CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309806 Bijlage 2

Commissie Samenleving 30 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken25.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

SamenHaags 2018-2019 Actiegerichte procesevaluatie ACHTERGRONDRAPPORT

Ahmed Hamdi Jolanda Asmoredjo Suzan de Winter-Koçak

SamenHaags 2018-2019 Actiegerichte procesevaluatie ACHTERGRONDRAPPORT

Ahmed Hamdi Jolanda Asmoredjo Suzan de Winter-Koçak

Utrecht, augustus 2020

Inhoud

1

Inleiding

3

5

Uitvoering programma (throughput) 

26

1.1 1.2 1.3

Achtergrond Actiegerichte monitoring en evaluatie Leeswijzer en analyse kader

3 3 4

2

Conclusies en aanbevelingen

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Kracht van SamenHaags: samenhang en combinatie taallessen en stages  5 Laagdrempelige en veilige voorziening 6 Belang van duidelijkheid over en aansluiting op doelstelling, doelgroep en aanbod 6 Stages 8 Ontwikkeling deelnemers  8 Duurzaamheid en borgen resultaten en aandacht voor vervolg 9 Evoluerende karakter van het programma 10

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Werving en bereik van deelnemers Start traject Beleving betrokkenen Taallessen  Stages  Sociale contacten  Maatschappelijke oriëntatie Begeleiding van deelnemers Samenwerking Lessen: sterke punten en aandachtspunten 

26 27 27 28 29 32 34 34 36 37

6

Resultaten van de pilot

38

3

Ontwikkeling van de deelnemers

11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Inleiding Beschrijving van de respondenten Werk en uitkering Vrijetijdsbesteding  Sociaal netwerk Binding Samenvatting en reflectie

11 11 12 14 15 16 17

6.1 6.2 6.3

Inleiding Directe resultaten (output) Resultaten voor de deelnemers (outcome)

38 38 42

7

Bijlagen

47

7.1 7.2 7.3

Selectiecriteria deelnemers in het instroomproces Rollen in de uitvoering SamenHaags Vragenlijst deelnemers

47 48 49

4

Opzet programma (Input)

18

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding  Opzet van SamenHaags Evoluerende pilot Ervaring met de doelgroep en doelstelling in de praktijk Vrijwilligheid versus verplichting Lessen: Sterke punten en verbeterpunten

18 18 21 22 23 24 2

1 1.1

Inleiding

• Kwalitatief onderzoek naar de uitvoering en de effectiviteit van de methodiek

Achtergrond

volgens de belangrijkste betrokkenen (procesevaluatie). Doel hiervan was vooral

In 2017 vond de gemeente Den Haag dat het wettelijk inburgeringskader de verant-

om gaande de uitvoering van de pilot te leren en te kunnen bijsturen;

woordelijkheid voor het inburgeren te exclusief belegt bij de inburgeraar en dat dit feite-

• Analyse van de kerncijfers van de resultaten van individuele inburgeraars op basis

lijk onvoldoende resultaten opleverde. Daarom heeft de gemeente de Taskforce Inbur-

van een vragenlijst per deelnemer ingevuld door de betrokken consulenten;

gering opgericht met het doel een nieuw inburgeringsprogramma op te zetten waarbij

• Aanbevelingen te geven voor eventuele aanpassingen van het inburgerprogramma.

het resultaat de verankering in de samenleving is en niet alleen sec het behalen van het inburgeringsexamen.

Opzet van de procesevaluatie

Het nieuwe programma moest bestaan uit een vijftal pijlers, te weten: kennismaken,

Het belangrijkste doel van de procesevaluatie lag bij het tussentijds leren van de erva-

ontdekken, leren, ervaren en delen. De Taskforce Inburgering had als taak de pijlers in

ringen in de pilot. De nadruk lag daarbij op monitoring van het nieuwe programma om

een integraal programma te verweven waar taalonderwijs en maatschappijleer, maat-

(tussentijds) sterke en zwakke punten te constateren en waar nodig tijdig bij te sturen.

schappelijke stage en koppeling aan een inburgercoach een wezenlijk onderdeel waren.

Het betrof praktisch toepasbaar kwalitatief onderzoek op beperkte schaal. Gedurende

Het programma is daarbij niet alleen gericht op inburgeringsplichtigen maar ook op

de looptijd van de pilots zijn drie procesevaluaties uitgevoerd met evaluatiemomenten

andere inwoners met een migratieachtergrond die nog verder willen inzetten op hun

(interviews) in het tweede en vierde kwartaal van 2018 en het vierde kwartaal van

integratie. Dit integrale programma genaamd “SamenHaags” is in januari 2018 als pilot

2019. In de voorliggende eindrapportage beschrijven we de uitkomsten van de laatste

van start gegaan. Hoewel het oorspronkelijk tot eind 2019 zou lopen is in november

procesevaluatie, waarbij ook de belangrijkste inzichten uit de eerdere twee tussenpro-

2019 besloten dat de deelnemers die eind 2019 nog geen volledig traject hadden door-

cesanalyses zijn meegenomen.

lopen hun traject nog af mochten maken (tot juli 2020).

1.2

Net als voor de eerste twee procesanalyses hebben wij voor de derde en laatste ronde van de procesevaluatie interviews afgenomen met de verschillende betrokken deelnemers

Actiegerichte monitoring en evaluatie

en uitvoerders, namelijk: 8 deelnemers, 2 programmaleiders, 4 consulenten (incl. hoofd

Om inzicht te krijgen in de uitvoering en de effectiviteit van het programma en om

van de consulenten), 2 taaldocenten en 1 coördinator taaldocenten, 2 medewerkers van

snel in te kunnen grijpen in het pilotprogramma als de gewenste resultaten niet opti-

het stagebureau voor hoog leerbaren, 1 professional en 1 stagecoach verantwoordelijk

maal waren, heeft de Taskforce het Verwey-Jonker Instituut gevraagd om actiegericht

voor stageplaatsing en -begeleiding van laag leerbaren en 1 werkgever van een stage-

onderzoek / monitoring uit te voeren. Doel van het onderzoek was middels actiegericht

plaats. Daarnaast hebben we 2 observaties bij een Bakkie Taal bijeenkomst uitgevoerd.

onderzoek gedurende de looptijd tussentijds inzicht te geven in de effectiviteit van het

Deze interviews en observaties hebben plaatsgevonden in de maanden november 2019

nieuwe programma voor inburgering in de Haagse samenleving, door:

tot en met januari 2020.

3

Opzet van de meting van resultaten per deelnemer

Ten behoeve van de uitvoering van de evaluatie en de opbouw van deze rapportage

De gemeente Den Haag had naast inzicht op programmaniveau vanuit de proceseva-

hebben we gebruik gemaakt van onderstaand evaluatiekader.

luatie ook behoefte aan meer inzicht in de ontwikkeling op deelnemersniveau. Daarbij

Figuur 1 Analysekader

waren er niet de mogelijkheden om een volledige effectmeting naar de effectiviteit van

Doelstellingen pilot

de aanpak op deelnemersniveau uit te voeren met een controle groep. Om toch een Input: Opzet programma

eerste beeld te kunnen geven van de ontwikkeling die deelnemers doormaken tijdens hun periode bij SamenHaags is voor een groep deelnemers door hun consulenten van

Type en aard activiteiten Menskracht (aantallen professionals en vrijwilligers). Betrokken partijen (migrantenorganisaties, maatschappelijke organisaties, cultural mediators, sociale omgeving). Locatie.

SamenHaags een me een meetinstrument een vragenlijst ingevuld. Hiermee is op drie tijdsmomenten per deelnemer op verschillende onderwerpen gevraagd in hoeverre zij, volgens de consulenten, ingebed zijn in de Haagse en Nederlandse samenleving. Hierbij is er gekeken naar werk en vrijetijdsbesteding, sociale netwerk en binding met de stad. Aangezien dit geen volledige effectiviteitsstudie betrof kon de invloed van SamenHaags cijfermatig niet los worden gezien van eventuele andere invloeden op de ontwikkeling van deelnemers. De uitkomsten geven dan ook een eerst inzicht in de brede ontwikkeling van de deelnemers tijdens hun periode bij SamenHaags.

1.3

Throughput: Uitvoering Uitvoering • Werkwijze. • Werving. • Bereik. • Motivatie deelnemers. • Begeleiding. Samenwerking • Gedeelde visie en doel. • Aansluiting bestaand netwerk. • Reflectie/evaluatie.

Output: Aantal, duur, ureninzet en activiteiten. Aantal deelnemers bereikt . Kenmerken deelnemers (leeftijd, land van herkomst, gezinssamenstelling, opleidingsniveau, tijd in Nederland, bijstandsafhankelijkheid). Randvoorwaarden (kinderopvang, reiskosten e.d.).

Leeswijzer en analyse kader

In hoofdstuk twee presenteren we eerst de belangrijkste uitkomsten en conclusies

Output en outcome: Resultaten Outcome: Korte termijn: • Resultaten m.b.t. inburgering/taal, zelfredzaamheid, activering en arbeidstoeleiding (visie deelnemers en professionals). (Middel)lange termijn: • Verwachtingen deelnemers en professionals m.b.t. inburgering/taal, ontdekken van talenten en vaardigheden, zelfredzaamheid, activering en arbeidstoeleiding.

koppelen daar aanbevelingen aan. In de daarna volgende hoofdstukken gaan we verder

Brede ontwikkeling van de deelnemers (o.b.v. vragenlijst).

in op de verschillende onderliggende beschrijvingen en analyses waar de conclusies op

Conclusies en aanbeveling.

zijn gebaseerd. We gaan daarbij achtereenvolgens in op: Hoofdstuk 3 • Brede ontwikkeling van de deelnemers (o.b.v. vragenlijst) Hoofdstuk 4 • Input: Opzet programma • Throughput: Uitvoering Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 • Output en outcome: Resultaten

4

2

Conclusies en aanbevelingen

We onderscheiden de onderstaande zeven punten hoofdconclusies, binnen elk van deze

Overigens kwam de regierol van de mentoren wel onder druk te staan door de hoge

benoemen we meerdere aandachtspunten en/of aanbevelingen:

caseload. In de praktijk kwam dit vooral tot uiting door het afstappen van de werkwijze van periodiek (oorspronkelijk 6-wekelijks) één op een contact tussen mentor en

1. Kracht SamenHaags: samenhang en combinatie taallessen en stages.

deelnemer. De contacten vonden uiteindelijk meestal plaats in groepsverband in de

2. Laagdrempelige en veilige voorziening.

taalklassen.

3. Belang van aansluiting doelstelling, doelgroep en aanbod.

In de opzet van het programma kon de potentie van de samenhang tussen de program-

4. Stages.

maonderdelen nog verder worden benut. Dit betreft vooral de afstemming van het

5. Duurzaamheid en borgen resultaten en aandacht voor vervolg.

stageonderdeel met de taallessen en ook de consulenten. Vooral de docenten wijzen

6. Evoluerende opzet.

erop dat de inhoudelijke samenhang tussen taallessen en stages nog sterker had gekund

7. Ontwikkeling van de deelnemers: taal, activering en participatie.

en dat het van belang is dat stages en taallessen parallel lopen. In de taallessen kan dan

2.1

expliciet aandacht worden besteed aan taal die direct toepasbaar is in de stages.

Kracht van SamenHaags: samenhang en combinatie taallessen en stages

Een belangrijke les en aanbeveling is dat naast samenhang binnen het programma ook (meer) verbinding en samenhang met (gemeentelijke) dienstverlening en trajecten buiten het programma van belang zijn. Ten eerste betreft dit de aansluiting met de

Het sterke punt van het SamenHaags programma is de integratie van taalonderwijs en

brede zorg- en hulpverlening, zeker voor de groep deelnemers die te maken hebben met

het lopen van (taal)stages in een programma. Dit was bij de opzet van het programma

uiteenlopende problematiek met bijvoorbeeld hun gezondheid, financiën, gezinssitu-

zo voorzien en de ervaring in de pilot laten zien dat dit inderdaad een meerwaarde heeft.

atie. Voor deze deelnemers dienen vaak eerst beperkingen op deze vlakken te worden

Zowel de deelnemers als de uitvoerenden van het programma benoemen dit als de

aangepakt voordat zij volledig in staat zijn om zich te richten op een programma als

grootste kracht van het programma.

SamenHaags. Deze vorm van verbinding en externe samenhang was vanuit Samen-

De grootste uitdaging op dit vlak gedurende de pilotperiode was de potentie van deze

Haags beperkt. In paragraaf 2.4 gaan we hier bij de behandeling van het aansluiten van

combinatie ook in de uitvoering voldoende te laten terugkomen. De verschillende

de doelgroep en het aanbod verder op in.

veranderingen in de opzet hebben tijdens de pilot geleid tot een toegenomen samen-

Ten tweede is de aansluiting met andere trajecten op het vlak van participatie, activering

hang binnen het programma. Kernpunten hierbij zijn dat consulenten/mentoren een

en arbeidstoeleiding van belang. Dit betreft feitelijk de aansluiting van het SamenHaags

sterkere regierol hebben ingenomen wat zowel de relatie met de deelnemers ten goede

programma op de vervolgstappen die deelnemers kunnen zetten na afronding van hun

is gekomen als de afstemming met de andere uitvoerders. Vooral de opzet met een vaste

traject. Tijdens het grootste gedeelte van de pilotperiode van SamenHaags maakte (toel-

mentor per klas heeft geleid tot een betere afstemming tussen consulenten/mentoren

eiding naar) deze vervolgstappen geen onderdeel uit van het programma.

en docenten.

5

In de laatste fase is hier juist wel werk van gemaakt en is er contact gelegd met de reguliere

2.3 Belang van duidelijkheid over en aansluiting op doelstelling, doelgroep en aanbod

organisatie binnen de gemeente. In het voorjaar van 2019 is hiervoor ook een stroomschema gemaakt en zijn de laatste groepen deelnemers actief naar andere (gemeente-

Uit de drie evaluatieronden komt naar voren dat het is gelukt om de beoogde doel-

lijke) trajecten doorgeleid. We gaan hier in paragraaf 2.6 verder op in het kader van het

groep actief aan het programma te laten deelnemen. Hierbij dient wel direct te worden

borgen van de behaalde vooruitgang.

opgemerkt dat de gedefinieerde doelgroep zeer breed was en dat daar ook direct een

Een andere les die tijdens de pilot is geleerd en waar het programma op is aangepast, is

belangrijk aandachtspunt ligt.

het zo snel mogelijk laten starten van de deelnemers na de aanmelding en intake. Door de werkwijze met een directe start in de activiteitencarrousel (verschillende workshops)

Duidelijkheid over de doelgroep

aan het begin van het traject zijn deelnemers direct aan de slag gegaan, daar waar ze

Mede door de breedte van de doelgroep en de focus (vooral in de eerste periode) op

daarvoor soms weken of zelfs enkele maanden moesten wachten.

het behalen van de kwantitatieve doelstelling van duizend deelnemers was er bij de uitvoerders de nodige onduidelijkheid over de precieze afbakening van de doelgroep.

2.2 Laagdrempelige en veilige voorziening

Sommigen waren ervan overtuigd dat het programma voor kwetsbare mensen in de

Een tweede belangrijke kracht van SamenHaags was de centrale locatie waar alle activi-

samenleving bedoeld was of zou moeten zijn. Anderen dachten juist dat het programma voor iedereen was die in Den Haag woonde en de Nederlandse taal niet goed beheerste

teiten plaatsvonden (behalve uiteraard de stages). SamenHaags bood op deze gemeen-

ongeacht zelfredzaamheid en financiële positie. Vooral in de beginperiode leidde dat

schappelijke locatie een laagdrempelige, warme en veilige plek voor de deelnemers.

ertoe dat verschillende consulenten verschillende keuzes maakten bij het wel of niet

Meerdere respondenten prezen ook de inclusieve sfeer, waarbij mensen van allerlei

toelaten van personen. Gedurende de looptijd van SamenHaags is de onduidelijkheid

afkomsten, niveaus samenkwamen en werkten.

en ook de discussie over wie wel en niet binnen het programma zou horen, gebleven. Uit

Een belangrijk les ten aanzien van de centrale locatie die door SamenHaags is geleerd is

de interviews met uitvoerders komt duidelijk naar voren dat er uiteenlopende ideeën

het belang van meerdere van dit soort locaties verspreid door de stad. Met name voor

waren over wie goed en minder goed in het programma past. Vooral ten aanzien van

de groep met een lage leerbaarheid is dit van belang gebleken. Daar waar hoogleerbaren

hoogopgeleiden en expats was er onduidelijkheid en verschil van mening.

van over de hele stad naar het Haagse Huis kwamen, bestond de groep deelnemers met

Een les uit de SamenHaags praktijk is dat het (bij aanvang) intern volledige duidelijk-

een lage leerbaarheid in de begin periode vooral uit personen uit de directe omgeving

heid dient te zijn over de afbakening van de doelgroep en de toelatingscriteria. Vervol-

van het Haagse Huis en kwam er vrijwel niemand vanuit de verder weggelegen wijken.

gens dient hier eenduidig over gecommuniceerd te worden richting externe partijen en

In het tweede jaar van de pilot is daarom begonnen het programma ook op andere loca-

potentiele deelnemers

ties in de stad aan te bieden.

6

Aansluiting van het aanbod op de doelgroep

Hierbij hoort dan volgens ons een warme overdracht en begeleiding van de cliënt naar

Een tweede punt ten aanzien van de doelgroep was dat zeker in het begin van Samen-

de betreffende instantie(s). Dit is van belang om er ervoor te zorgen dat de deelnemer

Haags er een substantiële groep uitvallers was. Ook was er een substantiële groep deel-

ook daadwerkelijk de benodigde (externe) hulp opzoekt, daar ook aankomt en dat

nemers die niet aan het gehele programma kon (of wilde) meedoen. Dit betrof vooral de

de aldaar werkende professionals de situatie ook goed begrijpen. Samenwerking met

deelname aan de stages. In beide gevallen was dit met name onder de groep laag leerbaren

de XL-servicepunten ligt hierbij voor de hand en mogelijk ook met vrijwillige inter-

aan de orde. Een belangrijke les die we hierin zien is het belang van het nauw aansluiten

mediairs in de stad. De unieke positie van de consulenten van SamenHaags (met een

van de doelgroep, de doelstelling en het aanbod vanuit het programma. Daarbij zouden

bestaande vertrouwensrelatie met de deelnemer) zou niet onderschat moeten worden.

dan nadat de doelgroep is vastgesteld de mogelijkheden en behoeften van die doelgroep

Voor andere specifieke doelgroepen gelden deels andere randvoorwaarden. Zo is voor

centraal moeten staan. Bij de gekozen opzet van SamenHaags zien we een bepaalde

moeders met jonge kinderen kinderopvang van belang en voor mensen met beperkte

discrepantie tussen de behoeften en mogelijkheden van enkele subgroepen deelnemers

financiële middelen makkelijk te bereiken locaties of geen of beperkte reiskosten. Voor

en het aanbod vanuit het programma.

hoogopgeleiden / hoog leerbaren laat de ervaring van SamenHaags zien dat de geboden

In de breedte maar vooral bij de deelnemers met een lage leerbaarheid geldt dat er een

niveaus van taallessen niet altijd overeenkwam met de behoeften en capaciteiten van de

groep is die onvoldoende in staat is of zich onvoldoende in staat voelen vanwege persoon-

deelnemers. Sommige deelnemers wilde graag op een hoger niveau taallessen volgen,

lijke omstandigheden om aan alle onderdelen van het programma deel te nemen. Als

maar dit werd vanuit het programma niet aangeboden.

er wordt gekozen om de meeste kwetsbare en minst zelfredzame personen te bereiken

Voor SamenHaags is in de begin periode zeker naar de hier bovengenoemde punten

dient de nodige ondersteuning te worden geboden. Het gaat er om dat in ieder geval

gekeken, maar is besloten die niet of niet geheel binnen het programma te faciliteren.

de minimale randvoorwaarden waaronder de betreffende doelgroep succesvol kan

Zo is de behoefte aan kinderopvang zeker onderkend. Aangezien het programma een

deelnemen, wordt geboden. De ervaring van SamenHaags leert dat dit voor de groep

participatie traject is en geen re-integratie traject gaf deelname echter geen recht gaf

laagleerbaren vooral gezocht dient te worden in het beter in beeld krijgen van onderlig-

op de reguliere kinderopvangtoeslag. Vervolgens is geoordeeld dat de kosten voor de

gende problemen die deelnemers hebben en daarnaast een intensieve begeleiding naar

gemeente om dit zelf te financieren te hoog was.

de relevante (gemeentelijke) loketten en andere zorg en hulpverlening.

Samenvattend is de centrale les dat het geboden aanbod dient aan te sluiten bij de moge-

Daarbij geldt dat consulenten (zoals van SamenHaags) juist vanwege hun bestaande

lijkheden en behoeften van de doelgroep als geheel, maar ook bij die van subgroepen

contacten met de deelnemers en de mogelijkheid om een vertrouwensband op te

daarbinnen.

bouwen een belangrijke functie kunnen vervullen. Dit betreft dan zowel het vroegtijdig in beeld krijgen van problematiek als het adequaat begeleiden van de deelnemers naar de juiste zorg en hulpverlening.

7

Een les die hieruit geleerd kan worden is het belang om bij de werving en intake poten-

2.4 Stages

tiele deelnemers hier goed over te informeren en hier bij de toelating op te selecteren

Een van de centrale onderdelen van het programma was het lopen van een taalstage. Met name bij de groep hoogleerbaren is het na een langzame start uiteindelijk goed

(hier is in de vorige paragraaf ook al op ingegaan).

gelukt om deze bijna allemaal stage te laten lopen. Belangrijke geleerde lessen hierbij

Een ander punt en verschil met de aanpak van de groep hoog leerbaren is dat bij de laag

zijn het belang van een praktische hands on benadering vanuit de uitvoerende profes-

leerbaren naast een beroepskracht is gewerkt met een groep vrijwilligers. De beroeps-

sionals (stagebureau) gecombineerd met direct persoonlijk contact met de deelnemers

kracht van Vluchtelingenwerk verzorgde de reeksen van tien workshops en stuurde

en beschikbaar zijn voor hen (op locatie). Daarnaast was een belangrijke factor voor

de vrijwilligers aan. Het vinden van stageplekken bij werkgevers en de toeleiding van

het kunnen plaatsten van grote aantallen deelnemers het investeren in het opbouwen

deelnemers naar die plekken was grotendeels belegd bij deze vrijwilligers. Deze vrij-

en onderhouden van contacten met werkgevers. In de beginperiode diende dit netwerk

willigers waren doorgaans niet op de locatie van SamenHaags aanwezig maar werkten

nog te worden opgebouwd waardoor het lastiger was om vanuit SamenHaags deelne-

vooral vanuit een externe locatie. Dit maakte het contact met deelnemers lastiger. Zeker

mers in contact te brengen met bedrijven.

gezien de lagere taalvaardigheid van veel van deze deelnemers en het beperkte aantal

Een tussentijdse oplossing om deelnemers met enige ondersteuning (waaronder twee

uur dat de vrijwilligers actief waren in het programma (in vergelijking met een beroepskracht). Voor deze moeilijker bemiddelbare groep van laag leerbaren kan worden bear-

voorbereidende workshops) zelf verantwoordelijk te maken voor het vinden van een

gumenteerd dat een grotere inzet van beroepskrachten (eventueel ondersteund door

stageplek liet gemengde resultaten laten zien. Later is weer teruggegaan naar het direct

vrijwilligers) ook meer resultaat had kunnen opleveren. Het belangrijkste aspect daarbij

bemiddelen van de deelnemers, vanwege het verbeterde netwerk van SamenHaags

is volgens ons (niet de kunde of professionaliteit, maar) de grotere beschikbaarheid,

onder werkgevers en de mogelijkheden die dat opleverde. Daarnaast is ook het actief

aanwezigheid en focus die een beroepskracht op locatie van SamenHaags kon leveren

begeleiden van deelnemers naar werkgevers en vooral ook het meegaan met het eerste

ten opzichte van vrijwilligers in de contacten met deelnemers en met bedrijven.

kennismakingsgesprek van groot belang gebleken. Voor de groep laagleerbaren is het moeilijker gebleken om stageplekken te vinden.

2.5 Ontwikkeling deelnemers

Gezien de kenmerken van deze doelgroep mocht dat ook worden verwacht. Een substan-

Op basis van de uitkomsten uit de procesevaluatie en het meetinstrument (vragenlijsten

tieel deel van deze groep bleek minder gemotiveerd of in staat vanwege persoonlijke

over deelnemers) zien we een beeld van een positieve ontwikkeling bij de deelnemers

problematiek / situatie om deel te nemen aan de tien voorbereidende workshops en/of

gedurende hun tijd bij SamenHaags. Het beeld dat van de uitvoerende professionals

de stage zelf. Daarnaast kwam het bij deze groep (zeker in de beginperiode) ook vaker

(vanuit de procesevaluatie) is verkregen wordt daarbij ondersteund door de uitkomsten

voor dat ze niet goed beseften dat stagelopen verplicht was of hoeveel tijdinzet hiervoor

van de meting met de door de consulenten van SamenHaags ingevulde vragenlijsten

nodig was. Uiteindelijk heeft minder dan de helft van de groep deelnemers met een lage

over de deelnemers ).

leerbaarheid stage gelopen.

8

Het beeld is dat deelnemers op een breed scala aan relevante aspecten (voor inbur-

2.6 Duurzaamheid en borgen resultaten en aandacht voor vervolg

gering en/of integratie) een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. Zo hebben de deelnemers groei doorgemaakt op belangrijke gebieden als taal, sociaal netwerk en

Zoals hiervoor gesteld boekten deelnemers met het doorlopen van het programma

participatie. Ook hun gevoel van binding met Nederland en de stad lijkt te zijn toege-

vooruitgang in onder meer hun taalbeheersing, werkervaring en omgang met anderen

nomen in de relatief korte periode van SamenHaags, alsook de mate waarin men de

in Nederland. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is echter de duurzaamheid ofwel het

weg weet te vinden naar relevante instanties. De rode lijn is dat deelnemers actiever

borgen van de behaalde resultaten en het aansluiten op vervolgtraject door deelnemers.

zijn geworden (meer participeren) met betaald en onbetaald werk en dat hun sociaal

Zonder uitspraken te kunnen doen over aantallen is het beeld vanuit deze evaluatie

netwerk is versterkt, vooral door meer functionele contacten die hen kunnen onder-

dat een groep deelnemers door SamenHaags goed op weg is geholpen en grotendeels

steunen bij taalontwikkeling en het vinden van werk.

zelfstandig hun verdere ontwikkeling kan doorzetten of in ieder geval de gerealiseerde

Het meetinstrument geeft een beeld van de brede ontwikkeling die deelnemers hebben

vooruitgang kan behouden. Zo hebben deelnemers hun functionele netwerk uitgebreid

doorgemaakt. Zowel SamenHaags als andere invloeden1 hebben tot deze ontwikkeling

en zijn er bijvoorbeeld deelnemers die al werk hebben gevonden of opleidingen zijn

geleid. Het precieze effect van alleen het programma is met dit meetinstrument niet

gaan volgen. Voor de andere groep geldt echter dat deze deelnemers verdere aandacht/

vast te stellen. Gecombineerd met de uitkomsten van de procesevaluatie is het echter

ondersteuning wensen of nodig hebben om uiteindelijk zelfstandiger en actiever te

aannemelijk dat het programma heeft bijgedragen aan de activering van deelnemers,

kunnen leven en hun weg in de samenleving beter te kunnen vinden.

een verbetering van de taalbeheersing en hun participatie en daarmee aan hun verdere

Dit geldt zeker voor de groep laag leerbaren. Gedurende het grootste deel van de pilot-

integratie. Zeker daar waar het deelnemers betreft die al langer in de Nederland wonen

periode was er weinig aandacht voor de periode na afloop van het programma. In het

is het aannemelijk dat hun positieve ontwikkeling tijdens hun periode bij SamenHaags

laatste deel van de pilotperiode is wel meer ingezet op het vervolg na SamenHaags en

voor een belangrijk deel samenhangt met hun deelname aan het programma.

werd de doorstroom van deelnemers actief opgepakt. Hiermee is een deel van de deelnemers bereikt. Een belangrijke les uit de pilot is dan ook dat aandacht voor de periode na het traject een integraal onderdeel van het programma zou moeten uitmaken. Wij raden daarbij aan om de ingezette koers om deelnemers door te leiden naar andere (arbeids)participatietrajecten, opleidingen en/of een nazorgtraject door te zetten. Van belang daarbij is ook naar andere soorten trajecten en ook instanties buiten de gemeente te kijken, deelnemers daarin actief te begeleiden en niet alleen maar door te verwijzen en het contact pas los te laten als een persoon in een ander traject/baan zit.

1

Zie ook paragraaf 1.2.

9

Dit kan ten eerste bijdragen aan meer zicht op de ontwikkeling van de voormalige deel-

Zoals gesteld, is er veel geleerd en aangepast tijdens de pilotperiode. In de meeste

nemers en daarnaast de mogelijkheid bieden om de behaalde resultaten te borgen en

gevallen lijken de veranderingen als gevolg van concrete knelpunten in de uitvoerings-

verder uit te bouwen.

praktijk ad hoc te zijn doorgevoerd. De knelpunten die in zich in de praktijk voordeden

Ten aanzien van de duurzaamheid hebben meerdere uitvoerders opgemerkt dat de duur

zijn daarbij op een praktische manier aangepakt.

van een jaar voor de groep met een lage leerbaarheid te kort lijkt te zijn. In die tijd kan

Ten aanzien van het evoluerende karakter met meerdere ronden met wijzigingen in de

wel vooruitgang worden geboekt maar niet genoeg om iemand daarna geheel los te

opzet en werkwijze is een aandachtspunt ook het hoge verloop onder de uitvoerders. In

laten. Een langer traject of instroom in een ander particpatietraject lijkt nodig om een

de pilot is gedurende twee jaar niet alleen de opzet en de uitvoering van het programma

grotere participatie van deze groep deelnemers te realiseren. Vooral bij deze groep geldt

meerdere malen gewijzigd maar ook onder de groep uitvoerders was er veel verloop.

daarbij ook dat niet iedere deelnemer uiteindelijk zal kunnen doorstromen naar werk.

Met name onder de programmaleiding en consulenten was er relatief veel verloop. Enerzijds bracht dit nieuwe frisse inzichten binnen het programma anderzijds zorgde dit voor vertraging en onduidelijkheid in de doorontwikkeling van het programma. Het

2.7 Evoluerende karakter van het programma

kost immers tijd voor nieuwe medewerkers en programmaleiders zijn ingewerkt en het

SamenHaags heeft vanaf het begin af aan een evoluerende opzet gehad, waarbij het de

duidelijk is welke kan zij op willen.

bedoeling was om gaandeweg te leren en het programma door te ontwikkelen. De opzet heeft in principe goed gewerkt. Er is het nodige geleerd en het programma is op belangrijke onderdelen verder doorontwikkeld, waarbij de opzet steeds meer vorm kreeg en beter op de doelgroep en praktijk aansloot. Dat er veel veranderingen zijn doorgevoerd kwam echter ook omdat bij aanvang van het programma nog veel in de werkwijze ontwikkeld moest worden en er de nodige onduidelijkheid was over bijvoorbeeld de afbakening van de doelgroep en de toelatingscriteria. Wat er werd verwacht (vooral van consulenten) was wel bekend, maar de werkwijze hoe dit bereikt moest worden diende nog grotendeels ontwikkeld te worden. Dit heeft vooral in de beginperiode tot veel onduidelijkheid en een trage start geleid. Achteraf gezien zou het effectiever en efficiënter zijn geweest om aan het begin meer tijd te hebben besteed aan het opzetten van een degelijke basis voor de werkwijze alvorens het programma met de toelating van deelnemers te starten.

10

3 3.1

Ontwikkeling van de deelnemers

3.2 Beschrijving van de respondenten

Inleiding

Binnen het onderzoek naar SamenHaags hebben wij gebruik gemaakt van een meet-

In totaal zijn er 324 respondenten meegenomen voor de analyse. Voor het grootste

instrument2 om de ontwikkeling van deelnemers te monitoren. In dit instrument is

deel van de respondenten is er een eerste meting en een eindmeting ingevuld (255

op verschillende onderwerpen gevraagd in hoeverre de deelnemers, volgens de consu-

respondenten). Dez eindmeting is ingevuld op het moment dat de respondent bij het

lenten, ingebed zijn in de Haagse en Nederlandse samenleving. Hierbij is er gekeken

programma SamenHaags uitstroomt. Daarnaast is besloten om respondenten waarvan

naar werk en vrijetijdsbesteding, sociale netwerk en binding met de stad.

alleen een eerste meting en een tweede meting is ingevuld ook mee te nemen in de analyse, mits de tweede meting ten minste drie maanden na de eerste meting is ingevuld

Het meetinstrument geeft een eerste beeld van de ontwikkeling die de deelnemers

(69 respondenten).

hebben doorgemaakt gedurende de periode dat zijn deelnamen aan SamenHaags;

Overzicht van het aantal respondenten

minimaal drie maanden en maximaal anderhalf jaar. Aangezien dit geen volledige effectiviteitsstudie betrof met een contolegroep kon de invloed van SamenHaags cijfermatig niet los worden gezien van eventuele andere invloeden op de ontwikkeling van deelnemers. 3 De uitkomsten geven dan ook een eerst inzicht in de brede ontwikkeling

Totaal aantal respondenten

Eerste en eindmeting

Eerste en tweede meting

324

255

69

van de deelnemers tijdens hun periode bij SamenHaags. Op basis van de uitkomsten

Het grootste deel van de respondenten is vrouw (76 procent) en de gemiddelde leeftijd

van de procesevaluatie mag echter worden uitgegaan dat SamenHaags zeker een posi-

van de respondenten is 39 jaar. Meer dan de helft van de respondenten woont samen

tieve bijdrage heeft gehad op de ontwikkeling van de deelnemers. De mate waarin het

(met of zonder kinderen), namelijk 57 procent. 39 procent van de respondenten is

programma voor de gehele groep heeft bijgedragen aan hun ontwikkeling is echter op

alleenstaand (met of zonder kinderen).

basis van deze studie niet precies aan te geven.

Sekse

De resultaten van het meetinstrument die wij in dit hoofdstuk beschrijven, moeten dan

Man

Vrouw

24 %

76 %

Samenwonend (met of zonder kinderen)

Alleenstaand (met of zonder kinderen)

57 %

39 %

ook met deze achtergrond gelezen worden. Gezinssamenstelling

De helft van de respondenten heeft in het land van herkomst een opleiding gevolgd op mbo, hbo of universitair niveau. 6 procent van de respondenten heeft geen onderwijs 2

In de vorm van een uitgebreide vragenlijst die consulenten van SamenHaags op basis van een op een gesprekken met deelnemers hebben ingevuld.

genoten. Daarnaast heeft 16 procent onderwijs genoten op basisniveau en 27 procent

3

Zie ook paragraaf 1.2.

heeft op het voortgezet onderwijs gezeten. 11

Wanneer we kijken naar de leerbaarheid waarop de deelnemers van SamenHaags zijn

3.3 Werk en uitkering

ingedeeld, zien we dat 5 procent van de respondenten zijn ingedeeld in de laagst leerbare

Een belangrijke graadmeter voor de integratie en participatie van nieuwkomers is

groep (Groep A). De rest van de respondenten zijn ongeveer evenredig in de andere

de mate waarin zij (betaald) werk hebben. Werk op zich zorgt voor dagbesteding en

groepen ingedeeld. 31 procent van de respondenten behoren tot groep B, 34 procent in

betaald werk brengt een grotere mate van (financiële) onafhankelijkheid met zich mee.

groep C en 31 procent in groep D, de groep van de hoogst leerbaren. Opleidingsniveau

Daarnaast biedt het hebben van (betaald) werk mogelijkheden om te oefenen met de

Geen onderwijs

Basisonderwijs

Voortgezet onderwijs

Mbo, hbo of universiteit

6%

16 %

27 %

51 %

Groep A

Groep B

Groep C

Groep D

5%

31 %

34 %

31 %

Leerbaarheid

Nederlandse taal en tot het opdoen van nieuwe contacten. (Vrijwilligers) werk Op het moment dat de respondenten aan het programma SamenHaags begonnen, had 14 procent van hen een betaalde baan. Daarnaast had eveneens 14 procent van de respondenten onbetaald werk in de vorm van vrijwilligerswerk, stage of werkervaringsplek. Ten tijde van de eindmeting is het percentage van respondenten met betaald

De helft van de respondenten is naar Nederland geëmigreerd in het kader van gezins-

werk gestegen naar 21 procent. Het aantal respondenten met onbetaald werk is volgens

hereniging. De overige respondenten zijn, volgens de inschatting van de consulenten,

de eindmeting aanzienlijk gestegen, naar maar liefst 49 procent. Dit betekent dat het

statushouders (23 procent) of EU-migranten (21 procent). De respondenten zijn het

percentage deelnemers met werk gestegen is met 7 procentpunten en het percentage van

vaakst minder dan 2 jaar in Nederland (28 procent) of langer dan 10 jaar in Nederland

deelnemers met onbetaald werk gestegen is met 35 procentpunten.

(24 procent). Reden voor migratie

Aantal jaar in Nederland

Gezinsherenigers

Statushouders

EU-migranten

56 %

23 %

21 %

< 2 jaar

2 -3 jaar

4 – 5 jaar

5 – 10 jaar

> 10 jaar

28 %

19 %

11 %

18 %

24 %

Dagbesteding deelnemer (in %)

12

Beginmeting

Eindmeting

Betaald werk

14

21

Onbetaald werk

14

49

Uitkering

Wanneer we de begin- en eindmeting met elkaar vergelijken, om te zien binnen welke

Wanneer we kijken naar het aandeel respondenten dat een bijstandsuitkering ontvangt,

groepen een stijging van het hebben van betaald werk, valt vooral een stijging op bij

zien we geen verschil tussen de eerste en de eindmeting. Dit betekent dat ondanks dat

kwetsbare groepen. Zo had geen enkele respondent uit de laagst leerbare groep bij de

circa 7 procent van de deelnemers gedurende het programma een baan heeft gevonden,

beginmeting een betaalde baan, maar bij de eindmeting is dit opgelopen tot 7 procent.

dit geen invloed heeft gehad op het totale aantal bijstandsuitkeringen die de groep deel-

Ook bij de respondenten die nog vrij kort in Nederland zijn gevestigd zien we een

nemers ontvangt. Dat hoeft ook niet per se, mogelijk ontvingen de deelnemers die een

toename (gemiddeld 10 procent), evenals bij de respondenten die langer dan 10 jaar in Nederland wonen (een verdubbeling van 5 naar 11 procent).

4

betaalde baan hebben gevonden aanvankelijk ook geen uitkering. Deelnemer ontvangt bijstandsuitkering (in %)

Ook op het gebied van uitkeringen zijn er verschillen tussen de groepen respondenten,

Beginmeting

Eindmeting

Ja

44

44

hebben vrouwen (in vergelijking tot mannen) minder vaak betaald werk, maar ook

Nee

55

56

minder vaak (dan mannen) een bijstandsuitkering. Deze verhouding is mogelijk

Onduidelijk

1

0

omdat (in dit geval) vrouwen niet automatisch een bijstandsuitkering ontvangen als

die niet per se logischerwijs aansluiten op het al dan niet hebben van een baan. Zo

hun partner een baan heeft of een uitkering ontvangt. Daarnaast ontvangt de meerderVerschillen tussen groepen

heid van de alleenstaanden een bijstandsuitkering, zo rond de 70 procent (zowel met als

Op het gebied van het hebben van werk zijn er ook verschillen tussen groepen respon-

zonder kinderen). Respondenten die samenwonen, ontvangen aanzienlijk minder vaak

denten. Zo hebben mannelijke respondenten vaker betaald werk dan vrouwen. Daar-

een uitkering (rond de 10 procent van de respondenten zonder kinderen en 30 procent

naast hebben respondenten zonder kinderen het vaakst betaald werk (zowel samen-

van de respondenten met kinderen)

wonend en alleenstaand). In de andere groepen zien we dat de hoogst leerbaren vaker

De meeste respondenten uit de laagst leerbare groep (groep A) ontvangen een bijstands-

betaald werk hebben, maar ook EU-migranten en tot slot respondenten die 5 tot 10 jaar

uitkering (circa 90 procent). Naarmate de leerbaarheid omhoog gaat, wordt het aandeel

in Nederland zijn gevestigd.

respondenten dat een bijstandsuitkering ontvangt, lager. Zo ontvangt rond de 70 procent van groep B een bijstandsuitkering, 30 procent van groep C en 20 procent van groep D. Gekeken naar verschillen tussen de categorieën migranten, zien we dat asielgerechtigde/statushouders het vaakst een bijstandsuitkering hebben, namelijk 90 procent. Bij gezinsmigranten en EU-migranten ligt dit percentage rond de 30.

4

Vanuit de programmaleiding van SamenHaags wordt aangegeven dat programma breed circa 18 procent van de deelnemers uit de uitkering is gestroomd. Het is niet duidelijk waarom deze bevinding afwijkt van de bevindingen op basis van de vragenlijsten die de consulenten hebben ingevuld. Vanuit de programmaleiding wordt als mogelijke reden gegeven dat voor deelnemers die tijdens het programma uit de uitkering zijn gestroomd mogelijk geen laatste vragenlijst is ingevuld, waardoor deze groep ondervertegenwoordigd zou zijn in het meetinstrument.

13

Respondenten die het minst lang in Nederland zijn gevestigd, hebben het minst vaak

Kennis van aanbod aan activiteiten in Den Haag en daarbuiten (gemiddeld cijfer op een schaal van 1 tot en met 10)

een bijstandsuitkering (circa 10 procent) en respondenten die langer dan 10 jaar in Nederland wonen, hebben het vaakst een uitkering; rond de 70 procent. Het percentage deelnemers dat een uitkering ontvangt is tussen de begin- en eindmeting niet veranderd. Wanneer we inzoomen op de verschillen tussen de groepen, zijn bovenstaande verhoudingen en percentages onveranderd gebleven.

3.4 Vrijetijdsbesteding

Beginmeting

Eindmeting

Sport

4,7

6,1

Cultureel

5,1

6,8

Religieus

5,6

6,5

Vrijwilligerswerk

4,1

6

Participatie Gezien de beperkte kennis van activiteiten in en rondom Den Haag bij de eerste meting,

Kennis van aanbod

zou het te verwachten zijn dat de daadwerkelijke participatie aan deze activiteiten ook

In het meetinstrument is gevraagd in hoeverre de respondenten op de hoogte zijn van

laag is. Dit valt echter mee. De respondenten nemen gemiddeld (“soms5”) deel aan de

wat o.a. de stad Den Haag hen te bieden heeft, maar ook hoe zij hun (vrije) tijd invullen.

verschillende activiteiten, waarbij ze het vaakst deelnemen aan religieuze activiteiten.

Deze gegevens geven een beeld van de mogelijkheden tot contact met andere Hage-

Bij de eindmeting is de participatie van de deelnemers aan de activiteiten licht toege-

naars (zie ook paragraaf 5) en in zekere zin van de binding met de stad (paragraaf 6).In

nomen. Gemiddeld nemen de deelnemers echter nog steeds “soms” (=2) deel aan acti-

de eerste meting wordt duidelijk dat de respondenten gemiddeld onvoldoende op de

viteiten in Den Haag en daarbuiten.

hoogte zijn van de activiteiten die de stad heeft te bieden. Gevraagd naar hun kennis daarbuiten, scoren de respondenten gemiddeld een 5 (op een schaal van 10).

Deelname aan activiteiten in Den Haag en daarbuiten (gemiddeld cijfer op een schaal van 1 tot en met 5)

Ten tijde van de eindmeting is de kennis over activiteiten in de stad bij de respondenten

over religieuze, sportieve en culturele activiteiten en vrijwilligerswerk in Den Haag en

Beginmeting

Eindmeting

Sport

1,9

2

toegenomen. Gemiddeld scoren de respondenten bij deze meting een 6. De kennis van

Cultureel

1,8

2

culturele activiteiten is bij deze meting een uitschieter, daar scoren de respondenten

Religieus

2,2

2

Vrijwilligerswerk

1,5

1,9

gemiddeld (afgerond) een 7.

5

14

1 staat in het meetinstrument voor “niet”, 2 voor “soms”, 3 voor “regelmatig” en 4 voor “vaak”.

Verschillen tussen groepen

Met wie hebben deelnemers contact (in %)

Met betrekking tot kennis over en deelname aan activiteiten zijn er nauwelijks verschillen tussen de respondenten. Met name op het gebied van kennis is het bijzonder dat er nauwelijks verschillen zijn tussen respondenten die minder dan 2 jaar in Nederland wonen, in vergelijking met respondenten die meer dan 10 jaar in Nederland wonen.

3.5 Sociaal netwerk Binnen het meetinstrument is getracht om het sociale netwerk van de deelnemers in

Beginmeting

Eindmeting

Directe buren

55,9

72,8

Buurt/wijkbewoners

45,7

56,8

Geboren Nederlanders

56,5

79,3

Vrienden/kennissen in Nederland

62,4

71,9

Vrienden/kennissen in Den Haag

76,5

90,7

Familie (buiten eigen gezin) in Nederland

27,8

27,2

Familie (buiten eigen gezin) in Den Haag

29,6

31,8

kaart te brengen. Dit vanuit de gedachte dat een sterk sociaal netwerk kan zorgen voor praktische en emotionele ondersteuning, maar mogelijk ook kan helpen bij de weg naar

Frequentie en kwaliteit van contact

werken (contacten leggen, informeren over vacatures en sollicitatieprocedures).

Eerder werd al gesteld dat een groot deel van de respondenten contact heeft met vrienden en/of kennissen in Den Haag. Met deze groep Hagenaars hebben zij ook het

Omvang sociaal netwerk

vaakst contact. Uit de beginmeting wordt duidelijk dat zij gemiddeld eens per maand

Deelnemers van SamenHaags hebben bij de eerste meting het vaakst contact met

contact hebben met hun vrienden en/of kennissen. Met directe buren, wijkbewoners,

vrienden of kennissen in Den Haag of elders in Nederland; 76 procent van de respon-

geboren Nederlanders, maar ook vrienden/kennissen elders in Nederland hebben de

denten geeft aan deze contacten te hebben in Den Haag en 62 procent elders in Neder-

respondenten eens per twee maanden contact. Met familie in Den Haag en elders in

land.

Nederland is er eens per jaar contact.

Respondenten hebben aanzienlijk minder contact met familie in Den Haag of elders in

Bij de eindmeting hebben de respondent nog steeds het vaakst contact met vrienden

Nederland, respectievelijk afgerond 28 en 30 procent. Met directe buren, wijkbewoners,

en/of kennissen in Den Haag, maar hebben zij vaker dan eerst contact. Daar waar ze

en geboren Nederlanders heeft circa de helft van de respondenten contact.

eerst eens per maand contact hadden, is dat ten tijde van de eindmeting eens per week geworden. Ook het contact met directe buren, wijkbewoners, geboren Nederlanders,

Bij de eindmeting hebben de respondenten nog steeds het vaakst contact met vrienden

maar ook vrienden/kennissen elders in Nederland is geïntensiveerd. Eerst hadden ze

en kennissen in Den Haag, maar is dit aandeel flink gestegen. Bij de eindmeting zegt

eens per twee maanden contact, dat is nu eens per maand. De mate van contact met

afgerond 91 procent contact te hebben met deze groep Hagenaars, ten opzichte van 76

familie (in Den Haag en elders in Nederland ) is nagenoeg gelijk gebleven.

procent bij de eerste meting. Daarnaast is het aantal deelnemers dat contact heeft met directe buren aanzienlijk gestegen (+ 17%), net als het aantal deelnemers dat contact heeft met geboren Nederlanders (+23%).

15

Belangrijk is ook om te weten hoe en in welke mate het netwerk bij kan dragen aan

3.6 Binding

de ontwikkeling van de respondenten. Bij de eerste meting blijkt het sociale netwerk

In het kader van binding met de stad zijn er verschillende onderwerpen uitgevraagd

(dus voornamelijk vrienden/kennissen binnen en buiten Den Haag) de respondenten

bij de deelnemers van SamenHaags. Ten eerste in hoeverre de deelnemer zelfstandig

voornamelijk te kunnen helpen bij emotionele ondersteuning van de respondent, maar

de weg weet te vinden naar de essentiële voorzieningen van de stad (zelfredzaamheid).

ook bij praktische zaken zoals oppas en administratie. Het sociale netwerk kon, volgens

Daarnaast is er gevraagd in hoeverre de deelnemers bekend zijn met de Nederlandse

de inschatting van de consulenten, niet of nauwelijks ondersteunen bij het leren van de

omgangsvormen en in hoeverre zij zich thuis voelen in Den Haag (identificatie).

Nederlandse taal of het vinden van werk. Bij de eindmeting krijgen de respondenten nog steeds het vaakst meeste emotionele en

Zelfredzaamheid

praktische ondersteuning van hun netwerk, maar wel meer: nu een score tussen

De mate waarin inwoners van Den Haag de belangrijkste voorzieningen weten te

afgerond een 7 en een 9. Wellicht belangrijker is dat het sociale netwerk nu meer lijkt te

vinden geeft een indicatie in hoeverre zij zijn ingebed in de stad, maar geeft het ook

kunnen ondersteunen bij het leren van de Nederlandse taal (bij de eindmeting een 6,4,

een beeld van hun zelfredzaamheid. Als deelnemers zelf contact weten te leggen met

eerst een 4,7) en het vinden van werk (bij de eindmeting een 6,2 eerst een 4,5).

bijvoorbeeld de woningbouw of de gemeente, zijn zij hoogstwaarschijnlijk in staat

De mate waarin sociale netwerk deelnemer kan ondersteunen (op een schaal van 1 tot en met 10)

bijvoorbeeld belangrijke (administratieve) zaken zoals toeslagen en dergelijke zelf met Beginmeting

Eindmeting

hen af te handelen. In de metingen is gevraagd naar in hoeverre de deelnemer de weg

Leren van de Nederlandse taal

4,7

6,4

belastingdienst) en de gezondheidzorg (huisarts, ziekenhuis, apotheek, consultatiebu-

Emotionele en mentale welzijn

6,1

6,8

reau). Beide instituties weten de deelnemers van SamenHaags al bij de eerste meting

Administratieve zaken

6,2

7,3

goed te vinden (gemiddelde score 7,2 en 7,1). Bij de eindmeting weten de deelnemers de

Praktische zaken zoals zorg en oppas

6,5

8,7

weg naar de gemeente iets beter (gemiddelde score 7,5) te vinden. Een grotere stijging

Het vinden van werk

4,5

6,2

zien we bij de weg naar de gezondheidszorg; bij de eindmeting score de deelnemers

weet te vinden naar de gemeente en andere instellingen (woningbouw, zorgverzekering,

gemiddeld een 8,2. Verschillen tussen groepen

In hoeverre weet de deelnemer de weg naar voorzieningen (op een schaal van 1 tot en met 10)

Tussen de verschillende groepen respondenten zijn er geen, of zeer kleine, verschillen met betrekking tot de omvang van het sociale netwerk, de frequentie van het contact en de kwaliteit van het contact. Opvallend hierbij is dat er geen verschil is tussen de groep deelnemers die al langer in Nederland woont en de groep die hier korter woont.

16

Beginmeting

Eindmeting

Gemeente en andere instellingen (woningbouw, zorgverzekering, belastingdienst)

7,2

7,5

Gezondheidszorg (huisarts, ziekenhuis, apotheek, consultatiebureau)

7,1

8,2

Identificatie

Over het geheel genomen hebben alle respondenten een positieve ontwikkeling doorge-

Gevraagd naar in hoeverre de deelnemers bekend zijn met de Nederlandse omgangs-

maakt op alle thema’s. Naast het vinden van (onbetaald) werk is de meest in het oog sprin-

vormen scoren zij bij de eerste meting gemiddeld al een goede voldoende, een 6,3. Ten

gende ontwikkeling op het gebied van het sociale netwerk. Tussen de eerste en de eind-

tijde van de eindmeting is deze score toegenomen naar een ruime voldoende, een 7,5.

meting is het sociale netwerk uitgebreid, contacten geïntensifieerd en zijn de contacten functioneler geworden. Dit duidt er vooral op dat deelnemers nieuwe contacten hebben

Deelnemers scoorden in de mate waarin zij zich thuis voelden in Den Haag al tijdens de

gelegd die hen tevens (in tegenstelling tot eerdere contacten) in potentie beter zouden

eerste meting gemiddeld een voldoende, een 6,1. Ten tijde van de eindmeting zijn deze

kunnen helpen het vinden van werk en het leren van de Nederlandse taal. Uitgaande

thuisgevoelens licht toegenomen naar een score van gemiddeld een 6,6.

van de resultaten zijn dit met name directe buren en (andere) geboren Nederlanders die de deelnemers nu tot hun vrienden- of kennissenkring hebben kunnen rekenen. Daar-

3.7 Samenvatting en reflectie

naast valt op dat deelnemers die al lang in Nederland (10 jaar of langer) op het gebied

In deze laatste paragraaf van dit hoofdstuk geven we een samenvatting van de belang-

van sociaal netwerk en kennis en deelname aan activiteiten niet verschillen van deel-

rijkste resultaten van het meetinstrument en daarbij tevens een korte reflectie hierop.

nemers die korter in Nederland wonen. Dit is bijzonder, omdat je zou kunnen veron-

We constateren over het geheel van de verschillende aspecten die zijn bekeken een

derstellen dat naarmate iemand langer in een land en een stad woont meer contacten

positieve ontwikkeling. Zo hebben de deelnemers groei doorgemaakt op belangrijke

opdoet en meer kennis heeft van een stad. Hoewel deze groep ook een positieve ontwik-

gebieden als sociaal netwerk en participatie. Ook hun gevoel van binding met Neder-

keling laat zien op het gebied van werk (een verdubbeling van 5 naar 11 procentpunten

land en de stads lijkt te zijn toegenomen in de relatief alsook de mate waarin men de weg

bij het hebben van betaald werk), wekken deze cijfers wel de indruk dat deze groep extra

weet te vinden naar relevante instanties.

kwetsbaar is en minder zelfredzaam en mogelijk ook geïsoleerder leeft.

Met name wijzen we naar het toegenomen aandeel deelnemers met betaald en onbetaald werk. We zie daarbij een toename van 7 procentpunten bij betaald werk en 35 procentpunten bij onbetaald. Deze ontwikkeling binnen de relatief korte periode waarbinnen de metingen zijn uitgevoerd laten een duidelijke vooruitgang zien op het vlak van participatie. Daarbij is van belang dat het voornamelijk de meest kwetsbaren zijn die een (betaalde of onbetaalde) baan hebben gevonden. Wel dienen we erop te wijzen dat op basis van de uitkomsten van het meetinstrument geen uitspraken gedaan kunnen worden over de duurzaamheid de arbeidsparticipatie.

17

4 4.1

Opzet programma (Input)

De motivatie om deel te nemen is in de opzet van het programma een belangrijke factor

Inleiding

bij de selectie van deelnemers. Cliënten van sociale zaken van de gemeente (personen

In dit hoofdstuk beschrijven we de opzet van het programma en wat de betrokkenen

met een bijstandsuitkering) worden door de gemeente uitgenodigd om deel te nemen.

hiervan vonden. Dit betreft het onderdeel ‘input’ van het analyse kader. In de eerste

Andere potentiele deelnemers worden via andere kanalen geworven. Het doel van

paragraaf beschrijven we eerst de opzet van het programma. In de daarna volgende

SamenHaags is om bovenstaande groepen Hagenaars beter te laten participeren in

paragrafen behandelen we de ervaringen van de verschillende betrokkenen met de

de (Haagse) samenleving. Het programma is erop gericht om de deelnemer te onder-

onderdelen van deze opzet. We kijken achtereenvolgens naar de doelstelling, type en

steunen in zijn of haar toekomstplan en beter mee te kunnen doen en onderdeel te

aard activiteiten, menskracht (inzet professionals en vrijwilligers), betrokken partijen

worden van de omgeving waarin hij/zij leeft. Concreet werkt het programma aan een

(onder meer: gemeente, onderwijsinstelling(en), maatschappelijke organisaties, sociale

betere beheersing Nederlandse taal van de deelnemer, tot een groter (sociaal) netwerk

omgeving) en praktische middelen (zoals de locatie/gebouw).

en meer ervaring met de Nederlandse werkcultuur.

4.2 Opzet van SamenHaags

Instroomproces

In deze paragraaf beschrijven we de opzet van het programma SamenHaags. Deze

Een deelnemer komt na aanmelding bij SamenHaags in een instroomproces, bestaande

beschrijving is gebaseerd op gesprekken met de programmaleiders en de uitgeschreven

uit een intake, een toets en een profielschets.7 Gedurende het instroomproces brengt

6

werkwijze die voor uitvoerders binnen het programma is opgesteld.

de matchingsconsulent de leerbaarheid, belastbaarheid en motivatie van de deelnemer in kaart en worden er doelstellingen op maat geformuleerd: het maximaal haalbare

Doelgroep en doelstelling

programma voor die persoon. Uitgangspunt is om deelnemers zo goed mogelijk uit te

Het programma SamenHaags is in de breedte gericht op alle Hagenaars met Nederlands

dagen om te participeren in de (Haagse) samenleving. Na het instroomproces krijgen

als tweede taal en een participatiebehoefte. Het gaat daarbij zowel om nieuwkomers die

alle deelnemers een vast contactpersoon (mentor/consulent) die de individuele voort-

pas sinds kort in Nederland zijn als om personen die hier al langer wonen. Deelname

gang van de deelnemers met regelmatig toetst en, indien nodig, ondersteuning biedt.

aan het programma is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Als deelnemers éénmaal in het

Deelnemers worden op maat ingedeeld naar leerbaarheid en taalniveau. Een traject

programma zitten wordt van hen verwacht dat ze hun uiterste best doen om alle onder-

duurt minimaal 14 (hoog leerbaar) tot maximaal 60 weken (alfabetisering).

delen van het programma af te maken. Uitgangspunt is dat indien deelnemers slechts een deel van het programma kunnen of willen volgen, zij tijdens het instroomproces doorgeleid worden naar andere initiatieven (maatjes / taaltrajecten / vrijwilligerswerk / werkontwikkeltrajecten).

6

Gemeente Den Haag (2019) ‘Werkwijze: SamenHaags Een Haagse aanpak op inburgering’

7

18

Zie bijlage voor de gehanteerde selectiecriteria tijdens het instroomproces

Activiteiten

Deelnemers worden ingedeeld op basis van dezelfde leerbaarheid en taalniveau. Als

Na het instroomproces is het de bedoeling om deelnemers zo snel mogelijk actief te

onderdeel van de taallessen wordt ook ingezet op het vergroten van de kennis over de

laten deelnemen in het programma ook als er nog niet direct een passende plek in een

Nederlandse maatschappij (maatschappelijke oriëntatie). Onderdeel hiervan zijn ook

taalles beschikbaar is. Na het instroomproces starten de deelnemers daarom in de work-

een of meerdere uitjes/excursies in de stad.

shopcarrousel. Dit betreft een aantal activiteiten voor alle deelnemers en in groepsver-

2. Stages

band kunnen worden uitgevoerd. Voorbeelden van zulke activiteiten/bijeenkomsten:

De stages zijn vooral bedoeld om de deelnemers de Nederlandse taal en (werk)

• Welkom SamenHaags bijeenkomst (vooral gericht op de vraag, ‘wat ga jij doen om

gewoonten/cultuur te leren kennen en te oefenen in de dagelijkse praktijk van de werk-

je programma SamenHaags te laten slagen?’).

vloer. Het zijn dan ook meer taalstages dan vakinhoudelijke stages. Afhankelijk hoe

• Broodje Taal (met een conversatiespel aan de slag met taal en nieuwe mensen leren

zelfredzaam en leerbaar iemand is zijn er hierbij twee soorten stagetrajecten:

kennen).

a. Georganiseerde stages (voor de laag leerbaren)

• Makker bijeenkomsten (uitleg over de App en wat het onderdeel Haagse Makker

Dit betreffen over het algemeen de mensen die een lage leerbaarheid hebben, of niet

inhoudt).

gealfabetiseerd zijn. Na de intake worden de laagleerbare groepen doorverwezen naar

• Stagebijeenkomsten voor de deelnemers met een hoge leerbaarheid (C en D

Vluchtelingenwerk (VW). Bij Vluchtelingenwerk wordt een stagetraject met (inten-

groepen), welke soort plekken zijn er beschikbaar, kun en wil je al wat kiezen? en

sieve) begeleiding ingezet, waarbij de koppeling door een vrijwilliger van VW voor de

uitleg over hoe je zelf een stage kunt vinden.

deelnemer wordt gemaakt. Bij de opzet van het programma was de inzet om zoveel

• Stageworkshops aangeboden door Vluchtelingenwerk (A en B groepen).

mogelijk stageplaatsen te kiezen waar deelnemers met z’n tweeën of drieën naartoe

Zodra de deelnemer kan starten in zijn taaltraject of zijn stage, stroomt de deelnemer uit

konden. Het idee was dat dit drempelverlagend werkt en de groepsdruk helpt om ook

de workshop carrousel. Op basis van het beginniveau van een deelnemer, de leerbaar-

daadwerkelijk te gaan. In de praktijk lukte het niet vaak om stageplaatsen voor meerdere

heid en de beschikbaarheid en ambities wordt er voor de deelnemers een programma

personen te realiseren en waren er vooral individuele stageplaatsen beschikbaar. Onder-

aangeboden. Deelnemers nemen hierbij deel aan de volgende parallel georganiseerde

deel van dit traject is een serie van 10 workshops waarin deelnemers kennis opdoen over

activiteiten:

de Nederlandse arbeidsmarkt en worden voorbereid op hun stage.

1. Taallessen

b. Stage in eigen regie (voor de hoog leerbaren)

Het doel van de taallessen ligt voor de hand: het taalniveau van de deelnemers verbe-

In eerste instantie was bij deze groepen de inzet op de ondersteuning van de deelnemer

teren. Door het taalniveau van de deelnemers te verbeteren, wordt het voor de deelne-

om zelf een stageplek te vinden. Aan het begin van dit traject volgden de deelnemers

mers idealiter makkelijker om sociale contacten aan te gaan, zijn/haar weg te vinden in

twee workshops waarin ze vooral leerden hoe ze zelf een stageplek konden vinden.

de stad en aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt.

Zo stelden deelnemers bijvoorbeeld in de workshops een cv op en werd behandeld op 19

welke manier ze online vacatures konden vinden en hoe ze contact konden leggen met

lenten en vrijwilligers van Vluchtelingenwerk. Deze algemene helpdesk biedt deels

bedrijven. Daarna gingen de deelnemers zelf op zoek naar een stageplek. Het uitgangs-

directe ondersteuning of verwijst door naar relevante onderdelen/loketten van de

punt hierbij was dat dit het gevoel van eigenaarschap zou vergroten en de deelnemers

gemeente of instellingen.

• WerkActief: naar aanleiding van groeiende bezorgdheid bij de betrokken partijen

handvatten zou geven om ook naar betaald werk te kunnen zoeken. Ondanks dat een deel van de deelnemers op deze wijze aan een stageplek is gekomen, is aan het einde van

over de duurzaamheid van het resultaat bij de deelnemers na hun SamenHaags-tra-

het programma overgegaan tot het meer direct bemiddelen van deelnemers richting

ject, krijgen (oud)deelnemers sinds mei 2019 de mogelijkheid om begeleid te

stages door het SamenHaags stagebureau.

worden naar (duurzaam vrijwilligers)werk, opleiding, of een vervolgtraject, zoals

3. Haagse Makker

bij het werkgeverservicepunt (nu “Den Haag Werkt”), werkontwikkelingstraject of werk-fit traject.

Het onderdeel Haagse Makker is erop gericht vanuit een gelijkwaardige relatie contact

• Certificaat: Als afsluiting van het programma ontvangen de deelnemers als ze aan

aan te gaan met iemand die zijn/haar weg weet in de stad en daarmee een connectie kan

de voorwaarden hebben voldaan een landelijk erkend taalcertificaat en een Samen-

zijn tot sociale netwerken. Mensen ontmoeten elkaar op basis van gedeelde interesses

Haags certificaat tijdens een feestelijke bijeenkomst.

en hobby’s. De gemeente faciliteert de match met de SamenHaags-app, waar zowel deelnemers als Hagenaars met een Nederlandse achtergrond een profiel aan kunnen maken

Monitoring en regie

en elkaar kunnen vinden.

De uitvoering van de verschillende activiteiten / onderdelen van het programma ligt

4. Bakkie Taal

bij verschillende partijen. Gedurende de deelname aan het programma monitort de

Vanuit het stagebureau werd het onderdeel Bakkie Taal (eerst ‘Broodje Taal’) uitge-

mentorconsulent de deelname en voortgang. De centrale regie over de deelname van een deelnemer ligt ook bij deze consulent. De inzet is om alle onderdelen succesvol te

voerd. Tijdens informeel opgezette bijeenkomsten (met maximaal 30 deelnemers per keer) die begeleid werden door een professional, konden deelnemers met elkaar Neder-

laten afronden en uitval en verzuim te voorkomen.

lands oefenen. Deze bijeenkomsten vonden plaats op de locatie van SamenHaags en op

De uitvoerders van de verschillende onderdelen van het programma controleren de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10506107/1