CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308420 Notulen van de raad van 4 maart 2021 dag

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 4 maart 202156.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Constaterende dat: • in de beleidsnota de Amerikaanse Black Lives Matter-beweging wordt aangehaald in het kader van mogelijk etnisch profileren van de Nederlandse politie; • deze opmerking wellicht de onterechte suggestie kan wekken dat de situatie in de Amerikaanse context vergelijkbaar is met de situatie van de Nederlandse politie. Overwegende dat: • het van belang is om als gemeenteraad juist steun uit te spreken voor ons politiekorps, omdat zij dagelijks de waarden van de Nederlandse rechtsstaat verdedigd. Besluit om: • dictum 1 vast te stellen met dien verstande dat in de beleidsnota de eerste zin na de paragraaftitel ‘Politie’ geschrapt wordt. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt het volgende amendement (H.B CDA) voorgesteld:

Amendement H.B CDA Gedenk ook 5 juni, de dag van de Hindostaanse Immigratie

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Constaterende dat: • het op 5 juni 2021 148 jaar geleden is dat de eerste Hindostanen uit India aankwamen in Suriname; • 5 juni de dag van de Hindostaanse Immigratie is en het passend is om deze Indiase, Hindostaanse, Surinaamse en Nederlandse geschiedenis, van onder meer kolonialisme, slavenhandel en slavernij, zeker ook in het licht van de nadrukkelijk connectie met Nederland, en in het bijzonder Den Haag, jaarlijks op deze dag te herdenken. Overwegende dat: • 5 juni, als dag van de Hindostaanse Immigratie, nu nog ontbreekt aan het in de beleidsnota opgesomde rijtje gedenkdagen. Besluit om: • dictum 1 vast te stellen met dien verstande dat in de beleidsnota aan de laatste zin van de paragraaf‘1. Bewustmaking, erkenning, herkenning en stimuleren van de dialoog’ in het hoofdstuk dat heet ‘De vier kerntaken nader uitgewerkt’, de volgende zinsnede wordt toegevoegd: ‘5 juni, de dag van de Hindostaanse Immigratie.’ 52

De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Vandaag wordt de nota van de GroenLinks-wethouder, Op weg naar een inclusieve samenleving, vastgesteld. Oftewel de beleidsnota waarmee we op weg zijn naar nog meer polarisatie en onverdraagzaamheid. De nota draagt niet bij aan een gezonde, weerbare samenleving, want racisme mag nooit als een wapen tegen mensen gebruikt worden. Ons wordt een nota voorgeschoteld die laat doorschemeren dat alleen mensen met een Nederlandse of een West-Europese achtergrond discrimineren, terwijl discriminatie binnen alle groepen voorkomt. Het is daarom essentieel om die discussie met elkaar veel breder te voeren. Daarom heb ik ook een motie: spreekt uit dat Den Haag geen racistische stad is. Zo is politiegeweld en racisme binnen de politie geen Nederlands fenomeen. De verdachtmakingen richting de politie, omdat er diverse rotte appels tussen zitten, vindt mijn fractie volstrekt onacceptabel en buitengewoon onwenselijk. Zonder vertrouwen kan de politie haar werk niet doen. Daarom hebben we ook de motie Haags politiekorps is niet racistisch: spreekt uit dat het Haagse politiekorps niet structureel racistisch is, maar bestaat uit hardwerkende agenten die dankbaarheid, respect en vertrouwen verdienen. Sebastian Kruis (PVV).

Ik ben het helemaal eens met de motie van mevrouw Davituliani. Ik vraag me alleen wel af waarom uw fractievoorzitter in het voorjaar van vorig jaar dan zo tekeerging tegen het politieoptreden rondom Den Haag Centraal Station, toen daar voetbalhooligans de politie bestormden. Toen was er niet zoveel vertrouwen, maar werd dat allemaal ter discussie gesteld. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Hart voor Den Haag zegt niet dat je nooit kritiek mag hebben op het optreden van de politie. Wat wij wel zeggen, is dat er bij de politie geen sprake is van structureel racisme. Zo wordt het wel gepresenteerd door veel politici en de mainstream media. Dat is wat ik met deze motie zeg. Sebastian Kruis (PVV). Ik ben dat helemaal eens met mevrouw Davituliani. Je kunt alleen niet selectief shoppen: de politie steunen wanneer het uitkomt en de politie niet steunen wanneer het uitkomt, op Twitter. Dat is wel structureel. We moeten ook de politie steunen als we even wat vragen hebben bij een bepaald optreden en even moeten wachten op de uitkomst van bijvoorbeeld intern onderzoek. Ik wil mevrouw Davituliani oproepen om aan haar fractie mee te geven dat ze voortaan niet vooraan moeten staan bij het afgeven op de Haagse politie op momenten dat het op Twitter even beter uitkomt. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos).

Zoals ik al zei, moeten we elke discussie in alle openbaarheid kunnen voeren. We moeten ook gewoon kritiek kunnen hebben wanneer zich iets voordoet dat volgens wie dan ook, in dit geval dan onze partij, kritiek verdient. Maar het is niet zo dat de Haagse politie structureel racistisch is. Dit zijn volgens mij ook twee verschillende onderwerpen die de heer Kruis door elkaar haalt. Voorzitter. Een inclusiviteitskeurmerk voor bedrijven zorgt onzes inziens voor een angstcultuur binnen bedrijven en organisaties, waardoor werkgevers kandidaten zullen aannemen op basis van afkomst of geslacht in plaats van kwaliteit. Zulks is natuurlijk heel erg onwenselijk. Daarom hebben we ook een motie: verzoekt het college bedrijven niet op te zadelen met symboolpolitiek en in plaats daarvan samen met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven pilots en projecten op te zetten met video-solliciteren, 'speed dates' en 'open hiring' en het meten van competenties en soft skills van kandidaten; bedrijven en instellingen die meedoen aan bovengenoemde pilots en initiatieven actief te 'namen' in plaats van te 'shamen'. Sebastian Kruis (PVV). Ik ben het helemaal eens met mevrouw Davituliani.

Maar is zij het ook met mij eens dat heel veel collega-raadsleden en hun partijen heel hypocriet zijn in Den Haag, doordat ze wel een grote mond hebben over mensen van kleur op bepaalde posities, maar vervolgens zelf niet leveren, bijvoorbeeld de Partij van de Arbeid of GroenLinks? Hoe duidt mevrouw Davituliani dat? 53

Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik zie inderdaad dat er een grote hypocrisie zit in de stellingen van deze politieke partijen. Als ik zie hoe de kieslijsten van die partijen zijn samengesteld, dan denk ik: waar is de diversiteit? Uitgerekend zij zijn dan de partijen die een issue maken van diversiteit. Dus u heeft gelijk. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik begin een beetje misselijk te worden van de uitspraken van zowel mevrouw Davituliani als de heer Kruis en van hun onderlinge analyses van onze partijen en over hoe wij eruitzien. Binnen mijn partij mag ik er zijn zoals ik ben. Ik hoef niet geassimileerd te zijn. Ik hoef geen haat te dragen tegenover mijzelf en mijn cultuur. Dus hou je alsjeblieft bij je eigen partij en stop met het fout framen van onze partijen. De voorzitter. Mevrouw Davituliani heeft het woord en gaat door met haar bijdrage. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik was klaar met mijn bijdrage, maar ik wil natuurlijk reageren op mevrouw Ateş. Als mevrouw Ateş misselijk is, dan kan ze een glaasje water drinken. Misschien wordt ze daar beter van. Ik vind het belangrijk om de dingen die ik net heb benoemd, te benoemen.

Het is de hypocrisie ten top natuurlijk dat juist door die partijen iedere keer weer een issue wordt gemaakt van de kleur van mensen, terwijl wij bijvoorbeeld het nooit een probleem vinden en er ook nooit een probleem of een issue van maken. Toevallig zag ik, gister was het, volgens mij, een paginagroot artikel van een GroenLinks-raadslid dat zich systematisch gediscrimineerd voelde binnen zijn eigen fractie. Dan denk ik bij mezelf: wat dacht u ervan, mevrouw Ateş, om naar uw eigen partij te kijken en te kijken hoe u dat probleem binnen uw eigen partij oplost? Serpil Ateş (GroenLinks). Gelukkig staat mijn partij open voor alle meningen en als er iets misgaat, wordt dat openlijk besproken. Gelukkig zijn wij met z'n allen zo ver dat wij niet ons eigen verleden hoeven te verloochenen, zoals u destijds met het kinderpardon. Dus laten we alsjeblieft niet met modder gooien, want volgens mij is die modderpoel bij u nog veel groter dan bij ons. Sebastian Kruis (PVV). Echt ranzige insinuaties van mevrouw Ateş in de richting van mevrouw Davituliani. Inderdaad, GroenLinks staat open voor elke mening, zelfs die van de Moslimbroederschap.

Is mevrouw Davituliani het met mij eens dat mevrouw Ateş een toontje lager moet zingen? Zij staat op plek 24 op de GroenLinks-kandidatenlijst, ten nadele van witte deugneuzen die allemaal hoger zijn geplaatst, maar een grote mond hebben over diversiteit en inclusie. Succes met de verkiezingen. De voorzitter. Oké, nu is het wel weer mooi geweest. Ik kijk nog even naar mevrouw Davituliani en dan mevrouw Ateş, en dan stoppen we hiermee. Mevrouw Davituliani, wilt u nog niets zeggen? Hoeft niet, hoor. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik wil nog één ding zeggen op de laatste opmerking van mevrouw Ateş. Ik baseer mijn politieke standpunten nu eenmaal niet op mijn migratieverleden. Dat is gewoon zo. Als u dat doet, moet u dat gewoon lekker zelf weten. De voorzitter. Mevrouw Ateş? Het hoeft niet, maar ik geef u gelegenheid. Niet? Oké. Door mevrouw Davituliani worden de volgende moties (H.13 HvDH/GdM, H.14 HvDH/GdM en H.15 HvDH/GdM) ingediend:

Motie H.13 HvDH/GdM Haags politiekorps is niet racistisch! De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van Agendapunt H Voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving' (RIS307542)

54

Constaterende, dat: • de dood van George Floyd in Amerika heeft geleid tot een verhitte discussie over politiegeweld; • deze discussie naar Nederland en Den Haag geïmporteerd is; • dit heeft geleid tot veel verdachtmakingen en verwijten van institutioneel racisme richting de Nederlandse en Haagse politie; • dit discours ook binnen de politiek meer voet aan de grond krijgt. Overwegende, dat: • onze agenten zich onder steeds zwaardere omstandigheden en met gevaar voor eigen leven inzetten voor een veilig Den Haag; • zij hierbij steeds vaker te maken krijgen met grove agressie; • ongefundeerde verdachtmakingen aan het adres van de politie van negatieve invloed kan zijn op de beeldvorming over hun optreden en hen in hun werk kan belemmeren; • het van groot belang is deze negatieve beeldvorming recht te zetten. Spreekt uit dat het Haagse politiekorps niet structureel racistisch is, maar bestaat uit hardwerkende agenten die dankbaarheid, respect en vertrouwen verdienen. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie H.14 HvDH/GdM Namen ipv shamen! De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van Agendapunt H Voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving' (RIS307542) Constaterende, dat: • het college wil onderzoeken of het haalbaar is dat organisaties die werk maken van inclusiviteit een keurmerk kunnen krijgen; • Het college naming & shaming niet uit de weg wil gaan. Bij het bestrijden van arbeidsdiscriminatie. Overwegende, dat: • een dergelijk keurmerk kan zorgen voor een angstcultuur onder bedrijven, waaronder werkgevers, uit angst slachtoffer te worden van Naming&Shaming, kandidaten aannemen op basis van afkomst of geslacht in plaats van kwaliteit; • zulks een averechtse werking kan hebben, bijvoorbeeld dat de kwaliteit van een nieuwe medewerker in twijfel wordt getrokken of dat er afgunst ontstaat jegens personen of groepen die mogelijkerwijs worden voorgetrokken. Verzoekt het college: bedrijven niet op te zadelen met symboolpolitiek. In plaats daarvan samen met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven pilots en projecten op te zetten met video-solliciteren, “speed dates” en “open hiring” en het meten van competenties en soft skills van kandidaten. Bedrijven en instellingen die meedoen aan bovengenoemde pilots en initiatieven actief te “namen” ipv te “shamen” van andere bedrijven.

En gaat over tot de orde van de dag.

55

Motie H.15 HvDH/GdM Den Haag is geen racistische stad De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van Agendapunt H Voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving' (RIS307542) Constaterende, dat: • de Amerikaanse racisme-discussies en demonstraties zijn overgewaaid naar Nederland; • de discussie ook in Den Haag in alle hevigheid is losgebarsten. Overwegende, dat: • hierbij vergaande stellingnames worden gedaan over het vermeende (institutionele) racistische karakter van onze samenleving; • Hagenaars en Hagenezen goed in staat zijn om als diverse groeperingen, in goed overleg, met elkaar uit te komen; • Den Haag en haar burgers dit stempel derhalve niet verdienen. Spreekt uit: dat Den Haag geen racistische stad is. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Pronk (VVD). Voorzitter. Het leek zo goed te gaan. We waren zo goed op weg. Toch ontspoort het dan weer helemaal tegen het einde. Buitengewoon jammer. Misschien kan mijn bijdrage de boel een beetje tot rust brengen. Dat zou ook voor het eerst zijn misschien, maar ik ga mijn best doen. Voorzitter. Discriminatie is een vreselijk iets. Iedereen die wat wil maken van zijn leven, moet volop kunnen meedoen in onze samenleving. Het aanpakken van discriminatie is daarom van het grootste belang.

Bewoners die discriminatie ervaren, kunnen hier melding van maken, maar ze weten niet altijd de weg. Daarom komen wij met een motie met als dictum: roept het college op te onderzoeken wat de meldings- en aangiftebereidheid per groep is; op basis hiervan te bekijken hoe we de meldings- en aangiftebereidheid kunnen verhogen; en het belang van aangifte doen te vermelden op de website van denhaagmeldt.nl. Bij de politie kun je melding maken en aangifte doen van discriminatie. Zij sporen discriminatie actief op. Om geen twijfel te laten bestaan over het fantastische werk dat onze Haagse politie doet, steunen wij daarom de motie van Groep de Mos en het amendement van het CDA, dat we medeondertekenen, en dat hierop toeziet. Ondermijnende discriminatie zien we helaas bijvoorbeeld ook regelmatig in de Haagse As-Soennah moskee, waar vrouwen, homo's en afvalligen worden gediscrimineerd. Dat moet worden aangepakt. Daar hebben wij een motie over, die in zijn algemeenheid oproept om dat aan te pakken, met als dictum: roept het college op alles in het werk te stellen en alle mogelijke juridische instrumenten in te zetten om overschrijdingen van onze democratische rechtstaat aan te pakken en wanneer mogelijk over te gaan tot het sluiten van ondemocratische organisaties. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten).

In de raadsvergadering is de As-Soennah moskee bij sommige partijen een standaard agendapunt. Als er zo veel misstanden zijn, waarom doen deze partijen, inclusief VVD, dan geen aangifte van die misstanden? Jan Pronk (VVD). Ik dank de heer Çetinkaya voor deze creatieve suggestie. Ik had er eigenlijk nog nooit echt over nagedacht om dat zelf te doen. Ik zal dat eens in overweging nemen. Tekent u dan mee? Want ik neem aan dat u ook tegen deze verwerpelijke feiten bent.

56

Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). De voorzitter van de As-Soennah moskee heeft, zoals mijn collega Adeel Mahmood eerder heeft gezegd, van die suggesties afstand genomen. Ik begrijp niet dat de PVV en de VVD iedere keer terugkomen op waar de voorzitter van de As-Soennah moskee afstand van heeft genomen. Jan Pronk (VVD). Als de heer Çetinkaya aangeeft dat het de goede kant opgaat met deze organisatie, dan vind ik dat een positief signaal. Ik blijf toch veel te vaak horen dat daar nog echt vreselijke dingen vanaf de kansel de zaal in worden geslingerd en dat het een organisatie is die ondermijnt, niet bijdraagt, en discrimineert. Op het moment dat zij afvalligheid niet langer een probleem vinden, vinden dat homoseksualiteit iets is waar je niet voor kiest, maar wat je gewoon bent en wat volledig geaccepteerd mag en moet worden, vrouwen gelijk achten aan mannen en iedere gelovige en ongelovige gelijk achten aan elkaar, en de voorzitter bereid is om daar iets publiekelijk over te zeggen - daar is misschien ook wel aanleiding voor, gezien het toch wel moeilijke verleden van de As-Soennah moskee - dan zal ik niet langer om aandacht ervoor vragen. Misschien kunnen we daar samen een oproep toe doen, meneer Çetinkaya, want ik ken u ook als een man met een liberale inborst. Laten we samen het extremisme aanpakken. De voorzitter. U mag nog één keer, meneer Çetinkaya.

Dan geef ik meneer Kruis het woord. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Nu we toch vandaag gewend zijn om achter de schermen te praten, wil ik de heer Pronk uitnodigen om samen met mij en de voorzitter van de As-Soennah moskee aan tafel te gaan zitten en dit soort zorgen te uiten, en dan gelijk ook antwoorden te krijgen. Ik ben daar heel erg bereid toe. Jan Pronk (VVD). Die uitnodiging neem ik van harte aan. Ik maak daar een kleine aantekening bij. We hebben wel vaker in het verleden van As-Soennah publiekelijk bemoedigende woorden gehoord, maar dan hoorden we achter de schermen toch met regelmaat, hetzij door journalisten, hetzij door rapporten van onze veiligheidsdiensten, hele zorgelijke dingen. Ik hoop dat het deze keer de voorkant en de achterkant van de medaille zullen zijn. Als we daar vertrouwen uit kunnen putten, kunnen we hopelijk gezamenlijk verder. Tot die tijd blijft het dictum staan. Misschien stemt u ook wel mee. We zullen zien. Sebastian Kruis (PVV). Er is aangifte gedaan en er heeft een veroordeling plaatsgevonden. Maar ik schrik een beetje van het antwoord van de heer Pronk in de richting van de heer Çetinkaya, dat hij wel met de voorzitter van As-Soennah om tafel wil.

Want bijvoorbeeld de burgemeester van Amsterdam heeft als lijn dat ze niet in gesprek gaat met salafistische organisaties, omdat je daarmee ook de organisaties an sich meer salonfähig maakt en daarmee kan legitimeren naar de gemeenschap toe. Ik vind het vreemd dat als een geitenwollensokken burgemeester uit Amsterdam zoiets vindt, de heer Pronk hier zegt: die uitnodiging neem ik aan en ik ga met de heer Çetinkaya lekker theedrinken in een salafistische haattempel. Daar schrik ik toch van. Jan Pronk (VVD). Ik denk dat meneer Kruis niet zo hoeft te schrikken. Volgens mij trekken wij vanaf het begin van deze raadsperiode in onze bijdragen in de raad al samen op om hier aandacht voor te vragen. Als de heer Çetinkaya mij vraagt om met hem en met iemand in gesprek te gaan, dan wil ik dat absoluut in overweging nemen en dan ben ik daartoe bereid. Ik ben geen vertegenwoordiger van het gezag in die zin. Ik controleer het gezag. Ik denk dat daar wel een onderscheid tussen is. Ik laat me niet inpakken. Ik ben geen geitenwollensokken theedrinker. Volgens mij heb ik een heel scherp oordeel over wat er hier gebeurt. Dus laten we elkaar nou niet proberen in deze verkiezingstijd in een hokje te plaatsen. Meneer Kruis, u bent echt beter dan dat. Dat is niet nodig, denk ik. Sebastian Kruis (PVV). Ik wil de heer Pronk wel meegeven dat ik echt nergens te goed voor ben, inderdaad.

Maar ik schrik toch een beetje van die verkiezingsrol van de heer Pronk. Ik hoor hem ook steeds praten over verbinden enzovoort, en dat we daarvoor moeten zorgen als raadslid zijnde. Dat lijkt me op zichzelf niet echt een taak voor politici. Ik wil de heer Pronk vragen om weer een beetje

57

terug te keren naar de tijd waarin we nog samen moties indienden, in plaats van deze verbindingsrol te spelen. De voorzitter. Meneer Pronk, gaat uw gang en dan zet u uw betoog voort. Jan Pronk (VVD). Ja, voorzitter, dank, dat zal ik zeker doen. Ik denk dat men mij in de raad kent als iemand die van links tot rechts samenwerkingen aangaat. Zo stemde bijvoorbeeld de vorige keer collega Çetinkaya mee met een motie over normen en waarden. Dat vond ik echt een superbemoedigend signaal. Ik vind het ontzettend prettig dat we samen de toekomst in willen met een duidelijk normen- en waardenstatement dat hoort bij een inburgeringsnota. Dat geeft mij heel veel vertrouwen. Als hij dan zegt 'ik denk dat je het misschien niet goed ziet', dan wil ik dat ook onderzoeken. Ik heb een heel stevige mening hierover, we hebben samen opgetrokken op het gebied van de As-Soennah moskee, maar ik informeer me graag. Ik maak echt helemaal mijn eigen oordeel. Maakt u zich daarover geen zorgen. Dat gaat helemaal goed komen. Ik ga die samenwerkingen breed aan, links en rechts. Af en toe gebeurt er dan ook weleens een ongelukje, maar meestal gaat het eigenlijk best goed. De voorzitter. Oké, zet u uw betoog voort. Jan Pronk (VVD). Voorzitter.

Een laatste punt waar ik me persoonlijk ook echt druk om maak - ik maak me om die andere dingen overigens ook persoonlijk druk - is dat we in een vrije en heel diverse stad ruimte moeten hebben voor het breedste scala aan opinies en overtuigingen dat binnen de grenzen van de rechtsstaat valt. We moeten dat ook in onze eigen gemeentelijke organisatie faciliteren. Daarom zou ik ervoor willen pleiten dat diversiteit niet alleen maar te maken heeft met etniciteit, culturele achtergrond, kleur of geslacht, maar dat het ook te maken heeft met waarden, perspectief en opinies, dat er voor alle boodschappen ruimte moet zijn en dat sociale veiligheid ook betekent dat je je vrij moet voelen om voor jouw politieke mening op te komen, ook in een grote organisatie zoals die van de gemeente. Dus ik roep het college met een motie op te onderzoeken op welke manier het diversiteitsbeleid van de gemeente breder ingevuld kan worden door ook te kijken naar diversiteit in waarden, perspectief en opinies, en de raad hierover te informeren. Voorzitter. Ik heb geprobeerd om mijn betoog op te bouwen met een bepaalde balans, namelijk om discriminatie aan te pakken, om burgers te faciliteren om aangifte te doen wanneer ze dat overkomt, maar ook om duidelijk voor onze politie te gaan staan daar waar dat nodig is. We werpen slechte insinuaties over het werk dat zij doen verre van ons.

We moeten trots zijn op onze Haagse politie. We moeten de uitwassen echt aanpakken - dat heb ik geprobeerd met de As-Soennah moskee en de diversiteit omarmen. Niet alleen maar in achtergronden, maar met name ook in opinies en oriëntatie. Het is een gebalanceerd verhaal, dat volgens mij een aanvulling kan zijn op de nota die voorligt en die onze stad nog meer tot een bolwerk van vrijheid maakt. Sebastian Kruis (PVV). Ik hoorde de heer Pronk net een voorstel doen in het kader van die diversiteits- en inclusienota, waar ik helemaal niets van begreep. Er werden heel veel moeilijke woorden achter elkaar geplakt, maar ik geloof niet dat er heel veel werd gezegd. Misschien mag ik het vrij vertalen als dat hij een oproep doet om ook op te staan tegen de cancel culture. Maar de heer Pronk zit in een college met twee partijen op zijn minst, die zo ongeveer de belichaming zijn van die cancel culture. Kan de heer Pronk eens reflecteren op hoe hij dat ziet in het kader van de gemeentelijke samenwerking? Jan Pronk (VVD). Daar kan ik zeker op reflecteren. Ik zie in het stadsbestuur en onze coalitie geen raadsvoorstellen die op een cancel culture aansturen, dus ik maak me daar niet zo'n zorgen om. De nota is uiteraard een compromis van links en rechts.

Er zitten stukken in waar wij ons supergoed in herkennen en in sommige ook iets minder, maar in zijn algemeenheid brengt het de zaak van het aanpakken van discriminatie goed verder. Dat is voor mij prettig. Ik wil graag wel accenten zetten. Mijn laatste motie kunt u lezen als een oproep om die cancel culture te voorkomen, om ertegen in het geweer te gaan, om volledige vrijheid van meningsuiting te hanteren, ook in de gemeentelijke 58

organisatie. Dus misschien kunt u die ook wel ondertekenen, meneer Kruis? Ik kan 'm u ook nog wel een keer uitleggen, hoor, als u 'm niet snapt. De voorzitter. Nee, dank u wel. U was klaar met uw bijdrage, dacht ik. Door de heer Pronk worden de volgende moties (H.16 VVD, H.17 VVD en H.23 VVD) ingediend:

Motie H.16 VVD Alles op alles zetten om einde te maken aan verspreiding van intolerante boodschappen vanuit de As Soennah De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 4 maart 2021, ter bespreking van voorstel van college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Constaterende dat: • er voor racisme, discriminatie en intolerantie geen plaats is in Den Haag; • de vrijheid van meningsuiting een fundamenteel onderdeel is van onze vrije samenleving; • er echter geen plaats is voor personen en organisaties die intolerante boodschappen verspreiden en ondersteunen. Overwegende dat: • uit onderzoek van de parlementaire onderzoekscommissie ‘Ongewenste beïnvloeding’ naar voren is gekomen dat de As-Soennah moskee een sleutelrol speelde in de verspreiding van het salafisme in Nederland en Den Haag; • ook Imam Fawaz Jneid, verbonden aan de As Soennah moskee, al meerdere malen pogingen gedaan heeft om onze rechtstaat te ondermijnen, onder andere door tijdens gebedsdiensten intolerante boodschappen over vrouwen en homo’s te verkondigen. Van mening dat: • onze vrijheid van meningsuiting niet bedoeld is voor het uiten van intolerante boodschappen die onze rechtstaat ondermijnen.

Roept het college op: • alles in het werk te stellen en alle mogelijke juridische instrumenten in te zetten om overschrijdingen van onze democratische rechtstaat aan te pakken en wanneer mogelijk over te gaan tot het sluiten van ondemocratische organisaties. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie H.17 VVD Belang aangifte doen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 4 maart 2021, ter bespreking van voorstel van college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Constaterende dat: • er voor racisme en discriminatie geen plaats is in Den Haag; • er in 2019 180 meldingen van discriminatie zijn gedaan via denhaagmeldt.nl en dat dit aantal lager ligt dan in 2018. Overwegende dat: • het voor het voeren van een effectief anti-discriminatiebeleid belangrijk is dat er melding en aangifte gedaan wordt indien er sprake is van discriminatie;

59

• •

we echter nog te vaak zien dat mensen die slachtoffer van discriminatie zijn geen aangifte doen of melding van maken; het onduidelijk is waarom het aantal meldingen in 2019 lager lag dan in 2018.

Roept het college op: • te onderzoeken wat de meldings- en aangiftebereidheid per groep is; • op basis hiervan te bekijken hoe we de meldings- en aangiftebereidheid kunnen verhogen; • het belang van aangifte doen te vermelden op de website van denhaagmeldt.nl En gaat over tot de orde van de dag.

Motie H.23 VVD Bredere invulling diversiteitsbeleid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 4 maart 2021, ter bespreking van voorstel van college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Constaterende dat: • het huidige diversiteitsbeleid van de gemeente vaak geënt is op etniciteit, culturele achtergrond, kleur of geslacht. Van mening dat: • diversiteit niet alleen etniciteit, afkomst, geslacht, geaardheid of kleur is, maar ook gaat om waarden, perspectief en opinies. Roept het college op: • te onderzoeken op welke manier het diversiteitsbeleid van de gemeente breder ingevuld kan worden, door ook te kijken naar diversiteit in waarden, perspectief en opinies, en de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. 'All men are created equal', zo zegt de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring dat zo mooi. Alles wat afbreuk doet aan de intrinsieke gelijkwaardigheid van mensen is treurig. Dat is fout. Christelijk gezegd: dat is een zonde. Zo'n drie weken geleden werden we opgeschrikt door het bericht dat de meerderheid van de Haagse makelaars weleens discrimineert op basis van migratieachtergrond of seksuele geaardheid.

Waar ik de verhalen al weleens hoorde van mensen dat ze na een woningbezichtiging standaard nul op rekest kregen, werd dit door dit onderzoek op grote schaal aangetoond in onze stad. Het is best wel bizar dat huidskleur of achternaam juist bij het verkrijgen van zoiets essentieels, een woning, een rol speelt. Juist deze discriminatie op de woningmarkt en de arbeidsmarkt vereist onze niet aflatende strijd ertegen. Is juist op deze punten de aanpak van het college wel voldoende, is mijn vraag. Begrijp me niet verkeerd. De acties vind ik prima, maar vooral bij de dagelijkse levensbehoeften als wonen en werken, mag het natuurlijk niet mis gaan. In de nota mist de aandacht voor discriminatie via algoritmesystemen. Dat is een van de opkomende discriminatierisico's. We zijn er wel mee bekend. Juist daar is ook de overheid kwetsbaar. Dat hebben we afgelopen jaren ook wel geleerd, van bijvoorbeeld het toeslagendrama. De wethouder verwees in zijn beantwoording naar de werkbespreking in november, maar in die werkbespreking werd juist niet duidelijk met welke algoritmen de gemeente werkt. Er zou nog op teruggekomen worden.

Om er in ieder geval voor te zorgen dat geen van die algoritmes op enigerlei wijze discriminerend van aard is, heb ik een amendement meegebracht, dat ik indien samen met mijn collega's Smit, Arp, Tseggai, Mahmood en Faïd, met als dictum: 'Besluit om een tweede dictum toe te 60

voegen, dat luidt: II. In de gemeentelijke organisatie wordt geen gebruik gemaakt van algoritmen die op basis van discriminerende persoonskenmerken specifieke burgers en/of dossiers signaleren of als risico aanmerken.' De voorzitter. Door de heer Grinwis, daartoe gesteund door de heer Smit, mevrouw Arp, mevrouw Tseggai, de heer Mahmood en mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (H.C CU/SGP) voorgesteld:

Amendement H.C CU.SGP geen discriminerende algoritmen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ (RIS 307542), Besluit om een tweede dictum toe te voegen, dat luidt: • II. In de gemeentelijke organisatie wordt geen gebruik gemaakt van algoritmen die op basis van discriminerende persoonskenmerken specifieke burgers en/of dossiers signaleren of als risico aanmerken. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Serpil Ateş (GroenLinks). Voorzitter. Allereerst namens mijn fractie dank aan de wethouder voor het oog hebben voor de nuances van een inclusieve samenleving. Want het start allemaal met het erkennen van onze verschillen en het herkennen van ongelijkheid binnen onze samenleving. Niet alleen het herkennen van ongelijkheid, maar ook het bewust worden van je privileges ten opzichte van een ander is van essentieel belang om een breed draagvlak in de strijd tegen racisme en discriminatie op te bouwen. Woorden doen ertoe. Daar waar racisme, discriminatie en institutioneel racisme bestaan, bestaan ook white privileges. Dat houdt de ongelijkheid in stand. White privilege gaat over de voorsprong die witte mensen hebben ten opzichte van mensen van kleur.

Zij zijn van huis uit, in ongeschreven regels, bevoorrecht in het maatschappelijk verkeer, in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Sebastian Kruis (PVV). Ik heb het gevoel dat mevrouw Ateş nu eigenlijk een duiding geeft van de GroenLinks-kandidatenlijst, dat witte mensen een voorsprong hebben ten opzichte van mensen van kleur. Dus als zij dit verhaal houdt, waarom gaat ze dan niet bij haar eigen partij te rade voordat ze dit soort praatjes in de gemeenteraad gaat houden over de rest van de stad? Serpil Ateş (GroenLinks). Volgens mij gaat dit debat over onze stad en niet over de kandidatenlijst van GroenLinks. Volgens mij is die ook behoorlijk gekleurd. Ik adviseer meneer Kruis om die nogmaals door te nemen. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Misschien denkt mevrouw Ateş daar niet over na, maar GroenLinks is echt een blank bolwerk. Fractievoorzitter Kapteijns is blank. Vicefractievoorzitter Wenink is blank. Wethouders Van Tongeren en Van Alphen zijn blank. Zelfs de voorzitter van het bestuur, Hofs, is blank. Dus waar heeft mevrouw Ateş het over? Ik wil nu voor eens en altijd van mevrouw Ateş weten, als ze het over wit privilege heeft, waarom ze niet de hand in eigen boezem steekt en in haar eigen partij kijkt hoe ze dat recht kan zetten. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik denk genoeg na, meer dan mevrouw Davituliani zich kan voorstellen.

Dat er momenteel een probleem is binnen onze maatschappij en er een uitsluitingssysteem is waardoor ook mensen van kleur niet meer durven op te komen voor zichzelf om dit soort functies te bekleden, is een waarheid en staat als een paal boven water. Een andere waarheid is dat wij als partij enorm ons best doen. Ik reageer hiermee voor het laatst op dit onderwerp. Ik wil verdergaan met de discussie zelf. Volgens mij gaat dit debat over onze stad Den Haag en niet over GroenLinks. De betrokkenheid van 61

mevrouw Davituliani en de heer Kruis bij GroenLinks vind ik supergoed. Mocht er een functie vrijkomen binnen onze partij, dan adviseer ik ze te solliciteren. De voorzitter. Dit lijkt me zo'n aardig aanbod, daar gaan we nu verder niet over discussiëren. Líjkt mij, meneer Kruis. Nou, vooruit dan, meneer Kruis, hup! Sebastian Kruis (PVV). Het is heel raar dat je zo'n verhaal houdt voor de stad in deze gemeenteraad, want dan kijken in de mensen in de stad ook naar: wat doet die partij zelf dan op dit punt? Dan zien ze gewoon een heel witte deugpartij, waarin mensen van kleur op de laagste plaatsen worden weggebonjourd, waar op 9 misschien iemand staat in het kader van diversiteit. Maar goed, dat ligt iets gevoeliger, geloof ik, bij jullie. Het is heel hypocriet als je het zelf niet levert, maar het wel van de stad vraagt. Dat is mijn punt. De voorzitter. Mevrouw Ateş heeft daarop gereageerd, maar mag dat opnieuw. Hoeft niet, mag. Serpil Ateş (GroenLinks). Ja, hoor. Meneer Kruis vergeet dat ik zelf ook een vrouw ben van kleur. Daarnaast heeft hij het over nummer 9. Nummer 5 is ook van kleur. De voorzitter. En dan mevrouw Davituliani en dan is het klaar hiermee, want het punt is duidelijk. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Mevrouw Ateş komt met argumenten als dat dit het probleem is van de stad en niet zozeer van de partijen.

Ik vind toch wel dat je als partij een voorbeeld moet geven als het gaat om diversiteit. Je moet niet zo drammen op diversiteit en dingen opleggen aan mensen, maar bij jezelf te rade gaan. Heel uw partij en alle topfuncties binnen uw partij zijn vervuld door blanke mensen. Het is goed om dit mee te nemen in uw betoog. De voorzitter. Mevrouw Ateş, gaat uw gang, en dan meteen snel door. Serpil Ateş (GroenLinks). Nogmaals, over onze politieke agenda gaan wij zelf. Ik weet dat mevrouw Davituliani het heel moeilijk vindt om het binnen een rechtse partij te hebben over white privilege in onze stad en in ons land. Ze probeert op deze manier daarvan af te leiden. Maar het is genoeg geweest. Dus hierbij mijn antwoord. De voorzitter. U gaat nu uw betoog voortzetten. Het is nu mooi geweest. Gaat uw gang. Serpil Ateş (GroenLinks). Bij white privilege hoort ook een verwachtingspatroon en een hogere bereidheid om risico's te nemen. Het witte jaarclublid krijgt een baan of een promotie eerder dan een vrouw van wie de vader nog in de fabrieken werkte. Het belang hiervan kan niet worden onderschat. Het is belangrijk het hier in brede kring over te hebben. Het zichtbaar en het bespreekbaar maken van dit soort zaken is wat ons betreft een belangrijke pijler onder het antidiscriminatiebeleid.

GroenLinks vindt in de strijd tegen ongelijkheid dat, hoe hard en pijnlijk de termen ook klinken, iedere burger het recht heeft zich bewust te worden van zijn of haar kansen ten opzichte van de ander. Den Haag zou hiermee een pionier kunnen worden in ons land, waarin gelijkwaardigheid niet meer een doel is om na te streven, maar een vanzelfsprekendheid. Daarom dienen wij de motie in met het volgende dictum: verzoekt het college bewustwording over white privilege onder alle Hagenaars en Hagenezen te stimuleren; white privilege als onderdeel mee te nemen in de lespakketten en trainingen voor Haagse leraren en gemeenteambtenaren. De voorzitter. De heer Kruis heeft nog een interruptie over iets nieuws. Sebastian Kruis (PVV). Niet iets nieuws, voorzitter, maar eigenlijk nog steeds over hetzelfde punt. Mag ik vragen aan mevrouw Ateş waarom zij op plek 24 staat en niet op plek 4, als de partij zo openstaat voor mensen van kleur en inclusie et cetera?

62

De voorzitter. We zijn op weg naar een inclusieve samenleving. We zijn niet op weg naar de samenstelling van de lijst van GroenLinks, hè? Kom op, mensen! Serpil Ateş (GroenLinks). Dank u wel dat u mij hier promoot, meneer Kruis. Er zijn genoeg kandidaten van kleur en met een enorm diverse achtergrond. Dus maakt u zich alstublieft niet zorgen om onze lijst. Kavish Partiman (CDA). Een vraag aan mevrouw Ateş over white privilege als onderdeel van lespakketten voor onderwijs en ambtenaren. Ik vind dat best raar. Suggereert mevrouw Ateş nu dat er gediscrimineerd wordt bij het in dienst nemen van mensen in het onderwijs of de ambtelijke organisatie van onze gemeente? Serpil Ateş (GroenLinks). Nee, volgens mij heeft u niet voldoende geluisterd. Als we het over discriminatie hebben, dan hebben we het over een groep die gediscrimineerd wordt en over een andere groep die voorgetrokken wordt. We moeten het ook daarover hebben. Heel veel mensen zijn zich er niet van bewust dat ze bevoorrecht zijn. Ook dat moet in kaart gebracht worden. Ook daarover moet bewustzijn gecreëerd worden. Daar heb ik het over. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voor mevrouw Ateş mijn partij in een rechtse hoek drukt, wil ik haar vragen even te kijken naar de feiten. Feit is dat onze partij heel divers is samengesteld en hoe we hier met elkaar omgaan, is volgens mij ook heel goed te zien.

Neem hier een voorbeeld aan, mevrouw Ateş, ook partijbreed. Dat zou goed zijn. De voorzitter. Dat is een oproep, geen vraag. Serpil Ateş (GroenLinks). Ik wil er wel op reageren. De voorzitter. Dat mag, zeker, mevrouw Ateş, zeker. Gaat uw gang. Serpil Ateş (GroenLinks). Jullie zijn misschien in kleur divers, maar in hart zijn jullie behoorlijk rechts. Jullie staan helemaal niet open voor diversiteit en al helemaal niet voor de hele stad. Kom niet aan met dat soort praatjes tegen politici als ik. De voorzitter. Meneer Kruis, voor de laatste keer. Sebastian Kruis (PVV). Ik weet niet waar mevrouw Ateş voor staat, want die teksten op Twitter zijn allemaal in een andere taal. Maar goed, mijn punt is: kan mevrouw Ateş zich ook voorstellen dat er soms mensen zijn van kleur die zelf niet doorhebben dat ze worden gebruikt door die witte mensen met hun white privilege? Dus dat ze wel mogen dienen als een soort diversiteitsuithangbord om vervolgens die witte mensen ervandoor te laten gaan met de mooie baantjes. Dan kijk ik bijvoorbeeld naar de Partij van de Arbeid, maar ook naar de partij van mevrouw Ateş. Kan mevrouw Ateş dat misschien plaatsen? Serpil Ateş (GroenLinks). Ten eerste. Ik bepaal zelf wel in welke taal ik via mijn social media communiceer. Daar ga ik over. Ten tweede.

Ik heb binnen de Partij van de Arbeid en ook binnen mijn eigen partij nog niet gezien dat mensen op die manier gebruikt worden, zodat een ander over onze rug verder kan. Wat ik wel bij partijen als die van u zie, is dat over de rug van mensen die al kwetsbaar zijn, politiek wordt bedreven. Alle problemen die jullie hebben veroorzaakt, worden daartegenover gezet, zodat niemand met de vinger naar jullie kan wijzen. Volgens mij is hiermee voldoende gezegd. De voorzitter. En meneer Kruis krijgt nu niet meer het woord. Dat heb ik gezegd op dit punt. Kavish Partiman (CDA). Ik ga weer terug naar de inhoud van het betoog van mevrouw Ateş en de motie die zij indient. Het gaat over bewustwording creëren. Daar zijn we allemaal voor, denk ik. Ik denk niet dat er iemand tegen het creëren van bewustwording is. Maar om dan white-privilege63

onderwijs te geven aan mensen die in het onderwijs en die bij de gemeente Den Haag gaan werken, zodat ze op de hoogte zijn van wat soort positie zij bekleden, is dat niet juist heel erg polariserend? Is dat niet juist mensen opzadelen met een bepaalde gedachtegang waar zij niets aan kunnen doen en helemaal niet om hebben gevraagd? Hoe is dit bevorderlijk voor de saamhorigheid in onze samenleving? Serpil Ateş (GroenLinks). Er bestaat zoiets als onbewust onderwijsgeweld. Dat betekent dat mensen, ook leerkrachten, het maakt niet uit van welke kleur of uit welke hoek, bevooroordeeld zijn. Het is juist bedoeld om mensen zich bewust te laten worden van hoe hun gedachtegang onbewust beïnvloed kan worden. Het is juist bedoeld om de jongeren en de mensen die dadelijk in de gemeente werken, zich ervan bewust te laten worden wat het betekent in deze maatschappij, of tot nu toe heeft betekent in deze maatschappij, om wit te zijn of van kleur te zijn. Dus ik begrijp uw angst, of de zorgen, maar de insteek van de motie is primair mensen bewust maken van de privileges die ze hebben ten opzichte van een ander en waarom sommige levens anders lopen in bepaalde situaties. Kavish Partiman (CDA). Ik hoor mevrouw Ateş en ik kan haar voor een deel ook wel volgen. Maar onbewust wil zeggen dat mensen niet op de hoogte zijn van wat ze precies doen.

Zijn we niet precies hetzelfde aan het doen door het onderbewustzijn te willen gaan bepalen door middel van dit soort onderwijsmanieren en mensen in deze samenleving te forceren een bepaalde manier op te denken? Is dat niet juist waar we tegen moeten zijn? Dit is juist een manier om daar op een andere manier invulling aan te geven. Dit is toch niet bevorderlijk voor de saamhorigheid? De voorzitter. Uw punt is duidelijk. Mevrouw Ateş, helemaal ten slotte. Serpil Ateş (GroenLinks). Als er niet een begrip was van antidiscriminatie als het tegengaan van ongelijkheid, dan was uw opmerking op zijn plek. Maar we hebben het over discriminatie. We hebben het over uitsluiting. We willen naar een inclusieve samenleving. Daar hoort ook de term 'white privilege' bij, want die is net zo echt als de discriminatie die plaatsvindt. De voorzitter. Door mevrouw Ateş wordt de volgende motie (H.19 GL) ingediend:

Motie H.19 GL Stimuleer bewustwording white privilege De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving' (RIS307542). Overwegende, dat: • bewustwording essentieel is om een breed draagvlak in de strijd tegen racisme en discriminatie op te bouwen; • het daarom van belang is dat niet alleen de gemeente en belangengroepen, maar juist ook alle Haagse bewoners bij deze aanpak betrokken worden; • dit expliciet geldt voor autochtone Hagenaars en Hagenezen, zodat zij bewust worden van de voorsprong en privileges die zij hebben ten aanzien van mensen met een niet-westerse achtergrond. Constaterende, dat: • de gemeente in samenwerking met centrum 16-22 lespakketten en trainingen voor docenten over het slavernijverleden ontwikkelt; • er ook diversiteits- en inclusietrainingen als onderdeel van het personeelsbeleid aan gemeenteambtenaren worden gegeven. Van mening, dat: • het behandelen van white privilege in deze lespakketten en trainingen ervoor zorgt dat alle 64

Haagse leerlingen en ambtenaren bekend zijn met de problemen rondom racisme en discriminatie en bewust worden van de rol die zij hier zelf in aannemen. Verzoekt het college: • bewustwording over white privilege onder alle Hagenaars en Hagenezen te stimuleren; • white privilege als onderdeel mee te nemen in de lespakketten en trainingen voor Haagse leraren en gemeenteambtenaren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Geachte leden van de raad. U heeft een uitvoerig debat gevoerd en er heel uitvoerig over gesproken. Het was her en der indringend. We krijgen nu een voorzitterswissel. Ik stel voor tien minuten te schorsen. Meneer Kruis heeft een punt van orde. Sebastian Kruis (PVV). Net werd gesteld door een van de collega's hier dat mijn partij misbruik maakt van kwetsbare mensen voor politiek gewin. Daar wil ik wel afstand van nemen, want dat slaat echt nergens op. Ik vind het ook niet leuk dat zij dat zegt. De voorzitter. Het punt is duidelijk. U heeft uw punt gemaakt. Helder. De vergadering is tien minuten geschorst. Over tien minuten neemt de heer Van der Helm het voorzitterschap over. De vergadering wordt van 13.48 uur tot 14.00 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van der Helm. De voorzitter. Dames en heren. Ik wil doorgaan met de beantwoording.

Ik wil beginnen met wethouder Van Alphen en daarna het woord aan de burgemeester geven. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter, mag ik een praktisch voorstel doen? We hebben in de commissie al duidelijk kenbaar gemaakt dat dit een nota is waaraan verschillende portefeuillehouders meewerken. Vandaar ook de beantwoording van de burgemeester straks in reactie op een aantal moties. Maar ook anderen doen daaraan mee. Zo ook wethouder Bredemeijer, die op een aantal moties dat is ingediend, graag als eerste wil reageren. Ik vraag de voorzitter of dat wordt toegestaan. Dan kan ik daarna verder gaan. De voorzitter. Ik krijg nu ook nog een verzoek van wethouder Bruines of zij ook wat eerder in de beantwoording kan zitten. Dan moeten we volgens mij beginnen met wethouder Bredemeijer, dan wethouder Bruines, dan wethouder Van Alpen en dan de burgemeester. Zullen we het op die manier doen? Wethouder Bredemeijer voor de beantwoording. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Fijn dat ik eventjes voor kan. Het gaat om twee moties in mijn geval. Inhoudelijk is dat misschien wat gek. Ik begrijp dat. Maar het is wel fijn dat ik de twee moties vast kan doen. Dan kan collega Van Alphen daarna uitgebreider over de inhoud spreken. Het gaat om twee moties van de heer Mahmood van NIDA over onderwijs. Beide moties zijn volgens mij eerder ingediend bij een debat over onderwijs.

Toen heb ik naar aanleiding daarvan aangegeven dat het onderwerp, onder andere onderadvisering in dit geval, erg belangrijk is om aandacht voor te hebben. Ik heb daar in januari ook een uitgebreide brief over geschreven. Het RISnummer is 307504. Dat ziet onder andere ook op het probleem onderadvisering. Daarmee wil ik motie H.8 afdoen. Ik moet helaas zeggen dat ik die wil ontraden, zoals ik dat ook toen heb gedaan. Het gaat over het meldpunt. Dat is er natuurlijk al. Dat is het meldpunt Den Haag Meldt. Het lijkt ons niet efficiënt, zoals ik toen ook heb aangegeven, om een tweede meldpunt, derde meldpunt of een zoveelste meldpunt daaraan toe te voegen. Laten we dat echt bij Den Haag Meldt houden. Als het gaat om onderadvisering: terechte zorgen en terecht punt, maar in de brief die ik zojuist heb genoemd, geef 65

ik aan op welke manier we daarover met het onderwijsbestuur, dus met leraren, met schoolleiders, de gesprekken zijn aangegaan. We bieden ook cursussen en dergelijke aan om tot een juist advies te komen. Dat was motie H.8. De voorzitter. Wethouder, ik begrijp van de raad dat het ook fijn is als u ook de titel van de motie er nog even bij zegt. Wethouder Bredemeijer (CDA). Vorige keer had ik het nummer niet genoemd. Nu noemde ik juist het nummer. Dit was motie H.8 van NIDA, Meld- en informatiepunt Onderwijsdiscriminatie inrichten bij Den Haag Meldt. Hetzelfde geldt voor motie H.9 van de heer Mahmood, Doorlichting onderwijsprogramma's Haagse scholen op racistische inhoud. Die is ook al eerder ingediend en is ook toen ontraden, eigenlijk met dezelfde redenering. Scholen kunnen op dit moment allerlei subsidies aanvragen om dit te doen, maar het lijkt ons niet goed om nu weer op de stoel van de scholen te gaan zitten. Dat is eigenlijk precies zoals ik toen ook heb aangegeven. Om die reden moet ik de motie ontraden. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Ik heb twee moties. Ik heb motie H.3 van de Islam Democraten, Meer vrouwen en meer mensen met een niet-westerse achtergrond toelaten tot de top van overheidsinstellingen.

De heer Çetinkaya verzoekt daarbij om een commissie samen te stellen die de gemeente ondersteunt om onder het mom van lead by example meer vrouwen en meer mensen met een niet-westerse achtergrond toe te laten tot de top van álle overheidsinstellingen en de raad daarover te informeren. Volgens mij heeft wethouder Van Alphen bij de commissiebehandeling al aangegeven, naar aanleiding van deze vraag, dat binnenkort het programma modern werkgeverschap in de raad wordt behandeld. Dat bevat vier thema's. Een thema gaat over inclusiviteit en over inclusief werkgeverschap. Diversiteit speelt daar natuurlijk een belangrijke rol in. We zullen er dan uitgebreid verder over spreken. Dus wat dat betreft is de motie prematuur. Maar ze gaat ook over álle overheidsinstellingen en wij zijn hier alleen maar gemeente. Ik vind het wel een beetje ingewikkeld om ook voor andere overheidsinstellingen te spreken. Dat deel van de motie is voor het college dus niet uitvoerbaar. Ik zou eigenlijk de heer Çetinkaya, als hij dit toch verder wil bespreken, willen adviseren om de motie, waar het de gemeente betreft, aan te houden tot we met elkaar spreken over het inclusief werkgeverschap. Dat voorstel komt er over niet al te lange tijd aan. Dat kan ik hierbij toezeggen. Dan heb ik nog amendement H.C van de ChristenUnie, Geen discriminerende algoritmen.

Een belangrijk thema, waar we het vaker over hebben gehad. We kunnen daar niet alert genoeg op blijven. Ik ben het geheel eens met wat de heer Grinwis daarover gezegd heeft. Het voorstel is om een tweede dictum toe te voegen over discriminerende persoonskenmerken. Er wordt ook een toelichting bij gegeven. Het college kan dit omarmen. Het is wel belangrijk om u te realiseren dat het ook echt wel gaat om algoritmen waarmee persoonsgegevens gebruikt worden om voorspellingen te doen of bepaalde risico's in kaart te brengen. We registeren natuurlijk ook dingen die we ook wel gebruiken. Vrouwen krijgen bijvoorbeeld op hun vijftigste het verzoek om mee te doen aan borstkankeronderzoek. Ik neem aan dat de heer Grinwis niet wil dat dat gebruik van persoonsgegevens niet wordt gedaan. Dat kan overigens ook gewoon volgens de AVG. Ik ben het er helemaal mee eens. Het college kan dit amendement dus positief preadviseren. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter. Ik hoop het net zo snel te doen als de collega's. Er is al veel over dit onderwerp gewisseld, in al zijn facetten en op diverse niveaus, zoals we net ook weer hebben meegemaakt. Het is goed om er regelmatig over te blijven spreken. Dat is ook de intentie die de moties en de amendementen uitspreken die zijn ingediend. Het is een belangrijk onderwerp. Ik ben blij dat we er met de raad regelmatig over kunnen spreken.

Dat is niet alleen een wettelijke taak die we moeten uitvoeren in het kader van de APV, het gaat ook over hoe je de bespreking in Den Haag initieert van discriminatie in zijn algemeenheid. Voor de snelheid en vanwege de beperking in de tijd die we als college hebben, wil ik gelijk overgaan tot de moties die door u allen zijn ingediend. De heer Kruis heeft twee moties ingediend. Motie H.1 zal straks door de burgemeester worden afgedaan. De heer Kruis heeft een motie H.2 ingediend met het verzoek aan het college om alle vormen van discriminatie tegen te gaan, waaronder positieve discriminatie. Wij vinden die motie een 66

beetje overbodig. Er is een hele nota om discriminatie aan te pakken en tegen te gaan. Uw expliciete benoeming in het kader van positieve discriminatie ervaren wij niet zo. We hebben soms - dat weet u ook - een voorkeursbeleid. Dat is dan ook nodig in het kader van de uitvoering. Ik vind deze motie dus overbodig. De motie van de heer Çetinkaya heeft mevrouw Bruines net gedaan. Mevrouw Tseggai heeft zelf geen motie ingediend, maar heeft mij nog wel even op de hoogte gebracht van hoe zij tegen de notitie aankijkt. Dat weten we. De heer Mahmood heeft met name aandacht gevraagd om islamofobie expliciet aan de orde te stellen. Hij vraagt ook naar de ambitie van dit college daarop. Islamofobie is een belangrijk aandachtspunt in ons totale antidiscriminatiebeleid. Het is een wat nieuwer fenomeen dan andere zaken. Dat betekent dat we daar echt aandacht aan zullen gaan besteden, gelijk als alle andere onderwerpen. De motie die u indient over moslimdiscriminatie, gebaseerd op de ervaren chronische discriminatie, zoals dat is aangegeven in het rapport, vinden wij niet nodig. Wij ontraden de motie dan ook omdat dit naar ons idee al onderdeel is van het reguliere beleid. We zetten op verschillende wijzen onderzoek in in het kader van bewustwording, voorlichting, verhogen van de meldingsbereidheid, samenwerking, ondersteuning van projecten.

Kortom, we proberen al heel veel hieraan te doen, waarbij moslimdiscriminatie evenals andere onderwerpen onder de aandacht is. Dus we ontraden deze motie. Adeel Mahmood (NIDA). Dank aan de wethouder voor de beantwoording, maar ik ben best teleurgesteld in het antwoord. Reden daarvoor is dat de wethouder zegt dat er al een en andere gebeurt of in de planning is, maar waarom lezen we daar niks over? Waarom krijgen we daar niks over te horen? Ik zie helemaal geen concrete aanpak om islamofobie of moslimdiscriminatie aan te pakken. In het hele rapport komt het woordje slecht één keer in zijn algemeenheid voor. Als u kijkt naar de ernst van de situatie, zou u echt voor een specifieke aanpak moeten zijn. Waar is die specifieke aanpak? Wanneer komt die er? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). U vraagt naar iets wat we nog aan het ontwikkelen zijn. Dat gaat niet alleen om islamofobie. Dat is wat ik probeer aan te geven. Er zijn meerdere onderwerpen die aan de orde zijn en waar we goed beleid op moeten gaan voeren. Dat is nog in ontwikkeling. We zullen er bij de voortgangsrapportage expliciet op terugkomen. Mogelijk dat we al eerder activiteiten, ook op andere gebieden, in gang zetten. Dus u moet even afwachten wat wij verder uitvoeren in dezen, maar het heeft onze aandacht. Adeel Mahmood (NIDA).

Ik begrijp dat het uw aandacht heeft en dat er een en ander komt, maar dan begrijp ik niet waarom u deze motie ontraadt. Die vraagt eigenlijk ook om islamofobie en moslimdiscriminatie aan te pakken. Natuurlijk heb je daar ook gerichte campagnes en gerichte acties voor nodig. In zijn algemeenheid alle discriminatie willen bestrijden: we weten al dat dat niet werkt. De problemen zijn zodanig groot - kijk bijvoorbeeld naar het rapport van Meld Islamofobie - dat het gewoon echt een gedegen en specifieke aanpak nodig heeft. Ik ben echt teleurgesteld in uw antwoord in dezen. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Het doet me geen goed dat u teleurgesteld bent in mijn antwoord, maar ik kan niet anders dan aangeven dat we met dit beleid bezig zijn. Ik ga mezelf herhalen. Islamofobie is een van de onderwerpen die onder de aandacht is. Daar gaan we mee aan de slag en aandacht aan besteden, evenals antisemitisme en dergelijke. Ook dat zijn zaken die nog steeds aandacht vragen en een specifieke aanpak. Dat is in ontwikkeling. Dat is wat ik bedoel met 'regulier beleid'. Daar zijn we mee bezig. U kunt ons daarop aanspreken op het moment dat we daarmee in de uitvoering naar buiten komen. Als ik door mag gaan met uw motie, H.11, die gaat over uitsluiten bij stage- en onderwijsdiscriminatie.

Daarin verzoekt u om werkgevers/onderwijsinstellingen die zich schuldig maken aan discriminatie, daar waar mogelijk uit te sluiten. U vraagt ons ook om naming and shaming toe te passen op deze werkgevers. We ontraden deze motie ook. Al eerder is bepaald dat wij bij gemeentelijke opdrachten of subsidie niet gaan samenwerken met leveranciers die zich schuldig 67

hebben gemaakt aan bewezen discriminatie. In die zin is een gedeelte van de motie dan ook overbodig en ondersteuning van het regulier beleid. Een ander gedeelte is niet uitvoerbaar. Op het gebied van toezicht op en handhaving van werkgevers en/of onderwijsinstellingen om bijvoorbeeld naming and shaming toe te passen wanneer ze discrimineren, is geen rol weggelegd voor de gemeente. Het is juridisch heel erg lastig om een beleid voor naming and shaming in te voeren. Wanneer er sprake is van aantoonbare discriminatie, moet er aangifte van gedaan worden of kan er een procedure aanhangig worden gemaakt bij het College voor de Rechten van de Mens. Als er dan een veroordeling is uitgesproken door de rechter of door het college, dan is dat een openbaarheid. Die kan openbaar worden gemaakt en verder worden gebracht. In deze zin ontraden we deze motie. Motie H.12 van NIDA gaat over het verhogen van de aangiftebereidheid. U vraagt erom dat acties worden ingezet door de gemeente om de meldingsbereidheid voor racisme en discriminatie te vergroten, nadrukkelijk onder de aandacht te hebben. We ervaren dit als een ondersteuning van het beleid. Er staat wel een probleempje in uw verzoek. Het is mogelijk om de aangiftebereidheid te vergroten, maar u zegt ook 'waar mogelijk het vervolgen van de daders'. Daar gaan we niet over. Dat zou ik dus even eruit halen.

We vinden de motie overbodig, maar als de raad haar aanneemt, hebben we daar geen probleem mee. Het is ondersteuning van ons beleid, vinden we in dezen. Adeel Mahmood (NIDA). In reactie op het verzoek van de wethouder ben ik bereid om 'daar waar mogelijk het vervolgen van de daders' te schrappen uit de motie. Dank u. De voorzitter. Door de heer Mahmood wordt de volgende gewijzigde motie (H.12 NIDA) ingediend:

Motie H.12 NIDA Verhogen aangiftebereidheid racisme en discriminatie (gewijzigd) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 maart 2021 ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ (RIS307542). Constaterende, dat: • Hagenezen en Hagenaren terecht kunnen bij anti-discriminatievoorziening Den Haag Meldt om melding te maken van racisme en discriminatie; • het college de meldingsbereidheid wil vergroten door meer en betere voorlichting; • Den Haag Meldt de wijken in zal gaan om trainingen te geven zodat de meldingsbereidheid vergroot wordt. Overwegende, dat: • het naast de signalerende functie van meldingen ook belangrijk is om de aangiftebereidheid te vergroten; • veel burgers onvoldoende op de hoogte zijn van de effecten van een aangifte en/of de strafbaarheid van racisme en discriminatie; • dat er geen opsporing en/of vervolging plaats kan vinden zonder aangifte; • een afschrikkende werking (aangifte, vervolging en veroordeling) kan bijdragen aan minder racistische en discriminatoire uitingen en het gebrek hiervan juist het tegenovergestelde effect kan hebben.

Verzoekt het college: • bij de acties die worden ingezet door de gemeente en Den Haag Meldt om de meldingsbereidheid van racisme en discriminatie te vergroten ook nadrukkelijk aandacht te hebben voor het vergroten van de aangiftebereidheid; • in de campagnes ook de expliciete boodschap door te geven dat racisme en discriminatie strafbaar zijn; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. 68

De gewijzigde motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ik kom bij uw motie H.10 over de resultaten van Den Haag Inclusief. U vraagt ons te onderzoeken welke resultaten Den Haag Inclusief tot nu toe heeft gehaald. Er zijn al eerder schriftelijke vragen over dit onderwerp gesteld door de heer Çetinkaya. Die zijn in november 2019 al beantwoord. Ik ken het RIS-nummer niet. Daarin is aangegeven dat Den Haag Inclusief een van de voorbeelden is voor het gemeentelijke antidiscriminatiebeleid. Meerdere gemeenten hebben dat voorbeeld gevolgd. We zullen ook bij het continueren van het netwerk aansluiten bij de landelijke aanpak. Die zal daarin meegenomen worden. Het spijt me, meneer Mahmood, maar ook deze motie vinden wij overbodig, want het is al staand beleid. Met uw motie H.4 over de aanpak van het online-racisme heeft u een punt. Daar kunnen we wat mee. Het is een relatief nieuw fenomeen. Er is een landelijke club die ermee bezig is, MiND, maar ik denk dat het goed is om daar vanuit Den Haag nog extra aandacht aan te besteden, want er gebeuren de verschrikkelijkste dingen op die manier. We kunnen deze motie dus van harte omarmen. Volgens mij ben ik dan door de moties van de heer Mahmood heen. Adeel Mahmood (NIDA). Dank aan de wethouder voor het laatste punt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9987496/4