CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309391 Betrokkenheid ouders bij seksuele uitbuiting eigen kinderen Bijlage 1

Commissie Samenleving 27 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken20.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zo beschrijft de Wildt van het Verwey Jonker Instituut dat er signalen zijn dat klanten misbruik maken van de economische nood van sekswerkers, door grensoverschrijdend of denigrerend gedrag of seksueel contact zonder voorbehoedsmiddel.

pass-4-million-in-april-this-is-how-cops-are-coping-despite-covid-19/?sh=3bb24b6648db en https://

73

Fier, 2020.

www.ecpat.org/news/one-year-on-how-has-covid-19-impacted-the-sexual-exploitation-of-children/.

74

Ramaswamy & Seshardi, 2020.

Zie: https://pointer.kro-ncrv.nl/aantal-meldingen-van-sextortion-tijdens-corona-meer-dan-verdub-

75

Todres & Diaz, 2020.

beld.

76

Greenbaum et al., 2020.

Zie: https://www.parool.nl/nederland/hulpvraag-bij-seksueel-misbruik-onder-jongeren-steeg-explo-

77

Azam, Adriaenssens en Hendrickx, 2021; Greenbaum et al. 2020.

sief-tijdens-lockdown~b2003d8e/.

78

De Wildt, R., Andeweg, S., & Sondeijker, F, 2020.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

Signalen van mensenhandel sneller over het hoofd gezien Volgens Greenbaum et al. heeft de pandemie tot slot niet alleen effect op de prevalentie van uitbuitingsituaties, maar ook de omstandigheden van slachtoffers van mensenhandel lijken als gevolg van de coronacrisis verder te zijn verslechterd. Naast dat zij door gedwongen seks een grotere kans hebben om het virus te krijgen,79 verkleint de kans dat zij worden gesignaleerd en daarmee uit hun situatie kunnen worden gehaald. Vanwege de impact van het coronavirus op de gezondheidszorg, is de aandacht voor het signaleren van slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties, waaronder mensenhandel, afgenomen en daarmee bemoeilijkt. Volgens Greenbaum et al. leidt dit dan ook tot situaties waarin slachtoffers van seksuele uitbuiting over het hoofd worden gezien.80 Naast zorgpersoneel zijn bovendien ook andere eerstelijnsprofessionals die vanwege de aard van hun werk in contact kunnen komen met slachtoffers van mensenhandel in Nederland verder op afstand komen te staan.81 Als gevolg van de maatregelen hebben maatschappelijk hulpverleners minder face-to-face contact met cliënten, waardoor ook zij signalen van mensenhandel sneller zullen missen. Scholieren en studenten hebben daarnaast een lange periode geen fysieke lessen kunnen volgen en hadden daardoor minder contact met hun docenten, mentor en ander onderwijspersoneel.

Het digitale onderwijs maakt het voor docenten lastiger om signalen van mensenhandel te herkennen.82 Corona leidt mogelijk ook tot afname slachtoffers seksuele uitbuiting Ondanks dat veel voornoemde factoren kunnen bijdragen aan een toename van het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting, kan tegelijkertijd niet worden uitgesloten dat de maatregelen naar aanleiding van corona juist hebben geleid tot een daling van het aantal slachtoffers in Nederland. Zo heeft het verbod op sekswerk er mogelijk voor gezorgd dat het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting dat via de reguliere seksadvertentieplatforms werd aangeboden, is afgenomen.83 Bovendien heeft het verbod op sekswerk mogelijk een afschrikkende werking gehad op klanten die naar aanleiding van de maatregelen minder afspraken hebben gemaakt. Daarnaast kan angst voor het oplopen van het coronavirus evenals de oproep van de overheid om zoveel mogelijk thuis te blijven en het vermijden van sociaal contact ook hebben bijgedragen aan een afname van de vraagzijde van prostitutie, waarbij dit eveneens mogelijk tot gevolg heeft gehad dat minder slachtoffers van seksuele uitbuiting werden aangeboden. Het feit dat het aantal registraties van mogelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting bij CoMensha in de eerste

16

maanden na de lockdown fors was afgenomen, wijst hier mogelijk ook op.84 Tegelijkertijd is het ook mogelijk dat de daling van het aantal geregistreerde slachtoffers juist voortkomt uit het feit dat slachtoffers op minder zichtbare plekken werden aangeboden ten tijde van de lockdown en dat bovendien signalerende instanties verder op afstand zijn komen te staan.

4.3 Beknopte onderzoeksverantwoording Dit onderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verschaffen in de effecten van de coronacrisis op de aard en omvang van seksuele uitbuiting in Nederland. De methodiek van dit onderzoek komt grotendeels overeen met de methode omschreven in Hoofdstuk 2 van het rapport. Aanvullend is gekeken naar de start van de uitbuitingssituatie, waarbij specifiek is bekeken of deze na 1 maart 2020 plaatsvond. Deze datum is gekozen omdat in de eerste week van maart in Nederland de eerste maatregelen ter bestrijding van het coronavirus zijn ingevoerd.85 Ook bij de data over het jaar 2019 is gekeken naar de start van de uitbuitingssituatie, waardoor het mogelijk is de periode 1 maart tot en met 31 december van 2019 en 2020 met elkaar te vergelijken. Hierdoor zijn de uitbuitingssituaties die tijdens de coronacrisis zijn ontstaan in kaart gebracht, waarmee kan worden bekeken in hoeverre dit aantal afwijkt van dezelfde tijdsperiode in 2019. Hiermee wordt beoogd inzicht gegeven in de invloed van de coronacrisis op het ontstaan van seksuele uitbuiting. Het onderzoek bestaat daarnaast uit een inhoudelijke analyse van de chatgesprekken. Hiervoor is in het codeboek bijgehouden in welke chatgesprekken een link met de coronacrisis naar voren kwam. Deze variabele is gescoord wanneer inhoudelijk werd gesproken over corona, de maatregelen of aanverwante onderwerpen.

Vervolgens zijn deze chatgesprekken aan de hand van een thematische analyse, zoals beschreven door Braun en Clarke,86 geanalyseerd.

4.4 Resultaten: bezoekers op Chat met Fier In 2020, het jaar waarin de coronacrisis aanving, kwamen in totaal 283 unieke slachtoffers van mensenhandel in beeld van Chat met Fier. In de onderstaande resultaten wordt specifiek gekeken naar het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting dat in 2020 in beeld kwam van de chat. Daarnaast wordt bekeken in hoeverre dit aantal, als mogelijk gevolg van de pandemie, afwijkt van de cijfers over het jaar 2019. Vervolgens worden op basis van een inhoudelijke analyse van de chatgesprekken waarin een link met de coronacrisis naar voren kwam zes mogelijke effecten van de coronacrisis op seksuele uitbuiting besproken.

79

Todres & Diaz, 2020.

80

Greenbaum et al., 2020; Todres, 2020.

84

Zie: https://www.comensha.nl/actualiteiten/item/corona-en-mensenhandel/.

81

Fier, 2020.

85

Zie: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/09/hygienemaatregelen-van-be-

82

Todres & Diaz, 2020; Greenbaum et al., 2020.

83

Fier, 2020.

lang-om-verspreiding-coronavirus-tegen-te-gaan. 86

Braun & Clarke, 2006.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

Tussen 1 maart en 31 december 2020, de periode waarin de coronacrisis aanving en de daaropvolgende maanden waarin verschillende contactbeperkende maatregelen van kracht waren, kwamen 193 acuut onveilige slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld. In 2019 kwamen in dezelfde tijdsperiode ook precies 193 acuut onveilige slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld van de chat. Deze cijfers laten zien dat ondanks de maatregelen nog steeds hetzelfde aantal slachtoffers seksueel werd uitgebuit tijdens de coronacrisis en hierover contact zocht met een hulpverlener van de chat. Dit wijst erop dat ondanks de adviezen van de overheid, de maatregelen, waaronder het tijdelijk sluiten van de prostitutiesector, en de kans op besmetting, seksuele uitbuiting van (minderjarige) personen in Nederland onverminderd is doorgegaan. Daarnaast doet dit ook vermoeden dat de vraag naar betaalde seks met slachtoffers van seksuele uitbuiting niet is afgenomen ten tijde van corona. Bovenstaande cijfers suggereren dan dat ondanks de pandemie nog evenveel personen seksueel zijn uitgebuit als in 2019. Om inzichtelijk te krijgen of tijdens de coronacrisis ook nieuwe uitbuitingssituaties zijn ontstaan, is gekeken naar de start van de uitbuitingssituaties.

Hierbij geldt de kanttekening dat de start van de uitbuiting niet in ieder gesprek (nauwkeurig) wordt aangeduid, waardoor de aantallen als minimum dienen te worden beschouwd. Figuur 2 geeft weer hoeveel slachtoffers van seksuele uitbuiting per maand in beeld van de chat zijn gekomen en bij wie de uitbuitingssituatie tussen 1 maart en 31 december 2020 aanving. Dit hoeft niet te betekenen dat het slachtoffer ook in dezelfde maand waarop hij of zij op de chat kwam slachtoffer werd. Het slachtofferschap kan al eerder zijn aangevangen, maar nooit voor 1 maart 2020. In totaal gaat het om 28 slachtoffers. Dit betekent dat de uitbuitingssituatie van deze slachtoffers tijdens de coronacrisis is gestart. Wanneer wordt gekeken naar het aantal ‘nieuwe uitbuitingssituaties’ in dezelfde periode in het jaar 2019, valt op dat destijds 35 slachtoffers in beeld kwamen van de chat. Dit betekent dat, in vergelijking met het jaar 2019, in 2020 een lichte daling heeft plaatsgevonden in het aantal slachtoffers in beeld van de chat van wie de uitbuitingssituatie is gestart in de periode maart tot en met december. Dit is echter geen substantieel groot verschil, wat opmerkelijk is gezien de coronamaatregelen die van kracht waren in deze periode in 2020.

Hoewel het om relatief kleine aantallen gaat, is het belangrijk deze resultaten te plaatsen binnen de bredere context van de slachtoffers die in beeld komen van Chat met Fier. Zowel uit het rapport ‘Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel in 2019’ als onderhavig onderzoek blijkt namelijk dat de meeste slachtoffers van seksuele uitbuiting pas na één of twee jaar na de start van hun uitbuitingssituatie voor het eerst een chatgesprek voeren bij Chat met Fier, waarbij dit voor veel slachtoffers bovendien de allereerste keer is dat zij over hun slachtofferschap praten. Dit suggereert dat mogelijk over één of twee jaar de invloed van de pandemie op seksuele uitbuiting duidelijker zichtbaar zal worden in het aantal chatgesprekken inzake seksuele uitbuiting. Het is daarom belangrijk om het effect van de coronacrisis ook in de komende jaren te blijven monitoren.

Figuur 17. Acuut onveilige slachtoffers seksuele uitbuiting per maand in beeld bij Chat met Fier 50 40 30 20 10 0

jan

feb

maa

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

Figuur 18. Nieuwe uitbuitingssituaties seksuele uitbuiting vanaf 1 maart

nov

dec

2019 2020

8 7

Aantal slachtoffers

4.4.1 Kwantitatieve analyse Ondanks de contactbeperkende maatregelen die in maart tot en met december 2020 van kracht waren en het verbod op prostitutiewerkzaamheden dat van toepassing was in de maanden maart tot en met juni en de helft van december 2020, laat dit onderzoek zien dat er geen opvallend verschil is waar te nemen in het aantal bezoekers ten aanzien van seksuele uitbuiting op de chat in 2019 en 2020. In 2019 kwamen in totaal 252 acuut onveilige slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld van de chat. Acuut onveilig betekent dat het slachtoffer ten tijde van het eerste chatgesprek in een situatie van uitbuiting zit. In 2020 kwamen in totaal 220 acuut onveilige slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld. In beide jaren zijn de chatgesprekken voornamelijk gevoerd door personen die zelf slachtoffer zijn geworden van seksuele uitbuiting.

17

6 5 4 3 2 1 0

maa

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

4.4.2 Kwalitatieve analyse van de chatgesprekken gerelateerd aan corona Naast de kwantitatieve analyse van de chatgesprekken is gekeken naar de inhoud van het aantal chatgesprekken waarin een link met corona en aanverwante onderwerpen naar voren kwam. De resultaten van deze analyse bestaan uit persoonlijke ervaringen van slachtoffers van seksuele uitbuiting en zijn daardoor niet generaliseerbaar. De resultaten geven echter wel inzicht in de wijze waarop de coronacrisis invloed kan hebben op de uitbuitingssituaties waarin slachtoffers van seksuele uitbuiting verkeren. Uit de analyse van de gesprekken blijkt dat in 22 chatgesprekken expliciet gesproken wordt over corona en daaraan verwante onderwerpen. Dit impliceert dat corona niet bij alle slachtoffers van seksuele uitbuiting een zodanig grote rol speelt dat het wordt benoemd in het chatgesprek. Dit betekent mogelijk dat corona niet op alle uitbuitingssituaties van invloed is geweest, wat opvallend is gezien de verschillende maatregelen die van kracht waren in de periode van 1 maart tot en met 31 december 2020. Tegelijkertijd komt dit beeld overeen met het feit dat in 2020 nog steeds veel slachtoffers op de chat kwamen die op het moment van het chatgesprek in een uitbuitingsituatie zaten. Deze uitbuitingssituaties zijn derhalve niet gestopt als gevolg van de coronacrisis.

Dit wordt op basis van de inhoudelijke analyse van de chatgesprekken ondersteund, gezien door verschillende slachtoffers wordt aangegeven dat zij, ondanks de contactbeperkende maatregelen, nog steeds gedwongen seks moeten hebben. Tot slot dient te worden opgemerkt dat de hulpverleners van de chat niet expliciet hebben gevraagd in hoeverre de maatregelen naar aanleiding van corona van invloed waren op de uitbuitingssituatie. Dit betekent dat corona mogelijk bij meer situaties een rol heeft gespeeld, maar dat dit in de gesprekken niet naar voren is gekomen. Alle 22 slachtoffers bevinden zich ten tijde van het eerste chatgesprek in een uitbuitingssituatie, wat betekent dat zij nog steeds gedwongen worden om seks te hebben tegen betaling. Onder hen bevindt zich één mannelijk slachtoffer. De rest zijn meisjes en vrouwen. Het jongste slachtoffer dat zich tijdens een chatgesprek met de hulpverlener uitlaat over corona en aanverwante onderwerpen, en de invloed daarvan op diens uitbuitingssituatie, is veertien jaar en het oudste slachtoffer is 31 jaar. Negen van de 22 slachtoffers zijn minderjarig.

Hoewel het slechts om een beperkt aantal gesprekken gaat waarin een slachtoffer expliciet iets deelt over hoe de coronacrisis effect heeft op diens uitbuitingssituatie, blijkt uit de inhoudelijke analyse dat corona en de maatregelen naar aanleiding van het virus op zes verschillende manieren invloed lijken te hebben op de aard van seksuele uitbuiting in Nederland. Allereerst geven verschillende slachtoffers aan dat zij nog steeds klanten ontvangen. Een aantal slachtoffers vertellen bovendien dat zij tijdens de coronacrisis juist meer klanten moeten ontvangen dan voorheen. Een van de slachtoffers geeft aan dat zij denkt dat dit een gevolg is van het verbod op sekswerk. Een mogelijkheid is dat slachtoffers die gedwongen worden om te werken meer klanten ontvangen, omdat er meer vraag bestaat naar hun ‘diensten’ doordat veel sekswerkers zijn

18

gestopt met fysieke werkzaamheden. Slachtoffers van wie de mensenhandelaren zich wel aan de maatregelen houden, en dus (tijdelijk) geen seks tegen betaling meer hebben als gevolg van het verbod op sekswerk, merken mogelijk ook een effect van de coronacrisis op hun situatie. Een meerderjarig slachtoffer geeft aan dat er door de coronacrisis minder geld binnenkomt, waardoor haar vriend, die haar dwingt tot seks tegen betaling, erg gefrustreerd en agressief is. Ten tweede blijkt uit de inhoudelijke analyse dat tijdens de coronacrisis ook nieuwe uitbuitingssituaties zijn ontstaan, wat overeenkomt met de resultaten van de kwantitatieve analyse. Twee slachtoffers vertellen op de chat dat hun uitbuitingssituaties zijn ontstaan doordat zij op zoek waren naar een baan. Een van deze slachtoffers vertelt op de chat dat het zoeken van een baan door de pandemie werd bemoeilijkt. Vervolgens bood iemand uit haar sociale omgeving haar onder valse voorwendselen een baan aan, wat er uiteindelijk op neer kwam dat zij seks moest hebben tegen betaling. Het andere slachtoffer verloor als gevolg van de coronacrisis juist haar werk. Iemand uit haar sociale omgeving stelde aan haar voor om sekswerk te gaan doen. Uiteindelijk werd het slachtoffer onder druk gezet met naaktbeelden, waardoor ze niet meer met het sekswerk kan stoppen.

Ten derde benoemen verschillende, met name minderjarige, slachtoffers dat door de omstandigheden hun familie en sociale omgeving niet door hebben dat zij in de problemen zitten. Slachtoffers geven aan dat zij bijna niemand zien, omdat onder andere school en studie vanuit huis plaatsvindt. Door de online lessen hebben slachtoffers weinig contact met hun mentor en docenten, waardoor docenten signalen van mensenhandel niet herkennen. Daarnaast is het makkelijker om online lessen over te slaan wanneer mensenhandelaren hun slachtoffers overdag dwingen om naar afspraken met klanten te gaan. Een van de slachtoffers, die wordt uitgebuit door een familielid, geeft in het chatgesprek aan dat school altijd een veilige plek voor haar is, maar dat zij hier pas vanaf 1 juni weer naar toe kan. Thuis is voor haar de meest onveilige plek, waar ze als gevolg van de lockdown nu het meest verblijft. Daarnaast ervaren slachtoffers van seksuele uitbuiting moeilijkheden met betrekking tot het zoeken van contact met professionele hulpverlening. Een van de slachtoffers geeft aan dat zij normaliter regelmatig in het ziekenhuis komt, maar als gevolg van corona is dit niet meer mogelijk. Hierdoor ziet zij weinig mogelijkheden tot disclosure. Een ander slachtoffer zocht op advies van de hulpverleners van de chat contact met de huisarts.

Een afspraak maken bij de huisarts verloopt echter moeizamer door corona. Dit komt doordat bij het maken van een afspraak meer specifiek werd gevraagd naar de reden voor het maken van de afspraak, zodat werd gewaarborgd dat alleen noodzakelijke afspraken op locatie plaatsvonden. Doordat het slachtoffer tijdens het telefoongesprek de reden van de afspraak moet toelichten, slaat ze dicht en slaagt ze niet in het maken van een afspraak. Tot slot geeft een van de slachtoffers aan dat de wachttijden voor geestelijke gezondheidszorg door de crisis lang zijn, waardoor ze hier niet terecht kan.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

Ten vijfde roept de situatie rondom corona verschillende vragen op bij slachtoffers van seksuele uitbuiting. Een slachtoffer komt op de chat met de zorg dat zij ondanks de maatregelen nog steeds gedwongen seks heeft en zich daardoor niet aan de maatregelen kan houden. Ze zegt bang te zijn dat ze daarom wordt opgepakt door de politie. Deze onzekerheid wordt door een ander slachtoffer gedeeld. Tot slot blijkt dat de maatregelen naar aanleiding van corona voor sommige slachtoffers juist ook versterkend kunnen werken. Zo benoemen twee slachtoffers dat zij corona gebruiken als excuus richting hun uitbuiter. Door te zeggen dat ze coronaklachten hebben, proberen de slachtoffers te voorkomen dat zij seks tegen betaling moeten hebben van hun uitbuiter.

Criminele uitbuiting Uit de analyse van de chatgesprekken blijkt dat drie uitbuitingssituaties met betrekking tot criminele uitbuiting zijn gestart tijdens de coronacrisis. Eén van deze drie slachtoffers werd ook seksueel uitgebuit. Over de uitbuitingssituaties van slachtoffers van criminele uitbuiting ontbreekt echter vaak kennis over de duur van de uitbuiting. In de chatgesprekken met slachtoffers die enkel crimineel worden uitgebuit, is daarnaast niet gesproken over corona of aanverwante onderwerpen. In twee chatgesprekken met slachtoffers die zowel seksueel als crimineel worden uitgebuit, komt de coronacrisis en de invloed daarvan op de uitbuiting wel ter sprake. Deze informatie heeft in deze gesprekken echter alleen betrekking op de seksuele uitbuiting. Over de invloed van de coronacrisis op de aard en omvang van criminele uitbuiting kan daarom weinig worden gezegd. Meer onderzoek naar de effecten van de coronacrisis op deze vorm van uitbuiting is dan ook van belang.

4.5 Resumé Ondanks dat de mogelijkheden tot het faciliteren van mensenhandel via de reguliere seksplatformen zijn verminderd, blijkt uit dit onderzoek dat de pandemie niet gepaard gaat met een substantiële daling in het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting dat in beeld komt van Chat met Fier. Uit dit onderzoek blijkt dat tijdens de coronacrisis in 2020 in de maanden maart tot en met december 193 slachtoffers in beeld kwamen van de chat die tijdens het eerste chatgesprek in een uitbuitingsituatie zaten. Dit aantal is precies gelijk aan het aantal slachtoffers dat in dezelfde periode in 2019 in beeld kwam van de chat. Dit laat zien dat, ondanks de adviezen van de overheid, de maatregelen en de kans op besmetting, seksuele uitbuiting van (minderjarige) personen in Nederland onverminderd is voortgezet. De kwantitatieve analyse laat bovendien zien dat tijdens

19

de coronacrisis in de periode van maart tot en met december ook nieuwe mensenhandelsituaties zijn ontstaan, wat laat zien dat ook het ronselen van slachtoffers niet is gestopt. Tot slot toont dit hoofdstuk ook aan dat de vraag naar – soms zeer jonge – slachtoffers van seksuele uitbuiting ook doorging ten tijde van corona. De inhoudelijke analyse van de chatgesprekken laat daarnaast verschillende wijzen zien waarop de uitbuitingssituaties worden beïnvloed door de pandemie, welke sterk overeenkomen met de literatuur. Een eerste bevinding is dat, zoals ook de cijfers hebben laten zien, slachtoffers nog steeds klanten moeten ontvangen van hun uitbuiter. Ten tweede laat ook de inhoudelijke analyse zien dat tijdens de lockdown nieuwe uitbuitingsituaties zijn ontstaan. Twee slachtoffers geven aan dat het ontstaan van hun uitbuitingssituatie voortkwam uit het zoeken naar een (bij)baan tijdens de coronacrisis. Ten derde geven verschillende slachtoffers aan dat hun sociale omgeving weinig merkt van hun slachtofferschap, omdat veel activiteiten door de contactbeperkende maatregelen online plaatsvinden en men als gevolg daarvan signalen van mensenhandel sneller over het hoofd ziet. Hetzelfde geldt voor de professionele hulpverlening die verder op afstand is komen te staan.

Slachtoffers ervaren moeilijkheden in het zoeken van contact met de medische en sociale hulpverlening welke als gevolg van de coronacrisis onder grote druk staan. Tot slot creëert de coronacrisis zorgen bij slachtoffers, omdat zij zich door de uitbuiting niet aan de coronamaatregelen kunnen houden. Anderzijds kunnen de coronacrisis en de maatregelen ook een versterkend effect hebben voor de slachtoffers. Zo geven enkele slachtoffers aan dat zij verzonnen coronaklachten gebruiken om te voorkomen dat zij gedwongen seks moeten hebben. Zoals reeds benoemd, blijkt uit zowel het rapport ‘Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel in 2019’ als onderhavig onderzoek dat de meeste slachtoffers van seksuele uitbuiting pas na één of twee jaar na de start van hun uitbuitingssituatie voor het eerst in gesprek gaan met een hulpvelener via Chat met Fier. Dit suggereert dat mogelijkerwijs over één of twee jaar de invloed van de pandemie op seksuele uitbuiting duidelijker waarneembaar wordt in het aantal chatgesprekken inzake seksuele uitbuiting alsook de inhoud van deze gesprekken. Het is daarom belangrijk om het effect van de coronacrisis in de komende jaren te blijven monitoren.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

20

5. CONCLUSIE In 2019 werden 54 minderjarige Nederlandse slachtoffers van seksuele uitbuiting gemeld bij CoMensha. Dit is slechts 4,1 procent van de naar schatting 1.320 minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting in Nederland per jaar.87 De afgelopen jaren is het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting dat wordt geregistreerd, in verhouding tot het aantal geschatte slachtoffers, zorgwekkend laag en door de coronacrisis dreigt dit aantal verder af te nemen. Zo stelde CoMensha in mei 2020 dat er sprake was van een aanzienlijke afname in het aantal officiële meldingen van mensenhandel per week.88

periode in 2019 in beeld kwam van de chat. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek worden gezegd dat tijdens de coronacrisis 28 nieuwe uitbuitingssituaties zijn ontstaan. Dit zijn er zeven minder dan de 35 ‘nieuwe’ slachtoffers die in dezelfde periode in 2019 in beeld van de chat kwamen. Twee van deze 28 slachtoffers geven aan dat hun slachtofferschap is ontstaan uit een zoektocht naar een (bij)baan. Deze bevinding is in lijn met de economische spanningen die door onder meer Greenbaum et al. worden beschreven als risicofactor voor slachtofferschap van mensenhandel tijdens de coronacrisis.90

Dit onderzoek laat helaas zien dat de coronacrisis geen rem heeft gezet op seksuele uitbuiting in Nederland. Uit deze studie blijkt dat op Chat met Fier beduidend meer slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld komen dan in de officiële registraties. In 2020 kwamen 283 unieke bezoekers, waaronder 250 directe slachtoffers van mensenhandel, op de chatapplicatie met een hulpvraag gerelateerd aan een vorm van mensenhandel. 227 hiervan waren slachtoffer van seksuele uitbuiting, waarvan 129 de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt.89 Dit betekent dat in 2020 9,8% van de 1.320 geschatte minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld kwam van de chat.

Hoewel 28 nieuwe uitbuitingssituaties een relatief klein aantal is, dient dit te worden beschouwd als ondergrens,91 omdat niet op basis van ieder chatgesprek de start van een uitbuitingssituatie kan worden gespecifieerd. Tevens dient het aantal te worden gezien in de bredere context van de slachtoffers die in beeld komen van Chat met Fier. Hieruit blijkt namelijk dat veel slachtoffers van seksuele uitbuiting pas na één of twee jaar na de start van hun uitbuitingssituatie voor het eerst een chatgesprek met een hulpverlener voeren. Dit betekent dat mogelijk over één of twee jaar de invloed van de coronacrisis op seksuele uitbuiting verder zichtbaar wordt in het aantal chatgesprekken inzake seksuele uitbuiting. Het is daarom belangrijk om het effect van de coronacrisis ook in de komende jaren te blijven monitoren.

Uit het onderzoek blijkt dat meer dan 40% van de slachtoffers in beeld van de chat al langer dan twee jaar wordt of is uitgebuit. Bijna twee derde van de slachtoffers vertelt op de chat voor de eerste keer over hun situatie. Een meerderheid van de slachtoffers van seksuele uitbuiting die op de chat komt is bovendien minderjarig; de groep slachtoffers die in de officiële registraties juist steeds verder uit beeld raakt. Chat met Fier slaagt er aldus in om een deel van de groep onzichtbare slachtoffers van mensenhandel in Nederland in beeld te brengen en te ondersteunen. In de analyse van de chatgesprekken vallen daarnaast de volgende andere thema’s op. Seksuele uitbuiting zet tijdens de coronacrisis onverminderd door Dit onderzoek toont aan dat, ondanks de adviezen en maatregelen met betrekking tot het verminderen van fysiek contact en het verbod op fysiek sekswerk in een deel van 2020, mensenhandelaren onverminderd zijn doorgegaan met het seksueel uitbuiten van personen. Het aantal personen dat tussen 1 maart en 31 december 2020 op de chat verscheen terwijl zij op dat moment in een uitbuitingssituatie zaten, verschilt niet van het aantal slachtoffers dat in dezelfde

Zoals reeds benoemd leidt de coronacrisis er mogelijk toe dat slachtoffers van mensenhandel verder uit beeld raken. Allereerst worden door het digitale onderwijs en verminderd contact met familie en sociale omgeving signalen van mensenhandel minder snel herkend. Dit blijkt zowel uit de literatuurverkenning als de analyse van de chatgesprekken met slachtoffers van seksuele uitbuiting. Bovendien is het voor slachtoffers van mensenhandel moeilijker om professionele hulp te krijgen, wat zowel geldt voor onopgemerkte als reeds geidentificeerde slachtoffers. Zo komt uit de analyse van de chatgesprekken naar voren dat het door de coronacrisis meer inspanning vereist om bijvoorbeeld een afspraak te maken bij de huisarts. De drempel om te vragen om hulp is hierdoor hoger, waardoor slachtoffers die vanwege schaamte of angst deze inspanning niet kunnen verrichten, sneller onopgemerkt blijven. Daarnaast staat de hulpverlening ook bij geïdentificeerde slachtoffers van mensenhandel verder op afstand, omdat als gevolg van de coronacrisis de druk op de geestelijke gezondheidszorg verder is toegenomen. Zo ervaarden hulpverleners een hogere werkdruk en konden zij slechts gedeeltelijk de zorg bieden

87

Nationaal Rapporteur, 2017a.

88

Zie: https://www.comensha.nl/actualiteiten/item/corona-en-mensenhandel/.

89

Bij drie personen is het bovendien op basis van de leeftijd en de duur van de uitbuitingssituatie te

90

Greenbaum et al., 2020; Ramaswamy & Seshardi, 2020; Todres & Diaz, 2020.

achterhalen dat zij ten tijde van de aanvang van de uitbuitingssituatie ook minderjarig waren.

91

Dit geldt uiteraard ook voor de 35 nieuwe uitbuitingssituaties die in 2019 in beeld van de chat kwamen.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

die de cliënten nodig hadden.92 In april 2021 stelde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat vanwege de coronamaatregelen, en daarmee gepaarde druk op de zorg, de wachttijden tot soms wel een jaar kunnen oplopen voor kinderen die hulp nodig hebben en dat dit situatie op dit moment ‘onhoudbaar’ is.93 De rol van de klant ten tijde van corona dient ook te worden benoemd. Hoewel er vanwege het coronavirus gedurende een langere periode een verbod bestond op het aanbieden en kopen van seks, en Nederlandse burgers streng werden geadviseerd om anderhalve meter afstand van elkaar te houden, lijkt het erop dat de vraag naar betaalde seks niet is afgenomen. Dit geldt ook voor de vraag naar – soms zeer jonge – slachtoffers van mensenhandel die seksueel zijn uitgebuit binnen de prostitutie. Onderzoek van het CKM laat zien dat minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting vaak met tientallen klanten seks moeten hebben tijdens hun uitbuitingsperiode.94 Tegelijkertijd worden er vrijwel geen klanten voor dit delict veroordeeld en is de pakkans minimaal.95 Het CKM voert op dit moment onderzoek uit naar de achtergrond en modus operandi van klanten die seks kopen van minderjarigen en naar de strafrechtelijke aanpak van dit fenomeen met het doel de aanpak van klanten te versterken. Het rapport wordt eind 2021 gepubliceerd.

Voorgaande inzichten tonen het belang van proactief handelen door zowel opsporings- als hulpverleningsinstanties ten aanzien van mensenhandel. Door de sociale isolatie waarin meer mensen als gevolg van de coronacrisis verkeren en de hulpverlening die hierdoor op afstand is komen te staan, onstaat het risico dat slachtoffers van mensenhandel verder uit beeld raken en geldt meer dan ooit dat proactief dient te worden opgetreden. Dit toont andermaal het belang aan van proactieve outreach van hulpverlening en proactieve opsporingsmethoden door de politie en het Openbaar Ministerie. Dit zijn de methoden om slachtoffers te bereiken en te beschermen en daders van mensenhandel op te sporen en te stoppen. Grote groep jongeren praat op de chat voor het eerst over slachtofferschap mensenhandel Dit onderzoek laat zien dat de anonieme hulpverleningstool een veilige omgeving biedt waarbinnen met name jongeren en jongvolwassenen de eerste stap durven zetten om over hun slachtofferschap te praten. In 65% van het aantal chatgesprekken met slachtoffers die op het moment van contact in een uitbuitingssituatie zitten, wordt duidelijk dat een slachtoffer voor de allereerste keer praat over zijn of haar ervaring. Het aantal slachtoffers dat op de chat voor de

eerste keer praat over de uitbuitingssituatie is naar alle waarschijnlijkheid dus een onderschatting. Bekend is bovendien dat veel slachtoffers al in een langdurige en structurele uitbuitingsituatie zitten alvorens zij voor het eerst op de chat komen en praten over hun slachtofferschap. Een deel van de slachtoffers (n=16) die op het moment van contact in een uitbuitingssituatie zit, geeft aan dat zij voorafgaand aan het chatgesprek al eens contact hebben gehad met een ‘traditionele’ hulpverlener, zoals een huisarts, een psycholoog of een hulpverlener over hun situatie. Dit roept de vraag op waarom deze slachtoffers ten tijde van het contact op de chat nog steeds in een uitbuitingssituatie verkeren. Uit deze chatgesprekken ontstaat het beeld dat het voor slachtoffers van mensenhandel lastig kan zijn om passende hulpverlening te vinden, onder meer gezien de complexiteit van het delict mensenhandel. Slachtofferschap van mensenhandel kan trauma’s en andere psychische problemen veroorzaken, welke bij sommige slachtoffers opstapelen bij de problemen die zij voorafgaand aan hun slachtofferschap van mensenhandel al hadden. Zo blijkt uit een onderzoek van Tilburg University en CoMensha dat er bij veel slachtoffers van mensenhandel sprake is van multiproblematiek.96 Naast de behoefte aan passende hulpverlening speelt de veiligheid van slachtoffers een rol.

Wanneer slachtoffers niet meer seksueel worden uitgebuit, betekent dit namelijk niet altijd dat zij ook veilig zijn. Daders van mensenhandel kunnen hun slachtoffers na de uitbuitingssituatie blijven bedreigen en onder druk zetten.97 De angst voor deze dreigementen kan slachtoffers van seksuele uitbuiting weerhouden van het doen van aangifte of het zoeken van hulp. Tot slot valt op dat de reactie van de sociale omgeving ook een belangrijke factor is bij het naar buiten treden over de uitbuitingssituatie. Eerder onderzoek naar first disclosure van minderjarigen die seksueel geweld hebben meegemaakt, laat zien dat slachtoffers dit vaak als eerste tegen een leeftijdsgenootje of familie vertellen en dat hun reactie daarin erg belangrijk is.98 Wanneer iemand afwijzend of beschuldigend richting het slachtoffer reageert, kan dit er voor zorgen dat iemand geen verdere hulp meer zoekt. Ook uit onderhavig onderzoek blijkt dat negentien slachtoffers gave aan dat zij reeds iemand uit de sociale omgeving hadden verteld over de situatie waarin zij zich bevonden, maar dat de reactie van een ouder, vriendin of partner niet altijd ondersteunend is. Veelal krijgen slachtoffers te maken met victim blaming. Uit de inhoud van deze chatgesprekken ontstaat het beeld dat slachtoffers van mensenhandel vaak een gecompliceerde thuissituatie hebben en een lastige relatie met hun ouders of voogd.

In sommige van deze chatgesprekken komt naar voren dat een ouder de schuld voor de uitbuitingssituatie bij het slachtoffer, diens kind, neerlegt en geen hulp biedt. Recent onderzoek van Fier naar de ervaringen van ouders van wie een kind slachtoffer is van

92

Zie: https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/merkbare-impact-coronacrisis-op-werk-en-wel-

93

Zie: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2375543-inspectie-situatie-in-jeugdpsychiatrie-onhoudbaar.

94

CKM, 2021b.

95

Antwoorden van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op schriftelijke vragen van het lid Kuik

96

Bollen et al., 2018.

(CDA) over het bericht ‘Geen 4 maanden, maar één dag cel en taakstraf voor man (46) die betaalde seks

97

Farrell, Owens & McDevitt, 2014; Matos, Goncalves & Maia, 2018; CKM 2018; CKM 2021b.

met 16-jarig meisje had’ op 11 december 2020.

98

Nationaal rapporteur, 2019b, p. 57.

zijn-psychische-hulpverleners.

21

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

22

seksuele uitbuiting laat tevens zien dat zij zich vaak onbegrepen voelen en daardoor in een negatieve spiraal belanden.99 Tegelijkertijd wordt in het rapport geconstateerd dat zij juist een zeer

en hun betrokkenheid bij mensenhandel, dat dit vaak gaat om vrouwelijke daders die zelf ooit, al dan niet gedwongen, in de prostitutie hebben gewerkt.103 Bovendien heeft 95% van de vrouwe-

belangrijke rol kunnen spelen bij het uit in veiligheid brengen van hun kind. In het onderzoek wordt dan ook opgeroepen om ouders van wie een kind wordt uitgebuit beter te ondersteunen.

lijke daders van seksuele uitbuiting het delict in samenwerking met anderen gepleegd, waarbij ongeveer 75% van de mededaders man was en tevens vaak de partner van de vrouwelijke dader. Uit bovenstaande literatuur blijkt met name het beeld van de vrouwelijke dader als ondersteunende schakel binnen een mensenhandelnetwerk. Er is weinig bekend over de vrouwen die zich, zonder hulp van een mededader, zoals de moeders van verschillende slachtoffers op de chat, schuldig maken aan seksuele uitbuiting. Wijkman, Bijleveld en Hoving deden onderzoek naar vrouwelijke zedendelinquenten.104 Zij beschrijven verschillende typen vrouwelijke zedendelinquenten, waarbij het vierde type ‘de passieve moeder’, het meest overeenkomt met de moeders van de slachtoffers die in beeld komen van de chat. Dit type vrouwelijke zedendader kijkt toe bij het misbruiken van het kind of verschaft de gelegenheid tot het misbruik, waarbij de slachtoffers veelal hun eigen kinderen of stiefkinderen zijn.

Vader of moeder relatief vaak pleger In 14.5% (n=28) van de gevallen betreft de dader van seksuele uitbuiting één of beide ouders van het slachtoffer. Dit is meer dan in 2019, waarin slechts 6.8% (n=16) van de plegers van seksuele uitbuiting één of beide ouders betrof. Het is onbekend wat de achtergrond van deze toename is. Opvallend is dat, wanneer het gaat om één van de ouders als pleger, het bijna even vaak de vader als de moeder van een slachtoffer is. Ook komt het een aantal keer voor dat naast één ouder, een nieuwe partner daarvan, anders dan de biologische ouder, betrokken is bij de uitbuiting van het slachtoffer. De chatgespekken laten zien dat het bij uitbuitingssituaties waarbij ouders als pleger betrokken zijn vaak gaat om langdurige uitbuitingsituaties, veelal langer dan 2 jaar, waarbij in vier gevallen een zusje (n=3) of broertje (n=1) ook slachtoffer is. In Nederland is er voor zover bekend nog geen onderzoek verricht naar de rol van ouders bij het plegen van mensenhandel ten aanzien van hun kind. Onderzoek van Reid et al. naar daders van mensenhandel in de Verenigde Staten laat echter zien dat een derde van de slachtoffers in hun steekproef werd uitgebuit door een familielid, waarbij dit in de meeste gevallen om de moeder ging.

Financieel gewin en het onderhouden van een drugsverslaving werden daarbij als drijfveer genoemd.100 De resultaten uit onderhavig onderzoek laten zien dat ouders in een aanzienlijk deel van de uitbuitingszaken in Nederland ook pleger zijn en dat de ‘Zeeuwse zedenzaak’,101 een rechtszaak waarin een man zijn stiefdochters seksueel heeft misbruikt en een van hen tevens heeft uitgebuit, niet op zichzelf staat. In de Zeeuwse zedenzaak is de moeder tevens medeverdachte van het misbruik en de uitbuiting van haar dochters. Op de chat komen meer slachtoffers die aangeven in een soortgelijke situatie te zitten. Naast de bovengenoemde situatie zijn er ook uitbuitingssituaties waarbij de moeder van het slachtoffer als enige pleger wordt genoemd. Deze groepen vrouwelijke daders van mensenhandel lijken niet terug te komen in officiële mensenhandelcijfers. In Nederland zijn verschillende onderzoeken verricht naar daders van mensenhandel, maar weinig is bekend over vrouwelijke daders. Hoewel uit de laatste dadermonitor van Nationaal Rapporteur Mensenhandel weliswaar blijkt dat een op de zes daders van seksuele of criminele uitbuiting een vrouw is,102 wijst onderzoek van Wijkman en Kleemans naar de rol van vrouwen

Sociale media speelt een grote rol bij eerste contact dader en slachtoffer In meer dan de helft van de 66 chatgesprekken waarin duidelijk wordt hoe een dader en slachtoffer elkaar hebben ontmoet, geeft een slachtoffer aan dat hij of zij de dader online heeft leren kennen. Hierbij geldt eveneens dat hulpverleners van de chat hier niet standaard naar hebben gevraagd. De sociale media Instagram en Snapchat worden door de slachtoffers het vaakst genoemd als online ontmoetingsplekken. Daarnaast benoemen slachtoffers de datingapp Tinder, Facebook, Telegram, en de jongerenapp Yubo. Internet en social media lijken met name onder jonge slachtoffers een rol te spelen bij het eerste contact tussen dader en slachtoffer. Dit beeld komt overeen met het onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dat eerder dit jaar is gepubliceerd.105 Het NFI signaleerde een toenemende rol van sociale media bij zedenzaken met jeugdigen, waarbij Snapchat en Instagram eveneens als meest voorkomende ontmoetingsplaatsen werden genoemd. Ook uit Amerikaans onderzoek blijkt dat grooming steeds vaker de manier is waarop mensenhandelaren potentiële slachtoffers benaderen.106 De analyse van de chatgesprekken laat daarnaast zien dat internet en sociale media in verschillende fasen van de uitbuiting een rol kunnen spelen.

Slachtoffers worden online geworven, op online seksadvertentieplatformen aangeboden, met digitale naaktbeelden gechanteerd en gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen. Enkele slachtoffers geven op de chat bo103 Wijkman & Kleemans, 2019. 104 Geen van de vrouwelijke zedendelinquenten onderzocht in het onderzoek van Wijkman, Bijleveld en

99

Fier, 2021.

100 Reid, Huard & Haskell, 2015. 101 Zie: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Zeeland-West-Brabant/Nieuws/Paginas/uitspraak-zeeuwse-zedenzaak.aspx. 102 Nationaal Rapporteur, 2021.

Hoving (2008) is echter veroordeeld voor mensenhandel, omdat dit delict niet onder ‘Misdrijven tegen de zeden’ in het wetboek van Stafrecht valt. 105 Zie: https://www.forensischinstituut.nl/actueel/nieuws/2021/01/20/nfi-steeds-meer-misbruikzaken-met-pubers-beginnen-bij-sociale-media. 106 Thorn, 2018.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

vendien aan digitaal in de gaten te worden gehouden door hun uitbuiter, door bijvoorbeeld het tracken van de locatie van hun mobiele telefoon. Daarnaast beschrijven enkele slachtoffers dat zij eveneens online worden uitgebuit in de webcamseksindustrie. De grote rol van technologie en het internet in de verschillende fasen van het uitbuitingsproces blijkt ook uit het rapport van het CKM naar daders van seksuele uitbuiting dat eerder dit jaar is gepubliceerd.107 Het internet speelt derhalve een grote rol in de verschillende fasen van de uitbuiting. Tegelijkertijd laten de chatgesprekken zien dat seksuele uitbuiting zelf nog altijd vrijwel geheel fysiek plaatsvindt. Zo moeten nagenoeg alle slachtoffers die in beeld komen van de chat fysieke seksuele handelingen verrichten en wordt geweld, met name fysiek geweld, door de slachtoffers het vaakst genoemd als dwangmiddel. Dit betekent dat naast extra inzet in digitale wereld,108 ook blijvende aandacht moet zijn voor de aanpak van mensenhandel in de analoge wereld. Meer slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld In 2020 kwamen 23 slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld van de chat. Dit is een forse stijging ten opzichte van 2019, waarin slechts zeven slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld kwamen. In 22 chatgesprekken werd duidelijk tot welke criminele feiten de slachtoffers worden gedwongen.

In bijna alle gevallen gaat het om het vervoeren en verhandelen van drugs. Twaalf van de slachtoffers worden naast crimineel ook seksueel uitgebuit, waarbij in elf chatgesprekken sprake is van een combinatie van seksuele uitbuiting en gedwongen drugsgerelateerde criminele feiten. Ondanks de toename van slachtoffers van criminele uitbuiting dat in beeld komt van de chat zijn er aanwijzingen dat dit aantal slechts het topje van de ijsberg betreft. In het Verenigd Koninkrijk werden in 2020 meer dan tienduizend vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel geregistreerd, waarvan het in meer dan de helft slachtoffers van criminele uitbuiting betrof.109 Daarmee werden in 2020 meer slachtoffers van criminele uitbuiting gesignaleerd dan slachtoffers van seksuele uitbuiting. Het grootste deel van deze meldingen is gerelateerd aan ‘county lines’. Deze term verwijst naar de drugsnetwerken die in grote steden veelal minderjarige jongens dwingen tot het vervoeren en verhandelen van drugs om het bereik van het netwerk uit te breiden naar kleinere steden. De Britse Children’s Commissioner beschrijft dat het bij slachtofferschap van criminele uitbuiting voornamelijk gaat om jongeren die kwetsbaar zijn wegens een

107 CKM, 2021b. 108 De Nationaal Rapporteur pleit daarom voor een verbeterd inzicht in en de bewustwording over techno-

verstandelijke beperking (lvb), ervaringen met (seksueel) geweld of een onstabiele thuissituatie.110 Ook in Nederland komen langzamerhand meer slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld, zoals blijkt uit de toename van slachtoffers op de chat. Deze slachtoffers blijven in de officiële registraties echter nog steeds onzichtbaar. De Nationaal Rapporteur beschrijft in de slachtoffermonitor over de periode 2015-2019 weliswaar een toename van 35 meldingen van criminele uitbuiting in 2018 naar 195 meldingen in 2019.111 Dit aantal bestaat echter voor 85% uit Afrikaanse slachtoffers die aangeven onderweg naar Nederland te zijn uitgebuit en heeft derhalve geen betrekking op Nederlandse slachtoffers. De Nationaal Rapporteur constateert dan ook dat Nederlandse slachtoffers van criminele uitbuiting buiten zicht blijven. Een ogenschijnlijk klein deel van deze groep Nederlandse slachtoffers komt wel in beeld van de chat. De cijfers in het Verenigd Koninkrijk en eerder onderzoek in Nederland waaruit blijkt dat ruim de helft van de Nederlandse middelbare scholen en mbo-instellingen zich zorgen maakt over criminele uitbuiting op hun school112 tonen het belang van meer onderzoek naar deze vorm van uitbuiting zodat de aard en omvang van deze problematiek in kaart wordt gebracht en slachtoffers passende hulp kunnen ontvangen.

Daarom voert het CKM momenteel twee onderzoeken uit naar de aard en omvang van criminele uitbuiting in Nederland. De resultaten van deze onderzoeken worden in de tweede helft van 2021 verwacht. Tot slot voert het CKM, in opdracht van het RIEC Noord-Holland op dit moment een haalbaarheidsonderzoek uit naar de mogelijkheid tot een online hulpplatform waar slachtoffers van criminele uitbuiting anoniem kunnen chatten met een opgeleide hulpverlener met het doel hen uit de anonimiteit te halen en te ondersteunen bij het verlaten van de situatie. Dit rapport wordt naar verwachting aan het eind van de zomer gepubliceerd. Meerdere plegers en slachtoffers wijzen op mogelijk beter grotere netwerken In een vijfde deel van de chatgesprekken met betrekking tot seksuele uitbuiting (20.1%, n=52) geeft de bezoeker op de chat aan dat er sprake is van meerdere plegers die bij de uitbuiting betrokken zijn. In tien van deze uitbuitingssituaties wordt duidelijk dat de plegers meer dan één slachtoffer uitbuiten. Wanneer wordt gekeken naar de chatgesprekken met bezoekers die een hulpvraag hadden inzake criminele uitbuiting, wordt in acht van de 23 chatgesprekken duidelijk dat meerdere plegers een rol spelen bij de uitbuitingsituatie. In twee van deze gevallen is eveneens sprake van meer dan één slachtoffer.

In totaal wordt dus in twaalf chatgesprekken aangegeven dat er zowel meerdere plegers als meerdere slachtoffers betrokken zijn bij de uitbuitingssituatie. Dit aantal dient te worden beschouwd als een minimum, omdat de hulpverleners van de chat niet expliciet naar deze informatie vragen. De zojuist genoemde aantallen wijzen mogelijk op het bestaan van criminele netwerken die

logische ontwikkelingen die een rol spelen bij binnenlandse seksuele uitbuiting (Nationaal Rapporteur 2021, aanbeveling 3). 109 Zie: https://www.gov.uk/government/statistics/modern-slavery-national-referral-mecha-

23

110 Children’s Commissionair, 2019.

nism-and-duty-to-notify-statistics-uk-end-of-year-summary-2020/modern-slavery-national-refer-

111

ral-mechanism-and-duty-to-notify-statistics-uk-end-of-year-summary-2020.

112 CKM, 2020a.

Nationaal Rapporteur, 2020.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

georganiseerder en op grotere schaal samenwerken. Uit de Dadermonitor mensenhandel 20152019 blijkt juist dat tussen 2017 en 2019 een sterke daling heeft plaatsgevonden in het aantal geregistreerde betrokken personen, zoals daders, slachtoffers en getuigen, in opsporingsonderzoeken.113 Eén van de mogelijke verklaringen die de Nationaal Rapporteur aandraagt voor de daling in geregistreerde betrokken personen is de mogelijkheid dat de uitbuitingsituaties die in

113 Nationaal Rapporteur, 2021, p. 118.

24

beeld komen en worden onderzocht kleinschaliger zijn dan voorheen, waarbij wordt benoemd dat een aantal Afdelingen Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie zich hierin herkennen.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

25

6. AANBEVELINGEN Mensenhandel is een forse inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers en heeft niet alleen ontwrichtende gevolgen voor het slachtoffer en zijn of haar omgeving, maar voor de Nederlandse samenleving als geheel. Onderzoek toont aan dat een aanzienlijk deel van de slachtoffers van mensenhandel zowel op korte als lange termijn ernstige gezondheidsschade ervaart.114 In Nederland zijn jaarlijks ongeveer 6.250 (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel, waarvan ruim 1.300 minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting. Het overgrote deel van hen blijft echter onopgemerkt. Met alle gevolgen van dien. Dit is onacceptabel. De bevindingen uit dit onderzoek resulteren in drie aanbevelingen.

1. Neem mensenhandel op in het regeerakkoord De coronapandemie heeft grote delen van de Nederlandse samenleving tot stilstand gebracht. Uit dit onderzoek blijkt dat dit helaas niet geldt voor mensenhandel. In 2020 kwamen 283 unieke bezoekers op Chat met Fier, waarvan 250 zelf aangeven slachtoffer te zijn. Dit zijn nagenoeg evenveel slachtoffers als in 2019. Het aantal slachtoffers dat in beeld komt tijdens de coronacrisis en op het moment van het eerste chatgesprek in een uitbuitingssituatie zit, is gelijk aan het aantal slachtoffers dat in diezelfde periode in het jaar 2019 in beeld kwam van de chat en nog in een uitbuitingssituatie zat. Bijna 60% van de slachtoffers die op de chat komt is minderjarig, en ongeveer een vijfde van hen is zelfs vijftien jaar of jonger. Het onderzoek laat zien dat mensenhandelaren zich niet hebben laten remmen door de lockdown. Tegelijkertijd mag ook de rol van de klant niet onbenoemd blijven. Hoewel er vanwege het coronavirus gedurende een langere periode een verbod bestond op het aanbieden en kopen van seks, lijkt het erop dat de vraag naar betaalde seks heeft doorgezet. Dit geldt helaas ook voor de vraag naar – soms zeer jonge – meisjes en jongens.

In dit onderzoek is daarnaast ook een literatuuronderzoek uitgevoerd om na te gaan of en in hoeverre de maatregelen naar aanleiding van het coronavirus de risicofactoren voor het ontstaan van nieuwe uitbuitingssituaties hebben vergroot. Hetgeen blijkt is dat personen die zich reeds in een kwetsbare sociaaleconomische positie bevonden, een verhoogd risico lopen om in een nog brozere situatie terecht te komen, bijvoorbeeld vanwege het verlies van inkomen. Ook zijn er aanwijzingen dat de pandemie voor een toename heeft gezorgd in huiselijk geweld en kindermishandeling, hetgeen de kwetsbaarheid kan vergroten op (toekomstig) slachtofferschap van uitbuiting. Bovendien kwam de grootste groep – met name jonge - mensen vanwege de coronamaatregelen thuis te zitten en brachten zij steeds meer tijd door op internet. Verschil-

lende internationale organisaties geven aan dat dit heeft geleid tot een forse toename van het aantal slachtoffers van online seksuele uitbuiting en sextortion.115 Naast dat het coronavirus de risicofactoren heeft vergroot voor het ontstaan van nieuwe mensenhandelsituaties, heeft de lockdown er ook aan bijgedragen dat slachtoffers minder en/of moeilijker gedetecteerd werden. Als gevolg van de maatregelen kwamen signalerende professionals immers steeds meer op afstand te staan. Dit gold zowel voor de professionals met een taakstelling op mensenhandel, zoals bijvoorbeeld de politie, als voor professionals die vanwege de aard van hun werk mogelijk met slachtoffers of daders in contact komen, zoals bijvoorbeeld leerkrachten, huisartsen en zorgprofessionals. Voor slachtoffers betekende de grotere afstand ook dat de drempel om een melding te maken hoger werd. Tot slot zijn vanwege de maatregelen naar aanleiding van het coronavirus de wachtlijsten binnen de jeugdzorg tot soms wel een jaar opgelopen, hetgeen volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tot een ‘onhoudbare’ situatie heeft geleid.116 In hoeverre de wachttijden voor slachtoffers van mensenhandel zijn opgelopen, is op dit moment niet bekend. In de afgelopen jaren is mensenhandel steviger op de politieke agenda gekomen en heeft het zelfs een plek gekregen in het regeerakkoord van het Kabinet-Rutte III.

Deze politieke aandacht heeft onder meer geresulteerd in het kabinetsbrede actieprogramma Samen tegen Mensenhandel, waarin diverse maatregelen zijn opgenomen om de aanpak van mensenhandel te versterken. De aanpak van mensenhandel heeft daarmee een impuls gekregen in de afgelopen jaren. Tegelijkertijd kan niet anders dan geconstateerd worden dat er nog diverse grote uitdagingen in de aanpak van mensenhandel liggen, te weten: • • • • •

Het vergroten van het zicht op de grote groep minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting nu deze groep vrijwel volledig uit beeld verdwenen is; Het op orde brengen van de capaciteit en expertise bij de AVIM’s; Het vergroten van de bewustwording en vormgeven van de aanpak van criminele uitbuiting; Het aanpakken van de vraagzijde van betaalde seks met een minderjarige; Het betrekken van internetbedrijven en sociale mediaplatforms bij het voorkomen dat slachtoffers worden geronseld, gedwongen en uitgebuit.

115 Volgens het National Center for Missing and Exploited Children in de Verenigde Staten nam het aantal meldingen over online uitbuiting tussen maart en april 2020 mede om deze redenen dan ook toe van 2 miljoen naar 4.2 miljoen meldingen.

114 Zie daarover bijvoorbeeld Ottisova et al. 2016; Oram et al. 2015; Hoissain et al. 2010.

116 Zie: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2375543-inspectie-situatie-in-jeugdpsychiatrie-onhoudbaar.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

Dit zijn eenvoudige noch nieuwe uitdagingen. Het zijn bovendien uitdagingen die niet alleen aandacht vergen, maar vooral ook volharding, daadkracht en middelen. De lange-termijn-gevolgen van de coronacrisis zijn op dit moment ongewis, maar dat deze lang zullen nagalmen in alle facetten van de maatschappij lijkt een zekerheid, ook op het terrein van mensenhandel. In de komende jaren zal een groot deel van de overheidsinspanningen in het teken staan van het oplossen van deze crisis, en dit is begrijpelijk en nodig. Tegelijkertijd is de aanpak van mensenhandel broos en heeft het verleden aangetoond dat deze vaak ten koste is gegaan aan het oplossen van andere crises, zoals bijvoorbeeld de migratiecrisis117 en de aanpak van terrorisme.118 Met ruim 1.300 minderjarigen die jaarlijks seksueel worden uitgebuit en vrijwel geheel onzichtbaar zijn geworden in combinatie met het leed dat daarmee gepaard gaat, is het echter noodzakelijk dat de aanpak van mensenhandel ook na de coronacrisis onverkort prioriteit heeft. Aanbeveling 1. De formerende partijen worden aanbevolen om de bestrijding van mensenhandel expliciet op te nemen in het regeerakkoord en zich in het post-coronatijdperk onverminderd in te spannen voor de aanhoudende uitdagingen ten aanzien van de aanpak mensenhandel.

2. Rol van ouders bij mensenhandel blinde vlek Het hebben van een sterk, gezond en ondersteunend sociaal netwerk is een van de belangrijkste beschermende factoren tegen mensenhandel en de rol van ouders kan daarin moeilijk worden overschat.119 Het merendeel van de Nederlandse kinderen groeit op in een veilige thuisomgeving waarop zij kunnen terugvallen. Uit dit onderzoek blijkt helaas dat dit niet voor iedereen geldt en dat veel van de slachtoffers die op de chat komen zich in een moeilijke thuissituatie bevinden en met hun problematiek niet bij hun ouders terecht kunnen. Bovendien komt in dit rapport naar voren dat – wanneer slachtoffers hun ouders wel vertellen over hetgeen hen overkomen is - zij niet altijd de ondersteuning krijgen die belangrijk is om uit de situatie te komen. In sommige gevallen krijgen zij zelfs te maken met een verwijtende of beschuldigende reactie hetgeen de uitbuitingssituatie juist in stand kan houden, omdat het de drempels om elders hulp te zoeken verhoogd. Er ligt derhalve een belangrijke uitdaging bij het vergroten van het bewustzijn over mensenhandel, alsmede bij het ondersteunen van ouders van wie een kind wordt uitgebuit.

26

Uit Hoofdstuk drie van dit rapport blijkt evenwel dat in sommige gevallen de uitbuitingssituatie zelfs direct door de ouders wordt veroorzaakt. Uit de analyse van de chatgesprekken blijkt dat in één op de zeven gevallen één of beide ouders van het slachtoffer direct betrokken is bij de uitbuiting van hun eigen (stief)kind. Daarbij bevindt een groot deel van deze slachtoffers zich op het moment van contact met de chat in een acuut onveilige situatie, waarbij bijna de helft van de slachtoffers over wie dit bekend is al langer dan twee jaar wordt uitgebuit. In minimaal vier van de 28 gevallen geeft het slachtoffer bovendien aan dat een broertje (n=1) of zusje (n=3) ook wordt uitgebuit. In 2020 is de Nederlandse samenleving opgeschrikt door de Zeeuwse Zedenzaak, waarin een moeder en stiefvader zijn veroordeeld voor het jarenlang seksueel uitbuiten van hun (stief)dochter.120 Uitbuitingssituaties waarin ouders zijn betrokken als plegers zijn mogelijk nog moeilijker te detecteren dan zaken met andere typen plegers, zoals ook blijkt uit de lange uitbuitingsduur in de Zeeuwse Zedenzaak. De signalerende rol die ouders kunnen spelen bij het opvangen van vermoedens van mensenhandel bij hun kind is immers afwezig. Bovendien kan de uitbuiting in eigen huis plaatsvinden en is het een mogelijkheid dat klanten binnen de eigen sociale kring geworven worden.

In hoeverre uitbuitingssituaties waarin een ouder is betrokken verschillen van situaties waarin een andere dader is betrokken, is op dit moment onbekend nu er niet tot nauwelijks iets bekend is over dit type zaken in Nederland. In de Verenigde Staten is hier al wel onderzoek naar gedaan. Daar blijkt uit een studie dat ouders zelfs in ruim een derde van de uitbuitingssituaties betrokken zijn als dader.121 De constatering dat een aanzienlijk deel van de slachtoffers hun ouders of een van de ouders op de chat noemt als pleger is dan ook zeer zorgelijk. Vanwege het feit dat deze kinderen een inherente afhankelijkheidsrelatie hebben met hun ouders, het waarschijnlijk is dat deze zaken zeer moeilijk in beeld te krijgen zijn en de lange duur van de uitbuiting, maakt het van groot belang dat hier op korte termijn meer zicht op komt. Aanbeveling 2. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wordt als coördinerend bewindspersoon aanbevolen om te inventariseren in hoeverre het beeld dat kinderen door hun ouders worden uitgebuit wordt herkend door hulpverlenings- en opsporingsinstanties en te verkennen welke mogelijkheden er liggen om deze organisaties beter toe te rusten op het signaleren, bereiken en beschermen van specifiek deze slachtoffergroep.

117 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 29 november 2016, Kamerstukken II 2016/17, 28638, nr. 150. 118 Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 25 mei 2018, Kamerstukken II 2017/18, 28638, nr. 161. 119 Franchino-Olsen, 2019.

120 Zie: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Zeeland-West-Brabant/Nieuws/Paginas/uitspraak-zeeuwse-zedenzaak.aspx. 121 Reid, Huard & Haskell, 2015.

ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |

3. Creëer een kindvriendelijke online omgeving De technologisering van de Nederlandse samenleving heeft evident effect op (de aanpak van) mensenhandel. In diverse fasen van het mensenhandelproces spelen internet en sociale media een belangrijke rol. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensenhandelaren via sociale media actief potentiële slachtoffers benaderen, zowel met het doel hen seksueel als crimineel uit te buiten.122 Ook uit dit rapport komt naar voren dat meer dan de helft van de slachtoffers over wie dit bekend is online in contact kwam met hun mensenhandelaar. In het afgelopen jaar zijn bovendien wereldwijd het aantal meldingen van online seksueel misbruik en sextortion explosief gestegen.123 Ook uit het huidige onderzoek blijkt dat ruim een kwart van de slachtoffers die in beeld kwamen van de chat, met gebruik van naaktbeelden is gedwongen om betaalde seks te hebben. Slachtoffers worden daarnaast via reguliere seksadvertentiewebsites aangeboden aan klanten en in sommige gevallen vindt de uitbuiting zelfs in zijn geheel digitaal, via de webcam, plaats.124 Aandacht voor de rol van internet en sociale media bij het faciliteren van mensenhandel is niet nieuw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10367422/1