CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310160 Notulen raad 16 september 2021

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 16 september 202168.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Versteende wijken met rijen parkeerplekken moeten voorgoed verleden tijd zijn, niet alleen omdat de wijken er flink van opknappen, maar ook voor het verduurzamen van onze stad. Want uit het extreme weer en het alarmerende IPCC-rapport van afgelopen zomer blijkt de urgentie om ons als stad aan de ene kant te wapenen tegen klimaatverandering en aan de andere kant de natuur volop aan de slag te laten gaan met de energietransitie. Als het aan de PvdA ligt, komt er de volgende periode meer geld voor het verbeteren van de leefbaarheid waar deze achterblijft. Maar wij zien ook de toestand van de gemeentefinanciën. Kan het college onderzoeken wat dit betekent en wat de gevolgen zijn van het herverdelen van budgetten voor buitenruimte, vergroening en voorzieningen, om wijken die achterblijven, niet verder achterop te laten raken? En kan het college in beeld brengen wat een verhoging van de lasten voor mensen met de duurste woningen kan betekenen voor de wijken met de slechtste scores op de Leefbarometer, bijvoorbeeld Laak, zoals vandaag bekend werd? En dan de sociale kant van de coronacrisis. Ook daar waren er grote verschillen 'in your face'. Ik ontken niet dat het voor iedere ouder in de afgelopen tijd lastig is geweest, ook al weet ik daar zelf trouwens niks van.

Lesgeven is een vak apart, maar het verschil tussen kinderen die op de wc zaten om rustig hun les te kunnen volgen en kinderen die dat rustig in hun eigen kamertje konden doen, was schrijnend, om nog maar te zwijgen over gezinnen die compleet van de radar verdwenen of die geen internetverbinding konden betalen. Terwijl scholen al voor de coronacrisis kraakten onder het lerarentekort, is het alleen maar moeilijker geworden om ervoor te zorgen dat kinderen geen achterstanden oplopen. Welke helpende hand willen wij hun bieden als gemeente? Gaan we nu echt een andere weg inslaan en de verantwoordelijkheid niet alleen de hele tijd bij de scholen neerleggen? Wat mij betreft wel. We moeten ervoor zorgen dat de beste docenten de meest kwetsbare kinderen onderwijzen en dat ieder kind bijles of huiswerkbegeleiding kan krijgen en van de basisschool afgaat met een passend schooladvies. Hoe gaat het college topdocenten inzetten waar de achterstanden het grootst zijn? Hoe gaan we ervoor zorgen dat al die prestigieuze universiteiten in de stad ook buiten hun faculteiten het onderwijs versterken? Sebastian Kruis (PVV). Zo'n beetje de moraal van mijn verhaal was vandaag dat de politiek zelf aan zet is voor het nemen van maatregelen die nodig zijn om te doen wat goed is voor de stad.

Ook nu weer vraagt een spreker van een coalitiepartij hoe het stadsbestuur iets gaat doen, maar zij is toch onderdeel van het stadsbestuur? Kom dan met concrete maatregelen voor hoe u dat gaat regelen en hoe u dat lerarentekort gaat oplossen in die kwetsbare wijken. Dat vragen aan het college … De heer Kapteijns vroeg van alles aan het college en de heer Groenewold vroeg van alles, maar jullie zijn het stadsbestuur. Jullie moeten dat dus regelen als je dat wilt. Waarom gebeurt dat dan niet? Waarom was het lerarentekort vier jaar geleden eigenlijk kleiner dan nu? Waarom is er niets geregeld? De voorzitter. Interrupties zijn meestal kort, hè?

78

Mikal Tseggai (PvdA). Ik denk dat ik de afgelopen drieënhalf jaar meer voorstellen heb gedaan om het lerarentekort tegen te gaan en om kansengelijkheid te bevorderen dan de heer Kruis. Ik hoor dus graag ook zijn voorstellen, want ik heb de mijne best wel vaak toegelicht in deze zaal. Ik zou daaraan willen toevoegen dat wij ook als coalitiepartij gewoon controlerende en kaderstellende raadsleden zijn, net als ieder ander raadslid in deze zaal. Sebastian Kruis (PVV). Ik heb heel vaak voorstellen gedaan, maar we zien dus dat de bevolkingsgroei eigenlijk vooral plaatsvindt in de kwetsbare wijken, waar het lerarentekort nu al heel groot is. Eigenlijk zie je dus dat het lerarentekort oploopt met de bevolkingsgroei. Ziet ook mevrouw Tseggai het verband tussen de bevolkingsgroei en het lerarentekort? Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb daar geen enkel bewijs voor gezien. In tegenstelling tot de heer Kruis, die de discussie de hele tijd probeert te duwen naar bevolkingsgroei, wil ik het graag gewoon even over het onderwijs hebben. Sebastian Kruis (PVV). Dan heeft mevrouw Tseggai misschien ook niet heel goed onderwijs gehad, want bevolkingsgroei en lerarentekort gaan natuurlijk hand in hand met elkaar. Het feit dat mevrouw Tseggai dat niet ziet, is dus misschien precies het probleem. Daarmee laat u die kinderen in die wijken eigenlijk keihard in de steek. Mikal Tseggai (PvdA).

Ik heb geen vraag gehoord en ik heb gelukkig prima onderwijs genoten. Daar ben ik heel erg blij mee. Richard de Mos (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik ben heel benieuwd. U zegt dat bevolkingsgroei en lerarentekort helemaal niks met elkaar te maken hebben. De schooldirecteuren en de schoolbestuurders in de grote steden denken daar heel anders over, want die zeggen dat leraren weg worden gekaapt door zogeheten 'makkelijke' scholen, witte scholen. Dit komt onder andere doordat leraren het in de grote steden heel zwaar hebben voor de klassen, met leerlingen met taalachterstand en integratieproblematiek. Dus hoe kunt u nou stellen dat bevolkingsgroei en het lerarentekort niks met elkaar te maken hebben? Mikal Tseggai (PvdA). Ook op witte scholen zijn er lerarentekorten en ook op witte scholen kunnen er kinderen zijn met veel leerproblemen. Ik zie dus gewoon het verband niet tussen die bevolkingsgroei en het lerarentekort. Ik denk dat er zelfs mensen zijn die naar deze stad toe komen en ingezet zouden kunnen worden als leraar. Volgens mij hebben we die mensen dus alleen maar heel hard nodig, zou ik bijna willen zeggen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dan raad ik mevrouw Tseggai toch even aan om de cijfers te bekijken. Het lerarentekort is in de grote steden procentueel vele malen groter dan buiten de grote steden. Dat heeft alles te maken met de bevolkingsgroei.

Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb dat natuurlijk ook helemaal niet ontkend. Ik heb alleen gezegd dat ik geen enkel bewijs heb gezien dat dat iets te maken heeft met die bevolkingsgroei. Als de heer De Mos of de heer Kruis daar een bewijs voor hebben, mogen ze mij dat mailen, maar ik ken deze onderzoeken niet. Ik was aan het zeggen welke helpende hand wij als gemeente onze Haagse scholen bieden. Gaan we nu echt een andere weg inslaan en de verantwoordelijkheid niet de hele tijd alleen bij de scholen leggen? Wat mij betreft wel. We moeten ervoor zorgen dat de beste docenten de meest kwetsbare kinderen onderwijzen en dat ieder kind bijles of huiswerkbegeleiding kan krijgen en van de basisschool gaat met een passend schooladvies. Hoe gaat het college topdocenten inzetten waar de achterstanden het grootst zijn? Hoe gaan we ervoor zorgen dat al die prestigieuze universiteiten in de stad ook buiten hun faculteiten het onderwijs versterken? Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat de schoolkinderen van nu geen verloren coronageneratie worden met grote achterstanden en dat ieder kind, ongeacht postcode, afkomst of opleidingsniveau van de ouders een eerlijke start in het leven krijgt. 79

Daarbij hoort ook dat wij als stad van vrede en recht voorloper zijn in de bestrijding van discriminatie en racisme. De massale opkomst tijdens de Black Lives Matter-demonstratie vorig jaar heeft meer dan ooit bewezen dat de stad daar behoefte aan heeft. Onze antidiscriminatievoorziening in de stad moet sterker, onze instituten en ons stadhuis diverser en we moeten straatintimidatie en hatecrimes harder aanpakken. Maar we moeten er ook voor zorgen dat stadsgenoten met zoveel verschillende verhalen en achtergronden dichter bij elkaar komen. We hebben hier laatst natuurlijk de integratienota of verbindingsnota behandeld, maar ik ben toch wel benieuwd hoe het college zijn eigen verantwoordelijkheid en rol hierin ziet om die polarisatie in de stad tegen te gaan. Tijdens de coronacrisis zijn veel mensen hun baan of eigen zaak kwijtgeraakt. Hoewel de economische schade minder groot lijkt dan we eerder dachten, is het belangrijk dat we deze mensen als gemeente ook weer gauw aan een baan kunnen helpen. Er zijn een aantal sectoren die zeer grote personeelstekorten hebben en waar kansen liggen voor mensen die nu zonder baan thuiszitten. Dit laat zien dat zekerheid er voor steeds minder mensen is.

Welke lessen trekken we daaruit? Hoe voorkomen we dat herstel van deze crisis alleen om het cosmetische 'snel uit de kaartenbak' gaat en dat we mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt definitief verliezen? Is het college juist nu ook bereid om extra te investeren in bijvoorbeeld STiP-banen? De ongelijkheid zien we ook terug in het bestrijden van het coronavirus. De vaccinatiegraad in de stad is nog niet zoals we die zouden willen. Met name in de kwetsbare wijken ligt de vaccinatiegraad lager. We kunnen hier lang discussiëren over waarom mensen zich wel of niet laten vaccineren, bijvoorbeeld door desinformatie. Maar mijn analyse is dat dit een bovenliggend probleem blootlegt: een afstand tussen de overheid en groepen die de overheid niet vertrouwen. Want als je de overheid niet vertrouwt, waarom zou je je dan laten vaccineren met een vaccin door diezelfde overheid? Mensen in de bijstand voelen zich soms behandeld als criminelen. Jongeren van kleur worden onevenredig vaak staande gehouden door de politie. En er zijn mensen die de taal niet goed spreken of in hun geboorteland zijn opgegroeid met het idee dat de overheid geen bondgenoot is. Voor ons als politiek ligt hier een belangrijke opdracht. We weten door de coronacrisis nu om welke groepen het gaat en ook steeds beter waar we ze kunnen vinden en hoe we ze wél kunnen bereiken.

Het is aan ons om hun vertrouwen terug te winnen. Sebastian Kruis (PVV). Soms is iemand aan het woord en zegt die iets waardoor je opeens eigenlijk heel veel kan verklaren. Eigenlijk zegt mevrouw Tseggai nu dat ze pas sinds de coronacrisis een beetje weet welke groepen niet worden bereikt door de politiek. Dat lijkt me ten eerste rijkelijk laat, maar ten tweede is dat wel een groot probleem. Waarom wist u dat daarvoor niet? Mikal Tseggai (PvdA). Dat heb ik niet gezegd. Ik zei dat we door de lage vaccinatiegraad, die zich heel erg concentreert in bepaalde wijken, bij bepaalde groepen en bij mensen met een bepaalde achtergrond, precies weten bij welke groepen dat vertrouwen in de overheid en de farmaceutische industrie zo laag is. Natuurlijk wisten we dat daarvoor ook al, maar dat weten we nu nog beter. Sebastian Kruis (PVV). Dat zijn de zogenaamde achterstandswijken, waar voornamelijk allochtonen wonen die op geen enkele manier nog bereikt worden door deze overheid, niet om te gaan werken, niet om te participeren in de Nederlandse samenleving en niet om een coronavaccin te halen. Wat gaat de Partij van de Arbeid daaraan doen? Mikal Tseggai (PvdA). Daar kom ik nog op in mijn betoog, maar ik wil wel even zeggen dat ik bij de demonstranten tegen coronamaatregelen weinig mensen met een migratieachtergrond zie, laat staan uit de Schilderswijk.

Ik zei dat het aan ons is om het vertrouwen van deze mensen terug te winnen door als lokale overheid meer oog te hebben voor mensen dan voor hun casusnummer, door meer diversiteit bij de politie, door mensen te informeren, fake news tegen te gaan en voldoende mogelijkheden te bieden om laagdrempelig de Nederlandse taal te leren, zodat je beter begrijpt waar het allemaal over gaat, door in de wijken te zijn en ook door als gemeente wijkinitiatieven te ondersteunen. Maar bij een betrouwbare overheid hoort ook een financieel sterke gemeente, die de basis op orde heeft. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de structurele tekorten op Wmo/jeugd, het BUIG-budget en de mogelijke aanpassingen van het Gemeentefonds, die vrij slecht uitpakken voor 80

Den Haag, ook nog gecombineerd met het lage weerstandsvermogen. De onlangs door het college gepresenteerde begroting is sociaal en eerlijk. Maar met het oog op de toekomst kan ik niet anders concluderen dan dat de rek er toch een beetje uit is, zoals de wethouder al zei. Dat komt doordat we de inkomstenkant hebben verwaarloosd en structurele uitgaven steeds meer incidenteel zijn gaan financieren. Ik had het al over de buitenruimte, maar ik denk ook aan de voorzieningen die zo nodig zijn, bijvoorbeeld in het CID, en aan de oplopende kosten voor jeugdzorg en Wmo. De ozb in de stad is nog steeds te laag en de afvalstoffenheffing is niet kostendekkend. En hoe staat het nou eigenlijk met de stevige lobby naar het Rijk voor meer geld in het Gemeentefonds, waar veel vorige sprekers ook al naar gevraagd hebben? We moeten vermijden dat er straks bezuinigd moet worden op de meest kwetsbaren in de stad. Dan moeten we de inkomsten via het Rijk en onze lokale inkomsten in overeenstemming brengen met de behoeften van onze stad, met als adagium dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Ik rond af. Na de coronacrisis is onze opdracht als lokale politiek duidelijk. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Wat voorzieningen betreft: tijdens de coalitieonderhandelingen met de PvdA hadden we de verwachting dat het Migratie Museum gered zou worden. Dat is helaas niet gebeurd.

Nu dreigen De Mussen om te vallen. Hoe staat de PvdA daar tegenover? Wat doet de PvdA en wat zijn de plannen met De Mussen? Mikal Tseggai (PvdA). Ik voel mij niet helemaal geroepen om hier een antwoord op te geven, want dat zou meneer Çetinkaya toch echt aan de wethouder moeten vragen. Ik kan wel zeggen dat het voor mij als raadslid van de PvdA-fractie erg belangrijk is dat het belangrijke welzijnswerk blijft bestaan, als dat kan natuurlijk het liefst door De Mussen zelf. Maar als we genoodzaakt zijn daarvoor een andere partij te zoeken, is dat helaas niet anders. Het belangrijkste is dat mensen dat welzijnswerk in die wijk nog steeds kunnen gebruiken. Richard de Mos (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat vind ik toch een beetje te gemakkelijk. Mevrouw Tseggai staat hier als fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid, die een college gedoogt of ondersteunt; de PvdA zit daarin. Het buurthuis De Mussen is woedend en zegt dat de wethouder moet stoppen met leugens en halve waarheden en dat De Mussen op omvallen staat. Hoe zit de Partij van de Arbeid, nota bene een van de grondleggers van De Mussen, daar nou in? Hoe zit u nou in de wedstrijd? Gaat u De Mussen helpen? Gaat u de stekker uit de coalitie trekken vanwege De Mussen? Wat gaat u doen? Mikal Tseggai (PvdA). Nogmaals, voor mijn fractie is het belangrijkste dat dat welzijnswerk in die wijk behouden blijft.

Ik zou het persoonlijk heel jammer vinden als De Mussen het niet zou redden, maar het belangrijkste vind ik dat dat welzijnswerk in die wijk blijft. Richard de Mos (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ja, maar daarvan zegt de directrice van buurthuis De Mussen: 'Dat gaat niet gebeuren. De PvdA-wethouder laat ons in de kou staan'. Ze is zelfs woedend. Ze zegt zelfs dat de wethouder jokt en halve waarheden vertelt en zegt dat de stekker eruit gaat. Dus einde verhaal welzijnswerk in de Schilderswijk. Wat gaat u als fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid doen richting het college om De Mussen wel of niet te redden? Zegt u: prima beleid van de wethouder; dat ondersteunen wij? Dat is een keuze. Of zegt u: nee, wij gaan de wethouder kapittelen om De Mussen wel in de lucht te houden? Mikal Tseggai (PvdA). De Mussen verkeert al langere tijd in financiële problemen. Als het niet meer te redden is, dan is het niet meer te redden, hoe jammer ik dat ook vind, want ik kom er altijd graag. Het belangrijkste is dat het welzijnswerk behouden blijft in de wijk. Als dat via een andere partij moet, dan is dat zo, maar voor mijn fractie is het belangrijkste dat het welzijnswerk behouden blijft in de wijk. Het liefst hebben we dat er gewoon een oplossing wordt gevonden met De Mussen. De voorzitter. Meneer De Mos, de laatste keer.

81

Richard de Mos (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Oké, dat is een duidelijk antwoord. De PvdA geeft De Mussen dus op. Mikal Tseggai (PvdA). Dat heb ik niet gezegd. Adeel Mahmood (NIDA). Ik heb een toevoeging aan wat mijn collega's al vroegen. De PvdA doet er heel simpel over, alsof het zomaar mogelijk is dat De Mussen wordt vervangen door een andere organisatie en dat het werk dan maar doorgaat. De Mussen is een icoon, bestaat al 100 jaar, doet heel veel werk, heeft heel veel werknemers en doet het werk al. Het is niet zo simpel dat het zomaar wordt overgenomen. Maar dan mijn volgende punt: wat vindt de PvdA-fractie van de wijze waarop het college omgaat met dit dossier? Er wordt echt gecommuniceerd via de media. Ook wij als raad zien dingen gebeuren in de media. Dat verdient volgens mij niet de schoonheidsprijs, maar wat vindt de PvdA daar zelf van en wordt het niet tijd dat de wethouder of het college echt verantwoording gaat afleggen in de raad en aangeeft welke kant het allemaal opgaat? Ik moet zeggen dat dit er niet echt keurig uitziet. Mikal Tseggai (PvdA). Het lijkt mij zeker goed als het college daarover verantwoording aflegt in deze raad. Ik ben het ook met u eens dat hoe het nu in de media komt, niet de schoonheidsprijs verdient, maar wethouder Balster heeft ook een aantal brieven naar de raad gestuurd. Ik vind het dus belangrijk dat we dat debat hier ook voeren.

Adeel Mahmood (NIDA). Gaat de PvdA-fractie de wethouder er ook op aanspreken dat dit niet de wijze is waarop we over zo'n belangrijk icoon van onze stad spreken, maar dat dit juist zorgvuldig moet gebeuren met een flinke onderbouwing? Er wordt elkaar nu verweten dat er leugens worden verspreid. Gaat u de wethouder ook aanspreken en vindt de PvdA-fractie het ook belangrijk dat er echt veel meer moeite wordt gedaan om De Mussen toch overeind te houden? Of is het zo simpel gezegd als: nee, we verplaatsen het richting een andere organisatie? Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb ook het liefst dat er gewoon een oplossing gevonden wordt met De Mussen zelf, maar het beeld dat u hier schetst … Ik heb niet het gevoel dat wethouder Balster De Mussen onheus heeft bejegend. Als u dat idee wel heeft, hoor ik dat graag van u. Volgens mij is het belangrijk dat de gemeente en De Mussen met elkaar om tafel gaan en dat er een oplossing gevonden wordt, maar ik hecht er nog meer waarde aan dat het welzijnswerk behouden blijft voor de wijk. Ik realiseer me dat dat niet makkelijk is. Dat snap ik, maar uiteindelijk is dat wel het belangrijkste. Fatima Faïd (HSP). Ik heb natuurlijk ook een vraag over De Mussen. U zegt nou wel zo makkelijk dat u wilt dat het welzijnswerk behouden blijft, maar een heel groot deel van het welzijnswerk van De Mussen wordt helemaal niet betaald door de gemeente.

Als De Mussen omvalt, blijft er dus bijna niks over. De Mussen vangt 1.000 kinderen op. We mogen straks blij zijn als ze er 100 op kunnen vangen. Hoe ziet u dat dan? Vindt u dat niet problematisch? Mikal Tseggai (PvdA). Natuurlijk vind ik dat problematisch. Daarom zeg ik ook dat ik het liefst heb dat er gewoon een oplossing gevonden wordt voor De Mussen, zoals we De Mussen nu kennen aan de Hoefkade. Dat ben ik helemaal met mevrouw Faïd eens. Fatima Faïd (HSP). Volgens mij zit er € 30.000 tussen 'blijft De Mussen bestaan?' of 'valt De Mussen om?' Mikal Tseggai (PvdA). Nee, u mist een nulletje. Fatima Faïd (HSP). Sorry. Ja, dat wordt wel heel goedkoop. Maar begrijpt u het? Dat is natuurlijk de oplossing; de oplossing is dat we meer geld gaan geven, zodat we zorgen dat wat daar al is, blijft bestaan.

82

Mikal Tseggai (PvdA). Mevrouw Faïd, ik zou willen dat dat de oplossing was. Dat is een oplossing voor het komende jaar, maar op de lange termijn is dat geen oplossing, want De Mussen kampt met een structureel tekort op de begroting. Daar maak ik me heel veel zorgen over. Ik wil het liefst dat dat opgelost wordt, maar net als u wacht ik daarbij ook gewoon op een oplossing vanuit het college. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Nee, de oplossing is natuurlijk dat het welzijnsbudget omhoog moet. De oplossing is dat we daarnaar moeten kijken en dat u als collegepartij zich daar hard voor moet maken, want de welzijnsbudgetten zijn in Den Haag natuurlijk minimaal. Daar bent u natuurlijk ook verantwoordelijk voor. Misschien moet u daar dus aan gaan trekken in plaats van de bal de hele tijd bij De Mussen neer te leggen. Mikal Tseggai (PvdA). Ik leg de bal niet bij De Mussen neer, want het is niet aan mij om een bal ergens neer te leggen. Dat is aan het college, maar ik kan mevrouw Faïd garanderen dat de PvdA zich binnen het college inzet voor voldoende welzijnsbudget. Zo kent u ons, zou ik willen zeggen. Sebastian Kruis (PVV). Mevrouw Tseggai zegt dat ze zich hardmaakt voor het welzijnswerk in de wijk. Dan denk ik toch dat de mensen nu een beetje blij worden gemaakt met dode mussen; dat vond ikzelf wel geestig om te zeggen. De voorzitter.

Een interruptie graag, geen commentaar op eigen grappen. Toe maar. Sebastian Kruis (PVV). Ik geef mevrouw Tseggai mee dat zij natuurlijk gewoon een motie kan indienen om de begroting voor welzijn te vergroten, zoals mevrouw Faïd zegt. Daar is dan misschien ook nog een meerderheid voor. Dat kan voor een coalitiepartij dus misschien een optie zijn om toch nog een soort laatste strohalm aan te reiken. Mikal Tseggai (PvdA). De begrotingsraad is in november. Ik zou dus tegen de heer Kruis willen zeggen dat hij geduld moet hebben. Maar ik wil ook zeggen - om inderdaad niemand blij te maken met dode mussen - dat we, als we ergens meer geld in willen steken, ook op iets anders moeten bezuinigen. Dat is een ingewikkelde puzzel. Sebastian Kruis (PVV). Klimaat! Mikal Tseggai (PvdA). U zegt 'klimaat'; ik vind niet dat we daarop moeten bezuinigen. De voorzitter. Ten slotte de heer Çetinkaya, want ik vind dat dan de laatste minuut van mevrouw Tseggai ingaat. Wat zijn we weer geestig; ik bedoel: in deze raad, op dit moment, in deze termijn. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Inderdaad nog een laatste vraag. We hebben eerder gezien dat andere organisaties gered zijn door het college, maar uitgerekend als het over De Mussen gaat, zie ik al die losse woordjes 'we hebben de intentie' en 'wij willen dat wel'.

Kunt u niet concreet zeggen: we willen De Mussen redden en financieel bijdragen? Mikal Tseggai (PvdA). Dat is een goede vraag. Als PvdA wil ik dat De Mussen blijft bestaan, maar het is een ontzettend lastige situatie met een buurthuis, dat inderdaad een icoon is maar dat wel kampt met structurele tekorten. Het is aan het college om nu met hen om tafel te gaan en om een oplossing te vinden. Ik wacht net als u op die oplossing. Als die oplossing niet goed genoeg is, kunnen we het daar als raad hier over hebben. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Dan ga ik ervan uit dat u mijn motie ondersteunt waarmee ik een financiële bijdrage vraag.

83

Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb nog geen oplossing gezien vanuit het college en ik heb ook nog geen motie gezien vanuit de Islam Democraten. Ik voel mij op het punt van de inhoud op dit moment dus niet zeker genoeg over dingen die ik nog niet gezien heb om hier een toezegging over te doen. Na de coronacrisis is onze opdracht als lokale politiek duidelijk: we moeten ervoor zorgen dat we na de crisis als stad sterker en socialer uit de pandemie komen dan dat we erin gingen. Ik kijk hier niet alleen vooruit naar een komend begrotingsjaar. Het wordt ook een verkiezingsjaar. Het is gemakkelijk om elkaar daar te beconcurreren - dat gaan we ook zeker doen - en de maat te nemen op de millimeter. Maar we moeten ook dromen over een eerlijke Haagse toekomst en bekijken of we met elkaar een visie kunnen neerleggen waarin de stad zich herkent. Ik vind dat een opdracht voor ons als politici voor het aankomende jaar. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Het is bijna twee jaar geleden dat dit college het coalitieakkoord 'Samen voor de stad' presenteerde; veel plannen om de stad vooruit te helpen, om inwoners te faciliteren en zo nodig te helpen. Vandaag zou ik graag willen terugblikken op de realisatie van die plannen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat ingewikkeld is.

Want wie had kunnen bevroeden dat nog geen drie maanden na de installatie van dit college een pandemie zou uitbreken, een pandemie die de wereld plat legde, ons land, onze stad en zelfs onze lokale democratie? Langzaamaan krabbelen we uit de pandemie. De afgelopen tijd is de samenleving steeds verder opengegaan, hebben mensen elkaar weer ontmoet en zijn allerlei welzijnsactiviteiten weer van start gegaan. Juist nu is het moment om te laten zien waarvoor je staat, waar je heen wil. Nu is het moment om keuzes te maken. Een begroting is daar het ideale middel voor, om te laten zien waarvoor je hart klopt en hoe we de kwetsbare mensen in onze stad vooruithelpen. Maar dat mis ik in deze begroting: een visie op de toekomst van onze stad. De Spreukendichter Salomo schreef het lang geleden: 'Door gebrek aan visie gaat een volk ten onder, maar een keur aan raadgevers brengt het tot bloei.' Vandaag wil ik een van die raadgevers zijn om onze visie te geven op dienstbaarheid en recht. Het vertrouwen in de overheid is het afgelopen jaar sterk gedaald, blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit. Minder dan de helft van de ondervraagden had afgelopen maart nog vertrouwen in de landelijke en lokale overheid, terwijl dit een jaar eerder nog 60% tot 70% was. Eerlijk gezegd verbazen die cijfers mij weinig.

Er is bij een gedeelte van de samenleving onvrede over het gevoerde coronabeleid en de toeslagenaffaire maakte pijnlijk duidelijk hoe onze overheidssystemen mensenlevens kunnen vermorzelen. Ook dichterbij geeft het optreden van de lokale overheid soms weinig vertrouwen. Ik noem het recente rapport over de Energieacademie, de wachttijden bij de loketten of de dienstverlening bij schuldhulpverlening. Mensen moeten te lang wachten voordat ze worden geholpen en in de bureaucratische mallemolen raken ze soms juist de weg kwijt. Het komt erop neer dat de gemeente de basis niet op orde heeft. Ik las de begroting dan ook met gemengde gevoelens. Aan de ene kant ben ik blij dat er na lang aandringen incidenteel meer geld komt voor publiekszaken en dat geld wordt vrijgemaakt voor het op orde brengen van de privacyorganisatie. Maar het is eigenlijk ongelofelijk dat dit college zulke zaken niet gewoon op orde heeft. Met incidenteel geld los je geen structurele problemen op. Het is slechts een doekje voor het bloeden. Dit geeft ook aan dat het college de prioriteiten niet op orde heeft: slechts zes ton voor de menselijke maat bij schrijnende casuïstiek, maar wel een toekomstig college opzadelen met € 6 mln. voor de finish van een wielerwedstrijd in Den Haag. Hoe rijmt het college dit met elkaar? Graag een reflectie. Nog te vaak staat de regel centraal en niet de mens.

Al eerder hebben we het gehad over de gemeentelijke kinderopvangregeling. Dat is een goed voorbeeld van een regeling waarbij de regel centraal staat in plaats van de kwetsbare mensen die van deze regeling gebruik moeten maken, maar ik denk ook aan het rekenkamerrapport Aan de slag, waaruit bleek dat de cijfers en vinkjes belangrijker waren dan de jongeren zelf. Ik ben wel blij met het voorstel voor een Doorbraaklab, waar de mogelijkheid bestaat om een uitzondering te maken op regels en processen. Zorg dat hiervan ook gebruik wordt gemaakt, want regels zijn belangrijk maar niet heilig: regels mag je loslaten, maar mensen nooit. De vraag die voorligt, is: wat voor overheid willen wij zijn? Moet het allemaal zo efficiënt mogelijk? Inwoners die 'klant' worden genoemd en zich mogen melden bij een klantcontactcentrum als ze vragen hebben? Het centraliseren van publiekszaken omdat dat efficiënt is? Participatie als een 84

vinkje in plaats van echt luisteren naar omwonenden en hun zorgen serieus nemen? Of willen we als een dienstbare overheid bekendstaan: benaderbaar, dicht bij mensen en op gelijkwaardig niveau, ook als je afhankelijk bent van de overheid? Het spreekwoord luidt: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Ik denk dat we in onze stad hard moeten werken aan herstel van vertrouwen in wijken waar dat vertrouwen ver weg is gezakt. Ik sprak onlangs een informele zorgverlener die het schrijnende verhaal vertelde van een vrouw die niet ingeschreven stond bij de gemeente. Houtje-touwtje knoopte ze haar maand aan elkaar, met haar netwerk, met goedwillende mensen om haar heen. Op de vraag waarom ze zich niet durfde in te schrijven, kwam het antwoord: als ik dat doe en in beeld kom, komen de schuldeisers weer die ik niet kan betalen en dan wordt mijn vrijwilligerswerk me afgenomen. Het beeld van een overheid die je juist verder de penarie in helpt in plaats van eruit, is niet de dienstbare overheid waar de ChristenUnie/SGP voor staat. Dat is niet een overheid die naast de mensen staat. Daarom mijn oproep: ga de wijken in, ga de buurten in, zorg dat hulpverleners daar beschikbaar zijn, werp geen drempels op. Een treffend voorbeeld van drempels opwerpen is de Helpdesk Geldzaken. Die lijkt heel goed, maar is alleen open op afspraak. Dat verhoogt de drempel om ernaartoe te gaan.

Zorg dat zulke helpdesks open zijn, zodat mensen laagdrempelig binnen kunnen lopen. Ik hoor graag hoe het college hier werk van gaat maken. We hebben het voorrecht te wonen in een stad van vrede en recht, maar dat mogen geen loze termen zijn of inhoudsloze marketing. Het gaat principieel over hoe je recht doet en hoe je vrede brengt. Dat moet ons allereerst bescheiden maken. Ik noemde al het onderzoek van de Erasmus Universiteit. Terwijl het vertrouwen in de overheid flink daalde, bleek tegen de verwachtingen van de onderzoekers in dat de bereidheid van mensen om elkaar te helpen niet is afgenomen. Want de veerkracht van onze stad zit niet in stenen of stadhuis, maar in mensen, in Hagenaars en Hagenezen, Loosduiners en Scheveningers. Gedurende de pandemie lieten mensen bij uitstek zien dat we niet alleen leven, maar dat we samenleven en dat we omzien naar elkaar. Die veerkracht zit ook in allerlei maatschappelijke organisaties, sociaal ondernemers, kerken en scholen: hoe zij de afgelopen anderhalf jaar steeds weer initiatieven hebben ontplooid om kwetsbare mensen te bereiken, elkaar al dan niet online te laten ontmoeten en te zorgen voor een warme maaltijd. Het is de taak van de overheid om dit dienstbaar te faciliteren en te ondersteunen. Tegelijkertijd staat die samenleving onder druk en nemen spanningen toe: spanningen tussen jong en oud, ziek en gezond, rijk en arm.

Studenten die zich eenzaam voelen, starters die geen woning voor zichzelf kunnen vinden, werkloosheid of armoede, gezinnen die niet meer betaalbaar in onze stad kunnen wonen. Geeft deze begroting antwoorden op deze vragen, op deze spanningen en op deze uitdagingen? Hoe doen we recht aan al die uitdagingen? Het college kijkt in de begroting terecht niet alleen naar de huidige coronacrisis, maar ook naar de crisis na de crisis: als overheidssteun wegvalt en ondernemers het weer zelf moeten rooien. Ook de mentale gezondheidscrisis wordt kort benoemd: veel mensen, vooral jongeren, kampen met eenzaamheidsgevoelens, spanning en depressieve gevoelens. Maar waarom wordt er dan alleen een reserve armoedefonds opgetuigd en is er geen extra aandacht voor de mentale gezondheid van inwoners? Sterker nog, als we de begroting moeten geloven, dalen de lasten voor zorg en welzijn de komende jaren in totaal met € 30 mln. Hoe verklaart het college dit? Er moet meer gebeuren. Meer aandacht voor die eenzame student, voor die kwetsbare werkloze in Moerwijk, voor die tientallen daklozen die op de wachtlijst staan voor een plek in de noodopvang. Er is meer nodig om niet alleen recht te prediken, maar ook recht te doen. Ik begon mijn beschouwing met de constatering dat het vertrouwen in de overheid laag is, maar de onderlinge bereidheid om elkaar te helpen niet.

De ChristenUnie/SGP wil bouwen aan een overheid die dat laatste maximaal ondersteunt en faciliteert, een dienstbare overheid die recht doet. Om dan ook met Salomo te eindigen: tot bloei van het volk. De voorzitter. Een mooie slotzin. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Het is ruim twee jaar geleden dat ik als een soort zij-instromer mocht toetreden tot deze gemeenteraad. Eerlijk is eerlijk: ik heb me altijd verwonderd over het feit dat ik als linksbuiten in het uiterst rechtse hoekje van de raad ben geparkeerd. Niets ten nadele van mijn

85

vriendelijke buren, maar het zijn niet de eerste de beste mensen waarbij ik aanklop voor politiek advies. Maar gelukkig krijg je soms adviezen waar je een leven lang op kunt teren. De voorzitter. Hier volgt er één. Dennis Groenewold (D66). Het wordt toch altijd vanuit de voorzitter gezien? Dan zit u toch juist helemaal links? De voorzitter. Dat kan ik niet ontkennen. Lesley Arp (SP). Nou, ik kijk meer vanuit deze kant. We zijn gewend om te zitten. Mijn rechtse buren schitteren nu trouwens in afwezigheid. Het voelt dus ook een beetje alsof ik tegen een spook aan het praten ben, maar ik hoop dat dit uw vraag beantwoordt. Wat ik wou zeggen, is dat ik gelukkig soms adviezen krijg waar ik een leven lang op kan teren. Sinds ik in de raad zit, denk ik vaak terug aan de woorden van een oud-collega, een vrouw die in haar leven veel voor de kiezen heeft gehad. Er was één gezegde waar zij werkelijk een bloedhekel aan had: 'de zwakkeren in de samenleving'. Toen ik raadslid werd, heb ik mijzelf beloofd om die woorden nooit in het debat te gebruiken.

Want hoe sterk moet je zijn wanneer je financieel het einde van de maand slechts met pijn en moeite haalt, wanneer je worstelt met je gezondheid, het ongedierte door de straten loopt en de woningcorporatie ook nog eens je klachten negeert, wanneer je net als de bewoners van de Trekweg uit het raam kijkt en ziet dat de Binckhorst booming is maar dat jouw Molenwijk achterblijft of wanneer je net als bewoners van Laak Centraal 's nachts wakker ligt van overbewoning door alsmaar wisselende bovenburen, omdat je woont in een zogenaamde passantenwijk waar huisjesmelkers de dienst uitmaken? Het zijn deze bewoners die dag in, dag uit op de proef worden gesteld. De vraag die wij onszelf vandaag moeten stellen, is: maken wij hun leven makkelijker of juist moeilijker? De grootste wens van de SP voor deze stad is eigenlijk ontzettend simpel. Die wens omvat geen campussen, hubs of gelikte evenementen. We willen enkel dat meer van onze inwoners simpelweg kunnen leven in plaats van overleven. Maar wat is daarvoor nodig? Natuurlijk is het goed dat er, met dank aan vertrekkend wethouder Van Alphen, de afgelopen jaren niet is beknibbeld op het armoedebeleid. Maar in veel kwetsbare wijken stapelen de problemen zich op. Denk aan het afvalprobleem, overbewoning, achterstallig onderhoud en een grote concentratie van bewoners die onvoldoende zorg en ondersteuning krijgen.

Geregeld spreken wij bewoners die graag de handen uit de mouwen steken voor een ander, maar toch hun eigen wijk 'een afvoerputje' zijn gaan noemen. Als betrokken mensen cynisch worden, faalt het stadsbestuur. Dat brengt mij bij de voorliggende begroting van dit college. In tijden waarin het Rijk taken en bezuinigingen over de schutting dumpt, verwacht ik dat dit college tot het uiterste gaat om een eerlijke compensatie te eisen. Maar daarnaast hebben we ook te maken met andere vormen van schaarste. Denk aan de druk op de publieke ruimte en ons klimaat. Dat vraagt om keuzes en offers. Maar vragen wij wel van iedereen dezelfde offers? Of zijn het juist de mensen die als 'zwak' worden bestempeld die wij extra op de proef stellen? Woon je met een klein inkomen in een groot huis, dan kan daar zomaar een einde aan komen omdat je volgens de gemeente te veel plek inneemt. We zien dat momenteel in Zuidwest. Tegelijkertijd wordt in het centrum vrijwel geen enkel hoogbouwproject volgens de afgesproken normen opgeleverd. Als er überhaupt al sociaal gebouwd wordt, is het veelal tijdelijk en schraal. Mikal Tseggai (PvdA). Ik wil het beeld tegenspreken dat mevrouw Arp hier schetst van Zuidwest, want het is niet zo dat mensen hun huis uit worden gezet omdat ze te veel plek innemen. Daar is helemaal geen sprake van. Hoe komt mevrouw Arp daarbij? Lesley Arp (SP).

Nu gaan we een beetje teruggrijpen naar allerlei zeer uitvoerige debatten die we hebben gehad. Mevrouw Tseggai weet dat er een aantal clusters zijn met eengezinswoningen in de Zichten, Gaarden en Dreven. Daarvan heeft de wethouder ruiterlijk moeten erkennen, ook in mediaoptredens, dat die woningen eigenlijk helemaal nog niet in zo'n slechte staat zijn, maar 'dat we

86

de puzzel moeten oplossen en schuifruimte moeten creëren om bepaalde flats te bouwen'. Dat heeft de wethouder op den duur gewoon erkend. Volgens mij zeg ik hier dus helemaal niets geks. Mikal Tseggai (PvdA). U zegt in die zin iets geks dat u het beeld schetst dat het college vindt dat bewoners te veel plek innemen. Het gaat erom dat we met z'n allen een grote woningbouwopgave op te lossen hebben en dat we hebben afgesproken dat we dat in Zuidwest doen. Ik vind het persoonlijk het allerbelangrijkste dat die mensen straks gewoon een terugkeergarantie hebben. Ik vraag me dan af welk alternatief de SP schetst om die woningbouwopgave wel op te lossen. Lesley Arp (SP). Volgens mij moet ik dan weer in herhaling vervallen met dingen die ik vorig jaar heb gezegd. Dat doe ik met liefde, hoor. Je zal die verdichting ook op een andere manier kunnen verdelen. Ik ben best voor verdichten in Zuidwest, maar ik vind het gewoon een raar verhaal om te zeggen dat die rijtjeshuizen per definitie plat moeten. Ik weet dat de Vrienden van Den Haag nu kijken naar bijvoorbeeld verdichting met renovatie en het optoppen van flats. Zoals ik eerder ook tegen collega's van mevrouw Tseggai heb gezegd, missen we ook kansen in het centrum door al die hotels te bouwen en allerlei hoogbouw te bouwen waarbij de sociale woningbouw slechts tijdelijk is. Soms zie ik linkse coalitiepartijen daar gewoon voor stemmen.

Dat verbaast me. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Tseggai. Mikal Tseggai (PvdA). Volgens mij hebben we samen met de SP een motie ingediend tegen hotels in het centrum. Of herinner ik me dat verkeerd? Lesley Arp (SP). De hotelstop is grandioos weggestemd door de coalitiepartijen, meen ik. Bleijenburg is dus gesteund, maar de hotelstop is niet gesteund. Maar ik ben niet het RIS-systeem. We kunnen het straks dus misschien opzoeken. Tegelijkertijd wordt in het centrum vrijwel geen enkel hoogbouwproject volgens de afgesproken normen opgeleverd. Als er überhaupt wordt gebouwd, is dat veelal tijdelijk en schraal. Denk aan hokjes van 40 vierkante meter. Kansen om het centrum inclusiever te maken - een plek waar de schoonmaker, de beveiliger of de verpleger niet alleen komt om te werken maar ook om er te wonen - worden zo verkwanseld. Terwijl wij de afgelopen weken lazen dat het college zijn poot stijf hield in de richting van Nederlands oudste buurthuis, dat op omvallen staat, was Den Haag de afgelopen jaren een soort verzorgingsstaat voor vastgoedontwikkelaars. Nog steeds zijn we puin aan het ruimen van voormalig wethouder Revis. Na het Koningin Julianaplein en de Middenboulevard blijkt dat er nu ook extra miljoenen moeten naar Nieuw Kijkduin. Dat brengt mij bij de zogenaamde 'beleidsarme begroting'.

Naar de mening van de SP is business as usual het laatste wat we nu nodig hebben. Accepteren we bijvoorbeeld dat onze centrumwijken net zo elitair dreigen te worden als de ongelofelijk on-Haagse naam die zij van dit college hebben gekregen, Central Innovation District? Accepteren we dat de schaarse ruimte in gewilde wijken wordt volgeplempt met hotels in plaats van betaalbare woningen? Durven de progressieve collegepartijen bijvoorbeeld ook eens nee te zeggen tegen slechts 15% sociale huur in een groot bouwplan in Bezuidenhout? Durven ze nee te zeggen tegen een sportfestijn met een prijskaartje van € 6 mln. in tijden waarin de gemeente er amper in slaagt om haar meest basale handhavingstaken te vervullen? In deze raadzaal wordt vaak gesproken over de kloof die door onze stad loopt. 'Mind the gap', zei collega Kapteijns al eens. Maar dat zijn slechts loze woorden als we enkel offers durven te vragen van hen die al weinig hebben. Willen we de tweedeling te lijf gaan en voorkomen dat die kloof een ravijn wordt, dan zullen de vastgoedontwikkelaars die onze stad in hun greep hebben, moeten inbinden. Dan zullen sommige wijken van het slot moeten, zodat ook daar plek kan worden gemaakt voor hen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben. Maar we moeten ook verder durven kijken dan de materiële kloof tussen arm en rijk, ziek en gezond, zelfredzaam en hulpbehoevend.

Dan heb ik het over de kloof in vertrouwen bij mensen die dagelijks afvalbergen en andere misstanden melden maar zich afvragen of het nog zin heeft, bij mensen die jarenlang huur betalen, maar worden gekleineerd door hun woningcorporatie. Daarom staat de SP niet alleen voor een eerlijke verdeling van de welvaart, maar ook van kennis en macht. We 87

moeten als raad verder durven kijken dan de 'participatieladders' van het IJspaleis en streven naar echte democratisering, naar zeggenschap over het huis waarin je woont, ook als je geen zogenaamde 'wooncarrière' hebt gemaakt en naar zeggenschap over zaken die van ons allemaal zouden moeten zijn, zoals onze energievoorziening. Dat is uiteindelijk de echte remedie tegen de onmacht die veel sterke mensen in kwetsbare wijken nu voelen en dat is waar de SP voor zal blijven vechten. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. Het is altijd goed om te eindigen: iedereen is natuurlijk vol energie en met maximale aandacht en als jullie het hebben gemist, kan ik het mooi samenvatten voor vandaag. We hebben vandaag al veel voorbij zien komen. Het hoogtepunt of dieptepunt, hoe je het ook interpreteert, is de oproep van de grootste fractie van de stad. Die fractie doet meningloos en visieloos meermaals maar één oproep richting het college: stuur signalen naar het Rijk. Dat gebeurt uiteraard zonder de titels van de signalen prijs te geven. Dat is het nieuwe verkiezingspamflet en de slogan van Groep de Mos voor de aanstaande verkiezingen. Mocht iemand het hebben gemist: stuur signalen dus naar het Rijk. Richard de Mos (Hart voor Den Haag/Groep de Mos).

Ik moet vreselijk lachen om deze beste man, want het is natuurlijk wel zo dat de beste man dan wat gemist heeft, namelijk dat de financiën, de jeugdzorg, de agenten, de politie, de zorg en de leraren door het Rijk zwaar achterlopen. Dat zijn allemaal rijksbeslissingen, zoals de korting van € 60 mln. per jaar op het Gemeentefonds. En dan hebben we het nog niet gehad over de bevolkingsgroei. Dus ja, de algemene beschouwing heb ik daarvoor gebruikt. Ik vind het jammer dat uw partij ons daarin niet steunt, want een eendrachtig signaal richting het Rijk zal sterker zijn dan een versplinterde raad, die hier een beetje over de restjes zit te debatteren. Dat gaan we doen bij de begrotingsbehandeling. U heeft dus helaas de boot gemist, want zonder het Rijk moet hier keihard bezuinigd worden, moeten lasten omhoog en komen we gewoon geld tekort, miljoenen. Nee, wat zeg ik? Miljarden. Adeel Mahmood (NIDA). Dank voor uw bijdrage. Ik heb uw hele bijdrage heel goed kunnen volgen. We weten ook welke signalen dat zijn, maar als we u vervolgens vragen om aan te geven welke signalen dat zouden moeten zijn, geeft u niet thuis. Ik zou het echt fijner vinden als wij hier in de Haagse gemeenteraad meer gaan kijken naar welke signalen wij kunnen krijgen van onze bewoners en dat we daar vervolgens op acteren in plaats van steeds maar te wijzen naar het Rijk.

Natuurlijk is het duidelijk dat het Rijk gewoon met extra bijdragen moet komen, maar we weten ook heel goed hoeveel politieke keuzes we in onze stad kunnen maken met het budget dat we al hebben. Tegelijkertijd lees ik vandaag in de media dat we als politiek doortastender moeten zijn. We moeten het anders doen. We moeten daadkrachtiger zijn en oog hebben voor de uitdagingen van onze stad; we kennen dat wel. Beste collega-raadsleden, we roepen dit in de aanloop naar de verkiezingen, maar tegelijkertijd wordt er in coalitieverband niks getoond van deze doortastendheid. Misschien is het wel de 'stevige standvastigheid', zoals GroenLinks die blijkbaar heeft laten zien. Over signalen gesproken: ik heb net al tegen meneer De Mos gezegd dat de oplossing niet ligt in het doorgeven van signalen naar het andere Den Haag, maar juist in het opvangen van signalen van onze bewoners om daarmee de echte problemen in onze stad aan te pakken met resultaten waar je wat aan hebt. Helaas is hier de afgelopen drieënhalf jaar niet veel van terechtgekomen. Dat is een trieste constatering. We zijn inmiddels drieënhalf jaar onderweg in deze raadsperiode. Over exact een halfjaar zijn er weer nieuwe verkiezingen, maar kijk dan ook in de spiegel en vraag je af wat we de afgelopen drieënhalf jaar hebben kunnen waarmaken.

De signalen over leefbaarheid, afval op straat, afgesloten wijken, woonproblematiek, overbewoning, sloopdrang voor bewoners die niet weg willen, schimmelwoningen en rattenoverlast in de Molenwijk en de Moerwijk. Vandaag kwam het bericht, als de smet op de taart, dat Laakkwartier de slechtst scorende wijk van heel het land is. De prioriteiten van dit college zijn wel duidelijk en ik feliciteer het college met deze mooie plek onderaan. We hebben ook andere signalen van onze burgers: van het failliet van de overheid in het toeslagenschandaal tot geen goede vooruitzichten voor onze jongeren en achterstanden bij onze kinderen door de coronacrisis en onderadvisering. Ik hoorde de VVD net zeggen - meneer De Graaf is er nu even niet - dat het fijn is dat het dit jaar meeviel in Scheveningen, maar het stelt me teleur dat ik niet één signaal van onze stadsgenoten heb gekregen met bijvoorbeeld deze strekking: 'Hé, Adeel, ik heb na tig jaar een woning kunnen vinden' of 'Hé, mijn straat is groener geworden'. Ik heb ook geen 88

signaal gekregen dat het vertrouwen in de politiek is toegenomen, dat de versteende wijken leefbaarder zijn geworden of dat de straat veiliger is geworden. Nee, want ik was twee dagen terug nog getuige van een ernstig ongeluk op de Vaillantlaan. Althans, mijn oren waren getuigen van een enorme knal. Het was die dag het tweede ongeluk binnen vier uur ter hoogte van basisschool 't Palet, begreep ik van de aanwezigen op straat. Dat zijn allerlei signalen die aangeven dat dit college niet heeft kunnen zorgen voor een positieve verandering. De straten zijn nog even grijs, onveilig en vies als drieënhalf jaar terug, als het al niet erger is geworden. De terechte vraag is dan ook wat de colleges - ja, we hebben er twee gehad - de afgelopen periode hebben gedaan. Loze beloften en een lui college, waarbij geen daadkracht te ervaren is. Of partijen in een parallelle samenleving, zoals GroenLinks, dat vindt dat de Schilderswijk stevig is vergroend. Ook 'stad van vrede en recht' blijft terugkomen. Zolang de basis niet op orde is, kunnen wij niet de stad van vrede en recht zijn of, zoals de heer Kruis net keurig in het Arabisch vertaalde, 'Dar es Salaam' oftewel 'huis van de vrede'. We hebben een huis van vrede en recht nodig. Laat daar geen misverstand over zijn, maar we hebben geen kamertjes van vrede en recht.

Het gaat dus niet alleen om goede leefbaarheid in bepaalde delen van onze stad, bijvoorbeeld Scheveningen of Benoordenhout, maar juist in de wijken waar het niveau flink omhoog moet. Kijk naar wat de bewoners vinden van het Laakkwartier. Welke prioriteit ging en gaat er straks naar de aanpak van dit soort wijken en naar de bewoners, die het allang zat zijn? Ik heb daar een hard hoofd in. Ik kreeg vorige week bij een werkbezoek aan de Molenwijk huizen van onze bewoners te zien vol schimmel en ratten. Nog vijf jaar lang moeten zij wachten totdat Vestia de allang afgeschreven woningen gaat slopen. Nog vijf jaar in ongezonde woningen voor bewoners die aan de pufjes zijn overgelaten en die maar katten in huis moeten nemen als oplossing tegen de muizen. Maar dat is niet alles. Het doet de bewoners vooral ook zeer dat hun vertrouwen in de politiek een flinke deuk oploopt, want waar collega Arp nog betrokken is en opkomt voor die bewoners, heeft één ex-collega, raadslid Balster, het laten afweten. Hij wilde wel strijden voor die bewoners toen hij raadslid was, maar als wethouder geeft hij niet meer thuis. Er zijn nog genoeg andere voorbeelden van wel zeggen en beleven maar niet doen.

Hoe kunnen wij dan verwachten dat onze bewoners het vertrouwen in de politiek terugkrijgen? Zoals ik al heb betoogd, is de staat van onze stad wat NIDA betreft niet rechtvaardig, want hoelang mag het nog duren voordat het tij wordt gekeerd? Hoelang mag het nog duren voordat het vertrouwen in het verkrijgen van een betaalbare of gezonde woning dichtbij komt? Hoelang mag het nog duren voordat de tevredenheidscijfers in alle wijken minstens naar een voldoende niveau stijgen? Jullie denken: is hij misschien aan het dromen, met wishful thinking? Nee, politieke keuzes kunnen hiervoor zorgen. De keuzes die hiervoor nodig zijn, zie ik helaas niet bij dit college en de coalitiepartijen. Het is maar goed dat deze periode tot een einde komt, want het leek er in alle opzichten op dat er alleen op de winkel wordt gepast totdat het zoveelste collegelid zou vertrekken. Er zijn keuzes nodig die ervoor zorgen dat ook de meest kwetsbaren door de crisis heen komen. Er zijn grote onderwijsachterstanden. Er groeit een generatie op zonder uitzicht op goede en betaalbare woonvoorzieningen, zonder vermogensopbouw. De portemonnee loopt leeg op de huur, als je al een slaapplek hebt. En ga zo maar door. Dan zijn de luxe-uitgaven van dit college niet uit te leggen. Althans, dat kan ik niet doen richting de bewoners van onze stad. De tijd dwingt ons om prioriteiten te stellen.

Hopelijk kan hier in de volgende periode een begin mee gemaakt worden, want als er de afgelopen jaren ergens een gebrek aan was, was dat het gebrek aan concreetheid in de vele beleidsvoorstellen die we langs hebben zien komen op het gebied van armoede, op het gebied van de aanpak van discriminatie en op het gebied van jezelf thuis mogen en kunnen voelen in onze stad. Iedereen als onderdeel van de familie van onze burgemeester, maar ook van elkaar. Wat NIDA betreft zal hierbij de burgerparticipatie in de meest kwetsbare wijken voorop moeten komen te staan. Ik kan nog een tijdje doorgaan met hetzelfde verhaal, maar ik kom tot de afronding, want ik denk dat het wel duidelijk is. Ik hoop dat onze bewoners kunnen rekenen op een rechtvaardige overheid, iets kunnen merken van een betere leefbaarheid en toekomstperspectief en kunnen rekenen op een nieuw college, dat zich daadwerkelijk verantwoordelijk voelt voor alle inwoners. Voor de komende periode zullen wij binnenkort natuurlijk de programmabegroting behandelen. We zullen onze visie daarop loslaten en we zullen met voorstellen komen, maar als het alleen maar meer woorden worden zonder daden, zie ik het somber in.

89

De voorzitter. Daarmee zijn we na bijna zeven uur aan het eind gekomen van de eerste termijn van de gemeenteraad in de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik stel voor om tien minuten te schorsen en het woord dan aan de wethouder Financiën te geven. De vergadering wordt van 16.24 uur tot 16.34 uur geschorst. De voorzitter. U bent sinds vanochtend 10.00 uur in beraadslaging en u heeft zojuist uw eerste termijn afgerond. Er zijn niet heel veel vragen gesteld, maar wel een aantal. Er zijn ook moties ingediend waarover we pas op 8 oktober zullen stemmen, maar wellicht kan het college daar toch een eerste reactie op geven. De collegeleden zullen kort en bondig reageren en ook alleen als er vragen zijn gesteld; ze zullen dus geen nieuwe vragen verzinnen. Even voor alle zekerheid: wij vermoeden dat er geen vragen zijn gesteld over de portefeuille van wethouder Bruines; dat heb ik even met de raadsgriffier doorgenomen. Klopt dat? Wethouder Parbhudayal zal reageren op de motie Open highway. Ik denk dus dat u kunt gaan, wethouder Bruines. Zij heeft immers een verplichting om ons te vertegenwoordigen. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Dank aan de raadsleden voor alle opmerkingen en vragen. Dit zijn echt de Algemene Beschouwingen. De fracties geven hun visie op de stad, benadrukken nog eens wat ze belangrijk vinden en onderstrepen een aantal zaken.

Het debat heeft eigenlijk ook het karakter van een soort inleidende beschietingen voor de verkiezingen. Ik heb geturfd en ik heb een aantal malen de termen 'verkiezingen', 'nieuwe collegeperiode' en 'lijsttrekker' gehoord. Kortom, ik merk dat fracties warmdraaien voor de verkiezingen en dat dat dit debat ook karakteriseert. Een aantal opmerkingen als wethouder Financiën. Er is al gezegd dat de financiële rek eruit is en dat er zwaar weer dreigt; dat staat ook in de begroting. We hebben een begroting van in totaal € 2,9 mld. Het is de laatste begroting van het college in deze samenstelling. Daarom is zij vooral beleidsarm. Er zijn een aantal grote onzekerheden. Er zijn de te lage uitkeringen van het Rijk voor de bijstand. We hebben een arbitragezaak gehad en gewonnen. We willen ook nog graag geld voor de jeugdzorg en voor de Wmo; dat willen niet alleen wij maar ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, dus wij allemaal. Wordt de opschalingskorting nou afgeschaft of niet? Het is onduidelijk hoe een nieuw kabinet omgaat met de overheidsfinanciën; dat is onzeker. Corona is onzeker: hoelang blijft die nog bij ons en krijgen we daar voldoende compensatie voor? Ook specifiek voor Den Haag zijn er een aantal onzekerheden, om te beginnen de herijking van het Gemeentefonds. Daar zijn sommen voor gemaakt door het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Daarmee zouden wij er op dit moment structureel zo'n € 33 mln. op achteruitgaan. Onze algemene reserve is te laag. De suggestie om dan maar geen vastgoed te verkopen, is dus geen handige, want dan wordt die reserve nog lager. We schatten in dat we eind volgend jaar zo'n € 51 mln. hebben en we hebben in de algemene reserve eigenlijk meer dan € 100 mln. nodig. Dus doorgaan met de verkoop van vastgoed. Ik zei al dat deze begroting vol onzekerheden is. We hebben een aantal incidentele meevallers die we gebruiken. De Rotterdamsebaan valt bijvoorbeeld mee; dat is een meevaller van zo'n € 45 mln.; dat noem ik toch maar eens. Ten eerste levert dit geld op, maar ik wil daarmee ook laten zien dat er projecten zijn waar geld overblijft; dat blijft weleens onderbelicht. We hebben als college gezegd: er zijn zoveel onzekerheden; als we nou gaan bezuinigen, bezuinigen we dan genoeg of bezuinigen we te veel? Het is heel onzeker. Vandaar dat we hebben gezegd dat het aan een nieuw college is om die keuzes te maken. Daar is ook instrumentarium voor. Vorig jaar is de motie van de heer De Graaf c.s. aangenomen die het college oproept om onderzoek te doen naar inkomstenverhogende of uitgavenbeperkende maatregelen. Dat is een technische exercitie die onder leiding van Hans van der Vlist wordt uitgevoerd. Wij verwachten dat de resultaten daarvan eind dit jaar bekend zijn.

Dan kunnen partijen in de campagne, in de onderhandelingen of wanneer ze dat ook maar willen, hun voordeel doen met deze menukaart. Het is voor het eerst dat dit in Den Haag gebeurt. Daar zitten dus de mogelijkheden. Mevrouw Tseggai zei het al: er hoeft niks; het is een technische exercitie. Er staat alleen wat er kan. Vervolgens is het aan de politiek om te besluiten of men of jullie dat willen. Dan nog over de lobby; daar werd naar gevraagd. Wij maken een vuist naar het Rijk. Ik zei al dat we dat doen met de VNG met betrekking tot de jeugd en de Wmo. Dat heeft al tot het resultaat geleid dat we incidenteel geld krijgen, niet alleen wij maar ook de gemeenten, maar die lobby moeten 90

we natuurlijk doorzetten. Wij zijn zelf ook bezig richting het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ik heb u een paar maanden geleden nog gezegd dat de eerste sommen aangaven dat wij er € 60 mln. op achteruit zouden gaan. Met de vier grote steden hebben we onderzoek gedaan: was dat nou terecht of niet? Inmiddels is die € 60 mln. verlaagd naar € 33 mln. over vier jaar. Je wilt natuurlijk geen min; je wilt liever een plus, maar ook die lobby leidde dus wel tot iets. We hebben met de minister van Binnenlandse Zaken ook afgesproken dat er een onderzoek komt naar de grootstedelijke kosten van de G4 en of het nou terecht is dat deze steden minder zouden krijgen. Robert Barker (PvdD). De wethouder heeft het steeds over 'een beleidsarme begroting', maar dat matcht toch niet met het feit dat er voor € 32 mln. aan intensiveringen in staan? Dat matcht alleen met het idee dat hij ervoor heeft gekozen om eenmalige uitgaven allemaal te verspreiden als cadeautjes en dat hij niet het structurele gat heeft aangepakt. Als de wethouder er echt van overtuigd was dat hij een beleidsarme begroting presenteert, zou hij niet € 32 mln. aan cadeautjes uitstrooien. Wethouder Mulder (VVD). Dit zijn geen cadeautjes.

Vorige week of de week daarvoor hadden de heer Barker en ik een discussie over de termijn van het verlenen van vergunningen: is die termijn niet te lang? Voor dat soort zaken, voor dienstverlening, trekken wij geld uit. Dat is geen cadeautje; dat is gewoon een belofte aan de bevolking van Den Haag om dingen tijdig te doen. Dit zijn dus geen cadeautjes; dit is het oplossen van knelpunten. Dat woord 'cadeautjes' zou ik dus niet snel gebruiken. Ik denk dat dat ook voor de heer Barker geldt als hij hoort wat ik net heb gezegd: dit moet op orde en ik heb vorige week gemerkt dat de heer Barker dat zelf ook vindt. Robert Barker (PvdD). Het wil niet zeggen dat mijn fractie niet blij is met een aantal van die cadeautjes, want met cadeautjes kan je blij zijn. Ook wij zijn blij met een aantal cadeautjes en wij zijn ook blij op het punt van dierenwelzijn, maar het blijft een feit dat een begroting niet beleidsarm is als er gekozen wordt voor € 32 mln. aan intensiveringen. Ik vraag de wethouder dus waarom hij spreekt van 'beleidsarm' en waarom hij ervoor kiest om niet het structurele tekort aan te pakken maar er alleen voor kiest om het incidentele tekort aan te vullen met die cadeautjes. Wethouder Mulder (VVD). Je ziet dat het precies is zoals de heer Barker zegt: er is geen structureel extra geld. We hebben dus vooral de knelpunten opgelost; dat is wat we hebben gedaan.

Dat leidt ertoe dat er in de begroting een structureel tekort zit van € 19 mln. Daarvan zeggen wij dat dat zo onzeker is dat het aan een nieuw college is om de echte beleidsmaatregelen te nemen, want ook bezuinigingen zijn vrij beleidsrijk. We hebben dus de knelpunten opgelost en hebben structureel niks gedaan, ook geen structurele cadeautjes voor knelpunten, maar wat we konden oplossen, hebben we opgelost en we hebben ervoor gezorgd dat er in 2022 een sluitende begroting ligt. De voorzitter. De laatste keer, meneer Barker. Robert Barker (PvdD). De wethouder zegt terecht dat er structureel niks is gedaan, terwijl er een probleem is in de begroting. Bloedt het hart van deze VVD-wethouder niet als hij met een begroting komt waarin structureel niks is gedaan, terwijl er een tekort van € 19 mln. is? De reserve is uitgeput, zodat hij - als er wellicht weer een VVD-wethouder op Financiën zou zitten - een gigantisch probleem overgedragen heeft gekregen. Wethouder Mulder (VVD). Dat weet je nou juist niet zeker. Je weet niet of het € 19 mln. is en of we worden gecompenseerd. Als dat gebeurt, is dat probleem gelijk weg en dan zou je allerlei maatregelen genomen hebben die dan niet nodig blijken te zijn. Vandaar dat we hebben gezegd: er zijn zoveel onzekerheden en we zijn afhankelijk van compensatie door het Rijk; daarom dienen wij deze begroting in.

Daar zeg ik bij - dat heb ik ook al gezegd - dat een nieuw college dan die nieuwe beleidskeuzes gaat maken. Daar kan de uitvoering van de motie-De Graaf, die hier bijna unaniem is aangenomen, enorm bij helpen, omdat we voor het eerst een menukaart hebben waar we uit kunnen kiezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10624696/3