RIS310440 Bijlage
Tekst van het document
Evaluatie Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024 Eindrapportage
Ronald Nijboer, Annelies van der Horst
Versie: 26 oktober 2021
Ronald Nijboer rnijboer@dsp-groep.nl
Annelies van der Horst avanderhorst@dsp-groep.nl
Met medewerking van: Yan Crabbendam en Mensje van Puffelen
Afbeelding: Haags Hiphop Centrum/Aight – Breakdance les bij het Haags Hiphop Centrum o.l.v. Ton Steenvoorden. Fotograaf Fleur Beemster
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
2
Inhoud
DSP-groep
1
Inleiding
4
2
Onderzoeksopzet en -methode
6
2.1
Doel, hoofdvraag en evaluatiekader
6
2.2
Onderzoeksmethode
7
3
Analyse
10
3.1
Totstandkoming Beleidskader en Subsidieregeling
10
3.2
Indienen subsidieaanvragen door culturele instellingen
18
3.3
Advisering door de Adviescommissie
23
3.4
Totstandkoming Ontwerp-MJB en MJB
33
4
Vergelijking
43
4.1
Werkwijze
43
4.2
Vergelijking met Den Haag
55
5
Samenvatting
59
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
3
1
Inleiding Eens in de vier jaar staan de cultuurafdelingen van de vier grote steden net als het ministerie van OCW voor een fikse opgave: de verdeling van de vierjarige subsidies. De belangen zijn groot. Het voortbestaan van een instelling kan afhangen van een positief of negatief advies. Hoeveel vernieuwing is mogelijk, welke beleidsdoelen spelen een rol en wie nemen zitting in de commissies? Gemeenteraadsleden roeren zich en burgers springen op de bres voor hun favoriete gezelschap of instelling.
Alle steden werken dan ook met een zorgvuldig proces om stapsgewijs tot een nieuw meerjarenbeleidsplan te komen. Via Meedenksessies Cultuur, themabijeenkomsten en publieksonderzoeken worden burgers en instellingen uitgenodigd om mee te denken over de uitgangspunten. Een onafhankelijke Adviescommissie of kunstraad adviseert de cultuurafdeling en de wethouder over de subsidieaanvragen, waarna instellingen nog bezwaar kunnen maken. Toch blijken de verschillende uitgedachte procedures geen garantie voor een rimpelloos traject. Ook de totstandkoming van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 in de gemeente Den Haag leidde tot veel beroering.
In het Meerjarenbeleidsplan heeft de gemeente Den Haag de verdeling van (vierjarige) subsidies aan de verschillende culturele instellingen vastgelegd. De verdeling van kunst- en cultuursubsidies, zowel op Rijksniveau als binnen de grote steden, gaat vrijwel altijd gepaard met felle reacties en hevige emoties. Dat is niet verwonderlijk, want de (financiële) belangen zijn groot, het beschikbare cultuurbudget beperkt en er zijn veel partijen bij betrokken. Ondanks een zorgvuldig ingerichte procedure is commotie haast onafwendbaar. Juist vanwege die grote (financiële) belangen en de vele betrokkenen is het van belang om het proces, de systematiek en het financiële stelsel te evalueren en te kijken waar dit verbeterd kan worden.
In deze evaluatie kijken we terug op het proces van de totstandkoming van het Haagse Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 (hierna MJB). Ook blikken we vooruit op de toekomstige MJB-procedure: op welke punten kan deze verbeterd worden? Dat doen we samen met alle betrokken partijen: culturele instellingen, leden van de Adviescommissie, gemeenteraadsleden, ambtenaren en wethouder. We willen onze dank uitspreken voor de medewerking van al deze partijen. De totstandkoming van het MJB is een hectisch en soms belastend proces geweest, waarbij partijen soms lijnrecht tegenover elkaar stonden. Tijdens de evaluatie hebben we ervaren dat een ieder ruimhartig bereid was op een constructieve wijze mee te werken. Dat waarderen wij zeer. Dankzij al deze inbreng zijn we ervan overtuigd dat deze evaluatie bruikbare aanbevelingen heeft opgeleverd om de toekomstige MJBprocedure beter in te richten.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
4
Over de opbouw van het rapport In het volgende hoofdstuk beschrijven we de onderzoeksopzet en -methode. Vervolgens begint de analyse, opgedeeld in vier processtappen. Allereerst wordt de processtap feitelijk beschreven, gevolgd door de analyse op basis van de inbreng van de betrokkenen. Elke processtap wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen.
Na de analyse van de Haagse MJB-procedure maken we in hoofdstuk 4 een uitgebreide vergelijking van de MJB-procedure in Den Haag met vergelijkbare procedures in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en die van het Fonds Podiumkunsten. We sluiten in hoofdstuk 5 af met een samenvatting, waarin we de conclusies en aanbevelingen op een rij zetten. Tot slot zijn in de bijlage de deelvragen van het onderzoek te vinden.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
5
2
Onderzoeksopzet en -methode
2.1
Doel, hoofdvraag en evaluatiekader Het doel van de evaluatie luidt: Komen tot een MJB-procedure die efficiënter en effectiever uitgevoerd wordt, breed gedragen wordt en waarin de rollen en taken van alle betrokken partijen op voorhand duidelijk zijn vastgelegd. Het is voor iedereen volstrekt duidelijk wie wanneer waarover adviseert of besluit.
Daarbij formuleerden we de volgende hoofdvraag: Op welke punten kan de gemeente Den Haag zijn systematiek, financiële stelsel en proces van het Meerjarenbeleidsplan verbeteren?
Vanuit het doel van de evaluatie komt een viertal aandachtsgebieden naar voren. Binnen de evaluatie wordt gekeken naar de volgende dimensies: Efficiëntie In hoeverre is het doel (per onderdeel en van het gehele proces) bereikt met zo min mogelijk middelen? Effectiviteit In hoeverre is het doel (per onderdeel en van het gehele proces) gerealiseerd? Draagvlak In hoeverre ondersteunen betrokken partijen de stappen in het proces en de uitkomsten (per onderdeel en van het gehele proces) en voelen zij zich betrokken bij het proces? Duidelijkheid over rollen en taken van alle betrokken partijen In hoeverre is het voor betrokken partijen duidelijk wie welke taken, bevoegdheden en rollen heeft, zowel per onderdeel als in het gehele proces?
Het MJB-proces omvatte een langlopend proces met vele verschillende onderdelen, van stadsgesprekken tot het vaststellen van het definitieve MJB. Binnen deze evaluatie is het MJB-proces opgedeeld in vier processtappen:
DSP-groep
1
Totstandkoming beleidskader en subsidieregeling
2
Indiening subsidieaanvragen door instellingen
3
Advisering door de Adviescommissie
4
Totstandkoming MJB
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
6
Naast de evaluatie van het MJB-proces in Den Haag voeren we een vergelijking uit met de gang van zaken in de andere steden binnen de G4 en de Rijksfondsen. In onderstaand evaluatiekader laten we zien hoe het onderzoek er schematisch uitziet.
Figuur 1: Evaluatiekader
Per onderdeel van het evaluatiekader is een set aan deelvragen geformuleerd. 1 Per processtap kijken we terug en vooruit. Wat waren de ervaringen, wat ging er goed en wat kan er beter?
2.2
Onderzoeksmethode De uitvoering van het onderzoek is opgedeeld in twee fasen; fase 1 bestond uit een terugblik en reconstructie van het afgelopen MJB-proces, fase 2 bestaat uit vooruitkijken naar het toekomstige MJBproces. Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen is op verschillende manieren informatie verzameld die hieronder uiteen worden gezet.
Documentenanalyse Op basis van een uitgebreide documentenanalyse stelden we een feitelijke beschrijving op van het MJBproces. We gebruikten hiervoor beleidsdocumenten, adviezen, regelingen, onderzoeken, raads- en commissienotulen en communicatie van en richting instellingen, burgers en andere betrokkenen. Dit resulteerde in een chronologische beschrijving van de verschillende processtappen.
1 De deelvragen zijn te vinden in bijlage 1.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
7
Interviews Er zijn in mei en juni 2021 achttien (groeps-)gesprekken gevoerd met in totaal zestig personen, te weten één gesprek met de wethouder Cultuur, drie gesprekken met in totaal twintig ambtenaren van de gemeente Den Haag, twee gesprekken met zes leden van de Adviescommissie, drie gesprekken met zeven gemeenteraadsleden, vijf gesprekken met tweeëntwintig instellingen en vier gesprekken met betrokkenen bij de procedure in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en het Fonds Podiumkunsten.
Bij het uitnodigen van instellingen is rekening gehouden met variatie van instellingen in grootte, discipline, aangevraagd subsidiebedrag, adviesoordeel, subsidie afgewezen/toegewezen, nieuw in MJB/eerder in MJB, wel/geen bezwaar ingediend.
In de tweede fase van het onderzoek, in september en oktober, is een viertal lerende sessies georganiseerd met de gemeenteraadscommissie, beleidsambtenaren, de wethouder Cultuur en zeven instellingen (waarbij wederom rekening is gehouden met dezelfde variatie van instellingen). In deze lerende sessies werden de bevindingen en suggesties besproken.
Enquête Alle 103 culturele instellingen die een subsidieaanvraag hebben ingediend zijn uitgenodigd om deel te nemen aan een online enquête. Zo kreeg iedere instelling de kans om haar mening te geven over de procedure. De enquête is, in lijn met de onderzoeksvragen en de opbouw van dit rapport, opgebouwd aan de hand van de vier te onderscheiden processtappen en bestond uit gesloten en open vragen.
Op 6 juni 2021 werd de uitnodiging verstuurd naar de 103 culturele instellingen. Deze kregen tot en met 28 juni de tijd om de enquête in te vullen. Ruim een week na de uitnodiging werd een herinnering gestuurd. Uiteindelijk reageerden 59 instellingen (een respons van 57%). De precieze verdeling van de respondenten per discipline is te zien in tabel 1.1. 2
Tabel 1.1
Respondenten van enquête, verdeeld naar discipline Discipline
Percentage
Aantal
Theater en podia
16%
9
Popmuziek
9%
5
Oude, Klassieke en Nieuwe muziek
15%
8
Dans
7%
4
Film
2%
1
Letteren en debat
2%
1
Musea en Erfgoed
5%
3
2 De totalen in de tabellen tellen niet altijd op tot 100%, vanwege afronding van de afzonderlijke antwoordcategorieën. Ook tellen
niet alle totale aantallen op tot 59 respondenten, omdat in sommige gevallen, zoals bij tabellen 1.1. en 1.2, enkele respondenten de vraag oversloegen.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
8
Beeldende kunst
15%
8
Cultuurankers
13%
7
Cultuureducatie en -onderwijs
5%
3
Discipline overstijgend
7%
4
Geen van de hierboven genoemde disciplines
3%
2
Overigens is het logisch dat sommige disciplines meer vertegenwoordigd zijn dan andere, omdat er ook in de gehele populatie meer instellingen zijn binnen die discipline (er zijn bijvoorbeeld meer theater/podia dan filminstellingen).
Zowel instellingen die relatief lage als relatief hoge subsidiebedragen aanvroegen reageerden op de enquête, zoals te zien in tabel 1.2.
Tabel 1.2
Respondenten van enquête, verdeeld naar ingediend subsidiebedrag Ingediend subsidiebedrag
Percentage
Aantal
Tussen € 0 - € 100.000
27%
15
Tussen € 101.000 - € 200.000
22%
12
Tussen € 201.000 - € 500.000
18%
10
Tussen € 501.000 - € 1.000.000
16%
9
Meer dan € 1.000.000
16%
9
Die verscheidenheid is ook terug te zien in andere categorieën. Bij 13% van de respondenten was het advies van de Adviescommissie om de subsidieaanvraag volledig toe te kennen. Bij 53% deels en bij 35% om niet toe te kennen. Ruim een kwart (29%) van de respondenten gaf aan dat het college van B en W of de gemeenteraad uiteindelijk afweek van het adviesoordeel voor hun instelling. Met betrekking tot het amendement van de gemeenteraad op het MJB gaf 69% aan dat hun instelling daar geen onderdeel van uitmaakte, 13% zei dat hun instelling werd gekort, 4% kreeg extra subsidiegelden en bij 15% veranderde een eerdere afwijzing in een (deels) toekenning. Daarmee kunnen we concluderen dat de enquête is ingevuld door zowel respondenten voor wie de subsidieaanvraag een positief resultaat opleverde, als door respondenten voor wie dat niet gold.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
9
3
Analyse
3.1
Totstandkoming Beleidskader en Subsidieregeling De eerste processtap is de totstandkoming van het beleidskader en de subsidieregeling. Allereerst wordt deze processtap feitelijk beschreven, gevolgd door de analyse op basis van de inbreng van de betrokkenen en documentatieonderzoek. We sluiten het hoofdstuk af met verbeterpunten.
3.1.1
Feitelijke beschrijving Voor het opstellen van het beleidskader en de subsidieregeling organiseerde de gemeente Den Haag themabijeenkomsten, waarvoor zij de culturele sector uitnodigde. Daarnaast raadpleegde de gemeente haar inwoners door het afnemen van enquêtes en het organiseren van stads- en panelgesprekken. De uitkomsten van deze bijeenkomsten en gesprekken werden verwerkt in het beleidskader. De gemeenteraad stelde het beleidskader vervolgens vast.
Themabijeenkomsten voor de culturele sector De gemeente organiseerde eind 2018 vijf themabijeenkomsten die werden afgesloten met een stadsgesprek. De aanwezigen bestonden voornamelijk uit professionals uit de cultuursector, daarnaast waren de aanwezigen betrokken bij kunstopleidingen, onderwijsinstellingen, amateurverenigingen, buurthuizen en organisaties zoals The Hague Marketing, The Economic Board The Hague, de Haagse Cultuur Academie, Platform 31, International Community Platform, Young The Hague, en de Haagse jongerenambassadeurs. Vrienden en vrijwilligers van de culturele instellingen en geïnteresseerde inwoners van Den Haag waren eveneens aanwezig.
Naar aanleiding van het themagesprek ‘inclusie en het brede bereik van cultuur’ en de onvrede over de begeleiding van die bijeenkomst zijn betrokkenen met expertise over inclusie nog een keer in kleinere setting bij elkaar gekomen om dieper in te gaan op dit thema. Dat initiatief heeft geleid tot het ontstaan van een informeel netwerk over inclusie.
Enquêtes en onderzoeken Om te peilen hoe inwoners denken over cultuur in de stad zijn er enquêtes afgenomen en gesprekken gevoerd. Eind 2018 en begin 2019 kregen inwoners vragen over cultuur in Den Haag, gericht op hun ervaringen en behoeften. Het ging om de volgende enquêtes en gesprekken: De Stadsenquête (2018) – kwantitatief onderzoek (n=1000). Hoewel er een aselecte steekproef is benaderd, bleek de steekproef geen evenwichtige vertegenwoordiging van de Haagse bevolking. Een aantal wijken bleef ondervertegenwoordigd.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
10
Stadspanel (januari 2019) – kwantitatief onderzoek (n=900). Mensen dienen zich actief aan te melden als lid van het Stadspanel. Daaruit volgt dat er geen sprake is van een goede vertegenwoordiging van de Hagenaren. Hogere opgeleiden en zestigplussers waren oververtegenwoordigd in het stadspanel. Stadskamer (januari 2019) – focusgroepen (n=32) van 4 x 2 uur met mensen uit wijken, die in de enquêtes ondervertegenwoordigd waren, waarbij ze zijn geselecteerd op het niet-deelnemen aan cultuur. Jongerenambassadeurs (eerste kwartaal 2019). Omdat jongeren in de enquêtes ondervertegenwoordigd waren zijn de Haagse Jongerenambassadeurs om advies gevraagd. Onderdeel van het advies was een enquête die de Jongerenambassadeurs hebben uitgezet onder Haagse jongeren (n=702).
Naast de inspraak door het culturele (werk)veld en de inwoners is ook de bijdrage van het Directieoverleg Podiumkunsten Den Haag en het Directieoverleg Haagse Musea meegenomen in de inhoud van het beleidskader. Zij hebben in het najaar 2018 namens 69 organisaties een eigen advies uitgebracht: ‘Kiezen voor Kunst en Cultuur’. Dit advies lag in lijn met de inhoud van het beleidskader. Ook van invloed is het advies van 11 april 2019 van de Raad voor Cultuur aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In dat advies stelt de Raad een stelselwijziging voor in de BIS, vraagt ze ruimte voor nieuwe cultuurvormen, doet ze een voorstel voor meer samenwerking in de cultuurregio’s, en houdt ze een pleidooi voor een bredere en inclusievere benadering van cultuur met aandacht voor Fair Practice en bedrijfsvoering.
Beleidskader in het kort Voor het schrijven van het beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 was het Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Den Haag, Stad van Kansen en Ambities’ leidend. Themagesprekken met de culturele instellingen, een afsluitend stadsgesprek, opiniepeilingen en inbreng van culturele vertegenwoordigers zorgden voor een stevige inbreng vanuit de stad, haar bewoners en instellingen in het Beleidskader. In het beleidskader koos de gemeente voor de volgende beleidsthema’s: Inclusie en het brede bereik van cultuur Bedrijfsvoering Cultuureducatie Samenwerking Makersklimaat en talentontwikkeling
De beleidsrichtlijnen voor de beoordeling waren: Kwaliteit Bedrijfsvoering Inclusie en diversiteit Samenwerking en positionering
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
11
Belang voor het publiek en bijdrage aan het geheel van het cultureel aanbod Belang voor de stad; de economische en/of maatschappelijke opgave Belang van cultuureducatie en -onderwijs Belang van makersklimaat en talentontwikkeling
De gemeenteraad heeft op 18 juli 2019 het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 vastgesteld, met een financieel kader van € 56,2 mln. op jaarbasis, waarvan € 55,6 mln. binnen de adviesruimte van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 viel.3
In het Beleidskader zijn de volgende bedragen opgenomen die buiten de adviseringsruimte van de Adviescommissie vallen: Cultuureducatie € 480.000: dit bedrag moet scholen van het primair onderwijs in staat stellen om leerlingen receptieve culturele activiteiten aan te bieden in aansluiting op de COH-leerlijnen. Regiofonds € 100.000: dit bedrag vormt een bijdrage aan het nieuw op te richten Regiofonds voor culturele samenwerking in de regio Haaglanden in aansluiting op het rijksbeleid ten aanzien van de stedelijke cultuurregio’s.4
3.1.2
Bevindingen evaluatie Themabijeenkomsten Bijna driekwart (73%) van de instellingen die de enquête invulden was op de hoogte van de themabijeenkomsten en stadsgesprekken en wist dat ze zich hiervoor konden aanmelden. Een vergelijkbaar percentage van de respondenten (75%) nam daadwerkelijk deel aan de stadsgesprekken die aan het beleidskader voorafgingen.
Instellingen namen onder andere deel om informatie te halen over het proces en zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het indienen van de subsidieaanvraag. Ook wilde men weten welke thema’s er spelen, bij de gemeente, het veld en de politiek en wat er verwacht wordt van instellingen. Men vond het een mooi moment om collega’s uit het veld te ontmoeten en zelf input te geven, je stem te laten horen. Instellingen namen deel vanuit betrokkenheid bij cultuur in de stad en vonden het belangrijk om de eigen visie te geven en inbreng te hebben in het beleidskader. Tijdens de interviews gaven instellingen aan de bijeenkomsten van waarde te vinden.
Voor enkele instellingen voelden de stadsgesprekken als een verplichting, zo gaven instellingen aan in de enquête, ‘een verplichte rondedans met de sector’, ‘wegblijven is geen optie’. Andere kritiek luidde dat er in deze setting weinig verrassends naar voren komt en dat de aanwezigen een select clubje vormen, waar
3
Ontwerp Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
4 Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 Den Haag
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
12
het voor buitenstaanders lastig is om tussen te komen. Sommige nieuwe aanvragers gaven aan dat ze helemaal niet op de hoogte waren van de stadsgesprekken.
Verschillende instellingen hadden ook kritiek op de gesprekken zelf. Ze verliepen chaotisch; doel, inhoud, structuur en resultaat waren niet duidelijk genoeg. Omdat het ging om vrij massale bijeenkomsten waar de sprekers van tevoren vastlagen, had het publiek maar beperkt inspraak.
Vanuit de gemeentelijke organisatie vonden de geïnterviewden de themabijeenkomsten waardevol en goed georganiseerd. Door de gemeente is veel informatie opgehaald, zo werd gezegd. Gemeenteraadsleden verschilden in hun opvatting of deelname aan stadsgesprekken tot de rol van de gemeenteraad behoort. Sommige raadsleden kozen er bewust voor om niet te deelnemen, anderen juist wel. Met name voor de kleinere fracties was deelname te intensief.
Beleidskader Voor iets meer dan de helft (54%) van de respondenten van de enquête was het duidelijk hoe het beleidskader tot stand is gekomen, zoals te zien in grafiek 3.1. Ongeveer een derde (34%) van de respondenten vond dat ze voldoende inspraak had tijdens de totstandkoming van het beleidskader. Meer dan de helft (60%) van de respondenten kon zich vinden in de beleidsthema’s uit het beleidskader. Instellingen gaven aan dat de inhoud van het beleidskader aansloot op de thema’s van de stadsgesprekken.
Grafiek 3.1 Stellingen met betrekking tot totstandkoming beleidskader 0%
Het is mij duidelijk hoe het beleidskader tot stand is gekomen
5
Ik heb voldoende inspraak gehad tijdens de totstandkoming van het beleidskader Ik kan mij vinden in de beleidsthema’s uit het beleidskader
Helemaal oneens
Oneens
20% 17
12
2
40% 22
25
15
Niet oneens en niet eens
60% 47
24
22
Eens
80%
7 2
31
53
Helemaal eens
100%
3 5
7 2
Geen mening/weet niet
Enkele instellingen vonden het beleidskader wel erg breed en abstract geformuleerd. Thema’s waren niet gelijkwaardig en niet altijd even duidelijk uitgewerkt. Zo was het voor een aantal instellingen niet duidelijk wat onder diversiteit en inclusie werd verstaan, terwijl daar wel veel nadruk op lag. Leden van de Adviescommissie bevestigden dit. De doelen in het beleidskader waren niet altijd even duidelijk en ook niet goed vertaald naar de beoordelingscriteria die de Adviescommissie hanteerde (met name op de thema’s cultuurparticipatie en -educatie).
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
13
Ook vonden instellingen dat er teveel thema’s en ambities waren ten opzichte van de beschikbare middelen. Het beleidskader gaf de indruk dat er veel inhoudelijke uitgangspunten bijkwamen voor de instellingen, zonder dat er (extra) budget tegenover kwam te staan. Fair Pay was een belangrijk aandachtspunt, maar daar waren geen aanvullende middelen voor beschikbaar. De gemeente had op dit punt aangekondigd dat er keuzes gemaakt zouden worden, waarbij liever minder instellingen voldoende subsidie zouden ontvangen dan veel instellingen te weinig.
Verschillende instellingen gaven aan dat de indeling in disciplines niet meer voldoet, omdat vele interdisciplinair werken.
Vanuit de gemeentelijke organisatie werd aangegeven dat het beleidskader beknopter kan, met duidelijke verwachtingen, zowel financieel als inhoudelijk.
Subsidieregeling De inhoud van de subsidieregeling was voor de grote meerderheid van de instellingen bekend (88%). De criteria waren duidelijk.
Grafiek 3.2 Stellingen met betrekking tot subsidieregeling 0%
20%
Ik wist wat er in de subsidieregeling stond 02 Ik kan mij vinden in de inhoud van de subsidieregeling
Helemaal oneens
Oneens
40%
10 5
7
60%
80%
63 24
Niet oneens en niet eens
100% 25
54
Eens
Helemaal eens
0 7
3
Geen mening/weet niet
Rollen en taken De rollen en verantwoordelijkheden tijdens deze processtap waren bij 53% van de instellingen bekend. Uiteindelijk zegt 33% van de instellingen dat het proces niet geleid heeft tot een breed gedragen beleidskader met een daarbij passende subsidieregeling, tegenover 32% die dat wel vindt.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
14
Grafiek 3.3 Stellingen met betrekking tot rollen, verantwoordelijkheden en proces 0% Het was duidelijk wie welke rollen en verantwoordelijkheden had tijdens de totstandkoming van het beleidskader (culturele instellingen,… Het proces heeft geleid tot een breed gedragen beleidskader met een daarbij passende subsidieregeling Helemaal oneens
Oneens
20% 8
40%
15 14
Niet oneens en niet eens
60%
22 19
Eens
80% 41
31
Helemaal eens
100% 12
29
3 5
Geen mening/weet niet
Verschillende gemeenteraadsleden stellen dat de gemeente tijdens deze processtap meer duidelijkheid had kunnen scheppen over de vervolgstappen. Wie staat op welke momenten waarvoor aan de lat? Wanneer is er wel of geen invloed mogelijk? Voor gemeenteraadsleden werd pas later in het gehele MJBproces duidelijk dat dit de processtap was waar veel invloed mogelijk was.
Geïnterviewden vanuit de gemeentelijke organisatie vinden dat de gemeenteraad bij de besluitvorming over het beleidskader en subsidieregeling een grotere rol hadden moeten pakken. Daar had de gemeenteraad de kaders voor de vervolgstappen moeten vastleggen.
Gehele processtap Een deel van de instellingen was positief over het proces (de themabijeenkomsten en de totstandkoming van het beleidskader), vond het ‘zorgvuldig’ en ‘nuttig’. Andere instellingen vonden het een tijdrovend proces. De meeste kritiek spitste zich toe op een gebrek aan inspraak. Een aantal instellingen had het gevoel dat zij weinig invloed kon uitoefenen en dat er vooral geluisterd werd naar de grote instellingen. Als nieuwkomer is het lastig om je op de juiste manier te informeren en een rol te kunnen spelen in dit proces. Het voelde voor sommigen – niet alleen nieuwkomers – als ‘feest van de gevestigde orde’, ‘schijn van medezeggenschap’ en ‘een ver van mijn bed show’, waarbij de stadsgesprekken ‘soms meer bedoeld voor de bühne’ leken.
Twee punten kwamen bij een groot deel van de interviews naar voren: •
Vlak voor de start van het proces totstandkoming Beleidskader en Subsidieregeling vond een grote reorganisatie plaats van de gemeentelijke organisatie. Daarbij is veel kennis, geheugen en kunde van het team cultuur verdwenen. Dat is van invloed geweest op het hele proces, ervaring met de voorgaande keren werd gemist, het ontbrak aan een evaluatie op de voorgaande procedure en het beleidskader had innovatiever kunnen zijn.
•
Het beleidskader moet duidelijk maken welke stad Den Haag is en wil zijn en een analyse van de culturele sector bevatten.5 Terugkijkend was het beleidskader en de subsidieregeling ook het moment geweest om te kiezen welke instellingen of functies wel en welke niet de procedure voor
5 Overigens maakten analyses van de culturele sectoren in Den Haag onderdeel uit van het beleidskader.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
2
15
het MJB zouden moeten doorlopen, of dus wellicht een andere positie zouden moeten krijgen of thuishoren binnen een andere subsidieregeling.
3.1.3
Conclusies Opsommend kunnen we de volgende conclusies trekken met betrekking tot deze processtap: De themabijeenkomsten werden door een groot deel van de instellingen bezocht. Er was kritiek op de opzet van de bijeenkomsten: te groot, te weinig ruimte voor inspraak, teveel ‘usual suspects’. Het beleidskader werd als breed/abstract en te weinig concreet ervaren. Sommige thema’s en beoordelingscriteria waren te weinig uitgewerkt. Daarnaast werd inspraak op het concept beleidskader gemist. Er kon wel vooraf worden meegedacht over het beleidskader, maar daarna werd het resultaat niet meer getoetst bij de betrokkenen. De indeling in disciplines voldoet niet meer, omdat veel instellingen interdisciplinair werken. De inhoud van de subsidieregeling was voor vrijwel alle instellingen duidelijk. Voor gemeenteraadsleden was het onduidelijk wat hun rol was bij het op- en vaststellen van het beleidskader. Veel kennis, geheugen en kunde op het terrein van cultuur bij de ambtelijke organisatie is verdwenen na een reorganisatie. Gemiste kansen in deze processtap: •
De gemeente had gemeenteraadsleden via besprekingen over het kader mee kunnen nemen, zodat voor hen duidelijk was wat hun rol kon zijn en welke inbreng ze konden leveren, zodat ze een grotere rol konden pakken bij het op- en vaststellen van het kader.
•
Vastgesteld had kunnen worden welke instellingen wel of niet de procedure voor het MJB zouden moeten doorlopen of per definitie subsidie zouden ontvangen.
Het budget levert een groot knelpunt op, onder meer voor instellingen bij het waarmaken van de ambities uit het beleidskader. Het budget6 is in vergelijking met de andere steden lager per inwoner (€ 102 per inwoner tegenover € 122 (Utrecht), € 130 (Rotterdam) en € 125 (Amsterdam)).
3.1.4
Advies (veranderingen / verbeterpunten) Op basis van de bevindingen uit de evaluatie komen wij tot de volgende verbeterpunten: Knip de totstandkoming van het beleidskader op in twee stappen (met name Amsterdam kan hierbij als voorbeeld dienen voor de afstemming met de sector en de gemeenteraad): 1) visie lange termijn en de hoofdlijnen van de ambities voor de eerstkomende vier jaar; 2) beleidskader (inclusief subsidieregeling en financieel kader) •
De visie op de lange termijn en de ambities voor de eerstkomende vier jaar (ad 1) komen tot stand op basis van een (externe) analyse van het Haagse cultuurveld
6 Dit gaat om de budgetten bij de start van het proces. In sommige gevallen veranderde het budget gedurende het proces.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
16
(sectoranalyse/verkenning), een sessie met de gemeenteraad en sessies met het culturele veld. De gemeenteraad stelt deze visie en ambities vast. •
Vervolgens vindt de uitwerking van de ambities voor het beleidskader en de subsidieregeling plaats inclusief het financiële kader (ad 2).
•
Neem in het kader ook op of en welke instellingen of functies sowieso gemeentelijke subsidie zullen ontvangen of een andere positie binnen de procedure moeten krijgen (bijvoorbeeld systeeminstellingen of instellingen die gemeentelijke collecties beheren).
•
Tijdens de uitwerking van de ambities voor het beleidskader en de subsidieregeling vinden themabijeenkomsten plaats met de sector (kleinere bijeenkomsten waar meer ruimte is voor verdieping, met hoogstens één grootschalige aftrapsessie).
•
De gemeenteraad stelt het beleidskader vervolgens vast (kaderstellende verantwoordelijkheid).
Organiseer (technische ) sessies met de gemeenteraad waarin de procedure, rollen en verantwoordelijkheden worden besproken. Hou wel oog voor potentiële nieuwe aanvragers. Ook zij moeten kunnen participeren tijdens dit traject. De analyse van het Haagse cultuurveld kan daarbij helpen. Hou het aantal beleidsthema’s beperkt en dus werkbaar voor de Adviescommissie (maximaal 5). Behoud één MJB waartoe alle instellingen die een meerjarensubsidie ontvangen toe behoren (binnen de sector bestaat geen grote behoefte voor de invoering van een aparte regeling of een basisinfrastructuur). Wel kan in het MJB aangegeven worden welke instellingen een bijzondere positie hebben (bijvoorbeeld systeeminstellingen en collectiebeherende instellingen). Daarnaast kan wel een getrapt systeem van inschrijving worden toegevoegd, waarbij de subsidieregeling wordt opgedeeld in verschillende categorieën met daaraan maximale bedragen gekoppeld. Het Fonds Podiumkunsten werkt met een dergelijk getrapt systeem van inschrijven, waarbij aanvragers die een lager bedrag aanvragen in een andere categorie komen, en daarvoor onder andere minder uitvoeringen per jaar hoeven te realiseren, op minder criteria beoordeeld worden en minder zwaar beoordeeld worden op bedrijfsvoering . Deze eerste processtap is cruciaal voor het verloop van de rest van het MJB-proces.
Tijdens het vorige MJB-proces werkte het verloop van deze stap tot aan het einde negatief door. Het is aan te raden om bij het komende MJB-proces eenmalig wat meer tijd uit te trekken om deze processtap zorgvuldig te doorlopen, in afstemming met gemeenteraad en sector.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
17
3.2
Indienen subsidieaanvragen door culturele instellingen Nadat het beleidskader en de subsidieregeling waren vastgesteld kregen culturele instellingen de mogelijkheid tot het indienen van de subsidieaanvraag.
3.2.1
Feitelijke beschrijving Een aanvraag voor een subsidie kon door de instellingen worden ingediend tot uiterlijk 2 december 2019. De aanvraag was bestemd voor de activiteiten die plaatsvinden in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2024. Het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 is de basis voor de beoordeling van de subsidieaanvragen in het kader van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024.
Uitgangspunten 1.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan een kwalitatief hoogwaardig veelzijdig kunst- en cultuuraanbod.
2.
Het doel dat met de verstrekte subsidie wordt nagestreefd is om een bijdrage te leveren aan de Haagse kunst- en cultuur infrastructuur waarbij een inclusief en divers bereik voorop staat.
3.
Het achterliggende maatschappelijke doel van de activiteiten is terug te vinden in de visie die de instelling heeft op zijn maatschappelijke rol in de samenwerking met de stad en de gerichte bijdrage die zij levert aan het vergroten van sociale cohesie en leefbaarheid in de stad.
Aanvraag 1. De aanvraag om subsidie wordt ingediend met behulp een aanvraagformulier (inrichtingseisen). 2. De aanvrager levert daarbij de volgende documenten aan: a)
een realistische en sluitende meerjarenbegroting voor de periode 2021-2024;
b) een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de waarden die ten grondslag liggen aan de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit vertaald worden in beleid, begroting en dagelijks handelen; c)
een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken;
d)
een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW.
3. De aanvraag en de bijbehorende bijlagen worden zoveel mogelijk op een voor openbaarmaking geschikte manier en op een voor het algemeen publiek toegankelijke wijze opgesteld 7.
Na indiening was er voor de instellingen geen mogelijkheid meer voor een toelichting op de subsidieaanvraag. In totaal hebben 103 instellingen een subsidieaanvraag ingediend waarvan 33 nieuwe aanvragers. Er werd in totaal voor € 70,9 miljoen aangevraagd. Dat was € 15,3 miljoen meer dan de gemeenteraad beschikbaar stelde voor de adviesruimte van de Adviescommissie. 7 RIS303155 Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021-2024 DH 2021
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
18
3.2.2
Bevindingen evaluatie Proces en contact Voor een meerderheid van de instellingen die de enquête invulde was het proces van het indienen van de subsidieaanvraag helder en duidelijk (89%). Velen gaven aan dat ze de stap als positief en duidelijk hebben ervaren. Een instelling stelde: ‘met het maken van een meerjarenplan blijf je als instelling alert op je eigen maatschappelijke relevantie’. Het pad na indiening van de aanvragen (wat er mee zou gebeuren) was duidelijk en de communicatie door de gemeente was helder, zo vertelden instellingen tijdens de interviews. Wel misten instellingen de mogelijkheid in gesprek te gaan met gemeente en vooral de Adviescommissie over de (concept) subsidieaanvragen.
De inrichtingseisen waren volgens driekwart duidelijk en 89% van de respondenten wist bij wie ze terecht konden met vragen. De betrokken ambtenaren waren goed bereikbaar en meedenkend bij eventuele vragen, zo werd er gezegd.
De planning van het indienen van de subsidieaanvragen in Den Haag, eerder dan de deadlines van OCW en de landelijke cultuurfondsen, was lastig voor de instellingen die ook daar een aanvraag deden.
Grafiek 3.4 Stellingen met betrekking tot indienen subsidieaanvraag 0%
20%
De inrichtingseisen waaraan de subsidieaanvragen moeten voldoen 2 7 waren duidelijk Het proces van het indienen van de subsidieaanvraag was helder en 05 duidelijk
40%
60%
16 73
U wist bij wie u terecht kon als u vragen had over het indienen van de 22 7 subsidieaanvraag
68
Oneens
Niet oneens en niet eens
Eens
100%
61
5
Helemaal oneens
80%
Helemaal eens
14
0
16
0
21
Geen mening/weet niet
Toegankelijkheid Een ruime meerderheid (82%) gaf aan dat het voor alle culturele instellingen mogelijk is om een subsidieaanvraag in te dienen. Toch werd ook gesteld dat het systeem vooral ingericht is voor organisaties die al structurele subsidie ontvangen. ‘Als nieuwkomer wordt je niet meegenomen in de communicatie en de ins en outs van de aanvraagprocedure,’ stelde een instelling.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
19
0
Grafiek 3.5 Stellingen met betrekking tot indienen subsidieaanvraag 0% Het was voor alle culturele instellingen mogelijk om een subsidieaanvraag 2 7 in te dienen
20%
7
De criteria waarop de subsidieaanvraag wordt beoordeeld waren helder
4
21
De voorwaarden die aan de subsidieaanvraag worden gesteld waren redelijk
5
20
Niet oneens en niet eens
Eens
Helemaal oneens
Oneens
40%
60%
80%
57
25
25 16
Helemaal eens
100%
41 50
2 9 0 9 0
Geen mening/weet niet
Minder eensgezind waren de instellingen over de redelijkheid van de voorwaarden. Meermaals stelden ze dat het proces te omslachtig en tijdrovend is voor kleine partijen. Het vraagt enorm veel capaciteit van een instelling om een subsidieaanvraag in te dienen en dat iedere vier jaar te herhalen. Verschillende geïnterviewde instellingen pleitten voor een langere subsidieperiode. Ook worden voorstellen gedaan om de aanvraag alleen toe te spitsen op nieuwe ontwikkelingen bij een instelling of onderscheid te maken in de looptijd van de subsidie.
Een deel van de gemeentelijke organisatie is van mening dat er meer onderscheid zou moeten zijn tussen grote en kleine instellingen. Ook zou ze meer aandacht willen besteden aan verwachtingenmanagement, door gesprekken te voeren met indieners over de haalbaarheid. De gemeente merkt dat niet alle culturele instellingen die een aanvraag doen zich voldoende bewust zijn van de zakelijkheid van de (bekostigings)relatie tussen gemeente en instellingen, waarbij de gemeente verantwoording aflegt voor het verdelen van publiek geld en de keuzes die daarin worden gemaakt.
Leden van de Adviescommissie constateren een verschil tussen de aanvragen van de grotere instellingen en die van de kleinere. De eerste zijn vaak professioneel en volledig, de tweede vaak wat fragmentarisch, maar wel bevlogen. Hoe strikter een subsidieformat, hoe meer het lef verdwijnt doordat instellingen naar de beleidsambities van de gemeente toeschrijven, huiverig om maar niet buiten de boot te vallen.
Ook de gemeenteraad merkt het verschil tussen de grotere en kleinere instellingen op en omdat de grotere instellingen zich over het algemeen naar de ervaring van de raad wel weten te redden voelt een deel van de raadsleden zich de hoeder voor de kleinere culturele instelling.
Format In interviews gaven instellingen aan dat het format teveel als dwingend werd ervaren. Op verschillende plekken in het format werd dezelfde informatie gevraagd, de gevraagde informatie was soms te specifiek (kengetallen), het aantal woorden (te) beperkt en de ruimte ontbrak om de eigen inhoudelijke ambities en (toekomstige) ontwikkeling te beschrijven. Het format voldeed met name niet voor instellingen met veel verschillende activiteiten, die samengesteld zijn (door fusie of door verschillende beleidsthema’s zoals
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
20
kunst en zorg bijvoorbeeld), een meer intermediaire of educatieve functie hebben of relatief weinig subsidie aanvragen. Daarnaast moeten alle instellingen aan hetzelfde format en dezelfde criteria voldoen. Een deel van de instellingen gaf aan dat dat niet werkt. Het doet geen recht aan de diversiteit aan instellingen in de stad.
De gemeenteraad heeft ook gezien dat het format weinig flexibiliteit bood voor de verschillende soorten instellingen zoals de instellingen op het snijvlak van cultuur en andere beleidsdomeinen en zou meer begeleiding wensen bij het aanvragen voor vooral de kleinere instellingen.
Criteria Een kwart van de instellingen vond de criteria waarop beoordeeld werd niet helder. De criteria stonden open voor interpretatie en willekeur. Het beleidskader was erg breed geformuleerd en het was van tevoren niet duidelijk waar de Adviescommissie accenten op zou leggen, zo stelden instellingen. Wel vindt een respondent het juist rijkdom dat een aanvraag niet als een ‘één op één invuloefening’ wordt behandeld, door alleen de criteria af te vinken. Volgens deze persoon is het juist goed dat er naar de geest in plaats van de letter gekeken wordt, maar geeft het de beoordeling tegelijkertijd ook iets ongrijpbaars.
Digitaal versus fysiek Instellingen werd gevraagd om, naast het digitaal indienen van de subsidieaanvraag, deze ook fysiek aan te leveren in drievoud. Instellingen hebben het fysiek indienen van de aanvragen op het gemeentehuis als een plechtig en ook leuk moment ervaren. Ook de gemeentelijke organisatie ervaarde dat zo. Enkele instellingen vinden het ook ouderwets en pleiten voor een gehele papierloze wijze van indienen.
Een deel van de gemeentelijke organisatie vindt het fysiek indienen van subsidieaanvragen niet meer van deze tijd. Bovendien kan het leiden tot een ongelijke behandeling, omdat er toch verschil zit in de aanvragen (bijlagen, verhouding tekst en beeld) en de aanvragen daardoor lastiger met elkaar te vergelijken zijn.
3.2.3
Conclusies Opsommend kunnen we de volgende conclusies trekken met betrekking tot deze processtap: De subsidieaanvraag wordt als toegankelijk ervaren door een grote meerderheid van de instellingen. Wel is het als nieuwe aanvrager lastiger, omdat het reilen en zeilen van het proces nog onbekend is. Kleine instellingen ervaren het proces als zeer tijdsintensief. Het subsidieformat werd als te dwingend ervaren. Het bood te weinig ruimte voor flexibiliteit en lef en leidde tot uniformiteit.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
21
De criteria waren niet voor alle instellingen helder en concreet. Het was niet duidelijk waar de Adviescommissie accenten op zou leggen. De planning van het indienen van de aanvragen in de Haagse procedure wijkt af van de planning van landelijke fondsen en het ministerie van OCW.
3.2.4
Advies (veranderingen / verbeterpunten) Op basis van de bevindingen uit de evaluatie komen wij tot de volgende verbeterpunten: De aanvraag voelt voor instellingen als een te strak format, wat leidt tot uniformiteit en een gebrek aan lef. Geef in de aanvraag iets meer ruimte voor toelichting. Ruimte voor bijlagen is niet wenselijk, want dit zorgt voor grote verschillen tussen instellingen, waarbij instellingen met meer menskracht een voordeel kunnen hebben. Daarnaast is het voor de Adviescommissie van belang dat de aanvragen goed te vergelijken en te beoordelen zijn. Laat het indienen van de subsidieaanvraag gelijk lopen met andere (landelijke) subsidieaanvragen. Maak het indienen geheel papierloos, in plaats van fysiek in drievoud aanleveren.
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
22
3.3
Advisering door de Adviescommissie
3.3.1
Feitelijke beschrijving Taakomschrijving Voor de beoordeling van de aanvragen door de instellingen is een onafhankelijk adviesorgaan aangesteld, dat elke vier jaar opnieuw wordt samengesteld. De Adviescommissie heeft tot taak het college van burgemeester en wethouders te adviseren over het cultuurbeleid van de gemeente Den Haag en kan op verzoek van het college analyses op de verschillende cultuursectoren verrichten evenals op de bredere ontwikkelingen in het culturele veld. De Adviescommissie werd met ingang van 2019 en in beginsel doorlopend tot en met 2024 benoemd, of tot het installeren van de Adviescommissie daaropvolgend8. De instelling gebeurde een jaar eerder in het proces ten opzichte van de vorige cyclus, om de Adviescommissie een jaar lang de tijd te geven instellingen te bezoeken.
Samenstelling van Adviescommissie De door het college op 8 januari 2019 geïnstalleerde Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur bestond uit 10 leden. Aan deze Adviescommissie, met expertise op het gebied van verschillende kunstdisciplines, cultuurparticipatie en cultuuronderwijs, werden op 12 maart 2019 nog 23 leden toegevoegd om de sectorale deskundigheid te verstevigen. De adviseurs werden in flexibele samenstelling betrokken bij de beoordeling van de subsidieaanvragen van instellingen door in subcommissieverband en onder voorzitterschap en vicevoorzitterschap van een lid uit de op 8 januari benoemde Adviescommissie. In het collegebesluit van 8 januari 2019 werd, naast de kerncommissie van 10 adviseurs, een maximum van een twintigtal adviseurs genoemd. Naderhand is besloten de Adviescommissie te versterken met expertise uit de sectoren Film en Beeldende Kunst/Musea9.
Werkwijze De door de Adviescommissie gevolgde werkwijze is in lijn met het Reglement Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur Den Haag 2019. Doordat de Adviescommissie in januari 2019 werd geïnstalleerd, had zij een heel kalenderjaar de tijd om het culturele veld van Den Haag te leren kennen en om alle jaarlijkse festivals te bezoeken. Vanaf januari 2019 tot en met januari 2020 hebben de kerncommissieleden en de adviseurs voor een aanvullende verkenning op de (in december 2019) ingediende subsidieaanvragen diverse culturele activiteiten bezocht.
8
RIS301532 Installatie Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
9 RIS301985 Installatie leden voor de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
23
Gevoerde gesprekken De Adviescommissie heeft een aantal gesprekken gevoerd ter voorbereiding van en ter input voor de adviezen voor het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur Den Haag 2021 -2024: De Adviescommissie heeft kennismakingsgesprekken gevoerd met alle aanvragers. Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd met andere betrokkenen bij het Haagse cultuurbeleid: vertegenwoordigers van het Koninklijk Conservatorium, de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) en de voorzitters van Stichting Directieoverleg Podiumkunsten Den Haag en het Directieoverleg Haagse Musea. Daarnaast heeft de Adviescommissie gesproken met het Centraal Evenementenbureau van de gemeente en de koepelorganisatie The Hague and Partners, die met hun diensten en activiteiten nauw zijn betrokken bij het stedelijke cultuurbeleid. De subcommissieleden Educatie hebben nog activiteiten bezocht van cultuureducatieaanbieders binnen het primair onderwijs en aanvullende gesprekken gevoerd met beleidsmedewerkers en interne cultuurcoördinatoren van instellingen in het primair en voortgezet onderwijs.
Beoordeling Per aanvraag heeft de Adviescommissie een subcommissie samengesteld die uit minimaal drie adviseurs bestond, waarvan ten minste één adviseur uit de kerncommissie die tevens als voorzitter optrad. In de kern Adviescommissie is iedere aanvraag door minimaal twee commissieleden integraal gelezen. De overige kerncommissieleden hebben zich beperkt tot de samenvatting van de aanvraag. Daarnaast heeft de subcommissie Diversiteit en Inclusie op alle aanvragen meegelezen en geadviseerd en heeft de subcommissie Bedrijfsvoering op specifieke aanvragen meegelezen en geadviseerd. De Adviescommissie heeft zich bij de beoordeling van de subsidieaanvragen gebaseerd op: Het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 dat in hoofdlijnen het cultuurbeleid van de gemeente weergeeft voor de periode 2021-2024. Dit kader omvat naast beleidsthema’s en -doelen ook richtlijnen voor de beoordeling door de Adviescommissie van de ingediende subsidieaanvragen van culturele instellingen. Ook heeft de Adviescommissie de adviezen van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2021 en de tussentijdse evaluaties 10 bij haar besluitvorming betrokken.
Tijdspad beoordeling Tussen medio januari en half maart 2020 zijn alle aanvragen binnen de verschillende subcommissies besproken en van een preadvies voorzien. Tussen 30 maart en 3 april 2020 zijn de voorlopige preadviezen
10
De vorige Adviescommissie heeft aanbevolen om middels tussentijdse evaluaties een vinger aan de pols te houden bij zes instellingen waarvan ze meende dat de aanvraag daartoe aanleiding gaf. Deze Adviescommissie heeft die werkwijze bewust niet overgenomen. Volgens de Adviescommissie kunnen instellingen gewenste verbeteringen zelf uitvoeren en kan het goed worden gemonitord via de bestaande dialoog met beleidsmedewerkers van de gemeente (Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 Den Haag).
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
24
per instelling – bestaande uit de inleiding en beoordeling, maar zonder de voorlopige conclusie en het adviesbedrag – voor een controle op feitelijke onjuistheden voorgelegd aan alle aanvragers. Van 69 van de 103 aanvragende instellingen ontving de Adviescommissie een schriftelijke reactie. De Adviescommissie heeft de door de instellingen geconstateerde feitelijke onjuistheden in de preadviezen verwerkt. Overige opmerkingen, zijnde geen feitelijke onjuistheden, zijn niet in de adviezen verwerkt omdat deze buiten het kader van deze procedurestap vallen. Op 24 april 2020 bood de Adviescommissie haar integraal advies (‘Kracht en Kwetsbaarheid; op weg naar een verbindende kunstsector in een veranderende stad’) met daarin de verdeling van de middelen aan het College aan11.
Wijzigingen Adviescommissie tijdens het proces Tijdens het proces heeft er een aantal wisselingen en toevoegingen plaatsgevonden in de Adviescommissie. We zetten deze wijzigingen hieronder uiteen:
Besluit 29 oktober 2019: I. aan de heer Jan Zoet decharge te verlenen als lid van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024; II. voor de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 mevrouw Ellen Walraven te benoemen als lid met expertise op het gebied van theater. Toelichting: Het Adviescommissielid voor de sector Theater, Jan Zoet, heeft het college laten weten zijn functie als kernlid te moeten neerleggen vanwege het aanvaarden van een functie in het Haagse culturele veld. Omdat dhr. Zoet het college tijdig heeft geïnformeerd, kon het proces om een nieuw Adviescommissielid te zoeken snel worden opgestart. Omdat het college Ellen Walraven kan benoemen als nieuw Adviescommissielid voor de sector Theater, loopt het proces van advisering geen vertraging op 12.
Ontslag kernlid Adviescommissie Ellen Walraven, 19 mei: Ontslag van commissielid mevrouw Ellen Walraven, met expertise op het gebied van theater, wegens het aanvaarden van een functie in de culturele sector in Den Haag per 13 mei 2020, niet langer als adviseur kan optreden voor het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024.
3.3.2
Bevindingen evaluatie Kennismakingsgesprek Het kennismakingsgesprek werd door meerdere instellingen die de enquête invulden benoemd als onprettig. ‘We konden ons eigen verhaal niet kwijt’. Instellingen bestempelden de opstelling van leden van de Adviescommissie als ‘negatief’, ‘arrogant’ en ‘vooringenomen’. Het gesprek werd door een instelling als
11
Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 Den Haag
12 RIS303829 Benoemingsbesluit leden Ellen Walraven Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
25
‘sturend’ ervaren en ‘minder luisterend dan wij hadden gehoopt’. Het ging vooral over de werkwijze van de Adviescommissie en niet zozeer over de inhoud. Ook tijdens de interviews was een deel van de instellingen negatief over de kennismakingsgesprekken. Er waren andere commissieleden bij het gesprek dan vooraf aangekondigd en bovendien waren dat dan leden zonder kennis van de discipline van de instelling, zo gaven instellingen aan.
Een ander deel van de instellingen was positief over de gesprekken met Adviescommissieleden, ook al kwam ook daar vaak een andere vertegenwoordiging dan vooraf aangekondigd. Verschillende instellingen geven aan dat het moment van het gesprek beter plaats kan vinden na het indienen van de aanvragen.
Leden van de Adviescommissie zelf waardeerden de gesprekken met instellingen. Wel zouden die volgens de geïnterviewde Adviescommissieleden plaats moeten vinden nadat de leden de aanvraag hebben gelezen. Nu waren Adviescommissieleden niet goed geïnformeerd waardoor de gesprekken in sommige gevallen oppervlakkig bleven, de sfeer formeel was of was het ongemakkelijk omdat de afvaardiging van de Adviescommissie te veel op afstand stond van de instelling bijvoorbeeld door te weinig diversiteit in de afvaardiging. Kennismakingsgesprekken kunnen ook leiden tot een bepaalde indruk van een instelling die onterecht meeweegt in de advisering, dat vraagt om een uiterst zorgvuldige inrichting van deze gesprekken.
Bezoek Het bezoek aan activiteiten van de instellingen vond onaangekondigd plaats, instellingen wisten daarom niet altijd of er daadwerkelijk een bezoek is gebracht en of dat heeft plaatsgevonden bij een activiteit die de ambities van de instelling goed laat zien. Ook is het voorgekomen dat commissieleden geen gebruik hebben gemaakt van de gereserveerde entreetickets. Instellingen hadden graag wat meer betrokken willen worden bij deze bezoeken omdat zij juist op dat moment een toelichting kunnen geven op de kern van hun werkzaamheden.
Naar weten van de gemeente heeft de Adviescommissie alle instellingen bezocht, maar dat daar discussie over is ontstaan is niet goed, zo stellen geïnterviewden. De bezoeken kunnen meer verantwoord worden.
Grafiek 3.6 Stellingen met betrekking tot contact Adviescommissie 0% Het contact met de adviescommissie heb ik als prettig ervaren Bij vragen over het advies wist ik waar ik terecht kon
Helemaal oneens
DSP-groep
Oneens
20% 11
5
40% 30
13
Niet oneens en niet eens
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
60% 25
16
Eens
80% 21 61
Helemaal eens
100% 9
4 50
Geen mening/weet niet
26
Uiteindelijk heeft 30% van de instellingen het contact met de Adviescommissie als prettig ervaren, tegenover 41% die dat niet zo heeft ervaren. Wel geeft een meerderheid (66%) aan dat ze wisten waar ze terecht konden bij vragen over het advies.
Samenstelling Alle instellingen waren op de hoogte van de samenstelling van de Adviescommissie. Voor een meerderheid van de instellingen (57%) waren de rol en verantwoordelijkheden van de Adviescommissie duidelijk. Ook voor de commissieleden zelf was dit duidelijk. Bovendien vonden zij hun opdracht en het beleidskader helder.
Bij die samenstelling van de commissie plaatsten sommige instellingen vraagtekens. Een kwart van de instellingen (26%) vond dat de Adviescommissie bestond uit een goede samenstelling van professionals, tegenover 45% die dat niet vond.
Grafiek 3.7 Stellingen met betrekking tot samenstelling Adviescommissie en proces 0%
20%
40%
60%
80%
De adviescommissie bestond uit een goede samenstelling van professionals
7
De rol en verantwoordelijkheden van de adviescommissie waren duidelijk
7
20
16
52
Niet oneens en niet eens
Eens
Helemaal eens
Geen mening/weet niet
Helemaal oneens
Oneens
38
27
21
100% 5 2
50
Een veelgenoemde klacht bij de samenstelling was onvoldoende kennis van het Haagse culturele veld. Ook benoemden sommige instellingen de expertise als onevenwichtig, omdat sommige kunstvormen oververtegenwoordigd waren en andere vormen juist niet. ‘De commissieleden hadden zeker veel kennis van cultuur, maar niet zozeer van onze discipline,’ schreef een instelling. Bovendien wijzen instellingen op het feit dat de hele Adviescommissie alleen voor het MJB-proces wordt benoemd en daardoor geen ervaring heeft kunnen opbouwen met de Haagse culturele instellingen.
Ook gemeenteraadsleden zijn kritisch over de samenstelling van de Adviescommissie. Adviescommissieleden hadden te weinig kennis van zaken van- en gevoel voor de culturele sector van Den Haag, zo benoemden raadsleden. Ook zijn raadsleden van mening dat er te weinig geheugen wordt opgebouwd, doordat de commissie elke vier jaar nieuw wordt ingericht.
De term belangenverstrengeling viel in verschillende antwoorden van instellingen. Zo schreef een instelling: ‘De schijn van belangenverstrengeling werpt een schaduw op het functioneren van de
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
27
commissie’. Raadsleden gaven aan dat er een gebrek aan vertrouwen ontstond bij de raad door de discussie over belangenverstrengeling.
Deze discussie heeft hoofdzakelijk te maken met de aankondiging dat Adviescommissielid Ellen Walraven de nieuwe directeur werd van het literaire festival Writers Unlimited. Kort voor de aankondiging adviseerde de Adviescommissie positief over de subsidie van Writers Unlimited, terwijl het negatief adviseerde over het andere Haagse literaire festival Crossing Border. Dit leidde tot de nodige aandacht in lokale en nationale media. Het heeft volgens alle betrokkenen geleidt tot een zeer onwenselijke situatie.
Proces Bij de advisering in de Adviescommissies is het beleidskader uitgangspunt geweest, dit is in twee informatiebijeenkomsten van de adviescommissie voorbereid. De opdracht en het beleidskader waren duidelijk, zo geven commissieleden aan.
Aan twee onderwerpen had achteraf meer aandacht besteed moeten worden (ook door de gemeente), zo geven Adviescommissieleden aan: uitwerken van diversiteit en inclusie en het bespreken van deze voorwaarden met de instellingen en de verschillende mogelijke perspectieven op artistieke kwaliteit. Het onderscheid in de beoordeling tussen artistieke kwaliteit en diversiteit en inclusie is door de Adviescommissie terugkijkend als kunstmatig ervaren, het kan veel meer in samenhang met elkaar beoordeeld worden. Gemeenteraadsleden vinden dat criteria concreter uitgewerkt kunnen worden voordat de advisering start. Daarnaast misten Adviescommissieleden bij sommige aanvragen informatie die van belang was bij de beoordeling van een instelling zoals bijdragen vanuit andere beleidsvelden.
Het kernlid dat diversiteit en inclusie in portefeuille had benaderde leden met expertise op dit vlak. Deze vormden een eigen subcommissie die alle aanvragen doornam en het advies inbracht in de andere subcommissies, wat als zeer intensief werd ervaren.
De voorzitter van de kerncommissie nam deel aan alle subcommissievergaderingen en kennismakingsgesprekken, dat leidde terugkijkend tot een onduidelijke rol en verantwoordelijkheid in die stap van de opbouw van de adviezen. Juist doordat hij veel kennis verzamelde en de advisering overzag werd zijn deelname soms als te sturend ervaren, hoewel zijn kritische vragen ook werden gewaardeerd.
Een aantal commissieleden vraagt zich af of de beoordeling van bijvoorbeeld de bedrijfsvoering los van die van de inhoud van de aanvraag zou kunnen. Door een externe partij of alleen in de kerncommissie.
Een enkele instelling vindt dat de opdracht van de Adviescommissie een onmogelijke was, kijkende naar de eisen en wensen ten opzichte van de beschikbare middelen en tijd. De gemeente is van mening dat de
DSP-groep
RAPPORT ─ Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024
28
Adviescommissie een grote klus heeft geleverd en dat de (persoonlijke) kritiek op commissieleden ongepast is.
Gegeven de formele positie van de Adviescommissie wordt gewezen op het reglement dat volgens juristen niet voldoende vastlegt over de wijze van adviseren en beoordelen. Daarnaast was de beschikbare tijd en formatie voor ondersteuning van de Adviescommissie te beperkt om het proces op de juiste wijze (bij) te sturen. Vanuit de gemeente werd ook aangegeven dat de scheiding tussen het (ambtelijk) secretariaat van de Adviescommissie en de gemeentelijke beleidsadviseurs te strikt was. Contact/werkoverleg tijdens het proces – expliciet niet tijdens het besluit – moet mogelijk zijn en had tot meer connectie met het Haagse veld kunnen leiden en daarmee meer rust in het gehele proces, zo is de gedachte bij de gemeente. Nu is die mogelijkheid er helemaal niet, om de onafhankelijkheid zo scherp mogelijk te waarborgen. Voor instellingen is het vooral van belang dat er voldoende kennis over de instellingen wordt meegenomen in het advies, of dit nou komt van de beleidsadviseurs of geborgd is binnen de Adviescommissie.
Het is niet voor iedereen duidelijk aan wie de Adviescommissie adviseert, formeel aan het College van B&W, maar ook de gemeenteraad meent dat het advies aan hen is gericht.
Adviezen Grafiek 3.8 Stellingen met betrekking tot advisering door de Adviescommissie 0% De adviezen van de commissie zijn zorgvuldig opgesteld
20% 14
Ik kan mij vinden in het advies ten aanzien van mijn instelling zoals opgesteld door de adviescommissie
Helemaal oneens
Oneens
40% 23
23
Niet oneens en niet eens
60%
100%
27
5 2
29
30
Eens
80%
Helemaal eens
13
18
14
2
Geen mening/weet niet
Over het resultaat – het advies – waren meer negatieve dan positieve respondenten, 37% vond de adviezen niet zorgvuldig opgesteld en 53% kon zich niet vinden in het advies ten aanzien van de eigen instelling. Instellingen beoordelen de kwaliteit van de adviezen verschillend, sommige herkennen de ambities en doelen van de instelling, andere missen fundamentele kennis van de instelling of discipline die beoordeeld wordt. Het advies, zo ervaren instellingen, is geformuleerd op artistieke kwaliteit en tal van andere oordelen zoals over de bedrijfsvoering en organisatie, niet altijd is duidelijk waarom niet alleen de artistieke kwaliteit de doorslag geeft.