CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308975 Notulen van de raad van 15 april 2021 (dag)

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 15 april 202160.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

Volgens ons zijn juist ook de normen cruciaal. Juist die zijn een cruciale voorwaarde voor integratie en verbinding. Die normen zijn de lijn die onze samenleving met elkaar bindt. Onder andere om deze reden zal het CDA volle steun geven aan het amendement van de VVD, waarmee getracht wordt dit in de nota te repareren. Adeel Mahmood (NIDA). Ik ben toch echt benieuwd wat er is gebeurd met het CDA. Ik weet wel wat er gebeurd is met het CDA, maar u bent een van de meest diverse en gekleurde partijen, met drie raadsleden in onze stad. Hoe kon u uw naam onder het amendement van de VVD zetten? Want 66

woorden als 'solidariteit' werden in eerste instantie weggebonjourd en termen als 'gedeelde waarden' et cetera werden ook weggebonjourd. Hoe kon u daar in eerste instantie mee akkoord gaan? Dat begrijp ik echt niet. Kavish Partiman (CDA). Dan zou ik de heer Mahmood toch adviseren om het stuk even opnieuw te lezen. Er worden heel wat wijzigingen in aangebracht. Daar ben ik het mee eens, maar er staan een heleboel dingen in die er juist voor zorgen dat mensen zich meer betrokken kunnen voelen bij deze stad, bij die gedeelde normen en waarden die wij hebben in Den Haag, waar wij trots op zijn en die juist uitgedragen gaan worden. Want het is wat ons betreft heel erg belangrijk dat de bestaande systemen, de bestaande normen en waarden die wij hier in Den Haag en in heel Nederland hebben, gedragen en gedeeld worden door iedereen. Het gaat niet alleen om gedeelde waarden. Daar hechten wij ook waarde aan, maar die normen zijn voor ons heel belangrijk. Adeel Mahmood (NIDA). Meneer Partiman en het CDA kunnen heel goed lezen. Ik heb het amendement ook meerdere keren moeten lezen, want ik was echt in shock, vooral toen ik uw naam daaronder zag. U kunt wel zeggen dat het nu gewijzigd is, maar u heeft de eerste versie gehad en daar stond uw naam gewoon onder. Ik ben gewoon echt nog steeds in shock omdat u daarmee akkoord kon gaan.

Ook in de tweede versie blijft het verhaal gewoon hetzelfde. Het is misschien iets minder. Waarschijnlijk is het door de inzet van GroenLinks en de PvdA iets gewijzigd, maar het is nog steeds niet goed; het is nog steeds niet goed. Ik wil dus vragen wat er is gebeurd met de meest kleurrijke fractie die we kennen in onze stad. Kavish Partiman (CDA). Als ik het amendement lees - als het amendement wordt aangenomen, kijk ik ook naar de tekst die dan 'onze verbindingsnota' moet gaan heten - zie ik juist een stuk voor me dat verbindend is en bruggen slaat tussen de verschillende gemeenschappen, maar wel op een correcte manier. Zoals vele groepen ons zijn voorgegaan in deze stad, geïntegreerd zijn in deze stad en deel zijn gaan uitmaken van deze Haagse samenleving, zo zie ik het ook in de toekomst graag gebeuren. Dat is volgens mij wat wij borgen met dit amendement: dat we het niet aan het vrijblijvende en aan de keus van ieder individu overlaten, maar dat we wel een beetje gaan sturen, want op bepaalde gebieden heb je die sturing soms nodig. Want het is belangrijk dat we weten waar we aan beginnen voordat we verdergaan. Je moet weten wat de normen en waarden zijn die hier in deze stad gelden en wat de Haagse cultuur is. Dat kun je je eigen maken. Als je je dat eigen hebt gemaakt, word je deel van die hele grote Haagse gemeenschap.

Dat is precies wat we met dit amendement proberen te bereiken. Ik heb dat recht ook. Ik moest dat doorlopen, maar ook mijn collega's moesten dat doorlopen. Ja, ik ben migrant en mijn collega is dat ook, maar dat traject hebben we met succes doorlopen en we zijn deel geworden van die Haagse gemeenschap. Dat gun ik ieder ander in deze stad. De voorzitter. De heer Mahmood, tot slot. Adeel Mahmood (NIDA). De nota die we nu voor ons hebben liggen, was in principe gewoon duidelijk: je had alle vrijheid om je gewoon te bewegen binnen je eigen identiteit. De kaders daarvan waren ook gesteld; die bestaan natuurlijk uit onze democratische rechtsstaat. Wat is uw bezwaar tegen het hanteren van dat kader in plaats van heel veel vage termen die er nu bij zijn gekomen? We hebben de kaders, namelijk de democratische rechtsstaat die we hebben. Binnen die kaders is iedereen vrij om te bewegen hoe hij of zij dat wil. Nu is het allemaal vervaagd. Is dat volgens het CDA een verbetering of juist een achteruitgang van de nota? Kavish Partiman (CDA). Wat het CDA betreft is het een heel erg grote verbetering. Die vervaging lees ik niet zo. Die wet- en regelgeving is er en staat er.

Daar moet iedereen zich aan houden, maar er zijn een hele hoop dingen die wij eigenlijk 'normen' noemen, die belangrijk zijn voor onze stad en onze samenleving en die wellicht niet helemaal expliciet in wetten zijn uitgedokterd, maar die wel horen bij onze samenleving. Dat zijn de dingen die we er graag in benoemd willen hebben. Het CDA staat er al jaren om bekend dat het hamert op normen en waarden in onze samenleving. Dat hoeft niet allemaal in een wetboek te staan, want er is een heel groot gebied dat daar niet in staat.

67

Ik heb een specifieke vraag aan de wethouder. In de tekst staat dat het soms gaat om mensen van de derde, soms zelfs de vierde generatie met een migratieachtergrond. Dan komt bij mij de vraag naar boven wie we daarmee bedoelen. Zijn dat migranten die van buiten Europa naar Nederland zijn gekomen? Of gaat het ook om de Fransen, Duitsers, Spanjaarden et cetera die hier drie of vier generaties geleden naartoe zijn gekomen? Graag een uitleg van de wethouder. Ik ben blij dat er aandacht zal worden geschonken aan de rol van onze stad tijdens de koloniale periode. Dat is een periode uit de Nederlandse geschiedenis waarvan we terugkijkend kunnen concluderen dat niet alles even goed is gegaan. Hier wil ik echter wel de kanttekening bij plaatsen dat er gekeken moet worden naar de rol van onze stad in het geheel, want die is in sommige opzichten ook een hele mooie. Met betrekking tot de donkere slavernijbladzijde in de Nederlandse geschiedenis is het ook mooi om te weten dat de eerste abolitionisten, zoals de tegenstanders van de slavernij heten, hier in Den Haag zijn verenigd en dat de eerste vergadering onder leiding van Groen van Prinsterer in ons prachtige theater Diligentia heeft plaatsgevonden. Ik neem aan dat deze lichtpuntjes uit een zeer donkere periode ook worden meegenomen. Wij zijn geen Amsterdam. Ons slavernijverleden is een ander dan dat van de stad Amsterdam.

Als laatste punt wil ik meegeven dat ik blij ben dat religieuze en levensbeschouwelijke organisaties worden meegenomen in het beleid. Het is goed dat het belang van deze organisaties wordt gezien. Ik hoop dan ook van harte dat dit ook doorsijpelt naar andere beleidsterreinen. Toch zijn er meer organisaties die een belangrijke rol vervullen in onze stad: de vele maatschappelijke organisaties die vaak draaiende worden gehouden door tomeloze inzet van vrijwilligers. Denk bijvoorbeeld aan het Gilde, dat prachtige rondleidingen geeft langs belangrijke gebouwen in onze stad. Dat is een mooie aanleiding voor een gesprek over wat je bindt. Graag zien we dan ook dat met deze maatschappelijke organisaties het gesprek wordt aangegaan. Daarom een motie met als dictum: roept het college op naast levensbeschouwelijke en religieuze organisaties ook het gesprek aan te gaan met maatschappelijke organisaties en de uitkomsten van de gesprekken met zowel de levensbeschouwelijke en religieuze organisaties als de maatschappelijke organisaties terug te koppelen met de raad in de eerstvolgende voortgangsrapportage. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (L.9 CDA) ingediend:

Motie L.9 CDA Betrek Maatschappelijke organisaties bij integratie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • maatschappelijke organisaties een belangrijke verbindende rol hebben in de Haagse samenleving; • de rijkwijdte van maatschappelijke organisaties vaak groepsoverstijgend is en derhalve al een belangrijke rol vervullen in het bevorderen van integratie. Overwegende, dat: • er bijeenkomsten georganiseerd zullen worden met Haagse levensbeschouwelijke en religieuze organisaties; • het van toegevoegde waarde zal zijn om dergelijke bijeenkomsten ook te organiseren met maatschappelijke organisaties. Roept het college op: • naast levensbeschouwelijke en religieuze organisaties, ook het gesprek aan te gaan met maatschappelijke organisaties; • de uitkomsten van de gesprekken met zowel de levensbeschouwelijke en religieuze organisaties, als de maatschappelijke organisaties terug te koppelen met de raad in de eerstvolgende voortgangsrapportage. 68

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Wij stellen het zeer op prijs dat in het voorstel niet meer gefocust wordt op integratie maar op verbinden. Het gaat in een superdiverse stad met generaties van mensen van kleur om samenleven en dus om de gedeelde waarden, zoals solidariteit, vrijheid en gelijkwaardigheid. Normen en waarden zijn fluïde en ontwikkelen zich verder in de loop der tijd. Een cultuur staat niet stil. Kijkend naar de verschillende generaties waar we allemaal toe behoren, kunnen we al veel verschillen zien. We zien een samenleving die rijk is aan verscheidenheid. Daarom kunnen wij niet instemmen met het voorstel als het amendement van de VVD wordt aangenomen. Ik heb om 14.20 uur een vernieuwde versie gezien, maar ik zie dat er toch nog best wel problematische dingen in staan, zoals het inruilen van solidariteit voor gedeelde verantwoordelijkheid. Daar kunnen wij gewoon niet mee instemmen. Als het amendement wordt aangenomen, zal dat deze nota ook compleet ongeloofwaardig maken. Het gaat in een stad als Den Haag om veel meer dan alleen de fundamentele normen en waarden, geworteld in de democratische rechtsstaat. Het gaat vooral ook om het leren en respecteren van elkaar, samen de stad opbouwen, samen de stad zijn en samenleven in respect en in gelijkwaardigheid met elkaar.

Rechts-extremisme vormt een groeiende dreiging voor onze samenleving, maar is nog steeds niet opgenomen in de antidiscriminatienota of in dit voorstel. Daarom dienen wij de motie Onderzoek rechts-extremisme in, met als dictum: roept het college op te onderzoeken hoe rechts-extremisme binnen de stad leeft en kan worden aangepakt en de raad hierover voor de zomer te informeren. We ondersteunen natuurlijk een aantal moties en amendementen van collega's. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (L.10 HSP) ingediend:

Motie L.10 HSP Onderzoek rechts-extremisme De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad. Overwegende, dat: • de stad super divers is; • een belangrijk deel van de stad zich zorgen maken over het groeiend rechts- extremisme; • uit monitoring van antisemitische en islamofobische incidenten (meldpunt islamofobie) blijkt hier een groei in te zitten; • er steeds meer bedreigingen (op uiterlijk), brandstichting etc. zijn tegen gebedshuizen en andere zichtbaar religieuze instellingen; • het AIVD al in 2018 een onderzoek vrijgaf waaruit blijkt dat rechts-extremisme een groeiend fenomeen is in Nederland; • de aanpak van rechts-extremisme niet specifiek is opgenomen in de antidiscriminatiebeleid 2021 of het huidige voorstel. Van oordeel, dat: • de zorgen van alle bewoners in onze superdiverse stad gehoord én erkent moeten worden; • rechts-extremisme de bouw aan een verbonden stad belemmerd door haar racistische, xenofobische, fascistische en homofobische kijk op de stad. Roept het college op: • te onderzoeken hoe rechts-extremisme binnen de stad leeft en kan worden aangepakt; • de raad hierover voor de zomer te informeren.

69

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Verbinding met anderen; iedereen zoekt het, zeker in deze tijd waarin de afstand groter is dan ooit, in meest letterlijke zin. Maar hoe ziet verbinding eruit in een stad waarin iedere Hagenaar of Hagenees anders is? Voor de PvdA moet de overheid een voortrekkersrol en voorbeeldfunctie hebben in het creëren van verbinding tussen mensen onderling en in het omarmen van diversiteit en inclusie. We hebben ook een aantal manieren om dat zelf te doen, bijvoorbeeld in onze organisatie. Wethouder Bruines heeft in het commissiedebat aangegeven dat er nog voor de zomer een diversiteit- en inclusiebeleid van de gemeente wordt gepresenteerd. Ik heb een nota gevonden uit 1997 die dit ook al ambieerde, met als titel De trein rijdt naar diversiteit. In 1997 was ik 2, maar in zo'n beetje mijn hele leven zijn er toch niet veel dingen veranderd in de gemeentelijke organisatie, hoewel ik echt zie dat de intenties altijd goed waren.

Ik zou het dan ook een goed idee vinden als we daarvan gaan leren: hoe kunnen we ervoor zorgen dat het diversiteitsbeleid effectiever wordt en wat kunnen we leren van de eerdere pogingen? Daarom heb ik een motie met als titel De trein rijdt nog steeds, die als dictum heeft: in het nieuwe plan diversiteit en inclusie voor de gemeentelijke organisatie een evaluatie op te nemen van de effectiviteit van eerder beleid op de diversiteit in de hogere schalen en eventuele verbeterpunten alvast op te nemen in het nieuwe beleid. Een andere manier waarop we verbinding en inclusie een zetje kunnen geven, is via ons inkoopbeleid. De gemeente Den Haag koopt van alles in bij organisaties en bedrijven, die soms ook een duwtje in de rug kunnen gebruiken op het gebied van diversiteit en inclusie. Daarom is het volgens mij goed als we gaan kijken hoe we ons inkoopbeleid effectiever kunnen inzetten op het gebied van diversiteit en inclusie, misschien ook alvast met de volgende raad en het volgende college in het achterhoofd. Daarom dien ik daarover de motie Koop slim in in, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoe het gemeentelijke inkoopbeleid gebruikt kan worden om diversiteit en inclusie in de stad en bedrijven/organisaties die zich daarvoor inzetten te stimuleren en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Mevrouw Tseggai, ik heb een vraag aan u.

U heeft net de motie De trein rijdt nog steeds ingediend, maar ik heb begrepen dat u een ander dictum voorlas dan het dictum dat wij hier hebben. Mikal Tseggai (PvdA). Dat is gek. Dan zal ik de laatste versie naar de griffie mailen. De voorzitter. U heeft de motie blijkbaar nog gewijzigd. Er ligt bij de griffie een oudere versie, die nu dus ook op het RIS gezet wordt. Mikal Tseggai (PvdA). Ja, dat denk ik dan. Misschien is er iets misgegaan. De voorzitter. Ik hoop dat uw fractiegenoot meekijkt en dat de motie nu zo snel mogelijk naar de griffie gaat, want de juiste versie moet op het RIS. Mikal Tseggai (PvdA). Daar zal ik voor zorgen. De vraag is wat ons allemaal Nederlander maakt. Belangrijker voor hier: wat maakt je Hagenaar, Hagenees? Het is een vraag waar ikzelf bijna iedere dag mee bezig ben. Toen mijn ouders hier 30 jaar geleden kwamen, hadden ze nog nooit gestemd, hadden ze wellicht een andere kijk op seksuele vrijheid en moesten ze wennen aan de Nederlandse stiptheid. Dertig jaar later stemden zij vorige maand op hun eigen dochter en zijn het progressieve mensen die iedere dag stipt om 18.00 uur gaan eten. Maar mijn ouders zijn geen Nederlander geworden omdat iemand hun de les heeft gelezen over Nederlandse normen en waarden.

Mijn ouders zijn Nederlander omdat dit land hun heel veel kansen gaf om hun dromen waar te maken, omdat ze hier vrij en veilig zijn en omdat ze de kans kregen om mee te doen in de samenleving, zodat ze zich daarmee ook verbonden zijn gaan voelen. Ik ben trots op hen en al die andere mensen die deze reis vol obstakels hebben gemaakt naar en binnen de Nederlandse samenleving. 70

Dit thema houdt mij dus iedere dag bezig. Ik weet dat dit ook geldt voor anderen in mijn fractie en mijn partij. Deze nota heeft in eerste instantie een goede poging gedaan om deze gepolariseerde discussie over dit belangrijke thema te overbruggen en daar waren wij als fractie heel tevreden over. Maar er wordt straks een amendement ingediend dat voor ons als PvdA-fractie de kern van deze nota onderuithaalt. Er zijn natuurlijk waarden die ons allemaal binden. Die staan ook niet ter discussie. Maar juist in deze raad zien we iedere dag dat iedereen ook andere normen en waarden heeft en dat we toch allemaal Hagenaar en Hagenees zijn en ons dat ook voelen. Het gesprek over die normen en waarden moet zonder vooroordelen, aannames en keurslijven gevoerd kunnen worden. En die normen en waarden moeten niet opgelegd worden door elkaar de les te lezen, maar moeten in dialoog met elkaar gevonden worden. Sebastian Kruis (PVV). Mevrouw Tseggai zegt dat het ingediende amendement een beetje lijkt op elkaar de les lezen en heeft nog meer kritiek daarop. Wat vindt u er dan van dat uw coalitiepartner GroenLinks dat amendement wel steunt? Mikal Tseggai (PvdA). Daar ga ik niet over. Sebastian Kruis (PVV). Er is net heel lang geschorst, want er was blijkbaar allemaal coalitieoverleg. Nu zegt u dat u daar niet over gaat. Waar ging dat overleg zojuist dan over? Mikal Tseggai (PvdA).

Ik zie de relevantie van deze vraag voor dit debat niet helemaal. We hebben het gehad over dit amendement. De voorzitter. De heer Kruis, tot slot. Sebastian Kruis (PVV). De vraag is relevant voor dit debat, omdat er heel lang werd geschorst. U houdt 44 raadsleden op omdat er in de achterkamertjes blijkbaar van alles moet worden bediscussieerd. U heeft nu eigenlijk felle kritiek op een amendement dat is ingediend door de VVD, gesteund door GroenLinks. We mogen dus ook best uw oordeel vragen over het feit dat GroenLinks dit amendement steunt. Dat is politiek. Als een collega-raadslid in het debat die vraag stelt, is het gebruikelijk dat er dan ook antwoord wordt gegeven. Mikal Tseggai (PvdA). Ik zit even lang in deze raad als de heer Kruis. Ik weet dus best wel hoe een debat werkt, maar ik zie de relevantie van deze vraag gewoon niet. Het is niet aan mij om een mening te geven over het stemgedrag van een andere partij. Dat had u net bij mevrouw Ateş kunnen doen; volgens mij heeft u dat ook gedaan. Daar kunnen we het volgens mij bij laten. Kavish Partiman (CDA). Dit is een heel mooi betoog van collega Tseggai, vooral het deel over haar ouders die hiernaartoe zijn gekomen en die de kansen hebben gegrepen die in dit land aan hen werden geboden. Maar u propageert nu dat we een nieuwe manier van integratie moeten gaan bewerkstelligen. Begrijp ik dat goed? Mikal Tseggai (PvdA).

Dat heb ik in mijn eigen betoog niet gehoord. Wat ik heb gezegd, is: wat je Nederlander maakt en waardoor je je Nederlander gaat voelen, is dat je de kans krijgt om mee te doen in de samenleving, dat je je welkom voelt, dat je kansen krijgt en ook dat je hier langere tijd bent, want mensen voelen zich niet van de ene op de andere dag ineens Nederlander. Dat is wat ik zei. Kavish Partiman (CDA). Dank voor de verduidelijking, maar dat is toch eigenlijk wat we al jaren doen in Den Haag en in Nederland? Waarom zou het nu dan opeens rigoureus anders moeten? Mikal Tseggai (PvdA). Volgens mij gaat dit debat niet over het inburgeringsbeleid. Ik heb geprobeerd mijn visie te geven op wat mensen zich Nederlander laat voelen als ze hier komen. Ik heb daarbij mijn voorbeeld gebruikt van mijn eigen familie. We kunnen het erover hebben dat er dingen anders kunnen in het inburgeringsbeleid, maar volgens mij gaat deze nota daar niet over.

71

De voorzitter. De heer Partiman, tot slot. Kavish Partiman (CDA). Nee, deze nota gaat over het integratiebeleid. Of je dat nou 'verbinding' noemt of hoe je het ook wilt noemen, het gaat over het integratiebeleid van onze stad. Het college slaat hiermee wel een hele andere weg in dan in het verleden gebruikelijk is geweest. Vandaar dat ik vraag waarom u dit op deze manier zou willen, terwijl u in uw betoog juist erkent dat het in het verleden vrij goed is gegaan. Mikal Tseggai (PvdA). Ik snap eigenlijk niet helemaal wat de heer Partiman nu vraagt. Wat ik zeg, is dat wij dit een goede nota vonden totdat het amendement van de VVD om de hoek kwam kijken. Ik heb gezegd dat ik denk dat het voor integratie belangrijk is - dat geldt zowel voor mensen die vanuit het buitenland komen als voor Nederlanders die hier geboren zijn - dat je je hier thuis voelt en dat je mee mag doen. Dat is wat mensen Nederlander maakt. Dat we daarin dingen beter kunnen doen, is absoluut zo; dat weet ik wel zeker. Maar goed, dit is in ieder geval mijn visie op dit integratiedebat. Ik zei dus dat normen en waarden niet opgelegd moeten worden door elkaar de les te lezen, maar in een dialoog met elkaar gevonden moeten worden. De gemeenschappelijke normen en waarden vind je namelijk alleen met elkaar, want de stad zijn we samen.

Dit stond mooi in de nota, maar dit wordt met het amendement van de VVD volgens ons echt onderuitgehaald. Dat is voor de PvdA niet onderhandelbaar. Ik hoop daarom dat de raad dat amendement niet zal steunen. Mocht dat wel het geval zijn, dan zal de PvdA zich helaas genoodzaakt voelen om niet in te kunnen stemmen met deze nota. De voorzitter. Door mevrouw Tseggai worden de volgende moties (L.11 PvdA en L.12 PvdA) ingediend:

Motie L.11 PvdA De trein rijdt nog steeds De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad. Constaterende, dat: • de gemeente een belangrijke voorbeeldfunctie heeft in de stad; • diversiteit in de stad een feit is, maar op het stadhuis nog niet; • men al sinds 1997 bezig is de diversiteit op het stadhuis te bevorderen, door middel van de nota ‘ De trein rijdt naar diversiteit’; • er belangrijke stappen zijn gezet, maar de diversiteit in hogere schalen naar meer dan 20 jaar nog steeds niet naar tevredenheid is. Van mening, dat: • het onwenselijk is dat het stadhuis geen afspiegeling vormt van de stad en de gemeentelijke organisatie ernaar zou moeten streven dat wel te zijn; • diversiteit in een organisatie bewezen positief is voor de effectiviteit ervan; • het nu echt tijd is om ook in hogere schalen van de organisatie meer diversiteit te realiseren. Verzoekt het college: • in het nieuwe plan diversiteit en inclusie voor de gemeente een evaluatie op te nemen van de effectiviteit van eerder diversiteitsbeleid op de hogere schalen in de gemeentelijke organisatie en eventuele verbeterpunten direct in het nieuwe beleid op te nemen. en gaat over tot de orde van de dag.

72

Motie L.12 PvdA Koop slim in De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college Bouwen aan een verbonden stad. Constaterende, dat: • de gemeente Den Haag allerlei zaken inkoopt en aanbesteedt bij verschillende bedrijven en organisaties en hier veel geld mee gemoeid gaat. Overwegende, dat: • het inkoopbeleid van de gemeente een goede manier zou kunnen zijn om bedrijven die zich inzetten voor diversiteit en inclusie een duwtje in de rug te geven. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe het gemeentelijke inkoopbeleid gebruikt kan worden om diversiteit en inclusie in de stad en bedrijven/organisaties die zich daarvoor inzetten te stimuleren; • en de raad hierover te informeren. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. In de commissie hebben we al uitgebreid van gedachten kunnen wisselen over deze nota. Ik heb de wethouder toen mijn complimenten gemaakt voor de visie die het college geeft met dit voorstel. Ik had mij mijn inbreng vandaag echt heel anders voorgesteld en voorbereid. Er zouden namelijk weer complimenten vallen. Ik was echter diep teleurgesteld toen ik erachter kwam dat het amendement van de VVD een meerderheid heeft en zelfs BA-proof is verklaard.

Een meerderheid, mede mogelijk gemaakt door de zeer gekleurde CDA- en D66-fracties nota bene, die meewerken aan mitsen en maren aan een verbonden samenleving. Diepe teleurstelling dus, ook in het college zelf, dat het amendement als BA-proof heeft laten bestempelen. Hoe kon de wethouder hiermee akkoord gaan? U heeft uw eigen voorstel hiermee ingegooid met bouwstenen, en dat is echt te betreuren. Want van Bouwen aan een verbonden stad hebben we gezien dat de mooie bouwopgave die we in de commissie hadden gezien nu blijkbaar vol gaat zitten met gebroken stenen. Dat is niet de verbondenheid die wij willen zien. Voorzitter. Ondanks dat er nu een gewijzigd amendement staat door de inspanningen van GroenLinks, blijft het een vervelende smaak en een verkeerde inhoud hebben. Zelfs terwijl ik vandaag aan het vasten ben, proef ik die vervelende smaak van het amendement. Ik roep GroenLinks dan ook hierbij toch op: denk na en ga niet akkoord met de nota, mocht deze compleet verbouwd worden door het amendement. Sebastian Kruis (PVV). Ik ben een beetje verrast dat de heer Mahmood zegt dat hij verbaasd is over de steun voor het amendement door GroenLinks en het CDA omdat er veel mensen van kleur in zitten. Ik vraag me af waarom hun huidskleur van belang is voor hun oordeel over dit amendement. Adeel Mahmood (NIDA).

Hun huidskleur is helemaal niet relevant voor hun oordeel over het amendement. Ik ben diep teleurgesteld, omdat ik die personen en die fracties ken als zijnde fracties die willen bouwen aan een gezonde samenleving en niet een samenleving willen laten instorten door het gooien van stenen in zo'n mooi voorstel. Dat is dan ook mijn teleurstelling, want ik had graag gezien dat de eerdere nota niet compleet verbouwd zou worden. Dat kan nu blijkbaar met de steun van deze twee fracties. Sebastian Kruis (PVV). Kijk, nu begint de heer Mahmood toch terug te krabbelen, want hij zei wel degelijk dat hij het raar vond dat fracties met veel mensen van kleur voor dit amendement konden stemmen. Ik vraag me af waarom dit soort racistische prietpraat wordt gedoogd in dit soort debatten. 73

Je moet het eens omdraaien en zeggen: omdat ze zo blank zijn, zouden ze ergens voor of tegen moeten stemmen. Dan is de wereld terecht te klein. Maar het is blijkbaar voor de heer Mahmood gebruikelijk om de huidskleur van raadsleden erbij te betrekken om zijn politieke punt te maken. Dat vind ik erg onsmakelijk. Adeel Mahmood (NIDA). Wat een slechte inbreng en vraag. Ik denk dat u dat voortaan beter kunt voorbereiden. U kunt ook beter. Wat ik wil zeggen in mijn inbreng is dat ik diep teleurgesteld ben in mijn collega's. Het zijn fracties van kleur: D66 en het CDA. Dat zeg ik ook erbij. Want juist zij zouden moeten weten hoe het voelt om te werken aan een verbonden samenleving, hoe het voelt om te bouwen aan een verbonden samenleving en een verbonden stad zonder mitsen en maren. Juist die mitsen en maren, daar hebben zij aan meegewerkt. Ik kan niet begrijpen dat zij daarachter staan en daar ben ik dus teleurgesteld in. U vindt het blijkbaar niet leuk, maar ik blijf daar teleurgesteld in. De voorzitter. U gaat uw betoog vervolgen. Adeel Mahmood (NIDA). Ik zei: van Bouwen aan een verbonden stad hebben we gezien dat de mooie bouwopgave die we in de commissie hadden gezien nu blijkbaar vol gaat zitten met gebroken stenen. Dat is niet de verbondenheid die wij willen zien.

Ondanks dat er nu een gewijzigd amendement staat door de inspanning van GroenLinks … Volgens mij heb ik dit al gezegd. Ik roep GroenLinks namelijk op om niet voor de nota stemmen, mocht het amendement het halen. Zoals ik in de commissie ook al zei, is het tijd voor actie, een radicale ommezwaai waarbij fundamentele verandering en verbinding hard nodig is. Deze ommezwaai is alleen mogelijk als we er samen voor strijden, niet vanuit boosheid en angst, maar vanuit idealisme, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid. Helaas zien wij bij het amendement geen idealisme maar angst. Daarom zullen wij ook tegen de nota stemmen, als het amendement wordt aangenomen. In de commissie heb ik mijn zorgen geuit over segregatie en kansenongelijkheid. Den Haag is, zoals velen weten en erkennen, de meest gesegregeerde stad van Nederland, niet alleen langs de bekende geografische lijnen tussen zand en veen, maar ook langs sociaal-economische en sociaalculturele lijnen. Het verschil in kansenongelijkheid, inkomen, het aantal werklozen en de etnische samenstelling van de Haagse wijken is groter dan in wijken in andere steden. Ook is Den Haag langs politieke lijnen - dat zien we vandaag ook heel goed - een van de meest verdeelde steden van Nederland. Oftewel, segregatie, discriminatie en kansenongelijkheid zijn een alledaagse werkelijkheid in de stad van vrede en recht.

Ik ben dan ook blij dat collega Arp van de SP met twee moties komt die wij meeondertekenen, over vrede en recht in buurten en de segregatiemonitor. We tekenen ook mee met de motie van de PvdA voor een concreet plan om het diversiteitsbeleid van de gemeente effectiever te maken. De rest van mijn inbreng zet ik vandaag richting de prullenbak. Jan Pronk (VVD). Voorzitter. Het is mijn streven om de verschillen tussen links en rechts te overbruggen in deze nota met ons amendement. Het was en is mijn wens dat te doen en naast de steun van Groep de Mos, het CDA en D66 nog meer steun te verwerven. Daarom hebben wij vanmiddag geprobeerd nog enkele zaken te wijzigen om die steun te vergroten. Of dat is gelukt, gaan we vanavond zien, maar het blijft een belangrijk streven om te proberen hier met zo veel mogelijk steun samen uit te komen. Het oorspronkelijke idee was om het amendement van gisteren hier samen te vatten, zodat ik het niet volledig hoef te gaan voorlezen. Maar gezien de wijzigingen lijkt het me verstandig in ieder geval die wijzigingen toe te lichten. Dat vat het ook goed samen en voorkomt alsnog heel lang voorlezen. Ik wacht eventjes af of het voor onze commissie akkoord is om me daarop te focussen, gezien de beperkte spreektijd die we hebben. Als dat akkoord is, dan wil ik me in ieder geval focussen op een aantal hoofdpunten uit het amendement. Ik begin met onderdeel B.

Op pagina 2 na de zinnen 'Nederland is …' tot en met '… leven, wonen en werken' wordt toegevoegd: Iedereen heeft recht om zijn eigen identiteit te beleven en zijn eigen culturele uitingen te omarmen en uit te dragen. Echter tussen die culturele uitingen en de grenzen van de democratische rechtstaat zit nog een heel gebied van dieper beleefde kernnormen en kernwaarden zoals gelijkwaardigheid, ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, 74

etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur en de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking en de vrijheid van geweten en zoals deze ook zijn verwoord in onze Grondwet. In onze diverse stad is dat gemeenschappelijke fundament van groot belang. De toekomst van de stad vereist een helder verhaal wat wel kan en wat niet, waar we voor staan én wat ons bindt. Wanneer voldoende mensen de open, vrije en tolerante variant daarvan omarmen, zal het lukken om een open, vrije en tolerante samenleving te blijven. Daarom willen wij dat in Den Haag iedereen kennis heeft en onderwezen wordt in die kernnormen en kernwaarden. Daarnaast gaan we met elkaar en met de stad het gesprek aan om deze gedeelde normen en waarden te vieren en te kijken wat dit voor elk van ons betekent. Op basis van deze kernnormen en kernwaarden hebben we elk ook onze eigen persoonlijke, culturele en/of religieuze waarden binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat waarover we graag het gesprek aangaan. We onderstrepen daarin de wederkerigheid van vrijheid en verbinding: vrijheid nemen om je eigen opvattingen te hebben moet inhouden dat je een ander ook de vrijheid geeft zijn of haar opvattingen te hebben en uit te dragen. Verbinden kan alleen als je openstaat voor het gesprek en bereid bent om naar anderen te luisteren. Punt F.

Ik stel voor op pagina 2 de zinnen 'Het idee …' tot en met '… kan onttrekken' te vervangen door: Vooropstaat dat samenleven plaatsvindt binnen de kaders van de democratische rechtsstaat en de kernnormen en kernwaarden zoals vrijheid, gelijkwaardigheid - het debat gehoord hebbende, zou ik ook hier willen invoegen 'solidariteit'; dat ga ik straks wijzigen - en gedeelde verantwoordelijkheid. De overheid moet optreden tegen praktijken die in strijd zijn met de wet en duidelijk maken wat niet wordt aanvaard. Binnen de kaders van die democratische rechtsstaat is er ruimte voor ieders eigen opvattingen en overtuigingen. Daarbij streven we naar een zo groot mogelijke gemene deler aangaande de kernnormen en kernwaarden. Punt H. Op pagina 3 wordt na de zin 'Een continue zoektocht waar we elkaar steeds weer treffen en waarbij alle Hagenaars, in al hun diversiteit, elkaar opnieuw proberen te vinden tussen traditie en vernieuwing' toegevoegd: dit met inachtneming van de kernnormen en kernwaarden van onze democratische rechtsstaat. Punt M.

Op pagina 4 wordt de zin 'Door de nadruk te leggen op het verschil groeien we uit elkaar' vervangen door: Om niet uit elkaar te groeien, wordt het enerzijds nog belangrijker om duidelijk aan te geven waar wij, in onze democratische rechtsstaat, voor staan en wat de kernnormen en kernwaarden zijn die de basis vormen van een open, tolerante en vrije samenleving en anderzijds met elkaar het gesprek aan te gaan over elkaars persoonlijke waarden waarvoor de kernnormen en waarden de basis zijn. Hierbij leggen we niet steeds de nadruk op de verschillen maar vieren we onder andere onze kernnormen en kernwaarden. Punt N. Op pagina 4 wordt na het woord 'solidariteit' toegevoegd: gedeelde verantwoordelijkheid. Punt O. Op pagina 4 worden de zinnen 'Bij waarden gaat het …' tot en met '… gemeenschappen in Den Haag' vervangen door: Bij normen en waarden gaat het om de achterliggende idealen van mensen en de verklaring voor opvattingen en gedragingen. Veelal onderschrijven we dezelfde waarden, ongeacht de soms verschillende achtergronden. Punt P.

Op pagina 4 na de zin 'Door in gesprek te gaan over de verschillen kan wederzijds begrip ontstaan.' wordt toegevoegd: Daarbij blijft het belangrijk om duidelijkheid te scheppen over waar wij in Den Haag voor staan, wat het betekent om in een open, vrije en tolerante samenleving te leven en het daarvoor van belang is om hierover met elkaar in gesprek te gaan om gemeenschappelijkheid hierin te vinden. Voorzitter. Ik vat kort samen. De diversiteit en pluriformiteit van onze stad omarmen we. De verbinding is een mooi uitgangspunt, maar dan moet helder zijn waaraan we verbinden: verbinden aan de kernnormen en kernwaarden. Daarbij zijn vrijheid en verbinding wederkerig. Vrijheid nemen is vrijheid geven aan een ander, en verbinding is openstaan voor ieders mening en ook iedereen de ruimte geven die mening te hebben, dit alles om een open, vrije en tolerante samenleving met elkaar te bewaren, te bewaken en te bevorderen. Ik ben blij dat we met waarschijnlijk aanzienlijke steun dit amendement in ieder geval kunnen indienen. Ik hoop dat die steun bij de stemming vanavond nog breder wordt. Het was geweldig om met elkaar samen te werken daarop. Volgens mij laat dat precies zien wat wij hebben geprobeerd, namelijk de verschillen overbruggen met de partijen die daaronder staan, en daar ben ik ze dankbaar

75

voor. Ook een dankwoord aan de wethouder voor de interessante discussies die we daarover hebben gehad. Voorzitter. Met uw welnemen zou ik het hier graag bij willen laten. De voorzitter. Door de heer Pronk, daartoe gesteund door de heer Partiman, mevrouw Davituliani en mevrouw Mostert, wordt het volgende gewijzigd amendement (L.B VVD) voorgesteld:

Amendement L.B VVD gewijzigd Verduidelijking voor de Stad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het College inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS 308172). 1.

Besluit De beleidsnota ‘Bouwen aan een verbonden stad’ vast te stellen, met dien verstande dat:

A. Op pagina 2 de zin ‘Diversiteit: de nieuwe realiteit’ wordt vervangen door: Diversiteit: kernnormen en kernwaarden als een fundament in een pluriforme stad •

B. Op pagina 2 na de zinnen ‘Nederland is t/m leven, wonen en werken.’ wordt toegevoegd: Iedereen heeft recht om zijn eigen identiteit te beleven en zijn eigen culturele uitingen te omarmen en uit te dragen. Echter tussen die culturele uitingen en de grenzen van de democratische rechtstaat zit nog een heel gebied van dieper beleefde kernnormen en kernwaarden zoals gelijkwaardigheid, ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur en de vrijheid van meningsuiting, het recht op zelfbeschikking en de vrijheid van geweten en zoals deze ook zijn verwoord in onze grondwet. In onze diverse stad is dat gemeenschappelijke fundament van groot belang. De toekomst van de stad vereist een helder verhaal wat wel kan en wat niet, waar we voor staan én wat ons bindt. Wanneer voldoende mensen de open, vrije en tolerante variant daarvan omarmen, zal het lukken om een open, vrije en tolerante samenleving te blijven. Daarom willen wij dat in Den Haag iedereen kennis heeft en onderwezen wordt in die kernnormen en kernwaarden. Daarnaast gaan we met elkaar en met de stad het gesprek aan om deze gedeelde normen en waarden te vieren en te kijken wat dit voor elk van ons betekent.

Op basis van deze kern normen en kernwaarden hebben we elk ook onze eigen persoonlijke, culturele en/of religieuze waarden binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat waarover we het gesprek aangaan. We onderstrepen daarin de wederkerigheid van vrijheid en verbinding: vrijheid nemen om je eigen opvattingen te hebben moet inhouden dat je een ander ook de vrijheid geeft zijn of haar opvattingen te hebben en uit te dragen. Verbinden kan alleen als je openstaat voor het gesprek en bereid bent om naar anderen te luisteren. •

C. Op pagina 2 het zinsdeel ‘Een stad die intussen’ wordt vervangen door: Den Haag is een stad die intussen’ •

Toelichting: Diversiteit erkennen en kernnormen en kernwaarden onderstrepen zijn belangrijke uitgangspunten om iedereen zijn eigen identiteit te kunnen laten beleven, zij het binnen de grenzen van democratische rechtstaat en door te benoemen hoe je langs de as van kernnormen en kernwaarden een vrije, open en tolerante samenleving kunt zijn en blijven. D. Op pagina 2 in de zin ‘Deze verscheidenheid en de interacties tussen al deze groepen maakt dat we liever spreken van een verbindingsopgave dan van integratie.’ het deel ‘dan van integratie’ wordt vervangen door: aan de kernnormen en kernwaarden dan van integratie in de kernnormen en kernwaarden. •

•

E. Op pagina 2 het kopje ‘Verbinding is een wederkerig proces’ wordt vervangen door: Verbinding en Vrijheid zijn wederkerige processen. 76

Toelichting: Vrijheid geven en vrijheid nemen zijn een ondeelbaar en verbonden begrippenpaar. Het één gaat niet zonder het ander, vrijheid heeft dus een reciproke verbindende werking nodig. F. Op pagina 2 de zinnen ‘Het idee t/m kan onttrekken’ worden vervangen door: Voorop staat dat samenleven plaatsvindt binnen de kaders van de democratische rechtsstaat en de kernnormen en kernwaarden zoals vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid. De overheid moet optreden tegen praktijken die in strijd zijn met de wet en duidelijk maken wat niet wordt aanvaard. Binnen de kaders van die democratische rechtstaat, is er ruimte voor ieders eigen opvattingen en overtuigingen. Daarbij streven we naar een zo groot mogelijke gemene deler aangaande de kernnormen en kernwaarden. •

Toelichting: Zie toelichting onder 1. G. Op pagina 3 aan de zin ‘Daarmee is de stad voortdurend in ontwikkeling.’ wordt toegevoegd: en daarom is het extra belangrijk om regelmatig stil te staan bij onze Haagse geschiedenis en de Haagse tradities die wij als diverse stad kennen. •

Toelichting: Juist voor een stad die in ontwikkeling is, is het belangrijk om regelmatig stil te staan bij onze geschiedenis en de tradities die wij als diverse stad kennen. Zonder te weten hoe stad zich in het verleden heeft ontwikkeld, is het moeilijk te begrijpen waar het met de stad naar toe moet in de toekomst. H. Op pagina 3 toevoegen na de zin ‘Een continue zoektocht waar we elkaar steeds weer treffen en waarbij alle Hagenaars, in al hun diversiteit, elkaar opnieuw proberen te vinden tussen traditie en vernieuwing’, toe te voegen: dit met in acht neming van de kernnormen en - waarden van onze democratische rechtsstaat. •

I. Op pagina 3 het kopje ‘Verbinding is een wederkerig proces’ wordt vervangen door: Verbinding en Vrijheid zijn wederkerige processen. •

J. Op pagina 3 de zin ‘Er is geen sprake meer van een homogene meerderheidscultuur.’ en de zin ‘Niemand is meer de meerderheid en daarmee behoort iedereen tot de minderheid.’ worden geschrapt en na het woord ‘meer’ wordt toegevoegd:, omdat we allemaal Hagenaars zijn met verschillende achtergronden en identiteiten. •

Toelichting: We zijn allemaal Hagenaars/Hagenezen en dat maakt deze passage overbodig. K. Op pagina 3 na de zin ‘De uitdaging t/m open samenleving.’ de zin ‘enerzijds t/m verenigen’ wordt geschrapt. •

L. Op pagina 4 in het kopje ‘Vieren van gedeelde waarden’ het deel ‘gedeelde waarden’ wordt vervangen door: kernnormen en kernwaarden. •

M. Op pagina 4 de zin: ‘Door de nadruk te leggen op het verschil groeien we uit elkaar.’ Wordt vervangen door: Om niet uit elkaar te groeien, wordt het enerzijds nog belangrijker om duidelijk aan te geven waar wij, in onze democratische rechtstaat, voor staan en wat de kernnormen en kernwaarden zijn die de basis vormen van een open, tolerante en vrije samenleving en anderzijds met elkaar het gesprek aan te gaan over elkaars persoonlijke waarden waarvoor de kernnormen en waarden de basis zijn. Hierbij leggen we niet steeds de nadruk op de verschillen maar vieren we o.a. onze kernnormen en waarden. •

77

Toelichting: Zie toelichting onder 1. •

N. Op pagina 4 na het woord ‘solidariteit’ toevoegen: gedeelde verantwoordelijkheid.

O. Op pagina 4 de zinnen: ‘Bij waarden gaat het t/m gemeenschappen in Den Haag’ te vervangen door: Bij normen en waarden gaat het om de achterliggende idealen van mensen en de verklaring voor opvattingen en gedragingen. Veelal onderschrijven we dezelfde waarden, ongeacht de soms verschillende achtergronden. •

P. Op pagina 4 na de zin: ‘Door in gesprek te gaan over de verschillen kan wederzijds begrip ontstaan.’ wordt toegevoegd: Daarbij blijft het belangrijk om duidelijkheid te scheppen over waar wij in Den Haag voor staan, wat het betekent om in een open, vrije en tolerante samenleving te leven en het daarvoor van belang is om hierover met elkaar in gesprek te gaan om gemeenschappelijkheid hierin te vinden. •

Toelichting: Zie toelichting onder 1. En gaat over tot de orde van de dag. Het gewijzigd amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Voorzitter. Allereerst wil ik mijn dank uitspreken voor dit mooie voorstel, dat eigenlijk tijdens de commissie voor ons lag, ondertussen kaalgeplukt door een aantal coalitiepartners. Ik deel de zorgen van mijn collega's van NIDA en de PvdA. Ik vraag mij ook af of dit wel het voorstel is van onze wethouder. Er blijft bijna niks meer van over. Wij vinden echter ook dat er wat ontbreekt. Niet iedereen in de samenleving participeert voldoende, niet per se uit onwil, maar vaak uit onmacht. Bepaalde groepen blijven hierdoor onbekend voor elkaar. Het spreekwoord 'onbekend maakt onbemind' manifesteert zich hierdoor in de samenleving. De participatie van alle groepen in de samenleving is onmiskenbaar bij het bevorderen van een verbonden stad. Daarom wil ik de motie 'Geen participatie, geen verbinding' indienen met als dictum: verzoekt het college om een zesde uitgangspunt toe te voegen aan het voorstel, genaamd 'geen participatie, geen verbinding' om de participatie van minder participerende groepen te bevorderen. De voorzitter. Door de heer Çetinkaya wordt de volgende motie (L.7 ID) ingediend:

Motie L.7 ID Geen participatie, geen verbinding De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 15 april 2021, ter bespreking van voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • niet iedereen in de samenleving voldoende participeert; • bepaalde groepen hierdoor onbekend blijven voor elkaar; • het spreekwoord 'onbekend maakt onbemind' zich manifesteert in de samenleving. Overwegende, dat: • participatie van alle groepen in de samenleving onmiskenbaar is bij het bevorderen van een verbonden stad. Verzoekt het college: • om een zesde uitgangspunt toe te voegen aan het voorstel, genaamd 'geen participatie, geen 78

•

verbinding' om de participatie van minder participerende groepen te bevorderen; de raad hierover te informeren.

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter. Ik heb net begrepen dat we snel aan de bak moeten, omdat andere mensen allemaal naar het stadhuis en dergelijke moeten, dus wat mij betreft houden we het kort. We hebben hier vorige week in de commissie stevig over gesproken. Althans, u heeft er stevig over gesproken. Ik heb me wat stevig op de achtergrond gehouden om de discussie aan u te laten. Dat is in ieder geval gelukt tot aan de discussie over het amendement toe. Dat is ook precies de bedoeling. Ik heb dat vorige week in de commissie ook gezegd. Ik mag van de burgemeester geen lange inleidingen meer houden. Dat gaat allemaal van onze tijd af, dus dat gaan we niet doen. Ik wil in ieder geval iedereen bedanken die moties en amendementen heeft ingediend en een bijdrage heeft geleverd aan de nieuwe vormgeving van de verbinding, zoals we dat in Den Haag van plan zijn vanuit het college. Het is uitdrukkelijk - ik benadruk dat nog een keer - geen nieuwe integratienota in de zin van de nieuwe inburgeringsnota die we een aantal weken geleden met elkaar hebben besproken. Daarbij ging het inderdaad over de opvang van nieuwkomers, hoe we daar vorm en inhoud aan geven en hoe we de waarden en normen overdragen die we hier hebben.

Dat is daar besproken en dat is hier expliciet niet de bedoeling. Mevrouw Ateş heeft dat inderdaad begrepen en heeft haar bijdrage dan ook daaraan gewijd. Dank daarvoor. Mevrouw Arp had het over een storm in een glas water. Dat vond ik wel een mooie. Daar kunnen we nog weleens een kopje koffie over drinken. U heeft ook in de commissie met name de segregatie duidelijk aangehaald als een fenomeen dat ook in deze nota nog niet voldoende besproken is. Ik heb u toegezegd dat ik daar met collega Balster verder over zal spreken. Laat ik beginnen met uw motie om de sociaal-economische segregatie in beeld te brengen. Ik ben blij dat u daar een heel brede insteek voor kiest die verder gaat dan deze verbindingsnota. Ik ga met wethouder Balster de mogelijkheden verkennen om dat te doen. Ik zal u daar voor de zomer over informeren. Je moet bij L.1 beginnen, Van Alphen! Die motie gaat over steun aan geloofsverlaters. U heeft extra aandacht gevraagd voor mensen die uit hun religie of geloofsgemeenschap stappen en kans lopen op vereenzaming en het gevoel van uitsluiting. Wij kunnen deze motie niet omarmen in die zin dat we al regulier beleid hebben voor problemen met eenzaamheid en uitsluiting: aanpak eenzaamheid, welzijnsvoorzieningen en andere, aanpak antidiscriminatie.

Naar ons idee zijn er op dit moment voldoende mogelijkheden om daarin mensen op te vangen die afstand nemen van hun geloof, dus wij ontraden deze motie. Lesley Arp (SP). Wat mij een beetje opvalt, is dat de wethouder deze vrij specifieke problematiek, die zoals ik al zei veel gezichten kent vanuit verschillende religies en verschillende oorzaken, onder een noemertje 'eenzaamheid' schaart. Ik vind dat toch een beetje om het probleem heen draaien. De aanleiding voor deze motie is ook wel dat in de verbindingsnota staat dat de wethouder in gesprek gaat met allerlei verschillende religieuze organisaties. Ik vind dat je dan als overheid een neutrale houding moet aannemen en ook de mindere kanten, zeg maar, van gesloten gemeenschappen en het probleem van verstoting moet adresseren. Ik vind het nu wel een beetje wollig hoe de wethouder hiermee omgaat. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). De wethouder haalt uw termen aan, namelijk 'eenzaamheid' en 'uitsluiting'. Die staan in uw motie en die haal ik dan ook aan. Daar hebben en maken we beleid op. Dat gebeurt dus al. Dat is wat ik zeg.

79

Lesley Arp (SP). Ik begrijp natuurlijk dat we beleid hebben op eenzaamheid en uitsluiting, want ik ben ook bij de debatten geweest die daarover gingen. Maar het gaat mij ook om het benoemen en adresseren van de problematiek. Zoals ik al in mijn inbreng zei, vind ik het heel goed om de gesprekken aan te gaan met geloofsgemeenschappen. Wat mij betreft mogen mensen hun religieuze identiteit vieren en daar trots op zijn. Maar er zitten ook aspecten aan die soms minder prettig kunnen uitpakken, met name als het heel gesloten gemeenschappen zijn. Waarom zouden we dat niet benoemen? Waarom zouden we daar niet ook in die activiteiten aandacht aan besteden en aantonen als gemeente dat wij solidair zijn met de mensen die dat hebben meegemaakt? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dat is natuurlijk afhankelijk van degene die daar een waardering aan geeft. Je kunt uit een geloofsgemeenschap stappen en de geloofsgemeenschap zal daar anders tegenaan kijken dan iemand die daarbuiten staat, iemand die niet gelooft of wat dan ook. Wat we proberen uit te dragen, is een algemeen beleid. Op het moment dat je moeite hebt met het uitstappen en met de isolatie en eenzaamheid als gevolg van het je onttrekken aan een bepaalde groep, vereniging of wat dan ook, staan we daar in het algemeen beleid voor open.

We hebben bij de vrouwennota en bij de queernota expliciet aangegeven dat dit een groep is die wel ondersteund moet worden, omdat die in het algemeen beleid nog niet zo aan de orde is en het een specifiek probleem is. Dat hebben we aangegeven. Er is beleid in zijn algemeenheid om te proberen mensen op te vangen die uitgesloten worden van groepen. Dat is wat we aangeven. Lesley Arp (SP). Ik ga hier toch een beetje op door. Dat komt ook omdat het in de commissie een beetje werd weggewuifd: we gaan niet als college helpen om katholieken de kerk te laten verlaten en zo. Ik wil gewoon weten wat er specifiek gebeurt. Ik weet dat bijvoorbeeld The Hang-Out iets is voor de lhbti-doelgroep, maar wat gebeurt er nou verder specifiek voor deze groep, zonder te verwijzen puur naar de eenzaamheidsnota? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Er is geen specifiek beleid voor mensen uit hun geloof treden. Dat is wat ik probeer aan te geven. Dat valt wat ons betreft onder het algemeen beleid. Daar zijn mogelijkheden voor mensen om hulp te vragen en hen daarbij te ondersteunen. Het is afhankelijk van de specifieke vraag van de mensen zelf. Motie L.2, 'Breng Vrede en Recht de buurten in' kunnen wij van harte omarmen.

We willen graag de internationale non-profitsector beter verbinden aan de stad, zodat alle inwoners van Den Haag kunnen meeprofiteren van alle kennis en kunde die deze organisaties in huis hebben. Dat is ook in lijn met het breed gedragen gevoel in uw raad dat is gebleken in de commissiebehandeling van het Decisio-rapport afgelopen jaar. Dialoogsessies tussen stadsbewoners waarin vrede en recht centraal staan, dragen vanuit dat perspectief bij aan de verbinding. De gemeente draagt de thema's aan voor dialogen. Dialoogtafels zullen voor Hagenaars en Haagse organisaties worden georganiseerd. Het thema vrede en recht is daarbij zeker een onderwerp. In het kader van Den Haag herdenkt 4 mei in 2021 komt dit ook expliciet aan de orde, en met de gewone mensen. Wij kunnen deze motie dus omarmen. Mevrouw Davituliani heeft twee moties ingediend en heeft weer de inburgeringsnota verward met deze verbindingsnota. Het is niet anders. Motie L.4 om het integratiebeleid niet ter ziele te dragen, maar juist in te zetten op een stevig, verplichtend en resultaatgericht beleid past echt onder het inburgeringsbeleid zoals we dat met elkaar hebben besproken. We vinden deze motie dus overbodig. Dan motie L.5 over de uitgangspunten als voorwaarde bij het verstrekken van subsidies. Ik kom daar straks nog op terug richting de ChristenUnie.

In de nieuwe algemene subsidieverordening, die dus geldt voor alle Haagse subsidies, is opgenomen dat subsidie geweigerd kan worden als de aanvrager doelstellingen beoogt, activiteiten zal ontplooien of boodschappen uitdraagt die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde: artikel 11, lid 4, sub b. Verder geeft de algemene subsidieverordening van de gemeente de mogelijkheid om diversiteit en inclusie te verplichten bij subsidieaanvragen. Daar gaan we bij het opstellen van deze regeling nog gebruik van maken. We zijn op dit moment bezig met het schrijven van die subsidieregeling. Ik zou u dan ook willen vragen om de motie aan te houden. Op het moment dat we met die regeling komen, kunt u besluiten of u die wel of niet nog indient.

80

Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder ontraadt de eerste motie met als reden dat ik de twee nota's van de wethouder zou hebben verward. Dat klopt niet. Dat de wethouder de nota in drie delen heeft opgeknipt, neemt natuurlijk niet weg dat de taal een wezenlijk onderdeel blijft van integratie. Als ik daar een motie op wil indienen, dan dien ik die motie in. Het is dus onjuist dat hij dat afdoet met verwarring van mijn kant. Ik ga even door op de tweede motie. De wethouder verwijst naar de algemene subsidievoorwaarden. Deze zijn niet voldoende om in het geval dat een organisatie een onvreedzame boodschap verkondigt, die organisatie subsidie te weigeren. Doelt de wethouder nou op dat wettelijk voorschrift, het algemeen belang en de openbare orde? Dan zou de wethouder ook moeten weten dat deze te generiek en te algemeen zijn om überhaupt te kunnen weigeren om een organisatie subsidie te verstrekken. Kan de wethouder hierop ingaan? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ik kan herhalen wat ik net gezegd heb. In de nieuwe algemene subsidieverordening, die dus geldt voor alle Haagse subsidies, is opgenomen dat subsidie geweigerd kan worden als de aanvrager doelstellingen beoogt, activiteiten zal ontplooien of boodschappen uitdraagt die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift. Ik denk dat dat duidelijk is. Dat is de basis.

Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder kan denken dat de kracht in herhaling zit, want hij herhaalt eigenlijk precies hetzelfde. Maar dat klopt natuurlijk niet, want volgens deze voorwaarden is het onmogelijk om, zoals in 2019 is gebleken met de geradicaliseerde jongerenwerkers die aan onze kinderen onvreedzame boodschappen overbrachten, in dat soort gevallen het verstrekken van subsidie te weigeren. Het is fijn dat de wethouder op die algemene subsidievoorwaarden vertrouwt, maar wat Hart voor Den Haag betreft gaan we uit van het principe dat vertrouwen goed is, maar controle beter is. De wethouder is bezig met de subsidieregeling voor integratiesubsidies, voor deze nota. Dus ik zou zeggen: neem duidelijke voorwaarden mee, zodat het voor iedereen duidelijk is wat de voorwaarden zijn om in aanmerking te komen voor subsidie en zodat wij ook daarmee kunnen bevorderen dat er vreedzame boodschappen worden overgebracht aan onze jongeren. Is de wethouder het hier niet mee eens? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). De kracht zit niet alleen in de herhaling, maar het is ook duidelijk dat wat ik net heb voorgelezen de basis is waarop wij de nieuwe subsidieverlening gaan toepassen. Dat is de basis en wij gaan die verder invullen. Daar komt een regeling van en die komt naar u toe. Dan kunt u controleren of het wel of niet volgens uw ideeën zal worden uitgevoerd.

Dat is wat ik aan u zeg. Wacht even met deze motie totdat deze nieuwe regeling er is. Dan kunt u dat zelf controleren. Mocht dat naar uw idee niet naar behoren zijn, dan kunnen we er altijd over doorpraten. Mevrouw Klokkenburg kwam vervolgens met haar amendement. Ik moet u zeggen dat wij ProDemos ook al hadden benaderd, juist met deze kernwaarden, omdat het volgens ons hierover ging. Wij omarmen dit amendement van harte. Ik denk dat we dat goed kunnen toevoegen, want het gaat er precies om dat die kernwaarden, waar we het met elkaar over moeten hebben, als uitgangspunt kunnen dienen. Het college heeft daar geen bezwaar tegen. Dan uw vraag om de verbindingssubsidie wat meer vorm en inhoud te geven. Ik heb net geprobeerd uit te leggen dat we bezig zijn met de ontwikkeling daarvan. We zullen deze zaken meenemen. U vraagt een aantal zaken. Maak de subsidieregeling helder en begrijpelijk voor alle inwoners. U weet dat je bij subsidieregelingen altijd te maken hebt met juridische zaken enzovoort. We moeten allebei doen. Zorg ervoor dat het juridisch helemaal klopt, ook op taal. Het is vaak onleesbaar voor de leek. We zullen ook op de website en bij de subsidieaanvragen er duidelijk rekening mee houden dat het in toegankelijke taal wordt verstrekt. We zijn er nu mee bezig om dat vorm en inhoud te geven.

De regeling zal zeker zo moeten worden vormgegeven - ik zei het net al even - dat diverse groepen moeten participeren. Daar 'handhaven', controleren we ook op. In de subsidievoorwaarden zal worden opgenomen dat er met diverse groepen zal moeten worden samengewerkt. Ook u zou ik willen vragen om de motie aan te houden totdat we daadwerkelijk met de regeling komen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dank aan de wethouder. Volgens mij is het een collegebevoegdheid om de regeling vast te stellen. Als ik deze motie zou aanhouden, wanneer is dan 81

het moment om eventueel het college terug te fluiten als blijkt dat het niet in de regeling is opgenomen? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Daar was iets over opgeschreven en dat ga ik nu even voorgelezen. Natuurlijk kan het college de subsidieregeling naar de raad sturen direct voorafgaande aan de bekendmaking ervan, maar dan wel ter informatie, niet in de zin van een voorvisie of een zienswijzeprocedure. Het is inderdaad een bevoegdheid van het college, maar ik zal u informeren over zaken. Dan kunnen we het er in ieder geval over hebben. Maar hou de motie even aan. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Daarmee zegt de wethouder eigenlijk: ik weet niet of ik 'm ga uitvoeren; dat zult u wel zien als u de regeling toegestuurd krijgt. Dan kunnen we erover praten tot we een ons wegen, maar het college heeft de regeling dan al vastgesteld. Dan is die al naar buiten en kunnen we er als raad dus niks meer aan doen. Mijn verzoek aan het college is om de verzoeken die ik in de motie doe ook daadwerkelijk op te nemen in de regeling. Kan de wethouder toezeggen dat hij dat gaat doen? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ja, dat kan. Dat zeg ik dus toe. Het Rijk heeft mogelijkheden, zeg ik tegen de heer Kruis, voor remigratie voor wie dat wil. Het heeft daar geld voor beschikbaar gesteld, dus we hoeven daar vanuit de gemeentemiddelen geen geld voor vrij te maken.

De heer Partiman heeft het inderdaad weer over: integreren is een werkwoord. Ik heb in de commissie gezegd: verbinden is ook een werkwoord, en daar moeten we dus gecombineerd aan werken. Ik ben blij met uw bijdrage. U vraagt bij motie om naast levensbeschouwelijke en religieuze organisaties ook het gesprek aan te gaan met maatschappelijke organisaties. De dialogen gaan de komende periode plaatsvinden, overal in de stad met iedereen. Specifiek eruit gelicht zijn de ontmoetingen met religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. Dat wil niet zeggen dat er geen gesprekken plaatsvinden met andere organisaties. Die vinden ook plaats. We zullen daar in de voortgangsrapportage op terugkomen. Wij kunnen deze motie dus omarmen. Mevrouw Faïd heeft een motie ingediend over het onderzoeken van rechts-extremisme. Dat hoort eigenlijk bij de burgemeester thuis. Hij zou de motie ook beantwoorden, maar zit ergens anders en heeft mij gevraagd om dit warm voor te dragen. Dat ga ik nu dan ook doen. Hij ontraadt de motie; dat is dan weer een domper. Het college maakt zich met u zorgen over de opkomst van rechtsextremisme. Eerder deze week stuurde de burgemeester u de voortgangsrapportage Aanpak polarisatie, radicalisering en extremisme, waaruit blijkt dat het rechts-extremistische sentiment ook in Den Haag aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10205459/3