CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309012 Bijlage 6 Aanvulling Omgeving Effect Rapport Omgevingsplan Binckhorst

Commissie Ruimte 17 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting inzake het ontwerp partiele herziening omgevingsplan Binckhorst (herstelbesluit 1B), RIS30901229.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsplan Binckhorst Aanvulling Omgeving Effect Rapport (OER)

projectnummer 0431517 definitief 17 mei 2021

Omgevingsplan Binckhorst Aanvulling Omgeving Effect Rapport (OER)

projectnummer 0431517 definitief 17 mei 2021

Auteurs drs. H. Lindeboom mr. M. Schouten drs. T. Artz

Opdrachtgever Gemeente Den Haag Postbus 12655 2500 DP 's-Gravenhage

datum vrijgave Mei 2021

beschrijving revisie definitief

gecontroleerd mr. M. Schouten

vrijgave drs. T. Artz

De rol van deze aanvulling en leeswijzer

1

Waarom een aanvulling? Leeswijzer 2

1

1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Een gebied met een ‘randje’ Uitgangspunten voor de transformatie Een omgevingsplan voor de Binckhorst

4 5 7

2

Ambities voor de Binckhorst

9

2.1 2.2 2.3 2.4

Vier ambities voor de Binckhorst Onderverdeling in vijf deelgebieden en stedenbouwkundige uitgangspunten Al veel keuzes voor de start van het omgevingsplan Waar worden de te beschermen waarden en keuzes vastgelegd?

9 13 14 14

3

Foto van de Binckhorst: de huidige situatie en referentiesituatie

15

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

De referentiesituatie voor de Binckhorst Factsheets en GIS-systeem Mobiliteit en infrastructuur Leefbaarheid en gezondheid Duurzaamheid Cumulatie van milieuhinder

15 15 16 19 31 38

4

Spanningsveld tussen ambities en de fysieke leefomgeving

40

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Analyse van ambities en fysieke leefomgeving leidt tot indeling in drie categorieën Nadere analyse van aandachtspunten Detaillering van de mogelijkheden voor woon- en werkfuncties Impact van de maximale mogelijkheden van het plan Conclusies nadere analyse

40 42 42 45 55

5

Mogelijke keuzes met bijbehorende effecten

56

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Redelijkerwijs te beschouwen alternatieven De te maken keuzes en mogelijke alternatieven Keuzes voor de Binckhorst als stadsentree met een regionale oriëntatie Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied Proeftuin duurzaamheid en vergroening Een voorkeurspakket van keuzes

56 57 59 61 66 70

6

De borging van te beschermen waarden en gemaakte keuzes

71

6.1 6.2 6.3

Van keuzes naar regels Hoe werkt het omgevingsplan Binckhorst? Waar vindt de borging plaats in de regels van het omgevingsplan

71 71 72

6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

Beleidsregels Saldering Hoe zijn keuzes geregeld buiten het omgevingsplan om? Monitoring & GIS-systeem Monitoring: cruciaal voor de werking van het omgevingsplan

77 77 82 82 83

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

De rol van deze aanvulling en leeswijzer Waarom een aanvulling? Zienswijzen en advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage Het ontwerp-omgevingsplan Binckhorst heeft ter inzage gelegen en hierop zijn diverse zienswijzen binnengekomen. Ook heeft toetsing door de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. (verder Commissie m.e.r. ) plaatsgevonden. De Commissie kijkt of het milieueffectrapport (in geval van de Binckhorst het OER) alle informatie bevat die nodig is om het milieubelang volwaardig mee te nemen bij het besluit. De Commissie m.e.r. heeft in een voorlopig advies geadviseerd om een aanvulling op het OER op te stellen. Een navolgbaar plan De kern van de zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r. is dat het plan een complex en een moeilijk navolgbaar geheel vormt. Dit is goed te begrijpen. Het ontwerpplan telt meer dan 5.000 pagina’s, verdeeld over de toelichting, regels en 47 bijlagen. Dit maakt het voor nietingewijden lastig te doorgronden. Zo wordt aangegeven dat niet navolgbaar is welke keuzes voorliggen, op welke gronden deze zijn gemaakt en hoe deze geborgd zijn. In deze aanvulling zijn het advies van de Commissie m.e.r. en de diverse zienswijzen ter harte genomen.

Elementen die terugkomen in de aanvulling Deze aanvulling gaat nader in op onder meer de werking van het omgevingsplan Binckhorst, de gemaakte (bestuurlijke) keuzes en daar waar nodig is de (milieu)informatie aangevuld. Specifiek hebben de volgende elementen uit het advies en de zienswijzen een plaats in de aanvulling:  Een beschrijving van de referentiesituatie en daaruit volgende knel- en aandachtspunten;  Meer inzicht in welke keuzes voorlagen en op welke gronden deze gemaakt zijn;  De onderlinge relatie tussen de keuzes, de botsproeven, de beoordeling van de effecten en de uiteindelijke set aan regels;  Nadere uitleg van de werking van het salderingsysteem;  Uitleg van de sturingsfilosofie en de daaruit volgende set met regels;  De relatie tussen het omgevingsplan en monitoring. De commissie heeft de concept-aanvulling op het OER getoetst en heeft op basis daarvan geoordeeld dat met de aanvulling op het OER de belangrijkste milieu-informatie beschikbaar is om een besluit te nemen over het omgevingsplan (zie hiervoor het advies d.d. 22 februari 2018). De ingediende zienswijzen hebben ertoe geleid dat voorgesteld wordt om het ontwerpomgevingsplan gewijzigd vast te stellen.

Om te zorgen dat alle verwijzingen en onderzoeksgegevens overeenkomen met het raadsvoorstel ten behoeve van de vaststelling en de voorgestelde wijzigingen van het college is bij het definitief maken van deze aanvulling gebruik gemaakt van het omgevingsplan zoals dat in gewijzigde vorm zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Versie definitief mei 2021 Na de vaststelling van het omgevingsplan Binckhorst zijn beroepen ingediend bij de Raad van State, die deels betrekking hadden op het thema geur. Ten behoeve hiervan is een ontwerpherstelbesluit (ex artikel 6:19 Awb) ter visie gelegd gericht op het ophogen van de schoorsteen van de HAC. Na de tervisielegging van dit ontwerp-herstelbesluit is echter een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de HAC voor het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van de asfaltcentrale HAC per 1-1-2022 en het beëindigen van de huurovereenkomst met betoncentrale Cementbouw gevestigd op hetzelfde terrein. Het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van deze beide bedrijven heeft gevolgen voor de thema’s geur en geluid. Deze aanvulling op het OER is daarom op deze twee thema’s in overeenstemming gebracht met de herstelbesluiten 1A en 1B. Blad 1 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Leeswijzer Deze aanvulling vervangt niet het OER in het omgevingsplan, maar legt op een navolgbare manier uit hoe het omgevingsplan in elkaar zit en welke keuzes zijn gemaakt. In de figuur staat de route, die geleid heeft tot het uiteindelijke omgevingsplan. In deze aanvulling volgen we deze route en staan we stil bij de verschillende haltes. De invulling van de haltes staat in de figuur op de volgende pagina. Deze aanvulling is zo geschreven dat deze zelfstandig leesbaar is. Voor specifieke details, bijvoorbeeld over een bepaald thema of analyse is een verwijzing opgenomen naar het OER of een van de bijlagen hierbij. De hoofdstukken in de aanvulling corresponderen met de nummers uit de figuur.

Blad 2 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Blad 3 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

1

Inleiding De gemeente Den Haag wil de Binckhorst transformeren naar een levendige gemengde stadswijk waar gewoond en gewerkt wordt. Sinds 2011 is de Gebiedsaanpak Binckhorst de leidraad geweest voor de organische gebiedsontwikkeling van het bedrijventerrein. De Binckhorst ligt vlakbij het centrum waar de afgelopen jaren een grote dynamiek ontstaan is. Het is dan ook niet gek dat dit gebied vol in de belangstelling staat: de transformatie naar een gemengd gebied is al gaande. Om dit proces verder te faciliteren is een nieuw ruimtelijk kader opgesteld: het Omgevingsplan Binckhorst. Voor dit omgevingsplan zijn reeds bij de start enkele uitgangspunten vastgesteld door de gemeenteraad. Deze vormen de basis voor de verdere uitwerking.

1.1

Een gebied met een ‘randje’ De ambitie om de Binckhorst te transformeren naar een gemengde stadswijk waar ook wonen een plaats krijgt, is niet zonder aandachtspunten: Aanwezigheid van bijzondere waarden De Binckhorst is reeds aan het transformeren. Zo zijn diverse bijzondere elementen vanuit een industrieel verleden omgevormd tot plekken voor startups en creatieve broedplaatsen. Voorbeelden zijn de Caballerofabriek en Bink36. Daarnaast zijn ook unieke elementen, zoals Kasteel Binckhorst en begraafplaats St. Barbara in het gebied aanwezig. Industrieel gebied Op diverse plaatsen is industrie aanwezig, die niet zonder meer mengbaar is met wonen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de betonmortelfabriek. Daarnaast zijn ook vele kleine bedrijven met milieucirkels in het plangebied aanwezig. Infrastructurele hub In de Binckhorst komen diverse drukke verkeersaders samen. Dit is de plaats waar de Rotterdamsebaan op de centrumring aantakt, de eerste afslag van de Utrechtsebaan richting Den Haag ligt en een spoorwegemplacement aanwezig is. Leefkwaliteit onder druk Door de aanwezige industrie, bedrijvigheid en infrastructuur is sprake van geluidcontouren over het hele gebied, diverse aandachtsgebieden vanuit externe veiligheid en plaatsen waar de luchtkwaliteit net onder de grenswaarden ligt.

Dit zorgt ervoor dat de leefkwaliteit in het gebied onder druk staat, zeker als gevoelige bestemmingen als woningen toegevoegd worden in het plangebied.

Blad 4 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie: nadere analyse nodig om woningbouw mogelijk te maken Het is duidelijk dat de Binckhorst geen maagdelijk gebied is waar zonder aandachtspunten woningen gebouwd kunnen worden. Het is een gebied met een randje. Dit is het altijd ook geweest: een vrijgevochten, bijzonder deel van de stad. De opgave is om dit karakter te behouden, maar tegelijkertijd ook woningbouw op grote schaal toe te voegen. Dit vraagt om een nadere analyse om te bepalen of en onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Dit is de kernopgave van het Omgevingsplan Binckhorst.

1.2

Uitgangspunten voor de transformatie De economische crisis leidde tot harde keuzes in het grondbeleid van gemeenten. In plaats van een actief grondbeleid, koos de gemeente in 2011 (Gebiedsaanpak Binckhorst) voor een meer afwachtende houding. De gemeente wil particulier initiatief, creativiteit en innovatie verder stimuleren zonder hier allerlei regels en voorwaarden aan te verbinden. Dit betekent dat de gemeente de richting en kaders van de transformatie aangeeft, maar de markt de vrijheid geeft om initiatieven te bedenken en nader in te vullen. Deze basishouding van de gemeente leidt tot drie uitgangspunten die het fundament vormen voor opgestelde ruimtelijk plan. Deze uitgangspunten zijn in een ‘traditioneel’ bestemmingsplan lastig te regelen. De Binckhorst mag echter alvast gebruik maken van diverse instrumenten die het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt, waardoor deze uitgangspunten beter te regelen zijn. Dit is de reden dat we spreken over een omgevingsplan1 in plaats van een bestemmingsplan. Paragraaf 1.4 gaat nader op de nieuwe mogelijkheden in een omgevingsplan in.

1.2.1

Organisch en flexibel plan Bij de faciliterende aanpak, waar veel ruimte voor initiatief is, kiest de gemeente voor een flexibel plan. De keuze komt voort uit meerdere redenen. Voor de crisis heeft de gemeente een Masterplan gemaakt voor de Binckhorst, waarbij er vanuit werd gegaan dat vanuit de ISV-gelden de rijksoverheid en de markt zouden bijdragen aan de transformatieopgave. Op dat moment kwam de crisis en lag er een plan zonder draagvlak en een enorm financieel tekort. In 2011 heeft de gemeenteraad daarom besloten het roer om te gooien en is gekozen voor een nieuwe manier van “organisch ontwikkelen”, waarbij het woord 1

Officieel: een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, maar we anticiperen alvast op de nieuwe term.

Blad 5 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

faciliteren vooropstaat. Niet meer vooraf alles bepalen of denken dat alles te plannen valt. Hierbij geldt ook het paradigma van minder overheidssturing, een verschijnsel dat in diverse sectoren (zie bijvoorbeeld ook het sociaal domein) leidend geworden is. Hierin is sprake van geloof in ondernemerschap en de overtuiging dat dit het beste gefaciliteerd kan worden met weinig regels, veel flexibiliteit en een hoge mate van zelfredzaamheid van en voor partijen. Tot slot heeft het kiezen voor een organisch en flexibel plan ook te maken met grondposities. De grondposities in de Binckhorst zijn in handen van verschillende partijen. De gemeente kan dus minder goed privaatrechtelijk sturen dan wanneer alle grond volledig in handen is van de overheid.

1.2.2

Beschermen bestaande bedrijvigheid De Binckhorst omarmt haar verleden en heden als industrieel gebied. In de Binckhorst is zowel plaats voor de industrie zoals we die van oudsher kennen (zoals de betoncentrale) maar ook nieuwe bedrijfsmatige concepten, zoals bedrijfsverzamelgebouwen die een inspirerende, creatieve omgeving bieden waar kruisbestuivingen mogelijk zijn (zoals de CabFab en Bink 36). Om zowel het verleden als het heden te waarborgen is bescherming van bestaande bedrijvigheid nodig. Bescherming van bestaande bedrijvigheid is ook nodig als tegenkracht voor het toestaan van nieuwe functies. Dit uitgangspunt geldt dan ook voor alle aanwezige functies. De realisatie van woningen heeft impact op de bedrijfsvoering van aanwezige bedrijven. Door het opstellen van regels die dit voorkomen, tracht de gemeente een evenwichtige transformatie te bewerkstelligen: nieuwe ontwikkelingen die rekening houden met het bestaande.

1.2.3

Beleidsneutraal, tenzij.. In bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met beleid vanuit het Rijk, de provincie, het waterschap en natuurlijk ook de gemeente. Omdat een omgevingsplan naar de hele fysieke leefomgeving kijkt, betekent dit dat er ten opzichte van een bestemmingsplan meer thema’s integraal afgewogen worden. Dit leidt tot een flink pakket aan beleid dat meegewogen moet worden, zie de figuur. Het omgevingsplan kan door specifieke instrumenten (saldering, open normen: hierover later meer) extra flexibiliteit toevoegen. Later, als de Omgevingswet van kracht is, worden de mogelijkheden om flexibiliteit te regelen nog verder vergroot. De gemeente heeft een bewuste keuze gemaakt bij de start van het omgevingsplan om de bestaande beleidskaders niet aan te passen. Wel is sprake van een prioritering van het beleid. Mobiliteit, wonen en werken zijn belangrijke beleidskaders. Dit is geen nieuw standpunt, maar stamt al uit de tijd van het Masterplan en de planvorming rondom de Rotterdamsebaan. Dit neemt uiteraard niet weg dat wel getracht is het beleid zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten.

Blad 6 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Een andere reden om de bestaande beleidskaders niet aan te passen, is de complexiteit van de pilot voor de Omgevingswet. De Binckhorst is het eerste plan in Den Haag dat gebruik mag maken van het gedachtegoed van de nieuwe Omgevingswet. Ook is dit plan landelijk gezien ook één van de eerste projecten die aan de slag konden. Het is daarom ook voor de gemeente een pilot om te experimenteren met de nieuwe instrumenten die de wet biedt. Om dit proces behapbaar te houden, is ervoor gekozen om aanpassing van het beleid niet in dit plan, maar in een separaat traject vorm te geven. Hierdoor wordt ook voorkomen dat eventuele aanpassing van het beleid niet te overziende gevolgen heeft voor gebieden buiten de Binckhorst. Uiteindelijk zal dit gebied straks opgenomen worden in het gemeentedekkende omgevingsplan met integraal en afgewogen beleid voor de hele stad.

1.3

Een omgevingsplan voor de Binckhorst

1.3.1

Een pilotproject Het op te stellen omgevingsplan voor de Binckhorst maakt deel uit van een pilot in het kader van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. De Binckhorst mag – vooruitlopend op de Omgevingswet – experimenteren met enkele nieuwe instrumenten uit deze wet. Deze instrumenten maken het eenvoudiger om de gewenste uitgangspunten (paragraaf 1.2) te regelen. Enkele instrumenten zijn in de tabel toegelicht.

Instrument

Betekenis

Bredere reikwijdte Langere planperiode Open normen

Meer thema’s die meegenomen worden: de gehele fysieke leefomgeving. Daarom wordt niet van een MER (milieueffectrapport), maar van een OER (OmgevingsEffectRapport) gesproken. Het plan is 20 jaar geldig in plaats van 10 jaar.

Beleidsregels

Fasering onderzoek

Saldering

Dynamisch GIS-systeem Monitoring

In het omgevingsplan mogen regels worden opgenomen waarvan de uitleg afhankelijk is van beleidsregels. Met open normen kan sneller worden ingespeeld op beleidswijzigingen, waardoor het omgevingsplan robuust wordt. Door gebruik te maken van beleidsregels kunnen wijzigingen in het beleid direct aangepast worden zonder dat daar een wijziging van het omgevingsplan voor nodig is. Voor de totstandkoming van beleidsregels geldt uiteraard wel dezelfde zorgvuldigheideisen als voor planregels. Beleidsregels moeten naleefbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Bij vaststelling van het omgevingsplan hoeven nog geen volledige milieuonderzoeken uitgevoerd te worden. Dit mag worden uitgesteld naar het moment waarop concrete aanvragen voor omgevingsvergunningen worden gedaan. Dan wordt bij de vergunningverlening datgeen getoetst wat daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden in plaats van dat vooraf diverse scenario’s moeten worden onderzocht zonder te weten wat er daadwerkelijk komt. Initiatieven die (net) niet passen binnen de gemeentelijk beleidskaders, maar wel voldoen aan de wettelijke normen én een bijdrage leveren de ambities van het gebied krijgen de ruimte om op bepaalde onderdelen af te wijken, als dat op andere onderdelen tot een extra bijdrage leidt.

Online systeem waar alle milieu- en ruimtelijke informatie op kaart aanwezig is Vinger aan de pols om de leefomgevingskwaliteit en het halen van de ambities te bewaken. Op basis van de monitoring in combinatie met maatregelen achter de hand kan tijdig bijgestuurd worden. Monitoring is cruciaal voor de balans tussen het verwezenlijken van ambities en het bieden van flexibiliteit.

Blad 7 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

1.3.2

Een organisch en flexibel plan, maar toch meer regels? Bij een faciliterende aanpak, waar veel ruimte voor initiatief is, past een flexibel plan. Een plan dat organische ontwikkeling mogelijk maakt en geen blauwdruk voor het gebied oplegt. Het lijkt daarom logisch dat het Omgevingsplan Binckhorst minder regels dan een traditioneel plan bevat. Dit is echter niet het geval. Het Omgevingsplan Binckhorst bevat misschien wel meer regels dan gemiddeld. Dit vraagt om een nadere toelichting. Behoefte aan duidelijkheid De gemeente heeft veel gesprekken gevoerd met initiatiefnemers én belanghebbenden in de Binckhorst en hieruit blijkt dat naast flexibiliteit er ook een sterke behoefte is aan duidelijkheid. Initiatiefnemers en belanghebbenden willen duidelijkheid wanneer wordt voldaan aan de regels. Echter als de regels open en vager zijn geformuleerd dan in reguliere bestemmingsplan is dat niet in één oog op slag duidelijk. Een voorbeeld: als in de regels staat dat een gebouw niet hoger mag zijn dan 8 meter is dit klip en klaar.

Maar wanneer wordt voldaan aan de ruimtelijke kwaliteit van een gemengd woon-, werken leefgebied als de bouwhoogte tussen de 8 – 70 meter mag bedragen én er hoogteaccenten mogelijk zijn? Een open norm in de regels, gecombineerd met een (flexibel) duidelijk spelregelkader in de beleidsregels, geeft antwoord op de vraag: wanneer is het goed genoeg en welke rechtszekerheid aan derde belanghebbenden wordt geboden. De gemeente heeft hierbij de voorkeur gegeven aan een meer uitgebreide verduidelijking in de beleidsregel die handvatten geeft voor uitwerking, dan bijvoorbeeld het regelen van onderwerpen in een meer algemene zorgplichtbepaling. Uitzonderingen op de regel Het plan biedt veel flexibiliteit en bijvoorbeeld via saldering ook uitzonderingen op de regels. Deze uitzondering moet echter wel goed beschreven zijn, anders is toetsing onmogelijk. Dit leidt tot extra regels. Bundeling van regels In het omgevingsplan zijn veel regels bijeengebracht die wel golden maar niet direct zichtbaar en/of vindbaar waren. Hierdoor lijkt het of er meer regels zijn, terwijl deze nu juist meer zichtbaar zijn. Pilotstatus leidt tot meer regels In de pilot mogen enkele, maar niet alle instrumenten, van de nieuwe Omgevingswet gebruikt worden.

Uit de pilot blijkt dat het aanbrengen van flexibiliteit in een plan dat deels van oude wetgeving (Wet ruimtelijke ordening) en deels van nieuwe wetgeving (Omgevingswet) gebruik maakt, leidt tot meer regels. Dit is een belangrijke les uit deze pilot.

Blad 8 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

2

Ambities voor de Binckhorst Op deze tweede halte staan de ambities voor de Binckhorst centraal. Deze ambities bepalen samen wat de stip op de horizon voor de transformatie van de Binckhorst is. Ze vormen de aanleiding om überhaupt een nieuw ruimtelijk plan voor het gebied op te stellen. De ambities komen niet uit de lucht vallen, maar komen uit diverse vastgestelde beleidskaders. Waar relevant zijn deze benoemd. De ambities voor de Binckhorst staan dan ook niet ter discussie. Ze vormen net als de uitgangspunten uit het vorige hoofdstuk het fundament waarop het omgevingsplan is gestoeld.

2.1

Vier ambities voor de Binckhorst De ontwikkeling van de Binckhorst kan niet los worden gezien van de ontwikkeling van Den Haag. De stad groeit de komende jaren met meer dan 4.000 inwoners per jaar. Tegelijk verandert ook de economische structuur ingrijpend. De werkgelegenheid krimpt in traditionele sectoren, terwijl nieuwe werkgelegenheid zich aandient (creatieve industrie, cyber en toerisme). Andere transitieopgaven zijn de noodzaak tot het ontwikkelen tot een veerkrachtige stad (sociale inclusiviteit) en inzetten op slimme stadsontwikkeling (mobiliteitsoplossingen, energietransitie en klimaatadaptiviteit) en organiserend vermogen (inzetten Haagse Kracht, samen stad maken). De doelstelling is om de Binckhorst te transformeren tot een gecombineerde woon-werkwijk. Om dit te bereiken zijn vier ambities benoemd. Hierbij zijn de eerste twee ambities meer gericht op het werken, de derde ambitie specifiek voor het woongebied en de laatste geldt voor beide.

In de volgende paragrafen staat een korte samenvatting per ambitie. Voor meer informatie over een specifieke ambitie, kunt u hoofdstuk twee van het OER en hoofdstuk drie en vier van de Actualisatie Gebiedsaanpak Binckhorst raadplegen.

2.1.1

De Binckhorst als stadsentree met een regionale oriëntatie De Binckhorst heeft als locatie alles om dé stadsentree van Den Haag te zijn. Op fietsafstand van het centrum en drie NS-stations, de Utrechtsebaan ligt naast het gebied en via de Neherkade en Lekstraat is de Binckhorst verbonden met de centrumring. Toch voelde de Binckhorst altijd als een betrekkelijk geïsoleerde buurt. De verbindingen waren onduidelijk, verouderd en in de spits stond het vast.

Blad 9 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

De komst van de Rotterdamsebaan heeft geleid tot een ware transformatie van het infrastructurele uiterlijk van het gebied. Niet alleen is de Rotterdamsebaan vanaf 2020 – naast de Utrechtsebaan – de verbinding tussen stad en rijkswegen, het heeft ook geleid tot grootschalige aanpassing van de infrastructuur in de Binckhorst. De aanleg van de Supernovaweg verbetert de verbinding tussen de Utrechtsebaan en centrumring. De wirwar aan straten is aangepast en nu is de interne verkeerstructuur van de Binckhorst verduidelijkt (zie figuur). Tot slot zijn ook de doorgaande fietsroutes aangepakt en is het voor fietsers verkeersveiliger en comfortabeler reizen naar de stad en/of de stations.

Niet alleen de structuur en de doorstroming zijn sterk verbeterd door de plannen. Voor het behoud van haar regionale centrumfunctie en het behoud en aantrekken van bewoners en nieuwe bedrijvigheid, vindt Den Haag het belangrijk dat de entrees ook representatief zijn. Een goede bereikbaarheid per auto, openbaar vervoer en langzaam verkeer dient daarom gepaard te gaan met een goede aankleding van de openbare ruimte. Hiertoe is de Binckhorstlaan op de schop gegaan en fungeert deze tot een stadsentree van de stad. Echter, een stadsentree wordt niet alleen gevormd door de infrastructuur. Het gaat om de omringende architectuur en (groene) omgeving. De verdere transformatie van de Binckhorst kan en moet hier dan ook een verdere bijdrage aan leveren. Alleen zo is groei tot een aantrekkelijke stadsentree mogelijk.

Blad 10 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

2.1.2

De Binckhorst als economische motor voor Den Haag Den Haag heeft 10% werkloosheid (CBS, 2017). Daarom kiest de gemeente om werkgelegenheid actief te stimuleren, onder andere door ruimte te bieden aan bedrijvigheid. Voor de Binckhorst betekent dit dat wonen en werken worden gecombineerd. Bovendien heeft de Binckhorst nu een dynamiek van start-ups en scale-ups die zorgt voor een nieuw type bedrijvigheid. Deze dynamiek wil Den Haag behouden en versterken. Daarnaast kent de Binckhorst lang zittende en zware bedrijvigheid. Ook deze bedrijven dragen bij aan de werkgelegenheid en economie van Den Haag en zijn daarom waardevol. Het uitgangspunt is daarom dat de bestaande bedrijvigheid kan blijven (zie ook de uitgangspunten uit hoofdstuk één). De inzet van de transitie van de Binckhorst is een gemengd woon- werkgebied met passende economische functies. In principe is in de Binckhorst plaats voor een breed scala aan functies. Deze zijn uitgebreid beschreven in de Gebiedsaanpak en het omgevingsplan. In hoofdstuk vier wordt nader gespecificeerd welke functies vanuit behoefte wenselijk en mogelijk zijn in de Binckhorst.

2.1.3

De Binckhorst als uitnodigend, karakteristiek woongebied In Den Haag is de woningnood hoog. In de komende twintig jaar moeten er nog voor ruim 30.000 woningen een plek gevonden worden. In de Haagse structuurvisie ‘Wereldstad aan Zee’ is de Binckhorst benoemd als één van de vijf ontwikkelingsgebieden. Het doel voor de Binckhorst is een betere aansluiting op het centrum, waar naast stedelijke bedrijvigheid ook ruimte is voor wonen en voorzieningen. Waar dit mogelijk is aan het water. In de Gebiedsaanpak (2011) is de woningbouwopgave voor de Binckhorst gekwantificeerd in een aantal van 5.000 woningen. In de woonvisie (2017) van de gemeente staat waar welke woonmilieus gewenst zijn. Voor de Binckhorst is dit een centrum-stedelijk woonmilieu, zie figuur. Dit betekent ‘wonen tussen andere functies, maar met meer wonen en minder kantoren. Ook andere specifieke en markante woongebouwen dan hoogbouw. Goede OV-bereikbaarheid. Goede mogelijkheden om binnen dit milieus specifieke thematische woonsferen te ontwikkelen (studentenmilieus, wonen aan zee, pioniersgebieden, woonwerkmilieus)’.

Blad 11 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Bij het bepalen van de stedelijkheid van een gebied wordt vaak gebruik gemaakt van de indicator FSI. Hoe hoger dit getal, hoe stedelijker het gebied. Om het type centrum-stedelijk wonen en het aantal woningen te realiseren zijn in het omgevingsplan onder meer minimale en maximale bouwhoogten 8-70 meter), maximale hoogteaccenten (140 meter) en de FSI (minimaal 1-1,5) opgenomen. Afhankelijk van de typering van het deelgebied zijn de hoogten en FSI nader gedefinieerd. Het centrum-stedelijk woonmilieu kenmerkt zich door hogere hoogten en een hoge FSI. Uit de Woonvisie blijkt ook dat het wonen in de Binckhorst een specifiek karakter heeft ten opzichte van andere woonwijken. Het unieke creatieve en rauwe karakter (een gebied met een ‘randje’) wordt omarmd. Het vormt een uitdaging om een mix van stedelijke woonwerkmilieus toe te voegen die hierbij past waarbij een acceptabele leefomgevingskwaliteit gewaarborgd is.

2.1.4

De Binckhorst als proeftuin voor duurzaamheid en vergroening Den Haag heeft hoge duurzaamheidsambities. De stad wil klimaatneutraal zijn in 2040. In de Agenda Den Haag Duurzaam 2015 – 2020 zijn de ambities en bijbehorende maatregelen nader gespecificeerd:  CO2-uitstoot verlagen tot 0: bij woningen, bedrijven en het vervoer  Warmtenet groter en duurzaam: bijvoorbeeld gasloos bouwen, aardwarmte en WKO.  Klimaatbestendige stad: bijvoorbeeld stimuleren groene daken, meer waterberging en koelte-eilanden

Blad 12 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Onderdeel van de ambitie is ook vergroening van de Binckhorst. Hier ligt een ambitieuze opgave, aangezien het gebied nu nog ‘stenig’ aandoet. Tot slot valt onder de noemer duurzaamheid natuurlijk ook een toekomstvast leefbaar gebied. Deze ambitie vormt hiermee ook een ‘tegengewicht’ aan de eerste drie ambities, die voornamelijk over mobiliteit, werken en wonen gaan. Alleen met een hoge kwaliteit van de openbare ruimte en een acceptabel niveau van milieuhinder is uiteindelijk een duurzaam woon-werkgebied haalbaar.

2.2

Onderverdeling in vijf deelgebieden en stedenbouwkundige uitgangspunten In de Binckhorst zijn vijf deelgebieden te onderscheiden. Deze gebieden verschillen in karakter, vertrekpunt en kansen voor wonen, werken of menging. In de volgende hoofdstukken is bijvoorbeeld per thema nader onderscheid te maken in effecten en kansen per gebied.

Blad 13 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Stedenbouwkundige uitgangspunten De Binckhorst beschikt in de huidige situatie over verschillende identiteiten, diverse schalen van gebouwen, ruimtes en bijzondere plekken. De indeling in deelgebieden geeft hier een eerste kenschets van. Om deze diversiteit te waarborgen en in de toekomstig te kunnen versterken is met behulp van werkateliers de stedenbouwkundige inpassing van het gebied tot stand gekomen. Hierbij zijn onder meer uitgangspunten opgesteld voor bouwhoogte en FSI (zie in onderstaande figuur). Deze uitgangspunten zijn als randvoorwaarde meegenomen bij het opstellen van het omgevingsplan Binckhorst.

2.3

Al veel keuzes voor de start van het omgevingsplan In de eerste twee hoofdstukken zijn al veel uitgangspunten en ambities benoemd. Deze uitgangspunten en ambities vinden hun grondslag in door de gemeenteraad vastgestelde besluit en beleidsdocumenten. Dit betreft onder andere de Structuurvisie, Haagse Nota Mobiliteit, Woonvisie, Gebiedsaanpak, vigerende bestemmingsplannen, etc. Hiermee is al een breed fundament aan keuzes gelegd voor het omgevingsplan Binckhorst. Bij het opstellen van het omgevingsplan zijn deze hier genoemde keuzes dan ook als randvoorwaardelijk beschouwd.

2.4

Waar worden de te beschermen waarden en keuzes vastgelegd? De meeste keuzes die voor de transformatie van de Binckhorst gemaakt zijn, landen in het omgevingsplan. Voor aantal thema’s worden de keuzes privaatrechtelijk vastgelegd of later nader uitgewerkt. De kapstok hiervoor is de actualisatie van de gebiedsaanpak. Hierin wordt beschreven hoe de ambities voor de Binckhorst nu precies gerealiseerd gaan worden en welke rol de gemeente daarin heeft. Deze actualisatie van de Gebiedsaanpak wordt tegelijkertijd met het omgevingsplan vastgesteld. Hierdoor is ook duidelijk hoe de ambities uit het omgevingsplan vertaald worden in concrete acties en werkwijzen en welke opgaven de gemeente hierbij zelf oppakt.

Blad 14 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

3

Foto van de Binckhorst: de huidige situatie en referentiesituatie De derde halte is een foto, inclusief een analyse van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling (referentiesituatie) van de Binckhorst. In dit hoofdstuk staan per thema de te beschermen waarden en knel- en aandachtspunten centraal.

3.1

De referentiesituatie voor de Binckhorst In een MER (of OER) worden de effecten van de plansituatie beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie en de referentiesituatie. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen. Dit zijn bijvoorbeeld vastgestelde plannen in het gebied of in de nabije omgeving. Ook de autonome groei van het verkeer door de realisatie van nieuwe plannen in Den Haag is opgenomen in de referentiesituatie. Voor sommige milieuthema’s is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie, omdat de autonome ontwikkelingen geen invloed hebben op deze thema’s. Dit geldt bijvoorbeeld voor cultuurhistorie, omdat hier geen fysieke ingrepen bij de aanwezige waarden plaatsvinden. Het Omgevingsplan Binckhorst richt zich op een planperiode van 20 jaar. Dit is de periode waarin naar verwachting de Binckhorst volledig is getransformeerd. Uitgaande van vaststelling van het omgevingsplan in 2018, loopt de planperiode van het plan tot 2038. Vele rekenmodellen, zoals verkeersmodellen lopen echter tot 2030. In het OER wordt daarom als referentiejaar 2030 gehanteerd en wordt een kwalitatieve doorkijk gegeven naar 2038. De belangrijkste autonome ontwikkelingen in en rondom het gebied De autonome ontwikkeling die veel impact op de Binckhorst heeft, is de realisatie van de Rotterdamsebaan.

Deze nieuwe inprikker zorgt voor een directe verbinding tussen de stad en de A4/A13 via een 2 kilometer lange tunnel. Onderdelen van dit project, zoals de Supernovaweg en de Verlengde Melkwegstraat zijn inmiddels al gerealiseerd en in gebruik genomen. De Rotterdamsebaan is vanaf de zomer van 2020 open. Ook zijn in het gebied vergunningen verleend voor transformatie van bestaande kantoorpanden naar woningen met bijbehorende voorzieningen. In het dynamische GIS-systeem wordt dit vanaf vaststelling van het omgevingsplan bijgehouden. Hierdoor is altijd een actueel inzicht in de huidige situatie.

3.2

Factsheets en GIS-systeem Factsheets In het omgevingsplan is de huidige situatie en referentiesituatie in 29 factsheets beschreven. In dit hoofdstuk is hier de rode draad uitgehaald en zijn de te beschermen waarden en aandachtspunten per thema samengevat. Hoewel dit grotendeels een herhaling van de factsheets is, wordt hiermee wel in één hoofdstuk inzichtelijk hoe de referentiesituatie eruit ziet. Die wens is zowel vanuit de zienswijzen als Commissie m.e.r. ingegeven. Voor een uitgebreide beschrijving per thema of het daarbij behorende beleid verwijzen wij u naar de betreffende factsheets. De thema’s zijn geclusterd in drie groepen:  Mobiliteit & Infrastructuur

Blad 15 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

 

Leefbaarheid & Gezondheid Duurzaamheid

Het resultaat is aan het eind van het hoofdstuk in een overzicht van de uitdagingen (aandachts- en knelpunten) voor de transformatie van de Binckhorst weergegeven. Dynamisch GIS-systeem In de huidige en referentiesituatie zijn er vele waarden, aandachtspunten en belemmeringen die van invloed zijn op de transformatiemogelijkheden in de Binckhorst. Bijvoorbeeld de verkeersbelasting van de wegen, milieucontouren vanwege geluid, geur en externe veiligheid, maar ook archeologische verwachtingswaarden en waardevolle groenstructuren. Al deze informatie van de huidige situatie en referentiesituatie is vastgelegd in een dynamisch GISsysteem. In dit digitale systeem staat per thema informatie over de fysieke leefomgeving waar rekening mee gehouden moet worden bij een concrete ontwikkeling in de Binckhorst. Als u wilt inzoomen op een bepaald thema of locatie kunt u het dynamische GIS-systeem via deze link bereiken: www.denhaag.nl/omgevingskaartbinckhorst.

3.3

Mobiliteit en infrastructuur Beleid Het mobiliteitsbeleid staat in de Haagse Nota Mobiliteit. De hierin gemaakte beleidskeuzes zijn:  Vergroten marktaandeel schone en zuinige vervoersmiddelen: groei aandeel fiets en OV ten opzichte van de auto en het stimuleren gebruik van schone brandstoffen.  Betrouwbare bereikbaarheid van toplocaties: binnen twintig minuten in de spits zijn stadsrand en/of hoofdstation OV te bereiken.  Concentreren van het doorgaande verkeer op de hoofdwegen.  Beperken (openbaar) ruimtebeslag parkeren door parkeren op eigen terrein te verplichten. Autoverkeer Wegenstructuur De Binckhorst is in de huidige situatie in hoofdzaak een bedrijfsgebied dat voornamelijk per auto bereikbaar is. De Binckhorstlaan vormt, samen met de Mercuriusweg en de Maanweg, het hoofdwegennet in het gebied. Deze routes zijn ook een belangrijke schakel in de stedelijke verkeersstructuur. Daardoor is er op deze doorgaande routes in de Binckhorst ook veel autoverkeer aanwezig met een herkomst of bestemming elders in de stad. In de Binckhorst vindt momenteel een forse aanpassing plaats aan de infrastructuur. In de komende jaren wordt de Rotterdamsebaan aangelegd en de Binckhorstlaan vernieuwd.

Daarnaast is de (functionele) infrastructuur in de Binckhorst zelf ook ingrijpend in verandering met aanleg van nieuwe parallelwegen, de recent aangelegde Supernovaweg (op de figuur in hoofdstuk twee nog Spoorboogweg geheten) en het aanvullende deel van de Melkwegstraat en de afsluiting van enkele wegen in het gebied. Vanwege deze aanpassingen is voor de bestaande situatie uitgegaan van de verkeersstructuur zoals die in 2020 aanwezig zal zijn na aanleg van de Rotterdamsebaan. Intensiteiten De intensiteiten van de diverse wegen kunt u terugvinden in het dynamisch GIS-systeem of in bijlage 26: factsheet verkeer. Op de drukste wegen in het plangebied, de Rotterdamsebaan en de Supernovaweg, rijden tussen de 3.000 en 3.500 auto’s per uur in de spits. Op de Binckhorstlaan is

Blad 16 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

dit circa 600 auto’s per uur. Op de overige wegen is het aantal auto’s per uur aanmerkelijk lager en veelal beneden 250 auto’s per uur. Reistijden Vanuit Binckhorst is met de aanleg van de Rotterdamsebaan de goede bereikbaarheid naar stadsrand en diverse andere steden verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. tabel 3.1 geeft de reistijden (in minuten) van de huidige situatie en de referentiesituatie weer. Bestemming Rotterdam Delft Zoetermeer Leiden Pijnacker Ypenburg

Binckhorst Noord Huidige situatie Referentiesituatie 36 34 22 20 25 24 31 29 29 27 19 15

Binckhorst Zuid Huidige situatie Referentiesituatie 31 31 17 17 20 21 26 26 24 24 14 14

tabel 3.1 Reistijden huidige/referentiesituatie (in min) (bron: Factsheet functionele infrastructuur Binckhorst)

Doorstroming op wegvakken Voor de referentiesituatie is berekend wat de doorstroming op de diverse wegen en kruisingen is in 2030. Voor de wegen wordt dit inzichtelijk gemaakt met de zogenaamde I/C-verhouding. Dit is de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit. Deze I/C-verhouding is vooral relevant om de doorstroming op de hoofdwegen duidelijk te maken. In de Binckhorst zijn er geen aandachtspunten of knelpunten aanwezig met de doorstroming in de referentiesituatie. Dit geldt zowel voor de ochtend- als avondspits (zie figuur 3-1). Op de wegen in de Binckhorst is ook nog restcapaciteit aanwezig om een groei op te kunnen vangen. Dat in de figuur enkele wegvakken in de Binckhorst een hogere I/C-verhouding hebben (bijvoorbeeld de Verlengde Melkwegstraat) komt doordat in het verkeersmodel alle bedrijven rond dit wegvak hierop aangesloten zijn. Dit geeft een vertekend beeld; in werkelijkheid is het aandeel verkeer op deze weg lager, waardoor er wel voldoende capaciteit is op deze weg. Over het algemeen kan gesteld worden dat bij een I/C-verhouding van:  0,7 of lager er geen of weinig congestie zal optreden  0,7 - 0,9 het gedeelte op bepaalde momenten congestie zal hebben, vooral tijdens de spits  > 0,9 er structurele filevorming op zal treden. Vanaf een I/C –verhouding van 0,7 en hoger is sprake van een aandachtspunt.

Op de wegen direct rondom de Binckhorst zijn ook de volgende aandachtspunten aanwezig:  de A12 met een I/C-verhouding tussen de 0,85 en 1,00 (A in de figuur)  de Rijswijkseweg met een I/C-verhouding tussen de 0,70 en 0,85 (B in de figuur)

Blad 17 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

figuur 3-1 I/C waarde avondspits referentiesituatie 2030 (bron: Rapportage botsproeven, bijlage verkeersnotitie Binckhorst)

Doorstroming bij kruisingen De meeste kruisingen in de Binckhorst kunnen het verkeer in 2030 goed verwerken. Alleen de kruispunten Maanweg – Regulusweg – Westenburgstraat (nr. 1 in de figuur) en Maanweg – Prins Bernhardlaan – Laan van Nieuw Oosteinde (nr. 2 in de figuur) hebben een hoge kruispuntbelasting en kunnen in hun huidige indeling het toekomstige verkeer niet voldoende verwerken. Niet voldoende verwerken, betekent dat in het drukste moment van de spits de wachtende auto’s niet binnen één groencyclus (alle richtingen hebben één keer groen gehad) de kruisingen kunnen passeren. Buiten dit drukste spitsuur zijn er geen problemen. In de omgeving van de Binckhorst kunnen ook de meeste kruispunten het verkeer in 2030 goed verwerken. Voor één kruispunt is een hoge belasting berekend, namelijk het kruispunt Haagweg – Rijswijkseweg – Jan van der Heijdenstraat – Broekslootkade (nr. 3 in de figuur). Dit geldt voor zowel de ochtend- als de avondspits. Parkeren De huidige parkeerdruk is overdag op werkdagen hoog (> 90%) en domineert het straatbeeld. Door aanpassingen van de verkeersinfrastructuur in het kader van de aanleg van de Rotterdamsebaan is een deel van het parkeren langs de openbare weg komen te vervallen. Dit is een beperkt verlies ten opzichte van het huidige aantal openbare parkeerplaatsen, namelijk ca.

6-8 % en vanwege het vervallen van enkele functies in het gebied door de aanleg van de Rotterdamsebaan zal ook de parkeerbehoefte lager worden. Voor de autonome ontwikkelingen geldt het beleid uit de Nota parkeernormen waarin staat parkeren op eigen terrein moet plaatsvinden en hoeveel parkeerplaatsen een nieuwe functie maximaal mag hebben. Openbaar vervoer Binckhorst is gelegen nabij de stations Centraal, Holland Spoor en Laan van NOI in Den Haag. De loopafstand vanaf één van de stations naar de Binckhorst (midden in het gebied) bedraagt circa 30 minuten, de fietsafstand bedraagt 11 minuten. Het aanbod aan openbaar vervoer en daarmee ook

Blad 18 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

het gebruik ervan in het gebied zelf is beperkt. Het gebied is momenteel alleen bereikbaar via buslijn 26 vanaf station Holland Spoor en station Laan van NOI. Deze buslijn doorkruist het gebied via de Binckhorstlaan, de Zonweg, de Melkwegstraat en de Maanweg richting Voorburg/station Laan van NOI. Langzaam verkeer De fietsstructuur en –routes zijn binnen het project Rotterdamsebaan opgewaardeerd. Dit betekent dat ze voldoen aan de eisen die Den Haag aan fietsverbindingen stelt: weinig oversteekpunten, voldoende breed en comfortabele verharding. De Binckhorst is van alle zijden met de fiets te bereiken. Wel is momenteel in de ‘binnengebieden’ nog geen duidelijke fietsstructuur aanwezig. Conclusie De bereikbaarheid van de Binckhorst is in de referentiesituatie met de auto en de fiets zeer goed. Het gebied is van meerdere zijden aan te rijden en de wegen en fietspaden zijn vrijwel filevrij. Op drukke momenten, met name in de ochtendspits, kan het door de combinatie van schoolgaande kinderen en werkenden bij de verkeerslichten erg druk zijn. Ook is momenteel in de ‘binnengebieden’ nog geen duidelijke fietsstructuur aanwezig. Het OV-aanbod in het gebied zelf is zeer beperkt. Hiervoor is de Binckhorst afhankelijk van de NSstations, die op snel te overbruggen fietsafstand liggen.

Om de ambitie voor een optimale (multimodale) bereikbaar te waarborgen, kan hier nog een impuls voor plaatsvinden. Door de transformatie van de Binckhorst wordt een grote toename in het verkeersaanbod verwacht. Hierdoor neemt de verkeersdruk ook toe. Gezien de ambitie om het gebied optimaal bereikbaar te houden, dienen nadere keuzes te worden gemaakt hoe wordt omgegaan met de verwachte toenemende verkeersdruk in de spitsperiode op de aansluitende wegen en kruispunten. Hierbij moet ook gekeken worden naar het versterken van het OV-aandeel en de parkeerdruk in het gebied. In de tabel staan de aspecten die geborgd moeten worden in het omgevingsplan of daarbuiten. Voor sommige aspecten is eerst een keuze nodig. Het volgende hoofdstuk gaat hier nader op in. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt     

Vergroten aandeel fiets en OV t.o.v. de auto en stimuleren gebruik van schone brandstoffen Waarborgen capaciteit wegen en kruisingen Parkeerbeleid, inclusief parkeren op eigen terrein Waarborgen verkeerstructuur Fietsstructuur binnengebieden bij transformatie

3.4

Leefbaarheid en gezondheid

3.4.1

Geluid Binckhorst ligt in een gebied waar veel geluid aanwezig is. Er zijn verschillende geluidsbronnen: de A12, de stedelijke wegen, het spoor, de gezoneerde industrieterreinen en individuele bedrijven. In de factsheet Omgevingslawaai (bijlage 19 van het omgevingsplan) zijn al deze bronnen in detail beschreven. In het dynamische GIS-systeem vindt u de geluidzones per bron voor zowel de huidige

Blad 19 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

situatie als de referentiesituatie. Per bron zijn de maximale geluidbelastingen op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) anders.

Beleid De gemeente Den Haag heeft een actieplan opgesteld: Uitvoeringsprogramma omgevingslawaai Den Haag 2015-2018. Doelstelling van het actieplan is dat het aantal (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden niet toeneemt en zo mogelijk afneemt. Hinder en ernstige hinder treedt op bij geluidsniveaus boven de 53 dB (wegverkeerslawaai) en 55 dB(A) industrielawaai. De kans op slaapverstoring treedt op bij niveaus boven de 48 dB (wegverkeerslawaai) en 50 dB(A) (industrielawaai) op de gevel. Deze toetsing vindt plaats op de gevel. Binnenshuis zal door het toepassen van voldoende geluidwering (voldoen aan de eisen vanuit het Bouwbesluit 2012) voor nieuwe woningen de kans op slaapverstoring wel worden beperkt. In het gebied zijn nu en in de referentiesituatie niet veel geluidgehinderden aanwezig, maar als gevolg van de transformatie nemen deze vanzelfsprekend flink toe. Daarmee staat de transformatieopgave op gespannen voet met het gemeentelijk beleid uit het Uitvoeringsprogramma omgevingslawaai. Industrielawaai en individuele inrichtingen In en nabij het plangebied liggen twee geluidgezoneerde industrieterreinen: Binckhorst Zuid en Bezuidenhout Zuid I, zie figuur 3-2. In de figuur zijn de geluidbelastingen tussen 50 – 55 dB en boven 55 dB zichtbaar. Er is geen verschil tussen de huidige situatie en de referentiesituatie.

De 50 dB-contour (en in mindere mate de 55 dB-contour) van Binckhorst Zuid is omvangrijk en ligt over een aanzienlijk deel van het plangebied.

figuur 3-2 Geluidsbelasting van de gezoneerde industrieterreinen en individuele bronnen

Blad 20 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

In de huidige situatie (en referentiesituatie) is ook sprake van een autonoom knelpunt bij de geluidszone van Binckhorst Zuid. De 50 dB-contour ligt aan de noordwestkant en zuidkant buiten de zonegrens. Dit is niet toegestaan. Er zijn enkele oplossingen mogelijk:  Verruimen van de geluidszone  Verlenen hogere waarden voor bestaande woningen binnen deze locaties  Aanpassing de van bedrijfsvoering van de asfaltcentrale en/of de betonmortelcentrale, zodat de geluidbelasting binnen de geluidszone blijft Met de aanpassing van de geluidzone als gevolg van herstelbesluit 1B wordt dit autonome knelpunt opgelost. In het plangebied liggen ook diverse inrichtingen die ook een geluidcontour hebben. De meest prominente zijn AVR (afvalverwerking) en het emplacement. Beide inrichtingen hebben een omvangrijke 50 dB-contour. Tot slot zijn ook diverse inrichtingen die onder de werking van het activiteitenbesluit vallen of een indicatieve hindercirkel vanuit de brochure Bedrijven en Milieuzonering hebben. Uit deze analyse blijkt dat vanwege industrielawaai het toevoegen van woonfuncties in de gebieden Binckhorsthaven en Maanplein, Gasfabriekterrein e.o. en Spoorboogzone een aandachtspunt/knelpunt is. Wegverkeerslawaai In de figuur is de geluidbelasting van alle relevante wegen in het plangebied in de huidige situatie (links) en referentiesituatie (rechts) zichtbaar.

Hieruit blijkt dat in grote delen van het gehele plangebied de geluidbelasting van het wegverkeerslawaai boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt. Direct langs de wegen is de geluidbelasting hoger dan 63 dB, zoals reeds nu ook het geval is. Alleen in de Trekvlietzone wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op diverse plekken gehaald. Door de autonome groei van het verkeer (en realisatie Rotterdamsebaan) neemt de geluidbelasting in het gebied licht toe, met name in de Spoorboogzone door de aanleg van de Supernovaweg. Langs de Binckhorstlaan-Zuid is een kleine afname te zien.

figuur 3-3 Cumulatieve geluidbelasting stedelijk wegverkeer in de huidige (links) en referentiesituatie (rechts)

Naast de stedelijke wegen heeft de Utrechtsebaan veel invloed op het geluidklimaat in het oostelijk deel van de Binckhorst. Hier is sprake van een geluidbelasting van meer dan 53 dB, hetgeen de maximale ontheffingswaarde voor woningen langs rijkswegen is. Dit heeft impact op het toestaan van nieuwe gevoelige functies in dit deel van de Binckhorst.

Blad 21 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

figuur 3-4 Geluidbelasting Utrechtsebaan (links) en Spoor (rechts) in de referentiesituatie

Spoorweglawaai Parallel aan de Utrechtsebaan en aan de noordzijde van de Binckhorst ligt het spoor, zie figuur 3.6. Als gevolg van spoorweglawaai is vrijwel geen sprake van gebieden die een geluidbelasting hebben hoger dan 68 dB, maar wel een hogere geluidbelasting dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Gecumuleerde geluidsbelasting In figuur 3-5 is de gecumuleerde geluidbelasting van weg, spoor en industrie weergegeven. De huidige situatie staat links en de referentiesituatie rechts. Uit de geluidberekening die hieraan ten grondslag liggen, blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting op geen enkele plek binnen het plangebied, ter hoogte van de eerstelijns bebouwing, hoger ligt dan de plandrempel van Lcum 69,5 dB. Echter uit de figuur blijkt wel duidelijk dat de geluidbelasting nergens onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt. Dit betekent dat dit op gespannen voet kan staan met de ambities om op grote schaal woningen toe te voegen in de Binckhorst.

figuur 3-5 Gecumuleerde geluidbelasting in de huidige situatie (links) en referentiesituatie (rechts)

Conclusie In de Binckhorst komt het geluid van alle kanten en van vele bronnen. Dit maakt geluid tot een belangrijk aandachtspunt voor de verdere transformatie. In de Trekvlietzone is – in vergelijking met

Blad 22 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

de andere deelgebieden – de laagste geluidbelasting aanwezig. Deze ligt op de meeste plekken echter boven de voorkeursgrenswaarde. De ambitie om woningen in het gebied toe te voegen, staat op gespannen voet met het beleidsuitgangspunt dat het aandeel ernstig gehinderden en slaapgestoorden niet mag toenemen. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt  

3.4.2

Conflict tussen geluidbeleid (geen extra slaapgestoorden/ernstig gehinderden) en woonambities Veel verschil tussen geluidbelasting per deelgebied: uitspraak over acceptabel geluidsniveau

Luchtkwaliteit Bij luchtkwaliteit gaat het om de concentraties stikstofdioxide (NO2) , fijn stof (PM10) en ultra fijn stof (PM2.5). In de factsheet Luchtkwaliteit (bijlage 15 omgevingsplan) staat meer informatie. Beleid Het Actieplan luchtkwaliteit Den Haag 2015 – 2018 geeft aan welke maatregelen de gemeente gaat nemen om te gaan voldoen aan de normen voor luchtkwaliteit. Op grond van dit gemeentelijke beleid worden in beginsel geen gevoelige groepen als ouderen en kinderen gehuisvest langs drukke wegen (uitgezonderd woningen). Dit zijn wegen met een intensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal. In de Binckhorst betreft dit in de referentiesituatie: Rotterdamsebaan, Mercuriusweg, Binckhorstlaan en Maanweg. Huidige situatie In de Binckhorst zijn geen knel- of aandachtspunten voor fijn stof en ultra fijn stof. Deze concentraties liggen ruim onder de grenswaarden (NSL, 2018). Voor de concentraties stikstofdioxide is dit anders. Hier is sprake van concentraties tussen de 35 en 40 microgram op de Binckhorstlaan-noord en op de Neherkade. In de rest van de Binckhorst liggen de concentraties lager, rond de 30 microgram. De grenswaarde voor stikstofdioxide is 40 microgram. In 2020 liggen de concentraties stikstofdioxide op alle wegvakken beneden 35 microgram. Referentiesituatie In de referentiesituatie ligt de tunnelmond van de Rotterdamsebaan in de Binckhorst.

Rondom een tunnelmond is sprake van een sterke concentratie van luchtverontreinigende stoffen. Hierdoor is rondom de tunnelmond een overschrijding van de concentratie stikstofdioxide, zie figuur. Hierbinnen zijn geen gevoelige functies (bijvoorbeeld woningen en verblijfsfuncties) toegestaan.

Blad 23 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

De figuur geeft de concentraties stikstofdioxide in het jaar dat de Rotterdamsebaan geopend wordt weer (dus niet in 2030). Op 10 meter van de tunnelmond is de concentratie 44 microgram. Op circa 40 meter afstand is de concentratie circa 40 microgram. Op circa 80 meter van de tunnelmond is de concentratie vrijwel gelijk aan de heersende concentraties: rond de 30 microgram. Voor fijn stof zijn rond de tunnelmond geen dreigende overschrijdingen geconstateerd. Monitoring voor fijnstof is desalniettemin gewenst. Conclusie Voor luchtkwaliteit zijn er aandachtspunten ten aanzien van de concentraties stikstofdioxide. Deze treden vooral op bij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan, maar bij een sterke groei van het verkeer door de transformatie mogelijk ook op de Lekstraat en Neherkade. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt   

3.4.3

Beleid gevoelige bestemmingen langs wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal Aandachtpunt gevoelige bestemmingen nabij de tunnelmond van de Rotterdamsebaan Aandachtspunt op de Lekstraat en Neherkade bij sterke toename verkeer door transformatie

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om risico’s die verbonden zijn met het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor dit thema wordt een risicobenadering gehanteerd. Hierbij is niet alleen het effect van een ongeval van belang maar ook naar de kans op het optreden van een ongeval. Dit betekent dat als de kans op een ongeval klein genoeg is, de effecten acceptabel worden gevonden. Voor meer informatie kunt u de factsheet Externe Veiligheid (bijlage 10 omgevingsplan) raadplegen. Beleid Het Haagse externe veiligheidsbeleid stelt dat in woongebieden geen nieuwe risicobronnen van betekenis mogen komen. Op bedrijventerrein is dit onder voorwaarden wel toegestaan voor inrichtingen met een licht risicoprofiel. Overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico is toegestaan, maar hiervoor geldt dan wel een zwaardere verantwoording voor de betreffende ontwikkeling. Ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen is de Utrechtsebaan aangewezen als hoofdroute. Het vervoer van routeplichtige stoffen (LPG, propaan) is daar echter alleen gedurende de werkweek buiten kantoortijden en gedurende het weekeinde toegestaan. In de Binckhorst is een ontheffingsroute (van het verbod om van de door de gemeenteraad aangewezen route over de Utrechtsebaan af te wijken) vastgelegd, ook is de bevoorrading van het Tankstation aan de Maanweg mogelijk.

Nu loopt de ontheffingsroute voor de levering van LPG en propaan via de Maanweg en Binckhorstlaan. Door de aanleg van de Supernovaweg is een alternatieve route voor

Blad 24 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

een veilige verkeersafwikkeling ook in de toekomst (met een sterke toename van de verkeersintensiteiten in de Binckhorst) gewaarborgd. Deze route wordt ook in de ontheffing (van het verbod om van de door de gemeenteraad aangewezen route af te wijken) vastgelegd. Risicobronnen In en rond de Binckhorst zijn vijf risicobronnen aanwezig. Twee LPG-stations, de Utrechtsebaan, de ontheffingsroute via de Supernovaweg en een hogedruk aardgasleiding. Er is geen verschil tussen de huidige situatie en referentiesituatie.

figuur 3-6 Ligging risicobronnen Binckhorst

Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontouren liggen op de weg, leiding en het eigen terrein van de LPGtankstations en vormen geen aandachtspunt. Er gelden ook geen plasbrandaandachtsgebieden. Dit betekent dat alleen het groepsrisico relevant is voor toekomstige ontwikkelingen. Groepsrisico Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicobron. Dit invloedsgebied is de zone waar nog circa 1% van de mensen kan komen te overlijden bij een calamiteit bij de betreffende risicobron. In de tabel zijn de globale invloedsgebieden en overschrijding groepsrisico in de huidige situatie/referentiesituatie weergegeven. Risicobron

Invloedsgebied

Overschrijding groepsrisico

Utrechtsebaan Ontheffingsroute LPG-tankstations Hoge druk aardgasleiding

Circa 350 meter Circa 350 meter Circa 160 meter 140 – 220 meter

Nee Ja Nee Nee

Blad 25 van 85

Omgevingsplan Binckhorst projectnummer 0431517 17 mei 2021 Gemeente Den Haag

Conclusie Voor externe veiligheid zijn er aandachtspunten ten aanzien van het groepsrisico. Langs de Supernovaweg wordt deze reeds overschreden. Door de verwachte toename van het aantal personen in de Binckhorst binnen diverse invloedsgebieden kan het groepsrisico langs alle aanwezige risicobronnen toenemen, hetgeen een aandachtpunt geeft. Aspecten die geborgd moeten worden of waarvoor een nadere keuze moet worden gemaakt   

3.4.4

Toename groepsrisico bij de aanwezige risicobronnen (met name gasleiding en Supernovaweg) Beleid ten aanzien van nieuwe risicobronnen per deelgebied implementeren Vastleggen nieuwe ontheffingsroute gevaarlijke stoffen

Geur In de factsheet Geurhinder (bijlage 12 omgevingsplan) kunt u alle informatie over dit thema vinden. De concentraties worden uitgedrukt in odourunits (ouE) per kubieke meter lucht in een 95-, 98- of 99,99-percentiel. Deze percentielwaarde geeft aan hoeveel tijd van een jaar de geurbelasting beneden deze waarde blijft: 7,5 ouE/m3 in het 99,99-percentiel geeft dus aan dat de geurbelasting 99,99% van het jaar beneden de 7,5 ouE/m3 blijft. Beleid Gemeente Den Haag heeft geen geurbeleid. Daarom wordt aangesloten bij het beleid van de provincie2. Dit beleid is erop gericht om nieuwe hinder te voorkomen. Uitgangspunt is dat een nieuwe woonlocatie (of ander geurgevoelig object) op zodanige afstand wordt gerealiseerd van geurbronnen dat geen of hooguit een acceptabele mate van hinder te verwachten is. Het is een bevoegdheid van het lokale gezag om vast te stellen welk niveau van geurhinder in een bepaalde situatie nog acceptabel is. Geursituatie De geursituatie is in de huidige situatie gelijk aan die van de referentiesituatie. In de Binckhorst is een aantal geurrelevante bedrijven gevestigd. Deze bedrijven zijn verantwoordelijk voor een zekere geurbelasting in hun omgeving, waarvoor in het verleden voorschriften in de omgevingsvergunningen milieu zijn opgenomen.

Voor de asfaltcentrale van de HAC aan de Zonweg 23 geldt een grenswaarde van 5 ouE/m3 als 99,99 onderschrijdingspercentiel ter hoogte van de meest nabij gelegen geurgevoelige objecten. Voor de afvalverwerking door de AVR aan de Meteoorstraat 65 en Renewi aan de Zonweg 13 geldt beide een geurgrenswaarde van 1,5 ouE/m3 als 98 onderschrijdingspercentiel ter hoogte van de meest nabij gelegen geurgevoelige objecten. Bedrijf Haagse Asfaltcentrale (Zonweg 23) AVR Afvaloverslagstation (Meteoorstraat 65) Afvaloverslagstation De Zwart (Zonweg 13)

Maximale waarde gevoelige functies

Streefwaarde gevoelige functies

7,5 ouE/m3 als 99,99-percentiel* 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10246220/1