RIS310282 bijlage 4 bijlage bij toelichting
Tekst van het document
(HAL) met een warmtenet op basis van geothermie. Het netwerk wordt in de loop van 2020 gevoed door onder meer de binnenstedelijke geothermiebron aan de Leyweg, met de ambitie om in 2028 de gehele wijk aardgasvrij gemaakt te hebben. De Lozerhof ligt in de wijk Bouwlust Vrederust. Deze wijk is onderdeel van de nationale proeftuin klimaatneutrale wijken. Nieuwbouwontwikkelingen in het gebied zoals deze locatie, zijn van groot belang voor
•
•
een goede werking en het rendement van warmtenet. In het bijzonder het uitkoelen van de retourleidingen. Deze uitkoeling is noodzakelijk voor het vergroten van het technisch rendement van de bron en om uiteindelijk zoveel mogelijk woningen te kunnen aansluiten op de bron. Primair moet deze aansluiting voor de nieuwe Lozerhof als uitgangspunt worden onderzocht. De gemeente werkt daarbij actief mee aan een gebiedsgerichte energievisie waarbij De Lozerhof een optimale duurzame energievoorziening kan realiseren. Daarin zullen geothermie en WKO’s aan de orde komen Op dit moment wordt voor de gehele stad een Strategisch Energietransitieplan opgesteld. Voor verschillende delen van de stad resulteert dit in projecten per wijk om de energietransitie daadwerkelijk vorm te geven. Voor Den Haag Zuidwest is dit project reeds actief. De plan Lozerhof mag in geen geval afbreuk doen aan het Energietransitieplan zoals deze is verkend in de gebiedsverkenning “Duurzaamheid en Energietransitie (RIS302569), bij voorkeur levert het hier een positieve bijdrage aan. Op korte termijn zal er daarom een overleg moeten plaatsvinden tussen het Programmateam Energietransitie van DSB en Stebru om te bespreken hoe het Energietransitieplan en het plan De Lozerhof elkaar maximaal kunnen versterken. Hiervoor kan contact worden opgenomen met het ‘team Energietransitie’.
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
27
Toepassing Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen (RIS 301953)
Ambitie te behalen puntenscore Punten
6
4
6
28
Aspect
Maatregel
1
gevel/dak
Geveltuin
1
gevel/dak
Geen lichtuitstraling vanuit gebouw
1
gevel/dak
Groen dak met sedum (> 5 – 7 cm) /30%
2
gevel/dak
Groen dak met sedum, grassen, kruiden (7 - 15 cm) /30%
3
gevel/dak
Groen dak met (sedum), grassen, kruiden, dwergheesters (15 - 30 cm) /30%
4
gevel/dak
Groen dak met (grassen), kruiden, dwergheesters en struiken (30 - 50 cm) /30%
4
gevel/dak
Groen dak met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen (> 50 cm) /30%
2
gevel/dak
Gevelgroen
4
gevel/dak
1
verblijf
Alleen bij hoogbouw (>50m) verplicht: minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimtes zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit. Insectenstenen
1
verblijf
Nestplaatsen voor gierzwaluwen
1
verblijf
Nestplaatsen huismus bij groene tuinen/pleinen
1
verblijf
Zomerverblijfplaats voor vleermuizen
1
verblijf
Winterverblijfplaats voor vleermuizen
1
omgeving
Geen buitenverlichting bij groen
1
omgeving
Cluster van 3 inheemse bomen
1
omgeving
Cluster van inheemse struiken 50m2
1
omgeving
Groene tuin met aansluiting op ecologische structuur
1
omgeving
Insectenhotel
1
omgeving
Voor vlinders geschikte struiken
1
omgeving
Droog bloemrijk grasland > 10m2
1
omgeving
Faunapassage onder hekwerk
2
omgeving
Natuurlijke haag > 25 meter
2
omgeving
Natuurlijke verharding 25% areaal
2
omgeving
Boomgaard met > 10 fruitbomen
2
omgeving
Grasland met inheems bloemenmengsel > 500 m2
2
omgeving
Groen >25% onbebouwde areaal
2
omgeving
Zoomvegetatie langs perceelsranden
3
omgeving
Natuurlijke poel
3
omgeving
Pocketpark (minipark)
1
omgeving
Muurplanten in oude (kade)muur
1
omgeving
Doorstroming van open water
1
omgeving
Rustzone fauna langs wateroever
2
omgeving
Rij van >10 inheemse bomen (zo mogelijk gemixt)
2
omgeving
Natuurvriendelijke of drijvende oever > 10 m
2
omgeving
Ecologische wadi
Aanbevelingen algemeen: PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
Toepassing Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen (RIS 301953) Het college van B&W wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Conform het besluit over het Puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen (RIS 301953) geldt als ambitie voor de ontwikkeling van de Lozerlaanlocatie de volgende tabel van maatregelen, met in de linkerkolom het te behalen puntenaantal. Aanbevelingen algemeen voor het puntensysteem: • samenwerking met een ecoloog en/of landschapsarchitect gedurende het hele bouw(plan)proces • Zorg voor robuust groen • Raadpleeg Natuurkaart Den Haag • Koppel meerdere doelen mee • Maak een plan voor meerjarig beheer en onderhoud • Zorg voor borging behoud van het groen bij verkoop pand.
Voor De Lozerhof zal worden nagegaan op welke wijze invulling kan worden gegeven aan deze ambities. Er zal naar een invulling worden gezocht gerelateerd aan locatie, stedenbouwkundige randvoorwaarden en economische uitvoerbaarheid. Tevens is de maatschappelijke context van de ontwikkeling van groot belang, waarbij het hoofddoel is om de leefomgeving te verbeteren en daarmee de wijk bouwlust een kwalitatieve impuls te geven. Tot slot verwijzen we naar de verkenning Gebiedsvisie Zuidwest uit april 2019. Daarin staat de groenstrategie en de opgave voor water en een klimaatbestendige wijk, waarbij onder andere het voorkomen van hittestress in ZKD en rond de Leyweg belangrijk is. De Lozerhof zal één van de eerste grotere ontwikkelingen zijn die in uitvoering gaat en tegelijkertijd valt onder de Gebiedsvisie Zuidwest. Deze laatste wordt in 2020 uitgewerkt. Dit project kan daarmee als een soort trendsetter worden beschouwd voor de rest van de ontwikkelingen in Den Haag Zuidwest. Het is daarom van essentieel belang dat de duurzaamheidsambities in iedere fase mee ontwikkeld worden. Zo nodig moet er in de interdisciplinaire kwaliteit van het ontwikkelproces geïnvesteerd worden. Daarbij kan het ambtelijk Haags Duurzaamheids Team om advies gevraagd worden en kan gebruikt gemaakt worden van procesondersteuning van het Urban Living Lab Den Haag Zuidwest.
Dit Living Lab beoogt met een integrale ontwerpmethodiek uiteenlopende belangen en een lagenbenadering vroegtijdig te combineren en zo de uitwerking van gebiedsvisie Den Haag Zuidwest te versterken, in dit geval het project De Lozerhof. Meer informatie over Living Labs aanwezig bij het team Buitenruimte en & Duurzaamheid van de DSO afdeling Stedenbouw en Planologie.
5.6 Beeldkwaliteit Wijktypering Den Haag Zuidwest bestaat uit de wijken: Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust • Het stedenbouwkundig ontwerp is gebaseerd op het Uitbreidingsplan Groot ’s-Gravenhage: W.M. Dudok (1949) • Bouwlust en Vrederust zijn door J.H. van den Broek uitgewerkt • De overheersende bouwvorm is de middelhoge flat met portiek ontsluiting • Het plan is ruim opgezet met orthogonale hoofdstructuur en groene lanen • Ten tijde van de realisatie was ongeveer 85% van de woningen eigendom van de corporaties • Herstructurering vindt plaats met een mengeling van renovatie en nieuwbouw Verkaveling rondom De Lozerhof Bouwlust en Vrederust bestaat voornamelijk uit strokenverkaveling en stempelverkaveling. De bouwblokken van veelal gestapelde woningen zijn georiënteerd op de zon en vrijstaand in het groen gezet, zodat het licht, lucht en ruimte in huis kon brengen. De Lozerhof maakt deel uit van een voorzieningen cluster. Het cluster bestaat uit gebedshuis, scholen, sport clubs, woningen en zorg voorzieningen die rondom een park zijn gesitueerd.
De Lozerhof maakt geen deel uit van stempelverkaveling, maar van een voorzieningen cluster.
Architectuur De wijk is gebouwd in de wederopbouw periode die zich kenmerkt door een eenvoud van architectuur, sobere en degelijke ingetogen materialen die daardoor de landschappelijke kwaliteit benadrukken. De strokenverkaveling en de portiekbebouwing vormen bij elkaar ruimtelijke ensembles, met open binnenterreinen en zichtlijnen tussen de bebouwing door. De flats aan de Randveen zijn schuin gesitueerd aan de Lozerlaan. Door de ritmische herhaling vormen de flats een ensemble die het de landschappelijke kenmerken versterkt.
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
29
Gevels en Stedelijke laag: De gevelindelingen van de portiekbebouwingen kenmerken zich door een ritmische herhaling van identieke raam- en deurpartijen en constructie elementen Het metselwerk en de detaillering zijn eenvoudig maar kennen een sterke horizontale en verticale geleding. De portieken hebben een sterk lijnenspel, van vloeren, pui-indeling en balkonhekken. Door materiaal en kleurverschillen maar ook terug liggende gevel vlakken ontstaat er een licht-donkerpatroon en wordt de plasticiteit zichtbaar. De stedelijk laag moet worden beëindigd met een goede daklijst/ rand Plint: Plint met gelaagde overgang van openbaar naar privé. Zoals geveltuinen, groen. In de bestaande situatie, bij de portiekbebouwing, is er niet altijd een duidelijke vormgeving. Vaak is de eerste laag iets opgetild en zitten de bergingen onder het gebouw. Bij nieuwe bebouwing of herstructurering van de bestaande bebouwing dient de overgang openbaar-privé duidelijk vormgegeven te worden, d.m.v. entrees, gelaagde overgang openbaar privé (geveltuinen, entrees, voortuinen, collectieve tuinen) en voorzieningen en functies in de plint
Aandachtspunten beeldkwaliteit voor De Lozerhof: • De stedelijke laag en de plint bestaat uit een eenduidig raster en krijgt verfijning in ritmiek door toevoeging van raamopeningen, balkons, die zich voegen in de gevelkaders. • De balkons langs buitenhoeken kunnen met hun ritmiek naar boven toe verticaliteit accentueren. • Eenvoud van architectuur, sober, degelijk en ingetogen • De liftschacht is een ondergeschikt onderdeel van het ontwerp • De toren mag zich solitair onderscheiden van het bouwblok. Wel is het gewenst hetzelfde herhaling, ingetogen en strakke architectuur die staat voor de wederopbouw te volgen.
Verschillende portieken galerij flats in de omgeving van De Lozerhof. De ritmische herhaling en de horizontale en verticale strakke lijnen kernmerken de gevels
Hoogbouw: Voor hoogbouw geldt dat de toren zich mag onderscheiden van de stedelijke laag. Voor De Lozerhof onderscheid de toren zich met een overkraging, waardoor de toren zich als solitair object kan onderscheiden. De toren wordt beëindigd door middel van een kroon, hoed of pet. Voor Zuidwest specifiek zou de beëindiging een impuls geven aan de beëindiging van die strakke lijnen, en de horizontale en verticale beëindiging. De beëindiging is ingetogen en creëert door middel van een overmaat, een verjonging of overkraging een beëindiging van de toren. Verder voldoet de beeldkwaliteit aan de Haagse hoogbouwnota ‘Eyeline & Skyline’ (RIS 298448)
Voorbeelden van een geschikte beëindiging van de toren
30
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
6. SECTORALE KADERS 6.1
Stedenbouw & Planologie
Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: 1. de ontwikkeling naar een nieuwe economie, 2. de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, 3. de roep om slimme stadsontwikkeling, 4. de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om ruimte voor innovatieve milieus, met ontmoetings- en experimenteerruimte, en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor starters, studenten, creatievelingen, kenniswerkers en (stedelijke) gezinnen en ondernemende mensen. •
•
Stedelijke ontwikkeling is geen zaak van de gemeente alleen; allerlei partijen spelen daarin een rol. Bij de uitwerking van de Agenda zal inhoud worden gegeven aan het “samen stad maken” langs vier “sporen’: ruimte bieden aan initiatieven, co-creatie van ruimtelijke plannen, stadsdebat over de toekomst van de stad en de samenwerking met stakeholders. Er is daarmee ook geen “blauwdrukplanning” aan de orde. Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt. Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en
•
•
dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. Kwaliteit door integrale samenhang met sociaalmaatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid.
Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zullen op basis van deze agenda nieuwe locaties in ontwikkeling worden gebracht. Het betreft zowel het in ontwikkeling brengen van de zachte planvoorraad als nieuwe locaties op basis van deze agenda. Het tot ontwikkeling brengen van deze locaties zal meer dan voorheen in coproductie gebeuren met de stad. Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor diverse ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma’s, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District (CID), de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden. Met Agenda Ruimte voor de Stad kiest Den Haag voor ‘slim groeien’. Dit is nodig in een stad die volgens de prognoses tot 2040 groeit met zo’n 80.000 nieuwe inwoners, maar geen ruimte heeft voor uitbreiding buiten de bebouwde kom. Door slim te groeien wordt Den Haag aantrekkelijker, leefbaarder en duurzamer. Slim groeien betekent onder andere compacter bouwen in het centrum op goed bereikbare plekken, gecombineerd met meer groen in de buitenruimte
functiewijzigingen van leegstaande gebouwen naar andere functies waaronder woningen. De vijf hoofdopgaven die in de Agenda Ruimte voor de Stad benoemd worden, zijn hieronder samengevat. Deze opgaven zijn relevant voor Escamp en meer specifiek op die van De Lozerhof van toepassing: Ruimte voor de buitenruimte: • Prioriteit geven aan fietsers en voetgangers. • Goede verbindingen naar het OV. • Openbare ruimte als ontmoetingsruimte inrichten met een mix van functies, zoals horeca, wonen, onderwijsfuncties en kleinschalige bedrijfs- of werkruimtes. • Vergroenen van de openbare ruimte: meer verblijfsgroen en hoogwaardig groen. Herprofilering van de Hengelolaan / Lozerlaan kan resulteren in minder verharding en meer ruimte voor groen. Ruimte voor stedelijk wonen: • Het beter benutten van leegstaande (vrijkomende) ruimten door het realiseren van nieuwe functies zoals wonen. • Het toevoegen van nieuw bouwvolume passend in de ruimtelijke structuur van het gebied. Ruimte voor (nieuwe) economie en toerisme: • Het investeren in ruimtelijke randvoorwaarden voor economische vernieuwing en nieuwe werkgelegenheid. Ruimte voor duurzame mobiliteit: • Het stimuleren van vormen van vervoer die weinig ruimte vragen en duurzaam en gezond zijn zoals lopen, fietsen en OV.
Het verdichten nabij stations biedt kansen voor duurzame mobiliteit Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie: • Het benutten van platte daken en gevels voor zonne energie installaties. • Vergroenen van de buitenruimte. • Betere waterafvoer en groene daken om daarmee de kans op wateroverlast en hittestress door klimaatverandering te verminderen.
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
31
Nota Haagse hoogbouw Eyeline & Skyline Aanleiding voor de nota ‘Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline’ zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad. In de Agenda heeft Den Haag gekozen om die groei binnenstedelijk op te vangen en de verdichting te concentreren bij OV-knooppunten en concentraties van voorzieningen. Daarnaast vragen actuele ontwikkelingen en initiatieven om nieuwe regels en kaders voor hoogbouwontwikkelingen in Den Haag. De inzet is om de ‘skyline’ van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de ‘eyeline’. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst. Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger. Voor de gehele stad formuleert de nota ambities en regels voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. voor het wonen, het microklimaat en de mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd.
Binnen deze gebieden zijn specifieke regels voor het gebruik van hoogbouw typen, architectuur en de inrichting van de buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven worden getoetst. De Haagse hoogbouw kent een typologie waarvan de samenstelling de volgende opbouw kent: • Een stedelijke laag van 9-25 meter, • Een plint als onderdeel van de stedelijke laag, • De toren • De kroon als beëindiging van de toren
32
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
De bouwhoogte van de stedelijke laag kan variëren van 9 tot 25 meter. Deze laag vormt de belangrijkste wanden van de straat en sluit aan bij de verhoudingen van de historische stad of de directe omgeving. Het is dat deel van het gebouw dat door de voorbijganger wordt ervaren op ooghoogte: de begane grond en de eerste paar etages tot en met de boomkruinen (‘eyeline’).Tot ongeveer 25 meter is er direct contact mogelijk tussen binnen en buiten. De vormgeving van de stedelijke laag is cruciaal voor de beleving van de passant en ondersteunt een prettig of veilig gevoel. Balkons, loggia’s en een effectief gebruik van transparante gevels (ramen) dragen bij aan een prettige en levendige sfeer. De ‘plint’ wordt gevormd door de onderste of de eerste twee lagen van de stedelijke laag. Het deel dat vanaf de straat direct zichtbaar is en waar vrijwel alle interactie tussen straat en gebouw plaats vindt. Daar presenteren zich diverse vormen van bedrijvigheid, voorzieningen of woningen en komt de meeste dynamiek en levendigheid tot uiting. De plint is wellicht maar 10% van een gebouw maar bepaalt voor 90% de beleving ervan. Bij voorkeur is de hoofdentree van een gebouw zodanig in de plint opgenomen dat het een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van het openbare netwerk van de stad. Een lobby of atrium ruimte behoort daar eventueel ook toe.
Zaken waaraan bijzondere aandacht gegeven zal worden zijn: de diversiteit van meerdere functies in de plint, het al of niet openbaar toegankelijk zijn, de verschillende korrelgroottes van de diverse functies, zijn de interactieve functies ook in de avond of het weekend open?, enzovoort. Enkele regels zijn: • een minimale bouwhoogte van 3,5 (4,5) tot 9 meter • een rijke en zorgvuldige detaillering, • een materiaalgebruik dat past bij de omgeving • minimaal 50% van de gevel is glas (transparant) waardoor het interieur zichtbaar is • voldoende ruimte om overgangen tussen openbaar en privé te kunnen maken met veranda’s, portico’s, luifels, terrassen, treden, verlichting e.d..
Utilitaire ruimtes en toegangen van garages dienen zoveel mogelijk binnen het bouwblok te worden opgenomen en mogen de publieke ruimte niet hinderen of domineren. De torens boven de stedelijke laag zijn elegant en slank van vorm. De categorie torens tot 70 meter heeft een footprint met een maximale diagonaal van 56 meter. Torens boven de 70 meter ‘verjongen’ en kennen een maximale diagonaal van 45 meter. Maximaal 50% van de footprint van de stedelijke laag mag worden bebouwd. De Haagse toren wordt beëindigd door een ‘kroon’ die zich onderscheidt van de overige delen en meerdere verdiepingen omvat. Op pregnante wijze wordt daarmee de identiteit van gebouw en omgeving geduid. Machinekamers van liftschachten, klimaatinstallaties of andere noodzakelijke opbouwen worden daarmee aan het oog onttrokken en in de architectuur geïntegreerd. De nota ‘Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline’ is in de raadsvergadering van 25 januari 2018 vastgesteld (RIS 298448) en vervangt de Agenda voor de Haagse Verdichting uit 2009 (RIS159469), voor zover het hoogbouw betreft.
6.2
Economie
In het vigerende bestemmingsplan Escamp heeft het gebouw de bestemming Maatschappelijk-1. Gelet op de invulling van de plint dient dit te worden aangepast. Het detailhandelsbeleid is gericht op een beperkt maar beter en elkaar versterkend aanbod van detailhandel binnen de hoofdwinkelstructuur In 68 winkelgebieden streeft de gemeente naar economische versterking van het aanbod. Vestiging van solitaire winkels buiten de hoofdwinkel structuur wordt zo veel mogelijk tegengegaan. De Lozerhof maakt geen deel uit van het hoofdwinkelstructuur. Dit betekent dat normaliter in de plint van nieuwbouw of herontwikkelingsprojecten geen detailhandel zal worden toegestaan. In de nieuwe kadernota is aangegeven dat nevenverkopen bij ziekenhuizen en verzorgingstehuizen in beperkte
mate zijn toegestaan en moet worden afgestemd op de bezoekersdoelgroep van de betreffende instellingen. Hierbij is maximaal 250 m2 bvo (met units van maximaal 100m2 bvo) toegestaan.
Deze locatie met mogelijk verschillende doelgroepen, waarvan
Beheer en Onderhoud
aannemelijk kan worden gemaakt dat zij geen (zelfstandig) gebruik zullen maken van de auto als vervoersmiddel, nodigt uit tot een slim uitgewerkte parkeerbalans
Ten behoeve van de ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid (ook met een maximum van 100m2). wordt ook de ontwikkeling van kleinschalige kantoor- en praktijkruimtes (bijvoorbeeld in de dienstverlenende sfeer) ondersteund.
6.4
Om het watersysteem te kunnen bedienen, beheren en onderhouden is het van belang te de bereikbaarheid van gemalen en kunstwerken, onderhoudsstroken langs watergangen, inspectie en onderhoud aan keringen, niet te belemmeren.
6.3
Verkeer en parkeren
Voor het ontsluiten van de woningen en het zorgcomplex dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande ontsluitingen aan de Randveen. Gevolg is dat het eerste deel van de Randveen, komend vanaf de Hengelolaan, als een tweerichtingsstraat moet worden ingericht vanaf de ontsluiting van het parkeerterrein. Parkeren Binnen het plangebied dient voldoende ruimte te worden gereserveerd om in de eigen parkeerbehoefte (bewoners, werknemers en bezoekers) te kunnen voorzien. Toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte zijn de gemeentelijke (fiets)parkeernormen en het toetsingskader (RIS 181571 – RIS 291425 - RIS 294386). Belangrijk is het aanmoedigen van manieren van vervoer die zuinig met de ruimte omgaan en goed zijn voor de stad en zijn inwoners. Bijvoorbeeld lopen, fietsen en openbaar vervoer. De auto blijft een rol spelen. Het is wel de bedoeling dat de auto in de toekomst een minder grote rol heeft in de openbare ruimte. Eén van de thema’s in de Haagse Mobiliteitsagenda heeft dan ook niet voor niets betrekking op parkeren en is als volgt verwoord: Vraag en aanbod parkeren beter in balans. Het doel daarbij is te werken aan maatwerkoplossingen voor de (veelal) hoge parkeerdruk op straat in veel wijken en buurten.
Waterparagraaf
Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het hoogheemraadschap toetst bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan het nationaal waterbeleid en het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige, relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Waterkwaliteit Voor boezemwater geldt de Kader Richtlijn Water. Hierin hebben overheden onderling afspraken gemaakt over maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. het gaat vooral om de aanleg van meer natuurvriendelijke oevers, drijvende vegetatie en vispaaiplaatsen. Omdat het plangebied in de polder ligt is dat hier niet relevant.
Klimaat adaptatie Met de klimaatverandering is er een toenemende kans op periodes van hitte, droogte, en hevige regen. Meer waterberging en meer groen maken de stad klimaatadaptiever. Het belang vanuit de waterhuishouding gaat vooral over: • hemelwater opvangen en zo mogelijk benutten. Regenwater kan wegzakken in groen, onverhard terrein. In verharde gebieden kan hetzelfde door technische maatregelen worden bereikt. Ontwikkelingen op zanderige bodems zijn heel geschikt voor infiltratie. En/of: • hemelwater vertraagd afvoeren naar bodem / oppervlaktewater. En/of: • aanleg extra oppervlaktewater aangesloten op het watersysteem. Er dient beschreven te worden welke mogelijkheden voor klimaatadaptatie zullen worden aangegrepen. Bijvoorbeeld begroeide daken en/of parkeerdekken, opvang en/of benutten van regenwater, ontharding, etc.
Riolering en afvalwater Bebouwing en diep wortelende beplanting zijn niet toegestaan in stroken van 4 m breed aan weerzijden. Er liggen geen rioolpersleidingen in / nabij het plangebied die Delfland beheert.
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
33
6.5
Bezonning en windklimaat
Vigerend Juridisch kader
Bebouwingsplannen moeten voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor windhinder en bezonning (RIS 170509), gebaseerd op NEN-norm 8100. De initiatiefnemer van hoogbouwplannen moet bij het voorlopig ontwerp, of zoveel eerder als mogelijk, onderzoek (laten) doen naar windhinder en bezonning, zodat op massaniveau nog aanpassingen kunnen worden gedaan. De gemeente toetst deze onderzoeken aan bovenstaande randvoorwaarden.
Bestaande planologische situatie Het perceel Randveen 64, de huidige locatie van De Lozerhof heeft de bestemming Maatschappelijk – 1, met dubbelbestemming Waarde-Archeologie. De gronden zijn onder andere bestemd voor bibliotheek, medische en paramedische voorzieningen, jeugd-/ kinder-/ buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen, onderwijs, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, zorgboerderij en welzijnsvoorzieningen.
6.6
Ter plaatse van de aangegeven bouwvlakken (zie onderstaande uitsnede van de verbeelding) is een bouwhoogte van 4 meter, 6 meter, 7 meter, 18 meter, 24 meter, 27 meter en 30 meter toegestaan.
Lucht- en geluidkwaliteit
Voor het bouwplan en het bestemmingsplan dienen uitgebreide onderzoeken voor geluid en lucht uitgevoerd te worden. De onderzoeksresultaten en eventuele knelpunten zullen bepalend zijn voor de maatregelen om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen.
6.7
Groen
Flora en Fauna Op basis van de Wet Natuurbescherming (met ingang van 1 januari 2017, voorheen de Flora- en faunawet) geldt er een beschermingsplicht voor planten- en diersoorten. De wet bevat verbodsbepalingen voor het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Om te achterhalen of er beschermde soorten in of rond het ontwikkelingsgebied aanwezig zijn, zal een Flora- en Fauna onderzoek moeten worden uitgevoerd. Groen- en natuurinclusief gebouw en gebied Minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimte zoals daktuinen en balkons. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit.
34
6.8
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
Het noordelijke deel van het plangebied heeft de bestemming Bedrijf en dubbelbestemming Waarde – Archeologie. De gronden zijn bestemd voor bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van een nutsbedrijf. Ter plaatse van het bouwvlak is een bouwhoogte van 6 en 9 meter toegestaan. Voor het bouwen geldt (zowel binnen de bestemming Maatschappelijk-1 als de bestemming Bedrijf) dat het hele bouwvlak mag worden bebouwd en dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding. Nieuwe Lozerhof De voorgenomen ontwikkeling van de nieuwe Lozerhof bestaat deels uit woningbouw voor ouderen met een zorgbehoefte, woningbouw voor jonge gezinnen en huurwoningen. In de plint komen additionele voorzieningen ten behoeve van de zorg, zoals bijvoorbeeld een fysiotherapeut, kapper etc. Het programma wordt grotendeels gerealiseerd op gronden met de bestemming Maatschappelijk-1. Het te realiseren programma is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Binnen de bestemming Maatschappelijk-1 is wonen niet toegestaan.
Juridische procedure Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Inmiddels is de opzet voor een voorlopig ontwerp gereed en kunnen de voorbereidende onderzoeken t.b.v. bestemmingsplanwijziging worden opgestart.
6.9
Welstandbeleid
Bouwplannen dienen te voldoen aan de welstandscriteria zoals beschreven in de Welstandsnota Den Haag 2017. Het initiatief gaat in belangrijke mate het nieuwe bebouwingsbeeld langs de Hengelolaan bepalen, omdat de ontwikkeling van hoogbouw bepalend is voor het concept voor het gehele blok. Het uiteindelijke ontwerp zal worden voorgelegd in het WSO, waarna welstand het ingediende plan zal toetsen. Er zijn geen monumenten aanwezig binnen de grenzen van het projectgebied en het studiegebied.
6.10 Archeologie Het plangebied als gehaal heeft volgens de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag (AWVK) een archeologische verwachting. Op basis daarvan is in het bestemmingsplan Bouwlust een dubbelbestemming WaardeArcheologie opgenomen. Dit betekent dat, bij grondroeringen met een totaal oppervlak van meer dan 50 m² en een diepte van meer dan 0,5 m, in het kader van de procedure omgevingsvergunning de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate moet worden vastgesteld door middel van vooronderzoek. Als uit het vooronderzoek blijkt dat archeologische waarden aanwezig zijn die het behouden waard zijn, dan kunnen vanuit de archeologische monumentenzorg voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning ten behoeve van het behoud en de bescherming van deze waarden.
Het archeologische (voor)onderzoek kan uit verschillende onderzoek stappen bestaan. Gezien de doorlooptijd en vanuit oogpunt van risicobeheersing is het belangrijk om dit traject tijdig in gang te zetten. Het is raadzaam voor de initiatiefnemer om hierover vroegtijdig contact op te nemen met de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag. Het team Beleid en Beheer van de afdeling Archeologie ziet namens het bevoegd gezag toe op het archeologische proces en adviseert de initiatiefnemer over de te nemen stappen. Archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden door een gecertificeerd bedrijf (BRL SIKB 4000) conform de KNA (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) en de richtlijnen van de gemeente Den Haag. De kosten van archeologisch onderzoek zijn voor de initiatiefnemer (onder die kosten vallen ook uitwerking en analyse, rapportage en deponering van data en vondsten).
6.11 Bodem De risico’s van eventuele vervuiling of niet ontplofte explosieven liggen bij de ontwikkelaar. Verder zullen bodemonderzoeken noodzakelijk zijn om te toetsen welke voorzieningen nodig zijn om de bouwvoornemens te kunnen realiseren.
6.12 Kabels en leidingen Deze dienen nader te worden onderzocht middels een Klicmelding.
6.13 Externe veiligheid De ontwikkellocatie ligt niet binnen een invloedsgebied van risicovolle activiteiten.
Uitsnede bestemmingsplan Bouwlust ter plaatse van het perceel Randveen 64
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
35
6.14 Wonen
6.15 Afval
Den Haag Zuidwest bestaat voor een groot gedeelte uit sociale huurwoningen. De gemeente acht het wenselijk andere segmenten toe te voegen, om de leefbaarheid te verhogen en het draagvlak van voorzieningen te vergroten. Dit geldt ook voor de wijk Bouwlust, waarin De Lozerhof staat.
De afvalinzameling moet voldoen aan het ‘Huishoudelijk afvalplan’( juni 2016) RIS 288629. Geen utilitaire functies voor afval en stalling in de openbaar buitenruimte. Het afval dient bij voorkeur inpandig of op eigen terrein opgeslagen te worden. Daarnaast wordt het scheiden van afval gefaciliteerd en gestimuleerd. In de buurt van De Lozerhof bevindt zich een buurtcompostplek ‘Tuin van Venen (Hoogveen 213). Hier kunnen de bewoners terecht met hun GFTE. Glas en textiel kan aangeboden worden nabij het afvalsorteerstraatje Plantenoord/ Hengelolaan
Qua woonprogramma wordt uitgegaan van 20% particuliere huurwoningen in het middeldure huursegment, onder de voorwaarden zoals onderstaand aangegeven en omschreven in de Woonagenda RIS 301107. Een deel van de woningen bestaat tevens uit koopwoningen, waar mogelijk in een innovatief koopconcept (bijv.: ‘let-to-buy’). Voor de particuliere huurwoningen geldt een minimumoppervlakte van 60m2. De huren van de woningen in het middeldure segment moeten tussen de liberalisatiegrens en €950 liggen. De gemiddelde huurprijs is €850. Deze getallen zullen geïndexeerd worden door de gemeente. De huren van de middeldure huurwoningen moeten minimaal 20 jaar in deze (geïndexeerde) prijsklasse blijven. Naast het woonprogramma gaan ook we uit van een zorgprogramma voor zorg met verblijf, geëxploiteerd door Saffier, gericht op ouderen met een zware zorgindicatie (zzp 4-10). Het zorggedeelte wordt voorzien van gemeenschappelijke ruimtes.
36
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
Voor de overige afvalinzameling van het complex zijn verschillende opties vooraf besproken: • Inpandige perscontainers op eigen terrein of parkeergarage voor restafval, PMD en papier. Momenteel wordt deze optie door gemeente Den Haag en HMS onderzocht. • Ondergronds op eigen terrein en uit het zicht onttrokken.
7. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 7.1
Financiering
De locatie is in eeuwigdurende erfpacht uitgegeven aan de initiatiefnemer en de ontwikkeling vindt volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer plaats. Voor deze ontwikkeling is een herinrichting van een deel van de Randveen noodzakelijk. De herinrichting van en de aansluiting op de bestaande openbare ruimte komt voor rekening van de ontwikkelaar en moet conform het “Handboek openbare ruimte” worden uitgevoerd. Daarnaast zullen er (plan)kosten worden gemaakt voor de noodzakelijke ambtelijke inzet in verband met de beoordeling van dit privaatrechtelijke initiatief. Ook zal een eventuele planologische inpassing kunnen leiden tot voor vergoeding in aanmerking komende schade ex artikel 6.1 Wro (planschade). Kostenverhaal Bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor een particuliere ontwikkeling dient de gemeente te borgen dat de kosten die de gemeente maakt voor o.a. de aanleg van bovenwijkse voorzieningen, ondergrondse-en bovengrondse infrastructuur, plankosten en planschade worden verhaald op de initiatiefnemer (afd. 6.4 Wro). Dit initiatief betreft een herontwikkeling met circa 360 wooneenheden en aanvullende voorzieningen in de plint en is daarmee een bouwplan in de zin van art. 6.2.1 van het Bro. Hiermee is afdeling 6.4 Wro van toepassing.
Vervolgens is de financiële uitvoerbaarheid voor de gemeente bepaald door te toetsen of het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dat is hier mogelijk deels het geval omdat het gemeentelijke grond betreft welke in erfpacht is uitgegeven en waarvoor een suppletieregeling geldt. Afhankelijk van de functiewijziging en het te realiseren programma kan de gemeente met toepassing van voornoemde suppletieregeling conform de geldende erfpachtvoorwaarden grondwaardestijging afvangen. Omdat hier onder andere
sprake is van significante investeringen in de openbare ruimte die samenhangen met het initiatief is het kostenverhaal mogelijk niet volledig verzekerd via de suppletiebepaling. Bovendien zullen we bijzondere afspraken willen maken met de initiatiefnemer waaronder het afwentelen van planschade. Dit betekent dat naast de toepassing van de suppletieregeling een anterieure (voor vaststelling bestemmingsplan) exploitatieovereenkomst zal worden gesloten met de initiatiefnemer waarin voor eventueel nog niet gedekte kosten een exploitatiebijdrage zal worden overeengekomen, door initiatiefnemer te voldoen aan de gemeente. Zodra deze afspraken gemaakt zijn is het kostenverhaal vooraf volledig verzekerd en kan het besluit worden genomen om geen exploitatieplan vast te stellen.
7.2 Juridische planologische procedure Onderzoeken en ruimtelijke onderbouwing Voor het bestemmingsplan dienen diverse nadere onderzoeken te worden uitgevoerd (o.a. bodem, lucht en geluid kwaliteit, externe veiligheid, flora en fauna, etc.). Tezamen met de plantoelichting en een toetsing aan de vigerende, gemeentelijke en bovengemeentelijke beleidskaders vormt dit de ruimtelijke onderbouwing voor het voorgenomen planinitiatief. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de benodigde onderzoeken en de ruimtelijke onderbouwing. Op basis van het PUK en de benodigde onderzoeken wordt een voorontwerp bestemmingsplan opgesteld. Bestemmingsplanprocedure Op basis van dit plan uitwerkingskader en de vereiste milieu-onderzoeken start de gemeente de bestemmingsplanprocedure. De procedure vanaf het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan tot en met vaststelling van het plan door de gemeenteraad duurt ongeveer 9-12 maanden.
BRO-overleg Na de periode van het voorontwerp wordt het ontwerpbestemmingsplan voor ambtelijk vooroverleg aangeboden. Daarbij worden het commentaar en de opmerkingen van andere overheden of diensten ingewonnen en verwerkt. Het plan ligt zes weken ter inzage op het stadhuis en wordt digitaal gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze periode is eenieder in de gelegenheid een zienswijze op het plan in te dienen. Vaststelling en beroep Na de terinzagelegging worden de zienswijzen beantwoord. Naar aanleiding van de zienswijzen kan het college van b&w voorstellen het bestemmingsplan bij te stellen. Vervolgens stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan en de beantwoording van de zienswijzen vast. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt zes weken terinzage gelegd op het stadhuis en gepubliceerd op www. ruimtelijkeplannen.nl. Na de terinzagelegging treedt het plan in werking en kunnen omgevingsvergunningen voor o.a. bouwen worden verleend. Tijdens deze periode kunnen belanghebbenden, die eerder een zienswijze hebben ingediend, in beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank. Verklaring van geen bedenkingen: Na vaststelling door het college van het planuitwerkingskader zal genoemd kader ter informatie aan de raadscommissie worden voorgelegd.
Mocht tezijnertijd een aanvraag om een omgevingsvergunning worden ingediend die in hoofdopzet past in genoemd kader, dan valt de desbetreffende aanvraag onder de categorie Algemene verklaring van geen bedenkingen (RIS288041-151124).
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
37
B. BIJLAGE HAAGS DUURZAAMHEID TEAM Bespreking 17 oktober 2017 in het Haags Duurzaamheidsteam Thema Circulaire Economie Onderbouw het besluit tot sloop-nieuwbouw in relatie tot de wens om circulair te bouwen Circulair bouwen betekent waar mogelijk hergebruik van gebouwen of tenminste het skelet en op deze manier beperking van sloopafval. Beton is moeilijk her te gebruiken, behalve als betongranulaat onder nieuwe wegen. Dit is echter een vrij laagwaardige vorm van hergebruik. Vraag advies aan de kwartiermaker circulaire economie (Ger Kwakkel an DSB/Team Duurzaamheid en Groen) mocht er toch besloten worden tot sloop-nieuwbouw. Stel een grondbalans op en houd zo mogelijk rekening met de heraanleg van de Lozerlaan (project Zuidelijke Randweg). Stel in het geval van sloop-nieuwbouw een materialenpaspoort op. Thema Energie Bouw gasloos en energieneutraal. Per 1 januari 2012 moet alle nieuwbouw in Nederland BijnaEnergie-neutraal plaatsvinden. Dat betekent o.a. dat de bebouwing de helft van de benodigde energie zelf op moet wekken. Per 1 januari 2018 verdwijnt de plicht tot aanleg van een gasnet uit de Gaswet (NB. In dit gebied liggen veel oude gasleidingen die toe zijn aan vervanging). De gemeenteraad van Den Haag heeft bij de bespreking van de Agenda Ruimte voor de Stad ook een amendement ‘gasloze nieuwbouw’ aangenomen (RIS 295016).
Betrek de projectleider energietransitie bij keuze energievoorziening. Den Haag Zuidwest is één van vier pilotgebieden waar nu reeds een energietransitieproject loopt. De directe omgeving biedt kansen. De oorspronkelijke bron van Aardwarmte Den Haag wordt weer actief. Maak bij de oriëntatie van de gebouwen gebruik van de zon en; a. creëer energie-actieve zuid-wanden; b. neem zonwering mee in het ontwerp. NB. Door hoogbouw is er relatief weinig dakoppervlak waar zonnepanelen geplaatst kunnen worden. 4. Voorkom schaduwwerking.
38
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
Schaduw beperkt o.a. de mogelijkheden voor opwekking zonneenergie. Thema Klimaat, water en groen Doe het flora- en fauna-onderzoek opnieuw inclusief vleermuizenonderzoek. In 2015 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige beschermde flora en fauna. De geldigheidsduur van dat onderzoek (maximaal 3 jaar) is binnenkort verlopen. Start het onderzoek direct c.q. vooruitlopend op de totstandkoming van het Planuitwerkingskader. Dit kan in de vorm van een quickscan. Uit de studie van 2015 is eveneens naar voren gekomen dat onderzoek naar de aanwezigheid van gebouw bewonende vleermuizen noodzakelijk is. Dit moet mee genomen worden in de quickscan. Het betreft een jaarrond onderzoek conform het vleermuisprotocol c.q. uitvoering door een erkende en ter zake deskundige op het gebied van vleermuizen zoals voorgeschreven door het Ministerie van Economische Zaken. Het plangebied ligt in een belangrijke vlieg-/foerageerroute voor vleermuizen: een lang-gerekte groenzone langs de Lozerlaan en tevens Stedelijke Ecologische Hoofdstructuur. Het is een kansrijk gebied. Indien er vleermuizen aanwezig zijn, moet een ontheffing aangevraagd worden bij het bevoegd gezag c.q. de Omgevingsdienst Haaglanden. Bouw natuur inclusief Natuur inclusief bouwen betekent in dit geval in het bijzonder ‘vleermuisvriendelijk’, door bijvoorbeeld spouwmuren geschikt te maken voor vleermuizen.
Met de drie grote woningcorporaties van Den Haag (inclusief Arcade uit het Westland en DUWO) is een overeenkomst gesloten om conform de door de gemeenteraad aangenomen motie (RIS 288182) voortaan natuur inclusief te bouwen/renoveren/slopen. Stebru is inmiddels bekend met de mogelijkheden vanwege de herontwikkeling van het Westhovenplein (contactpersoon Dirk van der Burg).
Houd rekening met de nabije Stedelijke Ecologische Hoofdstructuur. Het gebied ligt in de nabijheid van de Stedelijke Ecologische Hoofdstructuur. Houdt hier in de planvorming rekening mee: a. Haal het groen van de ecologische hoofdstructuur naar binnen. b. Kies voor inheemse soorten. c. Vergroen het gebied, maak gebruik van potenties voor waterberging en beperk verharding (zo min mogelijk verharding). d. Houd bij het ontwerp van de openbare ruimte rekening met mogelijkheden voor waterinfiltratie (groene daken, waterdoorlatende verharding, waterpartijen e.d.). e. De aanwezigheid van groen en water is ook goed voor verkoeling c.q. beperking van hittte-stress. Thema Mobiliteit • Bedenk een toekomstgericht mobiliteitsconcept. In zo’n concept wordt rekening gehouden met het afnemende auto-bezit en de elektrificatie van de auto . Een autodeelsysteem is een alternatief. • Houd in het ontwerp rekening met de elektrificatie van het vervoer (fiets en auto). • Breng voldoende oplaadpunten aan. • Houd bij het ontwerp van de parkeervoorziening rekening met een afnemende behoefte aan parkeerplaatsen. • Ontwerp de parkeer voorziening zo flexibel dat hergebruik voor een andere functie mogelijk is.
C. BIJLAGE COMMUNICATIEPLAN Bij het uitwerken en realiseren van bouwinitiatieven is goede communicatie met de omgeving erg belangrijk. Dit document geeft aan waar u allemaal bij stil moet staan om die communicatie goed vorm te geven. Hebt u plannen voor het uitwerken van een bouwinitiatief dan ligt de verantwoordelijkheid voor de communicatie met omwonenden en belanghebbenden en de gevolgen daarvan bij u als de particuliere initiatiefnemer. Het is van belang dat de communicatie met belanghebbenden goed gebeurt. Zoals een oud Hollands spreekwoord zegt: “Beter een goede buur, dan een verre vriend”. Een open en transparante communicatie met de omgeving vergroot de kans op een breder draagvlak voor uw plan. Wanneer u het niet of niet goed doet is er een grote kans dat u overvallen wordt door de reactie van de omgeving en ontstaat er weerstand tegen het initiatief. Het gaat erom dat u vertrouwen wint in de buurt. Dit document is geen blauwdruk, maar geeft aan bij welke zaken u als initiatiefnemer stil moet staan om tot een goede communicatie aanpak te komen. Start communicatie Wanneer de gemeente uw initiatief kansrijk acht en u besluit uw plan verder uit te werken, is het moment aangebroken om de communicatie met de omgeving en met de belanghebbenden op te starten.
Om te inventariseren hoe de omgeving op uw initiatief reageert en te peilen of er draagvlak is, is het van belang om (direct) belanghebbenden in een vroegtijdig stadium te informeren. Omdat uw initiatief nog (lang) niet is uitgewerkt, is de informatieverstrekking natuurlijk nog onvolledig. Wel is het mogelijk om eventuele weerstand tegen of verbeterpunten voor uw initiatief in een vroeg stadium te traceren. Verder is het van groot belang goed op de hoogte te zijn van de voorgeschiedenis’ van de omgeving: wat heeft er gespeeld en wat speelt er momenteel. Hoe kijkt de buurt aan tegen veranderingen in de wijk. Bespreek deze punten ook met uw contactpersoon bij de gemeente. En voorkom misverstanden
door helder en open te communiceren en duidelijkheid te verschaffen. Het is noodzakelijk inzicht te krijgen welke belangengroepen/verenigingen en -organisaties er zijn. Wie zijn de hoofdrolspelers in de wijk. Breng daarom in kaart wie de belanghebbenden zijn zoals de wijkvereniging, bewoners, ondernemers etc. En bepaal welk(e) belang(en) zij hebben bij het plan. De belangen van bewoners kunnen haaks staan op die van winkeliers of bedrijven. Het stadsdeel kan u hierbij helpen. U kunt hierover contact opnemen met uw contactpersoon bij de gemeente. Benader het bestuur van de wijk- of bewonersvereniging, wijkberaad en/of de directe buren om het initiatief toe te lichten. Zij zijn dan niet verrast wanneer de informatie over de plannen hen via een ander kanaal bereikt. Al snel zal duidelijk worden hoe uw initiatief ‘landt’ in de wijk.
Participatie Omdat uw initiatief zich nog in de uitwerkfase bevindt en het plan binnen de randvoorwaarden van de gemeente nog diverse kanten op kan, kunt u er voor kiezen de omgeving bij de verdere planvorming te betrekken. Bepaal in deze fase of en zo ja, hoe u belanghebbenden (wijkvereniging of -organisaties) wilt laten participeren bij de uitwerking van het plan. Ideeën en voorstellen van belanghebbenden kunnen het draagvlak voor een plan vergroten, knelpunten oplossen en zelfs een plan verbeteren. Ga dus goed na of er ruimte is voor participatie en wees duidelijk over hoe groot die ruimte is. Hier valt veel winst te behalen. Denk ook na of het mogelijk is om met verschillende alternatieven te werken, waarbij de keuze voor één van de alternatieven bij de belanghebbenden ligt. Dit vergroot het draagvlak voor het gekozen alternatief.
Gevoeligheden Een initiatief kan ook weerstanden oproepen. Breng de gevoeligheden zo duidelijk mogelijk in kaart. En bedenk of communicatie kan bijdragen aan een mogelijke oplossing. Indien de weerstand tegen het plan groot is, koppel dit dan terug met uw contactpersoon bij de gemeente. Bepaal vervolgens de inzet van communicatiemiddelen. Afhankelijk van de impact van het plan en de belangen die er spelen, is in het ene geval een informatieve brief voldoende, in het andere geval zijn één of meerdere informatiebijeenkomsten een gepaster middel. Bedenk bij de organisatie van een informatiebijeenkomst of een bijeenkomst met plenaire presentaties en vragenronde de voorkeur heeft, of dat juist een inloopbijeenkomst met informatiepanelen en meer 1-op-1 contact met de doelgroep handiger is.
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
39
Start Bouw Gedurende de bouw informeert u de omgeving regelmatig over de voortgang van het project. Dit kan door middel van bijvoorbeeld een bewonersbrief, een Nieuwsbrief of een informatiebijeenkomst voor de bewoners. Los klachten en vragen tijdens de bouw zo spoedig mogelijk op. Stel hiervoor een klachtennummer beschikbaar en stel een aanspreekpunt voor de wijk aan. Overweeg de mogelijkheid van installatie van een bouwbegeleidingsgroep ofwel ‘burenoverleg’ om met regelmaat de voortgang van de bouw te bespreken. Samengevat de stappen in de communicatie aanpak • Breng alle belanghebbenden in kaart en inventariseer welk(e) belang(en) zij hebben bij het project? Op www.denhaag.nl vindt u per stadsdeel een overzicht van organisaties in de wijken. Bedenk of u aan bepaalde belangen tegemoet wilt komen door uw plan aan te passen. • Zoek eerst contact met de direct belanghebbenden zodat zij niet verrast zijn. Dit kunnen toekomstige buren, de wijkvereniging of de ondernemersvereniging zijn. Informeer ze over uw plan en peil hun reacties en vraag naar de (te verwachten) reacties van de wijk. • Breng in kaart wat mogelijke gevoeligheden in het project zijn en bepaal hoe communicatie een bijdrage kan leveren om deze op te lossen. Bespreek uw bevindingen met uw contactpersoon bij de gemeente.
• Sta van te voren uitvoerig stil bij de vraag of de doelgroep mag meedenken of eventueel zelfs mag meebeslissen in de uitwerking van het project? Is er ruimte voor participatie? Kan men kiezen uit verschillende alternatieven? Vormen van participatie kunt u nalezen in de participatieverordening van de gemeente. U kunt deze verordening vinden op www.denhaag.nl via de zoekterm ‘participatieverordening’.
40
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
•
•
• •
Bepaal uw strategie op basis van voorgaande stappen. Afhankelijk van de impact van het project en de belangen die er spelen kan in het ene geval een informatieve brief aan belanghebbenden toereikend zijn. In een ander geval zijn één of meerdere informatiebijeenkomsten of een participatietraject gepaste middelen. Bedenk vooraf bij het organiseren van een informatiebijeenkomst of een bijeenkomst met plenaire presentaties en vragenronde de voorkeur heeft, of dat juist een inloopbijeenkomst met informatiepanelen en meer 1-op-1 contact met de doelgroep handiger is. Bij 1 op 1 contact is meer tijd voor uitleg en individuele vragen. Bij plenaire sessies hebt u te maken met een groepsproces, waarbij niet altijd iedereen aan het woord komt. Zorg in ieder geval bij plenaire sessies voor een goed gekwalificeerde gespreksleider. Betrek belanghebbenden bij de voortgang van het bouwproces en los overlast zo snel mogelijk op. Neem bij vragen over het communicatietraject contact op met uw contactpersoon bij de gemeente.
PUK LOZERHOF - SEPTEMBER 2019
41
Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie
September 2019
TOTAALLIJST VIJFDE TRANCHE MONUMENTALE BOMEN IN DEN HAAG 2013
Officieel aantal
Stam-
bomen
omtrek
Volgnummer
Stadsdeel
Locatie van de boom
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
P2101
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, bij ingang, 1
witte esdoorn
Acer saccharinum
1
367
P2102
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, laan naar hoofdgebouw, 2
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
15
173/305
P2103
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, naast vijver, 3
kleinbladige linde
Tilia cordata
1
371
P2104
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, bij vijver, 4
plataan
Platanus x Hispanica
1
367
P2105
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, in gazon, 5
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
270
P2106
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, links hoofdgebouw, 6
beuk
Fagus sylvatica
1
320
P2107
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, links hoofdgebouw, 7
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
336
P2108
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, links hoofdgebouw, 8
vleugelnoot
Pterocarya fraxinifolia
1
484
P2109
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, rechts hoofdgebouw, 9
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
330
P2110
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, rechts hoofdgebouw, 10
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
333
P2112
Loosduinen
Psych. inricht. Rozenburg, groep gazon, 12
taxus, meerstammig
Taxus baccata
2
div
P4101
Loosduinen
Hyacinthenbos
beuk
Fagus sylvatica
1
345
P5101
Loosduinen
Loosduinse Hoofdstraat 101
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
400-430
P2201
Escamp
Tomatenlaan / Noordweg naast 125
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
283
P4201
Escamp
Raaltestraat/Olststraat
gewone vleugelnoot
Pterocarya fraxinifolia
3
320 - 335
P2301
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, links aula, 1
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
393
P2302
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, links aula, 2
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
6
251/327
P2303
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, links aula, 3
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
408
P2304
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, links aula, 4
plataan
Platanus x Hispanica
1
254
P2305
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, links aula, 5
plataan
Platanus x Hispanica
1
292
P2306
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, links aula, 6
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
289
P2308
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, achter aula 8
prieeliepen
Ulmus glabra 'Camperdownii'
4
100/129
P2309
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, achter aula 9
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
10
210/260
P2310
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, achter aula 10
hemelboom
Ailanthus altissima
1
273
P2311
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, achter aula 11
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
14
229/292
P2312
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 12
beuk
Fagus sylvatica
1
327
P2313
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 13
beuk
Fagus sylvatica
1
355
P2314
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 14
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
8
283/352
P2315
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 15
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
10
135/342
P2316
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 16
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
13
182/298
P2317
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 17
zilverlinde
Tilia tomentosa
1
261
P2319
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 19
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
339
P2320
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 20
zilverlinde
Tilia tomentosa
1
214
P2321
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 21
amberboom
Liquidamber styraciflua
1
182
P2322
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 22
vleugelnoten
Pterocarya fraxinifolia
10
200/290
P2323
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 23
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
276
P2324
Segbroek
Begraafpl. Oud Eik en Duinen, rechts aula, 24
hemelboom
Ailanthus altissima
1
333
P2325
Segbroek
Gallileistraat 142/146
tamme kastanje
Castanea sativa
1
182
Particuliere bomen
TOTAALLIJST VIJFDE TRANCHE MONUMENTALE BOMEN IN DEN HAAG 2013
Officieel P401
Scheveningen
Badhuisweg 177, achtertuin
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
377
P402
Scheveningen
Carnegielaan 1, voortuin
beuk
Fagus sylvatica
1
393
P2401
Scheveningen
R.J. Schimmelpennincklaan 3, hoek A. Gogelweg
beuk
Fagus sylvatica
1
336
P2404
Scheveningen
Park Zorgvliet, sterrebos, 1
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
273
P2406
Scheveningen
Park Zorgvliet, bij Haagse beek, 2
beuk
Fagus sylvatica
1
308
P2407
Scheveningen
Park Zorgvliet, bij Haagse beek, 3
beuk
Fagus sylvatica
1
449
P2415 was O2415
Scheveningen
Badhuisweg, naast 241
Hollandse iep
Ulmus x hollandica 'Belgica'
1
339
P2426
Scheveningen
Ypersestraat 9
Oostenrijkse den
Pinus nigra
1
245
P3401
Scheveningen
Tolweg 1
Hollandse linde
Tilia x europaea
1
223
P3402
Scheveningen
Tapijtweg 6, boom 1
Hollandse iep
Ulmus x hollandica
1
353
P3403
Scheveningen
Tapijtweg 6, boom 2
zilverlinde
Tilia tomentosa
1
283
P3405
Scheveningen
Jacob Catslaan 2, boom 1
beuk
Fagus sylvatica
1
361
P3407
Scheveningen
Jacob Catslaan 2, boom 3
zomereik
Quercus robur
1
261
P3408
Scheveningen
Tobias Asserlaan 2, boom 1
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
358
P3409
Scheveningen
Tobias Asserlaan 2, boom 2
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
314
P5401
Scheveningen
Prins Mauritsplein 9
iep
Ulmus minor
1
340
P503
Centrum
Bankaplein 3, zijtuin
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
355
P504
Centrum
Celebesstraat 98, boomnr. 1
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
304
P505
Centrum
Celebesstraat 98, boomnr. 2
plataan
Platanus x Hispanica
1
311
P507
Centrum
Celebesstraat 98, boomnr. 4
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
289
P508
Centrum
Celebesstraat 98, boomnr. 5
beuk
Fagus sylvatica
1
330
P509
Centrum
Parkstraat 105, achterzijde
moerascypres
Taxodium distichum
1
264
P510
Centrum
Nassaulaan 25, Stichting Promotie, voortuin
plataan
Platanus x Hispanica
1
487
P512
Centrum
Plein 1813 nr. 2, Min. A/Z achtertuin, boomnr. 1
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
399
P514
Centrum
Plein 1813 nr. 2, Min. A/Z voortuin, boomnr. 3
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
389
P515
Centrum
Fluwelen Burgwal 1 E, voortuin
moerascypres
Taxodium distichum
1
270
P516
Centrum
Carnegieplein 5, voortuin
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
355
P517
Centrum
Ln van Meerdervoort 7 F, museum, voortuin boomnr. 1
zomereik
Quercus robur
1
301
P518
Centrum
Ln van Meerdervoort 7 F, museum, voortuin boomnr. 2
zomereik
Quercus robur
1
270
P519
Centrum
Ln van Meerdervoort 7 F, museum, achtertuin boomnr 3
beuk
Fagus sylvatica
1
352
P520
Centrum
Van Diemenstraat 202, schoolplein
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
273
P2503
Centrum
Kerkhoflaan R.K. Begraafplaats, 2
vleugelnoot
Pterocarya fraxinifolia
1
245
P2510
Centrum
Lange Beestenmarkt 49 Hofje van Wouw
gewone walnoot
Juglans regia
1
201
P2518
Centrum
Willemstraat 112, achtertuin
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
283
P2519
Centrum
Noordeinde 164
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
477
P2520
Centrum
Zeestraat 95 / 257, vml. Min. Soc. Zaken
plataan
Platanus x Hispanica
1
433
P2527
Centrum
Javastraat 1C
beuk
Fagus sylvatica
1
537
P2528
Centrum
Laan van Roos en Doorn 21 c, 23b poort
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
411
P2529
Centrum
Westeinde, bij ziekenhuis, parkeerterrein
plataan
Platanus x Hispanica
1
405
P2530
Centrum
Javastraat 1, achtertuin, 1
vleugelnoot
Pterocarya fraxinifolia
1
383
P2531
Centrum
Javastraat 1, achtertuin, 2
plataan
Platanus x Hispanica
1
496
P2533
Centrum
Laan van Meerdervoort 29
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
361
P2534
Centrum
Laan van Meerdervoort 45
beuk
Fagus sylvatica
1
320
P2535
Centrum
Plein 1813 nr. 4, Alg. Zaken, 1
tamme kastanje
Castanea sativa
1
339
TOTAALLIJST VIJFDE TRANCHE MONUMENTALE BOMEN IN DEN HAAG 2013
Officieel P2536
Centrum
Plein 1813 nr. 4, Alg. Zaken, 2
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
314
P2544
Centrum
Jan Evertstraat 7, Synagoge
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
1
248
P2547
Centrum
Sophialaan 4
bruine beuk
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
1
427
P2548 was P2412
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 1
zomereik
Quercus robur
1
342
P2549 was P2413
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 2
zomereik
Quercus robur
1
342
P2550 was P2414
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 3
zomereik
Quercus robur
1
446
P2551 was P2415
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 4
zomereik
Quercus robur
1
502
P2552 was P2416
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 5
zomereik
Quercus robur
1
342
P2553 was P2417
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 6
zomereik
Quercus robur
1
257
P2554 was P2418
Centrum
Scheveningseweg, Joodse begraafplaats, 7