RIS309813 Notulen van de raad van1 juli 2021 (dag)
Tekst van het document
We hebben nog wat extra mensen via gespecialiseerde uitzendbureaus kunnen inhuren, maar het opleiden van mensen duurt lang. Dat is dan ook weer pas klaar nadat we die boeggolf hebben gehad. Dus we moeten het doen met de mensen die we hebben. Een aantal mensen zijn bereid geweest om langer te werken. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). In het verleden hebben we een aantal stadsdeelkantoren gesloten. Daar hadden we ook heel veel collega's burgerzaken of Publiekszaken. Kunnen we niet op hen weer een beroep doen om toch meer balies te kunnen openen? Want volgens mij zitten er voldoende collega's op het stadhuis die ooit burgerzaken hebben gedaan. Wethouder Bruines (D66). We hebben te maken met de mensen die hier nu werken. Er zijn een aantal mensen die in de omgeving werken of bij burgerzaken werken en die andere dingen doen, die nu ook bereid zijn om hier hun tijd in te stoppen. Maar de mensen die na de reorganisatie weggegaan zijn, werken of niet meer bij de gemeente of hebben een andere functie binnen de gemeente. Daar hebben ze ook gewoon hun werk te doen. We hebben het dus te doen met de hoeveelheid mensen die we hebben. We hebben dat zo veel mogelijk uitgebreid. Veel mensen zijn ook bereid om tijdelijk extra uren te draaien en om op zaterdag en in de avonden extra te werken. Dat is hartstikke mooi. Daar moeten we het op dit moment mee doen.
En nog een andere opmerking: met het openen van andere locaties hebben we niet meer medewerkers. Dus ik snap uw vraag heel goed. Ik heb die ook gesteld. Kunnen we van andere plekken uit de gemeente mensen trekken? Dat is dus voor een stukje gedaan, maar we hebben daar nu echt wel de grens van bereikt. Ik ben heel blij dat men bereid is om langer te werken. Het wordt hard aanpoten, maar we denken dat we het hier wel mee gaan redden. Met het weer openen van nieuwe kantoren hebben we niet meer mensen. De motie wordt in die zin dus ontraden, want het aantal loketten zal daarmee niet omhooggaan. Nog even los van het herinrichten van die 68
locaties, inclusief alle veiligheidsmaatregelen, ICT-systemen en weet ik wat er allemaal bij hoort. Tegen de tijd dat dat voor elkaar is, zitten we ook alweer middenin augustus. Dan voorzien we dat de grootste drukte weer voorbij is. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik moet toch constateren dat bij de sluiting van overbodige stadsdeelkantoren meer kantoren zijn gesloten dan nodig, want op dit moment is er gewoon een behoefte. U kunt vandaag mijn motie ontraden, maar we hebben de afgelopen jaren gewoon meer mensen gekregen in Den Haag. Er zijn gewoon meer bewoners. Daarom kan de gemeente het met de huidige capaciteit niet aan. De voorzitter. Het punt is duidelijk. Mevrouw Bruines. Wethouder Bruines (D66). Het punt is duidelijk, maar dat is achteraf. We kunnen misschien nu zeggen, wat ik ook in de brief heb geschreven, dat er vrij snel en vrij rigoureus is gereorganiseerd tweeënhalf jaar geleden. We hebben gekozen om een flexibele schil van mensen aan te houden om pieken en dalen op te vangen. Toen wisten we nog niet dat corona kwam. Dat heeft echt wel een heleboel dingen enorm veranderd. Dat is een van de redenen ook waarom het een tijd heel rustig is geweest. Nu krijgen we die boeggolf van mensen die alsnog komen aanvragen. U heeft misschien gelijk als u vraagt: goh, hebben we dat nu slim gedaan? Maar we hebben op dit moment te maken met de situatie waar we in zitten.
We moeten voor de komende weken - dat zijn cruciale weken - met man en macht alle zeilen bijzetten om de dienstverlening zo goed mogelijk te laten plaatsvinden. Alle maatregelen die ik genoemd heb en die u ook in de brief kunt lezen, zijn daar heel erg belangrijk in. We zullen vervolgens, als alles weer een beetje normaal wordt, moeten kijken of de capaciteit voldoende is of dat we die toch moeten vergroten. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb in de motie niet gevraagd om extra personeel nu, want ik snap dat dat er niet is. Maar er is wel extra personeel gekomen inmiddels. Mijn vraag is: kan dat niet beter verspreid worden over de stad? Want je ziet dat de wachttijden op het Spui gewoon vele malen groter zijn dan op Escamp, omdat het Spui gewoon veel beter bereikbaar is voor vele delen van de stad. Wethouder Bruines (D66). Er is voor gekozen om juist de reisdocumenten op Escamp te concentreren. Op het Spui is een stuk reisdocument en verder ook een heleboel andere functies, omdat dat vanuit de logistiek van de organisaties het efficiëntste en het snelste werkt. Ik wil met alle plezier uw vraag ook nog meenemen in de gesprekken of dat goed werkt. Maar volgens de informatie die ik op dit moment heb, is daar goed over nagedacht en werkt het ook. Daarmee kan men ook de grootste omloopsnelheid behalen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP).
Ik vind het wel heel erg geredeneerd vanuit de efficiëntie, vanuit de organisatie, en niet zozeer vanuit het belang van de burgers en waar zij het meest geholpen mee zijn. Ik ben dus ook wel benieuwd of er bij tevredenheid onder klanten ook gevraagd wordt naar bereikbaarheid en beschikbaarheid. Wethouder Bruines (D66). Die laatste vraag is zo specifiek dat ik die nu niet kan beantwoorden. Ik begrijp de vraag heel goed en ik snap dat u daar ook antwoord op wil. Ik vind het ook belangrijk om dat te weten. Het efficiënt inrichten van de organisatie en de dienstverlening is uiteindelijk wel hetgeen, zeker op dit moment met die drukte, het beste tegemoet komt aan waar de klanten behoefte aan hebben, namelijk zo snel mogelijk worden geholpen, ondanks dat het inderdaad allemaal nog te lang duurt. We proberen ook mensen te verleiden door te zeggen: als je niet echt nu hoeft en ook in september kan, doe het dan. Dus we proberen de mensen die nu echt hun dingen nodig hebben, goed te helpen. Er is ook altijd nog een spoedloket voor dingen die echt snel moeten. Daar maken gelukkig ook veel mensen gebruik van. Dan kom ik nog even terug op de motie van de heer Çetinkaya. Openstellen en inlopen lossen het probleem niet op. We hebben het met de afspraken zo geregeld dat er de hele dag rustig kan worden doorgewerkt. Als mensen komen, worden ze geholpen en meteen de volgende erachteraan. 69
Dat is zowel voor de klanten als voor de medewerkers de beste manier om snel productie te kunnen blijven draaien. Want als je in een hal zit die vol zit met honderden mensen - nog even los van of dat op anderhalve meter allemaal gaat - en je weet bij voorbaat al dat de helft daarvan niet geholpen kan worden die dag, dan is er agressie en boosheid en teleurstelling bij de mensen die zitten te wachten, maar ook bij onze medewerkers, die die hele hal tegenover zich hebben, met alle druk die daar dan op zit. Het lijkt ons echt heel onverstandig om dat zo te doen. Iedereen die nu werkt is van 's ochtends tot 's avonds bezig om iedereen achter elkaar zo snel mogelijk te helpen. Dat gaat goed. Dus ik snap de vraag en waar die vandaan komt, de zorg delen we ook, maar dit is niet de beste oplossing. De voorzitter. Voor de allerlaatste keer de heer Çetinkaya. Het duurt te lang nu. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik doe een beroep op een bestaand recht. Voor corona hadden we vrije inloop. Die willen we gewoon terug hebben. Dat is één. Twee. Ik heb de brief van gisteren ook gelezen. Wat mij opvalt, is dat het veelal gegooid wordt op digitalisering. U weet net zo goed als ik en de meeste raadsleden dat we heel veel gepraat hebben over arbeidsmigranten en migranten. Deze mensen hebben weinig kennis van digitalisering.
We kunnen deze groep mensen toch niet zomaar uit het oog verliezen? De voorzitter. Dan ten slotte en kort wethouder Bruines. Wethouder Bruines (D66). Dit staat niet in de moties. De gedachte erachter is dat hoe meer mensen op een makkelijke en snelle manier hun zaken digitaal kunnen regelen, des te meer tijd en ruimte we hebben aan de balies om de mensen die dat minder goed of niet kunnen, te kunnen bedienen. Dat is de gedachte daarachter. Dat leest u ook in de brief. De moties blijven ontraden, zoals u begrijpt. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Dat was agendapunt P, Beantwoording schriftelijke vragen wachttijden Publiekszaken. Dan ga ik terug naar de volgorde.
Aan de orde is: N.
Leefbaarheidspleinen Scheveningen Haven (RIS308008).
De beraadslaging wordt geopend. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Er is een plan voor het opknappen van het leefbaarheidsplein bij de Hennephofkerk, maar wat mijn fractie betreft is het vlees noch vis, een compromis omdat de geldpot leeg was. Dat is jammer, want de bewoners rondom de Hennephofkerk verdienen echt beter dan aankijken tegen een gemaal dat is afgezet met lint en niet meer betreden mag worden. Daarom een motie om geld te oormerken uit de Eneco-pot De Kust Gezond, met als dictum: verzoekt het college bij de verdeling van de Eneco-middelen De Kust Gezond € 400.000 te bestemmen voor het verwijderen van het gemaal bij de Hennephofkerk en geen werkzaamheden uit te voeren op het leefbaarheidsplein die na verwijdering van het gemaal opnieuw moeten plaatsvinden. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (N.1 CU/SGP) ingediend:
Motie N.1 CU/SGP geef Scheveningers mooi leefbaarheidsplein bij Hennephofkerk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 juli 2021, ter bespreking van Leefbaarheidspleinen Scheveningen Haven (RIS308008),
70
constaterende, dat: • de raad al in 2001 heeft ingestemd met het raadsvoorstel ‘Afwijking milieukwaliteitseisen Scheveningen Haven’ (RIS85855) waarin werd geregeld dat, vanwege geluidshinder door bebouwing aan de Dr. Lelykade, omwonenden met vier leefbaarheidspleinen gecompenseerd zouden worden; • de plannen voor het leefbaarheidsplein bij de Hennephofkerk na 20 jaar eindelijk gepresenteerd zijn aan de raad, maar de reserve Scheveningen Haven (waaruit dit betaald moet worden) is opgeheven, waardoor er onvoldoende financiële middelen zijn om aan alle wensen van de bewoners tegemoet te komen; • uit onderzoek is gebleken dat de dakconstructie van het gemaal op het plein te zwak is om publiek toegankelijk gemaakt te worden, maar er momenteel geen dekking is om het gemaal te verstevigen of te verwijderen; overwegende, dat: • de wethouder FS in de commissievergadering van 16 juni jl.
heeft aangegeven dat het verwijderen van het gemaal € 400.000 kost en dekking eventueel zou kunnen worden gevonden bij de Enecomiddelen De Kust Gezond; • de verdeling van deze Enecomiddelen De Kust Gezond pas in september bij de begroting 2022-2025 gepresenteerd wordt en in november in de raad behandeld wordt, maar het leefbaarheidsplein in Q4 2021 al wordt opgeleverd; verzoekt het college: • bij de verdeling van de Enecomiddelen De Kust Gezond € 400.000,- te bestemmen voor het verwijderen van het gemaal bij de Hennephofkerk en geen werkzaamheden uit te voeren op het leefbaarheidsplein die na verwijdering van het gemaal opnieuw moeten plaatsvinden, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik heb een motie. Overwegende dat Scheveningen Haven een hotspot is voor overlastgevende straatraces en hangtuig; verzoekt het college om te onderzoeken of in ieder geval een deel van het betaaldparkerengebied Scheveningen Haven kan worden voorzien van slagbomen, zodat alleen bezoekers die daadwerkelijk parkeren erlangs kunnen. Dit is dus uitdrukkelijk een onderzoeksmotie. Ik zie de voorzitter al juichen bij het idee alleen al! De voorzitter. Dit was bepaald geen juichen. Maar goed, dit is weer iets heel anders. Door de heer Kruis wordt de volgende motie (N.2 PVV) ingediend:
Motie N.2 PVV Onderzoek slagbomen Scheveningen Haven De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 juli 2021, ter bespreking van Leefbaarheidspleinen Scheveningen Haven (RIS308008). Overwegende, dat: • Scheveningen Haven een hotspot is voor overlastgevende straatracers en hangtuig. Verzoekt het college: • te onderzoeken of (een deel van) het betaald parkeren gebied Scheveningen Haven kan worden voorzien van slagbomen zodat alleen bezoekers die daadwerkelijk parkeren erlangs kunnen. En gaat over tot de orde van de dag. 71
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Ik begin bij de motie van de ChristenUnie/SGP over het leefbaarheidsplein bij de Hennephofkerk. We hebben het erover gehad in de commissie. We delen dat het nodig is om dit uit te voeren. Helaas hebben we er op dit moment geen dekking voor, maar het voorstel van de ChristenUnie/SGP voorziet daarin. Het zou kunnen uit de Eneco-middelen. Dat heb ik zelf ook gesuggereerd in het debat. Dus dat kunnen we doen. Daarmee komen we volgens mij tegemoet aan een lang gekoesterde wens van de bewoners van het havengebied. Wij omarmen deze motie. Dan de motie van de PVV, die altijd een soort recensie zoekt op haar motie. Desnoods geeft ze die zelf! De motie vraagt te onderzoeken of een deel van het betaaldparkerengebied Scheveningen Haven kan worden voorzien van slagbomen. Daar zijn we mee bezig. We onderzoeken dit op dit moment voor de Strandweg. Het afsluiten van de boulevard is dat. Daarnaast doen we het al in de Eerste Haven en onderzoeken we het voor de Tweede Haven. We kunnen met deze motie van de PVV uit de voeten, dus wij omarmen die. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: O.
Platform Zorgvrijwilligers.
De beraadslaging wordt geopend. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Dank aan de insprekers op dit onderwerp. Mijn motie heet Schort nieuwe subsidieregeling op die vrijwilligers laat vallen. Het dictum luidt als volgt: verzoekt het college de nieuwe subsidieregeling samen sociaal en vitaal op te schorten en een overgangsperiode van minimaal een jaar in acht te nemen; ervoor zorg te dragen dat maatschappelijke organisaties en de vrijwilligersorganisaties als vanouds gebruik kunnen maken van de vorige subsidieregeling, totdat de nieuwe subsidieregeling wordt ingevoerd; om de input van de maatschappelijke organisaties en de vrijwilligersorganisaties mee te nemen in het nieuwe subsidiekader dat recht doet aan de waarde en betekenis van vrijwilligerszorg voor de kwetsbaren en voor alle vrijwilligers die zich belangeloos inzetten in de Haagse samenleving; de raad middels voortgangsrapportages tussentijds te informeren omtrent de hervorming van de subsidieregelingen volgens het nieuwe subsidiekader. Deze motie is medeondertekend door de heer Kruis van de PVV, mevrouw Arp van de SP, de heer Çetinkaya van de Islam Democraten, de heer Smit van de Partij voor de Dieren en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. De voorzitter.
Door mevrouw Roopram, daartoe gesteund door de heer Kruis, mevrouw Arp en de heer Çetinkaya, wordt de volgende motie (O.1 HvDH/GdM) ingediend:
Motie O.1 HvDH/GdM Schort nieuwe subsidieregeling op die vrijwilligers laat vallen De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 1 juli ter bespreking van agendapunt N. Platform Zorgvrijwilligers. Constaterende dat: • Platform Zorgvrijwilligers Den Haag, die 15 organisaties vertegenwoordigt met meer dan 2000 vrijwilligers, niet tijdig is betrokken bij de subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal Den Haag; • het Platform Zorgvrijwilligers Den Haag en de Alliantie Financiële Ondersteuning in een 72
brief, gericht aan de gemeenteraad en het college, hun ontevredenheid hebben geuit over de wijze waarop de nieuwe subsidieregeling tot stand is gekomen en inhoudelijk namelijk over onder meer het puntensysteem en het niet vergoeden van de door vrijwilligers gemaakte reisen onkostenvergoeding. Van mening dat: • het van belang is om de input van maatschappelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties tijdig mee te nemen bij het opstellen van de nieuwe subsidieregelingen omdat ze vanuit de praktijk kunnen aangeven waar ze tegenaan lopen en op wat voor manier de waardering voor de vrijwilligers ingezet kan worden; • bij de nieuwe subsidieregelingen vrijwilligers zullen afhaken omdat ze zelf de kosten moeten betalen; • de nieuwe subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal’ werkbaar moet zijn voor alle organisaties die hier aanspraak op willen doen.
Verzoekt het college, • de nieuwe subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal’ op te schorten en een overgangsperiode van minimaal een jaar in acht te nemen; • er voor zorg te dragen dat maatschappelijke organisaties en de vrijwilligersorganisaties als vanouds gebruik kunnen maken van de vorige subsidieregeling totdat de nieuwe subsidieregeling wordt ingevoerd; • om de input van de maatschappelijke organisaties en de vrijwilligersorganisaties mee te nemen in de nieuwe subsidiekader die recht doet aan de waarde en betekenis van vrijwilligerszorg voor de kwetsbaren en voor alle vrijwilligers die zich belangeloos inzetten in de Haagse samenleving; • de raad middels voortgangsrapportages tussentijds te informeren omtrent de hervorming van de subsidieregelingen volgens de nieuwe subsidiekader. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Ik deel de zorgen van mijn collega's over de subsidieregeling zoals die nu is opgesteld. Daarom heb ik ook de motie van collega Roopram ondertekend die vraagt om opschorting. Wat mij betreft voorkomen we dat zulke situaties zich in de toekomst weer voordoen. Een subsidieregeling moet werkbaar zijn voor de aanvragers, voor de samenwerkingspartners van de gemeente.
Daarom heb ik een motie, die ik indien met collega Arp van de SP, en die heeft als dictum: verzoekt het college bij het opstellen van nieuwe subsidieregelingen, met name op het gebied van zorg en welzijn, input te verzamelen bij diverse relevante vrijwilligersplatforms, onder andere over de effecten op vrijwilligers en de werkbaarheid. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (O.2 CU/SGP) ingediend:
Motie O.2 CU/SGP consulteer vrijwilligersplatforms bij opstellen subsidieregelingen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op i juli 2021, ter bespreking van het platform Zorgvrijwilligers, constaterende, dat: • onlangs de nieuwe subsidieregeling “Samen sociaal en vitaal Den Haag 2021” (RIS308715) is vastgesteld door het college;
73
overwegende, dat: • meerdere vrijwilligersorganisaties en -platforms hebben aangegeven niet betrokken te zijn geweest bij de totstandkoming van de subsidieregeling; • diverse organisaties en platforms hebben aangegeven dat de regeling in de huidige vorm inhoudelijk en procedureel niet werkbaar is; verzoekt het college: • bij het opstellen van nieuwe subsidieregelingen, met name op het gebied van zorg en welzijn, input te verzamelen bij diverse relevante vrijwilligersplatforms, onder andere over de effecten op vrijwilligers en de werkbaarheid, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ik heb twee moties, beginnend met Overgangsjaar voor vrijwilligersorganisaties: roept het college op de nieuwe subsidieregeling samen sociaal en vitaal volgend jaar in samenspraak met belanghebbenden en experts te evalueren en de uitkomsten van deze evaluatie te gebruiken om de subsidieregeling voor 2023 bij te stellen waar dat nodig en/of wenselijk wordt geacht; bij wijze van overgangsjaar alle vrijwilligersorganisaties te helpen bij hun subsidieaanvraag voor 2022 en deze organisaties zodanig te ondersteunen dat zij hun werk op gelijke wijze als nu het geval is voort kunnen zetten.
Deze motie dien ik mede in namens collega's Holman, PvdA, Wenink, GroenLinks, Mostert, D66, De Vos, VVD, en Çetinkaya, Islam Democraten. Lesley Arp (SP). Ik was benieuwd naar dat dictum. De heer Partiman zegt: zodat organisaties op dezelfde manier hun werk kunnen voortzetten. Maar ik heb de insprekers gehoord en volgens mij heeft het CDA ook met de insprekers gesproken. Die geven aan dat er allerlei inhoudelijke assumpties in het nieuwe kader zitten. Organisaties die bijvoorbeeld heel veel met vaste vrijwilligers werken omdat het voor hun werk belangrijk is om vertrouwen op te bouwen, bijvoorbeeld buddyprojecten, zijn echt bang dat ze benadeeld gaan worden. Hoe komt deze motie, die meer een onderzoeksmotie is, daaraan tegemoet? Kavish Partiman (CDA). Volgens mij is dit helemaal geen onderzoeksmotie. Ik vraag nergens om iets te onderzoeken. Ik vraag met deze motie samen met mijn collega's aan het college om er zorg voor te dragen dat die organisaties die zulk mooi werk doen in deze stad, door gebruikmaking van deze nieuwe regeling in elk geval gewoon hun werk kunnen voortzetten. Dat is waartoe deze motie oproept. Lesley Arp (SP). Ik hoor vooral in het tweede punt van het dictum 'we gaan het nog een keer uitleggen'. De regeling is, wat ik hoor, volstrekt onbegrijpelijk. Ik ben er dus helemaal niet op tegen als die extra uitgelegd kan worden.
Maar het verandert natuurlijk helemaal niks aan de beoordelingscriteria van de nieuwe toetsing. Dus ik vraag me af: hoe kom je dan tegemoet aan de zorgen van die organisaties die echt vaste krachten hebben en ook moeilijk met flexibele krachten kunnen werken? Wat verandert dit voor hen? De voorzitter. Meneer Partiman nog één keer. Er is zo veel belangstelling. We doen nu even interrupties in tweeën. Kavish Partiman (CDA). Ik kan niet vooruitlopen op de afdoening van deze motie - dat is aan het college - maar hier staat duidelijk geschreven: 'organisaties zodanig te ondersteunen dat zij hun werk op gelijke wijze als nu het geval is voort kunnen zetten'. Dus dat betekent dat wij het werk dat zij doen waarderen en dat wij er in elk geval van uitgaan dat zij het komend jaar het werk op deze manier voort kunnen zetten. Dat is wat ik aan het college hier voorleg, wat ik hier vraag en waar ik een meerderheid voor heb. Het is aan het college om deze motie af te doen. Dan zullen we beoordelen welke interpretatie zij eraan hebben gegeven.
74
De voorzitter. Dan ga ik eerst naar mevrouw Klokkenburg en daarna mevrouw Roopram en de heer Smit. U krijgt er allemaal twee en samen dus acht. Gaat uw gang, mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben ook wel enigszins verbaasd over deze motie van het CDA, want de fractievertegenwoordiger van het CDA sprak afgelopen weekend in zowel de krant als op de radio ferme taal: dit is een verkeerde regeling, de wethouder moet terug naar de tekentafel. Waar zijn die ferme woorden gebleven bij de heer Partiman? Kavish Partiman (CDA). Die ferme woorden zijn verwoord in die motie. We willen een evaluatie hebben en we willen dat op basis van die evaluatie wordt gekeken volgend jaar of en hoe deze regeling aangepast moet worden. Dat moet ook medegedeeld worden aan ons. Dat is precies wat we moeten doen. We kunnen nu niet een bestaande subsidieregeling al gaan veranderen zonder dat we weten hoe die werkt. Laat die goed geëvalueerd worden. Maar laten we er ook voor zorgdragen dat de organisaties die in deze stad belangrijk werk doen, in elk geval hun werk kunnen blijven doen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dan ben ik toch benieuwd wat er gebeurd is tussen het weekend en vandaag. In het weekend zei het CDA nog: test het nieuwe systeem, maar blijf vooral de oude subsidieregels hanteren, want het moet doorgaan zoals het gaat.
Ik ben dan ook benieuwd waar die ferme woorden zijn gebleven. Er was een eerder rondgestuurde motie - voor de kijkers thuis - die de titel had Schort de nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties per direct op. Waar is die gebleven? Kavish Partiman (CDA). Ja, die motie hebben wij rondgestuurd. Dat leek me ook een heel fijne motie om in te dienen. Dat wilde ik ook heel graag doen. Totdat bleek dat die motie ervoor zou zorgen dat waarschijnlijk geen enkele organisatie in deze stad meer een subsidie zou kunnen aanvragen. Want we hebben een subsidiekader met elkaar aangenomen hier, waaruit deze nieuwe subsidieregeling is voortgevloeid. Dat subsidiekader hebben we met elkaar vastgesteld. Dat is al een vaststaand feit. Als wij nu de bestaande regeling zouden gaan opschorten, betekent dit dat er geen subsidieregeling meer is. Dan zouden die organisaties dus ook geen aanvraag meer kunnen doen voor een subsidie, want die was er dan gewoon niet. Dat maakt dat ik heb gezegd: oké, dan laten we de regeling die we in elk geval wel hebben, in werking treden, maar laten we zorgen dat het komend jaar een overgangsjaar is waarin we ervoor zorgdragen dat deze organisaties hun werk zoals ze dat gewend zijn, voort kunnen zetten. Want het lijkt me veel erger dat we die organisaties helemaal niets zouden geven omdat we zelf een procedurele fout hebben gemaakt. De voorzitter.
Het is een afronding debat, hè? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het verbaast me enigszins. De collega van de ChristenUnie/SGP heeft het ook aangegeven. Het CDA had het over het opschorten van deze subsidieregeling. Daar is het een en ander over gezegd, maar je merkt inderdaad dat er verkiezingen aan zitten te komen en zieltjes gewonnen moeten worden. Het CDA heeft onze motie niet gesteund dat het vrijwilligerswerk geen geld mag kosten. Deze subsidieregeling jaagt vrijwilligers op kosten. Wat heeft het CDA daarop te zeggen? Kavish Partiman (CDA). Het is een aanname van collega Roopram dat dit vrijwilligers op kosten gaat jagen. We hebben deze regeling nog nooit uitgevoerd. Er is geen referentiekader voor. We kunnen dus ook niet weten wat de effecten hiervan zullen zijn. Daarom dien ik ook een motie met mijn collega's in, die in elk geval aangeeft: laat die organisaties het komend jaar op de oude voet doorwerken, laat het college daar zorg voor dragen. En volgend jaar wil ik een evaluatie zien hiervan. Als uit die evaluatie blijkt dat vrijwilligers de dupe zijn geworden van onze eigen regeling, dan ben ik de eerste om te vragen: kom, help, want dit is niet de juiste manier van werken, want die vrijwilligers zijn belangrijk voor ons en het mag ze geen geld kosten.
Dan is het geen verkiezingsjaar meer en wellicht zit ik hier dan niet meer, maar dan zal ik mijn collega die misschien hier zit tegen die tijd dat vragen te doen.
75
Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het is bizar dat meneer Partiman zegt: wellicht zit ik hier dan niet meer. Dat is niet echt een goede doelstelling in aanloop naar de verkiezingen. Maar goed, als ik naar de tweede bullet kijk, betekent dit dan dat de onkostenvergoedingen voor vrijwilligers in 2022 door de huidige aanbieders meegenomen kunnen worden? Er staat immers in de tweede bullet: op gelijke wijze wordt voortgezet - dus ook al is het uitgesloten door de regeling. Er staat ook duidelijk in de subsidieregeling samen sociaal en vitaal dat de vrijwilligers niet in aanmerking kunnen komen voor deze onkostenvergoeding. Hoe duidelijk moet het zijn? Hoe reageert u op al die maatschappelijke organisaties die hier zeer verbaasd en zeer woedend over zijn? De voorzitter. Ik hoor nu al zes keer niet iets nieuws, maar dat kan aan mij liggen. Kavish Partiman (CDA). Ja, voorzitter, het ligt volgens mij aan u en mij beiden. Het enige wat ik hierop kan zeggen is het volgende. Het is een ingewikkeld iets. Ik heb dezelfde denkfout gemaakt die mevrouw Roopram nu maakt, maar ik ben erop teruggekomen. Want als wij daarin mee waren gegaan en de regeling zouden opschorten, dan had geen enkele vrijwilliger en geen enkele organisatie iets gekregen. Dan had deze hele stad geen subsidie meer gehad voor deze groep mensen. Dat is precies wat wij wilden voorkomen.
Dat doen wij door ervoor te zorgen dat er wel een subsidieregeling is, binnen de kaders die wij als raad hebben vastgesteld, en ervoor te zorgen dat het werk dat zij doen, gewoon op een correcte manier wordt voortgezet. Robin Smit (PvdD). Ook ik ben benaderd door het CDA om onder hun motie te gaan staan. Dat was de oude variant. Ook ik wil even citeren wat het CDA heeft gezegd: onacceptabel en een gevolg van een totaal gebrek aan gevoel bij het Haagse stadsbestuur voor de leefwereld van vrijwilligers en hun organisaties; kortom, zij verfoeit de nieuwe regels. Dat is een uitspraak van uw partij geweest. Als ik dan naar het dictum van deze motie kijk, dan staat er onder andere: om de subsidieregeling voor 2023 bij te stellen waar dat nodig is. Kan de heer Partiman mij dan uitleggen of de onkostenvergoeding en de vog's die de organisaties nodig hebben, aankomend jaar dan wel worden vergoed? Kavish Partiman (CDA). De heer Smit kent net zo goed als ik het verschil tussen raad en college. Ik ben niet de uitvoerder hier. Ik dien hier een motie in. Ik vraag aan het college, door middel van deze motie, dat het in elk geval er zorg voor draagt dat het werk dat deze organisaties doen, op deze manier wordt voortgezet. Dat houdt alles in de breedste zin des woords in. Dus ik ga daar ook van uit.
Ik wacht met groot genoegen op de afdoening van deze motie, zodat we daar het college op kunnen bevragen op dat moment. Maar ik kan op deze vraag op dit moment geen antwoord geven. Robin Smit (PvdD). Wat me dan toch even van het hart moet, is dat we allemaal uitgenodigd zijn door vrijwilligersorganisaties voor een avond. Daar heeft u de leiding genomen om een motie voor te stellen om het beter te maken voor die vrijwilligers. U heeft dus eigenlijk beloftes gedaan aan die partijen. Nu trekt u zich terug. U krijgt een soort angst. Maar wat ik niet begrijp is: wat voor belofte gaat u nu maken richting die zorgvrijwilligers? Kavish Partiman (CDA). Door er in elk geval voor te zorgen dat er een subsidieregeling is waar een beroep op kan worden gedaan, zorgen wij ervoor dat deze organisaties per januari volgend jaar gewoon hun werk kunnen voortzetten. Als wij dat niet hadden gedaan, was er geen regeling geweest. Ik weet niet in wat voor helderdere taal ik dit zou moeten uitleggen, want er is geen oude regeling meer. Die regeling is opgeheven. Als je een bestaande regeling opschort en je geen oude regeling meer hebt om op terug te vallen, dan kom je in een soort zwart gat terecht. Dat is precies wat we hiermee wilden voorkomen. Ik zeg tegen de heer Smit - ik heb het net ook tegen mevrouw Roopram gezegd dat dit een denkfout is die ik zelf ook heb gemaakt.
De materie is vrij ingewikkeld. Maar als je geen regeling hebt, heb je ook geen regeling om een beroep op te doen, dus kan je geen geld krijgen. En dat geld moet naar de vrijwilligersorganisaties. Daar willen wij zorg voor dragen hiermee.
76
De voorzitter. Ik zie mevrouw Arp, maar wacht even. We hebben het nu acht keer over hetzelfde gehad. U heeft iets nieuws nog. Of u heeft een nieuw inzicht. Dat kan ook, hè? Want we gaan niet acht keer hetzelfde doen. Ik ben heel soepel nu. Gaat uw gang, mevrouw Arp. Verras ons! Lesley Arp (SP). Laat ik dan beginnen met een feitelijke vraag over wat de heer Partiman heeft gezegd. Hij zegt dat wij een subsidiekader hebben vastgesteld als raad. Volgens mij is dat feitelijk onjuist. In 2017 hebben we over een Rekenkamerrapport gesproken en er is een beleidsdocument geweest, Goed voor elkaar!. Daar hebben we niet eens over gestemd. Daar hebben we alleen maar wat moties over in mogen dienen. We hebben op geen enkele manier ingestemd met de huidige regeling zoals die er nu is. Klopt dat? Sterker nog, de organisaties geven zelfs aan dat het kader een missing link is in het hele gebeuren waar we het nu over hebben. De voorzitter. Meneer Partiman, en dan mag u nog een keer. Dan stel ik echt voor dat we doorgaan. Want u mag, tot mijn spijt, straks ook nog de wethouder interrumperen! De heer Partiman is veel, maar nog geen wethouder. Gaat u gang, meneer Partiman. Kavish Partiman (CDA). We hebben een Kadernota subsidiebeleid 2020-2023 aangenomen in deze raad.
Ik kan citeren hieruit: 'Dit subsidiekader is geschreven vanuit de vraag hoe wij als gemeente zo goed mogelijk en op een efficiënte, effectieve, integere wijze onze subsidiemiddelen inzetten.' Dit is een allesomvattende kadernota. Die gaat over al die subsidieregelingen die er zijn in de stad. Op basis van de Kadernota, die we met elkaar hebben aangenomen, waarmee we zeggen dat we op transparante wijze subsidies willen verstrekken, worden die nieuwe regelingen in het leven geroepen. Ja, wellicht dat u een mening heeft over de manier waarop het college vorm heeft gegeven aan déze regeling. Ik heb ook een mening daarover. Maar het is een collegebevoegdheid. Zo goed en zo kwaad als we kunnen proberen we bij te sturen. Dat is wat ik probeer hier. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Arp, gaat uw gang. Lesley Arp (SP). De heer Partiman neemt genoegen met het argument dat de oude regeling is opgeschort. Volgens mij hoeven we daar geen genoegen mee te nemen. We kunnen gewoon de motie van mevrouw Roopram steunen, die ook voldoet aan de wens van de organisaties om in ieder geval een jaar door te gaan. Zij hebben ook een verschrikkelijk zwaar jaar gehad. Zij hebben een verschrikkelijk zwaar coronajaar gehad en ze hebben heel veel maatschappelijk belangrijke dingen gedaan en ons als gemeente daarin ondersteund. Kavish Partiman (CDA).
Als dat juridisch haalbaar was, was ik daar ook een voorstander van geweest. Maar het gaat linea recta in tegen die Kadernota subsidiebeleid die we met elkaar hebben aangenomen. Dat is nou precies het probleem hier. Het is een juridisch probleem. Die oude regeling kunnen we niet meer toepassen vanwege een subsidiebeleid dat wij met elkaar hebben vastgesteld. Daarom proberen wij, middels die nieuwe regeling, toch te garanderen dat het werk zoals het vorig jaar is gedaan, voortgezet kan worden. Want u en ik delen de mening met elkaar dat het werk dat zij doen belangrijk is. De zorgen die zij hebben, zijn ook terecht. Daarom moeten we dat overgangsjaar hebben. Dan kunnen ze in dat overgangsjaar gewoon doorgaan met hun werk en wennen aan de manier die we met elkaar hebben vastgesteld. Volgend jaar kunnen we dan een evaluatie hebben en kijken waar de schoen wringt, als die ergens wringt, en daarop bijsturen. De voorzitter. Door de heer Partiman, daartoe gesteund door mevrouw Holman, mevrouw Wenink, mevrouw Mostert en de heer De Vos, wordt de volgende motie (O.4 CDA) ingediend:
Motie O.4 CDA Overgangsjaar voor vrijwilligersorganisaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 juli 2021, ter bespreking van Platform Zorgvrijwilligers.
77
Constaterende, dat: • continuïteit en zekerheid voor vrijwilligersorganisaties van groot belang is; • er bij organisaties zorgen bestaan over de consequenties van de nieuwe subsidieregeling. Overwegende, dat: • deze organisaties belangrijke partners zijn in de stad als het gaat om het geven van informele zorg aan kwetsbare bewoners van Den Haag. Roept het college op: • de nieuwe subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal volgend jaar in samenspraak met belanghebbenden en experts te evalueren en de uitkomsten van deze evaluatie te gebruiken om de subsidieregeling voor 2023 bij te stellen waar dat nodig en/of wenselijk wordt geacht; • bij wijze van overgangsjaar alle (vrijwilligers)organisaties te helpen bij hun subsidieaanvraag voor 2022 en deze organisaties zodanig te ondersteunen dat zij hun werk op gelijke wijze als nu het geval is voort kunnen zetten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Nu, na tien keer over hetzelfde punt - maar jullie zijn buitengewoon creatief - is de wethouder aan de beurt. Dan sta ik die interrupties weer toe. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor alle vragen en de moties. Ik wil tegen de vier insprekers zeggen dat ik tweeënhalf jaar geleden het platform heb gesproken. Uw zorgen, uw signalen nemen we heel serieus als college. Dat heb ik toen ook gezegd.
We hebben toen met elkaar afgesproken dat we heel zorgvuldig kijken naar de verandering die deze subsidieregeling met zich meebrengt. Het is nieuw en ja, vernieuwing geeft onzekerheid, vernieuwing brengt angst. Dat heb ik gezien bij een aantal van de vrijwilligersorganisaties. We hebben toen afgesproken dat we heel zorgvuldig met elkaar kijken naar de invulling en de interpretatie van hoe de organisaties omgaan straks met de indiening van hun aanvragen. Ja, ze zijn heel belangrijk. Ze zijn ons zeer dierbaar. Het vrijwilligerswerk is het cement van de samenleving. Dat weten we met z'n allen. Zij zijn degenen die ervoor zorgen dat kwetsbare inwoners kunnen blijven meedoen. Laten we dus geen andere verhalen houden hier. We hebben afgesproken dat we hen helpen, dat we ervoor zorgen dat geen vrijwilligersorganisatie haar activiteit of taak niet meer kan doen en dat we er samen op een goede manier uitkomen. In het commissiedebat heb ik ook tegen u gezegd dat we de evaluatie gaan doen, want daar waar het mogelijk niet goed gaat, moeten we van elkaar leren. De reden dat we dit doen, is - dat zei de heer Partiman net ook - dat er voorheen geen referentiekader was. Ik ga het niet helemaal herhalen, maar er is een reden geweest waarom wij deze nieuwe - eindelijk een - subsidieregeling hebben voor organisaties.
Het zijn niet alleen de vrijwilligersorganisaties - dat is een deel van de regeling samen sociaal en vitaal - maar het zijn ook organisaties voor eenzaamheidsbestrijding, mantelzorg, ouderenbeleid en voor mensen met een beperking. Die vallen allemaal onder deze regeling. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder geeft aan dat de subsidieregeling samen sociaal en vitaal er is voor de vrijwilligers. Maar er staat toch duidelijk in dat de door de vrijwilligers gemaakte reiskosten en onkosten niet vergoed worden. De maatschappelijke organisaties geven aan dat de vrijwilligers hiervan boos worden en zich niet gewaardeerd voelen. Dat wordt volop in de media en op social media gedeeld. Ik neem aan dat u die signalen ook meekrijgt. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ja, ik krijg alle signalen mee. Ik volg ook de social media. Een aantal organisaties uit zich - niet allemaal - en met dat aantal gaan we goed kijken hoe we ervoor zorgen dat zij het goede werk kunnen blijven doen. U vraagt naar kosten die wel of niet vergoed worden. Wij geven een bijdrage aan organisaties en organisaties beslissen wat zij met die bijdrage
78
doen. Sommige slaan het over naar onkostenvergoedingen. Andere doen weer andere dingen daarmee. Dat is zoals we gaan werken als het gaat om een aanvraag. De voorzitter. Mevrouw Roopram, tweede keer, en daar wil het even bij laten, want ik zie de lijst alleen maar weer groter worden. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder geeft aan dat de maatschappelijke organisaties, de vrijwilligersorganisaties geld krijgen en dat ze dan zelf moeten bepalen wat ze met dat geld doen. Volgens mij heeft de wethouder er geen weet van hoe dat in zijn werk gaat. Een subsidie moet aangevraagd worden door zo'n organisatie. Er zijn inderdaad een aantal criteria waar de maatschappelijke organisaties aan moeten voldoen. Daar staat onder andere aangegeven dat de reis- en onkostenvergoeding van de vrijwilligers, de gemaakte kosten, niet worden vergoed. Dus deze subsidieregeling versterkt niet het vrijwilligersbeleid, maar laat de vrijwilligers, die zich zo keihard en belangeloos inzetten in onze samenleving, keihard vallen. Wethouder Parbhudayal (VVD). We laten geen organisaties vallen, zeker niet onze vrijwilligersorganisaties die we jaar in, jaar uit, dag in, dag uit overal zien, die heel goed werk doen. Als organisaties onduidelijkheden ervaren bij de regeling, geven we ze daar netjes antwoord op.
We hebben ook tegen ze gezegd dat zij op een goede manier zullen worden benaderd op het moment dat alle aanvragen binnen zijn. Uiteraard hoort bij elke aanvraag die zij doen, een plan en een kostenspecificatie te zitten. Zo ziet elke subsidieaanvraag eruit. Die gaat de gemeente beoordelen en dan gaan we weer in gesprek met de organisaties. Dit is een heel proces. Robin Smit (PvdD). De wethouder gaf aan dat we die organisaties nu gaan helpen, want het moet niet zo zijn dat ze straks hun taak niet meer kunnen uitvoeren. Ik ben dan wel benieuwd wat voor hulp en ondersteuning we dan gaan bieden. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dat proces van hulp en ondersteuning is al begonnen. We geven antwoord aan alle organisaties die vragen hebben over de nieuwe artikelen en over hoe ze die moeten interpreteren. Nu doen we dat niet een-op-een met een telefoongesprek. We doen een Q&A op de website, zodat de vragen en antwoorden aan alle organisaties van de hele stad gelijkelijk en transparant worden bekendgemaakt. Zo kan iedereen er zijn voordeel mee doen. Wanneer alle aanvragen binnen zijn, dan gaat het loket even dicht. Dan gaan de mensen van de gemeente, juristen enzovoorts, kijken naar alle aanvragen. Dan worden de organisaties weer gebeld en wordt gezegd: sommige dingen zijn wel of niet compleet. Zo is er een heel protocol voor hoe er naar subsidieaanvragen gekeken wordt.
Op dat moment gaan we met de organisaties in gesprek van 'beseft u dat …?'. Dat kan van alles zijn. Daarover heb ik tegen de organisaties die hier ook hebben ingesproken, gezegd: lieve mensen, maak je niet zo druk, we gaan er echt voor zorgen dat organisaties niet tussen wal en schip vallen. De budgetten zijn een-op-een overgezet naar de regeling. Het is totaal niet in het belang van het college of de gemeente om daar ruzie over te maken. We zijn het allemaal eens over de goede bedoeling van de mensen. Maar ja, er zijn wel organisaties die een vraag hebben over een puntentelling of over een bepaald criterium dat ze voorheen nooit in een aanvraag hebben moeten invullen. Die zeggen nu: hier word ik mee geconfronteerd, hoe ga ik ermee om? Om maar een paar voorbeelden te geven … De voorzitter. Meneer Smit, ten slotte. Robin Smit (PvdD). Ik hoor dit antwoord en dan denk ik: hier wordt echt een fulltime job gecreëerd voor mensen die baanperspectief nodig hebben. Dus dat is mooi. Maar wat ik niet begrijp is het volgende. Die ondersteuning is eigenlijk gewoon een digitale Q&A, de mensen van de vrijwilligersorganisaties mogen geen contact hebben met de ambtenaren, maar ik hoor niks van de wethouder over wat voor financiële steun ze dan krijgen. Want worden die vog en die onkostenvergoeding bijvoorbeeld dan nog steeds wel vergoed? Hoe zit dat dan?
79
Wethouder Parbhudayal (VVD). Gedurende het proces is er wel contact met ambtenaren. Dat is op bepaalde tijdstippen, omdat de ambtenaren ook heel netjes iedereen gelijktijdig moeten behandelen. Dat is de kracht van deze regeling. Voorheen was dit niet. Toen was het wie het eerst komt, die het eerst maalt. Nu is het een transparante regeling. Op het moment dat álle aanvragen binnen zijn, worden álle mensen gelijktijdig benaderd, daar waar het mis aan het gaan is. Dan is het zeker zo dat organisaties contact hebben met ambtenaren. Dat is bijna elke dag het geval. Marije Mostert (D66). Ik wilde even ter verduidelijking vragen aan de wethouder of ik het goed heb begrepen dat de kosten die voor de vog moeten worden gemaakt en de kosten die de vrijwilligers maken voor de HTM, vergoed kunnen worden. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dat zijn kosten die altijd al vergoed werden vanuit een landelijke regeling. Elke vrijwilligersorganisatie die vrijwilligers krijgt, vraagt om een vog. Die kan je makkelijk aanvragen. Die kosten worden vergoed. Die kosten hebben ze nooit gemaakt. Die hoefden wij als gemeente ook niet te vergoeden. Het is gewoon een landelijke regeling. Dit is ook een vraag die nu naar boven komt. Misschien wisten heel veel organisaties dit niet. Wij wisten dat niet. Nu kunnen wij ze juist helpen daarin, waardoor de kosten voor hen ook omlaaggaan.
Die hoeven wij als gemeente ook niet te betalen. Dat geldt voor een aantal zaken die in de regeling zitten. Dat roept misschien vragen op. Het geeft onzekerheden. Nu kunnen we ze juist helpen. De voorzitter. Dan heb ik nog een verrassing voor u allemaal. De tweede ronde interrupties heeft plaatsgevonden. Het was zo speels en zo creatief dat onze collega Partiman is vergeten zijn tweede motie in te dienen. Meneer Partiman, doe het nu maar even. Dan kan de wethouder ook even ademhalen. We doen niet net alsof we opnieuw beginnen! Kavish Partiman (CDA). Laten we het hopen, voorzitter. Mijn tweede motie heet Meerjarensubsidies voor vrijwilligers en maatschappelijke organisaties. Het dictum luidt: roept het college op met de maatschappelijke organisaties die subsidie vragen voor informele zorgverlening in gesprek te gaan over de mogelijkheid voor meerjarenondersteuning; in de nieuwe subsidieregeling op te nemen dat een meerjarensubsidie een mogelijkheid is; en de raad voor het eind van 2021 te informeren over de mogelijkheden die geboden worden voor een meerjarensubsidie. Deze dien ik mede in namens collega's Çetinkaya, Islam Democraten, en Klokkenburg, ChristenUnie/SGP. De voorzitter. Door de heer Partiman, daartoe gesteund door de heer Çetinkaya, wordt de volgende motie ingediend (O.3 CDA) ingediend:
Motie O.3 CDA Meerjaren subsidie voor vrijwilligers en maatschappelijke organisaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 juli 2021, ter bespreking van de brief van het Platform Zorgvrijwilligers. Constaterende, dat: • de raad in maart 2021 unaniem een motie heeft aangenomen (RIS 308339) die het college ertoe oproept meerjarensubsidies mogelijk te maken; • het college heeft besloten een nieuwe subsidieregeling ‘Samen sociaal en vitaal Den Haag’ (RIS 308715) in te stellen; • het college een subsidiekader (RIS 305418) heeft opgesteld waarin geen beperking is voor een meerjarige subsidie. Overwegende, dat: • het college dus de mogelijkheid heeft om in de subsidieregelingen voor de verschillende sectoren een subsidieperiode van meer dan een jaar op te nemen, • en dit al doet in de subsidieregeling voor ‘innovatieve en wijkgerichte welzijnsinitiatieven 80
•
2021’; een meerjaren subsidie meer rust geeft en minder administratieve lasten voor zowel de gemeente als de maatschappelijke organisaties.
Roept het college op: • met de maatschappelijke organisaties die subsidie vragen voor informele zorgverlening in gesprek te gaan over de mogelijkheid voor meerjaren ondersteuning; • in de nieuwe subsidieregeling op te nemen dat een meerjarensubsidie een mogelijkheid is; • de raad voor het eind van 2021 te informeren over de mogelijkheden die geboden worden voor een meerjaren subsidie. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. De wethouder zet haar betoog voort. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik wil naar de moties gaan. Ik begin bij de laatste over meerjarensubsidies. Dat debat hebben we gehad. De kleine regelingen die we in deze gemeente hebben, zijn vaak eenjarige subsidies. Dat weten we met z'n allen. Dat geldt niet alleen voor deze, maar voor alle subsidies. Ik heb toen gezegd: ik ben voor, maar dit moet vanuit het centrale punt gebeuren. Dus ik neem dit mee. Ik weet dat collega Balster een pilot wil doen binnen Welzijn om voor twee jaar subsidies te geven. We moeten ergens beginnen met een pilot en dan het systeem goed inregelen zodat dit mogelijk gemaakt wordt. Want ik ben het met u eens dat we juist de organisaties die jaar op jaar de goede dingen doen, administratief een beetje kunnen ontlasten als we dit goed inregelen. Deze motie wil ik dus omarmen. Ik had het ook toegezegd in het debat.
Ik ga naar de motie van mevrouw Klokkenburg. We delen de zorg dat er voor instellingen door de overgang naar een nieuwe regeling onzekerheden zijn. Maar uw motie verzoekt om bij de relevante subsidieregelingen input in te zamelen. Dat is wel een dingetje. Als we een zogenaamde consultatieronde moeten inlassen om organisaties te vragen om zelf aan te geven wat goed is zodat ze een aanvraag kunnen doen bij een subsidieregeling, dan heeft dat heel veel van de slager die zijn eigen vlees keurt. We moeten daarvoor oppassen. We gaan de evaluatie doen. We gaan ze helpen de komende weken bij de aanvraag. We doen het netjes voor alle organisaties. Het zijn niet alleen de drie of vier organisaties die hier hebben ingesproken. Het geldt voor iedereen, zodat we ze op een goede manier kunnen ondersteunen en op een goede manier die regeling kunnen implementeren. Met de lessons learned doen we een evaluatie. Dat heb ik in het debat gezegd. U heeft daar een aantal scherpe punten neergelegd. Die gaan we meenemen in de evaluatie na een jaar. Deze motie moet ik om die reden ontraden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De motie is breder dan alleen deze regeling.
Juist om te voorkomen dat we straks bij elke regeling die we opstellen hier allerlei organisaties krijgen die het niet eens zijn met de regeling, maar we die regeling toch gaan instellen en dan weer uitgebreid iedereen gaan helpen en uitgebreid gaan evalueren, zou ik vooraf een consultatieronde willen doen. Volgens mij is het ook niet heel ongebruikelijk om dat bijvoorbeeld bij aanbestedingen te doen. Dan hoef je helemaal niet een regeling toe te schrijven naar een bepaalde organisatie, maar kun je wel de input verwerken. Het is dan niet zo dat dit een-op-een overgenomen moet worden. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Wethouder Parbhudayal (VVD). Dit is een heel ingewikkelde weg. U heeft mijn actieprogramma vrijwilligersbeleid gezien. Daarin hebben we gezegd dat we ongeveer 3.000 organisaties hebben in het veld. Het is een ondoenlijke weg om daar een consultatie te plegen. Dat is één. Dat is best behoorlijk ingewikkeld. U zegt dat we allerlei organisaties over ons heen krijgen. Nou, ik zie er een paar, de rest niet. Dus ik weet niet of alle organisaties hier ontevreden mee zijn. Ik ken organisaties die zeggen: u heeft geen referentiekader, als ik later kwam, kon ik vroeger niet meer. Er zijn veel ongelijke criteria die door alle regelingen heen gingen. Daarom is het college op basis van het Rekenkamerrapport en de 81
evaluatie van 2020 één lijn aan het trekken voor iedereen in deze stad. Over die transparantie, die gelijkheid die we willen creëren, kunt u het niet oneens met ons zijn, mevrouw Klokkenburg. De voorzitter. Echt de allerlaatste keer, mevrouw Klokkenburg. We blijven niet aan de gang. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben het ook zeker niet oneens met de wethouder. Ik vind het ook heel goed dat er een regeling komt. Ik vraag me alleen af of de totstandkoming van de regeling niet beter kan door toch die organisaties vooraf input te laten leveren. Dat is dus breder dan alleen de vrijwilligersregelingen waar we het nu over hebben. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik heb toegezegd dat we deze regeling gaan evalueren na een jaar. Dit is de eerste keer dat organisaties zo'n nieuwe subsidieregeling hebben. De voorzitter. Gaat u door. Wethouder Parbhudayal (VVD). Wat ik niet wil toezeggen en wat ik onszelf niet wil aandoen, is organisaties vragen om input te leveren op voorwaarden van de geldstroom. Dat doen we ook niet bij contracten. Dat doen we ook niet bij inkoop. Dat kunnen we ook niet bij subsidies doen. Dat is een heel ingewikkelde vraag die u stelt nu, en eentje die juridisch onuitvoerbaar is. Dus om die reden, nogmaals, ontraad ik de motie. Dan ga ik naar de motie van het CDA over een overgangsjaar voor vrijwilligersorganisaties. De motie vraagt om te evalueren.
We hebben dat in het debat gewisseld, dus die evaluatie gaat er zeker komen. We hebben ook afgesproken om vrijwilligers te helpen. Dat heb ik het platform ook toegezegd, zodat de subsidieaanvraag voor 2022 er op den duur goed uitziet. Alle ondersteuning gaat gepleegd worden. Een aantal organisaties wordt er onzeker van. We gaan het niet op zijn beloop laten. We gaan ervoor zorgen dat ze hun werk op goede wijze kunnen voortzetten. Deze motie kan ik omarmen. En, nogmaals, de evaluatie moet er ook voor zorgen dat we kijken hoe de regeling zichzelf dan weer aanzuivert. Lesley Arp (SP). Ik wil eigenlijk dezelfde vraag stellen als ik aan de heer Partiman heb gesteld. In het laatste dictum van die motie staat 'te ondersteunen dat zij hun werk op gelijke wijze als nu het geval is voort kunnen zetten'. Tegelijkertijd wil men dus de onkostenregeling afbreken. Hoe is dat mogelijk? Hoe kan je gestand doen aan dit dictum als organisaties aangeven dat ze zonder die onkostenregeling heel veel vrijwilligers gaan kwijtraken? Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik moet bijna hetzelfde antwoord geven. Wij geven niet een-op-een een subsidie voor de onkostenvergoeding. We geven een bijdrage aan organisaties op basis van een plan dat ze indienen. Hoe zij omgaan met die bijdrage is aan hen. Dus als organisaties hun bedrag aan onkostenvergoeding willen uitgeven, is dat aan hen.
Er zijn ook organisaties waar vrijwilligers geen onkostenvergoeding hoeven, maar wel een keer een bioscoopkaartje willen, met elkaar uit eten willen of iets anders bedenken. Dat is aan hen. De voorzitter. Mevrouw Arp, laatste keer. Lesley Arp (SP). Ik ben echt totaal in de war nu. Die organisaties geven aan dat in de huidige regeling duidelijk staat dat het nu niet meer kan. Organisaties willen ook niet in de problemen komen. Zij willen ook niet gaan sjoemelen of zoiets dergelijks. Ik snap niet hoe je kan zeggen dat er niets gaat gebeuren bij die organisaties en dat ze hun werk op gelijke wijze kunnen voortzetten, zonder dat je een letter verandert aan de regeling die nu wordt geïntroduceerd. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik ga niet in herhaling treden. We hebben het net gehad over hoe de vog vergoed gaat worden. Zo zie je maar dat de regeling ook duidelijkheid brengt. Organisaties kunnen volgens een landelijke regeling vrij een vog aanvragen. Dat wisten er heel veel ook niet. Dus we kunnen hier de hele tijd bakkeleien over wat wel of niet duidelijk is, maar nogmaals: hulp,
82
ondersteuning, zodat we ervan leren. Dán kunnen we organisaties helpen op een goede manier met deze nieuwe subsidieregeling mee te gaan. De voorzitter. Meneer Smit heeft een interruptie. Robin Smit (PvdD). Dank, voorzitter. Een ander punt, meer over de praktische invulling. Wij hebben van veel organisaties gehoord dat veel vrijwilligers vakantieplannen hebben. De vrijwilligers moeten ook deze plannen indienen. Zij maken zich zorgen of ze dat nog wel op tijd kunnen doen en dat allemaal kunnen bolwerken. Ik hoor de wethouder zeggen dat er veel vragen leven en veel onzekerheden zijn. Maar dan voelt toch iedereen die logisch na kan denken aan dat dit veel te gehaast gaat? Straks zijn we alle vrijwilligers kwijt, worden de mensen niet geholpen en hebben we als gemeente een harstikke groot probleem, want alle taken die we over de schutting hebben gekieperd naar die vrijwilligersorganisaties, worden dan niet meer gedaan. Wat gaat de wethouder op dat moment doen? Wethouder Parbhudayal (VVD). Er leven inderdaad een aantal vragen. Die zijn hier net ook aangestipt. Qua tijd: we hebben nu acht tot tien weken de tijd voor de indiening van die aanvragen. Daarna gaan de ambtenaren en juristen aan de slag. Dan wordt er weer contact gelegd met de organisaties over de kwaliteit, de volledigheid enzovoorts van hun aanvraag. Dus we zijn even bezig voordat er een goed resultaat ligt. Er is tijd.
Het gaat door tot september. Daarna wordt er weer contact opgenomen. Dus we proberen eind oktober. Misschien hebben we nog wat tijd over, zodat het netjes op 1-1-2022 op een goede manier tot stand komt. De voorzitter. Interruptie, laatste keer, van de heer Smit. Robin Smit (PvdD). Ik hoor de wethouder zeggen 'acht tot tien weken'. Ik heb even snel de agenda erbij gepakt. Dan zitten we 10 september ongeveer. Dat is middenin het hoogseizoen van de vakanties. Misschien dat door corona een hoop vrijwilligers thuisblijven, zodat ze tijd hebben voor deze plannen, maar vindt de wethouder wat ze nu vraagt van vrijwilligers echt realistisch? Wethouder Parbhudayal (VVD). Dit is een normale planning, acht tot tien weken. We hebben het er met organisaties ook over als ze zeggen: we zijn heel lang op vakantie, we zijn er dus niet. Sommige zeggen: dat formuliertje van u is niet ingewikkeld, want we hebben een format; dat kunnen we makkelijk invullen en indienen. En er zijn ook organisaties die zullen vragen of ze een week of twee weken later mogen. Nogmaals, ik ga dat nu niet hier roepen, maar ik zei net dat we hulp geven, we ondersteunen ze, zodat we er op een goede manier uitkomen. Meer dan dat kan ik op dit moment niet beloven. De voorzitter. Oké, u zet uw betoog voort en rondt zo snel mogelijk af. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ja.
Ik ga naar de motie van mevrouw Roopram over het opschorten van de regeling. Dat gaan we niet doen, kunnen we niet doen. De oude regeling is al afgeschaft. De nieuwe is straks voor 2022 dé regeling. Nogmaals, alle hulp en ondersteuning gaan we bieden aan organisaties die zaken onduidelijk vinden. Daartoe ga ik nu niet in herhaling treden. Ik wil deze motie ontraden. De voorzitter. Nog een laatste interruptie van mevrouw Roopram. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder gaf aan dat de maatschappelijke organisaties in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Dan is het aan hen wat ze met die gelden doen. Mevrouw Arp gaf terecht aan dat die maatschappelijke organisaties bang zijn dat ze de subsidiegelden misschien op een verkeerde manier besteden. Want er staat duidelijk in de subsidieregeling samen sociaal en vitaal dat niet voor subsidie in aanmerking komen - dat is artikel 1:6, punt 2 - de reis- en onkostenvergoeding van de vrijwilligers. Die mogen dus niet besteed worden uit de subsidieregeling samen sociaal en vitaal. Klopt dat, wethouder? 83
Wethouder Parbhudayal (VVD). Ja. Als het daarin staat, klopt het, ja. Daar zijn heel veel vragen over gekomen. De vragen over hoe ze moeten omgaan hiermee, zijn we aan het beantwoorden. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Roopram. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dan ben ik heel erg benieuwd hoe deze wethouder uitleg zal geven over hoe maatschappelijke organisaties, vrijwilligersorganisaties ermee moeten omgaan dat vrijwilligers geen tegemoetkoming krijgen voor de kosten die ze hebben gemaakt voor het maatschappelijke veldwerk in onze samenleving. En over het juridisch gedeelte: waarom is het juridisch niet mogelijk om de subsidieregeling op te schorten? Wethouder Parbhudayal (VVD). Dat artikel is een opsomming van van alles. Organisaties - ik blijf het zeggen - dienen een plan in met een begroting voor hoe zij bijdragen aan de doelen die wij als gemeente stellen aan vrijwilligerswerk. Hoe zij omgaan met de verdeling van de bijdrage die ze van de gemeente krijgen is aan hen. Sommige organisaties geven het uit aan onkosten. Andere geven het uit aan andere zaken. U moet alles in samenhang bekijken. Als er een organisatie bij ons komt die elk jaar € 10.000 uitgeeft aan onkostenvergoeding op de begroting, dan gaan we daar heel veel vraagtekens bij zetten, omdat we dat niet een-op-een doen. Dus er zitten veel meer zaken aan die regeling. U haalt er één ding uit.
Dan valt het kaartenhuis in elkaar. U moet het wel allemaal in samenhang bekijken. Want het vrijwilligerswerk ís vrijwillig. Daar wordt niet veel voor gevraagd. Ze gaan zelf over de vergoeding die ze krijgen van de gemeente. Het is een samenhang van delen. De voorzitter. Nee, het is nu klaar. Dit was agendapunt O. Het is klaar! We hebben twintig interrupties gehad. We spreken er anderhalf uur over! U mag de derde vraag stellen, zeker, mevrouw Roopram. We hebben ook regels. Gaat u gang, mevrouw Roopram. U mag voor de derde keer dezelfde vraag stellen. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik wil een punt van orde maken, want ik vind dit niet fijn. Als raadslid, als volksvertegenwoordiger wil je je verhaal kunnen doen met de input die je krijgt vanuit de stad, van al die maatschappelijke organisaties. Dan kan de voorzitter van de raad hier wel wat vinden, maar wij doen ons werk als volksvertegenwoordiger. Dat wil ik nog even meegeven. De voorzitter. Ja, en mevrouw Roopram, ik doe ook mijn werk om u in staat te stellen om alles te behandelen in alle rust en op de momenten dat het kan. U heeft nu bij dit debat, over dit punt O, ruimhartig tien, twintig interrupties mogen plegen richting de wethouder en de heer Partiman. Dan mag ik op een gegeven moment oordelen als voorzitter, als de dertigste interruptie komt, dat het een keer tot een einde is.