CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309806 Bijlage 2

Commissie Samenleving 30 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken25.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

een tweede locatie in de wijk Bouwlust.

voortgang van de deelnemers en informeren de mentorconsulenten. Daarnaast heeft de consulent periodiek direct contact met deelnemers. Meestal in groepsverband in of

Overige onderdelen

rondom de taallessen en indien nodig in een op een contact tijdens een aparte afspraak.

• Helpdesks: voor financiële vraagstukken is er in het HaagseHuis op enkele

Sinds eind 2018 zijn de mentorconsulenten gekoppeld aan vaste taalklassen (en daarmee

momenten per week een Helpdesk geldzaken beschikbaar, vanuit de afdeling finan-

docenten). Dit ten behoeve van het onderlinge contact, informatie-uitwisseling en de

ciële dienstverlening vanuit de gemeente. Daarnaast is er voor andere zaken een

zichtbaarheid en bereikbaarheid van de consulent voor de deelnemers.

algemene SamenHaags helpdesk welke bemenst wordt door een van de consu-

20

•

4.3 Evoluerende pilot

Een volgende grote aanpassing betrof het koppelen van consulenten aan taalklassen, in plaats van aan individuele deelnemers.

SamenHaags was vanaf de opzet bedacht als ontwikkelprogramma. Het idee was om

•

een evoluerend pilot-programma op te zetten waarbij er ruimte was voor leren en

Tenslotte veranderde het aanbod van onderdelen van het SamenHaags programma:

• zo werd het onderdeel maatschappelijke oriëntatie afgeschaald van een apart

aanpassen. Het actiegericht onderzoek, waarvan de procesevaluatie onderdeel is, was ook bedoeld om het leerproces te ondersteunen.

onderdeel van het programma tot een onderdeel van de taallessen,

• “Bakkie Taal” (groepsgewijs, informeel, oefenen van de Nederlandse taal) is

In de looptijd van ruim twee jaar is het programma op een aantal punten dooront-

geïntroduceerd, en

wikkeld, waarbij de opzet van het programma steeds meer vorm kreeg en beter op de

• het organiseren van de doorstroom van deelnemers is aan het einde van het

doelgroep en praktijk aansloot. Zo waren er een aantal wisselingen op het niveau van

traject opgestart.

de programmaleiding: inclusief wisselingen van betrokken personen en verdeling van verantwoordelijkheden. Ook is er in de laatste twee maanden nog een nieuw hoofd

Naast deze veranderingen in de grote lijnen van het programma waren er ook veel

van de consulenten aangesteld. Andere belangrijke wijzigingen in de opzet van het

aanpassingen en doorontwikkelingen op het niveau van werkwijzen van onder meer de

programma waren:

consulenten en samenwerking tussen de verschillende uitvoerende partijen.

• De veranderde invulling van de taak van externe opdrachtnemers, zoals Vluch-

De uitvoerders die wij gesproken hebben waren blij dat er binnen het programma ruimte

telingenWerk Nederland en het stagebureau. VluchtelingenWerk Nederland zou

was voor aanpassingen, met name omdat er bij de aanvang van het programma nog

bijvoorbeeld in eerste instantie alleen verantwoordelijk zijn voor de stagebegelei-

veel in de werkwijze ontwikkeld moest worden en er de nodige onduidelijkheid was.

ding van mensen met een Eritrese migratieachtergrond. Later werd hun taak om

Volgens verschillende de uitvoerders, waaronder consulenten, taaldocenten en uitvoer-

voor alle laag leerbaren hun stage te begeleiden.

ders van stagebemiddeling waren de werkprocessen nog niet uitgewerkt: ze wisten wel

• Wat betreft werkwijzen is onder andere veranderd dat deelnemers bij het begin van

wát er verwacht werd, maar zij hebben naar hun gevoel volledig zelf uit moeten vinden

het programma pas konden starten met hun traject zodra ze geplaatst waren in een

hóe dit bereikt moest worden. Volgens één van de respondenten was het motto: “we

taalklas. Omdat dit in de praktijk lang kon duren, is er besloten dat deelnemers

gaan gewoon beginnen”. Hoewel de respondenten van de eindevaluatie van mening

alvast aan workshops mee konden doen en er al vanaf het begin naar een stageplaats

waren dat de uitvoering in de loop van de tijd steeds meer een “geoliede machine” werd,

gezocht kon worden.

vonden ze wel dat het efficiënter was geweest om zaken in het begin meer doordacht en

• De inzet van workshops binnen het programma veranderde ook gedurende de twee

vastgelegd te hebben, en dat de opzet van de “evoluerende pilot” geen excuus mag zijn

jaar. Zo werden er workshops opgezet om de deelnemers specifiek beter voor te

voor het niet goed doordenken van een programma. De volgende consulent benoemde

bereiden op het onderdeel stage.

bijvoorbeeld hoe zij als groep consulenten zelf de werkprocessen moesten ontwikkelen:

21

“Het programma begon in heel veel chaos. Er was een doel en een aantal richtlijnen. Het was zoeken. Er werden werkprocessen ontwikkeld. Ik wist niet van tevoren dat het zo zou gaan. In werkproces en uitvoering moest alles nog ontwikkeld worden. Daar had beter over nagedacht kunnen worden. Bijvoorbeeld over de administratie. Het hele proces lag er niet, terwijl er een flink stuk administratie bij komt kijken. Vanaf het begin hadden we geen goede manier voor de administratie. In systemen moesten nog aanpassingen gedaan worden. Voor zo’n soort proces ging het nog redelijk soepel. Maar als dit goed was geregeld had het heel veel werk gescheeld.” (Consulent)

evenals discussie over wie wel en niet binnen het programma zou horen. Uit de interviews blijkt duidelijk dat de verschillende respondenten sterke meningen hebben over wie goed en minder goed in het programma past. Vooral ten aanzien van hoogopgeleiden en expats vroegen uitvoerders zich af of die nu wel of niet binnen het programma pasten. Onderstaande quotes van drie verschillende type uitvoerders geven dat weer;

“De oorspronkelijke doelgroep waren mensen die al jaren in Den Haag woonden, zonder goed Nederlands te spreken. Voor de volgende keer zou ik de hoogopgeleide groep B1-ers (die al op niveau B1 zitten bij aanvang) niet meer doen. Die hebben ons niet nodig. Het was eigenlijk bedoeld voor de doelgroep die het nog op de rit moeten krijgen. Die problematiek van de hoogopgeleiden is er ingeslopen. Bijvoorbeeld dat ze bij Shell gingen werven. Of Spaanstalige verenigingen. Kennismigranten. Dat belemmerde ons werk. Bij de lage en midden groep gunde ik het ze ook.” (Taaldocent)

Daarnaast gaven uitvoerders aan dat zij eerder op de hoogte gesteld hadden willen worden over (aanstaande) wijzigingen in het programma. Zoals gesteld, is er veel geleerd en aangepast tijdens de pilotperiode. In de meeste gevallen lijken de veranderingen als gevolg van concrete knelpunten in de uitvoeringspraktijk ad hoc te zijn doorgevoerd. De knelpunten die in zich in de praktijk voordeden zijn daarbij op een

De verschillende respondenten die we spraken hadden ook niet allemaal dezelfde notie

praktische manier aangepakt.

van de doelstelling van het SamenHaags programma. De meesten dachten dat de doelstelling van het programma was om mensen meer onderdeel te laten uitmaken van de

4.4 Ervaring met de doelgroep en doelstelling in de praktijk

Haagse samenleving, door zich meer thuis te laten voelen, en meer te laten partici-

Uit de interviews tijdens de drie evaluatieronden blijkt dat het is gelukt om de beoogde

peren. Een aantal respondenten merkt echter op dat de doelstelling aan het einde van

doelgroep actief aan het programma te laten deelnemen. Mede door de breedte van de

het programma steeds meer richting arbeidstoeleiding is opgeschoven, terwijl dat niet

doelgroep en de focus (vooral in de eerste periode) op het behalen van de kwantita-

tot de oorspronkelijke doelstellingen behoorde. Een enkeling zag het SamenHaags

tieve doelstelling van duizend deelnemers was er bij de uitvoerders echter wel de nodige

programma primair als methode om lessen te trekken voor het inrichten van het nieuwe

onduidelijkheid over de doelgroep. Zeker in het begin was er geen volledige duidelijk-

inburgeringstelsel dat in 2021 van kracht gaat.

heid over voor wie het programma bedoeld was en vooral voor wie niet. Sommigen waren ervan overtuigd dat het voor de doelgroep kwetsbare mensen in de samenleving bedoeld was, terwijl anderen dachten dat het programma voor iedereen was die in Den Haag woonde en de Nederlandse taal niet goed beheerste. Gedurende de pilotperiode is er wel meer duidelijkheid gekomen maar is er toch altijd enige onduidelijkheid gebleven

22

“Ik denk, de gemeente moet verder met SamenHaags tot B1. (…) Tot B1 zou helpen voor het zoeken van werk en een opleiding. Dat is beter dan geld geven. Leren en daarna geen uitkering denk ik. Omdat als ik leer en werk is het ook goed voor mij. Ik wil ook nuttig zijn. Uitkering kan gehandicapte en oudere mensen helpen. [De gemeente zou moeten] helpen voor Nederlands leren en daarna zeggen ga werken. Zou goed zijn als de gemeente het verplicht zou maken. Ik denk de gemeente moet een beetje sterk zijn. Ga naar daar, studeer. En anders minder geld. Als je leert en Nederlands begrijpt kun je echt goed integreren. Maar als niet, heb je een heel groot probleem. Je blijft in een passieve positie. Iemand regelt alles voor jou.” (Deelnemer)

4.5 Vrijwilligheid versus verplichting Ook tijdens de laatste ronde interviews bleek dat er onder de respondenten verschillende ideeën leefden over het effect en de wenselijkheid van het vrijwillige karakter van SamenHaags. Eén van de programmaleiders vond het vrijwillige karakter bijvoorbeeld een succesfactor van het programma, aangezien er hierdoor alleen echt gemotiveerde mensen meededen. Een van de consulenten vond echter dat er door het vrijwillige aspect geen tegenstand wordt opgeroepen, waardoor mensen beter meedoen:

“Als je moet, roept dat emoties op, zoals frustraties en agressiviteit. Want je “zit aan hun geld”. Dat roept best wel wat op. Hier doe je dat niet. Hier ben je veel meer aan het motiveren om jezelf te ontwikkelen en een doel te vinden.” (Consulent)

De consulenten die SamenHaags op dit moment te vrijblijvend vonden hadden liever gezien dat het programma in ieder geval voor mensen die een uitkering krijgen verplicht zou moeten worden, met als consequentie dat men op de uitkering gekort kan worden bij

Een aantal consulenten gaf echter aan dat ze SamenHaags té vrijblijvend vonden.

onvoldoende inzet. Voor mensen die geen uitkering krijgen zou volgens een consulent

Het gebrek aan consequenties aan het niet volgen van onderdelen van SamenHaags

een eigen bijdrage gevraagd kunnen worden, die eventueel terugbetaald kan worden bij

leidde volgens de volgende consulent tot een hoge uitval bij bepaalde onderdelen of het

voldoende inzet. Om deelnemers extra te stimuleren om naast de taallessen ook stage

volledige traject, terwijl deze mensen juist gebaat zouden zijn bij het afronden van het

te volgen, zouden deelnemers ook pas een SamenHaags-certificaat moeten kunnen

programma:

krijgen als ze naast het onderdeel taal ook het onderdeel stage met succes afronden. De volgende consulent merkte op dat minder vrijblijvendheid niet hoeft te betekenen dat

“Veel mensen weten ook niet wat ze missen. Veel mensen zouden door eerst even doorzetten, zeker gebaat zijn bij iets meer druk. Ik vind ook niet dat mensen zomaar kunnen zeggen ik kom niet meer, of weinig in de les komen. Mensen nemen het voor lief. Het is te vrijblijvend.” (Consulent)

het programma haar “vriendelijke karakter” kwijtraakt:

“Er is ook een middenweg mogelijk: met de vriendelijkheid van dit programma, maar wel met een verplichting erbij.” (Consulent)

Een andere consulent merkte dat met name onder deelnemers met een uitkering er

Opvallend is dat onduidelijk is onder de respondenten voor wie het programma oorspronkelijk precies bedoeld is. De meeste respondenten dachten dat het programma voor de doelgroep kwetsbare mensen in de samenleving bedoeld was, terwijl anderen dachten dat het programma voor iedereen was die in Den Haag woonde en de Nederlandse taal niet goed beheerste. Deze onduidelijkheid zorgde voor discussies onder

mensen bij zaten die wel taallessen volgden, maar geen stage gingen doen. Eén van de deelnemers gaf ook aan dat hij het programma op dit moment te vrijblijvend vond en dat de gemeente meer druk achter mensen zou mogen zetten om, na het verbeteren van de taal, te gaan werken:

uitvoerders. 23

4.6

Lessen: Sterke punten en verbeterpunten

Verbeterpunten Verbeterpunten in de opzet van het programma die naar voren komen zijn:

Sterke punten

1. Betere inbedding van pilot binnen aanpak gemeente.

We vroegen de betrokkenen naar wat zij de sterke punten aan de opzet van het

2. Betere aansluiting op voorzieningen in de stad.

programma SamenHaags vonden (niet de daadwerkelijke uitvoering). Zij noemden als

3. Aandacht voor problematiek deelnemers die hen belemmert goed deel te nemen

sterke punten de:

aan het programma (waaronder gezondheid, financiën gezinsproblematiek).

1. Regiehoudende consulenten.

4. Meer richten op succesvolle uitstroom en vervolg (na SamenHaags).

2. Combinatie van taallessen en taalstages.

5. Begrijpelijker onderbouwing voor keuzes en doelstellingen omtrent instroom.

3. Samenhang tussen de verschillende onderdelen.

6. Looptijd verlengen voor bepaalde groepen.

De uitvoerders die wij hebben gesproken noemden de regiehoudende consulenten als

Een volgend verbeterpunt betrof de aansluiting van SamenHaags binnen de gemeen-

een sterk punt in de opzet van het programma. Een regiehoudende consulent heeft als

telijke dienstverlening en voorzieningen. Daar waar binnen het programma is ingezet

voordeel dat deze een vast aanspreekpunt is voor de deelnemer en het overzicht heeft

op zoveel mogelijk samenhang tussen de verschillende onderdelen stond SamenHaags

over de activiteiten, individuele behoeften en mogelijkheden van deelnemers. Uit de

daarbuiten grotendeels op zichzelf . De consulenten van SamenHaags maakten bijvoor-

interviews met zowel uitvoerders als deelnemers bleek dat juist de combinatie van taal-

beeld geen deel uit van andere gemeentelijke onderdelen, zoals Werk en Inkomen,

lessen en stages een sterk punt van het programma was. De stages hielpen de deelnemers

wat de begeleiding en administratie rond de deelnemers had kunnen bevorderen. Een

nieuwe vaardigheden te ontwikkelen of bestaande te vergroten, en ze werden gestimu-

betere inbedding van het programma binnen de gemeentelijke dienstverlening kan dan

leerd om de Nederlandse taal ook in de praktijk te oefenen. Voor sommige deelnemers

ook als een belangrijk verbeterpunt worden gezien.

geldt dat zij door deelname meer uit hun isolement kwamen. Ook waren alle uitvoerders erover eens dat vooral de integrale benadering binnen het programma sterk was

Ook zouden veel deelnemers gebaat zijn bij een betere samenhang van het programma

aan de opzet van SamenHaags. Door deze opzet konden verschillende onderdelen beter

met hulp-/zorgvoorzieningen binnen de stad. Juist bij de groep met een lage leerbaar-

op elkaar aansluiten. Door de verschillende onderdelen ook daadwerkelijk bij elkaar in

heid valt er veel (persoonlijke) problematiek te verwachten, bijvoorbeeld op het gebied

hetzelfde pand te plaatsen werd onderlinge afstemming nog verder gestimuleerd.

van (geestelijke) gezondheid en financiële zelfredzaamheid. Een verbeterpunt is dan ook dat er binnen de aanpak van SamenHaags meer aandacht voor (persoonlijke) problematiek komt. Op dit moment worden deelnemers wel doorverwezen, terwijl deze deelnemers beter geholpen zouden zijn door een gezamenlijke aanpak en een warme overdracht naar hulp- of zorgvoorzieningen binnen de stad.

24

Zeker voor de deelnemers die kwetsbaar en weinig zelfredzaam zijn, geldt dit. Van deze

Meerdere betrokkenen gaven tijdens de tweede procesevaluatie aan dat ze de looptijd

groep is bekend dat zij bij een niet begeleide doorverwijzing zeker niet altijd (tijdig) bij

van een jaar te kort vonden om vooral bij deelnemers met een lage leerbaarheid duur-

de juiste instantie aankomen. Overigens was er wel een aparte helpdesk op het Haagse

zame vooruitgang te realiseren. Dit gold met name voor de groep kwetsbaren die meer

Huis voor vragen over geldzaken, welke volgens de programmaleiding druk werd

ondersteuning nodig hebben. Bij de eindevaluatie gaven de taaldocenten ook aan dat

bezocht.

het traject van 14 weken voor de middengroep (C) eigenlijk te kort was. Volgens hen

Een punt van kritiek dat door verschillende respondenten genoemd werd betrof de

zou het beter zijn als deze groep nog een maand langer door zou kunnen gaan. Daarnaast gaven taaldocenten aan dat een deel van de deelnemers meer ambitie en potentie

formulering van de doelen van het programma. Die zouden teveel gericht zijn op

hadden wat betreft het verhogen van hun taalniveau, dan binnen het programma werd

instroom, bijvoorbeeld door het stellen en prioriteren van het behalen van bepaalde

ondersteund.

streefaantallen, in plaats van het definiëren en realiseren van een succesvolle uitstroom. Meerdere respondenten spraken hun zorg uit over wat het einde van het traject voor de deelnemers betekent en waren bang voor een terugval in de vroegere situatie. Om dit te voorkomen is medio 2019 gestart met het begeleiden van de deelnemers naar andere onderdelen van de gemeente en andere trajecten die deelnemers kunnen helpen bij hun verdere ontwikkeling. De externe partij die verantwoordelijk was voor het stagebureau (voor de C en D groepen) begeleidden de deelnemers sinds mei 2019 bij de doorstroom naar (vrijwilligers)werk, een vervolgtraject of opleiding.

“De start van het programma zou in teken moeten staan van uitstroom. Dit moet vanaf het begin met mensen worden besproken: verwachtingen en wat zij hierna willen, en inschatten van capaciteiten. (…) Veel mensen willen aan het werk. Daar moet je een ontwikkelingsplan voor maken. En maatwerk leveren. Met elkaar een plan maken en afspraken maken.” (Medewerker stagebureau)

25

5

Uitvoering programma (throughput) “SamenHaags ging als een lopend vuurtje door de stad. Daardoor werd het steeds bekender onder de doelgroep. Mensen hoorden vooral via mond-totmond reclame over dit programma.” (Medewerker stagebureau)

In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoeringspraktijk van het programma. We beschrijven hierbij de ervaringen van geïnterviewde betrokkenen met en behandelen hoe de bedachte opzet in de praktijk werd uitgevoerd. Per onderdeel benoemen we ook direct sterke punten verbeterpunten in de uitvoering. We behandelen achtereenvolgens,

Werving deelnemers

Meerdere uitvoerders viel op dat veel van de uitkeringsgerechtigde deelnemers die via een uitnodiging van de gemeente geworven waren de indruk hadden dat het meedoen aan SamenHaags verplicht was. Dit beeld kwam ook uit de interviews onder deelnemers uit deze doelgroep. Eén van deze deelnemers gaf zelfs aan dat hij tegen zijn zin met de taallessen moest stoppen waar hij in het kader van zijn inburgering mee bezig was en dat zijn contactpersoon bij de gemeente hem had verplicht mee te doen met SamenHaags. Een heldere en eenduidige communicatie rond de mate van vrijwilligheid en de eventuele consequenties voor het al dan niet volgen van een programma is een belangrijk aandachtspunt. Hierbij hoort ook dat er bij de gemeente een verantwoordelijkheid ligt om deze boodschap niet alleen te communiceren, maar ook na te gaan of deze goed

Potentiële deelnemers werden op meerdere manieren geworven. Vanuit de gemeente

begrepen wordt.

de werving, de start van het traject, de taallessen, de stage, activiteiten gericht op sociale contacten (Haagse Makker en Bakkie Taal), maatschappelijke oriëntatie, begeleiding van de deelnemers, de uitstroom, samenwerking en de beleving van de betrokkenen. We sluiten het hoofdstuk af met een overzicht van eerder al benoemde belangrijkste geleerde lessen in de vorm van sterke punten in de uitvoering en aandachtspunten.

5.1

Werving en bereik van deelnemers

kregen uitkeringsgerechtigden met een laag Nederlands taalniveau per brief een uitnodiging om aan SamenHaags mee te doen. Andere potentiële deelnemers werden via

Bereik deelnemers Bij aanvang van het programma vonden alle lessen plaats in het Haagse Huis aan de rand van het centrum van de stad. Met name bij de groep met een lage leerbaarheid was het de ervaring dat deze vooral uit de omgeving rondom het Haagse Huis kwamen en leken er uit verder weggelegen wijken weinig deelnemers te komen. Deelnemers met een hogere leerbaarheid kwamen wel vaker uit andere delen van de stad. Vanaf eind 2018 werden de activiteiten van het programma ook verspreid over meerdere locaties over de stad. Wij spraken bijvoorbeeld deelnemers aan Bakkie Taal in de wijk Bouwlust, die aangaven dat als Bakkie Taal alleen in het Haagse Huis gegeven zou worden, zij hier niet aan mee zouden (kunnen) doen omdat dit te ver bij hen vandaan was. Vanwege de nabijheid van deze activiteit had zich hier een vast groepje vrouwen gevormd die elkaar elke week zagen en Nederlands konden oefenden. Zij maakten tegelijkertijd van

flyers en Facebook-berichten geworven. Ook kregen bijvoorbeeld mensen die bij ROC Mondriaan op de wachtlijst stonden voor Nederlandse taallessen een flyer. Aangezien de werving in het begin van het programma langzamer verliep dan verwacht, is er in die periode veel (extra) ingezet op werving. Hierbij is breed geworven en vooral contact opgezocht met lokaal opererende organisaties en is aangesloten bij activiteiten en bijeenkomsten van uiteenlopende professionele- en zelforganisaties. Gedurende de pilotperiode resulteerde deze grotere inzet tot een grote bekendheid en aantrekkingskracht van het programma met als gevolg een sterke groei van het aantal aanmeldingen. Volgens de volgende respondent ging mond-tot-mond reclame uiteindelijk een steeds grotere rol spelen bij de werving:

de gelegenheid gebruik om met elkaar plannen te ontwikkelen om verdere activiteiten te ondernemen in hun eigen buurt. 26

Deelnemers die begonnen aan SamenHaags waren zeer divers wat betreft migratieach-

programma kwamen deelnemers, na toetsing en indeling naar taalniveau en leerbaar-

tergrond (veel verschillende herkomstlanden), waren zowel nieuwkomers als langer

heid, op een wachtlijst terecht om in een taalklas te worden geplaatst. Pas na plaatsing

gevestigden, met en zonder bijstandsuitkering, hoger en lager opgeleiden. Opvallend

en aanvang van een taalklas werd er naar een stage gezocht. Later is besloten om al vóór

was dat een meerderheid van de deelnemers vrouw was. De kenmerken van de deelne-

plaatsing en aanvang van de taallessen te beginnen met het zoeken naar een stageplek.

mers worden in meer detail besproken in hoofdstuk 4 (sectie 4.3).

Uit de tweede procesevaluatie kwam naar voren dat de afstemming tussen intakeconsulenten en uitvoerders die deelnemers aan een stage moesten koppelen nog kon

5.2 Start traject

verbeteren. Een meer rechtstreekse afstemming op deelnemer-niveau in plaats van het

In plaats van een gezamenlijke taak van de consulenten zoals in de beginperiode, waren

doorsturen van een lijst met deelnemers ingedeeld op basis van leerbaarheid, zou beter

er vanaf eind 2018 nog maar twee consulenten verantwoordelijk voor de intake, toetsing

maatwerk en daardoor een succesvoller matchingsproces kunnen opleveren. Bij de

en plaatsing van deelnemers. Daardoor was er meer dan eerst sprake van een eendui-

laatste ronde interviews gaf een professional die verantwoordelijk was voor de stagebe-

dige lijn betreffende selectie en toelating tot het programma. Ook werd duidelijk dat

geleiding voor laag leerbaren aan dat het wellicht beter was geweest als er voor de deel-

er tijdens de beginfase meer ingezet moest worden op uitleg over het programma en

nemers eerst een stageplek zou worden gezocht voor ze in taalgroepen zouden worden

de verwachtingen van de potentiële deelnemers. Vanaf eind 2018 werden er dan ook

ingedeeld. Taaldocenten gaven ook aan dat het de effectiviteit van hun lessen ten goede

diverse informatiebijeenkomsten en workshops over het programma en het lopen van

komt als deelnemers in dezelfde periode dat zij taallessen volgen stage lopen:

stage aan het begin van individuele trajecten toegevoegd. Dit leidde onder meer tot

“Daardoor kunnen mensen effectiever Nederlands leren. Het is ook makkelijk om de stage als handvat te gebruiken als onderwerp tijdens de taallessen.” (Taaldocent)

meer duidelijkheid bij de deelnemers en zorgde ervoor dat het aantal personen dat eigenlijk onvoldoende mogelijkheid had om deel te nemen aan het programma afnam:

“Hoog leerbare mensen kregen een algemene Welkom-SamenHaags workshops waarin alle belangrijke zaken nogmaals aan de orde kwamen, nadat mensen bij de individuele intake ook al alle informatie kregen. Na die Welkom-SamenHaags workshop haakten ook al veel mensen af, omdat ze toch realiseerden dat het teveel tijdsinvestering kostte.” (Consulent)

5.3 Beleving betrokkenen Uit de verschillende procesevaluatieronden blijkt dat zowel uitvoerders als deelnemers veel inzet en betrokkenheid tonen. De uitvoerders binnen het programma vinden deelnemers in het algemeen goed gemo-

Naast het duidelijker maken van de verwachtingen van de deelnemers over het traject,

tiveerd. Men merkt het enthousiasme bij de deelnemers, wat zich onder meer uit door

was een tweede doel van deze activiteiten om te zorgen dat deelnemers zo snel mogelijk

de veelgehoorde wens om door te blijven gaan en de teleurstelling als het traject ten

actief werden in het programma. Deelnemers waren dan al actief in het programma,

einde is. De deelnemers die wij spraken gaven ook vrijwel allemaal aan zeer blij en dank-

ook al stonden ze nog op een wachtlijst voor taallessen of stage. Bij aanvang van het

baar te zijn met het programma en het jammer te vinden dat/als hun traject eindigt: 27

“Mijn lessen zijn nu klaar. Ik vind het jammer dat de lessen niet doorgaan.” (Deelnemer SamenHaags)

Het volgende citaat van een deelnemer laat zien dat de diversiteit binnen SamenHaags voor haar inderdaad een positief punt was:

“Op de meeste taalscholen zijn de studenten Arabisch. Maar hier zijn ze ook Pools, Spaans. Heel verschillend. Het is leuk om die te ontmoeten.” (Deelnemer SamenHaags)

Ook veelgenoemd is de levendige, veilige en inclusieve sfeer die er in het Haagse Huis heerst:

“Toen ik de eerste keer binnenkwam bij Haagse Huis kon je zien wat daar tot stand is gebracht. Er heerst een fijne sfeer. Alles komt daar bij elkaar. Het is de thuisbasis, het uitvalspunt.” (Programmaleider)

De kleinschaligheid en laagdrempeligheid zorgt ervoor dat professionals makkelijk benaderbaar zijn en korte lijnen met elkaar hebben, wat goed aansluit bij de behoeften van de deelnemers. Hoewel er uit de interviews een beeld naar voren kwam van zeer

“Alles en iedereen loopt door elkaar. Alle niveaus en achtergronden worden door ons allemaal als hetzelfde gezien. Iedereen is hier hetzelfde. De hele wereld komt hier. Je ziet dat SamenHaags ervoor gezorgd heeft dat veel verschillen hier niet gezien worden. Er is nooit ruzie, een vechtpartij of discussie. Alle geloven zitten hier door elkaar. Zelfs een transgender. Dat zegt veel over de sfeer. Bijvoorbeeld zie je bij andere vergelijkbare organisaties veel beveiliging. Wij hebben hier alleen een conciërge. Iedereen heeft hier hetzelfde doel. Niemand voelt zich beter dan iemand anders. (Medewerker stagebureau)

betrokken taaldocenten, die al veel ervaring en affiniteit met de doelgroep hadden gaven de taaldocenten zelf aan dat hun betrokkenheid nog vergroot zou kunnen worden door een kleiner aantal zeer betrokken taaldocenten in te zetten, in plaats van het inzetten van een groot aantal flexibele docenten die maar voor een klein gedeelte verantwoordelijk zijn. Onder de consulenten viel op dat er een verschillende mate van affiniteit met de doelgroep was, hetgeen ook de betrokkenheid beïnvloedde. Waar sommigen juist een hele grote affiniteit met deze doelgroep hadden, gaven anderen aan deze affiniteit juist niet te hebben en dat ze zelf ook niet specifiek voor deze doelgroep en functie (dus voor

De fijne, veilige sfeer in het Haagse Huis, waar allerlei culturen elkaar ontmoeten en

SamenHaags)hadden gekozen. Een algemeen verbeterpunt zou dan ook zijn om meer

op een gelijkwaardige manier met elkaar omgaan, vindt men kenmerkend voor en een

gebruik te maken van vaste, betrokken en professionele medewerkers in de uitvoering.

succesfactor van SamenHaags:

“Voor vrouwen is het echt een uitje naar een andere wereld. Alleen al de kennismaking met elkaar is goed. Binnen SamenHaags is er geen monocultuur: er zitten allerlei culturen door elkaar. Soms werd mijn klas echt een gezamenlijke groep. (…) SamenHaags doet het op een andere manier. Er is veel vertrouwen vanwege de kleinschaligheid.” (Taaldocent)

5.4 Taallessen Uit de interviews blijkt dat de andere uitvoerenden erg te spreken zijn over de betrokkenheid van de taaldocenten en de kwaliteit van de taallessen. Op basis van de interviews met de deelnemers die we op de verschillende meetmomenten spraken, zien we dat de meeste deelnemers ook erg positief zijn over de taallessen en aangeven veel geleerd te hebben, zoals de volgende deelnemer: 28

“Zes jaar geleden had ik taalonderwijs bij (…). Daar was ik niet tevreden. Na een jaar taalles, kon ik alleen maar “hallo”, “doei” en “dank je wel” zeggen. In de maanden dat ik hier zit, heb ik meer geleerd dan het hele jaar daar. Daar (bij die andere les) had ik steeds weer andere docenten.” (Deelnemer SamenHaags)

en stagebegeleiders inzicht in het portfolio. Docenten kunnen nu de andere uitvoer-

Een van de hoog leerbare deelnemers geeft zelfs aan dat het feit dat professionele

werd betrof het feit dat er bij deze klassen nog meer gebruikt kan worden gemaakt van

docenten van het ROC Mondriaan betrokken waren, een van de redenen voor haar

digitale mogelijkheden. Dit gebeurt al wel bij de lessen voor laag leerbare groepen.

ders alleen vragen of adviseren het erover te hebben met de deelnemer, maar dit is niet ‘verplicht’. Het portfolio zou beter benut kunnen worden door het meer integraal in te steken en bijvoorbeeld uit te breiden met het onderdeel stage. Een ander verbeterpunt dat door een taaldocent voor de hoog leerbare groepen genoemd

is geweest om aan SamenHaags mee te doen. Uiteindelijk hebben zo’n 500 mensen de eind-taaltoets gemaakt.

5.5 Stages

Een aantal deelnemers was minder positief. Zo geven twee deelnemers aan door

Volgens de betrokkenen zijn de stages met name bedoeld als taalstages, dus om zoveel

persoonlijke omstandigheden moeite te hebben met het boeken van vooruitgang,

mogelijk Nederlands te oefenen:

bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen of zorgen over gezinsleden die in het buiten-

“Taal moet je leren door het te gebruiken. Buiten de klas spreken mensen toch weer hun eigen taal. En thuis ook weer. Overal komen ze hun eigen taal weer tegen.” (Medewerker stagebureau)

land in een onveilige situatie verkeren. Daarnaast zijn er deelnemers die vinden dat de duur van het taaltraject binnen SamenHaags te kort is of vinden dat het niveau te laag is. Dit geldt vooral voor deelnemers met een hoge leerbaarheid. Taaldocenten geven ook aan dat een deel van de deelnemers meer ambitie en potentie heeft dan de gestelde

In het geval dat deelnemers al werken, maar niet in een Nederlandstalige omgeving, is

doelstellingen met betrekking tot het verbeteren van taalniveau die vastgesteld zijn voor

het doel een andere stageplek te vinden waar ze wel Nederlands moeten spreken. Stages

de verschillende trajecten. Verbeterpunt zou dan ook zijn om het niveau en periode

hoeven ook niet in het vakgebied van een deelnemer te zijn. Bij deelnemers die al wel

van de taallessen nog meer aan te laten sluiten bij het niveau en mogelijkheden van de

redelijk goed Nederlands spreken wordt wel geadviseerd te kijken naar een stage in het

deelnemers. Zo schreven we al eerder dat taaldocenten het traject van 14 weken voor de

eigen vakgebied, omdat dit de meeste kans op werk geeft.

middengroep (C) eigenlijk te kort vonden.

Betrokkenen geven aan dat er in de beginperiode van SamenHaags bij veel deelnemers

Bij de tweede procesevaluatie werd vanuit de docenten aangegeven dat het portfolio een

niet duidelijk was dat de stage een belangrijk en verplicht onderdeel van het Samen-

verbeterpunt binnen het programma is. Dit staat behoorlijk gescheiden van de rest van

Haags-traject was. Eind 2018 kwam er meer aandacht voor het beter communiceren

het programma. Deelnemers hebben een portfolio en de docent, consulent en stagebe-

van de opzet van het programma, inclusief het verplichte onderdeel stage, tijdens de

geleider vullen dit apart in. Het zou goed zijn als dit een weerslag zou zijn van het gehele

voorbereidende workshops en bij de intake.

programma en niet alleen van de taalles. In principe hebben taaldocenten, consulenten

29

Uit de interviews blijkt dat de deelnemers na de aanpassingen inderdaad steeds beter

Van de laag leerbare groep deelnemers die de workshops hadden gevolgd bleef er toch

op de hoogte zijn van het feit dat stage een verplicht onderdeel van SamenHaags vormt.

een aanzienlijke groep over waarvoor uiteindelijk geen stage is gevonden. Een verbe-

Daarnaast werd er niet meer gewacht tot deelnemers begonnen met taallessen, maar

terpunt dat duidelijk naar voren kwam uit de eindgesprekken was om meer gebruik

werden ze direct na indeling in leerbaarheid aan VluchtelingenWerk Nederland of

te maken van professionele krachten voor de plaatsing en begeleiding bij stages. Hier

stagebureau gekoppeld voor het vinden van een stageplaats.

waren nu vrijwel alleen vrijwilligers en stagiaires voor beschikbaar, die maar een beperkt aantal uur per week werkten. Daardoor waren de mogelijkheden voor het maken van

Stages voor laag leerbare groep

afspraken om deelnemers te kunnen plaatsen beperkt en viel de effectiviteit van het

Toen VluchtelingenWerk Nederland de opdracht kreeg voor het begeleiden naar en van

vinden van stageplaatsen tegen. De volgende deelnemer ondervond deze problemen

stages voor de laag leerbare groep deelnemers, was het de bedoeling dat deelnemers

ook bij zijn vrijwilliger:

zouden worden bemiddeld via groepsstages, waarbij ook stagebegeleiding op locatie

“Ik begon een beetje laat want mijn stagecoach was steeds weg. Vier of vijf maanden en er was geen stage geregeld. Ze was steeds weg.” (Deelnemer SamenHaags)

zou plaatsvinden. Vanaf eind 2018 is echter besloten om te werken met een intensief voorprogramma van drie weken met drie workshops per week. Alleen indien de hele reeks workshops was gevolgd werden individuele deelnemers gekoppeld aan een vrijwilliger of stagiair van VluchtelingenWerk Nederland. Deze was vervolgens verant-

Uiteindelijk nam een professional het over en werd deze deelnemer alsnog bij een stage

woordelijk voor het vinden van een stageplek. De deelnemers en organisatoren van deze

geplaatst. Dat een professional het over kon nemen lijkt echter om een uitzondering te

workshops waren positief over de rol die de workshops speelden bij het voorbereiden

gaan.

op een stage.

Andere uitvoerders gaven daarnaast aan dat als de vrijwilligers beschikbaar waren, ze

Vanuit andere uitvoerders van SamenHaags, zowel van een consulent als een professi-

op de locatie van Vluchteling Werk zaten, en niet bij het Haagse Huis. Hierdoor had dit

onal van het stagebureau voor hoog leerbaren, was er ook kritiek op het invoeren van

onderdeel niet het grote voordeel van laagdrempeligheid en integraliteit die de andere

deze workshops als drempel voor het in aanmerking komen voor een stage. Volgens

onderdelen wel hadden. Zowel deelnemers als uitvoerenden van andere onderdelen

deze uitvoerders vielen door de flinke tijdsinvestering die deze workshops vroegen veel

ondervonden problemen bij de communicatie met vrijwilligers van Vluchtelingen-

deelnemers bij voorbaat af. Ook waren zij van mening dat de workshops niets concreets

Werk. Uit de interviews met uitvoerders, waaronder een consulent, de professionals

opleverden waarmee een deelnemer meer kans had om een stage te krijgen. Naar schat-

voor stagebemiddeling van hoog leerbaren en VluchtelingenWerk zelf, kwam naar

ting van VluchtelingenWerk Nederland zijn ongeveer 300 laag leerbare deelnemers

voren dat er bij de vrijwilligers en stagiaires nauwelijks tijd over was om deelnemers

aangemeld voor de workshops, hebben ongeveer 200 deze met succes gevolgd en zijn

die stage liepen te begeleiden, terwijl zij vonden dat deelnemers hier wel behoefte aan

er ongeveer 150 mensen op stage geplaatst, waarvan er ongeveer 130 ook echt op stage

hadden.

zijn geweest.

30

“Daardoor is de drempel bij werkgevers lager. Het is onze taak om de win-win uit te leggen bij werkgevers. Zij krijgen toch een gratis kracht erbij. (…) Vaak hebben deze mensen namelijk wel een werkachtergrond”. (Medewerker stagebureau)

Stages voor hoog leerbare groep In april 2018 kregen twee professionals de opdracht om een “stagebureau” voor de hoog leerbare groep op te richten. In eerste instantie zou het gaan om stageplaatsing van 100 deelnemers bij met name commerciële partijen zijn. Later kwam hier ook de non-profit sector bij, zoals scholen, zorg en maatschappelijke organisaties. Uiteindelijk zijn er

Een (commerciële) werkgever waar twee SamenHaags deelnemers stage liepen gaf aan

meer mensen binnen de non-profit sector geplaatst. Uit de eindgesprekken bleek dat

dit mede te doen vanwege een gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ze

het stagebureau steeds effectiever werd in het plaatsen van deelnemers. Doordat zij veel

gaf aan iedereen een kans te willen geven om mee te kunnen doen in de maatschappij.

aanwezig en makkelijk aanspreekbaar waren op een centrale plek in het Haagse Huis,

Daarnaast, zoals blijkt uit het volgende citaat dat, na een initiële tijdsinvestering van

waren zij zeer zichtbaar en benaderbaar voor de deelnemers. Hierdoor kwamen in de

haar kant, de stagiairs uiteindelijk ook echt een aanwinst voor haar bedrijf waren, gezien

loop van de tijd ook deelnemers uit de laag leerbare groep bij hen langs. Uiteindelijk

hun hoge mate van ervaring, motivatie en zelfstandigheid:

heeft het stagebureau ook laag leerbare deelnemers geholpen aan een stageplek.

“Een taalstage is zwaarder voor mij qua tijdsinvestering. Maar ze werken wel hard. Mensen die hier via het werkgever-service-punt komen kunnen beter Nederlands, maar daarbij merk je dat het een verplichting is. De eerste maand kosten de taalstagiaires extra tijd voor mij en mijn collega’s. Daarna weten ze onderhand wel wat ze moeten doen. Daarna kunnen ze meer zelfstandig aan het werk. Dan vragen ze ook niet meer wat ze moeten doen. Na die investering van een maand zijn ze een extra collega. Alleen niet voor klantcontact. Klanten benaderen ze wel, maar meestal lukt het niet om hun vraag te beantwoorden. Dan mogen ze van mij niet zeggen “ik weet het niet”, maar halen ze een collega. Als stagiaires minstens 3 maanden werken is het die eerste investering van een maand waard. (…) Degenen die hier voor een taalstage komen hebben bijvoorbeeld een werkverleden. Hun motivatie is om de taal te leren, maar uiteindelijk vooral om te werken. Ze werken goed, ze weten van aanpakken. Ze zijn ook beter dan jonge meisjes. Dit zijn moeders die in hun eigen land hebben gewerkt.” (Werkgever stageplaats)

De medewerkers van het stagebureau geven aan 97% van de 800 deelnemers die zij gesproken hebben op een stage geplaatst te hebben. Eind november 2019 hadden 500 deelnemers hun stage succesvol afgerond (d.w.z. dat ze voldoende aanwezig zijn geweest bij hun stage) of waren nog bezig met hun stage. Bij de 3% van de deelnemers die niet geplaatst werden was er sprake van belemmerende omstandigheden zoals zwangerschap of ziekte. Een succesfactor voor effectieve stageplaatsing was volgens de medewerkers van het stagebureau zelf dat zij standaard meegingen naar het eerste kennismakingsgesprek met de werkgever:

“Het standaard meegaan naar het eerste gesprek is ook essentieel. Voor veel mensen is dat heel spannend. Mensen zijn kwetsbaar in het niet kennen van de taal. Op die manier leerden wij ook de werkgevers bij de stageplekken kennen en onderhielden de relatie.”(Medewerker stagebureau) Een tweede succesfactor was volgens de medewerkers van het stagebureau dat ze standaard een proefperiode, bijvoorbeeld van 2 weken, hadden voor er een stagecontract werd ondertekend. Dit verlaagde volgens hen de drempel voor werkgevers en zorgde ervoor dat ze de voordelen voor henzelf in konden zien: 31

5.6 Sociale contacten

Stagedeelname De deelnemers die stage liepen gaven aan dat de stage hen de gelegenheid gaf om in de praktijk te kunnen oefenen met het spreken van de Nederlandse taal, mensen te leren

Haagse Makker

kennen en zich nuttig te voelen:

Uit de verschillende rondes van interviews met betrokkenen bleek het onderdeel Haagse Makkers niet te functioneren zoals bedacht. Ten tijde van de tweede tussene-

“Ik vind het leuk, ik heb dingen te doen. Wakker worden in de morgen. Oude mensen helpen. Praten met klanten. Goed Nederlands oefenen. Niet veel, maar ik voel me een beetje goed. Ik vraag collega’s daar. Ik heb hulp nodig bij alles. Mijn collega’s helpen heel goed. Ik moet veel dingen doen, niet heel veel praten. Maar anders zou ik thuis zitten, tv kijken. Praten met mensen is heel goed. Je voelt je bent echt deel van de mensen.” (Deelnemer SamenHaags)

valuatie hadden maar weinig deelnemers een Haagse Makker. Ten tijde van de eindevaluatie bleek niemand een voorbeeld te kennen van een deelnemer die een Haagse Makker via de App had gevonden. De meeste deelnemers die we spraken kenden de App niet of gebruikten deze niet. Naast dat de App in het begin technische mankementen had, wijst de praktijk uit dat er duidelijke beperkingen zijn aan de gekozen werkwijze voor deze doelgroep. De werkwijze met de App wordt gezien als afstandelijk,

Sommige deelnemers leren ook bepaalde vaardigheden die ze mogelijk kunnen helpen

anoniem, vrijblijvend en voor veel deelnemers te ingewikkeld en te talig. Ook het feit dat

bij het vinden van een baan na SamenHaags. Aandachtspunt is wel dat deelnemers

potentiële makkers niet werden gescreend en dat de match zonder tussenkomst vanuit

voldoende de kans krijgen om de taal te oefenen en niet alleen maar ingezet worden

het programma tot stand moest komen, zijn serieuze belemmeringen. Daarbij was het

als fysieke werkkracht. De medewerkers van het stagebureau waren hier alert op en

onduidelijk of er wel genoeg Haagse Makkers beschikbaar waren. In de tweede tussene-

plaatsten indien nodig deelnemers op een andere plek als er te weinig mogelijkheid was

valuatie raadden we dan ook aan om fundamenteler naar de opzet van dit onderdeel te

voor het oefenen van de taal.

kijken. Bijvoorbeeld door middel van een actievere rol vanuit het programma bij het

Bij zowel de groep met een lage leerbaarheid als die met een hoge leerbaarheid kwam het

matchen van deelnemers en Makkers. Vanuit andere maatjesprojecten is bekend dat de

voor dat beschikbaarheid (tijd vrij kunnen en willen maken) een belemmering vormde

actieve matching van deelnemer en vrijwilliger een belangrijke succesfactor is. Naast

om daadwerkelijk stage te lopen. Redenen die hiervoor vooral werden gegeven waren

de app zouden er dan ook andere manieren van matching moeten worden gehanteerd.

persoonlijke problematiek en andere verplichtingen, zoals zorg voor kinderen of werk.

Een optie is bijvoorbeeld om in de taallessen ook aandacht te besteden aan de Haagse

Volgens de respondenten was er uiteindelijk een substantiële groep die niet deelnam

Makkers en bijvoorbeeld ontmoetingssessies te organiseren tijdens de lessen. Ook zou

aan een stage of al snel na het begin van de stage stopte.

per taalklas een geslaagde combinatie van makker en deelnemer kunnen worden uitgenodigd om als positief voorbeeld voor andere deelnemers te dienen.

32

“Ik vind Bakkie Taal leuk en belangrijk. Thuis praat ik wel Nederlands met mijn buurvrouw, maar die spreekt zelf ook niet goed Nederlands. Die verbetert me niet. Hier is er iemand die ons verbetert. Spreken is heel belangrijk. Als je niet praat blijf je thuis, tv kijken. Wie geeft ons dan een idee wat iets betekent? Je moet oefenen. We zijn nieuw hier. We gaan wel naar school, maar 2,5 uur per dag, 3 dagen per week, is niet genoeg. Op school leer je veel grammatica, maar op straat praat men anders.” (Deelnemer Bakkie Taal)

Bakkie taal Net als de Haagse Makker is Bakkie Taal opgezet om deelnemers op een informele manier Nederlands te kunnen laten oefenen. De bijeenkomsten van Bakkie Taal werden drie keer in de week gehouden en men kon hier vrijblijvend aan deelnemen. In het najaar van 2019 is besloten dat deelnemers acht maal aan Bakkie Taal mee konden doen, in plaats van een Haagse Makker te nemen. In mei 2019 is de uitvoering van Bakkie Taal overgegaan naar een speciaal daarvoor aangestelde medewerker en werden er ook Bakkie Taal bijeenkomsten buiten het Haagse Huis georganiseerd. Vaak hielpen er ook één of meerdere vrijwilligers of stagiairs mee met de begeleiding. Tijdens de bijeen-

Uit de interviews met SamenHaags deelnemers bleek dat sommigen Bakkie Taal duide-

komst wordt er over allerlei dingen gesproken die de deelnemers bezighouden, zoals

lijk als een vrijblijvend onderdeel zagen. Een deelnemer gaf aan dat zij dit onderdeel niet

hun dagelijks leven en wat voor plannen ze voor de toekomst hebben. Daarnaast spelen

volgde omdat de tijden waarop Bakkie Taal gegeven werd samenvielen met haar taalles

ze (taal)spelletjes en kijken ze vaak naar het Jeugdjournaal, om het aan de hand daarvan

of stage. Anderen gaven aan dat zij konden aantonen dat ze andere sociale contacten

over de actualiteit te hebben.

buiten SamenHaags hadden waarmee ze Nederlands oefenden en daarom niet deelnamen aan Bakkie Taal. Niet bij iedereen leek voldoende bekendheid te zijn over het

Tijdens de observaties viel op dat de begeleider de meeste deelnemers dermate goed

bestaan van Bakkie Taal en de tijden en locaties waarop dit gegeven werd. Eén van de

kent, dat ze op een persoonlijke, maar luchtige, manier met hen kan communiceren.

hoog leerbare deelnemers gaf daarnaast aan dat Bakkie Taal onvoldoende uitdagend

Over het algemeen vinden alle uitvoerders Bakkie Taal een goed concept is, waar deel-

voor haar was, gezien haar taalniveau.

nemers op een leuke manier gemotiveerd worden om Nederlands buiten de klas te

Op basis van de observaties en interviews komt het beeld naar voren van een onder-

oefenen:

deel met potentie, gezien de laagdrempeligheid, vriendelijke toon, mogelijkheden om

“Bakkie Taal ben ik heel positief over. Het werkt. Ga dat in ieder wijkcentrum invoeren. Ik heb nog niemand gehoord die niet tevreden is.” (Medewerker VluchtelingenWerk Nederland)

anderen (beter) te leren kennen en om de Nederlandse taal in de praktijk te oefenen. De regels voor en verwachtingen van deelnemers met betrekking tot dit onderdeel kan op een meer eenduidige manier opgesteld en gecommuniceerd worden. Hetzelfde geldt

Volgens de begeleider van Bakkie Taal kwamen er op de centrale locatie in het Haagse

voor het communiceren van de voordelen en de tijden en locaties van Bakkie Taal. Nu

Huis veel deelnemers. Op de andere locatie in de wijk Bouwlust, merkte ze dat er veel

lijkt communicatie over dit onderdeel per consulent en deelnemer te verschillen. Daar-

deelnemers vaker dan 8 keer bleven komen, waardoor er een hechte groepsband werd

naast zou er nog meer gekeken kunnen worden naar activiteiten die goed passen bij de

opgebouwd. De deelnemers aan Bakkie Taal, die we tijdens onze observaties spraken

(soms verschillende) niveaus van de deelnemers.

gaven aan enthousiast te zijn: 33

5.7 Maatschappelijke oriëntatie

5.8 Begeleiding van deelnemers

Waar maatschappelijke oriëntatie bij aanvang een belangrijk afzonderlijk onderdeel

In het najaar van 2018 is besloten dat taalklassen aan individuele consulenten gekoppeld

van de opzet van het programma was, is in het najaar van 2018 de verandering in het

werden, in plaats van individuele deelnemers aan consulenten. Een consulent was vanaf

programma doorgevoerd. Maatschappelijke oriëntatie werd geïntegreerd in de taal-

die tijd “mentor” van alle deelnemers van een klas, vast aanspreekpunt voor de docent,

lessen. Bij de tweede procesevaluatie gaven taaldocenten aan dat aandacht voor maat-

en verantwoordelijk voor de monitoring van de voortgang per deelnemer. Consulenten

schappelijke thema’s altijd al onderdeel waren van de taallessen en er na het verdwijnen

zouden periodiek contact hebben met de taaldocent en meer contact tussen mentor en

van het aparte onderdeel maatschappelijke oriëntatie binnen SamenHaags geen veran-

deelnemers binnen de taallessen, naast één op één gesprekken met individuele deelne-

deringen in de taallessen zijn doorgevoerd. Ook bij deze laatste evaluatie is dit het beeld.

mers. Uit de eindgesprekken bleek dat alle uitvoerende partijen positief waren over de

Zo is één van de docenten bijvoorbeeld met haar klas naar de Haagse markt gegaan.

koppeling tussen consulenten enerzijds en klassen en taaldocenten anderzijds. Hier-

Dit soort activiteiten kunnen volgens de docenten goed onderdeel zijn van de taalles.

door konden consulenten beter overzicht houden op hun deelnemers. Zowel consu-

Ze voeren aan dat het programma gaat over het aanhaken bij de Haagse samenleving,

lenten als taaldocenten ervoeren de samenwerking als een succesfactor.

en dat dat niet iets aparts moet zijn, maar in het hele programma inclusief de taallessen

In de praktijk heeft deze aanpassing er wel toe geleid dat het contact tussen consulent

verweven.

en deelnemer grotendeels via de taalklassen verliep, wat ten koste ging van de vaste

Uit de eindgesprekken met betrokkenen blijkt dat zowel taaldocenten als deelnemers

één-op-één contactmomenten tussen consulent en deelnemer. De rol die consulenten

behoefte hebben aan meer activiteiten gericht op maatschappelijke oriëntatie, naast de

hadden binnen dit (actiegerichte) evaluatieonderzoek speelde ook mee bij de invulling

aandacht die er in de taallessen voor is. Zo gaf een deelnemer aan dat zij binnen het

van de taak van consulenten. In de opzet van het onderzoek zouden consulenten op

programma meer activiteiten gericht op het leren kennen van Den Haag had verwacht:

basis van de individuele gesprekken die zij op gezette tijden (elke 6 weken) met deelnemers zouden hebben, op drie momenten een vragenlijst invullen over de mate van

“Bijvoorbeeld iets van activiteiten die in Nederland populair zijn. (…) Ik ben ook nieuw in Nederland, dus ik ben ook op zoek naar wat hier te doen is.” (Deelnemer SamenHaags)

integratie van elke deelnemer. Bij de eindgesprekken leek het één-op-één contact tussen consulenten en deelnemers zich in die periode echter grotendeels beperkt te hebben tot gesprekken waarbij er een vragenlijst moest worden ingevuld. Voor deelnemers betekende de koppeling van consulenten aan taalklassen dat er een grotere drempel ontstond om (gevoelige) kwesties te bespreken. Verschillende uitvoerders gaven aan dat meer individuele begeleiding gewenst was geweest, waardoor de regiehoudende functie van de consulent beter tot zijn recht had kunnen komen.

34

Andere uitvoerende partijen hadden de indruk dat de consulenten te druk waren om

Verbeterpunten zouden dan ook zijn: een kleinere caseload (van bijvoorbeeld 50 deel-

aan goede individuele begeleiding toe te komen. Hierdoor hadden ze bijvoorbeeld

nemers per consulent) en betere aansturing van consulenten, teneinde meer tijd te reali-

beperkt zicht op hoe het met individuele deelnemers op hun stage ging en kwamen

seren voor individuele begeleiding.

deelnemers bij problemen bij het stagebureau terecht, in plaats van bij hun consulent.

Een betere aansturing had ook kunnen leiden tot meer uniformiteit in het uitvoeren van

Redenen voor het gebrek aan voldoende tijd voor individuele begeleiding die genoemd

de rol van de consulent. Zowel uit de tweede en derde evaluatie blijkt dat de uitvoerders

werden waren: aan het begin van het programma teveel focus op instroom (zoveel moge-

en leidinggevenden veel verschil in werkwijzen van de verschillende consulenten zien.

lijk aantallen deelnemers behalen voor de gestelde doelstelling van 1000 mensen die aan

Binnen het programma bleek er onvoldoende uniformiteit in de afbakening van de rol

het programma zouden starten); teveel tijd kwijt zijn aan het invullen van de vragen-

van de consulent. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van aanvullende ondersteuning of

lijsten voor dit onderzoek; en een te grote caseload. Volgens de programmaleiding was

zorg die sommige deelnemers nodig hebben. Deelnemers wisten ook niet altijd precies

het uitgangspunt bij aanvang van het programma om een caseload van 50 deelnemers

wat ze wel of niet van een consulent mochten verwachten. Een volgende aanbeveling

per consulent aan te houden. Omdat dit veel meer is geworden, was er volgens hen geen

is dan ook om voor een duidelijk afbakening van de rol van consulent te zorgen: een

tijd meer voor een goede stagebegeleiding en -monitoring. Zowel de programmaleiders

duidelijke afbakening van de rol van consulenten in combinatie met verwachtingenma-

als het nieuwe hoofd van de consulenten (die pas in het eindstadium werkzaam was in

nagement hieromtrent naar deelnemers. Zowel voor de consulenten, de andere uitvoer-

het programma) gaven aan dat de consulenten zelf onvoldoende aansturing kregen. In

ders binnen het programma en de deelnemers dient duidelijk te zijn wat wel en niet tot

combinatie met de hoge caseload heeft dat ertoe geleid dat ze hun regiefunctie onvol-

de taken van de consulenten behoort.

doende hebben ingevuld , zoals het volgende citaat illustreert:

Zoals ook al in hoofdstuk 2 als verbeterpunt aangegeven, zouden deelnemers in het geval van (persoonlijke) problematiek gebaat zijn bij een betere aansluiting, inclusief

“Gezien de omstandigheden van de consulenten hebben ze wel het hoogst haalbare bereikt. (…) Er is ook niet goed gestuurd op hoe consulenten hun tijd moesten indelen.” (Programmaleider)

warme overdracht, naar hulp- en zorgvoorzieningen in de stad. (Persoonlijke) problematiek is nu met name bij de groep met een lage leerbaarheid een belangrijke drempel gebleken om het programma succesvol te doorlopen. Verbeterpunt bij de begeleiding

Al met al heeft de koppeling van consulenten aan klassen en taaldocenten bijgedragen

zou zijn om de signaleringsfunctie voor (persoonlijke) problematiek te vergroten en

aan het houden van een beter overzicht en betere communicatie tussen consulenten en

deelnemers beter te begeleiden naar hulp- en zorgvoorzieningen.

taaldocenten. In de tweede procesevaluatie raadden wij tevens een koppeling tussen

Hoewel de verbeterpunten besproken in deze sectie vooral betrekking hebben op de

taalklas en stagebegeleider aan, vanwege dezelfde voordelen die dit zou kunnen bieden.

begeleiding van consulenten, gaven taaldocenten aan zelf ook een grotere rol te kunnen

Om goed regie te kunnen houden op de deelnemers zou het contact tussen consulent en

spelen bij de begeleiding.

deelnemer echter niet beperkt moeten blijven tot klassikaal, groepsgewijs contact, maar zou er meer ruimte moeten komen voor individuele begeleiding.

35

“Het is belangrijk dat het allemaal op één fysieke plek bij elkaar zit. Dat zou ook per stadsdeel gerealiseerd kunnen worden. Maar een honk van waaruit je werkt is een succesfactor. Dat is de basis voor een gezamenlijke visie en een positief gevoel.” (Programmaleider)

Zij zien de deelnemers immers het meeste, hebben vaak een vertrouwensband op kunnen bouwen met hun klas, en hebben in hun lessen mogelijkheden om bepaalde zaken in een voor de deelnemer veilige setting te bespreken. Zo zouden zij in een vroeg stadium eventuele problemen kunnen signaleren, zoals gezondheidsproblemen8 of problemen die deelnemers bij onderdelen van het programma ervaren. De volgende

De grote veranderingen in de opzet van het programma die aan het einde van 2018 zijn

docent beschrijft hoe haar rol vergroot zou kunnen worden:

doorgevoerd (het eerder kunnen starten met workshops en stage in plaats van het eerst geplaatst worden in een taalklas, en het koppelen van consulenten aan taalklassen en

“De docenten kennen de mensen het beste. Zij zouden wat mij betreft een bredere rol mogen krijgen. Nu wist soms niemand het als iemand uitgevallen was bij de stage. Dat zou een docent meer kunnen checken. Ook als mensen het bijvoorbeeld niet leuk vinden op hun stage. Eigenlijk zou dit de taak van de consulent moeten zijn, maar waarom kan de docent dat niet doen? (…) Als docent hoor je meer. In de klas voelen de deelnemers zich veilig. De rol van de docent kan groter.” (Taaldocent)

docenten), hebben geleid tot het sneller aan de slag kunnen in het programma door deelnemers, het beheersbaar houden van de stageondersteuning van de groep met een hoge leerbaarheid, en een effectievere afstemming tussen consulenten en docenten. Gezamenlijk heeft dit bijgedragen aan een verbeterde samenhang tussen de onderdelen van het programma. De volgende respondent illustreert de verbeterde samenhang binnen het programma met het volgende citaat:

“Eerst vormden de verschillende onderdelen een soort eilandjes: stagebureau, docenten, consulenten. Later is er gekozen voor een veel integralere aanpak. Ongeveer aan het begin van dit jaar is het veranderd en zijn er vaste overlegmomenten gekomen.” (Medewerker stagebureau)

5.9 Samenwerking Alle betrokkenen noemen de gemeenschappelijke locatie één van de belangrijkste succesfactoren van SamenHaags. Hierdoor kunnen de verschillende partijen makkelijk met elkaar communiceren en kunnen deelnemers op een laagdrempelige manier bij

De potentie op dit vlak zou echter nog verder benut kunnen worden. Zo lijkt de inhoud

deze partijen terecht. Het volgende citaat van een programmaleider onderschrijft het

van de verschillende onderdelen nog niet nauw op elkaar te zijn afgestemd. Bijvoor-

belang van een gemeenschappelijke locatie en hoe dit concept ook op verschillende

beeld konden sommige deelnemers die wij in november 2019 gesproken hebben niet

plekken in de stad ingezet zou kunnen worden:

aan Bakkie Taal meedoen, omdat dit samenviel met de tijden waarop zij taalles hadden.9 Daarnaast schreven we al eerder dat de afstemming tussen (intake)consulenten en taaldocenten enerzijds, en uitvoerders die deelnemers aan een stage moesten koppelen

8

Zie ook de aanbevelingen in het rapport “De rol van gezondheid bij inburgering van statushouders” van Kennisplatform Integratie en Samenleving.

9

36

Voor afronding van deze rapportage is door de programmaleiding aangegeven dat dit punt inmiddels is aangepast.

anderzijds nog kon verbeteren. Ook zou de inhoudelijke afstemming tussen de taal-

Sterke punten:

lessen en de stageactiviteiten nog vergroot kunnen worden. De volgende taaldocent

1. Veilige, inclusieve sfeer.

geeft aan op welke manier een betere afstemming met de stagebegeleiding de deelne-

2. Samenwerking docenten en consulenten.

mers ten goede zou kunnen komen:

3. Gemeenschappelijke locatie.

“Een koppeling van de docent en degene die de stage begeleidt, of een vast punt voor de cursisten. Dat scheelt uiteindelijk veel tijd en de cursist heeft er veel aan. Zo heb je alle informatie bij elkaar. In de les kunnen we dan ook beter de stage bespreken, dan wordt het meer een eenheid. Als je meer samenwerkt is er ook meer uitwisseling. Dan weet je meer van de cursisten. Dan informeer je elkaar.” (Taaldocent)

4. Toeleidingsproces naar stage (hoog leerbaren). 5. Laagdrempelig. 6. Doorontwikkelen aanpak wanneer dat in de praktijk nodig blijkt. Belangrijkste aandachtspunten: 1. Voldoende aandacht besteden aan de verwachtingen en behoeften van deelnemers

Uit de derde evaluatieronde bleek in interviews met betrokkenen tenslotte dat meer

en de voorwaarden vanuit het programma voor aanvang van het traject.

structurele overlegmomenten tussen verschillende partijen gewenst was geweest, om een effectievere samenwerking te bewerkstelligen. Hierbij hadden er ook duidelijker

2. Betere afstemming tussen intakeconsulenten en stagebegeleiding.

afspraken gemaakt kunnen worden over het verdelen van verantwoordelijkheden

3. Niveau en periode van de taallessen nog meer aan laten sluiten bij het niveau en

en gestuurd kunnen worden op meer uniformiteit in de uitvoering. Het van te voren

mogelijkheden van de deelnemers.

afspreken van vaste overlegmomenten binnen en tussen de verschillende onderdelen

4. Het portfolio beter benutten door het in te zetten bij alle onderdelen.

en de programmaleiding, is dan ook een verbeterpunt.

5. Koppeling stagebegeleiding en klassen. 6. Meer 1-op-1 momenten tussen consulent en individuele deelnemer.

5.10 Lessen: sterke punten en aandachtspunten

7. Meer uniformiteit in werkwijze consulenten en duidelijkheid over de precieze rol.

In deze paragraaf vatten we de belangrijkste lessen in de vorm van sterke punten en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10506107/1