CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309806 Bijlage 2

Commissie Samenleving 30 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken25.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8. Meer aandacht voor (persoonlijke) problematiek en begeleiding naar hulp- en zorg-

verbeterpunten samen die voorgaand in dat hoofdstuk al zijn benoemd. De bedoeling

voorzieningen.

is vooral een goed overzicht te geven en niet om elk individueel punt (nogmaals) uitge-

9. Grotere rol voor taaldocenten bij begeleiding deelnemers.

breid toe te lichten.

10. Structurelere overlegmomenten binnen en tussen onderdelen en programmaleiding.

37

6 6.1

Resultaten van de pilot

6.2.2 Kenmerken deelnemers

Inleiding

Om een indruk te krijgen van de samenstelling van de deelnemers gebruiken we hier de

In dit hoofdstuk behandelen we in kwalitatieve termen de output van het programma,

gegevens uit de eerste vragenlijst, die is ingevuld voor 674 beginnende deelnemers. Dit

ofwel de directe uitkomsten. Eerst gaan we in op de directe uitkomsten van het

betreft 64% van het totaal aantal mensen dat gestart is met SamenHaags. Tabel 3.1 geeft

programma (output) waarbij we specifiek aandacht besteden aan de instroom, de

een overzicht van de achtergrondkenmerken van deze 674 deelnemers.

kenmerken van de deelnemers en de deelname en afronding van traject. Daarna kijken we naar de bredere resultaten van het programma en specifiek de resultaten voor de deelnemers en (outcome).

6.2 Directe resultaten (output) In deze paragraaf behandelen we in kwalitatieve termen de output van het programma, ofwel de directe uitkomsten. 6.2.1 Instroom Uiteindelijk zijn er 1.059 gestart met SamenHaags. De instroom was in de beginperiode van het programma kleiner dan verwacht. Daardoor was er met name in het begin sprake van lange wachttijden voor een deelnemer van start kon gaan, aangezien taalklassen pas van start gingen als er voldoende deelnemers van vergelijkbaar niveau en beschikbaarheid waren. Eind 2018 was de instroom in het programma duidelijk vergroot. Opvallend was de toename van deelnemers met een hoge leerbaarheid in het programma (vooral hoogopgeleide EU-migranten, expats en migranten die na hun studie in Nederland zich hier voor langere tijd vestigen). Volgens de consulenten lag de nadruk vanuit het programmamanagement bij de werving steeds primair op het behalen van de kwantitatieve doelstelling van een instroom van 1.000 personen binnen de looptijd van het programma. De uitvoerenden gaven echter aan dat zij de focus juist meer op de kwaliteit wilden leggen. Ten opzichte van de beginperiode werd er later strenger gekeken en beoordeeld op de daadwerkelijke beschikbaarheid van deelnemers. Er werd veel meer doorgevraagd hoe vaak en wanneer potentiële deelnemers echt konden deelnemen. Ook werd nu meer doorgevraagd naar de motivatie om stage te lopen. 38

Tabel 3.1. Achtergrondkenmerken deelnemers Achtergrondkenmerk

Percentage deelnemers (n=674)

De meerderheid van de deelnemers (ongeveer 70%) aan SamenHaags was vrouw. Meer

Geslacht: Vrouw Man

71 29

dan de helft woonde samen met een partner van de deelnemers, waarvan een groot deel

Gezinssamenstelling: Alleenstaand Alleenstaand met kinderen Samenwonend met partner Samenwonend met partner en kind(eren) Overig

21 15 24 36 4

kering. De deelnemers hadden zeer diverse migratieachtergronden, waarbij Midden-

Ontvangt bijstandsuitkering: Ja Nee Onbekend

42 57 1

dan een kwart van de deelnemers was korter dan 2 jaar in Nederlanden een vijfde tussen

Land van herkomst: Midden- of Oost-Europa Turkije Marokko Syrië Eritrea Overig

15 8 9 4 4 60

(MBO/HBO/Universiteit) en een kwart had voortgezet onderwijs gevolgd. Ongeveer

Migratieachtergrond: Gezinsmigrant Asielgerechtigde/statushouder EU arbeidsmigrant Overig/onbekend

39 16 20 25

Aantal jaren in Nederland: Korter dan 2 jaar 2 tot 3 jaar 4 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar Meer dan 10 jaar

28 19 14 17 21

binnen de stad en de positieve verhalen die binnen de doelgroep rondgingen, hetgeen

Aantal jaren in Nederland: Korter dan 2 jaar 2 tot 3 jaar 4 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar Meer dan 10 jaar

28 19 14 17 21

jonge kinderen. Mogelijk maakten die ook liever gebruik van mogelijkheden in de buurt

Gevolgd onderwijs in land van herkomst: Geen Basisonderwijs Voortgezet onderwijs Mbo/hbo/universiteit Onbekend

7 17 23 53 1

met kinderen. Iets minder dan de helft van de deelnemers ontving een bijstandsuitof Oost-Europa (15%), Marokko (9%), en Turkije (8%) relatief de grootste groepen vormden. Een groot deel van de deelnemers was gezinsmigrant (39%) of asielgerechtigde/statushouder (16%). Een vijfde was arbeidsmigrant uit de EU (21%). Iets meer de 2 en 3 jaar. Iets minder dan een derde was tussen de 4 en 10 jaar en een vijfde was langer dan 10 jaar in Nederland. Ongeveer de helft was middelbaar tot hoger opgeleid een kwart van de deelnemers had basisonderwijs of geen onderwijs gevolgd. Vrouwen Opvallend aan de populatie deelnemers is dat een grote meerderheid vrouw was. Waarom het aandeel vrouwen zo hoog was, is niet duidelijk. Hier werd in ieder geval niet specifiek op geworven. Mogelijke verklaringen die genoemd werden waren het gebrek aan aanbod voor niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen (waarvan de man een baan heeft) vertrouwen wekte. Respondenten gaven aan dat er relatief weinig jonge vrouwen deelnamen aan SamenHaags, aangezien er geen mogelijkheden waren voor het regelen van kinderopvang. Dit was een duidelijke belemmering voor deelname van vrouwen met van de basisscholen van hun kinderen. Een taaldocent merkte het volgende op over de achtergrond van de laagleerbare groepen:

39

“Bij de lage groep zijn er veel vrouwen islamitisch, wat ouder, met kinderen op de basisschool. De mannen die er waren kwamen bijvoorbeeld uit Irak, Egypte, Eritrea.” (Taaldocent)

Behalve dat er verbazing en onduidelijkheid over de motivatie achter het toelaten van deze groep bleek te zijn onder de uitvoerenden die wij spraken, gaven taaldocenten ook aan dat zij belemmeringen ervaarden bij het uitvoeren van hun werk, bijvoorbeeld door de hoge eisen die door deze groep gesteld werden. Op de vraag voor welke doelgroep

De volgende consulent geeft aan dat het juist deze vrouwen zijn bij wie het SamenHaags

een programma als SamenHaags bedoeld zou moeten zijn, antwoordden verschillende

programma zo goed aansluit:

respondenten dat dit voor mensen zou moeten zijn die niet op eigen kracht en met eigen middelen aan hun integratie kunnen werken. Groepen als uitkeringsgerechtigden en

“Ik denk dat er zoveel vrouwen in SamenHaags zitten omdat deze vrouwen vanuit hun cultuur meer gewend zijn om thuis te zijn en hun leven in het teken van hun gezin te zetten. Voor hun was dit een kans om aan zichzelf te werken. Een deel van die vrouwen heeft schoolgaande kinderen en kan dit programma prima doen. Ze komen elkaar ook tegen en hebben steun aan elkaar. (…) Het is heel laagdrempelig. Voor Arabische vrouwen die altijd thuis zijn geweest met de kinderen is dit minder spannend dan een baan te zoeken. Hier zitten ze tussen klasgenoten die ook de taal nog niet goed spreken. Ze hebben elkaar als steun. Hier gingen wel ook heel coulant om met vrouwen die iets eerder weg moesten voor hun kinderen. Voor de stages werden hiervoor ook oplossingen gezocht. Of als het beter uitkwam konden die juist ’s avonds of in het weekend stage lopen.” (Consulent)

vrouwelijke niet-uitkeringsgerechtigden zonder werk (nuggers) vinden ze bij uitstek geschikt. Een van de consulenten gaf aan dat de groep hoogopgeleide kennismigranten ook wel baat heeft bij zo’n soort programma, maar dat daar een eigen bijdrage tegenover zou moeten staan. Motivatie deelnemers Vanuit de gesprekken met de deelnemers komt vooral het beeld naar voren van de wil om beter Nederlands te leren, actief aan de samenleving deel te willen nemen en voor een deel heel expliciet om (zo snel mogelijk) aan het werk te kunnen gaan. Vanuit de deelnemers zien we dan ook vooral een duidelijke motivatie om aan het programma deel te nemen.

Hoger opgeleide arbeidsmigranten

Dit beeld wordt bevestigd vanuit de uitvoerende professionals. Hoewel er verschillen

Uit de tweede evaluatieronde kwam dat er vanaf de laatste maanden van 2018 een steeds

zijn in de getoonde inzet van de deelnemers, gaven de respondenten aan dat deelnemers

bredere instroom op gang kwam. Er kwamen vooral meer arbeidsmigranten binnen

over het algemeen gemotiveerd zijn om de taal te leren en/of werkervaring op te doen.

het programma. Ook nam het aandeel deelnemers met een hoge leerbaarheid toe.

Over het geheel genomen willen ze graag een stap verder komen in hun leven (in Neder-

Voor een deel betrof dit expats en migranten die een HBO/WO-studie in Nederland

land). Veel deelnemers komen bij SamenHaags, omdat het hen niet zelfstandig lukt en

hebben gevolgd en zich daarna definitief in Nederland hebben gevestigd. Een aantal

zij daarbij ondersteuning nodig hebben. In zekere zin zijn zij daarmee een kwetsbare

van de uitvoerende partijen gaven aan zich soms te verbazen over de deelname van deze

groep. De volgende respondent had de indruk dat de motivatie om mee te doen met

laatste groepen. Onder sommigen leefde het beeld dat er vanuit het management op een

SamenHaags voornamelijk voortkwam uit de mogelijkheid om taalles te krijgen, maar

gegeven moment meer gestuurd werd op het werven van hoger opgeleide arbeidsmi-

ook om uiteindelijk werk te vinden:

granten, omdat de instroomaantallen in het begin tegenvielen. Zo is er bijvoorbeeld ook bij internationale bedrijven en verenigingen geworven. 40

“De meeste mensen kwamen wel af op de gratis taalles. Maar ook veel mensen wilden via deze weg vooral een stage regelen om uiteindelijk werk te vinden.” (Medewerker stagebureau)

workshop en een individueel gesprek. Dan zou toch wel naar boven moeten komen of iemand geschikt is. Maar soms denken mensen dat ze het wel kunnen, maar blijkt het na verloop van tijd te zwaar te zijn.” (Consulent)

Een consulenten gaf aan dat de niet-uitkeringsgerechtigde deelnemers van Samen-

De constatering dat er veel (persoonlijke) problematiek speelt sluit aan bij onze eerdere

Haags over het algemeen meer gemotiveerd waren.

aanbeveling in de eerdere evaluatieronden om hier meer aandacht voor te hebben binnen het programma, en te zorgen voor een warme overdracht naar hulp- en zorg-

Persoonlijke problematiek

voorzieningen. Indien kwetsbare groepen (met een lage leerbaarheid en waarvan

De respondenten gaven aan dat er met name bij de laag leerbare groep (persoonlijke)

bekend is dat deze relatief veel (beperkende) persoonlijke problematiek hebben) tot

problematiek speelde, wat invloed had op hun inzet binnen het programma, zoals het

de doelgroep worden gerekend dan zou daar rekening mee moeten worden gehouden

volgende citaat van een professional van VluchtelingenWerk illustreert:

in het aanbod van het programma. Voor het succesvol ondersteunen van deze groep is aanvullende ondersteuning een randvoorwaarden om optimaal aan een dergelijk

“Het grootste verschil tussen de A en B groep is de mate van zelfredzaamheid. Dit hangt vaak ook samen met leerbaarheid. Af en toe komt er bij de A groep ook een stukje trauma bij. Soms is financiële zelfredzaamheid het grootste punt. Soms is er voldoende motivatie en inzet, maar kan men door persoonlijk omstandigheden toch niet dat laatste stapje zetten.” (Professional VluchtelingenWerk)

programma mee te kunnen doen. 6.2.3 Deelname en afronding traject Van de in totaal 5.906 aangemelde deelnemers hebben uiteindelijk 1.059 deelgenomen aan het programma en in het voorjaar van 2020 hebben 908 deelnemers het programma succesvol en met een SamenHaags certificaat afgerond en namen 151 personen nog deel. Van de 908 deelnemers die uitgestroomd zijn met een certificaat, zijn er 371 in de gemeentelijke organisatie doorgestroomd naar een vervolgtraject, zijn 376 neutraal uitgestroomd (waaronder de werkenden en deelnemers zonder uitkering, maar ook verhuizing valt hier onder) en zijn 161 positief uitgestroomd naar werk of scholing.

De volgende consulent onderschrijft dit beeld voor de laag leerbare groep en legt uit waarom het zo moeilijk is om dit bij de intake al goed in te kunnen schatten:

“Er zijn veel problemen thuis. Mensen hebben veel meegemaakt, hebben te maken met schulden. Dan zijn ze weinig aanwezig. Ze spreken slecht Nederlands, dus zijn niet te bellen. Soms willen ze wel maar door omstandigheden lukt het niet. Gezondheid is een groot ding. Trauma ook. Financiële problemen. Psychisch zit het soms niet goed. Bij dit soort mensen is dit programma te intensief. Voor sommigen is dit programma te hoog gegrepen. Maar het blijft moeilijk om aan het begin daar goed onderscheid tussen te maken. De intake is vrij kort. Daarna zijn er nog wel toetsen en een

Deelnemers moesten twee onderdelen van SamenHaags met succes doorlopen om het SamenHaags-certificaat te behalen, waarbij in geval van een stageplaats er tenminste moest worden geprobeerd om stage te lopen. Indien er geen stageplaats was of het op de een of andere manier niet lukte om de stage te lopen, kon men toch een SamenHaags certificaat krijgen als men, naast het taalonderdeel, het onderdeel Haagse Makker of Bakkie Taal wel succesvol afrondde.

41

Zoals eerder beschreven leken de regels hieromtrent echter niet geheel eenduidig.

Hoewel een grote groep deelnemers een stageplaats heeft gekregen, was er ook een substantiële groep die niet geen stage heeft gelopen of het bij de stage snel liet afweten. Meerdere respondenten gaven aan dat het percentage dat vroegtijdig uitviel bij hun traject nog substantieel was. Volgens taaldocenten vielen er met name in het begin van het programma veel mensen uit omdat de tijdsinvestering te groot bleek. Ze geven aan dat sinds er meer aan verwachtingenmanagement gedaan wordt bij de intake, dit minder het geval was. Respondenten zien ook dat veel deelnemers door gezondheidsproblemen of persoonlijke omstandigheden, zoals zwangerschap of het hebben van jonge kinderen, afhaken. Taaldocenten gaven daarnaast aan dat aan het einde van het traject, met name bij de lager leerbare groepen ook veel mensen stopten bij SamenHaags omdat ze werk vonden. Vaak was dit echter tijdelijk werk, zoals schoonmaakwerk of stageplekken buiten SamenHaags. Ook reistijd en bijbehorende kosten kunnen een belemmering vormen voor deelname. Meerdere respondenten gaven aan dat het gebrek

Hiermee vervalt voor deze groep deelnemers ook de gewenste samenhang tussen taal en werk(ervaring), welke centraal staat in de opzet van SamenHaags. Bij de taalles moesten deelnemers minstens 80% van de tijd aanwezig zijn geweest om als succesvol te worden aangemerkt. Of men moest afhankelijk van de groep waarin men was ingedeeld aan bepaalde voorwaarden voldoen. Bijvoorbeeld bij de laag leerbare groep moest men tenminste één deelniveau hoger zijn geëindigd dan hun niveau bij de intake-toets. Volgens de taaldocenten hebben ongeveer 500 deelnemers een eindtoets Nederlands gedaan. Dit geeft aan dat ongeveer de helft van de deelnemers die zich in eerste instantie hadden aangemeld het gehele taalgedeelte van het programma hebben doorlopen. Uit cijfers van de programmaleiding blijkt dat ruim 700 deelnemers naar een stage zijn begeleid, waaronder ook circa 130 laag leerbare deelnemers. Bij VluchtelingenWerk werden zo’n 308 mensen aangemeld voor de workshops voor laag leerbare mensen. Daarvan begonnen hiervan ongeveer 201 daadwerkelijk aan het programma. Volgens VluchtelingenWerk had er een strengere selectie kunnen worden toegepast om zo’n grote uitval aan het begin van het traject te voorkomen:

aan reiskostenvergoeding voor hen een concreet probleem is.

6.3 Resultaten voor de deelnemers (outcome) In deze paragraaf kijken we naar de bredere resultaten van het programma in termen van resultaten voor de deelnemers.

“Belangrijk is om aan de voorkant goed te kijken met wie je begint. Als er teveel beperkende factoren zijn, bijvoorbeeld bij jonge kinderen, of als mensen al ouder zijn of echt heel weinig taal beheersen of gezondheidsproblemen hebben, passen deze mensen niet goed binnen SamenHaags. Er had wel een iets strengere selectie toegepast mogen worden. Bij problemen met kinderopvang wordt het bijvoorbeeld al moeilijk. (…) Ik vrees dat er heel erg gekeken is naar aantallen. Hier en daar zijn mensen daardoor eerder toegelaten dan nodig.” (Professional VluchtelingenWerk)

6.3.1 Doorbreken sociaal isolement en uitbreiden sociaal netwerk Bij de derde ronde interviews werd als één van de meest belangrijke resultaten genoemd dat deelname aan SamenHaags voor veel van de deelnemers betekende dat ze uit hun sociaal isolement kwamen. Een groot deel van de deelnemers kwamen volgens de respondenten uit een situatie waarbij ze zowel binnen het gezin als in hun, vaak beperkte, sociale omgeving, alleen in hun moedertaal communiceerden. Deelname aan SamenHaags betekent voor hen dat hun wereld en hun sociaal netwerk verbreed wordt en ze op verschillende manieren met de Nederlandse taal bezig zijn. Vergeleken met hun uitgangspositie zien de respondenten deelname aan SamenHaags daarom per definitie als een verbetering in termen van participatie en integratiemogelijkheden: 42

“Vanuit de deelnemers gezien integreren ze nu beter dan als ze thuis op de bank hadden gezeten.” (Programmaleider)

“Ik heb vrienden gemaakt. Ook met mensen uit andere landen. Mijn doel was ook om nieuwe mensen te ontmoeten.” (Deelnemer SamenHaags)

Volgens een medewerker van VluchtelingenWerk Nederland, die verantwoordelijk was

In de tweede procesevaluatie concludeerden we ook al dat de sociale contacten van de

voor het begeleiden van stages voor de “laag-leerbare” groepen, hebben zelfs deelne-

deelnemers toenamen, met name doordat deelnemers elkaar leerden kennen.

mers die geen stage hebben kunnen lopen baat gehad bij het SamenHaags programma,

Vanuit de procesevaluaties is echter is geen duidelijk beeld gekomen of deelnemers

omdat ze door het volgen van taallessen en het groepsgewijs en informeel oefenen van

ook contacten opbouwen met inwoners zonder migratieachtergrond of die al langer in

de taal tijdens “Bakkie Taal” toch uit hun geïsoleerde situatie kwamen:

Nederland wonen. En of het contact met andere deelnemers wordt voortgezet na het SamenHaags traject. Dit punt komt verder aanbod in hoofdstuk vijf, waarin de uitkom-

“Nu is er een heel deel geweest die geen stage hebben kunnen lopen. Toch hebben deze wel baat gehad bij SamenHaags, gezien de taallessen en Bakkie Taal. Alleen is die opbrengst moeilijk te meten. Voor een heel groot deel zal de vooruitgang ook vooral in het minderen van eenzaamheid zitten.” (Medewerker VluchtelingenWerk Nederland)

sten van de vragenlijsten per deelnemer worden behandeld. Daaruit blijkt onder meer dat deelnemers inderdaad hun sociaal netwerk verder uitbreiden en dat dit netwerk ook functioneler wordt, ofwel de nieuwe contacten hen beter kunnen helpen met onder meer het verbeteren van de beheersing van de Nederlandse taal en bijvoorbeeld het vinden van de weg naar instanties.

Een deelnemer illustreert deze geïsoleerde uitgangspositie waaruit veel deelnemers komen in het volgende citaat:

6.3.2 Activering Door naar buiten te treden en aan de activiteiten van SamenHaags deel te nemen

“Ik heb collega’s [klasgenoten] uit Eritrea en Ethiopië. In begin is het zo moeilijk. Mensen zijn gespannen, defensief. Buiten is het moeilijk. Je kan niet praten. Niet zeggen wat je denkt. Je voelt dat je niet van dit land bent. Dat is niet goed. Je kunt niet helpen en dingen met Nederlanders doen. Als je hier bent moet je zeggen ik ben hier in Nederland, maar ik moet me ook buiten goed voelen. Je bent niet comfortabel als je niet Nederlands spreekt. Meer buitenlanders hebben problemen. Die blijven binnen. In het begin ben je defensief. Geen zelfvertrouwen. Ik ook in het begin. Als ik iets wil vragen, moet ik eerst heel lang denken.” (Deelnemer SamenHaags)

merken de respondenten dat deelnemers worden geactiveerd, opbloeien, en dat hun zelfvertrouwen groeit. Onderstaand citaat van een consulent illustreert hoe deelnemers door SamenHaags de tijd en mogelijkheid krijgen om aan zichzelf te werken, waardoor ze geactiveerd worden:

“Ik heb mensen zien groeien. Actief zien worden. Dat ze echt weer iets willen. Zeker voor mensen met een uitkering is dit een goed programma, want mensen krijgen een langere periode om aan zichzelf te werken en begeleiding te krijgen. Dat is beter dan als mensen verplicht worden om te gaan werken. Mensen gaan bij zichzelf inzien dat ze iets kunnen. Krijgen een doel. Daarvoor deden ze wel iets, maar door een bepaalde reden is dat stil gezet.

Het volgende citaat van een deelneemster geeft aan hoe haar sociale netwerk is uitgebreid door deelname aan SamenHaags:

43

Bijvoorbeeld trouwen, kinderen. Nu mogen ze weer aan zichzelf denken. Op deze manier ligt de nadruk op henzelf. Ze hebben het gevoel zelf iets bereikt te hebben.” (Consulent)

Het volgende citaat van een deelneemster uit de “laag-leerbare” groep laat zien dat voor haar het verbeteren van haar taalniveau de belangrijkste opbrengst was:

“Het meest belangrijke van SamenHaags vind ik de taal. Ik heb veel woorden geleerd. Ik heb ook contact met mensen en kan Nederlands oefenen. Ook werk zoeken en solliciteren. Met de workshops (van VW) heb ik veel geleerd.” (Deelnemer SamenHaags)

Het volgende citaat laat zien door deelname aan SamenHaags deze deelnemer actiever is geworden en zekerder heeft gemaakt. En hoe hij nu meer mogelijkheden heeft om verder te integreren, bijvoorbeeld doordat hij nu vrijwilliger kan worden bij de lokale voetbalclub:

6.3.4 Verbeteren zelfredzaamheid

“Ik ga meer dingen doen. Meer dingen ondernemen. (…) Nederlandse mensen zijn heel gereserveerd. Dat is moeilijk. Het was moeilijk om gewoon te groeten. Je voelt je onzeker. Een beetje bang. Nu zeg ik hallo, goedemorgen. Mijn zoon voetbalt bij een club. Daar hebben ze mij gevraagd om te helpen. Maar ik kon geen Nederlands. Nu zou ik het wel kunnen doen.” (Deelnemer SamenHaags)

Vanuit de verschillende groepen uitvoerders binnen het programma is het beeld dat deelnemers door deelname aan SamenHaags zelfredzamer worden. Hierbij wordt vooral gewezen op de toegenomen kennis bij deelnemers over waar ze terecht kunnen met (hulp)vragen.

“Door het programma weten ze beter waar ze moeten zijn als er iets is. Vaak verwijs ik ook door naar andere organisaties.” (Consulent)

6.3.3 Verbeteren taalniveau

Dit betekent echter niet dat alle deelnemers nu volledig zelfredzaam en wegwijs zijn in

Bij de tweede procesevaluatie concludeerden we dat het programma met name bijdraagt

het organiseren van hun leven waaronder het vinden en onderhouden van contacten

aan de ontwikkeling van de taalbeheersing van de deelnemers. Ook bij de derde ronde interviews merkten verschillende respondenten op dat door de combinatie van taal-

met diverse instanties.

lessen en taalstage het taalniveau van de deelnemers verbetert. Taaldocenten zien dat

Het volgende citaat van een deelnemer illustreert hoe de zelfredzaamheid door het

de beoogde doelstellingen wat betreft ontwikkeling in taalniveau ruimschoots behaald

programma is vergroot:

worden, en alle betrokkenen merken dat de communicatie met deelnemers naarmate

“Mijn Nederlands is heel erg vooruitgegaan. Ik voel me goed. Ik ben niet bang. Ik voel (dat) ik kan vragen wat ik moet vragen. In het begin weet je het niet. Ga je naar [de supermarkt], weet je het niet. Ook bij papieren van de gemeente, Belastingdienst, energie. Basisdingen waren heel moeilijk. Nu begrijp ik het, ook al kost het wel even tijd. Als ik het niet weet vraag ik de buurman. Die helpt altijd.” (Deelnemer SamenHaags)

hun traject vordert steeds beter gaat:

“Bij iedereen merk ik dat ze me beter begrijpen aan het einde van het traject, door de taallessen. Met de stage leren ze ook hoe taal gebruikt wordt en hoe dat en de cultuur in de maatschappij werkt.” (Medewerker VluchtelingenWerk Nederland)

44

In het laatste deel van de pilotperiode werd meer ingezet op de periode na afronding van

6.3.5 Duurzaamheid resultaten en doorstroom naar (arbeids) participatietrajecten

SamenHaags en werd de doorstroom van deelnemers actief opgepakt.

Een belangrijk punt van aandacht dat tijdens de eerdere evaluatiemomenten ook is

Voor de groepen laag leerbaren is tegen het einde van het programma overgegaan op het

geconstateerd is de duurzaamheid van de behaalde resultaten. Sommige deelnemers

afsluiten van vrijwilligerscontracten voor onbepaalde tijd, zodat deelnemers na Samen-

kunnen na afronding van het SamenHaags traject zelfstandig verder met opleiding

Haags op hun vrijwilligerswerk konden blijven. Volgens de schatting van Vluchtelin-

of werk. Zo zijn er voorbeelden van deelnemers die na hun stage bij het stagebedrijf

genWerk (die dit deel van het programma uitvoert), zouden ongeveer 100 van de deel-

in loondienst kunnen komen werken. Ook zijn er deelnemers die zelfstandig met een

nemers uit de A en B groepen werkzaam blijven bij de vrijwilligersplek waar ze binnen

opleiding beginnen. Deze groep betreft vooral hoog leerbaren. Voor een grote groep

het SamenHaags traject waren begonnen. Het is (in deze evaluatie) niet duidelijk op

deelnemers geldt echter dat ze nog niet goed zelfstandig verder kunnen en aanvullende

welke manier deze deelnemers na deze stage verder gaan of verder worden geholpen.

ondersteuning nodig hebben. Voldoende aandacht voor de periode na het SamenHaags

Sinds mei 2019 begeleidde het stagebureau (dat verantwoordelijk was voor het regelen

project en aansluiting op eventuele vervolgtrajecten is dan ook essentieel voor deze

van stages voor de C en D groepen) deelnemers bij de doorstroom naar (vrijwilligers)

deelnemers om de behaalde vooruitgang te borgen en verder te komen. Gedurende het

werk, een vervolgtraject of opleiding. De verwachting is dat veel van deze deelnemers

grootste deel van de pilotperiode was hier weinig aandacht voor. Een medewerker van

na bemiddeling terechtkomen bij:

het stagebureau verwoordt dit als volgt:

• Het voormalige werkgeverservicepunt (nu “Den Haag Werkt” geheten). • Werkontwikkelingstrajecten, als tussenstap naar een baan. • Bij STIP-banen (werk-fit trajecten). • Opleiding. • Duurzame vrijwilligersplek.

“Al die tijd gedurende het programma is er niet goed nagedacht over de uitstroom. Iedereen werkt naar een eindpunt, maar als je daarna niet verder inzet op loopbaanontwikkeling zie je deze mensen over een half jaar weer terug bij de uitkeringsinstantie. Het belangrijkste is om een vervolg te geven aan zo’n project. Anders is het zonde van de inspanning. Het is heel essentieel, ook voor statushouders, dat je ze aan het einde niet loslaat, maar een vervolgtraject hebt.” (Medewerker Stagebureau)

Ten tijde van de laatste evaluatieronde (november 2019) hadden 200 deelnemers zich aangemeld voor deze bemiddeling voor doorstroom. Voor het merendeel van de (voor-

Eén van de aanbevelingen van de tweede procesevaluatie was dan ook om meer

malig) deelnemers van SamenHaags geldt echter wel nog steeds dat er behalve een exit-

aandacht te hebben voor de periode na het huidige traject. Wij raadden daarbij aan om

gesprek geen begeleiding naar een vervolgtraject is geweest.

deelnemers actief door te leiden naar andere (gemeentelijke) arbeidsparticipatie- en

In het laatste deel van de pilotperiode werd deelnemers dus de mogelijkheid geboden

opleidingstrajecten en/of een nazorgtraject. Dit zou ten eerste bijdragen aan meer zicht

om bemiddeld te worden naar (vrijwilligers)werk, een vervolgtraject of opleiding. Dit

op de ontwikkeling van de voormalige deelnemers en daarnaast de mogelijkheid bieden

behoorde niet tot de oorspronkelijke opzet van het programma,

om de behaalde resultaten verder uit te bouwen en te verduurzamen. 45

maar is in het kader van de evoluerende pilot opgepakt. Dit kan als belangrijke les worden gezien. Een programma als SamenHaags kan mensen zeker op weg helpen, maar een bepaalde groep deelnemers zal zeker langduriger ondersteuning nodig hebben. Een langer traject of aansluiting op andere dienstverlening of trajecten is dan essentieel. Het volgende citaat van een deelneemster laat zien hoe SamenHaags haar een betere uitgangspositie heeft gegeven om een passende leerwerkplek te gaan doen, en hoe de professionals betrokken bij het programma haar daarbij helpen:

“Ik ben blij met dit programma. Nu wil ik een opleiding gaan doen voor zorg. Ik heb vroeger zorg niveau 1 via een wijkleerbedrijf gedaan. Maar bij die opleiding begreep ik Nederlands niet goed. Daarna kreeg ik een baby. Dat was een beetje een probleem. Ik heb wel mijn diploma gekregen, maar kon geen Nederlands oefenen. Nu wil ik niveau 2 zorg gaan doen. (Een professional van) het stagebureau is nu bezig om werk en opleiding voor mij te zoeken. Ik vind zorg leuk. Met oudere mensen.” (Deelnemer SamenHaags)

46

7 7.1

Bijlagen

11. Vanaf het moment dat iemand in aanraking komt met SamenHaags iedere maand

Selectiecriteria deelnemers in het instroomproces

een contactmoment.

Bij de matching geldende uitgangspunten:

12. Na toetsing binnen 2 weken een vervolggesprek.

1. SamenHaags is een samenhangend programma, geen opsomming van losse onder-

Bron: Gemeente Den Haag (2019) ‘Werkwijze: SamenHaags Een Haagse aanpak op inburgering’

delen. 2. Flexibel aanbod. Dit betekent dat we het aanbod passend maken op wat iemand kan en wil (maatwerk). 3. Eigen regie deelnemer; daar waar mogelijk zetten we de deelnemer zelf in de regie, we leren deelnemers om zelf eigenaarschap voor het traject te pakken. 4. Maximaal haalbare scenario. Dit betekent dat we per persoon kijken wat het maximaal haalbare scenario is. Het kan niet zo zijn dat iemand zonder werk, zonder kinderen en zonder fysieke beperkingen slechts 4 dagdelen beschikbaar is. 5. Een duidelijk verwachtingspatroon; wat gaat gebeuren en binnen welk tijdsbestek? 6. We scheiden mentale problematiek van het inhoudelijke programma, zo is op iedere locatie een helpdesk die de burger verder kunnen helpen of verwijzen (denk bv aan een helpdesk geldzaken). 7. Vrijstelling is mogelijk indien de deelnemer de doelstelling voortijdig behaald (ook hierin maatwerk). 8. Indien de deelnemer betaald werk vindt tijdens het traject, wordt het traject programma daarop aangepast. Betaald werk gaat voor. Naast werk kan een taalstage nog nodig zijn als op de werkvloer de voertaal anderstalig is. 9. Wachttijden beperken, iedere deelnemer kan binnen een kwartaal na inschrijving starten aan het eerste programma onderdeel, én in de tussentijd al zelf aan de slag met gefaciliteerde activiteiten. 10. Wachttijden tussen programmaonderdelen benutten.

47

7.2

Verantwoordelijkheden

Rollen in de uitvoering SamenHaags

• Matchingsconsulent: routeren naar samenwerkingspartners/programma onderdelen, organiseren en coördineren van de activiteitencarrousel, zorgdragen voor het 1e gesprek Verwey Jonker.

• Mentorconsulent: Regie over programma en de voortgang van de deelnemer, contactpersoon voor alle samenwerkingspartners, interventies indien nodig. Beslissend ten aanzien van het programma voor de deelnemer.

• Projectmanager ROC Mondriaan: Zorgdragen voor een lesrooster en management informatie over voortgang.

• Docent: Nederlandse taalles geven, verzuimprotocol naleven en terugkoppelen over voortgang deelnemer.

• Stagepartner: (Helpen bij) Matchen naar een passende stageplaats. • Jobcoach: Ondersteunt de deelnemer bij het vinden van een passende plek vanuit een coachende rol.

• Werkbegeleider: De dagelijkse begeleiding op de stageplaats en terugkoppelen over voortgang aan de mentor. Bron: Gemeente Den Haag (2019) ‘Werkwijze: SamenHaags Een Haagse aanpak op inburgering’

48

7.3

Mocht u technische problemen hebben met het invullen van de vragenlijst, kunt u

Vragenlijst deelnemers

contact opnemen met Suzan de Winter, onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut

1. SamenHaags, Meting 1

via sdewinter@verwey-jonker.nl .

Informatie over het onderzoek

2. A. Basiskenmerken cliënt

Het Verwey-Jonker Instituut is een onafhankelijk onderzoeksbureau en voert een onderzoek uit naar het inburgeringsprogramma van de gemeente Den Haag. Een onderdeel van het onderzoek is de afname van een vragenlijst over de deelnemers aan het traject.

4. Sekse (State one answer only)

We vragen de consulenten de vragenlijst op drie momenten de vragenlijst in te vullen. Het doel van deze drie meetmomenten is om te kijken welke ontwikkelingen de deelnemers doormaken en daardoor meer inzicht te krijgen hoe het inburgeringsprogramma werkt. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt om het inburgeringsbeleid verder te ontwikkelen. Introductie deelname onderzoek

Man

Vrouw

Neutraal

Onduidelijk/Niet bekend

Voordat u de vragenlijst gaat invullen, is het belangrijk om te weten dat:

• Dit de vragenlijst voor de eerste meting is. De vragenlijst vult u alleen in als u voor

5. Leeftijd

de eerste keer de vragenlijst voor een deelnemer invult.

• Het invullen van de vragenlijst ongeveer 10 minuten duurt. • De gegevens van de deelnemer anoniem worden verwerkt. Elke deelnemer krijgt een cliëntnummer.

6. Gezinssamenstelling (in Nederland) (State one answer only)

• De vragenlijst ingevuld wordt door de consulent en daarbij onderhevig is aan de inschatting en interpretatie van de bewuste consulent. Wij zijn ons daarvan bewust en zullen er ook op die wijze over rapporteren.

• De vragenlijst bedoeld is om het inburgeringsprogramma te evalueren, niet de individuele deelnemers.

49

Alleenstaand

Alleenstaand met kind(eren)

Alleenstaand, kind(eren) in het land van herkomst

Partner nog in land van herkomst

Partner en kind(eren) nog in land van herkomst

Samenwonend (gehuwd of ongehuwd) met partner

Gezinsmigrant

Samenwonend (gehuwd of ongehuwd) met partner en kinderen

Asielgerechtigde / statushouder

Onduidelijk/Niet bekend

EU Arbeidsmigrant

Onduidelijk/Onbekend

8. Categorie deelnemer (State one answer only)

Overig, namelijk...

Overig, namelijk… 7. Land van herkomst (State one answer only)

Turkije

Marokko

Syrië

Eritrea

Somalië

Irak

Iran

Midden- of Oost-Europa

Onduidelijk/Onbekend

9. Aantal jaren in Nederland (State one answer only)

Overig, namelijk... 50

< 2 jaar

2-3 jaar

4-5 jaar

5-10 jaar

>10 jaar

Onduidelijk/Onbekend

10. Deelnemer ontvangt bijstandsuitkering (State one answer only) 

Ja

Nee

Onduidelijk/Onbekend

14. B. Stimuleren interactie Binnen de pijler ‘Interactie’ willen wij graag weten met wie de deelnemer contact heeft en hoe vaak. Door deze vragen te stellen, krijgen we een beeld van het hoe sociale netwerk van de deelnemer eruit komt te zien. Ook vragen we hoe het netwerk de deelnemer momenteel helpt (bijvoorbeeld met het vinden van een baan). Belangrijk om te vermelden is dat het hier niet per se gaat om Nederlandstalige contacten, maar het ook kan gaan over contacten uit het eigen etnische netwerk.

15. Welk soort contacten heeft de deelnemer in Nederland? (State only one answer per question) Ja

Nee

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

Heeft deelnemer contact met de directe buren?

11. Gevolgd onderwijs (in land van herkomst) (State one answer only) 

Geen onderwijs gevolgd

Basisonderwijs

Heeft deelnemer contact met buurt/ wijkbewoners?

Voorgezet onderwijs

Heeft deelnemer contact met geboren Nederlanders?

Mbo/hbo/universiteit

Heeft deelnemer contact met vrienden/kennissen in Nederland?

Onduidelijk/Onbekend

Heeft deelnemer contact met vrienden/kennissen in Den Haag?

Heeft deelnemer contact met familie (buiten het eigen gezin) in Nederland?

Heeft deelnemer contact met familie (buiten het eigen gezin) in Den Haag?

Heeft deelnemer (vriendschappelijk) contact met klasgenoten van de inburgeringscursus buiten de les?

12. Hoeveel jaar?

13. Opleiding afgerond? (State one answer only) 

Ja

Nee

Onduidelijk/Onbekend

51

16. In welke mate heeft de deelnemer contact? (State only one answer per question) Meerdere keren per week

Eens per week

Eens per maand

Eens in de twee maanden

Eens in het half jaar

Eens in het jaar

Nooit

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

Directe buren

Buurt/wijkbewoners

Geboren Nederlanders

Vrienden/kennissen in Nederland

Vrienden/kennissen in Den Haag

Familie in Nederland

Familie in Den Haag

Klasgenoten inburgering

17. In hoeverre heeft deelnemer een ondersteunend netwerk in Nederland? Voor deze vraag vragen we u om per onderdeel een rapportcijfer te geven van de mate waarin de contacten momenteel de deelnemer ondersteunen, waarbij een 6 een voldoende is. Het gaat hierbij om de feitelijke ondersteuning, maar ook om de behoefte die de deelnemer heeft aan ondersteuning. De vragen gaan over persoonlijke, informele, contacten die een deelnemer kan hebben. Om het invullen van deze vragen iets makkelijker te maken, zullen we twee voorbeelden geven

52

18. Voorbeeldvraag Dragen contacten deelnemer bij aan het emotionele en mentale welzijn van de deelnemer? Deelnemer: “Met mijn vrouw praat ik weleens over hoe moeilijk het was om hier te gaan wonen, maar ik zou eigenlijk ook met iemand anders over willen praten” Toelichting: De deelnemer geeft aan dat hij ondersteuning ervaart, maar toch behoefte heeft aan meer. In dit geval zou u de deelnemer een 5 kunnen geven op deze vraag. Dragen contacten deelnemer bij aan het emotionele en mentale welzijn van de deelnemer? Deelnemer: “Ik heb geen emotionele problemen, maar als ik die wel zou hebben, zou ik genoeg mensen hebben om mee te praten.” Toelichting: De deelnemer geeft aan geen behoefte te hebben aan ondersteuning op emotioneel vlak, maar ervaart dat zijn/haar netwerk er ruimte voor biedt. In dit geval zou u de deelnemer een 6 of 7 kunnen geven.

19. Dragen de contacten van de deelnemer bij aan het leren van de Nederlandse taal (bijv. in de praktijk oefenen met de Nederlandse taal)? (State one answer only) 1 (Contacten bieden geen ondersteuning)

2

3

4

5 Contacten bieden beperkte ondersteuning)

6

7 (Contacten die concrete ondersteuning bieden)

8

9 (Contacten die goede ondersteuning bieden)

10 (Contacten bieden volop goede ondersteuning)

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

20. Dragen de contacten van de deelnemer bij aan het emotionele en mentale welzijn van de deelnemer (bijv. kan de deelnemer met contacten praten over persoonlijke problemen)? (State one answer only) 1 (Contacten bieden geen ondersteuning

2

3

4

5 (Contacten bieden beperkte ondersteuning)

6

7 (Contacten die concrete ondersteuning bieden)

8

9 (Contacten die goede ondersteuning bieden)

10 (Contacten bieden volop goede ondersteuning)

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

21. Ondersteunen de contacten van de deelnemer met administratie en contacten met instanties (Bijv. het aanvragen van huursubsidie of zorgtoeslag)? (State one answer only) 1 (Contacten bieden geen ondersteuning)

2

3

4

5 (Contacten bieden beperkte ondersteuning)

6

7 (Contacten die concrete ondersteuning bieden)

8

9 (Contacten die goede ondersteuning bieden)

10 (Contacten bieden volop goede ondersteuning)

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

53

22. Ondersteunen de contacten van de deelnemer bij praktische zaken als zorg (bijv. oppas kinderen)? (State one answer only) 1 (Contacten bieden geen ondersteuning)

2

3

4

5 (Contacten bieden beperkte ondersteuning)

6

7 (Contacten die concrete ondersteuning bieden)

8

9 (Contacten die goede ondersteuning bieden)

10 (Contacten bieden volop goede ondersteuning)

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

23. Kunnen de contacten van de deelnemer helpen bij het vinden van werk? (State one answer only) 1 (Contacten bieden geen ondersteuning)

2

3

4

5 (Contacten bieden beperkte ondersteuning)

6

7 (Contacten die concrete ondersteuning bieden)

8

9 (Contacten die goede ondersteuning bieden)

10 (Contacten bieden volop goede ondersteuning)

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

24. C. Bevorderen culturalisatie Binnen het onderdeel ‘culturalisatie’ van de vragenlijst, vragen we in eerste instantie van welke buitenhuize activiteiten (georganiseerde activiteiten) de deelnemer op de hoogte is en vervolgens waar de deelnemer ook echt aan meedoet. Ook gaan we in op in hoeverre de deelnemer zijn/haar weg weet te vinden naar Nederlandse instituties zoals onderwijs, gezondheidszorg en de gemeente.

25. Voorbeeldvraag In hoeverre is de deelnemer op de hoogte van culturele activiteiten? Deelnemer: “Met de kinderen zouden we graag een keer naar dat pretpark gaan, Drievliet. Maar dat is heel duur. Ik heb laatst gehoord dat er ook zoiets is als een voorleesochtend in de bibliotheek. Dat moet ik nog uitzoeken.” Toelichting: Uit dit antwoord wordt duidelijk dat de deelnemer goed op de hoogte is wat Den Haag zoal te bieden heeft aan culturele activiteiten. In dit geval zou u de deelnemer een 9 of een 10 kunnen geven.

54

26. In hoeverre is de deelnemer op de hoogte van activiteiten in Den Haag en daarbuiten? (State only one answer per question) 1. (Totaal niet op de hoogte)

2.

3.

4.

5. (Beetje op de hoogte)

6.

7. (Weet concreet wat er gebeurt)

8.

9.

10. (Weet precies welke activiteiten er in regio Den Haag zijn)

Onduidelijk/ Onbekend

Sport (bijv. sportverenigingen, sporttoernooien)

Culturele activiteiten (bijv. theater, bioscoop, musea)

Religieuze activiteiten (bijv. kerken, moskeeën, tempels)

Vrijwilligerswerk

27. In hoeverre neemt de deelnemer deel aan activiteiten? (State only one answer per question) Niet

Soms

Regelmatig

Vaak

Onduidelijk/ Onbekend

Sport

Culturele activiteiten

Religieuze activiteiten

Vrijwilligerswerk

55

28. Voorbeeldvraag De volgende vraag gaat over in hoeverre de deelnemer de weg naar voorzieningen kent. Om het beantwoorden van deze vraag wat makkelijker te maken, schetsen wij de volgende voorbeeldvraag. In hoeverre weet de deelnemer de weg naar de gezondheidszorg? Deelnemer: “Ik heb vaak last van hoofdpijn, maar ik weet niet waar ik daarvoor heen moet.” Toelichting: Uit dit antwoord wordt duidelijk dat de deelnemer niet weet waar hij/zij terecht kan met een zorgvraag. In dit geval zou u de deelnemer een 1 of een 2 kunnen geven.

29. In hoeverre weet de deelnemer de weg naar voorzieningen (zorg, gemeente, school)? (State only one answer per question) 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Onduidelijk/ Onbekend

Niet van toepassing

Gemeente en andere instellingen (woningbouw, zorgverzekering, belastingdienst)

School

Gezondheidszorg (huisarts, ziekenhuis, apotheek, consultatiebureau)

30. D. Verbeteren plaatsing; maatschappelijke stage/werk Met de volgende vraag willen we graag achterhalen wat de deelnemer doet in het dagelijks leven. Hierbij zijn meerdere antwoorden mogelijk. Zo kan een deelnemer zowel betaald werk hebben, en deelnemen aan andere activiteiten buitenshuis.

56

31. In hoeverre participeert de deelnemer buiten SamenHaags in de samenleving? (Multiple answers allowed) (Please choose a minimum of 1 options)  

34. In hoeverre is de deelnemer bekend met Nederlandse omgangsvormen in de Haagse maatschappij? (Bijv. afspraken nakomen, indien verhinderd afspraken afbellen, directe wijze van communiceren etc.)(Graag beoordelen met een cijfer) (State one answer only)

Deelnemer heeft betaald werk Deelnemer heeft betaald werk met ondersteuning (bijv. begeleiding van de gemeente of een jobcoach)

Deelnemer heeft onbetaald werk (bijv. vrijwilligerswerk, stage, werkervaringsplek)

Deelnemer neemt deel aan georganiseerde activiteiten buitenshuis (bijv. sportactiviteiten of het bezoeken van een moskee of kerk)

Deelnemer volgt taalles

Deelnemer neemt geen deel aan activiteiten buitenshuis

Onduidelijk/Onbekend

33. In hoeverre voelt de deelnemer zich thuis in Den Haag? (Graag beoordelen met een cijfer) (State one answer only) 3

4

5

6

7

8

9

10

Onduidelijk/ Onbekend

3

4

5

6

7

8

9

10

Onduidelijk/ Onbekend

Hartelijk dank voor het invullen van de vragenlijst van de eerste meting. Zodra het tijd is voor de tweede meting, krijgt u daar bericht van. U kunt nu de vragenlijst afsluiten.

Tot slot sluiten we de vragenlijst af met twee vragen over in hoeverre de deelnemer zich verhoudt tot de Haagse samenleving.

2

2

35. Bedankt

32. E. Verhogen identificatie

1

1

57

Colofon Opdrachtgever Gemeente Den Haag Auteurs Drs. A. Hamdi J.K. Asmoredjo, MSc S. de Winter-Koçak, MSc Met medewerking van Drs. M.J. de Gruijter Omslag Ontwerppartners, Breda Foto Gemeente Den Haag Uitgave Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl. ISBN 978-94-6409-019-2 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht 2020. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.

Om de resultaten van inburgering te verbeteren heeft de gemeente Den Haag in 2018-2019 het pilotprogramma SamenHaags uitgevoerd. Het doel was om te komen tot een nieuw inburgeringsprogramma waarbij het resultaat de verankering van bewoners in de samenleving is en niet alleen sec het behalen van het inburgerings­ examen. Het programma beslaat taalonderwijs, maatschappijleer, maatschappelijke stage en een koppeling aan een inburgercoach. Het programma is niet alleen gericht op inburgeringsplichtigen maar ook op andere inwoners met een migratieachtergrond die nog verder willen inzetten op hun integratie. De uitgevoerde actiegerichte procesevaluatie biedt inzicht in de uitvoering en de effectiviteit van het programma en heeft bijgedragen aan besluitvorming om tussentijdse wijzigingen door te voeren in de pilot. Tenslotte biedt de evaluatie aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het inburgerprogramma.

verwey-jonker instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht

t 030 230 07 99 e secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10506107/1