RIS309273 Notulen van de raad van 20 mei 2021 (dag)
Tekst van het document
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De SP heeft net als alle andere fracties voor het initiatiefvoorstel Laat het leefbaar gestemd. Inmiddels is inzichtelijk geworden in welke wijken er aan de hand van de zogenaamde 5%-norm verkamering nog is toegestaan. Veel fracties, waaronder de SP, hadden hier grote vraagtekens bij. De vraag die voorlag is of wij nu moeten instemmen met een gemankeerd voorstel of eerst een reparatie moeten aanbrengen, bijvoorbeeld door de bevolkingsdichtheid mee te wegen, zoals door het Wijkberaad Bezuidenhout is geopperd. Mijn fractie had de voorkeur voor dat laatste. Immers, als de 5%-norm juridisch standhoudt - dit is immers geen exacte wetenschap, maar een politieke keuze - waarom is dit dan niet mogelijk voor de factor bevolkingsdichtheid? Ook wil mijn fractie graag weten wanneer de wethouder verwacht zijn onderzoek naar de effecten van de bevolkingsdichtheid en verkamering op de leefbaarheid, af te hebben. Hoe kunnen we erop vertrouwen dat dit onderzoek niet op de lange baan wordt geschoven als het college niet met een duidelijk tijdpad komt? We zullen dan ook de voorstellen steunen die hiertoe oproepen, evenals een aantal andere moties en amendementen. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Dank voor de bevlogen inbreng van de raad.
We gaan vandaag een grote stap zetten in het huisvestingsbeleid van de stad. Kamerbewoning wordt aan strenge kwaliteitseisen gebonden, overal in de stad. Vanaf drie personen is kamerbewoning straks vergund. Daar waar het straks nog kan, stellen we eisen aan de oppervlakte, aan de geluidsisolatie, aan het maximaal aantal bewoners. We doen het alleen nog als het fatsoenlijk kan. In grote delen van de stad zullen geen nieuwe vergunningen worden afgegeven, omdat daar de schaarste van betaalbare koopwoningen in het geding is en de leefbaarheid onder druk staat. Dat hebben we buitengewoon zorgvuldig onderbouwd met onderzoek dat de raad ook kent. Dat is noodzakelijk omdat, zoals u weet, wij dat hebben te onderbouwen op basis van objectieve onderbouwing van leefbaarheid en schaarste. We gaan met de nieuwe Huisvestingsverordening ook woningonttrekking tegen, via vakantieverhuur bijvoorbeeld, omdat we met elkaar vinden dat een woning is om in te wonen. Ik ben het met ieder van u eens dat een woning geen verdienmodel is, zoals mevrouw Klokkenburg terecht zei. We moeten er met dit beleid ook voor zorgen dat betaalbare woningen, klein en groot, beschikbaar zijn voor al die woningzoekenden op dit moment.
Ik wil ook de initiatiefnemers van het initiatiefvoorstel dat mede aan de basis heeft gelegen van de voorstellen die er nu liggen - van GroenLinks, ChristenUnie/SGP en Hart voor Den Haag - nogmaals hartelijk danken. Uw voorstellen zijn ook allemaal in het huidige beleid terechtgekomen. De raad heeft in de commissie gevraagd, op basis ook van signalen uit de stad - met name uit Bezuidenhout, hebben we gehoord - om te kijken naar het effect van bevolkingsdichtheid op de leefbaarheid en mogelijk schaarste. Zoals eerder aangegeven, dient dat altijd heel zorgvuldig en goed te worden onderbouwd. Op basis van de juridische inzichten en de kennis op het stadhuis kunnen wij dat op dit moment niet onderbouwen, maar ik heb u heel recent in een brief laten weten dat wij wel bereid zijn om dat te doen. Ik kom zo ook even op de verschillende voorstellen die de raad heeft gedaan, waarin u vraagt om mee te kunnen denken over de vraagstelling in het onderzoek, waarbij u ook aangeeft: doe het snel en kom, als er een positieve uitkomst is in de zin van dat er een verband is, nog dit jaar met voorstellen. Ik ben bereid om dat onderzoek te doen en om ook te kijken wat er dan eventueel mogelijk is. Met de huidige inschattingen achten wij die kans niet ontzettend groot, maar ik ben bereid om dat te onderzoeken. Alleen dan komen we tot juridisch houdbaar beleid.
We hebben het nu, in tegenstelling tot een jaar geleden, over de definitieve Huisvestingsverordening. We kunnen het ons niet permitteren dat die straks bij de rechter onderuitgaat. We hebben een jaar geleden een discussie gehad over een beleidsregel, een tijdelijke maatregel, waarin onder andere het voornemen zat om in een deel van de stad waar de goedkope koopvoorraad onder druk staat, met een tijdelijk verbod op het afgeven van nieuwe vergunningen voor kamerbewoning te komen. Toen heeft u gevraagd om die beleidsregel voor de hele stad van toepassing te verklaren. Toen heb ik u juridisch teruggegeven dat dat buitengewoon kwetsbaar is. We staan op dit moment op het punt dat de rechter uitspraak doet naar aanleiding van een aantal bezwaren tegen die 54
beleidsregel. De kans is zeer redelijk aanwezig dat die beleidsregel onderuitgaat. Daarom is het zo ongelofelijk belangrijk dat we nu nieuw beleid vaststellen. Dat is om nog een reden heel erg belangrijk. Ook met de beleidsregel is het op dit moment mogelijk om tot en met drie personen aan kamerverhuur te doen zonder vergunning. Met het nieuwe beleid zorgen we ervoor dat vanaf drie personen al een vergunning noodzakelijk is in die delen van de stad waar het nog mag. Het is heel hard nodig dat we die maatregelen nemen. Voorzitter. Ik kom bij de verschillende ingediende moties en amendementen. Allereerst de motie van de ChristenUnie/SGP die vraagt om dit jaar duidelijkheid te geven over de mogelijke samenhang van bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid. Het college kan die motie omarmen. De ChristenUnie/SGP vraagt ook om een tussentijdse evaluatie van de derde wijziging Huisvestingsverordening 2019. Omdat de Huisvestingsverordening ook maar een beperkte duur heeft, gaan wij dat eigenlijk ook al doen, standaard. Maar ik kan uw motie op dit vlak ook omarmen. Dan vraagt u om een verhuurdersvergunning bij structurele overtreding van de regels. We hebben daar in de commissie ook over gesproken. Het kabinet heeft de intentie uitgesproken om met een verhuurdervergunning te komen die voor alle verhuurders kan gelden, of bijvoorbeeld in specifieke gebieden.
U wijst met uw motie op de optie die gemeenten hebben om bijvoorbeeld na verschillende overtredingen met een verhuurdervergunning te werken. Het inrichten van zo'n stelsel gaat ons heel veel tijd kosten en het effect wordt als eigenlijk nihil ingeschat. Rotterdam experimenteert hier nu mee. Er is nog geen situatie geweest waarbij de verhuurvergunning is opgelegd. Zelfs in Groningen, waar al anderhalf jaar wordt gewerkt met een verhuurvergunning, is nog niet handhavend opgetreden. Dus ik kies er dan voor om te wachten op het kader dat het Rijk ons biedt. We hopen dat dit er eind dit jaar, begin volgend jaar zal zijn. Dan kunnen we die verhuurvergunning breed invoeren. Dat is een veel effectiever en doelgerichter wijze om die verhuurvergunning in te stellen dan u voorstelt. Dus ik moet uw motie ontraden, maar wij delen de intentie dat het bitter noodzakelijk is dat wij spelregels hanteren voor goed verhuurderschap. Ik ben dan ook vol energie met de lobby richting het Rijk bezig om dat ook zo goed mogelijk juridisch te verankeren. Jan Pronk (VVD). Mag ik de wethouder vragen om even aan te geven wanneer hij bij K of bij L zit, zodat ik het kan bijhouden? Wil hij ook de titel van de motie noemen, omdat ze soms zo op elkaar lijken dat ik even niet kan volgen om welke het precies gaat. Zou hij dat dan ook even willen doen voor zijn eerste oordelen? De voorzitter. Helder verzoek.
Voor ons allemaal denk ik prettiger als we het op die manier doen. Als de wethouder dat zou willen doen, heel graag. Wethouder Balster (PvdA). Ja, voorzitter, ik doe mijn best, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik hier geen nummers bij de hand heb. Ik zal de titel zo goed mogelijk noemen. Mijn laatste bijdrage ging over de motie van de ChristenUnie/SGP met de titel Verhuurdersvergunning bij structurele overtreding regels. Die ontraadt het college. Op de motie Tussentijdse evaluatie derde wijziging Huisvestingsverordening 2019 heb ik aangegeven de motie te kunnen omarmen. De motie Dit jaar duidelijkheid over samenhang bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid kan het college ook omarmen. Bij de volgende motie heb ik geen titel. Misschien kan mevrouw Klokkenburg mij daar zo even mee helpen. Die motie gaat over de invloed van kamerbewoning op het aanbod van middeldure huurwoningen. Wellicht dat dat al een beetje de titel dekt. Die vraagt het college om onderzoek te doen of en hoe middeldure huurwoningen conform de wet opkoopbescherming op basis van het schaarstecriterium beschermd kunnen worden tegen vergunde kamerbewoning en de raad hierover dit jaar te informeren. Ik kom zo nog even over die middeldure huurwoningen te spreken. Dat acht het college niet mogelijk. Maar we kunnen natuurlijk altijd onderzoek doen.
Ik ben altijd bereid om dat nog eens op een rij te zetten voor u. De opkoopbescherming wordt een heel interessant instrument op dit vlak. U weet dat we eind dit jaar de wet verwachten en eind dit jaar, begin volgend jaar ons eigen beleid verwachten in te kunnen voeren. Dus daar gaan we voortvarend mee aan de slag.
55
De voorzitter. Wethouder, ik kom er heel kort eventjes tussendoor, want ik heb de titel hier wel. Het gaat over agendapunt K. Dat was de vraag van de heer Pronk. Het gaat om K.9 en de titel is Onderzoek beschermen van middeldure woningen. Jan Pronk (VVD). En die wordt ontraden, als ik de wethouder goed beluister. Hij gaat namelijk een paar kanten op in zijn beantwoording, waardoor ik denk: wat was ook alweer zijn conclusie? De voorzitter. Meneer de wethouder, conclusie? Wethouder Balster (PvdA). Ik werd geïnterrumpeerd op het moment dat ik die conclusie wilde trekken, maar dat is geen probleem. Die conclusie is dat met de kanttekening die ik zojuist plaatste over de middeldure huurwoningen, ik de motie kan omarmen. Dan ben ik bij het amendement van D66 dat vraagt om meer flexibiliteit ten aanzien van het maximumaantal verhuringen bij vakantieverhuur, en dan heb ik de titel ook genoemd. Dat amendement ontraadt het college. Wij hebben een maximum van vijf verhuringen ingevoerd juist om overlast in wijken en buurten tegen te gaan, van rolkoffertjes op de balkons, laat op, geluidsoverlast. Juist daarom stellen wij een maximum aan het aantal verhuringen, want met name in wijken waar dit heel veel speelt en heel veel voorkomt, willen we op deze manier de leefbaarheid op orde houden.
Ik meen me te herinneren uit het commissiedebat dat dat ook een belangrijk criterium voor velen van u is. Dus wij ontraden dit amendement. Marieke van Doorn (D66). Dank aan de wethouder voor de argumentatie waarom het college dit amendement ontraadt. Maar kan de wethouder ingaan op het feit dat Den Haag daarmee de enige stad in Nederland, en volgens mij zelfs ook daarbuiten, zou zijn die binnen dat maximum van 30 dagen ook nog een maximumaantal verhuringen instelt? Wethouder Balster (PvdA). Zoals mevrouw Van Doorn weet, stonden wij helemaal geen vakantieverhuur toe in ons vorige beleid. Wij verruimen dat nu op basis van de Wet toeristische verhuur. We gebruiken daarbij de mogelijkheden die wij hebben. We wegen daarbij ook de leefbaarheid heel serieus mee. Dat is een evenwicht zoeken. Met 30 dagen en een maximum van vijf verhuringen zoeken en vinden we dat evenwicht. Marieke van Doorn (D66). Is de wethouder het dan niet met de D66-fractie eens - ik diende het amendement ook in namens GroenLinks, vergat ik net te zeggen - dat het nogal arbitrair is wanneer er overlast is? Wat ik zei: ik zou liever in het weekend vakantievierders naast mijn huis hebben dan doordeweeks, wanneer ik zelf moet werken. Ziet de wethouder ook hoe subjectief die vijf maal is? Wethouder Balster (PvdA).
Ik denk dat ook heel veel mensen het erg vervelend zouden vinden als ze élk weekend weer andere mensen in hun portiek hebben wonen. Als we dat criterium van vijf loslaten, is die kans heel groot, zeker in wijken waar veel vakantieverhuur plaatsvindt. Dat is de overweging van het college geweest om met de periode van 30 dagen, de duur van een gemiddelde vakantie, te werken, maar ook met een maximum van vijf verhuringen per jaar. De voorzitter. Mevrouw Van Doorn, voor de laatste maal. Marieke van Doorn (D66). Het gaat natuurlijk helemaal niet om élk weekend. Dat maximum van 30 dagen blijft gewoon staan, dus ik vind het een beetje overdreven wat de wethouder zegt. Onnodig, denk ik. Waar het mij ook om gaat, is dat niet iedereen in loondienst is. Niet iedereen is een ambtenaar, bijvoorbeeld, met inderdaad misschien vijf weken aaneengesloten vakantie. We hebben heel veel ondernemers in de stad. Zzp'ers hebben dat soort vakantie-inrichting niet. Die kunnen dus niet op die manier verhuren. Is deze maatregel dus niet een beetje te veel vanuit een ambtelijke gedachte tot stand gekomen? Wethouder Balster (PvdA). Deze maatregel is tot stand gekomen vanuit het uitgangspunt van leefbaarheid in de stad. Natuurlijk geldt het 30 dagencriterium per woning, maar als in een wijk veel 56
aan vakantieverhuur en Airbnb-verhuur wordt gedaan en we dat criterium van vijf loslasten, dan kan het zijn dat toevallig in jouw wijk of straat er ongelofelijk veel wisselingen plaatsvinden en ook overlast. Dat wil het college graag op deze manier tegengaan, nog los van de doelstelling dat we in het algeheel met dit beleid proberen woningonttrekking te voorkomen. De voorzitter. U vervolgt uw beantwoording. Wethouder Balster (PvdA). Ik heb beter nieuws voor mevrouw Van Doorn ten aanzien van haar motie over kansengelijkheid op Woonnet voor mensen met een beperking. Deze motie wil het college graag omarmen. Ik ben bij de moties en amendementen van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. U heeft een motie ingediend met als titel 5% vast op 1-1-2021. Die motie kan het college omarmen. Dat had ik ook al toegezegd in de commissie, maar het is belangrijk om dat op deze manier ook nog even vast te leggen. U heeft ook met een motie gevraagd: neem de raad mee. Dat is ook de titel van de motie. U vraagt de onderzoeksvraag voor aanvullend onderzoek naar een mogelijk verband tussen bevolkingsdichtheid en leefbaarheid, met u te delen. Dat doe ik graag. Die motie kan het college omarmen. Dan heeft u een motie ingediend met als titel Voor in de agenda. Nee? Heeft u die niet ingediend? Excuus, die had ik nog wel op mijn lijstje staan. Die heeft u niet ingediend.
Wel een motie met de titel Terug naar de oorsprong. Daarin vraagt u om onderzoek te doen naar of kan worden toegestaan om in het verleden samengevoegde woningen terug te brengen naar de staat waarin deze ooit zijn opgeleverd. Ik ben graag bereid om onderzoek te doen. Wij achten de kans heel erg klein, omdat je hier voor heel specifieke situaties een uitzondering maakt op het splitsingsbeleid. Ik ga het splitsingsbeleid ook evalueren. Dat staat nog dit jaar op stapel. Daarin zal ik ook deze vraag meenemen. Onderzoeken kan ik, dus ik zal deze motie omarmen. De motie met een enigszins gelijke strekking van de VVD, maar die al ziet op de toepassing van de hardheidsclausule, zal ik ontraden, want dat is gewoon niet mogelijk. Dan ben ik bij de motie van Hart voor Den Haag met de titel Stop de bureaucratie, met het verzoek om het college te laten onderzoeken of het afdragen van toeristenbelasting via toeristischeverhuurplatforms mogelijk is. Ik heb in de commissie aangegeven dat die mogelijkheid er wel is, maar dat wij denken dat dat minder doelmatig is. Maar ik heb van collega Mulder meegekregen dat wij wel bereid zijn om dit onderzoeken, maar wel in een breder verband, van: wat zijn nou de verschillende alternatieven? Op basis van dat onderzoek komen wij bij u terug. Ik kan de motie dus omarmen. De voorzitter. Ik heb een interruptie voor u van mevrouw Tseggai. Mikal Tseggai (PvdA).
Meer een brutale suggestie bij de afdoening van deze motie. Misschien is het goed om even te kijken hoe Rotterdam dit doet, want zij hebben hiermee hun inkomsten kunnen verhogen. Of tenminste, ze hebben de hoeveelheid misgelopen inkomsten kunnen verlagen. De voorzitter. We gaan aan de wethouder vragen wat hij van de brutale suggestie vindt. Wethouder Balster (PvdA). Ik ga graag mee met deze brutale suggestie. Uiteraard kijken wij naar ervaringen in de andere steden. We zijn allemaal het beleid aan het aanscherpen op dit moment. Er wordt een hoop gedaan en een hoop van elkaar geleerd. Dus die suggestie neem ik graag ook mee. Ik ben bij de motie van GroenLinks die heet Nader onderzoek relatie kamerbewoning en leefbaarheid. Ik vind het een sympathieke motie. We gaan nog wel even kijken wat nou precies de vraagstelling moet worden, dus ik kom daar nog wel even bij u op terug, maar het college kan deze motie omarmen. U heeft ook specifiek gevraagd om in de wijken waar nu een stop is op verkamering, te kijken hoe de leefbaarheid zich ontwikkelt na die stop. U geeft aan dat niet alleen verkamering maakt dat de leefbaarheid onder druk staat. Ik zeg u dat ook graag toe.
57
Ik ben bij de amendementen van de VVD. U vraagt geen omzettingsvergunning bij kamerbewoning vanaf zes personen. Daarmee verlaagt u de norm zoals die in de Huisvestingsverordening is aangebracht. Het college moet dit amendement ontraden. Dit maakt dat je het eigenaren van grote woningen met een wat groter gezin onmogelijk maakt om nog te verkameren. Als er vijf leden van een huishouden zijn, dan zou er nog één kamer kunnen worden toegevoegd in dat huishouden. Wij maken het met dat maximum van negen mogelijk om, als dat aan de spelregels voldoet die u hopelijk vandaag vaststelt, een kamer of een aantal kamers toe te voegen, mits dat fatsoenlijk kan. Maar hiermee wordt dat met name voor grote huishoudens heel erg moeilijk gemaakt. Het college moet dit amendement dus ontraden. De voorzitter. Over dit amendement heeft de heer Pronk nog een vraag aan u. Jan Pronk (VVD). Ik zal het houden bij één vraag. Kan de wethouder in die overweging nog eens meenemen dat ook het beschermen van schaarste van grote woningen voor grote gezinnen relevant is en dat er ook een leefbaarheidsissue zit aan zo veel mensen laten verkameren in een woning, ten opzichte van de mensen die daaromheen wonen? Wethouder Balster (PvdA).
Zoals u weet zullen we, als we het hebben over schaarste en leefbaarheid, te allen tijde goed moeten onderbouwen en daar dan ook gewoon onderzoek naar moeten doen om dat te kunnen vaststellen. Dus uw stelling in algemene zin kan ik noch beamen, noch ontkrachten. Daar zullen we dan onderzoek naar moeten doen. Ik zeg u alleen dat het ook in situaties mogelijk is om op een fatsoenlijke manier kamers toe te voegen in hele grote woningen met grote huishoudens. Neem bijvoorbeeld een huishouden van vijf of zes, waar je nog één of twee kamers zou kunnen toevoegen. Daarvoor moet het mogelijk zijn, wat het college betreft, om dat te kunnen doen, mits men voldoet aan de eisen die we vandaag vastleggen. Jan Pronk (VVD). Even los van het feit dat ik denk dat prima te onderbouwen is dat grote woningen voor grote gezinnen in Den Haag ontzettend schaars zijn, vraag ik me af op welk onderzoek die negen dan gebaseerd is. Wethouder Balster (PvdA). Zojuist stelde u voor om juist grote woningen te kunnen splitsen en die mogelijkheid weer te bieden, daar waar woningen in het verleden zijn samengevoegd. Daar zou dan eigenlijk dezelfde argumentatie voor schaarste moeten gelden.
Maar zoals aangegeven willen wij met deze maatregel de mogelijkheid bieden om met name in grote woningen, daar waar de leefbaarheid en schaarste niet in het geding zijn - die wijken worden gedefinieerd op basis van de spelregels die vandaag voorliggen - dat te blijven doen. Het is overigens ook een ambitie in het coalitieakkoord om met name in grote woningen ook ruimte te bieden voor kamerbewoning zo nu en dan. De voorzitter. Meneer Pronk, voor de laatste maal. Jan Pronk (VVD). Mijn motie zag niet toe op grootte van woningen die je weer moet samenvoegen. Het kunnen ook twee kleine appartementen zijn die samengevoegd klein blijven. Ik constateer dat de wethouder geen antwoord heeft op de vraag op welk onderzoek negen dan gebaseerd is. Daar laat ik het even bij. Wethouder Balster (PvdA). Het aantal van negen komt voort uit het initiatiefvoorstel van de drie partijen die dat hebben gevraagd. Dat is hierin vastgelegd. U geeft alleen als onderbouwing van uw voorstel om dit naar beneden te brengen, een schaarsteargument. Dat kunnen wij hier niet onderbouwen. Ik ben bij het volgende amendement van de VVD. Daar hebben we veel over gesproken: het beschermen van de middeldure huurwoningen ten opzichte van - dat is een belangrijk argument dat ik u niet hoor gebruiken - de ruimte die we willen of kunnen bieden aan kamerbewoning. Want die behoefte is er ook en daar is ook schaarste aan.
Sterker nog, die schaarste neemt met de voorstellen toe. Dat doen we natuurlijk bewust, hè? Dat doen we ook in het kader van de leefbaarheid. Het college heeft een afweging te maken tussen de schaarste aan de ene kant van kamers, 58
eenpersoonshuishoudens, studenten en anderen die behoefte hebben aan een kleine woonruimte, versus de behoefte aan middeldure huurwoningen of middeldure koopwoningen. Die afweging pakt niet evident uit. Daaruit vloeit geen onderbouwing voort om maatregelen te nemen zoals we dat doen ten aanzien van de goedkope voorraad. Dat hebben we een aantal keren, ook in uw richting, onderbouwd. Juridisch krijgen we dat niet hard. Dat maakt dat als dit amendement zou worden aangenomen, de Huisvestingsverordening juridisch buitengewoon kwetsbaar wordt. Dat kan voor permanent beleid gewoon niet aan de orde zijn. Daarom ontraadt het college dit amendement met klem. Dat geldt ook voor het amendement Voorkom verkamering in het middeldure segment, met dezelfde argumentatie. Jan Pronk (VVD). Ik constateer dat de wethouder juridische argumentatie politiseert, zoals al eerder in dit debat is gebeurd. Dat vind ik jammer, want ik heb even zo goed onderbouwd dat het juridisch wel kan. Dat heb ik ook aan de commissie en de wethouder doen toekomen.
Verder bezie ik natuurlijk wel de leefbaarheid en schaarste in samenhang, maar vind ik dat bewoners in Scheveningen, Segbroek, Loosduinen en Escamp net zo veel recht hebben om beschermd te worden tegen de overlast van verkamering in bestaande bouw en zijn wij heel goed voor onze handtekening om kamers voor studenten, voor iedereen, toe te voegen op de plekken waar dat kan in de stad. Daar staat onze handtekening ook keihard onder. Dus ik heb ook die afweging. Alleen leidt die tot een iets ander oordeel dan bij de wethouder. Wethouder Balster (PvdA). Er is geen onderzoek waaruit blijkt dat de bescherming van de middeldure huurvoorraad en koopvoorraad die u definieert in uw amendement, op basis van schaarste kan worden onderbouwd. Dat weet u ook. Die juridische opvatting die ik met u heb gedeeld, is een stevige juridische opvatting. Ik vind het van heel groot belang om een Huisvestingsverordening neer te leggen die juridisch houdbaar is. U weet dat uw voorstel niet juridisch houdbaar zal zijn en buitengewoon kwetsbaar zelfs. Dat maakt dat we risico lopen met het aannemen van dit amendement. Dat acht het college niet verstandig. De voorzitter. De heer Pronk voor de tweede maal. Ik wil ook de wethouder vragen via de voorzitter te spreken. Ik merk dat het richting elkaar erg veel met 'u' gaat, maar probeer het via de voorzitter te doen. Jan Pronk (VVD).
Dank aan de wethouder voor zijn antwoord. Ik constateer dat de wethouder bijzondere juridische gaven heeft, want hij voorspelt hier de uitkomsten van rechtszaken en hij laat hier zien wat juridisch volgens hem wel en niet standhoudt. Volgens mij allemaal gebaseerd op dat hij de politieke wil heeft om het niet te doen zoals ik het in het amendement voorstel. Maar ik heb meermaals betoogd dat het wel kan. Ik heb nog geen enkel argument gehoord waarom dat niet zou kunnen, behalve de constatering dat het volgens hem niet kan, maar dat is niet echt een argument. Dat wil ik toch nog wel even gememoreerd hebben hier. Wethouder Balster (PvdA). Zoals eerder aangegeven, heeft het college door RIGO onderzoek laten doen naar de schaarste en de leefbaarheid en de effecten van het kamerbewoningsbeleid op die schaarste en leefbaarheid. Op basis van dat objectieve onderzoek, dat onafhankelijk is uitgevoerd, is er een verband tussen die beide ontstaan voor wat betreft de goedkope koopvoorraad. De uitkomsten van die analyse zijn geland in dit beleid. Dat geldt nadrukkelijk niet voor de middeldure huur. Dat geldt ook niet voor de koopgrens die de heer Pronk net schetste in zijn bijdrage. Daarmee is er geen juridische basis om dit op deze manier vast te leggen. Dus ik blijf bij het ontraden van de beide amendementen. Robert Barker (PvdD).
De wethouder zegt steeds: het college heeft een afweging te maken. Maar beseft de wethouder dat het uiteindelijk de afweging van de raad is? De wethouder noemt aantallen, zoals die 5% en die negen, en zegt dat die juridisch wel te onderbouwen te zijn, zonder enige motivatie te geven anders dan een eerder raadsbesluit, maar geen onderzoek. Als de heer Pronk dan met een ander voorstel komt, zegt u 'het kan niet', maar geeft u ook verder geen analyse van waarom het niet 59
kan. Kunt u zich voorstellen dat wij enigszins sceptisch zijn op de beantwoording en de juridische deskundigheid van deze wethouder? Wethouder Balster (PvdA). Ik laat oordelen over de juridische deskundigheid van deze wethouder geheel aan de heer Barker. Ik heb op basis van het onderzoek dat we hebben laten verrichten, aangegeven wat wij juridisch mogelijk achten in het kader van wat de Huisvestingswet van ons vraagt. Dat is een onderbouwing te maken op basis van schaarste en leefbaarheid. De uitkomsten van het RIGO-onderzoek zijn geland in dit voorstel. De amendementen van zojuist van de heer Pronk vragen om een andere grens daarin aan te brengen, ter bescherming van de middeldure huurvoorraad en de koopvoorraad tot aan de NHG-grens ongeveer. Die onderbouwing hebben we op basis van extern, onafhankelijk uitgevoerd onderzoek niet kunnen vinden. Dat maakt dat ik moet concluderen dat een dergelijke wijziging van het voorstel tot een grote juridische kwetsbaarheid leidt en dus ook onwenselijk is. Daar komt ook nog bij dat het college het ook van belang acht dat het, op basis van de strenge criteria die u straks gaat vaststellen, ook nog mogelijk moet zijn, mits dus fatsoenlijk, om kamers in die wijken waar het kan, toe te voegen, zodat we ook in dat opzicht voldoen aan de woonbehoefte van eenpersoonshuishoudens en studenten, die er ook is in deze stad.
Als we dat niet doen, hebben we op dat vlak ook weer een grotere opgave. Peter Bos (HSP). De wethouder, het college, hanteert de WOZ-waarde tot € 200.000 als een grens om een wijk als kwetsbaar aan te merken voor kamerbewoning. Maar als we kijken hoe dat feitelijk uitpakt, heeft dat geen enkel effect, omdat die 5% eigenlijk al voldoende is om alle wijken waar de grens onder de € 200.000 ligt, mee te pakken. Dus die grens van € 200.000 is nu helemaal niet van belang. Die heeft geen enkel effect. Dus zul je toch moeten kijken welke grens je dan zou moeten pakken om toch nog enig effect te hebben met die WOZ-waarde. Dan denk ik dat je eerder naar de gemiddelde WOZ-waarde in Den Haag kunt kijken - die is ongeveer € 270.000 - dan naar die € 200.000. Is de wethouder het met mij eens dat dat meer effect zal hebben dan de regels zoals ze nu zijn? Wethouder Balster (PvdA). Ik heb dat effect te relateren aan de schaarste en de leefbaarheid in de stad. Ik heb dat ook te onderbouwen. Daar hebben we dat RIGO-onderzoek ook voor gedaan. Dat effect is aantoonbaar waar het gaat om de woningen tot aan de grens die we in de Woonagenda hebben vastgelegd voor de goedkope voorraad. Dat kan ik onderbouwen. Op die grond was ook de tijdelijke beleidsmaatregel van een jaar geleden onderbouwd. Ten aanzien van die hogere grens kunnen we dat niet onderbouwen.
Dat maakt dat we tot deze voorstellen zijn gekomen, die overigens ook aansluiten bij het voorstel van de initiatiefnemers. Dat is ook nog wel even goed om te benadrukken. Peter Bos (HSP). Dan is het maar net de vraag welke grens, welke voorwaarde of welk criteria je hanteert voor schaarste. Ik denk dat er wel degelijk schaarste is als het gaat om de middeldure huurwoningen, dat een groot deel van de bevolking daarop is aangewezen en dat een groot deel van de bevolking vroeger ook aangewezen was op de sociale voorraad. Die grenzen zijn gewoon in de afgelopen twintig jaar zo verschoven dat je nu niet meer kan zeggen: alleen huizen tot € 200.000 zijn schaars. De schaarste is veel breder dan u doet voorkomen, denk ik. Bent u het daarmee eens? Wethouder Balster (PvdA). Ik erken natuurlijk dat er schaarste is aan alle type woningen in de stad. Maar we moeten hier het belang van het ruimte bieden aan mogelijke nieuwe verkamering afwegen tegen het belang van het beschermen van in dit geval de middeldure huurvoorraad en de koopvoorraad die zit boven de grens van € 200.000; de goedkope koopvoorraad die u definieert in de Woonagenda en de NHG-grens. Als je daarnaar kijkt, dan is er geen onderbouwing te maken op basis van schaarste voor het een of voor het ander. We kunnen dus de Huisvestingsverordening op dat criterium niet onderbouwen. De voorzitter. U vervolgt uw betoog.
60
Wethouder Balster (PvdA). De VVD heeft een motie ingediend om in het verleden samengevoegde woningen splitsbaar te houden na samenvoeging. De titel is In het verleden samengevoegde woningen blijven splitsbaar. Deze motie moet het college ontraden. Jan Pronk (VVD). Want? Wethouder Balster (PvdA). Ik had dat net al beargumenteerd in reactie op de motie van de heer De Blok. Wij kunnen de hardheidsclausule niet toepassen voor deze situaties. Ik ben wel bereid om in het kader van de evaluatie van het splitsingsbeleid te kijken of we wat meer ruimte kunnen bieden voor bijvoorbeeld het splitsen van grote woningen, mits dat fatsoenlijk gebeurt en ook geen negatieve effecten heeft op de leefbaarheid, want daar zullen we natuurlijk wel naar moeten kijken. Dus ik kan de motie van de heer De Blok om dat mee te nemen in de evaluatie wat dat betreft wel omarmen. Jan Pronk (VVD). Dezelfde vraag weer. Ik bedoel, ik heb dat net ook gehoord, maar waarom kan dat niet? Wethouder Balster (PvdA). Dat gaf ik net aan. Wij kunnen de hardheidsclausule daar niet voor gebruiken. De voorzitter. Meneer Pronk, voor de derde maal. Stel 'm nog heel duidelijk en scherp. Dan krijgt u misschien een ander antwoord. Jan Pronk (VVD). Ik geloof niet dat het aan de vraag ligt, voorzitter. Ik vraag waarom die hardheidsclausule, die discretionaire ruimte daar niet voor gebruikt kan worden.
De wethouder zegt dat het niet kan. Ik moet tot twee keer toe vragen - zo lopen mijn interrupties weg - waarom dat niet kan, en dan herhaalt hij het antwoord. Ik hoor helemaal geen onderbouwing waarom het niet kan. Kom op! Wethouder Balster (PvdA). Ik zou het prettig vinden als we een beetje respectvol met elkaar blijven discussiëren. Ik ga over mijn eigen antwoorden. De VVD wil op voorhand voor een bepaalde categorie een uitzondering maken. Dan kan je niet meer spreken van hardheid. Dan is het eigenlijk nieuw beleid. Ik heb in antwoord op de heer De Blok aangegeven dat we gaan kijken in het kader van de evaluatie van het splitsingsbeleid of we wellicht wat meer ruimte kunnen bieden voor bijvoorbeeld dit soort situaties. Maar daar zullen we het beleid voor moeten wijzigen. Daar kom ik dan te zijner tijd bij u over op terug. De voorzitter. Meneer Kruis heeft ook nog een interruptie. Sebastian Kruis (PVV). Eigenlijk meer een punt van orde, voorzitter. Het college heeft er inmiddels een handje van om elke keer als het geen antwoord heeft, degene die de interruptie plaatst te betichten van het feit dat de interruptie niet respectvol zou zijn. Je weet niet of dat een soort afleidingsmanoeuvre is. Geef gewoon antwoord op de vragen die gesteld worden in plaats van allemaal dit soort gezeur over de toon. De voorzitter. Dat punt van orde is gehoord.
Ik neig er inderdaad ook een klein beetje naar om te zeggen dat de vraag van de heer Pronk volgens mij vrij helder was en dat ik zijn reactie ook begrijp. Dat had volgens mij niet zo heel veel met weinig of geen respect hebben te maken. Volgens mij was het een heldere vraag. Ik vind dit ook van een andere categorie dan we eerder vandaag hadden. Dus ik wil toch de wethouder vragen om misschien iets duidelijker antwoord te geven op de vraag die de heer Pronk had. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter, ik reageerde op de oproep van de heer Pronk, 'kom op!', aan het einde van zijn zin. Maar goed, dat heb ik wellicht verkeerd ervaren. Ik hoor dat het een aanmoediging was. Uitstekend. Ik heb drie keer gereageerd, ook inhoudelijk, op het voorstel van de heer Pronk. Dat is mijn antwoord en daar zal hij het mee moeten doen. 61
De voorzitter. Ik heb nog een interruptie voor u van de heer Bos. Peter Bos (HSP). Ik hoor de wethouder zeggen dat er een evaluatie komt van het splitsingsbeleid. Daar ben ik op zich wel benieuwd naar, ook omdat de wethouder naar voren bracht dat er gekeken gaat worden naar het eventueel toch weer mogelijk maken van het splitsen van grote woningen, waar de Haagse Stadspartij ook voorstander van is. Heeft de wethouder enig idee wanneer die evaluatie gaat komen? Wethouder Balster (PvdA). Eind dit jaar, heb ik begrepen, meneer Bos. Als het anders is, hoort u het snel. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Wethouder Balster (PvdA). U heeft een motie ingediend, meneer Bos: Maak overleg tussen buren makkelijker. U vraagt het college om bij kamerverhuur regels op te stellen over het kenbaar maken van de verhuurder en een huurder als contactpersoon voor omwonenden en derden. Ik ken ook het Leidse voorbeeld. We hebben natuurlijk ook even navraag gedaan, maar ook zij denken dat dit een vrij kwetsbare maatregel is. Onze inschatting is dat wij hier zonder de privacy te schenden geen goed beleid kunnen ontwikkelen. Ik moet uw motie dus ontraden. Ik ben wel in de geest nog eens bereid om na te gaan, ook met het perspectief van Leiden, of hier iets meer mogelijk is om elkaar te informeren, maar zoals de motie nu gesteld is, moet ik haar ontraden. Peter Bos (HSP).
Als de wethouder bereid is om serieus te kijken naar de Leidse situatie en daar ook schriftelijk aan de raad mededelingen over te doen, dan ben ik wel bereid om de motie aan te houden. Wethouder Balster (PvdA). Ja hoor, daar ben ik toe bereid. Peter Bos (HSP). Dan houd ik de motie bij dezen aan. De voorzitter. Aangezien motie K.7 HSP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De titel is Maak overleg tussen buren makkelijker. De wethouder kan verder met zijn beantwoording. Wethouder Balster (PvdA). Ik ben bij het amendement van de Partij voor de Dieren dat vraagt om dichtbevolkte wijken te ontzien bij kamerverhuur. We hebben hier in de commissie uitvoerig over gesproken. Dat verband is op dit moment niet aantoonbaar. Dat is de reden waarom ik op dit moment onderzoek laat uitvoeren. Dat heb ik u ook toegezegd. Op dit moment kunnen we dit juridisch niet onderbouwen. Ik moet het amendement van de Partij voor de Dieren dan ook ontraden. Daarmee, voorzitter, ben ik aan het einde gekomen van mijn beantwoording. De voorzitter. Nou, nog niet helemaal, want de heer Barker heeft er nog een vraag over. Robert Barker (PvdD). Beseft de wethouder dat het dan gaat om een tijdelijke stop om op die manier goed onderzoek te kunnen doen, om te voorkomen dat de wijken die we later willen beschermen, allemaal al verkamerd zijn? Wethouder Balster (PvdA).
Als we dit zouden doen en ook opnemen in onze voorstellen, dan is dat juridisch buitengewoon kwetsbaar en ook niet houdbaar. Ik heb dat net ook al aangegeven en ook in de eerdere discussie in de commissie. Daarom moet het college het ontraden. Robert Barker (PvdD). De wethouder heeft het de hele tijd over 'kwetsbaar' en 'juridisch niet houdbaar' en dan zijn zijn eigen voorstellen natuurlijk fantastisch en die van de raad niet. Hij verwijst naar RIGO-onderzoek, maar er is ook een RIGO-onderzoek dat de verhouding tussen leefbaarheid en
62
verstedelijking laat zien. Ik verzoek de wethouder met klem om daarnaar te kijken, want dat is voldoende onderbouwing voor in ieder geval zo'n tijdelijke stop. Wethouder Balster (PvdA). Of wij aanvullend beleid gaan voeren, hangt af van de analyse die we ook weer door een externe partij straks laten verrichten. Dat gaan we eerst doen, voordat we tot eventuele aanvullingen op of aanscherpingen van beleid zouden kunnen komen. Die volgorde kiest het college. We gaan onderzoek doen. Dat gaan we buitengewoon zorgvuldig doen. Ik weet ook wat uw wens is. Ik weet ook wat de verschillende wensen uit de raad zijn. We leggen de vraagstelling van het onderzoek ook aan u voor. Daar zal een uitkomst uitrollen die we met u delen. Op basis daarvan kijken we of het beleid al dan niet moet worden aangescherpt. Daar gaan we op dit moment niet met beleid waar we nog geen onderbouwing voor hebben, op vooruitlopen. Jan Pronk (VVD). Ik hoor collega Barker iets interessants zeggen en dat is dat het onderzoek van RIGO over de relatie met leefbaarheid er al ligt. Waarom is dat dan opeens niet geldig volgens de wethouder? Wethouder Balster (PvdA). Ik weet niet waar de heer Barker op doelt. Ik heb u toegezegd een onderzoek te doen naar het effect van de bevolkingsdichtheid op kamerbewoning en leefbaarheid. De voorstellen die u heeft gedaan om dat onderzoek te doen, kan het college ondersteunen.
Dat onderzoek gaan we doen en u krijgt de uitkomsten te zijner tijd. Jan Pronk (VVD). Dan stel ik voor dat we dat onderzoek doen toekomen aan de wethouder en de rest van de commissie. Dan kan dat misschien het oordeel van deze raad over de voorliggende amendementen nog beïnvloeden. Daar zullen collega Barker en ik voor zorgen. Wethouder Balster (PvdA). Ik ben nu een beetje kwijt waar de heer Pronk op doelt en wat voor onderzoek dat zou zijn. Ik heb u toegezegd onderzoek te doen naar de gevolgen die de bevolkingsdichtheid zou kunnen hebben, potentieel, op kamerbewoning en leefbaarheid in verschillende wijken. De voorzitter. De heer Pronk en de heer Barker hebben allebei nog één interruptie over, maar ik zie de heer Barker hier in mijn schermpje. Die gaat het wellicht even toelichten. Robert Barker (PvdD). Voor de geschiedschrijving en voor de mensen thuis die geïnteresseerd zijn in het onderzoek: het gaat om het RIGO-onderzoek Atlas voor gemeenten: leefbaarheid in Nederland 2018. 'Leefbaarheid in Nederland' zegt al iets. Het laat zien dat afhankelijk van de verstedelijking leefbaarheid meer onder druk komt. Heel sterk verstedelijkte gemeenten zijn volgens dit onderzoek dus minder leefbaar dan andere. Wethouder Balster (PvdA). Als ik het goed begrijp, is daar de factor kamerbewoning dus geen onderdeel van.
En dat is nou precies wat het college nu in opdracht van de raad gaat onderzoeken. Zoals aangegeven, we komen daar in het najaar bij u op terug. De voorzitter. Helder. De wethouder was aan het einde van zijn beantwoording. Ik zie de heer Pronk nog. Jan Pronk (VVD). Ik had even tijd nodig om nog iets op te zoeken op het vorige punt. Het rapport waar collega Barker naar verwijst is dit rapport en dan precies figuur 2.4. Dan bent u eruit. De voorzitter. Dat heeft de wethouder gehoord, denk ik. Hij neemt dat mee, neem ik aan. Ik zie hem ja knikken. Mevrouw Tseggai, u had nog een vraag die was blijven liggen? Mikal Tseggai (PvdA). Ja, voorzitter. De wethouder refereerde er heel kort aan in zijn beantwoording, maar zou hij misschien iets meer kunnen zeggen over studentenkamers?
63
Wethouder Balster (PvdA). We hebben ook een grote ambitie om meer studentenwoningen toe te voegen. Ik meen me te herinneren dat ook bij de behandeling van het initiatiefvoorstel Laat het leefbaar een motie is aangenomen om te kijken hoe we naast zelfstandige studentenwoningen ook meer onzelfstandige studentenwoningen kunnen toevoegen. Inmiddels leidt dat ook tot enkele projecten, maar dat product, om het maar zo te zeggen, is minder interessant dan de zelfstandige wooneenheden. U weet dat de studentenpopulatie in de stad steeds groter wordt. Dat houdt zeker ook verband met de maatregelen die we vandaag nemen om een beperking op te leggen in de mogelijkheden om kamerbewoning toe te staan. Daar nog verder in gaan leidt tot een verdere schaarste van kamers. Mikal Tseggai (PvdA). Ik raak even in de war door die laatste zin van de wethouder. Bedoelt hij hiermee dat zijn analyse is dat dit voorstel leidt tot meer schaarste van studentenkamers of nu juist niet en alleen als we er nog verder in zouden gaan? Wethouder Balster (PvdA).
Zoals u weet, hebben we met dit voorstel geprobeerd een evenwicht te vinden tussen aan de ene kant het beschermen van de wijken waar betaalbare koopwoningen schaars zijn en onder druk staan en de leefbaarheid onder druk staat, en aan de andere kant ook nog enigszins ruimte bieden aan de vraag die er is van eenpersoonshuishoudens en bijvoorbeeld de studenten naar nieuwe kamers, mits die aan de kwaliteitscriteria voldoen. De voorzitter. Dan zijn we echt aan het einde gekomen. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De digitale stemmingen over de amendementen, de moties en de voorstellen van het college zijn vanavond om 21.00 uur. Ik schors voor drie minuten voor een kleine decorwissel, want ik zie dat er nieuwe woordvoerders binnengekomen zijn. Die kunnen dan wisselen met de woordvoerders die er nu zitten. De vergadering wordt van 13.45 uur tot 13.53 uur geschorst.
Aan de orde is: M. Voorstel van het college inzake Grondexploitatie Eenheidsbureau Politie Binckhorst (RIS308355). De beraadslaging wordt geopend. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Gezien de beperkte spreektijd, ga ik me beperken tot het oplezen van de motie: verzoekt het college alles in het werk te stellen om de parkeervoorziening voor het nieuwe politiebureau op de kavel van het politiebureau te laten realiseren. De voorzitter. Door de heer De Blok wordt de volgende motie (M.1 HvDH/GdM) ingediend:
Motie M.1 HvDH/GdM Geen gegoochel met parkeergarage politiebureau De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 20 mei ter bespreking van agendapunt L Voorstel van het college inzake Grondexploitatie Eenheidsbureau Politie Binckhorst (RIS 308355). Constaterende, dat: • de ondergrondse parkeergarage op de locatie van het nieuwe politiebureau in het definitief ontwerp is wegbezuinigd en er op honderden meters afstand van het bureau een bovengrondse 64
parkeergarage komt. Overwegende, dat: • grond in Den Haag schaars is. Van mening, dat: • dubbel ruimtegebruik waar mogelijk wenselijk is. Verzoekt het college: • alles in het werk te stellen om de parkeervoorziening voor het nieuwe politiebureau op de kavel van het politiebureau te laten realiseren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Wat de Partij voor de Dieren betreft, gaan we met dit plan terug naar de tekentafel. Aan veel eisen die aan de ontwikkeling van de Binckhorst zouden worden verbonden, wordt niet voldaan, met als toppunt een doorzichtige doos vol auto's, tot stand gekomen zonder goede participatie. Om de kwaliteit van de Binckhorst te borgen, werd een beeldkwaliteitsplan opgesteld, met als uitgangspunt industrieel, robuust en groen, met rauwe randjes. Desalniettemin ligt hier dus een ontwerp voor het Wegapunt voor. De Partij voor de Dieren snapt best dat de politie haar wagens ergens kwijt moet, maar dat betekent toch niet dat er een bovengronds parkeergebouw moet komen en de buurt daardoor tegen dit lelijke blok moet aankijken? Het zou toch een woonwijk worden en geen parkeerwijk? Juist waar we kunnen sturen in dit gebied, moeten projecten voldoen aan de afspraken.
Daarom luidt onze motie: verzoekt het college niet in te stemmen met voorliggend ontwerp voor het Wegapunt; pas in te stemmen met een nieuw ontwerp als dat voldoet aan alle aspecten van het beeldkwaliteitsplan. De voorzitter. Door de heer Barker wordt de volgende motie (M.2 PvdD) ingediend:
Motie M.2 PvdD Houd beeldkwaliteitsplan in het oog bij Wega punt De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Grondexploitatie Eenheidsbureau Politie Binckhorst. Constaterende, dat: • in het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat bij transformatie van de Binckhorst de volgende bijzondere en onderscheidende kwaliteiten van het gebieden behouden moeten blijven: o de industriële sfeer en karakter o een robuuste en aantrekkelijke buitenruimte o stedelijkheid en stedelijke kwaliteit o heldere en betekenisvolle structuren o duurzaamheid (CO2 neutraal, klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair); • er niet voor niets een beeldkwaliteitsplan en een Q-team zijn aangesteld. Overwegende, dat: • een eerste ontwerp van het Wega punt dat met de raad gedeeld is een afbeelding van een modern glazen blok van vijf etages vol auto’s is; • dit ontwerp niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan; • er veel meer mogelijkheden zijn om op deze plek een parkeerhub te creëren die aan de 65
•
buitenkant bijdraagt aan een leefbare en aantrekkelijke omgeving, bijvoorbeeld door het toevoegen van een groene gevel, Street art of een industriële look.
Verzoekt het college: • niet in te stemmen met voorliggend ontwerp voor het Wega punt; • pas in te stemmen met een nieuw ontwerp als dat voldoet aan alle aspecten van het beeldkwaliteitsplan. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Daniël Scheper (D66). Voorzitter. Wij hebben in de commissie hier uitgebreid over gewisseld. In de commissie kwam naar voren dat er wat verschil is in inzicht tussen welke ontwikkelingen we zien op de Binckhorst en wat er nu voorligt. Die discrepantie zit hem ook deels in of de politie al dan niet met dit voorstel geholpen is of met het andere voorstel, zoals ook aangegeven door de heer Barker, als het gaat over de parkeervoorzieningen. Maar ook omdat de gemeente al enige tijd met de buurman van de politie in gesprek is. Die is conform het gedachtegoed van de Omgevingswet bezig met de ontwikkelingen aldaar. Het heeft ons verbaasd dat dat zo lang duurt en ook dat we hier nu met elkaar dit debat aan het voeren zijn. Ook omdat er in het kader van de participatie nog wel wat te doen. Want ook in dit geval heb ik vernomen dat niet alle mensen in de omgeving zijn meegenomen in de ontwikkeling van dit plan en dat een gedeelte geheim verklaard is, waardoor de participatie nog lastiger werd.
Eigenlijk is participatie continu een punt als het gaat over de ontwikkeling in deze stad, of het nu op de Binckhorst is of elders. We hebben ook gewisseld met elkaar over de beleidsregels die hier tekortschieten. Dat is eigenlijk wat onze conclusie voor de Binckhorst is. We hebben niet goed vastgelegd - dat is ook erkend door het college - hoe wij met elkaar participatie regelen en wanneer we dat gaan afdwingen. Om daarmee aan de slag te gaan, heb ik het volgende voorstel gedaan: neem participatie op in de beleidsregels omgevingsplannen en de gebiedspaspoorten, zodat we voor een vergunningafgifte wel eerst een participatietraject doorlopen. Het dictum van deze motie luidt: roept het college op nog voor de zomer 2021 een voorstel voor de aanpassing van de beleidsregels te komen van de huidige en toekomstige omgevingsplannen en gebiedspaspoorten en deze aan de raad te doen toekomen; in deze aanpassing van de beleidsregels op te nemen dat een niet of slecht doorlopen participatietraject een reden kan zijn om bouwvergunningen in te trekken dan wel niet te verstrekken; in deze aanpassing ook duidelijk voorwaarden en/of uitgangspunten vast te leggen waar het participatietraject aan moet voldoen; bijvoorbeeld het organiseren van een enkele informatieavond is niet voldoende om aan deze voorwaarde succesvol te voldoen.
De motie is medeondertekend door mevrouw Vavier van GroenLinks, meneer Barker van de Partij voor de Dieren, mevrouw Klokkenburg, en meneer Bos van de Stadspartij. Ayşe Yilmaz (VVD). Ik wilde de heer Scheper de volgende vraag stellen. Hij heeft een motie opgesteld. Volgens mij zijn wij het hier in de raad met elkaar eens dat participatie van groot belang is, maar in zijn tweede dictum staat dat onvoldoende participatie betekent dat we terug moeten gaan. Ik was benieuwd hoe je dat zou kunnen objectiveren. Daniël Scheper (D66). Dat is heel simpel. We hebben een participatieleidraad in deze stad. Ik heb aangegeven in het dictum dat een van die onderdelen daarvan niet voldoet. Daarmee - dat is ook de geest van deze motie - kunnen we kijken of we dat als voorwaarde voor de vergunning kunnen invoeren. Als je een aanvraag indient voor de vergunning, moet je laten zien dat je dit goed hebt gedaan. Op die manier kunnen we dat toetsen. Ayşe Yilmaz (VVD). Nee, ik ben heel erg benieuwd wat wij dan goede participatie en geen goede participatie vinden. Dat je een participatietraject hebt gedaan of niet, daar zijn we het over eens. We zouden het liefst alles goed participatief in de raad en in de stad willen, maar kan de heer Scheper
66
objectiveren welke opdracht hij de wethouder meegeeft, ook in relatie met al die werkgroepen en de opdracht die wethouder Balster heeft in het kader van participatie et cetera? Daniël Scheper (D66). De gedachte die ik het college meegeef in dezen is om een voorstel te doen om de beleidsregel te wijzigen zodat we participatie als onderdeel van het vergunningtraject gaan opnemen. Dat is een heel simpel overzicht en heel objectiveerbaar, want volgens mij zijn er ook werkgroepen mee bezig. We verwijzen ook naar de leidraad die we daarvoor gebruiken. Daaraan kunnen we prima toetsen. Ayşe Yilmaz (VVD). Ik heb een beetje moeite met het antwoord van de heer Scheper, want ik vraag de heer Scheper welke opdracht hij het college meegeeft en om te objectiveren wat goede participatie is. Hij zegt in zijn tweede dictum: als je niet goed participeert, dan ga je terug. We zijn het hier met zijn allen eens dat we moeten participeren. Dat staat voorop, maar welke opdracht geeft hij dan de wethouder? Objectiveer, meneer Scheper. Daniël Scheper (D66). Moet ik mijzelf herhalen, meneer de voorzitter? Ik wil dat niet heel onaardig zeggen, maar ik heb gewoon aangegeven dat wij met elkaar vast hebben gesteld dat we een voorstel willen zien om de beleidsregels in te vullen, zodat we de participatie kunnen onderbouwen. Op dit moment geven werkgroepen uitvoering aan hoe die participatie eruitziet.
Ik heb aangegeven dat een infoavondje organiseren voor de buurt, van 'kom kijken, dit gaan we bij u doen', onvoldoende is. Dat is volgens mij voldoende kader. De voorzitter. Iedereen gaat over de eigen vragen en u gaat over de antwoorden. Dat lijkt me helder. U vervolgt uw betoog. Daniël Scheper (D66). Voorzitter. Dan de ontwikkeling in algemene zin. Ik heb stellig de indruk dat niemand zit te wachten op de ontwikkeling zoals die nu voorligt. Ik heb niet vernomen van direct betrokkenen dat het zo is. Ik zie ook coalitiepartijen zoals de VVD, die straks met een voorstel komt om het pand te wijzigen. Ik zie andere partijen in de aanloop en in de commissie hier niet enthousiast over zijn. Omdat dit aan de orde is en er alternatieve plannen zijn waar de wethouder ook op heeft gereageerd in de commissie, denk ik dat het goed is om die gewoon te bespreken.
Om daar met elkaar verder over te spreken, dien ik de motie Geef uitvoering aan de geest van de Omgevingswet in: roept het college op zorg te dragen voor een betere procedure in de uitgifte van de tweede tranche, zodat juist ook lokale initiatieven als bedoeld in de Omgevingswet ruimte krijgen om te ontwikkelen - want dat missen we echt; in afwachting van de tweede tranche ruimte te creëren voor kleinere lokale initiatieven die de ontwikkelingen op de Binckhorst ten goede komen; de besluitvorming van deze grondexploitatie Eenheidsbureau politie op te schorten tot de uitgifte van de tweede tranche, dan wel er eerder een alternatieve oplossing komt waarbij ook woningbouw wordt toegevoegd en bovengrondse parkeervoorzieningen komen te vervallen; en de aangepaste grondexploitatie weer aan de raad voor te leggen indien aan bovenstaande voorwaarden is voldaan. Deze motie is medeondertekend door Mariëlle Vavier van GroenLinks, Judith Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP en Peter Bos van de Stadspartij. Ayşe Yilmaz (VVD). Ik was benieuwd naar de haast die de heer Scheper wil maken met de tweede tranche. Wij willen dat ook. De wethouder heeft in de commissie gezegd eind dit jaar met een evaluatie te komen. Wij zijn hier allemaal happig naar die evaluatie, want we willen het de volgende keer beter doen, zoals we altijd alles beter willen doen.
Wat stelt de heer Scheper nou met zijn motie voor? Om op basis op willekeur, omdat er nu iets gaat gebeuren waar we het niet mee eens zijn, een wijziging voor te stellen? Ik ben dus benieuwd wat hij eigenlijk hier voorstelt met zijn motie. Daniël Scheper (D66). Naar ik heb begrepen, duurt het nog een behoorlijke tijd voordat de tweede tranche start. Naar ik heb begrepen, is er een enorm tekort aan woningen in deze stad. En naar ik heb begrepen, hebben we zelf nu de mogelijkheid om kaders te stellen om te kijken of we versneld woningen kunnen toevoegen. Dat is een van de dingen die we doen. Dus dat. Ik heb niet gezegd dat we de tweede tranche moeten versnellen, want volgens mij is dat lastig. Maar ik heb wel aangegeven 67
dat we moeten kijken naar de dingen die we wél kunnen. Volgens mij is de VVD altijd een partij die zoekt naar oplossingen en wat wel kan, en graag meedenkt. Dus ik nodig u ook uit. Ayşe Yilmaz (VVD). Dat klopt helemaal. We moeten kijken wat wel kan. Maar we hebben met zijn allen tweeënhalf jaar geleden een Omgevingsplan vastgesteld waarin wij het college kaders hebben meegegeven. Daar kunnen we niet zomaar zonder een degelijke evaluatie van afwijken, wat mij betreft. Als ik de raad goed beluister, zijn we allemaal happig naar de evaluatie, omdat we het beter willen doen. In deze raad wordt elke keer het college beschuldigd om wat er allemaal verkeerd is gegaan. De voorzitter. Mevrouw Yilmaz, uw vraag. Ayşe Yilmaz (VVD). Dus ik ben benieuwd of u nu iets voorstelt zonder een degelijke evaluatie. Daniël Scheper (D66). Zonder meteen een heel oude doos open te trekken: wij hebben met de vorige wethouder uitgebreid geëvalueerd wat er misging met de uitgifte van de tweede tranche. We hebben daar uitgebreid bij stilgestaan. Zowel college als raad heeft vastgesteld dat dat niet goed gegaan is, dat die kaders niet goed zijn. Het is aan ons als kaderstellende raad om, op het moment dat we zien dat kaders niet goed zijn toegepast of tekortschieten, daarop te ageren. Beide moties gaan daarover. Dus ja, ik snap dat er een nog een evaluatie aankomt, maar die hebben we ook al gedaan.
De voorzitter. Mevrouw Yilmaz voor de laatste maal. Ayşe Yilmaz (VVD). Dus we verwachten geen evaluatie van het college. Wij willen nu als raad meteen al voor een herijking van het Omgevingsplan gaan, zonder evaluatie? Daniël Scheper (D66). Nee. Ik stel vast dat we met het college, zijnde niet deze wethouder, maar de vorige wethouder, al hebben vastgesteld dat het niet goed gegaan was. We hebben daar al een evaluatie op gedaan. Dat er nog een vervolgevaluatie bij Twijnstra Gudde is uitgezet, is waar. Maar ik zeg niet dat we daar niet op hoeven te wachten, als wij al met elkaar als commissie en als raad en als college met elkaar in verbinding hebben vastgesteld dat het niet goed is gegaan. Dan kunnen we toch op basis van die informatie de volgende stappen zetten? Dat is wat hier gebeurt. En we zijn toch met zijn allen bezig met de uitnodigingsplanologie? Dit stukje Binckhorst was in het kader en de geest van de Omgevingswet bedacht. We zien hier een voorstel, in overleg met de gemeente Den Haag, dat mogelijk besproken kan worden door een partij. Laten we gewoon met elkaar verder kijken. Laten we gewoon met elkaar zorgen dat we die stad mooier maken. Dat is wat ik wil. Dat ik wat u ook wilt, zeg ik tegen mevrouw Yilmaz, want daarover dient u zo meteen een motie in. De voorzitter.
Door de heer Scheper, daartoe gesteund mevrouw Vavier, mevrouw Klokkenburg, de heer Bos en de heer De Blok, wordt de volgende motie (M.3 D66) ingediend:
Motie M.3 D66 Geef uitvoering aan de geest van de omgevingswet De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Grondexploitatie Eenheidsbureau Politie Binckhorst (RIS308355). Constaterende dat: • de nationale politie bezig is met een herschikking van haar vastgoed, waarbij voor de locatie Den Haag nieuwbouw een passend en duurzaam resultaat wordt gezocht; • met PGK Vastgoed bv al sinds 2013 wordt gesproken over de herontwikkeling van de Wegastraat; • deze gebiedsontwikkeling in samenspraak met alle belanghebbenden binnen een deelgebied opgesteld wordt;
68
• •
in de Binckhorst er in de geest van de omgevingswet gewerkt wordt met de uitnodigingsplanologie om initiatieven uit de markt of omgeving te ondersteunen voor ontwikkelingen; dit alternatieve plan voor de Wegastraat past binnen de kaders die door de raad zijn vastgesteld.
Van mening dat: • de overheid een betrouwbare partner moet zijn, in woord en in daad; • lokale initiatieven zoals deze volledig passen in de geest van de omgevingswet; • indien de politie akkoord gaat met het alternatieve plan er een beter plan ligt dat recht doet aan alle inspanningen, beleidsplannen en de beeldkwaliteit voor dit stukje Binckhorst; • de gronduitgifte van de eerste tranche procesmatig en op basis van de uitkomsten niet hebben gebracht wat er van verwacht was; • de bouw en ontwikkeling van de 5.000 woningen van de eerste tranche onvoldoende snel tot realisatie komt. Roept het college op: • zorg te dragen voor een betere procedure in de uitgifte van de 2e tranche zodat juist ook lokale initiatieven als bedoeld in de omgevingswet ruimte krijgen om te ontwikkelen; • In afwachting van de tweede tranche ruimte te creëren voor kleinere lokale initiatieven die de ontwikkelingen op de Binckhorst ten goede komen; • de besluitvorming van deze grondexploitatie Eenheidsbureau politie op te schorten tot de uitgifte van de 2e tranche, dan wel er eerder een alternatieve oplossing komt waarbij ook woningbouw wordt toegevoegd en bovengrondse parkeervoorzieningen komen te vervallen; • de aangepaste grondexploitatie weer aan de raad voor te leggen indien aan bovenstaande voorwaarden is voldaan. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.
Door de heer Scheper, daartoe gesteund door mevrouw Vavier, de heer Barker, mevrouw Klokkenburg, de heer Bos en de heer De Blok, wordt de volgende motie (M.4 D66) ingediend:
Motie M.4 D.66 Neem participatie op in de beleidsregels omgevingsplannen en de gebiedspaspoorten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Grondexploitatie Eenheidsbureau Politie Binckhorst (RIS308355). Constaterende dat: • de nationale politie bezig is met een herschikking van haar vastgoed, waarbij voor de locatie Den Haag nieuwbouw met een passend en duurzaam resultaat wordt gezocht; • bij de gebiedsontwikkeling Wegastraat wederom problemen zijn geconstateerd rondom de participatie; • deze gebiedsontwikkeling in samenspraak met alle belanghebbenden binnen een deelgebied opgesteld dient te worden. Van mening dat: • de overheid een betrouwbare partner moet zijn, niet alleen bij woord maar ook in daad; • in de commissie ruimte van 21 april 2021 niet voor de eerste keer werd geconstateerd dat op de Binckhorst participatie in het kader van de crisis en herstelwet niet goed geregeld is; • het college ook heeft aangegeven dat hier geen regelgeving voor is.
69
Roept het college op: • roept het college op nog voor de zomer 2021 een voorstel voor de aanpassing van de beleidsregels te komen van de huidige en toekomstige omgevingsplannen en gebiedspaspoorten en deze aan de raad te doen toekomen; • in deze aanpassing van de beleidsregels op te nemen dat een niet of slecht doorlopen participatietraject een reden kan zijn om bouwvergunningen in te trekken dan wel niet te verstrekken; • in deze aanpassing ook duidelijk voorwaarden en/of uitgangspunten vast te leggen waar het participatietraject aan moet voldoen; bijvoorbeeld het organiseren van een enkele informatieavond is niet voldoende om aan deze voorwaarde succesvol te voldoen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Cees Pluimgraaff (CDA). Voorzitter. In de voortgang van het proces Eenheidsbureau, zijnde de voorovereenkomst, de nota van uitgangspunten, het inpandig parkeren op het eigen terrein en de grondreservering, waarin de prijs naar beneden werd bijgesteld in verband met de inpandige parkeerbehoefte op dat kavel, wordt nimmer Wegastraat 44 meegenomen in de besluitvorming. In dit raadsvoorstel staat dit nu wel in een bijzin gememoreerd en maakt het integraal onderdeel uit van de ontwikkeling van het Eenheidsbureau.