RIS309998 bijlage definitief eindrapport SEA
Tekst van het document
In de samenwerkingsovereenkomst (daterend van 17 januari 2020) wordt de raad van toezicht echter niet genoemd. Daarin wordt wel gesproken over een raad van advies, een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Ook is daarin opgenomen dat de gemeente Den Haag in de persoon van de directeur Werken en Leren vertegenwoordigd zal zijn in de raad van advies van de SEA. Op dat moment vinden gesprekken plaats tussen de gemeente, het bestuur van de stichting en aspirant-leden van de raad van toezicht. Op 29 januari 2020 wordt de raad van toezicht in aanwezigheid van de SEA bestuurders officieus geïnstalleerd. Vanaf dat moment opereert deze ook als zodanig en wordt deze ook door gemeente en bestuurders als zodanig gezien. Zo vinden vergaderingen plaats van de RvT en worden ze door de gemeente begin februari 2020 al betrokken bij problemen die binnen de stichting spelen en is er regelmatig contact tussen de RvT en de gemeente. Ook wordt door de RvT een onderzoek ingesteld naar aanleiding van signalen en wordt eind maart 2020 al een alarmerende mail (‘De Energie Academie in zwaar weer’) naar de gemeente gestuurd over de (financiële) situatie binnen SEA. Dit alles gebeurt nog voordat de raad van toezicht op 31 maart 2020 officieel wordt ingesteld. Vanaf het allereerste begin (december 2019) wordt de raad van toezicht ondersteund door de gemeente.
Er worden notulen gemaakt van de overleggen, er worden profielen opgesteld voor leden van de raad van toezicht en de gemeente houdt op verzoek van de stichting de pen vast bij het opstellen van de statuten. Bij de vergaderingen van de RvT is tot en met juni 2020 ook een ambtenaar van SZW aanwezig die tevens zorgt voor de verslaglegging. In juni is de ambtenaar hier voor het laatst bij aanwezig omdat degene zich niet prettig voelde bij deze rol in het kader van rolzuiverheid. Toen is in overleg met een betrokken leidinggevende besloten hiermee te stoppen. In de statuten van 31 maart 2020 is verder nog opgenomen dat de directeur-bestuurder zich laat bijstaan door een raad van advies. Deze raad van advies is er echter nooit gekomen. Vanwege alle interne perikelen raakte de oprichting daarvan naar de achtergrond (zie verder ook paragraaf 3.3.1).
65432 – Openbaar
76
Governance in de praktijk – dechargeverlening In de oprichtingsakte is vastgesteld dat de jaarstukken door het bestuur worden vastgesteld. Vaststelling van de jaarstukken door het bestuur strekt de penningmeester tot decharge voor het door hem gevoerde beheer. In de statuten die geldig zijn vanaf 31 maart 2020 is opgenomen dat de raad van toezicht, na goedkeuring van de jaarrekening, besluit omtrent het verlenen van kwijting aan de directeur-bestuurder voor de uitoefening van zijn taak voor zover van die taakuitoefening blijkt uit de jaarrekening of uit informatie die anderszins voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening aan de raad van toezicht is verstrekt. Voor zover wij vast hebben kunnen stellen is aan de bestuurders als volgt decharge verleend: •
Aan Verstappen en Feenstra is bij hun aftreden als bestuurder decharge verleend voor het gevoerde beleid door het bestuur van SEA.
•
Aan de heren Bax, Werlemann en Van Loenen is na hun aftreden als bestuurder decharge verleend door de raad van toezicht voor de door hen verrichte bestuurshandelingen zoals deze aan SEA bekend zijn gemaakt gedurende hun bestuurslidmaatschap van de stichting.
•
Aan de heer Van Haagen is geen decharge verleend door de raad van toezicht. Dit is niet in de RvT aan de orde geweest en hier is ook niet om verzocht na afloop van de opdracht van de heer Van Haagen.
Verder is ook de RvT geen decharge verleend, dit is ook niet aan de orde geweest in de vergadering van de RvT.
Bezoldiging bestuurders – communicatie over bezoldiging – Wie wist wat? In de loop van 2019 vinden gesprekken plaats tussen de bestuurder van SEA en beoogd bestuursleden. Tijdens deze gesprekken wordt door de bestuursleden aangegeven dat zij een bezoldiging willen voor hun werkzaamheden. Op 18 april 2019 ontvangt de gemeente van de heer Bax het bericht dat één van de beoogde bestuurders een vergoeding wil hebben voor zijn inzet en op 10 mei 2019 wordt dit door hem nog eens bevestigd. Tegelijkertijd wordt door Bax aangegeven dat dit ‘zeker nog een stap te ver is’. Over een andere beoogde) bestuurder wordt op 28 mei 2019 in contact tussen gemeente en de heer Bax aangegeven dat de betreffende beoogde bestuurder ook op termijn betaald wil krijgen en eigenlijk andere dingen wil doen dan (op afstand) besturen. Op 24 juni 2019 ontvangt de gemeente vervolgens het bericht van de heer Bax dat één van de beoogde bestuurders SEA vanaf dat moment onbezoldigd gaat ondersteunen. Dit stelt de betrokken ambtenaar gerust. In het memo aan de wethouder ten behoeve van de stafvergadering op 15 juli is over de bezoldiging opgenomen dat SEA een stichting is met een onbezoldigd bestuur en een onbezoldigd uitvoerend directeur (de heer Bax). Per 1 oktober 2019 worden, ruim een maand nadat ze zijn aangetreden als bestuurslid, vervolgens (betaalde) opdrachten afgesloten met beide bestuursleden.
Beiden meldden altijd bij de heer Bax te hebben aangegeven betaald te willen worden voor hun werkzaamheden. Van Loenen wordt bezoldigd coördinator(voorzitter)/directeur Energieacademie en de heer Werlemann wordt bezoldigd coördinator/directeur Energieacademie. Zij werden door SEA aangetrokken voor het dagelijks management. Van Loenen zou zich richten op de operatie, de heer Werlemann op de financiële kant. Beide nieuwe bestuurders kregen twee opdrachten voor elk 18 uur in de week (in totaal 36 uur). De ene met een uurtarief van € 39,-. De andere met een uurtarief van € 73,50. Het idee was dat beide bestuurders 27 uur zouden werken voor de Energieacademie en niet 36 uur met als gevolg dat het uurtarief dan uit zou komen op € 75,-. De constructie van twee contracten per bestuurder was zo opgesteld dat een deel van hun vergoeding bij EFRO gedeclareerd kon worden. Dit had SEA zo begrepen. EFRO vergoedde namelijk tot € 39,- per uur. Later bleek overigens dat SEA dit niet goed had begrepen. De facturen van beide bestuurders kwamen daarom niet voor declaratie bij EFRO in aanmerking. Er moest veel werk verzet worden voor veel dagen in de week. In de businesscase was niet voorzien in een bezoldigd management maar dit was volgens de heer Bax wel nodig, gezien de opgave die er bleek te liggen.
65432 – Openbaar
77
Dekking voor deze uitgaven moest gevonden worden in private inkomsten van de stichting. In beide contracten staat niet vermeld dat zij het geld dat zij ontvingen voor hun werkzaamheden moesten terugverdienen door het werven van private inkomsten voor SEA. Uiteindelijk is hier weinig van terechtgekomen. Dat beide bestuurders een bezoldiging ontvingen werd in oktober 2019 bekend bij de gemeente. Vanuit de gemeente wordt hierover in lijn met eerdere communicatie daarover tegen SEA gezegd dat het niet de bedoeling was dat de bestuurders uit de subsidiegelden werden betaald maar dat het bepalen van de arbeidsvoorwaarden aan de stichting zelf was. In de samenwerkingsovereenkomst van 17 januari 2020 is over bezoldiging opgenomen dat een algemeen bestuur (onbezoldigd) en een dagelijks bestuur ofwel directieteam wordt ingericht bij de Energieacademie. Kort daarna (20 januari 2020) is er contact tussen de aspirant RvT en de heer Bax over de bezoldiging van bestuurders. Naar aanleiding van een vraag hierover vanuit de aspirant RvT geeft de heer Bax aan dat beide bestuursleden betaald worden. Kort daarna bereikt het feit dat bestuurders betaald worden ook de gemeentelijke directielaag. Die zijn verrast omdat altijd is gecommuniceerd dat bestuurders niet betaald zouden worden. Hierop wordt op 3 februari 2020 in gesprek gegaan met het bestuur van de stichting.
Tijdens dit gesprek wordt door het bestuur uitgelegd dat twee van de drie bestuurders betaald krijgen (75 euro per uur). Aangegeven wordt dat dit een beslissing was van de heer Bax en dat dit in januari besproken is met de RvT. Verder wordt aangegeven dat de heer Werlemann inmiddels (per 1 januari 2020) fulltime (= 32 uur) in dienst is van SEA als projectcoördinator en dat Van Loenen betaald wordt op basis van drie dagen per week. Vanuit de gemeente wordt benadrukt dat het hier om een sociaal project gaat en het geen goed beeld geeft als directeuren € 8.000,- per maand ontvangen voor werkzaamheden. Ook wordt aangegeven richting bestuur en RvT dat de bezoldiging van bestuurders niet uit de subsidiepot betaald mag worden. Op het moment dat de RvT kennis neemt van de hoogte van de bezoldiging worden acties in gang gezet om de bezoldiging te verlagen. Dit resulteert in de loop van 2020 tot aangepaste contracten.
Governance in de praktijk – Statutenwijziging gaat verkeerd Voor de wijziging naar een raad van toezichtmodel is begin 2020 een statutenwijziging nodig. In de nieuwe statuten moet namelijk worden opgenomen dat er een raad van toezicht komt, dat er nog maar één directeurbestuurder is (aan te stellen door de RvT) en de namen van de betreffende functionarissen. Hierover worden op 23 december 2019, 8 januari 2020, 13 januari 2020, 27 januari en 29 januari 2020 gesprekken gevoerd tussen aspirant leden van de RvT, leden van het bestuur en de gemeente. De samenstelling is overigens deels wisselend. Een van de aandachtspunten tijdens deze gesprekken is de naam van de nieuwe directeur-bestuurder. Op 13 januari 2020 vindt een overleg plaats tussen de aspirant leden van de raad van toezicht, twee bestuurders en twee ambtenaren van de gemeente. In de notulen van deze vergadering is opgenomen dat bij de overgang van het huidige naar het nieuwe bestuur de heer Van Loenen in eerste instantie wordt aangesteld als directeurbestuurder. De dag erna op 14 januari 2020 wordt door een van de aanwezige ambtenaren de nieuwste versie van de statuten rondgestuurd naar de aspirant leden van de raad van toezicht en naar de bestuurders van de stichting. Daarin is opgenomen dat Van Loenen directeur-bestuurder wordt.
Vervolgens vindt op 27 januari 2020 een overleg plaats tussen drie aspirant leden van de raad van toezicht, een bestuurslid van de stichting en twee ambtenaren van de gemeente. Tijdens dit overleg wordt in het bijzonder gesproken over de positie van directeur-bestuurder van de stichting. Verschillende opties gaan over tafel ingegeven vanuit bedenkingen over de geschiktheid van de heer Van Loenen als directeur-bestuurder. Vanuit de RvT wordt de heer Bax verzocht directeur-bestuurder te worden. De heer Bax geeft aan hierover na te moeten denken en dit met de andere twee bestuurders te willen bespreken.
65432 – Openbaar
78
Tijdens het overleg wordt door een van de aspirant leden van de RvT aangegeven dat: ‘Alles wat op deze bijeenkomsten besproken wordt, als strikt vertrouwelijk dient te worden beschouwd.’ Anders dan de andere verslagen van de RvT staat door het verslag een watermerk met daarop ‘Vertrouwelijk’. De reden daarvoor is, zo is verklaard door een betrokkene, dat hier over personen werd gesproken en daarom om vertrouwelijkheid is verzocht. Het is niet te verifiëren of er vervolgens daadwerkelijk contact is geweest tussen de heren Bax en Van Loenen. Ook de lezingen daarover lopen uiteen. Wel mailt de heer Bax de dag hierna (28 januari 2020) aan het einde van de middag naar eerdergenoemde ambtenaren en aspirant leden van de Raad van toezicht: ‘Mede n.a.v. overleg Henk en Aad akkoord met mij[n] inzet als ‘directeur bestuurder’. Komende week gaan we t.a.v. ons ge3een een functie/takenpakket opstellen. Aad blijft gezicht naar buiten en zal ook zodanig - vooralsnog - optreden op 5 februari. Na 5 februari zal er een nieuwe wind gaan waaien.’ Op verzoek van een aspirant lid van de RvT worden vervolgens de statuten door een ambtenaar van SZW aangepast aan deze nieuwe situatie. Op 29 januari 2020 (09.27 uur) stuurt de ambtenaar de agenda en de aangepaste statuten naar de aanwezigen van de bijeenkomst, die die middag zal plaatsvinden.
In de aangepaste statuten is opgenomen dat de directie uit één directeur bestuurder bestaat, zijnde de heer Bax. Deze bijeenkomst vindt plaats op 29 januari 2020 om 15.30 uur op het stadhuis van Den Haag en staat onder leiding van de beoogd voorzitter van de RvT. Daarbij zijn het bestuur van de stichting, de beoogde raad van toezicht en enkele ambtenaren van de gemeente aanwezig: deels om kennis te maken en wederzijdse verwachtingen uit te spreken en deels voor de verslaglegging. Tijdens de bijeenkomst worden de concept statuten besproken. Gevraagd wordt of iedereen akkoord is met de statutenwijzigingen zoals deze voorliggen, waarbij niemand aangeeft dat hij/zij niet akkoord is. Afgesproken wordt dat de namen en overige persoonsgegevens worden toegevoegd aan de overgangsbepalingen, waarna een van de bestuursleden contact zal opnemen met de notaris voor verdere afhandeling. Kort na de vergadering mailt dezelfde ambtenaar van de gemeente de beoogd leden van de raad van toezicht en de leden van het bestuur met het verzoek om gegevens aan te leveren. In de mail is tevens opgenomen: ‘Voor de eerste maal wordt tot directeur-bestuurder van de stichting benoemd: de heer Donne Bax...’ Ook stuurt hij nogmaals dezelfde statuten als hij op 29 januari had verzonden als bijlage mee. Op 31 maart 2020 worden de statuten gewijzigd door de notaris.
Deze notaris baseert zich daarbij op de notulen van een vergadering van het bestuur van de stichting die nooit heeft plaatsgevonden, althans waarbij in ieder geval de heren Bax en Van Loenen niet aanwezig waren. In deze notulen is opgenomen dat op 2 maart 2020 is besloten de statuten van de stichting te wijzigen overeenkomstig het concept zoals dat op 29 januari is besproken (enkele kleine aanvullingen daargelaten). In deze notulen is verder opgenomen dat de heren Van Loenen en Werlemann ter vergadering hebben verklaard het aan hen verleende eervol ontslag te aanvaarden en de heer Bax ter vergadering heeft verklaard zijn benoeming tot directeur-bestuurder te aanvaarden. De notulen zijn ondertekend door de ‘voorzitter/secretaris’ (aldus de notulen) Werlemann. De heer Werlemann verklaart hierover dat de statutenwijziging eigenlijk door alle bestuursleden moest worden ondertekend maar dat dit door corona logistiek lastig was. Op advies van de notaris heeft hij toen alleen de statutenwijziging ondertekend. Hij had hier zijn twijfels over maar vertrouwde op het advies van de notaris. Op 3 april 2020 stuurt de heer Werlemann vervolgens een mail aan de heren Bax en Van Loenen waarin hij aangeeft dat hij van de notaris de bevestiging heeft ontvangen dat per 31 maart 2020 de nieuwe statuten zijn gedeponeerd bij de KvK.
65432 – Openbaar
79
‘In de kern komt het erop neer dat niet Donne, Aad en ik bevoegdheden hebben, maar uitsluitend nog Donne als directeur/bestuurder. In de statuten staat ook duidelijk omschreven welke bevoegdheden de Raad van Toerzicht heeft gedelegeerd aan hem. De RvT zijn toezichthouders op Donne en zij zijn dus geen bestuurder. Dit betekent dat vanaf nu (eigenlijk sinds gisteren) besluiten (in- en extern) dus alleen bij Donne liggen en hij, afhankelijk van het onderwerp/onderdeel hij verantwoording aflegt of goedkeuring vraagt aan de RvT. Een van de zaken die Donne zal voorleggen de komende tijd, is het delegeren van bevoegdheden. Maar zover is het nog niet, dus statutair loopt alles vooralsnog via Donne.’ Op 22 april 2020 zegt de raad van toezicht de overeenkomst tot opdracht met de heer Van Loenen op per 1 mei 2020. Hiertegen komt de heer Van Loenen in het verweer. Een van de zaken die hij aanvoert, is dat de statutenwijziging niet geldig is. Het argument van de heer Van Loenen is dat de besluitvorming niet goed tot stand is gekomen, waardoor de statutenwijziging niet rechtsgeldig is en derhalve ook de beëindiging van zijn overeenkomst tot opdracht niet geldig is. De raad van toezicht voert daarop vervolgens het gesprek met de heer Van Loenen. Ook heeft de raad van toezicht met andere betrokkenen gesproken en juridisch advies ingewonnen dat hen is aangeboden en is betaald door de gemeente.
Vervolgens zijn de raad van toezicht en Van Loenen nader in overleg getreden en hebben zij een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij hij in een andere functie is geplaatst voor een uurtarief van € 39,-. De gemeente is op de hoogte gehouden van het verloop van het dispuut met Van Loenen. In de vaststellingsovereenkomst is opgenomen de onderlinge samenwerking voort te zetten per 1 juli 2020. Verder wordt overeengekomen dat de heer Van Loenen meewerkt aan de bekrachtiging van de statutenwijziging van 31 maart 2020 en/of het opnieuw nemen van het besluit tot statutenwijziging en zijn terugtreden bevestigt als bestuurder per die statutenwijziging.
Governance in de praktijk – checks en balances Met betrekking tot checks en balances waren een aantal afspraken gemaakt. In de oprichtingsakte is opgenomen dat de stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur of door twee gezamenlijk handelende bestuursleden. In de praktijk was het zo dat tal van afspraken met externe partijen zijn gemaakt door één enkele bestuurder. Dit had ermee te maken dat, tot de bestuurswisseling in augustus 2019, er maar één echt actieve bestuurder was bij SEA. Maar ook nadat er drie actieve bestuurders waren, kwam het voor dat een van de bestuurders de stichting vertegenwoordigde. Er zijn opdrachten uitgezet, ondertekend en betaald door één enkele bestuurder. Meerdere bestuurders hebben zich hier schuldig aan gemaakt. Dit werd mede veroorzaakt door de animositeit binnen het bestuur. Na de structuurwijziging waarbij formeel 31 maart 2020 een raad van toezicht werd aangesteld, veranderde het mandaat van het bestuur (lees de directeur-bestuurder). De directeur-bestuurder is vanaf dat moment bevoegd in zijn eentje de stichting te vertegenwoordigen. Tegelijkertijd is er vanaf dat moment een raad van toezicht die toezicht houdt op zijn handelen. Wij constateren dat dit in de praktijk ook is gebeurd.
De raad van toezicht zat dicht op de bestuurder en probeerde, overigens met wisselend succes, binnen haar bevoegdheden grip te krijgen op de gang van zaken binnen de Energieacademie. Tijdens de eerste (echte) vergadering van de beoogd RvT op 3 maart wordt gesproken over procuratie en besluit de RvT dat er een vierogenprincipe gehanteerd moet worden bij uitgaven boven de € 5.000,-. Boven dat bedrag dient een advies gegeven te worden tot uitbetaling, inclusief een onderbouwing. De directeur-bestuurder geeft dan een handtekening.
65432 – Openbaar
80
3.1.3 Businesscase Waar ligt de businesscase vast? Voor wat betreft de businesscase zijn twee documenten (met name) relevant: •
Het projectvoorstel dat is ingediend in het kader van de EFRO-subsidie (d.d. 20 maart 2019).
•
Het (daarop gebaseerde en gecomprimeerde) projectvoorstel dat is ingediend in het kader van de gemeentelijke subsidie (d.d. 11 juli 2019).
Bij dit laatste document hebben we ook de nadere onderbouwing daarvan meegenomen die in juli 2019 is besproken en vastgesteld in het stafoverleg FIS (document met als datum 13-05-2019 versie 0.1). Verder kan de businesscase niet los worden gezien van de daaronder liggende begroting. Begroting en realisatie worden behandeld in hierop volgende paragrafen.
Totstandkoming businesscase De gemeente start in de tweede helft van 2018 met de ontwikkeling van een concreet projectplan voor de Energieacademie. Dit is grotendeels een gemeentelijke exercitie waarbij een van de (beoogd) bestuurders van de stichting zo nu en dan betrokken wordt. Het eindproduct dat er in maart 2019 ligt is een product dat de gemeente in samenwerking met Deloitte heeft opgesteld. De stichting is (formeel) verantwoordelijk voor het indienen van het projectplan, met bijbehorende begroting, in het kader van de EFRO-subsidie. Vanaf eind maart neemt de betrokkenheid van de bestuurder van de stichting bij het projectplan toe. Zo wordt het plan gezamenlijk (gemeente en stichting) gepitcht aan de Stedelijke Adviesgroep en zijn er overleggen tussen de bij het project betrokken ambtenaar, de bestuurder van de stichting en diverse andere ambtenaren van de gemeente (financiën, juridische zaken, programmabureau Kansen voor West). Deze gesprekken gaan met name over de begroting. Zo ligt er uiteindelijk een definitieve EFRO-aanvraag die grotendeels is geschreven door de gemeente maar uiteindelijk formeel is ingediend door de stichting. In diezelfde periode wordt gewerkt aan de gemeentelijke subsidieaanvraag. Daarvoor wordt een ‘globale businesscase’ uitgewerkt op basis van het projectplan EFRO.
Ook deze ‘globale businesscase’ met bijbehorende begroting is gebaseerd op documentatie die is opgesteld door de gemeente en afgestemd binnen het stafberaad (juni en juli 2019). Over de inhoud van de businesscase vindt afstemming plaats met de bestuurder van SEA die zelf betrokken is bij het opstellen van de begroting. De uiteindelijke subsidieaanvraag met daarbij het projectplan inclusief ‘globale businesscase’ en begroting worden ingediend door de bestuurder van SEA.
Businesscase op papier De businesscase heeft betrekking op de eerste twee jaar van SEA: juli 2019 tot en met juli 2021. Hierin is opgenomen op welke wijze SEA haar activiteiten nu en in de toekomst gaat bekostigen. De businesscase bestaat uit de volgende onderdelen: •
Werkontwikkeltrajecten
Per deelnemer aan een WOT-traject van drie maanden ontvangt SEA € 2.000,-. Dit wordt voor de ene helft gefinancierd vanuit de EFRO-subsidie. De andere helft wordt gefinancierd door opdrachtgevers: -
Bij bijstandsgerechtigden en nuggers: regiodeal ZW en WSP Bij WW-ers: het UWV Bij voor werk naar werk deelnemers: de werkgever of het scholingsfonds.
65432 – Openbaar
•
81
Werkfit plaatsen
Per deelnemer aan een Werkfittraject van drie maanden ontvangt SEA een vergoeding van € 2.000,- (een leermeester op tien deelnemers). In de aanvraag bij Perspectief op werk is een bijdrage van € 230.000,opgenomen voor 115 werkfitplaatsen. Een kleiner deel wordt vanuit de regiodeal gefinancierd (€ 92.000,- voor 46 plaatsen). •
Personele kosten en huisvesting
Wat betreft personeel gaat het om de volgende kosten: -
projectmanagement voor het opzetten, coördineren en managen van de Energieacademie. extra accountmanagement voor het begeleiden naar banen na afronding van de trajecten een jongerencoach
Aangegeven wordt dat vanuit WSP twee werkbegeleiders worden ingezet op locatie van de Energieacademie voor begeleiding van de deelnemers tijdens de WOT. Deze worden gesubsidieerd vanuit ESF en Perspectief op werk. Wat betreft huisvesting gaat het om de volgende kosten: -
ruimte/huur voor de Energieacademie
De financiering voor zowel personeel als huisvesting komt uit de regiodeal Zuidwest en EFRO. Aangegeven wordt dat dit opstartsubsidies betreffen, die vanaf 2021 vervallen, waarna de stichting al deze kosten zelf gaat financieren uit bijdragen van de aangesloten werkgevers. Daarnaast moet SEA zelf inkomsten verwerven ter hoogte van minimaal € 700.000,-. Deze eigen inkomsten zijn onder andere van belang omdat van staatssteunregels maximaal 70% van de financiering van de stichting uit overheidsgeld mag bestaan. 30% moet dus van de stichting zelf komen. Deze eigen inkomsten kunnen worden verworven door aan werkgevers per succesvol geplaatste kandidaat (na het doorlopen van een WOT-traject) € 500,- te vragen. Daarnaast wordt aangegeven dat OTIB € 2.000,- betaalt per succesvol geplaatste kandidaat bij een bedrijf binnen de branche. Er wordt uitgegaan van 100 plaatsingen in de businesscase. Verder wordt gesproken over huurinkomsten van werkgevers, gehuisvest in de Energieacademie. In de business case zijn geen eisen gesteld aan de duurzaamheid van het pand.
Wel is in het projectplan als een van de beoogde resultaten opgenomen dat een beslissing wordt genomen ‘over het al dan niet uitwerken van het totaalconcept de EnergieHUB (Q2/Q3 2019), de permanente locatie van de Energieacademie in kwartaal 2 (Q2), het aanpassen en verduurzamen daarvan tot een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) (rest van 2019-2020) en het zo snel mogelijk in gebruik nemen van dit pand.’ •
Bijdrage in natura door deelnemende bedrijven in de vorm van materialen, leermeesters en/of lesmateriaal.
Een aantal bedrijven doet toezeggingen in natura voor een totale waarde van € 119.500,-. Deze toezeggingen zijn ook op papier gezet door enkele bedrijven als Exasun, Tarion, zonnepanelen installateurs, Social Solutions en andere organisaties als Made in Moerwijk, Menskracht 7 en ROC Mondriaan. Het gaat om materialen maar ook de inzet van manuren ten behoeve van bijvoorbeeld het kwartiermaken (t.w.v. € 80.000,-) en accountmanagement (t.w.v. € 11.000,-) ‘De verwachting is dat het aantal bedrijven dat op deze manier bijdraagt zal toenemen als we gestart zijn’, aldus het projectvoorstel.
Businesscase in de praktijk Onderstaand is per onderdeel van de businesscase samengevat beschreven wat daarvan terecht is gekomen. Op verschillende plekken in dit rapport wordt dieper op de verschillende onderdelen van de businesscase ingegaan.
65432 – Openbaar
•
82
Werkontwikkeltrajecten
De subsidie vanuit de gemeente en EFRO is verstrekt. In het geval van de gemeente vooraf en in het geval van EFRO is dit gebeurd nadat declaraties daarvoor zijn ingediend. Het bedrag vanuit EFRO is overigens lager dan begroot. Er zijn geen gelden binnengekomen vanuit het UWV, werkgevers of scholingsfondsen voor het aanbieden van WOT-trajecten. Er zijn veel minder WOT-trajecten doorlopen dan beoogd. Verder zijn de kosten voor het doorlopen van een WOT-traject in verhouding tot de declaraties van de leermeesters vele malen hoger dan € 2.000,- per kandidaat. •
Werkfitplaatsen
Vrijwel de gehele subsidie vanuit de gemeente voor het werkfit maken is verstrekt. Dit is vooraf gebeurd in de vorm van een voorschot. Er zijn een stuk minder Werkfittrajecten doorlopen dan beoogd. De kosten per deelnemer voor het werkfit maken waren lager dan begroot (€ 1.200,- in plaats van € 2.000,- per deelnemer). •
Personele kosten en huisvesting
Wat betreft personeel is er subsidie vanuit de gemeente en EFRO verstrekt. Vanuit EFRO lag deze subsidie lager dan was begroot. Dit had onder andere te maken met foutieve declaraties en/of onduidelijkheden bij de Energieacademie over welke kosten gedeclareerd konden worden. De subsidie was onvoldoende om de personeelskosten te dekken. Verder zijn door WSP verschillende werkbegeleiders ingezet op locatie bij de Energieacademie. Wat betreft de huur is subsidie vanuit de gemeente verstrekt. Huurkosten komen echter niet in aanmerking voor EFRO-subsidie. Deze kosten zijn (dan) ook niet bij EFRO gedeclareerd. De subsidie was echter onvoldoende om de huurkosten te dekken. Wat betreft de eigen inkomsten van de Energieacademie zijn er geen bijdragen binnengekomen voor de geplaatste kandidaten. Een zeer beperkt aantal kandidaten is geplaatst. De bedragen die daarvoor zijn ontvangen zijn niet naar de Energieacademie gegaan. Er is met andere woorden door SEA niets verdiend met de plaatsing van kandidaten. OTIB heeft een bijdrage geleverd van € 18.000,-. Dit bedrag is bedoeld voor begeleiding en bemiddeling van twaalf kandidaten door SEA en de plaatsing van één kandidaat. Dit bedrag ligt dus lager dan de beoogde bijdrage. Verder is een overeenkomst gesloten met Instituut GAK ter hoogte van maximaal € 75.000,voor opleiding en begeleiding van jongeren.
Deze subsidie was gekoppeld aan de behaalde resultaten met aftrek van de van andere partijen ontvangen bijdragen. Onduidelijk is of en hoeveel subsidie SEA van Instituut GAK zou ontvangen. Uiteindelijk heeft SEA niks ontvangen. Verder hoefden de drie leerwerkbedrijven het eerste jaar geen huur te betalen. Dit was een tegemoetkoming aan deze bedrijven omdat zij pas achteraf betaald zouden worden voor de doorlopen trajecten. Hierdoor hadden zij op voorhand minder kosten. Ook de servicekosten zijn uiteindelijk niet in rekening gebracht. Andere bedrijven hebben zich niet gevestigd in de Energieacademie waardoor er überhaupt geen inkomsten waren uit verhuur. Doordat een van de leerwerkbedrijven op een plek was gesitueerd die bedoeld was voor de verhuur aan kleinschalige bedrijven werd het ook een stuk lastiger voldoende huurinkomsten te genereren. Het idee was dat deze kleine bedrijven namelijk (wel) huur zouden betalen die bovendien hoger lag dan de huur van de leerwerkbedrijven. Wel is er eenmalig subsidie ontvangen van het Fonds 1818 voor de inrichtingskosten van de Energieacademie (€ 50.000,-) en een schenking van € 10.000,- van de Rabobank.
65432 – Openbaar
•
83
Bijdrage in natura.
ROC Mondriaan - Het ROC Mondriaan zou 200 uur aan docenten/medewerkers leveren ten behoeve de begeleiding en implementatie van het lesmateriaal en training van de leermeesters/werkbegeleiders. Begrote waarde van € 11.000,-. Daarnaast is het ROC Mondriaan bevoegd om (deel-)certificaten uit te geven, dit was belangrijk voor het certificeren van SEA. Er zijn enkele gesprekken gevoerd tussen SEA en ROC Mondriaan maar formele samenwerking is niet van de grond gekomen. Er zijn door het ROC Mondriaan geen certificaten uitgegeven.
Menskracht 7 - Menskracht 7 is een onderdeel van het ROC Mondriaan. zou 100 uur leveren voor gezamenlijk onderzoek naar een digitaal leernetwerk, begrote waarde € 5.500,-. Deze samenwerking is niet van de grond gekomen en bovenstaande is niet geleverd.
Exasun - Exasun zou € 6.000,- leveren aan zonnepalen ten behoeve de opleiding voor zonnepanelenmontage. Zij zijn dit nagekomen.
Tarion - Tarion zou € 6.000,- leveren aan materiaal voor de opleiding kozijnenbouwer. Zij hebben dit geleverd na de opening maar hun materialen zijn niet gebruikt.
Made in Moerwijk – Made in Moerwijk zou kennis en capaciteit leveren voor de opstart van de Energieacademie, ter waarde € 80.000,-. Deze Stichting heeft - in de persoon van directeur Bax - tijd geïnvesteerd in het opstarten en besturen van de Energieacademie. Omdat dit niet is bijgehouden, is onduidelijk of het aantal uren is geleverd is dat in de businesscase is opgenomen. In dit kader is door Made in Moerwijk (om niet) ook een bijdrage geleverd aan de verbouwing van de Energieacademie. Maanden later, en na het vertrek van de heer Bax, is door Made in Moerwijk wel een factuur gestuurd (gericht aan de heer Bax als directeur bestuurder van SEA) voor uitvoering van deze werkzaamheden.
Social Solutions – Social Solutions zou 200 uur leveren voor een accountmanager/medewerker, voor een begrote waarde van € 11.000,-. Door Social Solutions zijn verschillende bijdragen geleverd aan de Energieacademie. Zowel betaald als onbetaald. Zo zijn in het kader van kwartiermaken diverse betaalde werkzaamheden uitgevoerd. Ook zijn in opdracht van de Energieacademie VCA-trainingen gegeven. Verder stond Social Solutions namens de Energieacademie in contact met diverse werkgevers en hebben ze enkele kandidaten geplaatst. Omdat geen uren zijn bijgehouden van de onbetaalde werkzaamheden is onduidelijk of door Social Solutions de ‘in-kind’ bijdrage is geleverd.
Haalbaarheid businesscase Met een groot aantal betrokkenen is gesproken over de haalbaarheid van de businesscase. Daaruit komt een aantal zaken naar voren: •
Er is te ambitieus begonnen volgens betrokkenen. 560 Werkontwikkeltrajecten doorlopen is een grote en zeer ingewikkelde opgave, zeker voor een startende organisatie. Het kost volgens hen relatief veel tijd om dergelijke trajecten te ontwikkelen, voor te bereiden en goed te laten verlopen. Bovendien zal een groot gedeelte van de kandidaten eerst werkfit gemaakt moeten worden. Het aantal Werkfitplaatsen dat was opgenomen in de begroting, was daarvoor volgens veel betrokkenen onvoldoende. Er is volgens hen is te weinig rekening gehouden met het feit dat SEA een startende organisatie was, niet in de laatste plaats door SEA zelf.
•
Veel betrokkenen geven aan dat er door SEA eigenlijk geen of heel weinig geld kan worden verdiend met het detacheren of uitplaatsen van opgeleide kandidaten. Dit was echter wel de belangrijkste (eigen) inkomstenbron van SEA. Volgens deze betrokkenen hebben werkgevers geen geld over voor een kandidaat omdat deze doorgaans nog veel begeleiding nodig heeft en niet ‘panklaar’ wordt afgeleverd. Een aantal
65432 – Openbaar
84
werkgevers bevestigt dit. Andere betrokkenen geven aan dat werkgevers wel bereid waren hiervoor te betalen en konden hier ook voorbeelden van noemen. In ieder geval deden verschillende bedragen de ronde (€ 500,-, € 1000,-, € 1000,- en een vergoeding per gewerkt uur). Duidelijk was dat niemand het echt wist maar dat hier wel mee gerekend werd. Ook de bijdragen vanuit OTIB waren niet gegarandeerd. OTIB zou de opleiding van de kandidaten co-financieren. Voor hen was dit een pilot waarbij werd begonnen met 13 kandidaten, waarna eventuele extra financiering beschikbaar zou komen. SEA ging qua inkomsten uit van plaatsing van een veel groter aantal kandidaten. Tot slot geven verschillende betrokkenen aan dat de aansluiting van de marktvraag op de kwaliteit van een groot deel van de leerlingen van tevoren niet goed is ingeschat. De verwachte uitstroom was daarmee niet realistisch, aldus deze betrokkenen. •
Er was in de businesscase onvoldoende rekening gehouden met personele kosten. Eén accountmanager, één jongerencoach en één coördinator zijn volgens enkele direct betrokkenen onvoldoende om uitvoering te kunnen geven aan zo’n ambitieus projectplan. Een betrokken ambtenaar verklaart hierover dat oorspronkelijk bij het opstellen van het projectplan (onder de EFRO-aanvraag) het idee was dat de gemeente ook enkele mensen bij SEA zou gaan inzetten voor uitvoerende werkzaamheden, bovenop de werkbegeleiders. Omdat in juli 2019 is besloten SEA meer op afstand te zetten, is hier geen vervolg aan gegeven. Ondertussen bood de begroting geen dekking voor het aannemen van extra personeel of het betalen van een bestuurder. Het idee was dat met de inkomsten van SEA op termijn extra mensen aangenomen zouden kunnen worden maar zo ver is het nooit gekomen.
•
Er is in de business case niet of onvoldoende rekening gehouden met, onder meer, de kosten van de kwartiermakers, bestuurskosten, reclame kosten en inrichtings- en verbouwingskosten. De uitgaven liggen hoger dan begroot.
•
Er werd door betrokkenen in de toelichting op de businesscase een verbinding gelegd met (inkomsten uit) de EnergieHUB. Dit is het totaalconcept waarin Energieacademie, een showroom en kleinschalige bedrijfsruimte onder hetzelfde dak ondergebracht zouden worden. Inkomsten vanuit de verhuur van delen van het gebouw zouden bij moeten dragen aan een sluitende begroting van de Energieacademie. Deze EnergieHUB is er echter nooit gekomen. Bovendien was op het moment dat de Energieacademie begon nog onzeker of de EnergieHUB er zou komen. Ondertussen werd wel een gebouw gehuurd (Kerketuinenweg) dat alleen rendabel kon zijn op het moment dat de EnergieHUB er daadwerkelijk zou komen.
3.1.4 Financiën en contracten 3.1.4.1
Begroting en realisatie
Begroting en realisatie 2019 Voor inzicht in de gerealiseerde inkomsten en kosten verlaten wij ons op de volgende rapportages van de accountant: 1.
De accountant van SEA verstrekt op 16 september 2020 een verantwoording van uitgaven en rapportage. In de bijlage is een concept-jaarrekening 2019 opgenomen.
2.
Het financieel verslag 2019 van de stichting, waarbij de accountant van SEA op 23 november 2020 een verklaring afgeeft en aangeeft dat er sprake is van een getrouw beeld inzake het vermogen en het resultaat van SEA in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
3.
De accountant van SEA verstrekt op 3 december 2020 een controle op de uitgaven, als bijlage is opgenomen een overzicht van uitgaven, opgemaakt op 22 november 2020 en gecontroleerd op 23 november 2020.
Als begroting hanteren wij de begroting die is ingediend bij de subsidieaanvraag in juli 2019. De rubriceringen van deze begroting en de jaarrekening sluiten niet helemaal aan en zijn door Berenschot sluitend gemaakt. Onderstaande tabel geeft inzicht in de begroting van SEA en de realisatie van 2019 zoals opgesteld door de accountant.
85
65432 – Openbaar
begroting
realisatie
Subsidie van de gemeente
€ 402.500
€ 402.5003
EFRO
€ 160.000
€0
Eigen inkomsten
€ 185.000
€0
Totaal baten
€ 747.500
€ 402.5004
WOTS
€ 280.000
€ 20.006
Personeelskosten
€ 118.500
€ 33.900
Inrichting- en verbouwingskosten
€ 49.000
€ 63.771
Huisvesting (huur, gas, water licht, servicekosten)
€ 150.000
€ 83.568
Materialen voor opleidingen
€ 30.000
€0
Overhead / Kwartiermaken5
€0
€ 164.901
Werkfit
€ 120.000
€0
Totaal lasten
€ 747.500
€ 366.146
Baten
Lasten
De feitelijke bevindingen bij de begroting en realisatie over 2019 zijn: •
In vergelijking met de begroting van SEA van juli 2019 zijn er geen eigen inkomsten gegenereerd. Ook de EFRO-gelden zijn niet binnen gekomen omdat EFRO pas achteraf (na indiening van een declaratie) uitkeert. De inkomsten liggen derhalve veel lager dan begroot.
•
Omdat de SEA nog aan het opstarten was, lagen de kosten ook veel lager dan begroot. Er zijn bijvoorbeeld geen Werkfittrajecten uitgevoerd en er is veel minder geld besteed aan de Werkontwikkeltrajecten (in feite waren de uitgaven verbonden aan enkele VCA trajecten en niet aan Werkontwikkeltrajecten). Mede in relatie hiermee lagen de personeelskosten ook lager dan begroot. Ook zijn er geen kosten gemaakt voor materialen.
•
De gerealiseerde inrichtings- en verbouwingskosten waren in 2019 hoger dan begroot, de huisvestingskosten (huur) veel lager dan begroot.
•
De kostenpost overhead en kwartiermaken is niet begroot in het kader van de subsidie aanvraag. De accountant benoemt deze post wel. Deze post was uiteindelijk aanzienlijk. Het grootste deel van deze kostenpost bestaat uit personele kosten/inhuur (bestuur en kwartiermakers). Voor personeelskosten was wel een post op de begroting opgenomen.
•
De begroting 2019 van SEA waarop de subsidieverlening is gebaseerd wijkt aanzienlijk af van de realisatie.
•
Uit het overzicht concludeert de accountant van SEA dat € 248.570,- (van de in totaal gerealiseerde kosten van € 366.475,- inclusief financiële lasten) niet subsidiabel is. Volgens het overzicht van de accountant zijn de volgende kosten niet subsidiabel: -
Een deel van de huurkosten (€ 7.667,-)
-
Inrichtings- en verbouwingskosten (€ 63.771,-)
-
Kosten overhead / kwartier maken (€ 164.901,-)
Uit ons boekenonderzoek blijkt de gemeente uiteindelijk 400.000 euro te hebben overgemaakt Idem 5 Volgens de accountant verdeeld naar de volgende posten: Bestuurskosten € 65.687,-,-. Werkakkoorden € 34.025-, Kwartier maken € 40.364,-, Oprichtingskosten € 2.046,-, Administratiekosten € 7.720,-, Reclamekosten € 13.486,- en Autokosten € 1.573,-. 3 4
86
65432 – Openbaar
In aanvulling op de realisatie heeft de accountant ook de financiële positie van de stichting per 31 december 2019 beoordeeld. Hieruit blijkt onder meer dat SEA op 31 december 2019 voor afgerond € 35.000,- aan leaseverplichtingen op de balans had staan en voor € 36.000 aan voertuigen.
Begroting en realisatie 2020 Van 2020 is geen jaarrekening opgemaakt. Wel heeft de accountant een tussentijdse rapportage opgesteld over de eerste drie kwartalen van 2020 (verstrekt op 11 december 2020). Als begroting hanteren wij de aangepaste meerjarenbegroting die in januari 2020 door SEA is ingediend bij de gemeente in het kader van de subsidie aanvraag voor 2020. De rubriceringen van deze begroting en de rapportage van de accountant sluiten niet helemaal aan en zijn door Berenschot sluitend gemaakt. Onderstaande tabel geeft inzicht in de begroting van SEA over het hele jaar en de realisatie van 2020 zoals opgesteld door de accountant.
Begroting heel 2020
Realisatie eerste drie kwartalen 2020
Subsidie van de gemeente
€ 854.000
€ 507.050
Subsidie EFRO
€ 345.000
€ 66.500
Eigen inkomsten
€ 346.000
€ 78.850
€ 1.545.000
€ 652.400
WOTS
€ 998.400
€ 179.1036
Personeelskosten
€ 288.200
€ 191.943
Huisvesting (huur, gas, water licht, servicekosten)
€ 241.000
€ 220.646
Inrichting en verbouwingskosten
€ 80.000
€ 192.0137
€0
€ 95.953
€ 60.000
€ 134.223
€0
€ 51.087
STiP
€107.250
€0
Werkfit
€ 272.000
€ 72.235
Btw Component
€ 514.326
€0
€0
€ 1.401
€ 2.561.176
€ 1.138.604
Baten
Totaal Baten
Overhead / Kwartiermaken8 Traub Kosten reorganisatie
Financiële baten en lasten
Totaal uitgaven
De feitelijke bevindingen bij de begroting en realisatie over de eerste drie kwartalen van 2020 zijn (waar mogelijk en relevant voegen wij informatie toe uit het laatste kwartaal):
waarvan één betwiste factuur van 94.000 euro die uiteindelijk niet betaald is waarvan twee betwiste facturen ter waarde van 93.800 euro die uiteindelijk niet betaald zijn 8 Volgens de accountant verdeeld naar de volgende posten: Bestuurskosten € 43.831, Administratiekosten € 8.383, Reclamekosten € 34.068 en Autokosten € 9.671. 6 7
87
65432 – Openbaar
•
Tot en met het derde kwartaal is € 78.850,- aan eigen inkomsten gegenereerd (OTIB, Fonds 1818 en donatie Rabobank); veel minder dan begroot. In het laatste kwartaal zijn blijkens de financiële administratie geen eigen inkomsten gegenereerd.
•
Ook de inkomsten uit de EFRO gelden waren veel lager dan begroot (€ 66.500,- tot en met het derde kwartaal, voor heel 2020: € 119.306,-. Overigens betreft het grootste gedeelte daarvan (€ 65.000,-) een voorschot van 10% van de totale subsidie waarvoor geen declaratie is ingediend.
•
De totale subsidie ontvangen in 2020 van de gemeente was € 712.050,- (€ 253.525,- (maart) + € 253.525,(april) + € 150.000,- (oktober) + € 55.000,- (december)). De eerste twee bedragen (totaal € 507.050,-) betrof de aan SEA toegekende subsidie voor 2020 conform de beschikking van augustus 2020. Deze was veel lager dan de aanvraag en begroot. Tegenover ons is verklaard dat SEA en de gemeente begin 2020 mondeling overeen zijn gekomen dat het subsidiebedrag voor 2020 € 507.050,- bedraagt. De laatste twee bedragen (totaal € 205.000,-) waren een voorschot op de subsidie van 2021 om de eerste financiële nood in 2020 te ledigen.
•
SEA heeft van de gemeente Den Haag € 94.992,- aan loonsubsidies voor de STiP medewerkers ontvangen. De accountant heeft deze kosten en opbrengsten niet in zijn overzicht meegenomen. SEA heeft dit wel begroot (onder de post Subsidie gemeente, € 86.000,-). Het is onduidelijk waarom de accountant dit niet heeft meegenomen.
•
Uit het kostenoverzicht van de eerste drie kwartalen blijkt dat de primaire activiteiten nog niet goed van de grond kwamen. Er is dan ook veel minder geld uitgegeven dan begroot aan de Werkontwikkeltrajecten (inclusief VCA trajecten die niet waren begroot maar bij kosten zijn meegenomen bij de WOTs) en Werkfittrajecten.
•
Onder personeelskosten wordt in de aangepaste begroting 2020 verstaan: een werkstudent coach, accountmanager en twee coördinatoren. De werkelijke personeelskosten zijn iets lager dan begroot.
•
Niet begroot waren kosten verbonden aan overhead en kwartier maken (met als grootste kostenposten de bestuurskosten en reclame kosten) en de reorganisatiekosten.
•
De inrichtings- en verbouwingkosten zijn ruim twee keer zo groot als begroot. Er zijn in de cijfers echter twee betwiste facturen opgenomen van ruim € 93.000,- die niet betaald zijn.
•
De uitgaven aan de huisvesting zijn iets hoger dan begroot.
•
De kostenpost ‘Traub’ is ruim twee keer zo hoog als begroot.
•
Indien de betwiste facturen (totaal: € 188.287,-) worden afgetrokken van de kosten, komt SEA volgende accountant de eerste kwartalen € 297.917,- te kort.
•
De accountant concludeert dat van de gemaakte kosten € 471.850,- niet subsidiabel is (huisvesting € 72.000,- ; inrichtings- en verbouwingskosten € 192.013,-; gas, water, licht en servicekosten € 59.396,-; overhead/kwartier maken € 95.953,- en kosten reorganisatie € 51.087,-).
Totale baten en kosten 2019 en 2020 De totale baten van SEA over 2019 en 2020 zijn opgenomen in de onderstaande tabel.
Inkomstenbron
Bedrag
Subsidie gemeente
€ 1.114.550
Loonkostensubsidie
€ 94.992
EFRO
€ 119.306
Eigen inkomsten SEA
€ 78.850
Totaal
€ 1.407.698
88
65432 – Openbaar
In het kader van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW regeling) heeft SEA € 46.446,- ontvangen in drie tranches van € 15.482,- in maart, april en mei 2020. Dit betreft een voorschot. In aansluiting op de accountantsrapportage zijn deze inkomsten niet meegerekend omdat de kans groot was dat dit bedrag terugbetaald diende te worden. In aansluiting op bovenstaande tabellen zijn de belangrijkste uitgavenposten voor 2019 en de eerste drie kwartalen van 2020 opgenomen in onderstaande tabel. Hieruit blijkt dat relatief weinig geld is besteed aan WOTs, Werkfittrajecten en VCA’s en relatief veel geld een overhead/kwartier maken en de inrichting en verbouwing van het pand. Van het laatste kwartaal zijn van de uitgaven (totaal circa € 200.000,-) geen cijferopstellingen aangetroffen in aansluiting op bovenstaande tabellen. In die periode is relatief veel geld uitgegeven aan huisvesting, WOTs en personeel. In die fase waren de uitgaven voor de inrichting/verbouwing en overhead/kwartiermaken zeer beperkt.
Uitgavenpost
Bedrag
Huisvesting
€ 204.214
Inrichting en verbouwing
€ 255.784
Overhead en kwartiermakerskosten
€ 260.854
WOT, Werkfit, VCA
€ 271.344
Personeel
€ 225.843
Naar opgave van de curator bedragen per 30 augustus 2021 de ingediende en voorlopig erkende concurrente schuldvorderingen € 957.542,24 en de ingediende en voorlopig erkende preferente schuldvorderingen € 121.880. Van de ingediende concurrente vorderingen is Traub Stuc verreweg de grootste € 435.592,- gevolgd door EFRO (€ 119.306,-) en de verhuurder (€ 89.583,-). Naar opgave van de curator is op datum faillissement € 26,01 aan geld beschikbaar.
Betrokkenheid accountant SEA De accountant van SEA is gevestigd te Leusden en Capelle aan den IJssel. Het is een accountantskantoor gespecialiseerd in de versbranche (slagers, bakkers, groente-, kaas- en viswinkel). Op basis van welke overwegingen door SEA voor dit bureau is gekozen, is ons niet bekend. Een schriftelijke opdrachtbevestiging aan het bureau is in het dossier niet aangetroffen. Op basis van de door het bureau opgestelde documenten, concluderen wij dat de opdracht een controleopdracht betrof, waarbij een administratiekantoor (Administratiekantoor Feenstra) de jaarrekening heeft opgesteld. Op verzoek van de gemeente vraagt SEA aan het bureau ook een beoordeling te doen van de rechtmatigheid van de subsidie-uitgaven. De verantwoording die door het bureau vervolgens wordt opgemaakt is, naar het oordeel van de GAD, op onderdelen onvoldoende om de rechtmatigheid vast te kunnen stellen. De door het bureau gecontroleerde jaarrekening van SEA voldoet op cruciale onderdelen niet aan de vereisten zoals zijn opgenomen in de richtlijnen van de gemeente Den Haag voor het verantwoorden van subsidies.
Er is niet getoetst of aan de regels van de WNT is voldaan, de verantwoording sluit niet helemaal aan bij de indeling van de begroting die de basis was voor de subsidieverlening en de accountant heeft niet getoetst of de uitgaven ten laste van de subsidies aan de geldende wet- en regelgeving voldoen. Wat betreft de rechtmatigheid blijkt ook niet aan welke wet- en regelgeving het bureau heeft getoetst. Ook blijkt niet dat het bureau eigenstandig onderzoek naar wet- en regelgeving heeft gedaan.
89
65432 – Openbaar
De accountant van SEA heeft voor zover wij kunnen beoordelen op basis van documenten en gesprekken ook geen signalen afgegeven over de kwaliteit van de administratie of adviezen verstrekt over noodzakelijke verbeteringen. Uit de rapportages blijkt dat een aanzienlijk deel van de kosten ten onrechte uit subsidiebaten zijn gedekt. De accountant heeft hier geen advies of conclusies aan verbonden voor wat betreft de continuïteit van de stichting.
3.1.4.2
Aanbesteding en contracten
Contracten voor toekenning subsidie Formeel is op 2 oktober 2019 de subsidie aan de stichting toegekend. Hierop vooruitlopend heeft de gemeente op 11 september € 400.000,-overgemaakt aan SEA. Alvorens de subsidie is toegekend door de gemeente zijn er door de Stichting Energie Academie wel al contracten afgesloten en facturen betaald. In onderstaande tabel geven wij een overzicht van alle contracten en financiële verplichtingen die voor 11 september zijn aangegaan. Voorafgaand aan de feitelijke subsidieverlening stuurt de gemeente op 29 mei 2019 een brief aan de stichting waarin de toezegging wordt gedaan dat de gemeente subsidie gaat verstrekken aan SEA om onder meer huurkosten voor 2019 en 2020 te dekken. Deze brief was nodig als garantstelling richting de verhuurder. In deze brief zijn geen bedragen opgenomen.
Relatie
Inhoud
Datum
Verhuurder
Huurcontract
1 augustus 2019
Bedrag € 17.916,67
In dossier Contract
per maand Traub Stuc
Toezeggingen over huurvrijeperiode, begeleiding 60 kandidaten per jaar a €4.000 en vrije keus detacheerder
5 juni 2019
€ 240.000,-
Overeenkomst
Beroepentuin
Kwartiermaken april
25 juli 2019
€ 950,00
Factuur op basis offerte 27 maart
Kwartiermaken mei
25 juli 2019
€ 1.995,00
Idem
Kwartiermaken juni
25 juli 2019
€ 4.465,00
Idem
Kwartiermaken juli
30 augustus 2019
€ 6.175,00
Idem
Kwartiermaken augustus
30 augustus 2019
€ 5.985,00
Idem
Social Solutions
Organiseren werkakkoorden
22 augustus 2019
€ 34.025,00
Factuur
Stichting Haagbouw
Kwartiermaken april tot juni
10 juli 2019
€ 11.105,50
Factuur
Kwartiermaken juni tot 6 augustus
9 september 2019
€ 6.080,00
Factuur
Van Loenen
Opdracht voor werkzaamheden in september
7 augustus 2019
€ 3.000,00
Opdrachtbevestiging
Stichting Building Better People
Huur Flexwerkplek juli en augustus 2019
14 augustus 2019
€ 1.089,00
Factuur
Stichting Made in Moerwijk
Diverse opstart kosten
19 augustus 2019
€ 1.553,85
Factuur
90
65432 – Openbaar
Contracten bestuurders en (ingehuurde) medewerkers De volgende tabel betreft een overzicht van de contracten van ingehuurde medewerkers/bestuurders met bijbehorende uurtarieven en daarna van medewerkers/bestuurders in dienst van SEA en eventuele bijzonderheden.
Medewerker inhuur
Type contract
Omvang contract
Looptijd contract
Factuur excl. BTW
Van Loenen
Overeenkomst tot opdracht 1
- 40 uur eenmalig
1/9/2019 – 30/9/2019
€ 3.000
Van Loenen (Coördinator(voorzit ter)/directeur SEA)
Overeenkomst tot opdracht 2
- 18 uur per week
1/10/2019 – 31/12/2021
Maandelijks € 5.292 tot 1/4/2020
Van Loenen (Coördinator(voorzit ter)/directeur SEA)
Overeenkomst tot opdracht 3
- 18 uur per week
1/10/2019 – 30/9/2021
Maandelijks € 2.808 tot 1/5/2020
Van Loenen (stafmedewerker)
Overeenkomst tot opdracht 4
- 24 uur per week
1/7/2020 – onbepaalde tijd
Maandelijkse variërend van € 2.030 tot € 4.290 tot 1/12/2020
Deze overeenkomst komt in de plaats van overeenkomsten tot opdracht 2 en 3.
Werlemann (Coördinator/directe ur SEA)
Overeenkomst tot opdracht 1
- 18 uur per week
1/10/2019 – 31/12/2021
Maandelijks variërend € 5.953 tot € 6.615 tot 1/1/2020
Beide overeenkomsten dienen in samenhang te worden bezien. De (informele) afspraak was 3 dagen à 9 uur tegen een uurtarief van € 75,-.
Werlemann (Coördinator/directe ur SEA)
Overeenkomst tot opdracht 2
- 18 uur per week
1/10/2019 – 31/12/2021
Maandelijks € 3.510 tot 1/1/2020
Van Haagen (directeurbestuurder)
Overeenkomst tot opdracht
- 40 uur per week
1/5/2020 – 31/12/2020
Maandelijks € 8.000 tot 1/11/2020
Accountmanager
Overeenkomst tot opdracht
- 32 uur per week
1/9/2019 – 31/7/2020
Maandelijkse variërend van € 2.178 tot € 6.600 tot 1/8/2020
Looptijd contract
Netto uitbetaald
Medewerker in dienst
Type contract
- € 75 per uur - € 73,50 per uur
- € 39 per uur
- € 39 per uur
- € 73,50 per uur
- € 39 per uur
- € 50 per uur
- € 40 per uur, na 1/2/2020 €45 per uur Omvang contract
Toelichting
Beide overeenkomsten dienen in samenhang te worden bezien. De (informele) afspraak was 3 dagen à 9 uur tegen een uurtarief van € 75,-.
Toelichting
91
65432 – Openbaar
Medewerker inhuur
Type contract
Werlemann (projectcoördinator)
Arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd
- 32 uur per week
Jongerencoach
Mondelinge overeenkomst jaarcontract
- 32 uur per week.
Arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd (met terugwerkende kracht tot moment indiensttreding)
- 32 uur per week
Jongerencoach
Accountmanager
Operationeel manager
Omvang contract
Looptijd contract
Reiskosten woon-werkverkeer maakt geen deel uit van loon. Werlemann zegt overeenkomst op en gaat per 1/8 2020 uit dienst.
Maandelijkse variërend van € 2.254 tot € 5.123
Tot 27 maart 2020 is gewerkt zonder arbeidscontract en op basis van mondelinge afspraken. Uitkering 13de maand in december. Op 27 maart 2020 is een contract ondertekend met terugwerkende kracht tot moment indiensttreding.
Vanaf 27 maart 2020
Maandelijkse variërend van € 2.703 tot € 4.590 tot 1/1/2021
Contract bevat 60 vakantiedagen ‘conform CAO onderwijs’, een 13e maand ter hoogte van een maandsalaris en een verwijzing naar de door werknemer op te zetten vitaliteitsacademie.
01/08/20201/1/2021
Maandelijkse betaling van € 2.448,58
Dit contract is niet aanwezig in ons dossier, maar wordt duidelijk vanuit betalingen
1/11/202031/12/2020
Maandelijks variërend van € 2.963 tot € 3.111
Contract voor 2 maanden waarbij geen overuren gedeclareerd mochten worden. Reiskosten werden vergoed op basis van openbaar vervoer of € 0,19 per gereden kilometer. Krijgt maandsalaris voor werkzaamheden in oktober.
- Salaris begon op bruto € 2.700, daarna verhoogd naar € 3.700 per maand
Arbeidsovereenkomst
- 36 uur per week - € 4.500 bruto per maand
Toelichting
Maandelijks € 4.748 tot 1/8/2020
1/1/2020
- € 8.000 bruto per maand
- € 3.700 bruto per maand
Factuur excl. BTW
Marktconformiteit contracten en opdrachten Specialisten van Berenschot op het gebied van functiewaardering en beloning hebben de beloningen nader bekeken op marktconformiteit. Hierbij is met name gekeken naar taken en verantwoordelijkheden op basis van de functiebeschrijvingen waarbij bij interim opdrachten de publieke markt als referentiemarkt is genomen. Bij medewerkers in loondienst zijn de overheidsschalen als referentie genomen. Op basis hiervan komen wij tot de volgende inzichten: •
De tarieven die de heren Van Loenen en Werlemann hanteren voor hun interim opdrachten is gezien hun rol, werkzaamheden, positie en de duur van de contracten marktconform. Het tarief dat de heer Van Loenen hanteert vanaf 1 juli 2020 is onder de marktprijs. Wel is dit een contract voor onbepaalde duur.
•
Vanaf 1 januari 2020 is de heer Werlemann in loondienst als projectcoördinator. Zijn verdiensten bij full time verband komen ongeveer overeen met einde overheidsschaal 17. Deze overheidsfuncties zijn van een zwaarder niveau. Ook wordt hem de mogelijkheid geboden zijn woon-werk verkeer te declareren. Deze salariëring is hoger dan gebruikelijk in de publieke sector.
•
De heer Van Haagen werd interim-directeur met mede als opdracht orde op zaken te stellen. Het uurtarief van € 50,- bij 40 uur per week ligt onder de marktprijzen voor dergelijke werkzaamheden.
•
Het salaris van de jongerencoach van € 3.700,- voor 32 uur komt globaal over een met de overheidsschaal 10. Gezien zijn functiebeschrijving zou schaal 8 of 9 passender zijn geweest.
92
65432 – Openbaar
Hierbij is nog geen rekening gehouden met de dertiende maand en 60 vakantiedagen en de mogelijkheid om overuren betaald te krijgen. Deze salariëring is hoger dan gebruikelijk bij dergelijke werkzaamheden in de publieke sector. •
De accountmanager vraagt een uurtarief van € 40,- en later € 45,- per uur. Gezien zijn werkzaamheden, inzet per week en de doorlooptijd is dit redelijk conform de marktprijzen.
•
Het salaris van de operationeel manager € 4.500,- voor 36 uur komt globaal over een met overheidsschaal 11. Gezien zijn functiebeschrijving zou schaal 10 passender zijn geweest. Deze salariëring is hoger dan gebruikelijk bij dergelijke werkzaamheden in de publieke sector.
Overige feitelijke bevindingen ten aanzien van beloning en waardering In het algemeen passen de uitgekeerde bedragen binnen de contracten voor zover bestaand en bij ons bekend. In de administratie is een factuur opgenomen van de accountmanager over zijn werkzaamheden in november 2019. Deze loopt op tot 165 uur in één maand hetgeen meer is dan de 128 uur conform contract. Hierbij is volgens de urenopgave ook 8 uur gewerkt op een zondag. Gelden worden overgemaakt naar zijn privé rekening, de rekening van zijn bedrijf en de rekening van zijn partner. Sommige facturen vanuit zijn bedrijf zijn zonder btw, de meeste met btw. De btw wordt dan later apart betaald. Wat betreft de jongerencoach stellen wij vast dat deze ook een eigen bedrijf heeft. In 2019 dient hij vanuit zijn bedrijf een factuur in voor 40 uur diverse werkzaamheden voor SEA a € 35,- per uur (totaal € 1.694,- ) waarover ook btw wordt berekend. In de administratie is ook een factuur opgenomen waarmee 200 uur overwerk in rekening wordt gebracht voor de eerste drie maanden in 2020 voor € 30,- per uur exclusief 25% onregelmatigheidstoeslag waar ook btw over betaald dient te worden. De onregelmatigheidstoeslag is uiteindelijk niet in rekening gebracht. In totaal is € 7.260,- (inclusief btw) betaald.
In onderstaande tabel is te zien hoeveel geld bovengenoemde bestuurders en personeelsleden van SEA hebben ontvangen inclusief btw (bij inhuur) en hoeveel van dit bedrag bestemd was voor salaris en andere declaraties. Bij medewerkers gaat het om een netto bedrag. Naast bovengenoemde medewerkers hebben ook nog vijf zogenaamde STiP (Sociaal Traject in Perspectief) medewerkers bij SEA gewerkt en hiervoor salaris ontvangen. Dit zijn gesubsidieerde banen voor Hagenaars die al geruime tijd een bijstandsuitkering ontvangen.
Medewerker
Totaal ontvangen***
Waarvan salaris
Overige declaraties
Van Loenen
€ 87.346,45
€ 83.935,91
€ 3.410,54
Werlemann
€ 76.318,31
€ 62.773,14
*€ 13.545,17
Van Haagen
€ 67.094,50
€ 67.094,50
€0
Jongerencoach
**€ 53.472,64
€ 52.009,05
€ 1.463,59
Accountmanager
€ 74.771,35
€ 74.545,07
€ 226,28
* de heer Werlemann heeft één keer € 7.000,- voorgeschoten aan SEA om de salarissen van de STiP medewerkers te kunnen betalen. Dit bedrag heeft hij later gedeclareerd en is ook door SEA terugbetaald. Merendeel van overige declaraties betreft reiskostenvergoedingen. ** Netto uitbetaling, inclusief een betaalde facturen voor overwerkuren eind 2019 en eerste kwartaal van 2020 via zijn eigen bedrijf. *** waar relevant inclusief btw
65432 – Openbaar
3.1.4.3
93
Contracteren Leerwerkbedrijven
Aanbesteding Leerwerkbedrijven Wat betreft de aanbesteding van de Werkontwikkeltrajecten (WOTs) is veel discussie gevoerd tussen SEA, gemeente en het programmabureau Kansen voor West. Vanuit het perspectief van de gemeente was een meervoudige aanbesteding niet nodig omdat dit type diensten (tot een bedrag van € 750.000,-) onder een verlicht regime vallen. Vanuit EFRO werd echter de eis gesteld dat er marktwerking zou plaatsvinden. Dit betekende dat er een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure gevolgd moest worden door SEA. Dit is een procedure waarbij 3 tot 5 aanbieders worden uitgenodigd een aanbieding te doen. SEA en de gemeente (SZW-kant) kregen dit te horen op het moment dat er al twee leerwerkbedrijven intensief betrokken waren bij het opzetten van de Energieacademie en met een derde leerwerkbedrijf afspraken in de maak waren over hun rol binnen de Energieacademie. Binnen de gemeente is er (tussen ambtenaren) al, vanaf in ieder geval april, contact over het al dan niet aanbesteden. Daarbij wordt vanuit het programmabureau Kansen voor West steeds aangegeven dat er wel aanbesteed moet worden. Tijdens de technische toets (juni/juli 2019) van de EFRO-aanvraag die door het programmabureau wordt uitgevoerd, wordt dit door alle partijen (programmabureau, SEA, gemeente) nog eens op schrift bevestigd.
Uiteindelijk wordt op 1 november 2019 de aanbesteding daadwerkelijk in gang gezet. Bij de voorbereiding daarvan is SEA door de gemeente intensief ondersteund. Een medewerker van de gemeente heeft samen met SEA het inkoopproces doorlopen. Door de gemeente is geadviseerd over het type aanbesteding, het aanbestedingsproces en de beoordeling van de inschrijvingen. Ook zijn formats aangeleverd aan SEA. Binnen de gemeente was men op dat moment al op de hoogte van de afspraken die er lagen met een leerwerkbedrijf voordat het aanbestedingsproces in werd gegaan. De offerteprocedure heeft gelopen van 1 november 2019 (versturen uitvraag) tot 1 december 2019 (gunningsbeslissing). Er zijn vijftig uitvragen verstuurd voor zestien beroepen bij dertien bedrijven. Per opleiding zijn drie of vier leerwerkbedrijven gevraagd offerte uit te brengen. Er zijn op enkele uitzonderingen na uitsluitend inschrijvingen ontvangen van Traub Stuc, Haagbouw en de Beroepentuin. Van de zestien beroepen waar een uitvraag op is gedaan konden er na de sluiting van de inschrijving zeven beroepen direct gegund worden omdat de inschrijver hiervan de enige partij was en de prijs binnen de door SEA van te voren gehanteerde range van een uurtarief tussen de € 45,- en € 55,- viel. Van te voren was namelijk bepaald dat alle inschrijvingen met een uurtarief boven de € 55,- zouden afvallen.