CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309273 Notulen van de raad van 20 mei 2021 (dag)

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 20 mei 202158.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Dan is het natuurlijk niet met de huidige bewoners erin. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Tseggai. 35

Mikal Tseggai (PvdA). Dus even voor mijn beeld: een investeerder heeft aan Groep de Mos gevraagd of we dit kunnen doen? William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Nee. Ik ben geen Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Ik ben gewoon een individu. Ik heb verschillende mailtjes gekregen sinds ik raadslid ben, met dit verzoek. Ik kan erin meegaan, mits de woning teruggaat naar de staat waarin het pand is opgeleverd. Robert Barker (PvdD). Ik wil alleen even de heer De Blok meegeven dat ik de inleiding die hij gaf rond het Airbnb-punt, dat hij zelf verhuurt en dat hij graag wil dat Airbnb beter met de gemeente zijn huurinkomsten en toeristenbelasting dekt, een gevoelig punt vind. Is het echt verstandig om zo'n type motie in te dienen? De voorzitter. Wilt u daarop reageren, meneer De Blok? William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik zie dat helemaal niet zo. Het staat mij vrij om af en toe mijn woning op Airbnb te zetten. Ik zie een hele administratieve rompslomp. Dat constateer ik. Dat geldt niet alleen voor mij. Dat geldt voor iedereen. Het is handiger als dat centraal vanuit Airbnb gebeurt. Peter Bos (HSP). Ik wil nog even terugkomen op die samengevoegde woningen die Hart voor Den Haag/Groep de Mos eigenlijk weer wil splitsen. Daar komt het in feite op neer.

Het is op zich een aardige manier om weer extra woonruimte te creëren, maar zou dat eigenlijk niet gewoon moeten gelden voor alle woningen die daar groot genoeg voor zijn, dus ook niet samengevoegde woningen? Gewoon grote woningen die momenteel niet gesplitst mogen worden. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Nee. Dan zouden we terug moeten zoeken waarom we tegen splitsing zijn. Bepaalde gebouwen zijn ooit voor een bepaalde doelgroep opgeleverd. Ik zie er geen enkel bezwaar tegen om die terug te brengen naar die staat. Peter Bos (HSP). Dat vind ik toch een beetje inconsequent, want het gaat erom dat u graag extra woonruimte wil realiseren, extra woningen. In het ene geval wilt u het wel en in het andere geval wilt u het niet, terwijl er in feite, qua vierkante meters, niet zoveel verschil in zit. Dus ik begrijp uw motivatie niet goed. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dit is een heel andere beredenering van de heer Bos. Ik begrijp die wel. In sommige wijken staan huizen voor bijvoorbeeld gezinnen. Die zijn niet gebouwd om gesplitst te worden. Daarom volg ik de lijn van de heer Bos niet. De voorzitter. We laten het hierbij. Meneer Bos krijgt straks nog alle tijd en gelegenheid om tijdens zijn bijdrage te schitteren. Hij heeft nog heel veel spreektijd. Door de heer De Blok worden de volgende moties ingediend (K.2 HvDH/GdM en L.1 HvDH/GdM) ingediend:

Motie K.2 HvDH/GdM Terug naar de oorsprong De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 20 mei ter bespreking van agendapunt J Voorstel van het college inzake Nota Voorraadbeleid 2020 (RIS 307195).

36

Constaterende, dat: • er woningnood is in Den Haag; • het samenvoegen van woningen een vorm van woningonttrekking is; • het voorkomt dat het voor samen gevoegde objecten lastig is ze terug te brengen naar de oorspronkelijke kadastrale staat. Overwegende, dat: • het belangrijk is dat de bestaande woningvoorraad optimaal benut en beschermd wordt. Verzoekt het college, • te onderzoeken of kan worden toegestaan om in het verleden samengevoegde woningen terug te brengen naar de staat waarin deze ooit zijn opgeleverd. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie L.1 HvDH/GdM Stop de bureaucratie De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 20 mei ter bespreking van agendapunt K Huisvestingsverordening. Constaterende, dat: • de nieuwe Huisvestingsverordening toeristische verhuur onder strenge voorwaarden toestaat, hier zijn veel administratieve verplichtingen aan verbonden; • de aangifte van toeristenbelasting elk kwartaal voor extra administratieve lasten zorgt voor bewoners die hun huis slechts incidenteel beschikbaar stellen voor toeristische verhuur; • diverse andere grote gemeenten in Nederland zoals Amsterdam, Haarlem en Rotterdam eerder al overeenkomsten hebben afgesloten met toeristische verhuur platforms om toeristenbelasting automatisch te innen en rechtstreeks af te dragen aan de gemeente.

Overwegende, dat: • de handhaving op het afdragen van toeristenbelasting zorgt voor extra werklast voor vakantieverhuurders en de gemeente Den Haag; • de gemeente op dit moment nog onnodig inkomsten misloopt door het niet of onvolledig invullen van de aangifte toeristenbelasting; • de afdracht ook automatisch georganiseerd kan worden via toeristische verhuur platforms, waarmee het innen van toeristenbelasting efficiënter verloopt voor de gemeente en gemakkelijker is voor de verhuurder; • een samenwerking op het gebied van de automatische inning en afdracht van toeristenbelasting het proces eenvoudiger maakt voor de gemeente en verhuurders die incidenteel hun woning verhuren. Verzoekt het college, • de mogelijkheden te onderzoeken voor het afdragen van toeristenbelasting via toeristische verhuur platforms. En daarover de raad voor het zomerreces te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer De Blok, daartoe gesteund door mevrouw Vavier en mevrouw Klokkenburg, worden de volgende moties (K.3 HvDH/GdM en K.4 HvDH/GdM) ingediend:

37

Motie K.3 HvDH/GdM Neem de raad mee De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 20 mei ter bespreking van agendapunt J Voorstel van het college inzake Nota Voorraadbeleid 2020 (RIS 307195). Constaterende, dat: • er aanvullend onderzoek zal worden uitgevoerd naar de vraag of bevolkingsdichtheid in samenhang met kamerbewoning de leefbaarheid aantast; • indien onderzoek uitwijst dat er een verband is tussen bevolkingsdichtheid en kamerbewoning die de leefbaarheid negatief beïnvloed, de raad de uitkomsten van het onderzoek kan laten vaststellen. Overwegende, dat: • als blijkt dat bevolkingsdichtheid in samenhang met kamerbewoning de leefbaarheid aantast er direct gebruik zal worden gemaakt van een in de huisvestingsverordening opgenomen afwijzingsgronden; • als een verband is vastgesteld zonder wijziging van de huisvestingsverordening gebruik kan worden gemaakt van een maatregel gericht op de bevolkingsdichtheid. Verzoekt het college, • de onderzoeksvraag van het aanvullend onderzoek te delen met de raad zodat deze hier op kan reflecteren en aanvullen. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie K.4 HvDH/GdM 5% vast op 1-1-2021 De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 20 mei ter bespreking van agendapunt J Voorstel van het college inzake Nota Voorraadbeleid 2020 (RIS 307195). Constaterende, dat: • in bijlage 2 (RIS 308173) van het Rigo rapport een kolom is opgenomen die bestaat uit nog maximaal te verlenen vergunningen per 1-1-2021 in Den Haag. Overwegende, dat: • er onduidelijkheid bestaat over wat er gebeurt als er woningen in een wijk worden toegevoegd. Verzoekt het college, • vast te stellen dat de maximaal nog te verlenen vergunningen per 1-1 2021 per wijk zoals in tabel 2 uit het Rigo rapport is weergegeven een vast gegeven zijn en niet mee bewegen met toevoeging van woningen in die buurt. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. De commissie zei een paar weken terug duidelijk dat het voorstel niet rijp was voor besluitvorming wat kamerverhuur betreft, want leefbaarheid sneeuwt duidelijk onder door de haast van deze wethouder. Wat schetst onze verbazing echter? Dat Groep de Mos ineens gedraaid was en op het moment suprême alsnog het college aan de meerderheid hielp, en dat vanwege

38

het juridische risico. Ik kan best nog wel dingen rond Groep de Mos noemen die juridische risico's zijn, waarbij ik toch minder percipieer dat ze die als problemen zien, ook bijvoorbeeld rond integriteit. Door de Groep de Mos/PvdA-tandem zullen wijken als Scheveningen en Bezuidenhout weer verkamerd worden en zullen ontwikkelaars dit met gezwinde spoed oppakken. Om de schadelijke gevolgen te voorkomen, komen we samen met de VVD met een amendement om voor verdichte wijken de stop op verkamering te behouden, in aanvulling op de andere wijken waar verkamering al wordt verboden. Dit doen we door met een amendement vast te leggen dat we in de wijken Scheveningen, Bomen- en Bloemenbuurt, Archipelbuurt en Bezuidenhout via een beleidsregel geen verkamering toestaan totdat de raad zich over het te verrichten leefbaarheidsonderzoek heeft kunnen uitspreken. Daarnaast wil ik erop wijzen dat de heer Pronk straks namens de VVD een aantal goede amendementen gaat indienen die wij als Partij voor de Dieren ook gaan steunen. Mikal Tseggai (PvdA). De VVD/Partij voor de Dieren-tandem lijkt toch sneller te gaan dan de Groep de Mos/PvdA-tandem. Waarom vindt de heer Barker dat er nooit ergens in de stad verkamerd mag worden? Robert Barker (PvdD).

Als ik het zo hoor, bloeien er nieuwe coalitiemogelijkheden tussen de PvdA en Groep de Mos, nu mevrouw Tseggai de Groep de Mos-collega's aan het beschermen is. Het amendement stelt niet voor dat er geen verkamering mag plaatsvinden. Het amendement stelt voor dat in de verdichte wijken de verkamering even op pauze wordt gezet, totdat we er zorgvuldig over hebben kunnen spreken. Mikal Tseggai (PvdA). De wijken die de heer Barker net noemde, zoals de Archipelbuurt, ken ik niet als extreem verdichte wijken. Ik vind het verhaal toch nog niet helemaal kloppen. Robert Barker (PvdD). Als je de wegingsfactor zou toepassen, wat de wethouder niet wilde doen, maar waar hij nu onderzoek naar doet, dan zouden dit de wijken zijn - Scheveningen, Bomen- en Bloemenbuurt, Archipelbuurt en Bezuidenhout - waar geen verkamering meer zou worden toegestaan. Als we ervoor kiezen om niet op die pauzeknop te drukken, zouden die wijken nu opeens heel hard gaan verkameren, want die investeerders kijken ook gewoon naar de regels. Dan zouden we dus in november, wanneer de wethouder eindelijk met zijn onderzoek komt, moeten concluderen om het toch stop te zetten. Dan is het leed al geschied. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door de heer Pronk, wordt het volgende amendement (K.A PvdD) voorgesteld:

Amendement K.A PvdD Ontzie dichtbevolkte wijken bij kamerverhuur De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 20 mei 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota voorraadbeleid 2020. Besluit om: • in de wijken Scheveningen, Bomen- en Bloemenbuurt, Archipelbuurt en Bezuidenhout geen verkamering toe te staan totdat de raad zich over het te verrichten leefbaarheidsonderzoek heeft kunnen uitspreken. Het college wordt opgedragen om dit per beleidsregel vast te leggen en op die manier in deze verdichte wijken de tijdelijke stop op verkamering te continueren. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. De woningvoorraad voor mensen met een mobiliteitsbeperking kent in Haaglanden een tekort van 23.500 woningen, zo blijkt uit cijfers van Voorall. Uit de afdoening van de motie die de D66-fractie hierover eerder indiende, bleek dat iedereen zich kan inschrijven voor een woning die geschikt is voor mensen met een handicap, terwijl mensen in een rolstoel veel minder aanbod hebben. Het resultaat is dat mensen met twee gezonde benen in een 39

rolstoelgeschikte woning wonen, terwijl de Hagenaar in een rolstoel moeite heeft om de drempel van zijn eigen huis over te komen. Hoe oneerlijk is dat? En dit is niet zeldzaam, want 65% van de geschikte woningen worden bewoond door gezonde mensen. Bij Woonnet Haaglanden houden ze geen rekening met een Wmo-verklaring plus urgentie van de GGD bij het toewijzen van woningen. Daarvoor moet de gemeente haar beleid aanpassen. In Amsterdam en Utrecht hebben mensen met een beperking wél voorrang op rolstoelgeschikte woningen. Dat scheelt ook een hoop aanpassingen door de Wmo. Daarom dienen we de motie Kansenongelijkheid op Woonnet voor mensen met een beperking in, met als dictum: verzoekt het college in gesprek te gaan met de gemeente Amsterdam en/of Utrecht over hoe zij een vrijstelling hebben geregeld voor mensen met een Wmo-indicatie en geleerde lessen in Den Haag toe te passen; in gesprek te gaan met Woonnet Haaglanden over gelijke kansen van mensen met een mobiliteitsbeperking via hun website. De motie is mede namens GroenLinks, PvdA en ChristenUnie/SGP. Ook verkamering blijft een heet hangijzer - dat hoorden we net ook alweer in het debat over de Haagse woningvoorraad - wegens de druk op de openbare ruimte, met bijvoorbeeld afval- en parkeerproblematiek tot gevolg.

Wat de D66-fractie betreft, wordt ook de buitenruimte betrokken bij verkameringsaanvragen, en ook of alle bewoners van een verkamerd huis de ruimte hebben om hun afval tijdelijk even op te slaan, bijvoorbeeld op een balkonnetje, als de ORAC's vol zitten of als de huisvuilophaaldag pas over een paar dagen is. Hoe dat dan precies in beleid vervat moet worden, daar kwamen wij zelf als D66-fractie nog niet helemaal uit. Daarom staan we ook onder de onderzoeksmotie van de ChristenUnie/SGP. Dan over de Huisvestingsverordening. Wat D66 betreft, is het prima om als Den Haag samen met Amsterdam voorop te lopen in het maximeren van verhuur van de eigen woning via Airbnb tot dertien dagen per jaar. In Utrecht en Rotterdam is dat maximum nog 60 dagen per jaar. Maar in geen enkele stad in Nederland en daarbuiten geldt binnen die dertien dagen een maximum aan het aantal verhuringen. De Haagse Huisvestingsverordening die vandaag voorligt, kent een maximum van vijf verhuringen. Onnodig en inflexibel, volgens de D66-fractie. Niet iedereen heeft vijf aaneensloten weken per jaar vakantie, ondernemers en zzp'ers bijvoorbeeld. Wat is erop tegen als zij hun huis tien weekenden per jaar willen verhuren, omdat ze dan zelf weg kunnen? Overlast van meer wisselingen, aldus de wethouder.

Nou, ik heb liever vakantiegangers naast me wat vaker in het weekend dan minder maar door de week, als de kinderen naar school moeten en wij zelf moeten werken. Kortom, we vinden het een subjectief en rigide criterium. Vandaar dat we het amendement Meer flexibiliteit ten aanzien van maximumaantal verhuringen bij vakantieverhuur indienen, met als dictum: besluit in artikel 5:19 lid 2.a, de voorwaarden en voorschriften toeristische verhuur ten behoeve van vakantieverhuur, het maximum van vijf verhuringen bij vakantieverhuur van de eigen woning uit de verordening te schrappen. Ik wens iedereen alvast een fijne vakantie naar zijn of haar eigen inzicht. Tijdens de commissiebehandeling vroeg ik de wethouder waarom Den Haag de afdracht toeristenbelasting nog niet automatisch laat innen van Airbnb-hosts. De collega van Groep de Mos had het er net al over. De wethouder Financiën zou daarover zijn licht moeten laten schijnen. Heeft hij dat ondertussen gedaan, zo vraag ik het college. Zo nee, dan steunen we vanavond graag de motie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos die hiertoe oproept. De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn, daartoe gesteund door mevrouw Vavier, wordt het volgende amendement (L.A. D66) voorgesteld:

Amendement L.A D66 meer flexibiliteit t.a.v. maximum aantal verhuringen bij vakantieverhuur. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college over het vaststellen van de verordening tot derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS308451).

40

Besluit in artikel 5:19 lid 2.a (Voorwaarden en voorschriften toeristische verhuur ten behoeve van vakantieverhuur): • het maximum van 5 verhuringen bij vakantieverhuur van de eigen woning uit de verordening te schrappen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg en mevrouw Tseggai, wordt de volgende motie (K.5 D66) ingediend:

Motie K.5 D66 Kansengelijkheid op Woonnet voor mensen met een beperking De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake de Nota voorraadbeleid 2020 (RIS307195). Overwegende dat: • de voorraad geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking (bv. gebruikmakend van rolstoel) te klein is in Den Haag; • ook mensen zonder mobiliteitsbeperking mogen reageren op de schaarse geschikte woningen via Woonnet Haaglanden; • mensen met een mobiliteitsbeperking op minder woningen kunnen reageren, dan mensen zonder mobiliteitsbeperking; • de gemeentes Amsterdam en Utrecht woningzoekenden met een WMO indicatie vrijstelling van regulier zoeken op Woonnet geven. Van mening dat: • mensen met een mobiliteitsbeperking geen gelijke kansen hebben op Woonnet Haaglanden; • deze ongelijke kansen in strijd zijn met het VN verdrag Handicap en de Woningwet 2015 (passend toewijzen). Verzoekt het college • in gesprek te gaan met de Gemeente Amsterdam en/of Utrecht hoe zij een vrijstelling hebben geregeld voor mensen met een WMO indicatie en geleerde lessen in Den Haag toe te passen; • in gesprek te gaan met Woonnet Haaglanden over gelijke kansen van mensen met een mobiliteitsbeperking via hun website. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter, fijn om hier weer te zitten met zijn allen! Laat ik daar maar eens even mee beginnen. Het is inderdaad even wennen. Voorzitter. Zo'n anderhalf jaar geleden diende ik samen met collega's Grinwis en De Blok het initiatiefvoorstel Laat het leefbaar, verminder verkamering in. Onze voorstellen zijn goed opgenomen in voorliggende raadsvoorstellen. Daarvoor dank aan het college. We hebben hier meermaals uitgebreid over gesproken in de commissie Ruimte, dus ik zou het hier voor nu kort willen houden. Er zijn in de stad en in de raad veel zorgen over de leefbaarheid. Er worden relaties gelegd tussen verkamering, bevolkingsdichtheid en een beroerde leefbaarheid. We horen die zorgen uit de stad en we zien ook het enorme aantal moties dat vandaag op dit onderwerp wordt ingediend. Van een aantal daarvan is GroenLinks mede-indiener en een aantal zullen we ook steunen. In de commissie heeft de wethouder toegezegd hier nader onderzoek naar te zullen doen. Ik zou graag, na het nog eens lezen van het RIGO-rapport over de evaluatie verkamering, wat extra richting willen geven aan dit onderzoek. Daarom dien ik de motie Nader onderzoek relatie kamerbewoning en leefbaarheid in, met 41

als dictum: verzoekt het college in dit nadere onderzoek naar de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid ook de onvergunde kamerbewoning te betrekken; de scope van dit onderzoek breder te laten zijn dan alleen de meldingen bij het Meldpunt Woonoverlast; en in dit nadere onderzoek ook de ervaren overlast op straat, zoals parkeeroverlast, afvaloverlast et cetera te betrekken. Deze motie is mede-ingediend door de collega's Klokkenburg, Van Doorn van D66, Pluimgraaff van CDA, Pronk van de VVD en Tseggai van de PvdA. GroenLinks vindt het belangrijk dat de omstandigheden waaronder onze inwoners wonen en leven, gezond, plezierig en goed zijn, en ook mensen perspectief geven. We weten dat dit niet overal het geval is. Dat wordt ook bevestigd in de Leefbaarheidsmonitor. Of dat nou per se samenhangt met verkamering, is nog niet vastgesteld. Er zijn veel meer factoren die hier van invloed op zijn. Ik zou ervoor willen waken dat we de verkamering nu overal de schuld van gaan geven en verder alles alleen maar dichttimmeren met nog meer regeltjes, want hier gaat de stad niet beter van worden, is de overtuiging van GroenLinks. Maar we hebben nu al wel een poosje in een paar wijken een compleet verbod op verkamering. Laten we dus vooral ook naar die wijken kijken hoe dat verbod nu heeft uitgepakt en wat de invloed daarvan is geweest op de leefbaarheid.

Ik zou daarom aan de wethouder willen vragen of hij dat parallel aan het onderzoek dat hij nu gaat doen, ook zou willen analyseren en de raad daarover te informeren. Ik heb de indruk dat we daar allemaal op zitten te wachten, dus ik heb hierover geen motie. De voorzitter. Door mevrouw Vavier, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (L.2 GL) ingediend:

Motie L.2 GL Nader onderzoek relatie kamerbewoning en leefbaarheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Nota voorraadbeleid 2020 (RIS307195) en Voorstel van het college inzake vaststellen Verordening tot derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS308451). Overwegende, dat: • er in de stad zorgen zijn over de leefbaarheid en ervaren woonoverlast; • ervaren woonoverlast en lage leefbaarheid in verband wordt gebracht met kamerbewoning. Constaterende, dat: • het college in 2019 door het bureau RIGO een evaluatie en vervolgmeting kamerbewoning heeft laten uitvoeren; • de analyse in dit onderzoek suggereert dat het verband niet zo is dat kamerbewoning de oorzaak is van een minder prettige wijk, maar dat minder prettige wijken juist meer kamerbewoning aantrekken; • voor deze analyse alleen cijfers zijn gebruikt van de meldingen bij het Meldpunt Woonoverlast en vergunde kamerbewoning en de Leefbarometer; • de vergunde kamerbewoning slechts 21% beslaat van de totale kamerbewoning en er daarom dus een heel groot deel niet is mee genomen in de scope van het onderzoek; • er gebruik is gemaakt van hoofdcategorieen achterstallig onderhoud, illegale bouw, overbewoning en woonoverlast; • eventuele overlast situaties op straat, zoals parkeeroverlast, te weinig fietsparkeerplekken,

afvaloverlast, niet zijn meegenomen terwijl deze voor de meeste inwoners van Den Haag wel meewegen in ervaren leefbaarheid en ervaren woonoverlast; • de wethouder Wonen in de brief “Advies college inzake behandeling raadsvoorstellen ‘Nota Voorraadbeleid 2020 en ‘Verordening tot derde wijziging Huisvestingsverordening Den Haag 2019; “ (RIS308718) heeft toegezegd aanvullend onderzoek te laten uitvoeren naar de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid.

42

Verzoekt het college: • in dit nadere onderzoek naar de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid ook de onvergunde kamerbewoning te betrekken; • de scope van dit onderzoek breder te laten zijn dan alleen de meldingen bij het Meldpunt Woonoverlast; • in dit nadere onderzoek ook de ervaren overlast op straat, zoals parkeeroverlast, afvaloverlast etc te betrekken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Onlangs sprak ik een bewoner van een typisch Haagse wijk met veel portiekwoningen, die al 40 jaar in hetzelfde huis woont. Ondanks dat hij nooit verhuisd is, voelt het toch zo. Zo groot is de verandering die zijn portiek de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Appartementen zijn opgekocht, worden verhuurd, en meerdere keren per jaar ziet hij nieuwe buren komen en gaan. Hij voelt zich niet langer verbonden met zijn buren en ook de leefbaarheid op straat gaat achteruit. Voor deze mensen en deze wijken heeft de ChristenUnie/SGP samen met GroenLinks en Hart voor Den Haag ruim anderhalf jaar geleden het initiatief genomen om kamerbewoning in woonwijken aan banden te leggen. We dienden het al eerdergenoemde initiatiefvoorstel Laat het leefbaar, vermindering verkamering in, dat afgelopen juli unaniem is aangenomen.

In vele wijken was en is men de overbewoning, geluidsoverlast en de vele fietsen op de smalle stoepen als gevolg van steeds meer kamerbewoning, meer dan zat. ChristenUnie/SGP is dan ook blij dat we vandaag de Huisvestingsverordening kunnen wijzigen, waarin de stevige regels zoals we die in ons initiatiefvoorstel hebben voorgesteld om kamerbewoning aan banden te leggen, verankerd worden: een quotum van 5% verkamerde woningen per wijk, voor verhuur vanaf drie personen voortaan een vergunning, meer vierkante meters voor kamerbewoners, betere geluidsisolatie en een verbod op het verkameren van goedkope, schaarse woningen. Het zijn goede stappen om ervoor te zorgen dat woningen niet meer worden gebruikt als winstfabrieken, maar om te wonen. Het is goed dat we dat vandaag vaststellen. Maar we zijn er nog niet. Wellicht zijn nadere maatregelen nodig om onze woningvoorraad te beschermen, maar ook om de leefbaarheid in dichtbevolkte wijken te beschermen. Ook mijn fractie maakt zich hier zorgen over. Ik ben dan ook blij met het aangekondigde onderzoek van de wethouder.

Om ervoor te zorgen dat dit onderzoek snel wordt uitgevoerd, heb ik samen met collega's Vavier, De Blok, Marieke van Doorn en Pluimgraaff een motie, met als dictum: verzoekt het college het aanvullend onderzoek naar de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid door een externe partij uit te laten voeren en de resultaten van het onderzoek uiterlijk in het derde kwartaal 2021 met de raad te delen; als de resultaten laten zien dat verkamering leidt tot een slechtere leefbaarheid, per direct passende maatregelen te treffen om kamerbewoning in dichtbevolkte wijken een halt toe te roepen en dit besluit zo snel mogelijk - doch uiterlijk voor de raadsvergadering van november 2021 - aan de raad voor te leggen. Voorzitter. Vandaag stellen we ingrijpende veranderingen vast. Het is belangrijk om een vinger aan de pols te houden en zo nodig bij te sturen. Daarom een motie met collega Vavier, met als dictum: verzoekt het college medio 2023 de wijzigingen in de Huisvestingsverordening met betrekking tot kamerbewoning te evalueren en de raad hierover te informeren. De ChristenUnie/SGP maakt zich zorgen over de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van middeldure koopwoningen in onze stad. Daarom moeten we kijken hoe we deze middeldure woningen kunnen beschermen. Ook daarvoor dien ik een motie in.

Die heeft als dictum: verzoekt het college te onderzoeken of en hoe middeldure woningen conform de wet opkoopbescherming of op basis van het schaarstecriterium beschermd kunnen worden tegen vergunde kamerbewoning, en de raad hierover dit jaar te informeren. Om de leefbaarheid in wijken te verbeteren, moeten ook verhuurders stevig aangepakt worden bij misstanden. De wethouder spreekt elke keer mooie woorden over een verhuurdersvergunning, maar hij durft nog geen actie te ondernemen omdat hij wacht op landelijke wetgeving. Maar daar wachten 43

we al langer op, terwijl de nood steeds hoger wordt. Het is nu tijd voor actie. De rotste appels kunnen nu al uit de mand. In meerdere gemeenten is inmiddels de APV en verhuurdersvergunning geregeld, zodat verhuurders die al boetes hebben gekregen, alleen nog maar mogen verhuren met een vergunning. Bij een nieuwe overtreding kan die dan ingetrokken worden. Een effectief middel om de ergste verhuurders te dwingen tot verbetering. Een motie om de wethouder daartoe aan te sporen, samen met collega Arp, met als dictum: verzoekt het college met een voorstel te komen voor een lokale verhuurdersvergunning, welke opgelegd kan worden bij structurele overtreding van de regels door de verhuurder en na de inzet van andere bestuurlijke maatregelen. Voorzitter. Huizen zijn om in te wonen en niet om aan te verdienen. Het is goed dat we als stad nu ook daadwerkelijk stappen zetten om de woningen bereikbaar te houden voor onder anderen starters en gezinnen in onze stad, en dat we onze buurten leefbaar houden. Voorzitter: de heer Sluijs. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (K.6 CU/SGP) ingediend:

Motie K.6 CU/SGP verhuurdersvergunning bij structurele overtreding regels De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota voorraadbeleid 2020 (RIS307195), constaterende, dat: • een verhuurdersvergunning, waarbij verhuurders van woningen middels een vergunning aan eisen moeten voldoen voor ze hun woning mogen verhuren, een succesvol middel kan zijn om intimidatie, discriminatie en disproportioneel hoge huurprijzen op de woningmarkt tegen te gaan; overwegende, dat: • de minister van BZK een landelijke verhuurdersvergunning heeft aangekondigd, maar (door o.a.

de verkiezingen en kabinetsontwikkelingen) een uiteindelijk vastgestelde wet nog op zich laat wachten; • verschillende gemeenten, waaronder Groningen, Schiedam en Rotterdam, niet op landelijke wetgeving wachten maar middels de APV een eigen verhuurdersvergunning hebben vastgesteld; • de gemeente Schiedam ervoor heeft gekozen om alleen een verhuurdersvergunning als instrument in te zetten als Toezicht en Handhaving of de politie merkt dat de regels structureel worden overtreden en andere genomen maatregelen niet het gewenste effect hebben; van mening, dat: • vooruitlopend op de landelijke verhuurdersvergunning, een lokale verhuurdersvergunning naar Schiedams model een effectieve manier kan zijn om de rotste appels op de Haagse woningmarkt aan te pakken en de meest kwetsbare huurders te beschermen; verzoekt het college: • met een voorstel te komen voor een lokale verhuurdersvergunning welke opgelegd kan worden bij structurele overtreding van de regels door de verhuurder en na de inzet van andere bestuurlijke maatregelen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (K.9 CU/SGP) ingediend:

44

Motie K.9 CU/SGP onderzoek beschermen van middeldure woningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Voorraadbeleid (RIS307195), constaterende, dat: • de woningmarkt in Den Haag onder enorme druk staat; • in de Woonagenda 2020-2023 (RIS 305711) benoemd staat dat “het huidige bestand van woningen in het goedkope en middensegment (met een waarde tussen de € 199.000 en € 310.000) kleiner is dan de groep huishoudens die daar gezien hun inkomen graag in zou wonen”; • de derde wijziging van de Huisvestingsverordening 2019 op dit moment alleen de volgens de Woonagenda goedkope woningen (tot € 199.000) beschermt tegen kamerbewoning; overwegende, dat: • er zorgen zijn over de invloed van kamerbewoning op het aanbod van middeldure woningen; • de wet met betrekking tot opkoopbescherming binnenkort wordt ingevoerd, welke goedkope en middeldure koopwoningen moet gaan beschermen; verzoekt het college: • te onderzoeken of en hoe middeldure woningen conform de wet opkoopbescherming of op basis van het schaarstecriterium beschermd kunnen worden tegen vergunde kamerbewoning, en de raad hierover dit jaar te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.

Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer De Blok, mevrouw Vavier, mevrouw Van Doorn en de heer Pluimgraaff, wordt de volgende motie (L.3 CU/SGP) ingediend:

Motie L.3 CU/SGP dit jaar duidelijkheid over relatie bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake vaststellen Verordening tot derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS308451), constaterende, dat: • op 1 juli 2021 de tijdelijke beleidsregel(*) (opgesteld in afwachting van nieuw beleid) met een totaalverbod op kamerbewoning vanaf vier personen afloopt en het college een voorstel tot nieuw beleid heeft gedaan (RIS 308451); • in dit beleid geen rekening wordt gehouden met een relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid, waardoor ook in dichtbevolkte wijken nog verkamerd mag worden; • de wethouder Wonen in de brief ‘Advies college inzake behandeling raadsvoorstellen ‘Nota voorraadbeleid 2020’ en ‘Verordening tot derde wijziging Huisvestingsverordening Den Haag 2019’ ” (RIS 308718) heeft toegezegd aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid; overwegende, dat: • inwoners van onze stad, met name in dichtbevolkte wijken, zich zorgen maken over de 45

invloed van kamerbewoning op de leefbaarheid en het daarom van belang is dat er snel duidelijkheid komt over de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid; verzoekt het college: • het aanvullend onderzoek naar de relatie tussen bevolkingsdichtheid, kamerbewoning en leefbaarheid door een externe partij uit te laten voeren en de resultaten van het onderzoek uiterlijk in het derde kwartaal 2021 met de raad te delen; • als de resultaten laten zien dat verkamering leidt tot een slechtere leefbaarheid, per direct passende maatregelen te treffen om kamerbewoning in dichtbevolkte wijken een halt toe te roepen en dit besluit zo snel mogelijk - doch uiterlijk voor de raadsvergadering van november 2021 - aan de raad voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. (*) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-156126.pdf De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Vavier, wordt de volgende motie (L.4 CU/SGP) ingediend:

Motie L.4 CU/SGP tussentijdse evaluatie derde wijziging huisvestingsverordening 2019 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 mei 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Huisvestingsverordening (RIS308451), constaterende, dat: • de wijzigingen in de huisvestingsverordening in werking treden per 1 juni 2021 en de gevolgen van deze wijzigingen in 2024 worden geëvalueerd bij het opstellen van de nieuwe Woonagenda; • het aantal openstaande vergunningen voor woningonttrekking (t.b.v. kamerbewoning) per wijk op dit moment is vastgesteld tot de wijzigingen zijn geëvalueerd en opnieuw vastgesteld; overwegende, dat: • bevolkingsdichtheid een factor is in de leefbaarheid van een buurt, maar nog niet juridisch op een goede manier meegewogen kan worden in de bepalingen voor het aantal woningonttrekkingen; • de wethouder Wonen heeft aangegeven dit onafhankelijk te willen laten onderzoeken en de uitkomsten te vertalen naar beleid; • de Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de wet opkoopbescherming, welke ook een vergaande invloed zal hebben op kamerbewoning in Den Haag; • de invloed van het aangekondigd onderzoek en de wet opkoopbescherming op de (on)vergunde kamerbewoning nog onbekend is en het daarom wenselijk is tussentijds te evalueren en zo nodig bij te sturen; verzoekt het college: • medio 2023 de wijzigingen in de

huisvestingsverordening met betrekking tot kamerbewoning te evalueren en de raad hierover te informeren; en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

46

De voorzitter. Er heeft een kleine wisseling plaatsgevonden. De burgemeester heeft verplichtingen elders, dus ik vervang hem als voorzitter op dit moment. Dan ga ik nu over naar de heer Pluimgraaff van het CDA om het woord te voeren. Meneer Pluimgraaff, aan u het woord. Cees Pluimgraaff (CDA). Dank u wel, plaatsvervangend voorzitter. In de commissie hebben we uitgebreid de beide punten K en L besproken. Het CDA is ook wel enthousiast over de wijze waarop dat gegaan is. De toeristische verhuur is goed uitgewerkt. Echter, de impact van de verdichting baart het CDA nog zeker zorgen. Het CDA steunt daarom de moties van GroenLinks onder K en van de ChristenUnie/SGP onder L. We trekken onze eigen motie in, over de impact van verdichting op de gezamenlijke leefruimte. De voorzitter. Die motie was nog niet ingediend, alleen aangekondigd, hoor ik van de griffie. Helder, hartelijk dank. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Met deze wijzigingen op de Huisvestingsverordening en de nieuwe Nota voorraadbeleid maken we goede stappen om de excessen op de woningmarkt aan te pakken. We maken een einde aan woningonttrekking door het verhuren aan toeristen via bijvoorbeeld Airbnb, we maken een einde aan verkamering en een einde aan piepkleine woninkjes, ontstaan door woningsplitsing. Als starter op de woningmarkt weet ik en zie ik om mij heen hoe moeilijk het kan zijn om een woning te vinden.

Hokjes van nog geen 20 m2 met krakkemikkige keukenblokjes en bezemhokken als douche, worden verhuurd voor de prijs van een volwaardig startersappartement. Met de norm van minimaal 40 m2 per woning bij splitsing wordt hier een einde aan gemaakt, wat mij echt heel goed lijkt. Ook de voorstellen om een einde te maken aan overmatige verkamering, met maximaal 5% per wijk, kunnen op onze steun rekenen. Ik heb wel twee vragen. Allereerst, en de wethouder kent mijn zorg hierover: wat doet het maximale percentage van 5% per wijk aan verkamering met het aanbod van studentenkamers in de stad? Die zijn al schaars. Hoezeer ik dit voorstel ook steun, ben ik toch een beetje bang dat we onbedoeld jonge mensen in de stad op nog meer woonkosten jagen. Zou de wethouder daar misschien op kunnen reageren of reflecteren? Daarnaast een iets meer technische vraag die mij werd ingefluisterd door een collega uit Rotterdam. Ik zag het ook terugkomen in een motie. Volgens mij is het goed als we als gemeente eens kijken of we automatisch toeristische belastingen kunnen innen. In Rotterdam hebben ze dit gedaan. Dat scheelt hen tonnen per jaar. Ik ben benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Peter Bos (HSP). Voorzitter. Deze Nota voorraadbeleid is hard nodig. In veel wijken is al jaren sprake van veel woningsplitsingen en verkamering en de overlast die daarmee gepaard gaat.

Ook de verhuur in de toeristische sector, zoals via Airbnb en shortstayformules, neemt hand over hand toe. Hoog tijd dus voor regulering. Dank dan ook aan de wethouder voor deze nieuwe aangescherpte regels. Ook dank aan de initiatiefnemers die met een initiatiefvoorstel hierover zijn gekomen, al enige tijd geleden. Eigenlijk is de nota wat te laat, want in een aantal wijken ligt het percentage verkamering nu al ver boven de gehanteerde grens van 5%. Er zijn al heel veel panden die eerder als een soort semihotel worden gerund dan dat er echt sprake is van normale bewoning. De nota biedt verder geen perspectief op het terugdraaien van bestaande verkamering of toeristische verhuur in wijken waar het nu al boven de normen zit, bijvoorbeeld die 5%. Sterker nog, de wethouder zet in op het meewerken aan en legaliseren van een aantal van deze zaken. De Haagse Stadspartij zal daarom spoedig met een initiatiefvoorstel komen om actief aan ontkamering te gaan doen in wijken die boven de 5% zitten. Daarnaast leidt het hanteren van een percentage van 5% tot ongewenste bijeffecten. Wijken die in het verleden al zijn gesplitst in kleinere woningen, kunnen op basis van het percentage van 5% veel meer verkamering aan dan wijken waar er juist nog wel grote woningen zijn. Ik zal een voorbeeld geven.

Als er een wijk is met 100 woningen van 200 m2, dan kunnen met het maximum van 5% er nog maximaal vijf verkamerde panden bij komen. Een wijk daarentegen met 400 woningen van 50 m2 kan vier keer zo veel verkamering aan dan die wijk met 100 grote woningen. Daarmee dragen de regels bij aan het verder opofferen van woningen aan de verkamering. In de commissie hebben verschillende partijen om onderzoek naar andere vormen van begrenzing van verkamering gevraagd, bijvoorbeeld door ook de bewoningsdichtheid en de 47

bevolkingsdichtheid mee te nemen. Dat lijkt ons een goede zaak. Dus moties en amendementen hierover zullen we met een positieve grondhouding bekijken en beoordelen straks. We hebben zelf ook een motie. We willen een motie indienen om buren te helpen die te kampen hebben met overlast gevende panden waar veel kamerbewoning is. De mensen die daar wonen, weten vaak niet wie de eigenaar is en wie ze aan moeten spreken. Dat willen we graag geregeld zien. We willen dus een regel dat aan de buurt kenbaar wordt gemaakt wie de eigenaar en de huurder zijn, en met wie men dan contact kan opnemen bij overlast, zoals dat bijvoorbeeld in de gemeente Leiden al wel is geregeld. De motie luidt: verzoekt het college om bij kamerverhuur regels op te stellen over het kenbaar maken van de verhuurder en een huurder als contactpersoon voor omwonenden en derden. De voorzitter. Door de heer Bos wordt de volgende motie (K.7 HSP) ingediend:

Motie K.7 HSP Maak overleg tussen buren makkelijker De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 20 mei 2021, ter bespreking van het “Voorstel van het college inzake Nota voorraadbeleid 2020 (RIS307195)“. Constaterende, dat: • kamerbewoning soms gepaard gaat met overlast; • het voor buurtbewoners vaak onduidelijk is wie er woont en wie de eigenaar is. Overwegende, dat: • klachten vaak snel te verhelpen zijn bij goed overleg tussen buren; • de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 daar momenteel niet in voorziet; • andere steden, zoals Leiden, deze eis al hebben opgenomen in hun regels. Verzoekt het college: • om bij kamerverhuur regels op te stellen over het kenbaar maken van de verhuurder en een huurder als contactpersoon voor omwonenden en derden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Pronk (VVD). Voorzitter. Vanwege de drukke raad, de schaarse spreektijd en om niet het mooie commissiedebat volledig opnieuw te doen, houd ik het kort. Op de Nota voorraadbeleid dien ik graag het volgende amendement in.

Aan dictum III wil ik graag toevoegen: 'Met dien verstande dat ook de middeldure woningvoorraad moet worden beschermd tegen verdergaande verkamering.' Op de Huisvestingsverordening dien ik graag een amendement in op artikel 1D2 om na 'gemiddelde WOZ-waarde in het goedkope segment' de volgende tekst toe te voegen: 'of het middeldure segment'. Beide amendementen dien ik in mede namens collega Pluimgraaff van het CDA en collega Kruis van de PVV. Beide amendementen zien er dus op toe om de middeldure woningvoorraad te beschermen tegen verdergaande verkamering. We hebben eerder in een commissiedebat erover gepraat of die schaarste aantoonbaar is. We hebben daar uitgebreide gedachtewisselingen over gehad. Ik roep in herinnering dat ik toentertijd ook nog een uitgebreide mail heb rondgestuurd om juridisch te onderbouwen waarom dat zou kunnen. Het kan langs twee wegen. Het kan langs de schaarsteoverweging en langs de leefbaarheidsoverweging. Volgens mij is het het perfecte compromis, wat ik in mijn laatste interruptie bij collega De Blok probeerde aan te geven. Als je bang bent dat het moratorium eraf gaat bij de rechter en dan wordt teruggeworpen op het oude beleid, kun je een echt goede middenweg kiezen en zeggen: als we de middeldure sector toevoegen, dan hoef je niet meer bang te zijn dat het moratorium eraf gaat bij de rechter.

Dan bescherm je namelijk al die wijken die collega De Blok in het vorige debat ook aangaf te 48

willen beschermen: Segbroek, Loosduinen, Scheveningen, Bloemenbuurt en al die andere wijken met minder dure woningen, die wel onderhevig zijn aan verkamering als je dit amendement niet aanneemt. Vandaar deze amendementen en ik hoop op brede steun, zodat we dit goed kunnen aanpakken. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Waarom heeft de Haagse VVD ervoor gekozen de tijdelijke maatregel te willen verlengen en daarmee het risico te lopen op vrij spel voor de huisjesmelkers in de stad? Jan Pronk (VVD). Dit is echt de wereld op zijn kop. Als je haar niet verlengt, geef je de huisjesmelkers vrij spel. Het klopt echt niet wat u zegt. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Er ligt een juridisch advies van juristen - niet de minste, zoals Pels Rijcken - die er vanuit verschillende invalshoeken naar hebben gekeken. De tijdelijke maatregel verlengen maakt dat de rechter een uitspraak gaat doen over de houdbaarheid van de maatregel, omdat er nu een zaak bij de rechter ligt. Risico's worden soms werkelijkheid. Dat zou de heer Pronk moeten weten, want zijn partij heeft in de geschiedenis weleens eerder bouwblunders opgelopen en was wel gewaarschuwd dat er risico's waren, toch? Jan Pronk (VVD). Ik heb geen idee in welke raadselen collega De Blok hier spreekt, maar misschien kan hij dat wat verder toelichten.

Als we als argument gaan hanteren dat je geen beleid kan invoeren als iemand in de stad daartegen in bezwaar of in beroep gaat bij de rechter en je mogelijk dat zou verliezen, dan kunnen we volgens mij wel ophouden met het voeren van gemeentelijk beleid. Ik vind dit zo'n kromme redenering. Ik kan er echt met de pet niet bij dat u zich door een mogelijk juridisch feit laat intimideren. De voorzitter. Meneer De Blok, voor de laatste maal. William de Blok (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dan begrijpt de heer Pronk niet dat als de zaak gewonnen wordt door de indieners, de stad wordt teruggeworpen op het vigerende beleid. Dat betekent: wijdverspreide verkamering. Jan Pronk (VVD). Als u daar bang voor bent, is het amendement van collega Barker natuurlijk ontzettend interessant, om het als een beleidsregel toe te voegen. Want die kan, als die geen stand zou houden bij de rechter, worden geschrapt, maar dan kan je wel alsnog de nieuwe Huisvestingsverordening aannemen. Dus volgens mij, zowel via het amendement dat ik indien als via het amendement dat collega Barker indient, loop je geen risico. Ik ben niet horende doof en ziende blind. Ik snap wel wat u bedoelt. Ik denk alleen: het is niet reëel en we weten het volgens mij op een adequate wijze te ondervangen met deze twee amendementen, van collega Barker en van mijzelf.

Heb daar vertrouwen in, want ook wij hebben er natuurlijk goed over nagedacht. De voorzitter. De heer De Blok heeft drie interrupties gehad. U vervolgt uw betoog. Ik zie toch nog een hand omhooggaan van mevrouw Vavier. Gaat uw gang. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik was benieuwd of de heer Pronk niet even de werking van de Huisvestingsverordening en de Nota voorraadbeleid, zoals we die nu gaan vaststellen, wil afwachten voordat het beleid, de stad verder dichtgetimmerd wordt. Jan Pronk (VVD). Nee, daar wil ik liever niet op wachten, omdat ik heel veel signalen uit de stad krijg van mensen, ook in middeldure wijken met gemiddeld middeldure woningen, die echt te lijden hebben onder verkamering. Ik weet - dat krijg ik ook binnen van verschillende mensen uit de wijken dat er mensen klaarstaan om zodra dit wordt ingevoerd, te gaan vechten om die paar plekken waar je nog mag verkameren tot aan 5%. Dat vind ik echt zorgelijk. Het is een afweging tussen schaarste en leefbaarheid. Voor mij gaat daarin leefbaarheid voor bestaande bewoners gewoon voor.

49

Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik heb nog twee aparte vragen aan de heer Pronk naar aanleiding van dit antwoord. De eerste is: op basis van welke feiten weet de heer Pronk dat er nu sprake is van objectieve schaarste in die categorie woningen? Jan Pronk (VVD). Ik dacht dat collega Vavier zei dat ze twee vragen had, maar ik hoorde er één. O, er komt er nog één. Kijk! U had het ook in één interruptie kunnen doen. Volgens mij, en dat heb ik ook al wel toegelicht in het amendement en ook in de brief die ik toentertijd naar de commissie heb gestuurd, kun je 'm langs verschillende manieren aanvliegen. Maar bijvoorbeeld het optrekken van de huisvestingsvergunning naar middeldure huur gebeurt al vanuit schaarsteoverwegingen. Zo omschrijft de gemeente dat ook in haar eigen beleid. Dus het feit dat wij de huisvestingsvergunning optrekken naar boven de sociale huurgrens naar middeldure huur, is al vanuit een schaarsteoverweging, omdat dat al zo weinig beschikbaar is. Ik heb nog een tweede antwoord. Voor de rest staan er geen schotten tussen de goedkope en de middeldure sector. Dus iedereen raakt van het padje van de tekening in de Woonagenda, waarin er heel veel mensen zijn en weinig goedkope woningen. In de volgende inkomensklasse worden de woningen gelinkt aan de middeldure huizen. Dat komt dan wat meer overeen.

Maar waar denkt u dat al die mensen die geen goedkope woning kunnen vinden, heen gaan? Die hebben geen verbod om een goedkope middeldure woning te zoeken. Dus die stromen door naar die middeldure sector. En ik heb nog een derde antwoord. Jongens, laten we wel wezen: de schaarste op de Haagse woningmarkt zit overal, niet alleen in het goedkope segment, maar ook in het middeldure segment. Dus we hoeven hier elkaar toch niet ervan te overtuigen dat middeldure woningen ook schaars zijn? Kom op! De voorzitter. Mevrouw Vavier, voor de derde maal. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Natuurlijk hebben we te maken met een enorme wooncrisis in de stad Den Haag. Die is mede veroorzaakt door het VVD-beleid van de afgelopen decennia. De heer Pronk haalt van alles door elkaar, maar hij zegt nog steeds niet op basis van welk objectief onderzoek we kunnen vaststellen dat die middeldure koopvoorraad zo enorm schaars is. Hij koppelt daar dan de huisvestingsvergunning aan vast. Dat gaat over middeldure huurwoningen. We hebben het hier nu over koopwoningen die worden opgekocht door huisjesmelkers, door dikke vastgoedboys. Dan staat nog steeds mijn vraag aan de heer Pronk. Op basis van welk objectief feit baseert hij zijn amendement? Jan Pronk (VVD). Dat het mevrouw Vavier een beetje duizelt als ik in drie delen antwoord geef, daar kan ik niet zo gek veel aan doen.

Wat zegt u? Dat doet u ook, dus u krijgt er eentje terug, maar met een knipoog, hoor. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Dat is neerbuigend. Jan Pronk (VVD). Nee, dat is niet neerbuigend. Gaat het via de voorzitter of niet? Ik denk het wel. De voorzitter. Dat mag via de voorzitter, maar we doen het wel met respect voor elkaar. Jan Pronk (VVD). Jaja, precies, maar kaatsen en ballen verwachten, zoiets. Maar goed, u heeft gelijk, voorzitter. Ik zal mijzelf daarin verbeteren. Ik ga rustig door. Mevrouw Vavier, u wilde antwoord op welk objectief onderzoek. Volgens mij heb ik in het vorige antwoord gezegd dat ik dat langs drie wegen goed kan onderbouwen. Ik verwijs ook naar het commissiedebat en naar de brief die ik aan de commissie heb geschreven. Dus volgens mij is dat zo klaar als een klontje. En, nogmaals, ik denk toch dat niemand hier gaat durven beweren dat er in de middeldure sector geen schaarste zou zijn. Dat we nou eenmaal schaarste hebben op alle fronten en op alle onderdelen van de Haagse woningmarkt, daarvan kunt u zeggen dat dit te danken is aan VVDbeleid. Dat vind ik dan zo flauw. U heeft ook in colleges gezeten. De Partij van de Arbeid heeft jarenlang met ons in colleges gezeten. Het CDA ook regelmatig. We hebben te maken met een lage rentestand. We hebben te maken met urbanisatie. We hebben te maken met de populariteit van Den Haag.

Overal komen mensen van binnen en buiten Nederland naar Den Haag toe. Mensen bieden 50

ongelofelijk veel geld voor koopwoningen, waar ze niet tussen komen. Mensen met kapitaal investeren in woningen, omdat ze daar op de bank geen rente voor krijgen. Wij hebben altijd gezegd dat we dat in Den Haag in ons eentje in de gemeenteraad niet kunnen oplossen. Het enige wat we kunnen doen, is proberen die pijn wat te verzachten. Dat doen we door de schaarste zo eerlijk mogelijk te verdelen en door te bouwen waar de stad er beter van wordt. Daar sta ik voor en daar sta ik al vier jaar voor. Daar sta ik ook vaak gezamenlijk met u voor. Dus ik vind het dan ook zo goedkoop om dan te zeggen dat het allemaal te wijten is aan de VVD Den Haag. Dan denk ik: volgens mij is dat niet het geval. Dus misschien kunt u daarin ook wel iets beter. De voorzitter. Ik heb nog een interruptie voor u van mevrouw Tseggai. Gaat uw gang. Mikal Tseggai (PvdA). Ik wil eerst een punt van orde maken. Ik vind dat de heer Pronk mevrouw Vavier op een nogal neerbuigende toon toespreekt. Ter afsluiting zegt hij ook nog dat het goedkoop is. Ik wil gezegd hebben dat ik dat niet zo netjes vind. Wat ik wilde vragen aan de heer Pronk is het volgende. Hij heeft het over het eerlijk verdelen van de schaarste. Dat doen we toch juist door in iedere wijk een top van 5% verkamering in te voeren? Jan Pronk (VVD).

Ik laat het eerste punt even aan me voorbijgaan, want volgens mij moet je stevig met elkaar kunnen debatteren en dat vind ik alleen maar goed. Dat gaat heen en weer. Daarin bestaat geen … Nou ja, goed, ik slik in wat ik daarover wilde zeggen. Ik ga door naar uw inhoudelijke … De voorzitter. Ik wil er wel wat over zeggen. Het punt van orde is gemaakt, dus dat is gehoord. Ik heb als voorzitter ook gezegd dat we dat met respect naar elkaar toe doen. Ik denk dat dat helder was. Uw punt is ook helder. We gaan nu, inderdaad, zoals we gezegd hebben, met respect voor elkaar het debat verder voeren. Jan Pronk (VVD). Ik ben het helemaal met u eens, voorzitter. Volgens mij zei ik daar ook iets vriendelijks over nadat u het had gezegd. Ik ga graag door. Inderdaad, je moet schaarste verdelen. Bij iedere maatregel die je invoert, schuurt het een beetje. Dan gaat het om maatvoering. Welke van de maatregelen heeft de minste negatieve externe effecten? Wij zijn na ampel beraad in deze commissie tot de conclusie gekomen dat die 5% perverse effecten heeft. Namelijk: als je vroeger veel hebt gesplitst en bijgebouwd in een wijk, dan kun je heel veel meer verkameren. Dat is natuurlijk een beetje gek, want in wijken waar dat niet is gebeurd, is misschien wel meer ruimte om het te doen, maar daar zijn minder voordeuren, omdat het daar niet heeft plaatsgevonden.

Dan krijg je dus als rare situatie dat je de verdichting, het aantal inwoners per vierkante kilometer, niet meetelt. Dat is waarom wij uit zijn op een correctie daarvan. Mikal Tseggai (PvdA). Het is toch gewoon niet helemaal waar wat de heer Pronk hier zegt, want er is een minimumaantal vierkante meters dat mag per kamer en per zelfstandige woning. Is de heer Pronk zich daarvan bewust? Jan Pronk (VVD). Ja, daar ben ik mij heel goed van bewust. Dat steun ik ook helemaal. Dus ik begrijp niet waar uw vraag op toeziet, want dat weerspreekt niet wat ik daar verder op zou willen aanvullen. De voorzitter. Mevrouw Tseggai, voor de laatste maal. Mikal Tseggai (PvdA). De heer Pronk zegt net dat als je meer gesplitste woningen hebt, je dan ook meer kleine kamertjes kunt maken en daarmee meer mensen per vierkante meter kunt huisvesten. Dat is letterlijk wat de heer Pronk net zegt. Dan zeg ik: ja, maar er is toch een minimaal aantal vierkante meters per kamer? Dus begrijpt de heer Pronk nou wat er in het stuk staat of niet? Jan Pronk (VVD). In het licht van waar we het net over hadden, is zo'n laatste zin dan natuurlijk ook wel weer interessant, alsof ik niet zou begrijpen wat er in het stuk staat. Ik snap uitstekend wat er in het stuk staat en ik vind die 18 m2 meter ook uitstekend. Dat laat onverlet het effect als je ergens in het 51

verleden in een wijk meer hebt bijgebouwd of hebt gesplitst. Dat is een teller- en een noemereffect van een breuk. Als je de noemer vergroot, heb je in de teller meer woningen over. Het is een percentage: 5%. En 5% van 10 is minder van 5% van 10.000. Daardoor heb je het perfide of perverse effect dat waar je meer hebt gesplitst en bijgebouwd, je meer verkameringen krijgt. Dat daar dan wel een randvoorwaarde op zit van 18 m2, houdt sommige verkameringen tegen, maar niet alle. Daarom zeggen wij: voeg nou aan die 5% een verdichtingscriterium toe. Dan haal je dat perverse of perfide, zo u wilt, effect eruit. De voorzitter. Mevrouw Tseggai is door haar interrupties heen. U mag uw betoog dus vervolgen, meneer Pronk. Jan Pronk (VVD). Avec plaisir, voorzitter. Dan heb ik er nog eentje. Dat is een ander amendement dat zijn werking heeft in de Huisvestingsverordening, artikel 1D4 deze keer. Ik zou willen voorstellen om de weigering voor meer dan acht personen te wijzigen in meer dan vijf personen. Dus gaan we verkameren, dan doen we dat bij meer dan vijf personen niet meer, in plaats van bij acht. Ik heb ook nog een motie. Die motie ziet een beetje toe op hetzelfde als wat collega De Blok net voorstelde in zijn motie, maar misschien heb ik die niet helemaal goed begrepen. Misschien kunnen we elkaar daar ook nog wel een beetje op vinden.

De motie luidt als volgt: verzoekt het college om bij verzoeken tot het splitsen van in het verleden samengevoegde woningen, gebruik te maken van haar discretionaire ruimte die volgt uit de hardheidsclausule van het splitsingsverbod en zo deze splitsingen toe te staan. Dus waar deze motie over gaat is het volgende. Als je in het verleden woningen hebt samengevoegd, bijvoorbeeld omdat je het huis van je buren erbij kocht omdat je extra ruimte nodig had voor mantelzorg voor je moeder of vader, wegens gezinsuitbreiding of welke reden dan ook, dan moet je, op het moment dat je die ruimte niet meer nodig hebt, de situatie weer kunnen terugbrengen in de oorspronkelijke staat. Ik heb dat verzoek in de commissie ook gedaan. De wethouder gaf aan dat hij dat niet via een regel kon organiseren, omdat dat strijdig is met het algehele splitsingsverbod. Daarom vraag ik met deze motie aan het college om dat dan niet in een algemene regel te doen, maar om dat, als deze verzoeken voorliggen, vanuit de discretionaire ruimte van het college te doen en terugdraaiingen van samenvoegingen toe te staan. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van mijn betoog. Ik ben de enige die dat kan weten. Volgens mij is het zo. De voorzitter. Ja, u weet het beter dan ik. Als u dat zegt, geloof ik u meteen. Jan Pronk (VVD). Ja, de spreektest is op, dus ik hou het hierbij. De voorzitter.

Dan dank ik u daar heel hartelijk voor. Jan Pronk (VVD). U ook, voorzitter. De voorzitter. Door de heer Pronk worden de volgende amendementen (K.B VVD, L.B VVD en L.C VVD) voorgesteld:

Amendement K.B. VVD Ook middeldure woningen moeten worden beschermd. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op dinsdag 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake ‘Nota Voorraadbeleid’ (RIS 307195). Besluit om: • Aan dictum III toe te voegen: ‘Met dien verstande dat ook de middeldure woningvoorraad moet worden beschermd tegen verdergaande verkamering.’

52

Amendement L.B. VVD Geen omzetvergunning bij kamerbewoning vanaf zes personen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op dinsdag 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake het vaststellen ‘Verordening tot derde wijziging Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS 308451). Besluit om: • Artikel 1D 4 aan te passen door ‘Een vergunning, als bedoeld in artikel 5:2, onder b, wordt geweigerd indien de aanvraag toeziet op het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten voor meer dan acht personen.’ Te wijzigen in: ‘Een vergunning, als bedoeld in artikel 5:2, onder b, wordt geweigerd indien de aanvraag toeziet op het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten voor meer dan vijf personen.’

Amendement L.C VVD Voorkom verkamering in het middeldure segment De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op dinsdag 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake het vaststellen ‘Verordening tot derde wijziging Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS 308451). Besluit om: • Artikel 1D 2 aan te passen door na ‘een vergunning, als bedoeld in artikel 5:2, onder b, wordt geweigerd indien de aanvraag toeziet op een woonruimte die gelegen is in een wijk met een gemiddelde WOZ-waarde in het goedkope segment’ de volgende tekst toe te voegen: ‘of het middeldure segment’. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Pronk wordt de volgende motie (K.8 VVD) ingediend:

Motie K.8 VVD In het verleden samengevoegde woningen blijven splitsbaar. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op dinsdag 20 mei 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake ‘Nota Voorraadbeleid’ (RIS 307195). Constaterende dat: • in het verleden niet samengevoegde woningen als aparte wooneenheden hun plek hadden in de Haagse woningvoorraad. Overwegende dat: • vanwege moverende redenen van eigenaren, vaak gelegen in mantelzorg, gezinsuitbreiding of anderszins benodigde uitbreiding van woonruimte, die woningen zijn samengevoegd; • dit kan zijn met redenen van tijdelijke aard; • het splitsingsverbod niet heeft beoogd om het terugdraaien van die samenvoegingen te beperken. Verzoekt het college: • om bij verzoeken tot het splitsen van in het verleden samengevoegde woningen gebruik te maken van haar discretionaire ruimte die volgt uit de hardheidsclausule van het splitsingsverbod en zo deze splitsingen toe te staan. 53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10310660/4