RIS308975 Notulen van de raad van 15 april 2021 (dag)
Tekst van het document
50
inclusie. Je kan pas over 'inclusie' spreken als 'kleur' ook zeggenschap heeft en als 'kleuren' ook aan de onderhandelingstafel zitten. Dat is momenteel niet zo; dat is momenteel niet te zien. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, mevrouw Ateş voor het antwoord, maar dat is natuurlijk niet waar het hier over gaat, want het amendement van de VVD geeft juist heel veel mitsen en maren, zoals meneer Mahmood ook zei. U vertelt wat er volgens u zou moeten gebeuren, maar ik wil graag horen wat er met deze nota gebeurt als het amendement van de VVD wordt aangenomen. Dan kunt u uw verhaal van zojuist niet meer volhouden, want dat is niet wat er dan gaat gebeuren. Ik ben dus echt benieuwd wat er voor GroenLinks nou precies zo anders is, inclusief dat amendement. U zegt eigenlijk ook dat de integratie mislukt is. Misschien kunt u ook daar nog even iets verhelderends over roepen. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik vind inderdaad dat de integratie is mislukt, want integratie zou geen eenrichtingsverkeer moeten zijn. Integratie zou niet alleen moeten zijn dat we accepteren dat kleur er is. Nogmaals, kijkend naar onze geschiedenis en hoe samenlevingen tot stand komen die niet bestaan uit homogene groepen - sommige mensen beweren dat die samenlevingen homogeen zijn, maar dat is niet waar - ontstaat integratie pas wanneer er echt menging plaatsvindt.
Wat wij hier nu in onze stad maar ook door heel Nederland zien, is: ja, die mensen zijn er en ja, hun aanwezigheid wordt geaccepteerd, maar daar blijft het bij. Ik denk dat we de term 'integratie' eigenlijk ook al voorbij zijn. Ik denk dat wij moeten werken aan inclusie. Inclusie betekent dat iedereen vertegenwoordigd moet zijn, zeggenschap moet hebben, aan de onderhandelingstafel moet zitten, goed vertegenwoordigd moet zijn in grote instituties, ook op werkplekken, op ieder niveau en in iedere schaal. Dan hebben we bereikt wat we willen bereiken. Zolang dat er niet is, durf ik ook de hand in eigen boezem te steken en te zeggen dat we dat niet goed hebben gedaan. De voorzitter. Mevrouw Faïd, tot slot op dit punt. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, mevrouw Ateş, maar u geeft natuurlijk maar antwoord op één deel van mijn vraag. U had nu weer een heel mooi verhaal over hoe het anders zou moeten: iedereen gelijkwaardig. Daarbij vindt u ons natuurlijk gelijk aan uw zijde, maar dat is niet aan de orde als u dat amendement accepteert. Dus waarom gaat u als GroenLinks dat amendement accepteren? Daar wil ik graag een antwoord op, want dan klopt uw verhaal niet meer. Dus wat is er straks in het verhaal nou anders waarmee u mij ervan zou kunnen overtuigen om toch maar voor die nota te stemmen? Serpil Ateş (GroenLinks). Allereerst: er zijn, voor zover ik weet, aanpassingen.
Ook het amendement is nu aangepast. Ik weet niet of u dat al heeft gezien. Ik zou u willen adviseren om daarnaar te kijken. En ja, nogmaals, ik ben het helemaal met u eens dat ik het liever anders had gezien. Ik denk dat we daarin niet veel van mening verschillen, maar ik denk dat we elkaar en ook de stad een kans moeten geven om dit nieuwe pad te bewandelen en daar toch nog een fundament voor neer te zetten. Want als we dat niet doen, betekent dat dat we in het oude vervallen. Dat was volgens mij iets waar wij allemaal niet blij mee waren. Ik zou dus zeggen: kijk naar het nieuwe amendement en maak dan de overweging. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). In de commissie waren we met onder andere GroenLinks heel positief over het voorstel. Nu wordt met een amendement het hele voorstel min of meer kaalgeplukt. Ik had mijn voorwoord straks eigenlijk willen beginnen met: 'Allereerst wil ik mijn dank uitspreken voor het mooie voorstel'. Maar ik moet mijn tekst door deze vorm van geven en nemen nu aanpassen. Ik ben diep teleurgesteld namens de hele gemeenschap die voorstander was van dit voorstel. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik hoor geen vraag, maar ik deel het gevoel van de heer Çetinkaya. Voor de derde keer: ook ik had dit het liefst in de eerste vorm gezien. Maar ik sta ook heel erg stil bij het samen naar een proces toe groeien.
Als wij echt een stap willen zetten, gebeurt dat soms met een resultaat dat niet precies is zoals wij dat willen, maar wel met het oog op de toekomst, waarin wij het punt willen bereiken dat wij met z'n allen willen bereiken. Ik stel dus voor om dat in de overweging mee te nemen, want tegenstemmen betekent dat we naar het oude teruggaan. Volgens mij is dat ook niet wat we willen.
51
Lesley Arp (SP). Ik wil graag een vraag stellen over een specifiek punt in het amendement dat de heer Pronk straks gaat indienen, namelijk dat de benoemde kernwaarde 'solidariteit' vervangen wordt door de term 'gedeelde verantwoordelijkheid'. Als dat wordt aangenomen, zou dat mij als socialist in ieder geval heel veel pijn doen. Ik zou de nota dan in een ander daglicht gaan zien. Ik ben benieuwd wat mevrouw Ateş er vanuit haar ideologische achtergrond van vindt dat dit zo uitwisselbaar is in een achterkamertje. Serpil Ateş (GroenLinks). Het is zeker niet zo makkelijk uitwisselbaar. Solidariteit is niet uitwisselbaar; laat ik dat even vooropstellen. Maar we hebben er helaas wel mee te maken dat wij allemaal verschillende ideeën en opvattingen hebben over hoe wij de stad opnieuw willen inrichten betreffende inclusie. Waar ik wel voor sta, is dat wij uiteindelijk voor de stad iets goeds moeten doen. Als dit een eerste stap is met een aantal pijnpunten, wil ik dat ook aannemen, omdat ik denk dat de stad daarmee een stap vooruitgaat, maar met de kanttekening dat ik het liever had gezien zoals ook jullie dat wilden zien. Lesley Arp (SP). Mevrouw Ateş zegt dat het niet uitwisselbaar is, maar als de term 'solidariteit' als kernwaarde wordt geschrapt en wordt vervangen door iets anders, is het dus wel degelijk uitwisselbaar.
Dat is ook de reden waarom mijn naam onder het amendement-Klokkenburg staat, omdat dat amendement solidariteit in het stuk letterlijk nog een paar keer onderstreept. Ik denk trouwens dat beide amendementen niet verenigbaar zijn, maar dat is een opmerking terzijde. Feitelijk is het dus zo dat het wordt uitgewisseld als het amendement van de VVD wordt aangenomen; het is letterlijk zo dat het wordt uitgewisseld. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik ga dus ook achter het amendement van mevrouw Klokkenburg staan, want ik sta daar ook zo in. Nogmaals, voor mij is het niet inwisselbaar, maar als je uiteindelijk tot een compromis moet komen waarvan je denkt dat het beter is dan hoe het nu gaat, gaan sommige dingen pijn doen. Dit is er daar één van, maar er zijn moties die ik ook ga steunen. De voorzitter. Mevrouw Arp heeft nog een laatste vraag. Die zou ik willen toestaan. Ik zie dat de heer Pronk een punt van orde heeft en dan zie ik nog de heer Kruis en de heer Mahmood. Eerst nog even kort mevrouw Arp. Ik kijk ook even voorzichtig naar de tijd. Jan Pronk (VVD). Voorzitter, mag ik misschien ter verduidelijking een punt van orde inbrengen over dat woord 'solidariteit', alstublieft? Want anders wordt het erg ingewikkeld. Dat is eigenlijk een punt van orde, want dat woord staat wel in de tekst. De voorzitter. Dit is niet echt een punt van orde.
De lastigheid die hier nu ontstaat, is dat een discussie over een amendement plaatsvindt dat blijkbaar nog gewijzigd is en dat straks - als het goed is; daar ga ik van uit - wordt ingediend. Dat vind ik nu een beetje het lastige van deze discussie. Ik snap dat u, meneer Pronk, dat nu wil verduidelijken, maar dat lijkt mij niet verstandig, want die vragen moeten bij uw eigen inbreng gesteld worden. Ik zie ook de heer Kruis en de heer Mahmood nog met vragen, maar als die heel specifiek over het amendement gaan dat blijkbaar gewijzigd is en nog moet worden ingediend, vind ik dat die vragen later gesteld moeten worden. Snapt u? Ik ga terug naar mevrouw Arp, voor haar laatste vraag op dit punt. Lesley Arp (SP). Ik kan mijn vraag helaas natuurlijk alleen baseren op het amendement van de heer Pronk dat ik gezien heb. Zo gaat dat normaal gesproken natuurlijk in debatten, maar ik wil nog even benadrukken dat in mijn realiteit die twee amendementen op gespannen voet met elkaar staan, want het ene amendement onderstreept het woord 'solidariteit' en het andere haalt het eruit. Volgens mij kun je niet voor beide zijn. Ik vraag me dus af hoe mevrouw Ateş daarnaar kijkt. Serpil Ateş (GroenLinks). Nogmaals, ik had natuurlijk ook niet voldoende tijd om de nieuwste vorm van het amendement door te lezen, maar zoals ik het net heb gezien, staat dat er gewoon in en is dat niet geschrapt.
Als dat niet zo was, had ik ook nog voor het andere amendement gestemd, maar het is aangepast. 52
De voorzitter. Ik zie dat de interruptie van de heer Mahmood vervalt. De heer Kruis heeft nog een vraag. Sebastian Kruis (PVV). Ik merk toch aan mevrouw Ateş dat zij eigenlijk helemaal niet echt vindt dat haar partij dit amendement steunt. Ze zit de hele tijd naar iemand anders te kijken die blijkbaar zegt wat ze moet zeggen. Ze zegt net tegen mevrouw Arp dat ze het amendement in de laatste vorm niet helemaal heeft gelezen. Weet u eigenlijk wel waar u het over heeft? Serpil Ateş (GroenLinks). Ik ga hier geen antwoord op geven. Volgens mij weet ik heel goed waar ik het over heb. Volgens mij weet de heer Kruis dat ook. Ik beschouw dit gewoon als een niet gestelde vraag. De voorzitter. Er zijn geen vragen meer en u was aan het einde gekomen van uw betoog. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Wethouder Van Alphen heeft met zijn aangekondigde zoektocht naar onze gedeelde waarden een beetje een storm in een glas water veroorzaakt. De voorzitter. Sorry, mevrouw Arp, het spijt me dat ik u gelijk aan het begin moet onderbreken. Ik zie dat de heer Pronk een punt van orde heeft. Hij kwam ietsje later binnen in de appgroep. We kunnen u niet zien. Jan Pronk (VVD). Dat klopt. Ik heb problemen om mijn video aan te krijgen als de uitnodiging van de griffie of van de technische dienst komt. Ik probeer alles om dat voor elkaar te krijgen, maar dat lukt me nog niet.
Ik zal zorgen dat dat vanavond in ieder geval wel voor elkaar is, want dan zit ik desnoods op een andere plek. Maar goed, dat was even een technisch punt. Voorzitter, als u het mij toestaat, heb ik één verduidelijking. Het amendement dat is rondgegaan, dien ik niet in. De voorzitter. Nee, meneer Pronk, u gaat straks een amendement indienen. Jan Pronk (VVD). Oké, dan laat ik het hierbij, voorzitter. De voorzitter. Als daar dan vragen over zijn, kunnen die gesteld worden. Misschien heeft u het gewijzigde amendement inmiddels ook rondgestuurd naar alle woordvoerders. Jan Pronk (VVD). Dat wilde ik alleen maar zeggen: dat het is rondgestuurd. De voorzitter. Oké, helder. Dan kan iedereen daarnaar kijken. Als daar nog vragen over zijn, kunnen die uiteraard aan u gesteld worden. Jan Pronk (VVD). Fantastisch. De voorzitter. Dan geef ik nu mevrouw Arp het woord. Lesley Arp (SP). De wethouder heeft met zijn aangekondigde zoektocht naar de gedeelde waarden een storm in een glas water veroorzaakt. Mijn fractie vindt eigenlijk dat er weinig mis is met de term 'gedeelde waarden', zoals gehanteerd door de wethouder, al zouden wij liever spreken van 'universele waarden'. Dat er waarden zijn die ons allen binden, bleek bijvoorbeeld toen de coronacrisis uitbrak. Hagenaars met allerlei achtergronden en levensovertuigingen zetten spontaan hulpinitiatieven op.
Dat deden zij vanuit de universele waarde die wij 'solidariteit' noemen. Wat de SP betreft is dat een waarde waaraan niet wordt getornd. De SP is het ook met de wethouder eens dat we altijd met elkaar in gesprek moeten blijven, ook met religieuze organisaties, zolang zij maar de democratische rechtsstaat respecteren. Voor veel mensen is een culturele of religieuze achtergrond een belangrijk deel van hun identiteit. Zij moeten in onze stad de vrijheid voelen om dat uit te dragen en te kunnen vieren, maar voor anderen is religie 53
juist een knellend keurslijf waaraan zij zich hebben moeten ontworstelen, soms met verstoting tot gevolg. Ook deze groep, die vele gezichten kent, verdient onze aandacht en steun, niet alleen in de vorm van een zin in de verbindingsnota, maar ook via de activiteiten die wij als gemeente organiseren. Daarom dien ik de motie Steun geloofsverlaters in, die het college verzoekt aandacht en steun te bieden aan Hagenaars die hun religie of geloofsgemeenschap hebben verlaten en hierdoor te maken hebben met eenzaamheid, uitsluiting en intimidatie en de raad uiterlijk voor het zomerreces te laten weten hoe deze aandacht voor geloofsverlaters wordt meegenomen in het emancipatie- en integratiebeleid. Die motie dien ik in met de heer Kruis van de PVV. Een andere universele waarde is vrijheid. Voor de SP staat buiten kijf dat we pal moeten staan voor de vrijheden die verankerd zijn in onze Grondwet. Tegelijkertijd zijn wij ervan overtuigd dat juist zij die oorlog en conflict hebben meegemaakt of gevlucht zijn voor onderdrukkende regimes, de waarde van vrijheid het beste kennen. Wat de SP betreft bieden de aangekondigde stadsgesprekken dan ook een uitgelezen kans om het thema 'vrede en recht' eens niet door de bril van de internationale instellingen te bekijken, maar door de bril van gewone Hagenaars om zo te komen tot meer onderling begrip.
Daarom de motie Breng vrede en recht de buurten in, die het college verzoekt het thema 'vrede en recht' terug te laten komen in de dialoogsessies en ontmoetingen die voortkomen uit de verbindingsnota, hierbij de ervaringen van gewone Hagenaars, met of zonder migratie-achtergrond, centraal te stellen en de raad over de concrete uitwerking te informeren. Deze motie dien ik samen met de heer Mahmood van NIDA in. Terug naar het thema vrijheid. Dat behelst voor de SP veel meer dan de vrijheid om te zeggen en te denken wat je wil, want hoe vrij zijn we echt als de plek waar je wieg staat, in belangrijke mate bepalend is voor je succes of zelfs je levensverwachting? Den Haag heeft de bedenkelijke reputatie van de meest gesegregeerde stad. Dat staat verbinding, waar dit college naar streeft, in de weg. Zolang dat de realiteit is, kunnen we dialoogsessies organiseren tot we een ons wegen, maar zal dat slechts een doekje voor het bloeden zijn. Daarom wil ik afsluitend het college oproepen om ook zelf te handelen naar de waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Dat doen we door de strijd aan te gaan tegen sociaal-economische segregatie.
Daarom dien ik een motie in die het college verzoekt met een voorstel te komen om aan de hand van een aantal indicatoren de sociaal-economische segregatie in Den Haag in kaart te brengen en periodiek te monitoren, hierbij in ieder geval een beeld te schetsen van de woon- en onderwijssegregatie in Den Haag en tevens op hoofdlijnen aan te geven wat het college heeft gedaan om de segregatie te verminderen en de raad voor de zomer het voorstel te doen toekomen. Deze motie dien ik in met de heer Smit van de Partij voor de Dieren, de heer Mahmood van NIDA, mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij, mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP en mevrouw Tseggai van de Partij van de Arbeid. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Kruis, wordt de volgende motie (L.1 SP) ingediend:
Motie L.1 SP Steun geloofsverlaters De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • het college in de nota ‘Bouwen aan een verbonden stad’ stelt dat zij het belangrijk vindt dat iedereen zich vrij voelt om zijn of haar religie te belijden, maar er tegelijkertijd wil zijn voor mensen die zich juist aan etnische, religieuze of andersoortige groepsdruk willen ontworstelen; • de wethouder Sociale zaken en Werk in de commissievergadering op 8 april 2021 aangaf dat concrete steun van de gemeente aan mensen die hun geloofsgemeenschap - vrijwillig of onvrijwillig - hebben verlaten zich vooral toespitst op de LHBTI+ doelgroep. Overwegende, dat: • het verlaten van een gesloten geloofsgemeenschap een bron kan zijn van eenzaamheid, 54
•
psychisch trauma en intimidatie, zeker als er sprake is van verstoting; deze problematiek niet alleen de LHBTI+ doelgroep raakt, maar breder is: denk bijvoorbeeld aan de ervaringen van schrijfster Lale Gül, maar ook aan de vele voorbeelden van verstoting van voormalig Jehova’s Getuigen.
Verzoekt het college: • aandacht en steun te bieden aan Hagenaars die hun religie of geloofsgemeenschap hebben verlaten en hierdoor te maken hebben met eenzaamheid, uitsluiting en intimidatie; • de raad uiterlijk voor het zomerreces van 2021 te laten weten hoe deze aandacht voor geloofsverlaters wordt meegenomen in het emancipatie- en integratiebeleid. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Mahmood, wordt de volgende motie (L.2 SP) ingediend:
Motie L.2 SP Breng Vrede en Recht de buurten in De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • het college dialoogsessies en ontmoetingen tussen wijken wil organiseren om Hagenaars met elkaar te verbinden; • in de nota ‘Bouwen aan een verbonden stad’ het thema Vrede en Recht niet expliciet genoemd wordt als potentieel thema voor deze bijeenkomsten. Overwegende, dat: • er veel Hagenaars - met of zonder migratieachtergrond - zijn die oorlog en conflict hebben meegemaakt; • vluchtelingen geregeld het mikpunt zijn van vooroordelen en zondebokpolitiek; • het thema Den Haag als stad van Vrede en Recht nu vooral betekenis heeft voor Hagenaars die werkzaam zijn bij of bekend zijn met de activiteiten van de internationale instellingen en NGO’s die in onze stad gevestigd zijn; • het thema Vrede en Recht ook kan bijdragen aan verbinding tussen inwoners van Den Haag die in hun dagelijks leven weinig te maken hebben met deze instituties. Verzoekt het college: • het thema Vrede en Recht terug te laten komen in de dialoogsessies en ontmoetingen die voortkomen uit de verbindingsnota; • hierbij de ervaringen van gewone Hagenaars, met of zonder migratie-achtergrond, centraal te stellen; • de raad over de concrete uitwerking te informeren.
En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Smit, de heer Mahmood, mevrouw Faïd, mevrouw Klokkenburg en mevrouw Tseggai, wordt de volgende motie (L.3 SP) ingediend:
Motie L.3 SP Segregatiemonitor
55
De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • uit de nota ‘Bouwen aan een verbonden stad’ blijkt dat het college Hagenaars wil verbinden met dialoogsessies en ontmoetingen; • Den Haag de dubieuze reputatie heeft van meest gesegregeerde stad van Nederland, wat onder andere zichtbaar is in de samenstelling van onze wijken en schoolklassen. Overwegende, dat: • het wenselijk is dat Hagenaars met verschillende inkomensposities, culturele en/of religieuze achtergronden en opleidingsniveaus elkaar niet alleen incidenteel treffen tijdens georganiseerde ontmoetingen, maar ook in het dagelijks leven; • het om die reden noodzakelijk is om de onderliggende oorzaken van sociaal-economische segregatie aan te pakken, bijvoorbeeld met het lokale woon-, onderwijs- en armoedebeleid, en jaarlijks te evalueren of we op de goede weg zijn.
Verzoekt het college: • met een voorstel te komen om aan de hand van een aantal indicatoren de sociaal-economische segregatie in Den Haag in kaart te brengen en periodiek te monitoren; • hierbij in ieder geval een beeld te schetsen van de woon- en onderwijssegregatie in Den Haag en tevens op hoofdlijnen aan te geven wat het college heeft gedaan om de segregatie te verminderen; • de raad voor de zomer het voorstel te doen toekomen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. We hebben deze legehulsnota tijdens de commissievergadering vorige week uitvoerig besproken. Zelden heb ik een wethouder een dergelijk onsamenhangend en zweverig verhaal horen houden na kritische vragen van commissieleden als in die vergadering. Van de Haagse wethouder Integratie mag je verwachten dat hij doet waarvoor hij aangesteld is, namelijk de integratie bevorderen in plaats van afschaffen. We mogen ook verwachten dat hij zuinig is op de zwaarbevochten vrijheden die onze democratische rechtsstaat ons biedt. Dit verkwanselen door geen voorwaarden meer te stellen aan het samenleven in onze stad is wat Hart voor Den Haag betreft volstrekt onaanvaardbaar. Met vrijheid, blijheid is niemand geholpen, zeker de nieuwkomers niet die daadwerkelijk iets willen opbouwen.
Ik hoop dat wij, de leden van deze raad, de wethouder ertoe kunnen bewegen om af te zien van dit destructieve beleid. Daarom staan we ook onder het amendement van de VVD en hebben we zelf twee moties over dit zeer cruciale onderwerp. De motie Integratiebeleid dé sleutel voor goed samenleven verzoekt het college om het concept van integratie niet ter ziele te dragen, maar vol te gaan voor het maken van integratiebeleid waarbij juist wordt ingezet op onderwijs in de fundamentele normen en waarden en daarnaast een stevig, verplichtend en resultaatgericht beleid wordt gevoerd op het leren van de taal, het volgen van onderwijs en/of het hebben van werk. Deze motie wordt mede-ingediend door de heer Pronk van de VVD en de heer Partiman van het CDA. De motie Uitgangspunt van onze democratische rechtsstaat als voorwaarde bij verstrekken (integratie)subsidies verzoekt het college om in de nog te ontwikkelen subsidieregeling onze fundamentele normen en waarden en de uitgangspunten van onze democratische rechtstaat duidelijk als voorwaarden voor het verkrijgen van subsidie op te nemen. Ook deze motie wordt mede-ingediend door de heer Pronk van de VVD en de heer Partiman van het CDA.
56
De voorzitter. Door mevrouw Davituliani, daartoe gesteund door de heer Pronk en de Partiman, worden de volgende moties (L.4 HvDH/GdM en L.5 HvDH/GdM) ingediend:
Motie L.4 HvDH/GdM Integratiebeleid dé sleutel voor goed samenleven De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 15 april ter bespreking van agendapunt L Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • het college voornemens is om niet langer over integratie te spreken. Overwegende, dat: • integratie dé sleutel is voor goed samenleven. • kennis nemen van en accepteren van de hier geldende fundamentele normen en waarden daarbij van belang is en daarnaast het leren van de taal, het volgen van onderwijs en/of het hebben van werk een onmisbare drie-eenheid vormt om te kunnen deelnemen en bijdragen aan de samenleving. Verzoekt het college: 0m het concept van integratie niet ter ziele te dragen, maar vol te gaan voor het maken van integratiebeleid waarbij juist wordt ingezet op onderwijs in de fundamentele normen en waarden en daarnaast een stevig, verplichtend en resultaatgericht beleid wordt gevoerd op het leren van de taal, het volgen van onderwijs en/of het hebben van werk. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie L.5 HvDH/GdM Uitgangspunten van onze democratische rechtstaat als voorwaarde bij verstrekken (integratie)subsidies De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 15 april ter bespreking van agendapunt L Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • er in Den Haag risico is dat bepaalde maatschappelijke organisaties aan hun achterban ondemocratisch gedachtegoed overbrengen. Overwegende, dat: • in Den Haag iedereen zichzelf mag zijn binnen de grenzen zoals die gelden binnen onze democratische rechtstaat; • voor de maatschappelijke organisaties die in aanmerking willen komen voor een subsidie duidelijk moet zijn wat de uitgangspunten zijn van onze democratische rechtstaat; • de gemeente deze uitgangspunten op heldere wijze dient door te vertalen in de op te stellen subsidievoorwaarden; • de gemeente enkel maatschappelijke organisaties dient te subsidiëren die voldoen aan die duidelijke subsidievoorwaarden om te bevorderen dat zij een vreedzame boodschap verkondigen. Verzoekt het college: om in de nog te ontwikkelen subsidieregeling, onze fundamentele normen en waarden en de uitgangspunten van onze democratische rechtstaat duidelijk als voorwaarden voor het verkrijgen van subsidie op te nemen.
57
En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marije Mostert (D66). Voorzitter. Den Haag is de mooiste stad van Nederland, maar helaas ook de meest gesegregeerde. In plaats van een glazen plafond is er soms sprake van een glazen wand tussen buurten waar mensen niet doorheen komen of willen gaan. Van de week sprak ik een jongen uit Vrederust, die ik begeleid als jongerencoach. Het gesprek kwam op het Binnenhof; hij wist niet waar dat was. Sommige bewoners van Benoordenhout hebben zo'n negatief beeld van de Stationsbuurt dat ze er liever niet naartoe gaan en er zijn bewoners van Transvaal die al jaren niet op het strand zijn geweest. Onbekend maakt onbemind en daarom is het is noodzakelijk dat we elkaar leren kennen, want buiten onze eigen bubbel komen we elkaar sowieso tegen, bijvoorbeeld in lijn 11 van Scheveningen naar het Rijswijkseplein of tijdens een onderzoek in het Haga-ziekenhuis of als leerkracht opgegroeid in Waldeck en lesgevend op een basisschool in Laak. Op het moment dat we vreemden van elkaar zijn, zullen we onze vooroordelen eerder bevestigd zien dan ontkracht. We zullen onbewust invullen wat de ander over ons denkt en dat versterkt het gevoel van 'samen in onze bubbel, tegen de rest'. Daarom is het belangrijk dat we luisteren naar andere mensen, die een ander geluid hebben dan ons eigen geluid.
Dat schuurt soms flink. Meningen en gevoelens staan soms recht tegenover elkaar. Gelukkig zijn mensen van nature ook nieuwsgierig. Velen reizen de hele aardbol over om nieuwe landen te leren kennen. In Den Haag kan je iedere dag op wereldreis en dat vind ik fantastisch. Om mensen te prikkelen ook hun horizon in Den Haag te verbreden, is soms een zetje in de goede richting nodig. Er zijn al mooie verbindende voorbeelden in Den Haag, zoals Breaking The Walls, die een steentje bijdragen aan ontmoetingen en verbindingen. D66 vindt dat je met ontmoetingen niet vroeg genoeg kan beginnen. Het college heeft na een motie van onze fractie toegezegd initiatieven van scholen waarbij contacten en uitwisselingen centraal staan, ruimhartig te ondersteunen. Mijn fractie hoopt dat deze uitwisselingen steeds vaker zullen plaatsvinden, zodat mijn jongere uit Vrederust straks vol trots het Binnenhof bezoekt, inwoners uit Benoordenhout de prachtige stationsbuurt leren kennen en de inwoners uit Transvaal ook weer lijn 11 in de richting van het strand instappen. Tot slot. Ik vind het een eer om vandaag weer geïnstalleerd te zijn als raadslid van onze mooie stad. Ik zie het als mijn taak en doel om zo veel mogelijk te verbinden, in de stad, maar ook zeker binnen onze raad, waar we ook allen enorm van elkaar verschillen.
Den Haag is de stad die ons bindt, want als er iets is wat we allemaal zijn, dan is het inwoner van Den Haag, de stad van vrede en recht, onze mooie stad achter de duinen. De voorzitter. Ik zie een heleboel geklap. Gefeliciteerd! U heeft volgens mij al eerder een maidenspeech gehouden toen u eerder in de raad zat. Dit was dus eigenlijk een halve maidenspeech. Ik zie wel dat er een interruptie is van mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Nee, ik ga mevrouw Mostert feliciteren met het raadslidmaatschap. Van harte gefeliciteerd! Dit is wel gewoon haar maidenspeech. Van harte gefeliciteerd en welkom! Marije Mostert (D66). Hartelijk dank. Heel fijn om bij jullie te zijn. De voorzitter. Ik mis nu enorm het geroffel op de tafeltjes, zoals we dat altijd deden. Zullen we het met z'n allen doen? (Geroffel op de tafels) De voorzitter. Ik ga naar de volgende spreker op de lijst, mevrouw Klokkenburg, voor haar maidenspeech. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dat klopt, voorzitter.
58
Voorzitter. Wat bindt u en mij samen? Wat bindt ons, collega-raadsleden, samen? Wat verbindt mij met de kijker thuis? Wat verbindt ons - Hagenaar, Hagenees, Scheveninger en Loosduiner - aan elkaar? We zijn allen mens en wonen in Nederland, in Den Haag; dat is het meest voor de hand liggende antwoord. En dat is ook zo. Of je nu woont in Benoordenhout of Bouwlust, Mariahoeve of Meer en Bos, je bent inwoner van Den Haag, van Nederland. Maar wat is dat dan, inwoner van Nederland en van Den Haag zijn? Wat bindt ons daar samen? Wat zijn onze gezamenlijke waarden? Vandaag bespreken we de integratienota of, zoals het college zelf liever zegt, de verbindingsnota. Het is een keuze om niet meer over 'integratie' te spreken, maar over 'verbinden'. In de kern is dat niet zo'n groot verschil, want wat is integratie meer dan je verbinden aan de gemeenschappelijke delers van je woonplek, je verbinden aan de mensen die er wonen, je verbinden aan de normen en waarden die er heersen en zo onderdeel gaan uitmaken van die plek? Integreren is je binden, je verbinden. Maar zonder een duidelijke gemeenschappelijke basis is er niets om je aan te binden of te verbinden. Het zorgt voor een samenleving waar iedereen als los zand langs elkaar heen gaat, waar je niet het gevoel hebt dat je onderdeel bent van een gemeenschap en waar je ook geen verantwoordelijkheid voelt voor anderen.
In de voorliggende nota ontbreekt die gemeenschappelijke basis. Het woord 'verbinding' komt vele malen voor, maar waaraan moeten wij ons verbinden? Waaraan kunnen nieuwelingen zich verbinden? Onze samenleving is gestoeld op drie kernwaarden: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Vrijheid is de vrijheid om jezelf te zijn, te kunnen zeggen wat je wil en te geloven wat je wil. Tegelijkertijd is vrijheid ook: de ander de vrijheid gunnen om te zeggen wat hij wil, te geloven wat hij wil en te leven zoals hij wil. Daarmee is vrijheid tegelijkertijd verantwoordelijkheid. In onze stad is iedereen gelijkwaardig. We kijken niet naar afkomst, geslacht of opleidingsniveau. Nee, iedereen krijgt dezelfde behandeling. En we zijn solidair met elkaar: we leven niet alleen voor onszelf; we leven in een gemeenschap waarin we omzien naar elkaar en elkaar steunen waar nodig. Waar we voor de buurvrouw koken als ze ziek is, of haar kinderen naar school brengen. We zijn immers een samenleving. In zo'n stad wil ik wonen, wil ik mijn kinderen laten opgroeien. Dat is waaraan ik mij verbind. Maar zonder die gedeelde waarden ontbreekt het aan een basis voor een goede integratienota.
Daarom dien ik een amendement in met collega Arp en collega Faïd, met als dictum: besluit om in te stemmen met de beleidsnota Bouwen aan een verbonden stad, met dien verstande dat de kernwaarden zoals benoemd in de module 'Kernwaarden van de Nederlandse samenleving' van ProDemos, te weten gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit, de basis vormen van de Haagse samenleving waar iedere inwoner zich aan verbindt. Wat mij betreft is samenleven ook vooral 'doen'. In deze nota gaat het veel over praten, over dialoogsessies, maar wat mij betreft gaan we iets minder praten en meer doen. Er zijn al allerlei prachtige initiatieven in de stad waarin samengewerkt wordt aan verbinding. Ik denk aan de Marcustuin, waarin Moerwijkse bewoners verbinding vinden. Ik denk aan de lief- en leedstraatjes waar nieuwelingen verwelkomd worden. Ik denk aan alle initiatieven die vorig jaar maart aan het begin van de coronacrisis ontstonden, maar ook aan allerlei vrijwilligerswerk en maatschappelijke stages. Zo stap je uit je eigen comfortzone en ontmoet je andere mensen. Een subsidieregeling die dit samen doen bevordert, steun ik dan ook van harte, maar wel als deze toegankelijk is voor iedereen, niet alleen voor organisaties, en als de regeling bijdraagt aan verbinding tussen verschillende groepen.
Daarom dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college de subsidieregeling dusdanig op te stellen dat deze voor alle inwoners toegankelijk en begrijpelijk is, in de uitwerking van de subsidieregeling op te nemen dat die bedoeld is voor activiteiten waarbij diverse groepen inwoners participeren en hierop actief te controleren. Ik sta hier vandaag voor het eerst als raadslid. Het is mooi dat ik mag beginnen met het thema integratie. Voordat ik dit stadhuis zeven jaar terug betrad als fractiemedewerker, gaf ik onder andere inburgerings- en integratielessen. Ik leerde nieuwkomers de Nederlandse taal, leerde hun onze stad Den Haag kennen én liet zien wat onze kernwaarden zijn, dat man en vrouw gelijkwaardig zijn, dat we hier in vrijheid leven én dat we hier solidair zijn met elkaar. Als iedere inwoner van Den Haag zich daaraan verbindt, kunnen we samenleven in onze mooie stad achter de duinen. In de komende jaren zal ik me dan ook met veel plezier en energie inzetten voor die verbinding in de stad én in de raad. (Geroffel op de tafels) 59
De voorzitter. Hartelijk dank en natuurlijk van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech, een digitale maidenspeech. Volgens mij is dat een uniek moment, want die hebben we nog niet eerder gehad in deze raad. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (L.A CU/SGP) voorgesteld:
Amendement L.A CU/SGP verbinden aan kernwaarden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS 308172), Besluit om: • in te stemmen met de beleidsnota ‘Bouwen aan een verbonden stad’ met dien verstande dat de kernwaarden, zoals benoemd in de module "Kernwaarden van de Nederlandse samenleving" van ProDemos, te weten gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit, de basis vormen van de Haagse samenleving waar iedere inwoner zich aan verbindt. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter.
Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (L.6 CU/SGP) ingediend: Motie L.6 CU/SGP kaders regeling ’verbindingssubsidie’ De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS 308172), constaterende, dat: • het ontwikkelen van een subsidieregeling voor financiële ondersteuning van initiatieven uit de stad een van de actiepunten is uit de 'verbindingsnota'; • voor deze subsidieregeling de kaders nog moeten worden vastgesteld; overwegende, dat: • in de nota ‘de democratische rechtsstaat’ staat genoemd als kader voor de initiatieven uit de stad, maar er geen heldere, concrete doelen staan geformuleerd, zoals het bijdragen aan de kernwaarden van de Nederlandse samenleving: gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit*; • verbinding tussen inwoners van Den Haag op vele manieren tot stand kan komen; • de ‘verbindingssubsidie’ niet bedoeld is om mensen binnen één specifieke bevolkingsgroep te verbinden; van mening dat: • alle inwoners met goede ideeën gebruik moeten kunnen maken van de subsidie en niet alleen organisaties; verzoekt het college: • de subsidieregeling dusdanig op te stellen dat deze voor alle inwoners toegankelijk en begrijpelijk is; • in de uitwerking van de subsidieregeling op te nemen dat de subsidie bedoeld is voor activiteiten waarbij diverse groepen
inwoners participeren en hierop actief te controleren; en gaat over tot de orde van de dag.
60
* https://www.prodemos.nl/wp-content/uploads/2016/04/KERNWAARDEN-NEDERLANDS-S73622356.pdf De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik wil mevrouw Mostert en mevrouw Klokkenburg graag feliciteren met hun maidenspeech. Het was inderdaad een uniek moment om daar digitaal bij aanwezig te zijn. Van dat unieke moment gaan we naar het hoogtepunt van de dag, namelijk de inbreng van de Partij voor de Vrijheid over iets wat in Den Haag compleet heeft gefaald, namelijk het integratiebeleid. Zoals we weten komen er jaarlijks 7.250 nieuwe Hagenaars bij, immigranten. Daar is de PVV in het algemeen al niet blij mee, want Den Haag kan die groei niet aan. We zien ook dat die massaimmigratie de afgelopen 40 jaar eigenlijk al heeft geleid tot twee soorten Den Haag. Je hebt het Den Haag van de Nederlanders en je hebt 'Allahlistan'. In 'Allahlistan' is de Nederlandse taal niet de meest gebezigde voertaal. Daar floreren werkloosheid en vaak helaas ook criminaliteit.
Dan zou je dus denken: alle hens aan dek; wat gaan we eraan doen om ervoor te zorgen dat er in ieder geval wordt gewerkt aan integratie? Maar goed, dan heb je een verschrikkelijk slecht college en daar dan ook nog eens de slechtste wethouder van, die het heeft gepresteerd om na vier jaar wethouder te zijn, een jaar voor de verkiezingen zijn slechtste nota tot nu toe aan ons voor te leggen. Daarvoor in ieder geval complimenten. Wij zien altijd weer dat de wethouder ons weet te verbazen door weer met broddelwerk te komen. Den Haag is op dit moment zo ongeveer het epicentrum van de kapitaalverwoestende immigratieaardbeving. De massa-immigratie kost onze stad jaarlijks honderden miljoenen euro's aan uitkeringen en armoedebeleid. Wie betalen daarvoor? Voornamelijk hardwerkende Hagenaars. Uit een onlangs verschenen UvA-studie bleek al dat de massa-immigratie ons tussen 1995 en 2019 € 400 mld. kostte, ongeveer evenveel als de Nederlandse aardgasbaten. De komende twintig jaar komt daar bij ongewijzigd beleid nog eens € 600 mld. bij. De grootste negatieve bijdrage wordt geleverd door asielmigranten. Die kosten de samenleving - ik heb de commissie daar ook al mee opgeschud; hou u vast - zo'n € 400.000 per migrant. Zoals ik al zei, worden de kosten van de veelal laagopgeleide migranten gedragen door de autochtone bevolking via belastingen en via versobering van de verzorgingsstaat.
Voor Hagenaars zijn in deze collegeperiode alle belastingen verhoogd. De 10% ozb-verhoging is onlangs nog in de brievenbus gevallen om het pamperbeleid voor de werklozen en de massa-immigratie te bekostigen. De rampzalige situatie waar we nu in zitten, is het resultaat van 40 jaar massa-immigratie en 40 jaar falend integratiebeleid. Wat is dan het antwoord van deze faalwethouder op 40 jaar falend integratiebeleid? Integreren hoeft vanaf vandaag helemaal niet meer in Den Haag. In plaats daarvan gaan we verbinden. Met andere woorden, we hebben er een enorme puinhoop van gemaakt en migranten integreren toch niet; we stoppen er dus maar gewoon helemaal mee. Vanaf vandaag zijn de eigen normen en waarden het richtsnoer geworden, aldus de nota. De Nederlandse normen en waarden doen er niet meer toe. Niemand is meer de meerderheid en daarmee wordt iedereen tot een minderheid. Wat ik nu graag zou zien - want we gaan mensen ook actief benaderen, bijvoorbeeld om ze met de Nederlandse samenleving in contact te brengen - is dat we bij mensen in de stad ook de mogelijkheid onder de aandacht brengen om te vertrekken naar het land van herkomst of het land van hun voorouders.
Daarom heb ik de volgende motie van uwe Sebastian Kruis van de Haagse PVV: de raad, vandaag bijeen, constaterende, dat Den Haag vol is, sommige migranten in de stad weigeren te assimileren in de Nederlandse samenleving; overwegende, dat Den Haag deze groep immigranten beter kwijt dan rijk kan zijn en zij in sommige gevallen zelf graag terug zouden willen naar het land van herkomst; verzoekt het college een deel van de integratiesubsidies in te zetten om vrijwillige remigratie te bevorderen, en gaat over tot de orde van de dag. Want ik denk - dat is een oprecht punt dat heel veel mensen echt veel liever zouden wonen in het land van herkomst. Dat is ook wat ik zie als ik op straat loop, bijvoorbeeld in de Schilderswijk of Transvaal. Ik zie hoe sommige mensen daar erbij lopen en nog niet eens een begin kennen van de Nederlandse taal. Dan denk ik: weten die mensen eigenlijk wel dat het gewoon optioneel is om terug te gaan? Als we bij mensen aankloppen en vragen of zij interesse hebben in een Nederlandse taalcursus, kan dit dus ook onder hun aandacht worden gebracht: heeft u er weleens over nagedacht om terug te gaan naar bijvoorbeeld Marokko? Ik denk dat heel veel mensen dat best graag zouden willen. 61
Adeel Mahmood (NIDA). U heeft blijkbaar onderzoek gedaan naar mensen die willen terugkeren naar hun land van herkomst. Welke groepen zijn dat? Kunt u daar misschien wat meer cijfers over delen? Als ik hen spreek, wil ik hun wel wat meer informatie geven. Hoeveel geld wilt u dat wij hun als gemeente meegeven om te verhuizen? Aan wat voor budgetten kunnen ze denken? Misschien kunnen we hen overtuigen. Sebastian Kruis (PVV). Ik denk dat je hier heel goed naar moet kijken. Het gaat er niet om dat de mensen die u heeft gesproken, moeten willen vertrekken. Het gaat erom dat je het onder de aandacht brengt, dus dat naast integratie en wat er nu voorligt, ook de mogelijkheid bestaat van remigratie. We spenderen hier honderden miljoenen aan. Ik kan me dus voorstellen dat we een deel daarvan gebruiken om bijvoorbeeld met die mensen mee te denken: waar zouden zij dan kunnen gaan wonen en zijn er nog barrières? Daarom is de vraag aan het college om dit uit te zoeken. De mankracht die je nu inzet om al die verbindingflauwekul van de wethouder uit te voeren, zet je dan dus eigenlijk in om met die mensen om de tafel te gaan, eventueel met een Marokkaans kopje thee.
Dan ga je met elkaar, met de reisgids op tafel, brainstormen: wat zou je kunnen doen in het land van herkomst en waarom zou je dat eigenlijk willen? Want als je aan mensen vraagt wat hen bindt met de Nederlandse samenleving, denk ik dat ze snel klaar zijn. Wat hen bindt met het land van herkomst, zijn vaak de taal, de cultuur, de gebruiken en vaak ook nog de familie. Er is dus vaak veel meer wat hen bindt met het land van hun voorouders. Ik denk dat we ook die mensen een dienst bewijzen als we die mensen wijzen op vrijwillige remigratie. Adeel Mahmood (NIDA). Ik denk dat het voorstel van de PVV best lachwekkend en ook ver onder de maat is, want wat u hierbij heel graag en heel snel vergeet, is dat heel veel mensen in onze stad die u hierbij kwalificeert als migranten die graag terug willen gaan, decennialang met zweet en tranen hebben bijgedragen aan de opbouw van ons land en van onze stad. Die mensen hebben hun kleinkinderen en kinderen hier wonen en willen graag hier blijven. U wilt telkens weer iets uit de hoed toveren om dat soort mensen ertoe te bewegen om naar het land van herkomst te gaan. Ook u weet heel goed dat zij hier blijven. Dit is hun land; dit is hun stad. Zij blijven hier. Ik vraag mij af hoelang u het blijft volhouden om met dit soort rare voorstellen te komen. Sebastian Kruis (PVV). Ik weet niet of dit hun land en hun stad zijn.
U zegt het zelf al: soms gaat het om mensen die al tientallen jaren hier zijn en nog geen woord Nederlands spreken. Dan hebben ze toch op geen enkele manier bijgedragen aan onze samenleving? Dat ze goed voor hun kinderen zorgen, is één. Dat ze hier inmiddels misschien ook familie of leuke buren hebben, is twee. Als je puur kijkt naar de daadwerkelijke bijdrage aan de Nederlandse samenleving, moeten we dat eigenlijk een beetje veralgemeniseren. Dan hoef je slechts te kijken naar de criminaliteitscijfers of bijvoorbeeld de werkloosheidscijfers of de taalbeheersing. Aan die indicatoren kun je aflezen of mensen daadwerkelijk embedded zijn in onze samenleving. Heel vaak is dat gewoon niet zo. Als u mensen kent die wel daadwerkelijk hebben bijgedragen - ik ken er zelf gelukkig ook heel veel - is dat geweldig, maar er zijn ook heel veel mensen die dat niet hebben gedaan. Er zijn mensen die hier 40 of 50 jaar wonen en nog geen woord Nederlands spreken. Om die mensen gaat het; bij hen wil ik onder de aandacht brengen dat je ook kunt vertrekken naar het land van herkomst. De voorzitter. De heer Mahmood, tot slot. Adeel Mahmood (NIDA). Dat was een lang verhaal, maar om het concreet te krijgen: welke instrumenten denkt de PVV in te kunnen zetten om dit te bevorderen? Daar ben ik wel benieuwd naar. Sebastian Kruis (PVV).
Dezelfde instrumenten die nu allemaal worden aangewend om mensen bij de Nederlandse samenleving te betrekken, dezelfde methodieken, namelijk die soft approach om met mensen om de tafel te gaan en die mensen bij de hand te nemen. Het gaat om het inzetten van die benadering om mensen er in zo'n gesprek ook op te wijzen dat ze kunnen vertrekken naar het land van herkomst. Dat is eigenlijk dezelfde soft approach waar u zo voor bent; daar voegen we een element aan toe. 62
Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Begrijp ik nou goed dat de heer Kruis deze mooie stad vier ton heeft gekost? Sebastian Kruis (PVV). Excuus, kunt u die vraag herhalen? Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). U zei dat een migrant Den Haag gemiddeld vier ton kost. En aangezien u ook een immigrant bent: is dat bedrag niet te veel voor Den Haag? Sebastian Kruis (PVV). Nou, nee. Er komt soms natuurlijk ook weleens geld uit andere potjes. Maar dit blijkt ook gewoon uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Dat is recent verschenen, in maart van het jaar 2021. Ik denk dat de meesten van ons zich die maand nog kunnen herinneren. Toen is dat rapport verschenen. Dat is dus niet mijn conclusie, maar de conclusie van de Universiteit van Amsterdam. Als u mij niet serieus neemt, dan hoop ik dus dat u die universiteit wel serieus neemt. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Maar met andere woorden, u heeft deze mooie stad wel vier ton gekost. De voorzitter. Graag via de voorzitter. Sebastian Kruis (PVV). Ja, het is inderdaad heel ongebruikelijk dat ik op deze manier word aangesproken. Daar moet ik ook een beetje aan wennen. De heer Çetinkaya weet het zelf ook en ik denk dat de heer Çetinkaya ook wel mensen kent die op een gegeven moment gewoon terug zijn gegaan naar Turkije, bijvoorbeeld omdat ze daar hun oude dag willen meemaken.
Maar meneer Çetinkaya weet ook wel dat sommige … Laat ik een voorbeeld noemen. Ik zie hier in Den Haag weleens Turkse vrouwen lopen, helemaal ingepakt. Dat is dan misschien nog een cultureel gebruik. Ze spreken nog geen Nederlands, hebben geen werk en hebben eigenlijk geen enkele binding met de Nederlandse samenleving. Ik denk echt oprecht dat die vrouwen beter op hun plek zouden zijn in bijvoorbeeld Konya of Diyarbakir dan hier in Den Haag. Dat snapt u toch wel? U gaat toch ook vaak op vakantie terug naar Turkije? Maar u heeft hier in Den Haag nog een rol. U bent hier gemeenteraadslid en u bent maatschappelijk betrokken, maar ik denk dat heel veel mensen uiteindelijk echt beter tot hun recht zouden komen in hun land van herkomst en dat ze dat zelf alleen nog niet weten, omdat mensen hun hier voorhouden dat ze hier gewoon aan deze stad zijn verbonden. Die mensen vragen zich af: ja, maar op welke manier dan? Kavish Partiman (CDA). De heer Kruis heeft het over mensen die hier al tientallen jaren wonen, de taal niet beheersen en geen bijdrage leveren of hebben geleverd aan de samenleving. Dan vraag ik me af wat de heer Kruis ziet als een migrant die een bijdrage levert aan die samenleving. Sebastian Kruis (PVV).
Dat zijn migranten die hun best doen om de Nederlandse taal te leren, een baan te zoeken of een baan te hebben, goed zorgen voor hun kinderen en geen crimineel gedrag vertonen. Dat is eigenlijk het gedrag zoals u en ik dat vertonen, omdat wij trots zijn op Den Haag, op Nederland en op ons Nederlandse paspoort. Dat zijn nou van die migranten die daadwerkelijk een steentje bijdragen aan de Nederlandse samenleving. Dat zijn bijvoorbeeld migranten die wanneer ze hier binnenkomen, er direct alles aan gaan doen om de Nederlandse taal te leren. Dat is de basis van alles. De mensen die dat doen, zijn de migranten waar ik het nu niet over heb. Die zullen waarschijnlijk ook minder de behoefte voelen om terug te gaan naar het land van herkomst. Kavish Partiman (CDA). Ik merk dat de heer Kruis heel veel waarde hecht aan het spreken van de Nederlandse taal. Daarbij heeft hij mij als bondgenoot aan zijn zijde, want ook ik vind dat heel erg belangrijk. Maar de groep die hier tientallen jaren geleden naartoe is gehaald, is hierheen gehaald om arbeid te verrichten in Nederland die eigenlijk niet verricht kon worden door anderen. Zijn dat dan geen mensen die een degelijke bijdrage hebben geleverd aan dit land en die samenleving, los van de vraag of zij de taal al dan niet beheersen?
63
Sebastian Kruis (PVV). Daar haalt de heer Partiman inderdaad een heel terecht punt aan. Die mensen zijn hiernaartoe gehaald. Het idee was toen dat ze ook weer zouden vertrekken, maar dat is nooit gebeurd. Die mensen zijn allemaal bij elkaar gezet, omdat dat lekker makkelijk was. Maar er werd destijds natuurlijk heel makkelijk gedacht dat er eigenlijk geen eisen aan die mensen gesteld zouden moeten worden. Anders hadden we destijds wel een daadwerkelijk werkend beleid rondom die groep arbeidsmigranten gezet om hen daadwerkelijk direct te laten integreren in de samenleving, maar de essentie was nooit dat ze zouden blijven. Dat heeft er nu eigenlijk toe geleid dat inderdaad vooral die eerste groep migranten ook de mensen zijn waarvan ik denk dat zij misschien terug zouden willen als zij de taal nu inderdaad nog steeds niet kennen. De voorzitter. De heer Partiman, tot slot. Kavish Partiman (CDA). Dan kan ik dus concluderen dat de heer Kruis wel degelijk inziet dat deze mensen een bijdrage hebben geleerd aan de Nederlandse samenleving en aan de stad Den Haag, voor zover ze in deze stad wonen. Sebastian Kruis (PVV). Ja, maar u moet mij ook niet verkeerd verstaan. Dat geldt ook voor heel veel mensen. Als we bijvoorbeeld naar de migrantengroepen kijken, zien we dat ongeveer 40% werkloos is of in de bijstand zit. Het gaat dus niet om die andere 60%.
En van de mensen die werkloos zijn, zullen waarschijnlijk ook veel mensen gewoon op zoek zijn naar een baan, naar een nieuwe mogelijkheid om geld te verdienen. Maar er zijn ook heel veel mensen die al jaren binnen zitten, die niets doen om daadwerkelijk actief te worden in de Nederlandse samenleving, die niets doen in het verenigingsleven, die niet ingaan op alle verzoeken en aanbiedingen van al die organisaties die zich inzetten om in Den Haag die mensen erbij te houden en van de vrijwilligers die zich inzetten om die mensen de taal te leren. Dat zijn de mensen die het werk doen dat dit college nalaat. Dat zijn de mensen die ervoor zorgen dat mensen daadwerkelijk de taal leren. Van dit college hoeft dat allemaal niet meer. Het gaat dus om de mensen die daadwerkelijk zelf niet willen en die er zelf uiteindelijk misschien nog niet over hebben nagedacht dat ze vanuit de gemeente ook ondersteund kunnen worden door met elkaar om de tafel te gaan en te bespreken wat zij nodig hebben om eventueel te vertrekken naar het land van herkomst. Dat is ook het doel van deze motie: dat we dat onder de aandacht brengen. Het gaat dus om vrijwillige remigratie. De voorzitter. Ik zie de heer Mahmood nog met een vraag, maar dat moet dan wel een nieuwe vraag zijn. Ik kijk ook even met een schuin oog naar de tijd. We zijn pas halverwege de sprekerslijst en we zijn al een aardig eind verder.
Adeel Mahmood (NIDA). Ik heb een nieuwe vraag. De heer Kruis heeft het in zijn antwoorden steeds over 'binding' en 'geen binding hebben met Nederland' en denkt blijkbaar dat mensen dan terug willen. Maar de mensen die zich niet thuis voelen, voelen dat onder andere omdat ze ervaren dat ze niet geaccepteerd worden, onder andere door de uitspraak van uw partijleider, die bijvoorbeeld moskeeën wil sluiten, of door voorstellen van u, die laat weten dat u hen liever kwijt dan rijk bent. De vraag aan de heer Kruis is wat we eraan kunnen doen om de mensen toch het gevoel te geven dat dit ook hun land is. Hoe kunnen we de binding en het gevoel versterken, zodat de mensen die u spreekt, uiteindelijk niet willen vertrekken? Sebastian Kruis (PVV). Ik snap de vraag op zich wel, maar ik voel me niet helemaal geroepen om hier weer uitgebreid antwoord op te gaan geven. Mijn partij is een gevolg van de bende die links ervan heeft gemaakt. Nederlanders zien ook dat ze hun land kwijtraken, dat hun cultuur wordt aangevallen en dat Nederland en Den Haag vol zijn. Daarom is mijn partij er, maar u moet niet doen alsof mensen niet een baan zoeken omdat er een partij is zoals die van mij, die zegt dan Den Haag vol is. U legt eigenlijk een verband dat er niet is. Adeel Mahmood (NIDA).
Ik kan best begrijpen dat de heer Kruis dit een ongemakkelijke vraag vindt en dat hij het ongemakkelijk vindt om daar antwoord op te geven, omdat we uiteindelijk gewoon vragen om nou eens een keer met een oplossing te komen. U heeft het erover dat mensen geen binding 64
voelen met Nederland en dat ze liever weg willen. Ik vraag aan u wat we eraan kunnen doen om die binding met Nederland te versterken, zodat ze uiteindelijk niet weg willen. Ik hoop dat u daar met uw constructieve en creatieve ideeën toch een aantal oplossingen voor heeft. Sebastian Kruis (PVV). Als u dan toch vraagt om nog andere concrete oplossingen, is dat bijvoorbeeld 'geen Nederlands, geen uitkering'. Daarover hebben wij heel vaak moties ingediend. Mensen die hiernaartoe zijn gekomen en geen Nederlands leren of niet de Nederlandse taal beheersen, hebben dan dus ook geen recht op een uitkering. Dat is een prikkel die je inbouwt in de Nederlandse samenleving - in dit bijzondere geval de Haagse samenleving - waarmee mensen daadwerkelijk uit de stoel worden getrokken om daadwerkelijk de Nederlandse taal te gaan leren. Dat is dus ook een oplossing die ik u bied, maar u stemt altijd tegen die moties. U vindt blijkbaar niet dat de Nederlandse taal het begin is van integratie. Kom dus bij mij niet aan over oplossingen als u al mijn concrete oplossingen consequent wegstemt met daarbij allerlei retoriek waar ik me niet in herken. De voorzitter. Meneer Mahmood, tot slot. Adeel Mahmood (NIDA). Dank voor het antwoord, meneer Kruis.
Ik zie heel veel mensen die wel de Nederlandse taal spreken of zelfs perfect de Nederlandse taal spreken en toch problemen hebben met acceptatie en met die binding, onder andere vanwege uitsluiting en het feit dat acceptatie maar niet van de grond wil komen. Welke andere oplossingen ziet u, los van de Nederlandse taal, om die binding met Nederland te versterken? Sebastian Kruis (PVV). Als je nou eens heel eerlijk kijkt naar het bedrag dat we in Den Haag uitgeven aan het opvangen van de kosten van de massa-immigratie - dat gaat alleen al in Den Haag om honderden miljoenen euro's - kom bij mij dan niet aan met de opmerking dat die mensen zich niet welkom voelen. Moet u eens kijken hoe in deze stad de rode loper wordt uitgelegd voor al die immigranten die hiernaartoe komen! Moet u eens kijken hoe nog steeds de helft van deze gemeenteraad geen enkele eis wil stellen aan die mensen! Kom bij mij dus niet aan met de opmerking dat ze zich hier niet welkom voelen. Als je maandelijks je geld gestort krijgt, als je met voorrang een huurwoning krijgt en als je je zorgverzekering gratis krijgt, kom dan bij mij niet aan met de opmerking dat die mensen zich niet welkom voelen. Dat is echt de grootste onzin die ik ooit heb gehoord. Die had ik zelfs van de heer Mahmood niet verwacht anno 2021. De voorzitter. Volgens mij was u aan het einde gekomen van uw betoog. Sebastian Kruis (PVV).
Ja, ik was inderdaad aan het einde gekomen. Ik wil mijn collega's graag bedanken voor hun verbindende woorden tijdens dit debat en ik zie uit naar verdere samenwerking. De voorzitter. Door de heer Kruis wordt de volgende motie (L.8 PVV) ingediend:
Motie L.8 PVV Remigratie is beter dan integratie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 april 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bouwen aan een verbonden stad (RIS308172). Constaterende, dat: • Den Haag vol is; • sommige migranten in de stad weigeren te assimileren in de Nederlandse samenleving. Overwegende, dat: • Den Haag deze groep immigranten beter kwijt dan rijk kan zijn; • zij in sommige gevallen zelf graag terug zouden willen naar het land van herkomst.
65
Verzoekt het college: • een deel van de integratiesubsidies in te zetten om vrijwillige remigratie te bevorderen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Kijkend naar de titel van deze nota is duidelijk welke kant het college op wil. Het college wil verbinden. Het spreekt namelijk liever over 'een verbindingsopgave' dan van integratie. Wat het CDA betreft is dit een mooi bedachte benadering: verbinden is ontzettend belangrijk. Het zoeken van verbindingen is een centraal punt in de CDA-visie op de samenleving. Maar verbinden sluit integratie juist niet uit. Integreren versterkt juist het verbinden. Sterker nog, goede integratie is een absolute en noodzakelijke kernvoorwaarde voor verbinding in de Haagse samenleving. Integratie en verbinding zouden dus hand in hand met elkaar moeten gaan. Het woord 'integratie' heeft in de loop der jaren een vrij beladen betekenis gekregen. Volgens het woordenboek betekent het letterlijk 'het maken van of opnemen in een groter geheel'. Dat raakt meteen de kern. Wat het CDA betreft is dat precies de opgave die we hebben: hoe zorgen we dat we mensen integreren in het grotere geheel? Den Haag is in al haar pluriformiteit namelijk dat grotere geheel, een groter geheel dat in de loop der jaren ook veranderd is.
Kijkend naar de ontwikkeling van het Den Haag van weleer, de stad van de heren en dames van adel, naar de internationale stad van vrede en recht, zien we dat dat een continu proces is van verandering. Ons straatbeeld is daar het mooiste voorbeeld van. We hebben behouden wat we hadden, maar er is ook veel bij gekomen, vaak toegevoegd door nieuwkomers die zich hier hebben gevestigd en nu geworteld zijn in onze stad. Wat een rijkdom en verscheidenheid hebben we juist door deze nieuwkomers erbij gekregen. Denk maar aan de vele keukens die we rijker zijn sinds de komst van de eerste migranten uit het voormalige Nederlands-Indië, Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk, Turkije en Marokko. Die saté, roti of döner kebab zijn nu net zo Haags als een patatje van Koemans. Er was wederzijds acceptatie nodig om dit te bewerkstelligen. Die wederzijdse acceptatie is het gevolg van het feit dat nieuwkomers erkenden dat ze deel gingen uitmaken van een groter geheel. Hun eigen cultuur en achtergrond werden zo een mooie toevoeging aan het al bestaande. De al geldende regels in de Haagse samenleving werden geaccepteerd en de waarden en normen van de vele en sterke gemeenschappen die er al waren in Den Haag, incorporeerde men in de manier van leven. Dat is verbinding én integratie.
Dit was Den Haag, dit is Den Haag en dit moet Den Haag ook blijven: een stad met een rijkdom aan gemeenschappen, met een Haagse identiteit, die bestaat uit een gemeenschappelijke basis van gedeelde waarden en normen en die tegelijkertijd een grote en daarmee rijke verscheidenheid komt; een Haagse samenleving waar we samen waarden en normen delen, maar waar tegelijkertijd verschillen tussen mensen en gemeenschappen zijn. Samen zijn we zo Den Haag, die trotse stad, waar mensen samenleven en samen het goede proberen te zoeken. Deze nota lezend ontstaat bij mijn fractie het gevoel dat we het beeld opeens helemaal opnieuw willen gaan uitvinden. Dat baart mijn fractie zorgen. Er staat veel goeds in, maar er wordt voorbijgegaan aan wat we al bereikt hebben met elkaar. Wat ik ook mis, is de verantwoordelijkheid van mensen zelf om te integreren. Integreren is een werkwoord. Je moet aan de slag om aan te kunnen sluiten bij de bestaande Haagse gemeenschappen. Je moet aan de slag om je Haagse identiteitskenmerken eigen te maken. Je moet je best doen om de normen en waarden te leren, om de Nederlandse taal te leren, om je zeer in te spannen om je de normen en waarden van de bestaande gemeenschappen eigen te maken, het liefst zo snel mogelijk. De al bestaande normen worden bijna niet genoemd, terwijl er veel wordt gesproken over de gedeelde waarden.