat er sprake is van meerdere contactmomenten tussen instelling en Adviescommissie, eveneens naar het voorbeeld van Utrecht, waar de Adviescommissie zowel de beoordeling als de tussentijdse visitaties uitvoert. Een beoordeling komt dan voor een instelling minder ‘uit de lucht vallen’.
Verzoek de Adviescommissie om de positief beoordeelde aanvragen in het advies op een volgorde te plaatsen (prioritering) en aan te geven tot waar het financieel kader reikt (zaaglijn) zodat duidelijk wordt welke instellingen eventueel wel een positief advies hebben gekregen maar geen subsidie. 13
De visitatie bestaat uit een gesprek tussen leiding en bestuur/RVT van de instelling met leden van de adviescommissie en betrokken ambtelijk accounthouder. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van voortgang uitvoering beleid, ontwikkelingen, knelpunten etc.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
31
Zorg ervoor dat er een administratie is van de bezoeken aan instellingen en wees hier transparant over naar de instellingen toe. Bouw daarnaast een gespreksmoment in tussen instelling en Adviescommissie na het indienen van de aanvraag. Verzwaar de integrale afweging, zodat instellingen die tussen disciplines invallen goed beoordeeld kunnen worden (en ook tussen budgetten). Zorg wel voor disciplinekennis. Maak helder wat er van instellingen verwacht wordt met betrekking tot diversiteit en inclusie en hoe dit wordt meegewogen in het advies. Maak diversiteit en inclusie daarnaast onderdeel van de integrale beoordeling in de verschillende commissies in plaats van in een aparte subcommissie. Een voorzitter van de Adviescommissie dient iets van de inhoud af te staan en geen onderdeel uit te maken van de inhoudelijke besluitvorming. Breid de ambtelijke voortoets (procedureel, waarbij gekeken wordt of de begroting en aanvraag compleet zijn) waar nodig uit met een ambtelijke toelichting bij de aanvraag. Bij sommige instellingen (bv. met een specifieke geschiedenis of waar net geïnvesteerd is in een accommodatie) waar de kennis van beleidsadviseurs van belang is voor de advisering, kan die vooraf (via bijvoorbeeld een voorblad) aan de Adviescommissie worden meegegeven.
Bouw na het uitbrengen van de adviezen voldoende ruimte in voor instellingen om te reageren op feitelijke onjuistheden in het conceptadvies en geef aan wat er met een reactie van een instelling gebeurt. Het gebundelde advies inclusief de verwerking van de reacties van de instellingen op de conceptadviezen wordt vervolgens overhandigd aan de wethouder.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
32
3.4
Totstandkoming Ontwerp-MJB en MJB
3.4.1
Feitelijke beschrijving Ontwerp-MJB Het college stemde op 16 juni 2020 in met het Ontwerp-Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 en volgde daarmee het advies van de Adviescommissie op en week hier op een aantal punten vanaf. Afwijkend van het advies van de Adviescommissie besloot het college Museum Bredius, Muzee Scheveningen en STET The English Theatre een subsidie te verlenen voor de periode 2021-2024. De financiering van deze aanvullende toekenning bedroeg in totaal € 551.717. Dit bedrag werd door het college aanvullend aan het financieel kader van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 20212024 gereserveerd. Op advies van de Adviescommissie werden daarnaast extra middelen van €1.252.500 gereserveerd aanvullend aan het financiële kader om een impuls te geven aan het inlopen van achterstanden in het beheer bij musea met een gemeentelijke collectie, het behoud van de cultuurankerfuncties van Scheveningen en Haagse Hout en de functie van het openluchttheater, en de financiering van de cultuurankerfuncties van de twee bibliotheken en Prins2714.
Zienswijze Na het besluit op het Ontwerp-Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 in juni door het college werd instellingen de gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen. Instellingen konden tot en met 10 juli 2020 schriftelijk hun zienswijze kenbaar maken. Het betrof hier de inhoudelijke reacties op het advies. De 59 binnengekomen zienswijzen zijn, beoordeeld en voorzien van een reactie, verwerkt in het Zienswijzerapport. Geen van de zienswijzen heeft tot een herzien besluit van het college geleid 15.
Bezwaar Instellingen waarvan de toenmalige meerjarige cultuursubsidie volgens het Ontwerp-MJB zou worden beëindigd of lager vastgesteld, hebben op 17 juni 2020 een beëindigings- dan wel kortingsbesluit toegestuurd gekregen. Elf instellingen hebben hiertegen bezwaar gemaakt: Stichting Gezamenlijke Projecten Haagse Musea, Stichting De Dutch Don’t Dance Division, Stichting Heden Den Haag, Stichting Loos, Stichting Ballet van Leth, Stichting Het Popdistrict, Stichting Ciconia Consort, Stichting Muzee Scheveningen, Other Word Productions (Crossing Border), Stichting Jegens & Tevens en Matangi Strijkkwartet.
De behandeling van de bezwaarschriften is overgedragen aan de Adviescommissie Bezwaarschriften van de gemeente Den Haag, die vervolgens aan het college van B en W adviseert over hoe om te gaan met de
14
Ontwerp Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
15 Ontwerp Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
33
gemaakte bezwaren. De bezwaarprocedures volgden een separaat traject parallel aan de besluitvormingsprocedure over het Meerjarenbeleidsplan.
Definitief Meerjarenbeleidsplan Het raadsvoorstel Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 lag op 8 september 2020 ter besluit voor in het college. Op donderdag 24 september vond een hoorzitting plaats naar aanleiding van dit voorstel. Op 8 en 12 oktober is het raadsvoorstel door de Commissie Samenleving besproken. Op 4 november 2020 werd het Meerjarenbeleidsplan in de gemeenteraad behandeld en op 5 november heeft de gemeenteraad bij amendement met het Meerjarenbeleidsplan ingestemd. Op 1 december 2020 nam het college een besluit over de individuele subsidies van de instellingen. Begin 2021 werden de subsidiebeschikkingen voor 2021 verzonden 16.
Amendement gemeenteraad Een meerderheid van de gemeenteraad stemde voor een amendement met betrekking tot het MJB. De volgende wijzigingen zijn bij amendement doorgevoerd: €400.000 binnen het programma ‘Cultuur en Bibliotheek’ vrijgemaakt ter versterking van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024; Acht grotere culturele instellingen (met een subsidiebedrag van boven 1,5 miljoen euro) krijgen een jaarlijkse korting van 1,5% op hun subsidie. Door deze korting kwam er €573.147,- vrij in binnen het financieel kader. De betreffende instellingen hebben bezwaar aangetekend tegen deze korting. Het totaal van €973.147,- wordt vervolgens jaarlijks toegekend aan kleinere culturele instellingen volgens de verdeling zoals in het dictum genoemd. “Hiermee wordt de verschraling van het culturele aanbod tegengegaan en kan een aantal belangrijke instellingen met een maatschappelijke betekenis voor de stad blijven bestaan. Zo houden we de culturele sector in Den Haag levendig, sterk en divers.”
Na twee jaar zal worden geëvalueerd of de culturele instellingen die door dit amendement subsidie krijgen, hun bedrijfsvoering op orde hebben. Het gaat om de volgende instellingen: Ciconia Consort (subsidiebedrag: €30.000), Crossing Border (€120.000), Dutch Don’t Dance Division (€200.000), Lonneke van Leth Dans (€150.000), Matangi Strijkkwartet (€30.000), Theater Branoul (€80.000), LOOS (€60.000), Jan Campert (€10.000), Theatergroep Drang (€40.000), Rabarber (tbv ‘de Appelloods’) (€25.000), AIGHT (€25.000), Beweigi Foundation (€10.000), Regentenkamer (€15.000), Filmhuis (€22.000), Another Kind of Blue (€20.000), Popdistrict (€50.000), The Grey Space in the Middle (€40.000), TodaysArt (€46.147). Voor een aantal instellingen geldt dat de subsidie voor de jaren 2023-2024 voorwaardelijk is toegezegd, mits de bedrijfsvoering verbetert ten opzichte van de aangegeven punten in het advies van de Adviescommissie. 16 Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021 -2024 – Zee aan mogelijkheden
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
34
3.4.2
Bevindingen evaluatie Ontwerp-MJB, amendement en definitief MJB Perspectief instellingen Het formele proces van het indienen van de adviezen naar een Ontwerp-MJB en een definitief MJB was bekend bij de instellingen, net zoals de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen, zo geven de geïnterviewde instellingen aan. Procesmatig is alles goed begeleid door de ambtelijke organisatie. Maar het amendement in de gemeenteraad verstoorde het proces, omdat vanaf dat moment niet meer duidelijk was wie leidend was in de besluitvorming: gemeenteraad of college van B en W (wethouder). Ook was de status van het advies van de Adviescommissie onduidelijk.
Een groot aantal instellingen dat de enquête invulde was ronduit negatief over deze processtap. Instellingen noemden het onder meer ‘schimmig’, ‘niet transparant’, ‘schijn van willekeur’, ‘chaotisch’, ‘politieke koehandel’, ‘rommelig’, ‘pijnlijk’, ‘gebrek aan empathie’.
De keuzes van het college in het Ontwerp-MJB werden door een derde van de instellingen (32%) begrepen, terwijl 45% aangeeft deze juist niet te begrijpen. ‘Het was niet geheel duidelijk waar de ingrepen van de wethouder precies op waren gebaseerd,’ vertelde een instelling.
Grafiek 3.9 Stellingen met betrekking tot totstandkoming MJB 0%
20%
Ik begrijp de keuzes die het college maakte in het Ontwerp-MJB
13
Het besluitproces van de gemeenteraad is transparant
14
Ik begrijp de keuzes die de gemeenteraad maakte in het amendement Het was duidelijk wie welke rollen en verantwoordelijkheden had tijdens de totstandkoming van het ontwerp- en definitief Meerjarenbeleidsplan (college van b&w, gemeenteraad) Helemaal oneens
Oneens
40% 32
14
20
14
23
Eens
80%
100%
32
02
21
38
23
Niet oneens en niet eens
60%
27
21
14
Helemaal eens
25
43
5 2
7
4
6 0
Geen mening/weet niet
Nadat instellingen een negatief advies kregen, werden ze benaderd door de gemeente. Instellingen hebben dat contact als ‘definitief’ ervaren terwijl het besluit nog niet was genomen. Ook werd waardering vanuit de gemeente voor de staat van dienst van de instelling gemist.
‘De ingrepen van de gemeenteraad voelden willekeurig en ook heel erg gebaseerd op lobby,’ vertelde een instelling. Instellingen ervoeren de besluitvorming als onhelder en subjectief. ‘Waarom korten bij de grote 8? Waarom toekennen aan sommige instellingen en andere niet? Waarom precies deze bedragen?’ De
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
35
ingreep door de gemeenteraad is ervaren als op de stoel gaan zitten van de Adviescommissie en wijzigen van eerder in de gemeenteraad vastgelegde uitgangspunten in het beleidskader.
Een andere instelling stelde: ‘lobby en onderlinge onderhandelingen tussen fracties/woordvoerders hebben geleid tot aanpassingen die door de "buitenwacht" niet te doorgronden waren’ en ‘de keuzes zijn arbitrair’. Het amendement van de gemeenteraad was volgens sommige respondenten ‘koehandel’, wat het werk van de Adviescommissie ondergraaft. ‘Het is heel vreemd dat de gemeente een commissie instelt en vervolgens het werk zelf gaat over doen’. De keuzes van de gemeenteraad voelde voor een instelling als ‘gebaseerd op emotie en lobby’.
Een enkele instelling had begrip voor de ingrepen van de raad, ‘voor mij is het eigenlijk heel duidelijk: de gemeenteraad heeft het laatste woord’. Maar anderen instellingen stelden dat deze processtap juist vooral schade toebracht. Het leidde tot ‘een politiek spel’, waarbij op geen enkele manier meer rekening werd gehouden met het belang van de culturele instellingen. ‘Partijen werden tegen elkaar uit gespeeld.’ Ook het uiteindelijke resultaat werd door sommige respondenten als negatief opgevat voor de sector: ‘Door zoveel te amenderen en te schaven bij de grote instellingen is de sector als geheel alleen maar kwetsbaarder geworden (en we zijn al kwetsbaar). Er wordt door de gemeenteraad helemaal geen rekening gehouden met wat het betekent om instellingen met te weinig budget alsnog binnenboord te houden: dit heeft lange termijn effecten op de bedrijfsvoering en financiële gevolgen die ook weer op de rest afstralen. Er zal weer geld bij moeten, de noodklok zal halverwege het kunstenplan weer luiden. En fair pay en fair practice komen zo steeds verder uit beeld.’ Over het algemeen reageren instellingen negatief op de financiële uitwerking van het amendement, de gemeenteraad had aanvullend budget moeten regelen en niet moeten korten op de subsidiebedragen voor een deel van de instellingen.
‘Het proces van definitieve vaststelling en goedkeuring door de gemeenteraad was een debacle,’ zo vatte een instelling het samen. ‘Op momenten dat de gemeenteraad onderbouwingen wilde voor bepaalde keuzes en wijzigingen impliceerde, leek de wethouder zelf niet goed te snappen wat de formele en juridische kaders van zijn eigen procedure waren. Hoe uiteindelijk via moties verschillende instellingen, waarvan een aantal negatief waren geadviseerd, alsnog het MJB in zijn gekomen is uitermate kwalijk en lijkt puur op willekeur gebaseerd. Dit is aan niemand op een goede manier uit te leggen.’
Een instelling kwam tot de conclusie dat ‘de procedure onderuit gehaald is’ en ‘wij blijkbaar de volgende keer niet alleen veel tijd moeten stoppen in een goed plan schrijven, aan de stadsdebatten deelnemen, input geven voor het op te stellen MJB-plan en natuurlijk ons eigen werk goed doen – maar nu ook moeten gaan lobbyen bij alle politieke partijen tot op het allerlaatst moment want het MJB-plan is blijkbaar tot op het laatste moment te wijzigen.’
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
36
Perspectief gemeenteraad In het verleden heeft de gemeenteraad ook aanpassingen gedaan op het MJB, maar altijd was er sprake van aanvullend budget. Dit keer was uitzonderlijk, omdat de gemeenteraad met het amendement op een eigen manier de middelen is gaan herverdelen en daarmee terugkijkend toch op de stoel van de Adviescommissie is gaan zitten. Gemeenteraadsleden maakten zich druk over met name kleinere culturele instellingen van wie de aanvragen niet waren gehonoreerd en die naar de mening van betrokken raadsleden van groot belang zijn voor de culturele sector in Den Haag. Aan hen is gevraagd wat het minimum bedrag was om te overleven en de optelsom is verkregen door te korten op een aantal grote instellingen en zo heeft de gemeenteraad 18 instellingen ‘gered’.
In de besluitvorming over het MJB en op het moment dat bleek dat het amendement een meerderheid zou halen kregen raadsleden de indruk dat hun bevoegdheden formeel-juridisch werden ingeperkt. Waar zij van mening waren dat de gemeenteraad het MJB vaststelt, werd nu aangegeven dat de gemeenteraad niet beslist over individuele instellingen. Dat gaf de gemeenteraad de indruk dat het College de spelregels wijzigde, omdat de gemeenteraad van mening is dat zij wel over verdeling besluiten. Het verschil van mening over de politiek/juridische positie van gemeenteraadsleden dat ontstond leidde tot een patstelling tussen gemeenteraad en college.
De communicatie met de wethouder verliep niet soepel. De wethouder belde instellingen na het verschijnen van het advies waarmee hij bij de gemeenteraad de indruk wekte dat hij achter het advies stond (dat werkte als een rode lap voor de raad die eigen ruimte wilde), daarnaast bracht het college zelf wijzigingen aan waarmee de financiële ruimte die er nog was verdampte. Volgens sommige gemeenteraadsleden heeft de raad meermaals signalen afgegeven aan het college dat het proces niet goed verliep en openingen geboden voor alternatieven voordat de besluitvorming plaats had. Sommige raadsleden geven aan dat zij een moment van gezamenlijk overleg over de mogelijke implicaties van het advies met de wethouder hebben gemist.
Perspectief gemeente De onduidelijkheid over de rolverdeling en verantwoordelijkheden ontstond op het moment dat het college de noodzaak zag om het advies op drie punten te ‘repareren’, zo stellen geïnterviewden binnen de gemeente. De redenen voor de reparatie hadden vooraf aan de Adviescommissie moeten worden meegegeven of betreffende instellingen hadden buiten het proces moeten blijven. Het moment van ‘reparatie’ wekte wellicht de indruk dat ook de gemeenteraad de mogelijkheid had om te ‘repareren’ door wijzigingen aan te brengen.
De gemeenteraad heeft in de algemene subsidieverordening het college de opdracht en de bevoegdheid gegeven subsidies zoveel mogelijk via subsidieregelingen weg te zetten. Het is dus aan het college om subsidieregelingen op te stellen en het is dus ook aan het college om, op basis van de desbetreffende
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
37
regeling, tot een verdeling van de (beperkt) beschikbare middelen te komen, zo stellen medewerkers van Juridische Zaken. De gemeenteraad is bevoegd de kaders uit te zetten waarbinnen het college een dergelijke regeling kan opstellen. Deze verschillende rollen en verantwoordelijkheden zijn bij het MJBproces door elkaar gaan lopen. Bovendien, zo stellen medewerkers van Juridische Zaken, waren het beleidskader en de subsidieregeling met de kennis van nu onvoldoende uitgewerkt, waardoor het te weinig richting gaf aan alle betrokkenen.
De gemeenteraad heeft een rol gepakt aan het eind van het proces die voorbijging aan de zorgvuldigheid van de toetsing aan het beleidskader door een onafhankelijke Adviescommissie. Dat beleidskader is goedgekeurd door de raad zelf. Door af te wijken van de eerder zelf vastgestelde lijn en in te grijpen op individuele instellingsbeschikkingen, deels ten koste van andere instellingen, heeft zowel het proces als het culturele veld en de samenwerking daarbinnen schade opgelopen. Het was aan het college geweest hierin een krachtiger rol te pakken, te staan voor het door haar goedgekeurde advies en daarover duidelijker te communiceren met de gemeenteraad.
Perspectief Adviescommissie De Adviescommissie heeft met verbazing kennis genomen van de besluitvorming over het MJB. Maar de verantwoordelijkheid en rol van de Adviescommissie voor het advies houdt ook op na het opleveren. De Adviescommissie is tijdens de advisering binnen de door de gemeenteraad vastgelegde kaders gebleven en dat is het belangrijkste.
Zienswijze De zienwijze werd door 41% van de instellingen niet als een geschikte manier van inspraak gezien. Het was voor 45% van de instellingen onduidelijk hoe de zienswijze werd verwerkt. Ongeveer de helft (51%) gaf aan dat de zienswijze onvoldoende meegenomen is in de uiteindelijke besluitvorming. ‘Het indienen van de zienswijze voelde als een formaliteit, niet als iets waar werkelijk nog iets mee gedaan zou worden,’ antwoordde een instelling. Het leidt zelden tot aanpassingen, zeiden verschillende instellingen. ‘Een wassen neus’, ‘voor de bühne’ en ‘een zoethoudertje’ werd het genoemd. ‘Alle reacties op de zienswijzen zijn gelijkluidend en soms zelfs gekopieerd,’ schreef een instelling. ‘Hoe denkt de gemeente dat de instellingen zich hierdoor serieus genomen voelen?’
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
38
Grafiek 3.10 Stellingen met betrekking tot totstandkoming MJB 0%
20%
De zienswijze op het Ontwerp-MJB is een geschikte manier van inspraak
12
29
Het is mij duidelijk hoe de zienswijze wordt verwerkt
18
De zienswijze is voldoende meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming
21
Helemaal oneens
Oneens
40%
60%
34
0
21
32
02
30
Eens
100%
25 27
Niet oneens en niet eens
80%
20
Helemaal eens
20
0 9
Geen mening/weet niet
Instellingen hebben gebruik gemaakt van de inspraakmogelijkheden bij de gemeenteraad en die mogelijkheid wordt gewaardeerd, hoewel daar ook onenigheid ontstond over de procedure van besluitvorming waardoor de vergadering werd verdaagd. Dit leidde tot onduidelijkheid bij instellingen.
Algeheel proces We sluiten deze paragraaf af met enkele bevindingen over het gehele proces. Ruim driekwart van de instellingen die de enquête invulden (76%) geeft aan dat het bij vragen over het proces duidelijk was bij wie ze moesten zijn. Over de andere stellingen over het gehele proces was men minder eenduidig.
Grafiek 3.11 Stellingen met betrekking tot het algehele proces 0% Ik voel mij betrokken bij het gehele proces
20% 6
18
Het proces was transparant en inzichtelijk
Als ik vragen had over het proces wist ik bij wie ik moest zijn
4 2
Oneens
16
100% 7 0
24
27
63
25
Eens
80% 36
31
13
Niet oneens en niet eens
60%
33
16
In het huidige proces behoort een breed gedragen meerjarenbeleidsplan tot de mogelijkheden
Helemaal oneens
40%
31
Helemaal eens
20
13
24
2
0 7
Geen mening/weet niet
Negenentwintig procent vond het proces transparant en inzichtelijk, terwijl 47% het daar juist niet mee eens was. Instellingen ervoeren het onder meer als ‘rommelig’, ‘demotiverend’, ‘oneerlijk’, ‘beledigend’ en ‘zeer tijdsintensief’. Enkele instellingen geven aan dat met name de laatste stap in het proces ondoorzichtig was.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
39
Sommige instellingen ervoeren het als ‘intensief, maar ook waardevol’, het geeft ‘ook voor ons zelf een heldere richting,’ antwoordde een instelling. Een andere instelling vond het ‘nuttig’, want ‘het vastleggen van dergelijke zaken komt de overdraagbaarheid en daarmee de verduurzaming van de instelling ten goede’. Het is een ‘fijn herijken van het beleid van je eigen organisatie’. Maar ook de positief gestemden hadden kanttekeningen: ‘het tumult in de sector en bij de inwoners laat zien dat er verbeterpunten zijn’ en ‘het is en blijft heel veel werk voor een kleine organisatie’.
Drieënveertig procent van de instellingen voelde zich betrokken bij het gehele proces. De kritiek richt zich erop dat met name de grotere instellingen die al bekend zijn met het proces betrokken zijn. Voor buitenstaanders voelt het proces als gesloten, ‘een fort’, ‘ondanks dat beleidsadviseurs bereikbaar waren voor vragen, had ik niet het gevoel dat ik ergens bij betrokken werd of inspraak ergens in had’. Een andere instelling stelde: ‘Als een proces waar wij geen enkele vat op hadden.’ ‘Een groot gevecht om gehoord te worden. Gesprek over inhoud of feitelijke onjuistheden met de gemeente is niet mogelijk,’ gaf een andere instelling als antwoord.
Het heeft volgens sommige instellingen ook niet tot het gewenste resultaat geleidt: ‘Uiteindelijk zijn de onderlinge verhoudingen in het veld verslechterd (de een zijn brood…). De plannen zijn niet verbeterd. De verhouding met de gemeente is verslechterd.’
Een klein kwart (24%) van de instellingen vindt dat een breed gedragen meerjarenbeleidsplan in het huidige proces überhaupt tot de mogelijkheden behoort. Achtendertig procent denkt dat dit helemaal niet mogelijk is.
Tot slot vinden instellingen dat de periode na het ontwerp-MJB, met het indienen van zienswijzen, inspraak en lobby (en voor sommige het moeten aanpassen van de plannen) te kort op de uitvoeringsperiode zit die op 1 januari start. Dat geeft een enorme druk en onzekerheid. Dit viel deze keer samen met corona-maatregelen.
3.4.3
Conclusies Opsommend kunnen we de volgende conclusies trekken met betrekking tot deze processtap: Alle betrokken partijen zijn ongelukkig over het verloop van de laatste processtap en een groot deel van de betrokkenen is ronduit negatief. De aanpassingen van het college van B en W op het advies van de Adviescommissie waren niet voor alle betrokkenen even duidelijk. Met name het amendement in de gemeenteraad heeft het proces ernstig verstoord. Het was voor betrokkenen niet meer duidelijk wie leidend was in de besluitvorming en wat de status van het advies van de Adviescommissie was. Bovendien is met de ingreep het vertrouwen in de gemeente en tussen de instellingen onderling geschaad.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
40
De rolverdeling tussen Adviescommissie, B&W (wethouder) en gemeenteraad is onduidelijk. In beginsel heeft de gemeenteraad een grote verantwoordelijkheid bij het bepalen van de beleidsvisie en het beleidskader en het bijbehorende budget. Nu heeft de gemeenteraad om diverse redenen een rol gepakt aan het eind van het proces die voorbijging aan de zorgvuldigheid van de toetsing aan het beleidskader door een onafhankelijke Adviescommissie. Het was voor gemeenteraadsleden onduidelijk in hoeverre ze konden besluiten over individuele instellingen. Het college gaf de raad het gevoel dat ze beknot werden in hun bevoegdheden, met name door het optrekken van een muur op het moment dat het amendement een meerderheid leek te krijgen. Het was aan het college geweest hierin een krachtiger rol in te pakken, er gezamenlijk proberen uit te komen met de raad en te staan voor het door haar goedgekeurde advies. De korting op de subsidie van grote instellingen leidde tot spanningen tussen instellingen en zette partijen tegen elkaar op. Het indienen van de zienswijzen heeft geen gevolgen gehad en daarmee alleen maar tot frustratie bij de betrokkenen geleid. Het proces en de besluitvorming stonden onder druk door de budgettaire kaders die zowel de advisering als de besluitvorming inperkten.
3.4.4
Advies (veranderingen / verbeterpunten) Op basis van de bevindingen uit de evaluatie komen wij tot de volgende verbeterpunten: De rol- en taakverdeling tussen het college van B en W en de gemeenteraad kan duidelijker en transparanter. De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende rol. Het college is belast met de uitvoering binnen de grenzen van de door de raad vastgestelde kaders. Het zwaartepunt van de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de gemeenteraad dient daarom bij de start van het proces te liggen; bij het vaststellen van de beleidsvisie, het beleidskader en het financieel kader. Het college van B en W neemt vervolgens binnen deze kaders en op basis van het advies van een onafhankelijke Adviescommissie besluiten over de subsidies aan de instellingen. Het dient aanbeveling om de systematiek van het MJB (op papier en in de praktijk) in overeenstemming te brengen met de hierboven geschetste rolverdeling. Met deze rolverdeling ziet deze laatste processtap er als volgt uit (waarbij het systeem in Rotterdam als voorbeeld kan dienen voor deze stap): •
De Adviescommissie overhandigt het advies aan het college van B&W;
•
De beleidsafdeling stelt in afstemming met de wethouder de bestuurlijke reactie op het advies en het verdeelvoorstel voor de meerjarige subsidies op;
•
Het college van B&W stelt dit vast;
•
De instellingen die een aanvraag hebben ingediend ontvangen een aankondiging van het besluit;
•
Te overwegen valt om voor de instellingen met een negatief advies een overgangsperiode, inclusief nazorg in te bouwen;
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
41
•
Bij de begrotingsbehandeling in november is het verdeelbesluit als bijlage opgenomen in de gemeenteraad (ter informatie of ter instemming).
Binnen deze opzet wordt de zienswijze afgeschaft. Ruimte voor instellingen om te reageren op het advies vindt plaats in de vorige processtap. Tevens volgt na beschikking de mogelijkheid tot bezwaar en beroep.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
42
4
Vergelijking Een vergelijking van de procedure in Den Haag met de procedures van de andere G4-steden Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en die van het Fonds Podiumkunsten (FPK) kan voorbeelden en oplossingen bieden voor gewenste verbeteringen in de procedure in Den Haag. De vergelijking is gebaseerd op een analyse van de beschikbare documentatie en interviews met vertegenwoordigers van de drie steden en het FPK. De opzet van dit laatste hoofdstuk bestaat uit:
4.1
1
Werkwijze in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en bij het FPK
2
Vergelijking met Den Haag
Werkwijze Amsterdam Totstandkoming beleidskader en subsidieregeling Elke vier jaar worden in de ‘Hoofdlijnen kunst en cultuur’ het inhoudelijke beleid voor kunst en cultuur, de cultuurpolitieke doelen en het financiële kader vastgelegd. De afgelopen periode heeft de gemeenteraad dit op 18 december 2019 vastgesteld. Het meerjarenbeleidsplan heet in Amsterdam ‘Kunstenplan 2021-2024’. De Hoofdlijnen kunst en cultuur zijn gebaseerd op verschillende bronnen: •
de verkenning die de Kunstraad17 uitvoert (sectoranalyse);
•
inbreng van de afdeling kunst en cultuur;
•
overleg met het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK18) en met de Amsterdamse Culturele Instellingen (ACI: overlegorgaan van de culturele sector).
Naar aanleiding van dit proces komt eerst de beleidsbrief ‘contouren Kunstenplan’ (mei 2019) tot stand. De contouren van het Kunstenplan worden in 5 à 6 sessies besproken met culturele instellingen. Ook de gemeenteraad ontvangt dit document en bespreekt het. Over de contouren worden gesprekken gevoerd met de culturele sector (georganiseerd in het ACI). Met kleinere organisaties, andere partners en de stadsdelen gaat de gemeente Amsterdam ook in gesprek. De uitwerking van de contouren vindt plaats in de ‘Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024’. De gemeenteraad krijgt de stukken doorgestuurd. Zij heeft invloed op het beleid (dus de contouren en de hoofdlijnen) en niet op de subsidieverdeling op instellingenniveau. De gemeenteraad wordt betrokken door kennismakingen met de instellingen (bezoeken en presentaties) en door uitwisseling met het AFK.
17 Permanent onafhankelijk adviesorgaan (gevraagd en ongevraagd advies) 18
Amsterdams Fonds voor de Kunst is een onafhankelijke stichting die door de gemeente Amsterdam vastgestelde subsidieregelingen uitvoert (advies en besluitvorming)
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
43
Het systeem in Amsterdam is complex en daarom is veel technische informatie voor de gemeenteraad noodzakelijk. Voor de grote fracties is de hoeveelheid informatie geen groot probleem, maar voor de kleine fracties wel. Daarom worden technische sessies voor de gemeenteraadsleden georganiseerd. De Hoofdlijnen kunst en cultuur worden vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad en daar zit ook de regeling in van het AFK en de uitgangspunten voor de Amsterdamse basisinfrastructuur (ABis)19. Dit leidde tot amendementen en moties zoals de opname van de Balie in de A-Bis (stond haaks op het benoemen van functies in de A-Bis) en het toevoegen van vier muziekensembles. Een aantal instellingen heeft bezwaar gemaakt tegen de invulling van de A-Bis. Bij de hoofdlijnen zat het actieplan diversiteit en inclusie en dat plan leidde ook tot discussie. Een deel van de raad vond het heel goed, een ander deel juist echt niet.
Indienen subsidieaanvraag Subsidies konden worden aangevraagd in de periode 23 december 2019 - 3 februari 2020. Het Amsterdamse Fonds voor de Kunst en de Amsterdamse Kunstraad beoordelen de aanvragen. De Kunstraad beoordeelt de aanvragen voor de Amsterdamse Bis en adviseert de gemeente, waarna de gemeente besluit. De overige aanvragen worden door het AFK beoordeelt, die zowel adviseert als besluit over subsidietoekenningen. De gemeente bepaalt de hoofdlijnen en beoordelingscriteria, maar in de periode van advisering staat de gemeente op afstand. Het is op dat moment het proces van de Kunstraad en het AFK, die onderling afstemmen. Cluster cultuureducatie valt buiten Kunstenplan, de advisering hierover is bij AFK gelegd. AFK adviseerde dit keer niet binnen het financieel kader. Er bleek een tekort van 6,6 miljoen. Instellingen kregen bericht: “positief advies, maar geen subsidie”. Het tekort was een groot knelpunt dat de gemeente in afstemming met AFK heeft moeten oplossen.
19 Uit Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021 – 2024: ‘Het gemeentebestuur kiest voor de nieuwe Kunstenplanperiode voor een tweeledige
Amsterdam Bis. Een deel bestaat uit instellingen die uniek zijn in hun functie, onvervangbaar en een vast onderdeel van het fundament van de Amsterdamse culturele infrastructuur. Daarnaast creëren we op basis van het advies van de Kunstraad in de Amsterdam Bis ruimte voor een aantal instellingen die een voortrekkersrol vervullen bij het realiseren van de beleidsdoelstellingen in de nieuwe Kunstenplanperiode en zich hierin in de afgelopen periode ruimschoots hebben bewezen. Deze ruimte creëren we via negen functies waarvoor meer instellingen een aanvraag kunnen indienen. Binnen deze functies in de Amsterdam Bis kunnen in totaal veertien instellingen geselecteerd worden.
Voor de instellingen die op naam worden aangewezen in de Amsterdam Bis geldt dat ze: • artistiek-inhoudelijk zeer goed presteren; • een belangrijke rol spelen binnen de culturele infrastructuur van Amsterdam en een cruciale schakel vormen binnen de culturele ketens; • een groot aanzien hebben in Amsterdam, nationaal en internationaal; • zakelijke goed presteren en de Governance Code Cultuur toepassen; • een voorbeeldfunctie vervullen als cultureel ondernemer, onder meer op het gebied van goed werkgeverschap (Fair Practice Code); • een substantieel publiek bereiken en zich inzetten voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen; • structureel verbonden zijn met andere organisaties en initiatieven binnen de kunst- en cultuursector en verantwoordelijkheid nemen voor culturele ketens; • én zicht hebben op cultuureducatie en/of talentontwikkeling en/of cultuurparticipatie binnen de betreffende discipline en daaraan vanuit de eigen organisatie een belangrijke bijdrage leveren.’
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
44
Advisering door de Adviescommissies AFK en KR Met het oog op de integraliteit in de advisering vindt er aan het begin en aan het eind van het adviesproces van het AFK en de Amsterdamse Kunstraad overleg plaats tussen beide organisaties. Acht speciaal aangestelde commissies van deskundige adviseurs beoordelen de ontvangen aanvragen per thema bij het AFK. Ze doen dat aan de hand van de criteria in de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur van de gemeente en de Regeling Vierjarige subsidies van het AFK20. De Adviescommissies beoordelen op alle aspecten van de aanvraag. Bij de Kunstraad zijn de leden van het bestuur voorzitter van de commissies, bij het AFK worden de voorzitters vanuit de commissies benoemd. Bij de inrichting van Adviescommissies worden vragen gesteld over mogelijke belangenverstrengeling, waar dat kan spelen adviseert commissielid niet. Bij de Kunstraad treedt men in zo’n geval terug. De Kunstraad en het AFK leggen het conceptadvies voor aan de aanvragers. Het gaat om eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren. De inbreng van beleidsadviseurs vindt vooral bij het opstellen van de hoofdlijnen plaats. De knip tussen beleidsadviseur/accounthouder en Adviescommissie is helder, omdat je als accounthouder niet verantwoordelijk voor het advies bent. Er is voldoende kennis van de culturele sector bij de Kunstraad en het AFK en er wordt rekening gehouden met de integrale blik.
Totstandkoming Kunstenplan 25 juni 2020: besluit over invulling functies A-Bis inclusief subsidiebedragen door het college van B en W. Op 3 augustus volgt besluit van het AFK. Dit geeft instellingen die buiten de A-Bis vallen ruimte om gebruik te maken van de vierjarige subsidies bij het AFK. College besluit over A-Bis binnen het financieel kader, dat eerder is vastgesteld door de gemeenteraad. Daarom hoeft het Kunstenplan niet meer door de gemeenteraad te worden vastgesteld. Gemeente neemt de adviezen van de Kunstraad over en voegt een bestuurlijke reactie toe. AFK besluit zelf en stuurt dit aan gemeente, maar omdat het besluit van het AFK het financieel kader te buiten ging is de financiële oplossing wel in de gemeenteraad aan de orde geweest (en daarbij ging het over instellingen). Er is in die fase gelobbyd door instellingen. De gemeenteraad stelt de opdracht aan het AFK vast. Daardoor kon de raad ook zelf budget herverdelen (ontwikkelregeling van AFK was nog niet definitief). Het gaat om een verdeling van schaarse middelen en daarom is het belangrijk om de besluitvorming inhoudelijk helder te onderbouwen en als wethouder en college achter het advies te gaan staan.
20
Alle aanvragen van de instellingen worden beoordeeld op een aantal criteria, te weten: • artistiek belang • belang voor de stad • uitvoerbaarheid • diversiteit en inclusie
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
45
Daarom staat de inhoudelijke advisering ook op afstand van de gemeente: je ontvangt als gemeente advies, vervolgens neemt het college dit over en daarmee is het vastgesteld. Het advies van de Adviescommissie is het advies – het college beslist over het verdelingsvoorstel.
Financieel kader Er is in totaal €111,6 miljoen beschikbaar. Dit budget is als volgt opgebouwd: € 89,3 miljoen voor de Amsterdam Bis en € 22,3 miljoen voor de regelingen bij het AFK. € 15,7 miljoen voor de Amsterdamse Bis ligt al vast op basis van eerder genomen raadsbesluiten. De Kunstraad adviseert over de verdeling van de overige € 73,5 miljoen. € 19,7 miljoen van de € 22,3 miljoen voor het AFK is voor de 4-jarige subsidies en € 2,6 miljoen is voor de regeling Innovatie & Ontwikkeling.
Rotterdam Totstandkoming beleidskader en subsidieregeling In de periode 2017-2020 kwamen de beleidslijnen tot stand in co-creatie met de sector. Dat leverde echter problemen op bij de gemeenteraad: zij is degene die uiteindelijk de beleidslijnen vaststelt, de raad vond dat ze er zo te weinig over te zeggen had. Uit deze ervaring bleek wel dat de sector productief mee kan en wil denken over het beleid en die kracht wil Rotterdam blijven benutten. Daarom voerde de gemeente met verschillende partijen gesprekken over wat volgens hen de belangrijkste ontwikkelingen waren en wat de gemeente daarmee in beleid kan doen. Ook vonden bijeenkomsten en gesprekken plaats ter voorbereiding van het cultuurprofiel en de langetermijnvisie voor cultuur. De langetermijnvisie en de uitgangspunten 2021-2024 zijn door de gemeenteraad vastgesteld. In principe is die visie er nu, die gaat de komende jaren niet veranderen. Tegelijkertijd is het wel zo dat een andere wethouder betekent dat er in de toekomst misschien toch verandering in wordt doorgevoerd. RRKC doet normaliter een sectoranalyse, dit keer niet vanwege de eerdere investering op de langetermijnvisie. Wel heeft RRKC op de drie i’s gereflecteerd (de drie uitgangspunten van het cultuurbeleid: inclusiviteit, innovatie en intercollectiviteit) in de vorm van een trendanalyse.21
Rotterdamse Culturele basis De Rotterdamse culturele basis is deze periode ingevoerd.22 Daarnaast is er een aantal instellingen dat niet op hun artistieke waarde beoordeelt dient te worden, zo vindt de gemeente. Het is 21
RRKC (2019) Beschouwingen over inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit Trends in de Rotterdamse cultuursector.
22 Uit Cultuurplan Rotterdam 2021-2024: ‘Instellingen in de RCB moeten: - ten minste gedurende twintig jaar een meerjarige
bekostigingsrelatie met de gemeente Rotterdam hebben; - een overheidsbijdrage ontvangen van ten minste € 2 miljoen per jaar; onder normale omstandigheden gemiddeld ten minste 100.000 bezoeken per jaar realiseren en zich actief inzetten voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen; - gezien hun verbintenis met de stad strategisch partner kunnen zijn van de gemeente bij de maatschappelijke, economische en ruimtelijke opgaven van de stad. Hun inhoudelijke (artistieke) kwaliteit en betekenis moet in voorgaande cultuurplanadviezen door de RRKC onderschreven zijn. De volgende culturele instellingen vormen in de periode 2021-
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
46
ingevoerd voor die instellingen die je niet op hun artistieke waarde kan beoordelen, deze zijn buiten het cultuurplan geplaatst.23 De plannen van instellingen in de culturele basis zijn niet getoetst, maar werden wel inhoudelijk beoordeeld. Voor intermediaire instellingen formuleerde de gemeente prestatie-eisen en hun aanvraag is beoordeeld door de gemeente en deskundigen. Er was weinig discussie over wie wel en niet in de basis zouden terechtkomen. Die keuzes konden makkelijk verantwoord worden want het ging niet om de artistieke waarde maar om bijvoorbeeld het aantal bezoekers per jaar en hoe lang een instelling al in het Cultuurplan zaten. Er was wel discussie met de RRKC over de Rotterdamse Bis, die vond dat Rotterdam inhoudelijke criteria moest formuleren voor opname in de Basisinfrastructuur. Maar omdat dat teveel discussie oplevert, want niet al die instellingen kunnen voldoen aan de speerpunten, is het toch doorgezet. Rotterdam gaat het succes van de Bis later evalueren, de basis werd ook voor het eerst ingevoerd. De Bis-instellingen hebben elkaar als groep wel gevonden om te werken aan een aantal doelstellingen voor de komende jaren. Instellingen in de basis moeten aan extra voorwaarden voldoen. Ze moeten bijdragen aan de drie i’s, stedelijke vraagstukken en verantwoordelijkheid nemen voor de sector als geheel.
In het Cultuurplan zitten 14 ‘doorgroeiers’ – deze waren nieuw in het vorige Cultuurplan – en 20 nieuwe instellingen. Daarnaast heeft Rotterdam de impulsregeling ingevoerd voor instellingen die nog niet rijp zijn voor een plek in het Cultuurplan.
Indienen subsidieaanvraag Begin oktober 2019 publiceerde de gemeente de Handleiding voor het indienen van de cultuurplanaanvragen en de downloadbare invulformulieren. Van maandag 16 december 2019 tot en met vrijdag 31 januari 2020 konden culturele instellingen een aanvraag indienen voor het Cultuurplan. Aanvragen konden online worden ingediend.
2024 gezamenlijk de RCB: Concert- en congresgebouw de Doelen, Theater Rotterdam, Luxor Theater, Theater Zuidplein, Museum Boijmans Van Beuningen, Maritiem Museum Rotterdam, Kunsthal Rotterdam, Rotterdams Philharmonisch Orkest.’ 23 Uit Cultuurplan Rotterdam 2021-2024: ‘Een tweede groep instellingen die buiten de systematiek van het Cultuurplan geplaatst is, is die van de instellingen die intermediaire functies vervullen: - het ontwikkelen, beheren en verhuren van werkruimtes voor kunstenaars, ontwerpers, kunstenaarsinitiatieven en creatieve ondernemers; - het adviseren, ondersteunen en faciliteren van scholen en culturele instellingen op het gebied van cultuuronderwijs; - het adviseren en ondersteunen van initiatieven op het gebied van cultuur in de gebieden. Wij vinden het niet langer wenselijk en logisch dat deze instellingen artistiek-inhoudelijk beoordeeld worden.
De organisaties die deze functies uitvoeren, leveren immers zelf geen artistiek product maar dragen eraan bij dat anderen in de cultuursector (zoals kunstenaars, culturele organisaties, creatieven, culturele initiatiefnemers op gebiedsniveau) hun werk efficiënt en effectief kunnen doen.’ De volgende instellingen die de genoemde functies in de afgelopen jaren hebben uitgevoerd, ontvangen de komende jaren subsidie buiten het Cultuurplan: Stichting Kunst Accommodatie Rotterdam (SKAR), Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR), Cultuur Concreet.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
47
Advisering door de Adviescommissie De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) brengt elke vier jaar advies uit over de aanvragen van culturele organisaties en richt hier speciale Adviescommissies voor in (zowel op disciplines als integraal). Tijdens de advisering voert de gemeente tweewekelijks overleg met de RRKC. De onderlinge samenwerking tussen gemeente en RRKC verliep goed. De RRKC heeft geadviseerd budget te reserveren voor jazzprogrammering en voor een kwartiermaker voor de stadsmuseale functie. Dit viel buiten het financieel kader. Een andere kwestie over het budget was de voorwaarde van fair pay. Er was een aantal instellingen dat moeite had eraan te kunnen voldoen. Rotterdam heeft die instellingen met een apart budget bijgestaan. Vraag was wel hoe dit budget te verdelen en hoe de procedure daartoe uit te voeren naast de Cultuurplanprocedure. Betreft een bijdrage voor de gehele periode 2021-2024. Het helpt instellingen in fair pay in te groeien gedurende vier jaar. Het bleek wel een ‘blessing in disguise’: Rotterdam kan nu met recht zeggen dat instellingen zich moeten bekommeren om de zzp’ers. Instellingen konden reageren op feitelijke onjuistheden van de conceptadviezen, de RRKC had het over cijfers.
Instellingen wilden ook kunnen reageren op de formulering van de adviezen want als er wordt geconcludeerd dat je organisatie ‘niet inclusief is’ (terwijl uit publieksonderzoek bijvoorbeeld blijkt dat je dat wel bent) kan dat gevolgen hebben voor aanvragen elders. Wat een aantal instellingen bij de gemeente opmerkte: de aanvraag komt in een soort ‘black box’ terecht; je ziet niet wat er gebeurt met het RRKC-advies en je kunt er ook geen invloed op uitoefenen. Vanwege knelpunten moest de gemeente schuiven met budgetten, dat heeft ertoe geleid dat doorgroeiers een beperktere verhoging kregen dan de RRKC adviseerde. Er is gelobbyd maar er was geen georganiseerde lobby, men was redelijk tevreden. In het verleden vonden gedurende meerdere dagen inspraakbijeenkomsten plaats maar de Adviescommissie heeft deze keer vanaf het begin af gecommuniceerd dat ze daar niet voor openstond.
Totstandkoming MJB De RRKC beoordeelt van februari tot juni 2020 de aanvragen. Het college vraagt de RRKC uiterlijk 1 juni 2020 advies uit te brengen over de aanvragen voor het Cultuurplan 2021-2024 en over de aanvragen van de instellingen die tot de Rotterdamse Culturele Basis gaan behoren. Er was maar één discussie en die was over en met Museum Rotterdam. Het advies van de RRKC om die subsidie stop te zetten was de katalysator voor aanpak stadsmuseale functie. Qua uiteindelijke beslissing: er is 1 instelling uitgegaan (maar die is overgeheveld naar de impulsregeling) en er zijn een paar nieuwe instellingen ingekomen.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
48
Het college van B en W stelde op 22 september 2020 het Cultuurplan inclusief het verdelingsvoorstel vast, Bij de begrotingsbehandeling in november 2020 werd het verdelingsvoorstel aan de gemeenteraad voorgelegd. De gemeenteraad heeft er niet aan gesleuteld (dat is in 2013 wel gebeurd). Na de gemeenteraadsbehandeling worden uiterlijk 15 januari 2021 de subsidiebeschikkingen verzonden. 24
Financieel kader Voor het Cultuurplan 2021-2024 is jaarlijks een bedrag van € 83.979.500 beschikbaar (prijspeil 2019 en gecorrigeerd met enkele technische aanpassingen). Van dit bedrag is € 42.630.500 gereserveerd voor de Rotterdamse culturele basis, € 750.000 voor de Impulsregeling Cultuur voor organisaties in opbouw die het stelsel van eenmalige subsidies ontgroeid zijn, en € 750.000 voor Plusprogramma’s op het gebied van interconnectiviteit en participatie. Na aftrek van deze onderdelen en de huidige subsidiebedragen voor de intermediaire instellingen KCR, Cultuur Concreet en de SKAR, resteert een verdeelbaar budget voor het Cultuurplan 2021-2024 van € 37.821.500.Later is daar nog €2,75 mln. bijgekomen voor Fair Pay en nog circa € 4 mln. additioneel voor Cultuurplan en de Rotterdamse culturele basis
Utrecht Totstandkoming beleidskader en subsidieregeling In 2017 heeft Utrecht een sectoranalyses en kosten-batenanalyse laten uitvoeren. Deze zijn tezamen als bouwstenen gebruikt voor de cultuurnota. De sectoranalyses zijn ook gebruikt voor de cultuurvisie. De nieuwe cultuurvisie loopt tot 2030 en de cultuurnota is een concretisering daarvan voor de komende 4 jaar. (Het was nogal een exercitie en Utrecht wil dit niet elke 4 jaar doen.) Utrecht heeft als enige van de G4 een visitatieprocedure. Deze wordt uitgevoerd door de Adviescommissieleden die in de eerdere procedure meededen – zo behoudt de Adviescommissie kennis en kunde – maar ook een aantal nieuwe mensen – waardoor er ook nieuwe perspectieven worden toegevoegd. Het visitatierapport gaat gepaard met een ‘state of the art’. In de State of the Art – de algemene beschouwingen – van dat rapport geeft de visitatiecommissie adviezen voor de komende beleidsperiode mee.25 De culturele sector is zo georganiseerd dat iedere sector zijn eigen ‘koepel’ heeft waardoor het makkelijk schakelen is met die sectoren, ook onderling. Utrecht gebruikt deze ‘koepel’ vaak als klankbord.
24 https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/cultuurplan-2021-2024/ 25 De commissie bezoekt Utrechtse cultuurinstellingen die subsidie krijgen voor de cultuurnotaperiode 2017-2020. De leden gaan met
hen in gesprek over activiteiten, de tot dusver behaalde resultaten en de plannen tot 2020 met als doel het cultuuraanbod in de stad hoog, divers en innovatief te houden. In het visitatierapport presenteert de visitatiecommissie een tussentijdse stand van zaken van de instellingen die onderdeel zijn van de Cultuurnota 2017 - 2020. Het visitatierapport bestaat uit 58 rapporten, op basis waarvan tevens een ‘State of the Art’ over Utrecht is opgesteld. De State of the Art is een actuele en overkoepelende beschouwing op de Utrechtse culturele sector. De rapporten per instellingen beschrijven: Artistieke kwaliteit, Betekenis voor de stad, Ondernemerschap, Onderscheidenheid, Cultuur voor iedereen, Ruimte voor talentvolle makers, Fair Practice.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
49
December 2018 is het rapport van de Visitatiecommissie Cultuurnota 2017-2020 gepresenteerd. Op 30 januari 2019 was op het Stadskantoor een Meedenksessie Cultuur (voorheen stadsgesprek genoemd) daar waren 200 mensen bij. Deze heeft geresulteerd in de visie Recept voor de toekomst. Op 7 maart 2019 was er een raadsinformatiebijeenkomst waarin raadsleden met jonge, creatieve makers hebben gesproken over hun behoeften en ideeën voor Utrecht. Oktober 2019: de Cultuurnota ‘Kunst kleurt de stad’ is door de gemeenteraad vastgesteld. Het beleid en de toetsingscriteria worden vastgesteld door de gemeenteraad. Voor het eerst lag de uiteindelijke besluitvorming bij B&W. Vorige keer, toen het uiteindelijke besluit nog bij de gemeenteraad lag, vielen 7 instellingen onder de zaaglijn. Die 7 instellingen gingen vervolgens elk alle gemeenteraadsleden af, dat was ook voor de raad te intensief.
Indienen subsidieaanvraag De indientermijn liep tot 30 januari 2020 om 17.00u. Subsidies konden online worden aangevraagd met eHerkenning via het subsidieportaal.
Advisering door de Adviescommissie De Adviescommissie bestaat uit een combinatie van ervaren leden uit de Adviescommissie Cultuurnota 2017-2020 en de Visitatiecommissie Cultuurnota 2017-2020, leden van de Adviescommissie Projectsubsidies Cultuur en nieuw geworven leden. De visitatiecommissies die eind 2022 aan de slag gaat bestaat voor 90% uit leden die ook adviseerden over de aanvragen 2021-2024. De werving gebeurt uit de leden van de commissies voor projectsubsidies, Utrecht werft zelf en houdt deels sollicitatie. De voorzitter wordt apart benoemd. Secretarissen zijn extern. Door de benoeming van 1 voorzitter wordt de indruk gewekt dat er ook maar 1 commissie was. Maar dat was niet zo en uit een evaluatie bleek ook dat het onderscheid niet helemaal helder was. Utrecht heeft een kerncommissie (8), een aparte voorzitter en een pool van 30 leden. Uit die pool wordt op basis van de aanvragen ‘Adviescommissies op maat’ gemaakt, 3 tot 5 personen die qua expertise het beste paste bij de specifieke aanvragen. Alle positief beoordeelden in de deelcommissies werden doorgezet naar de kerncommissie. Die mensen uit de kerncommissie zaten ook in de deelcommissies.
Het college vraagt de Adviescommissie om, met inachtneming van de Cultuurvisie 2030 en binnen het budgettair en beleidsmatige kader van de Cultuurnota 2021-2024, advies uit te brengen over individuele aanvragen, te komen tot een integrale afweging en daarmee het college te adviseren over de verdeling van de vierjarige subsidies Cultuurnota voor de periode 2021-2024.26
26
https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/wonen-en-leven/vrije-tijd/kunst-en-cultuur/cultuurnota-2021-2024/2019Cultuurnota-2021-2024.pdf
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
50
Er is niet veel gelobbyd om instellingen onder de zaaglijn te redden. Er waren nu 2 instellingen onder de zaaglijn maar daar had Utrecht zelf al een oplossing voor. De reactie op de adviezen vanuit de sector waren in eerste instantie goed. Later kwamen er op de vrijdag voor de dinsdag dat B&W samenkwam toch nog 3 brieven binnen van 3 koepels. In de brieven stond toch kritiek op de adviezen. Deze waren te weinig onderbouwd, te hard geformuleerd en de sector stelde vraagtekens bij de expertise van de Adviescommissie. Utrecht doet een ambtelijke voortoets maar die is procedureel: klopt de begroting, is het compleet? Bij sommige instellingen (waar iets speelt/een geschiedenis is) wordt een voorblad gemaakt waarin de gemeente de commissie informatie meegeeft. Bijvoorbeeld wanneer de gemeente net geïnvesteerd heeft in de accommodatie van een instelling of wanneer een instellingen taken heeft waarvoor subsidie noodzakelijk is. Eventuele belangenverstrengeling wordt niet van te voren gecontroleerd. Commissielid wordt er dan afgehaald. Het adagium luidt: ‘bij twijfel, overleg met ons’. Maar daar blijft het bij. Er was ook wel wat kritiek op de maatwerkcommissie, dus wellicht wil Utrecht een klein stukje terug naar het oude model, waarmee wordt bedoeld dat er iets meer disciplinekennis terug in de commissies mag, maar Utrecht gaat niet meer terug naar commissies per disciplines.
Utrecht was heel tevreden over de diversiteit in de samenstelling van de commissies, waaronder de diversiteit in leeftijd. Een visitatieprocedure zorgt ervoor dat niet eens in de 4 jaar een beoordeling uit de lucht komt vallen.
Totstandkoming MJB Het College van B en W besluit of het advies wordt overgenomen. Indien wenselijk of nodig kan afstemming plaatsvinden met andere financiers zoals de landelijke publieke fondsen, het Rijk of de Provincie Utrecht. Op basis van het advies nam het College een besluit over de subsidieverdeling in de Nota Subsidieverdeling Cultuurnota 2021-2024. Utrecht heeft het volledige advies overgenomen. Het enige verschil is dat het literatuurfestival dat op de zaaglijn viel volledig is gehonoreerd. Besloten is dat, als een instelling voor meer dan 50 procent boven de zaaglijn valt, het volledige bedrag wordt gehonoreerd. Er vielen ook 2 instellingen onder maar die zijn via een andere regeling geholpen. Instellingen kregen vooraf geen conceptadvies ter inzage. Dat gebeurde vier jaar geleden wel. Utrecht heeft deze keer een informele check op feiten gedaan door het advies onder embargo 2 dagen van te voren te sturen naar de aanvragers. Met name nieuwkomers dachten dat ze moesten wachten tot het advies openbaar is. Achteraf gezien vindt Utrecht dat onhandig gecommuniceerd. Naar aanleiding van de ‘Nota Subsidieverdeling’ ontvingen aanvragers in juli 2020 een beschikking. Deze beschikking is onder voorbehoud van vaststelling van de programmabegroting in november 2020, waarmee de meerjarige financiële afspraken definitief hun beslag krijgen.