RIS309391 Betrokkenheid ouders bij seksuele uitbuiting eigen kinderen Bijlage 1
Tekst van het document
Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel in 2020
Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel in 2020
INHOUD
Dit project is uitgevoerd binnen de Coalitie tegen Seksuele Kinderuitbuiting Juli 2021
INTRODUCTIE3
D. Langerak & S.R. van Bemmel 2. ONDERZOEKSVERANTWOORDING
6
3. SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN BEELD
7
info@hetckm.nl www.hetckm.nl
4. DE EFFECTEN VAN DE CORONACRISIS OP MENSENHANDEL
13
Vormgeving: Renske de Boer Fotografie: Pexels
5. CONCLUSIE
20
6. AANBEVELINGEN
25
Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel Burgemeester Schalijlaan 70 2908 LS Capelle aan den IJssel
BIBLIOGRAFIE28
BIJLAGE - DEFINITIES
‘Maak mensenhandel zichtbaar’ Onder dit motto voert het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) de strijd tegen seksuele en criminele uitbuiting in Nederland. Het CKM innoveert, onderzoekt en agendeert. Meer informatie op www.hetckm.nl.
30
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
3
1. INTRODUCTIE Het jaar 2020 is om velerlei redenen een bijzonder jaar geweest, zo ook voor de aanpak van mensenhandel. In de eerste plaats vanwege de uitbraak van het coronavirus en de maatregelen die naar aanleiding hiervan zijn genomen. Op 6 maart 2020 besluit de Nederlandse regering naar aanleiding van de snelle verspreiding van het virus tot het instellen van een intelligente lockdown. Deze lockdown vangt aan in Noord-Brabant, maar al snel gaat de Nederlandse samenleving in haar geheel op slot.1 Inmiddels is er steeds meer bekend over de gevolgen van deze maatregelen voor situaties van geweld in afhankelijkheidsrelaties, waaronder kindermishandeling en online seksueel geweld. Zo stelde het Expertisecentrum Online Kindermisbruik bijvoorbeeld dat het aantal meldingen van sextortion tijdens de eerste lockdown2 was verdubbeld en blijkt uit prevalentieonderzoek van de Universiteit Leiden3 dat er gedurende dezelfde periode ook een toename was in het aantal kinderen dat slachtoffer werd van kindermishandeling in Nederland. De effecten van corona zullen zeer waarschijnlijk ook invloed hebben gehad op de aard en omvang van mensenhandel in Nederland. Zo kwam de hulpverlening tijdens de lockdown steeds meer op afstand te staan4 en sloten de scholen voor langere tijd hun deuren.
Ook werd het sekswerkers verboden om fysiek hun beroep uit te oefenen,5 waarbij dit ook de vraag oproept welke invloed dit had op slachtoffers van mensenhandel die binnen deze sector worden uitgebuit. Een tweede reden waarom 2020 een bijzonder jaar voor de aanpak van mensenhandel genoemd kan worden, is omdat dit het laatste volledige jaar was van het Kabinet-Rutte III. Met het aantreden van dit kabinet kwam de aanpak van mensenhandel steviger op de politieke agenda terecht. Dit uitte zich onder meer door het expliciet opnemen van het onderwerp mensenhandel in het regeerakkoord,6 het vormgeven van het kabinetsbrede actieprogramma Samen tegen Mensenhandel,7 het prioriteren van mensenhandel binnen de Veiligheidsagenda 2019-2022,8 en, tot
slot, door in het Interbestuurlijk Programma9 vast te leggen dat elke Nederlandse gemeente in 2020 duidelijk beleid dient te hebben omtrent mensenhandel. Daarnaast werd in de afgelopen jaren voorzichtig begonnen met het verstevigen van de aanpak van klanten die seks kopen van een minderjarige10 en kwam er ook meer aandacht voor het onderwerp criminele uitbuiting.11 Blijvende uitdagingen in de aanpak van mensenhandel Hoewel het verstevigen van de aanpak van mensenhandel een positieve ontwikkeling is, dient tegelijkertijd worden gesteld dat er nog diverse grote uitdagingen zijn. Dit heeft in de eerste plaats te maken met het gebrek aan zicht op slachtoffers in Nederland. Uit de schatting van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen blijkt dat er jaarlijks 6.250 (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel in Nederland zijn. Ongeveer 3.000 van hen zijn slachtoffer van binnenlandse seksuele uitbuiting, waaronder 1.320 Nederlandse minderjarige meisjes.12 Hoewel er in 2019 jaar sinds lange tijd een stijging was in het aantal gemelde slachtoffers van mensenhandel bij CoMensha,13 blijft met name het zicht op het aantal minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting enorm achter. Hoewel het zicht op deze groep altijd al beperkt was, werd in 2018 en 2019 een absoluut dieptepunt bereikt.
Zo werden respectievelijk slechts 29 en 5414 slachtoffers van deze vorm van mensenhandel bij CoMensha gemeld. Dit houdt in dat slechts 2 tot 4% van de 1.320 minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting in deze jaren in beeld was van de autoriteiten. Dat dit reden is tot grote zorgen blijkt wel uit het belang dat het actieprogramma Samen tegen Mensenhandel hecht aan gedegen zicht op het aantal slachtoffers van mensenhandel. Zo stelt het programma dat voor het terugbrengen van het aantal slachtoffers “allereerst meer en beter zicht nodig [is] op (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel”.15 Volgens de Nationaal Rapporteur is er geen enkele aanleiding om aan te nemen dat er een daadwerkelijke afname is geweest in het aantal slachtoffers van mensenhandel
1
Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/20/corona-in-nederland-een-overzicht-van-de-maatregelen-a3995447.
9
2
Zie: https://pointer.kro-ncrv.nl/aantal-meldingen-van-sextortion-tijdens-corona-meer-dan-verdub-
10
Overhedenoverleg, 2018, p. 22. Zie de aangenomen Motie Kuik c.s. over een pakket van maatregelen om klanten die seks kopen van minderjarigen te ontmoedigen (Kamerstukken II, 2019/20, 28 638, nr. 166).
beld. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit niet direct betekende dat er ook méér slachtoffers van sextortion waren. Het ging bijvoorbeeld ook om een grote groep die al voor corona slachtoffer werd,
11
Zie bijvoorbeeld de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 30 juni 2020.
maar tijdens de lockdown hierover contact zocht.
12
Nationaal Rapporteur, 2017a.
3
Vermeulen, Berkel & Alink, 2020.
13
CoMensha is verantwoordelijk voor de registratie van het aantal slachtoffers van mensenhandel dat in
4
Fier, 2020.
Nederland in beeld is. Onder meer opsporingsorganisaties (politie, Kmar en ISZW), hulpverleningsin-
5
Zie: https://nos.nl/collectie/13824/artikel/2328101-dit-zijn-de-nieuwe-maatregelen-van-het-kabinet.
stanties en ngo’s maken een melding bij CoMensha op het moment wanneer zij in contact komen met
6
VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, 2017.
7
Ministerie van Justitie en Veiligheid, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van
14
Schriftelijke informatie van een medewerker van de Nationaal Rapporteur d.d. 22 oktober 2020.
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, & ministerie van Buitenlandse Zaken, 2018.
15
Ministerie van Justitie en Veiligheid, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ministerie van
8
Kamerstukken II, 2018/19, 29 628, nr. 540.
een (mogelijk) slachtoffer.
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, & ministerie van Buitenlandse Zaken, 2018, p.6.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
in Nederland. Het afnemende zicht op de populatie minderjarige slachtoffers wijst er dan ook op dat steeds minder slachtoffers gesignaleerd en beschermd worden.16 Een tweede uitdaging in de aanpak van mensenhandel – en een mogelijke oorzaak van eerstgenoemde – heeft te maken met de ontwikkelingen ten aanzien van de opsporing en vervolging van mensenhandel tijdens het Kabinet-Rutte III. Hoewel de aanpak van mensenhandel is opgenomen in de Veiligheidsagenda 2019-2022, en daarmee één van de vier geprioriteerde criminaliteitsfenomenen is waarmee rekening dient te worden gehouden bij de inzet van de politie, ondersteunen de cijfers niet het beeld dat er een intensivering heeft plaatsgevonden door de politie en het Openbaar Ministerie (OM) als het gaat om mensenhandel. Sterker nog, de cijfers wijzen op het omgekeerde. Zo zijn het aantal meldingen bij CoMensha van Nederlandse (waartoe ook minderjarige) slachtoffers van seksuele uitbuiting door de politie in de afgelopen jaren juist fors afgenomen, van 262 in 2014 naar 12117 in 2019.
Nu de politie een wettelijke grondslag heeft om zonder toestemming van het slachtoffer een melding te maken bij CoMensha,18 en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) daarmee dus geen invloed lijkt te hebben op deze daling, suggereert dit dan ook dat de politie de afgelopen jaren daadwerkelijk minder slachtoffers van deze vorm van mensenhandel heeft kunnen signaleren en beschermen.19 Naast voornoemde daling in het aantal meldingen is er tevens een forse afname waar te nemen in het aantal opsporingsonderzoeken naar en vervolgingen voor mensenhandel. Waar de politie in 2015 nog 195 opsporingsonderzoeken verrichtte naar mensenhandel, daalde dit in 2019 naar 169.20 Daarbij springt in het oog dat het aantal betrokken verdachte mensenhandelaren in deze opsporingsonderzoeken ook sterk afnam, van maar liefst 180 in 2015 naar 118 in 2019. Als verklaring voor het grote gat tussen het aantal opsporingsonderzoeken en het aantal betrokken verdachte mensenhandelaren geeft de Nationaal Rapporteur aan dat dit waarschijnlijk komt doordat de situaties die in beeld komen bij de politie in 2019 kleinschaliger zijn dan voorheen, iets dat ook door een aantal AVIM-eenheden wordt herkend.21 Opmerkelijk daarbij is dat het aantal geregistreerde incidenten omtrent mensenhandel bij de politie in dezelfde periode juist enorm is toegenomen.
Zo werden er in 2015 440 incidenten mensenhandel geregistreerd door
16
Nationaal Rapporteur, 2019c.
17
In het rapport van de Nationaal Rapporteur wordt aangegeven dat de politie 71% van de (181) meldingen
18
4
de politie maar steeg dit in 2018 en 2019 naar respectievelijk 765 (een stijging van 75%) en 1.045 (een stijging van 137,5%). Ook wanneer gekeken wordt naar het aantal ingeschreven mensenhandelzaken bij het OM valt op dat er een sterke daling heeft plaatsgevonden, van 211 in 2015 naar 153 in 2019.22 Daarmee zijn de afspraken zoals opgenomen in de Veiligheidsagenda 20192022, te weten 190 ingeschreven mensenhandelzaken – niet gehaald. De daling van het aantal slachtoffers, opsporingsonderzoeken en vervolgingen zou onder andere te wijten zijn aan capaciteitsverlies vanwege een andere prioriteitstelling binnen de politie.23 Zo geeft de politie aan dat het niet halen van de doelstellingen zoals opgenomen in de Veiligheidsagenda 2019-2022 onder meer het gevolg zijn van de bezetting en inzetbaarheid van de AVIM-medewerkers die onder druk staat vanwege ‘ziekteverzuim, opleidingen, deelname aan de Regeling Partieel Uittreden, etc.’.24 Daarnaast wordt expertiseverlies naar aanleiding van de reorganisatie van de Nationale Politie als reden aangedragen evenals het ontbreken van de benodigde technologische kennis om het digitale aspect van mensenhandel voldoende het hoofd te kunnen bieden.
25 Naar aanleiding van de ontwikkelingen ten aanzien van de opsporing en vervolging van mensenhandel heeft de minister van Justitie en Veiligheid inmiddels te kennen gegeven dat de oorspronkelijke (hogere) doelstellingen in de Veiligheidsagenda 2019-2022 voor 2020 zijn vervangen door de (lagere) doelstellingen die voor 2019 waren opgenomen.26 Naar aanleiding hiervan diende Kamerlid van der Graaf c.s. een motie in die de regering verzoekt om de originele doelstellingen van mensenhandel in de Veiligheidsagenda 2019-2022 te behouden en bovendien te komen met een actieplan om het bovengemiddelde ziekteverzuim en de hoge uitstroom binnen de AVIM terug te dringen, en te onderzoeken in hoeverre de eerder extra toegezegde gelden uit de motie-Segers/Asscher27 hiervoor toereikend zijn.28 Op dit moment is er nog geen gehoor gegeven aan de uitvoering van deze motie. Verlies van zicht op mensenhandel Het verlies van zicht op Nederlandse slachtoffers van mensenhandel is om diverse redenen verontrustend. Allereerst betekent dit dat een groot deel van deze slachtoffers niet wordt geholpen en beschermd en dat hun mensenhandelaren niet worden geïdentificeerd, opgespoord en ver-
van binnenlandse seksuele uitbuiting bij CoMensha heeft gedaan in 2019 (Nationaal Rapporteur 2020,
22
Nationaal Rapporteur, 2021.
p. 51).
23
Nationaal Rapporteur, 2019a.
De politie mag slachtoffers zonder toestemmingsverklaring melden op basis van art. 18 lid 1 Wet poli-
24
Politie, 2020.
tiegegevens jo. art. 4.2 Besluit politiegegevens, en wordt hier zelfs sterk tot aangemoedigd (Nationaal
25
CKM 2021a.
Rapporteur, 2019c).
26
Brief van de minister van Justitie en Veiligheid, d.d. 17 december 2019, Kamerstukken II 2019/20, 29628,
19
Nationaal Rapporteur, 2019c.
20
Nationaal Rapporteur, 2021.
27
Zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2019Z17558&did=2019D36542.
21
Nationaal Rapporteur, 2021, p. 118.
28
Zie https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vl9com7w47zy.
nr. 920.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
volgd. In de tweede plaats brengt een daling in het aantal geïdentificeerde slachtoffers – zonder dat er reden is om aan te nemen dat het daadwerkelijke aantal slachtoffers ook is afgenomen - het risico met zich mee dat het beeld kan ontstaan dat de omvang van mensenhandel in Nederland kleiner is dan dat deze in werkelijkheid is.29 Dit kan mogelijk resulteren in een situatie waarin de maatschappelijke wil om mensenhandel te bestrijden afneemt en daardoor de benodigde capaciteit, middelen en expertise die voor een effectieve aanpak nodig zijn, niet worden vrijgemaakt. Een derde reden is dat het voor het ontwikkelen en monitoren van effectief beleid tegen mensenhandel van essentieel belang is om adequaat zicht te hebben op de aard en omvang van mensenhandel in Nederland. Zicht op wie de slachtoffers en daders zijn en op welke wijze uitbuitingssituaties zich manifesteren geeft immers belangrijke handvatten voor het vormgeven van nieuwe interventies met het doel deze problematiek beter aan te kunnen pakken.
Nu specifiek het zicht op het aantal minderjarige Nederlandse slachtoffers van seksuele uitbuiting dusdanig beperkt is, is het volgens de Nationaal Rapporteur dan ook maar de vraag in hoeverre de officiële registraties zich nog laten lenen voor het monitoren van het beleid en het signaleren van trends en ontwikkelingen.30 Doel van dit onderzoek Het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) onderstreept het belang van gedegen inzicht in de aard en omvang van mensenhandel teneinde slachtoffers van mensenhandel beter te beschermen en mensenhandelaren effectiever op te sporen en te vervolgen. Dit onderzoek heeft dan ook tot doel om bij te dragen aan het vergroten van het zicht op de slachtofferpopulatie in Nederland en gaat daarbij ook specifiek in op de effecten van corona op aard en omvang van mensenhandel. In dit rapport staat het aantal slachtoffers centraal dat in 2020 in beeld kwam van de online hulpverleningstool Chat met Fier.31 Het rapport is daarmee een vervolg op het onderzoek over het jaar 2019.32 In 2019 kwamen in totaal 29533 unieke bezoekers op Chat met Fier om te praten over een situatie van mensenhandel.34 In bijna 90% ging het daarbij om personen die aangeven zelf slachtoffer van mensenhandel te zijn. Voor het overgrote deel betrof dit jonge meisjes die slachtoffer waren van seksuele uitbuiting.
Bijna twee derde van de slachtoffers was minderjarig en ruim een
29
Farrell, Owens & McDevitt, 2014.
30
Nationaal Rapporteur, 2019c, p. 162.
31
Op de chat komen per jaar ongeveer 10.000 unieke personen en worden ruim 20.000 chatgesprekken
kwart was zelfs vijftien jaar of jonger. Ruim negen van de tien slachtoffers gaf aan ten tijde van het chatgesprek nog altijd te worden uitgebuit en voor meer dan de helft van de slachtoffers duurde deze situatie reeds langer dan een jaar. Ook kwamen in 2019, hetzij beperkt, voor het eerst slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld van Chat met Fier. In veel gevallen ging het bovendien om slachtoffers die nog bij geen andere instantie in beeld waren, en betrof het slachtoffers die voor het eerst over hun situatie spraken.35 De slachtoffers van mensenhandel die in beeld komen bij de chat vormen derhalve een waardevolle en noodzakelijke aanvulling op de officiële mensenhandelregistraties, en de inzichten kunnen worden gebruikt bij het vormgeven en monitoren van beleid en het signaleren van nieuwe trends en ontwikkelingen. Leeswijzer In dit rapport wordt eerst stilgestaan bij de methodiek die ten grondslag ligt aan dit onderzoek. Vervolgens wordt ingegaan op wie de slachtoffers van mensenhandel zijn die in 2020 op de chat kwamen, waarbij apart wordt ingegaan op de slachtoffers van seksuele uitbuiting en criminele uitbuiting.
Vanwege het gebrek aan onderzoek naar de gevolgen van corona op de aard en omvang van mensenhandel wordt in Hoofdstuk 4 expliciet ingegaan op de vraag in hoeverre de maatregelen naar aanleiding van corona effect hebben gehad op de slachtoffers van mensenhandel op Chat met Fier. Het rapport sluit af met een conclusie om komt daarbij tot drie aanbevelingen.
Over Chat met Fier Bij Fier komen per jaar ongeveer 10.000 unieke personen op de digitale hulpverleningsfunctie Chat met Fier en worden meer dan 20.000 chatgesprekken gevoerd. Deze (anonieme) gesprekken gaan met name over problemen die bezoekers ervaren in het domein van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De drempel om over deze onderwerpen te praten is hoog. In veel gevallen vertellen de bezoekers op de chat voor de eerste keer over de problematiek waarmee zij worstelen (first disclosure), hebben ze last van traumaklachten en speelt er onveiligheid. De medewerkers van de chat zijn professioneel getrainde HBO-hulpverleners en werkzaam bij Fier. Ze hebben veel kennis en ervaring op het gebied van (online) hulpverlening bij misbruik, geweld en uitbuiting. Chat met Fier werkt samen met off- en online partners, zoals: Kindertelefoon, politie, Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld (CSG), NOC*NSF, helpwanted.nl, 113-online. In de afgelopen jaren zijn er afspraken gemaakt tussen de politie en Chat met Fier over het doorverwijzen van slachtoffers van mensenhandel die op de chat komen en met de politie willen praten over hun situatie naar de AVIM-eenheid in de regio waarin zij wonen.
gevoerd. 32
CKM, 2020b.
33
Naar aanleiding van onderhavig rapport zijn ook opnieuw de gesprekken over 2019 geanalyseerd. Uit deze analyse bleek dat er nog vier dubbelingen waren meegeteld in 2019. Hierdoor wijkt het aantal in dit rapport af van het rapport dat in 2020 werd gepubliceerd. Zie hierover uitgebreider Hoofdstuk 3.
34
CKM, 2020b.
5
35
Zie hoofdstuk 3.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
6
2. ONDERZOEKSVERANTWOORDING In de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 zijn door de hulpverleners van Chat met Fier 364 chatgesprekken aangemerkt als chatgesprek gerelateerd aan mensenhandel.36 Tijdens het coderen van de chatgesprekken bleek dat verschillende bezoekers onder twee of meer gebruikersnamen van de chat gebruik hebben gemaakt. Deze 42 zogenoemde ‘dubbelingen’ zijn daarom voorafgaand aan de analyse uit de dataset gehaald. Daarnaast bleek in 39 chatgesprekken de hulpvraag niet-mensenhandel gerelateerd. Vaak ging het in deze gevallen om hulpvragen met betrekking tot andere vormen van seksueel geweld zoals bijvoorbeeld sextortion of om personen die vragen hadden over hun werk als sekswerker. Dit betekent dat in het jaar 2020 283 unieke bezoekers met een hulpvraag rondom mensenhandel in beeld zijn gekomen van de chat. Het gaat hierbij om slachtoffers die aangeven dat zij door iemand worden gedwongen om seks te hebben met anderen of tot het plegen van criminele feiten. Tevens kan het gaan om bezoekers die zich zorgen maken dat iemand uit hun omgeving hiertoe wordt gedwongen. Hoewel met uiterste zorgvuldigheid is getracht het aantal dubbelingen uit de dataset te verwijderen, kan niet worden uitgesloten dat het onverhoopt is voorgekomen dat een persoon dubbel is meegenomen in het onderzoek.
Ook is het mogelijk dat een slachtoffer en iemand uit de omgeving van het slachtoffer afzonderlijk van elkaar een chatgesprek hebben gevoerd over dezelfde mensenhandelsituatie. Gezien het aantal personen dat op de chat komt dat zelf geen slachtoffer is, zal dit echter weinig invloed hebben op de resultaten van dit onderzoek. Tegelijkertijd is het ook mogelijk dat sommige slachtoffers van mensenhandel wél op de chat terecht zijn gekomen, maar niet als zodanig zijn geregistreerd of herkend door de hulpverleners. Zo is het mogelijk dat de slachtoffers niet over hun situatie hebben verteld, bijvoorbeeld vanwege angst, trauma of doordat zij zich niet als slachtoffer identificeren.37 Voor het coderen en analyseren van de chatgesprekken is gebruik gemaakt van een codeboek, waarin diverse variabelen, zoals onder meer de achtergrond van de bezoeker, de duur van de uitbuitingssituatie en de achtergrond van de pleger zijn gedefinieerd. Dit codeboek is een uitbreiding en herziening van het codeboek gehanteerd in het onderzoek ‘Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel 2019’.38 Zo zijn verschillende variabelen, waaronder first disclosure en 36
Bezoekers kwamen in 2020 op twee verschillende manieren in beeld bij hulpverleners van Chat met Fier. Het grootste gedeelte 83.5% van de bezoekers kwam direct in contact via de online hulpverleningstool Chat met Fier. Daarnaast kwam 16.5% in beeld via het chatplatform van het Centrum Seksueel Geweld.
37
Zie daarover bijvoorbeeld Farrell, Owens & McDevitt, 2014; Nichols & Heil, 2015; CKM 2018.
38
CKM, 2020b.
de (online) ontmoeting tussen dader en slachtoffer, toegevoegd aan het codeboek. Daarnaast is in het geval dat een chatgesprek is gevoerd door iemand uit de sociale omgeving, een familielid of partner van een slachtoffer, indien mogelijk, tevens het geslacht en de leeftijd van het slachtoffer gecodeerd. Op deze wijze is het codeboek ten opzichte van het vorige rapport verrijkt. Vanwege de verrijking van het codeboek zijn voor dit onderzoek ook chatgesprekken uit 2019 opnieuw bekeken en de toegevoegde variabelen van het nieuwe codeboek zijn gecodeerd. Tijdens het coderen zijn vier personen uit de dataset verwijderd, omdat zij herleidbaar waren naar een andere gebruikersnaam. Hierdoor is het totale aantal slachtoffers dat in 2019 in beeld kwam van de chat veranderd van 299 naar 295. In het geval dat er twijfel bestond over het al dan niet coderen van een variabele werd hierover tussen de onderzoekers overleg gevoerd. Het bleek niet mogelijk om in elk gesprek elke variabele te coderen. Bij de bespreking van de resultaten is er daarom voor gekozen om alleen te rapporteren over de populatie van wie de informatie bekend is. Het aantal respondenten kan hierdoor per variabele verschillen. Tot slot kwam het in zes chatgesprekken voor dat een bezoeker wel aangaf dat er sprake was van mensenhandel, maar dat er niet expliciet werd benoemd om welke vorm van mensenhandel het ging.
Omwille van de leesbaarheid is er in deze gevallen voor gekozen om deze groep onder te brengen onder de groep seksuele uitbuiting nu dit veruit de grootste groep slachtoffers van mensenhandel is die op de chat komt. Een lijst met definities van de belangrijkste variabelen die in dit onderzoek zijn gehanteerd, is opgenomen in de bijlage. De gecodeerde data is tot slot in SPSS geanalyseerd.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
3. SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN BEELD
Achtergrondkenmerken bezoekers 2020 • Het overgrote deel (91.5%) van de bezoekers komt praten over een situatie van seksuele uitbuiting. Daarnaast zijn 12 gesprekken gevoerd over een combinatie van seksuele- en criminele uitbuiting en 11 gesprekken over alleen criminele uitbuiting. Tot slot is er 1 chatgesprek gevoerd door een slachtoffer van arbeidsuitbuiting. • Op de chat komen voornamelijk personen die zelf slachtoffer zijn geworden van mensenhandel (88.7%). In de andere gevallen is het vaak een familielid of iemand uit de sociale omgeving die zich zorgen maakt om een (vermoedelijk) slachtoffer van mensenhandel. Tot deze categorie behoren hoofdzakelijk vrienden of kennissen van het slachtoffer, maar ook onderwijspersoneel en hulpverlening. Tot slot zijn 2 klanten, personen die een seksafspraak hebben gemaakt met een (vermoedelijk) slachtoffer van mensenhandel, op de chat gekomen. • De slachtoffers die in beeld komen van de chat zijn voornamelijk vrouwen of meisjes (92.5%). In 2020 kwamen 19 mannelijke slachtoffers in beeld. • De jongste slachtoffers die in 2020 beeld komen bij de chat zijn 9 jaar oud en het oudste slachtoffer dat in beeld komt is 50 jaar. De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers is 19 jaar (de mediaan is 17 jaar). Bijna 60% van de slachtoffers is minderjarig.
Ongeveer een vijfde deel van de slachtoffers is zelfs 15 jaar of jonger, waarvan het grootste deel (n=25) de leeftijd van 13 of 14 jaar heeft. • Op 1 gesprek na, zijn alle de gesprekken in het Nederlands gevoerd, hetgeen zeer waarschijnlijk betekent dat alle andere bezoekers op de chat de Nederlandse nationaliteit hebben of hier zijn opgegroeid. Het komt echter ook incidenteel voor dat personen uit België op de chat terechtkomen.
Figuur 1. Vormen van uitbuiting (n = 283) 91,5% 3,9% 4,2% 0,4%
Seksuele uitbuiting Criminele uitbuiting Seksuele en criminele uitbuiting Arbeidsuitbuiting
Figuur 2. Achtergrond bezoeker (n = 282) 1 2 11 18
Partner Klant Familielid Sociale omgeving Slachtoffer
250 0
50
100
150
200
250
Aantal bezoekers
Figuur 3. Geslacht slachtoffers (n = 255)
Figuur 4. Leeftijd slachtoffers (n = 247) 95 74
Vrouw:
236
(92,5%)
Man:
19
(7,5%)
Aantal slachtoffers
In 2020 zijn in totaal 283 unieke personen op de chat gekomen om te praten over een situatie van mensenhandel. In dit hoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de bevindingen ten aanzien van alle bezoekers die in 2020 op de chat kwamen en een hulpvraag hadden over het onderwerp mensenhandel. Daarbij wordt tevens een vergelijking gemaakt met de achtergrond van de bezoekers in het jaar 2019. In §3.1 wordt specifiek gekeken naar de bezoekers die met een hulpvraag ten aanzien van seksuele uitbuiting op de chat kamen. Aansluitend wordt ingegaan op de situaties van criminele uitbuiting (§3.2) die in beeld kwamen van de chat. Bij de bespreking van deze vormen van mensenhandel wordt onder meer ingegaan op de duur van de uitbuitingssituatie en de achtergrond van de pleger.
48 30
t/m 15
16-17
18-25
26+
300
7
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
Wat opvalt met betrekking tot de uitbuitingssituaties Uit de analyse van de chatgesprekken komen ook enkele opvallende bevindingen naar voren. Daarbij is het belangrijk om aan te geven dat deze resultaten dienen te worden beschouwd als een ondergrens nu de hulpverleners niet specifiek naar deze informatie vragen: • In 66 chatgesprekken wordt duidelijk op welke wijze de pleger en het slachtoffer elkaar hebben leren kennen. In meer dan de helft van deze gesprekken (n=34) geeft een slachtoffer aan dat hij of zij de dader online heeft ontmoet, waarbij de sociale media Instagram en Snapchat het vaakst worden genoemd. • In 82 chatgesprekken geeft een slachtoffer expliciet aan dat hij of zij in het chatgesprek voor de allereerste keer praat over de uitbuitingssituatie waarin hij of zij verkeert. Dit wordt ook wel first disclosure genoemd. Wanneer alleen wordt gekeken naar de slachtoffers die op het moment van eerste contact nog in een uitbuitingssituatie zitten (n=114), geeft ongeveer 65% aan dat er sprake is van first disclosure. 14.9% van de slachtoffers geeft aan dat zij al weleens hebben gepraat over de uitbuitingssituatie met een familielid, een vriend of vriendin of hun partner. Daarnaast heeft 14% van de slachtoffers al eens gesproken met een hulpverlener, zoals een psycholoog of huisarts. 4.4% heeft al contact gehad met de politie.
• 23 bezoekers (8.1%) geven expliciet aan dat er ook nog andere slachtoffers zijn die bij de uitbuitingssituatie betrokken zijn. • Tot slot blijkt dat dwang middels het gebruik van geweld (86.3%) of sextortion (25.5%), het onder druk zetten met naaktbeelden, de meest genoemde dwangmiddelen zijn. Daarbij kan één slachtoffer te maken hebben met meerdere dwangmiddelen. 161 bezoekers hebben minimaal één dwangmiddel genoemd. In totaal zijn 247 dwangmiddelen genoemd.
Figuur 6. First disclosure op de chat onder acuut onveilige slachtoffers (n = 114) Ja Nee, vriend(in) Nee, politie Nee, partner Nee, hulpverlening Nee, familielid Nee, anders
74
5 5 1 16 11 2 20
40
60
80
Aantal slachtoffers
Figuur 7. Dwangmiddelen (n = 161) Sextortion Middelenafhankelijkheid LVB Leeftijdsverschil Inwonend Geweld Financiële afhankelijkheid Anders
Figuur 5. Online ontmoetingsplaatsen daders en slachtoffers (n = 26) 1
41 5 7 23 14
139
12 6 0
30
2
60
90
120
150
Aantal slachtoffers
1 2 1 7 11 1 3 Aantal slachtoffers
39
0
39
Yubo Tinder Telegram Sociale media ongedefinieerd Tiktok Snapchat Instagram Facebook Chatsite
8
Het totaal is hoger dan 26. Dit komt omdat sommige slachtoffers meerdere platforms hebben genoemd. In deze gevallen is er voor gekozen om alle platforms te coderen.
Vergelijking met het jaar 2019 In 2019 kwamen 29540 slachtoffers van mensenhandel in beeld van de chat. In vrijwel alle gevallen ging het om slachtoffers die zelf een chatgesprek voerden en de meeste slachtoffers zaten ten tijde van het contact in een uitbuitingssituatie. In 2020 zien we eenzelfde beeld: 283 slacht-
40
Tijdens het opnieuw bekijken van de data uit 2019 zijn nog vier chatgesprekken aangemerkt als dubbelingen.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
9
offers van mensenhandel komen in beeld van de chat. Ook in het jaar 2020 is bijna 90% van de bezoekers zélf slachtoffer van mensenhandel. Daarnaast is opnieuw meer dan de helft van de slachtoffers minderjarig.
3.1 Slachtoffers van seksuele uitbuiting
In 2019 gaven 86 slachtoffers aan dat zij op de chat voor de allereerste keer spraken over wat hen overkomt. 82 van hen zaten ten tijde van het eerste contact in een uitbuitingssituatie. In 2020 gaven 82 slachtoffers aan dat zij op de chat voor het eerst spraken over hun slachtofferschap, waarvan 74 slachtoffers op het moment van het eerste contact in een uitbuitingssituatie zaten.
Wat is bekend over de slachtoffers van seksuele uitbuiting? • De slachtoffers van seksuele uitbuiting die op de chat komen zijn voornamelijk vrouwen of meisjes (94.1%). In 2020 kwamen 14 mannelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting in beeld van de chat. • De jongste slachtoffers zijn 9 jaar oud en het oudste slachtoffer is 50 jaar. De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers is 19.1 jaar (de mediaan is 17 jaar). Bijna 60% van de slachtoffers is minderjarig. Bijna 20% van de slachtoffers is zelfs 15 jaar of jonger.
Opvallend is dat in 2020 meer mannelijke slachtoffers van mensenhandel in beeld komen. Waar dit in 2019 slechts zes mannelijke slachtoffers waren, zijn dit er in 2020 drie keer zo veel. Daarnaast komen er meer slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld. In 2019 waren dit slechts zeven slachtoffers en in 2020 zijn dit er 23. Tot slot werd in 2019 26 keer benoemd dat de pleger en slachtoffer elkaar online hebben ontmoet. In 2020 is dit in 34 gevallen, waarbij in beide jaren de sociale media platformen Instagram en Snapchat het vaakst worden genoemd.
Figuur 8. Online ontmoetingsplaatsen (n=42)41 Whatsapp Badoo Yubo Tinder Telegram Sociale media ongedefinieerd TikTok Snapchat
2019 2020
1 1 1 1 2 1 1 2 1 2 7
Instagram 2 Facebook 1 Chatsite
3
8 11
In 2020 kwamen in totaal 259 bezoekers op de chat om te praten over seksuele uitbuiting. 227 hiervan waren zelf slachtoffer.
Wat is bekend over hun veiligheid en de duur van de uitbuitingssituatie? • In een groot deel van de gevallen (87.6%) bevindt het slachtoffer zich op het moment van het eerste contact met een hulpverlener van de chat in een acuut onveilige situatie. Dit betekent dat het slachtoffer zich ten tijde van het chatgesprek in een situatie van uitbuiting bevindt. • In meer dan de helft van de gesprekken wordt aangegeven dat het slachtoffer al langer dan een jaar wordt of is uitgebuit. Voor 40.4% van de slachtoffers geldt zelfs dat hun uitbuitingssituatie langer dan twee jaar duurt of heeft geduurd. Dit betekent dat veel van de slachtoffers die op de chat komen in een langdurige en structurele uitbuitingssituatie vastzitten. • Wanneer gekeken wordt naar de leeftijd van de slachtoffers van wie bekend is dat zij zich tijdens het eerste contact in een uitbuitingssituatie bevinden, valt op dat zowel minderjarigen als meerderjarigen al langer dan een jaar zijn uitgebuit voordat zij op de chat komen. • Wanneer een bezoeker een pleger noemt, gaat het meestal om de (ex-)partner van het slachtoffer (62.2%), gevolgd door een persoon uit de sociale omgeving (20.7%) en een familielid (16.1%) van het slachtoffer. Wanneer de dader uit de familiaire kring komt, betreft het in bijna alle gevallen beide of één van de ouders van het slachtoffer.
Opvallend is dat het bij het laatstgenoemde bijna even vaak de vader (n=12) als de moeder (n=11) van het slachtoffer is. In vijf gevallen betreft het beiden ouders. • Tot slot valt op dat in 20.1% (n=52) van de chatgesprekken, de bezoeker aangeeft dat er sprake is van meerdere plegers die bij de uitbuiting betrokken zijn. Het gaat hierbij om personen die betrokken zijn bij de uitbuiting, en dus niet om eventuele klanten van het slachtoffer. Ook in dit geval is hier door de hulpverleners achter de chat niet expliciet naar gevraagd en geldt dit aantal dus als een minimum. • In 10 gesprekken wordt duidelijk dat er zowel meerdere plegers als meerdere slachtoffers betrokken zijn bij de uitbuitingssituatie. Dit duidt op georganiseerdere en complexere mensenhandel netwerken.
Aantal slachtoffers
41
Het totaal is hoger dan 42. Dit komt omdat sommige slachtoffers meerdere platforms hebben genoemd. In deze gevallen is er voor gekozen om alle platforms te coderen.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
10
De rol van het internet bij seksuele uitbuiting
sprekken waarin opvallendheden met betrekking tot de rol van het internet en technologie naar voren komen. Uit deze analyse blijkt dat internet in verschillende fasen van de uitbuiting een rol kan spelen. Slachtoffers worden online geworven, op online seksadvertentieplatformen aangeboden, met digitale naaktbeelden gechanteerd en gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen. Enkele slachtoffers geven op de chat bovendien aan digitaal gecontroleerd te worden door hun uitbuiter, door bijvoorbeeld het tracken van de locatie van hun mobiele telefoon. Internet en social media speelt derhalve een grote rol in de verschillende fasen van de uitbuiting. Tegelijkertijd laten de chatgesprekken zien dat veel activiteiten die nodig zijn voor het plegen van mensenhandel ook nog altijd analoog plaatsvinden en dat de seksuele uitbuiting in bijna alle gevallen fysiek plaatsvindt. Slechts een aantal slachtoffers zegt naast fysiek ook online te worden uitgebuit binnen de webcamseksindustrie.43 De analyse benadrukt daarmee het belang van het investeren in het vergroten van de technologische kennis en middelen in de aanpak van mensenhandel, maar laat daarbij zien dat ook blijvende aandacht nodig is voor de aanpak van uitbuiting in de analoge wereld.
Figuur 9. Leeftijd slachtoffers seksuele uitbuiting (n = 226)
Figuur 10. Hoe lang geleden speelde de uitbuitingssituatie van slachtoffers van seksuele uitbuiting zich af? (n = 251)
Figuur 11. Duur seksuele uitbuiting (n = 141) > 2 jaar > 1 jaar < 1 jaar < 3 maanden < 7 dagen
57
21 34 20 9 0
10
20
30
40
50
60
Aantal slachtoffers
Figuur 12. Leeftijd van acuut onveilige slachtoffers afgezet tegen duur van de uitbuitingssituatie (n = 116) < 7 dagen < 3 maanden < 1 jaar > 1 jaar > 2 jaar
35
Aantal slachtoffers
Naar aanleiding van de aanbeveling van de Nationaal Rapporteur om het zicht op de technologische ontwikkelingen die een rol spelen ten aanzien van binnenlandse seksuele uitbuiting te vergroten,42 is ervoor gekozen om een korte inhoudelijke analyse te maken van de chatge-
30 25 20 15 10 5 0
84
Aantal slachtoffers
68 45 29
> 2 jaar > 1 jaar < 1 jaar < 3 maanden < 7 dagen Acuut onveilig
20
t/m 15
18-25
1 50
100
150
220 200
26+
Figuur 13. Achtergrond mensenhandelaar (n = 193)
250
Sociale omgeving Familielid (Ex)partner Onbekend bij chatter
Nationaal Rapporteur, 2020, p. 61, aanbeveling 3.
43
Drie slachtoffers op de chat geven aan ook te worden uitgebuit via de webcam. Eén van hen wordt
40 31
120
2 0
42
uitsluitend gedwongen tot handelingen via de webcam.
26+
2
Aantal slachtoffers
16-17
18 t/m 25
3
0
t/m 15
16 t/m 17
5
20
40
60
Aantal plegers
80
100
120
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
Het is vaak niet mogelijk om vast te stellen of een slachtoffer door hulp vanuit Chat met Fier uit een uitbuitingssituatie is gekomen, omdat slachtoffers na het verlaten van de uitbuitingssituatie vaak niet terugkomen op de chat om hierover te vertellen. In sommige gevallen wordt het echter wel duidelijk, zoals uit onderstaande casus blijkt. Een zestienjarig meisje vertelt in november op de chat dat haar vriend haar heeft opgesloten op haar kamer nadat hij haar heeft mishandeld. Door de mishandeling heeft ze veel pijn. Ze vertelt dat haar vriend haar dwingt tot seks met andere mannen en dat hij hier beeldmateriaal van heeft gemaakt. Hierdoor durft ze, als dat al zou kunnen, niet zomaar weg te gaan uit het huis waarin ze is opgesloten. Ze is bang dat deze videobeelden worden verspreid. Bovendien heeft ze tijdens een ruzie gezien dat hij een wapen bezit. Samen met de hulpverlener van de chat bespreekt ze de verschillende mogelijkheden die ze op het moment heeft. De hulpverlener moedigt het meisje, gezien haar acuut onveilige situatie en de verwondingen die ze heeft, aan om direct telefonisch contact op te nemen met de politie. De chat blijft beschikbaar zodat de hulpverlener haar kan helpen indien dat nodig is. In het volgende chatgesprek, een paar uur later, deelt het meisje dat ze op het politiebureau is en dat haar vriend en een paar andere mannen zijn aangehouden.
Minderjarig meisje wordt jarenlang seksueel uitgebuit door haar ouders In de zomer van 2020 komt er een minderjarig meisje op de chat met de boodschap dat ze het thuis niet fijn heeft. Haar moeder dwingt haar namelijk tot het maken van naaktfoto’s. Daarnaast nodigt zij soms mannen thuis uit die haar aanraken en waarmee ze seksuele handelingen moet verrichten. Hoewel ze in verband met andere problematiek regelmatig in contact staat met hulpverlening, durft ze over haar moeder vanwege schaamte al jarenlang niets te zeggen. Op de chat vertelt ze hier voor de allereerste keer over. De medewerkers van de chat begeleiden haar bij het maken van een afspraak met de hulpverleners bij wie ze al bekend is.
3.2 Slachtoffers van criminele uitbuiting In 2020 kwamen in totaal 23 slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld van de chat. 22 van de 23 bezoekers waren zelf slachtoffer. Dit betekent dat er in 2020 meer dan drie keer zoveel slachtoffers van criminele uitbuiting op de chat kwamen als in 2019. In twaalf gevallen ging het om een combinatie van criminele uitbuiting en seksuele uitbuiting. Wat is bekend over de slachtoffers van criminele uitbuiting? • Slachtoffers van criminele uitbuiting die op de chat komen zijn voornamelijk vrouwen of meisjes. In 2020 kwamen daarentegen ook 5 mannelijke slachtoffers van criminele uitbuiting in beeld van de chat. • Het jongste slachtoffer van criminele uitbuiting is 13 jaar oud en het oudste slachtoffer is 28 jaar. De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers is 17.5 jaar (de mediaan is 17 jaar). • 19 slachtoffers worden gedwongen tot het vervoeren en verhandelen van drugs. Eén van deze slachtoffers wordt tevens gedwongen tot diefstal. Drie slachtoffers worden gedwongen tot het witwassen van geld. Bij 1 slachtoffer wordt niet expliciet duidelijk tot welke criminele handelingen zij is gedwongen. • 21 van de 23 slachtoffers van criminele uitbuiting die in beeld van de chat kwamen, bevinden zich op het moment van het eerste contact met een hulpverlener van de chat in een acuut onveilige situatie.
Dit betekent dat het slachtoffer zich ten tijde van het chatgesprek in de situatie van uitbuiting bevindt. Bij het grootste deel van de slachtoffers duurt de uitbuitingssituatie al langer dan 3 maanden en in 3 gevallen al langer dan 1 jaar. • Wanneer een bezoeker een pleger noemt, gaat het meestal om iemand uit de sociale omgeving van het slachtoffer (n=11), gevolgd door een (ex-)partner (n=7). Een enkele keer komt de pleger uit de familiaire kring van het slachtoffer. • In 8 van de chatgesprekken geeft de bezoeker aan dat er sprake is van meerdere plegers die bij de uitbuiting betrokken zijn. In 2 van deze gevallen zijn er meerdere slachtoffers.
Figuur 14. Vormen van criminele uitbuiting (n = 22)
18 (82%) Drugscriminaliteit 3 (14%) Drugscriminaliteit en stelen 1 (4%) Witwassen
Figuur 15. Leeftijd slachtoffers criminele uitbuiting (n = 20) 10 Aantal slachtoffers
Zestienjarig meisje wordt seksueel uitgebuit door haar vriend en zijn vrienden
11
6 3 1 t/m 15
16-17
18-25
26+
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
Figuur 16. Achtergrond mensenhandelaar bij slachtoffers criminele uitbuiting (n = 20) Sociale omgeving Familielid (Ex)partner Onbekend bij chatter
11
1 7 1 0
2
4
6
8
10
12
Aantal plegers
3.3 Resumé In 2020 zijn in totaal 283 unieke personen op de chat gekomen om te praten over een situatie van mensenhandel, waarvan bijna 90% procent zelf slachtoffer is geworden. Het overgrote deel (91.5%) van de chatgesprekken gaat over een situatie van seksuele uitbuiting. De slachtoffers die in beeld komen zijn voornamelijk vrouwen of meisjes (92.5%). Negentien mannelijke slachtoffers kwamen in beeld van de chat, wat ruim een verdriedubbeling is ten opzichte van het jaar 2019. Bijna 60% van de slachtoffers is minderjarig en ongeveer een vijfde deel van de slachtoffers is zelfs vijftien jaar of jonger. Opvallend is dat het aantal bezoekers van criminele uitbuiting aanzienlijk is gestegen ten opzichte van het jaar 2019, namelijk van zeven naar 23, waarbij in meer dan de helft van de uitbuitingssituaties een slachtoffer zowel crimineel als seksueel wordt uitgebuit. Slachtoffers van criminele uitbuiting worden veelal gedwongen tot het vervoeren en verhandelen van drugs. Het grootste deel van de slachtoffers zit tijdens het eerste chatgesprek nog altijd in een uitbuitingssituatie en een groot deel van de slachtoffers geeft aan op de chat voor de allereerste keer te praten over diens slachtofferschap (n=82). Bij de slachtoffers van seksuele uitbuiting duurt of duurde deze uitbuiting vaak al langer dan één jaar en in ruim 40% van de gevallen al langer dan twee jaar.
In meer dan de helft van de chatgesprekken over seksuele uitbuiting waarin duidelijk wordt op welke wijze de pleger en het slachtoffer elkaar hebben ontmoet, geeft een slachtoffer aan dat de kennismaking online heeft plaatsgevonden. De meest genoemde ontmoetingsplaatsen zijn Instagram en Snapchat. In een vijfde deel van de chatgesprekken met betrekking tot seksuele uitbuiting (20.1%, n=52) geeft de bezoeker aan dat er sprake is van meerdere plegers die bij de uitbuiting betrokken zijn. In tien van deze uitbuitingssituaties wordt duidelijk dat de plegers samen meer dan één slachtoffer uitbuiten. In het geval van criminele uitbuiting wordt in acht van de 23 chatgesprekken duidelijk dat meerdere plegers een rol spelen bij de uitbuitingsituatie. In twee van deze gevallen is eveneens sprake van meer dan één slachtoffer. Deze zojuist genoemde aantallen dienen te worden beschouwd als een minimum, omdat de hulpverleners van de chat niet expliciet naar deze informatie vragen.
Minderjarige jongen wordt gedwongen tot dealen van drugs In het najaar komt er een minderjarige jongen op de chat. Hij vertelt dat hij sinds een tijdje weer contact heeft met jongens met wie hij vroeger bevriend was. Met deze groep jongens blowt hij zo nu en dan. De jongen krijgt de wiet en hasj van de groep, omdat hij dit wegens zijn leeftijd niet zelf kan aanschaffen bij een coffeeshop. De jongen geeft aan dat de groep hem sinds kort dwingt tot het dealen van drugs, als tegenprestatie voor de wiet en hasj die hij van hen krijgt. De jongen vertelt dat hij heeft aangegeven dit niet te willen doen, maar dat dit resulteerde in een grote ruzie. De jongens accepteren het niet wanneer hij weigert en zetten hem onder druk met fysiek geweld. De jongen vertelt dat de groep hem de volgende keuze geeft: luisteren naar de groep of ‘ze linken hem erbij’, waarmee hij bedoelt dat groep de jongen wil verraden bij de politie. De jongen heeft een deel van zijn verhaal al eens aan een kennis verteld, maar durft op de chat pas zijn hele verhaal te delen.
12
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
13
4. DE EFFECTEN VAN DE CORONACRISIS OP MENSENHANDEL 4.1 Inleiding De coronacrisis heeft in het jaar 2020 effect gehad op alle aspecten van de Nederlandse samenleving. Ook het criminaliteitsbeeld is beïnvloed door de pandemie. Tijdens de ‘intelligente lockdown’ bestonden grote zorgen over een toename van kindermishandeling.44 Daarnaast zijn tijdens de coronacrisis zorgen ontstaan over kinderen die worden uitgebuit in hotels en vakantieparken45 en zag Meld Misdaad Anoniem een verdubbeling in het aantal meldingen over illegale prostitutie, waaronder gevallen van seksuele uitbuiting, sinds de uitbraak van het coronavirus.46 In Nederland zijn de officiële registraties ten aanzien van seksuele uitbuiting over het jaar 2020 op dit moment nog niet bekend47, maar in België steeg het aantal meldingen van minderjarigen die gedwongen werden in de prostitutie van 47 in 2019 naar 66 in 2020.48 Tegelijkertijd werden als gevolg van de coronacrisis op 15 maart 2020 alle seksclubs en bordelen gesloten en vanaf 23 maart tot juli 2020 stond de gehele prostitutiebranche stil. Vanaf 15 december gold opnieuw een verbod op het uitvoeren van fysiek sekswerk in Nederland.49 Dit heeft tot gevolg dat seksadvertentiewebsites, seksclubs en andere segmenten van de prostitutiebranche in deze periodes geen sekswerk mochten aanbieden.
Nu seksuele uitbuiting ook plaatsvindt binnen de legale prostitutiebranche,50 zouden de maatregelen naar aanleiding van het coronavirus mogelijk ook hebben kunnen leiden tot een afname van mensenhandel. Zo gaf CoMensha in mei 2020 te kennen dat het aantal meldingen van slachtoffers van mensenhandel sinds de lockdown drastisch was afgenomen.51
44
Zie: https://www.trouw.nl/nieuws/als-je-door-de-coronacrisis-binnen-moet-blijven-in-een-huis-volgeweld~b2448231/, https://www.om.nl/actueel/nieuws/2020/04/17/grote-zorgen-over-huiselijk-geweld-tijdens-coronacrisis-%E2%80%9Chet-zicht-vertroebelt%E2%80%9D.
45
Zie: https://www.defenceforchildren.nl/actueel/nieuws/seksuele-uitbuiting/2021/zorgen-om-seksue-
46
Zie: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2373699-de-seksclubs-zijn-dicht-maar-meldingen-van-illega-
le-uitbuiting-van-kinderen-in-hotels-tijdens-corona/. le-prostitutie-zijn-verdubbeld, https://eenvandaag.avrotros.nl/item/coronajaar-2020-zorgde-vooreen-record-aantal-anonieme-tips-over-misdaad-en-ook-over-corona/. 47
De officiële registraties worden op – of rondom – 18 oktober 2021 gepubliceerd door de Nationaal
Voornoemde maakt zichtbaar dat de concrete effecten van het coronavirus op de situatie en aanpak van seksuele uitbuiting vooralsnog onduidelijk zijn. Enerzijds wordt gesteld dat corona mogelijk heeft geleid tot een toename van het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting, maar tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat de maatregelen juist zouden hebben geleid tot een daling van het aantal slachtoffers van seksuele uitbuiting. Met dit onderzoek wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de beperkte kennis over de invloed van de coronacrisis op de prevalentie van seksuele uitbuiting en de uitbuitingsituaties waarin slachtoffers verkeren. Dit hoofdstuk vangt daarom aan met een internationale en nationale literatuurverkenning naar de relatie tussen corona en seksuele uitbuiting. Vervolgens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de bezoekers van Chat met Fier die in 2020 een hulpvraag hadden inzake seksuele uitbuiting. De chatgesprekken van slachtoffers die zich in 2020 in een uitbuitingssituatie bevonden kunnen inzicht bieden in de vraag in hoeverre de pandemie invloed heeft gehad op de prevalentie van seksuele uitbuiting in Nederland. Hierbij zal een vergelijking worden gemaakt met het aantal slachtoffers dat de chat bezocht in het jaar 2019.
Daarnaast wordt aan de hand van een kwalitatieve analyse nader ingegaan op de inhoud van de chatgesprekken waarin een link met corona naar voren kwam. Er wordt besproken in hoeverre en op welke manieren corona, en de maatregelen naar aanleiding hiervan, effect hebben gehad op de uitbuitingssituaties van slachtoffers van seksuele uitbuiting in Nederland. Het hoofdstuk sluit af met een conclusie.
4.2 Literatuurverkenning In Nederland is nog vrijwel geen onderzoek verricht naar de effecten van de coronacrisis op de aard en omvang van mensenhandel. Bij de studies die hier wel inzicht in bieden, ontbreekt het bovendien veelal aan empirische onderbouwing. Terre des Hommes stelt bijvoorbeeld dat door de coronacrisis meer kinderen in Nederland risico lopen om slachtoffer te worden van seksuele uitbuiting, omdat zij zich veel vaker op sociale media begeven tijdens de lockdown, maar het ontbreekt aan cijfermatige onderbouwing waaruit blijkt dat kinderen ook daadwerkelijk vaker uitgebuit zijn.52 Ook Europol stelt in een rapport uit 2020 dat er met name in april en mei een forse piek was te zien in online seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen.53 In het onderzoek gaat het hierbij echter vooral om een toename van online seksueel misbruik en niet van mensenhandel zoals dit is strafbaar gesteld in Nederland. In de voortgangsrapportage tegen mensenhandel van de Europese Commissie wordt ook gesteld dat criminelen sterk hebben
Rapporteur in de Slachtoffermonitor. 48
Child Focus, 2020, p. 7.
49
Zie: https://sekswerkexpertise.nl/.
52
Zie: https://www.terredeshommes.nl/nl/actueel/coronacrisis-toename-online-misbruik-in-nederland.
50
Nationaal Rapporteur, 2016.
53
Europol, 2020. (https://www.europol.europa.eu/publications-documents/exploiting-isolation-offen-
51
Zie: https://www.comensha.nl/actualiteiten/item/corona-en-mensenhandel/.
ders-and-victims-of-online-child-sexual-abuse-during-covid-19-pandemic).
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
geprofiteerd van de maatregelen naar aanleiding van het coronavirus en dat slachtoffers van mensenhandel steeds vaker via het internet worden aangeboden en in de privésfeer worden uitgebuit.54 In de rapportage wordt echter verder niet duidelijk om wat voor een toename dit zou gaan. Uit verkennend onderzoek van Fier blijkt dat in de periode maart en april 2020 bijna een verdubbeling zichtbaar was in het aantal bezoekers op de hulplijn Chat met Fier met een hulpvraag gerelateerd aan seksuele uitbuiting ten opzichte van de maanden januari en februari.55 Op basis van het onderzoek kon echter niet worden gesteld in hoeverre dit betekent dat ook daadwerkelijk meer personen in deze periode slachtoffer zijn geworden van seksuele uitbuiting, of dat de toename op de chat kwam door een verschuiving van de traditionele hulpverlening naar de online hulpverlening, nu eerstgenoemde vanwege de coronamaatregelen verder op afstand is komen te staan. Hoewel vooralsnog weinig empirisch onderzoek is verricht naar het effect van de maatregelen op de aard en omvang van seksuele uitbuiting, is er wel onderzoek gedaan naar de gevolgen van corona voor de prostitutiebranche in Nederland.
Hoewel sekswerk en seksuele uitbuiting twee van elkaar te onderscheiden fenomenen zijn, blijkt uit onderzoek dat een aanzienlijk deel van de slachtoffers van seksuele uitbuiting binnen de reguliere prostitutiesector wordt uitgebuit.56 Ondanks het verbod op sekswerk bleek het tijdens de coronacrisis mogelijk om op grote Nederlandse seksadvertentiewebsites – Kinky.nl, Sexjobs.nl en Speurder.nl – nog altijd advertenties te plaatsen voor het aanbieden van fysieke seksuele diensten.57 Uit het onderzoek van Azam, Adriaenssens en Hendrickx naar de Nederlandse en Belgische prostitutiemarkten ten tijde van de coronacrisis, blijkt wel dat gedurende de lockdown aantoonbaar minder transacties hebben plaatsgevonden.58 Dit betekent dat in totaal minder betaalde seksuele diensten tussen sekswerkers en klanten hebben plaatsgevonden dan voorafgaand aan de coronacrisis. Uit het onderzoek komt naar voren dat met name het marktaandeel van de zichtbare prostitutiesector, te weten de raamprostitutie, bordelen en massagesalons, afnam tijdens de coronamaatregelen.
Tegelijkertijd nam het marktaandeel van de minder zichtbare sectoren, escort en thuisprostitutie, in dezelfde periode juist relatief toe, ondanks dat ook hier sprake was van een absolute afname in transacties.59 Tijdens de coronapandemie was een toename te zien van digitale seksuele dienstverlening, zoals bijvoorbeeld het aanbod van webcamseks, wat mogelijk duidt op een tweede verschuiving
14
binnen de prostitutiebranche als gevolg van het verbod op fysieke seksuele dienstverlening.60 De verandering van het aanbieden van fysieke diensten naar het aanbieden van online diensten is echter niet voor alle sekswerkers een mogelijkheid, omdat dit onder meer een officiële online bankrekening vereist.61 Dit leidt mogelijk tot een groep kwetsbare personen die doorgaat met het leveren van fysieke seksuele diensten in een omgeving met minder of geen toezicht. Deze kwetsbaarheid vergroot de kans op misstanden, zoals misbruik, en slachtofferschap van mensenhandel. 62 Hoewel, zoals reeds benoemd, nog beperkt empirisch onderzoek is verricht naar de effecten van corona op de aard en omvang van mensenhandel, is al wel veel onderzoek verricht naar de kwetsbaarheden en risicofactoren voor het ontstaan van seksuele uitbuiting.63 Onderzoek van onder meer Todres en Diaz uit 2020 suggereert dat de coronacrisis veel van deze kwetsbaarheden heeft vergroot, waarmee het risico op seksuele uitbuiting ook is toegenomen.64 Greenbaum et al. verdelen deze corona gerelateerde risico’s van mensenhandel in drie onderling samenhangende categorieën: (1) gezinsgerelateerde problemen (2) economische problemen en (3) beperkingen in professionele hulp.65 In het navolgende wordt op deze drie categorieën dieper ingegaan.
Gezinsgerelateerde problematiek en de toename van internetgebruik onder jongeren Een eerste categorie van kwetsbaarheid die volgens Greenbaum et al. naar aanleiding van de coronacrisis zou zijn toegenomen komt voort uit gezinsgerelateerde problematiek. Zij stellen dat de pandemie tot een toename van partnergeweld en kindermishandeling heeft geleid, hetgeen risicofactoren zijn voor het ontstaan van nieuwe situaties van mensenhandel. Door de pandemie zijn wereldwijd contactbeperkende maatregelen ingevoerd en gelden in veel landen regels waarmee de bewegingsvrijheid van mensen wordt ingeperkt. Dit heeft tot gevolg dat in veel huishoudens door alle bewoners meer tijd wordt doorgebracht in huis, waardoor met name in huishoudens waar al sprake is van geweld, de spanningen toenemen. Greenbaum et al. beschrijven dat deze thuissituaties door onder andere het sluiten van de scholen sneller onopgemerkt blijven en mogelijk kinderen drijven tot het weglopen van huis, waardoor het risico op slachtofferschap van mensenhandel verder toeneemt. Daarnaast benoemen zij dat spanningen binnenshuis en/of de aanwezigheid van een (potentiële) zedendader kinderen kwetsbaar maken voor misbruik en uitbuiting. Ook in Nederland wordt het aantal slachtoffers van kindermishandeling tijdens de eerste lockdown hoger geschat ten opzichte van een periode zonder
54
Europese Commissie, 2020.
55
Fier, 2020.
60
CKM, 2021a.
56
Nationaal Rapporteur, 2016.
61
Zie: https://www.kit.nl/back-to-the-street/.
57
Zie: https://www.kit.nl/back-to-the-street/ en https://www.platform-investico.nl/artikel/seks-
62
Zie: https://www.kit.nl/back-to-the-street/; De Wildt, Andeweg & Sondeijker, 2020.
werk-gaat-door-geannoteerd-verhaal/.
63
Zie bijvoorbeeld Franchino-Olsen, 2019.
58
Azam, Adriaenssens & Hendrickx, 2020.
64
Todres & Diaz, 2021.
59
Azam, Adriaenssens & Hendricksx, 2020.
65
Greenbaum, Stoklosa & Murphy, 2020.
ONZICHTBARE SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL IN 2020 |
lockdown, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden.66 Uit dit onderzoek blijkt eveneens dat met name gezinnen met kinderen over wie al zorgen bestonden kwetsbaar lijken als gevolg van de maatregelen. Uit onderzoek naar huiselijk geweld van het Verwey Jonker instituut blijkt echter, in lijn met het aantal meldingen bij Veilig Thuis, dat bij kwetsbare gezinnen waar geweld speelt of heeft gespeld, het geweld tijdens de coronacrisis niet zou zijn toe- of afgenomen.67 Daarnaast beschrijven Greenbaum et al. dat vanwege de beperkingen omtrent het onderwijs, sport en sociale activiteiten jongeren meer tijd doorbrengen op het internet, waaronder op sociale media en andere online platformen. Volgens Greenbaum et al. lopen kinderen die risicovol gedrag vertonen op het internet, zoals het delen van persoonlijke informatie met iemand die zij online hebben leren kennen, een groter risico om slachtoffer te worden van online seksuele uitbuiting. Ook Unicef beschrijft dat de toename van internetgebruik de kans vergroot dat kinderen in contact komen met mogelijke daders, die de behoefte van kinderen tot het leggen van nieuwe contacten kunnen misbruiken door kinderen te ronselen voor online of offline seksueel misbruik of seksuele uitbuiting.68 Gosh et al.
stellen dat daders misbruik maken van de kwetsbare positie van kinderen en het verminderde toezicht op het online gedrag van kinderen doordat zij vanwege de maatregelen naar aanleiding van de coronacrisis veel meer tijd alleen thuis doorbrengen. Door de coronacrisis zitten bovendien ook meer volwassenen in sociale isolatie, wat mogelijk de vraag naar kinderpornografisch materiaal vergroot.69 Volgens het National Center for Missing and Exploited Children in de Verenigde Staten nam het aantal meldingen over online uitbuiting tussen maart en april 2020 mede om deze redenen dan ook toe van 2 miljoen naar 4.2 miljoen meldingen.70 Ook wanneer specifiek wordt gekeken naar Nederland wordt bovenstaand beeld ondersteund. Zo meldden tijdens de eerste lockdown ruim twee keer zo veel jongeren bij Helpwanted.nl dat zij slachtoffer zijn geworden van online seksueel misbruik.71 Met name het aantal meldingen van sextortion, het afpersen met naaktbeelden, nam toe en in mindere mate het aantal meldingen van grooming.72 Het hoge aantal meldingen van online misbruik tijdens de eerste lockdown
66
Vermeulen, van Berkel & Alink, 2020.
67
Steketee et al., 2020.
68
Unicef, 2020.
69
Ghosh et al,, 2020.
70
Zie: https://www.forbes.com/sites/thomasbrewster/2020/05/09/online-child-abuse-complaints-sur-
71 72
15
wordt door het Expertisecentrum Online Kindermisbruik eveneens toegeschreven aan het feit dat jongeren niet meer fysiek naar school gaan en weinig sociale activiteiten hebben. Hierbij wordt echter wel genoemd dat een deel van de meldingen betrekking heeft op naaktbeelden uit het verleden en de angst dat deze alsnog online worden geplaatst. Door de sluiting van de scholen konden deze jongeren niet terecht bij docenten om te praten over hun situatie. Dit wijst op een mogelijke verschuiving naar online hulpverlening doordat andere hulp verder op afstand is komen te staan, zoals ook wordt genoemd in het onderzoek van Fier.73 Het is derhalve onduidelijk of de toename van internetgebruik als gevolg van de lockdown daadwerkelijk heeft geleid tot meer gevallen van online misbruik of dat meer jongeren hierover praten, waardoor meer slachtoffers in beeld komen. Economische spanningen Greenbaum et al. omschrijven economische spanningen als tweede categorie van risicofactoren voor seksuele uitbuiting tijdens de pandemie. Allereerst lopen kwetsbare populaties door de economische gevolgen van de coronacrisis een vergroot risico op slachtofferschap van mensenhandel. Zo kunnen kinderen en adolescenten in een zoektocht naar betere leefomstandigheden kwetsbaar zijn voor mensenhandel in de vorm van seksuele uitbuiting of dwangarbeid.
74 Todres en Diaz beschrijven dat het wijdverspreide verlies van banen kan resulteren in een onvermogen om de huur betalen, wat kan resulteren in een verhoogd risico op uitbuiting, waaronder ‘overlevingsseks’.75 Ten tweede kunnen economische spanningen mensen aanmoedigen zich bezig te houden met illegale activiteiten, waaronder mensenhandel. Zo stellen Greenbaum et al. dat volwassenen in een financieel kwetsbare situatie kunnen overgaan tot het seksueel uitbuiten van hun eigen kinderen, om zichzelf en het gezin in levensbehoeften te voorzien,76 bijvoorbeeld in de vorm van het live streamen van seksueel kindermisbruik. Tot slot is het voor volwassenen die werkzaam zijn in de prostitutiebranche door het stilleggen van de sector moeilijker inkomsten te generen, waardoor zij mogelijk meer risico’s gaan nemen bij het werven van klanten, waarmee de kans groter wordt dat zij slachtoffer worden van seksueel geweld en/of seksuele uitbuiting.77 Dit blijkt ook uit onderzoek van het Verwey Jonker Instituut naar de impact van de coronacrisis op sekswerkers in Nederland.78 In gesprekken met sekswerkers komt naar voren dat een deel van de sekswerkers ondanks de maatregelen doorgaat met werken, waarbij hun kwetsbaarheid toeneemt.