CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309012 Bijlage 6 Aanvulling Omgeving Effect Rapport Omgevingsplan Binckhorst

Commissie Ruimte 17 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting inzake het ontwerp partiele herziening omgevingsplan Binckhorst (herstelbesluit 1B), RIS30901229.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

0,5 ouE/m3 als 98-percentiel 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel

* dit volgt doordat de emissies bij HAC een sterk piekkarakter hebben Uit de figuur blijkt dat de geurcontour van de afvaloverslagstations beperkt is tot het 2

‘Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland, Actualisatie 2019’, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 22 januari 2019.

Blad 26 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

bedrijfsperceel en de direct aangrenzende percelen. Met het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van de HAC zal de geurcontour voor de HAC niet meer terugkeren op de verbeelding.

figuur 3-7 Bedrijven met een geurcontour in de Binckhorst

Conclusie De geurcontouren vanuit de huidige milieucontouren van de twee bedrijven omvatten een deel van de Binckhorst. Omdat de gemeente geen beleid heeft voor geurhinder dient deze afweging in het omgevingsplan gemaakt te worden. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt 

3.4.5

Keuzes welke geurwaarden gehanteerd worden voor nieuwe woningen

Milieuzonering Milieuzonering betekent dat er voldoende ruimte moet bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, waarbij de afstand tussen beide milieuzonering genoemd wordt. Elk bedrijf valt in een bepaalde milieucategorie. Dit loopt vanaf 1 tot en met 6. Een bedrijf in categorie 1 heeft geen enkele (mogelijke) impact op de omgeving, terwijl bedrijven uit categorie 6 veel impact op de omgeving hebben. In bestemmingsplannen wordt geregeld tot welke categorie bedrijven op een bepaalde plaats zijn toegestaan. Deze milieuzonering is indicatief en hier kan

Blad 27 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

gemotiveerd van afgeweken worden. In de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering is per bedrijf aangegeven onder welke milieucategorie deze valt. Voor sommige bedrijven is de contour al via andere wetgeving vastgelegd. Bijvoorbeeld een Beviinrichting, een gezoneerd industrieterrein of geurcontouren in de milieuvergunning. Voor deze bedrijven (die in de eerdere paragrafen al zijn beschreven) is de hinderafstand uit de VNG-brochure niet leidend, maar de sectorale wetgeving. Milieucategorie

Maximale hinderafstand in gemengd gebied (voor geluid, stof, geur en veiligheid)

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter

Milieuzonering in de huidige situatie/referentiesituatie De milieuzonering is niet per se gelijk aan die van de referentiesituatie. In de huidige situatie geldt de milieuzonering van aanwezige bedrijven. Maar op grond van de mogelijkheden in de vigerende bestemmingsplannen is voor diverse locaties een hogere milieucategorie dan nu aanwezig mogelijk. Hoewel dit voor een groot deel vooral theoretisch is, dient hier wel rekening mee gehouden te worden. In de figuur staat de maximale milieucategorisering per gebied.

Figuur 3-8 Aanwezige milieuzonering in de Binckhorst

Blad 28 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Uit de figuur blijkt een wisselend beeld. Veel gebieden zijn aangewezen in categorie 3 of hoger, maar ook zijn er gebieden waar maximaal categorie 2 is toegestaan. Tot milieucategorie 2 is goed mengbaar met woningen, maar vanaf 3.2 is dit niet zonder meer mogelijk. In de Gebiedsaanpak van 2011 is het uitgangspunt geformuleerd dat indien de milieucategorieën hoger zijn dan het daadwerkelijk feitelijk gebruik (onbenutte plancapaciteit) deze zal worden ingeperkt om meer ruimte te geven voor de beoogde functiemenging. Conclusie De aanwezige bedrijven met een milieucontour en de thans maximaal mogelijke milieucategorieën in het gebied leiden ertoe dat menging tussen wonen, de aanwezige bedrijvigheid en eventueel nieuwe bedrijvigheid niet zonder meer mogelijk is. Door het beperken van de planologische ruimte dient een nadere afweging te worden gemaakt over de continuïteit en het waarborgen van de bedrijfsvoering van de huidige bedrijven. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt  

3.4.6

Continuïteit en waarborgen bedrijfsvoering huidige bedrijven Nadere afweging toegestane milieucategorieën en mate van menging wonen-werken

Hoogspanningsverbindingen In de Binckhorst ligging er twee ondergrondse 150.000 Volt hoogspanningsverbindingen (zie figuur 3-9). Aan weerszijden van deze verbindingen ligt een belemmeringenstrook van 5 meter. Hiervoor geldt behalve dat rekening moet worden gehouden met een goede ruimtelijke ordening, geen specifieke wetgeving of gemeentelijk beleid.

figuur 3-9 Ligging ondergrondse hoogspanningsleidingen (lichtpaarse lijnen)

Blad 29 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie Voor de ondergrondse hoogspanningsverbindingen gelden geen aanvullende vereisten. Wel wordt onderzoek uitgevoerd naar de effecten van straling. Bij de transformatie dient rekening te worden gehouden met de ligging van verbindingen en de belemmeringenstroken. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt 

3.4.7

Vastleggen hoogspanningsleidingen, inclusief belemmeringenstrook

Gezondheid Het thema ‘gezondheid’ omvat de aspecten, die de fysieke gezondheid van mensen in het gebied bepaalt en/of bevordert. Het gaat daarbij om bescherming tegen overmatige omgevingslawaai, elektromagnetische straling, bevorderen van schone lucht, een veilige omgeving, maar ook over de mogelijkheden voor bewegen, groen en gezonde voeding. De omgeving moet uitnodigen tot ‘gezond gedrag’, zoals lopen, spelen en ontspannen. Beleid De gemeente Den Haag heeft in de Nota Volksgezondheid 2015-2018 haar ambities, aanpak en maatregelen voor een gezonde leefstijl van de Hagenaren vastgelegd. Eén van de ambities is het bevorderen van een gezonde en stimulerende leefomgeving voor een gezonde leefstijl. Het gaat om een stimulerende leefomgeving die uitnodigt tot meer bewegen en meedoen aan het maatschappelijk verkeer. De gemeente levert daarvoor een bijdrage aan een groene en gezonde inrichting van de buitenruimte in wijken met gezondheidsachterstanden. Ook bevordert de gemeente een gezonde schoolomgeving, zowel in de school als op schoolpleinen. Voor diverse omgevingsfactoren die van invloed zijn op de gezondheid, zoals geluid, luchtkwaliteit, veiligheid is de huidige en referentiesituatie reeds in beeld gebracht. Hierin is vooral gekeken naar de wettelijke normen. Deze bieden een basisgezondheidsniveau, maar gezondheidseffecten kunnen ook beneden de normen optreden.

De gemeente heeft hier geen specifiek beleid voor, uitgezonderd het beleid dat nieuwe scholen of een ander gebouw voor gevoelige groepen niet langs drukke wegen worden gebouwd. Huidige situatie/referentiesituatie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de Binckhorst een milieubelast gebied is. Dit betekent dat juist voor andere aspecten van gezondheid, zoals bewegen, gezonde voeding en groene inrichting extra noodzaak is. In de huidige situatie/referentiesituatie is de Binckhorst nog niet ingericht als woon-werkgebied. De omgeving is niet bijzonder gezondheidsbevorderend en behoudens enkele geïsoleerde plekken (rondom begraafplaats St. Barbara en Kasteel Binckhorst) is weinig groen aanwezig. Hier ligt dus een opgave bij de transformatie. Dit is ook opgenomen in de ambitie ‘proeftuin voor duurzaamheid en vergroening’. Conclusie Voor de gezondheidsaspecten bewegen, groen en gezonde voeding zijn in relatie tot de transformatie van de Binckhorst relevante keuzes te maken, bijvoorbeeld voldoende en aantrekkelijke routes en verblijfsgebieden (voet- en fietspaden, speeltuinen, pleinen en parken) om te lopen, te spelen en te ontspannen in de gebieden waar mensen wonen en verblijven. Ook kunnen keuzes worden gemaakt in relatie tot gezonde voeding, bijvoorbeeld de locatie van snackbars ten opzichte van scholen.

Blad 30 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt 

Borging van gezondheidsbevorderende aspecten, zoals bewegen, voeding en groen

3.5

Duurzaamheid

3.5.1

Bodemkwaliteit Het verontreinigingsbeeld van de Binckhorst is zeer divers. Dit is het gevolg van verschillende bedrijfsmatige activiteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden en de wijze waarop het gebied is ontwikkeld (onder andere ophooglagen). De verontreinigingen komen in zowel grond als grondwater voor. In de factsheet Bodemkwaliteit (bijlage 4 omgevingsplan) kunt u een toelichting per gebied vinden. Conclusie Op meerdere locaties in het gebied is de bodemkwaliteit matig tot slecht. Bij de transformatie van het plangebied zal de bodem geschikt moeten zijn voor het beoogde gebruik en mag de kwaliteit van de bodem niet verslechteren. Het eerste vereiste volgt uit de Wet bodembescherming en geldt bij iedere ontwikkeling in het gebied. Dit aspect is reeds geborgd via de Wet bodembescherming. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt 

3.5.2

Vertaling verbetering bodemkwaliteit en gebruik in het omgevingsplan.

Archeologie In de Binckhorst is een redelijk tot grote kans op archeologische sporen. Ter plaatse van de strandwallen die in de ondergrond aanwezig zijn is de archeologische trefkans het grootst. Dit ondanks de gebouwen die in de 20e eeuw in het gebied gebouwd zijn. Door de mogelijk aanwezige resten van een Romeinse weg en onzekerheid over de grootte van het boerderijcomplex rondom Kasteel de Binckhorst, is de verwachting dat ook in grote delen van het gebied buiten de strandwallen archeologische sporen worden aangetroffen. In de factsheet Archeologie (bijlage 2 omgevingsplan) en via de link www.denhaag.nl/omgevingskaartbinckhorst kunt u meer te weten komen over archeologische vondsten en waarden in en rondom het gebied. Conclusie Vanwege de kans op archeologisch waardevolle resten is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen in het plangebied waarbij de bodem wordt geroerd in de aangegeven gebieden. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt 

3.5.3

Borging bescherming archeologische waarden en onderzoek bij nieuwe ontwikkelingen

Cultuurhistorie In de Binckhorst zijn geen beschermde cultuurhistorische waarden of lijnelementen aanwezig. Wel zijn vier gebouwen aangewezen als rijksmonument: Binckhorstlaan 149 (kasteel Binckhorst), Trekvlietplein 1, Trekvlietplein 3, Trekvlietplein 6 - 6a en Trekvlietplein 12-14. De Voetgangersbrug over de Bontekoekade is aangewezen als gemeentelijk monument, zie figuur 3-1010.

Blad 31 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Verder zijn in het plangebied circa vijftien bijzondere markante panden aanwezig. Deze zijn opgesomd in de factsheet Cultuurhistorische waarden (bijlage 6 omgevingsplan). De panden zijn niet beschermd, maar overwogen kan worden om een aantal panden vanwege hun architectonische waarde of industriële uitstraling te behouden in het gebied. Ten westen van de Binckhorst staat de Laakmolen. Een deel van de molenbiotoop van de Laakmolen reikte over het plangebied van de Binckhorst. Binnen de molenbiotoop gelden beperkingen in de bebouwing. Voor nieuwe bebouwing in de biotoop gelden de volgende eisen:  Binnen de straal van 100 meter mag geen bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek.  Binnen de straal van 100 tot 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de molen mag de maximale hoogte van bebouwing/beplanting niet hoger zijn dan 1/30 van de afstand tussen bouwwerk/beplanting en het middelpunt van de molen  In situaties waarin de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt zijn door bebouwing is afwijking van bovengenoemd criterium mogelijk, mits de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder beperkt worden. De Laakmolen is al decennia lang omgeven door bebouwing tot 25 meter hoog. Hierdoor is de windvang slecht.

De molen, met oorspronkelijk een functie als waterververser voor het Laakkwartier, is nu niet meer in gebruik. Het eigenlijke maalwerk wordt nu gedaan door een elektrisch gemaal naast de molen. Hiermee is voldaan aan de criteria voor toepassing van de afwijkingsbevoegdheid en is de molenbiotoop niet in het omgevingsplan opgenomen.

figuur 3-10 Molenbiotoop Laakmolen (Cultuurhistorische Atlas provincie Zuid-Holland)

Conclusie In de Binckhorst is een aantal beschermde cultuurhistorische waarden aanwezig (rijksmonumenten en een gemeentelijk monument). Overwogen kan worden om ook een aantal aanwezige beeldbepalende panden te beschermen bij de transformatie van de Binckhorst. Deze aspect dienen nader te worden afgewogen in relatie tot de transformatie van de Binckhorst.

Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt 

Bescherming monumenten

Blad 32 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

3.5.4

Bepalen omgang met beeldbepalende (niet-beschermde) gebouwen

Water De kern van het waterbeheer- en beleid is een drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren. Het veranderende klimaat stelt de gemeenten en hoogheemraadschappen voor ‘nieuwe’ uitdagingen voor wat betreft het voorkomen van wateroverlast bij grotere buien en natte periodes, het beperken van de gevolgen van langdurige droogte en hogere temperaturen. De huidige situatie en referentiesituatie voor wat betreft grondwater, oppervlaktewater, waterkwaliteit en waterveiligheid staan in de factsheet Water (bijlage 28 omgevingsplan). Huidige situatie en referentiesituatie De huidige situatie en referentiesituatie zijn gelijk aan elkaar. In de figuur staan de primaire en secundaire watergangen en de regionale waterkeringen. Deze keringen mogen niet worden aangetast. De Binckhorst ligt voor een belangrijk deel in Boezemgebied en voor een kleiner deel in poldergebied. Het boezemgebied van de Binckhorst watert vrij af op de Trekvliet en daaraan liggende havens die een peil hebben van - 0,43 m NAP. Binckhorst is gelegen in de Veen- en Binckhorstpolder. De polder is intensief verhard en bevat slechts 4% oppervlaktewater. De aanvoer van water voor watergangen in de Binckhorst wordt onder andere geregeld met een inlaat in de Binckhorsthaven. Verder liggen in het polderdeel langs het spoor veel lange duikers.

Deze zijn lastig te beheren en vormen potentiële knelpunten in de doorstroming en afvoer van het gebied. Ook de lange duiker tussen de Binckhorst en het gemaal is op termijn kwetsbaar en lastig te vervangen. Aan de noordzijde van de Binckhorst, langs de Supernovaweg, is het maaiveld laag en in combinatie met een slechte afvoer/doorstroming van oppervlaktewater is dit gebied kwetsbaar voor inundatie. Het beleid van Delfland en de gemeente is erop gericht om hemelwater lokaal op te vangen, zo mogelijk in de bodem te laten infiltreren en vertraagd af te voeren naar het oppervlaktewater (‘stand still-beginsel’). Hierdoor neemt de bergingscapaciteit van het gebied toe en neemt de kans op schade en overlast bij hevige regen af. Conclusie Vanuit water gelden de algemene uitgangspunten om een goede waterhuishouding te borgen, waaronder de drietrapsstrategie. Daarbij dient rekening te worden gehouden met een aantal specifieke knelpunten in het gebied: inundatie van laaggelegen maaiveld langs de Supernovaweg, de lange duikers voor oppervlaktewater. Door extra onderhoud kan de afvoercapaciteit van watergangen en duikers worden vergroot. Voor de lange duikers wordt ingezet op het vergroten van de sponswerking van het gebied en het vergroten van de waterbergingscapaciteit in overige

Blad 33 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

delen van het plangebied. Ook is de realisatie van natuurvriendelijke oevers mogelijk. Tot slot dient in de transformatie rekening gehouden houden te worden met klimaatadaptatie. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt    

3.5.5

Borging beleid en te beschermen waarden omtrent waterkeringen en andere waterstaatswerken Bepalen omgang met stand still beginsel waterberging hemelwater Mogelijkheden om de matige afvoer te verbeteren Wijze van omgang met klimaatadaptatie

Natuur In de factsheet Natuur en Groen (bijlage 18 omgevingsplan) kunt u alle informatie vinden over de waardevolle gebieden, flora, fauna en groenelementen in en rondom de Binckhorst. Beleid Naast de wettelijke kaders voor Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en flora & fauna heeft de gemeente specifiek groenbeleid. Dit staat in de Agenda Groen voor de Stad (2016). Hierin staan enkele beleidsuitgangspunten benoemd. De kern hiervan is toename van groen in de stad en zorgen voor een goede beleving van het aanwezige groen. Als uitwerking van dit beleid zijn drie gebiedstypen en de omgang met groen beschreven. De Binckhorst valt binnen de zone ‘de dichte stad’. In de dichte stad is de bebouwing dominant. Het groen is er schaars en vormt een (aangenaam) contrast met de gebouwde omgeving. Het aanwezige groen bestaat voornamelijk uit straatbomen, pleinen en buurtparken. Dit groen vormt de ‘haarvaten’ van het stedelijke stelsel: kleinschalig, maar daarom niet minder belangrijk. In de agenda zijn voor dit specifieke gebied diverse ambities en maatregelen benoemd. Huidige situatie en referentiesituatie Er zijn geen gegevens beschikbaar over de ontwikkeling van populaties van fauna in de Binckhorst. Daarom wordt aangenomen dat dit voor de huidige situatie gelijk is aan de referentiesituatie.

Specifiek voor de Natura 2000-gebieden langs de kust geldt dat door de beheermaatregelen die de komende jaren worden getroffen – in samenhang met maatregelen bij de industrie, woningen en transportsector (de Programmatische Aanpak Stikstof) de achtergrondconcentraties stikstofdepositie dalen. Flora en Fauna Het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwd gebied. Op een aantal locaties is stedelijk groen aanwezig (zie figuur 3-11). Deze groene structuren en waarden kunnen een leefgebied vormen voor dieren in de stad. De bomenrijen langs de westkant van de Binckhorst wordt als foerageerroute door vleermuizen gebruikt. De zogenaamde overhoekjes (bijvoorbeeld bij de waterzuivering) kunnen als schuilplaats voor kleine zoogdieren en broedvogels fungeren. De begraafplaats en het kasteel bevatten nestmogelijkheden voor broedvogels (met name huismussen) en kleine zoogdieren. De watergangen (bijvoorbeeld bij het kasteel) worden door meerkoeten en wilde eenden gebruikt. Deze delen zijn ook als ecologische verbindingszone aangeduid. In het gebied is één monumentale boom aanwezig, de Spaanse Aak aan de Binckhorstlaan 249. Deze boom is een geschikt habitat voor vleermuizen en kleine broedvogels. Daarnaast zijn in de diverse panden nestlocaties van gierzwaluwen, huismussen en verblijfplaatsen van vleermuizen

Blad 34 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

aangetroffen. Op de kades langs de havens zijn diverse varensoorten (Steenbreekvaren en Tongvaren) en gele helmbloem aangetroffen. Dit gebied is aangeduid als muurplantenzone.

Boomhoofdstructuur Ecologische verbindingszone (begraafplaats St. Barbaraweg) Ecologische verbindingszone (kasteel De Binckhorst) Monumentale boom (Spaanse Aak) Muurplantenzone Ecologische verbindingszone (Laakzone)

figuur 3-11 Stedelijk groen (bron: Leefomgevingsfoto Binckhorst)

Beschermde gebieden In de Binckhorst zelf zijn geen waardevolle natuurgebieden aanwezig. Op circa 600 meter liggen de dichtstbijzijnde gelegen Natuurnetwerk Nederland-gebieden, zie figuur 3-12. Vanwege de afstand zijn effecten als gevolg van de transformatie uit te sluiten. In het beleid zijn mogelijkheden beschreven om een betere verbinding tussen de diverse groengebieden te krijgen.

figuur 3-12 Ligging Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 ten opzichte van de Binckhorst

Op grotere afstand liggen drie Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gebied Meijendel & Berkheide ligt op vier kilometer afstand Dit betekent dat directe effecten vanuit de Binckhorst op deze gebieden niet kunnen optreden. Alleen indirecte effecten, door een toename van de uitstoot van stikstof door het autoverkeer en industrie als gevolg van de transformatie, kunnen een impact hebben op deze natuurgebieden.

Blad 35 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie Het gebied bevat momenteel weinig stedelijk groen. De groene locaties in het gebied zijn versnipperd, maar wel waardevol. Het groenbeleid van de gemeente is erop gericht groen toe te voegen en verbindingen te maken. De transformatie biedt dus kansen om het stedelijk groen uit te breiden. De ontwikkeling heeft geen directe effecten op NNN-gebieden en Natura 2000gebieden in de omgeving. De omvang van indirecte effecten op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de transformatie moet uitwijzen in hoeverre hier sprake is van een aandachtspunt (zie hoofdstuk vier). Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt    

3.5.6

Omgang met de ambities en maatregelen uit het gemeentelijk groenbeleid Borging te beschermen ecologische waarden en gebieden in het gebied Mogelijkheden om groengebieden binnen en buiten de Binckhorst te verbinden Impact van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de transformatie

Ruimtelijke kwaliteit Huidige situatie en referentiesituatie De Binckhorst is nu een bedrijventerrein met allerlei vormen van bedrijvigheid: van de grootschalige industriële beton- en asfaltcentrale tot de kleinschalige bedrijvigheid in de Caballero Fabriek en het kantorencluster rondom het Maanplein. Een aanzienlijk deel van de bebouwing is vooral functioneel en weinig expressief. Daarentegen zijn in de Binckhorst ook voldoende gebouwen met een bijzondere historische en/of industriële uitstraling die bepaalde bouwperiodes vertegenwoordigen. De Fokkerterminal, Kasteel de Binckhorst, Bink 36 en de Caballero Fabriek zijn bepalend voor de identiteit en structuur van de Binckhorst en dienen behouden te blijven. Het gebied rond de begraafplaats heeft eveneens een eigen uitstraling en beeldkwaliteit. De huidige inrichting van de openbare ruimte past bij het huidige gebruik en de bijbehorende (auto)verkeersstromen, maar ontbeert daardoor een verblijfsklimaat. Het gebied heeft zich nog niet geheel aangepast aan de geleidelijk voltrekkende transitie van een monofunctioneel industrieterrein naar een meer gemengd woon-werkgebied, maar met de aanleg van de langzaamverkeersverbindingen en de inrichting van de Supernovaweg en de verlenging van de Melkwegstraat zijn de eerste stappen al in gang gezet.

Conclusie De Binckhorst biedt veel potentie om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te versterken. Per deelgebied kan de voorkeur voor woonfuncties, bedrijven of andere functies verschillen. Hierover dienen nadere keuzes te worden gemaakt. Centraal hierin is hierbij dat het geen traditioneel woongebied wordt, maar het ‘randje’ vanuit het industrieel verleden blijft vertegenwoordigd. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt  

3.5.7

Indeling van de gebieden qua primaat van functies en uitstraling Omgang met stedenbouwkundige kwaliteiten van het gebied nu in relatie tot de transformatie

Energie en circulair bouwen Beleid

Blad 36 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

De gemeentelijke ambitie is om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Dit is verder uitgewerkt voor nieuwbouw en sloop/nieuwbouw (CO2-neutraal bouwen en de GPR). Dit betekent dat bij nieuwbouw of bij sloop/nieuwbouw dat voldaan moet worden aan deze ambitie. Daarnaast is het via de Crisis- en herstelwet mogelijk een energieprestatiecoëfficiënt van 0,2 voor nieuwe gebouwen te verplichten. Tot slot staat in het Haags beleid (Agenda Ruimte voor de Stad, 2016) dat geen nieuwe gasinfrastructuur meer wordt aangelegd bij nieuwbouw. Voor (bestaande) bedrijven en woningen is dit alleen mogelijk door middel van een warmteplan, dat nog niet beschikbaar is. Dit wordt gemeentebreed opgepakt via een energieplan voor de Binckhorst, als uitwerking van de Actualisatie van de Gebiedsaanpak (zie paragraaf 6.3). Potentie duurzaam energie- en materiaalgebruik in de Binckhorst Gasinfrastructuur In de Binckhorst ligt een relatief oude gasinfrastructuur. Een deel van de leidingen in de deelgebieden Binckhorsthaven en Maanplein en de Begraafplaatszone dient al vervangen te worden. Gelet op de gemeentelijke ambitie om nieuwbouw niet meer aan te sluiten op het gasnet, moet een keuze gemaakt worden ten aanzien van het vervangen van de oude gasinfrastructuur (of aansluitingen afsluiten en de infrastructuur laten liggen). Warmtenet In een deel van de Binckhorst is een warmtenet aanwezig (blauw/rode lijn).

Een deel van de bestaande bebouwing is hierop aangesloten (weergeven in groen). De gemeente heeft de ambitie om het warmtenet verder te ontwikkelen. Hiermee kan de Binckhorst van duurzame warmte voorzien worden, mits duurzame warmtebronnen zijn geëxploiteerd (bijvoorbeeld geothermie). In de huidige situatie wordt voor het warmtenet gebruik gemaakt van energie uit fossiele bronnen. Daardoor wordt met het warmtenet nog onvoldoende invulling gegeven aan de ambitie om energieneutraliteit te bereiken. Geothermie Uit onderzoek van de provincie Zuid-Holland (IF, 2016) blijkt in Den Haag veel potentie voor het gebruik van aardwarmte te zijn. De exacte gegevens voor de Binckhorst zijn nog niet bekend. Energiegebruik Het energieverbruik (gas en elektriciteit) van bedrijven en instellingen in de Binckhorst is hoog: de CO2 uitstoot ligt tussen 30.000 en 40.000 ton per jaar (bron: Rijkswaterstaat, 2015). Materiaalstromen en afval Uit een studie naar materiaalstromen blijkt dat de vijf grootste afvalstromen door het gebied zijn:  Papier en karton (1.900 ton per jaar)  Organische stoffen (910 ton per jaar)  Hout (720 ton per jaar)  Plastic (540 ton per jaar)  Glas (230 ton per jaar)

Blad 37 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

De Binckhorst is kansrijk voor de circulaire economie (behoud van bouwmaterialen bij onderhoud, renovatie of sloop en het waardevol hergebruiken), omdat er veel gerelateerde bedrijvigheid is, zowel op afvalgebied als creatief, met grote bedrijven en veel start-ups. Bovendien lopen er al diverse projecten (o.a. Resource City) waarbij aandacht wordt besteed aan het onderwerp. Tot slot dient bij de transformatie een keuze gemaakt te worden over de wijze van inzameling van huishoudelijk en bedrijfsafval. Conclusie De Binckhorst bevat veel toepassingen in de huidige situatie en mogelijkheden in de toekomst voor duurzame energie-opwekkingen, duurzaam energiegebruik en circulaire economie. Op dit aspect zijn keuzes te maken hoe deze kansen worden gestimuleerd of verankerd bij de transformatie van de Binckhorst. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt     

3.6

Borging beleid en afspraken duurzame gebouwen en aardgasloze wijk Omgang met verouderde aanwezige gas-infrastructuur Omgang met energieopwekking (geothermie, zonnepanelen, etc.) Omgang met circulair economie Wijze van inzameling huishoudelijk en bedrijfsafval

Cumulatie van milieuhinder In de voorgaande paragrafen is de ruimtelijke – en milieusituatie van de Binckhorst beschreven. In tegenstelling tot de bedrijvigheid, die in principe overal in het gebied ‘snel’ gerealiseerd zou kunnen worden, gelden voor de nieuwe woningen aandachtspunten in de ontwikkelpotentie. Dit komt vooral door de aanwezigheid van milieuhinder vanuit de bestaande bedrijvigheid en geluidsbelasting door de aanwezigheid van wegen en spoorwegen in en rondom het gebied; voor woningen gelden strengere immissie-eisen dan voor bedrijvigheid. Dit betekent dat op veel plekken in het gebied de milieuemissie (of -immissie) teruggedrongen moet worden, voordat woningen gerealiseerd kunnen worden.

Blad 38 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

De figuren illustreren de potentiële beperkingen voor woningbouw. In de figuren is aangegeven welke milieucontouren er momenteel bekend zijn in het gebied en zijn opgenomen in het dynamische GIS-systeem. Het gaat hier om geluid vanuit de spoorweg, de snelweg, lokale wegen en het gezoneerde industrieterrein, om externe veiligheid en om geurhinder. Er is onderscheid gemaakt tussen zware belasting (rood, dit betekent dat woningen in principe niet mogelijk zijn, tenzij bouwkundige maatregelen (of in geval van geluid dove gevels) worden getroffen) en lichtere belasting (met name geur en geluid; woningbouw is hier onder voorwaarden mogelijk. Er is slechts een beperkt gebied aan de Trekvliet dat niet belast is. Uit de figuren blijkt ook dat het meest kansrijke deelgebied voor woningbouw in de eerstkomende periode de Trekvliet-zone, nabij de Trekvliet (de Waterfrontzone) is. Hier is de hinder door omliggende bedrijven en wegen beperkt.

Blad 39 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

4

Spanningsveld tussen ambities en de fysieke leefomgeving

4.1

Analyse van ambities en fysieke leefomgeving leidt tot indeling in drie categorieën In hoofdstuk twee zijn de ambities en kaders voor de Binckhorst benoemd. Deze komen voort uit vastgesteld beleid of keuzes die bij de start van het project als uitgangspunt zijn gehanteerd. Deze staan in principe niet meer ter discussie. Alleen als sprake is van een duidelijk conflict, kan dit leiden tot aanpassen van de ambities en de uitgangspunten. Deze ambities en uitgangspunten moeten uiteraard nog wel geborgd zijn in het omgevingsplan. In hoofdstuk drie heeft de analyse van de huidige situatie en referentiesituatie geleid tot het benoemen van aanwezige waarden en (sectorale) beleidsuitgangspunten. Deze dienen ook gewaarborgd te worden in het plan (of daarbuiten). Bij diverse thema’s dient voordat borging - in of buiten het plan – plaatsvindt, een nadere keuze gemaakt te worden. De keuze is nodig, omdat er diverse ‘alternatieven’ zijn om met het geconstateerde aandachtspunt/knelpunt om te gaan. Tot slot is bij enkele thema’s (zoals verkeer en geluid) bij de analyse van de huidige situatie en referentiesituatie een mogelijk spanningsveld geconstateerd tussen ambities en de fysieke leefomgeving. Voor deze thema’s is het nodig om eerst te bepalen of er daadwerkelijk een aandachtspunt/knelpunt is en wat de eventuele omvang hiervan is.

Dit doen we onder andere door de impact van de maximale mogelijkheden van het plan te onderzoeken. Op basis van deze analyses is kan voor een aantal thema’s direct borging in (of buiten) het plan plaatsvinden, terwijl voor andere thema’s eerst onderzoek van de mogelijke alternatieven nodig is om het aandachtspunt op te lossen. Samengevat leiden de ambities, uitgangspunten, sectoraal beleid en waarden tot een indeling in drie categorieën:

In de volgende tabel is per ambitie, uitgangspunt, waarde, aandachtspunt of beleid aangegeven in welke van de drie categorieën deze valt.

Blad 40 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Ambitie

Aspect

Direct te borgen

Binckhorst als stadsentree met een regionale oriëntatie

Vergroten aandeel fiets en OV en stimulatie gebruik schone brandstoffen Waarborgen capaciteit wegen en kruisingen Parkeerbeleid, inclusief parkeren op eigen terrein Waarborgen verkeerstructuur Fietsstructuur binnengebieden bij transformatie

Binckhorst als economische factor van betekenis

Aantal bvo bedrijvigheid en type Aantal bvo voorzieningen en type Behoud bestaande bedrijvigheid

Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied

Aantal woningen en type woningen Conflict tussen geluidbeleid en woonambities Geluidbelasting per deelgebied: uitspraak over acceptabel geluidsniveau Beleid gevoelige bestemmingen langs wegen > 10.000 mvt/etmaal Gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan Luchtkwaliteit Lekstraat en Neherkade door extra verkeer transformatie Omgang groepsrisico bij de aanwezige risicobronnen Vastleggen nieuwe ontheffingsroute gevaarlijke stoffen Beleid ten aanzien van nieuwe risicobronnen Geurcontouren en nieuwe woonfunctie Milieuruimte bedrijven Vastleggen hoogspanningsleidingen, inclusief belemmeringenstrook Borging van gezondheidsbevorderende aspecten

Binckhorst als proeftuin voor duurzaamheid en vergroening

Vertaling verbetering bodemkwaliteit en gebruik in het omgevingsplan Borging bescherming archeologische waarden bij nieuwe ontwikkelingen Bescherming monumenten Bepalen omgang met beeldbepalende (niet-beschermde) gebouwen Borging te beschermen waarden waterkeringen en waterstaatswerken Bepalen omgang met stand still beginsel waterberging hemelwater Mogelijkheden om de matige afvoer te verbeteren Wijze van omgang met klimaatadaptatie Omgang met de ambities en maatregelen uit het gemeentelijk groenbeleid Borging te beschermen ecologische waarden en gebieden Mogelijkheden groengebieden binnen en buiten de Bickhorst te verbinden Impact van stikstofdepositie op Natura 2000 door transformatie Indeling van de gebieden qua primaat van functies en uitstraling Omgang huidige stedenbouwkundige kwaliteiten en transformatie Borging beleid en afspraken duurzame gebouwen en aardgasloze wijk Omgang met verouderd aanwezige gas-infrastructuur Omgang met energieopwekking (geothermie, zonnepanelen, etc.) Omgang met circulaire economie Inzameling huishoudelijk en bedrijfsafval

Blad 41 van 85

Nadere analyse

Keuze uit meerdere alternatieven

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

4.2

Nadere analyse van aandachtspunten In het omgevingsplan is voor de thema’s die in de tabel onder ‘nadere analyse’ zijn opgenomen, onderzoek verricht om meer inzicht in de effecten te krijgen. Dit inzicht is nodig om te toetsen of het plan niet evident onuitvoerbaar is. Op basis van de analyse is vervolgens besloten dit direct te borgen in het omgevingsplan of te analyseren welke alternatieven er zijn om dit aandachtspunt te tackelen. Het overzicht van deze conclusies staat in paragraaf 4.5. In totaal gaat het om negen thema’s/aspecten waarvoor meer inzicht in de effecten nodig is. Het onderzoek naar deze effecten is opgenomen in bijlagen 38 tot en met 44 van het omgevingsplan. Voor meer informatie kunt u deze raadplegen. In dit hoofdstuk staan hiervan de belangrijkste conclusies. Bij de nadere analyse van de aandachtspunten is onderscheid gemaakt in twee typen onderzoek. Het eerste onderzoek is gericht op de mogelijke nieuwe woon- en werkfuncties (het aantal m2 bedrijfsvloeroppervlak voor bepaalde typen bedrijvigheid/voorzieningen en het aantal woningen). Deze nadere analyse is uitgevoerd op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking en staat in paragraaf 4.3.

De nadere analyse voor de overige thema’s (verkeer, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, stikstofdepositie) zijn uitgevoerd op basis van een worst-case inschatting van de maximaal mogelijke verkeersbewegingen. Hierdoor ontstaat inzicht in de maximale verkeer- en milieugevolgen van het plan. Deze analyses staan in paragraaf 4.4.

4.3

Detaillering van de mogelijkheden voor woon- en werkfuncties

4.3.1

Werken: aantal bvo en type bedrijvigheid en voorzieningen Eén van de is de ‘Binckhorst als economische factor van betekenis’. Naast het behoud van bestaande functies3 is het de ambitie om ook nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen een plaats te geven. Naast versterking van de al goed vertegenwoordigde creatieve industrie in de Binckhorst, gaat het bijvoorbeeld ook om:  ‘reguliere’ bedrijvigheid (zoals aannemers of schildersbedrijven)  dienstverlening (zoals fysiotherapeuten of advocaten)  ambachtelijke bedrijvigheid (bijvoorbeeld maken van meubels)  horeca  (kleinschalige) kantoren Type onderzoek De stad en regio zijn gebaat bij een goede spreiding van bedrijvigheid en voorzieningen. Er moet daarnaast sprake zijn van een behoefte naar bepaalde type bedrijvigheid, voorzieningen en/of kantoren. Anders ontstaat immers leegstand. Daarom is het verplicht om een zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te doorlopen bij ruimtelijke projecten. Hierin is een analyse van de behoefte van de stad en regio per type functie uitgevoerd. 3

Dit wordt direct geborgd met een planregel. Voor een overzicht van de bestaande activiteiten (incl. m2) kunt u bijlage 2 bij de regels van het omgevingsplan raadplegen.

Blad 42 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Uitkomsten Bedrijvigheid en creatieve industrie Uit het onderzoek naar bedrijvigheid komt naar voren dat er een marktruimte is voor toevoeging van bedrijvigheid met een maximaal oppervlak van 352.000 tot 440.000 m2. Om ook elders in Den Haag marktruimte te behouden voor nieuwe bedrijvigheid wordt in de Binckhorst niet het maximum aan marktruimte opgenomen. Het college stelt de gemeenteraad voor om voor de Binckhorst maximaal 250.000 m2 nieuwe bedrijvigheid toe te wijzen. Uit het onderzoek naar creatieve industrie komt naar voren dat er een additionele ruimtebehoefte voor de creatieve industrie in de Binckhorst is van maximaal 27.000 m2. Het college stelt de gemeenteraad voor om voor de Binckhorst maximaal 27.000 m2 nieuwe creatieve industrie toe te wijzen. Vanwege de menging met woonfuncties is wel opgenomen in de regels (vanuit het thema milieuzonering) dat de milieucategorieën van nieuwe bedrijven beperkt zijn tot de lichtere categorieën (1 en 2). Dit betekent dat nieuwe middelzware bedrijven (categorie 3.1 en 3.2) niet meer mogelijk zijn, tenzij aangetoond kan worden dat de emissie dusdanig laag is, dat voldaan wordt aan de gestelde normafstanden. Dit komt overigens overeen met hetgeen nu al in het vigerende bestemmingsplan Binckhorst Noord is opgenomen. Tot slot is er in de regels ook een uitzondering voor nieuwe bedrijven in de circulaire economie opgenomen.

Hiervoor geldt dat deze toegestaan zijn, mits deze passend zijn binnen de milieucontouren van de bestaande bedrijven en ook gelinkt zijn aan deze bestaande afvalverwerkingsbedrijven. Detailhandel Momenteel is circa 11.000 m² winkelvloeroppervlakte (wvo) aan detailhandel aanwezig in de Binckhorst. Dit zijn hoofdzakelijk woonwinkels en doe-het-zelf-winkels (in totaal circa 9.900 m²). Uit het onderzoek blijkt dat er ruimte is voor uitbreiding van de detailhandel in zogenaamde ‘volumineuze goederen’ met maximaal 10.000 m2. Daarnaast is ruimte voor kleinschalige detailhandel Dit betreft maximaal 3.500 m2in de Binckhorst. Hierbij geldt dat het winkeloppervlakte kleiner moet zijn dan 300 m2 per vestiging. Kantoren Op basis van de provinciale Verordening Ruimte zijn grootschalige kantoren niet toegestaan op de Binckhorst. Uit het onderzoek naar kleinschalige kantoren (minder dan 1.000 m2) blijkt dat een behoefte voor kantoren in de Binckhorst tot en met 2038 bestaat van 34.925 m² in het lage scenario, 63.536 m² in het alternatief hoge scenario en 101.882 m² in het hoge scenario. Het onderzoeksbureau adviseert het volgen van het alternatief hoge scenario. Het college stelt de gemeenteraad voor om voor de Binckhorst maximaal 63.500 m2 nieuwe kantoren toe te wijzen.

Horeca Veel van de huidige horeca in de Binckhorst is gericht op werkzame personen en bestaat vooral uit fastservice, voornamelijk cafetaria’s. In de toekomst neemt het aantal inwoners toe, waardoor de horeca ook een functie moet gaan vervullen voor deze nieuwe groep. Op basis van de groei van het aantal bewoners van de Binckhorst is ruimte voor circa 15 horecavestigingen. Dit komt overeen met circa 4.125 m² bvo.

Blad 43 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie Door het nader onderzoeken van de behoefte aan type voorzieningen en bedrijvigheid is een nadere afbakening van het aantal vierkante meters bedrijfsvloeroppervlak per functie gemaakt, dat kan worden toegevoegd in de Binckhorst. Activiteiten

Toegestane oppervlak / aantal

Bedrijvigheid Creatieve industrie Detailhandel in volumineuze goederen Detailhandel (kleinschalig) Kantoor (kleinschalig) Horeca

Max. 250.000 m2 bvo Max. 27.000 m2 bvo Max. 10.000 m2 bvo Max. 3.500 m2 bvo Max. 63.500 m2 bvo Max. 4.125 m2 bvo

Door deze nadere analyse is inzicht gekregen in het vanuit de vraagkant gewenste aantal en type bedrijvigheid en voorzieningen. Deze aantallen en typen zijn geborgd in de regels van het omgevingsplan.

4.3.2

Wonen: aantal woningen en type Eén van de ambities is de Binckhorst als een uitnodigend, karakteristiek woongebied. In de huidige situatie is de Binckhorst op enkele plaatsen al voorzichtig aan het verkleuren naar een gemengd gebied. Door de vaststelling van het omgevingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor het toevoegen van woonfuncties in het hele gebied. In de Haagse structuurvisie, Woonvisie, Gebiedsaanpak en andere beleidsdocumenten is de Binckhorst al als gemengd woon-werkgebied aangeduid. In de Gebiedsaanpak is het aantal van 5.000 woningen als uitgangspunt genoemd. Vanuit de Woonvisie is het type woningen nader gespecificeerd (zie hoofdstuk twee). De Binckhorst is te typeren als een combinatie van de woonmilieus centrum-stedelijk en buitencentrum. Dit omdat de Binckhorst elementen van beide woonmilieus bezit. Deze woonmilieus kunnen samen gedefinieerd worden als een stedelijk woonmilieu. Type onderzoek Net als bij nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen is ook voor woningen een goede afstemming tussen Rijk, provincie, regio en stad cruciaal. Vraag en aanbod moeten in lijn met elkaar zijn. Daarom is ook voor het toevoegen van woningbouw de ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd. Uitkomsten Uit de toets van de ladder duurzame verstedelijking blijkt dat binnen Haaglanden een tekort is aan woningbouwplannen in het stedelijk woonmilieu.

De gewenste toename bedraagt circa 23.700 woningen in de periode 2018-2028. De planvoorraad bedraagt 2.200 woningen. Dit betekent dat er een tekort is van circa 21.500 woningen (met name appartementen). Het tekort aan woningbouwplannen manifesteert zich zowel in de periode 2018-2028 als in de periode daarna. Tot 2038 is er in stedelijke woonmilieus in het marktgebied een totale vraag naar 42.900 woningen. De harde planvoorraad tot 2038 in deze milieus bedraagt circa 2.200 woningen, geen van deze woningen is na 2028 gepland. Dit resulteert in een behoefte aan circa 40.700 woningen tot 2038.

Blad 44 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie Voor de woningbouwopgave kan geconcludeerd worden dat in de Binckhorst meer ruimte is dan 5.000 woningen. Er is bewust voor gekozen om toch dit aantal te hanteren om zo ook verder in de stad flexibiliteit te behouden in de woningmarkt. Ook is er een duidelijke behoefte naar de gewenste woonmilieus, zodat ook dit geborgd kan worden in de regels van het omgevingsplan. Hierin is ook rekening gehouden met het beleid rondom sociale woningbouw en betaalbare huur van 30% sociale woningbouw en 20% middeldure huur. Dit laatste punt is vastgelegd in de beleidsregels bij het omgevingsplan, zodat als dit beleid wijzigt niet het hele plan gewijzigd hoeft te worden. In hoofdstuk zes staat meer uitleg over de functie van beleidsregels in het omgevingsplan.

4.4

Impact van de maximale mogelijkheden van het plan Voor enkele milieuthema’s is in hoofdstuk drie een (mogelijk) spanningsveld geconstateerd tussen de fysieke leefomgeving en de ambities. Om de mogelijke omvang van dit spanningsveld te bepalen, is meer inzicht nodig. Op twee manieren hier meer inzicht over verkregen: 1. Worst-case benadering: hoeveel verkeer/personen maakt het omgevingsplan maximaal mogelijk. 2. Een meer realistische benadering, die in het kader van het MER voor de Rotterdamsebaan voor de ontwikkeling van de Binckhorst reeds is onderzocht. Deze twee ‘benaderingen’ voor de effecten van het plan zijn in de volgende passages nader toegelicht. 1. Worst-case benadering: de maximale effecten in beeld De maximale mogelijkheden van het plan worden bepaald door wat er maximaal mogelijk is aan nieuwe functies. Hierbij is per gebied gekeken welke functies mogelijk zijn en welke functies het

Blad 45 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

meeste verkeer aantrekken. Een sportschool trekt bijvoorbeeld meer verkeer aan dan een woning. Hierdoor ontstaat een worst-case benadering van de effecten. Voor meer uitleg over de totstandkoming van deze worst-case benadering kunt u bijlage 38 van het omgevingsplan raadplegen. Deze worst-case benadering is ook al in het kader van de botsproeven op het voorontwerp-omgevingsplan toegepast (zie kader). Hieruit zijn enkele aanscherpingen voort gekomen, die zijn verwerkt in de regels van het omgevingsplan. Aanscherping van de maximale mogelijkheden op basis van botsproef op het voorontwerp-omgevingsplan Op basis van de regels in het voorontwerp-omgevingsplan volgde hieruit een maximaal bouwvolume van circa 20.181.000 m3. Dit komt neer op circa 4.290.000 m2 bvo aan functies (exclusief gebouwd parkeren). Dit leidde vervolgens tot een verkeersgeneratie van circa 270.000 tot 360.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze verkeersgeneratie kan bij lange na niet op het onder- en omliggende wegennet afgewikkeld worden. Daarnaast blijkt uit deze maximale invulling, dat de verhouding tussen wonen, werken en voorzieningen erg ‘scheef’ gaat: bijna 90% van het bouwvolume wordt ingevuld met werkfuncties. Er zijn vanwege de onrealistisch hoge verkeersgeneratie geen nadere analyse voor geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid en stikstofdepositie uitgevoerd.

In plaats daarvan zijn op basis van deze analyses de regels aangescherpt in het ontwerp-omgevingsplan. Een overzicht van de belangrijkste aanscherpingen staat in de volgende tabel.

Aanpassingen als gevolg van eerste botsproef in het ontwerp-omgevingsplan       

Maximale toegestaan oppervlak voor bedrijven is beperkt Regels zijn aangepast op FSI: deze is nader gedifferentieerd per plandeel Nadere differentiatie in bouwhoogten (incl. accenten) is aangepast Bouwhoogten voor ‘kleinere vlekken’ of ‘hoekjes’ zijn aangepast Positie voor de gasleiding (incl. belemmeringenzone) is verwerkt Bebouwingsvrije zone geldt niet alleen langs de Trekvliet, maar ook langs de kaders in de Binckhorsthaven, maar wel met beperktere maat Tunnel en beschermingszone van de Rotterdamsebaan is verwerkt

De aanscherpingen in de regels als gevolg van de uitgevoerde analyses op het maximaal toegestane programma én de nadere detaillering van de mogelijke bedrijvigheid en detailhandel (zie paragraaf 4.3) leidt tot een lager maximaal mogelijk bouwvolume. Het maximale bouwvolume, dat mogelijk wordt gemaakt in het ontwerp-omgevingsplan, is (met de worst-case benadering) ingeschat op circa 12.409.000 m3. Voor meer informatie over de totstandkoming van deze getallen verwijzen wij u naar bijlage 38 van het omgevingsplan. De verkeersgeneratie van het maximale programma (wederom op basis van de CROW-kentallen) is circa 160.000 motorvoertuigen per etmaal. Hiervan is circa 33% het gevolg van de bestaande functies. Op basis van de verkeersgeneratie van het maximaal programma (circa 160.000 motorvoertuigen per etmaal gecumuleerd in het hele gebied), zijn de effecten voor de thema’s verkeer, geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie bepaald. 2. Realistische benadering vanuit het MER Rotterdamsebaan Een meer realistische benadering van de effecten van de transformatie van de Binckhorst komt voort uit het MER Rotterdamsebaan. Hier is in het MER reeds rekening gehouden met een sterke groei van het verkeer in en rondom de Binckhorst.

Ten tijde van de planvorming lag er ook al een Kansenstrategie Binckhorst, waardoor het programma voor de Binckhorst op hoofdlijnen in een robuustheidsanalyse is beschouwd. Deze robuustheidsanalyse is onderdeel van het vastgestelde en door de Raad van State getoetste MER en bestemmingsplan Rotterdamsebaan.

Blad 46 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Deze robuustheidsanalyse ging uit van:  een ontwikkeling waardoor bestaande hindercirkels (met name noordelijk deel) verdwijnen;  de ontwikkeling langs de Trekvliet en de Binckhorstlaan (noord en zuid) van een (zwaar) woningbouwprogramma, met winkelprogramma;  de verdere ontwikkeling van het gebied rond het Maanplein met grootschalige kantoren;  een intensieve bebouwing van het NS-kavel (tussen Spoorboogweg, Binckhorstlaan en Mercuriusweg) met winkels (PDV) en arbeidsplaatsen;  de toevoeging op een aantal plaatsen in het gebied rond de Caballerofabriek van woningen en meer intensieve werkgelegenheid;  de ontwikkeling van het gebied rond de begraafplaats als werkgebied Op basis van deze uitgangspunten is in het MER per deelgebied een inschatting gemaakt van het aantal extra woningen, arbeidsplaatsen en winkels dat het omgevingsplan mogelijk maakt. In totaal is voor de gehele Binckhorst uitgegaan van een extra ontwikkeling van:  circa 3.250 extra woningen;  circa 425 extra arbeidsplaatsen voor detailhandel;  circa 2.600 extra arbeidsplaatsen overig. Hoewel het aantal woningen in deze robuustheidsanalyse is onderschat met 1.750 woningen geeft deze robuustheidsanalyse een goed inzicht in de mogelijke aandachtspunten vanuit een meer realistischere verkeersproductie.

De effecten vanuit het robuustheidsonderzoek in het MER Rotterdamsebaan zijn alleen voor de thema’s verkeer en geluid uitgevoerd. De worst-case benadering is voor alle thema’s toegepast. Per thema zijn de effecten beschreven. Als conclusie is aangegeven of nog een nadere keuze gemaakt moet worden, of dat op basis van deze analyse directe borging mogelijk is.

4.4.1

Verkeer: waarborgen capaciteit kruisingen en wegen Effecten worst-case benadering Op de kruisingen en wegen in het plangebied is in de referentiesituatie nog voldoende ruimte. Buiten het plangebied zijn wel enkele aandachtspunten (zie hoofdstuk drie) geconstateerd. Als uit wordt gegaan van de verkeersgeneratie op basis van het maximaal mogelijke programma (waar vervolgens uitgegaan is van de functies die het meeste verkeer aantrekken) is een zeer forse toename van de intensiteiten op de diverse wegvakken te zien in vergelijking met de referentiesituatie.

Blad 47 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

figuur 4-1 Motorvoertuigen per etmaal. Links de referentiesituatie 2030 en rechts de worst-case plansituatie

Door het extra verkeer in en rondom de Binckhorst wordt het bestaande netwerk overbelast. Hierdoor neemt de I/C-waarde en de kruispuntbelasting op veel plaatsen toe tot een kritieke waarde. De I/C-waarden, die vooral relevant zijn voor inzicht in wegvakken, nemen in de Binckhorst toe tot waarden boven de 0,85 (sterke filevorming). Buiten de Binckhorst zijn de negatieve effecten vooral zichtbaar op de Utrechtsebaan, Geestbrugweg, Haagweg en in mindere mate op de Rotterdamsebaan. Dit is logisch aangezien dit de primaire ontsluitingswegen van en naar de Binckhorst zijn.

figuur 4-2 I/C-waarden in de referentiesituatie 2030 (links) en worst case plansituatie (rechts)

Door de toename van het verkeer komen ook diverse kruisingen meer onder druk te staan (zie volgende tabel). Het aantal overbelaste kruisingen in en rondom de Binckhorst neemt toe van drie in de referentiesituatie tot tien in de worst case plansituatie.

Blad 48 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Overbelaste kruisingen (cyclustijd > 120 seconden) Referentie Maanweg – Regulusweg Maanweg – Prins Bernhardlaan Haagweg – Jan van der Heijdenstraat

Plansituatie Maanweg – Regulusweg Maanweg – Prins Bernhardlaan Haagweg – Jan van der Heijdenstraat Mecuriusweg – Binckhorstlaan Binckhorstlaan – Uranusstraat Maanweg – Melkwegstraat Maanweg – toe- en afrit A12 Binckhorstlaan – Supernovaweg Rijswijkseweg – Waldorpstraat Geestbrugweg – Cromvlietkade

Effecten realistische benadering Uit de analyse van de realistische benadering (uit het MER Rotterdamsebaan) blijkt dat er ook sprake is van een duidelijke toename van het verkeer in en rondom de Binckhorst. De impact op de wegen en kruisingen is relatief beperkt (in vergelijking met de worst-case benadering). De grootste toename doet zich voor op de Rotterdamsebaan en bedraagt circa 400 auto’s per uur (circa 4.600 per etmaal: 14% toename). Op de andere wegvakken zijn de veranderingen beperkter. Zo zijn de toenamen op de Maanweg, Binckhorstlaan, Neherkade, Geestbrugweg en Supernovaweg beperkt tot maximaal 2.500 auto’s per etmaal (toename is circa 5 – 25%). Deze toename leidt niet tot nieuwe doorstromingsproblemen op de wegen in en rondom de Binckhorst. Ook de kruisingen in het gebied kunnen de toename van het verkeer redelijk tot goed verwerken. Op de drukste kruisingen in het gebied kan de cyclustijd bij dit programma wel tot aandachtspunten op het drukste moment in de (avond)spits leiden. Voor meer informatie kunt u via de website van de gemeente het MER Rotterdamsebaan vinden. Conclusie De twee onderzochte scenario’s voor de effecten geven een bandbreedte van de potentiële verkeerseffecten. Uit de robuustheidsanalyse in het kader van de planvorming rondom de Rotterdamsebaan blijken het wegennet en de kruisingen de sterke groei van het verkeer goed op te kunnen vangen.

Echter, uit de analyse van de maximale invulling van het programma, met daarbij ook een worst-case aanname dat de meest verkeersaantrekkende functies zich vestigen in de Binckhorst, komt een verkeersbeeld dat niet afwikkelbaar is op de wegen en kruisingen. Tussen de bandbreedte van de referentiesituatie, realistische benadering en de worst-case benadering zit nog tal van mogelijke alternatieve inschattingen van de verkeerseffecten. Hoe dan ook, kijkend naar de worst-case optredende effecten is het noodzakelijk dat in het omgevingsplan waarborgen worden opgenomen om te voorkomen dat deze negatieve effecten kunnen optreden. Op de mogelijke opties hiervoor wordt in hoofdstuk vijf nader ingegaan.

Blad 49 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

4.4.2

Geluid: conflict met geluidbeleid en acceptabele geluidbelasting per deelgebied Voor geluid zijn er twee aandachtspunten geconstateerd. Het geluidbeleid dat het aantal ernstig gehinderden en slaapgestoorden niet mag toenemen, staat op gespannen voet met het toevoegen van maximaal 5.000 woningen in de Binckhorst. Daarnaast is er een aandachtspunt met betrekking tot de acceptabele geluidsniveaus in de diverse deelgebieden. Beide aandachtspunten hangen nauw met elkaar samen. Op basis van de referentiesituatie kan reeds gesteld worden dat door het toevoegen van de woonfunctie er geen sprake kan zijn van een stand still-beginsel voor nieuwe ernstig gehinderden en slaapgestoorden. Dit conflict is niet oplosbaar met het treffen van enige maatregelen, maar vraagt zeer ingrijpende middelen. In hoofdstuk vijf gaan we hier nader op in. Effecten worst-case benadering Door de sterke toename van het verkeer in de worst-case benadering neemt ook het geluidsniveau in de Binckhorst toe. Dit blijkt als de onderstaande figuur vergeleken wordt met die van de huidige situatie/referentiesituatie uit hoofdstuk drie. Hoewel ook in de referentiesituatie gecumuleerd geen gebieden zijn met een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde, zal door de toename van verkeer in de worst-case benadering de geluidbelasting in het gehele gebied (met maximaal circa 4 dB) stijgen.

figuur 4-3 Gecumuleerde geluidbelasting worst-case benadering

In alle deelgebieden geldt dat alleen gebouwd kan worden indien hogere waarden worden vastgesteld. In een sterk stedelijk gebied is dit niet uitzonderlijk. In de volgende tabel zijn de

Blad 50 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

maximale hogere waarden per gebied en per bron aangegeven. Daarnaast is in figuur 4-4 te zien waar alleen gebouwd mag worden met dove gevels of gebouwschermen (tenzij uiteraard de bron aangepakt wordt). Bij de andere wegen is deze zone waar de maximaal te ontheffen waarde wordt overschreden gelegen op of direct langs de weg.

Trekvlietzone Binckhorsthaven Begraafplaatszone Spoorboogzone Gasfabriek

Maximale waarde Utrechtsebaan

Maximale waarde stedelijke wegen

Maximale waarde spoorweg

Maximale waarde industrie

50 53 53 53 53

63 63 63 63 63

< 55 68 62 68 68

55 55 55 < 50 < 50

figuur 4-4 Industrie (linksboven), Spoor (rechtsboven), Binckhorstlaan/Roba (linksonder), Utrechtsebaan (rechtsonder) waar de voorkeursgrenswaarde (groen) en de maximaal te ontheffen waarde (oranje) wordt overschreden

Tussen de vijf deelgebieden is een onderscheid in geluidklimaat te maken. In de Trekvlietzone en in iets mindere mate ook op het Gasfabriekterrein e.o. liggen de geluidniveaus lager dan in de andere deelgebieden. Er zijn minder plaatsen waar alleen met dove gevels gebouwd kan worden en bovendien kunnen hier als gevolg van afschermende werking van nieuwe gebouwen ‘stillere’ gebieden gemaakt worden.

Blad 51 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Effecten realistische benadering Op basis van de realistische benadering vanuit het MER Rotterdamsebaan is berekend dat de geluidbelasting toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. In de Binckhorst varieert de toename van circa 0,5 dB op de Supernovaweg bij de kruising met de Binckhorstlaan tot circa 2 dB op de Rotterdamsebaan. Rondom de centrumring (Neherkade, Lekstraat) zijn toenamen berekend van circa 1 dB. De meeste geluidbelastingen schommelen langs de diverse drukke wegen in de Binckhorst en omgeving tussen de 60 en 65 dB. Conclusie De Binckhorst is een geluidbelast gebied. Het geluid is afkomstig vanuit meerdere bronnen. Uit zowel de worst-case benadering als de realistische benadering blijkt dat de geluidbelasting toeneemt. De toename bij de worst-case benadering is circa 1 á 2 dB hoger dan bij de realistische benadering vanuit het MER Rotterdamsebaan. In het gebied zijn er voldoende mogelijkheden om woningbouw te realiseren door toepassing van hogere waarden. Dit gaat echter niet zonder het standstill-beginsel van geen nieuwe ernstig gehinderden en slaapgestoorden te laten varen. Hierover dient wel een expliciete keuze gemaakt te worden. Daarnaast is een onderscheid te maken in gebieden qua geluidklimaat en –mogelijkheden.

Om een aanvaardbaar geluidklimaat voor de deelgebieden te krijgen en hierin per gebied mogelijk te differentiëren zijn nog diverse keuzes nodig. In hoofdstuk vijf worden deze mogelijkheden en uiteindelijke keuze in het omgevingsplan nader toegelicht.

4.4.3

Luchtkwaliteit: gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond en impact op wegen buiten de Binckhorst Voor luchtkwaliteit zijn er twee aandachtspunten geconstateerd. Het eerste betreft de overschrijdingen van de grenswaarden stikstofdioxide bij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan (> 40 microgram). In de huidige situatie/referentiesituatie is dit geen aandachtspunt, omdat er geen gevoelige functies nabij de tunnelmond gelegen (zullen) zijn. Door het toevoegen van woningen kan dit wel ontstaan. Het tweede aandachtspunt betreft dat door de toename van verkeer er mogelijk aandachtspunten kunnen ontstaan op plekken waar de concentraties reeds hoog zijn. Nabij de Binckhorst betreft dit de Lekstraat en de Neherkade. De hierna gepresenteerde uitkomsten staan uitgebreid beschreven in bijlage 46 van het omgevingsplan. Effecten worst-case benadering De effecten van de worst-case benadering qua verkeerstoename zijn berekend in het jaar 2020, 2025 en 20304. Anders dan bij geluid is het relevant om voor verschillende tussenjaren de effecten in beeld te brengen. Dit komt doordat de luchtkwaliteit in Nederland naar de toekomst toe verbetert. Dit is ook opgenomen in de wettelijk voorschreven modellen. Door in 2020, bij gereedkomen van de Rotterdamsebaan, de hele planontwikkeling te berekenen, is wederom een worst-case benadering gekozen.

In de tabel zijn de locaties opgenomen waar de vijf hoogste concentraties stikstofdioxide berekend zijn. Voor fijn stof en ultra fijn stof zijn geen (dreigende) overschrijdingen berekend. 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10246220/1