CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308706 Notulen van de raad van 25 maart 2021 dagvergadering

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 25 maart 202159.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

wat de profeet Mohammed heeft gedaan in Medina met de Joden die daar leefden. Dat zie je dus dagelijks terug in onze straten, de weerzin vanuit de islam tegen Joden. Lang niet door alle moslims maar wel meer dan gemiddeld autochtonen of niet-moslims. Dat benoem ik en dat is ook iets wat onderdeel moet zijn van de aanpak van antisemitisme, dus bijvoorbeeld de grenzen sluiten en ervoor zorgen dat je dus niet nog meer antisemitisme importeert. Serpil Ateş (GroenLinks). Mijn vraag was heel duidelijk. De geschiedenis zegt dat de Jodenvervolging ergens hier in Europa is gestart. En dat weet meneer Kruis denk ik beter dan ik. Nogmaals de vraag: waren het toen moslims die dit in het leven hebben geroepen of waren dat de Europeanen zelf? De voorzitter. Meneer Kruis, laatste keer op dit onderwerp. Sebastian Kruis (PVV). Wat een stompzinnige vraag. Ten eerste ben ik geboren op een plek die veel verder van Europa ligt dan de plek waar u bent geboren. Dus kom bij niet aan dat ik iets beter zou moeten weten. Maar waar het om gaat is niet hoe iets is ontstaan, maar hoe nu iets het dagelijks leven van heel veel Joodse mensen kan beïnvloeden. Dat is wat er nu gebeurt.

Wat hebben die mensen eraan dat als ze hun kind naar een Joodse school brengen of als ze zelf naar de synagoge gaan, ze weten dat antisemitisme misschien wel zijn oorsprong heeft in West-Europa? Wat hebben ze daaraan? Ze hebben er wel wat aan dat we proberen de onveiligheid weg te nemen en ervoor te zorgen dat Joden gewoon weer Joden kunnen zijn en met een keppeltje op straat durven te lopen. Dát is waar het om gaat. Serpil Ateş (GroenLinks). Waar de kinderen niets aan hebben is dat je islamofobie en antisemitisme recht tegenover elkaar zet terwijl dat gelijk is. Bij beide groepen is dat pijnlijk en moet dat ook bestreden worden. Meneer Kruis zet dat nu echter tegenover elkaar en dat is heel erg gevaarlijk. Sebastian Kruis (PVV). Meneer Kruis doet helemaal niks. Ik heb het woord islamofobie helemaal niet in de mond genomen. Het is ook niet zo dat ik zeg dat alle moslims antisemiet zijn. Ik zeg wel dat meer dan gemiddeld moslims vaker antisemiet zijn en dat dit iets is waar de Joodse gemeenschap veel last heeft. En dan heb ik het nog niet over de aanslagen die ons de afgelopen jaren hebben geteisterd. U maakt er zelf een soort tweedeling van. Ik vind elke vorm van haat verkeerd, maar Jodenhaat vanuit de islam is iets heel wezenlijks voor heel veel mensen in onze stad, in Nederland en in West-Europa. Ik kijk dan niet weg van wat daar de oorzaak, de bron van is.

Dat moeten we proberen op te lossen. Dan helpt het wel om de grenzen te sluiten en niet te dweilen met de kraan open. Mikal Tseggai (PvdA). Er wordt nu heel veel bij gehaald. Wat vindt meneer Kruis eigenlijk van het initiatiefvoorstel dat voorligt? Sebastian Kruis (PVV). Goede vraag. Als u bij de commissievergadering was geweest, had ik u dat daar al kunnen vertellen, want ik was er niet eens zo negatief over. Alleen, wat ik daar ook aanhaalde, is dat de onderliggende bron van alle probleem die worden aangehaald in de nota die voorligt, het feit is dat we hele migrantengroepen hiernaartoe hebben gehaald waar antisemitisme voorkomt. De oplossingen in de nota zijn op zich goede oplossingen maar uiteindelijk pakken ze de oorzaak niet aan. De oorzaak ligt helaas binnen de islam. Dat moeten we aanpakken. Om dat te doen, moet je beginnen met de grenzen te sluiten zodat je niet nog meer antisemitisme importeert. Mikal Tseggai (PvdA). Blijkbaar kan de heer Kruis het ook prima binnen een minuut samenvatten. Dus misschien kunnen we nu beter verdergaan met de beraadslaging in plaats van de hele wereldgeschiedenis door te nemen. De voorzitter. Als er niet verder naar gevraagd wordt zal meneer Kruis dat doen, want hij gaat bijna zijn betoog beëindigen, maar ik geef eerst nog de gelegenheid aan anderen die gevraagd hebben te mogen interrumperen. Meneer Ҫetinkaya.

64

Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik heb mij lang ingehouden om te reageren op de akelige woorden van de PVV die het iedere keer over de islam en onze profeet Mohammed heeft, maar van wat hij daarover zegt neem ik namens mijn partij en namens de islamitische gemeenschap afstand. Ik zou de initiatiefnemers eigenlijk willen verzoeken om een extra spiegel te plaatsen voor de PVV zodat die partij daar af en toe in kan kijken. De voorzitter. Meneer Kruis, nog een reactie en daarna rondt u uw betoog af. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het heel vervelend dat de heer Ҫetinkaya het idee heeft dat dit een grote aanklacht is tegen de islam of tegen moslims. Dat is het namelijk niet. Ook bijvoorbeeld wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Antwerpen stellen vast dat er binnen migrantengroepen met een islamitische achtergrond vaker antisemitisme voorkomt, tot wel 40 à 50%. Dat is niet iets wat ik alle moslims aanreken. Ik zeg alleen wel dat dit een onderliggend probleem is en dat je in een stad waar meer dan de helft van de inwoners allochtoon is, vaker te maken hebt met antisemitische incidenten. Dan vind ik het heel vervelend dat u zich aangevallen voelt door iets wat helemaal geen aanval is op u, want ik zou zeggen dat u van alles en iedereen wel de minste antisemiet in de raad bent.

Wat ik wel van belang vind, is dat we niet moeten wegkijken dat heel veel mensen in de stad het wel zijn. Ik probeer in ieder geval niet een soort tegenstelling te creëren. De voorzitter. Meneer Kruis, ik stel voor dat u uw betoog voortzet en zich richt op het initiatiefvoorstel. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het goed dat u dat zegt want ik was eigenlijk ook van zins om af te ronden omdat ik mijn woordje eigenlijk al heb gedaan. Ik ga het voorliggende voorstel steunen, want het is goed dat we meer aandacht hebben voor antisemitisme en dat we Joods erfgoed omarmen. Het is ook goed dat we stilstaan bij het Joods-christelijke onderdeel en zeker het Joodse onderdeel van onze beschaving. De voorzitter. Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Wij vinden het heel belangrijk dat iedere vorm van discriminatie en racisme wordt aangepakt. Daarom zijn we ook blij met dit initiatiefvoorstel voor de aanpak van antisemitisme. De groei van antisemitisme met als dieptepunt de installatie van een partij met een partijleider die aangaf dat antisemitisme heel normaal is binnen zijn netwerk en die nu in de Tweede Kamer zit, betreuren we ten zeerste. Het geklets van de PVV over de islam en de gevolgen van dit geklets kennen we goed vanuit de geschiedenis. Echter, voor ons zijn twee aspecten heel belangrijk om te kunnen instemmen met dit voorstel.

De voorzitter. Mevrouw Faïd, uw spreektijd is om. Fatima Faïd (HSP). Ik mag toch hopen dat ik nog iets mag zeggen over een amendement dat ik mede heb ingediend. De voorzitter. U mag over het amendement nog iets zeggen maar verder moet ik streng zijn, zoals ik dat naar iedereen ben. Fatima Faïd (HSP). Ik wil eigenlijk alleen maar even aangeven dat we heel veel moeite hebben met de IHRA-verklaring en dat we daarom het amendement van NIDA hebben meeondertekend. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. Dank aan de indieners van dit belangrijke voorstel. Geen plek voor Jodenhaat of antisemitisme in onze stad van vrede en recht. Racisme, antisemitisme, islamofobie, afrofobie of welke discriminatievorm dan ook, ze komen allemaal voort uit dezelfde haat en woede en allemaal dienen ze geen plek te hebben in onze stad. We zijn ook bezig met een initiatiefvoorstel voor de aanpak van islamofobie en moslimhaat, maar daarover later meer.

65

In de commissie hebben we een goede behandeling gehad van het voorstel. We hebben aangegeven de punten in het voorstel te kunnen steunen. Ook complimenten aan de indieners voor het harde werk. Zoals in de commissie aangegeven hebben we wel moeite met een aspect van het voorstel en dat betreft de paragraaf waarin de indieners het hebben over het hanteren van de definitie van antisemitisme volgens de IHRA-definitie. We willen Jodenhaat aanpakken en bestrijden maar dat betekent niet dat kritiek op de staat Israël onmogelijk moet worden gemaakt. Met de definitie van de IHRA is dat namelijk wel het geval. Dit is een betwiste definitie van antisemitisme en internationaal zeer controversieel en heeft ook tot grote verdeeldheid geleid binnen de Joodse gemeenschap zelf. Zo wijzen ook verschillende organisaties de definitie af, wat ook allemaal uitgebreid op internet te vinden is. Dus het gaat niet om de vraag of antisemitisme moet worden bestreden maar om de vraag of de IHRA-definitie daarbij helpt of juist hindert. Vooral bij zo'n belangrijk voorstel is het van wezenlijk belang dat we de definities helder hebben. Kritiek op Israël is namelijk geen antisemitisme of Jodenhaat, net zoals kritiek op bijvoorbeeld Saudi-Arabië geen islamofobie is of omringd is met moslimhaat. Onrecht is onrecht.

We weten met z'n allen welke onmenselijke daden er dagelijks plaatsvinden in het bezette land Palestina. Met mijn inbreng wil ik niet de aandacht weghalen voor dit belangrijke voorstel maar wil ik wel de discussie zuiver voeren en dat kan door het hanteren van juiste definities. We zien graag dat de definitie uit het voorstel wordt gehaald. Hiervoor dien ik samen met collega Faïd van de Haagse Stadspartij een amendement in dat er toe strekt om de paragraaf over de IHRA-definitie om antisemitisme te definiëren te verwijderen uit het initiatiefvoorstel. Het amendement is meeondertekend door de heer Ҫetinkaya van de Islam Democraten, collega Ateş van GroenLinks, collega Tseggai van de PvdA en collega Arp van de SP. De voorzitter. Door de heer Mahmood, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, de heer Ҫetinkaya, mevrouw Ateş, mevrouw Tseggai en mevrouw Arp, wordt het volgende amendement (J.A NIDA) voorgesteld:

Amendement J.A NIDA Neem IHRA definitie op antisemitisme niet over De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van het initiatiefvoorstel Waardeer Joods erfgoed, weer antisemitisme, voorstellen voor een herwaardering van het Joods erfgoed en een aanpak van de Jodenhaat in Den Haag (RIS304440). Besluit om: • Het paragraaf over de IHRA definitie om antisemitisme te definiëren (pg. 8) te verwijderen uit het initiatiefvoorstel. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hanneke van der Werf (D66). Voorzitter. Allereerst dank aan de indieners van dit voorstel. Ik denk dat ook enige dank op z'n plaats is aan mevrouw Hanneke Gelderblom die nu ongetwijfeld aan het meekijken is. Ik meen dat een aantal van de suggesties die zij had gedaan keurig zijn overgenomen in de tweede versie van het voorstel die iedereen deze week in zijn mailbox heeft gekregen. Er zijn nog twee punten waar ik specifiek even aandacht voor zou willen vragen. Vorig jaar is door D66 een motie ingediend voor een Ru Paré School. Begrijpelijk door corona en een aantal andere grotere prioriteiten is dat wellicht nog niet van de grond gekomen, maar ik zou hier nu de suggestie willen doen om te kijken aan welke scholen die naam verbonden kan worden. Er zijn op het Rabbijn Maarsenplein een aantal monumenten die samen een plukje vormen.

Wellicht zou je daar nog iets mee kunnen doen wat betreft de samenvoeging ervan. Voor de argeloze wandelaar is nu namelijk niet helemaal duidelijk dat dit bij elkaar hoort. Wellicht zou er wat dat betreft qua ruimtelijke ordening nog een aanpassing kunnen plaatsvinden. Die twee punten zou ik de indieners nog graag willen meegeven. Dat hoeft natuurlijk niet in het voorstel maar het is wel iets wat bijvoorbeeld samen met IOM en Shoa Stichting opgepakt zou kunnen worden.

66

Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Voorzitter. De gemeente volgt terecht een aanpak tegen antisemitisme. Anno 2021 zou dit überhaupt niet ter sprake mogen zijn. Daarom steunt ook de Islam Democraten juist nu dit initiatiefvoorstel. Zoals we net ook gemerkt hebben, hebben we naast antisemitisme nog een ander groot probleem in onze samenleving én in onze raad. Islamhaat is een groeiend en steeds groter wordend probleem in onze samenleving en doet vele Nederlanders pijn. Ik ben van mening dat een respectvolle samenleving zonder vormen van intolerantie en onverdraagzaamheid zoals antisemitisme en islamhaat permanent onderhoud en vernieuwing vergt. Derhalve dien ik de volgende motie in met als dictum: verzoekt het college om in analogie met de aanpak antisemitisme te komen met een plan van aanpak om islamhaat in Den Haag te kunnen bestrijden. De voorzitter. Door de heer Ҫetinkaya wordt de volgende motie (J.1 ID) ingediend:

Motie J.1 ID bestrijding antisemitisme en islamhaat De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 25 maart 2021, ter bespreking van initiatiefvoorstel Waardeer Joods erfgoed, weer antisemitisme, voorstellen voor een herwaardering van het Joods erfgoed en een aanpak van de Jodenhaat in Den Haag (RIS304440). Constaterende, dat: • de gemeente terecht een aanpak heeft om antisemitisme aan te pakken; • islamhaat een groeiend en steeds groter probleem vormt binnen onze samenleving en vele Nederlanders pijn doet; Overwegende, dat: • een respectvolle samenleving zonder vormen van intolerantie en onverdraagzaamheid zoals antisemitisme en islamhaat permanent onderhoud en vernieuwing vergt; Verzoekt het college: • om in analogie met de aanpak antisemitisme te komen met een plan van aanpak om islamhaat in Den Haag te kunnen bestrijden; • de raad hierover te informeren; En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Voor een reactie namens het college geef ik het woord aan de heer Van Alphen. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter.

Dank aan de indieners voor het voorstel waarover we in de commissie uitgebreid hebben gesproken, waarbij er ook heel veel insprekers waren van wie we later nog brieven hebben gekregen om dit initiatiefvoorstel verder te vervolmaken, wat de indieners vervolgens ook hebben gedaan. Het college kan het voorliggende initiatiefvoorstel dan ook omarmen. We zullen gezamenlijk werken aan de uitvoering van de punten die daarin zijn genoemd. Ik denk dat dit een stap is in de goede richting om hieraan verder te werken. De heer Ҫetinkaya heeft als enige een motie ingediend die richting ons gaat. Dan nog denk ik dat die door moet verwijzen naar een ander gremium. In het kader van de nota Op weg naar een inclusieve samenleving, die gaat over antidiscriminatie hebben we het hierover al gehad. Ik zou hem dan ook willen aanraden om samen met de heer Mahmood te gaan bekijken in hoeverre er een initiatiefvoorstel vanuit de raad hierover kan komen, analoog aan het voorstel dat door de heer Grinwis en mevrouw Oudshoorn in dezen is ingediend. Dus wij vinden deze motie in dit geval overbodig. De voorzitter. Dan geef ik nu het woord aan de initiatiefnemers om te reageren. 67

Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Voorzitter. Dank aan de collega's die de moeite hebben genomen om uitgebreid in te gaan op ons initiatiefvoorstel en om met serieuze suggesties te komen die we hopelijk inmiddels al hebben meegenomen in het voorstel. Ik ga eigenlijk alleen in op de suggesties van D66. Wij vinden de suggestie over een Ru Paré School een hele mooie, waarvan we hopen dat de wethouder die ter harte zal nemen. Dan de suggestie over de samenvoeging van de monumenten op het Rabbijn Maarsenplein. Mogelijk heeft mevrouw Van der Werf eroverheen gelezen, maar mevrouw Gelderblom heeft dat al heel duidelijk weten te maken. Dus we hebben dat ook meegenomen in het voorstel en staat er als zodanig ook al in. Dus ik hoop u gerustgesteld te hebben dat de punten die mevrouw Gelderblom heeft aangereikt, zijn meegenomen. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik wil nog even ingaan op de reactie van de wethouder op onze motie. Het is inderdaad een goede suggestie waar het gaat om een initiatiefvoorstel over dit onderwerp. Als de motie vanavond niet wordt aangenomen, zullen we zijn advies dan ook volgen. Ik zou de motie echter ook kunnen aanhouden als de wethouder toezegt een aparte paragraaf hierover op te nemen in de antidiscriminatienota. De voorzitter. Dat gaan we zo meteen in de tweede termijn van de wethouder horen.

Mevrouw Oudshoorn, u was klaar met uw beantwoording? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ja, dank u wel, voorzitter. Ik geef graag het woord aan mijn collega Grinwis. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Dank aan wethouder Van Alphen en de collega's Ateş, Faïd en Van der Werf voor de positieve woorden. Ook mevrouw Gelderblom dient met ere genoemd te worden, naast de insprekers in de commissievergadering. Ik zal ingaan op het amendement over de IHRA-definitie. Dat is een werkdefinitie om antisemitisme te herkennen. Het is geen juridische formulering en ook niet als zodanig bedoeld. Kritiek op de staat moet namelijk mogelijk zijn, net als kritiek op elk land. In de commissie hebben we gewisseld dat kritiek op Saudi-Arabië niet hetzelfde is als moslimhaat. Zo is kritiek op Israël niet hetzelfde als Jodenhaat. Deze definitie maakt dit dan ook gewoon mogelijk, anders dan door sommige sprekers werd gesteld. Maar Joden moeten niet collectief verantwoordelijk worden gehouden voor de daden van de staat. Dat is antisemitisch. Of het moet niet gepaard gaan met stereotyperingen, want dat is antisemitisch. Dus het is een nuttige leidraad bij onderwijs en opleiding en draagt bij aan meer eenduidigheid voor instanties die zich bezighouden met het opsporen. We staan daar niet alleen in als Haagse raad als we dit initiatief met deze definitie omarmen.

Dat hebben het Europees Parlement evenals de parlementen in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland ook gedaan. De Tweede Kamer heeft zich in november in hele grote meerderheid geschaard achter deze definitie, van links tot rechts, van GroenLinks tot noem maar op, echt een heel breed spectrum aan partijen. Kortom, dat lijkt mij voldoende om duidelijk te maken dat de indieners niet zo veel voelen voor het aannemen van dit amendement en het dus moeten ontraden. Tot zover en verder zien we vol verwachting uit naar de stemming vanavond. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik heb de heer Grinwis goed begrepen en ik dit denk dit ook geldt voor de indieners van het amendement, maar ik vermoed dat de gemiddelde Hagenaars, vooral die van de moslimgemeenschap, dit niet begrijpen. Dus waarom niet een korte heldere tekst in plaats van die dure teksten om er omheen te zeilen waar het gaat om het punt van de kritiek? Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Volgens mij heb ik dat net helder proberen toe te lichten en ook in de commissie hebben we het er best wel uitgebreid over gehad. Deze definitie sluit geen kritiek uit op de staat. Het is een werkdefinitie en dus geen juridische definitie en wordt ook steeds breder in de wereld omarmd. De definitie is ook onlangs nog door de Tweede Kamer omarmd.

De indieners vinden het dan ook niet logisch om deze begripsomschrijving te verwijderen uit het initiatief want we moeten wel helder maken waar we het over hebben, Deze begripsomschrijving maakt het helder. 68

De voorzitter. U wordt het niet eens, vrees ik. Adeel Mahmood (NIDA). Dank aan de indieners voor de reactie. Zeer gewaardeerd. Duidelijk is wel dat we een andere mening hebben dan de indieners. We weten dat de Tweede Kamer wel vaker voorstellen of moties aanneemt waar niet iedereen achter kan staan. Dus ze doen daar vaker foute dingen. Ik wil er nog wel op wijzen dat er echt internationaal kritiek is op deze definitie. Dat is gewoon problematisch en is ook de motivatie om het amendement in te dienen. De voorzitter. Zijn er nog andere leden die een tweede termijn willen? Dat is niet het geval. De heer Ҫetinkaya had nog een vraag aan wethouder Van Alphen. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). In de nota Op weg naar een inclusieve samenleving hebben we aangegeven dat we een brede aanpak willen van alle vormen van discriminatie, dus ook islamhaat en dergelijke. Als er een initiatiefvoorstel komt van de heer Çetinkaya en anderen op dit gebied, zullen we daar op dezelfde manier naar kijken als we nu doen met het initiatiefvoorstel van de heer Grinwis en mevrouw Oudshoorn. Dus we hebben geen bespreking meer over de nota Op weg naar een inclusieve samenleving, in de zin dat we daarin een paragraaf aan dat onderwerp moeten wijden. Mijn uitnodiging is meer van: kom met een initiatiefvoorstel op dit punt. De voorzitter. Ik denk dat de boodschap heel helder is.

De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: K. Tweede gewijzigd initiatiefvoorstel Hart voor de Haagse horeca, ter ondersteuning van de groen-gele horeca (RIS307394). De voorzitter. Ik geef de heer Sluijs gelegenheid voor een korte maar, neem ik aan, enthousiaste inleiding. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Inderdaad kort, want we hebben nog maar weinig spreektijd. Ik heb dit initiatiefvoorstel met heel veel liefde en plezier geschreven. Ik heb dat ook gedaan in mijn hoedanigheid van oud-horeca-ondernemer die de vorige crisis meegemaakt heeft en die weet hoe het is om wakker te liggen van je zaak. Met die insteek heb ik dit voorstel willen schrijven namens Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Ik hoop dat we met elkaar op gemeentelijk niveau de Haagse horeca een hart onder de riem kunnen steken en perspectief kunnen bieden voor de toekomst die er toch voor velen nog heel ongewis uitziet. We hebben er in de commissie ook al goed over gesproken, waar ik ook blij mee was. Ik heb een aantal in die vergadering gedane suggesties overgenomen en in het gewijzigde voorstel opgenomen. Ik kijk dan ook uit naar de inbrengen vanuit de raad en de stemming. De beraadslaging wordt geopend. Cees Pluimgraaff (CDA). Voorzitter. Het CDA heeft het amendement van de fractie ChristenUnie/SGP, dat de voorzitter van die fractie zo meteen zal toelichten, meeondertekend.

We trekken op dit punt al een aantal jaren samen op; dat betreft dan in dit geval de geluidjes en de verlaatjes die we graag uit het voorstel zien gaan. Dan ziet het initiatiefvoorstel er sowieso beter uit. Daarnaast zijn er een aantal voorstellen door het college geaccordeerd. Dan doel ik ook op de wat ons betreft positieve antwoorden van het college op een aantal van onze gezamenlijke vragen. Mocht het initiatiefvoorstel het niet halen, om welke reden dan ook, dan resteert voor het CDA de wens om een tegemoetkoming voor de horeca te realiseren in de vorm van een tijdelijke opschorting van de legeskosten voor de verandering van de naam bedrijfsleiding. De reden: het is slechts een 69

administratieve handeling. Bij het strandrecreatiebedrijf dat ikzelf 20 jaar heb gehad heeft die controle nooit tot zelden plaatsgevonden. De vergunningen voor 2021 zijn reeds op orde. Dus om die kosten voorlopig te vermijden middels een lastenverlichting dien ik hierbij een motie in met als dictum: roept het college op de kosten voor naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca tot 2023 te laten vervallen. De voorzitter. Door de heer Pluimgraaff wordt de volgende motie (K.1 CDA) ingediend:

Motie K.1 CDA Laat de kosten voor naamsverandering van bedrijfsleiding horeca vervallen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van het voorstel van Hart voor de Haagse horeca: initiatiefvoorstel ter ondersteuning van de groen-gele horeca. Constaterende, dat: • in deze moeilijke omstandigheden alle kleine beetjes helpen voor de Haagse horeca. Overwegende, dat: • een naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca nu geld kost. Roept het college op: • de kosten voor naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca tot 2023 te laten vervallen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Dank aan de indiener voor het aangepaste voorstel. Hulde ook voor collega Sluijs dat hij zich hierover heeft ontfermd. Inderdaad, hij kan uit eigen ervaring spreken hoe zwaar horecaondernemers het in deze crisis hebben en overigens ook in de vorige crisis hadden. We kunnen dan ook instemmen met veel van de besluiten van het initiatiefvoorstel maar het besluit om de geluidjes en verlaatjes mee te nemen naar het volgende jaar gaat ons te ver. Dat vinden wij niet zorgvuldig in het kader van de belangenafweging, ook al heeft de indiener daar wat aan gedaan in zijn voorstel.

Daarom dien ik samen met collega Pluimgraaff een amendement in dat ertoe strekt de verlaatjes en geluidjes uit het dictum te schrappen, dus de besluiten 6 en 7 te schrappen en de nummering van de overige besluiten daarop aan te passen. De voorzitter. Door de heer Grinwis, daartoe gesteund door de heer Pluimgraaff, wordt het volgende amendement (K.A CU/SGP) voorgesteld:

Amendement K.A CU/SGP niet meenemen verlaatjes en geluidjes De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van het Initiatiefvoorstel Hart voor de Haagse horeca, ter ondersteuning van de groen-gele horeca (RIS304440). Besluit om: • besluiten 6 en 7 te schrappen en de overige besluiten door te nummeren. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

70

De voorzitter. De volgende spreker op mijn lijst is de heer Bos, maar het punt is dat hij eigenlijk geen spreektijd meer heeft. Als hij een motie of een amendement wil indienen, kan ik hem nog wel kort het woord geven. Nee? De heer Bos ziet van het woord af. Dan is de volgende spreker de heer Barker. Ik constateer overigens dat mevrouw Oudshoorn en de heer Aydin ook van het woord afzien. Dan kijk ik naar de heer Barker die alweer klaarzit. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Complimenten aan de heer Sluijs voor dit initiatiefvoorstel en ook dank ik hem voor zijn breidwilligheid om daarin aanpassingen te doen, op zoek naar een gedragen voorstel dat wij als Partij voor de Dieren dan ook kunnen steunen. Wel wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om een punt te maken rond de terrasverwarmers. Met de invoering van de Omgevingswet kunnen we de kans grijpen om hier ook regels aan te stellen en op die manier te voorkomen dat we letterlijk de buitenlucht aan het verwarmen zijn, wat een slecht signaal zou zijn in deze tijd van klimaatverandering. Vandaar een motie die ik samen met GroenLinks indien met als dictum: verzoekt het college onderzoek te doen naar de mogelijkheden om via de Omgevingswet het gebruik van terrasverwarmers in de openbare ruimte te beperken. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door de heer Kapteijns, wordt de volgende motie (K.2 PvdD) ingediend:

Motie K.2 PvdD Met Omgevingswet terrasverwarmers de stad uit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van het gewijzigd initiatiefvoorstel ter ondersteuning van de groen-gele horeca. Constaterende, dat: • de raad zich eerder heeft uitgesproken dat zij geen voorstander is van terrasverwarmers en dat de gemeente dit nu op haar site heeft staan; • het college aangeeft geen juridische middelen te hebben om het gebruik niet meer toe te staan; • met de invoering van de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden ontstaan om het gebruik te beperken. Verzoekt het college: • onderzoek te doen naar de mogelijkheden om via de Omgevingswet het gebruik van terrasverwarmers in de openbare ruimte te beperken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Daniël Scheper (D66). Voorzitter. Ontzettend mooie berichten heb ik gekregen naar aanleiding van ons debat de vorige week in de commissie. Hulde voor het initiatiefvoorstel van de heer Sluijs. Hulde ook aan Alexander Roep en anderen van de Haagse horeca die ons allemaal hebben gemobiliseerd om dit op de agenda te zetten. Veel van de vragen zijn de afgelopen periode al beantwoord. Die vragen hebben uiteindelijk allemaal dezelfde grond, namelijk de vraag vanuit de Haagse horeca zelf. D66 is nog wel kritisch over de verlaatjes.

We willen dus nog wel even kijken hoe het daar verder mee moet. Verder wens ik de heer Sluijs heel veel succes met deze exercitie. Ik hoop dat hij net als in de commissie de uitgestoken hand van de collega's aanvaardt om voortaan met elkaar op te trekken in plaats van voor eigen glorie te gaan, want dat is gewoon zonde. We moeten het samen doen, want het gaat uiteindelijk om de horeca. Zij komen hiermee. Dan moeten we er als politiek ook gezamenlijk achter gaan staan.

71

De voorzitter. Dank u wel, meneer Scheper. Ik hoorde bij u op de achtergrond allemaal vrolijke kindergeluiden. Als je vanaf 10.00 uur vanochtend bezig bent, is het toch wel mooi om die vrolijke geluiden te horen. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Dank voor de liefde en het plezier waarmee de heer Sluijs dit heeft opgepakt. Die dank geldt overigens ook voor andere leden van de raad voor hun schriftelijke vragen of andere voorstellen op dit punt. Het leeft bij ons allemaal enorm en we leven allemaal enorm mee met in het bijzonder de horecaondernemers; we hopen dat er ook snel weer het een en ander kan. U weet ook dat we op alle mogelijke manieren proberen zo veel mogelijk goede ondersteuning te bieden als het gaat om informatie, terrassenregelingen en mogelijkheden voor degenen die in een gemeentelijk pand zitten. Verder wijs ik op de bredere acties in het kader van het herstelplan waar het gaat om het weer aantrekken van de bezoekerseconomie en de campagnes, kortom, alles wat we straks moeten gaan doen en we nu aan het voorbereiden zijn. Dus in brede zin proberen we de horeca zo goed mogelijk te ondersteunen. Ik dank de heer Sluijs ook voor de aanpassing van het initiatiefvoorstel waarmee we er volgens mij ook bijna zijn. Ik zal de punten die gewijzigd zijn nu even langslopen en dan is het aan de raad om er vervolgens een besluit over te nemen.

De heer Sluijs heeft een punt gewijzigd waar het gaat om een tegemoetkoming in het kader van financiële maatregelen, in de zin dat hij vraagt om te kijken wat er wel en niet kan wat betreft een tegemoetkoming in gemeentelijke lasten. Ik moet dat punt nog steeds ontraden namens het college omdat het juridisch en praktisch niet haalbaar is om horecaondernemers financieel tegemoet te komen waar het gaat om gemeentelijke lasten. Dat kan juridisch en wettelijk gewoon niet. Wat we wel doen, is het voeren van marketingcampagnes inzake investeren in herstel en het bieden van maatwerk voor ondernemers die in liquiditeitsproblemen zitten. Dat kan dan ook gaan om uitstel van betalingen of gespreide betalingen en in geval van mogelijke faillissementen een schuldsanering of zelfs een gedeeltelijke kwijtschelding. Maar dan is het individueel maatwerk en kan het nooit gelden voor de hele groep. Hoe begrijpelijk de vraag dus ook is, kan ik dat niet toezeggen. Het volgende punt waar de heer Sluijs een verandering in heeft aangebracht betreft: met goede informatievoorziening zorgen dat de vergunningsprocedures soepel verlopen. Het college is daar positief over. Het wil daar graag mee instemmen en er ook alles aan doen wat we daaraan kunnen doen. Verder heeft de heer Sluijs een gewijzigd voorstel ingediend over de kosten voor wijziging van de naamgeving van leidinggevenden.

Voor het lopende jaar 2021 zien we mogelijkheden om die kosten naar nul te brengen. Voor de volgende jaren kunnen we daar nu niet op vooruitlopen. Dat brengt mij meteen op de motie van de heer Pluimgraaff. Ik weet niet of die motie gebaseerd is op dit jaar of ook nog op volgend jaar. Naar ik heb begrepen, circuleren er twee versies van die motie. De laatste die ik heb gezien spreekt van 'tot 2022'. Dan hebben we het over dit jaar, terwijl ik de heer Pluimgraaff zo-even hoorde zeggen 'tot 2023', wat betekent dat het ook voor volgend jaar zou gelden. In dat laatste geval moet ik de motie ontraden want we kunnen niet vooruitlopen op de mogelijkheden die er volgend jaar eventueel voor zijn. Cees Pluimgraaff (CDA). In mijn inbreng had ik het ook over een tijdelijke opschorting. U zegt dat u het niet tot 2023 wil doen maar het nut om het tot 2022 te doen, de resterende negen maanden die nog voor ons liggen, is niet zo groot vanwege het feit dat de vergunningen voor 2021 reeds verstrekt zijn met de juiste namen van de bedrijfsleiders erop. De mutaties daarop zou ik dan graag wat langer door willen trekken, omdat het met name vaak gaat over seizoensbedrijven. Vandaar het verzoek vanuit het CDA om het tot 2023 te laten gelden. Als u zegt dat dit echt niet haalbaar is, dan moet ik even met de fractie ruggespraak houden om er dan toch 2022 van te maken.

Vooralsnog, gezien mijn argumentatie op dit punt, is mijn voorstel om het te laten gelden tot en met volgend seizoen. Wethouder Bruines (D66). Namens het college kan ik alleen maar zeggen dat we voor dit jaar mogelijkheden zien om het kwijt te schelden wat betreft hetgeen er nu nog loopt aan omzettingen, wat naar ik begrepen heb nog het hele jaar doorloopt, maar voor volgend jaar kunnen we daar niet op vooruitlopen. Dat is wat ik mede namens de wethouder Financiën erover kan zeggen.

72

Dan zijn er nog twee aanpassingen op de verlaatjes en de geluidjes. Het voorstel dat nu gedaan wordt is om de horecaondernemers de mogelijkheid te bieden om de niet gebruikte verlaatjes en geluidjes mee te nemen naar volgend jaar. Dat voorstel wordt ontraden door het college. Het amendement van de ChristenUnie/SGP wordt daarmee positief gepreadviseerd. De verlaatjes en geluidjes die dit jaar niet zijn uitgegeven kunnen de rest van het jaar worden gebruikt maar om het nu voor volgend jaar ook allemaal mee te nemen, dan wordt het wel heel veel. De ervaring leert ook dat de twaalf die er nu zijn, ook voldoende soelaas bieden. Dan kom ik op de motie van de Partij voor de Dieren over de terrasverwarmers. Ik zou willen adviseren om hier niet voor te stemmen. Het college is daar op dit moment niet zo'n voorstander van. Op het moment dat het weer open mag, denk ik dat we alle ruimte moeten geven aan de horeca om de terrassen goed te kunnen exploiteren. Daar zit voor een deel ook terrasverwarming bij. We vinden wel belangrijk dat het zo duurzaam mogelijk gebeurt. Er zijn ook wel gesprekken over met de horeca. Je ziet ook dat gasbranders eigenlijk bijna niet meer aan de orde zijn en dat er veel meer gewerkt wordt met elektrische verwarmers. Er wordt ook veel gewerkt met dekentjes of met elektrische kussens. Men ziet zelf ook dat dit voor hen goedkoper is.

Wat betreft de vraag hoe we daar in de verre toekomst verder mee omgaan, zeg ik: laten we dat nu nog maar even vasthouden en daar nu geen uitspraken over doen. Dus een negatief preadvies van het college over deze motie. Robert Barker (PvdD). We vinden het een slecht signaal om letterlijk de buitenlucht te verwarmen. We houden de motie voor nu in ieder geval aan. Dan gaan we gewoon eerst schriftelijke vragen over dit onderwerp stellen en kunnen we op die manier een debat erover hebben. De voorzitter. Aangezien motie K.2 PvdD is aangehouden, maakt ze geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Dan geef ik nu het woord aan de initiatiefnemer, de heer Sluijs. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Hartelijk dank voor de input vanuit de raad. De heren Pluimgraaff en Grinwis willen graag de geluidjes en de verlaatjes uit het voorstel halen. Die wens is ook in de commissie uitgesproken. Ik begrijp het ook vanuit het standpunt van beide partijen maar voor mijn partij is het heel erg belangrijk dat we ook de mogelijkheid bieden om omzet te maken. De horecaondernemers willen hun hand niet ophouden maar willen gewoon omzet kunnen maken. De ruimte daarvoor bied je ook door de voorgestelde verruiming van de verlaatjes en geluidjes. Dat zijn gewoon concrete mogelijkheden om die omzet te realiseren.

Dus ik begrijp het standpunt van de heren heel goed, maar ik wil dit onderdeel van het voorstel graag handhaven. Dan het punt van de gemeentelijke lasten. Ik meende het voorstel zodanig aangepast te hebben dat het college hier wel mee zou kunnen leven en uit de voeten zou kunnen. Blijkbaar is dat dus niet zo. Ik wil geen dingen die we niet kunnen en niet mogen. Dus dat voorstel zal ik er dan ook uithalen. Ik plaats daar wel de volgende kanttekening bij. Op het moment dat we met de belasting weinig kunnen doen en we ten aanzien van de verruiming voor het maken van omzet weinig kunnen doen, moeten we natuurlijk wel nagaan of we dan nog wel echt iets aan het doen zijn voor de horeca. Ik hoop wel dat het college dit wil meenemen om ernaar te kijken wat er wel mogelijk is. In ieder geval haal ik dit concrete punt uit het voorstel. Hetgeen de wethouder heeft gezegd ten aanzien van de vergunningsprocedures is wat mij betreft akkoord. Dank voor het antwoord over het wijzigen van de naamgeving van de leidinggevenden. Fijn in ieder geval dat er mogelijkheden zijn voor 2021. Als u het ook zo wil lezen in mijn voorstel, wil ik dat ook graag handhaven, zodat we volgend jaar met elkaar kunnen kijken wat er dan mogelijk is. Wat betreft de motie van de heer Pluimgraaff: wat ons betreft gaan we dat inderdaad zo doen.

Het voorstel zoals ik het gedaan heb met daarbij het antwoord van de wethouder, dat is zoals ik het ook wil horen en lezen. De voorzitter. Ik heb nog een technische vraag. U had het zojuist over het schrappen van een bepaald onderdeel van uw initiatiefvoorstel. Kunt u aangeven welk onderdeel dat precies is? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat is besluit nr. 1. 73

De voorzitter. Besluit nr. 1 gaat helemaal weg? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ja, dat gaat helemaal weg. De voorzitter. Dat moeten we dan z.s.m. op papier hebben richting de Griffie omdat we er anders vanavond niet over kunnen stemmen. Gehoord het debat, besluit u ook het voorstel te wijzigen en daarmee misschien de aanvaarding nog meer zeker te stellen. Alleen, vanavond gaan we dan stemmen over weer een gewijzigd voorstel. En dat gewijzigde voorstel moeten we dan wel hebben. Dat mag wat mij betreft een kopietje zijn met een kras door besluit nr. 1, dit om het simpel en pragmatisch te houden en niet te bureaucratisch te werk te gaan. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). In het verleden toen we nog fysiek bij elkaar zaten, zette ik er inderdaad een streep doorheen en ging het op die manier naar de Griffie en werd het als zodanig in stemming gebracht. Ik zal zorgen dat het in orde gemaakt wordt en naar de Griffie gaat en dat we over het juiste voorstel stemmen vanavond. De voorzitter. Prima, dank u wel, meneer Sluijs. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). U ook. Cees Pluimgraaff (CDA). Voorzitter. Naar aanleiding van de beantwoording van het college waarin werd gesuggereerd dat er twee moties van mijn hand in omloop zijn, nog het volgende. De motie waarin wordt gesproken wordt van 'tot 2023' kan wat mij betreft vervallen.

Dan blijft over de motie waarin wordt gesproken van 'tot 2022', waarop ik overigens al een positieve reactie van het college heb gekregen. De voorzitter. Daar heb ik dan ook een vraag over. Ik wil niet zeuren, maar die laatstgenoemde motie hebben we niet. Cees Pluimgraaff (CDA). Die heeft u wel. De voorzitter. Nee, die hebben we niet, zo zegt de Griffie. Dat geeft allemaal niet. De motie is keurig ingediend maar de tekst hebben we niet. U trekt nu dus uw motie K. 1 in? Cees Pluimgraaff (CDA). Ik heb het nummer niet voor me. Ik heb alleen het dictum hier voor me en daarin staat 'tot 2023' en dat moet zijn 'tot 2022'. Dus ik ga dat aanpassen. De voorzitter. O, u past de motie aan? Cees Pluimgraaff (CDA). Ja, ik pas de motie aan wat betreft de datumvoering. Er staat nu in de motie: roept het college op de kosten voor naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca tot 2023 te laten vervallen. Mijn motie luidt nu: roept het college op de kosten voor naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca tot 2022 te laten vervallen. En daar is al positief door het college op gereflecteerd. De voorzitter. Oké, dan doen we het zo. U zorgt er dan voor dat de gewijzigde motie naar de Griffie gaat zodat we vanavond precies weten waar we over gaan stemmen. Is dat akkoord, meneer Pluimgraaff? Cees Pluimgraaff (CDA). Ja, maar dan blijf ik de motie wel K.1 noemen. De voorzitter.

Dan blijven we de motie K.1. noemen omdat we u dat gunnen. Motie K.1 CDA is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

74

Motie K.1 CDA Gewijzigd Laat de kosten voor naamsverandering van bedrijfsleiding horeca vervallen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van het voorstel van Hart voor de Haagse horeca: initiatiefvoorstel ter ondersteuning van de groen-gele horeca. Constaterende, dat: • in deze moeilijke omstandigheden alle kleine beetjes helpen voor de Haagse horeca. Overwegende, dat: • een naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca nu geld kost. Roept het college op: • de kosten voor naamsverandering van de bedrijfsleiding in de horeca tot 2022 te laten vervallen. En gaat over tot de orde van de dag. De gewijzigde motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Heeft de wethouder nog behoefte aan een reactie? Wethouder Bruines (D66). Nee, dank u wel, voorzitter. Volgens mij is het helder zo. De voorzitter. Heeft meneer Sluijs nog behoefte aan een slotclaus? Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Nee, ik dank iedereen nogmaals van harte en ik hoop dat we vanavond in de volle breedte dit gaan omarmen. De voorzitter. Dank u zeer. Hoop doet leven! De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Via de tamtam heb ik begrepen dat de heer De Graaf nog even wil melden hoe hij is omgegaan met het verzoek van de heer Bos aangaande een motie. Frans de Graaf (VVD). Dat is juist, voorzitter.

Dat betreft dan motie F.5 VVD. Ik heb het juridisch even laten checken. Het is inderdaad niet nodig om bij het instellen van het vooronderzoek ook al het aantal leden van de commissie vast te stellen. We dachten in eerste instantie dat dit wel nodig zou zijn maar dat blijkt niet zo te zijn. Dus we kunnen de heer Bos in die zin ook tegemoetkomen, wat ook logisch is zodat we er nog eens over kunnen nadenken en we het later kunnen invullen. Om toch een beetje te kaderen dat de commissie bestaat uit een oneven aantal leden wijzigen we het dictum zodanig dat er komt te staan 'een oneven aantal en ten minste drie leden'. Dat is namelijk het wettelijk minimum. Die gewijzigde versie is rondgestuurd aan alle fracties en inmiddels ook aan de Griffie. De voorzitter. Heel goed. Ik zie op mijn scherm ook een instemmende knik van de heer Bos. Dus dan ga ik ervan uit dat dit de tekst is die aan de orde is als er over deze motie wordt gestemd. Frans de Graaf (VVD). Zo is het, voorzitter. De voorzitter. Motie F.5 VVD is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt: 75

Motie F.5 VVD (gewijzigd) instellen voorbereidingscommissie t.b.v. raadsonderzoek Amare De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van RV Rekenkameronderzoek Onderwijs en Cultuurcomplex (RIS306611). Constaterende, dat: • het Rekenkamer-rapport over Amare een aantal conclusies trekt die vervolgvragen oproepen met betrekking tot de rol van de Raad, het College, de gemeentelijke organisatie, de projectontwikkelaars en de toekomstige huurders die betrokken waren bij de realisatie van Amare. Overwegende, dat: • een raadsonderzoek de mogelijkheid biedt die vragen verder te onderzoeken en daarbij ook de rol van de raad kritisch te evalueren; • een raadsonderzoek eveneens de mogelijkheid biedt tot optimale transparantie over het gelopen proces, de hieruit getrokken lessen en mogelijkheden tot verbetering; • voordat de raad overgaat tot het besluit tot een raadsonderzoek, er eerst een voorbereidingscommissie ingesteld zal worden conform gemeentewet en de verordening op de raadsonderzoekcommissie die vooronderzoek zal doen naar de onderzoeksvragen en welke instrumenten geschikt zijn deze te beantwoorden; • tijdens dit vooronderzoek preciezer geformuleerd zal worden wat de scope en opzet van het raadsonderzoek zal zijn; • dat bij een vooronderzoek kunnen worden betrokken de reeds ingezette verbetermaatregelen door het college in de vorm en

van onderzoeken en acties. Verzoekt de raad: • een voorbereidingscommissie in te stellen met een oneven aantal en ten minste drie leden, ten behoeve van een vooronderzoek door de raad naar Spuikwartier en Amare, conform de Verordening op de raadsonderzoekscommissie, naar project- en contractmanagement, de rol van de gemeentelijke organisatie, de besluitvorming door de Raad en het College en de rol van de projectontwikkelaar/het consortium en de toekomstige huurders rondom de aanbesteding en bouw van het OCC, de exploitatie van Amare en de ontwikkeling van het Spuikwartier en de voorgeschiedenis daarvan; • doel van het vooronderzoek is de onderzoeksvragen helder te formuleren en na te gaan wat het juiste instrument is deze te beantwoorden. De gewijzigde motie maakt onderdeel uit van de behandeling. De vergadering wordt van 16.15 uur tot 16. 23 uur geschorst. -

Afronding debat commissie.

Aan de orde is: L. Beantwoording schriftelijke vragen Verhuizing ANWB-kantoor naar locatie Conservatorium (RIS306564). De beraadslaging wordt geopend. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Het Koninklijk Conservatorium is in de belangrijke Post 65architectuur opgenomen maar tegelijkertijd liggen er al schetsen om het gebouw te slopen en op die 76

locatie een ANWB-kantoor te vestigen. De raad is nog niet goed geïnformeerd over de mogelijkheid tot behoud en in de invulling van het plot. Vandaar een motie die ik mede indien namens GroenLinks, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college alvorens de NvU vast te stellen de raad te informeren over de beoogde indeling van het plot met het mogelijke programma en over de mogelijkheid om de bestaande beeldbepalende bebouwing te behouden. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Vavier, wordt de volgende motie (L.1 PvdD) ingediend:

Motie L.1 PvdD Eerst duidelijkheid Conservatorium De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van de Verhuizing ANWB kantoor naar locatie Conservatorium. Constaterende, dat: • het Koninklijk Conservatorium in de inventarisatie van belangrijke Post 65 architectuur is opgenomen; • Monumentenorganisaties pleiten voor het behoud van dit gebouw; • het college heeft besloten om ANWB onderzoeksexclusiviteit te bieden voor een deel van het plot waarop het gebouw nu staat en hieruit een ontwerp van nieuwbouw is gepresenteerd; • in de nota grondbeleid het uitgangspunt is vastgelegd dat er gekozen wordt voor meervoudige gunning en niet een onderhandse gunning. Overwegende, dat: • de raad nog niet is geïnformeerd over de plannen; • derhalve ook niet een afweging heeft kunnen maken of een sloopplan wenselijk is tezamen met (onderhands gegunde) nieuwbouw van de ANWB en het Rijksvastoedbedrijf; • wenselijk is dat de raad, voordat de plannen door het college zijn vastgelegd, zicht krijgt op de mogelijkheden tot behoud van de bestaande bebouwing alsook de invulling van het programma (bijv, of woon en culturele functies mogelijk zijn).

Verzoekt het college: • alvorens de NVU vast stellen de raad te informeren over de beoogde indeling van het plot met het mogelijke programma en over de mogelijkheid om de bestaande beeldbepalende bebouwing (deels) te behouden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Namens GroenLinks dien ik een motie in waarvan het dictum luidt: verzoekt het college in de nog vast te stellen nota van uitgangspunten voor de Koninklijk-Conservatoriumlocatie, naast de architectonische waarde van het Koninklijk Conservatorium, ook een uiteenzetting te geven van de mogelijkheden voor volledig hergebruik van het huidige gebouw, de mogelijkheden voor gedeeltelijk hergebruik van het huidige gebouw en mogelijkheden voor (gedeeltelijk) hergebruik van de materialen van het gebouw op deze of een andere nieuwe bouwlocatie, en hierbij ook een uiteenzetting te geven over de mogelijke voor- en nadelen van elk van deze mogelijkheden. De voorzitter. Door mevrouw Vavier wordt de volgende motie (L.4 GL) ingediend:

77

Motie L.4 GL Hergebruik Koninklijk Conservatorium De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van beantwoording SV Verhuizing ANWB Kantoor naar locatie Consevatorium (RIS306564). Constaterende, dat: • met de verhuizing van het Koninklijk Conservatorium naar Amare hun huidige locatie leeg komt te staan; • de ANWB interesse heeft getoond om op deze locatie hun hoofdkantoor te vestigen. Overwegende, dat: • verschillende deskundigen zich hebben uitgesproken over de architectonische waarde van het gebouw van het Koninklijk Conservatorium. Van mening, dat: • hergebruik een duurzamere oplossing kan zijn dan nieuwbouw; • (gedeeltelijk) hergebruik de architectonische waarde van een gebouw kan behouden of verhogen; • alle mogelijkheden voor hergebruik moeten worden verkend voordat er besloten wordt tot nieuwbouw; Verzoekt het college: • in de nog vast te stellen Nota van Uitgangspunten voor de Koninklijk Conservatoriumlocatie, naast de architectonische waarde van het Koninklijk Conservatorium, ook een uiteenzetting te geven van: o De mogelijkheden voor volledig hergebruik van het huidige gebouw, en; o De mogelijkheden voor gedeeltelijk hergebruik van het huidige gebouw, en; o De mogelijkheden voor (gedeeltelijk) hergebruik van de materialen van het gebouw op deze of een andere nieuwe bouwlocatie • hierbij ook een uiteenzetting te geven over

de mogelijke voor- en nadelen van elk van deze mogelijkheden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Ik vervang op dit moment meneer De Blok die even iets dringends met een van zijn kinderen moest doen; ik neem aan dat de collega's hem dat niet kwalijk nemen. Wij hebben een motie met als titel 'Zet raad niet buitenspel', die inmiddels is rondgestuurd. Het dictum ervan luidt: verzoekt het college te evalueren of aan de informatieplicht van het college in dit geval voldoende invulling is gegeven en de raad hierover voor het sturen van de nota van uitgangspunten te informeren. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar, daartoe gesteund door de heer Bos en mevrouw Arp, wordt de volgende motie (L.3 HvDH/GdM) ingediend:

Motie L.3 HvDH/GdM Zet raad niet buiten spel De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 25 maart 2021 ter bespreking van agendapunt N Beantwoording SV Verhuizing ANWB kantoor naar locatie Conservatorium (RIS 306564). 78

Constaterende dat: • de raad niet geïnformeerd is over de onderzoek exclusiviteit die de ANWB heeft gekregen voor de Conservatorium locatie; • het College op basis van artikel 169 en 180 Gemeentewet een actieve informatieplicht heeft naar de raad. Overwegende dat: • het bij informatieplicht gaat om een invulling van het begrip 'voor de uitoefening van zijn taak nodig' en 'ingrijpende gevolgen voor de gemeente'. Van mening dat: • het betreurenswaardig is dat de raad haar kaderstellende rol onvoldoende heeft kunnen uitvoeren. Verzoekt het college, • te evalueren of aan de informatieplicht van het college in dit geval voldoende invulling is gegeven en de raad hierover (voor het sturen van de Nota van Uitgangspunten) te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan is het woord aan de heer Bos. Meneer Bos, bent u daar? Nee, het spijt me zeer, maar we gaan toch gewoon door. Ik kijk even de kring rond. Zit iemand in de buurt dat hij even een duwtje of een zetje kan krijgen? Nou, ik hoop in ieder geval dat het goed met de heer Bos gaat. Laten we snel naar wethouder Mulder gaan voor een reactie. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. We spreken nu over de mogelijke verhuizing van de ANWB naar de Conservatoriumlocatie. Daarover hebben we kort geleden ook al een debat gehad. Er liggen drie moties voor.

De motie van de heer Barker vraagt om eerst duidelijkheid te bieden over het Conservatorium. Ook dat is in de commissie al aan de orde geweest. Ik kan toezeggen dat we deze motie zullen uitvoeren en dat voor het vaststellen van de nota van uitgangspunten de raad zal worden geïnformeerd. Dan kom ik op de motie van mevrouw Vavier. In de gebiedsagenda Policy Campus uit 2018 en de gebiedsagenda Campus Boulevard 2019 is de locatie van het huidige Conservatorium aangewezen als ontwikkellocatie. Voorafgaand aan ontwikkelingen doen we onderzoek naar de historische waarde, aanvullend op het gebiedsonderzoek van SteenhuisMeurs. Hiervoor wordt door een extern bureau de cultuurhistorische en de architectonische waarde geïnventariseerd en gewaardeerd. Vervolgens wordt naar de mogelijkheden tot behoud van delen van de bestaande bebouwing gekeken, naar de ruimtelijke kwaliteit, naar het programma zowel kwantitatief als kwalitatief en naar de financiële haalbaarheid. Deze motie sluit daarop aan en daar kunnen we dus mee uit de voeten. Dan de motie van Groep de Mos. Hoewel de titel van de motie wel doet vermoeden, is de raad niet buitenspel gezet. In de commissie hebben we er ook over gesproken. Er is immers nog geen uitgewerkt plan voor de locatie. Er is ook nog geen definitieve keuze of iets dergelijks. Er is alleen sprake van onderzoeksexclusiviteit.

Normaliter wordt de raad geïnformeerd bij een PUK of een nota van uitgangspunten en het proces daarnaartoe, maar zo ver zijn we op dit moment helemaal nog niet. Het college heeft tijdens de commissiebehandeling ook aangegeven dat de raad in de toekomst eerder geïnformeerd kan worden, al dan niet vertrouwelijk, waarbij de status en het verdere proces kunnen worden toegelicht. En dat gaan we dus ook oppakken. Volgens mij heeft collega Bruines dat ook al gezegd. Dus zo willen we dat gaan doen. Daarom ontraden we deze motie. De voorzitter. Ik zie dat meneer Bos inmiddels is gearriveerd. Meneer Bos, kunt u het dictum van uw motie even voorlezen? Dan kan de heer Mulder daar ongetwijfeld nog even op reageren. 79

Peter Bos (HSP). Voorzitter. Excuus, mijn beeld en geluid waren weggevallen. Ik dien een motie in met als titel 'Koester jonge bouwkunst', waarvan het dictum luidt: verzoekt het college vaart te maken met het selecteren van te beschermen bouwkunst uit de inventarisatie van Post 65-bouwkunst, vaart te maken met het selecteren van te beschermen onderwijsgebouwen uit de inventarisatie van '10 met een griffel' en de cultuurhistorische en architectonische waarde van het gebouw of onderdelen van het Koninklijk Conservatorium volwaardig mee te nemen bij deze selectieprocessen. Deze motie dien ik in samen met de heer Barker van de Partij voor de Dieren. En ik vermoed dat de heer Van Asten hierop gaat reageren. De voorzitter. Door de heer Bos wordt de volgende motie (L.2 HSP) ingediend;

Motie L.2 HSP Koester Jonge Bouwkunst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van de Verhuizing ANWB kantoor naar locatie Conservatorium. Constaterende, dat: • er plannen zijn om het Koninklijk Conservatorium te slopen ten behoeve van nieuwbouw; • de erfgoedorganisaties Heemschut en het Cuypersgenootschap hebben verzocht om het huidige gebouw van het conservatorium tot gemeentelijk monument aan te wijzen; • het gebouw in diverse publicaties van de afdeling Monumentenzorg van de Gemeente Den Haag wordt aangeprezen als bijzonder en behoudenswaardig. Bijvoorbeeld in "10 met een griffel" over Haagse scholen en in de publicatie over Post 65 architectuur; • het college samen met het Rijk een cultuurhistorische analyse van het CID laat maken door het bureau SteenhuisMeurs. Overwegende, dat: • het college nog komt met een selectieprocedure en een voordracht met beschermingsvoorstellen van schoolarchitectuur en Post65-bouwkunst; • de planvorming voor het CID steeds verder vorm krijgt. Van mening dat: • het behoud van cultuurhistorische kwaliteiten en erfgoed van groot belang is.

Verzoekt het college: • vaart te maken met het selecteren van te beschermen bouwkunst uit de inventarisatie van Post 65-bouwkunst; • vaart te maken met het selecteren van te beschermen onderwijsgebouwen uit de inventarisatie van "10 met een griffel"; • de cultuurhistorische en architectonische waarde van het gebouw (of onderdelen) van het Koninklijk Conservatorium volwaardig mee te nemen bij deze selectieprocessen. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Mulder (VVD). Het is goed dat vanuit de raad de coördinatie in het college wordt geregeld. Ik weet het niet helemaal zeker en ik heb mijn antwoord paraat maar … De voorzitter. Ik kijk even naar wethouder Van Asten. Wethouder Van Asten (D66). Ik denk dat het college met één mond spreekt en dat de voorbereiding van de heer Mulder ongetwijfeld ook die van mij is geweest. Die heb ik zelf op dit moment echter niet voor mij. Dus als de heer Mulder die wel voor zich heeft, acht ik hem er prima toe in staat. 80

De voorzitter. Helemaal goed. Wethouder Mulder (VVD). Er wordt op dit moment al met zo veel mogelijk inzet gewerkt aan onderzoek ter onderbouwing van de beschermingsronde voor de zogeheten Post 65-architectuur in Den Haag. Er wordt daarmee ook zo veel mogelijk vaart gemaakt. Maar gedegen cultuurhistorisch onderzoek kost ook gewoon tijd. Namens collega Van Asten kan ik u zeggen dat het college verwacht dat in het voorjaar van 2022 deze onderzoeken afgerond zullen zijn. Voor de bescherming van schoolgebouwen geldt eigenlijk hetzelfde. Dat gaat ook zo snel als dat kan. In de beschermingsronde uit de zogenoemde stofkamoperatie beginnen we met de winkelarchitectuur. Deze beschermingsvoorstellen verwacht ik ergens volgende maand. De schoolgebouwen volgen in de periode erna. Daarmee ontraden wij deze motie. Ik zie de heer Van Asten knikken. Dus we zitten op dezelfde lijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Vanavond zal over de moties worden gestemd.

Aan de orde is: M. Brief van wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Programma voor een Schone stad 2021-2022 (RIS307053). De beraadslaging wordt geopend. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Ik heb drie moties. Het beeld van Den Haag met bergen afval in de sneeuw- en vorstperiode van februari staat ons nog helder voor de geest en staat ook in schril contrast met de slogan 'schoon, dat doen we toch gewoon', Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college in overleg met de HMS tot een oplossing te komen waarmee wordt voorkomen dat bij een volgende periode van serieuze sneeuwval en/of vorst er afvaloverlast in de stad ontstaat. Dan het vele zwerfafval dat door de stad zwerft. Regelmatig zien we kortgesnoeide heggen en struiken waar nog allerlei zwerfafval is achtergebleven en dat niet meegenomen is. Wat ons betreft wordt dat voortaan gelijk opgeruimd. Samen met de collega's Smit en Arp heb ik daarom een motie met als dictum: verzoekt het college na snoeiwerkzaamheden het zichtbare zwerfafval te laten verwijderen. Ten slotte heb ik nog een motie om zwerfafval op hotspots aan te pakken. We kennen allemaal de bordjes met ' fietsendief, je bent gezien!', die heel afschrikwekkend zijn, met priemende ogen die goed werken.

Dus waarom dan niet bij vervuiling hetzelfde procedé, namelijk 'vervuiler, je bent gezien!'? Daarom een motie met als dictum: op hotspots waar veel zwerfafval voorkomt, zoals winkelcentra en 'snoeproutes', een pilot te starten met borden met priemende ogen en een aansprekende tekst om zo het dumpen van zwerfafval te verminderen. De voorzitter. Door de heer Grinwis worden de volgende moties (M.1 CU/SGP en M.2 CU/SGP) ingediend:

Motie M.1 CU/SGP vervuiler, je bent gezien! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 maart 2021, ter bespreking van de Brief van wethouder Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Programma voor een Schone stad 20212022 (RIS307053), constaterende, dat: • winkelcentra en zogenaamde "snoeproutes” bekende hotspots zijn voor zwerfafval; 81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10109292/3