RIS309865 Bijlage
Tekst van het document
restaurants, ondersteunend voor werknemers en bewoners.
sociale veiligheid verbeteren. Ook het toevoegen van een hotel
Economische ontwikkeling en stedelijke ontwikkeling gaan 6.
er stevig wordt ingezet op commerciële plintfuncties en
lobby en kantoren boven de plinten van Bezuidenhoutseweg en
hier hand in hand.
Het aandeel ondersteunende commerciële voorzieningen
Rijnstraat en Oranjebuitensingel behoort tot de mogelijkheden.
Dit betekent dat de ontwikkeling van de Bellevue-locatie
rondom het station is al op een goed niveau. Toevoeging
(Aan de binnenzijde, rondom het atrium en op verdiepingen,
aan moet sluiten bij de realisatie van dit economische
daarvan wordt vooral in het oostelijk deel van het station Den
dienen de commerciële functies en andere faciliteiten gericht te
programma. Het gebied rond Den Haag Centraal
Haag Centraal gezien, ter versterking van de Haagse Loper,
zijn op ontmoeting en verblijf ten behoeve van de stakeholders
Station kan gekarakteriseerd worden als hoog stedelijk
door een levendig programma in de plint te faciliteren. Naast
in het cluster Legal & Policy. Voorbeelden zijn debat/
en kosmopolitisch en de locatie Bellevue ligt op het
voorzieningen zien we in de plinten van gebouwen ook andere
congresruimtes, co-working spaces en gedeelde faciliteiten
scharnierpunt van het station naar het Nieuwe Centrum
functies zoals etalagekantoren, HUBs, co-working spaces
voor de gebruikers van de kantoormeters. De invulling van de
en de oude Binnenstad. Het doel is het gebied rondom het
en onderwijsfuncties. Ook functies in de culturele sector
kantoormeters richt zich op de doelgroep in het cluster Legal &
station Den Haag Centraal tot een intensief gemixt gebied
vallen hierbinnen. Deze zijn passend in het CID omdat ze als
Policy.
te transformeren waarin overheid, kennisinstellingen en
stedelijke ontmoetingsplaats kunnen functioneren.
bedrijfsleven elkaar versterken. Daarnaast wordt ingezet op een levendig stadsmilieu door het toevoegen van
Vertaling naar het Bellevue
woningen, waardoor het ook buiten kantoortijden een
Het verdichten en toevoegen van meerdere functies in het
aantrekkelijk gebied wordt.
gebied Policy Campus is vanuit economisch perspectief een goede manier om dit deel van de stad economisch
Relatie tot de ontwikkeling van de Policy Campus Centraal
aantrekkelijker te maken. Het gebied vormt gezien haar
Met de term Policy Campus Centraal wordt geduid op een
ligging nabij het station en de binnenstad en in het hart van
innovatief kenniscluster waarin overheid, kennisinstellingen en
de Policy Campus een belangrijke plek in de stad. De locatie
bedrijfsleven hun krachten bundelen rond maatschappelijke
Bellevue biedt grote kansen voor de Haagse kantorenmarkt
opgaven op het gebied van bestuur, recht en veiligheid. De
en de toenemende vraag naar kantoormeters, cluster- en
Policy Campus Centraal loopt door in de Campus Boulevard
campusontwikkeling rondom Legal & Policy en versterking
en het Bezuidenhout waar de vele planbureaus en adviesraden
van de hoofdwinkelstructuur en de verbinding met de
gevestigd zijn. Programmatisch gaat het in dit gebied rondom
binnenstad. Voorwaarde is dat het economisch programma
het station Den Haag Centraal om een opgave van 1.000
wordt vormgegeven in een multifunctioneel gebouw. Het
tot 2.500 woningen, minimaal 250.000m2 tot 350.000m2
programma (dus zowel de commerciële voorzieningen als de
economisch programma (kantoren, congres, onderwijs,
kantoormeters) is zoveel mogelijk gericht op kruisbestuiving
kennisinstellingen etc…). Deze voorraad is flexibel inzetbaar
en ontmoeting. Aan de straatzijde is het van belang dat
zodat kan worden ingespeeld op veranderingen in de vraag van
Economische programmering Policy Campus Centraal dit is de minimale behoefteraming bovenop de bestaande voorraad (Stec Groep, 2018). PLANUITWERKINGSKADER
45
Hotelbeleid
plaatje wordt mogelijk met de herinrichting van het Koningin
Gelet op deze behoefte zou het beleidsmatig gewenst zijn één
In het gemeentelijk hotelbeleid is hotelontwikkeling onder
Julianaplein bij het Centraal Station. Vanaf het Centraal
van de hoogbouwtorens in te vullen met kantoorprogramma.
bepaalde voorwaarden mogelijk. De gemeente heeft oog voor
Station loopt de route richting de historische binnenstad via de
Ook vanuit het CID-perspectief om kantoorontwikkelingen juist
de beperkte marktruimte die er is en wil daarom verantwoord
Rijnstraat en de Herengracht. Inrichting van de buitenruimte met
dichtbij OV & voorzieningen te realiseren, is de programmering
omgaan met het verder toevoegen van capaciteit in de
onderscheidende horecaprofielen draagt bij aan een optimale
kantoren niet alleen in de stedelijke laag, maar ook in een van
toekomst. Belangrijk bij een ontwikkeling is bijvoorbeeld dat er
oriëntatie bij de verschillende doelgroepen die via het Centraal
de hoogbouwtorens in hoge mate gewenst. Gelet op de regels
een hotelexploitant is waarmee wordt ingespeeld op de vraag
Station Den Haag binnenkomen en gaan. Voor restaurants
van de kantorenstrategie moet minimaal het huidige metrage
en dat er, gegeven de marktruimte die er is, ontwikkelingen
en avondhoreca is de inzet de bestaande horecastructuur en
kantoren worden teruggebouwd, maar ligt de ambitie voor deze
gefaciliteerd worden in die gebieden waar de economie van
de Herengracht en Turfmarkt. Voor de locatie Bellevue met
locatie op tenminste 28.000 m² kantoren of ander economisch
de stad het meest gebaat is. Uiteraard zijn er strategische
adressen aan de Rijnstraat, de Bezuidenhoutseweg en de
programma wat herleidbaar hieraan ondersteunend is.
locaties binnen de toeristische kerngebieden Binnenstad en
Oranjebuitensingel, geldt in het vigerend bestemmingsplan
Scheveningen, waar de gemeente de vestiging van een hotel
dat lichte tot middelzware horeca op de begane grond is
Kadernota detailhandel Den Haag
actief wil stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan karaktervolle
toegestaan.
Met de kadernota detailhandel (RIS300626 oktober 2018) is
panden, locaties aan pleinen en/of aanloopstraten.
er ruimte voor toevoeging van detailhandel op deze locatie
Op de grens met de Binnenstad gaat het hierbij ook om de
Functiemengingsstrategie & sportvoorzieningenbeleid
aan de zijde van de Bezuidenhoutseweg in het verlengde
stationsomgevingen van Den Haag Centraal en Den Haag HS.
In dit gebied kan volgens de functiemengingsstrategie (RIS
van de winkels aan de Herengracht. Dit is in het huidige
Investeringen in hotelvastgoed leiden op die locaties vaker tot
127027 april 2005) ruimte worden geboden aan kleinschalige
bestemmingsplan enkel mogelijk op begane grond maar wel
investeringen in gerelateerde sectoren. Voor wat betreft het
kantoor- en praktijkruimte/dienstverlening units tot +/-500 m²
in het hele gebied, oftewel 6.000 m². Bij het toevoegen van
aanbod kent Den Haag relatief een overschot aan ketenhotels
langs doorgaande wegen. De locatie Bellevue valt hier in zijn
meer dan 2.000 m² is onderbouwing middels de Ladder voor
en een overschot aan veel zakelijke 4 sterrenklasse-hotels.
geheel onder.
Duurzame Verstedelijking benodigd en toestemming benodigd
We beschouwen dit niet als problematisch omdat deze hotels
van de provinciale adviescommissie detailhandel. Vanuit het
een versterkende werking hebben en zorgen voor een eigen
Cultuur & Ontspanning
station is, naast de Turfmarkt-route, de route over het Koningin
vraag. Maar juist in de 3- en 5-sterrenklasse is er daarom nog
Conform de Leisurenota wordt gestreefd naar zowel een
Julianaplein naar de Herengracht en de historische binnenstad
competitieve marktruimte. Voor wat betreft hotelconcepten
verhoging van de kritische massa van het totaalaanbod als
de belangrijkste looproute naar het Centrum van Den Haag.
is er een voorkeur voor de ontwikkeling van meer bijzondere
van de afzonderlijke deelgebieden in de binnenstad. Zo bieden
concepten, zoals de boutique en lifestyle concepten. Een
de ontwikkelingsprojecten volop ruimte voor inpassing. Er kan
hotelontwikkeling op de locatie Bellevue past in het vigerende
gedacht worden aan nieuwe concepten op het gebied van
hotelbeleid waarbij een voorkeur wordt uitgesproken voor de
edutainment, congresruimte, sport (fitnesscentrum/sportschool,
3-sterrenklasse-hotels met een bijzonder concept en minimaal
squashcentrum, sauna) en uitgaan. Maximaal 8.000 m² bvo
5.000 m². Kantorenstrategie Den Haag 2018-’25 de gebruiker centraal 2.0
46
Horecavisie Den Haag, 2015
In de kantorenstrategie (RIS300807, dec 2018) is opgenomen
In de horecavisie staat dat de Haagse stadsentree “een first
dat er een rollende kantoorvoorraad van 200.000 m² moet
impressions last forever” is. Een bezoeker die het station
zijn die voor 2025 gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het
uitloopt krijgt met de eerste aanblik van aantrekkelijke horeca
vooral om locaties rondom de intercitystations, in dit geval
met mooie terrassen gelijk een warm welkom in Den Haag. Dit
Den Haag Centraal. De locatie Bellevue is hiervoor in beeld.
PLANUITWERKINGSKADER
6.4
Verkeer en parkeren
Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de ‘Haagse Nota Mobiliteit’ (HNM) (RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht om van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken. Dit door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers en een bundeling en ordening van het autoverkeer, moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Met de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie uit 2019 is de noodzaak aangetoond dat de groeiende en verdichtende stad meer inzet nodig heeft op vormen van mobiliteit die bijdragen aan de
loopstromen en Den Haag als wandelstad van groot belang zijn.
Op dit moment is de Bezuidenhoutseweg en Herengracht ter
De hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie sluit hierop aan.
plaatse van de locatie aangeduid als een wijkontsluitingsweg. De maximumsnelheid op een wijkontsluitingsweg is
Openbaar vervoer
beleidsmatig vastgesteld op maximaal 50 km/u. Dit heeft te
Bellevue is bereikbaar via het station Den Haag Centraal met
maken met de functie van een ontsluiting van een wijk, voor
openbaar vervoer via tram, trein, metro en Randstadrail en bus.
een goede bereikbaarheid van de nood-en hulpdiensten en
Dit station verbindt de locatie met heel Den Haag, de regio en
eventueel een snelle doorgang voor het openbaar vervoer. Er
de rest van het land.
rijdt geen bus door de straat.
Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager
Het is voor de gemeente acceptabel om de weg af te waarderen
van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor
naar een straat waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/u.
aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en
Met deze lagere maximumsnelheid kan worden gezorgd voor
werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke
een betere verblijfsruimte, omdat de weg wel een onderdeel
attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente
is van de route voor de nood- en hulpdienstenkan slechts in
Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer
beperkte mate plateaus en drempels worden toegepast.
op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de MRDH voor het openbaar vervoer; de Schaalsprong OV.
Parkeren
Voor de verbetering van de bereikbaarheid van de kuststrook
Zoals in 5.3 genoemd geldt voor dit gebied de Nota
Veilig – met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per
met het openbaar vervoer, wordt voorgesteld om via de
parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS
jaar;
Koningskade-Raamweg zowel Scheveningen Bad als
306160), vastgesteld op 7 oktober 2020. De projectspecifieke
•
Efficiënt – in gebruik van ruimte en infrastructuur;
Scheveningen Haven en daarmee ook de Internationale Zone,
kaders in hoofdstuk 5voor deze locatie kunnen afwijken van
beter te ontsluiten. Hiervoor wordt een nieuw hoogwaardige
deze nota en gelden dus bovenop de de beleidsnota.
•
Schoon – zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities;
openbaar vervoerverbinding voorgesteld. Ook Bellevue kan
Bezoekers kunnen in de huidige situatie tegen betaling op de
‘Op maat’ – waardoor iedereen zijn of haar bestemming
profiteren van deze verbeterde bereikbaarheid
openbare weg of in de vele parkeergarages in de omgeving
volgende thema’s: •
•
kan bereiken;
parkeren. Voor de huidige gebruikers en bewoners zijn in het Autoverkeer
plangebied verschillende parkeervoorzieningen, gelegen in drie
Betaalbaar – met een mobiliteitsoplossing voor ieder
Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk
verschillende kadastrale percelen. Bezoekers van de Rabobank
budget;
ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste
kunnen nu parkeren in een door de Rabobank gehuurde
Verbonden – met de regio en andere metropoolregio’s in
stedelijke en regionale hoofdwegen (zie ook de Kadernota
parkeervoorziening.
binnen- en buitenland.
Straten, Wegen, Lanen). Dit met voldoende capaciteit om een
Het toekomstige parkeren voor werknemers en bezoekers moet
optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming
op eigen terrein worden opgelost. Zij krijgen geen vergunning
Dit betekent dat het in voorbereiding zijnde mobiliteitsbeleid
op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf
voor het parkeren aan de openbare weg. Dit om het beoogde
meer focus gaat leggen op deze thema’s en deze waar mogelijk
deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de
gebruik van deze plaatsen door omwonenden te kunnen
al uitgangspunt zijn in gebiedsontwikkelingen.
woonwijken lager kan zijn. De hoofdwegen hebben een
waarborgen.
•
•
zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de Voetgangersbeleid
milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet
Fiets
De Structuurvisie CID geeft aan dat wordt ingezet op de
welkom.
Het beleid ten aanzien van de modaliteit fiets is gevat in de
voetganger, OV en fietser in dit gebied. Dat onderkend dat de
PLANUITWERKINGSKADER
47
recent verschenen nota Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie 2040. De fiets is naast lopen en het OV een belangrijke vorm van transport om de stad bereikbaar te houden. Doel is dat het aantal verplaatsingen per fiets in 2040 met 50% is gegroeid wat met name plaatsvindt in verplaatsingen tot 7,5 km. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van ‘sterroutes’ aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016”, normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Op de locatie moet worden voorzien in een adequate stallingsvoorziening, voor zowel de werknemers als de bezoekers op eigen terrein. Voorkomen moet worden dat de openbare ruimte rond het blok zal worden gekenmerkt door grote aantallen gestalde fietsen. Om die reden is het wenselijk enige overmaat aan ruimte te houden in de fietsenstalling. In de openbare ruimte moet bij het bouwblok een beperkt aantal beugels worden geplaatst. De inrichting van de
6.5
Nota ‘Duurzaamheid. Schone energie in een groene stad’
Leefomgeving •
vertalen in een stadsbrede aanpak om extreme hitte en
thema’s, namelijk die van energie, mobiliteit, leefomgeving en grondstoffen. De aanpak voor elk van deze thema’s is op hoofdlijnen beschreven voor de periode van 2019-2022. In
Iedere wijk een plan voor hitte en wateroverlast: De gemeente gaat de uitkomsten van de stresstesten uit 2019
Deze nota geeft richting aan het beleid voor vier belangrijke
wateroverlast te beperken. •
Natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen: •
deze nota (RIS 301829) brengt de gemeente haar ambities
Dit puntensysteem wordt opgenomen
samenwerken met mensen en bedrijven in de stad. Duurzaam
in tenderdocumenten en gronduitgifte
denken en doen is geen eenrichtingsverkeer: initiatieven in
overeenkomsten. Waar mogelijk wordt het
de stad kunnen (meer) ondersteuning gebruiken, succesvolle
onderdeel van de BREEAM-gebiedseisen.
proefprojecten kunnen uitgebreid worden en mensen in de
•
stad kunnen zelf meer doen. Deze nota laat het einddoel van
Patijnlaan bijdragen/deelnemen aan de onderstaande doelstellingen uit deze nota (ingedeeld per thema).
vlinder- en vogelvriendelijk ingericht en beheer. •
Openbare ruimte wordt klimaatbestendig: •
“het regenwater vasthouden en infiltreren op de plek waar het valt”. We werken dit verder uit in de
Nieuwe energie: De realisatie van de energiebronnen en
kadernota ‘Openbare Ruimte’ en het ‘Handboek
bijhorende infrastructuur ligt bij externe partijen. •
Besparen en opwekken: Project duurzame daken. De ambitie is: ieder geschikt dak heeft zonnepanelen,
Openbare Ruimte’. •
regenwater zoveel mogelijk in het gebied
Samenwerken met de stad: •
De gemeente ondersteunt initiatieven van wijkbewoners die zelf aan de slag zijn of willen
vastgehouden en benut. •
deze weg worden ondersteund. •
De gemeente maakt afspraken met grote Haagse bedrijven over hun rol bij verduurzaming. Dat zijn afspraken over hun eigen overstap naar schone energie, over besparing, maar ook over het gebruik van hun kennis en ondersteuning bij projecten in de wijken.
48
PLANUITWERKINGSKADER
In de openbare ruimte worden meer plekken gecreëerd voor wateropslag, zoals bij speeltuinen
met schone energie. Een samenwerking van de toekomstige eigenaar met omwonenden kan via
Bij rioolvervanging, nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen wordt afstromend schoon
zonneboilers, is groen of anders wit. •
Bij gemeentelijke herinrichting van de openbare ruimte is het uitgangspunt dat we inzetten op
Energie •
Ecologisch beheer wordt de norm. Plantsoenen en parken worden bijvoorbeeld zo veel mogelijk bij-;
de gemeente zien en de weg daarnaartoe. De toekomstige eigenaar kan met de ontwikkelingen aan de Burgemeester
Er wordt stapsgewijs een puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen ingevoerd.
voor deze thema’s bij elkaar. Tegelijkertijd wil het stadsbestuur
openbare ruimte is erop afgestemd dat deze niet uitnodigt tot het stallen van fietsen.
Duurzaamheid
en parken. •
De gemeente blijft bewoners en private partijen stimuleren om op eigen terrein waterbergende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld door het “ontstenen” van tuinen (Operatie Steenbreek) en het vergroenen van daken en schoolpleinen (regeling groenblauwe schoolpleinen).
•
Schoner en stiller: •
•
Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen
We onderzoeken de mogelijkheden voor duurzame
Het College van Burgemeester en Wethouders wil groen- en
energievoorzieningen bij bouwwerkzaamheden
natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert
waarna deze kunnen worden toegepast in onze
een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan
opdrachten.
de klimaatopgave door vermindering van hittestress en
Ten aanzien van (ver)bouwprojecten van derden
wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving
onderzoeken we welke middelen we kunnen
in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en
inzetten, bijvoorbeeld via overleg met particuliere
de gezondheid van mensen, conform het besluit over het
opdrachtgevers.
‘Puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen’ (RIS 301953).
Mobiliteit •
Elektrisch vervoer: •
Eigenaren van parkeervoorzieningen in (openbare) parkeergarages, op VvE-terreinen, P&R-locaties en bij bedrijven, worden gestimuleerd om voor voldoende laadplekken te zorgen.
•
Onderzocht wordt of E-taxi’s een eigen plek kunnen krijgen op standplaatsen.
•
De gemeente geeft samen met de grote werkgevers in Den Haag het goede voorbeeld door alleen nog elektrische taxi’s in te huren.
•
Schoon vervoer: •
Waar dat mogelijk is, brengen we de maximumsnelheid in woonwijken naar 30 km/uur.
•
De gemeente onderzoekt de kansen voor elektrische vrachtauto’s en meer elektrische bussen.
Grondstoffen •
Van afval naar grondstoffen •
Samen met andere gemeenten en marktpartijen onderzoeken we of het mogelijk is een consortium op te richten dat zich richt op het hergebruik van restafval.
Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro) is de “ladder voor duurzame verstedelijking” opgenomen. Het doel van deze regeling is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Dit betreft de vergelijking van de functiewijziging en de wijzigingen van het planologisch ruimtebeslag van de nieuwe stedelijke ontwikkeling ten opzichte van het geldende planologisch regime. Als het nieuwe plan geen functiewijziging en geen extra ruimtebeslag geeft, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De planlocatie valt binnen het begrip bestaand stedelijk gebied. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’
In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van stedelijke ontwikkelingen vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Hierbij kan uitgegaan worden van: • • • • •
een bedrijventerrein of zeehaventerrein (groter dan 500 m²); kantoren (groter dan 500 m²); detailhandel (groter dan 500 m²); woningbouwlocaties (groter dan 11 woningen); andere stedelijke ontwikkelingen (groter dan 500 m²).
Vigerend bestemmingsplan “Spuikwartier 2013” vastgesteld op 31-10-13: In het huidige bestemmingsplan zijn binnen de gemengde bestemming de volgende functies uitsluitend op de begane grond (dit betreft 6.000 m²) mogelijk: • cultuur en ontspanning • detailhandel • dienstverlening • horeca tot en met de categorie middelzwaar • sport • welzijnsvoorzieningen Met hierbij de uitzondering dat deze functies ook op de verdiepingen zijn toegestaan indien zij ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan (16 mei 2013) al aanwezig waren. Binnen de woonbestemming zijn woningen mogelijk. De nieuwe bebouwing past qua omvang niet in de maximale bouwhoogtes en bouwvlakken van de gemengde bestemming en woonbestemming. Het programma van de ontwikkeling betreft: 1. circa 1200 woningen; 2. tenminste 28.000 m² kantoren/ economisch programma; 3. maximaal 3.500 m² detailhandel;
PLANUITWERKINGSKADER
49
4.
maximaal 8.000 m² sport/leisure.
Ad1. Ladderplicht bij woningbouwlocaties (groter dan 11 woningen)
Het huidige bestemmingsplan regelt niet het aantal woningen, maar wel het bouwvolume. Gezien het nieuwe programma van circa 1200 woningen, kan gesteld worden dat dit aantal nooit gerealiseerd kan worden in het huidige toegestane bouwvolume (maximale hoogtes variërend van 18 tot 33 meter, nieuwe situatie maximaal 180 meter hoog). Hiermee kan geconcludeerd worden dat dit punt ladderplichtig is. Ad2. Ladderplicht bij kantoren (groter dan 500 m²) Het huidige bestemmingsplan is onder de gemengde bestemming kantoren toegestaan op elke verdieping. Dit is niet qua oppervlakte begrensd. Er is wel sprake van een maximaal bouwvolume. Het vigerende bestemmingsplan hanteert verschillende maximale hoogtes variërend van 18 tot 33 meter. Binnen de woonbestemming is geen (zelfstandige) kantoorruimte mogelijk. Het kantoor/ economische programma van ten minste 28.000 m² is passend binnen het huidige planologisch regime en daarmee niet ladderplichtig. Ad3. Ladderplicht bij detailhandel (groter dan 500 m²) In de nieuwe situatie neemt hoogstwaarschijnlijk het aantal m² detailhandel af ten opzichte van wat er nu mogelijk is binne het bestemmingsvlak. Daarmee is dit punt niet ladderplichtig. Ad4. Ladderplicht andere stedelijke ontwikkelingen (groter dan 500 m²).
Sport/leisure (waaronder ook hotel) valt onder de noemer andere stedelijke ontwikkeling. In het huidige bestemmingsplan is sport begrensd op maximaal 6.000 m² (begane grond). Ten opzichte van de nieuwe ontwikkeling is dit een toevoeging van 2.000 m² en daarmee dus ladderplichtig. Gezien het bovenstaande is er hier sprake van een stedelijke ontwikkeling waarbij de ladder moet worden toegepast. De
50
PLANUITWERKINGSKADER
behoefte aan deze ontwikkeling qua woningen en sport/leisure moet dus worden aangetoond. Voor de functies waarop de ladder niet van toepassing is (kantoren en detailhandel), moet een motivering aanwezig komen waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De behoefte en de motivering moeten opgenomen worden in de toelichting van het nader op te stellen bestemmingsplan en/of ruimtelijke onderbouwing bij de benodigde omgevingsvergunning.
lange termijn behoefte is aan de activiteiten. Dat hoeft niet altijd kwantitatief onderbouwd te zijn, maar kan ook kwalitatief onderbouwd zijn. Bij de afweging is verder belangrijk dat er geen bestaande harde plancapaciteit beschikbaar is die in de behoefte van deze functie kan voorzien, dat de functie niet in bestaande leegstaande gebouwen kan worden geaccommodeerd en dat de voorgenomen planologische toevoeging geen onaanvaardbare leegstandseffecten heeft.
Behoefte
Motivering
De motivering van de behoefte aan de ontwikkeling moet worden geplaatst in het licht van de goede ruimtelijke ordening en met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn dan ook bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte. Bij de beoordeling van de behoefte moet het bestaande aanbod betrokken worden. Er moet gemotiveerd worden dat er rekening is gehouden met (de effecten op) leegstand. Daarbij moet inzichtelijk worden gemaakt: • Dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben. • Dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De gehele markt, de ruimtelijke situatie en leegstand moeten in ogenschouw worden genomen. Enkel het businessplan van een ondernemer of organisatie als onderbouwing van de behoefte is dan niet afdoende. Daarnaast is het van belang om vast te stellen dat er op
Uit de motivering in dit PUK blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van uitvoerbaarheid moet onder andere aandacht worden besteed aan de behoefte aan het plan. Verschil tussen de Laddertoets en de uitvoerbaarheidstoets is, dat in het kader van de uitvoerbaarheidstoets de behoefte niet zonder meer aan de hand van een vraag- en aanbodanalyse onderbouwd behoeft te worden. Door in het kader van de uitvoerbaarheid zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de Ladder, kunnen procesrisico’s geëlimineerd worden.
6.6
Milieu aspecten
6.6.1 Waterparagraaf De Nota Binnenwater 2010 De Nota Binnenwateren is opgesteld om het (recreatief) gebruik van het water binnen Den Haag aantrekkelijker te maken en om het nog goed bewaarde geheim van onze Haagse grachten in de openheid te brengen. De Nota Binnenwater (2012), het huidige actieprogramma Binnenwater (2017-2020) en de door het bestuur gewenste toename van reuring op het binnenwater zijn momenteel richtinggevend. Zo is er recent een vaarnetwerkkaart Haaglanden beschikbaar gekomen, met daarop de vaarroutes in de stad voor kano’s en sloepen. Landelijk en door het hoogheemraadschap wordt voor vaarroutes t.b.v. sloepen een minimale doorvaarthoogte van 150cm gehanteerd.
Waterbeheerplan 2016-2021 Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap In het Waterbeheerplan heeft het Hoogheemraadschap Delfland (HHD) de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor “droge voeten”, “stevige dijken” en “schoon water”, zijn meerjarenprogramma’s opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Het HHD zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken zij aan klimaatadaptatie. Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het HHD. Belangrijk uitgangspunt is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (het standstill beginsel). In de openbare ruimte is ruimte voor extra vergroening door de herprofilering van de Oranjebuitensingel naar minder parkeerplaatsen. Dit biedt de mogelijkheid om het extra groen toe te voegen. Op de betreffende percelen zal een vergroening plaatsvinden doordat er daktuinen worden aangelegd waar nu het geheel verhard is. Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het HHD toetst bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan het nationaal waterbeleid en het ‘Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021’. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen.
Dit moet gebeuren bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het HHD heeft hiervoor voor gemeenten de ’Handreiking Watertoets’ opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Op niveau van het plangebied is de ambitie waar mogelijk
de buitenruimte verder te vergroenen. Binnen het vigerende bestemmingsplan is het toegestaan om het plangebied volledig te verharden. Dit is ook feitelijk de situatie.
deze moet voldoen, wie welk soort onderhoud doet en waar welke regels gelden, zodat alles op orde blijft. Deze ‘regels’ staan in de Keur Delfland, de bijbehorende Algemene Regels en de beleidsregels. De legger is een juridisch instrument en is
Waterbergingsvisie Den Haag
gebaseerd op de Waterwet en de Waterschapwet.
De locatie ligt in het het deelgebied Centrum van de Waterbergingsvisie Den Haag. Er liggen geen extra opgaven op
Keur HHD
het gebied van waterberging in dit gebied.
De Keur Delfland is een verordening van het hoogheemraadschap van Delfland en bevat regels om het
Het klimaat verandert: het wordt steeds warmer in de stad
water en de dijken te beschermen. De Keur bevat gebods-
en het regent heviger. Veel regenwater in korte tijd kan het
en verbodsbepalingen. De geboden hebben betrekking
riool veelal niet aan. In stedelijk gebied heeft mede door de
op bijvoorbeeld onderhoudsverplichtingen. Hierin is ook
toenemende verharding en de klimaatveranderingen (meer hevige regenbuien maar ook langere droge periodes) steeds vaker te maken met wateroverlast. Regenwater dient daarom in eerste instantie vastgehouden te worden op de locatie en kan dan eventueel vertraagd afgevoerd worden. Regenwater kan bijvoorbeeld opgevangen worden in infiltratiekratten zodat het langzaam wegzakt in de grond. Op groene oppervlakken kan over het algemeen ook water geborgen worden. Initiatiefnemer dient inzichtelijk te maken hoe er op de projectlocatie omgegaan wordt met waterberging en afvoer. Tevens is het van belang dat er aangetoond wordt hoe het verticale groen in standgehouden wordt en een droge hete zomer kan weerstaan. Waterberging kan hierin een rol spelen. Legger HHD Het Hoogheemraadschap Delfland heeft als taak te zorgen voor een goed waterbeheer. Waterstaatswerken dienen in goede staat te blijven. Hiervoor worden zes leggers gebruikt. Waterstaatswerken die in deze leggers staan zijn: dijken, vaarten, sloten, bergingsgebieden, natte ecologische zones en kunstwerken, waarvoor Delfland verantwoordelijk is. In de leggers is voor elk waterstaatswerk aangegeven waaraan
Uitsnede ‘Stedelijke Groene Hoofdstructuur ‘Kernkwaliteiten’’ (bron: Agenda Groen voor de Stad) PLANUITWERKINGSKADER
51
opgenomen wanneer een watervergunning nodig is. Watervergunning Voor het realiseren van de nieuwe voetgangersbrug en het (tijdelijk) overkluizen van de watergang ten behoeve van de bouwplaats is een watervergunning nodig. Deze vergunningen, dienen door de initiatiefnemer, naast de Watertoets, aangevraagd te worden bij het Hoogheemraadschap. Watersleutel HHD Delfland maakt gebruik van de watersleutel. Dit is een rekentool om te bepalen hoeveel waterberging er gecompenseerd moet worden. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen namelijk voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast, en past dus niet binnen het standstill-beginsel. Tenzij ter compensatie extra waterberging wordt gerealiseerd. Bij dit project is geen sprake van een toename aan verhard oppervlak. De locatie is in de huidige situatie reeds geheel verhard. Er hoeft daarom geen compensatie plaats te vinden.
6.6.2 Riolering Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020’. Werken aan duurzaamheid betekent voor de riolering dat meer rekening gehouden dient te worden met: •
Het voorkomen dan wel het scheiden van afvalwaterstromen aan de bron, • Meer oog te hebben voor hergebruik, • Het terugdringen van energiegebruik, • Het voorkomen dat schoon water vuil wordt. Hierbij is het gebruik van schadelijke stoffen voor het oppervlaktewater, zoals koper, zink en bitumineuze dakbedekking, niet toegestaan. Duurzaam denken en doen komt zo terug in het ontwerp, de aanleg, het beheer en het gebruik van de riolering. Afkoppelen van hemelwater is een
voorbeeld van een aanpak, waarmee zoveel mogelijk bij de bron wordt voorkomen dat water vuil wordt, dat water wordt vastgehouden op de plaats waar het valt en waarmee gemalen en zuiveringsinstallaties niet onnodig worden belast met het verwerken van schoon hemelwater. Voor Bellevue en het plangebied is het hemelwater afkoppelen en vertraagd afvoeren op de gracht de inzet. Grondwater
Grondwater heeft vele functies, waaronder de drinkwaterwinning, landbouw, industrie, natuur en energie. Er moet voldoende zijn en van goede kwaliteit. Daarnaast moet grondwaterbeheer, in het bijzonder het grondwaterpeilbeheer, zijn afgestemd op de verschillende boven- en ondergrondse functies. Het bestemmingsplan laat nu niet meer dan twee kelderlagen toe in het plangebied. Indien men dieper wil bouwen dient voor de grondwaterstromen een onderbouwing aangeleverd te worden dat deze niet de doorstroming ontoelaatbaar nadelig beinvloeden. Dit dient afgestemd te worden met het Hoogheemraadschap. Belangrijk is dat er niet meer dan 2/3 van het watervoerend parket wordt afgesloten in doorstroming; dan is de invloed beperkt. In dit gebied is de invloed van het nieuwe Bellevue op de grondwaterstroming (met de nabijgelegen Koningstunnel, ondergrondse constructies in het CS-gebied) gering.
Bezonningsonderzoek woningen; blauw <2 uren zon en afname, rood door nieuwbouw <2 uur zon (Peutz, 14-08-19)
6.6.3 Bezonning en windklimaat Bezonning Voor het initiatief moet tijdens het opstellen van de PUK een bezonningsonderzoek worden gedaan om te kunnen beoordelen wat de invloed is van de nieuwe bebouwing op de bezonning van omliggende woonbebouwing en de buitenruimte. Hierbij moeten de bestaande woningen voldoen aan de ‘Haagse Bezonningsnorm’ (RIS 170509 d.d. 11 februari 2010). Hierbij gaat het erom dat woningen tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag hebben in de periode van 19 februari Bezonningsonderzoek openbare ruimte (Peutz, 14-08-19)
52
PLANUITWERKINGSKADER
tot 21 oktober. In situaties met woningen met minder dan 2 mogelijke zon-uren mag geen verslechtering optreden. Voorts is de norm van toepassing op openbare en semi-openbare ruimten met een recreatieve functie alsmede bij buitenruimten bij scholen en kindercentra. Er is hier in de berekening van de bezonningsduur sprake van voldoende bezonning indien meer dan 50% van de oppervlakte in de zon ligt. Voor de Koekamp wordt het oppervlak ten westen van het hertenkamp hiervoor genomen. Afhankelijk van de te doorlopen procedure, moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning via een onderzoek onderbouwd worden dat wordt voldaan aan de bezonningsnorm, of de op dat moment geldende normen. Het bezonningsonderzoek (Peutz, 14-08-19) wijst uit dat er circa 17 woningen in het gebied Smidswater-Prinsessegracht niet zullen voldoen aan de norm. Bij 11 van deze woningen is er reeds sprake van minder dan 2 uur zon en is een verdere afname van de bezonning op de toetsingsdatum vastgesteld (blauw gemarkeerde punten in de figuur). Er zijn 6 woningen die in de huidige bebouwingssituatie wel 2 uur zon krijgen en door de schaduwwerking van de nieuwbouw niet meer aan deze eis voldoen (rode punten in de figuur). De gevolgen voor de woningen meer nabij, zoals de Herengracht, zijn in deze uitsnede niet opgenomen omdat de schaduwval om 9:00 op
19 februari desbetreffende straat al niet meer raakt. Er zullen voor de 17 woningen nadere studies moeten worden uitgevoerd of het aantal te verminderen is met stedenbouwkundige of architectonische maatregelen. Op basis daarvan kan door de gemeente een bredere belangenafweging worden gemaakt in het op te stellen bestemmingsplan of de vergunnning. Voor de openbare ruimte blijkt uit de bezonningstudie dat er in februari alleen op de Koekamp een afname van de mogelijke bezonningsduur is. De afname is daarbij ongeveer een uur, dicht bij de nieuwbouw oplopend tot ca. twee uur. Het recreatieve deel van de Koekamp voldoet aan de norm van tenminste 2 uur zon op 19 februari. Dicht bij de nieuwbouw is de afname in de zomermaanden wel groter, lokaal ca. twee en
een half uur. Het onderzoek benoemt dat er in de andere maanden ook een afname in de andere aandachtsgebieden: Door de korte afstand is de afname met name op (delen van) de Rijnstraat, de afname loopt daar lokaal op tot ca. 3 uur. Op de twee pleinen Anna van Buerenplein en Koningin Julianaplein is de afname van de mogelijke bezonningsduur door de aanwezigheid van de bestaande en de vergunde te realiseren bebouwing rond de pleinen relatief beperkt in duur en omvang. Voor delen van deze pleinen geldt dat de afname op 21 juni beperkt blijft tot hoogstens een uur. Windklimaat
Windonderzoek (Peutz, 25-07-19)
PLANUITWERKINGSKADER
53
Voor het initiatief moet tijdens het opstellen van de PUK een windhinderonderzoek worden gedaan om te kunnen beoordelen wat de invloed is van de nieuwe bebouwing op de bezonning van omliggende bebouwing en de buitenruimte. Voor windhinder is een windklimaat na te streven zoals genoemd is in de NEN 8100 voor de betreffende activiteiten en minimaal na te streven de kwalificatie ‘matig’. Voor het voorliggende initiatief is een windonderzoek uitgevoerd om aan te tonen dat de kwaliteit van het windklimaat voldoende wordt gewaarborgd. Het eerste onderzoek wijst uit dat door de realisatie op het Koningin Julianaplein er met name aan de zijde van de Rijnstraat een ‘matig milieu’ ontstaat bij de norm ‘doorloopgebied’, maar dit door Bellevue enigszins verbetert binnen deze categorie. Er blijft echter midden op de Rijnstraat een punt ‘slecht milieu’ bestaan. Bij de uitwerking van het plan moet dit verbeterd worden naar minimaal ‘matig’. De hoek bij de Herengracht scoort in de nieuwe situatie ‘matig’ bij de norm doorloopklimaat. De Koekamp voor het complex veranderd voor een deel naar ‘slecht’ bij de norm ‘slentergebied’, waar het in huidige toestand ‘matig’ scoort. Er zullen hiervoor nadere onderzoeken worden uitgevoerd met welke stedenbouwkundige of architectonische maatregelen het kan worden opgelost en verbeterd.
geval is sprake van een grote diversiteit aan (commerciële) functies. Daarvoor moeten de verkeersbewegingen in beeld worden gebracht. De bijdrage aan de concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM 2,5) moet daarom worden berekend. De berekeningen dienen door een extern bureau te worden uitgevoerd. De collectieve passende beoordeling via het PAS is door de recente uitspraak van de Raad van State komen te vervallen. Initiatiefnemers moeten daarom, om een vergunning te kunnen krijgen, terugvallen op intern salderen of een individuele passende beoordeling aan de hand van extern salderen of een ADC-toets (geen Alternatief, Dwingende redenen van groot openbaar belang en Compenserende maatregelen). Gelet op de omvang van het programma zal het vraagstuk van stikstofdepositie (Natura 2000) heel bepalend zijn voor de haalbaarheid van dit plan en van alle ontwikkelingen in het CID-gebied. Vanuit verschillende ministeries maar ook binnen de gemeente Den Haag worden de gevolgen van de uitspraak en noodzakelijke maatregelen onderzocht. Er is in ieder geval een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet vereist. Hierover in contact treden met het team Groen van de Omgevings Dienst Haaglanden.
Hogere grenswaarde-beleid: Vanwege de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde is eerst onderzoek benodigd naar mogelijke maatregelen om de geluidbelasting bij de geluidgevoelige bestemmingen te beperken, alvorens de hogere grenswaarde aan te vragen. Maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van het nieuw te bouwen Bellevue terug te brengen zijn wel denkbaar, hierbij gaat het om het verlagen van 50-km wegen naar 30-km wegen, het niet situeren van woningen in de stedelijke laag en bouwkundige maatregelen in het gebouw. Het aantal woningen dat geluidbelast is, kan nog niet worden bepaald.
6.6.4 Lucht- en geluidkwaliteit
Geluid
6.6.5 Bodem
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Omgevingsdienst Haaglanden toetst of de omgevingsvergunning voldoet. Ten behoeve van de ontwikkeling Bellevue is door Peutz akoestisch onderzoek uitgevoerd (Rapportnummer O 16200-2-RA d.d. 1 augustus 2019). Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer ter plaatse van de gevels van de ontwikkeling wordt overschreden. De maximaal te ontheffen geluidbelasting van 63 dB voor wegverkeer en 68 dB voor railverkeer wordt niet overschreden.
Op 1 januari 2006 is de wijziging van Wet bodembescherming (Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling, dan wel herontwikkeling van het plangebied of de projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: Het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik;
Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. In artikel 5.16 van de Wm is vastgelegd dat voor een plan dat ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan doorgang kan vinden. Het wel of niet uitvoeren van onderzoek luchtkwaliteit is niet afhankelijk van de hoogte van het gebouw maar met de omvang en diversiteit van het beoogde programma. Rechtstreekse toetsing aan de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is alleen mogelijk voor daarbij aangewezen gevallen (woon- of kantoorgebouwen of een mix van beiden). In het onderhavige
54
PLANUITWERKINGSKADER
Het college van Burgemeester en Wethouders dient een hogere waarden besluit te nemen voor de woonfunctie, aangezien deze geluidsgevoelig is. Ten behoeve van de ontwikkeling Bellevue wordt een ontwerp-besluit hogere grenswaarden ter inzage gelegd gelijktijdig met het ruimtelijke besluit. Het besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden dient te worden genomen voordat tot vaststelling van het ruimtelijke besluit (bestemmingsplan of de omgevingsvergunning) wordt overgegaan.
•
Het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging;
• Het wegnemen van actuele risico’s. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico’s, die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Er dient geen bodemonderzoek plaats te vinden in het kader
of de locatie bijna geen verplichtingen heeft vanwege het niet gelegen zijn in een beschermd gebied en de afwezigheid van zowel flora en fauna waarbij niet uitgesloten is dat er vleermuizen zijn. Hiervoor dient nader onderzoek gedaan te worden en bij aantreffen is een ontheffing benodigd.
van de aanvraag omgevingsvergunning om aan te tonen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie aangezien er sprake is van een gehele onderkeldering van de percelen.
6.6.6 Flora en Fauna De Agenda Groen voor de Stad stelt dat de algemene leefkwaliteit in de stad, met het groen in het bijzonder, soms onder druk komt te staan door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag. Daarnaast zal in de toekomst de stad sterk beïnvloed worden door o.a. de klimaatopgave, de verandering in mobiliteit en de toenemende impact van informatietechnologie. Om er voor te zorgen dat Den Haag een aantrekkelijke stad blijft voor bewoners, bezoekers en bedrijven, zullen er daarom strategische keuzes gemaakt moeten worden op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie van Den Haag is het stimuleren van de kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte ontstaat voor verandering, initiatief en ontwikkelingen, en het groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. Voor het Haagse Groen kunnen globaal drie zones worden onderscheiden: de dichte stad, de halfopen stad en gebieden rondom de stad. Elk gebied kent zijn eigen stedelijke leef kwaliteit en is afhankelijk van gebiedskenmerken zoals bebouwingsgraad, de aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). De ontwikkeling Bellevue biedt kansen voor de vergroening van de bebouwing en verdere vergroening van de openbare ruimte.
De vergroening van de daken en het natuurinclusief bouwen draagt bij aan de biodiversiteit in het gebied. De initiatiefnemer heeft een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd, waaruit blijkt
Er is voor de Koekamp tevens een Ecologische effectrapportage door Bureau Stadsnatuur uitgevoerd op 7 oktober 2019 met de volgende conclusies: • De invloed van de afname in directe bezonning in een deel van de Koekamp is niet tot in detail te voorspellen, maar wordt niet als significant nadelig voor flora en fauna ingeschat. De invloedssfeer van de afname van bezonning verschilt door het jaar heen, en de verandering is het grootst in delen van het park die voornamelijk bestaan uit verharding en gazon met bomen. De verwachting is dat de flora en fauna in deze gebiedsdelen geen ernstige hinder te ondervindt van een afname aan zonuren op zonnige dagen. Effecten als gevolg van de afname in directe bezonning op beschermde soorten zijn uitgesloten. • Hoogbouw verandert de windsituatie in een deel van de Koekamp van ca. 50-100 meter vanaf de nieuwe gebouwen. Kwetsbare onderdelen in het invloedsgebied zijn enkele bomen, die geen bijzondere rol hebben als leefgebied voor flora en fauna. De kans bestaat dat deze bomen een iets verhoogde kans op schade bij stormachtige omstandigheden ondervinden. Monumentale bomen bevinden zich buiten de invloedssfeer. Effecten van de windtoename op beschermde flora en fauna wordt uitgesloten. • Het voorontwerp voor het verbeteren van de Koekamp ondervindt naar verwachting geen hinder van de voorgenomen hoogbouwplannen.
Veel van de aanpassingen bevinden zich buiten de invloedssfeer van wind- en zonveranderingen. De voorgenomen plannen voorzien niet in groenelementen die bijzonder kwetsbaar zijn voor de veranderingen in wind en directe bezonning die op deze plaatsen zijn berekend.
Natura 2000 / stikstofdepositie Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten
PLANUITWERKINGSKADER
55
Minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling zijn de doelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Al jaren is er in veel Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur. Daarom heeft men een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw, wegenbouw of de industrie) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS ongeldig verklaard, het PAS mag niet als basis gebruikt worden om toestemming te geven voor dergelijke activiteiten. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe aanpak omtrent stikstof. Als een activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied, dient de initiatiefnemer van de activiteit te onderzoeken of de activiteit vergunningsplichtig is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij moet met de AERIUS Calculator de stikstofdepositie berekend worden. Is de depositie als gevolg van dit initiatief kleiner of gelijk aan 0,00 mol per hectare per jaar dan hoeft de initiatiefnemer geen vergunning aan te vragen.
Als er wel sprake is van stikstofdepositie dat leidt tot significant negatieve effecten kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn om met intern of extern salderen met gebruikmaking van beschikbare ontwikkelruimte uit het Stikstofregistratiesysteem om deze effecten weg te nemen. Mocht er na salderen nog steeds depositie zijn, is de ADCprocedure de laatste mogelijkheid om het plan door te kunnen laten gaan (geen Alternatief, Dwingende redenen van groot openbaar belang en Compenserende maatregelen). De Omgevingsdienst Den Haag (ODH) gebruikt namens Provincie Zuid-Holland AERIUS bij het beoordelen van de aanvraag. Toegedeelde ontwikkelingsruimte wordt geregistreerd in AERIUS Register, zodat deze niet nog eens kan worden uitgegeven.
Aangezien het project buiten het invloedsgebied van
meter.
risicobronnen ligt, hoeft er verder geen onderzoek in het kader van externe veiligheid te worden verricht. Ten aanzien van de parkeergarage moet er rekening worden gehouden met de veiligheidsaspecten vanwege het stallen van motorvoertuigen met aardgas en waterstof en het opladen van elektrische motorvoertuigen (die voorzien zijn van Li-ion batterijen). In het kader van brandveiligheid dient tijdig overleg plaats te vinden met de Veiligheidsregio Haaglanden. De Handreiking ‘Brandveiligheid in hoge gebouwen’, uitgegeven door SBRCUR, is toepasbaar voor gebouwen tot een hoogte van 200
6.6.8 Milieueffectrapportage Voor de ontwikkeling dient hoogstwaarschijnlijk een m.e.r.procedure doorlopen te worden gezien de omvang. Deze omvangcriteria staan beschreven in het Besluit m.e.r. in bijlage C en D, onder de kolom ‘drempelwaarde’. Een vormvrije m.e.r.beoordelingsprocedure kan hiervoor uitgevoerd worden. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke)
6.6.7 Externe veiligheid Tabel ‘drempelwaarde’ t.b.v. Milieueffectrapportage (bijlage D)
56
PLANUITWERKINGSKADER
belangrijke nadelige milieugevolgen. Het initiatief valt niet onder een activiteit genoemd in onderdeel C. In onderdeel D wordt onder 11.2 de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingssproject genoemd, maar valt gezien het programma niet binnen de genoemde gevallen, zie afbeelding ‘Tabel drempelwaarde’.
gebieden moet voldoen aan de algemene welstandscriteria. De omgeving is in deze gebieden echter niet de huidige omgeving, maar het toekomstige eindbeeld. In dit PUK worden in hoofdstuk 5 beeldkwaliteitsuitgangspunten opgesteld en aangekondigd dat er architectonische ontwerpvisie en beeldkwaliteitskader wordt gemaakt ten behoeve van vaststelling door het College. De gemeente, in de vorm van
De drempelwaarden in kolom 2: ‘gevallen’ van onderdeel D zijn echter indicatief. Dit betekent dat als men een activiteit wil realiseren die in onderdeel D van het Besluit m.e.r. benoemd staat, maar beneden de drempelwaarden van kolom 2 valt, nagegaan moet worden of er sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Dit gaat via de ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.
het kwaliteitsteam CID, wordt betrokken bij het definiëren van de ontwerpvisie. De architectonische ontwerpvisie en dit PUK vormen het beeldkwaliteitkader. Dit zal voor gemeente en de Welstandscommissie dienen als toetsingskader voor de
Het doel van een m.e.r.-beoordeling is om te bepalen of er sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Als uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kan het bevoegd gezag (gemeente) besluiten een m.e.r.-procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee om kan worden gegaan, volstaat de m.e.r.-beoordelingsnotitie. De m.e.r.-beoordeling is dan afgerond en vormt dan een bijlage bij het ruimtelijk besluit.
6.7
Welstand en monumenten
Voor deze ontwikkeling is een welstandstoets verplicht. De afdeling Monumentenzorg & Welstand heeft in de Welstandsnota aangegeven dat de Welstandscommisie van de architect bij een omgevingsvergunning een analyse van het omliggende gebied wordt verwacht, en hoe het voorstel hierin past. Gebieden die (her)ontwikkeld (gaan) worden, vragen ook om specifieke kaders. Een ontwerp voor nieuwbouw in deze
Begrenzingskaart bij het besluit aanwijziging van het beschermde stadsgezicht Centrum
Gemeentelijk monument Bezuidenhoutseweg 3, architect van Liefland, 1908 PLANUITWERKINGSKADER
57
Woonagenda 2020-2023 Haags samen wonen
58
PLANUITWERKINGSKADER
beeldkwaliteit van de omgevingsvergunningaanvraag. De locatie is niet gelegen in een beschermd stadsgezicht. Wel ligt de bebouwing dicht tegen het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum. Binnen de het plangebied is Bezuidenhoutseweg 3 aangewezen als gemeentelijk monument. Alleen de gevel tot een diepte van circa 1 meter is nog origineel. Het hoekpand aan de Bezuidenhoutseweg 1 komt uit de periode rond 1920, heeft geen monumentenstatus, maar wel een verfijnde gevelopbouw
van een groot deel van de 18.500 woningen die in het gebied tussen en rondom de drie stations Centraal, Holland Spoor en Laan van NOI toegevoegd moeten worden. Wonen speelt een belangrijke rol in de verdere uitbreiding en verbetering van een hoogstedelijk gebied waar veel verschillende functies samenkomen op een relatief klein oppervlakte. Het is daarom van het grootste belang dat een kwalitatief goede en aantrekkelijke openbare ruimte wordt gemaakt met een stedelijk woonmilieu waarin het plezierig wonen is.
en detaillering. Het is, net als nr.3, achter de gevel helemaal verbouwd en onderdeel van het kantoorcomplex.
6.8
Archeologie
Het gebied Bezuidenhoutseweg 1-33 heeft volgens de gemeentelijke Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart geen archeologische verwachting en in het bestemmingsplan Spuikwartier geen dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Dat betekent dat er in het kader van dit plan geen archeologisch onderzoek nodig is.
6.9
Wonen
Het Haagse Woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda (RIS305711). Bij nieuwbouwontwikkelingen dient het woonprogramma hieraan te voldoen. In Den Haag heerst er momenteel een grote druk op de woningmarkt, met name in het betaalbare en middeldure segment. In de Woonagenda worden dan ook specifieke maatregelen genomen om deze druk te verlichten. De Bellevue locatie is gelegen midden in het CID. Het algemene toekomstbeeld voor wonen in het CID is om een inclusief stadsgebied te zijn waarbij wonen wordt gemixt met andere stedelijke functies. Er is veel vraag naar hoogstedelijk wonen rondom het station Den Haag Centraal. De ontwikkeling van nieuwe locaties rondom het station Den Haag Centraal biedt goede mogelijkheden voor het realiseren
De volgende beleidsuitgangspunten zijn vertaald naar de Bellevue-locatie: Sociale huurwoningen: Voor de ontwikkeling aan de Bellevue-locatie geldt dat 30% van het totale aantal woningen een sociale huurwoning dient te zijn. Woningcorporaties hebben het primaat in sociale woningbouw. Daarom dienen initiatiefnemers in het beginstadium een samenwerking aan te gaan met een in Den Haag actieve woningcorporatie. Bij gemengde ontwikkelingen wordt de onrendabele top op sociale woningbouw evenredig verdeeld tussen initiatiefnemer en woningcorporatie. Door in een vroeg stadium een woningcorporatie te betrekken kan er nog invloed uitgeoefend worden op het sociale programma, de kosten en het beheer. Als blijkt dat geen van de woningcorporaties capaciteit heeft om de woningen tegen een sociale prijs af te nemen moet de initiatiefnemer of een andere verhuurder de 30% sociaal op zich nemen en voldoen aan de voorwaarden zoals zijn opgenomen in de Woonagenda 2020-2023.
minimaal 20 jaar verhuurd met een middeldure huur, ook na mutatie. De gemeente wordt gedurende deze 20 jaar jaarlijks ingelicht over de huurprijzen. Een deel van deze (middeldure-) nieuwbouwhuurwoningen wordt verhuurd aan de door de gemeente geformuleerde onmisbare beroepsgroepen zoals politieagenten, zorgpersoneel of leraren. Woningtypologie Diversifiëren van het programma is van groot belang om een gemengd milieu te realiseren met verschillende woningtypen en woninggroottes. De appartementen richten zich op mensen die graag in de stad willen wonen (“stedelijk wonen”) en dichtbij het centrum van Den Haag met alle denkbare voorzieningen. Uitstekende bereikbaarheid met openbaar vervoer of (deel) auto is een belangrijk item voor de doelgroep. Zij wensen een modern en luxe appartement met een trendy hoog stedelijk imago en “community concepten”. De hoofddoelgroep zal tussen de 20 en 65 jaar oud zijn. De beoogde doelgroep vindt dit een topplek en waardeert de optimale mix van bereikbaarheid, uitzicht en de faciliteiten van het centrum. De binnenstad en het CID van Den Haag zijn snel te bereiken. Bij een te eenzijdig aanbod van kleine woningen bestaat het risico dat bewoners hier passanten worden zonder binding met de omgeving. Om dit te voorkomen geldt dat maximaal 20% van de woningen een kleine woning mag zijn met een woonoppervlak van maximaal 40m2 GBO (CID)).
Een afwijking van het percentage woningen <40m2 naar max 40% in
Middeldure huurwoningen:
plaats van de gestelde 20% zal voldoen aan de uitzondering
20% van de woningen heeft een middeldure huur tussen
die de Woonagenda 2020-2023 mogelijk maakt, namelijk
de liberalisatiegrens en de €985 (prijspeil 2020). Deze
studentenwoningen, zorgwoningen en bijzondere concepten.
bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van CPI
Er wordt aandacht besteed om de kleine woningen (< 40 m2
alle huishoudens volgens de ‘jaar-op-jaarmethode’, reeks
GBO) zoveel mogelijk te gelijkmatig verdelen over de diverse
2019=100 + 1%. De huur mag jaarlijks stijgen met dezelfde
categorieën woningen (sociaal, middenhuur en overig).
indexatiemethode. De middeldure huurwoningen worden Overige uitgangspunten bij het woningbouwprogramma In het geval van studentenhuisvesting hebben deze PLANUITWERKINGSKADER
59
7. COMMUNICATIE & PARTICIPATIE 7.1 Proces van communicatie en aanpak Het College van Burgemeester en Wethouders neemt de reacties van belanghebbenden mee in haar besluitvorming
doelgroepen van participatie voert het traject uit. • Het PUK wordt vervolgens vastgesteld door het College van B&W, waarbij getoetst wordt aan de meegegeven ambtelijke voorwaarden. De gemeenteraad wordt geïnformeerd.
over bouwplanontwikkelingen. Zij doet dit op 2 momenten, voorafgaand aan het vaststellen van het PUK en bij de uitwerking van het PUK. De initiatiefnemer moet dan ook kunnen aantonen hoe belanghebbenden worden geïnformeerd, betrokken en hoe zij reageren op de voorstellen. Dit gebeurt op basis van een door de initiatiefnemer op te stellen communicatie- en participatieplan, wat ter beoordeling aan de gemeente Den Haag wordt voorgelegd. Daarin moet aandacht zijn voor de fase van planontwikkeling en van uitvoering. Bij particuliere initiatieven ligt de verantwoordelijkheid bij de marktpartij, voor het betrekken van de buurt en
Aan dit participatietraject stellen wij de volgende eisen: • Organiseer minimaal drie (digitale i.v.m. Covid-19) inloop-, of andere informatiebijeenkomsten, die openbaar toegankelijk moeten zijn. Het aantal benodigde participatiebijeenkomsten moet in redelijke relatie staan tot het aantal groepen belanghebbenden en aantal gevoeligheden. • Betrek de relevante belanghebbenden bij de voortgang. De Bellevue locatie is van belang voor meer dan alleen de gebruikers en omwonenden in de directe omgeving. De gemeente kijkt dan ook kritisch naar de kwaliteit en breedte van groep belanghebbenden.