RIS308365 Bijlage 1 Onderzoek Den Haag Seniorvriendelijke Stad 2020
Tekst van het document
Bereik
Loosduinen
1.3
1.32
68
-4 tot 4
Escamp
1.3
1.42
74
-4 tot 4
Segbroek
1.3
1.24
61
-4 tot 4
Scheveningen
1.5
1.21
69
-4 tot 4
Centrum
1.2
1.41
39
-4 tot 4
Laak
1.3
0.96
24
-4 tot 4
Haagse Hout
1.4
1.52
48
-4 tot 4
Leidschenveen-Ypenburg
1.3
1.33
10
-4 tot 4
Totaal
1.4
1.32
393
-4 tot 4
2.1 - 3.0
>3.1
< -3.1
-2.1 – -3.0
-1.1 – -2.0
-1.0 - 0.0
0.1 – 1.0
63
1.1 - 2.0
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
Op het domein Sociale en gezondheidsvoorzieningen scoren alle stadsdelen neutraal tot tevreden, of een trede hoger: tevreden. De laagste scores worden behaald voor de stadsdelen Leidschenveen-Ypenburg en Centrum, de hoogste voor Loosduinen en Haagse Hout.
Tabel 18: Sociale en gezondheidsvoorzieningen (SGV) Stadsdeel
Gemiddelde
SD
N
Bereik
Loosduinen
3.0
2.84
68
-10 tot 10
Escamp
2.8
2.63
74
-10 tot 10
Segbroek
2.5
2.54
61
-10 tot 10
Scheveningen
2.7
2.55
69
-10 tot 10
Centrum
1.8
3.56
39
-10 tot 10
Laak
2.8
2.86
24
-10 tot 10
Haagse Hout
3.0
2.85
48
-10 tot 10
Leidschenveen-Ypenburg
1.1
2.42
10
-10 tot 10
Totaal
2.7
2.79
393
-10 tot 10
< -7.6
-5.1 – -7.5
-2.6 – -5.0
-2.5 - 0.0
0.1 – 2.5
2.6 – 5.0
5.1 – 7.5
>7.6
Op het domein Buitenruimte en gebouwen scoren drie stadsdelen tevreden. De vijf andere stadsdelen scoren neutraal tot tevreden. De hoogste score vinden we voor Loosduinen en Haagse Hout, de laagste voor Leidschenveen-Ypenburg.
Tabel 19: Buitenruimte en gebouwen (BRG) Stadsdeel
Gemiddelde
SD
N
Bereik
Loosduinen
1.2
1.35
68
-4 tot 4
Escamp
1.0
1.39
74
-4 tot 4
Segbroek
0.7
1.41
61
-4 tot 4
Scheveningen
0.7
1.43
69
-4 tot 4
Centrum
0.9
1.68
39
-4 tot 4
Laak
1.1
1.07
24
-4 tot 4
Haagse Hout
1.2
1.37
48
-4 tot 4
Leidschenveen-Ypenburg
0.6
1.34
10
-4 tot 4
Totaal
0.9
1.41
393
-4 tot 4
2.1 - 3.0
>3.1
< -3.1
-2.1 – -3.0
-1.1 – -2.0
-1.0 - 0.0
0.1 – 1.0
64
1.1 - 2.0
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
Op het domein Transport scoren alle stadsdelen tevreden, met een hoogste score voor Loosduinen.
Tabel 20: Transport (T) Stadsdeel
Gemiddelde
SD
N
Bereik
Loosduinen
1.8
1.56
68
-4 tot 4
Escamp
1.7
1.48
74
-4 tot 4
Segbroek
1.7
1.32
61
-4 tot 4
Scheveningen
1.7
1.47
69
-4 tot 4
Centrum
1.4
1.51
39
-4 tot 4
Laak
1.6
1.00
24
-4 tot 4
Haagse Hout
1.5
1.85
48
-4 tot 4
Leidschenveen-Ypenburg
1.7
1.82
10
-4 tot 4
Totaal
1.7
1.26
393
-4 tot 4
2.1 - 3.0
>3.1
< -3.1
-2.1 – -3.0
-1.1 – -2.0
-1.0 - 0.0
0.1 – 1.0
1.1 - 2.0
Op het domein Financiën scoren alle stadsdelen “voldoende”, met een bovengemiddeld voldoende voor Scheveningen en Haagse Hout. Hierbij zijn scores gebaseerd op uitspraken omtrent het voldoende zijn van het inkomen om zonder problemen rond te komen en om in de basisbehoeften te kunnen voorzien.
Tabel 21: Financiën (F) Stadsdeel
Gemiddelde
SD
N
Bereik
Loosduinen
1.9
1.22
68
-4 tot 4
Escamp
1.7
1.31
74
-4 tot 4
Segbroek
2.0
1.10
61
-4 tot 4
Scheveningen
2.2
1.06
69
-4 tot 4
Centrum
1.4
1.71
39
-4 tot 4
Laak
1.4
1.28
24
-4 tot 4
Haagse Hout
2.2
1.14
48
-4 tot 4
Leidschenveen-Ypenburg
2.0
0.94
10
-4 tot 4
Totaal
1.9
1.26
393
-4 tot 4
2.1 - 3.0
>3.1
< -3.1
-2.1 – -3.0
-1.1 – -2.0
-1.0 - 0.0
0.1 – 1.0
65
1.1 - 2.0
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van alle totaalscores en domeinscores per stadsdeel. Zoals opgemerkt aan het begin van deze paragraaf, scoren sommige stadsdelen wat hoger dan andere. Zo scoort Leidschenveen-Ypenburg wat vaker lager, en zijn de scores voor Haagse Hout wat hoger. Er is per stadsdeel ruimte voor verdere verbetering, veelal op bepaalde deeldomeinen die per stadsdeel verschillen.
Tabel 22: Scores per stadsdeel: totaalscore en deelscores per domein Stadsdeel
Gem.
H
SP
RSI
BPW
CI
SGV
BRG
T
F
Loosduinen
17.3
+++
++
++
++
++
++
++
++
++
Escamp
16.6
+++
++
++
++
++
++
+
++
++
Segbroek
16.8
+++
++
++
++
++
+
+
++
++
Scheveningen
17.5
+++
++
++
++
++
++
+
++
+++
Centrum
15.1
+++
++
++
++
++
+
+
++
++
Laak
16.5
+++
++
++
++
++
++
++
++
++
Haagse Hout
18.4
+++
++
+++
++
++
++
++
++
+++
LeidschenveenYpenburg
14.7
+++
+
+++
++
++
+
+
++
++
Den Haag
16.9
+++
++
++
++
++
++
+
++
++
< -35.1
-23.1 – -35.0
-11.5 – -23.0
-11.4 - 0.0
0.0 - 11.4
11.5 - 23.0
23.1 - 35.0
> 35.1
5.3 Bevindingen op basis van de afzonderlijke vragen van de enquête
Het proces van het maken van de gevalideerde AFCCQ-vragenlijst bestond uit een fase waarin een uitgebreide lijst met vragen is afgenomen onder de 393 respondenten. Deze lijst bestond uit 74 vragen. Hiervan zijn 23 vragen valide bevonden en daardoor opgenomen in de uiteindelijke AFCCQ. Dat wil niet zeggen dat de overige vragen niet van betekenis zijn, daarom zijn de resultaten van de overige vragen, voor zover relevant, hieronder weergegeven op gemeenteniveau. Dit biedt de mogelijkheid om de bevindingen die hierboven zijn weergegeven op gemeente- en stadsdeelniveau verder te nuanceren en mogelijke aangrijpingspunten voor actie of beleid op het spoor te komen. Deze vragen zijn door de respondenten beantwoord op een 5-punts Likertschaal (geheel mee oneens, oneens, niet mee oneens noch mee eens, eens, geheel mee eens), waarvan de gemiddelde scores wederom in een kleurcode kunnen worden uitgedrukt. Deze kleurcode is hieronder weergegeven. Het bereik van de scores loopt van -2 tot +2.
-2.0 – -1.1
-1.0 - 0.0
0.1 – 1.0
1.1 – 2.0
In de tabellen hieronder zijn opvallende scores dikgedrukt weergegeven. Daarbij gaat het om gemiddelde scores van 0.5 of lager of om een standaarddeviatie boven de 1.0 wat mogelijk duidt op grote verschillen tussen wijken. In Annex 2 wordt in Tabel 2.1. een overzicht gegeven van de scores op alle 74 vragen. Tabel 2.2 geeft de scores per stadsdeel weer voor die vragen waar op stadsniveau een relatief lage score voor is gevonden.
66
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.3.1 Huisvesting
In de eerste plaats bevestigt een analyse van de afzonderlijke vragen het positieve beeld met betrekking tot de situatie op het gebied van huisvesting. Zo wordt positief gescoord op de toegankelijkheid van de woning, de veiligheid en het onderhoud van de woning, de betaalbaarheid van de woonlasten, de aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen als winkels, restaurants, huisarts en openbaar vervoer in de directe woonomgeving. Ook voelen respondenten zich over het algemeen veilig in de eigen buurt.
Tabel 23: Huisvesting, deelvragen Huisvesting
Gemiddelde
SD
Mijn woning is veilig, schoon en goed te onderhouden.
1.2
0.71
Mijn woonlasten (huur/hypotheek) kan ik goed betalen.
1.1
0.72
Dichtbij mijn huis zijn voorzieningen zoals winkels, restaurants, openbaar vervoer en huisarts.
1.2
0.73
Ik kan voorzieningen in mijn buurt, zoals winkels, restaurants, openbaar vervoer en huisarts 1.2 zonder problemen bereiken.
0.74
Ik voel mij veilig in mijn buurt.
1.03
1.0
5.3.2 Sociale participatie
Ook de verschillende aspecten van sociale participatie scoren over het algemeen positief. Zo scoren het aanbod op het terrein van vrijetijdsbesteding, de mogelijkheid om mensen te ontmoeten en mee te doen aan activiteiten, het aantal keren dat men vrienden of familie spreekt, de verhoudingen in de buurt en de bereikbaarheid en betaalbaarheid van activiteiten en de informatie over activiteiten en evenementen allen positief. De enige vraag die in alle stadsdelen beduidend lager scoort heeft betrekking op de (onvoldoende) aandacht voor mensen die dreigen te vereenzamen.
Tabel 24: Sociale participatie, deelvragen Sociale participatie
Gemiddelde
SD
Ik vind dat in mijn stad voldoende wordt omgekeken naar mensen die dreigen te vereenzamen.
0.1
0.86
5.3.3 Respect en sociale inclusie
Respondenten geven aan weinig te maken te krijgen met vervelende opmerkingen of discriminatie vanwege hun leeftijd. Wel is voor een aanzienlijk deel van de respondenten niet bekend waar men terecht kan voor hulp of met een klacht in het geval men te maken krijgt met leeftijdsdiscriminatie.
Tabel 25: Respect en sociale inclusie, deelvragen Sociale participatie
Gemiddelde
SD
In het geval van leeftijdsdiscriminatie weet ik waar ik terecht kan voor hulp of een klacht.
0.2
1.00
67
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.3.4 Burgerschap en werkgelegenheid
Ook het domein van Burgerschap en werkgelegenheid scoort in de AFCCQ positief. Respondenten geven aan voldoende mogelijkheden te hebben om ook met jongere generaties om te gaan en voelen zich een gewaardeerd lid van de samenleving. De scores op een aantal afzonderlijke vragen zijn aanzienlijk lager. Voor zes vragen geldt dat zij in alle stadsdelen in een lage score hebben. Daarbij gaat het met name om vragen die betrekking hebben op het geïnformeerd en betrokken worden bij wat er in de buurt gebeurt, het gehoord worden bij inspraak en besluitvorming en de mate waarin gemeentelijke plannen die betrekking hebben op ouderen ook daadwerkelijk met ouderen tot stand zijn gekomen. De mogelijkheden tot het verrichten van betaalde arbeid dat aansluit bij de eigen vaardigheden en interesses worden als onvoldoende beoordeeld. De mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen dat aansluit bij de eigen vaardigheden en interesses worden daarentegen wel positief beoordeeld. Wat niet wegneemt dat slechts een beperkt aantal respondenten aangeeft regelmatig actief te zijn als vrijwilliger.
Tabel 26: Burgerschap en werkgelegenheid, deelvragen Burgerschap en werkgelegenheid
Gemiddelde
SD
Ik word voldoende gehoord bij inspraak en besluitvorming.
0.2
0.88
Ik ben voldoende betrokken bij zaken die spelen in mijn buurt.
0.3
0.86
Ik heb het idee dat gemeentelijke plannen OVER ouderen, ook MET ouderen tot stand zijn gekomen.
0.1
0.89
Ik heb eenvoudig toegang tot informatie over mijn buurt en ik kan mijn mening geven bij besluitvorming.
0.3
0.89
Indien ik dat zou willen, zijn er voldoende mogelijkheden om betaald werk te doen dat aansluit bij mijn vaardigheden en interesses.
- 0.2
0.94
Ik ben regelmatig actief als vrijwilliger
0.0
1.21
5.3.5 Communicatie en informatie
Respondenten tonen zich tevreden met de informatie die zij ontvangen met betrekking tot activiteiten voor ouderen in hun buurt of die van belang is voor hun gezondheid. Ook de leesbaarheid en het taalgebruik van de informatie die zij van gemeente of andere maatschappelijke organisaties ontvangen stemt tevreden. Wat lager scoort is de tevredenheid met de wijze waarop er naar hen geluisterd wordt in het geval van een klacht en hoe zij te woord worden gestaan wanneer zij contact opnemen met de gemeente of een andere maatschappelijke instantie.
Tabel 27: Communicatie en informatie, deelvragen Communicatie en informatie
Gemiddelde
SD
Als ik bel naar de gemeente of andere maatschappelijke instantie word ik goed te woord gestaan.
0.5
0.77
Als ik een klacht heb, wordt er voldoende naar mij geluisterd.
0.3
0.79
68
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.3.6 Technologie
Twee aanvullende vragen met betrekking tot het gebruik van technologie laten zien dat nog de nodige huiver bestaat en niet iedereen even goed uit de voeten kan met digitale dienstverlening.
Tabel 28: Technologie, deelvragen Technologie
Gemiddelde
SD
Ik zou het toejuichen als de dokter mij op afstand zou kunnen controleren en spreken in een 0.0 digitaal consult.
1.04
Ik kan voldoende overweg met de digitale dienstverlening door de gemeente, bank en het openbaar vervoer.
1.02
0.5
5.3.7 Sociale en gezondheidsvoorzieningen
Over het algemeen tonen respondenten zich tevreden met het aanbod en de kwaliteit van zorg- en welzijnsvoorzieningen in hun stad, de bereikbaarheid van deze voorzieningen alsmede de informatie die zij daarover hebben. Daar tegenover staan relatief lage scores wanneer het gaat om de huishoudelijke zorg die men ontvangt, de ondersteuning die men ontvangt in het geval men mantelzorg verleent en de zorg en hulp die men ontvangt in het geval van ziekte of beperking. Ook de communicatie over crisissituaties de stad is een punt van aandacht.
Tabel 29: Sociale en gezondheidsvoorzieningen, deelvragen Sociale en gezondheidsvoorzieningen
Gemiddelde
SD
Als ik mantelzorg verleen, ontvang ik voldoende steun.
0.1
0.69
De huishoudelijke hulp die ik ontvang is voldoende.
0.2
0.91
Als ik ziek ben, krijg ik de zorg en hulp die ik nodig heb
0.5
0.76
Communicatie over crisissituaties in mijn stad houdt onvoldoende rekening met ouderen.
0.2
0.77
“
Als je alleenstaand bent en je wordt ziek, heb je niemand. “Alle 75-plussers zouden een alarmbel moeten krijgen, via de huisarts.”
”
69
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.3.8 Buitenruimte en gebouwen
De buitenruimte en gebouwen is een domein dat, hoewel nog steeds positief, lager scoort dan de overige domeinen. Kijken we naar de afzonderlijke vragen dan zien we dat deze lagere score met name te maken heeft met de volgende factoren: onvoldoende toiletten die schoon en goed toegankelijk zijn, de toegankelijkheid van de buurt en de winkels in de buurt voor wie gebruik maakt van een rollator of rolstoel, en in iets mindere mate met de kwaliteit van de openbare ruimte, de aanwezigheid van zitplaatsen en bankjes en de veiligheid van voetgangersoversteekplaatsen. De toegankelijkheid van openbare gebouwen, de veiligheid van straat en buurt, de nabijheid van winkels en het gemak waarmee men zich te voet in de buurt kan verplaatsen, worden daarentegen duidelijk positief gewaardeerd.
Tabel 30: Buitenruimte en gebouwen, deelvragen Buitenruimte en gebouwen
Gemiddelde
SD
In mijn buurt zijn voldoende openbare toiletten die schoon en goed toegankelijk zijn.
- 0.9
0.84
De openbare ruimte in mijn buurt (park, straat, plein) is schoon en aangenaam om te verblijven.
0.5
0.90
Voetgangersoversteekplaatsen in mijn buurt zijn veilig.
0.5
0.89
Mijn buurt is voldoende toegankelijk voor rollator of rolstoel
0.5
0.83
De winkels in mijn buurt zijn voldoende toegankelijk met rollator of rolstoel
0.5
0.74
5.3.9 Transport
Het openbaar vervoer in de stad wordt over het algemeen positief gewaardeerd: het sluit aan bij wat men nodig heeft en is betaalbaar, bus- en tramhaltes zijn goed te bereiken en ook het instappen in tram of bus gaat gemakkelijk. Ook kan het merendeel van de respondenten zich zonder problemen verplaatsen in de buurt. Twee aspecten worden minder positief beoordeeld: de mogelijkheid om dicht bij huis te kunnen parkeren en het aantal invalidenparkeerplaatsen in de stad.
Tabel 31: Transport, deelvragen Transport
Gemiddelde
SD
Ik kan mijn auto altijd dichtbij huis kwijt.
0.5
0.98
Er zijn voldoende invalidenparkeerplaatsen in mijn stad
0.1
0.67
70
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.3.10 Financiën
Met betrekking tot de financiële situatie geeft de meerderheid van de respondenten aan goed rond te kunnen komen van hun inkomen en zonder problemen in hun basisbehoeften te kunnen voorzien. Voor zo’n 14 procent van de ondervraagden is dit echter niet het geval. Waar men terecht kan in het geval men niet rond kan komen is voor een groot deel van de ondervraagden niet helder.
Tabel 32: Financiën, deelvragen Financiën
Gemiddelde
SD
Ik kan ergens terecht indien ik niet rond kan komen (boodschappen, spullen, apparatuur).
0.2
0.75
In de volgende paragrafen wordt verder ingezoomd op enkele subgroepen binnen de totale groep Haagse ouderen van wie de scores afwijken van die van de totale groep van respondenten. Deze afwijkende scores kunnen aanleiding geven voor interventies op maat of specifiek gericht op een bepaalde doelgroep.
5.4 Resultaten op het niveau van verschillende subgroepen (AFCCQ)
De ouderen in de gemeente Den Haag zijn geen homogene groep als het gaat om demografische gegevens. Daarom is op stadsniveau nader ingegaan op de scores van diverse subgroepen in de gemeente. Deze analyses zijn niet op stadsdeelniveau gemaakt vanwege de grootte van de onderzoekspopulatie (n=393), waardoor op stadsdeelniveau de groepen te klein zouden zijn voor een valide analyse. Bij de analyse van de subgroepen is gekeken naar: ● opleidingsniveau; ● leeftijdscategorie; ● land van geboorte (onderverdeeld in drie groepen: Nederland – Suriname en de voormalige NederlandseAntillen - overige landen); ● type woning: koopwoning, sociale huurwoning of particuliere huurwoning; ● samenstelling huishouden: alleenstaand of samenwonend; ● het ontvangen van zorg aan huis; ● het hebben van een chronische ziekte of aandoening; ● het gebruik van een rollator of rolstoel. Tevens is gekeken naar de scores op de acht deeldomeinen van de WHO, van die respondenten die bij het negende domein van financiën negatief scoorden. Op basis van de internationale literatuur wordt aangenomen dat deze factor de perceptie van seniorvriendelijkheid van de gemeente en de eigen wijk kan beïnvloeden. Met betrekking tot de bovengenoemde groepen zijn er enkele opvallende, statistisch significante verschillen gevonden.
Opleidingsniveau, leeftijd, geboorteland, type woning, samenstelling huishouden blijken niet van invloed op hoe deze groep respondenten de seniorvriendelijkheid van Den Haag ervaren. Het ontvangen van zorg, het hebben van een chronische ziekte of aandoening, het gebruik maken van rolstoel of rollator en de financiële situatie blijken echter wel van invloed op hoe ouderen de seniorvriendelijkheid van de stad Den Haag ervaren. Vandaar dat deze hieronder wat verder zijn uitgewerkt.
71
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.4.1 Zorg aan huis
Voor de groep van ouderen die zorg aan huis ontvangen ontstaat een gevarieerd beeld, waarbij op enkele domeinen opvallende verschillen optreden wanneer we hun scores vergelijken met die van de groep van respondenten die geen zorg aan huis ontvangen. In het oog springen met name de positieve scores van deze groep op het domein van Sociale en gezondheidsvoorzieningen en Buitenruimte en gebouwen, en de beduidend lagere score op het domein Transport.
Tabel 33: Zorg aan huis Domein AFCCQ
Krijgt u zorg aan huis: Ja (N=105)
Krijgt u zorg aan huis: Nee (N = 288)
1. Huisvesting
2.2
2.5
2. Sociale participatie
2.4
2.8
3. Respect en sociale inclusie
1.7
1.7
4. Burgerschap en werkgelegenheid
1.2
1.5
5. Communicatie en informatie
1.4
1.4
6. Sociale en gezondheidsvoorzieningen
3.3
2.5
7. Buitenruimte en gebouwen
1.1
0.9
8. Transport
1.0
2.0
9. Financiën
2.0
1.9
AFCCQ Totaal
16.3
17.2
Wat dus opvalt is dat ouderen die zorg ontvangen beduidend positiever zijn over de sociale en gezondheidsvoorzieningen dan de ouderen die geen zorg ontvangen. Tegelijkertijd lijkt transport een onderwerp dat vanuit het perspectief van deze groep verdere aandacht vraagt.
5.4.2 Chronische ziekte of aandoening
Voor ouderen met een chronische ziekte of aandoeningen geldt een vergelijkbaar beeld. Hier zien we, wanneer we de gemiddelde scores vergelijken met die van de groep van respondenten die geen chronische ziekte of aandoening hebben, een lagere score voor met name Sociale participatie en Transport en een iets hogere waarde voor de Buitenruimte en gebouwen. Ook de eigen financiële situatie wordt minder positief beoordeeld.
Tabel 34: Chronische ziekte of aandoening Domein AFCCQ
Chronische ziekte of aandoening: Ja (N=192)
Chronische ziekte of aandoening: Nee (N = 201)
1. Huisvesting
2.3
2.5
2. Sociale participatie
2.4
3.0
3. Respect en sociale inclusie
1.6
1.8
4. Burgerschap en werkgelegenheid
1.3
1.6
5. Communicatie en informatie
1.3
1.5
6. Sociale en gezondheidsvoorzieningen
2.7
2.7
7. Buitenruimte en gebouwen
1.1
0.9
8. Transport
1.5
1.9
9. Financiën
1.8
2.1
AFCCQ Totaal
15.8
18.1
72
5 STADSENQUÊTE S ENIORV RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020
5.4.3 Gebruik van rollator of rolstoel
Eenzelfde vergelijking voor de gebruikers van een rollator of rolstoel laat op vrijwel alle domeinen een lagere score zien, waarbij met name de beduidend lagere scores voor Sociale participatie en Transport in het oog springen. Op deze terreinen lijkt de stad dus minder seniorvriendelijk voor wie gebruik maakt van een rollator of rolstoel. Ook hier wordt de eigen financiële situatie als minder positief beoordeeld. Daarnaast valt, ook hier, de positieve waardering op voor de Sociale en gezondheidsvoorzieningen en in iets mindere mate voor de Buitenruimte en gebouwen.
Tabel 35: Gebruik van rolstoel of rollator Domein AFCCQ
Maakt u gebruik van een rollator of rolstoel: Ja (N = 61)
Maakt u gebruik van een rollator of rolstoel: Nee (N = 332)
1. Huisvesting
2.2
2.4
2. Sociale participatie
1.9
2.8
3. Respect en sociale inclusie
1.4
1.8
4. Burgerschap en werkgelegenheid
1.2
1.5
5. Communicatie en informatie
1.2
1.4
6. Sociale en gezondheids voorzieningen
3.2
2.6
7. Buitenruimte en gebouwen
1.3
0.9
8. Transport
0.3
1.9
9. Financiën
1.6
2.0
AFCCQ Totaal
14.3
17.5
5.4.4 Financiële situatie
De grootste verschillen treden echter op wanneer we een onderscheid maken tussen de groep die negatief scoort op de vragen over hun financiële situatie en de groep die hier positief op scoort. De vergelijking laat zien dat de eerste groep, met uitzondering van huisvesting, op alle domeinen beduidend lager scoort dan de tweede groep. De financiële situatie is dus in sterke mate van invloed op de wijze waarop deze groep de seniorvriendelijkheid van hun stad en wijk ervaart.
Tabel 36: Financiële situatie Domein AFCCQ
Financiële situatie < 0.0 (N = 56)
Financiële situatie > 1.0 (N = 337)
1. Huisvesting
2.2
2.4
2. Sociale participatie
1.2
2.9
3. Respect en sociale inclusie
0.9
1.8
4. Burgerschap en werkgelegenheid
0.8
1.5
5. Communicatie en informatie
0.9
1.5
6. Sociale en gezondheidsvoorzieningen
0.9
3.0
7. Buitenruimte en gebouwen
0.6
1.0
8. Transport
1.2
1.8
9. Financiën
-0.4
2.3
AFCCQ Totaal
8.2
18.4
73
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
74
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
Voor de Monitor Seniorvriendelijk Den Haag zijn de uitspraken van ouderen naar de vijf onderscheiden levensdomeinen (Petzhold, Huis van Identiteit, zie paragraaf 3.2) geplaatst in de negen domeinen van AgeFriendly Cities and Communities die ook in de gevalideerde vragenlijst (AFCCQ) worden gebruikt. De Samenkracht levensdomeinen zijn geformuleerd vanuit het perspectief van de bewoner, de oudere. De domeinen van Seniorvriendelijke stad zijn meer gedefinieerd vanuit voorzieningen, die al dan niet goed beoordeeld kunnen worden. In de Stadsateliers Seniorvriendelijk Den Haag praten ouderen vanuit hun eigen perspectief en hebben het meer over zichzelf en hun eigen rol, dan over de voorzieningen. Sleutelwoorden ‘wat is belangrijk bij ouder worden’: ● Blijven leren, bij blijven ● Zelf initiatief nemen ● Ieder in zijn waarde laten, niet over ons beslissen ● Respect, vertrouwen ● Gelijkgestemdheid of een gezamenlijk doel ● Sociale cohesie ● Saamhorigheid ● Aandacht ● Veiligheid ● Onderling respect ● Je thuis voelen ● Iets kunnen doen, vrijwilligerswerk Hoewel er verbeteringen mogelijk zijn in bepaalde levensgebieden, wijzen de ouderen die deelnamen aan de stadsateliers daarvoor lang niet altijd naar de overheid of instanties. Veel verbeteringen zoeken zij in hun eigen leefsfeer, samen met anderen. Ouderen passen zich aan en leven met de gegeven situatie.
Zij voelen zich wel steeds meer in een bepaalde hoek gezet, tegenover andere generaties. Ouderen worden naar hun gevoel onterecht over één kam geschoren, zoals: zijn kwetsbaar, houden grote huizen bezet, eten de pensioenpot leeg, hebben zorg nodig. Dit is in grote tegenstelling met hoe ouderen zichzelf (willen) zien. Zij willen niet dat er over en voor hen gepraat wordt. Genoemde mogelijke verbeteringen in de onderscheiden domeinen:
Huisvesting
● Help ouderen met verhuizen door een wooncoach in te schakelen die helpt van inventarisatie woonwensen, zoektocht naar een huis en financiering tot en met het op- en uitruimen van het oude huis. ● Meer levensloopbestendige woningen, appartementen met lift en balkon. ● Organiseer het stadsgesprek over al dan niet gemengd wonen jong-oud; ouderen zien voor- en nadelen. ● Meer hofjes voor starters en ouderen. ● Betaalbare appartementen bouwen in de wijk. ● Stimuleren van onderlinge zorg van ouderen en jongeren in buurten. ● In de groepswonen projecten zouden ook jongeren moeten kunnen wonen. ● Nieuwe woonvormen stimuleren, waarbij ontmoeting en onderling contact basisuitgangspunt is.
Sociale participatie ● ● ● ●
Ondersteun mensen in het elkaar stimuleren om mee te blijven doen. Ondersteun initiatieven van buurtapps waarmee men elkaar op de hoogte kan houden. Bezuinig niet op de subsidies van amateur-cultuurclubs. Wat je wilt doen, staat of valt met je fysieke conditie. Stimuleer ouderen om samen aan hun conditie te werken.
75
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
Respect en sociale inclusie
● De generatiekloof lijkt toe te nemen. Faciliteer bewoners om met elkaar in gesprek te gaan over hun overeenkomsten en verschillen. Juist ook jong en oud. ● Koppel via de school een oudere aan een kind plus ouder. Aan de hand van thema’s (bijvoorbeeld buiten spelen) is er dan een uitwisseling van verhalen en waarden en normen ‘hoe hoort het toen en nu, hoe doen we het, hoe zijn we het gewend’. ● Generaties leven nu veelal gescheiden, hebben zo hun eigen dingen. De kijk op ouderen vanuit jongeren is negatief. Ouderen zijn vaak optimistischer over het leven dan jongeren. Faciliteer dat generaties met elkaar in gesprek blijven, elkaar zien en in hun waarde laten.
Burgerschap en werkgelegenheid
● Laat ouderen zelf ook zien dat zij goed en waardevol bezig zijn, zorg dat zij dit niet bagatelliseren. ● Kijk wat er onder de huidige corona maatregelen mogelijk is om nog wel te doen. ● De welzijnsmatch voor vrijwilligerswerk laten appelleren aan je talenten, verwachtingen en intelligentie, in plaats van uit te gaan van wat er moet gebeuren (de taak).
Communicatie en informatie
● Ontwikkel (ook) een papieren stadsgids, een ouderenwijzer met eenvoudige taal. ● Zorg dat er voldoende ouderenconsulenten zijn bij huisartsen. ● Faciliteer digitalisering bij ouderen en dat ouderen samen het omgaan met internet etc. leren (leren, bijblijven, ondersteuning in eigen kring).
Sociale en gezondheidsvoorzieningen
● Ondersteun lokale initiatieven en plekken waar mensen samen kunnen komen, ook nu in coronatijd. Juist ook op onopvallende plekken, bijv. in winkels. ● Een periodieke check-up bij de huisarts zou een deel op prijs stellen, ook om hen voor te bereiden op mogelijk komende kwalen.
Buitenruimten en gebouwen
● Zorg dat de wijkagenten ook meer met ouderen in gesprek gaan.
Transport
● Zorg dat de regiotaxi’s en AV070 ook uitgerust zijn om mensen met rollators mee te nemen, dat is soms niet mogelijk vanwege de brandstoftanks in de kofferbak. ● Zorg dat mensen hun hond mee kunnen nemen. En hond is belangrijk, brengt veel positieve contacten.
Financiën
● Richt financiën spreekuren in voor ouderen.
76
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
6.1
Wat vinden ouderen belangrijk?
6.1.1 Het verhaal uit Escamp/Loosduinen (Schroeder Kerketuinen)
In Escamp/Loosduinen vinden de ouderen in de stadsateliers met name sociale contacten belangrijk. Om (eigen) eenzaamheid tegen te gaan, maar vooral ook om iets bij te kunnen dragen. Zo doet iemand onderzoek naar connecties tussen mensen, vanuit de eigen Indonesische roots. Ook kleine dingen en activiteiten kunnen een gevoel van een waardig leven geven. Het is op een bepaald moment wel lastig om waardig te blijven leven, nu men pas laat naar een verpleeghuis gaat en mantelzorg bijna niet meer mogelijk is, bijvoorbeeld door een partner die dat meer aankan. Waardig leven in de wijk betekent vooral ook elkaar in zijn waarde laten, ook al gedraagt men zich wat afwijkend of ziet men er wat anders uit dan anderen. Ook ‘Paradijsvogels’ zijn interessant. Waarden: “Compassie, Voorzieningen, Sociale contacten, Prettig Wonen, Fijn thuis zijn” “We willen ergens voor gaan, bijvoorbeeld in de wijkvereniging of de cliëntenraad van een zorgcentrum. Of door argumenten te blijven aandragen, waarom ontmoeting zo belangrijk is.” “Het gevoel iets bij te kunnen dragen. Als je thuis zit vereenzaam je. Iets kunnen doen, contact met anderen hebben, dat is belangrijk voor mij.” “Waardig leven is fundamenteel. Ieder vanuit zijn of haar eigen roots en hoe je in het leven staat. Ik ontdek het met mijn demente moeder.
Ik doe onderzoek naar connecties tussen mensen, vanuit mijn Indonesische roots.” “Ik heb mijn creativiteit ontdekt hier. We maken samen mooie dingen met spulletjes uit de kringloopwinkel. Het is heel leuk en verassend, bijvoorbeeld een tas van langspeelplaten, enveloppen van bladen uit boeken. Het geeft voldoening en zelfvertrouwen.” “Waardigheid en menselijk contact. Mensen, dus ook (demente) ouderen in hun waarde laten, ook al leven ze in een andere wereld en vanuit wat ze vroeger gewend waren (mijn Indische moeder gaf een appel als beloning aan de thuishulp als was het een bediende).” “Ouderen gaan nu pas laat naar het verpleeghuis en mantelzorg is er vaak nauwelijks. Hoe moet je je waardigheid behouden?“
6.1.2 Het verhaal uit Escamp (Bibliotheek)
Bewoners van Escamp stadsatelier vinden het bij ouder worden vooral belangrijk om actief te blijven. Dat doen zij bijvoorbeeld door in de volkstuin te werken, in een koor te zingen, in de kerk actief te zijn of ander vrijwilligerswerk te doen bij diverse goede doelen en stichtingen. Dit geeft bewoners een gevoel van waardevol zijn en meedoen. Wat is belangrijk bij ouder worden? Welk symbool hoort daar voor jou bij? “Ik kies een Zonnewijzer. Ik heb een volkstuin en op het tuincomplex staat een zonnewijzer. Ik ben dagelijks in de tuin en geniet ervan. Ik verbouw er zelf ook eten, dat geeft veel voldoening. Ik zit ook in het ‘Grijze Koppen Orkest. Zingen is gezond en het is ook gezellig. Verder ben ik actief in de kerk.” “Ik kies een Spiraal. Een spiraal kan een neergaande beweging maken, maar ook een opgaande. Ik kies voor dat laatste. Ik doe mee, bijvoorbeeld met mijn inzet voor ‘Delen achter de duinen’, armoedebestrijding. Ook ben ik actief in de stichting Escamp voor vrouwen, die zich inzet voor het versterken van de sociale en economische positie van vrouwen. Als een spiraal draag ik bij aan belangenbehartiging, ‘van binnen naar buiten’.” “Ik kies voor de Vis, omdat ik van Scheveningen kom. Ik ben verpleegkundige en ben actief bezig met kinderen, kleinkinderen, mensen bezoeken, busje rijden. Zolang je bezig bent is het goed. Daar knap je van op.”
77
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
“Een goed, veilig huis is belangrijk. Ik ben graag actief, vrijwilligerswerk bij Humanitas en Buddynetwerk.” “Ik heb de zee gemist, toen we niet weg konden vanwege corona. Ik heb altijd graag gewerkt, onder meer in de ouderenzorg. En nu in vrijwilligerswerk en kerkenwerk. Ik ben ambassadeur bij iZi Ervaarwoning. Daar geven we informatie en rondleidingen aan ouderen en andere geïnteresseerden over technologie bij zelfstandig wonen. Het is leuk, leerzaam, zinvol.”
6.1.3 Het verhaal uit Haagse Hout (Bibliotheek)
Ook ouderen uit Haagse Hout vinden dat je zelf iets moet ondernemen om mee te blijven doen. Ze zijn betrokken, tonen belangstelling en hebben behoefte aan contact. Ze vinden dat er niet voor anderen gedacht moet worden, maar dat het vanuit de mensen zelf moet komen, anders is het geen oplossing voor de lange termijn. Ze zijn heel openhartig over ernstige ziekte en tegenslag en de wijze waarop de daarmee omgaan. Een positieve instelling helpt. “Betrokkenheid, ergens bij horen.” “Je laten zien, belangstelling tonen.” “Mogelijkheden bieden, zelf laten ontdekken.” “Persoonlijke ontwikkeling.” “Emotie, behoefte aan contact.” “Als je zelf niks doet, gebeurt er niks.” Zingen in het Mariakoor, lopen met de Roadrunners, taalles geven, mooie voorbeelden van dingen die je samendoet. In de tuin bezig zijn kan ook alleen heel goed. “Het moet vanuit de mensen komen, niet voor een ander denken.” “Ik heb zelfstudie gedaan naar mijn ziekte en ben er zelf bovenop gekomen. Ik kon bijna niet meer lopen, nu loop in hard in een groep. Mensen zullen mijn verhaal niet geloven.”
6.1.4 Het verhaal uit Laakkwartier (Bibliotheek)
In Laakkwartier voelen ouderen zich van betekenis. Ze bieden bijvoorbeeld mantelzorg en hoewel dat soms moeilijk is, haalt men er ook veel voldoening uit. Wel zijn bewoners hier kritischer, lang niet iedereen is positief ingesteld. Zo vinden sommige bewoners het lastig als er dingen veranderen, of om zich ertoe te zetten om iets nieuws te leren met de computer. Het is belangrijk om niet alleen commentaar te hebben, maar dit om te buigen naar hoe dit hen kan helpen. “Zorg verlenen. Ik zorg voor mijn vader van 103. Je moet dat zelf wel willen. Onze relatie is goed en ik krijg er ook wat voor terug. Ik wil het daarom graag doen, het is tweerichtingsverkeer. We zijn met z’n vieren, ieder doet wat. Dat is belangrijk.” “We proberen in Laak een logeerhuis te krijgen, om mantelzorgers soms even te ontlasten (respijtzorg). Het is een burgerinitiatief, we zijn in gesprek met de gemeente, STEK, de Haagse Hogeschool en de Rotary. Het is heel moeilijk, we moeten vol blijven houden.” “Eerst kwam ik veel in De Stiel, maar nu hoeft dat voor mij niet meer. Ik heb er geen zin meer in. Mensen maken zich druk, hebben veel stress, bijvoorbeeld over werken met de computer. Het kost ontzettend veel motiveren en praten, voordat mensen rustig worden en willen gaan leren.”
78
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
“Er speelt altijd veel in verenigingen en clubs, veel commentaar onderling, mensen kunnen weinig van elkaar hebben. Mensen in hun waarde laten is belangrijk.” “Als je ouder bent heb je niet vanzelf structuur in de dag. Je hebt relatief weinig afleiding. Het is belangrijk om vanuit jezelf te denken, wat kan ik doen. Wie kan op mij een beroep doen?”
6.1.5 Het verhaal uit Leidschenveen (Bibliotheek)
Bewoners uit Leidschenveen laten zich niet ‘oud praten”. Ze proberen veranderingen als mogelijkheden te blijven zien en doelen te blijven stellen. Ze vinden toegankelijkheid van de wijk belangrijk, evenals hun woongenot. “Veranderingen zien als mogelijkheden, leren is waardevol.” “Je niet oud laten praten, actief blijven, nieuwe wegen zoeken.” “Ergens voor gaan, jezelf een doel stellen, bijvoorbeeld je liefde voor boeken, samen zijn en samen praten.” Waarden: Bereikbaarheid, Netheid, Toegankelijkheid, Wijk voor alle leeftijden, Cultuur, Woongenot.
6.1.6 Het verhaal uit Loosduinen (Bibliotheek)
Bewoners uit Loosduinen realiseren zich dat ze op moeten passen om niet ‘weg te zakken’. Ze vinden ook dat ze zelf de verantwoordelijkheid hebben om dat te voorkomen. Tegelijkertijd kan dat soms lastig zijn met achteruitgaande functies. Toch zijn ze actief, bijvoorbeeld in het zwembad en bij de toneelvereniging. Maar eenzaamheid ligt op de loer. Wonen in Loosduinen is prima. “Bij blijven. Ik heb een interessant leven gehad, als je niet uitkijkt zak je weg.” “We doen van alles: zwemles geven, water fitness in clubverband, toneelvereniging, daar is wel héél veel op bezuinigd, gastheer in de Grote Kerk, ik heb zelf een spoortrein als hobby.” “Waardig leven en achteruitgang functies, dat gaat vaak moeilijk samen. Achteruitgang in functies is onvermijdelijk, bijvoorbeeld je gehoor. Maar ook het updaten van je computer, wie helpt me daarbij?” “Ik heb veel gereisd, nu loop ik veel met mijn hondje in de buurt. Dat is ook goed.” “Interesse, belangstelling hebben is belangrijk. Ik praat graag, ben wel bang voor eenzaamheid, die ligt op de loer.”
6.1.7 Het verhaal uit Scheveningen (Bibliotheek)
De Scheveningers zijn trots op hun omgeving en misschien daardoor ook wel heel actief daarbinnen. Ze vinden het belangrijk om waardig te blijven leven en doelen te stellen. Scheveningers vinden dat je assertief moet zijn en zelf de verantwoordelijkheid moet nemen om mee te blijven doen. Zorgen zijn er om financiën (pensioenen) en de woonomgeving (drukte). “Het is belangrijk om ergens voor te gáán! Zo was ik heel actief betrokken bij het badhuisproject, samen met Groene Kruis thuiszorg en met KSA (Kerkelijk Sociale Arbeid). Het was heel zinvol én gezellig.” “Ik vind ‘waardig leven’ belangrijk. We hebben in Scheveningen meerdere woonzorg voorzieningen, zoals Thuishaven/Nieuwe Haven en De Windes. Wij wonen in de voormalige directiewoning van De Thuishaven. Het is fijn wonen, midden in Scheveningen.”
79
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
“Ik woon in De Winde, na een jaar zoeken.” “Blijven doen wat je deed en je niet oud laten praten, is voor mij belangrijk. Ik ga graag kamperen. Het word je aangepraat dat je op latere leeftijd dingen niet mee zou kunnen of moeten doen.” “Soms heb ik nergens puf in, dan is het fijn als er een stimulans is van anderen.” “Je moet nogal assertief zijn, om niet afhankelijk te worden van anderen. Je bent zelf verantwoordelijk. Dit geldt ook voor de relatie met mijn kinderen. Jij leert ze spreken, zij leren jou zwijgen.” “In de corona tijd heb ik genoten van de rust in Scheveningen.” “Ik vind het belangrijk om ‘bij te blijven’, me te blijven ontwikkelen. Ik ben Neerlandica en vind het heerlijk om bij te blijven met nieuwe woorden en media, bijvoorbeeld de podcast. Ik zit in de redactie van het Remonstrants blad en help mensen met de taaltoets. We hebben prachtige boeken die meer gelezen zouden moeten worden, zoals ‘Van Oude Mensen de Dingen die Voorbij gaan’. Het verrijkt je leven.” “Ik vind ‘zorg verlenen’ belangrijk bij ouder worden. Zorg is belangrijk en is ook voortreffelijk in Den Haag.” “Voor mij is ‘mogelijkheden bieden’ belangrijk bij ouderen worden. Leren zoeken wat bij jou past en actief blijven. Denken vanuit mogelijkheden.” “De discussie over pensioenen geven mij zorgen.
Ik weet nu niet meer waar ik aan toe ben, of ik mijn situatie financieel gezien goed genoeg heb geregeld.” “Een schone straat, buurt, wijk, vind ik belangrijk, zodat je trots kunt zijn op waar je woont.”
6.1.8 Het verhaal uit Segbroek/Centrum (Schroeder Loosduinsekade)
Bewoners uit Segbroek/Centrum zien met name verbeterpunten in bereikbaarheid en contacten in hun omgeving. Zo is het belangrijk dat winkels met een rolstoel toegankelijk zijn en dat deze bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Dat is niet altijd het geval. Daarnaast hebben ze behoefte aan contacten, bijvoorbeeld in buurthuizen of door samen in een hofje te wonen. Het is belangrijk dat men elkaar uit de eenzaamheid houdt. “Bewegen is fijn, gezellig, gezond: gym, volksdansen.” “Met een rolstoel ergens naar binnen kunnen. Dat kan nu niet. In winkels zijn de paden vaak te smal.” “Bereikbaarheid winkels met openbaar vervoer is vaak en probleem.” “Contacten kunnen onderhouden is belangrijk, maar buurthuizen zijn vaak dicht. Hier is open huis, je voelt je welkom. Samen delen, maken wat ervan te maken is.” “Niet eenzaam zijn is een kunst. Ik wil hulp bieden maar voel me vaak niet begrepen.” “Samen in een hofje wonen, dat lijkt me wel wat.” “Toegang tot informatie is belangrijk, weten wat er is, bijvoorbeeld in de bibliotheek.”
80
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
6.1.9 Het verhaal uit Transvaal (Bibliotheek)
Bewoners uit Transvaal halen voldoening uit contact met anderen. Ze vinden dan ook dat men daar zelf achteraan moet en niet moet wachten totdat iemand contact met jou opneemt. Dat is een belangrijke factor om eenzaamheid te voorkomen. Ook sporten, computeren en omgang met (klein)kinderen geeft een gevoel van voldoening. “Ontwikkelen, je hoeft dan niet aan een ander te hangen. Je hebt dan vrijheid, ook van de kinderen. Dat is fijn voor allebei. Balans met je (klein)kinderen.” “Bezig zijn op de computer en ook sporten, je conditie van lichaam en geest op peil houden.” “Verbondenheid met anderen, hoe ouder ik word, hoe socialer ik word.” “Haal je geluk uit contacten met mensen.” “Omgaan met anderen, daar krijg ik energie van.” “Vroeger heb ik in een verpleeghuis gewerkt, ik heb daar veel eenzaamheid gezien.” “Je moet vroeg leren contacten te maken, dat helpt om niet eenzaam te worden.” “Niet wachten tot mensen jou bellen, je moet het zélf doen! En dat al vroeg leren. Als je het niet gewend bent, zie je de goede weg niet meer.” “Geen tijd om anderen te bellen? Draai het om, als je anderen belt, word je zelf blijer.”
6.1.10 Het verhaal uit Wateringse Veld (Bibliotheek)
Bewoners van Wateringse Veld vinden bijblijven belangrijk. Niet alleen over wat er in de wereld gebeurt, maar juist ook wat er in de wijk gebeurt en te doen is. Op die manier kun je zelf ook beter participeren. Door corona is het soms lastig om te blijven doen wat men deed, maar het heeft bijvoorbeeld ook een skype groep opgeleverd, waardoor men gemakkelijker verbonden blijft. Men vindt het belangrijk om ergens bij te horen, vooral om eenzaamheid te voorkomen. Vervoer is hier wel een zorg, het bereiken van voorzieningen. Ook informatie vinden als je het nodig hebt is een punt van zorg, “Blijven doen wat je deed. Nu met corona is dat niet zo gemakkelijk. Ik probeer in beweging te blijven, ook met mijn hoofd, anders word je sneller oud.” “Ik ben vrijwilliger bij iZi Ervaarwoning. Dat is een woning waar mensen kunnen komen kijken wat er is aan technologische hulpmiddelen om fijn zelfstandig te blijven. We leiden mensen rond en geven voorlichting. Ook geef ik mensen les om te werken met hun mobiel en tablet. Ik vind het leuk, het is leerzaam en gezellig, het geeft voldoening.” “Ik vind ‘bij blijven’ belangrijk, je niet afsluiten voor je omgeving. Ik volg via radio en tv het nieuws in de wereld, meer nog als het nieuws in mijn directe omgeving.
Dat moet ik eigenlijk ook doen, is wel belangrijk, dan weet je wat er te doen is.” “Bij blijven over nieuws in je wijk is lastiger omdat de Posthoorn er niet meer is en heel veel informatie nu digitaal verspreid wordt. Daar denk je niet aan om te op te zoeken. Het plaatselijk nieuws komt onvoldoende door.”
81
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
“We hebben een skype groep, dat hebben we geleerd in de coronatijd. We hebben ook een buurtapp. Je moet opletten dat die niet ‘vervuilt’ met allerlei onzin berichtjes, want als er dan echt iets is, lezen mensen het niet meer.” “Ik vind het gevoel belangrijk iets bij te kunnen dragen.” “Ik ben fotograaf, dat is individueel werk. Omdat ik ook ergens bij wilde horen, heb ik werk gezocht waarbij ik veel contacten heb.” “Ergens bij horen is belangrijk, en je verhaal kwijt kunnen. Eenzaamheid ligt op de loer.” “Fietsen waar het kan! Goede veilige fietspaden is heel belangrijk!”
6.2 Welke verbeteringen zijn mogelijk? 6.2.1 Huisvesting
Huisvesting is een lastig onderwerp. Er leeft een beeld dat veel ouderen nog in te grote huizen wonen, terwijl ze plaats ‘moeten maken’ voor jongere generaties. Zo simpel ligt het vaak niet. Voor ouderen is het vaak moeilijk om te verhuizen, omdat hun woonlasten vaak hoger worden, omdat ze hun vertrouwde omgeving moeten verlaten of omdat het gewoon veel gedoe is. Een deel van de ouderen zien voordelen in gemengd met andere leeftijdsgroepen wonen, anderen willen juist liever in de buurt van andere ouderen wonen. Wel lijken beide groepen het erover eens dat er een bepaalde mate van rust moet zijn, gezinnen met jonge kinderen zijn daarom niet ideaal. Daarnaast is er behoefte aan meer levensloopbestendige woningen voor lagere budgetten. In Duinoord bijv. wonen veel ouderen in grote huizen. Ze willen niet weg, omdat ze in de buurt hun sociale contacten hebben. Ook lukt het vaak niet om een andere woning te vinden, omdat die zoveel duurder zijn. “Mijn huis is mijn thuis, waar ik woon, je moet veel moed hebben om te verhuizen.” “Er zijn nauwelijks appartementen in het centrum van de wijk Leidschenveen. Dat is jammer, dan moet je ergens anders heen en raak je je sociale contacten kwijt.” “Bouw levensloopbestendig voor gemengde generaties.” “Ouderen moeten maar hun huis uit om plaats te maken voor gezinnen, hoor je vaak. Ik vind dat moeilijk.
Ouderen wonen vaak al heel lang waar ze wonen. Als ze verhuizen worden hun woonkosten vaak veel hoger. Hoe los je dat op?” “Het opruimen van het huis is ook een enorme klus, waar ik heel erg tegenop heb gezien. Uiteindelijk heb ik het met mijn zus gedaan. Ook de administratie rondom de verhuizing is heel veel en spannend.”
82
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
6.2.2 Sociale Participatie
Men is zeer bereid om sociaal te participeren en ook om anderen daarbij te helpen. Ze doen dat door middel van bijvoorbeeld muziek, in het park, vrijwilligerswerk of in de kerk. Ook buurtapps kunnen helpen bij sociale participatie. “Het onderlinge contact in de buurt is weinig. Soms raakt je bevriend als je ergens toevallig hebt aangebeld omdat je iets moet afgeven. Dat is dan wel heel leuk.” “Zelfvertrouwen kun je stimuleren door mensen mee te nemen, te laten zien ‘oh het is niet eng’, of door op een neutrale plek af te spreken voor een wandeling.” “Muziek (koempoelan, accordeon spelen), de dag van de muzikant en stadsdichter, daar knap ik van op. Naar het park, dieren om me heen, familie bij elkaar, samen kaarten, kunstboeken: samen creatief zijn met kunst, daar word ik blij van. Creativiteit oproepen bij jezelf en elkaar is leuk.” “Sommige mensen hebben geen contacten, dat is vooral in coronatijd wel heel erg.” “Samen met anderen iets doen, bijvoorbeeld samen fietsen (clubverband) of lopen, bewegen, Nederland in Beweging meedoen.”
6.2.3 Respect en Sociale Inclusie
Bewoners zien de wijk veranderen qua bewoners. Hoewel men dat graag zou accepteren en ook wel nieuwsgierig is naar de nieuwe generaties en andere culturen, is de drempel daarvoor toch hoog. Dat ligt volgens de bewoners vooral aan dat “onbekend onbemind maakt”. Wel erkennen zij dat er best verschillen mogen zijn en dat mensen elkaar moeten respecteren. Toch ziet men dat lang niet overal gebeuren, er zijn ook dingen die echt achteruit zijn gegaan. Men maakt zich zorgen om het klimaat, vreedzaam samenleven en mensen die zich niet aan de (verkeers) regels houden. Ook worden kinderen nu vrijer opgevoed, waardoor men soms een bepaalde mate van respect mist en “hoe het hoort”. Ouderen zouden graag meer de verbinding opzoeken met jonge gezinnen, enerzijds om hen wat meer traditionele waarden bij te brengen (niet te), anderzijds om zelf ook te leren en nieuwe contacten te leggen. Digitalisering kan daarbij een belangrijke rol spelen. “Je inzetten voor en met anderen is heel fijn, het geeft een goed gevoel van eigenwaarde.” “We moeten mensen niet over één kam scheren. Laat ieder in zijn/haar waarde.” “Levensbeschouwingen veranderen in de tijd, regels en gewoonten veranderen, daar ga je langzaam in mee.” “Het is erg dat er wordt neergekeken op migranten, zo van ‘de wijk gaat achteruit’. Weinig acceptatie van anders zijn, komt voort uit een gevoel van onveiligheid.
Wat je niet kent, daar ben je bang voor. Staar je niet blind op verschillen. Omgekeerd geldt dat ook.” “Verhalen vertellen, jong en oud, over en weer, dat geeft inspiratie. Initiatief ‘Het Haags Verhaal’ is ook een goed voorbeeld, verhalen delen met mensen uit andere wijken, van andere ‘eilanden’ in de stad.” “Kerkelijke gemeenschappen hebben een goede rol, er is liefde, je kunt geloofspunten samen delen. Helaas is acceptatie van andere geloofsgemeenschappen er niet altijd.”
83
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
“Ik vind het fijn om met jongeren om te gaan, dat is leuk, je voelt je jonger. Als je alleen je eigen leeftijd opzoekt ben je te beperkt bezig. Je moet gewoon niet zo op alles letten!” “Digitalisering is een hoofdthema voor nu, zeker voor ouderen. Als je mee wil blijven doen, moet je blijven leren, anders val je erbuiten straks.”
6.2.4 Burgerschap en Werkgelegenheid
Bewoners vinden het belangrijk dat zij zich nuttig voelen en nemen daarvoor graag zelf initiatief, mits de gezondheid het toelaat uiteraard. Anderzijds vinden ze ook dat je niet meer te veel moet willen, het moet wel leuk blijven. Men wordt blij van de kleine dingen, zoals het plukken van bloemen, een ochtendwandeling of kleding kijken in de stad. Corona is daarin zeer beperkend en daar wordt men wel somber en verdrietig van. Het hebben of maken van sociale netwerken om je heen is heel belangrijk bij ouder worden. Als je de mensen in je buurt niet meer kent, is dat moeilijk. “Je moet niet denken ‘het is niks’ terwijl je geweldige dingen doet.” “Je moet zelf initiatief nemen. Als je verwacht dat de ander naar jou toe komt, kan het lang duren. Het is fijn als we omzien naar elkaar, dat is ook stimulerend voor de ander.” “Ik vind het heerlijk om ’s morgens bloemen te plukken.” “Zoeken naar het domein dat je leuk vindt, dan komt het werk later wel. Appelleren aan je intelligentie.” “Wat je wilt doen, staat of valt met je fysieke conditie.”
6.2.5 Communicatie en Informatie
Er zijn vaak veel voorzieningen, maar men weet deze niet altijd even goed te vinden. De wijkverpleegkundige is een belangrijke schakel, maar niet voor alles. Voor thema’s als arbeid en pensioen bijvoorbeeld, weet men niet goed waar men terecht kan. Bovendien gaan de digitale ontwikkelingen snel, die zijn niet goed bij te houden door de oudere generaties, waardoor zij achterraken. Daarnaast bevat de informatie die wel voorhanden is vaak moeilijke woorden, waardoor het lastig te begrijpen is. “Via wijkverpleging en persoonlijk contact kun je de mogelijkheden bij de mensen krijgen. Eerst de relatie, dan de informatie.” “Er is binnen groepen veel sociale druk, bijv. rokende jonge mannen, maar ook overgewicht bij ouderen. Daar zou je iets aan moeten kunnen doen.” “Er is veel onwetendheid over voorzieningen op gebied van arbeid, ontslag, pensioen, scheiding. Mensen weten de weg niet.” “Er is wel veel: wijkkrantje (als die er nog is), de bieb, op je telefoon kun je zoeken, maar soms begrijp je de informatie niet, is het moeilijk geschreven.”
84
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
6.2.6 Sociale- en Gezondheidsvoorzieningen
Hoewel men zich vaak redelijk gezond voelt, weten veel ouderen dat zij niet heel gezond zijn. Ze noemen dat ze bovengemiddeld te zwaar zijn, te veel alcohol drinken of een lichamelijke aandoening zoals diabetes hebben. Sommige ouderen zien dit als een probleem en gaan op zoek naar hoe zij gezonder kunnen leven, bijv. via hun fysiotherapeut of huisarts. Anderen vinden dit niet zo’n probleem en genieten nog zolang het leven duurt. Zeker wanneer mensen ineens een medische aandoening krijgen, zoals een gebroken heup, artrose of een hartinfarct. Zij moeten dan ineens hun leven gaan aanpassen, waar ze vaak niet goed op voorbereid zijn. Daar zou een rol kunnen liggen voor voorlichting of een periodieke check-up van de huisarts. Klagen over de afnemende gezondheid doet men bij voorkeur niet, liever praten zij in brede zin over hoe het leven gaat. Bewoners zijn positief, binnen de kaders die zij zien, zoals het toenemen van gebreken. Er is behoefte aan zogenoemde “snuffelplekken”; plaatsen waar men gewoon even kan zijn en waar niks hoeft of gebeurt. Voor dit soort plekken waar mensen samen kunnen komen, zouden ouderen graag zien dat de gemeente meer helpt om deze in stand te houden. Verbeteringen: Buurthuizen zoveel mogelijk open houden, ook in coronatijd. Onderlinge huisbezoeken organiseren en bekend maken, zoals ANBO en Humanitas doen.
Meer vrijwilligers om samen ergens naar toe te gaan, samen over de hoge drempel stappen. In de huisartsopleiding zou mee aandacht moeten zijn voor de sociale gevolgen van een ziekte of aandoening. Het is nu een woud, waar je maar je weg in moet vinden. “Thuis afgehaald zou ook een Thuis Bezorgd variant moeten hebben, voor mensen die moeilijk van huis weg kunnen. Je kunt veel mogelijkheden in een wijk met elkaar verbinden als je oplet en wet wat er allemaal is. Een buurtapp kan helpen, maar persoonlijk is beter.” We moeten veel van die ‘snuffelplekken’ hebben, in de wijken. Waar mensen gewoon even kunnen zijn, zonder activiteiten of iets.” “Als mensen vragen ‘hoe gaat het’ zeg ik al gauw ‘goed’, maar ik heb eigenlijk altijd pijn. Dat went niet. Soms moet ik even stilstaan van de pijn en dan weer door. Het belemmert me, maar ik wil niet stil blijven staan. Mijn natuurgenezer, gymnastiek en zelfvertrouwen houden me op de been!” “Veel ouderen hebben diabetes en overgewicht en ondernemen zelf weinig actie. Ik snap het wel, ik gun mezelf ook mijn pleziertje.” “Het is je eigen verantwoordelijkheid, maar het is heel moeilijk om verzet te plegen tegen alle verleidingen. Bijvoorbeeld alcohol. Veel ouderen drinken te veel.” “Ik heb mijn heup gebroken, pinnen in mijn been, dat gaf een mentale omslag. Ik ben mijn huis opnieuw gaan waarderen en heb een scootmobiel gehuurd.
Ik heb erg moeten zoeken, hoe kom je erop wat je nodig hebt, wat je kunt gebruiken? De huisarts heeft ook niet geïnformeerd of het thuis wel goed met me ging. Van een ouderenconsulent of zo had ik nog nooit gehoord, dat hoor ik hier nu pas.”
85
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
6.2.7 Buitenruimten en Gebouwen
Hoe men de directe omgeving ervaart is wisselend. Met name in Scheveningen woont men met plezier, maar ergert men zich aan de drukte van toeristen en kinderen die in de zomer tot laat nog buiten herrie en rommel maken. In de meeste wijken voelt men zich gelukkig, veilig en groet men elkaar op straat. Het is belangrijk om je te bekommeren om elkaar. Verbeteringen: Toegankelijkheid winkels. Integratie, faciliteren dat mensen elkaar leren kennen, elkaar verhalen vertellen. Groepen niet geïsoleerd zien. Je bekommeren over anderen. “Ik vind het erg dat kinderen tot negen of tien uur ‘s avonds buiten zijn en lopen te schreeuwen. Als je er wat van zegt worden de ouders boos. Er is geen correctie, ook niet onderling naar elkaar toe. Het zou goed zijn als er lessen komen over ‘rekening houden met elkaar’.” “We groeten elkaar op straat.”
6.2.8 Transport
Afhankelijk van hoe mobiel men is, zijn de meningen over transport verdeeld. Wanneer men zelf nog auto kan rijden, zijn beperkingen van de regiotaxi niet zo relevant. Wel vindt men als bestuurder dat het parkeerbeleid beter kan en dat het centrum slecht te bereiken is met de auto. Over het openbaar vervoer ziet men nog een hoop verbeterpunten, met name richting Scheveningen en in Benoordenhout. Op straat voelt men zich relatief veilig, maar men durft anderen ook niet aan te spreken op gedrag dat niet door de beugel kan. Bijvoorbeeld als anderen geen 1,5 meter aanhouden op straat. Hoewel er vrijwel nooit echt iets gebeurt, roept het soms wel gevoelens van bedreiging op. Daar is naar hun mening echter weinig aan te doen. “Sommige mensen willen niet in een scootmobiel; uiteindelijk kunnen ze zich eroverheen zetten en zeggen dan ‘dat had ik veel eerder moeten doen.” “Ik rij zelf auto. Het parkeerbeleid in Den Haag is niet eerlijk. Je betaalt eigenlijk dubbel. Het Centrum is met de auto slecht te bereiken.” “Het openbaar vervoer in Scheveningen is schande”, vooral de lijnen 18 en 23. Noord West Den Haag wordt slecht ontsloten. Scootmobiels zijn vaak een gevaar op de weg, vaak door het gedrag van de rijder, soms door het overige verkeer op dezelfde baan. Het is aan te raden om fietsers op de rijbaan te laten of op meer plaatsen 2-richtingsverkeer fietspaden aan te leggen.
Hierdoor wordt het straatbeeld voor oudere voetgangers rustiger.” “Er gebeurt niet echt iets, wel rare opmerkingen, die bedreigend kunnen voelen. Daar kan de gemeente niks aan doen.”
86
6 SAMENVATTING RAPPORTAGE STADSATELIERS
6.2.9 Financiën
Men maakt zich vaak zorgen over financiën. Zorgpremies worden hoger en pensioenen zijn onzeker. Bovendien is er een taboe om ‘de hand op te houden’. Tegelijkertijd loert het gevaar van eenzaamheid, want leven in armoede is nog altijd beschamend. Men kan bijna nergens meer terecht omdat veel banken hun kantoren hebben gesloten en veel digitaal is geworden. Ouderen met verkorte AOW leven in armoede als ze de weg naar de regelingen zoals bijzondere bijstand niet kennen. Verbeterpunt: banken zouden spreekuren moeten houden in wijkcentra en bibliotheken. “Er is veel stille armoede, mensen zijn niet op de hoogte van financiële regelingen en mogelijkheden. De informatie moet persoonlijk, van mond tot mond. Dan brengen mensen het onderling verder.” “Veel ouderen vinden het moeilijk om ‘de hand op te houden’, ze schamen zich ervoor. Als je weinig geld hebt ligt eenzaamheid op de loer.” “Ik voel de sociale druk om te verhuizen als je te groot woont. Maar in de eigen wijk is vaak geen geschikte woning te vinden. In Laak worden wel appartementen gebouwd, maar die zijn duur.” “Waar kun je nog heen met de financiële zaken? Veel banken zijn dicht, pinapparaten weg. Zelfs het stadsdeelkantoor is nog dicht.” “Ik maak me zorgen over mijn financiële situatie. De zorgpremie en de eigen bijdrage is pittig!”
OUDEREN MET VERKORTE AOW LEVEN IN ARMOEDE ALS ZE DE WEG NAAR DE REGELINGEN ZOALS BIJZONDERE BIJSTAND NIET KENNEN.
87
7 SAMENVATTING GEMEENTELIJKE OUDERENMONITOR
88
7 SAMENVATTING GEMEENTELIJKE OUDERENMONITOR
De gemeente Den Haag vindt het belangrijk om regelmatig over de meest actuele informatie over Haagse ouderen te beschikken. Ook diverse instellingen en organisaties in de stad tonen hiervoor belangstelling. Om deze reden wordt periodiek een Ouderenmonitor opgesteld. Deze samenvatting is van de zesde Ouderenmonitor in de reeks. De vraag die in deze monitor centraal staat is: ‘Wat is de situatie van Haagse ouderen op dit moment en hoe is deze in vergelijking met voorgaande jaren?’ De Gemeentelijke Ouderenmonitor 2020 wordt in zijn geheel gepubliceerd via de website van de gemeente Den Haag.
7.1
Demografische kenmerken
De afgelopen vijf jaar is het aantal Haagse 65-plussers gestaag toegenomen. In de komende jaren zal het aantal 65-plussers blijven toenemen. Deze groei is relatief groter dan de groei van de totale Haagse bevolking, waardoor de vergrijzing zal toenemen. Vooral het aantal ouderen in de leeftijd van 65-74 jaar is de afgelopen jaren toegenomen en met name de groep 70 tot en met 74-jarigen. Het aantal 75-plussers is ook gegroeid, maar minder hard. De verwachting voor de komende jaren is dat het aantal 75-plussers sneller zal groeien dan het aantal 65-74-jarigen. Zowel het aantal mannen als het aantal vrouwen van 65 jaar en ouder is de afgelopen jaren toegenomen. Het aantal mannen groeit harder dan het aantal vrouwen. Hierdoor neemt het aandeel mannen binnen de groep ouderen toe. Deze ontwikkeling zal zich de komende jaren verder voortzetten. Het aantal vrouwen zal echter groter blijven dan het aantal mannen. In 2020 heeft een derde van de Haagse 65-plussers een migratie achtergrond. Het aantal ouderen met een migratie achtergrond steeg de afgelopen sterker dan het aantal ouderen met een Nederlandse achtergrond. De verwachting voor de komende jaren is dat het aandeel 65-plussers met een migratie achtergrond verder zal toenemen tot ruim 36% in 2025.
De grootste groepen migrantenouderen zijn ouderen van Surinaamse afkomst, Indonesische afkomst en ouderen uit de categorie ‘overige westerse landen’ De drie grootste herkomstlanden binnen de categorie ‘overige westerse landen’ zijn Duitsland, Groot-Brittannië en België. In de afgelopen jaren is de groep migrantenouderen uit de categorie ‘overige niet-westerse landen’ het meest gestegen. Ongeveer een kwart van de ouderen in deze categorie in 2020 heeft een herkomst uit China of Hongkong. Verder is de samenstelling van deze categorie erg divers, van ouderen met een herkomst uit ZuidAmerika, Azië en Afrika. Met de groei van het aantal 65-plussers, groeit ook het aantal huishoudens met aan het hoofd een 65-plusser. De meerderheid (bijna 60%) van deze huishoudens zijn eenpersoonshuishoudens. Ook in de komende jaren zal dit de grootste groep blijven. Door de jaren heen zien we weinig veranderingen in de spreiding van Haagse ouderen over de stad. In Laak en Leidschenveen-Ypenburg wonen de minste ouderen. Deze stadsdelen zijn ook het minst vergrijsd; 9% van alle inwoners is 65 jaar of ouder. In Leidschenveen-Ypenburg is de vergrijzing in de afgelopen jaren wel toegenomen. In Escamp wonen de meeste ouderen, gevolgd door Loosduinen. Loosduinen is, samen met Haagse Hout, het meest vergrijsd. In deze stadsdelen zijn de ouderen relatief gezien ook het oudst.
89
7 SAMENVATTING GEMEENTELIJKE OUDERENMONITOR
7.2
Gezondheid
Haagse ouderen van 65 jaar en ouder, die zelfstandig wonen, zijn in het algemeen redelijk tevreden over hun eigen gezondheid en geven deze het rapportcijfer 6,9. Over bepaalde aspecten van hun gezondheid zijn zij minder tevreden. Qua lichamelijke gezondheid zien we dat 65-plussers vaker te maken hebben met een (lichamelijke) beperking en/ of chronische aandoening dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag. Voor wat betreft sociale gezondheid zien we dat 65-plussers vaker het gevoel hebben dat zij zelf niet voldoende regie hebben over hun leven dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag. Als het om leefstijl gaat, ‘scoren’ ouderen op bepaalde aspecten beter en op andere aspecten minder goed dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag. Zo sporten ouderen minder vaak, maar voldoen zij wel vaker aan de combinorm voor voldoende beweging. Ook eten zij beter (qua fruit en ontbijt), maar hebben wat vaker te maken met overgewicht. Daarnaast is het aandeel ouderen dat (momenteel) rookt lager. Maar het aandeel dat ooit gerookt heeft, is hoger dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag. Ouderen zijn overigens minder snel geneigd om hun eigen gezondheid te willen verbeteren.