CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309012 Bijlage 6 Aanvulling Omgeving Effect Rapport Omgevingsplan Binckhorst

Commissie Ruimte 17 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting inzake het ontwerp partiele herziening omgevingsplan Binckhorst (herstelbesluit 1B), RIS30901229.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De verkeers- en luchtkwaliteitsmodellen kunnen (nog) niet voorbij het jaar 2030 rekenen. Met de nu uitgevoerde analyse is echter een afdoende beeld en trend zichtbaar gemaakt.

Blad 52 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Toetspunt op 10 meter van de weg Tunnelmond Rotterdamsebaan Supernovaweg Verlengde Melkwegstraat Neherkade Koningstunnel/Lekstraat

Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (microgram per m3) 2020 2025 2030 60 45 36 35 34

51 38 31 30 29

39 30 25 25 24

Uit de tabel blijkt dat in 2020 bij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan en bij de Supernovaweg sprake is van een overschrijding van de grenswaarde van 40 microgram. Op de Neherkade en Koningstunnel is geen sprake van een (dreigende) overschrijding. Dit betekent dus dat het geconstateerde aandachtspunt van een mogelijke overschrijding, zoals beschreven in hoofdstuk drie, vrijwel zeker niet op zal treden. Als waarborg worden in het kader van monitoring (zie hoofdstuk zes) de wegen rondom de Binckhorst ook qua luchtkwaliteit in de gaten gehouden. De beschouwde situatie in 2020 is puur hypothetisch. Dit betekent dat binnen twee jaar het hele programma gerealiseerd zou zijn. In zoverre zijn de jaren 2025 en 2030 realistischer om te bekijken. In 2030 is alleen rondom de tunnelmond van de Rotterdamsebaan nog sprake van een dreigende overschrijding op 10 meter van de weg. In 2025 zijn er aandachtspunten bij de tunnelmond (overschrijding met 11 microgram) en op de Supernovaweg een dreigende overschrijding. Conclusie De omgang met deze (dreigende) overschrijding kan in de regels van het omgevingsplan direct geborgd worden. Er is nog wel de keuze om bijvoorbeeld tot een bepaald jaar überhaupt niet te bouwen rondom de tunnelmond. De mogelijke keuzes voor dit aandachtspunt zijn in hoofdstuk vijf nader beschouwd.

4.4.4

Externe veiligheid: omgang met het groepsrisico In hoofdstuk drie is geconstateerd dat het groepsrisico langs de Supernovaweg boven de oriëntatiewaarde ligt. Dit is wettelijk toegestaan, maar vraagt wel om een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico bij nieuwe ontwikkelingen. Hierbij is aandacht voor elementen, zoals zelfredzaamheid, bluswatervoorzieningen en gebouwmaatregelen. Door het toevoegen van extra personen in woon- en werkfuncties kan het groepsrisico overal sterk toenemen. Afhankelijk van deze toename kan dit op gespannen voet staan met de ambities het gebied te transformeren. Resultaten onderzoek In het onderzoek is gekeken bij welke personendichtheden de oriëntatiewaarde bij de diverse risicobronnen niet wordt overschreden. De resultaten staan in de tabel.

Blad 53 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Risicobron

Extra personen/hectare mogelijk tot overschrijding oriëntatiewaarde (binnen 100% letaliteitsgrens)

Tankstation Binckhorstlaan Tankstation Maanweg Utrechtsebaan Ontheffingsroute gevaarlijke stoffen Hogedruk aardgasleiding

10 175 Niet van toepassing 600 - 900 870

Uit de analyse blijkt dat met name rondom de wegen en de hoge druk aardgasleiding het aantal personen nog sterk kan toenemen voor er sprake is van een overschrijding van het groepsrisico. Bij de tankstations is dit aantal lager, maar is ook sprake van een beperkt gebied (straal van ca. 150 meter). Overigens is het voorkomen van een overschrijding van het groepsrisico geen rekenkundig doel op zich. Het gaat om het totaalpakket van onder andere, zelfredzaamheid aanwezige personen, mogelijkheden het gebied snel te ontvluchten en bluswatervoorzieningen. Conclusie Op basis van het externe veiligheidsonderzoek wordt geconcludeerd dat de omgang met het groepsrisico vastgelegd kan worden om zo overschrijding van het groepsrisico te voorkomen. Er zijn echter ook andere mogelijkheden om de veiligheid van bestaande en nieuwe bewoners, werknemers en bezoekers te waarborgen. Zo is in de regels vastgelegd dat bij nieuwe ontwikkelingen nabij risicobronnen, de vluchtwegen, inrichting gebouwen en afschakelbare ventilatie worden gewaarborgd.

4.4.5

Stikstofdepositie: impact op Natura 2000-gebieden Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Meijendel & Berkheide, ten noorden van Den Haag. Dit gebied ligt op circa vier km afstand van de Binckhorst. Toch kan er sprake zijn van effecten: door ontwikkeling van de Binckhorst kan, als gevolg van uitstoot door bedrijven, woningen en verkeer, de stikstofdepositie op het natuurgebied toenemen. Uit de berekeningen voor stikstofdepositie (zie bijlage 50 van het omgevingsplan) en onderstaande tabel blijkt dat de maximale bijdrage van realisatie van het gehele plan op basis van de worst-case benadering 0,58 mol stikstof/jaar/hectare is. Natura 2000-gebied

Maximale bijdrage (mol stikstof/jaar/hectare

Meijendel & Berkheide Westduinpark & Wapendal Solleveld & Kapittelduinen Coepelduynen Kennemerland-Zuid Voornes Duin

0,58 0,29 0,19 0,08 0,08 0,06

In werkelijkheid bestaat het plan uit diverse (vele) kleinere projecten. Deze projecten hebben een veel kleinere bijdrage dan de nu totaal berekende bijdrage. Een significante bijdrage op één van de Natura 2000-gebieden als gevolg van een dergelijk project is daarom vrijwel uit te sluiten.

Blad 54 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie Uit de analyse blijkt dat het zeer onwaarschijnlijk is dat één van de onderdelen van de transformatie van de Binckhorst leidt tot een significante bijdrage leidt. Een extra waarborg hiervoor biedt de wet die voorschrijft dat bij elk project een toets op de effecten bij Natura 2000gebieden dient te worden uitgevoerd. Er hoeft dus op basis van de uitgevoerde analyse geen nadere keuze gemaakt te worden.

4.5

Conclusies nadere analyse In dit hoofdstuk is voor negen geconstateerde aandachtspunten een nadere analyse van de mogelijke effecten uitgevoerd. Dit is gedaan met behulp van een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking en voor de milieuthema’s via een worst-case/realistische benadering. Per aandachtspunt is aangegeven of deze nu: 1. afdoende geborgd kan worden in of buiten het omgevingsplan, of 2. eerst nog een nadere keuze uit de diverse opties om met dit aandachtspunt om te gaan, gemaakt dient te worden. In de tabel is te zien in welke categorie het geconstateerde aandachtspunt na deze nadere analyse terecht komt.

Ambitie Binckhorst als stadsentree met regionale oriëntatie Binckhorst als economische factor van betekenis

Aspect

Direct te borgen

Waarborgen capaciteit wegen en kruisingen Aantal bvo bedrijvigheid en type Aantal bvo voorzieningen en type

Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied

Aantal woningen en type woningen Conflict tussen geluidbeleid en woonambities Geluidbelasting per deelgebied: uitspraak over acceptabel geluidsniveau Gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan Luchtkwaliteit Lekstraat en Neherkade door extra verkeer transformatie Toename groepsrisico bij de aanwezige risicobronnen

Binckhorst als proeftuin voor duurzaamheid en vergroening

Impact van stikstofdepositie op Natura 2000 door transformatie

Blad 55 van 85

Nadere analyse

Keuze uit meerdere alternatieven

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

5

Mogelijke keuzes met bijbehorende effecten

5.1

Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven Eén van de aandachtspunten vanuit de Commissie m.e.r. is dat onvoldoende duidelijk is gemaakt hoe keuzes afgewogen zijn en alternatieven onderzocht zijn. In dit hoofdstuk worden diverse alternatieven afgewogen, maar daarnaast zijn in het omgevingsplan continue naar alternatieven gekeken en is dit ook vanuit eerdere MER-en onderzocht. In deze paragraaf gaan we dan ook nader in op de invulling van de ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’ in dit plan. Diverse keuzes in het omgevingsplan expliciet onderzocht In een MER (of OER) moeten de ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’ in beeld gebracht zijn. In het OER is uiteengezet dat vanwege de organische gebiedsontwikkeling en de flexibiliteit van het omgevingsplan, het alternatievenonderzoek in het OER niet aansluit bij het op traditionele wijze uitvoeren van alternatievenonderzoek. Het omgevingsplan maakt immers op één locatie verschillende alternatieven mogelijk die gedurende de looptijd van het plan ook nog kunnen wijzigen. Er is bij het opstellen van het omgevingsplan niet één overkoepelend alternatief beoordeeld. Dit betekent uiteraard niet dat in zijn geheel geen rekening is gehouden met alternatieven. Zo zijn in dit hoofdstuk voor diverse keuzes de mogelijke alternatieven inzichtelijk gemaakt.

Eerdere MER’s voor de Binckhorst Naast het alternatievenonderzoek in het kader van het omgevingsplan zijn in het verleden voor de Binckhorst al diverse alternatieven in een MER beschouwd. Een voorbeeld is de Rotterdamsebaan, waarvoor diverse tracés en inpassingsalternatieven zijn onderzocht. Ook is hierin reeds de transformatie van de Binckhorst als een doorkijk/gevoeligheidsanalyse meegenomen en meegewogen (zie ook hoofdstuk vier). Daarnaast zijn ook in het kader van de Structuurvisie alternatieven afgewogen die impact hadden op de Binckhorst. Botsproeven Een nieuw instrument dat toegepast is bij de totstandkoming van dit omgevingsplan zijn de botsproeven. In deze botsproeven is op drie vragen antwoord gegeven:  Zorgen de regels er voor dat de ambities voor de Binckhorst behaald worden?  Zorgen de regels er voor dat de markt aan de slag kan  Is het Omgevingsplan niet evident onuitvoerbaar? De botsproeven zijn uitgevoerd voor zeven aspecten: 1. Toegestane functies; 2. Maximale mogelijkheden (de worst-case benadering uit hoofdstuk vier); 3. Fasering; 4. Tijdelijkheid; 5. Robuustheidstoets; 6. Sturingsfilosofie; 7. Flexibiliteit / saldering. De botsproeven zijn als eerste uitgevoerd op het voorontwerp-omgevingsplan. Mede naar aanleiding van de uitkomsten van de botsproeven zijn diverse punten gewijzigd in het ontwerp-

Blad 56 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

omgevingsplan. Hiermee is dus een iteratief proces van aanscherping op het gebied van milieu, juridische haalbaarheid, rechtszekerheid, flexibiliteit en transparantie voor initiatiefnemers gevolgd. Met andere woorden: in de botsproeven zijn ook diverse keuzes getoetst en vervolgens aanbevelingen of andere alternatieven aangedragen. U kunt meer informatie over de botsproeven terugvinden in bijlage 38 tot en met 44 van het omgevingsplan. Een alternatief met minder regels De Commissie m.e.r. merkt in haar voorlopig advies op dat er geen alternatief dat minder regels bevat, is onderzocht. In deze aanvulling is inzichtelijk gemaakt dat voor diverse keuzes ook gekeken is naar het niet opnemen van regels. Hieruit blijkt dat hiermee niet met zekerheid gesteld kan worden dat de ambities voor de Binckhorst en de diverse beleidsambities behaald zullen worden en een ten minste aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geborgd. Er bestaat gerede kans dat dan suboptimale situaties ontstaan, door versnippering en een verschillende aanpak door de diverse initiatiefnemers.

Met minder regels en dus met minder sturing van de gemeente in de transformatie zal de situatie ontstaan dat (in extreme vorm) marktpartijen financieel rendabele functies ontwikkelen (met name vastgoed) en de gemeente de partij zal zijn die forse investeringen in het gebied doet, om de openbare ruimte in te richten en de gewenste ambities voor de infrastructuur en het groen te realiseren. Ook blijkt uit marktconsultaties dat ontwikkelaars juist zeer veel waarde hechten aan duidelijkheid en dat te veel flexibiliteit – zeker bij een nieuw type plan – een gevoel van rechtsonzekerheid met zich meebrengt. Tot slot past een alternatief met minder regels niet in het uitgangspunt ‘beleidsneutraal, tenzij’, dat ten grondslag heeft gelegen het omgevingsplan. In de paragrafen 1.2.3 en 1.3.2 is uitgebreid ingegaan waarom dit omgevingsplan meer regels heeft dan een gemiddeld bestemmingsplan. Van wettelijke regels, rijks- en provinciaal beleid mag niet afgeweken worden. Minder regels kunnen dus voornamelijk bewerkstelligd worden door gemeentelijk beleid minder stringent op te nemen in de regels. Zo ontstaat echter minder zekerheid van de gemeente op het behalen van haar eigen beleidsdoelen. Dit is voor Den Haag onwenselijk.

Om toch meer vrijheid en flexibiliteit te waarborgen (in principe het doel van een alternatief met minder regels) zijn juist, paradoxaal genoeg, meer regels nodig: beleidsregels, salderingsregels, monitoring en experimenteerregels (zie hoofdstuk zes). Bijvoorbeeld in de beleidsregels kan – als blijkt uit de monitoring dat de transformatie stokt of er te weinig vrijheid is – de mate van sturing en regels aangepast worden. Zo ontstaat als het ware een levend OER

5.2

De te maken keuzes en mogelijke alternatieven Het realiseren van de ambities voor de Binckhorst is geen vanzelfsprekendheid. Bij het opstellen van het Omgevingsplan Binckhorst zijn hiervoor soms al kaderstellende keuzes gemaakt die nodig zijn voor het bereiken van de ambities. Deze staan in hoofdstuk één en twee beschreven. Daarnaast zijn in hoofdstuk vier diverse geconstateerde aandachtspunten waarvoor niet één duidelijke optie aanwezig is, maar (wellicht) meerdere alternatieven mogelijk zijn, benoemd. Soms is het heel logisch om direct voor een bepaalde oplossing te kiezen, echter in een zorgvuldig proces dienen ook andere opties in beeld te worden gebracht. Dit is ook een belangrijke functie van het OER. Veel van de uiteindelijke regels zijn tot stand gekomen door middel van ‘trial and error’ met behulp van de botsproeven (bijlage 38 tot en met 44 van het omgevingsplan). In deze

Blad 57 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

aanvulling zijn per keuze de verschillende alternatieven inzichtelijk gemaakt. Om tot een voorkeursalternatief te komen, is het bij de afweging van alternatieven veelal niet nodig gebleken om uitgebreid kwantitatief onderzoek te verrichten. Voor het beschreven van de effecten is veelal gebruik gemaakt van expert judgement. Dit sluit ook goed aan op de pilot-status van Binckhorst om vooruit te lopen om de Omgevingswet en de onderzoekslast te beperken. Het alternatief dat het beste bijdraagt aan de ambities en gehanteerde uitgangspunten voor de Binckhorst is vervolgens opgenomen in het omgevingsplan Binckhorst. In de figuur zijn per ambitie de keuzes en bijbehorende alternatieven te zien. Zoals bleek uit hoofdstuk vier zijn er voor de ambitie ‘Binckhorst als economische factor van betekenis voor de stad’ geen nadere keuzes meer te maken, deze ambitie is daarom in onderstaande figuur niet terug te vinden.

figuur 5-1 Ambities, keuzes en alternatieven

In de volgende paragrafen zijn per ambitie de nog openstaande keuzes en de daarbij behorende effecten van de alternatieven inzichtelijk gemaakt. Per keuze is hieruit in het omgevingsplan een voorkeursalternatief gekozen. De beoordeling van de alternatieven zijn inzichtelijk gemaakt met behulp van een ‘dashboard’. Een voorbeeld hiervan staat in de volgende figuur. Voor elk alternatief is beoordeeld hoe deze scoort op de ambities. Door de diverse scores van de alternatieven te vergelijken, kan een voorkeursalternatief geselecteerd worden. In sommige gevallen heeft het alternatief geen invloed op een bepaalde ambitie. In deze gevallen is dit neutraal gescoord.

Keuze “… …” zeer negatief

negatief

neutraal

positief

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief X

Blad 58 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

5.3

Keuzes voor de Binckhorst als stadsentree met een regionale oriëntatie Om de ambitie ‘stadsentree met een regionale oriëntatie’ te realiseren, zijn diverse aspecten direct geborgd via de regels van het omgevingsplan. Zo wordt via een verwijzing naar het parkeerbeleid (en de daarbinnen opgenomen afwijkingsmogelijkheden) een lagere parkeernorm en parkeren op eigen terrein geregeld. Ook het waarborgen van de fietsstructuur van de binnengebieden (bij transformatie) is via de beleidsregels geregeld. Tot slot is om het aandeel fiets en OV5 te stimuleren, alsmede het gebruik van schone brandstoffen, dit via de beleidsregels in het omgevingsplan geregeld (beleidsregel duurzame mobiliteit). Deze aspecten hebben een positieve impact op het beperken van de groei van de automobiliteit en daarmee op het ‘waarborgen van de capaciteit wegen en kruisingen’. Zoals in hoofdstuk vier is geconstateerd zijn voor dit alternatief meerdere opties/alternatieven afgewogen. Naast expert judgement is voor het bepalen van de effecten gebruik gemaakt van de Factsheet ‘Verkeer’ en het verkeersonderzoek dat onderdeel uitmaakt van de botsproeven. Voor specifieke informatie of uitgebreidere effectbeschrijvingen kunnen deze stukken worden geraadpleegd.

5.3.1

Waarborgen capaciteit en kruisingen De bereikbaarheid van de Binckhorst komt onder druk te staan bij volledige realisatie van de ambities zonder sprake van borging van maatregelen zo bleek uit hoofdstuk vier. Om dit te voorkomen zijn drie opties mogelijk: Alternatief 1 – Verlagen programma Om te voorkomen dat het potentieel aantal extra verkeersbewegingen leidt tot problemen is een effectieve maatregelen om het programma te verlagen. Dit kan op verschillende manieren, zoals het verlagen van de toegestane bouwhoogte of het beperken van de activiteiten (functies) die gebouwd mogen worden. Dit leidt echter tot een zeer negatieve impact op de ambities ‘economische factor’ en ‘woongebied’. Dit alternatief draagt neutraal bij aan de stadsentree: de doorstroming wordt gewaarborgd, maar de uitstraling is beperkt. Er is sprake van een positieve bijdrage aan de ambitie voor duurzaamheid en vergroening. Alternatief 2 – Routering aanpassen De Binckhorst is één van de stadsentrees van Den Haag en het is de locatie waar de Rotterdamsebaan aantakt op de centrumring. Hiervoor is fors geïnvesteerd door de gemeente, regio en Rijk. Indien de routering van het verkeer wordt aangepast, betekent dat een deel van het huidig en toekomstig verkeer gebruik moet maken van alternatieve routes.

De enige mogelijke alternatieve routes liggen in woongebied van Den Haag (Neherkade, Rijswijkseweg) en Voorburg (Prinses Mariannelaan) en is daarom niet wenselijk. Deze alternatieven zijn reeds afgevallen in het kader van de m.e.r. voor de Rotterdamsebaan. 5

In het omgevingsplan wordt de aanleg van de beoogde nieuwe HOV-verbinding (tram) nog niet mogelijk gemaakt. Dit komt omdat de financiering nog niet rond is en daarmee de uitvoerbaarheid dus niet geborgd is. Wel is in het plan een ruimtereservering opgenomen.

Blad 59 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Dit alternatief leidt tot een neutrale score op de ambities ‘economische factor’ en ‘woongebied’. Er is sprake van een sterk negatieve score op de ambitie ‘stadsentree’, omdat geen sprake meer is van sprake is van een sterk verminderde bereikbaarheid voor deze functies. Ook vormt de Binckhorst zo veel minder een entree vormt voor Den Haag. Er is ook sprake van een sterk negatieve bijdrage aan de ambitie ‘duurzaamheid & vergroening’, vanwege de impact op de leefomgevingskwaliteit rondom de Binckhorst. Alternatief 3 – Doorstroming waarborgen op kruisingen die entree vormen Een derde alternatief is de doorstroming op de kruisingen, die de entree van de Binckhorst vormen, te waarborgen in de regels van het omgevingsplan. Dit betekent dat initiatiefnemers aan moeten tonen dat de kruisingen in hun huidige vorm de door de ontwikkeling gegenereerde verkeersaanbod kunnen afwikkelen. Hierdoor worden initiatiefnemers uitgedaagd om te zorgen voor een afname van het verkeersaanbod op de in het omgevingsplan genoemde kruisingen en/of aan een grotere spreiding van het verkeersaanbod over de dag in plaats van de spitsperioden. De borging in het omgevingsplan moet hierbij wel gekoppeld zijn aan het monitoringssysteem om een vinger aan de pols te houden en in te kunnen grijpen wanneer nodig.

In de beleidsregels kan dit ook gewaarborgd worden door een stimulering/verplichting op te nemen om zo een afname van de verkeersproductie (t.o.v. het huidige gebruik) en een verschuiving van de piek buiten de spitsperiode te stimuleren. In dit alternatief is sprake van een positieve bijdrage op de ambities ‘stadsentree’, ‘woongebied’ en ‘economische factor’. De impact op de ambitie ‘duurzaam’ is neutraal. Voorkeursalternatief Zowel alternatief 1 en 2 scoren zeer negatief op de ambities ‘aantrekkelijk woongebied’ en ‘bedrijven als economische factor’. In alternatief 2 wordt het probleem verplaatst en is het realiteitsgehalte van de oplossing laag. Alternatief 3 scoort op drie van de vier ambities positief en is daarmee als voorkeursalternatief opgenomen in het omgevingsplan.

Keuze “Waarborgen van capaciteit wegen en kruisingen” zeer negatief

negatief

neutraal

positief

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 3

Blad 60 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

5.4

Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied Om de ambitie ‘Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied’ te realiseren, zijn ook diverse keuzes gemaakt. Deze keuzes hebben betrekking op de omgang met milieuaandachtspunten op het gebied van geluid, luchtkwaliteit en geur. Naast expert judgement is voor het bepalen van de effecten gebruik gemaakt van de factsheets van deze milieuthema’s en de onderzoeken geluid, luchtkwaliteit en geur. Voor specifieke informatie of uitgebreidere effectbeschrijvingen kunnen deze stukken worden geraadpleegd.

5.4.1

Geluidbeleid, woonambities en deelgebieden Het Haagse geluidbeleid schrijft voor dat geen toename mag plaatsvinden van het aantal ernstig gehinderden en slaapgestoorden. Dit is in conflict met de woonambities voor de Binckhorst. In hoofdstuk drie is beschreven dat mogelijk een onderscheid te maken is in het geluidsklimaat per deelgebied. Deze twee geconstateerde aandachtspunten zijn in samenhang beschouwd. Er zijn drie alternatieven om hier mee om te gaan bekeken: Alternatief 1 – Geen toename geluidgehinderden In de Binckhorst zijn nu en in de beschouwde toekomstsituatie (hoofdstuk vier) (vrijwel) geen gebieden waar de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Vanwege deze geluidsniveaus is, met uitzondering van kleine delen van het deelgebied Trekvlietzone of bij volledig afschermende bebouwing aan meerdere zijden, het niet mogelijk om nieuwe woningen te realiseren zonder toename van het aantal ernstig gehinderden en slaapgestoorden. Hoewel dit alternatief zeer positief scoort op de ambitie ‘duurzaam’, zet dit alternatief de transformatie naar een gemengd gebied op slot. Mogelijke maatregelen aan geluidsbronnen zijn onderzocht en meegenomen in het akoestisch onderzoek (bijlage 47 van het omgevingsplan).

Bijvoorbeeld door toepassing van geluidreducerend asfalt op wegen in de Binckhorst waar dit nu nog niet ligt (op de meeste doorgaande wegen is dit al toegepast), kan een reductie van de geluidbelasting van enkele decibellen bereikt worden. Echter, gezien de hoeveelheid bronnen en intensiteiten leidt dit bij lange na niet tot het bereiken van de voorkeursgrenswaarde. Ook het plaatsen van schermen langs alle geluidbronnen is geen wenselijke oplossing voor een ‘uitnodigend, aantrekkelijk woongebied’. Het kiezen van deze oplossing scoort zeer negatief op de ambitie ‘woningbouw toe te voegen’. Op de overige ambities is een neutrale score toegekend. Alternatief 2 – Toename geluidgehinderden toestaan De stad groeit met meer dan 4.000 inwoners per jaar. Om de ambitie om de Binckhorst te transformeren naar een gemengd woon-werkgebied is toename van het aantal geluidgehinderden niet te voorkomen. Deze afweging is, niet expliciet, afgewogen in de Structuurvisie, Woonvisie, Gebiedsaanpak en andere beleidsdocumenten waarin deze transformatie is vastgelegd. Door het kunnen realiseren van de woningbouwopgave in dit alternatief is sprake van een zeer positief effect op de woonambitie. Dit wordt echter als neutraal beoordeeld, omdat wel sprake is van het aantal geluidgehinderden in het hele gebied en hier weinig maatregelen tegenover staan.

Op de overige ambities is een neutrale score toegekend.

Blad 61 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Alternatief 3 - Toename geluidgehinderden toestaan en differentiatie per deelgebied Tussen de vijf deelgebieden is een onderscheid in geluidklimaat te maken. In de Trekvlietzone en in iets mindere mate ook het Gasfabriekterrein liggen de geluidniveaus lager dan in de andere deelgebieden. Er zijn minder plaatsen waar alleen met dove gevels gebouwd kan worden en bovendien kunnen hier als gevolg van afschermende werking van nieuwe gebouwen ‘stillere’ gebieden gemaakt worden. Dit geldt in het bijzonder voor de Trekvlietzone. Dit blijkt ook uit onderstaande figuren van de gecumuleerde geluidbelasting in de huidige situatie (links) en referentiesituatie (rechts) en de hogere waarden zoals beschreven in hoofdstuk vier. In de Trekvlietzone zijn er mogelijkheden om van een lager te accepteren geluidniveau uit te gaan (behoudens de zone langs de Binckhorstlaan). Dit belemmert de transformatie naar wonen in dit deelgebied niet, maar leidt wel tot een positieve bijdrage aan het woon- en leefklimaat. Voor de overige gebieden is een differentiatie, doordat deze dichter bij de aanwezige industrie, spoor en rijksweg gelegen zijn, minder logisch. Ook wordt in dit alternatief aanbevolen in de binnengebieden bij transformatie een maximale snelheid van 30-km/uur vast te leggen via een verkeersbesluit.

Voorkeursalternatief De ambitie voor de Binckhorst is het transformeren naar gemengd woon- en werkgebied. De ambitie uit het actieplan Uitvoeringsprogramma omgevingslawaai is niet in overeenstemming te brengen met deze ambitie voor het gebied. Alternatief 1 is daarom onhaalbaar. Tegelijkertijd geldt dat in de Binckhorst nog altijd sprake is van industriële bedrijvigheid en zal toekomstige woningbouw vrijwel altijd beïnvloed worden door geluid van de snelweg, het spoor en het wegverkeer. De Binckhorst is geen traditionele woonwijk, het is een gebied met een rauw randje, een industriële uitstraling en een bijbehorend woon- en leefklimaat. Dit betekent dat in het omgevingsplan gekozen is voor alternatief 3, waarbij voor het deelgebied de Trekvlietzone een lager geluidniveau (met uitzondering van de gronden direct langs de Binckhorstlaan gelegen) wordt geaccepteerd. Ook wordt ingezet op het inrichten van binnengebieden (na transformatie) als 30km/uur gebieden waardoor de geluidbelasting verlaagd kan worden. Tot slot geldt dat initiatiefnemers worden gestimuleerd om door toepassing van maatregelen, zoals het creëren van luwe zijden of stillere binnengebieden de leefomgevingskwaliteit verder kunnen verbeteren.

Blad 62 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Keuze “Geluidbeleid, woonambities en deelgebieden” zeer negatief

negatief

neutraal

positief

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 3

5.4.2

Gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan De omgang met de hoge concentratie stikstofdioxide bij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan in relatie tot nieuwe gevoelige functies kan op drie manier geborgd worden: Alternatief 1 - Zone niet bebouwbaar gebied op verbeelding vastleggen In dit alternatief wordt een vaste zone rondom de tunnelmond (bijvoorbeeld van 80 meter) vastgelegd in de regels. Hierbinnen mogen geen gevoelige activiteiten komen. Dit betekent dat pas na planaanpassing in deze zone kan worden gebouwd. Dat is niet in overeenstemming met de beoogde flexibiliteit van het omgevingsplan. Dit maakt het vastleggen van de zone star, waardoor ook onvoldoende rekening kan worden gehouden met bijv. technologische ontwikkelingen of het mogelijk versnellen van de verwachte verbetering van de luchtkwaliteit. Het vastleggen van een vaste zone heeft wel een positieve impact op de ambitie ‘aantrekkelijk woongebied’. De luchtkwaliteit verbetert en de gebieden waar woningbouw mogelijk zijn worden (vrijwel) niet verkleind. Op de overige ambities heeft dit alternatief geen wezenlijke impact. Alternatief 2 - Planregel opnemen voor waarborg niet bouwen in de zone (via GIS en monitoring wijzigt aandachtsgebied) In dit alternatief wordt een planregel opgenomen, die waarborgt dat bij vergunningverlening toetsing plaatsvindt aan de recente stand van zaken.

Dit ‘aandachtsgebied’ kan dus kleiner worden met de tijd. Deze recente stand van zaken kan in het GIS-systeem worden opgenomen en via monitoring jaarlijks of tweejaarlijks worden aangepast. Op deze manier wordt de beoogde flexibiliteit behouden maar is er ook de waarborg dat in deze zone niet kan worden gebouwd zolang de luchtkwaliteit rondom de tunnelmond niet voldoende passend is voor woningbouw. Hierin dient dan wel de waarborg opgenomen zijn, dat door autonome ontwikkelingen elders of later in het plan het verkeer zodanig toeneemt dat alsnog een overschrijding kan ontstaan. De scores zijn gelijk aan die van alternatief 1.

Blad 63 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Alternatief 3 - Maatregelen nemen ter beperking uitstoot De Rotterdamsebaan wordt thans aangelegd. Bij de aanbesteding van de weg is ook aandacht besteed voor vormgeving van de tunnelmond ter verbetering van de luchtkwaliteit. Het is niet opportuun om nu al extra maatregelen te treffen ter beperking van de uitstoot bij de tunnelmond. Alleen als sprake is van een hardnekkig knelpunt of nieuwe innovaties kan dit als maatregel achter de hand worden beschouwd. De scores zijn gelijk aan die van alternatief 1 en 2. Voorkeursalternatief De score van de drie alternatieven op de ambities is gelijk. Het gaat immers om de waarborg dat gedurende de periode dat de kwaliteit van de luchtkwaliteit nog niet voldoende is dat woningbouw niet gerealiseerd kan worden. Gelet op de algemene uitgangspunten van het plan en de beoogde flexibiliteit van het Omgevingsplan Binckhorst is gekozen voor alternatief 2.

Keuze “Gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond” zeer negatief

negatief

neutraal

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 3

5.4.3

positief

Geur en woonambities In de Binckhorst zijn twee bedrijven aanwezig met een forse geurcontour, die is vastgelegd in de vergunningen. De gemeente heeft geen geurbeleid. Er zijn twee logische alternatieven om met deze geurcontouren om te gaan: Alternatief 1 – (Ernstige) Geurhinder toestaan In dit alternatief worden geen regels opgenomen om de vestiging van geurgevoelige activiteiten te verbieden. Dit is overeenkomstig vigerende bestemmingsplannen. Echter, door het toevoegen van veel nieuwe geurgevoelige functies (zoals woningen) ontstaan ook veel nieuwe geurgehinderden. Het toestaan van woonfuncties ook binnen geurcontouren vergroot dus wel de flexibiliteit, maar leidt wel tot een minder aantrekkelijk woongebied en geuroverlast. De score op deze ambitie is dan ook negatief beoordeeld. Ook op de bedrijfsvoering van de drie bedrijven wordt een negatieve score toegekend. Dit komt doordat potentieel meer ‘klagers’ nabij deze geurveroorzakende bedrijven gaan wonen. Op de overige twee ambities geldt een neutrale score.

Blad 64 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Alternatief 2 – Geurcontouren uit vergunningen toepassen In dit alternatief worden de geurcontouren van de twee bedrijven vastgelegd in de regels. Het gaat dan de 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde voor andere twee bedrijven. Door het opnemen van deze geurcontouren wordt de ruimte voor woningbouwontwikkelingen ingeperkt. Wel wordt een aangenaam woonklimaat (met betrekking tot geur) gewaarborgd. Daarom wordt hiervoor een positieve score gegeven op de ambitie ‘aantrekkelijk woongebied’. Op de overige ambities is de score neutraal. Voorkeursalternatief Alternatief 2 is gekozen als voorkeursalternatief. De geurcontouren zijn opgenomen in de regels en op de verbeelding van het omgevingsplan en als grafiek opgenomen die als bijlage bij de regels is gevoegd. Het belang van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat weegt zwaarder dan iets meer flexibiliteit voor de positionering van nieuwe woningen (zoals in alternatief 1).

Keuze “Geur en woonambities” zeer negatief

negatief

neutraal

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

5.4.4

positief

Milieuruimte bedrijven Bij deze keuze gaat het over toegestane milieucategorieën en daarmee ook over de mate van menging van wonen en werken. De volgende alternatieven zijn beschouwd: Alternatief 1 – Geen actieve inperking bestaande en nieuwe bedrijven In dit alternatief is geen sprake van inperking van zowel de bestaande als nieuwe bedrijven. Voor bestaande bedrijven betekent dit voortzetting van hun bedrijfsactiviteiten. Voor nieuwe bedrijven betekent dit veel ruimte. Echter, dit betekent ook dat als een nieuw bedrijf met een bepaalde milieucategorie zich vestigt, dat deze direct veel milieuruimte kan claimen. Vervolgens is binnen deze milieuruimte woningbouw niet zondermeer mogelijk. Dit leidt tot inperking van de mogelijkheden voor wonen. Dit leidt tot een negatieve score op de ambitie ‘aantrekkelijk woongebied’ en kan leiden tot het kunnen realiseren van (aanzienlijk) minder woningen. Op de ambitie ‘economische factor’ heeft dit een positieve impact. Op de overige twee ambities is de score neutraal. Alternatief 2 – Geen actieve inperking bestaande bedrijven, wel regels voor nieuwe bedrijven Voor bestaande bedrijven betekent dit alternatief dat de huidige bedrijfsvoering niet wordt beperkt en in overeenstemming is met de uitgangspunten van het omgevingsplan (zie hoofdstuk één).

Voor nieuwe bedrijven en uitbreiding van de bestaande bedrijven gelden beperkingen in de maximale milieucategorie.

Blad 65 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Uitgaande van menging met wonen houdt dit in dat een richtafstand voor geluid van maximaal 10 meter geldt. Voor geur en gevaar is menging nog mogelijk als de richtafstand maximaal 30 meter is. Deze bepaling zorgt voor een licht negatieve score op de ambitie ‘economische motor’. Hierbij hoort wel de kanttekening dat de bedrijven met lagere milieucategorieën goed passen bij de richting waarop de Binckhorst qua werkfuncties al transformeert. Er is sprake van een positieve score op de woonambities als de van het gebied. Op de overige ambities is de score ook positief (omdat bestaande bedrijven niet worden ingeperkt). Alternatief 3 – Actieve inperking bestaande en nieuwe bedrijven In dit alternatief worden naast de regels voor nieuwe bedrijven ook de bestaande bedrijven ingeperkt. Dit betekent dat milieuruimte wordt weggehaald, uitbreiding niet meer mogelijk is en bronmaatregelen worden voorgeschreven (al dan niet in overleg). Dit levert weliswaar een positieve bijdrage aan de woningbouwmogelijkheden bij de transformatie, maar scoort negatief op de ambitie ‘economische factor. Daarnaast is het een aantasting van één de uitgangspunten voor het omgevingsplan: bescherming bestaande bedrijvigheid. Voorkeursalternatief In het omgevingsplan is alternatief 2 als voorkeursalternatief verwerkt in de regels.

Dit alternatief doet het meeste recht aan de gestelde uitgangspunten en ambities voor het plan en past beter bij de organische transformatie.

Keuze “Milieuruimte bedrijven” zeer negatief

negatief

neutraal

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 3

5.5

positief

Proeftuin duurzaamheid en vergroening Om de ambitie ‘Binckhorst als proeftuin voor duurzaamheid en vergroening’ te realiseren, zijn ook diverse keuzes gemaakt. Deze keuzes gaan vooral over het wel of niet actief sturen door de gemeente. Voor meer informatie over de sturingsfilosofie van de gemeente en effecten hiervan verwijzen wij u naar de uitgevoerde botsproeven (bijlage 38 tot en met 44 van het omgevingsplan) en hoofdstuk zes.

Blad 66 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

5.5.1

Bepalen omgang met beeldbepalende (niet-beschermde) gebouwen In de Binckhorst zijn diverse beeldbepalende panden aanwezig die geen wettelijk beschermingsregime hebben. Er zijn twee alternatieven afgewogen: Alternatief 1 – Geen extra bescherming In dit alternatief worden de beeldbepalende panden die geen monumentale status hebben (rijksof gemeentelijk) niet beschermd. Dit betekent dat sloop-nieuwbouw van dit soort panden plaats kan vinden, zonder dat hier extra eisen aan gesteld kunnen worden voor geheel of gedeeltelijk behoud. Dit laat de vrijheid volledig bij de ontwikkelaar, maar vergroot de kans wel op het verdwijnen van karakteristieke plekken van de Binckhorst. Dit heeft een negatieve impact op de ambitie een karakteristiek en uitnodigend woongebied (met name op het aspect karakteristiek). Alternatief 2 – extra bescherming opnemen De gemeente kan ervoor kiezen om beeldbepalende gebouwen te beschermen, hoewel deze niet zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijke monument. Met deze bescherming kunnen dergelijke gebouwen geheel of gedeeltelijk worden beschermd. Hierbij kan ook gedacht worden aan het terugbrengen van dezelfde uitstraling of beeldkwaliteit van het beeldbepalende gebouw. Dit levert een positieve bijdrage op voor de ambitie ‘uitnodigend woongebied’. Op de overige ambities is sprake van een neutrale score.

Voorkeursalternatief Alternatief 2 scoort beter op de ambitie ‘karakteristiek woongebied’. Juist het industriële karakter en het rauwe randje geven de karakteristieke uitstraling en sfeer aan de Binckhorst. Niet alle panden die deze karakteristiek uitstralen zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. In de planregels is daarom opgenomen dat rekening moet worden met de ruimtelijke kwaliteit (waar deze panden in de beleidsregels nader zijn aangewezen). Het voordeel van deze systematiek is dat deze beleidsregel ook gedurende de verdere transformatie van de Binckhorst kan worden aangepast waardoor flexibiliteit in de toepassing ontstaat.

Keuze “Beeldbepalende (niet-beschermde) gebouwen” zeer negatief

negatief

neutraal

positief

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

5.5.2

Zeer positief

Verbinden groengebieden binnen en buiten de Bickhorst In de Binckhorst zijn enkele (kleinschalige) groengebieden (Kasteel Binckhorst, begraafplaats en Trekvliet) aanwezig. Deze staan (nog) niet in verbinding met verder weg gelegen groengebieden. Dit is wel de ambitie vanuit het groenbeleid. Er zijn twee alternatieven om dit te realiseren:

Blad 67 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Alternatief 1 – Aanleg van nieuwe verbindingen bij de markt laten en voorschrijven in het plan Door in de regels te borgen dat realisatie van verbindingen tussen de groengebieden onderdeel moet zijn van de plannen op een perceel, worden private partijen verplicht hieraan een bijdrage te leveren. Echter, de kwaliteit, aansluiting op bepaalde structuren of biotopen is niet gewaarborgd. Positief is dat stukje bij beetje de verbindingen tot stand komen. Nadelen van dit alternatief zijn de kans dat het een lappendeken van niet op elkaar aansluitende verbindingen wordt. Ook is met dit alternatief nog niet geborgd dat ook buiten de Binckhorst deze verbindingen worden gemaakt. Dit leidt tot een negatieve beoordeling op de ambitie ‘duurzaamheid & vergroening’. Alternatief 2 – Als gemeente de verbindingen realiseren In dit alternatief zorgt de gemeente voor de regie op de realisatie van de verbindingen tussen groengebieden. Dit sluit weliswaar niet geheel aan op de terugtrekkende overheid en organische ontwikkeling, maar waarborgt wel het realiseren van verbindingen die perceel- en gebied overstijgend zijn en leidt tot een positieve impuls van de ambitie ‘duurzaamheid & vergroening’. Voorkeursalternatief Alternatief 2 is opgenomen als voorkeursalternatief, omdat deze de kwaliteit, structuur en het moment van realisatie van de verbindingen tussen groengebieden borgt.

Dit alternatief scoort daardoor ook het beste van de twee op de ambitie ‘duurzaamheid & vergroening’. Omdat dit een deels buitenplanse aangelegenheid is, is dit dan ook niet geborgd in de regels van het omgevingsplan maar in de Gebiedsaanpak.

Keuze “Verbinden groengebieden binnen en buiten de Binckhorst” zeer negatief

negatief

neutraal

positief

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

5.5.3

Zeer positief

Omgang met verouderde aanwezige gas-infrastructuur In de Binckhorst ligt een relatief oude gasinfrastructuur. Een deel van de leidingen in de deelgebieden Binckhorsthaven en de Begraafplaatszone dient vervangen te worden. Gelet op de gemeentelijke ambitie om nieuwbouw niet meer aan te sluiten op het gasnet, moet een keuze gemaakt worden ten aanzien van het vervangen van de oude gasinfrastructuur (of aansluitingen afsluiten en de infrastructuur laten liggen). Er zijn twee alternatieven beschouwd: Alternatief 1 – Vervangen verouderde gasinfrastructuur door nieuwe gasinfrastructuur Om aan de ambitie van Den Haag te voldoen om in 2040 klimaatneutraal te zijn, moet bij nieuwe ontwikkelingen gekozen worden voor een duurzamer alternatief. Ook is voor het vervangen van de verouderde gasinfrastructuur door nieuwe gasinfrastructuur medewerking nodig van de netbeheerder. Vanwege de omslag naar meer duurzame energievoorzieningen in het gehele land

Blad 68 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

is de terugverdientijd van het vervangen van de gasinfrastructuur onzeker geworden. Dit alternatief scoort zeer slecht op de ambitie ‘duurzaamheid’. Op de overige ambities is sprake van een neutrale score. Alternatief 2 – vervangen verouderde gasinfrastructuur door alternatieve energievoorziening Er zijn verschillende duurzame energievoorzieningen denkbaar, zoals het gebruik van bodemwarmte en het verder opwarmen van verwarmingssystemen via warmtepompen. De keuze voor een alternatief vraagt ook inzet van initiatiefnemers in de Binckhorst. Deze inzet kan variëren van het ontwerp van een gebouw, de keuze van de materialen en de keuze van installaties. Na aanpassing van de wetgeving wordt het in de toekomst mogelijk om aanvragen om omgevingsvergunning voor gebouwen voorzien van een gasaansluiting te weigeren, indien hier een alternatief voor wordt geboden. Tot die tijd kan een alternatieve energievoorziening (op private gronden) uitsluitend worden gestimuleerd. Dit leidt tot een positieve bijdrage op de ambitie ‘duurzaamheid & vergroening’. Keuze voorkeursalternatief Het vervangen van de verouderde gasinfrastructuur past niet binnen de ambities van Den Haag om in 2040 een klimaatneutrale stad te zijn. Op de ambitie duurzaamheid scoort dit initiatief daarom ook zeer negatief. Alternatief 2 scoort op de ambitie voor duurzaamheid positief. Alternatief 2 heeft daarom de voorkeur.

Vanwege de gebiedsbrede opgave voor een energievoorziening op wijkniveau en het nog niet in werking zijn van de wetswijziging kan dit voorkeursalternatief nog niet in het Omgevingsplan Binckhorst verplicht worden voorgeschreven. Als uitwerking van de Actualisering van de Gebiedsaanpak wordt door de gemeente samen met alle belanghebbende partijen een energieplan opgesteld, waarin afspraken worden gemaakt over een duurzame energievoorziening (zie ook 5.4.4).

Keuze “Omgang met verouderde aanwezige gas-infrastructuur” zeer negatief

negatief

neutraal

Zeer positief “Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 1

“Stadsentree” “economische factor” “Uitnodigend woongebied” “Duurzaamheid & vergroening”

Alternatief 2

5.5.4

positief

Omgang met energieopwekking Een van de opgaven is om de energievoorziening van nieuwe woningen en bedrijven niet langer met fossiele brandstoffen te organiseren. Er zijn verschillende schone en duurzame energiealternatieven denkbaar, zoals het gebruik van bodemwarmte en het verder opwarmen van verwarmingssystemen via warmtepompen. Bij toekomstige ontwikkelingen moeten belanghebbende partijen vanaf het begin rekening houden met de aard van de te realiseren warmtebronnen. Die raakt het ontwerp van een gebouw,

Blad 69 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

de keuze van de materialen en de keuze van de installaties. Bij de aanleg van voorzieningen voor warmte-koude-opslag (WKO) dient men rekening te houden met dergelijke systemen in de omgeving, omdat warmte- en koudebronnen op een bepaalde afstand van elkaar moeten liggen en elkaar ook kunnen beïnvloeden. Om een zo effectief mogelijk systeem te maken, maakt de gemeente op wijkniveau een energieplan met alle belanghebbende partijen. Dit energieplan kan de status van warmteplan krijgen (op grond van de Warmtewet), dat een publiekrechtelijk effect heeft. Gasaansluitingen en aanvragen om omgevingsvergunning voor gebouwen met gas kunnen dan geweigerd worden. Momenteel is in het omgevingsplan geregeld dat lokale energieopwekking mogelijk zijn, maar de resultaten van het Energieplan als uitwerking van de Actualisering van de Gebiedsaanpak zijn nog niet bekend. Gedurende het opstellen van dit Energieplan worden de verschillende alternatieven met voor- en nadelen bekend. Dit zal te zijner tijd opgenomen worden in de beleidsregels van het omgevingsplan of via een planherziening aan het omgevingsplan.

5.6

Een voorkeurspakket van keuzes In dit hoofdstuk zijn voor diverse geconstateerde aandachtspunten de mogelijke opties/alternatieven in beeld gebracht. Hierbij is beschreven op welke gronden de uiteindelijke keuze is gemaakt. De meeste van deze keuzes zijn in de regels van het omgevingsplan opgenomen. Enkele keuzes, zoals energieopwekking en de verouderde gasleidingen, zijn doorgeschoven naar een later moment als meer en specifiekere informatie beschikbaar is. Tot slot worden ook enkele keuzes buiten het omgevingsplan om geregeld. Dit betreft bijvoorbeeld de beleidsambitie om de verbindingen tussen groenstructuren te realiseren. In het volgende hoofdstuk staat de borging van alle keuzes uit dit hoofdstuk, maar ook de te borgen aspecten uit de hoofdstukken één tot en met vier, beschreven. Dit vormt tezamen het voorkeursalternatief (pakket van gemaakte keuzes, te borgen waarden, etc.). In hoofdstuk zes is dit nader beschreven.

Blad 70 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

6

De borging van te beschermen waarden en gemaakte keuzes In dit hoofdstuk staat de borging van de te beschermen waarden en gemaakte keuzes centraal. Deze borging vindt deels plaats in het omgevingsplan Binckhorst zelf, maar bijvoorbeeld ook door actievere sturing vanuit de gemeente via de Actualisatie van de Gebiedsaanpak. De wereld van morgen is lastig te voorspellen. De wereld over vijf jaar nog lastiger en de wereld over 20 jaar vrijwel onmogelijk. Daarom is het van belang dat voor een plan dat twintig jaar geldig is er voldoende ruimte is om bij te kunnen sturen wanneer nodig. In dit omgevingsplan zijn daarom vier innovatieve instrumenten opgenomen, die deze met deze optredende onzekerheid om kunnen gaan en flexibiliteit bieden. Dit betreft de beleidsregels, salderingsmogelijkheid, GISsysteem en monitoring. In dit hoofdstuk is naast borging van waarden en gemaakte keuzes ook de functie en werkwijze van deze (nieuwe) instrumenten nader toegelicht.

6.1

Van keuzes naar regels In de voorgaande hoofdstukken is inzicht gegeven in de ambities voor de Binckhorst, de te beschermen waarden en gemaakte keuzes die hiermee samenhangen. Dit maakt duidelijk dat sommige aspecten direct via de regels geborgd kunnen worden en dat op een sommige punten eerst een nadere keuze tussen twee of meer opties/alternatieven gemaakt moest worden. De uitkomst van dit proces is vertaald in de regels van het omgevingsplan. Bij het waarborgen van de te beschermen waarden en gemaakte keuzes is in het omgevingsplan gezocht naar een balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. Als de regels te veel zijn dichtgetimmerd, gaat dit ten koste van de beoogde flexibiliteit en vrijheid voor de invulling van het gebied. Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt echter ook overduidelijk dat bij de verdere transformatie van de Binckhorst ook rekening moet worden gehouden met aspecten vanuit milieu, gezondheid en duurzaamheid. Hiervoor is het nodig om heldere regels te stellen zodat geborgd wordt dat aan deze doelstellingen wordt voldaan. Met de mogelijkheden van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet wordt de flexibiliteit van het omgevingsplan verder ingevuld. Dit zijn innovatieve instrumenten zoals beleidsregels, saldering en de monitoring via het GIS-systeem. Hierover later in dit hoofdstuk meer.

6.2

Hoe werkt het omgevingsplan Binckhorst? Het omgevingsplan Binckhorst bestaat uit een aantal onderdelen die vergelijkbaar zijn met een regulier bestemmingsplan, het gaat dan om de regels en de verbeelding van het plan. Voor de onderbouwing bij en toelichting op de regels en de verbeelding is het OER opgesteld. Dit is een samenvoeging van het MER en de toelichting van een regulier bestemmingsplan. Daarnaast zijn nieuwe instrumenten toegepast zodat het Omgevingsplan Binckhorst goed kan (blijven) werken. De samenhang van dit geheel is gevisualiseerd in de volgende figuur.

Blad 71 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

In een regulier bestemmingsplan zijn de regels en de verbeelding juridisch bindend. Dat is in dit omgevingsplan niet anders. Nieuw is wel dat in dit omgevingsplan bij de regels een nadere duiding is opgenomen. Dit zijn de beleidsregels. Deze beleidsregels zijn geen onderdeel van het omgevingsplan, maar wel juridisch bindend. Aanvragen om omgevingsvergunning worden ook aan deze beleidsregels getoetst. In deze beleidsregels is invulling gegeven aan een bepaalde regel. Het voordeel van een beleidsregel is dat deze door het College van burgemeester en wethouders aangepast kan worden als dit bijvoorbeeld uit de monitoring noodzakelijk blijkt. Zo kunnen bepaalde eisen aangepast worden voor het hele plan, zonder dat hiervoor het plan opnieuw ter inzage hoeft te worden gelegd. In paragraaf 6.4 leest u hier meer over. Ook nieuw is een salderingssysteem. Hierdoor is het mogelijk om op een bepaald thema een iets minder kwaliteit (maar nog wel boven de wettelijke waarde) te halen, mits dit gecompenseerd wordt op andere vlakken. Dit staat toegelicht in paragraaf 6.5.

6.3

Waar vindt de borging plaats in de regels van het omgevingsplan In de volgende tabel is opgenomen welke te beschermen waarden en keuzes uit de voorgaande hoofdstukken zijn afgeleid. In deze tabel is toegelicht of de borging in het Omgevingsplan Binckhorst plaatsvindt en/of op welke wijze de vertaling en omgang hiervan plaats vindt buiten het omgevingsplan. Bij de borging in het omgevingsplan is uitgegaan van het onderscheid tussen een harde norm, de mogelijkheid tot afwijking en is beschreven of flexibiliteit mogelijk is door toepassing van saldering (zie voor meer informatie hoofdstuk 6). Bij de wijze van vertaling en omgang buiten het plan is een onderscheid gemaakt tussen afwegingsruimte (in bijvoorbeeld het beleidskader), de actualisatie van de Gebiedsaanpak of overige mogelijkheden.

Blad 72 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Bij de indeling van deze tabel is voor de borging in het omgevingsplan bepalend geweest hoe de betreffende regel luidt. Bij regels zoals ‘in acht nemen’ of als voldaan moet worden aan bijvoorbeeld een geluidsnorm van maximaal 55 dB is sprake van een harde norm. Indien de regel luidt ‘rekening houden met’ of als er afwegingsruimte in beleidsregels is opgenomen (door het mogelijk maken van verschillende invullingen) is er ruimte voor het maken van afwegingen. Saldering geeft extra flexibiliteit. De onderdelen waar deze flexibiliteit van toepassing is, zijn in de regels opgenomen. Ook buiten het omgevingsplan zullen de te beschermen waarden en keuzes landen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen afwegingsruimte in het beleid, de actualisatie van de Gebiedsaanpak of overige mogelijkheden. Bij afwegingsruimte kan gedacht worden aan afwegingsruimte in het beleid. Een voorbeeld hiervan is de afwijking die in het parkeerbeleid is opgenomen voor duurzame mobiliteitsmaatregelen. Indien bepaalde onderwerpen in de actualisatie van de Gebiedsaanpak zijn opgenomen, is dit kader gemarkeerd. Overige besluiten zijn bijvoorbeeld het nemen van een verkeersbesluit of overige wet- en regelgeving.

Ambitie

Aspect

Waar geborgd in regels

Binckhorst als stadsentree met een regionale oriëntatie

Vergroten aandeel fiets en OV en stimulatie gebruik schone brandstoffen Waarborgen capaciteit wegen en kruisingen Parkeerbeleid, inclusief parkeren op eigen terrein Waarborgen verkeerstructuur

7.2.1. onder j

Harde norm

Afwegings- Saldering ruimte Mogelijk mogelijk? Binnen het omgevingsplan

7.2.1. onder i

7.2.1. onder h

Wijze van bestemmen (verkeer vs transformatiegebied) 7.2.1 onder i 7.2.2 onder a

Fietsstructuur binnengebieden bij transformatie

Wijze van bestemmen (verkeer vs transformatiegebied) 7.2.2. onder a

Blad 73 van 85

Afwegings- Gebieds- Overig ruimte aanpak mogelijk? Buiten het omgevingsplan

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Ambitie

Aspect

Waar geborgd in regels

Binckhorst als economische factor van betekenis

Aantal bvo bedrijvigheid en type

7.2.7 (bedrijven) 7.2.14 (bedrijfsverzamelgebouw) 7.2.15 (mixed-concepts) 7.2.16 (creatieve industrie) 7.2.8 (detailhandel) 7.2.9 (kantoor) 7.2.10 (maatschappelijk) 7.2.11 (cultuur en ontspanning) 7.2.12 (horeca) 7.2.13 (hotel) 7.2.17 (recreatieve activiteiten) Artikel 3 7.2.1 onder m 7.2.14 onder b (bedrijfsverzamelgebouw) 7.2.16 onder a (creatieve industrie) 7.2.8 onder a (detailhandel) 7.2.9 onder a (kantoor) 7.2.10 onder a (maatschappelijk) 7.2.11 onder a (cultuur en ontspanning) 7.2.13 onder a (hotel) Artikel 14

Aantal bvo voorzieningen en type

Behoud bestaande bedrijvigheid

Harde norm

AfwegingsSaldering ruimte Mogelijk mogelijk? Binnen het omgevingsplan

Blad 74 van 85

locatie

AfwegingsGebiedsOverig ruimte aanpak mogelijk? Buiten het omgevingsplan

vuurwerk

leisurestructuur locatie

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Ambitie

Aspect

Waar geborgd in regels

Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied

Aantal woningen en type woningen Conflict tussen geluidbeleid en woonambities

7.2.6

Geluidbelasting per deelgebied: uitspraak over acceptabel geluidsniveau

7.2.1 onder a 7.2.1 onder b 7.2.1 onder c 7.2.1 onder d 7.2.1 onder e 7.2.10 onder a en b

Beleid gevoelige bestemmingen langs wegen > 10.000 mvt/etmaal Gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan Luchtkwaliteit Lekstraat en Neherkade door extra verkeer transformatie Omgang groepsrisico bij de aanwezige risicobronnen Beleid ten aanzien van nieuwe risicobronnen Vastleggen nieuwe ontheffingsroute gevaarlijke stoffen Geurcontouren en nieuwe woonfunctie Milieuruimte bedrijven

Vastleggen hoogspanningsleidingen, inclusief belemmeringenstrook Borging van gezondheidsbevorderende aspecten

Harde norm

AfwegingsSaldering ruimte Mogelijk mogelijk? Binnen het omgevingsplan

AfwegingsGebieds- Overig ruimte aanpak mogelijk? Buiten het omgevingsplan

Type woningen

artikel 26

Verkeersbesluit

7.2.1 onder ad

n.v.t.

Monitoring

7.2.1 onder aa 7.2.1 onder aa n.v.t.

Ontheffingsbesluit

7.2.1 onder r, s, en t artikel 3 7.2.7 onder b, c, e en f

Grotere richtafstand onder voorwaarden

7.2.3 onder b en 7.2.4 onder b

7.2.1 onder o

Blad 75 van 85

Inrichting openbare ruimte

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Ambitie

Aspect

Waar geborgd in regels

Binckhorst als proeftuin voor duurzaamheid en vergroening

Vertaling verbetering bodemkwaliteit en gebruik in het omgevingsplan Borging bescherming archeologische waarden bij nieuwe ontwikkelingen Bescherming monumenten Bepalen omgang met beeldbepalende (nietbeschermde) gebouwen Borging te beschermen waarden waterkeringen en waterstaatswerken Bepalen omgang met stand still beginsel waterberging hemelwater Mogelijkheden om de matige afvoer te verbeteren Wijze van omgang met klimaatadaptatie Omgang met de ambities en maatregelen uit het gemeentelijk groenbeleid Borging te beschermen ecologische waarden en gebieden Mogelijkheden groengebieden binnen en buiten de Bickhorst te verbinden Impact van stikstofdepositie op Natura 2000 door transformatie Indeling van de gebieden qua primaat van functies en uitstraling Omgang huidige stedenbouwkundige kwaliteiten en transformatie Borging beleid en afspraken duurzame gebouwen en aardgasloze wijk Omgang met verouderd aanwezige gas-infrastructuur Omgang met energieopwekking (geothermie, zonnepanelen) Omgang met circulaire economie Inzameling huishoudelijk en bedrijfsafval

7.2.1 onder f

Harde norm

AfwegingsSaldering ruimte Mogelijk mogelijk? Binnen het omgevingsplan

7.2.3 onder a

7.2.5 7.2.5

AfwegingsGebiedsruimte aanpak mogelijk? Buiten het omgevingsplan

Overig

In beleid nog ruimte voor keuzes Beeldkwaliteit te Aanwijzen beschermen nieuw waarden monument

7.2.1 onder y

7.2.1 onder w

n.v.t.

Extra onderhoud

7.2.1 onder x 7.2.2 onder a

Inrichtingsplan openbare ruimte

7.2.1 onder u en 7.2.2 onder a 7.2.2 onder a

Inrichtingsplan openbare ruimte

n.v.t.

Natuurwetgeving

7.2.2 onder a

7.2.2 onder a

7.2.2 onder f en 7.2.6 onder b n.v.t.

Gebiedsaanpak

Vervolg

n.v.t.

Gebiedsaanpak

Vervolg

7.2.7 onder a en e 7.2.1 onder ac

Blad 76 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

6.4

Beleidsregels Eén van de innovatieve instrumenten van het Omgevingsplan Binckhorst zijn de beleidsregels. Hoewel het nu al mogelijk is om in bestemmingsplannen te werken met open nomen waaraan beleid is gekoppeld (zoals het dynamisch verwijzen naar het parkeerbeleid) is deze mogelijkheid in het Omgevingsplan Binckhorst verder uitgewerkt. Voor diverse onderwerpen, zoals horeca, ruimtelijke structuur, archeologie en bescherming van de bestaande bedrijvigheid is een open norm in het Omgevingsplan opgenomen die in de beleidsregels verder is uitgewerkt. In totaal zijn voor 19 inhoudelijke onderwerpen beleidsregels opgesteld. Ook zijn procedurele beleidsregels opgenomen. Deze zorgen ervoor dat de werking van andere instrumenten zoals saldering of het GIS-systeem goed kunnen werken. Met de beleidsregels geeft de gemeente invulling aan bepaalde open normen (randvoorwaarden genoemd in de regels). Bij een aanvraag om omgevingsvergunning door de initiatiefnemer zal het voldoen aan: moeten aantonen dat hij voldoet aan het gestelde in de beleidsregels. Voorbeeld 1 Een voorbeeld is de bescherming van de bestaande bedrijven. Als in de buurt van zo’n bestaand bedrijf woningbouw wordt gerealiseerd dan kan het zijn dat hier een spanningsveld ontstaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10246220/1