CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308768 bijlage 1 2b Schaloenstraat e o Toelichting deel 2

Commissie Ruimte 9 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting over ontwerp-bestemmingsplan Schaloenstraat e.o.22.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 http://populatieservice.demis.nl/#/ : Deze tool is gebaseerd op de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en aanwezigheidskentallen conform de Handleiding Populatieservice versie 1.0 d.d. juli 2018. O 16103-2-RA-005 12

− een schoolgebouw (Sammersweg 2 te Rijswijk). In de huidige situatie is, conform opgave van de Omgevingsdienst Haaglanden sprake van een aanwezigheid van 250 personen gedurende de dagperiode. 4.4 P o p u l a t i e g e g e v e n s b e o o g d e o n t w i k k e l i n g

Als gevolg van de beoogde ontwikkeling verandert de populatie binnen het invloedsgebied. Ter plaatse van het plangebied zullen, op basis van een worst case benadering, circa 600 appartementen gerealiseerd worden. De populatiegegevens, met betrekking tot de beoogde ontwikkeling, zijn opgenomen in tabel 4.2. De gehanteerde kengetallen zijn gebaseerd op de kengetallen uit de Handleiding Populatieservice opgesteld door het IVO d.d. juli 2018 (zie tabel 4.1). t4.1 Gehanteerde kengetallen bij omrekening programma naar populatie Functie en oppervlaktecategorie

Kengetal

2

Aanwezigheidspercentage Dag

Nacht

Woningen  60 m bvo

1,2 persoon per woning

50

100

Woningen > 60 m2 bvo

2,4 persoon per woning

50

100

t4.2 Populatiegegevens beoogde ontwikkeling Fase 1

Bouwdeel

Aantal woningen

Aanwezigheid per etmaal

 60 m2

> 60 m2

Dag

Nacht

Accent 1

0

119

142,8

285,6

Galerij 1

0

34

40,8

81,6

Accent 2

0

88

105,6

211,2

Galerij 2

0

40

Totaal fase 1 2

Totaal fase 3

96,0 674,4

Accent 3

0

107

128,4

256,8

Galerij 3

0

54

64,8

129,6

Galerij 4

0

55

Totaal fase 2 3

48,0 337,2

66,0

132,0

259,2

518,4

Blok 3

0

23

27,6

55,2

Blok 4

0

38

45,6

91,2

73,2

146,4

O 16103-2-RA-005 13

4.5 B e r e k e n i n g

In de rekenmethodiek van het RIVM (zie paragraaf 4.1) wordt rekening gehouden met locatiespecifieke omstandigheden voor het bepalen van de BLEVE-kans. De scenario’s voor de LPG-installatie hebben betrekking op het ondergrondse reservoir en het vulpunt voor verlading. In de standaard rekenmethodiek wordt standaard uitgegaan van een doorzet van 1.000 m3 per jaar. Dit betekent circa 70 verladingen per jaar. 4.5.1 S c e n a r i o ' s v o o r h e t r e s e r v o i r

De scenario's voor het reservoir zijn weergegeven in tabel 4.3. t4.3 Scenario's voor reservoir onder druk Scenario

Basisfrequentie (per jaar)

Factor

Frequentie (per jaar)

O.1 opslagvat - Instantaan falen

5 x 10

-7

1

5 x 10-7

O.2 opslagvat – 10 minuten

5 x 10 -7

1

5 x 10-7

O.3 opslagvat – 10 mm gat

1 x 10

-5

1

1 x 10-5

O.4 vloeistofleiding - Breuk

5 x 10-7 per meter

40 m

2,0 x 10 -5

O.5 vloeistofleiding - lek

-6

1,5 x 10 per meter

40 m

6 x 10-5

O.6 afleverleiding -breuk 1

5 x 10-7 per meter

20 m

1,0 x 10 -5

O.7 afleverleiding – lek 1

-6

1,5 x 10 per meter

20 m

3 x 10-5

O.8 afleverleiding -breuk 2

5 x 10-7 per meter

20 m

1,0 x 10 -5

O.9 afleverleiding – lek 2

-6

20 m

3 x 10-5

1,5 x 10 per meter

Opmerkingen: − Het ondergrondse reservoir van 30 m3 bevat LPG conform de rekenmethodiek LPG- tankstations ca. 9.200 kg. − De scenario’s O2 en O3 zijn gemodelleerd als een verticale uitstroming. − De vloeistofleiding (tussen vulpunt en reservoir) bedraagt 40 meter en de afleverleiding (tussen reservoir en afleverpunt) bedraagt 20 meter, beide leidingen hebben een diameter van 1,25”. De leidingen zijn gemodelleerd als ondergronds (verticale uitstroming). 4.5.2 S c e n a r i o ' s v o o r d e t a n k a u t o

De scenario's voor het intrinsiek falen van de tankauto zijn weergegeven in tabel 4.4. t4.4 Scenario's voor intrinsiek falen van de tankauto Scenario

Basisfrequentie (per

Factor

jaar)

Frequentie (per jaar)

T.1 tankauto - Instantaan falen vulgraad 100%

5 x 10

-7

70 x 0,5/8766

2 x 10-9

T.2 tankauto – grootste aansluiting vulgraad 100%

5 x 10-7

70 x 0,5/8766

2 x 10-9

O 16103-2-RA-005 14

Opmerkingen: − Bij een LPG doorzet tot 1000 m3 per jaar is het aantal verladingen gelijk aan 70 per jaar. De aanwezigheid is 0,5 uur per bezoek. − Bij een bezoek is de vulgraad van de tankauto gelijk aan 100%, 67% of 33% van de maximale belading. − De BLEVE wordt gemodelleerd als een warme BLEVE met de faaldruk gelijk aan 24,5 barg (23,5 barg). − Bij een LPG-tankauto voorzien van een hittewerende coating mag de faalfrequentie voor een warme BLEVE van een tankauto worden gereduceerd met een factor 20 (0,05). Door brand tijdens verlading kan een warme BLEVE ontstaan. Het BLEVE-scenario door brand tijdens verlading is weergegeven in tabel 4.5 (dit is de frequentie uitgaande van een hittewerende coating). De frequentie van dit scenario is dan een factor 20 lager. t4.5 Scenario's voor tankauto warme BLEVE Scenario

Basisfrequentie (per

Factor

Frequentie (per jaar)

70 x 0,5 x 0,05

1,02 x 10 -9

jaar) B.1 BLEVE tankauto vulgraad (100%)

5,8 x 10-10

De frequenties van een warme BLEVE door omgevingsbrand zijn afhankelijk van de locatiespecifieke omstandigheden bij een tankstation. De afstanden tussen het LPG-vulpunt en de opstelplaats van de benzinetankauto, de LPG- en benzine-afleverzuilen en gebouwen zijn van invloed op de kans dat er een BLEVE optreedt door een brand in de directe omgeving. Bij dit tankstation is de warme BLEVE-frequentie 2 x 10 -7 per 100 verladingen, omdat aan de afstanden wordt voldaan (zie paragraaf 4.2). De BLEVE-scenario’s ten gevolge van brand zijn weergegeven in tabel 4.6 (dit zijn de frequenties uitgaande van een hittewerende coating). t4.6 Scenario's voor tankauto warme BLEVE ten gevolge van brand Scenario

Basisfrequentie (per

Factor

jaar)

Frequentie (per jaar)

2 x 10

-7

70/100 × 0,333 × 0,19/20

4,4 x 10-10

B.3 BLEVE tankauto - vulgraad 67%

2 x 10

-7

70/100 × 0,333 × 0,46/20

1,07 x 10 -9

B.4 BLEVE tankauto - vulgraad 33%

2 x 10-7

70/100 × 0,333 × 0,73/20

1,70 x 10 -9

B.2 BLEVE tankauto - vulgraad 100%

Een BLEVE van een tankauto kan ook plaatsvinden ten gevolge van externe impact. De BLEVE kans is afhankelijk van de opstelplaats. Voor deze opstelplaats (geïsoleerd) geldt een basiskans van 4,8 x 10-8 per 100 verladingen. De scenario's zijn weergegeven in tabel 4.7.

O 16103-2-RA-005 15

t4.7 Scenario's tankauto door externe impact Scenario

Basisfrequentie (per jaar)

Factor

Frequentie (per jaar)

4,8 x 10

-8

70/100 × 0,333

1,11 x 10 -8

B.6 BLEVE tankauto - vulgraad 67%

4,8 x 10

-8

70/100 × 0,333

1,11 x 10 -8

B.7 BLEVE tankauto - vulgraad 33%

4,8 x 10 -8

70/100 × 0,333

1,11 x 10 -8

B.5 BLEVE tankauto - vulgraad 100%

Op de tankwagen bevindt zich een pomp die kan falen/lek raken. De pompen zijn ter beveiliging voorzien van een doorstroombegrenzer. De scenario’s voor het falen/lek raken van de pomp en het succesvol inzetten van de doorstroombegrenzer zijn gegeven in tabel 4.8. t4.8 Scenario's pomp Scenario

Basisfrequentie (per uur)

Factor

Frequentie (per jaar)

-4

P.1 Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit

1 x 10

P.2 Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit niet

1 x 10-4

P.3 lek pomp

4,4 x 10

-3

0,94 x 70 × 0,5/8766

3,75 x 10 -7

0,06 x 70 × 0,5/8766

2,4 x 10 -8

70× 0,5/8766

1,76 x 10 -5

Opmerkingen: − Er zijn 70 verladingen per jaar met een verladingsduur van 0,5 uur. − De effecten van de doorstroombegrenzer worden meegenomen. Aangenomen is dat deze bij het breukscenario een faalkans heeft van 0,06 en niet in werking treedt bij het lekscenario. Naast een pomp wordt ook een losslang gebruikt bij het verladen van een tankwagen. Ook een losslang kan falen en/of lek raken en is eveneens voorzien van een doorstroombegrenzer. De scenario’s voor het falen, het lek raken en het succesvol aanspreken van de doorstroombegrenzer van de losslang zijn gegeven in tabel 4.9. t4.9 Scenario's losslang Scenario

Basisfrequentie

Factor

(per uur)

Frequentie (per jaar)

4 x 10

-6

0,88 x 0,1 x 70 × 0,5

1,23 x 10-5

L.2 Breuk losslang, doorstroombegrenzer sluit niet

4 x 10

-6

0,12 x 0,1 x 70 × 0,5

1,68 x 10-6

L.3 lek losslang

4 x 10-5

70 × 0,5

1,4 x 10-3

L.1 Breuk losslang, doorstroombegrenzer sluit

O 16103-2-RA-005 16

Opmerkingen: − Er zijn 70 verladingen per jaar met een verladingsduur van 0,5 uur. − De breukfrequentie voor losslangen bij LPG-tankstations is een factor 10 lager dan de standaard faalfrequentie voor Brzo-inrichtingen. − De effecten van de doorstroombegrenzer zijn meegenomen. Aangenomen is dat deze een faalkans heeft van 0,12 bij het breukscenario en niet in werking treedt bij het lekscenario. − De scenario’s voor breuk van de losslang, L.1 en L.2, zijn gemodelleerd als line rupture (op 5 meter afstand van de tankauto). Alle bovenstaande scenario's zijn in het rekenmodel ingevoerd en bepalen samen de risico's van het LPG-tankstation. 4.5.3 B e s c h o u w d e s c e n a r i o ' s

Om de toename van het groepsrisico ten gevolge van de realisatie van de beoogde ontwikkeling in beeld te brengen is het groepsrisico berekend voor zowel de huidige situatie (exclusief beoogde ontwikkeling) als de toekomstige situatie (inclusief beoogde ontwikkeling). 4.5.4 O v e r i g e p a r a m e t e r s

De standaard parameters van Safeti-NL versie 8.21 zijn gebruikt voor de berekening. De gegevens voor het weerstation Ypenburg worden gebruikt voor de kans op het voorkomen van een bepaalde weerklasse. De ruwheidslengte is 0,3 m.

O 16103-2-RA-005 17

5

Rekenresultaten Figuur 5.1 geeft de berekende fN-curves (groepsrisico) ten gevolge van het het LPG-tankstation weer. De fN-curves zijn berekend tot een frequentie van 1×10 -9 per jaar voor de huidige situatie en de situatie na realisatie van het voornemen. Uit figuur 5.1 blijkt dat de oriëntatiewaarde in de huidige situaties niet wordt overschreden. Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie wel lichtelijk toe.

f5.1 Groepsrisico LPG-tankstation

Frequentie per jaar (f)

fN-curve

1,00E-03

sub-title

1,00E-04 1,00E-05 1,00E-06 1,00E-07 1,00E-08 1,00E-09 10

100

1000

Aantal slachttoffers Orientatiewaarde Huidig (N) Toekomstig

In tabel 5.1 is het groepsrisico gegeven in vergelijking met de oriëntatiewaarde voor de huidige situatie en de toekomstige situatie. t5.1 Groepsrisico in de huidige en de toekomstige situatie Scenario

Overschrijdingsfactor

Maximaal aantal slachtoffers

oriëntatiewaarde Huidig situatie

0,28

600

Toekomstige situatie

0,30

600

O 16103-2-RA-005 18

6

Verantwoording van het groepsrisico Op het groepsrisico is geen harde norm van toepassing, maar een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht. Conform de Nota externe veiligheid van de gemeente Den Haag worden afhankelijk van de hoogte van dit groepsrisico de daarbij behorende maatregelen genomen. Als stelregel geldt hierbij: hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording en des te meer betrokkenheid en verantwoording van het bestuur. Middels de realisatie van de beoogde ontwikkeling neemt het aantal personen in het gebied toe, dit leidt voor het LPG-tankstation tot een lichte toename van het groepsrisico. Deze toename dient verantwoord te worden conform artikel 12 van het Bevi. De volgende punten komen daarin onder andere aan bod: − ruimtelijke inrichting; − zelfredzaamheid; − hulpverlening; − organisatorische mogelijkheden. Bij de beoordeling van deze aspecten dient gekeken te worden naar de effecten die (in eerste instantie onafhankelijk van de kans van optreden) zich voor kunnen doen bij een ramp bij het LPG-tankstation. Dit betreft met name de effecten ten gevolge van een ramp bij de opslag en de verlading van brandbare gassen (LPG), met een invloedsgebied van 150 m.

In de situatie dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt, maar boven een tiende van de oriëntatiewaarde, zoals in de voorliggende situatie, bekijkt de gemeente conform de Nota externe veiligheid van gemeente Den Haag hierbij of er afdoende generieke maatregelen zijn genomen die voortkomen uit een maatwerkanalyse of adviezen.

O 16103-2-RA-005 19

7

Conclusie In opdracht van Rho adviseurs is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van de woningbouwontwikkeling aan de Schaloenstraat, Lichtenbergweg, Cannenburglaan en Loevesteinlaan te Den Haag. In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied sprake van de aanwezigheid van verouderde woningen. Het vigerende bestemmingsplan staat voornoemde ontwikkeling niet toe. Om het project mogelijk te maken wordt afgeweken van het bestemmingsplan conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aangezien de beoogde ontwikkeling, conform wetgeving op het gebied van externe veiligheid, als kwetsbaar object moet worden beschouwd is aandacht voor het aspect externe veiligheid noodzakelijk. In de omgeving van het perceel is sprake van een LPG-tankstation waarvan de externe veiligheidsrisico's ter plaatse inzichtelijk moeten worden gemaakt. Het LPG-tankstation ressorteert onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het plaatsgebonden risico van 10 -6 per jaar (grenswaarde voor kwetsbare objecten), volgt uit de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) en is niet gelegen over het plangebied. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling verandert de populatie binnen het invloedsgebied van het LPG tankstation. Dit betekent dat ook het groepsrisico verandert.

Deze verandering dient inzichtelijk gemaakt te worden middels een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). Uit voorliggende rapportage volgt dat in de toekomstige situatie (inclusief beoogde ontwikkeling) het groepsrisico toeneemt ten opzichte van de huidige situatie (exclusief beoogde ontwikkeling). Het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0,28 maal de oriëntatiewaarde en na realisatie van de beoogde ontwikkeling neemt dit toe tot maximaal 0,30 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico neemt aldus toe, maar de oriëntatiewaarde wordt niet overschreden. Het groepsrisico dient conform het Bevi verantwoordt te worden. Hierbij dient onder andere nader ingegaan te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid in relatie tot de beoogde ontwikkeling.

Zoetermeer,

Dit rapport bevat 20 pagina's.

O 16103-2-RA-005 20

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlage 9 QRA Aardgasleiding 18092020

295

Den Haag Moerwijk

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleiding

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

status:

20180900.001

18‐09‐2020

Concept

projectleider:

ing. J.C.C.M. van Jole

auteur:

S.E.H. Lie, MSc

Inhoud 1 Inleiding 1.1. 1.2. 1.3.

3 Aanleiding Rekenmethodiek Leeswijzer

2 Toetsingskader 2.1 Plaatsgebonden risico en groepsrisico 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)

3 Uitgangspunten 3.1 Populatie plangebied 3.2 Populatie omgeving plangebied

4 Resultaten 4.1 Plaatsgebonden risico 4.2 Groepsrisico

3 4 4

5 5 6

7 7 10

11 11 11

5 Conclusie

15

6 Referenties

16

Bijlagen: 1 2

Invoergegevens CAROLA BVO beoogde realisatie

1 Inleiding

1.1.

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens om in Moerwijk te Den Haag woningen te realiseren. Het plan is om 558 woningen mogelijk te maken, in het programma is echter met 600 woningen gerekend om speling in het aantal woningen te hebben. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied van het groepsrisico van een hogedruk aardgasleiding van de Gasunie (W‐509‐06‐deel‐1). In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied nabij de gasleiding weergegeven.

Figuur 1.1 Ligging beoogde woningen (groen) in invloedsgebied van het groepsrisico van aardgasleiding W‐509‐06‐deel‐1 In dit rapport wordt onderzocht of aan de voor het aspect externe veiligheid geldende wetgeving kan worden voldaan. Voor de hogedruk aardgasleiding is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd. Met deze QRA wordt inzicht gegeven in de risicosituatie.

3

1.2.

Rekenmethodiek

De risicostudie naar de hogedruk aardgasleiding in dit rapport is uitgevoerd conform de door de overheid gestelde richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyses aan ondergrondse gelegen hogedruk aardgastransportleidingen. De analyse is uitgevoerd met het rekenpakket CAROLA versie 1.0.0.52. Dit is een software pakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Ypenburg. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter.

1.3.

Leeswijzer

Dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt het toetsingskader beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de uitgangspunten en de invoergegevens voor de risicoberekening. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van de risicoberekening. De conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 5.

2 Toetsingskader

2.1 Plaatsgebonden risico en groepsrisico Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als de kans per jaar dat een onbeschermd persoon die onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) op dezelfde plaats verblijft, komt te overlijden als gevolg van een ongeval met een potentieel gevaarlijke bron. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door middel van contouren op een kaart. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er zich geen (geprojecteerde) kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10‐6 per jaar. Voor (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten geldt een plaatsgebonden risico van 10‐6 per jaar als richtwaarde. Van deze richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten kan afgeweken worden indien er sprake is van zwaar wegende argumenten.

Groepsrisico Het groepsrisico is gedefinieerd als de frequentie per jaar dat een groep van tenminste tien personen komt te overlijden als gevolg van een ongeval, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt weergegeven in een FN‐curve, een dubbel logaritmische grafiek waarbij op de horizontale as het aantal doden (N) wordt gegeven en op de verticale as de cumulatieve frequentie (F) van tenminste N doden. Een dergelijke grafiek is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1 FN‐Curve De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde (rode lijn in de grafiek). Als oriëntatiewaarde geldt: 10‐4 voor een ongeval met meer dan 10 dodelijke slachtoffers; 10‐6 voor een ongeval met meer dan 100 dodelijke slachtoffers;

5

10‐8 voor een ongeval met meer dan 1.000 dodelijke slachtoffers; Enzovoort (een lijn door deze punten bepaald de norm). Indien er sprake is van overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico moet een verantwoording worden afgelegd. Er dient dan altijd te worden nagegaan of er maatregelen mogelijk zijn die ervoor zorgen dat alsnog aan de oriëntatiewaarde kan worden voldaan of het groepsrisico niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie.

2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. In het Bevb wordt onderscheid gemaakt tussen een beperkte verantwoording van het groepsrisico en een uitgebreide verantwoording. Onder de beperkte verantwoording van het groepsrisico wordt verstaan dat alleen inzicht gegeven moet worden in:   

de aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied en de hoogte van het groepsrisico per kilometer; de mogelijkheden voor het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten bij de buisleiding (bestrijdbaarheid); de mogelijkheden voor zelfredzaamheid.

Van een beperkte verantwoording is alleen sprake als:  het plangebied buiten de 100% letaliteitscontour ligt of  het groepsrisico kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of  het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt bij een groepsrisico dat kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Bij de uitgebreide verantwoording moet ook onderzocht worden welke maatregelen genomen kunnen worden om de risico’s te beperken.

3 Uitgangspunten In figuur 1.1 is de ligging van de relevante hogedruk aardgasleiding weergegeven. De kenmerken van de leiding zijn in tabel 3.1 te vinden. Het invloedsgebied is 140 meter en de 100% letaliteitscontour bevindt zich op 70 meter. Tabel 3.1 Leidinggegevens Eigenaar Leidingnaam N.V. Nederlandse Gasunie

Diameter (mm) 323.90

5400_leiding‐W‐509‐06‐ deel‐1

Druk (bar) 40.00

Datum aanleveren gegevens 13‐06‐2019

In de risicoberekeningen is de maatregel ‘betonplaat + waarschuwingslint’ meegewogen. Het segment (stationing) waarop deze maatregel van toepassing is valt niet binnen het deel van de leiding dat voor dit onderzoek relevant is. Deze maatregel is dan ook niet van invloed op de uitkomsten van de risicoberekeningen.

3.1 Populatie plangebied In de huidige situatie zijn er circa 250 woningen aanwezig. Voor de inventarisatie van de personendichtheid in de huidige situatie is gebruik gemaakt van de BAG‐Populatieservice. De Populatieservice levert populatiebestanden voor groepsrisicoberekeningen. De personendichtheid wordt bepaald op basis van de functie en het oppervlak. Om een nadere uitwerking van de objecten binnen de effectafstand 100%‐letaliteit te maken is een uitzonderingsgebied (uitzonderingsgebied 6) toegevoegd om dit gedeelte zelf te kunnen invullen. Het aantal personen dat er de functie wonen heeft gekregen is vastgesteld op 62, er zijn 9 personen met een bijeenkomstfunctie. Tabel 3.2 Toevoeging BAG‐Populatie service Naam

Type

Kental/aanname

Personendichtheid

Toevoeging wonen 1

Woonfunctie

1,2 personen woning <60 m2 2,4 personen woning >60 m2 5 m2 BVO per persoon

Toevoeging bijeenkomstfunctie 1

Bijeenkomstfun ctie

Figuur 3.1 Toevoeging BAG‐Populatieservice

34

Aanwezigheid Dag 50%

Nacht 100%

29

50%

100%

9

100%

0%

In de toekomstige situatie worden ter plaatse van het plangebied maximaal 600 woningen gerealiseerd (figuur 3.2). In het plangebied zijn er 3 hoge woontorens aanwezig.

Figuur 3.2 Impressie beoogde ontwikkeling Voor woningen ≥ 60m2 wordt conform de Handleiding Populatieservice uitgegaan van 2,4 personen per woning. Er wordt een dag‐/nachtaanwezigheid van 50%/100% aangehouden. In tabel 3.3 is aangegeven om hoeveel woningen het gaat. In figuur 3.4 zijn de toegevoegde vlakken te vinden en in figuur 3.5 is een overzicht van het complex weergegeven. De 558 woningen zijn erin gemodelleerd zoals de geschetste situatie. De overige 42 woningen zijn verdeeld over de complexen. Tabel 3.3 Overzicht invulling plangebied toekomstige situatie Complex Aantal woningen Totaal aantal ≥ 60m2 personen Toren 1 124 271 Galerij 1

39

94

Toren 2

93

224

Galerij 2

45

108

Toren 3

111

267

Galerij 3

58

140

Galerij 4

60

144

Blok 3

27

65

Blok 4

43

104

Figuur 3.4 Toevoeging van 600 woningen in het plangebied

Figuur 3.5 Overzicht verdeling complex

3.2 Populatie omgeving plangebied Naast de populatie in het plangebied, dient ook een deel van de populatie die zich binnen het invloedsgebied, maar buiten het plangebied, mee te worden genomen in de risicoberekening. Het gaat om de populatie die zich binnen een afstand van één kilometer plus twee maal de afstand van het invloedsgebied bevindt (in dit geval 1.280 meter). Het gebied waarbinnen de populatie moet worden geïnventariseerd is schematisch weergegeven in figuur 3.6.

Figuur 3.6 Gebied waarbinnen populatie moet worden geïnventariseerd Voor de inventarisatie van de personendichtheid in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van de BAG‐Populatieservice. Deze populatie is gecontroleerd. In bijlage 1 zijn de invoergegevens verder uitgewerkt.

4 Resultaten

4.1 Plaatsgebonden risico Voor de hogedruk aardgasleiding is het plaatsgebonden risico berekend. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als risicocontour op een achtergrondkaart. Deze risicocontour is weergegeven in figuur 4.1. Uit deze figuur blijkt dat de PR 10‐6‐risicocontour niet buiten de leiding ligt. De PR 10‐6‐risicocontour vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Figuur 4.1 Plaatsgebonden risico voor W‐509‐06‐deel‐1

4.2 Groepsrisico Het groepsrisico rond een leiding wordt uitgedrukt met een overschrijdingsfactor. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN‐curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Het groepsrisico is dus kleiner dan de oriëntatiewaarde. Bij een waarde van 1 zal de FN‐curve de oriëntatiewaarde raken en is sprake van een groepsrisico dat gelijk is aan de oriëntatiewaarde. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden, het groepsrisico bedraagt meer dan de oriëntatiewaarde. Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN‐curves te visualiseren. Voor de leiding wordt per kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen dat gecentreerd ligt ten opzichte

van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN‐curve berekend en voor deze FN‐curve is de overschrijdingsfactor berekend. De FN‐curve in dit rapport geeft het groepsrisico weer voor het kilometersegment met het hoogste groepsrisico. In onderstaande paragraaf wordt voor de leiding de screening van het groepsrisico, de hoogte van het groepsrisico voor en na de beoogde ontwikkeling plus bijbehorende FN‐curves weergegeven. Tevens worden de kilometervakken leiding gevisualiseerd (in groen) waarvoor de maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden. Huidige situatie Het resultaat van de groepsrisicoberekening voor deze leiding in de huidige situatie is te vinden in figuur 4.2.

Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor W‐509‐06‐deel‐1 van Gasunie De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 108 slachtoffers en een frequentie van 2.68E‐007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.323 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1880.00 en stationing 2880.00. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.3. Voor deze kilometer leiding is de FN‐curve opgenomen in figuur 4.4.

Figuur 4.3 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FN‐curve voor W‐509‐06‐deel‐1 (groen)

Figuur 4.4 FN‐curve W‐509‐06‐deel‐1 voor de kilometer tussen stationing 1880.00 en stationing 2880.00 Toekomstige situatie Het resultaat van de groepsrisicoberekening voor de leiding in de toekomstige situatie is te vinden in figuur 4.5.

Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor W‐509‐06‐deel‐1 van Gasunie De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 109 slachtoffers en een frequentie van 2.96E‐007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.352 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1880.00 en stationing 2880.00. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.6. Voor deze kilometer leiding is de FN‐curve opgenomen in figuur 4.7.

Figuur 4.6 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FN‐curve voor W‐509‐06‐deel‐1 (groen)

Figuur 4.7 FN‐curve W‐509‐06‐deel‐1 voor de kilometer tussen stationing 1880.00 en stationing 2880.00 In tabel 4.1 is het groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie weergegeven. Het groepsrisico wordt zowel in de huidige als toekomstige situatie niet overschreden. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het groepsrisico toe met 0,029 (9,0%). Tabel 4.1 Groepsrisico huidige en toekomstige situatie Situatie Groepsrisico Huidige situatie

0.323

Toekomstige situatie

0.352

5 Conclusie

Op basis van voorliggend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: De hogedruk aardgasleiding heeft geen PR 10‐6 contour. Het plangebied ligt in het invloedsgebied van het groepsrisico van de gasleiding. Uit de groepsrisicoberekening blijkt dat het groepsrisico in de toekomstige situatie toeneemt met 0,029 (9,0%). Het groepsrisico blijft zowel in de huidige als toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. Verantwoording groepsrisico In hoofdstuk 2 is reeds beschreven dat onderscheid wordt gemaakt in een uitgebreide en beperkte verantwoording van het groepsrisico. Van een beperkte verantwoording is sprake als:  het plangebied buiten de 100% letaliteitscontour ligt of;  het groepsrisico kleiner is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of;  het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt bij een groepsrisico dat kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Omdat het groepsrisico lager is dan de oriëntatiewaarde en met minder dan 10% toeneemt kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Onder de beperkte verantwoording van het groepsrisico wordt verstaan dat inzicht gegeven moet worden in de bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid.

6 Referenties [1]

Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 2.0. juli 2014.

[2]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz‐1191. 6 november 2006.

[3]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.

[4]

Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM‐rapport 620121001/2008. 2008.

[5]

M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.

Bijlage 1

Invoergegevens CAROLA

In figuur B.1 en B.2 zijn de punten en vlakken waarbinnen de populatie in de huidige en toekomstige situatie is geïnventariseerd weergegeven. In tabel B.1 en B.2 zijn de populatiebestanden weergegeven die afkomstig zijn van de BAG‐Populatieservice. De aanvullingen op de Populatieservice zijn weergegeven in tabel B.3.

Populatietype Wonen Werken Figuur B.1 Bevolking meegenomen in de risicoberekening, huidige situatie

Populatietype Wonen Werken Figuur B.2 Bevolking meegenomen in de risicoberekening, toekomstige situatie

Tabel B.1 Populatiebestanden uit Populatieservice Pad Populatie\bijeen_sport_cel_zkh‐dag100‐ nacht80.txt Populatie\hotel‐dag0‐nacht100.txt Populatie\industrie‐dag100‐nacht30.txt Populatie\kantoor_kliniek_onderwijs_winkel‐ dag100‐nacht0.txt Populatie\wonend_vakantiehuis‐dag50‐ nacht100.txt

Type Werken

Aantal 3224

Wonen Werken Werken

38 804 4531

Wonen

18059

Tabel B.2 Handmatige toevoegingen Populatieservice Naam

Type

Kental/aanname

Personendichtheid

Toevoeging wonen 1

Woonfunctie

1,2 personen woning <60 m2 2,4 personen woning >60 m2 5 m2 BVO per persoon

Toevoeging bijeenkomstfunctie 1

Bijeenkomstfun ctie

Tabel B.3 Handmatige uitzonderingen populatie toekomstige situatie Label Type Aantal Vervangmodus Uitzonderingsgebied 1 Wonen 0.0 Vervangen Bestaande Populatie Uitzonderingsgebied 2 Wonen 0.0 Vervangen Bestaande Populatie Uitzonderingsgebied 3 Wonen 0.0 Vervangen Bestaande Populatie Uitzonderingsgebied 4 Wonen 0.0 Vervangen Bestaande Populatie Tabel B.4 Handmatige toevoegingen populatie toekomstige situatie Complex Aantal woningen Totaal aantal ≥ 60m2 personen Toren 1 124 271 Galerij 1

39

94

Toren 2

93

224

Galerij 2

45

108

Toren 3

111

267

Galerij 3

58

140

Galerij 4

60

144

Blok 3

27

65

34

Aanwezigheid Dag 100%

Nacht 100%

29

100%

100%

9

100%

0%

Blok 4

43

104

Bijlage 2 BVO beoogde realisatie

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlage 10 Verantwoording van het groepsrisico - Den Haag, M oerwijk 09102020

318

Verantwoording van het groepsrisico

Inleiding Op de locatie in de omgeving van de Schaloenstraat te Den Haag is een ruimtelijke ontwikkeling beoogd. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de sloop van bestaande bebouwing en de realisatie van 555 woningen variërend van circa 55 tot 85 m2 gebruikersoppervlakte. Van deze woningen zijn er circa 221 bestemd voor sociale huur en 334 voor de klasse ‘middenhuur’. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in de realisatie van een bescheiden horecagelegenheid in de lichte categorie. Het plangebied ligt in de nabijheid van een hoge druk aardgasleiding en een LPG tankstation. Verder vindt er nabij de planlocatie transport plaats van brandbare vloeistoffen en gassen. Vanwege de nabijheid tot deze risicovolle bronnen is deze verantwoording van het groepsrisico benodigd. Deze verantwoording is opgesteld conform artikel 12 uit het Besluit externe veiligheid transport (Bevt), Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB). Leeswijzer In deze verantwoording wordt achtereenvolgens ingegaan op: 1. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de relevante risicobronnen 2. De maatgevende scenario’s 3. Beschrijving van de effecten voor de scenario’s 4. Maatregelen ter beperking van risico's en effecten 5. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid 6. Zelfredzaamheid 7. Motivatie omvang en locatie 8. Het restrisico 1.

Plaatsgebonden risico en groepsrisico relevante risicobronnen

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg Op ongeveer 30 meter ten oosten van het plangebied is de Schaapweg gelegen, waarover brandbare vloeistoffen en gassen worden vervoerd. Het invloedsgebied van deze weg bedraagt daarmee respectievelijk, conform de Handleiding Risicoanalyse Transport, 45 en 355 meter. Het plangebied bevindt zich daarmee deels binnen het invloedsgebied van het transport van brandbare vloeistoffen en geheel binnen het invloedsgebied van het transport van brandbare gassen. Op basis van de vuistregels voor vervoer over de weg kan worden geconcludeerd dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een PR 10‐6 contour. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Op korte afstand van het plangebied (circa 22 meter) bevindt zich de buisleiding met de eigenschappen zoals weergegeven in onderstaande tabel.

Naam

Druk (bar)

Diameter (inch)

PR 10‐6

100% letaliteit

1% letaliteit

Hoogte GR

W‐509‐06‐ KR‐009

40

12,2

0 m.

70 m.

140 m.

0,343 OW

x

Ligging t.o.v. plangebied ca. 22 m.

Tabel 1 Eigenschappen nabij gelegen aardgastransportleiding

Uit deze gegevens kan opgemaakt worden dat het plangebied ongeveer voor de helft binnen de 100% letaliteitscontour gelegen is en dat het overige deel gelegen is binnen de 1% letaliteitscontour. Het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0,323 maal de oriëntatiewaarde en zal in de toekomstige situatie toenemen naar 0,352 maal de oriëntatiewaarde. De PR10‐6 contour ligt niet buiten de leiding en vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Risicovolle inrichtingen Op circa 90 meter ten oosten van het plangebied is een LPG‐tankstation gelegen. Hiervoor geldt conform het Bevi een invloedsgebied van 150 meter. Daarnaast geldt tot op 325 meter de mogelijkheid voor dodelijke slachtoffers als gevolg van een incident bij deze inrichting. Deels bevindt het plangebied zich binnen de 150 meter contour van de risicovolle inrichting en in zijn geheel is het gelegen binnen de 325 meter contour. Op basis van een kwalitatieve risicoanalyse is het groepsrisico in de huidige situatie vastgesteld op 0,28 maal de oriëntatiewaarde en met de beoogde ontwikkeling neemt deze toe tot maximaal 0,30 maal de oriëntatiewaarde toe. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie blijft het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. De plaatsgebonden risicocontour (PR 10‐6) is vastgesteld op 35 meter en daarmee niet gelegen over het plangebied.

Om het aantal personen te bepalen is gebruik gemaakt van de Handleiding Populatieservice. Voor woningen kleiner of gelijk aan 60 m2 geldt 1,2 persoon per woning als kengetal. Dit brengt het aantal personen op een totaal van 1.348. Hiervan is 50% aanwezig gedurende de dag en 100% in de nacht. Het aantal personen voor de woningen komt daarmee op 670 overdag en 1.340 ’s nachts. 2. Maatgevende scenario’s BLEVE – tankwagen met brandbaar gas Bij een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) van een tankwagen met brandbaar gas door impact (zoals een aanrijding) kan de gehele inhoud van de tankwagen ineens explosief vrijkomen. Deze explosie leidt tot een drukgolf, waarbij veel hitte vrij kan komen door de ontstane vuurwolk. Fakkelbrand door explosieve ontbranding na grote breuk in aardgastransportleiding Doordat een grote breuk in de aardgastransportleiding explosief tot ontbranding komt door grondwerkzaamheden, kan een fakkelbrand ontstaan. Uit de explosieve ontbranding kunnen verschillende secundaire branden tot stand komen. BLEVE – LPG tankwagen Bij een BLEVE van een LPG is sprake van het explosief vrijkomen van de volledige inhoud van de tankwagen. Hieruit volgt veel hitte door de ontstane vuurwolk en als gevolg van de explosie zal ook sprake zijn van een drukgolf. 3.

Beschrijving van de effecten voor de scenario’s BLEVE – tankwagen met brandbaar gas De kans op dit scenario is afhankelijk van verschillende omstandigheden, maar in de meeste gevallen erg klein. Bij het ergst denkbare scenario zullen tot 355 meter (effectgebied) van het incident nog slachtoffers kunnen vallen. Tot op ongeveer 380 meter kunnen mensen eerstegraads brandwonden oplopen. In gebouwen zijn mensen deels beschermd, maar tot op 90 meter afstand kunnen er, mede door de drukgolf die ontstaat, ook binnenshuis nog personen overlijden.

Fakkelbrand door explosieve ontbranding na grote breuk in aardgastransportleiding Bij dit scenario is tot in de wijde omgeving de explosie merkbaar en kunnen er tot 140 meter (1% letaliteitgrens) personen overlijden. Tot 70 meter is de verwachting dat alle aanwezige personen overlijden. Daarnaast kunnen er tot 140 meter verschillende secundaire branden ontstaan door de vrijgekomen hitte. Tot op 210 meter bestaat de kans dat mensen eerstegraads brandwonden oplopen. De kans op dit scenario is erg klein. BLEVE – LPG tankwagen Door dit scenario kunnen tot op 325 meter personen overlijden en tot 500 meter kunnen personen gewond raken als gevolg van het incident. In gebouwen zijn mensen deels beschermd, maar tot op 90 meter afstand kunnen er ook binnenshuis nog personen overlijden mede door de drukgolf die ontstaat. De kans op dit scenario is afhankelijk van verschillende omstandigheden, maar in de meeste gevallen erg klein. 4. Maatregelen ter beperking van risico's en effecten De maatregelen die genomen kunnen worden om de risico's te beperken en de hulpverlening te ondersteunen bij het bestrijden van de gevolgen van een incident kunnen worden onderverdeeld in bronmaatregelen, effectmaatregelen en maatregelen ten behoeve van de zelfredzaamheid. Maatregelen voor een effectieve zelfredzaamheid worden besproken onder punt 5.

Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn de meest effectieve maatregelen die kunnen worden genomen om het risico te beperken, echter zijn deze maatregelen vaak niet mogelijk of gewenst. Voor het betreffende bestemmingsplan zijn maatregelen aan de risicobron niet mogelijk. Effectmaatregelen Een theoretische effect‐beperkende maatregel zou bestaan uit een reductie van het aantal blootgestelde personen binnen het invloedsgebied van de inrichting. Dit zou betekenen dat een zone rondom de inrichting niet zou kunnen worden benut voor ontwikkelingen. Bouwkundige maatregelen Met betrekking tot de verschillende scenario’s kunnen bijvoorbeeld de volgende effectmaatregelen worden genomen:  Bij een BLEVE is het belang dat het gebouw de overdruk aankan. Dit kan bevorderd worden door maatregelen zoals een brandwerend scherm, maatregelen die de bouwconstructie minimaal 120 minuten brandwerend houden, brand‐ en explosiewerende gevels en een explosiewerend trappenhuis. Wanneer het gebouw de overdruk aankan, kan het gebouw gebruikt worden als een effectieve schuilplaats tegen de hittestraling. 5. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijke van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen.

Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Mede ook vanwege de goede bereikbaarheid, zoals aangegeven in onderstaande kopje, is sprake van afdoende aanvalswegen. Met de lokale risicobeheerder in de wijk kan bij de nadere uitwerking van het plangebied de bestrijdbaarheid verder worden afgestemd. Bereikbaarheid Het plangebied, maar ook de genoemde risicobronnen dienen goed bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Daarnaast is het van belang dat aanwezige personen een vluchtweg van de bron af kunnen nemen. Het plangebied wordt ontsloten door de Hillenraadweg, Lichtenbergweg, Polanenhof en Loevestijnlaan. Deze wegen sluiten goed aan op het verdere wegennetwerk van Den Haag. Hierdoor kunnen aanwezige personen via meerdere wegen van de bron af vluchten en is het plangebied goed bereikbaar voor hulpdiensten.

Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie circa 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. Het is de verwachting dat het plangebied zich binnen de normtijd bevindt op grond van artikel 3.2.1. Besluit veiligheidsregio’s. Bluswatervoorziening Het beschikbaar hebben van voldoende bluswater is voor het bestrijden van de brandrisico’s van bijzonder belang. De benodigde hoeveelheid bluswater is afhankelijk van het risico en het mogelijke scenario. In de verdere uitwerking van de ontwikkeling zal ook hierover afstemming plaatsvinden met de lokale risicobeheerder. 6. Zelfredzaamheid De populatie aanwezige mensen binnen het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit zelfredzame personen. De ontwikkeling voorziet niet in functies die bedoeld zijn voor verminderd zelfredzame personen.

In het kader van effectieve zelfredzaamheid dienen de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico’s en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Dit valt onder de informatieplicht van de gemeente en daar wordt door de gemeente op toegezien. Voor de regio Haaglanden is de website www.haaglandenveilig.nl beschikbaar. Via deze website worden burgers geïnformeerd over de aanwezige risico’s in de regio en is informatie te vinden over wat zij zelf kunnen doen om deze risico’s te beperken. Verder moeten de gebruikers van de inrichtingen er op worden gewezen dat de BHV‐organisaties goed geïnformeerd zijn over de mogelijk optredende scenario's. Het is daarom te adviseren een adequaat ontruimingsplan/noodplan op te stellen. Daarnaast is de aanwezigheid van ontruimingsinstallaties, noodverlichting en een aanduiding voor de vluchtroute benodigd. Dit versterkt de zelfredzaamheid van de aanwezige personen. Daarnaast moeten ‘safe‐havens’ gerealiseerd kunnen worden. Voor een ‘safe‐haven’ moet men denken aan een luchtdichte ruimte waarin de mechanische ventilatie handmatig door de gebruikers uitgezet kan worden. Deze maatregelen worden bij nieuwe bebouwing opgenomen als voorwaarde in de vergunningverleningsprocedure. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings‐ en alarmeringssysteem (WAS).

Dit systeem wordt de komende jaren uit gefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL‐Alert en het gebruik van sociale media. 7. Motivatie omvang en locatie Het bouwplan voorziet in een concrete en actuele vraag naar woningen vanuit de categorie sociale huur en middenhuur. Het plangebied wordt in de huidige situatie ook al gebruikt voor het vervullen van deze vraag. De ontwikkeling betreft een intensivering en een kwaliteitsslag. De locatie is goed bereikbaar en zeer geschikt voor de beoogde functie. 8. Restrisico Het invloedsgebied van de risicobronnen is groter dan dit plangebied. Het totaal aantal te verwachten slachtoffers (en daarmee de hulpbehoefte) is groot bij het ergst denkbare scenario, in dit geval een BLEVE of een fakkelbrand. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie is de beschikbare hulpverleningscapaciteit waarschijnlijk onvoldoende om direct aan de benodigde hulpvraag te voldoen. Assistentie vanuit andere regio’s is hierbij noodzakelijk.

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlage 11 memo stikstof incl. Aeriusberekening

323

memo Plan:

Moerwijk-Zuid, Den Haag

Onderwerp:

Stikstofberekening

Datum:

21 oktober 2020

Auteur:

ing. M. Enthoven

Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 E-mail: info@rho.nl

Inleiding Op de locatie in Moerwijk-Zuid omsloten door de Loevestijnlaan (oost), primaire waterloop Strijp (west), de Sammersweg (zuid) en Erasmusweg (noord) bestaat het voornemen om 208 sociale huurwoningen en 7 bedrijfsruimten te verwijderen en daar voor in de plaats circa 350 vrije sector- en 220 sociale huurwoningen te realiseren. De verwijdering en bouw van bedrijfsruimten/woningen zal gefaseerd plaatsvinden. Voorafgaande aan de start van de bouw vind de sloop en sanering plaats. Fase 1 gaat van start in het tweede kwartaal van 2021 met een beoogde oplevering voor 2 jaar later en fase 2 start in het vierde kwartaal van 2021 met een oplevering ca. medio 2024. Het gaat respectievelijk om 217 vrije sector woningen zowel als 74 sociale huurwoningen voor fase 1 en 130 vrije sector woningen zowel als 149 sociale huur woningen voor fase 2. De sloop en realisatie van de woningen en de bijbehorende toename van het aantal verkeersbewegingen leiden mogelijk tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De beoogde locatie ligt op circa 4,1 kilometer afstand van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal, zoals in figuur 1 weergegeven. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen gezien de afstand worden uitgesloten.

Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningen voor zowel aanleg- als gebruiksfase zijn opgenomen in de bijlage bij deze memo.

blz. 1

Figuur 1: Globale ligging plangebied (zwart/witte i) t.o.v. Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS Calculator)

Uitgangspunten aanleg fase De afzonderlijke emissiebronnen voor de eerste aanlegfase zijn uitgewerkt in tabel 1 en 2. De uitkomsten op jaarbasis (laatste kolom) zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De inzet van het materieel is gebaseerd op de realisatie van circa 250 appartementen op basis van referentieprojecten. Gezien de gefaseerde uitvoering van het project is het jaar 2022 gekozen als toetsingsjaar. Dit is namelijk het jaar met de hoogste materieelinzet en derhalve de hoogste stikstofemissie.. De invoer van de materieelinzet is verdeeld over de verschillende beoogde bouwblokken (figuur 2). Hierbij zijn de twee zuidoostelijke bouwblokken tezamen verantwoordelijk voor circa 60% van de materieelinzet en de twee noordwestelijke tezamen voor de overige circa 40%.

Figuur 2: Ligging individuele bouwblokken

De verkeersafwikkeling vindt evenredig noordwaarts, over de Cannenburglaan en de Loevesteinlaan naar het kruispunt met de Melis Stokelaan, en zuidwaarts, over de Lichtenbergweg en de Schaapweg tot de t-splitsing met de Generaal Spoorlaan, plaats. Hier gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

blz. 2

Tabel 1: Materieelinzet aanlegfase.

Soort materieel Mobiele kraan Torenkraan Ruw terrein heftruck Graafmachine Minigraver Betonstorter Heistelling

Vermogen en bouwjaar 200 kW, bouwjaar 2015 450 kW, bouwjaar 2015 100 kW, bouwjaar 2015 200 kW, bouwjaar 2015 60 kW, bouwjaar 2015 200 kW, bouwjaar 2015 Stage VI, 130-560 kW, 2014, Cat. Q

Belasting (%) 50 50

Draaiuren

60

420

60 60 50

690 712 110

60

320

740 270

Emissiefactor (g/kWh) 0,4 0,4 0,4 0,4 0,3 0,4 0,4

Tabel 2: Verkeersgeneratie aanlegfase.

Aanvoer Aan/afvoer materiaal Aanvoer medewerkers

Aantal voertuigen 936 2.188

Aantal verkeersbewegingen (mvt/jaar) 1.872 (zwaar) 4.376 (licht)

Uitgangspunten gebruiksfase De appartementen zullen gasloos zijn en kennen derhalve geen gebouwemissies. De verkeersbewegingen als gevolg van de extra nieuwe bewoners zullen echter wel leiden tot een toevoeging aan de stikstofemissie. Voor het bepalen van de extra verkeersgeneratie zijn berekeningen uitgevoerd op basis van de kengetallen van het CROW (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381). Hierbij zijn de kenmerken ‘zeer sterk stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’ gehanteerd. De verkeersgeneratie van de verkeerstoename is vastgesteld op basis van de mobiliteitsvisie. In totaliteit is er sprake van een verkeersgeneratie van 1.596 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag, daarbij gaat het om licht verkeer. De uitgangspunten voor de verkeersafwikkeling zijn gelijk aan de uitgangspunten zoals gehanteerd in de aanlegfase. Resultaten en conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. De AERIUS-berekeningen zijn als PDF bijlage toegevoegd aan deze memo. De uitkomsten van de AERIUS-berekeningen dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle aangetoond kan worden dat dit aspect onderzocht is.

blz. 3

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 1/8

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho adviseurs

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Moerwijk-Zuid

RU1EygPVFCnC

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

21 oktober 2020, 13:01

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Resultaten

Resultaten

130,98 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

NOx

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

-

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 2/8

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

25,45 kg/j

Verkeersgeneratie1 aanleg Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

3,86 kg/j

Verkeersgeneratie2 aanleg Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

5,11 kg/j

Materieelinzet2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

24,81 kg/j

Materieelinzet3 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

36,52 kg/j

Materieelinzet4 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

35,24 kg/j

Materieelinzet Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 3/8

Resultaten

Emissie (per bron)

Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0 NOx

6,40 kg/j

AFW

Torenkraan

4,0

4,0

0,0 NOx

4,05 kg/j

AFW

Ruw terrein heftruck

4,0

4,0

0,0 NOx

1,92 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx

5,40 kg/j

AFW

Minigraver

4,0

4,0

0,0 NOx

1,64 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx

1,00 kg/j

AFW

Heistelling

0,0

0,0

0,0 NOx

5,04 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Materieelinzet 79746, 451208 25,45 kg/j

Naam

Verkeersgeneratie1 aanleg 79631, 451408 3,86 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

2.188,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

936,0 / jaar NOx NH3

3,27 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 4/8

Resultaten

Verkeersgeneratie2 aanleg 80280, 450891 5,11 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

936,0 / jaar NOx NH3

4,33 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

2.188,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Materieelinzet2 79748, 451137 24,81 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0 NOx

5,76 kg/j

AFW

Torenkraan

4,0

4,0

0,0 NOx

4,05 kg/j

AFW

Ruw terrein heftruck

4,0

4,0

0,0 NOx

1,92 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx

5,40 kg/j

AFW

Minigraver

4,0

4,0

0,0 NOx

1,64 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx

1,00 kg/j

AFW

Heistelling

0,0

0,0

0,0 NOx

5,04 kg/j

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 5/8

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Materieelinzet3 79805, 451100 36,52 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0 NOx

8,40 kg/j

AFW

Torenkraan

4,0

4,0

0,0 NOx

8,10 kg/j

AFW

Ruw terrein heftruck

4,0

4,0

0,0 NOx

3,12 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx

7,02 kg/j

AFW

Mini graver

4,0

4,0

0,0 NOx

2,20 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx

1,20 kg/j

AFW

Heistelling

0,0

0,0

0,0 NOx

6,48 kg/j

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 6/8

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Resultaten

Materieelinzet4 79859, 451053 35,24 kg/j < 1 kg/j

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= Heistelling kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

1.620

0

0,0 NOx NH3

5,19 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Voertuig

Omschrijving

AFW

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0 NOx

8,40 kg/j

AFW

Torenkraan

4,0

4,0

0,0 NOx

8,10 kg/j

AFW

Ruw terrein heftruck

4,0

4,0

0,0 NOx

3,12 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx

7,02 kg/j

AFW

Minigraver

4,0

4,0

0,0 NOx

2,20 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx

1,20 kg/j

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 7/8

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RU1EygPVFCnC (21 oktober 2020) pagina 8/8

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. ReJUWj1EFpoH (21 oktober 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Den Haag Moerwijk-Zuid

ReJUWj1EFpoH

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

21 oktober 2020, 13:04

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Resultaten

Resultaten

182,12 kg/j

NH3

12,00 kg/j

Natuurgebied

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

NOx

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

-

Gebruiksfase

ReJUWj1EFpoH (21 oktober 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase

Emissie Gebruiksfase

Resultaten

Bron Sector

Gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Verkeersgeneratie noord Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

5,09 kg/j

77,17 kg/j

Verkeersgeneratie zuid Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

6,92 kg/j

104,95 kg/j

ReJUWj1EFpoH (21 oktober 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Gebruiksfase

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

798,0 / etmaal NOx NH3

77,17 kg/j 5,09 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Verkeersgeneratie noord 79630, 451408 77,17 kg/j 5,09 kg/j

Verkeersgeneratie zuid 80275, 450894 104,95 kg/j 6,92 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

798,0 / etmaal NOx NH3

104,95 kg/j 6,92 kg/j

Gebruiksfase

ReJUWj1EFpoH (21 oktober 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase

ReJUWj1EFpoH (21 oktober 2020) pagina 5/5

bestemmingsplan Schaloenstraat e.o. (ontwerp)

Bijlage 12 Verkennend bodemonderzoek M oerwijk te Den Haag

340

RAPPORT Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek plangebied Moerwijk te Den Haag

Kenmerk Datum

: 1902M286/JHA/rap1 : 28 maart 2019

Opdrachtgever : Rho Adviseurs B.V. Dhr. R. Sips Delftseplein 27b 3013 AA Rotterdam

Goedkeuring

Datum

Dhr. J. van Haaster BBE (Adviseur)

Opsteller, auteur

28-03-2019

Dhr. C. Brouwer BBA (Projectleider)

2e lezerschap, vrijgave rapportage

28-03-2019

Handtekening

BRL SIKB 2000 VKB-protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ........................................................................................................................................... 3

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK............................................................................................. 5

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 5

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ................................................... 6

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST ............................................................................................... 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10184893/1