RIS308420 Notulen van de raad van 4 maart 2021 dag
Tekst van het document
Wat de motie daarvoor betreft, over Den Haag Inclusief: ik was nog niet bekend met de schriftelijke vragen. Ik wil daar best nog een keer naar kijken. In de tussentijd wil ik motie H.10 over Den Haag Inclusief aanhouden. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dank u wel. De voorzitter. Aangezien motie H.10 NIDA is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter. Ik vervolg de beantwoording. Mevrouw Faïd noemt het uiterst teleurstellend. Jammer. Ik wil u wel feliciteren met uw beoogd lijsttrekkerschap. Dat vrolijkt u misschien weer wat op. Het is beoogd, hè? Het is nog niet definitief vastgesteld, heb ik begrepen. Uw motie 'Aanpak discriminatie arbeid- en stagemarkt' zouden we op zich willen omarmen. Er zitten alleen wat onduidelijkheden in. U moet of daar wat meer helderheid over geven of die op een andere manier invullen. We hebben op zich geen probleem met uw oproep dat hbo- en mbo-scholen samen met Den Haag Meldt dat actief gaan bijhouden. Daar zouden we op in kunnen zetten. Het punt is ook niet dat we het goede voorbeeld moeten geven in die samenwerking enzovoorts. Het punt zit meer in 'om vanuit de gemeente naast de reguliere stageplekken, extra stageplekken te realiseren met in eerste instantie een quota voor studenten uit gemarginaliseerde groepen'.
U geeft niet aan wat die gemarginaliseerde groepen dan zijn en u geeft ook niet aan of we dat op voorhand moeten hebben. Ik wil nadenken - maar dan zou ik het iets anders formuleren - over de manier waarop we er samen hboen mbo-scholen mee omgaan als studenten veel ervaring hebben met afwijzingen op basis van een mogelijk discriminerende ervaring. Maar daar van tevoren al een quota voor vast te stellen 'dat zal ongeveer zoveel worden', enzovoort? Dat brengt ons in de problemen, omdat we dat natuurlijk nooit van tevoren kunnen doen. Ik zou u willen vragen om de motie nog even op dat punt te bezien. Zoals die er nu ligt, is ze voor ons niet uitvoerbaar, ondanks het feit dat, enzovoort. Ik geef u dat nog even mee. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, wethouder. Ook bedankt voor de felicitaties, maar we moeten wachten tot de ALV. De leden hebben altijd het laatste woord bij ons, gelukkig. Waar ging het nou precies over? U gaf in uw rapport aan dat u twee stageplekken wilde reserveren. Wij dachten: twee stageplekken, kom op, de gemeente kan wel wat meer doen. Wij gaan ervan uit dat er al voldoende onderzoek is dat aantoont dat er bij stages op grote schaal gediscrimineerd wordt. Wij dachten dus: dan kan de gemeente misschien … We doen eerst een onderzoek samen met de Haagse scholen. Vervolgens blijkt daaruit dat kinderen geen plek hebben.
Dan hebben we als gemeente in ieder geval een soort quota - ik noem maar wat: tien plekken - specifiek gereserveerd voor kinderen van kleur. Dat is eigenlijk de bedoeling. Ik hoor graag wat de wethouder daarmee kan. 69
Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Daar moet u nog even goed naar kijken. Misschien zou u de motie kunnen aanhouden, zodat we daar nader nog over spreken om te kijken hoe die dan wel uitgevoerd kan worden. Bij bespreking van de nota verder in de toekomst bij zaken die meespelen, kunnen we het dan nog nader bespreken. Fatima Faïd (HSP). Ik ga de motie aanhouden. Ik vind het een goed idee om nog even samen te kijken hoe je het goed kan aanscherpen, zodat de stad er ook echt iets aan heeft. Dat gaan we doen. We houden de motie aan. De voorzitter. Aangezien motie H.20 HSP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dan uw motie over meldpunten in de wijk die u, begrijp ik, samen met de PvdA heeft ingediend. Vanuit Den Haag Meldt c.q. de gemeentelijke ombudsman, die de wijken ingaat, zijn daar al plannen voor. De gemeentelijke ombudsman gaat binnenkort naar de bibliotheken en ook door de stad heen. Die zullen daar ook Den Haag Meldt in meenemen. Er zijn dus al ontwikkelingen om Den Haag Meldt door de stad heen te organiseren. Ze zijn nu aan het kijken hoe, wat, waar, enzovoort. Ook deze motie is misschien ondersteuning van beleid - laat ik het zo zeggen maar wat ons betreft aanstaand beleid en dus in die zin overbodig. De voorzitter. Mevrouw Tseggai heeft een vraag. Mikal Tseggai (PvdA).
Anders stelt mevrouw Faïd eerst even haar vraag, want het is haar motie. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, mevrouw Tseggai. Het gaat mij er eigenlijk om dat we ook fysieke plekken in de stadsdelen gaan doen. Ik vind het heel leuk dat de ombudsman zelf even een rondje gaat maken, maar dat is eigenlijk niet de bedoeling van mijn motie. Ik wil dat er laagdrempelige voorzieningen in die wijken zijn waar met name jongeren en mensen die te maken hebben met racisme en discriminatie op een heel laagdrempelige manier binnen kunnen lopen en geholpen kunnen worden. Dat is meer dan alleen de bibliotheek. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dat is mij ook bekend, mevrouw Faïd. Ook in mijn periode dat ik nog bij de ombudsman zat was dat een van de beleidsterreinen die we wilden uitvoeren in de komende periode om inderdaad heel laagdrempelig door de hele stad heen op wijkniveau niet alleen de ombudsmanfunctie, de jeugdombudsmanfunctie in te stellen, maar dat ook voor Den Haag Meldt te doen. Er komt binnenkort een presentatie van de communicatiestrategie die vanuit Den Haag Meldt wordt gevoerd op de naamsbekendheid. Daar zal dit een onderdeel van zijn. Dus we gaan die wijken in. De voorzitter. Dan mevrouw Tseggai nog steeds met een vraag. Of is die inmiddels beantwoord? Mikal Tseggai (PvdA). Nee, ik had toch nog wel even een vraag. Ik vind het echt een goed idee.
Volgens mij moeten we dit echt doen, want we hebben de stadsdeelkantoren. Wat is nou de moeite om daar een plek in te richten waar mensen melding kunnen doen? Dat is één. Twee is dat we er volgens mij met z'n allen waarde aan hechten dat discriminatie en racisme vrij gericht aangepakt worden. Als je in iedere wijk een meldpunt hebt, dan weet je ook wat de problemen in die wijk zijn. Het lijkt mij echt goed om dit te doen, dus ik hoop dat de wethouder hier toch nog serieus naar wil kijken in plaats van direct te zeggen dat het overbodig is omdat de ombudsman ook de wijken ingaat, wat natuurlijk heel goed is. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Sorry, dan heb ik me verkeerd uitgedrukt. Ik zeg niet dat de ombudsman de wijken ingaat. De ombudsman als functie gaat sowieso de wijken in en ze zoeken ruimte voor hun spreekuur. Ook Den Haag Meldt is daarmee bezig, maar die zitten op dit moment in één pand. Die zijn ook gewoon bezig met uitvoeren in de wijken, enzovoort. Ik ben daar ook een zeer 70
sterk voorstander van, dus we trekken daar samen in op. Het is belangrijk dat laagdrempelige voorzieningen op het gebied van discriminatie bereikbaar zijn voor mensen in wijken. Het hoeft niet per se in elke wijk te zijn. Het moet bereikbaar zijn, laagdrempelig zijn en door de hele stad bereikbaar zijn. Dat is het uitgangspunt en daar gaan we ook aan werken de komende periode. De motie is overbodig, omdat dat al beleid is dat we aan het uitvoeren zijn. Fatima Faïd (HSP). Ja, dat was nou net jammer, wethouder, dat u zei 'niet in elke wijk'. Dan ga ik me weer een beetje zorgen maken, want ik wil juist in elke wijk waar heel veel mensen van kleur wonen een laagdrempelige vorm waar mensen naartoe kunnen, waar ze kunnen melden en waar ze gelijk geholpen worden. Ik wil niet ergens ver weg nog twee andere plekken als Den Haag Meldt die niemand kan vinden. Ik houd mijn motie in stand en breng die ook in stemming. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Over de gedachte zijn we het eens, hoor. Dat is geen punt. Alleen moet even goed nagegaan worden of het daadwerkelijk nodig is om het per se in elke wijk te doen. Overigens komt discriminatie overal voor, ook in wijken waar niet veel mensen van kleur wonen. Dus die bereikbaarheid moet er voor iedereen in de stad zijn. Fatima Faïd (HSP). Het gaat erom dat daar waar mensen wonen het vaak makkelijker is om aangifte te doen.
Kijk, dat je gediscrimineerd wordt in de Vogelwijk, dat weet iedereen, dat zou kunnen. Natuurlijk is er overal discriminatie, maar het gaat erom dat er in je omgeving een plek is waar je kan melden. Dat heeft niet te maken met dat daar meer discriminatie of racisme zou zijn, juist niet. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Het gaat om mogelijkheden om zo snel mogelijk melding te kunnen doen. Het gaat niet om aangifte doen, want dat moeten we bij de politie doen. Dat weet u. Meneer Partiman, dank voor uw bijdrage in dezen. De burgemeester zal ingaan op uw verhaal over de politie. Ik beperk me even tot uw amendement H.B om 5 juni te gedenken. Ook dat laten we in feite aan de raad. Er zijn veel dagen bekend - dat werd in dit debat ook al aangegeven - om toe te voegen aan de lijst die wij in de nota hebben aangegeven. Het is inderdaad geen limitatieve opsomming. 18 april is de Chinese migratie, 25 april de onafhankelijkheid van de Republiek der ZuidMolukken. Er zijn allerlei zaken die ingevuld moeten worden. Het is nu aan de raad. Als u zegt 'we willen deze per se op de lijst hebben', dan zien we dat. Wilt u ze allemaal, dan horen we dat ook wel.
Het gaat er even om dat we aandacht hebben voor de verschillende gedenkdagen, de gedenkmomenten in het kader van onze geschiedenis en onze toekomst: de ondersteuning, herkenning en erkenning van diverse momenten uit onze geschiedenis en verleden. We laten het oordeel aan de raad. Mevrouw Özmen had nog wat vragen gesteld, onder andere over de uitwisselingsprojecten. Muren hebben oren is het eerste project dat is aangevoerd. Er zijn er meer geweest. Binnenkort start het project Met andere ogen, voor zover u dat kent. Het zijn allemaal van die mooie titels. Ik heb in de commissie al aangegeven dat er ook een groep is van het college van burgemeester en wethouders van Madurodam, die hier aan tafel zijn geweest om een uitwisselingsproject te beginnen met andere delen in de stad. Ook dat staat op stapel. We zullen in een voortgangsrapportage de voortgang, de effectiviteit van de verschillende acties die we ondernemen naar voren brengen. Begin 2022 - wat lijkt dat ver weg - zullen we in ieder geval in een eerste voortgangsrapportage de stand van zaken aangeven van de verschillende acties. Mevrouw Davituliani heeft een aantal moties ingediend. In motie H.15 vraagt ze een uitspraak aan de raad of Den Haag wel of niet een racistische stad is. U heeft daar een overweging bij. We laten dat aan de raad; daar vraagt u het ook aan. U vraagt in motie H.14 om te namen in plaats van shamen.
Dan heeft u het over het keurmerk dat we van plan zijn in te stellen. Het keurmerk is niet bedoeld om te namen of shamen. We zijn bezig met een onderzoek om te kijken bij die bedrijven die daadwerkelijk werken aan inclusiviteit als voorbeeldfunctie, zoals we met de Roze Loper ook een soort keurmerk aandragen voor instellingen voor ouderen. Het is dus niet bedoeld als 'daar moet je per se aan voldoen', maar meer als een duidelijke en zichtbare herkenning en erkenning: hoe ga jij als bedrijf om met diversiteit in de inclusieve samenleving die we nu eenmaal zijn? Dat is de bedoeling van dat keurmerk en niet om een vorm van symboolpolitiek te beschrijven, dus we ontraden deze motie.
71
Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik heb tijdens de commissievergadering en uit verschillende debatjes die de wethouder met verschillende raadsleden heeft gevoerd, begrepen dat er inderdaad sprake zou zijn van naming and shaming. Als dat niet zo is en als de wethouder nu belooft dat daar geen sprake van zal zijn, dan wil ik de motie intrekken. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Zoals ik net al bij een andere motie heb aangegeven, is naming and shaming sowieso juridisch al niet mogelijk, voor zover je dat überhaupt zou willen. Ik heb dat volgens mij niet zo genoemd. Als u de motie intrekt, dan is dat mooi. De bedoeling van het keurmerk blijft wel overeind staan: bevorderen dat diversiteit aan de orde is. De voorzitter. Aangezien motie H.14 HvDH/GdM is ingetrokken, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Meneer Pronk, bedankt voor uw bindingscapaciteiten. Ik krijg nog een boekje van u, maar daar hebben we het eerder over gehad. U heeft een motie ingediend over het belang van aangifte doen. Dat wordt door alles en iedereen onderschreven. Sterker nog, ook ons beleid is daarop gericht. Bij de rapporten die daarover zijn verschenen en ook het jaarverslag van Den Haag Meldt hebben we aangegeven dat er inderdaad nog te weinig meldings- en aangiftebereidheid is.
Het zijn in feite twee zaken, maar ook daar zijn we stevig mee bezig. Over twee weken begint er een campagne vanuit Den Haag Meldt om de meldingsbereidheid te vergroten. Daarbij wordt geprobeerd om ook de aangiftebereidheid te verhogen. Als er gemeld wordt bij Den Haag, dan wordt men doorgeleid naar de politie om daar aangifte te doen. Dat is een tussenstap, want je kunt alleen maar aangifte doen bij de politie en niet bij Den Haag Meldt als antidiscriminatievoorziening. We hoeven dat niet meer te onderzoeken. We hebben geconstateerd dat de meldings- en aangiftebereidheid omhoog moet. Dat gaan we ook stevig inzetten in de komende periode, dus deze motie is wat ons betreft overbodig. U vraagt ook om een bredere invulling van het diversiteitsbeleid. Ik begrijp dat en vind het ook een goede gedachte om daarmee door te gaan. U heeft net mevrouw Bruines gehoord. Zij komt binnenkort met een nota waarin onder andere de diversiteit en inclusiviteit binnen ons personeelsbestand aan de orde is. De elementen die u aandraagt in de vorm van waarden, perspectief en opinies moeten daarin ook een rol spelen.
Ik zou u dan ook willen vragen om deze motie aan te houden en, op het moment dat mevrouw Bruines met deze nota komt, opnieuw in te dienen als u vindt dat daar te weinig aandacht aan wordt besteed of mij te vragen om met mevrouw Bruines in gesprek te gaan om te kijken in hoeverre deze waarden, perspectieven en opinies meegenomen kunnen worden. Ik vraag u dus om motie H.23 aan te houden. De voorzitter. De heer Pronk heeft in de appgroep aangegeven dat hij tijdens de beantwoording afwezig is wegens een afspraak die hij absoluut niet kon verzetten. Er kijkt wel een VVDfractiegenoot mee. Ik kan me voorstellen dat het besluit of de motie aangehouden wordt nu niet genomen kan worden, maar het moet in ieder geval voor vanavond gebeuren. Anders wordt ze in stemming gebracht. Dat geef ik dan maar even mee aan de VVD-fractiegenoot die nu meekijkt. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). De laatste motie op mijn terrein is motie H.19 van GroenLinks om met name het white-privilegeverhaal aan de orde te stellen. Ik hecht eraan te zeggen dat het college en ook onze wethouders ruim aandacht besteden aan het onderwerp antidiscriminatie, racisme enzovoort in de trainingen voor het personeel. U vraagt expliciet om het onderwerp white privilege daarin ook in te brengen. Ik kan niet zeggen of dat nu wel of niet al zo is, maar u vraagt om dit ook in te brengen.
Het is aan de raad om hier verder mee om te gaan. Wij menen dat we het op zich breed houden in onze eigen trainingen die we aanbieden, ook richting het personeel. We laten het aan de raad of u hiermee akkoord gaat. Kavish Partiman (CDA). In elk geval fijn dat er aandacht is voor dit onderwerp bij het eigen personeel, maar er wordt ook gevraagd om het onderwijsgevend personeel hierbij te betrekken. Ik vraag me af hoe het college daartegenover staat.
72
Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Volgens mij is het antwoord hetzelfde als bij de trainingen voor onze gemeenteambtenaren. Ook daar wordt breed aandacht besteed aan dit onderwerp. De scholen gaan natuurlijk over hun eigen invulling daarvan. Kavish Partiman (CDA). Ik heb toch een vraag die ik ook aan de indiener heb gesteld. Is dit niet juist polariserend? Zijn we niet juist bezig om mensen dingen op te dringen zonder dat ze hierom gevraagd hebben of zich überhaupt hieraan schuldig maken? Ik vind het toch raar dat het college zo bereidwillig tegenover zo'n motie staat. Zou de wethouder daar eventjes op in willen gaan? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Het gaat hier om een bepaalde invulling van een bepaald idee, en daar gaan we verder niet over. U vindt daar wat van en u heeft daar een bepaalde opvatting over. Wij gaan alleen maar over de pakketten die we aanbieden. Wij zeggen: het onderwerp discriminatie wordt breed onder de aandacht gebracht van de diverse, enzovoort. Hoe de invulling daarvan is en welk onderwerp aan de orde is, dat is een andere discussie. Ik wil daar best een keer nog met u over in discussie, maar in dit geval is het aan u om te zeggen: wij vinden als gemeenteraad van Den Haag dat dit onderdeel in die lespakketten thuishoort. De heer Van Zanen. Voorzitter. Ik begin met de moties H.1 en H.16 over de As-Soennah moskee.
Voor de motie van meneer Kruis en ook voor de motie van meneer Pronk geldt dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zeer belangrijke beginselen zijn van een democratische rechtsstaat. Daarover geen vergissing. Ik sta helemaal achter de overweging in de motie-Kruis. Maar ik heb als burgemeester geen bevoegdheid om een moskee te sluiten. Daar waar sprake is van strafbare gedragingen is het OM aan zet. Dat is geen nieuwe boodschap; dat is steeds de boodschap. Dat zeg ik ook tegen meneer Pronk. Bevoegdheden op grond van artikel 172 en 174 van de Gemeentewet kan de burgemeester alleen maar aanwenden in het concrete geval dat een acute dreiging van verstoring van de openbare orde dit noodzakelijk maakt. Dat is op dit moment niet het geval, dus ik moet de motie van meneer Kruis ontraden. Dat doe ik ook met de motie van meneer Pronk. Waarom? Kijk, ik zie de nuance. Als je letterlijk kijkt naar het verzoek - alles in het werk te stellen en alle mogelijke juridische instrumenten inzetten om overschrijdingen et cetera aan te pakken - dan doe ik eigenlijk onrecht, want dan wek ik de suggestie dat die er zijn. Als het gaat om strafbare handelingen, dan is het OM aan zet. Als het gaat om openbare orde, acuut of niet, dan treed ik op. Als het gaat om het handhaven van brandvoorschriften of als er zou worden geslapen, dan kan ik natuurlijk optreden.
Maar ik wil niet de suggestie wekken dat dat zomaar kan. We leven in een democratische rechtsstaat. Misschien vinden we dingen problematisch, onwenselijk, et cetera, maar het juridische instrumentarium zoals we dat op dit moment in Nederland kennen is zoals het is. Ik snap de overwegingen en ik snap ook de emotie, maar ik kan hier niks meer van maken. Ik wil niet de suggestie wekken dat ik daar iets kan doen anders dan de driesporenaanpak: dialoog, confronteren, verstoren/handhaven. Maar dan moet ik dus handhaven op dingen die er moeten zijn. Aanspreken, dat zullen we zeker doen. Dan motie H.7 van meneer Mahmood. Ik heb het volste vertrouwen in alle acties die de afgelopen jaren door de politie in gang zijn gezet, zeer terecht, en nog zullen worden gezet om te komen tot een inclusieve, diverse organisatie. Maar ik vind het gevaarlijk en ook niet juist om steeds en ten onrechte, vind ik, de integriteit van de politie in twijfel te trekken. De vrouwen en mannen zetten zich dagelijks in voor onze veiligheid. Dat verdient onze waardering en ons respect. Er is nu dat is de belangrijkste overweging voor mij - geen reden om aan te nemen dat bij de Haagse politie sprake is van structureel grensoverschrijdend en discriminerend gedrag.
Dat neemt niet weg dat de nationale politie als hier wel sprake van is - daar spreek ik ze ook op aan - passende maatregelen moet nemen zoals schorsing of ontslag. Ik ontraad deze motie. Dan motie H.5, ook van meneer Mahmood, 'Pilot discriminatierechercheurs'. Ik ben graag bereid om in de lokale driehoek te bespreken of, en zo ja welke, mogelijkheden er zijn om met de politie-eenheid Den Haag aan te sluiten bij de pilot. We zijn als gemeente ook in nauw overleg met het Rijk over de aanpak van discriminatie. Ik zal ook met het Rijk bespreken of er in de pilot wel een rol is voor gemeenten. Want eerlijk gezegd is me dat niet bekend; dat kon ik ook zo snel niet laten uitzoeken. Ik ga dat uitzoeken en ik zal op dat moment bezien welke mogelijkheden er zijn om aan te sluiten. Ik vind het een interessante motie en omarm die. 73
Adeel Mahmood (NIDA). Sowieso dank aan de burgemeester voor de reactie op de motie over de pilot discriminatierechercheurs. Maar ik wil u best uitleggen waarom ik een motie heb ingediend om meer aandacht te krijgen voor grensoverschrijdend en/of discriminerend gedrag van agenten. Natuurlijk zijn er heel veel goedwillende agenten die onze rechtsstaat en onze burgers beschermen. Maar we zien telkens, onlangs ook in die WhatsAppgesprekken in Rotterdam, is dat agenten zich schuldig maken aan discriminatie en racisme en dat ze daar gewoon mee wegkomen. De Nationale Politiebond heeft zich daar ook meerdere malen kritisch over uitgelaten. Het is gewoon een slecht signaal richting de samenleving als mensen die er zijn voor de bescherming van de rechtsstaat, wegkomen met discriminatie. Structureel of niet structureel, we weten dat het te vaak gebeurt. Dat is ook de reden waarom we deze motie indienen. We hopen dat het college het met ons eens is dat daar veel meer aandacht voor moet komen en niet telkens zegt: dit is een aanval op de politie. Nee, dit is geen aanval op de politie. Dit is een aanval op discriminatie en racisme in onze samenleving. Die moeten we met zijn allen bestrijden. De heer Van Zanen. Dit is helemaal waar. Ik ben het ook eens met de overwegingen. Het geven van het signaal is prima. Dat hoort overigens in de Tweede Kamer thuis, maar dat zij zo.
Maar hier gaat ook iets van uit. Dat bedoelt u weliswaar niet, maar hier gaat ook van uit dat het structureel is. Als het aan de hand is, moet het keihard worden bestreden. We moeten er aandacht voor blijven vragen en dat doen we ook. Dat doen we ook vanuit de G4, dat gebeurt ook in VNG-verband en noem maar op. Maar deze motie … Onbedoeld, ik snap het wel. Ik word er niet blij van. Dat hoeft trouwens niet. We hoeven niet overal blij van te worden. Ze treden op als er maatregelen genomen moeten worden: schorsing en ontslag. Maar u zegt ook nu weer: ze komen ermee weg. Nee, ze komen er niet mee weg, punt. Het spijt me, maar ik moet de motie echt ontraden. Ik voel me er niet goed bij. Adeel Mahmood (NIDA). Het is niet zo dat ik per se zeg dat er iets structureel aan de hand is. De Nationale Politiebond geeft aan dat er structureel te weinig aandacht voor is. Diverse betrokkenen binnen de politie geven aan dat signalen stelselmatig worden genegeerd. Dat moet gewoon een keer aangepakt worden. Het structureel negeren van dit soort misstanden duurt gewoon veel te lang. Dat wilde ik gezegd hebben. De heer Van Zanen. Oké. Dan motie H.24 van mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij. Ook deze ga ik ontraden. Ik ben erg van het bestrijden van etnisch profileren, maar dat heeft u me vaker horen zeggen. Daar wordt hard aan gewerkt.
Er is op dit moment geen aanleiding om uit te gaan van structureel etnisch profileren door de Haagse politie. Uiteraard blijft het college, ook ikzelf, in gesprek met de eenheidsleiding over dit onderwerp en staat de Haagse politie ook echt in meewerkstand. Ik heb het volste vertrouwen in alle acties die in G4-verband en ook in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie met Grapperhaus door de politie de afgelopen jaren en nog steeds in gang zijn gezet en nog zullen worden gezet om te komen tot een inclusieve, diverse organisatie. Ik wil dat u ook het gesprek aangaat met Paul van Musscher, de politiechef, want anders blijven we aan de gang. Ook dit jaar zal de eenheidschef hier tijdens de jaarlijkse werkbespreking in onze commissie komen en ingaan op de ingezette acties. Dan kunt u op dat moment ook met hem in gesprek. Ik wijs u er ten slotte op - ik denk dat mevrouw Faïd dat ook wel weet - dat het opstellen van gedragscodes echt beheer is. Dat is de beheersverantwoordelijkheid van de nationale politie. Hierin is sinds de oprichting van de nationale politie geen rol meer weggelegd voor het college, voor mij of voor de gemeenteraad. Dan motie H.22, ook van mevrouw Faïd. Die zou ik willen omarmen. Mijn voorgangers en u hebben al vaker gesproken over het verbeteren van de aangiftebereidheid. Het is belangrijk dat mensen weten dat ze aangifte kunnen doen.
Mensen moeten zich ook veilig voelen om daadwerkelijk aangifte te doen. Het doen van aangifte kan echter natuurlijk nooit een doel op zich zijn. Ik ben bereid om met de politie-eenheid Den Haag en met het OM te kijken naar de mogelijkheden om te komen tot een gezamenlijke campagne om de aangiftebereidheid te vergroten. Ik zal u daar dan over berichten. Dan amendement H.A van meneer Partiman. Dat is natuurlijk oordeel raad. Ik spreek samen met meneer Partiman steun uit voor de politie, die elke dag de rechtsstaat verdedigt. Ze zetten zich daarvoor in, ze doen een stap vooruit waar anderen opzij moeten stappen. We moeten vermijden - dat 74
ben ik helemaal met u eens - dat het beeld wordt geschetst dat er stelselmatig sprake is van etnisch profileren. Maar er is nog wel sprake van etnisch profileren. Dat moeten we dus keihard bestrijden. Dat neemt niet weg dat als hier wel sprake van is, de nationale politie passende maatregelen moet nemen en haar medewerkers moet blijven trainen in bijvoorbeeld bewustwording. Daar zijn ook steeds meer nieuwe technieken voor. Oordeel raad. Ten slotte motie H.13 van mevrouw Davituliani van Hart voor Den Haag. Deze motie is geen verzoek aan het college, maar vraagt een uitspraak van de raad. Dan laten we als college en ik als burgemeester altijd het oordeel aan de raad. Ze zetten zich elke dag in; ik zeg hierbij hetzelfde. Het is niet zo dat er sprake is van stelselmatig etnisch profileren. Dat neemt niet weg dat zowel de nationale politie als onze eenheid, als daar wel sprake van is - als ik dat hoor, dan word ik niet blij en ook boos passende maatregelen moet nemen en medewerkers moet blijven trainen en bewust maken. Zoals ik in het laatste debat met mevrouw Tseggai over dit onderwerp heb gezegd, moeten ze er ook vanuit de opleidingen voor zorgen dat de nieuwe politievrouwen en -mannen de kleur aannemen die Nederland heeft. Na vanmiddag begrijpt u vast wat ik daarmee bedoel, punt. Voorzitter. Dat is het. De voorzitter. Dank u wel. Daarmee komt een einde aan de eerste termijn.
Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Ik wil dit agendapunt dan ook afronden, maar niet voordat ik nog doorgeef dat ik van de Haagse VVD heb begrepen dat motie H.23 wordt aangehouden en op een later moment, bijvoorbeeld bij de werkgeverschapsnota, zal worden ingediend. Aangezien motie H.23 VVD is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: I.
Gewijzigd initiatiefvoorstel Van nationaliteit onbekend naar staatloos (RIS304585).
De voorzitter. De heer Kruis heeft aangegeven even afwezig te zijn. Ik geef het woord aan de initiatiefnemer, de heer Mahmood, als hij dat wil. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter, dat wil ik zeker. Dank aan alle collega's voor jullie aandacht voor het initiatiefvoorstel, dat is ingediend samen met de collega's van de ChristenUnie/SGP, de PvdA en GroenLinks. Wij hebben in de commissie al uitgebreid toegelicht wat het doel en belang is van dit initiatiefvoorstel. Na de behandeling in de commissie hebben wij overleg gehad met de burgemeester en de Dienst Publiekszaken. Hierna zijn wij tot een gewijzigd voorstel gekomen. In de begeleidende brief die al eerder naar jullie is gemaild, is ook uitgebreid aangegeven welke wijzigingen hebben plaatsgevonden. Het komt erop neer dat wij daar waar mogelijk de wereld willen veranderen van burgers die nu vanwege hun status in een hele kwetsbare situatie zitten. De verhalen zijn schrijnend en ook veel kinderen hebben hier last van. Het is namelijk heel lastig om aan te tonen dat je staatloos bent. Daar waar mogelijk willen wij met ons initiatiefvoorstel de dienstverlening verbeteren voor de groep staatlozen door hen onder andere meer voorlichting te geven, actief mee te doen met de Utrechtse expertgroep en hen te helpen om bewijslast te verzamelen om hun status aan te tonen.
In ieder geval willen wij de ondersteuning waar mogelijk verbeteren om veel burgers, waaronder veel kinderen zoals gezegd, in onze stad uit hun onmogelijke positie te helpen. Tot slot wil ik iedereen bedanken die heeft meegewerkt aan het voorstel: mijn collegaraadsleden en de medewerkers van de ChristenUnie/SGP, de PvdA, GroenLinks en NIDA, alle ambtenaren en niet in de laatste plaats de burgemeester voor het meedenken richting oplossingen en verbetermogelijkheden en ook alle andere partijen voor hun inbreng in de commissie. Natuurlijk hopen wij op een positieve houding bij het stemmen vanavond. De beraadslaging wordt geopend. 75
Serpil Ateş (GroenLinks). Voorzitter. Als ervaringsdeskundige kan ik u vertellen hoe levens gestagneerd en zelfs ontwricht worden door de beperkingen die een staatloze ervaart. Mijn verhaal is ingebracht in de commissie. Ik zal daarom hier niet in herhaling vallen. Het enige wat ik vandaag hierover zou willen overbrengen, is dat een staatloze die verstoten is door het land van herkomst ook hier in ons land dreigt verstoten te worden door omslachtige regels en bureaucratisering. We kunnen als land en als stad van vrede en recht niet langer onze ogen sluiten voor dit probleem en zien het initiatief als basis om een stem te geven aan de staatlozen. Mijn fractie hoopt dat het initiatiefvoorstel brede steun krijgt, zodat de 343 staatloze burgers in onze stad een Nederlandse burger kunnen worden. Ik wil heel graag NIDA bedanken als voortrekker van dit initiatief. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Ik kan het ontzettend kort houden, want we hebben dit initiatiefvoorstel uitgebreid besproken. Ik ben heel blij dat het er nu ligt op een manier dat het college ermee uit de voeten kan, want ik denk dat dat heel belangrijk is. Niemand wordt er beter van als deze mensen last hebben van omslachtige regels en bureaucratie. Ik hoop dat we hiermee het leven voor hen wat makkelijker kunnen maken.
Ook ik wil graag mijn collega's bedanken voor de ontzettend prettige samenwerking en natuurlijk alle fractiemedewerkers die hier ook heel hard aan gewerkt hebben. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Voor ons ligt een initiatiefvoorstel waar we trots op zijn. De positie van mensen met de status 'nationaliteit onbekend' is echt schrijnend. Als je je verdiept in de verhalen, zou je er moedeloos van worden. Geen huis kunnen kopen. Niet kunnen studeren. De momenten waarop je een identiteitsbewijs nodig hebt in ons land, zijn eindeloos. Ik wil collega Mahmood en de andere initiatiefnemers dan ook bedanken voor het gewijzigde voorstel, dat nog beter aansluit bij de mogelijkheden die de lokale overheid heeft om deze groep bij te staan. Het is goed dat wij in afwachting van landelijke wetgeving als lokale overheid naast burgers gaan en helpen waar het kan. Ik ben dan ook blij met de helpende hand die de burgemeester heeft uitgestoken. Ik hoop dat het echt tot resultaten gaat leiden en dat de mensen die staatloos zijn die status wel krijgen, zodat ze volop mee kunnen doen in onze samenleving. Birgül Özmen (D66). Voorzitter. Met het oog op de tijd wil ik de collega's bedanken voor de moeite en het initiatief op dit onderwerp. Ik ben benieuwd wat de reactie van de burgemeester is op het aangepaste voorstel. De heer Van Zanen. Voorzitter.
Hartelijk dank aan meneer Mahmood en de fractiemedewerkers Van Haeften en Abushaam voor het bespreken in de commissie en ook het uitleggen en het duiden van de oorspronkelijke raadsvoordracht, en vervolgens het aanpassen en bedenken hoe we het zo kunnen maken dat niet alleen recht wordt gedaan aan het oorspronkelijke idee van meneer Mahmood en de zijnen, maar we het ook kunnen realiseren en in ieder geval in het verband van de G4 snel met de expertgroep aan de slag kunnen. Met deze aanpassingen in het dictum kan het college het initiatiefvoorstel ondersteunen. Het gesprek hierover met u, uw grote betrokkenheid bij het onderwerp en uw bereidheid om nog even te kijken naar hoe ik het dan wel zou kunnen doen, heb ik zeer namens het college en de medewerkers gewaardeerd. Aan de slag! Het is wel een ingewikkelde klus, maar dat is geen nieuws. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. Tot slot wil ik nogmaals iedereen bedanken en in het bijzonder de burgemeester voor zijn reactie. Dank u. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De burgemeester zal als voorzitter de raadsvergadering overnemen. Ik stel voor dat we tien minuten schorsen. Daarna gaan we door met het onderdeel afronding debat commissie. De vergadering wordt van 14.57 tot 15.07 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen. 76
-
Afronding debat commissie
Aan de orde is: J.
Welzijn.
De beraadslaging wordt geopend. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Goedemiddag, voorzitter, collega's en natuurlijk de kijkers. Het is de afronding van het debat, dus ik draag de titel voor en ik zal het dictum voordragen. Dan de eerste motie op welzijn namens Hart voor Den Haag/Groep de Mos, mede ingediend door de heer Hoijnck van Papendrecht, 'Specifieke coronaregeling voor maatschappelijke organisaties', waarvan het dictum luidt: verzoekt het college subsidie te verstrekken aan sociaal-maatschappelijke instellingen die door de coronacrisis inkomsten mislopen en hierdoor niet hun vaste lasten kunnen betalen, te voorkomen dat maatschappelijke organisaties als gevolg van de coronacrisis financieel in de problemen komen, een specifieke regeling en daarbij behorende criteria op te stellen met betrekking tot financiële steun voor maatschappelijke organisaties, de aanvraagformulieren simpel en laagdrempelig in te zetten zodat kleine maatschappelijke organisaties eenvoudig de aanvraag kunnen indienen, in contact te treden met de zelfstandige woongemeenschappen om samen met de woningbouwcorporaties de mogelijkheden te bekijken om sluiting van de activiteitenruimte voor de kwetsbare bewoners te voorkomen, en de raad spoedig te informeren over de uitwerking van het dictum. Deze motie is medeondertekend door de heer Çetinkaya van de Islam Democraten.
Ik heb nog een motie op dit onderwerp, die mede is ingediend door de heer Hoijnck van Papendrecht, 'Vernieuwing subsidiewebsite gemeente Den Haag', waarvan het dictum luidt: verzoekt het college de subsidiewebsite te verbeteren, hierin mee te nemen een subsidieportaal zodat de aanvrager de status van hun aanvraag of eventuele openstaande acties kan volgen, een op de website zichtbare subsidiehulplijn te vermelden voor mensen die begeleiding nodig hebben om een aanvraag in te dienen, naar de mogelijkheid te kijken om als particulier via DigiD subsidie aan te vragen, en ook naar de mogelijkheid te kijken om als bedrijf subsidie aan te vragen via eHerkenning. De motie is medeondertekend door de heer Çetinkaya van de Islam Democraten. Dan mijn laatste motie, 'Overzichtelijk maken van welzijn per stadsdeel', mede ingediend door de heer Hoijnck van Papendrecht, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college de Sociale Kaart te vernieuwen in samenwerking met de Cliëntenraad Sociaal Domein, de stadsdeelkantoren, welzijnsorganisaties en alle initiatieven die een toegevoegde waarde hebben voor de samenleving, meer bekendheid te creëren over het bestaan van de Sociale Kaart, het aanbod van welzijn overzichtelijk te maken per stadsdeel, en de uitwerking te verwerken in de welzijnsvisie. Deze motie is medeondertekend door mevrouw Van Doorn van D66. De voorzitter.
Door mevrouw Roopram, daartoe gesteund door mevrouw Van Doorn, wordt de volgende motie (J.1 HvDH/GdM) ingediend:
Motie J.1 HvDH/GdM overzichtelijk maken van welzijn per stadsdeel De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van de Welzijnsvisie. Constaterende dat: • het onduidelijk is per stadsdeel wat er op gebied van welzijn wordt geboden; • de sociale kaart momenteel niet een compleet wegwijzer is waar alle initiatieven, activiteiten, ondersteuning en zorg in de buurt worden vermeld.
77
Van mening dat: • het overzichtelijk moet zijn voor de inwoners van Den Haag wat er op het gebied van welzijn gebeurt in hun stadsdeel; • mensen zelf de keuze mogen maken welk initiatief bij hun past waar ze graag aan willen deelnemen maar dan moet het wel te vinden zijn; • na vernieuwing van de Sociale Kaart meer bekendheid gecreëerd moet worden voor deze Haagse welzijnswegwijzer. Verzoekt het college: • de Sociale Kaart te vernieuwen in samenwerking met de Cliëntenraad Sociaal Domein, de stadsdeelkantoren, welzijnsorganisaties en alle initiatieven die een toegevoegde waarde hebben voor de samenleving; • meer bekendheid te creëren over het bestaan van de Sociale Kaart; • het aanbod van welzijn overzichtelijk te maken per stadsdeel; • de uitwerking te verwerken in de welzijnsvisie. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Roopram, daartoe gesteund door de heer Çetinkaya, worden de volgende moties (J.2 HvDH/GdM en J.3 HvDH/GdM) ingediend:
Motie J.2 HvDH/GdM specifieke coronaregeling voor maatschappelijke organisaties De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van de Welzijnsvisie. Constaterende dat: • dat er momenteel geen specifieke regeling is voor maatschappelijke organisaties die financiële hulp nodig hebben tijdens corona; • sociaalmaatschappelijke instellingen momenteel in zwaar weer verkeren. Deze non- profit organisaties lopen inkomsten mis terwijl de vaste lasten, zoals de huur, gewoon betaald moeten worden. Daardoor kunnen ze als gevolg van de coronacrisis financieel in de problemen komen en in het ergste geval kan dit leiden tot faillissement of het sluiten van een activiteitenruimte van de kwetsbare senioren in zelfstandige woongemeenschappen; • gemeente ambtenaren van stadsdeelkantoren vragen wel naar acute problemen maar hanteren momenteel criteria die van toepassing zijn op ondernemers. Van mening dat: • de maatschappelijke organisaties een grote meerwaarde hebben voor onze samenleving; • sluiting van activiteitenruimtes in woongemeenschappen leidt tot meer isolement en eenzaamheid van ouderen; • de steun voor maatschappelijke organisaties vanuit het Sociaal Maatschappelijk Herstelplan snel en laagdrempelig ingezet moet worden; • maatschappelijke organisaties net als ondernemers met een snelle subsidieregeling geholpen moeten worden.
Verzoekt het college: • subsidie te verstrekken aan sociaalmaatschappelijke instellingen die door de coronacrisis inkomsten mislopen en hierdoor niet hun vaste lasten kunnen betalen; • te voorkomen dat maatschappelijke organisaties als gevolg van de coronacrisis financieel in de problemen komen; 78
• • • •
een specifieke regeling en daarbij behorende criteria op te stellen met betrekking tot financiële steun voor maatschappelijke organisaties; de aanvraagformulier simpel en laagdrempelig in te zetten zodat kleine maatschappelijke organisaties eenvoudig de aanvraag kunnen indienen; in contact te treden met de zelfstandige woongemeenschappen om samen met de woningbouwcorporaties de mogelijkheden te bekijken om sluiting van de activiteitenruimte voor de kwetsbare bewoners te voorkomen; de raad spoedig te informeren over de uitwerking van het dictum.
En gaat over tot de orde van de dag.
Motie J.3 HvDH/GdM vernieuwing subsidiewebsite gemeente Den Haag De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van de Welzijnsvisie. Constaterende dat: • de website van gemeente Den Haag voor wat betreft subsidie aanvragen verbeterd kan worden; • mensen vaak hulp nodig hebben bij een subsidieaanvraag. Van mening dat: • de subsidie homepage van gemeente Den Haag de bezoeker direct moet voorzien van algemene belangrijke informatie, de verschillende beleidsterreinen en de contactgegevens bij eventuele hulp- en vraagstukken; • een subsidieportaal ontwikkeld moet worden zodat de subsidieontvanger de status van hun aanvraag of eventuele openstaande acties kan volgen; • er een subsidiehulplijn gecreëerd moet voor mensen die hulp nodig hebben bij de aanvraag van hun subsidie. Verzoekt het college: • de subsidie website te verbeteren; • hierin mee te nemen een subsidieportaal zodat de aanvrager de status van hun aanvraag of eventuele openstaande acties kan volgen; • een op de website zichtbare subsidiehulplijn te vermelden voor mensen die begeleiding nodig hebben om een aanvraag in te dienen’; • naar de mogelijkheid te kijken om als particulier via DigiD subsidie aan te vragen; • en ook naar de mogelijkheid te kijken om als bedrijf subsidie aan te vragen via eHerkenning. En gaat over tot de orde van de dag.
De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Ik ga heel snel praten voordat ze weer gaan boren. Mijn motie 'Ruimte voor welzijnswerkers om het goede te doen' verzoekt het college in de nieuwe welzijnsvisie te borgen dat welzijnswerkers de ruimte krijgen om buiten de op voorhand geformuleerde doelstellingen vanuit hun professionaliteit hun werk te doen en mensen zo goed mogelijk te helpen, en welzijnswerkers nadrukkelijk een stem te geven in het formuleren en zo mogelijk tussentijds bijsturen van de doelstellingen om flexibel in te kunnen spelen op de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis. De motie wordt mede ingediend namens GroenLinks, de SP, NIDA, de ChristenUnie/SGP, de Partij voor de Dieren en de HSP.
79
De voorzitter. Door mevrouw Holman wordt de volgende motie (J.4 PvdA) ingediend:
Motie J.4 PvdA Ruimte voor welzijnswerkers om het goede te doen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van de afronding commissiedebat Brede agendering welzijn. Constaterende, dat: • in de Contourennota ‘Herstructurering Welzijn 2019 - 2022’ sterk wordt uitgegaan van resultaatsturing en concretere doelstellingen in het welzijnswerk. Overwegende, dat: • welzijnswerk juist een vak is dat zich moeilijk laat vangen in meetbare resultaten, en welzijnswerkers juist het meeste van betekenis kan zijn als er de ruimte is om buiten de concrete doelstellingen mensen te helpen; • welzijnswerkers nu nog regelmatig ervaren dat zij niet de ruimte hebben om problemen op te pakken of mensen te helpen omdat het niet past binnen de geformuleerde doelstellingen, maar zij vanuit hun professionaliteit beoordelen dat mensen hiermee het meest geholpen zijn; • door de coronacrisis nieuwe uitdagingen ontstaan in wijken en onder bewoners, of bestaande maatschappelijke problemen juist worden uitvergroot, zoals eenzaamheid en armoede, en een deel van de gevolgen van de coronacrisis nu mogelijk nog niet eens een beeld is; • welzijnswerkers ook flexibel moeten kunnen inspelen op deze nieuwe uitdagingen, om zo de ruimte te hebben om datgene te doen waar mensen in de stad het meeste mee geholpen zijn.
Verzoekt het college: • in de nieuwe Welzijnsvisie te borgen dat welzijnswerkers de ruimte krijgen om buiten de op voorhand geformuleerde doelstellingen vanuit hun professionaliteit hun werk te doen en mensen zo goed mogelijk te helpen; •
welzijnswerkers nadrukkelijk een stem te geven in het formuleren en zo mogelijk tussentijds bijsturen van de doelstellingen om flexibel in te kunnen spelen op de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. Het college werkt aan een nieuwe welzijnsvisie. Wethouder Balster neemt daarbij in het samenstellen daarvan de stad en de raad ontzettend mooi mee. Complimenten en dank daarvoor. Welzijnswerk is heel belangrijk, en het ontbreekt heel vaak in sommige delen van de stad en tot in de haarvaten van de samenleving. Dat laat zich wat de D66-fractie betreft moeilijk rijmen met welzijnsorganisaties die veel middelen besteden aan de interne organisatie, bureaucratie en inefficiëntie in plaats van aan het werken op straat. Een frisse wind door welzijnsland is wat ons betreft nodig. Daarom hebben wij twee moties. Dan de eerste motie, 'Besteed budget welzijnswerk meer in de wijken', die als doel heeft meer welzijnsmiddelen op straat terug te laten komen en waarvan het dictum luidt: verzoekt het college in de nieuwe welzijnsvisie zo veel mogelijk te sturen op het investeren in welzijnswerkers, welzijnsactiviteiten en welzijnslocaties in plaats van in de interne organisaties, in welke vorm van contracteren dan ook, en te zoeken naar meer innovatieve manieren om de raad te informeren over de resultaten van het welzijnswerk.
Deze motie dien ik mede in namens mijn collega Fonda Sahla en is ook ondertekend door mevrouw Roopram van Hart voor Den Haag/Groep de Mos, de heer Mahmood van NIDA en de heer Smit van de Partij voor de Dieren.
80
De tweede motie gaat over onderzoek naar een mogelijk middel om het doel van de vorige motie te bereiken. Een middel om welzijnsgelden meer in de wijken op straat te besteden zou aanbesteden kunnen zijn. Ik heb zelf daarover goede ervaringen gehoord van een collega uit Leiden, maar dat is natuurlijk een vrij smalle basis. Vandaar de motie 'Onderzoek regionaal aanbesteden Haags welzijnswerk', waarvan het dictum luidt: verzoekt het college te onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van het regionaal aanbesteden van het Haagse welzijnswerk, en de raad te informeren over de uitkomsten. Deze motie dien ik mede in namens Fonda Sahla en is ook ondertekend door de heer De Vos van de VVD en de heer Mahmood van NIDA. Janneke Holman (PvdA). Eigenlijk alle experts die ik spreek op het gebied van welzijn zeggen: ga nooit aanbesteden, want dat werkt alleen maar concurrentie in de hand en er gaat ontzettend veel tijd kwijt aan het hele aanbestedingstraject en een hele hoop papierwerk. Heeft u die geluiden ook gehoord en vanwaar dan deze motie? Marieke van Doorn (D66). Dank voor deze interruptie. Ik zei net al in de inleiding van de motie dat ik juist hele goede verhalen van mijn D66-collega uit Leiden heb gehoord over het aanbestedingstraject dat ze daar hebben gedaan in het welzijnsland.
Welzijnsorganisaties zijn daar juist meer gaan samenwerken en doelgerichter en doelmatiger gaan werken volgens hem. Natuurlijk weten we van aanbestedingsprocedures ook op andere terreinen waar de gemeente actief is dat het soms goed gaat en soms minder goed gaat. Maar ik zou weleens een onderzoek willen zien waarin de voor- en nadelen tegen elkaar worden afgewogen. Dan kun je op basis daarvan zeggen: dit is ook iets voor Den Haag om het Haagse welzijn een flinke injectie te geven, of juist niet. Dat kan ook uit een onderzoek komen. De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn, daartoe gesteund door mevrouw Sahla, mevrouw Roopram, de heer Mahmood en de heer Smit, wordt de volgende motie (J.5 D66) ingediend:
Motie J.5 D66 besteed budget welzijnswerk meer in de wijken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van het afrondend debat over Welzijn. Constaterende dat: • in verschillende Haagse wijken een gebrek is aan welzijnswerkers, -activiteiten en -locaties; • veel Haagse welzijnsorganisaties al jaren moeite hebben om inzichtelijk te maken wat hoe ze presteren en de mensen in de haarvaten van de samenleving bereiken voor wie Welzijn bedoeld is. Overwegende dat: • het ontbreken van welzijnswerk in delen van de stad zich moeilijk laten rijmen met welzijnsorganisaties die veel middelen besteden aan bureaucratie, inefficiëntie en de interne organisatie i.p.v. aan het werk op straat; • de kosten van zorg de afgelopen jaren enorm toenemen en goed functionerend Haags Welzijn preventief kan werken, waardoor het belang van efficiënter welzijn nog belangrijker is. Verzoekt het college: • in de nieuwe Welzijnsvisie zo veel mogelijk te sturen op het investeren in welzijnswerkers, activiteiten en -locaties in plaats van in interne organisaties, in welke vorm van contracteren dan ook; • te zoeken naar meer innovatieve manieren om de raad te informeren over de resultaten van welzijnswerk. En gaat over tot de orde van de dag. 81
De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn, daartoe gesteund door mevrouw Sahla, de heer De Vos en de heer Mahmood, wordt de volgende motie (J.6 D66) ingediend:
Motie J.6 D66 onderzoek regionaal aanbesteden Haags Welzijnswerk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van het afrondend debat over Welzijn. Constaterende dat: • in verschillende Haagse wijken een gebrek is aan welzijnswerkers, -activiteiten en -locaties; • de fusie van de vier grote welzijnsorganisaties niet heeft geleid tot meer efficiency of een betere afstemming met Jeugdzorg en de Politie; • kleinere welzijnsorganisaties al jaren met moeite het hoofd boven water houden vanwege hun bedrijfsvoering; • veel Haagse welzijnsorganisaties er, ondanks dure directie, managers en consultants, niet in slagen efficiënter te werken, maar wel minder zichtbaar zijn geworden in de wijken; • veel Haagse welzijnsorganisaties al jaren moeite hebben om inzichtelijk te maken hoe ze presteren en de mensen in de haarvaten van de samenleving bereiken voor wie Welzijn bedoeld is; • personeel van Haagse welzijnsorganisaties meer dan eens (in de media) aan de bel getrokken heeft over misstanden en mismanagement. Overwegende dat: • het ontbreken van welzijnswerk in delen van de stad zich moeilijk laten rijmen met welzijnsorganisaties die veel geld besteden aan bureaucratie, inefficiëntie en de interne organisatie i.p.v.
aan het werk op straat; • continuïteit van vertrouwde gezichten op straat belangrijk is voor het opbouwen van een vertrouwensband, dat ook bij het onderzoek naar aanbesteding een factor van belang is; • regionale aanbesteding van het Haagse welzijnswerk een manier kan zijn om welzijnsorganisaties doelmatiger met geld om te laten gaan; • de kosten van zorg de afgelopen jaren enorm toenemen en goed functionerend Haags Welzijn preventief kan werken, waardoor het belang van efficiënter welzijn nog belangrijker is. Verzoekt het college: • te onderzoeken wat de voor-, en nadelen zijn van het regionaal aanbesteden van het Haagse welzijnswerk; • de raad te informeren over de uitkomsten. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Wij pleiten voor een perspectiefverandering bij het welzijnswerk. Denk eerst na over wat vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties kunnen bijdragen en daarna pas wat professionele welzijnsorganisaties gaan doen. Daarom onze motie 'Benader welzijn vanuit het perspectief van de samenleving en vrijwilligers', waarvan het dictum luidt: roept het college op te onderzoeken hoe het welzijnsbeleid benaderd kan worden vanuit het perspectief van de vele vrijwilligersorganisaties in Den Haag, en nog voor het zomerreces dit onderzoek aan de raad te doen toekomen. De voorzitter.
Door de heer Partiman, daartoe gesteund door de heer Mahmood, wordt de volgende motie (J.7 CDA) ingediend: 82
Motie J.7 CDA Benader welzijn vanuit het perspectief van de samenleving en vrijwilligers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake de brede agendering Welzijn. Constaterende, dat: • bij het welzijnsbeleid er een nadruk ligt op wat de gemeente en aan de gemeente gelieerde professionals gaan uitvoeren op het gebied van welzijn; • Den Haag een krachtige samenleving heeft met talloze vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties die graag bij zouden dragen aan welzijn. Overwegende, dat: • het nuttig kan zijn om het welzijnsbeleid eerst vanuit de samenleving en vrijwilligersorganisaties te beschouwen, voordat dit beleid bij de gemeente of aan de gemeente gelieerde professionals wordt belegd; • een sterke overheid op het gebied van welzijn van belang is, maar dat een sterke overheid ook kijkt naar wat de samenleving en wat vrijwilligersorganisaties kunnen bijdragen voordat zij bepaalt welke taken op het gebied van welzijn zij als overheid zelf moet gaan uitvoeren. Roept het college op: • te onderzoeken hoe het welzijnsbeleid benaderd kan worden vanuit het perspectief van de vele vrijwilligersorganisaties in Den Haag; • nog voor het zomerreces dit onderzoek aan de raad te doen toekomen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (NIDA).
Voorzitter. Wij hebben drie moties voor u in de aanbieding, te beginnen met de motie 'Voorkom (oneerlijke) concurrentie grote en kleine welzijnsorganisaties', waarvan het dictum luidt: verzoekt het college in de nieuwe welzijnsvisie specifieke aandacht te besteden aan de wijze waarop de gemeente wil voorkomen dat grote en kleine organisaties elkaar beconcurreren, het voorkomen van concurrentie te borgen met maatregelen zoals het stellen van voorwaarden voor gemeentelijke steun, en hierbij specifieke aandacht te besteden aan subsidiemogelijkheden voor kleine welzijnsorganisaties en sociale ondernemers. De motie dien ik mede in met collega Smit van de Partij voor de Dieren. Dan de motie 'Duidelijke visie samenwerking in de wijk'. Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe welzijnsvisie en er zijn veel verbeteringen mogelijk - dat erkent het college ook - in de samenwerking met de verschillende partners. We verzoeken het college in de uitwerking van de nieuwe welzijnsvisie te komen met een duidelijke visie waarbij de samenwerking met de wijkbewoners, kleinere welzijnsorganisaties en sociale ondernemers centraal staat. Tot slot de motie 'Een rol voor levensbeschouwelijke en religieuze organisaties binnen de nieuwe welzijnsvisie'.
We hebben onlangs kunnen lezen dat uit onderzoek in Rotterdam bleek dat er heel veel levensbeschouwelijke en religieuze instellingen zijn die echt voor miljoenen aan vrijwilligerswerk uitvoeren, natuurlijk voor onze samenleving. In Rotterdam bleek het te gaan om een marktwaarde tussen de € 330 mln. en de € 365 mln. We vinden dat zij een grotere rol dienen te krijgen vanuit hun vrijwilligerswerk. We dienen hiervoor de volgende motie in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college te onderzoeken welke rol levensbeschouwelijke en religieuze organisaties kunnen vervullen binnen de nieuwe welzijnsvisie, de samenwerking met deze informelere organisaties een prominentere rol te geven, en hierbij ook te onderzoeken of vrijwilligersorganisaties natuurlijk volgens nader te bepalen voorwaarden gericht op welzijnswerk aanspraak kunnen maken op een vorm van
83
basissubsidie of waarderingssubsidie - we kennen het verleden in Den Haag - voor de versterking en professionalisering … De voorzitter. U bent door uw spreektijd heen, meneer Mahmood. Adeel Mahmood (NIDA). … of deskundigheidsbevordering van de organisatie. De voorzitter. Net op tijd. Dit was uw spreektijd. Het spijt me. De voorzitter. Door de heer Mahmood worden de volgende moties (J.8 NIDA, J.9 NIDA en J.10 NIDA) ingediend:
Motie J.8 NIDA Duidelijke visie samenwerking in de wijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van Welzijn. Constaterende, dat: • er momenteel gewerkt wordt aan een nieuwe welzijnsvisie; • het college erkent dat er verbeteringen gewenst zijn m.b.t. de samenwerkingen tussen de verschillende partners. Van mening, dat: • een duidelijke visie over de samenwerkingen in de wijken zeer gewenst is en kan helpen bij de praktische uitvoering van de (toekomstige) samenwerkingen; • de wijkbewoners, kleinere welzijnsorganisaties en sociale ondernemers betrokken dienen te worden bij deze nog te formuleren visie. Verzoekt het college: • in de uitwerking van de nieuwe welzijnsvisie te komen met een duidelijke visie waarbij de samenwerking met de wijkbewoners, kleinere welzijnsorganisaties en sociale ondernemers centraal staat. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie J.9 NIDA Een rol voor levensbeschouwelijke en religieuze organisaties binnen de nieuwe welzijnsvisie. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van Welzijn. Constaterende, dat: • er momenteel gewerkt wordt aan een nieuwe welzijnsvisie. Overwegende, dat: • er meer ingezet zal worden op innovatieve en wijkgerichte initiatieven en dat er beter ingespeeld zal worden op de behoeften van de bewoners; • uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (juli 2020, i.o.v. gemeente Rotterdam) naar de omvang en karakter van maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke en religieuze organisaties, blijkt dat de maatschappelijke activiteiten van de 176 organisaties in Rotterdam een marktwaarde hebben van 330 tot 365 miljoen euro. 84
Van mening, dat: • levensbeschouwelijke en religieuze organisaties in Den Haag ook een grote maatschappelijke waarde hebben en door de vele maatschappelijke activiteiten de druk op welzijnswereld verminderen; • deze organisaties met hun laagdrempelige activiteiten een cruciale rol spelen in het sociaal netwerk en vangnet van veel Hagenaars en Hagenezen. Verzoekt het college: • te onderzoeken welke rol levensbeschouwelijke en religieuze (vrijwilligers-)organisaties kunnen vervullen binnen de nieuwe welzijnsvisie; • de samenwerking met deze informelere organisaties een prominentere rol te geven; • hierbij ook te onderzoeken of vrijwilligersorganisaties (volgens nader te bepalen voorwaarden gericht op welzijnswerk) aanspraak kunnen maken op een vorm van ‘basissubsidie’ of ‘waarderingssubsidie’ voor de versterking en professionalisering/deskundigheidsbevordering van de organisatie. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie J.10 NIDA Voorkom (oneerlijke) concurrentie grote en kleine welzijnsorganisaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van Welzijn. Constaterende, dat: • er momenteel gewerkt wordt aan een nieuwe welzijnsvisie. Van mening, dat: • grote welzijnsorganisaties momenteel een te grote machtspositie hebben ten opzichte van de gemeente, buurtcentra en kleine sociale ondernemers in de wijk; • kleinere welzijnsorganisaties niet opgeslokt moeten worden door grotere organisaties; • de gemeente kleinere organisaties in de wijken meer kansen moet geven om hun diensten te ontplooien en te verlenen aan de behoeftige wijkbewoners. Verzoekt het college: • in de nieuwe welzijnsvisie specifieke aandacht te besteden aan de wijze waarop de gemeente wil voorkomen dat grote en kleine organisaties elkaar beconcurreren; • het voorkomen van concurrentie te borgen met maatregelen zoals het stellen van voorwaarden voor gemeentelijke steun; • hierbij specifieke aandacht te besteden aan subsidiemogelijkheden voor kleine welzijnsorganisaties en sociale ondernemers. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan geef ik vanuit een andere tijdzone, lijkt het wel, maar wel met een mooie Haagse achtergrond ten slotte het woord aan het college om te reageren op de moties.
We vergaderen in één termijn, maar dat wist u. Gaat uw gang, wethouder. Wethouder Balster (PvdA). Dank u wel, voorzitter. Vooruit in de tijd en dat moet ook, want we zijn een welzijnsvisie aan het maken met elkaar. Ik dank de commissie voor de prettige en constructieve 85
inbreng in de commissie. Mevrouw Van Doorn refereerde er al aan: een mooie, gedragen lijn richting de nieuwe welzijnsvisie, waar ik u binnenkort over hoop te informeren naar aanleiding van het NSOBonderzoek en alle andere stukken van het afgelopen jaar op het terrein van welzijn. Ik ga gelijk naar de moties. Ik begin bij de motie 'Besteed budget welzijnswerk meer in de wijken' van D66. Het college steunt de koers in het dictum. U heeft in de stukken de contouren voor het nieuwe welzijnswerk al gezien: heel erg gericht op wijkgericht werken, samenwerking in de wijk. Ik hecht er wel aan te zeggen dat ik de overwegingen die mevrouw Van Doorn in haar motie kiest niet volledig herken. Misschien is het goed om daar bij een kopje koffie nog eens verder over door te praten, maar het college kan het dictum ondersteunen. In dat geval oordeel raad. De andere motie van mevrouw Van Doorn, 'Onderzoek regionaal aanbesteden Haags welzijnswerk', moet ik ontraden. Wij gaan natuurlijk ter voorbereiding op de nieuwe welzijnsvisie naar alle mogelijke financieringsvormen en aansturingsmogelijkheden kijken. Aanbesteden zal daarbij ook worden langsgelopen, maar de kans dat we voor een aanbestedingsmodel zullen gaan, zal heel erg klein zijn.