RIS310032 Bijlage
Tekst van het document
De gastdocent maakt gebruik van een grote PowerPointpresentatie waaruit onderdelen worden gehaald om in een les te behandelen. De volgorde van thema’s die behandeld worden in de lessen en de gebruikte voorbeelden wisselen per les en worden op de doelgroep en actualiteit aangepast. Zo werd de moord op Samuel Paty aangehaald om met leerlingen te praten over cartoons van de profeet Mohammed in het kader van vrijheid van meningsuiting. Er is een aantal belemmeringen van de lessen geobserveerd. Zo blijkt dat de VIP-lessen niet altijd even lang duren. Op de basisschool zijn twee lessen van twee uur gegeven, op het mbo en vmbo basis/kader was het één les van 1,5 uur. Omwille van de tijd wordt soms niet elk onderdeel van de les even uitgebreid of compleet behandeld. Verder waren de lessen niet altijd even gestructureerd (o.a. doordat er zoveel op de antwoorden van leerlingen werd in gegaan, maar bij het mbo bijvoorbeeld ook vanwege technische problemen en veel inloop van leerlingen tijdens de les omdat het i.v.m. Covid-19 ineens de laatste lesdag voor de kerstvakantie was). Het ad hoc reageren op antwoorden van leerlingen leidde ertoe dat de gastdocent vaak moest zoeken in de PowerPoint wat ze op dat moment wilde behandelen. Verder werd de lesstof soms erg snel behandeld, of werd in de laatste 5-10 minuten van de les nog een nieuw en gevoelig onderwerp aangesneden.
Dit leidde in de geobserveerde lessen tot een rommelige afronding van de VIP-les.
22
Succes- en belemmerende factoren VIP-lessen Uit de observaties kwam een aantal succesfactoren, waar leerlingen goed en enthousiast op reageerden, te benoemen van de VIP-lessen: • De rollenspellen (gesimuleerd debat). Met name op de basisschool zijn de leerlingen erg enthousiast over de rollenspellen en steken ze allemaal hun hand op als de gastdocent vraagt wie dat wil doen. In de brugklas en het mbo gaat deelname schoorvoetend, maar vinden leerlingen het uiteindelijk wel heel leuk om te doen. In de rollenspellen moedigt de gastdocent de leerlingen aan met argumenten te komen voor een gesimuleerd debat. Wanneer een zogenaamd argument niet goed is, wordt op een stimulerende manier doorgevraagd en leerlingen worden gecomplimenteerd als ze goede argumenten geven. De gastdocent schuwt geen controverse door ‘de boeman’ in het debat (vaak in de vorm van Geert Wilders) te spelen. Hierbij wordt expliciet aan leerlingen uitgelegd dat dit een rol is die de gastdocent aanneemt, maar dat daarmee wel de andere kant van het debat getoond wordt. Op deze manier laat de gastdocent zien dat en hoe je op een respectvolle manier een discussie met iemand aan kan gaan die andere meningen/argumenten heeft dan jijzelf. • De filmpjes. Met name het filmpje van Malala maakt indruk op de leerlingen, dat iemand uit zo’n nare ervaring toch anderen kan vergeven.
De gastdocent benadrukt dit ook expliciet terwijl het filmpje wordt vertoond in de vmbo-klas. Ze zegt “hoor wat ze zegt”, op het moment dat Malala vertelt dat ze niet boos is op de mannen van de Taliban en hen juist vanuit haar religie vergeeft. De klas is muisstil en luistert aandachtig op dat moment. In groep 8 reageren twee leerlingen verbaasd dat Malala niet boos is op haar aanvallers. Een meisje geeft aan “ze raakte me.” De gastdocent gaat in op hoe mooi het is om vanuit je geloof iemand te kunnen vergeven. • De leerlingen reageren goed op de gastdocent zelf, met name door de persoonlijke anekdotes die gedeeld worden en doordat zij als rolmodel gezien wordt. De persoonlijke anekdotes worden ingegeven door haar carrière, haar tijd in Zuid-Afrika (bij het filmpje over Mandela), een vriendin die in een concentratiekamp heeft gezeten (bij het filmpje over Anne Frank), haar Marokkaanse roots en haar eigen familie (bijvoorbeeld over hoe ze aan familieleden die zich gediscrimineerd voelen uitlegt dat je niks opschiet met verwijten roepen naar iemand maar beter op een beargumenteerde manier in gesprek met diegene kunt gaan, dan zomaar iemand uitmaken voor racist of iets soortgelijks). Deze anekdotes dragen eraan bij dat de leerlingen de gastdocent als rolmodel zien.
De gastdocent heeft een niet-Nederlandse afkomst, heeft een interessante politieke carrière gehad en komt wereldwijs over. Dit maakt dat ze door veel leerlingen (in de geobserveerde klassen ook veelal van niet-Nederlandse afkomst) als rolmodel wordt gezien. Deze persoonlijke noot versterkt daarnaast de geloofwaardigheid als trainer omdat de gastdocent bijvoorbeeld zelf ook gediscrimineerd is op basis van haar afkomst. Hierdoor weet ze waar ze het over heeft en waar de leerlingen mee te maken (kunnen) krijgen. We hebben ook een aantal minder goede aspecten, of belemmerende factoren geobserveerd. De leerlingen reageerden minder aandachtig of enthousiast op of door: 23
•
•
•
•
Gebrek aan structuur. De lessen lijken van de ‘hak op de tak’ te gaan. Dit werd enerzijds veroorzaakt doordat de gastdocent inging op antwoorden van de leerlingen en in die beantwoording een heel ander onderwerp aansneed dan op dat moment behandeld werd. Anderzijds werd deze ad hoc-structuur veroorzaakt door het zoeken in de PowerPointpresentatie en de gastdocent slides tegenkomt die dan getoond worden. Bij de observatie van groep 8 vroeg de gastdocent eerst aan de klas of het hen zou kwetsen als er een lelijke cartoon van Rutte of Jezus wordt gemaakt, of dat in de krant mag. Vervolgens werd de PowerPointpresentatie erbij gepakt en toen de slides over de Grondwetsartikelen van de vorige dag voorbij kwamen, begon de gastdocent abrupt daarover en vroeg een leerling om artikel 7 voor te lezen. Hier werden de leerlingen wat onrustig van en qua groepsdynamiek lijkt het erop dat dit gebrek aan structuur de drukte die soms al aanwezig is in de klassen versterkt. Gebruik van de PowerPoint. Op de manier zoals hierboven beschreven, werkt de PowerPointpresentatie, bedoeld ter ondersteuning van de lessen, eerder verwarrend dan ondersteunend. Het ‘skippen’ van de vele slides om bij de slide te komen waar het onderwerp van dat moment op staat helpt de leerlingen niet hun aandacht bij de les te houden.
Uit de observaties kwam naar voren dat niet alle leerlingen het voorlezen van de artikelen in de Grondwet op de PowerPoint even leuk vinden. De jongste leerlingen (groep 7) vinden het nog spannend om de tekst goed voor te lezen en steken hun hand op als de gastdocent vraagt wie dit wil doen. Onder oudere leerlingen lijkt er frisse tegenzin te zijn om tekst voor te lezen en moet er iemand aangewezen worden om dit te doen, bijvoorbeeld op het mbo. De lengte van de lessen en het gebrek aan structuur zorgt ervoor dat niet alle lesstof wordt behandeld. Zo is bij een van de geobserveerde lessen enkel artikel 1 van de Grondwet behandeld. Door de vele variaties in de VIP-lessen is de vraag ook wat er precies in één les behandeld zou moeten worden. Het aansnijden van een gevoelig onderwerp aan het eind van de les kan tot verhitte discussies leiden waar niet afdoende op kan worden ingegaan. Zo werd zowel in de lessen op de basisschool als op het mbo in het laatste kwartier van de les gestart met de behandeling van het verspreiden van cartoons van de profeet Mohammed (in het kader van vrijheid van meningsuiting en naar aanleiding van de moord op Samuel Paty). In deze groepen waren veel leerlingen moslim en hadden zij een sterke mening over deze cartoons.
Op de vraag wat leerlingen zouden doen als ze een dergelijke cartoon in de klas zouden zien hangen, antwoordde een leerling bijvoorbeeld “ik zou de cartoon verscheuren” en andere leerlingen gaven aan de les dan bijvoorbeeld niet te volgen. Door het late aankaarten van het onderwerp is er geen ruimte meer in de gastles om aandacht te geven aan deze sentimenten en moest de gastdocent de les hierna afronden.
Interactie tussen gastdocent, leerlingen en docent De gastdocent weet goed in te gaan op de antwoorden van de leerlingen en geeft leerlingen het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt. De gastdocent vraagt vaak waarom een leerling iets vindt en laat hen daardoor (kritisch) nadenken. Verder is de gastdocent complimenteus naar leerlingen wanneer ze een goed antwoord geven (“goed gedaan”, “mooi verwoord”) 24
maar kan ook streng zijn wanneer een leerling te ver gaat en een grote mond wordt niet getolereerd. De gastdocent gaat snel in op reacties van leerlingen, zoals twee jongens die lachen als het over homo’s gaat (gastdocent direct: “Je bent de enige die lacht”). Verder valt op dat de gastdocent goed aansluit bij en zich aanpast aan de klas die zij op dat moment voor zich heeft. Bij groep 7 wordt bijvoorbeeld meer stilgestaan bij mogelijk moeilijke woorden zoals discriminatie. Het begrip wordt uitgelegd en per lettergreep gearticuleerd. Op het mbo sluit de gastdocent goed aan bij de leefwereld van de studenten door de link te leggen met situaties die zij kennen uit werk of stage. De gastdocent gaat op een sympathieke manier om met de docenten en heeft duidelijk voorafgaand aan de lessen contact met de docent gehad. Bij docenten die de gastdocent al langer kent wordt bijvoorbeeld ook gevraagd hoe het met de kinderen van de docent zelf gaat. In de lessen dragen de docenten bij aan het behouden van de orde in de klas. Zij corrigeren kinderen waar nodig of zetten ze ergens anders in de klas neer. Deze hulp van de docenten draagt eraan bij dat de gastdocent met haar les door kan gaan, ook wanneer sommige leerlingen onrust stoken.
Tijdens de observaties is ook opgevallen dat de interactielijnen vooral tussen gastdocent leerling (individueel of in duo) en niet zozeer tussen leerlingen onderling zijn. De gastdocent vertelt veel en vraagt regelmatig aan de hele klas wat zij ergens van vinden of vanaf weten, maar vraagt door op het antwoord van één leerling. Ook bij de rollenspellen, waar de gastdocent een partij vertegenwoordigt, zijn de interactielijnen voornamelijk gastdocentleerling en is er weinig debat of discussie tussen leerlingen onderling. Hierdoor verslapt de aandacht van de leerlingen die geen actieve bijdrage aan het rollenspel hebben. Dat kan ertoe leiden, zoals bij de rollenspellen het geval is, dat de aandacht van de leerlingen die niet aan het rollenspel meedoen verslapt. 3.1.2 Perspectief leerlingen VIP Het perspectief van de leerlingen is met name op basis van de interviews (focusgroepen) in kaart gebracht. De interviews zijn gehouden met leerlingen van groep 8, de derde klas vmbo TL, en de leerlingen van de mbo-entreeklas. Algemene indruk VIP-lessen Alle geïnterviewde leerlingen zouden vaker een VIP-les of les zoals VIP willen.
Ze gaven daarbij aan dat “het je laat denken over de wereld en over racisme en ervoor zorgt dat je meer respect krijgt voor andere mensen.” Wat hen aanspreekt is de manier van lesgeven, in het bijzonder de werkvormen die gebruikt worden en de thema’s die besproken worden. Zo noemen de leerlingen de rollenspellen en het met de klas in discussie gaan als favoriete onderdelen. Op alle niveaus wordt beaamd dat de discussie en het gesprek met elkaar in de klas leuker is “dan het alleen doen uit het boek.” Wat betreft de thema’s die besproken worden, noemen de leerlingen met name discriminatie en racisme als interessante behandelde thema’s. Meer algemeen helpt de VIP-les hen om “beter zicht op zaken die in de maatschappij spelen” te krijgen. Op het mbo geven de leerlingen aan dat ze het interessant vonden om dieper op de maatschappelijke thema’s in te gaan met de klas, hoewel het soms lastig blijft 25
wat nou wel en niet mag in Nederland. “Je kan wel iets zeggen, maar dat kan ook kwetsend zijn. Wat het ook is, het kan toch iemand kwetsen en dat gevoel blijft. Zet dan een grens aan de vrijheid van meningsuiting.” Leukst/interessantst aan de VIP lessen De leerlingen noemen verschillende aspecten die ze als het leukst of interessantst hebben ervaren. Qua inhoud komen de volgende aspecten naar voren uit de interviews: • Vooral de basisschoolleerlingen noemen specifiek de artikelen van de Grondwet. Zo vond een basisschoolleerling “artikel 1 heel interessant. Ik begreep eerst niet wat discriminatie was en nu wel.” • De leerlingen van de andere onderwijsniveaus noemen meer in het algemeen de onderwerpen en maatschappelijke thema’s die aan bod zijn gekomen: “Leuk en leerzaam dat je de Grondwet beter kent, maar ook de onderwerpen zoals afwijzing op werk, haat naar homoseksuelen, discriminatie en transgenderwc vond ik interessant.” Een andere leerling noemde “Dat in andere landen mensen niks te zeggen hebben vond ik heel interessant. Ik was me daar niet helemaal van bewust.” Leerlingen van het mbo gaven aan dat ze het gesprek over religie en vooroordelen erg interessant vonden. Een leerling noemt o.a. “We hebben het ook nog over de IS gehad. Ik dacht dat ze wilden dat iedereen die niet gelooft gelovig wordt. Maar ze willen juist terug naar hoe het vroeger was.
Met meerdere vrouwen getrouwd zijn etc. Ik vroeg me al af wat ze willen, dat wist ik niet, dat vond ik heel interessant.” Als het gaat om de gebruikte werkvormen noemen leerlingen van alle niveaus de volgende aspecten: • Filmpje Malala. Veel leerlingen vonden het filmpje en gesprek over Malala erg interessant en indrukwekkend. “Het gedeelte over Malala vond ik het meest interessant, dat ze werd neergeschoten en er bovenop kwam.” • Daarnaast wordt met name het rollenspel aangehaald door de vmbo- en mboleerlingen als meest leuk en interessant aan de les. Zij zeggen bijvoorbeeld “In het rollenspel liet de gastdocent zien hoe iemand kan reageren als hij het niet eens is met bijvoorbeeld een transgenderwc. Een klasgenoot speelde iemand die de wc had voorgesteld. Het rollenspel en de manier van uitdrukken heeft bij mij echt indruk gemaakt, je kon je echt verplaatsen in de gebeurtenis.” De rollenspellen sprongen er voor de leerlingen uit en zorgden ervoor dat ze de stof beter eigen konden maken dan wanneer ze het uit een boek zouden leren, want “Het rollenspel maakt dat het meer binnenkwam.” Ook het plaatsen van de rollenspellen in de context door de gastdocent werd gewaardeerd door leerlingen “Het was ook fijn dat ze uitleg gaf tijdens die gesprekken.
Ze kon helder overbrengen wat de betekenis was van de rollenspellen die ze deed.” Minder leuk/interessant aan VIP lessen Op de vraag wat leerlingen minder leuk of interessant vonden aan de VIP-lessen, moesten ze veelal even nadenken. Opvallend daarbij is dat de genoemde punten verschillen per opleidingsniveau: 26
•
•
•
Over de duur van de les zeiden de basisschoolleerlingen “We moesten wel lang zitten” waardoor het “Lastig was om te blijven concentreren.” Een leerling gaf aan dat het net iets te lang was. “Voor groep 8’ers net oké, maar voor groep 7 écht te lang.” Deze leerlingen hadden twee VIP-lessen van 2 uur gehad. Een leerling van het vmbo, die twee VIP-lessen van 50 minuten hadden, vond juist “Het had daarnaast wat uitgebreider mogen zijn, het ging nu supersnel. We hadden langer kunnen praten over onderwerpen dan dat we nu deden.” De vmbo-leerlingen noemden de structuur van de les, of het gebrek daaraan, als minder leuk aspect. “Ik vond het een beetje irritant dat ze een heel nette PowerPointpresentatie had, maar die eigenlijk niet echt gestructureerd gebruikte. Wanneer ze ergens over ging vertellen kwamen er veel vragen uit de klas, waardoor ze van haar verhaal en de PowerPoint afweek. Ze heeft zich dus niet gehouden aan wat ze plan was te vertellen, doordat er vanuit de klas heel veel vragen kwamen. Daardoor werd er veel van onderwerp geswitcht. Ik had het fijner gevonden als ze verhalen had afgemaakt en er niet de hele tijd iets doorheen ging.” Dit werd beaamd door een klasgenoot: “Ze ging snel van onderwerpen af door vragen van de kinderen.
Iedereen raakt dan afgeleid, en op het moment dat ze verder gaat met een verhaal ben je alweer vergeten waar het over ging.” Het ingaan op de reacties van leerlingen wordt door sommige leerlingen dus als storend voor het geheel van de les gezien. Op het mbo gaven de leerlingen aan dat thema’s als religie en discriminatie al eerder behandeld waren in de burgerschapslessen. “We wisten het eigenlijk al. We hebben burgerschap en daar komen die onderwerpen ook naar voren. Het is goed om te doen maar eigenlijk hoeft het niet zo.” Een andere leerling zei “Vooral dit jaar komt het heel veel ter sprake, dan denk je: gaan we weer.”
Meerwaarde & onderscheid VIP-lessen Hoewel met name de basisschool- en mbo-leerlingen inhoudelijk overeenkomsten zien tussen de VIP-les(sen) en vakken uit hun gewone curriculum, onderscheidt VIP zich van het gewone curriculum door de verscheidenheid aan maatschappelijke thema’s in één les, de manier van lesgeven en gebruikte werkvormen en de gastdocent zelf. De maatschappelijke thema’s die in de VIP-lessen naar voren komen vinden de leerlingen erg interessant en daarom zouden ze het daar wel vaker over willen hebben: “Ik zou heel graag meer gastlessen willen, je krijgt er ook beter zicht op zaken die in de maatschappij spelen.” En “het laat je denken over de wereld en over racisme, meer respect voor andere mensen.” Door de vmbo- en basisschoolleerlingen werd de verscheidenheid aan behandelde onderwerpen in één les genoemd als iets wat VIP anders maakt dan de normale lessen. Sommige leerlingen geven daarbij aan dat ze dieper op de thema’s uit de VIP-lessen willen in gaan “De thema’s zou ik ook vaker willen aangaan (zoals ras en uiterlijk, artikel 1 en 7).
We hebben veel geleerd in de lessen, maar meer kan nooit kwaad.” Andere leerlingen geven juist aan dat ze graag ook andere maatschappelijke thema’s zouden willen bespreken als ze meer VIP-lessen zouden hebben: “De les hoeft niet per se over hetzelfde artikel te gaan, maar het kan ook over andere artikelen gaan.” Een leerling trekt een parallel met scheikunde: “Ja, maar 27
dan met andere onderwerpen, meer experimenteren. Een beetje zoals met scheikunde dat je dan een proef doet met chemicaliën en twee dingen bij elkaar doet.” De manier waarop de VIP-lessen gegeven werden, werd door alle leerlingen benoemd als onderscheidend. Dit kwam door de werkvormen (rollenspellen en het in discussie gaan met elkaar) en doordat er geen lesboek wordt gebruikt. Zo is er bij de burgerschapslessen op het mbo “maar een klein verhaaltje in het boek en daar moet je je eigen ding van maken. Veel meer vanuit jezelf. Bij deze VIP-les krijg je ook andere dingen mee en hoe anderen erover denken.” Die lessen worden vanuit een boek gegeven, waarbij leerlingen voor zichzelf moeten reflecteren op de behandelde thema’s. Het interactieve aspect van VIP en het feit dat er geen lesboek wordt gebruikt, wordt door hen gewaardeerd.: De boeken zijn saai, maar leerzaam: met een rollenspel is het leuker. Dan weet je ook hoe je actie moet ondernemen in verschillende situaties en wat je moet gaan doen.” Over het klassikale discussiëren en debatteren zegt een leerling: “Ik vond het leuk om met elkaar in discussie te gaan, om de mening van iedereen te horen.” Het werd als een leukere en leerzamere les gezien dan een les ‘uit de boeken’: “je leert meer dan uit de boeken, omdat je zoveel met elkaar praat.
Dat is leuker.” Op de basisschool merkten de leerlingen op “bij de meeste lessen moeten we heel stil zijn, en nu gaan we juist in discussie en met argumenten en voorbeelden.” En de gastdocent “gaat specifiek in op het antwoord wat je geeft.” Bij de VIP-lessen hoeven de leerlingen niet alleen te luisteren en voor zichzelf na te denken, zoals bij veel reguliere lessen het geval is. Hier wordt juist het interactieve, het met elkaar in discussie gaan gestimuleerd. Dat een gastdocent deze les geeft, op een andere manier dan de eigen docent, maakt dat het een andere les is dan ‘gewoon’: “Leuk voor de afwisseling dat het totaal iemand anders is, die totaal iets anders vertelt op een andere manier. De gastdocent doet heel veel met haar handen/haar lichaam, beeldt heel veel uit. Heel leuk omdat dat anders is dan anders. Het maakt dat het leuk is om naar te luisteren en om te zien, omdat ze veel uitbeeldt.” Leeropbrengst De leerlingen geven aan een aantal aspecten geleerd te hebben van de VIP-lessen. Dat betreft opgedane kennis en een handelingskader. De opgedane kennis die de leerlingen noemen betreft met name de volgende onderwerpen: • De Grondwet. De leerlingen van de basisschool en het vmbo benoemen expliciet dat ze over de Grondwet geleerd hebben “Voor mij zou het de Grondwet zijn.
Niemand gaat uit zichzelf de Grondwet lezen, en nu krijg je dat toch mee.” De leerlingen op het mbo benoemen niet de Grondwet specifiek, maar benoemen wel net als de basisschool- en vmbo-leerlingen discriminatie en vrijheid van meningsuiting als specifieke thema’s. • Over de vrijheid van meningsuiting antwoordden leerlingen het volgende onthouden te hebben: “Vrijheid van meningsuiting, dat is me het meest bijgebleven. Ook omdat de gastdocent dingen ging uitbeelden, zij speelde bijvoorbeeld de “slechterik” (degene die een andere mening heeft dan de klas), waarbij ze benadrukte dat ook dit vrijheid van meningsuiting is. Dat was heel interessant en heb ik onthouden.” Een andere leerling zegt “Vrijheid van meningsuiting. Dat je geen labels moet plakken op mensen en mensen niet in hokjes moet plaatsen.” De leerlingen refereerden hierbij ook aan de 28
rollenspellen: “Een rollenspel waarin het ging om een dame (de juf maatschappijleer speelde deze rol), die lesbisch was en ging solliciteren bij een katholieke school, waarbij werd gezegd dat de sollicitante niet werd aangenomen, omdat de school vanuit het geloof vond dat ze niet mocht samenwonen met een vrouw. Ik vond dat echt best wel schokkend. Dat dat onder vrijheid van meningsuiting valt, net als dingen mogen zeggen als “ik vind dat Jezus Christus niet bestaat.” Over discriminatie hebben leerlingen van alle niveaus niet alleen geleerd wat het inhoudt, maar ook hoe ze kunnen handelen als ze te maken hebben met discriminatie. Ze hebben zodoende niet alleen kennis opgedaan, maar ook een handelingskader gekregen door de VIPles. Zo gaf een basisschoolleerling aan niet alleen geleerd te hebben over de “Grondwet, Malala, discriminatie” maar ook geleerd te hebben “over het antidiscriminatiebureau, daar of bij de politie kun je aangifte doen bij discriminatie bij bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek.” Een vmbo-leerling zei: “Ik vond alles belangrijk. Ik heb geleerd niet te oordelen op basis van uiterlijk. Mensen kunnen heel anders zijn dan je in eerste instantie dacht. Daarnaast hebben we een paar artikels geleerd.
Als er iets op straat gebeurt, zou je diegene normaal kapotslaan, en nu kun je op een normale manier zeggen dat iemand de wet heeft overtreden.” Een mboleerling die te maken had gehad met discriminatie bij een sollicitatie voor een stageplek, zei geleerd te hebben: “Eigenlijk gewoon dat je weet hoe je moet reageren als het jou gebeurt, als je gediscrimineerd wordt. Als iemand me aanspreekt kan ik diegene op zijn plek zetten.” Beoordeling gastdocent De leerlingen zijn veelal eenduidig over wat ze van de gastdocent vonden en noemen vooral positieve aspecten: • De vaardigheden van de gastdocent als docent. Alle leerlingen vonden dat de gastdocent goed uit kan leggen en dat het ook erg begrijpelijk was voor hen: “ze articuleerde perfect, ik begreep haar ook wanneer ze bepaalde dingen zei, dat was heel fijn. Ze was heel duidelijk.” Verder kwam hier ook naar voren dat de gastdocent in gaat op de reacties van de klas: “Ze geeft goede antwoorden op de vragen en opmerkingen.” Ze wist de aandacht vast te houden: “Ze had wel iedereens aandacht, er werd ook niet geroezemoesd.” Verder viel de leerlingen op dat “Ze weet waar ze het over heeft. Ze kan dit goed.” • De persoonlijke ervaring die de gastdocent met zich meebrengt. Dit droeg er voor hen aan bij dat de les beter te begrijpen en volgen was: “Zij vertelde persoonlijke verhalen, die ook met de les te maken hadden.
Zo kon je het beter volgen.” Of “Ze kon de aandacht van de klas goed vasthouden. Ook door de verhalen die ze vertelde. Het was interessant en nieuw. Het was leuk om naar te luisteren.” Deze persoonlijke ervaringen hielpen niet alleen om de aandacht en interesse van de leerlingen vast te houden, maar droegen er ook aan bij dat de gastdocent als geloofwaardig overkwam voor de leerlingen: “Ze gaf goed les. Ze is een journalist geloof ik. Ze weet veel over de stof. En ze heeft ook in Afrika gewoond. Ze vertelde over Nelson Mandela en ze weet veel over zwart en wit. Ik vind het echt leuk dat ze daar is gaan wonen en er dan over vertelt.”
29
Als aandachtspunt noemden vmbo-leerlingen de structuur van de les. Zij benoemden als minpunt het vele reageren op de vragen en reacties van leerlingen: “Het enige wat niet leuk was, is dat er zoveel vragen kwamen en dat ze daardoor niet bij de stof/structuur bleef.” Ook het gebruik van de PowerPoint kon volgens hen verbeterd worden: “Jammer dat ze die enorme PowerPoint die ze had gemaakt niet gebruikte. Misschien had ze toch meer toelichting kunnen geven. Ik had het idee dat ze niet aan de PowerPoint toe was gekomen.” Reflectie op de enquête Met betrekking tot de vraag “Hoe vond je de vragenlijst?” kwamen er verschillende antwoorden naar boven. Zo gaf een leerling van de basisschool aan de vragenlijst “slaapverwekkend” te vinden. Andere zeiden dat het “goede vragen” waren, die je “laten nadenken.” Op het vmbo gaf een leerling aan dat de vragenlijst lang was, “maar wel leuk om die vragen te beantwoorden. Soms moest je wel echt nadenken bij een vraag, ik was ook een van de laatste die klaar was.” Klasgenoten gaven kritiek op het taalgebruik “Van het taalgebruik kregen we wel error.” Zij zouden graag zien dat er in de enquête “vmbo-taal” gebruikt wordt, “dat is makkelijker.” 3.1.3 Perspectief docenten VIP Het perspectief van de docenten is op basis van individuele interviews in kaart gebracht.
De interviews zijn gehouden met docenten van groep 8, de vmbo basis/kader-brugklas en de mbo- entreeklas. Algemene indruk VIP-lessen Over het algemeen waren de geïnterviewde docenten enthousiast over de VIP-lessen en de gastdocent. Ze geven o.a. aan dat het een leuke gastles was, dat de gastdocent het goed deed en dat de thema’s de leerlingen aanspraken. Succesfactoren De docenten benoemen verscheidene aspecten als de succesfactoren van VIP. Dit betreft de volgende onderdelen: • Manier van lesgeven • Behandelde thematiek • Communicatie tussen gastdocent en docent Alle docenten noemen als eerste succesfactor de manier van lesgeven en de interactie tussen de gastdocent en leerlingen. Zo gaven ze aan dat de gastdocent goed de aandacht van de leerlingen weet te behouden, mede door het interactieve aspect van de les: “Ik vond het verrassend leuk. Had verwacht dat het heel lastig was voor de leerlingen zo lang stil te zitten en zijn. Ze hielden het echter goed vol en vonden het interessant.” Twee docenten gaven aan dat de leerlingen getriggerd werden door de les: “Leuk hoe de gastdocent met studenten omging: ze werden meteen getriggerd, deden mee. Het was interactief; studenten die niet altijd meedoen, deden dat nu wel. Iedere student kreeg dezelfde aandacht.” Dat triggeren is 30
volgens de andere docent een terugkomend aspect: “Elk jaar maakt ze weer hetzelfde los, ongeacht mijn groepsdynamiek, ze weet de leerlingen altijd te triggeren. Door hele gewaagde statements neer te zetten, dat kinderen denken “oh wat zegt ze nou, dat mag toch helemaal niet?!” Nee, ze weet het altijd op een hele leuke manier te brengen.” Volgens de docenten hadden de leerlingen “een bepaald ontzag, respect voor de gastdocent. Ze deed aan heel directe communicatie, sprong direct in op alles wat leerlingen zeiden en bleef daarbij positief. Ze reageerde op rare opmerkingen ook gelijk – leerlingen vinden het dan niet meer leuk rare dingen te zeggen.” De docenten vonden dus dat de gastdocent de leerlingen goed in het gareel kan houden. Ze benoemden ook expliciet dat de manier van leerlingen aanspreken door de gastdocent “wat vindt u ervan?” leuk was. De gastdocent “blijft dicht bij de belevingswereld van de student, ze let op wie ze voor zich heeft en sluit daarop aan.” Met betrekking tot de behandelde thematiek vonden de docenten de onderwerpen goed passen bij de leefwereld van hun leerlingen “Thema’s als vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloof vinden ze interessant, omdat ze van huis uit ook veel van het geloof mee krijgen. Ook over discriminatie hebben ze het graag, het zijn onderwerpen die dichtbij ze staan.
Als het bijvoorbeeld alleen maar over homoseksualiteit was gegaan was het een andere les geworden (zeker jongens waren dan machogedrag gaan vertonen).” Juist de koppeling tussen theorie en eigen ervaring maakte het interessant: “Ik vond het goed dat ze theorie en praktijk koppelde en vroeg wat dat (bijvoorbeeld racisme) voor leerlingen betekende. Die onderwerpen spraken de studenten erg aan: vinden ze heel leuk en interessant. Ze ervaren het zelf, geen hele pittige onderwerpen om over te praten.” Vooral op het mbo werd de link met de praktijk (eigen ervaring, stage en werk) goed gelegd: “ze koppelt heel erg aan de praktijk om te vragen of iemand daar ervaring mee heeft; ze legt het uit op een manier die aansluit bij studenten.” De basisschooldocent benoemde ook de prettige afstemming vooraf met de gastdocent: “Wat ik ook fijn vind, is dat we vooraf altijd nog even contact hebben, sowieso voor het maken van de afspraak stemmen we altijd via de mail af en voordat ze komt geeft ze ook aan wat ze wil behandelen.” Belemmerende factoren Naast deze goede aspecten is er volgens de docenten een aantal punten die iets minder goed zijn: • De tijd • Afwisseling in werkvormen • Het betrekken van alle leerlingen bij de les Over de tijd zijn de docenten minder tevreden.
Op de basisschool, waar de leerlingen twee lessen van 2 uur kregen, wordt genoemd dat “het voor deze doelgroep best lang” is. Op het mbo vond de docent de les juist aan de korte kant: “Ze had een uur en kwartier voor haar les, dat was wel kort voor planning en coronatechnisch.” Als andere belemmerende factor gaven docenten aan dat er wat hen betreft meer afwisseling in de werkvormen had mogen zitten: “Misschien even een energizer tussendoor, of een andere werkvorm.” Deze afwisseling in werkvorm had ook te maken met het betrekken van alle 31
leerlingen bij de les: “Minder aan de les was dat het niet heel erg interactief was, veel luisteren. Het leek ook een soort van preek over vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst. Maar zo hebben leerlingen niet echt zelf kunnen discussiëren. Leerlingen konden nu alleen af en toe persoonlijk wat vertellen. Er had meer ruimte kunnen zijn voor leerlingen, nu meer hoorcollege dan werkcollege.” Een andere docent sluit zich daarbij aan “Het wordt wel afgewisseld met dat een kind iets mag doen, maar vaak wordt de groep daar niet helemaal echt bij betrokken, of gebeurt wel maar niet al te vaak. Er is een momentje dat ze dan even met elkaar mogen sparren en voor en tegens mogen doen, maar ik merk zelf wel dat de kinderen die vaak op de voorgrond staan, die staan dat ook hier. De stille kinderen wat minder.” Op het mbo vond de docent juist dat leerlingen wél “veel hebben kunnen oefenen” met discussiëren en je mening geven tijdens de VIP-les. Verhouding VIP tot reguliere (burgerschaps)curriculum Volgens de docenten is VIP een “mooie aanvulling” op het reguliere curriculum rond de burgerschapslessen “want wij gaan niet heel diep in op de wetten. Hebben het wel over politiek en elkaars mening respecteren. Met de les van VIP was meer diepgang over de wetten en wat mag wel en niet.
Aanvulling op lessen die ze hadden gehad.” Thema’s als seksualiteit, religie, slavernij, de Grondwet en het politiek systeem worden besproken in het reguliere curriculum en de VIP-les sluit daar goed op aan volgens de docenten. In de huidige vorm absoluut geen vervanging van het reguliere curriculum: “Het is te weinig om vervanging te zijn, dan zou het wekelijks terug moeten komen.” Wat de VIP-lessen waardevol maakt als aanvulling volgens de docenten, is dat ze juist door iemand anders dan de gewone docent gegeven worden: “Leuk om eens een keer iemand anders voor de klas te hebben dan hun eigen docent. De studenten zijn heel benieuwd naar die persoon, zorgt ervoor dat ze willen luisteren en willen volgen.” Een andere docent maakt het interessant voor de leerlingen, zeker “iemand die ze als rolmodel zien, die politica is geweest, zelfde achtergrond heeft als zij zelf hebben (ook in Marokko geboren). Zeker bij dit soort leerlingen zijn rolmodellen van groot belang (worden wel vaker ingezet op school, bijvoorbeeld mensen die een goede baan hebben bij een bank), omdat ze toch een gevoel van achterstand hebben.” Leeropbrengsten VIP In het algemeen noemen de docenten dat hun leerlingen zowel kennis als vaardigheden hebben opgedaan door de VIP-lessen.
Qua kennis betreft het met name de behandelde artikelen van de Grondwet en allerlei weetjes daaromheen, zoals “dat als je een kerk ingaat dat de politie niet zomaar binnen mag komen.” Qua vaardigheden noemt de mbo-docent een “Manier van je mening geven of dat je kan discussiëren met elkaar zonder dat je ruzie krijgt, of conflict.” Naast de kennis en vaardigheden noemt de basisschooldocent dat het belangrijkste wat de leerlingen meekrijgen “een stukje bewustwording” is, bijvoorbeeld met betrekking tot discriminatie. “Discriminatie is niet alleen zwart/wit of wit/zwart, het is ook u bent te oud, u heeft een baby in de buik dus mag hier niet werken. Het is zoveel meer dan alleen het zwarte of witte, of moslim of geen moslim.” Die bewustwording wordt aldus de vmbo-docent versterkt door degene die de lessen geeft: “Inspiratie is belangrijk. Een
32
rolmodel, herkenning van haar situatie – en interessant dat zij nu (als ‘geslaagde vrouw’) voor ons staat.” De effecten die docenten bij hun leerlingen hebben gezien met betrekking tot opgedane kennis, attitude en vaardigheden zijn hieronder beschreven. Effecten kennisniveau (bijvoorbeeld kennis over de Grondwet) De docenten noemen de kennis over de Grondwet, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst als het belangrijkste wat leerlingen qua kennis meekrijgen van de VIP-lessen. Effecten attitudeniveau (bijvoorbeeld hoe leerlingen tegen bepaalde onderwerpen aankijken) Als het gaat om hoe leerlingen tegen bepaalde onderwerpen aankijken, draagt de bewustwording en het expliciete behandelen van de stof eraan bij dat leerlingen anders tegen bepaalde onderwerpen aankijken: “Doordat het zo uitgelegd wordt met artikelen van de Grondwet, en als je dit, dan zo… Daarmee maak je ze echt heel bewust.” Het maakte ook dat er bijvoorbeeld op het vmbo door leerlingen “heel volwassen werd gereageerd op de thema’s. Er werden bijvoorbeeld geen rare opmerkingen gemaakt toen homoseksualiteit werd genoemd of toen Malala werd geïntroduceerd als sterke vrouw. De leerlingen konden onbevooroordeeld zulke thema’s bespreken.
Dit kan aan de setting leggen die is gecreëerd in de les, maar kan ook aan deze specifieke klas liggen.” Hoewel het voor alle geïnterviewde docenten lastig was om echt een effect bij hun leerlingen te zien met betrekking tot hun attitude, hadden ze wel het idee dat de VIP-lessen een nieuw inzicht aan leerlingen gaven. “Oh mensen denken zo, daar had ik niet over nagedacht.” Dit komt ook door de gekozen werkvorm van een rollenspel, dat “heeft indruk gemaakt bij deze studenten, ze houden wel van doen.” Effecten gedrag (bijvoorbeeld hoe leerlingen met elkaar omgaan in de klas) Op de basisschool werd opgemerkt dat leerlingen meer solidariteit en meer empathie ten opzichte van andere leerlingen hadden na de VIP-lessen. Zo werd het voorbeeld genoemd van een uitwisselingsproject dat een aantal jaar geleden naar aanleiding van de VIP-lessen is gedaan met een andere basisschool (onbekend of deze ook VIP-lessen hadden). Dit project begon na de VIP-lessen. Eerst hebben de leerlingen elkaar brieven geschreven, vervolgens elkaar geportretteerd in een kijkdoos en uiteindelijk elkaar ontmoet. De docent zei daarover: “Al die kinderen waren blond en blauwe ogen, hier in de Schilderswijk met een Turkse pizzazaak op de hoek was het voor die kinderen ook een hele andere wereld.” Het “was een hele andere manier van benaderen, heel anders hoe ze met elkaar omgingen.
Daar hebben die VIP-lessen wel aan bijgedragen, dat heeft ze laten denken en in andermans schoenen laten staan. Toen ontdekten ze dat die andere leerlingen dezelfde dingen leuk vinden, zoals Fortnite. Hebben geconstateerd dat veel dingen universeel zijn. Door de VIP-les wel een push gekregen om dit te doen en de kinderen hebben dat heel leuk ontvangen.” Op het mbo en vmbo werd geconstateerd dat één VIP-les te weinig is voor effecten op gedrag. Volgens een docent had “Dit anders kunnen zijn als het meer interactief was geweest, als leerlingen echt hadden kunnen oefenen.” Hoewel de stijl van lesgeven wel bij zou kunnen dragen aan een eventuele gedragsverandering: “Als elke docent zo direct en dwingend zou 33
zijn, zou dat wel van invloed zijn (wat bij deze klas wel een voordeel is – dan geef je ze geen ruimte om af te wijken van het onderwerp). Maar één les is te weinig voor echte gedragsverandering.” Gastdocent van VIP De docenten hebben een prettige ervaring met de huidige gastdocent van VIP. Zij noemen hierbij: • Docenten noemen expliciet dat de gastdocent fungeert als rolmodel en de leerlingen inspireert: “Het is zeker ook een rolmodel en inspiratie. Zeker als ze vertelt over haar eigen achtergrond, als dochter van gastarbeider en ouders kenden de taal ook niet. Dan is het voor een kind heel motiverend om te zien dat er wel kansen voor je zijn. Zij komt ook niet uit een rijk gezin met alle middelen en faciliteiten, heeft zich naar bepaalde positie toegewerkt. En dat dat kan en mogelijk is, vinden kinderen altijd heel inspirerend. Voor mijn doelgroep kinderen in ieder geval.” In de klas van deze docent in de Schilderswijk zitten (bijna) allemaal kinderen van niet-Nederlandse afkomst. Een anekdote uit een andere klas: een leerling zei aan het begin tegen de docent: “wat is zij verkaast” (omdat de gastdocent als Nederlander met Marokkaanse achtergrond op een bepaalde nette manier spreekt, politica is geweest etc.), maar achteraf vond hij het helemaal geweldig en was hij ‘om’ (hij zei: “onze klas is nog nooit zo stil geweest”).
Blijkbaar herkent hij iets in haar van zichzelf (mede vanwege haar Marokkaanse achtergrond). “Ook voor de meisjes fungeerde ze als rolmodel – iemand die met autoriteit rondloopt.” • De gastdocent motiveert volgens de docenten door de manier van lesgeven en de gebruikte werkvormen (het discussiëren, rollenspellen) maar ook het aanhalen van voorbeelden uit eigen ervaring. Ze weet ook goed aan te sluiten bij de leef- en belevingswereld van de leerlingen en weet hen te stimuleren om open te zijn tijdens de lessen. “Ze kon goed aansluiten bij leerlingen en laagdrempelig vertellen. Benaderde de studenten positief en er werd een veilig klimaat gecreëerd; je mag alles vertellen wat je wil, we behandelen elkaar met respect, elkaar niet belachelijk maken. Daardoor werden studenten getriggerd om dingen te vertellen. Ze kon erg goed met de doelgroep omgaan.” • De organisatorische aspecten rond de gastlessen, zoals het afstemmen van de lessen tussen gastdocent en docent verloopt soepel.
“Ze is heel praktisch ingesteld en dat is voor een leerkracht in deze tijd heel fijn.” Ook na de gastles merken docenten betrokkenheid van de gastdocent omdat ze “vraagt of de leerlingen het er nog over hebben gehad en of ik er nog iets mee doe.” Doorontwikkeling VIP Wanneer tijd en geld geen rol spelen, hebben de docenten een aantal aspecten die ze zouden verbeteren aan de VIP-lessen: • Hoewel de docenten positief zijn over bijvoorbeeld de rollenspellen, is een “Groter interactief karakter” van de lessen een wens van meerdere docenten. Met meer “Activerende werkvormen, dat studenten echt zelf iets moeten doen. Discussiëren of een ‘over de streep’-oefening, of bijvoorbeeld een poster maken.” Wanneer de 34
•
•
werkvormen actiever zijn voor iedere student, zou er wellicht meer verandering in gedrag op kunnen treden volgens de mbo-docent: “Of ga met ze op stap bijvoorbeeld, ga iets met ze doen in de stad. Iets actiever. Misschien was hierdoor ook minder te zien of de studenten er echt iets mee hebben gedaan, als ze dingen gaan uitvoeren dan kunnen we ook zien of er veranderingen in gedrag en meningen is opgetreden.” Ze zouden graag een reeks lessen van VIP maken. Door de VIP-lessen uit te breiden worden de leerlingen meer geactiveerd om met de onderwerpen bezig te blijven en kunnen de lessen nog meer worden ingebed in het huidige curriculum. De ideale frequentie en duur van de lessen verschilt per docent. Vanuit de basisschool wordt gezegd “Nu is het natuurlijk een keer twee uur, maar wekelijks drie kwartier. En dan wat je ook met Jeugdjournaal hebt; de compilatie op zondag met alle belangrijke items van die week en dat je daar wat uitpakt en daarop inspeelt in de les van die week. Dat activeert weer, de kinderen zijn dan veel meer bezig met de wereld en alles wat er om hen gebeurt dan alleen maar thuis.” Maar in het huidige pakket zou “de lessen meer uitspreiden, zijn wel vlak achter elkaar.
Toch liever een maand ertussen of een week, zou ideaal zijn.” Op het mbo wordt VIP in een ideale wereld meer in een projectvorm gegoten: “Als het meer een project wordt, met meer herhalingen (bijvoorbeeld 3 lessen), dan kan het wel echt leuk uitpakken.” Door ook andere gastdocenten (tevens rolmodellen) in te zetten, krijgen leerlingen nog meer inspiratie van de lessen, denken de docenten. Er worden ook al suggesties gedaan: “Nu zijn rappers enorm populair bijvoorbeeld (die komen vaak uit dezelfde setting/achtergrond als de leerlingen – terwijl ze inmiddels wel een bepaald salaris en status hebben), een sporter, iemand uit het bedrijfsleven, burgemeester Aboutaleb (die kennen ze over het algemeen ook), maar ook iemand die in de gemeentepolitiek of als lid van de Tweede Kamer zijn/haar strepen heeft verdiend. Iemand met een goede functie, maar met dezelfde achtergrond.” Een andere docent suggereert: “Misschien ook wel andere docenten, los van dat ik fan van haar ben, ze doet het echt op een leuke manier, maar hoe leuk is het als er een keer een joods of homoseksueel iemand komt. Meer diversiteit in docenten. Onze kinderen komen niet vaak met een christen in contact.”
Borging en continuïteit Hoewel docenten aangeven dat de kracht van VIP o.a. is gelegen in de gastdocent als rolmodel, zijn zij wel van mening dat ze de les zelf zouden kunnen verzorgen “Als ik een VIP-les zou mogen geven, dan zou ik dat wel doen.” Voor het geven van een VIP-les zijn volgens hen wel een aantal randvoorwaarden van belang: • Een goede vertrouwensband met leerlingen • Maatschappelijke gevoelige thema’s niet schuwen • Zelf een open ‘luchtige’ houding hebben • Meer voorbereidingstijd en/of training Een docent beaamt een VIP-les te kunnen geven en noemt daarbij de randvoorwaarden: “Ik denk het wel. Sowieso liggen dit soort vakken mij heel erg. Ik vind het fijn om kinderen uit 35
een bepaalde comfort zone te halen, af en toe hebben kinderen het gevoel dat ze een politiek correct antwoord moeten geven omdat het anders raar staat en dan zeg ik “nee nee, wat vind jij? Wat voel jij? Zeg maar. Niks is fout en het is niet slecht, het is een gevoel.” Ik denk dat ik dat wel kan losmaken bij ze, mits die vertrouwensband er is. Ik vind het gesprek over gevoelige onderwerpen aangaan altijd heel uitdagend en dat doe ik ook. Ik merk dat hoe luchtiger je er zelf mee omgaat, hoe opener je je opstelt, als jij zelf als heel bevooroordeeld bent dan hebben kinderen het gevoel dat ze jou moeten volgen. Terwijl als je zegt ‘nee joh, dat is helemaal goed’, dan worden ze ook heel los en open. Dat vind ik mooi om te zien.” Docenten geven aan dat er “wel veel voorbereidingstijd en/of extra training nodig” is om een VIP-les te geven, en dat ze het “wel interactiever en korter en krachtiger” zouden doen. “Het is echt niet makkelijk om leerlingen zo lang geboeid te laten luisteren.” Maar juist met deze gastdocent is een VIP-les anders dan wanneer de docent de les zelf zou geven,” vooral ook dat ze in de politiek heeft gezeten en zich heeft ingezet heeft om Nederland te veranderen.” 3.1.4 Perspectief gastdocent VIP Het perspectief van de gastdocent is op basis van twee interviews met de gastdocent in kaart gebracht.
Behalen van doelstellingen Volgens de gastdocent moeten leerlingen een aantal dingen weten, kunnen of doen na een les(reeks) VIP. Qua kennis gaat het volgens de gastdocent om: • Het belang van de Grondwet weten • Weten wat artikel 1 en artikel 6 van de Grondwet zijn en wat ze betekenen Qua vaardigheden of effecten vindt de gastdocent het belangrijk dat leerlingen weerbaar zijn tegen kwetsende en polariserende uitspraken, hun eigen mening kunnen geven en in staat zijn tot (zelf)reflectie. Daarnaast is het belangrijk dat ze een verbinding tussen zichzelf en “de ander” kunnen leggen en inzien dat “Nederland van ons allemaal is.” De gastdocent geeft ook aan dat die doelstellingen niet in een les behaald kunnen worden, hiervoor zijn aanzienlijk meer lessen nodig. Op de vraag in hoeverre de doelstellingen bijdragen aan het voorkomen en tegengaan van radicalisering geeft de gastdocent aan, dat als er vaak genoeg aandacht is voor deze onderwerpen, op meerdere momenten in het jaar, en wanneer met leerlingen in gesprek gegaan wordt, dat leerlingen dan weerbaar worden of minder vatbaar voor radicalisering en criminaliteit. Ze leren volgens de gastdocent dan hoe ze gevoelens en frustraties kunnen uiten en kunnen voor zichzelf nadenken. VIP draagt aan deze doelstellingen bij, maar één of twee VIP-lessen is slechts een begin van het weerbaarder worden voor radicalisering en criminaliteit.
Goede aspecten/succesfactoren Als goede aspecten of succesfactoren van VIP noemt de gastdocent een aantal aspecten. Deze hebben betrekking op wat zij de leerlingen laat doen, hoe zij zich aanpast aan de klas en over een filmpje dat in de les(sen) wordt getoond: 36
•
•
•
•
Kritisch denken. Dit gebeurt volgens de gastdocent aan de hand van de Grondwetsartikelen die behandeld worden in de VIP-lessen, bijvoorbeeld het artikel over vrijheid van meningsuiting. De gastdocent let erop of leerlingen hun mening durven te geven. Zelf geeft de gastdocent nooit een mening, de basis is vragend om het kritisch denken te stimuleren en duidelijk te krijgen of iets hun eigen mening is of dat ze beïnvloed worden door de mening van anderen (bijvoorbeeld vanuit het gezin). Moeilijke gesprekken voeren over gepolariseerde thema’s. Aan de hand van de Grondwetsartikelen worden thematiek en actualiteit besproken, zoals de moord op Samuel Paty. Maatwerk leveren. Als één van haar krachten noemt de gastdocent dat ze constant leveren van maatwerk om de lessen aan te passen aan de leeftijd en het niveau van de klas. Filmpje van Malala. De gastdocent geeft aan continu de lessen te actualiseren. Het filmpje van Malala laat ze er echter altijd in. Zij zegt over het filmpje: “Dat Malala daarin aangeeft ik ben mens, ik ben vrouw, ik ben moslim: dat maakt zo’n indruk op mensen.” De gastdocent geeft aan dat ze veel materiaal heeft gezocht in de afgelopen jaren, maar dat het materiaal schaars is. De manier waarop Malala spreekt maakt indruk op leerling, iedere keer weer opnieuw. Dat maakt dat dit filmpje een blijvend onderdeel is van de VIP-lessen.
Minder goede aspecten/belemmerende factoren De gastdocent geeft aan dat er geen werkvormen zijn die volgens haar minder goed of belemmerend werken. Wel geeft de gastdocent aan dat een gebrek aan tijd lastig is. “Tijd is mijn vijand, want dan moeten leerlingen en docenten naar de volgende les.” Hoewel dit door haar niet als belemmerende factor benoemd wordt, ziet ze wel dat er behoefte aan een nagesprek is. De gastdocent geeft aan veel los te maken met de VIP- les(sen). Dat krijgt ze ook terug als feedback als er wel tijd is om met een leerling of docent te praten. Volgens haar is het van belang dat eventuele opvolging van de VIP-lessen door de docent of school verder opgepakt wordt. Randvoorwaarden voor succes Als het gaat over randvoorwaarden voor succes dan is het vertrouwen in de gastdocent de belangrijkste. Soms krijgt ze van leerlingen “ongezouten opmerkingen.” Juist dan het gesprek aangaan, geen misbruik maken van wat leerlingen delen of melding ervan doen, is wat haar betreft de basis voor het vertrouwen. Qua leeftijd heeft de gastdocent een sterke voorkeur voor inzet van de lessen op het vmbo en mbo, omdat de lessen daar het hardste nodig zijn wat haar betreft, zeker om zo intolerantie tegen te gaan. De gastdocent merkt qua basiskennis of vaardigheden van de leerlingen dat ze niet gewend zijn in gesprek te gaan met elkaar.
Het ontbreken van basale burgerschapsvaardigheden bij sommige leerlingen, baart haar zorgen. Die vaardigheden probeert zij met de VIP-les aan te leren. Verbeteringen door te voeren in de lessen (wanneer geld/tijd minder rol spelen) Wanneer tijd en geld geen rol zouden spelen, zou de gastdocent wel een doorlopende leerlijn willen ontwikkelen voor VIP. Hierbij zou je bijvoorbeeld in groep 6, 7 en 8 van de 37
basisschool een basis kunnen leggen met VIP-lessen en die dan doortrekken naar het voortgezet onderwijs. De gastdocent geeft aan daar graag een bijdrage aan te willen leveren. 3.1.5 Conclusies en aanbevelingen procesevaluatie VIP Op basis van de observaties en interviews in de procesevaluatie kunnen de vragen die centraal staan bij de procesevaluatie beantwoord worden. Algemene conclusies: hoe verloopt de uitvoering van de VIP-lessen? Over het algemeen zijn leerlingen en docenten enthousiast over de VIP-lessen. Ze vinden de besproken maatschappelijke thema’s aan de hand van de Grondwet interessant (met name discriminatie en vrijheid van meningsuiting) en de gastdocent weet het zo uit te leggen dat ze aansluit bij de leefwereld van de leerlingen. Ook de manier van lesgeven, met rollenspellen en het direct bevragen van leerlingen zorgt ervoor dat leerlingen getriggerd raken. De leerlingen leren door de werkvormen niet alleen over de maatschappelijke thema’s maar krijgen ook een handelingskader over hoe ze een gesprek met iemand aan kunnen gaan, bijvoorbeeld als ze gediscrimineerd worden. De gastdocent zelf is een belangrijk element in het succes van de VIP-lessen. Het lukt echter niet om alle lesstof afdoende te behandelen, dus het gebrek aan tijd is een aandachtspunt. Ook de geringe variatie in de werkvormen en gebrek aan structuur bieden ruimte voor verbetering.
Wat zijn succesfactoren in de lessen? Op basis van de observaties en interviews zien wij de volgende succesfactoren van de VIPlessen: • Inhoudelijke thema’s: de behandelde thema’s worden door leerlingen en docenten als zeer interessant en relevant ervaren. • De interactieve werkvorm, met name de rollenspellen of gesimuleerde debatten waarbij de gastdocent niet schuwt om het minderheidsstandpunt in te nemen. • Filmpje Malala: wanneer deze getoond wordt in de les, worden veel leerlingen daar op positieve manier door geraakt. • De gastdocent zelf is een grote succesfactor van de lessen. Dit komt met name door: - Rolmodel: door haar eigen culturele achtergrond en ervaring als politica in de Tweede Kamer - Directe manier van lesgeven en leerlingen aanspreken - Aansluiting vinden bij de leef- en belevingswereld van de leerlingen, o.a. door de koppeling tussen theorie en praktijk (bijvoorbeeld over stage, of eigen ervaringen van leerlingen erbij betrekken) Als randvoorwaarde voor het succes van VIP is daarnaast uit observaties gebleken dat de aanwezigheid van de gewone docent bijdraagt aan orde houden in de klas. Wat zijn belemmerende factoren? Uit de observaties en interviews zien we daarnaast ook een aantal factoren die de inzet en uitvoering van VIP belemmeren: 38
•
•
•
Gebrek aan structuur in de lessen. Dit gaat dan om: - Uniformiteit in het programma - Structuur tijdens de les zelf, o.a. door het gebruik van de PowerPointpresentatie te verbeteren (bijvoorbeeld op te knippen in meerdere delen) De werkvormen kunnen meer gevarieerd worden. Hierbij zou ook de hele klas meer betrokken kunnen worden in plaats van de paar leerlingen die meedoen aan een rollenspel bijvoorbeeld. Voldoende tijd om gevoelige onderwerpen te bespreken in de les en af te ronden. De behandelde thematiek kan een hoop losmaken bij leerlingen. Door het gebrek aan tijd is er in de huidige lessen geen ruimte om op deze sentimenten in te gaan. De gastdocent geeft daarnaast aan een eventueel nagesprek met leerlingen niet als haar taak te zien maar als een taak voor de reguliere docent.
Daarnaast zien wij de huidige afhankelijkheid van één gastdocent als een mogelijke belemmerende factor voor de continuïteit en borging van VIP.
3.2 Effectevaluatie VIP De effectevaluatie geeft inzicht in de volgende vragen: • Wat heeft de interventie VIP opgeleverd bij de doelgroepen (opbrengsten)? • In welke mate komen de opbrengsten overeen met de te behalen doelstellingen? • Welke punten zijn er ter verbetering van de interventie VIP? De doelstellingen van de VIP-gastlessen worden in deze rapportage toegelicht in paragraaf 4.1. Deze vormen de basis voor de thema’s die zijn opgenomen in de vragenlijst voor de effectevaluatie. Concreet zijn de volgende thema’s opgenomen in de vragenlijst; de concrete vraagstellingen worden weergegeven in de desbetreffende resultatensecties. • Belang van de Grondwet en kennis over Grondwetsartikelen 1, 6, 7, 11. • Tolerantie naar andere religie, andere mening, seksuele voorkeur en gelijke rechten. • Omgang met anderen die een andere mening hebben dan zijzelf. • Empathie voelen naar andere groepen. • Zelf nadenken en een eigen mening durven te hebben. • Oordeel over discriminatie en buitensluiten vanwege huidskleur en geloof. • Oordeel over democratische waarden. • Kritisch zijn over informatie op internet en verschil tussen feiten en meningen. • Evaluatievragen over de VIP-gastlessen. Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over verschillen tussen de nulmeting en effectmeting zijn deze verschillen statistisch significant, tenzij expliciet wordt vermeld dat dit niet zo is. 4
4
Zie bijlage 1 voor meer details over de toegepaste toetsingsmethoden.
39
3.2.1 Resultaten effectonderzoek Grondwet Als eerste is aan de leerlingen gevraagd hoe belangrijk zij de Nederlandse Grondwet vinden. Uit de resultaten (tabel 1) wordt duidelijk dat het percentage leerlingen dat zegt de Grondwet belangrijk of heel belangrijk te vinden is toegenomen van 65 procent naar 84 procent5. Tabel 1
Nulmeting Hoe belangrijk vind jij de Nederlandse Grondwet?
Effectmeting
Heel belangrijk
25%
43%
Belangrijk
40%
41%
Een beetje belangrijk
11%
6%
Onbelangrijk
1%
1%
Heel onbelangrijk
2%
1%
Weet ik niet
21%
8%
Vervolgens is aan de leerlingen gevraagd om voor vier Grondwetsartikelen (artikelen 1, 6, 7 en 11) aan te geven waar deze volgens hem of haar over gaan. Weet jij waar de volgende Grondwetsartikelen over gaan? • Artikel 1 Gelijke behandeling en discriminatieverbod. • Artikel 6 Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. • Artikel 7 Vrijheid van meningsuiting. • Artikel 11 Onaantastbaarheid van het lichaam. Als antwoordopties konden leerlingen telkens voor de Grondwetsartikelen 1, 6, 7 en 11 aangeven welke van de vier omschrijvingen de juiste is. In de nulmeting wist gemiddeld 15 procent van de leerlingen waar de vier Grondwetsartikelen over gaan. Na het volgen van de VIP-les(sen) is dat toegenomen tot 54 procent voor artikelen 1 en 6; en 46 respectievelijk 47 procent voor artikelen 7 en 11 (zie figuur 3).
5
P=.000
40
Figuur 3 Weet jij waar grondwetartikelen 1, 6, 7 en 11 over gaan?
Tolerantie naar andere religie, andere mening, seksuele voorkeur en gelijke rechten Aan de leerlingen is gevraagd om voor de volgende vier stellingen aan te geven in hoeverre ze het met deze stellingen eens of oneens zijn. De stellingen luidden als volgt: Ben je het eens of oneens met de onderstaande uitspraken? • Ik vind dat iedereen in Nederland mag geloven wat hij of zij zelf wil. • Ik vind dat iedereen in Nederland voor zijn of haar mening mag uitkomen, ook als ik het met die mening niet eens ben. • Ik vind dat iedereen verliefd mag worden op diegene die hij of zij wil, ook al is deze van hetzelfde geslacht. • Ik vind dat mannen en vrouwen evenveel rechten moeten hebben in Nederland. De 5-punts antwoordschaal varieerde van (helemaal) eens tot (helemaal) oneens. Resultaten lessen VIP Bij de afname van de nulmeting zegt reeds de overgrote meerderheid van de leerlingen (tussen 60-91 procent) het met de voorgelegde stellingen (helemaal) eens te zijn. Bij de effectmeting hebben we desalniettemin voor twee van de vier stellingen significante verschuivingen vastgesteld, namelijk voor de stellingen ‘Ik vind dat iedereen in Nederland voor zijn of haar mening mag uitkomen, ook als ik het met die mening niet eens ben’ en ‘Ik vind dat iedereen verliefd mag worden op diegene die hij of zij zelf wil, ook al is deze van hetzelfde geslacht’.
Het percentage leerlingen dat het oneens is met deze stellingen is afgenomen van 3 naar 1 procent respectievelijk van 19 naar 11 procent; het percentage leerlingen dat het eens is met de stellingen is toegenomen van 90 procent naar 96 procent respectievelijk van 60 naar 69 procent. Zie figuur 4 voor meer details. 41
Figuur 4 Ben je het eens of oneens met de onderstaande uitspraken (rechten, vrijheden)
Aan de leerlingen zijn tevens enkele stellingen voorgelegd die gaan over hoe zij omgaan met anderen die een andere mening hebben dan zijzelf. De stellingen luidden als volgt: Ben je het eens of oneens met de onderstaande uitspraken? • Ik heb respect voor de mening van anderen uit mijn klas, ook als ik het er niet mee eens ben • Ik luister naar de mening van anderen uit mijn klas, ook als ik het er niet mee eens ben • Ik kan klasgenoten met een andere mening dan ikzelf wel begrijpen • Ik kan goed praten met mensen die een andere mening hebben dan ikzelf • Ik word boos als iemand een andere mening heeft dan ikzelf De 5-punts antwoordschaal varieerde van (helemaal) eens tot (helemaal) oneens. Resultaten lessen VIP In de effectmeting na afloop van de VIP-lessen blijken geen significante verschillen ten opzichte van de nulmeting. Zie figuur 5 voor meer details.
42
Figuur 5 Ben je het eens of oneens met de onderstaande uitspraken?
Empathie naar andere groepen In het onderzoek is aan de leerlingen een vragenblok voorgelegd over empathie voor mensen met een ander geloof of huidskleur: In hoeverre zijn de onderstaande stellingen op jou van toepassing? • Ik zou mensen met een ander geloof of huidskleur dan ikzelf beschermen als het nodig is. • Als mensen met een ander geloof of huidskleur oneerlijk behandeld worden, dan zou ik ze helpen. • Als mensen met een ander geloof of huidskleur iets ergs overkomt, dan zou ik bezorgd zijn. • Ik heb medelijden met mensen met een ander geloof of huidskleur, als ze in de problemen zitten. De 5-punts antwoordschaal varieerde van (zeker) wel tot (zeker) niet.
Resultaten lessen VIP In de effectmeting na afloop van de VIP-lessen blijken geen significante verschillen ten opzichte van de nulmeting. Zie figuur 6 voor meer details.
43
Figuur 6 In hoeverre zijn de onderstaande stellingen op jou van toepassing?
Zelf nadenken en eigen mening durven te hebben Aan de leerlingen zijn twee stellingen voorgelegd omtrent zelf nadenken en een eigen mening durven te hebben. De stellingen luidden als volgt: Ben je het eens of oneens met de onderstaande uitspraken? • Ik vind het belangrijk om zelf na te denken en de waarheid te zoeken. • Ik durf een andere mening te hebben dan mijn vrienden of ouders. De 5-punts antwoordschaal varieerde van (helemaal) eens tot (helemaal) oneens. Ook is aan de leerlingen de volgende keuze voorgelegd: Welke uitspraak past meer bij jou? Kruis uitspraak A of B aan. A. Bij conflicten weet ik direct wie er gelijk heeft en wie niet. B. Ik luister eerst naar verschillende meningen, voordat ik mijn eigen mening vorm. Resultaten lessen VIP In de effectmeting na afloop van de VIP-lessen blijken geen significante verschillen ten opzichte van de nulmeting. De resultaten voor de twee stellingen staan in figuur 7. Op de voorgelegde keuze was de score op nulmeting 21 procent voor optie A en 79 procent voor optie B. Bij de effectmeting was dit vrijwel onveranderd 18 procent voor optie A en 82 procent voor optie B.