RIS309339 Bijlage 1 Monitoringsrapportage MER Rotterdamsebaan 2020
Tekst van het document
3.3.2
Wijze van monitoren
Om een goed beeld te krijgen van de werkelijke effecten op luchtkwaliteit beschrijft het monitoringsplan de volgende vragen: 1 voldoet de luchtkwaliteit op alle wegen aan de wettelijke grenswaarde, conform hetgeen geconstateerd is in het MER? subvraag: is er sprake van een dalende trend in de achtergrondwaarde conform de landelijke trend? 2 is sprake van toe- en afname van de concentraties in dezelfde orde van grootte (significant is 1,2 microgram) als voorspeld is in het MER Rotterdamsebaan en is er sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden, bijvoorbeeld bij de tunnelmonden? 3 leidt de realisatie van de Supernovaweg (en afsluiting Binckhorstlaan) tot een (dreigende) overschrijding ter hoogte van de Koningstunnel en Neherkade? 4 leidt de openstelling van de Rotterdamsebaan tot een (dreigende) overschrijding ter hoogte van de Koningstunnel en Neherkade? Van deze vragen zijn vraag 1 en 3 te beantwoorden in deze rapportage. De beide andere vragen kunnen pas beantwoord worden na openstelling van de Rotterdamsebaan.
34 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
3.3.3
Maatregelen, stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
In het MER zijn voor luchtkwaliteit de volgende maatregelen benoemd, zowel een mitigerende maatregel als kansrijke maatregelen.
Tabel 3.10 Maatregelen voor luchtkwaliteit uit het MER Aspect
Maatregel
Geborgd in
Amoveren woningen Vestaweg
Contract
Natuurlijke ventilatie
Contract, gerealiseerd in 2019
Vormgeving tunnelmonden
Contract, gerealiseerd in 2019
Mitigerende maatregelen Luchtkwaliteit Kansrijke maatregelen Luchtkwaliteit
Voor luchtkwaliteit zijn twee kansrijke maatregelen benoemd die inmiddels zijn opgenomen in het ontwerp. De maatregelen ‘Natuurlijke ventilatie’ (extra ventilatieopeningen van de tunnel als onderdeel van de vormgeving van de tunnelmonden) en ‘Vormgeving tunnelmonden’ zijn in 2019 gerealiseerd. Aanvullend op de kansrijke maatregelen is in 2019 in de tunnel een ‘fine dust reduction system’ (afgekort: FDRSsysteem) aangelegd. Het systeem zorgt ervoor dat fijnstof, afkomstig van voertuigen met een verbrandingsmotor, via een statisch elektrisch veld een positieve lading krijgt en neerslaat op negatief geladen panelen op de tunnelwanden. Deze panelen worden in de gebruiksfase van de Rotterdamsebaan ieder half jaar gereinigd, waarbij het neergeslagen fijn stof wordt afgevoerd. Op deze manier wordt de hoeveelheid fijn stof ten gevolge van het verkeer in de tunnel met 50 procent verminderd. De installatie is in 2020 getest en de effecten van het FDRS-systeem zullen na openstelling van de tunnel in 2021 gemeten worden. De effecten van het FDRS-systeem kunnen worden gemonitord vanaf de opstelling van de Rotterdamsebaan (de gebruiksfase). De aannemer zal tijdens de beheer- en onderhoudstermijn tijdens het onderhoud een controlemeting uitvoeren, waarbij monsters op de frames van de FDRS worden geplakt.
Deze monsters worden tijdens de volgende onderhoudsperiode weer verwijderd en in een laboratorium getest. Met de testresultaten wordt berekend hoeveel fijnstof is afgevangen.
3.3.4
Verwachte en geconstateerde effecten
Wijzigingen ten opzichte van 2018 en 2019 De voorgaande jaren is voor het in beeld brengen van de luchtkwaliteit als gevolg van de aanleg van de Rotterdamsebaan gebruik gemaakt van het landelijke rekenprogramma voor NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Dit rekenprogramma wordt sinds medio december 2019 niet meer ondersteund. Tijdens de overgang naar het nieuwe rekenprogramma AERIUS Lucht was het, begin 2020, tijdelijk niet mogelijk luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. De monitoringsrapportage over 2019 bevatte daarom geen berekeningen voor luchtkwaliteit over het jaar 2019. In deze rapportage (over 2020) wordt ook inzicht gegeven in de luchtkwaliteitsberekeningen voor 2019. Door de overgang naar het nieuwe rekenprogramma kunnen in de berekeningen (kleine) verschillen ontstaan, die niet relevant zijn voor de analyse die hier verder volgt. Gebruikt rekenprogramma: AERIUS Lucht in plaats van NSL-Monitoringstool Zoals hierboven reeds is beschreven, is het gebruikte rekenprogramma om de luchtkwaliteitseffecten te bepalen gewijzigd. Dit was de NSL Rekentool en is nu de AERIUS Lucht Rekentool. De systematiek rond de monitoring van luchtkwaliteit in het NSL is onveranderd gebleven. Het tijdschema van de jaarlijkse monitoring in het NSL loopt niet parallel met dat van de monitoring Rotterdamsebaan.
Elk jaar worden in maart voor de NSL-monitoring (met het rekenprogramma AERIUS Lucht) de emissiegegevens en de achtergrondconcentratie opnieuw vastgesteld.
35 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Dit geldt zowel voor de voorspellingen als voor het achteraf bepalen van de werkelijke concentraties van het voorgaande jaar (voornamelijk afhankelijk de meteorologische omstandigheden). De herberekening over het jaar 2018 is gedaan met de Rekentoolversie van 2019 met de werkelijke meteorologische omstandigheden over 2018. De berekeningen over 2019 zijn uitgevoerd met de Rekentoolversie van juli 2020. De berekeningen voor 2020 zijn ook uitgevoerd met de rekentool 2020. Verkeersgegevens De afdeling Mobiliteit van de gemeente Den Haag heeft voor een aantal wegen in en rondom de Binckhorst in januari 2021 verkeerscijfers aangeleverd over het jaar 2019 en 2020. De cijfers zijn gebaseerd op het Verkeersmodel Haaglanden en een aantal verkeerstellingen. De tellingen zijn op basis van onder andere Verkeersregelinstallaties op relevante kruispunten. Deze verkeerscijfers geven een gemiddeld beeld van 2019 en 2020. Geen overschrijding grenswaarden in Den Haag Bovenstaand is al aangegeven dat de berekeningen voor de Binckhorst zijn uitgevoerd met de Rekentool 2020. Uitgaande van de berekeningen in het kader van het NSL volgt dat er in 2020 langs geen enkele weg in Den Haag een overschrijding van de grenswaarde plaatsvindt.
Concentraties op wegen in en in de nabijheid van de Binckhorst In tabel 3.11 is voor een aantal wegen die nu en in de toekomst worden beïnvloed door de Rotterdamsebaan, de concentratie stikstofdioxide (NO2) opgenomen. In afbeelding 3.8 zijn de monitoringspunten weergegeven.
Tabel 3.11 Concentraties NO2 2015-2020 op enkele receptorpunten nabij Rotterdamsebaan Concentratie stikstofdioxide (NO2) in μg/m3 Rekenpunt (zie fig. 1)
Straatnaam (receptornr. Monitoringstool)
2015*
2016*
2017*
2018*
2019**
2020**
0
Wegastraat
29,0***
33,0
31,7
32,4
28,7
27,0
1
Supernovaweg
-
31,4
30,3
31,0
27,5
25,9
2
Zonweg
-
29,8
29,0
27,8
25,5
24,1
3
Rijswijkseweg
34,2
31,9
30,8
30,6
28,4
26,6
4
Binckhorstlaan
34,1
34,1
32,3
32,9
31,5
29,4
5
Mercuriusweg
31,8
32,5
31,4
31,2
28,9
27,1
6
Binckhorstlaan
33,3
31,6
30,9
29,9
27,6
25,9
7
Binckhorstlaan
30,6
30,5
29,7
28,6
26,3
24,8
8
Maanweg
-
32,4
30,8
29,9
27,6
25,9
9
Mercuriusweg
-
29,9
29,1
29,2
25,5
24,1
10
Wegastraat
-
35,8
34,2
33,7
30,9
28,9
112813****
Haagweg (Rijswijk)
37,0
37,4
33,4
32,1
29,8
26,9
*
Concentratie inclusief bijdrage snelwegen en achteraf gecorrigeerd met Rekentool over het juiste jaar.
**
Concentratie inclusief bijdrage snelwegen berekend met Rekentool versie 2020.
***
Supernovaweg nog niet opengesteld - verkeersintensiteiten Wegastraat.
****
Rekenpunt overgenomen uit de monitoringstool.
36 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
In deze fase van de aanleg van de Rotterdamsebaan is de invloed op de verkeersbewegingen buiten de Binckhorst nog beperkt. Het ontbreken van een monitoringspunt op de Neherkade is op dit moment nog niet belangrijk. De wijzigingen van de aantallen verkeer zijn zodanig gering, dat er geen aanleiding is wijzigingen in de luchtkwaliteit te verwachten ter hoogte van de Neherkade. Ontwikkeling achtergrondconcentratie Tabel 2 geeft de ontwikkeling van de achtergrondconcentratie in de Binckhorst (Binckhorstlaan) en in de omgeving weer (Neherkade en Rijswijkseweg). Het betreft hier geen voorspellingen maar berekeningen achteraf van het betreffende jaar (dus met de juiste meteorologie).
Tabel 3.12 Ontwikkeling van de achtergrondconcentratie NO2 Receptor (MT)
2020***
2019**
2018*
2017
2016
2015
2014
2013
2012
113324
21,7
22,6
26,1/24,9
27,7/26,6
28,4/27,1
27,6/26,4
29,3/27,8
29,4/28,1
33,1/32,0
112816
23,0
24,1
26,7/26,2
27,5/27,0
28,3/27,7
27,5/27,0
29,9/29,2
29,3/28,7
33,3/32,8
112842
25,7
27,2
28,9/28,4
28,9/28,5
29,7/29,2
28,8/28,4
32,0/31,5
30,2/29,8
34,1/33,7
15708940
23,0
24,1
26,7/226,
27,5/27,0
28,3/27,7
27,5/27,0
29,9/29,2
29,3/28,7
33,3/32,8
2
*
De Monitoringstool kent twee verschillende definities voor de achtergrondconcentratie. Om niet in details te treden zijn beide waarden weergegeven (resp. Achtg_NO2 en GCN_NO2).
**
Vanaf versie 2020 van de monitoringstool wordt alleen nog de grootschalige concentratie (GCN) weergegeven.
***
Het jaar 2020 betreft een prognose. De landelijke berekeningen in het kader van het NSL met de laatste cijfers moet nog plaatsvinden.
37 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Afbeelding 3.8 Monitoringspunten Rotterdamsebaan
Er is in 2019 geen toename van verkeer geconstateerd die te relateren is aan de aanleg van de Rotterdamsebaan. Er is om die reden geen verslechtering van de luchtkwaliteit te verwachten.
3.3.5
Conclusies
De concentraties stikstofdioxide rondom de Rotterdamsebaan zijn middels een berekening in beeld gebracht. In de Binckhorst worden in 2020 geen grenswaarden voor stikstofoxide overschreden. De langjarige neerwaartse
38 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
trend is ook in 2020 doorgezet, maar waarschijnlijk voor een belangrijk deel te verklaren door de afname in mobiliteit veroorzaakt door de coronapandemie. De concentraties stikstofdioxide zijn niet alleen afhankelijk van de wijzigingen in de verkeersstromen, maar ook van de achtergrondconcentraties en de meteorologische omstandigheden. De achtergrondconcentratie vertoont tussen 2012 en 2015 een dalende trend maar lijkt daarna te stagneren. Vanaf 2017/2018 lijkt deze dalende trend weer door te zetten. Ook buiten de Binckhorst, specifiek rond de Koningstunnel en de Neherkade, treden geen (dreigende) overschrijdingen op van de grenswaarde. Met de openstelling van de weg begin 2021 zullen in de Monitoringsrapportage over 2021 de eerste effecten van de openstelling op het thema luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt worden. De situatie rond de tunnelmonden en de gewijzigde verkeersstromen zullen in die rapportage daarom extra aandacht krijgen.
3.4
Gezondheid
In de rapportage van 2018 is het aspect gezondheid toegevoegd. Gezondheid en gezondheidseffecten van ruimtelijke ontwikkelingen staan maatschappelijk steeds prominenter in de aandacht. Daarom is besloten om vanaf 2018 expliciet aandacht te besteden aan gezondheidseffecten. Gezondheid is een breed begrip en van vele factoren afhankelijk. De gezondheid van mensen wordt deels bepaald door individuele keuzes en deels door de omgeving waarin mensen wonen. Individuele keuzes hebben te maken met het gedrag van mensen. Zo zijn de keuzes ten aanzien van roken, bewegen en voeding de aspecten die de gezondheid het meest beïnvloeden op individueel niveau. De omgeving waarin mensen zich begeven kan de gezondheid op twee manieren beïnvloeden: 1 de omgeving zet aan tot een gezonde levensstijl, zoals niet roken, veel bewegen, gezonde voeding en is een bron van rust en daarmee stressreductie (door bijvoorbeeld groen); 2 de omgeving is een gezonde plek waar het risico op gezondheidsschade beperkt wordt. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de mate van milieubelasting. In deze paragraaf wordt ingegaan op het thema gezondheid en dan met name op het aspect omgeving. De vraag is in hoeverre de omgeving van de Rotterdamsebaan de gezondheid van mensen beïnvloed en welke effecten dat met zich meebrengt. In het MER Rotterdamsebaan 2013 is hier expliciet aandacht aan besteed.
De conclusies die hieraan verbonden zijn, zijn verwoord in paragraaf 3.4.1. Vervolgens wordt er ingegaan op welke wijze dit gemonitord wordt en hoe de stand van zaken is op dit moment. De paragraaf sluit af met een conclusie.
3.4.1
Conclusies uit het MER
In het MER Rotterdamsebaan uit 2013 heeft het onderzoek naar gezondheid zich gefocust op de effecten van de verandering van de luchtkwaliteit, de geluidbelasting en het groen in de omgeving van de Rotterdamsebaan. Hierbij is ook naar effecten beneden de wettelijke normen gekeken, omdat bekend is dat ook beneden de wettelijke normen gezondheidseffecten kunnen optreden. De samenvatting van het MER beschrijft de effecten op het thema gezondheid als volgt: de uitstoot van schadelijke gassen, waaronder bijvoorbeeld stikstofdioxide en fijnstof, en de hinder als gevolg van de geluidbelasting kunnen leiden tot negatieve gezondheidseffecten. De aanleg van de Rotterdamsebaan heeft, als het hele studiegebied beschouwd wordt, een positief effect op de gezondheidssituatie. Dit komt door de afname van de concentraties verontreinigende stoffen in de lucht en de geluidbelasting op plaatsen waar veel mensen wonen, zoals de Haagweg/Rijswijkseweg en de Maanweg (effecten op Voorburg-West). Echter op bepaalde plaatsen is er ook een verhoogde milieubelasting voorzien, zoals bij de Neherkade, de Lekstraat en de tunnelmonden van de Rotterdamsebaan. Bij de tunnelmonden verblijven mensen niet permanent. Gezondheidseffecten zijn hier niet aan de orde. Wel is er sprake van mogelijke negatieve gezondheidseffecten bij
39 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
één hole van de golfbaan in de Vlietzoom omdat die dicht bij de tunnelmond gelegen is. Hiervoor wordt geadviseerd de hole anders in te richten, zodat de afslagplaats verder van de tunnelmond komt te liggen. Groenstructuren in en rondom het plangebied zijn gelegen in de Vlietzoom. In de Vlietzoom ligt het tracé deels op maaiveld en deels verdiept in een slotenrijke polder met diverse landgoederen, een villapark, het familiepark Drievliet, een groot golfterrein, enkele resterende weilanden en volkstuincomplexen in het middengebied en bedrijventerrein Hoornwijck (deels bedrijventerrein, deels hoogwaardig kantorenlocatie) rondom de Laan van Hoornwijck. Het gebied heeft een groen karakter maar speelt in geringe mate een rol in de landschappelijke of recreatieve kwaliteit van stad of regio. Dit komt met name door de ontoegankelijkheid van het gebied. Er zijn nauwelijks (doorgaande) fiets- of wandelpaden en de ruimtelijke functionele 'koppeling' tussen Den Haag/de Binckhorst, de Vliet/A4-zone en de vinexlocaties Ypenburg en Leidschenveen is in de structuurvisie A4 Vlietzoom (2006) als zwak aangegeven. Het gebied is in de huidige situatie geen verbindend element tussen Den Haag en haar buitenwijken maar functioneert als stadsrand.
3.4.2
Wijze van monitoring
De wijze van monitoren volgt de aspecten zoals beschreven in het MER: luchtkwaliteit, de geluidbelasting en het groen. De aanleg en ingebruikname van de Rotterdamsebaan heeft een effect op de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de lucht en de geluidbelasting in de omgeving. Door verandering van de milieubelasting in de omgeving kan er een effect zijn op de gezondheid van mensen. Voor de evaluatie is het van belang vast te stellen in hoeverre de uitkomsten van het MER een goede voorspelling zijn van de daadwerkelijk optredende effecten. Aangezien gezondheid afgeleid is van de effecten op geluid en lucht en deze aspecten een afgeleide zijn van verkeer, is de informatiebehoefte voor gezondheid ook gekoppeld aan de uitkomsten van de monitoring van deze aspecten. Indien uit de monitoring van verkeer, geluid en luchtkwaliteit geen afwijkingen worden geconstateerd ten opzichte van de voorspellingen in het MER, is geen nadere monitoring van de effecten op gezondheid noodzakelijk. Indien er relevante afwijkingen blijken in de effecten op de luchtkwaliteit, geluid en de verdeling van het verkeer, kan dit consequenties hebben voor het thema gezondheid.
Indien monitoring op het thema gezondheid plaatsvindt, dienen hierbij de volgende vragen te worden beantwoord: 1 komen de toe- en afnames van elementair koolstof overeen met de voorspelde waarden op de verschillende toetspunten? 2 leiden toenames van geluid en luchtverontreiniging tot een wijziging in de berekende GES-klassen? In dit monitoringsjaar vindt geen monitoring op het thema gezondheid plaats, omdat uit de monitoring van verkeer, geluid en luchtkwaliteit geen afwijkingen zijn geconstateerd vergeleken met het MER. Hieronder wordt beschreven wat de GES-methodiek inhoudt. GES-methodiek Gezondheidseffectscreening (GES) geeft inzicht in factoren die van invloed kunnen zijn op de gezondheid van bewoners. In een GES wordt niet gekeken naar een overschrijding van de wettelijke milieunormen. Er wordt gekeken naar de effecten beneden de normen, omdat voor een aantal milieufactoren ook beneden de wettelijke grenswaarden gezondheidseffecten kunnen optreden. De GES geeft kwalitatief inzicht in de relatieve veranderingen als gevolg van de onderzochte alternatieven en de invloed van lucht en geluid op de gezondheid van blootgestelden. Een GES geeft geen inzicht in de absolute of feitelijke gezondheid van blootgestelden. Bij de beoordeling van de gezondheidssituatie van mensen in een gebied spelen namelijk ook andere factoren een rol.
De GES-methodiek vertaalt de hoogte van de milieubelasting naar een milieugezondheidkwaliteit en bijbehorende GES-score en kleur. De milieugezondheidkwaliteit en GES-score variëren van ‘zeer goed’ (0) tot ‘onvoldoende (6) en ‘zeer onvoldoende’ (8). Er zijn GES-scores bepaald voor de effecten van geluid en van verschillende luchtverontreinigende stoffen. Bij een GES-score vanaf 6 wordt het Maximaal Toelaatbare Risico (MTR) voor lucht overschreden. Voor geluid is er geen MTR-niveau vastgesteld. In de GES-methodiek is er bij 63 dB wel een hinderniveau (‘risiconiveau’) vastgesteld, waarvoor een GES-score 6 geldt. Zie het MER
40 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Rotterdamsebaan 2013 voor meer informatie over de GES-scores die zijn berekend in het kader van de aanleg van de Rotterdamsebaan. GES-score Een wijziging in de berekende GES-scores in het MER Rotterdamsebaan 2013 kan alleen plaatsvinden als er relevante veranderingen in verkeerstromen (+ 30 % verkeer) en de daarvan afgeleide effecten lucht en geluid plaatsvinden als gevolg van het project Rotterdamsebaan. Bij een significante verslechtering van de situatie van luchtkwaliteit (+ 1,2 µg/m3) en de geluidbelasting (+ 1 dB) in vergelijking met de voorspelde waarden in het MER wordt middels een nieuwe berekening inzichtelijk gemaakt in hoeverre een verschuiving van het aantal blootgestelden per GES-klasse optreedt. Deze methode is in samenwerking met de GGD Haaglanden besproken en toegepast. Wijziging GES klassen 2017 Medio 2017 zijn de GES klassen voor luchtkwaliteit aangepast door GGD/GHOR Nederland. Dit naar aanleiding van voortschrijdende inzichten ten aanzien van gezondheid en nieuwe adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Voor de monitoring van het MER Rotterdamsebaan heeft dit geen effect: de toetsing van effecten vindt plaats ten opzichte van het beoordelingskader uit 2013.
3.4.3
Maatregelen en stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
Uit de beschrijving van de ontwikkeling van het verkeer (zie paragraaf 3.1) blijkt dat de tot nu toe geconstateerde wijzigingen in de verkeersstromen niet gerelateerd kunnen worden aan de realisatie van de Rotterdamsebaan. Er is over het algemeen een afname van het verkeer waarneembaar binnen het kordon van de Rotterdamsebaan. De gezondheidseffecten ten aanzien van het groen in de omgeving zijn per saldo positief omdat de aanleg van de Rotterdamsebaan kansen biedt voor de aanleg van het Molenvlietpark in de Vlietzoom (raadsbesluit gemeente Den Haag 5 maart 2015). Met inpassingsmaatregelen krijgt het gebied een hogere kwaliteit waardoor het gebied qua natuur- en landschapsbeleving aantrekkelijker wordt voor mensen om te verblijven. Een groene omgeving maakt de omgeving aantrekkelijk en levendig en nodigt uit tot spelen, bewegen en sociaal contact. Groen in de omgeving bevordert het welbevinden, het woonplezier, herstel van stress en mentale vermoeidheid. Het groen in de Vlietzoom wordt beter toegankelijk gemaakt voor het publiek door de aanleg van het Molenvlietpark. Hierdoor gaat het een grotere rol spelen in de recreatieve kwaliteit van de stad en de regio. Dit creëert een omgeving die, meer dan voorheen, uitnodigt tot gezond gedrag.
3.4.4
Verwachte en geconstateerde effecten
De veranderingen in verkeer (paragraaf 3.1) en geluid (paragraaf 3.2) zijn gering en blijven beneden de drempelwaarde voor significatie (30 % toename verkeer, 1 dB toename geluid). Er is daarmee geen wezenlijke verandering van de in het MER berekende effecten op de gezondheid te verwachten en geen aanleiding voor een nieuwe berekening van GES-scores. In 2020 is het Molenvlietpark opengesteld voor het publiek. De recreatieve functie van het groen in de Vlietzoom heeft derhalve nog geen effect op de gezondheidssituatie in de omgeving van de Rotterdamsebaan. De bomen die zijn gekapt voor de aanleg van het Molenvlietpark en de Rotterdamsebaan zijn in 2019 en 2020 teruggeplant. Het bomenareaal is zelfs iets uitgebreid ten opzichte van de situatie vóór de aanleg van de Rotterdamsebaan.
3.4.5
Conclusies
In 2019 zijn bij de aanleg van de Rotterdamsebaan geen significante effecten opgetreden ten aanzien van de thema’s verkeer en geluid. Er is daarmee geen wezenlijke verandering van de in het MER berekende effecten op de gezondheid te verwachten.
41 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Conclusies uit het MER
Over de Binckhorstlaan worden in de referentiesituatie gevaarlijke stoffen getransporteerd. Door de tunnel van de Rotterdamsebaan mogen echter geen brandbare gassen vervoerd worden. Hierdoor dienen brandbare gassen via de Supernovaweg getransporteerd te worden. Er is daardoor sprake van een afname van het groepsrisico bij de Binckhorstlaan, maar juist een toename van het groepsrisico bij de Supernovaweg. De oriëntatiewaarde bij de Supernovaweg wordt hier niet overschreden en ook zijn de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid op orde. Daarnaast zijn er geen gevoelige objecten (woningen, kinderdagverblijven, zorgcentra, etc.) gelegen langs de Supernovaweg waardoor het risico acceptabel is. Naast het wijzigen van de transportstromen van gevaarlijke stoffen in de Binckhorst worden ook twee hogedrukaardgasleidingen verlegd. Het betreft het verplaatsen van een hogedruk-aardgasleiding in de Binckhorst (bij de Binckhorstlaan) en in de Vlietzoom (bij de A4). Omdat deze verplaatsingen zeer beperkt zijn, zijn er geen veranderingen op de externe veiligheidssituatie berekend. Omdat de Rotterdamsebaan voor een belangrijk deel uit een boortunnel bestaat, is ten tijde van het planologisch besluit een tunnelveiligheidsplan opgesteld. Dit plan is getoetst door de Commissie Tunnelveiligheid en hier is een positief advies uit naar voren gekomen.
In dit tunnelveiligheidsplan is onder andere beschouwd wat het risico is op een ongeval met brandbare vloeistoffen (die wel door de tunnel vervoerd mogen worden), wat de mogelijkheden voor hulpdiensten zijn om bij een calamiteit in de tunnel te komen en hoe automobilisten de tunnel zelfstandig kunnen verlaten. In dit tunnelveiligheidsplan zijn diverse maatregelen benoemd, die opgenomen worden in het ontwerp van de tunnel.
3.5.2
Wijze van monitoring
Het monitoringsplan beschrijft dat voor de monitoring vooral van belang is in hoeverre de voorgeschreven maatregelen gerealiseerd zijn. De volgende paragraaf gaat hierop in.
3.5.3
Maatregelen en stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
In het MER zijn voor externe veiligheid de volgende maatregelen benoemd.
Tabel 3.13 Maatregel voor externe veiligheid uit het MER Aspect
Maatregel
Geborgd in Kansrijke maatregelen
Externe veiligheid
3.5.4
Camera’s en Snelheidsdetectie-systeem (SDS) - instellen VRI’s op ongelukken - Niet-incidentenbuis moet vrij blijven van rook en toxische gassen
Contract/tunnelveiligheidsplan, gerealiseerd in 2019.
Verwachte en geconstateerde effecten
Hoewel de tunnelveiligheid niet rechtstreeks wordt betrokken in de berekeningen van de externe veiligheidssituatie, is deze wel relevant voor het voorkomen van ongelukken met gevaarlijke stoffen. Daarom wordt er in deze paragraaf dan ook dieper op tunnelveiligheid ingegaan.
42 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
In 2020 zijn de installaties zoals camera’s, vluchtwegaanduidingen, ventilatie en matrixborden geïnstalleerd. Tegelijkertijd zijn de dwarsverbindingen als vluchtroute ingericht. De daaropvolgende periode zijn alle installaties en systemen in bedrijf gesteld en uitvoerig getest. De installaties zijn zowel afzonderlijk getest, als in samenhang met elkaar en in combinatie met de bediencentrale van waaruit de tunnel bediend en bewaakt wordt. Conform de Wet Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels (WARVW) (art.8) is het verboden een tunnel voor het verkeer open te stellen zonder de openstellingsvergunning van het bevoegd, voor de Victory Boogie Woogietunnel is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. Het tunnelveiligheidsplan dat ten tijde van het planologisch besluit was opgesteld is verder uitgewerkt in het bouwplan en veiligeheidsbeheerplan. Deze zijn door de Veiligheidsbeambte getoetst. De tunnelbeheerder zal de openstellingsvergunning begin 2021 aanvragen. Zodra de openstellingsvergunning voor de Victory Boogie Woogietunnel (Rotterdamsebaan) is verstrekt kan de tunnel opengesteld worden voor het verkeer.
3.5.5
Conclusies
De kansrijke maatregel voor externe veiligheid uit het MER is in 2020 gerealiseerd. Er is geen bijsturing nodig in het kader van externe veiligheid.
43 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
4 GROEN-BLAUWE THEMA’S 4.1
Bodem- en grondwater
4.1.1
Conclusies uit het MER
In het MER Rotterdamsebaan zijn de effecten van de werkzaamheden op bodem en grondwater per deeltracé beschreven. De belangrijkste effecten staan hieronder samengevat. Om de negatieve effecten van de werkzaamheden te beheersen, zijn enkele mitigerende maatregelen vastgesteld. Daarnaast zijn kansrijke maatregelen benoemd om kansen die het project biedt voor verbetering van de milieukwaliteit te benutten. In tabel 4.1 is een overzicht opgenomen van de maatregelen die in het MER zijn voorgesteld. Vlietzoom Bodemopbouw: omdat er geen beschermde bodems aanwezig zijn, heeft de realisatie van de weg in de Vlietzoom een licht negatief effect op de bodemopbouw. Deze invloed strekt zich uit over het gehele tracé in de Vlietzoom tot en met de tunnelmond. Grondwaterkwantiteit: door de verharding komt neerslag niet direct in het grondwater, maar wordt het opgevangen in bermen en sloten langs de weg. Het effect op de grondwaterstand is daardoor verwaarloosbaar klein en als neutraal beoordeeld. Bodem- en grondwaterkwaliteit: er treedt een (beperkt) negatief effect op de bodemkwaliteit op. Aangezien geen verontreiniging verwacht wordt, is uitgegaan van een neutraal effect voor de Vlietzoom voor de saneringswaarde. De grondwaterkwaliteit wordt niet beïnvloed door het van de weg afspoelende water. Het effect op de grondwaterkwaliteit wordt dan ook als neutraal beoordeeld.
Aandachtspunt betreft de capaciteit van het rioleringssysteem. Binckhorst Bodemopbouw: deze bodem is geen beschermde bodem en de weg wordt op maaiveld gerealiseerd. Bovendien is het terrein in het verleden al vaker gebruikt, waarbij de natuurlijke bodemopbouw zal zijn gewijzigd. Het effect wordt dan ook als neutraal beoordeeld. Grondwaterkwantiteit: door de aanwezigheid van oppervlaktewater in de omgeving en de beperkte afname van de infiltratie zijn de verlagingen van de grondwaterstand niet significant. De effecten worden als neutraal beoordeeld. Bodem- en grondwaterkwaliteit: voor bodemkwaliteit wordt een licht negatieve beoordeling gegeven, omdat verwacht wordt dat de toplaag van de gehele Binckhorst heterogeen en diffuus verontreinigd is. Ter plaatse van de Supernovaweg is de grond reeds gesaneerd, waardoor hier geen effecten op de bodemkwaliteit optreden. De grondwaterkwaliteit wordt neutraal beoordeeld, omdat er geen wijzigingen optreden ten opzichte van de huidige situatie. Aandachtspunt betreft de capaciteit van het rioleringssysteem. Het rioleringssysteem wordt naar verwachting vanaf 2017 aangepast. Ter hoogte van de Binckhorstlaan 211-215 dient aandacht besteed te worden
44 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
aan de sterke grondwaterverontreiniging met PAK’s, zware metalen en minerale olie. Hierover is reeds in de rapportage over 2014 en 2015 gerapporteerd.
4.1.2
Wijze van monitoring
Om een goed beeld te krijgen van de werkelijke effecten op grondwater en bodem beschrijft het monitoringsplan de volgende vragen: 1 treden de voorspelde grondwaterstandverlaging aan de zuidoostkant van de tunnelbakken op en de voorspelde grondwaterstandverhoging aan de noordwestkant? Indien de werkelijke grondwaterstanden afwijken van de berekende waarden wordt afgewogen of en zo ja, welke, maatregelen genomen moeten worden. 2 is de bodem verontreinigd en leidt dit tot extra inspanning om de bodem opnieuw te kunnen gebruiken? 3 welke maatregelen dienen getroffen te worden om de bodemkwaliteit tot op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen en een correcte verwerking te realiseren? In de uitwerking heeft dit geleid tot een regelmatig overleg tussen de gemeente Den Haag, CRB en het Hoogheemraadschap van Delfland, waarin de daadwerkelijke uitvoering van de maatregelen en werkzaamheden op het gebied van water verder vormgegeven worden. De eerste vraag uit het monitoringsplan wordt beantwoord aan de hand van de monitoring op de grondwaterstand. De tweede en derde vraag kunnen beantwoord worden naar aanleiding van de bodemonderzoeken en de ingrepen die in de bodem zijn gedaan (zoals het verleggen en plaatsen van kabels en leidingen).
4.1.3
Maatregelen, stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
In het MER zijn voor bodem en grondwater alleen kansrijke maatregelen geformuleerd (zie tabel 4.1).
Tabel 4.1 Maatregelen voor bodem en water uit het MER Aspect
Maatregel
Geborgd in Kansrijke maatregelen
Bodem en water
Vervangen leidingen en kabels bij realisatie Rotterdamsebaan
Contract, wordt gefaseerd toegepast
Monitoring kwaliteit bodem door vervuild afspoelend water
Wettelijke verplichting
Effecten op grondwaterstand De monitoring van de grondwaterstanden rondom de verdiepte open tunnelbakken is in 2019 gestopt, aangezien er geen bouwactiviteiten meer zijn uitgevoerd die een verhoogd risico op wijzigingen in de grondwaterstanden met zich mee brachten. Wel wordt er nog op enkele plekken in de Binckhorst gemonitord na de bodemsaneringswerkzaamheden. Voor 2020 zijn er verder geen bijzonderheden te melden. Verleggen en vervangen kabels en leidingen Ten opzichte van voorgaande jaren zijn er in 2020 nauwelijks meer kabels en leidingen verlegd of vernieuwd. Eind 2019/begin 2020 zijn de laatste kabels verlegd in de Binckhorst. Zo is er vlak voor de Binckhorstbrug nog een kabeltracé van TenneT geruimd. Daarnaast is er in de Binckhorst gewerkt aan de riolering tussen de Binckhorstbrug en het gebouw langs de Binckhorstlaan waarin het informatiecentrum/Trefpunt Rotterdamsebaan
45 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
gehuisvest was. Tot slot zijn in de Vlietzoom medio 2020 de definitieve stroomaansluiting van de openbare verlichting en de definitieve stroomaansluiting van het parkeerterrein van Drievliet aangelegd. Bodemverontreinigingen In aanvulling op het historische bodemvooronderzoek uit 2019 ter plaatse van de te realiseren landschapstuin/heemtuin naast landgoed Zeerust, is er begin 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door middel van bodemmonsters. Uit het onderzoek is gebleken dat de bodemkwaliteit van het perceel geschikt is voor een heemtuin. Verder wordt geen invulling gegeven aan de kansrijke maatregel om de bodemkwaliteit te monitoren.
4.1.4
Verwachte en geconstateerde effecten
Verschillen in grondwaterstanden waren op voorhand als aandachtspunt in het MER Rotterdamsebaan aangegeven. De grondwaterstanden zijn tot het voorjaar van 2019 continu gemonitord rondom de bouwkuipen en de verdiepte open tunnelbakken. Hierbij kwamen geen onverwachte afwijkingen naar voren. In de Binckhorst is de monitoring van de wijzigingen in grondwaterstromen ook gestopt, omdat er in 2018 is aangetoond dat er geen veranderingen zijn of gaan optreden. Daarnaast vinden er alleen nog werkzaamheden plaats met betrekking tot de maaiveldinrichting. Wel wordt er in de Binckhorst nog op enkele locaties het grondwater gemonitord na saneringswerkzaamheden. In 2020 zijn de laatste kabels en leidingen verlegd en vernieuwd in de Binckhorst. Hierbij zijn geen nieuwe bodemverontreinigingen naar voren gekomen.
4.1.5
Conclusies
Ten aanzien van de grondwaterstanden zijn geen belangrijke afwijkingen ten aanzien van de effectbeoordeling in het MER geconstateerd. De metingen van de grondwaterstanden in het projectgebied zijn voor het grootste deel gestopt. De kabels en leidingen zijn conform de afspraken vervangen en afgevoerd. Hiermee is invulling gegeven aan de kansrijke maatregel die in het MER Rotterdamsebaan is opgenomen. Naast de bekende verontreinigingen in de Binckhorst, heeft er bodemonderzoek plaatsgevonden op het perceel naast landgoed Zeerust alvorens is besloten daar de heemtuin te realiseren. Ten aanzien van het thema bodem en grondwater is geen bijsturing nodig.
4.2
Oppervlaktewater en waterkwaliteit
4.2.1
Conclusies uit het MER
In het MER Rotterdamsebaan zijn de effecten van de werkzaamheden op oppervlaktewater en waterkwaliteit per deelgebied beschreven. De belangrijkste daarvan worden hieronder samengevat. Om de negatieve effecten van de werkzaamheden te beheersen, zijn mitigerende maatregelen vastgesteld. Daarnaast zijn kansrijke maatregelen vastgesteld om kansen die het project biedt, te benutten. Het totaaloverzicht van maatregelen is als bijlage bij het MER opgenomen. Vlietzoom Oppervlaktewaterkwantiteit: verschillende waterlopen worden doodlopend doordat de Rotterdamsebaan ze doorkruist. Dit wordt als negatief beoordeeld. Voor de Molensloot is de keuze gemaakt om de persleidingen vanaf het gemaal bij Ypenburg te verlengen, waarbij meer ruimte wordt geboden voor vismigratie. Aangezien toepassing van open water de voorkeur heeft boven toepassing van gesloten verbindingen, wordt deze oplossing als licht negatief beoordeeld. Gedempt oppervlaktewater of aanleg van extra verharding moet binnen de betreffende peilvakken worden gecompenseerd. De waterberging wordt in het bestemmingsplan ‘Molenvlietpark
46 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
e.o.’ geborgd. Met betrekking tot waterveiligheid worden aan de kant van de Vlietzoom zogenaamde kanteldijken toegepast. Een risico van instroom vanuit de boezem naar de polder wordt hiermee voorkomen. Oppervlaktewaterkwaliteit: verontreinigingen (PAK, minerale olie en zware metalen) afkomstig van het wegverkeer die worden meegevoerd door neerslag hebben een negatieve invloed op de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. De MER 2013 geeft aan dat bij toepassing van zeer open asfaltbeton (ZOAB) dit effect kleiner is dan bij dicht asfaltbeton (DAB). Deze overweging zal bij de latere ontwerpuitwerking betrokken worden. Door het water afkomstig van het wegverkeer over de berm naar oppervlaktewater te laten stromen of door speciale zaksloten aan te brengen, wordt voorkomen dat deze verontreiniging het oppervlaktewater bereikt. Zonder dergelijke maatregelen voor de oppervlaktewaterkwaliteit kunnen licht negatieve effecten niet uitgesloten worden en wordt een licht negatieve beoordeling toegekend. De oppervlaktewaterkwaliteit m.b.t. bluswater wordt als neutraal beoordeeld, omdat een gecontroleerde lozing van gezuiverd bluswater mogelijk is. Binckhorst Oppervlaktewaterkwantiteit: in de huidige situatie is de Binckhorst al geheel verhard. Er is hier dus geen sprake van wijziging van de benodigde waterberging ten opzichte van de huidige situatie.
Als compensatie voor de extra verharding zal hier iets minder dan 1.000 m2 waterberging moete worden gerealiseerd conform de Waterwet. De realisatie van deze waterberging ter hoogte van de begraafplaats is gerapporteerd in de monitoringsrapportage over 2014/2015. De waterkeringen in de Binckhorst worden op grote diepte gekruist door de tunnel. Hier zijn dan ook geen gevolgen te verwachten als gevolg van veranderingen bij het grondwater. Oppervlaktewaterkwaliteit: bij het verwerken van water afkomstig van wegverkeer is er geen negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit, omdat het oppervlaktewater geen invloed ondervindt van het afspoelende vuil van de weg.
4.2.2
Wijze van monitoring
Om een goed beeld te krijgen van de werkelijke effecten op oppervlaktewater beschrijft het monitoringsplan de volgende vragen: 1 Wordt het compenserende oppervlaktewater conform de ontwerpen vertaald in het bestek? 2 Welke afspraken worden met het Hoogheemraadschap gemaakt ten aanzien van de waterberging (watervergunning)? 3 Wordt de watercompensatie conform de afspraken met het Hoogheemraadschap daadwerkelijk gerealiseerd? Over het compenserende oppervlaktewater in de Binckhorst is in de monitoringsrapportage over 2014/2015 reeds gerapporteerd. Dit water is aangelegd en hierop wordt daarom niet meer ingegaan. In 2016/2017 is een tijdelijke watercompensatie gegraven in de Vlietzoom op de locatie van de huidige waterberging. Deze diende met name als compensatie voor het dempen van polderwater in de omgeving van de startschacht en de toerit Vlietzoom. In het voorjaar van 2020 is de tijdelijke watercompensatie opgegaan in de huidige waterberging van het Molenvlietpark. In 2017 is begonnen met de realisatie van het Molenvlietpark, alsmede met de waterkeringen voor de waterberging. De werkzaamheden aan het Molenvlietpark zijn in 2020 afgerond.
4.2.3
Maatregelen en stand van zaken
In het MER zijn voor oppervlaktewater mitigerende en kansrijke maatregelen geformuleerd (zie tabel 4.2).
47 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Tabel 4.2 Maatregelen voor oppervlaktewater en waterkwaliteit uit het MER Aspect
Maatregel
Geborgd in
Compensatie toevoeging verhard oppervlakte en graafwerkzaamheden in de vorm van boezemwater en polderwater in de juiste peilvakken
Ontwerp
Verwerking wegwater en bluswater tunnel/tunnelbakken
Ontwerp
Het Hoogheemraadschap van Delfland onderzoekt momenteel of de hoogte van de waterkeringen in het studiegebied van de Rotterdamsebaan afdoende zijn. Hieruit volgt mogelijk dat een verhoging van de hoogte van de waterkering van NAP +0,1 m naar NAP +0,25 m wenselijk is. Deze waarde kan in de toekomst een eis worden. Hier dient rekening mee worden gehouden in het Definitief Ontwerp
Ontwerp
Opnemen van meet- en rekenpunten bij de te kruisen waterkeringen
Ontwerp
Mitigerende maatregelen Water
Kansrijke maatregelen Water
Waterberging Molenvlietpark De aanleg van de Rotterdamsebaan met het Molenvlietpark bood voor het Hoogheemraadschap van Delfland de kans om samen met de gemeente Den Haag in het Molenvlietpark een waterberging te realiseren. Daarmee wordt de kans op wateroverlast in de omgeving verlaagd. In 2020 is verder gewerkt aan de realisatie van de waterberging in het Molenvlietpark, o.a. de laatste werkzaamheden aan de kade rondom de waterberging. De kade zorgt dat het water in de berging blijft wanneer deze vol staat. Er zal nog een tweede watergang worden aangelegd, van de Vliet via een duiker onder de Jan Thijssenweg naar de waterberging. Tegelijkertijd biedt de realisatie van het Molenvlietpark met waterberging kansen om meer ruimte te maken voor waternatuur. Zo zijn er in 2020 natuurvriendelijke oevers aangelegd in de heemtuin, bij de waterpartijen in het noordelijk deel van het Molenvlietpark en ter plaatse van de eilanden van de waterberging. Ook staat de vispaaiplaats die in 2019 is aangelegd, in verbinding met de Vliet. Een toename van de waternatuur draagt op termijn bij aan een betere waterkwaliteit. Infiltratievijvers Het bleek dat de infiltratievijvers gelegen nabij knooppunt Ypenburg en de Laan van Hoornwijck onvoldoende regenwater infiltreerde zonder overstort. Daarom is een overstort gerealiseerd.
Het water wordt overgestort naar het oppervlaktewater als de waterstanden in de vijvers te hoog komt te staan.
4.2.4
Verwachte en geconstateerde effecten
Ten tijde van het opstellen van het MER Rotterdamsebaan was de realisatie van de waterberging in het gebied nog niet bekend. In de voorgaande monitoringsrapportages is reeds beschreven dat de afspraken over de waterberging inmiddels vastgelegd zijn. In 2020 is de aanleg van de waterberging in het Molenvlietpark voortgezet, maar nog niet in gebruik genomen. In 2021 zal de waterberging naar verwachting worden overgedragen aan het Hoogheemraadschap van Delfland.
48 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
4.2.5
Conclusies
In eerdere rapportages is met de komst van het Molenvlietpark een meer positieve situatie op het gebied van waterberging geconstateerd. In 2020 is dit nader uitgewerkt door verdere afronding van de realisatie van de waterberging in het Molenvlietpark. Ook de meer positieve situatie ten aanzien van de waterkwaliteit vanwege het verbinden van de doodlopende sloten in de Vlietzone is ongewijzigd. Naast de aanpassing van enkele infiltratievijvers, zijn voor de andere delen van het tracé geen wijzigingen ten aanzien van de eerdere verwachtingen op het gebied van oppervlaktewater of waterkwaliteit geconstateerd. Ten aanzien van het thema oppervlaktewater en waterkwaliteit is geen bijsturing nodig.
4.3
Natuur
Effecten op natuur zijn in het MER Rotterdamsebaan zowel voor soortenbescherming als voor gebiedsbescherming in beeld gebracht. Hieruit is een aantal effecten voorspeld en een aantal maatregelen voorgesteld.
4.3.1
Conclusies uit het MER
In het MER zijn de effecten op natuur beoordeeld op de onderwerpen: - groen in de wijk; - ecologische hoofdstructuur; - beschermde soorten; - Natura 2000; - biodiversiteit. Het MER geeft aan dat voor groen in de wijk in de Vlietzoom negatieve effecten optreden in de vorm van het doorsnijden van groenstructuren en de verbinding met het Groene Hart. De Rotterdamsebaan vormt hiervoor in de Vlietzoom een barrière. Met maatregelen wordt dit licht negatieve effect omgezet in een positief effect door de verbetering van de kwaliteit van het gebied. Op het gebied van de bomenbalans vormt de aanleg van de Rotterdamsebaan een neutraal effect. Voor de realisatie van de weg dienen bomen gekapt te worden, maar deze worden na realisatie in een grotere hoeveelheid teruggeplaatst. Het MER Rotterdamsebaan geeft ook aan dat de Rotterdamsebaan geen beslag legt op de Ecologische Hoofdstructuur (inmiddels Natuurnetwerk Nederland) en dat het tot een beperkte toename van de barrièrewerking voor en van verstoring van soorten leidt. Bovendien worden de overige wezenlijke waarden en kenmerken (bomen, waterpartijen) behouden. Daarom is het effect als licht negatief beoordeeld in het MER. De zeer beperkte aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van EHS-gebieden is in strijd met het groenbeleid, maar door de versterking van de natuurwaarden in de Vlietzoom wordt deze strijdigheid opgeheven.
De effecten staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. In het MER zijn de volgende effecten op beschermde soorten benoemd: - Een aantal standplaatsen van strenger en lichter beschermde flora soorten verdwijnt (bijenorchis (strenger beschermd), brede wespenorchis, gewone dotterbloem, gewone vogelmelk, grote kaardenbol, kleine maagdenpalm en zwanenbloem). Ook enkele groeiplaatsen van rode lijstsoorten verdwijnen (Korenbloem en Veldgerst). - Een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, de vaste vliegroute van de gewone en ruige dwergvleermuis en het foerageergebied van de watervleermuis worden aangetast. - Ruimtebeslag en verstoring van broedvogels tijdens de bouw en in de eindsituatie zijn niet uit te sluiten. Zo worden in de Binckhorst de jaarrond beschermde nesten van huismussen aangetast. - Een lokale verslechtering en aantasting van het leefgebied van de aanwezige algemeen voorkomende amfibiesoorten (bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad). - Doorsnijding van het leefgebied van de bittervoorn en aantasting leefgebied kleine modderkruiper.
49 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
-
Verdwijnen van een klein deel van het leefgebied van het bruin blauwtje (vlinder) en aantasting van het leefgebied van de vroege glazenmaker (libelle).
Voor geen van de soorten leidt de realisatie van de Rotterdamsebaan tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding. In het MER is aangegeven dat voor een aantal vleermuissoorten, bittervoorn en jaarrond beschermde nesten een ontheffing van de Flora- en faunawet moet worden aangevraagd. De effecten op Natura 2000-gebieden beperken zich tot stikstofdepositie op een beperkt gebied van Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide. De effecten zijn niet significant, maar er treedt cumulatie op met de verwachte toename van stikstofdepositie vanuit de ontwikkeling van Scheveningen-haven. Om de effecten te mitigeren is in het MER de tijdelijke inzet van een schaapskudde in het gebied voorgesteld. De effecten op biodiversiteit zijn licht negatief beoordeeld, omdat de oppervlakte natuur kleiner wordt, er een extra barrière ontstaat en de verstoring enigszins toeneemt. Er is echter geen sprake van het verdwijnen van soorten uit het gebied.
4.3.2
Wijze van monitoring
Om een goed beeld te krijgen van de werkelijke effecten op natuur beschrijft het monitoringsplan de volgende vragen: 1 In hoeverre wordt het gebied begraasd door een schaapskudde (max. 5 jaar) en wat zijn hier de effecten van? 2 Welke verschillen treden op tussen de voorkomende vogelsoorten in de landgoederen Zeerust en Vredenoord tussen de actuele situatie voor realisatie, gedurende de werkzaamheden aan de Rotterdamsebaan en drie jaar na ingebruikname van de Rotterdamsebaan? 3 Welke kwaliteit hebben de nieuwe groenvoorzieningen langs het tracé (inclusief het Molenvlietpark)? 4 Welke kwaliteit hebben de wegbermen, buiten de tunnelbakken? 5 Welke kansen zijn er om de kwaliteit voor groen, flora/fauna en mensen zo veel mogelijk te optimaliseren? Van de genoemde vragen is vraag 1 beantwoord in de monitoringsrapportage 2014-2015. Voor vraag 2 gelden de reeds uitgevoerde onderzoeken in het kader van het MER en het bestemmingsplan Molenvlietpark e.o. als nulmeting voor de voorkomende soorten. De andere vragen komen in een latere fase aan de orde. In de monitoringsrapportages van 2016 en 2017 is op basis van de inrichtingsschets een eerste conclusie ten aanzien van deze vragen getrokken.
4.3.3
Maatregelen, stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
In het MER Rotterdamsebaan zijn voor natuur zowel mitigerende als kansrijke maatregelen benoemd (zie onderstaande tabel). De grijs gekleurde velden in de bovenstaande tabel bevatten maatregelen die eerder al zijn vastgelegd in de monitoringsrapportages. Deze maatregelen komen in deze monitoringsrapportage niet terug. Aan de laatste maatregel om bosplantsoenen bij landgoederen te realiseren is in 2020 invulling gegeven. Rondom het landgoed Zeerust is bosplantsoen aangeplant.
50 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Tabel 4.3 Maatregelen voor natuur uit het MER Aspect
Maatregel
Geborgd in
Natura 2000
Jaarlijkse begrazing Meijendel door schaapskudde (maximaal 5 jaar), inclusief financiering hiervan.
Nb-wet3
Beschermde soorten
Bijenorchis Groeiplaatsen van de bijenorchis rondom knooppunt Ypenburg zo veel mogelijk ontzien. De exacte standplaats is bekend doordat ze zijn ingemeten met GPS-coördinaten.
Contract
Bijenorchis Verplanten orchideeën die permanent worden verstoord naar een andere, duurzaam te behouden locatie, bij voorkeur binnen het knooppunt. Het verplanten van orchideeën wordt regelmatig toegepast en is succesvol. Van belang hierbij is dat de planten, buiten het groeiseizoen, met een ruime zode worden verplaatst. De nieuwe groeiplaats moet voor wat betreft bodem, waterhuishouding en gradiënt overeenstemmen met de huidige groeiplaats.
Contract
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis Realisatie paarverblijfplaats: bij door werkzaamheden (in het bijzonder sloop) aan het pand in de Binckhorst (Binckhorstlaan 205) dient de functionaliteit van een paarverblijfplaats te worden behouden. Daarom moeten voorafgaand aan de sloop in de directe omgeving alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd worden. Hierbij dient tegenover elke vernietigde verblijfplaats minimaal 3 nieuw gerealiseerde verblijfplaatsen staan.
Ecologisch werkprotocol
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis Aanleggen vleermuispassage of hop-over bij kruising met vliegroute langs het Molenslootpad.
Contract
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis Toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting langs de weg indien het tracé door gebieden loopt waar vleermuizen zijn waargenomen.
Contract
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis Herinrichting gebied in omgeving van tracé als aantrekkelijk foerageergebied.
Contract en BP Molenvlietpark
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis De inrichting van natuurlijke bermen en natuurlijke oevers in combinatie met een zorgvuldig opgesteld verlichtingsplan beperkt de hinder voor vleermuizen. Deze maatregelen worden verwerkt in het Definitief Ontwerp
Contract en BP Molenvlietpark
Huismus Ontzien van nesten
Contract
Huismus
Ecologisch werkprotocol
Mitigerende maatregelen
3
In het kader van de Natuurbescherminsvergunning is een beschermingsmaatregel uitgewerkt. De maatregel “jaarlijkse begrazing Meijendel door schaapskudde” is vervangen door het verwijderen van 17 are hemelboom in Natuurmonument Harstenhoek.
51 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Aspect
Maatregel
Geborgd in
Ophangen nestkasten en nestdakpannen voor huismussen in de directe omgeving. Huismus Behouden en/of aanbrengen voldoende dekking.
Ecologisch werkprotocol
Bittervoorn en kleine modderkruiper Aanleggen nieuw oppervlaktewater, bij voorkeur in aansluiting op bestaande waterpartijen. Verbinding tussen waterpartijen onderling en met aangrenzend water aanbrengen.
Contract
Bittervoorn en kleine modderkruiper Inrichting van de waterpartijen afstemmen op de biotoopeisen van de genoemde vissoorten (geen uitgebreide beschaduwing en geen bladinval, variatie in waterdiepte).
Contract
Bosplantsoen bij landgoederen
BP Molenvlietpark
Kansrijke maatregelen Beschermde soorten
4.3.4
Verwachte en geconstateerde effecten
Met de inrichtingswerkzaamheden in 2020 is een mix van verschillende bomen terug geplant, onder andere nabij de Laan van Hoornwijck, bij de Binckhorstlaan tussen de Junostraat en de Binckhorstbrug, en in de Vlietzoom/het Molenvlietpark.. Ten opzichte van de uitgangspunten in het MER Rotterdamsebaan wordt de bomenkap ruimschoots gecompenseerd door meer bomen terug te planten. De realisatie van het Molenvlietpark met waterberging biedt kansen om meer ruimte te maken voor waternatuur. Zo zijner natuurvriendelijke oevers en is de in 2019 aangelegde vispaaiplaats voorzien van waterbeplanting. Het perceel naast landgoed Zeerust (voormalige golfholes) is in 2020 ingericht als onderdeel van het Molenvlietpark. Dit perceel is ingericht als heemtuin. Dit is een groen en recreatief perceel met een wandelpad, vijver, inheemse bomen en struiken. Het inrichtingsplan versterkt de natuurwaarden en de landgoederenzone. Tot slot zijn in 2020 de grasbermen en grasvelden veelal ingezaaid. Dit betrof circa 120.000 m 2 in de Vlietzoom en 15.000 m2 in de Binckhorst. Dit betroffen over het algemeen bermmengsels en/of Cruydt Hoeck kruidenmengsels. Zoals in het MER beschreven, hebben kruidenrijke bermen meerwaarde voor insecten en kleine zoogdieren.
4.3.5
Conclusies
Uit de voorgaande alinea’s blijkt dat voor het aspect natuur de effecten in lijn zijn met hetgeen in het MER Rotterdamsebaan is geconstateerd. Er is in 2020 verder invulling gegeven aan de mitigerende maatregelen die mee zijn gegeven vanuit het MER Rotterdamsebaan. De invulling van het perceel naast landgoed Zeerust als heemtuin, de aanplanting van bijbehorende bosplantsoenen,en het inzaaien van verschillende kruidenmengsels heeft een positief effect op de natuurwaarden ter plaatse. Ten aanzien van het thema natuur is geen bijsturing nodig.
4.4
Cultuurhistorie
4.4.1
Conclusies uit het MER
In het MER wordt ten aanzien van cultuurhistorische waarden, inclusief archeologie, het volgende geconcludeerd.
52 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Vlietzoom Voor de verwachte archeologische waarden wordt de aanleg van de Rotterdamsebaan als negatief beoordeeld. De waarden kunnen hier niet in situ behouden blijven. Ten behoeve van de realisatie van de Rotterdamsebaan worden nadere onderzoeken uitgevoerd naar de potentieel voorkomende archeologische waarden. Hiervoor wordt het selectiebesluit gevolgd, dat tevens in het MER opgenomen is. De Vliet, de wegen erlangs en de Haagse Trekvliet ondervinden geen invloed van de ingreep. Het aanleggen van de weg heeft een negatief effect op de verkaveling en de openheid van het landschap in het open weidegebied. Het hekwerk tussen het golfterrein en de Rotterdamsebaan heeft een enigszins negatief effect op de openheid van het landschap. Directe invloed van de Rotterdamsebaan op de buitenplaatsen is uitgesloten. Het tracé heeft wel een licht negatief effect op de zichtlijn vanuit Vredenoord. Het effect van de aanleg van de parkeerplaats
bij Drievliet is enigszins negatief, omdat een gedeelte van het huidige open landschap wordt aangetast. Uitgaande van een standaarduitvoering van het terrein in asfalt (of klinkers) is het effect van het parkeerterrein op de zichtlijn (en mogelijk het blikveld van Vredenoord) negatief. Binckhorst Voor de verwachte archeologische waarden in de Binckhorst wordt de aanleg van de Rotterdamsebaan als negatief beoordeeld. Deze waarden kunnen niet in situ behouden blijven, vanwege werkzaamheden in de bovenste meters van de grond. Nader onderzoek wordt kort voor de realisatie van de Rotterdamsebaan uitgevoerd. In de Binckhorst worden geen cultuurhistorische waarden geraakt door de realisatie van de Rotterdamsebaan. In de andere delen van het tracé worden geen cultuurhistorische of archeologische waarden verwacht.
4.4.2
Wijze van monitoring
Om een goed beeld te krijgen van de werkelijke effecten op cultuurhistorie beschrijft het monitoringsplan de volgende vragen: 1 Wordt de nieuwe invulling van het Molenvlietpark gerealiseerd? Zo nee, wordt een andere nieuwe invulling voor het gebied gerealiseerd en is deze gelijkwaardig en/of beter? 2 Geeft deze nieuwe invulling ruimte aan de zichtlijn van Vredenoord conform het beeldkwaliteitsplan bij het bestemmingsplan Rotterdamsebaan? 3 Zijn er afwijkingen in het tracé van de Rotterdamsebaan? Zo ja, leiden deze tot nieuwe inzichten ten aanzien van de cultuurhistorische waarden? 4 Zijn er afwijkingen in het tracé van de Rotterdamsebaan? Zo ja, leiden deze tot eerder niet geplande verstoringen en daardoor een aangepaste onderzoeksplicht in het kader van de archeologische monumentenzorg? 5 Leiden de vondsten die tijdens het voortschrijdende onderzoek worden gedaan tot nieuwe inzichten ten aanzien van andere nog te onderzoeken delen? De invulling van het Molenvlietpark is in 2015 reeds vastgelegd in het bestemmingsplan (zie voorgaande monitoringsrapportage). In de monitoringsrapportage over 2016 is bovendien vastgelegd, dat in de inrichtingsschets de cultuurhistorische waarden voldoende een plaats gekregen hebben. Tot en met 2017 zijn er archeologische onderzoeken uitgevoerd waarna is gestart met de realisatie van het park conform deze inrichtingsschets.
In 2020 is de inrichting van het Molenvlietpark afgerond en is het park opengesteld voor publiek.
4.4.3
Maatregelen, stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
In 2020 heeft er nader archeologisch onderzoek plaatsgevonden voor het perceel naast landgoed Zeerust. Hierbij zijn geen bijzonderheden geconstateerd. In 2020 zijn verder geen maatregelen met betrekking tot cultuurhistorie getroffen.
53 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
4.4.4
Verwachte en geconstateerde effecten
Er zijn geen redenen om de verwachtingen ten aanzien van effecten op cultuurhistorie en archeologie bij te stellen.
4.4.5
Conclusies
De effecten op cultuurhistorie en archeologie zijn in lijn met de verwachtingen in het MER. Er zijn daarmee geen redenen om de maatregelen ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie bij te stellen.
4.5
Ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving
4.5.1
Conclusies uit het MER
In het MER voor de Rotterdamsebaan is het thema leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit beoordeeld op de aspecten barrièrewerking, recreatie, inrichting, lichthinder en ruimtelijke kwaliteit (gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde). In het MER is geconcludeerd dat de barrièrewerking in de uiteindelijke situatie neutraal tot positief is. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden werd echter een licht negatieve beoordeling gegeven vanwege het mogelijk voorkomen van een aantal tijdelijke barrières. Voor recreatie werd eveneens een licht negatieve beoordeling gegeven als gevolg van ruimtebeslag op recreatieve voorzieningen (golfbaan) en een barrièrewerking voor recreatieve functies. De inrichting van het gebied is gewijzigd als gevolg van de aanleg van de Rotterdamsebaan. Met name de sloop van panden (waaronder woningen) in de Binckhorst werd als negatief beoordeeld voor het aspect ruimtelijke kwaliteit4. Lichthinder als gevolg van de Rotterdamsebaan speelt alleen in de Vlietzoom een rol, omdat dat gebied meer duisternis kent dan de Binckhorst. Door de verlaagde ligging van een groot deel van het tracé is het effect echter beperkt. De gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van de Binckhorst worden in de toekomst verbeterd als gevolg van een betere bereikbaarheid.
In de Vlietzoom zijn deze aspecten juist negatiever beoordeeld, omdat het gebied wordt doorsneden door het nieuwe tracé.
4.5.2
Wijze van monitoring
Tijdens de realisatie van de Rotterdamsebaan zijn ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving moeilijk te monitoren. De werkzaamheden leiden in de tijdelijke situatie tot effecten als barrièrewerking, maar de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde ondervinden een tijdelijk effect dat weinig verband houdt met de uiteindelijke beoordeling van deze kwaliteiten. In de realisatiefase is vooral van belang te letten op het beperken van hinder (zoals barrièrewerking als gevolg van slechte oversteekbaarheid of afsluitingen) en zicht houden op het op de juiste wijze borgen van maatregelen die de ruimtelijke kwaliteit kunnen bevorderen.
4.5.3
Maatregelen, stand van zaken en uitgevoerde onderzoeken
In het MER is voor ruimtelijke kwaliteit een kansrijke maatregel geformuleerd:
4
Deze beoordeling wijkt af van de beoordeling op luchtkwaliteit, waarvoor de verwijdering van de woningen juist leidt tot het opheffen van een negatief effect (in verband met de hoeveelheid luchtverontreinigende stoffen als gevolg van uitstoot bij de tunnelmond)
54 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
Tabel 4.4 Kansrijke maatregel voor ruimtelijke kwaliteit Aspect
Maatregel
Geborgd in Kansrijke maatregelen
Ruimtelijke kwaliteit
Beperken lichtuitstraling in de Vlietzoom
Ontwerp, gerealiseerd in 2019 en 2020
Net als op het Buiten Gedachtenpad is op het deel van het Meyvlietpad tussen het Jan Linzelviaduct en het Dienstgebouw Vlietzoom is in 2020 verlichting toegepast, die voornamelijk naar beneden straalt. Op een ander deel van het Meyvlietpad (tussen Dienstgebouw Vlietzoom en de Westvlietweg) is verlichting toegepast, waarbij het verlichtingsniveau zich automatisch aanpast op het gebruik.
4.5.4
Verwachte en geconstateerde effecten
Er is in 2020 verdere invulling gegeven aan de kansrijke maatregel om de lichtuitstraling in de Vlietzoom te beperken. De effecten op ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving zijn in lijn met de beschreven effecten in het MER.
4.5.5
Conclusies
Er zijn geen redenen om de maatregelen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving bij te stellen.
55 | 70
Witteveen+Bos | 124141/21-008.062 | Definitief
5 HINDER TIJDENS DE AANLEG In het MER is het thema ‘hinder tijdens de aanleg’ beschreven in het deel over overige thema’s. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op dit thema. Het thema ‘duurzaamheid’ is in hoofdstuk 6 van deze monitoringsrapportage opgenomen.