CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308365 Bijlage 1 Onderzoek Den Haag Seniorvriendelijke Stad 2020

Commissie Samenleving 22 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken33.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

30

2 METHODOLOGIE

Materiële situatie

In de kamer materiële situatie zijn de onderwerpen inkomen, het hebben van een dak boven het hoofd, een woning met voldoende comfort en een veilige omgeving. Nu gaat het om vragen als: heb ik een geschikte woning? Woon ik in een fijne buurt? Hoe staat het met mijn koopkracht? Maak ik gebruik van voorzieningen waar ik recht op heb? Ben ik voldoende mobiel om te kunnen participeren in de samenleving?

Arbeid en activiteiten

De kamer arbeid en activiteiten is de ruimte om in gesprek te gaan over de dingen die een mens onderneemt. Denk aan (vrijwilligers)werk, ‘iets om handen hebben’, creatief bezig zijn. Een mooi thema is hier het thema generativiteit (Erikson, 1971). Generativiteit is de wil om iets voort te brengen, iets achter te laten dat van waarde is voor anderen. Wat kan ik bijdragen? Wil ik betaald werken? Is vrijwilligerswerk iets voor mij? Ben ik er voor mijn buren als die mij nodig hebben en zijn zij er voor mij? Hoe geef ik vorm aan mijn rol als mantelzorger: red ik het of dreigt overbelasting?

Waarden en inspiratie

In de kamer waarden en inspiratie gaat het om het hebben van ideeën en waarden die je geestelijk houvast bieden of die je gedurende je leven wilt realiseren. Voorbeelden van vragen zijn hier: Wat vind ik nu echt belangrijk? Waaraan ontleen ik zingeving? Biedt religie mij inspiratie? Wat zie ik als ik terugkijk op mijn leven? Geniet ik van kunst en beoefen ik die misschien ook actief? Op al die domeinen kunnen deelnemers aan de dialoog zich afvragen: ● Hoe sta ik ervoor? ● In welke kamer(s) voel ik mij sterk? ● In welke kamer(s) kan ik dingen leren? Kan ik investeren en groeien? ● In welke kamer(s) moet ik verlies aanvaarden? ● In welke kamer(s) doe ik er goed aan mijn ambities bij te stellen en mezelf meer rust te gunnen?

Sluit je niet op in één kamer

Mensen die een tekort ervaren binnen één van deze ruimtes, zoeken soms erg lang naar verbetering binnen dezelfde ruimte. Ze sluiten zich op in één kamer. Er wordt een ziekte geconstateerd en het idee is dan vaak dat alleen de dokter het kan oplossen. Iemand wordt werkloos en zoekt – vaak tevergeefs – jarenlang precies hetzelfde werk met hetzelfde salaris. Iemand komt alleen te staan en zet zijn kaarten uitsluitend op het vinden van een nieuwe partner. Zo blijven mensen vaak tevergeefs ‘doormodderen’ vanuit een te smalle blik op de eigen opties. Ze zetten zichzelf klem in één kamer. Samenkracht daagt iemand uit om ruimtes te betreden waarvan hij dacht dat die al lange tijd leeg staan. Het voorkomt dat de persoon in kwestie een te smal oplossingsrepertoire kiest. Wie stijve botten krijgt van artrose, kan meer afleiding vinden door kinderen te gaan voorlezen op een basisschool, dan door alsmaar herhaald doktersbezoek. Wie arm is, kan zich rijk voelen met spirituele activiteiten. Wie veel contacten heeft verloren, kan nieuwe contacten vinden in betaald of onbetaald werk of een opleiding. In Atelier Samenkracht krijgen deelnemers stimulans om zo breed mogelijk te zoeken naar nieuwe mogelijkheden rond de vraag naar meedoen en van betekenis zijn.

31

2 METHODOLOGIE

3 Wederkerigheid in relaties stimuleren

Het centrale thema van Samenkracht, ‘meedoen en van betekenis zijn’, kan gemakkelijk worden opgevat als ‘je moeten inzetten voor een ander.’ Meedoen gaat dan als een verplichting voelen, een nieuwe norm. Dat zou een ongewenste uitkomst zijn van de dialoog. Niet de norm, maar het verlangen om van betekenis te zijn en wederkerigheid te ervaren, in welke vorm dan ook, is onderwerp van de dialoog. Daarmee zijn we bij het derde werkprincipe: aandacht voor wederkerigheid in relaties. Alleen aan relaties kan een mens betekenis ontlenen. Ik kan een tafel betekenis geven door eraan te gaan zitten, maar de tafel kan mij geen betekenis geven. Betekenis heb ik, als ik vaar in konvooi, als ik ben opgenomen in een stelsel of web van sociale relaties, waarin iedereen geeft én ontvangt. De ene keer ben je gever, de andere keer ontvanger. Het ‘gegevene’ kan duizend en een dingen bevatten, één enkele glimlach kan al een gift zijn met enorme betekenis voor een ander. Van geven worden mensen blij; het komt ten goede aan je gezondheid, je zelfvertrouwen, je stemming, je sociale verbondenheid en zelfs aan je levensverwachting (Rook en Sorkin, 2003, Post en Neiman, 2008, Lee en Brudney, 2008, in: Penninx, 2010). Ook als je ouder wordt, is het fijn als je zowel gever als ontvanger kunt zijn. We hebben soms de neiging om ouderen vooral te zien als ontvangers van zorg en diensten.

Daar steken ongetwijfeld goede bedoelingen achter, maar onbewust ontnemen we ouderen daarmee hun geefkansen. Ouderen kunnen in alle levensdomeinen zowel gevers als ontvangers zijn (of worden). In al die levensgebieden kunnen zij (onvermoede) geefkracht hebben, een hulpbron zijn. Als daar niets mee gebeurt, ontstaat er als het ware een stapel onuitgepakte cadeaus. Soms is de gever zich niet bewust van zijn geefkracht. Soms aarzelt hij, wie ben ik om… Dan is er enige aanmoediging voor nodig, een uitnodiging, een appèl. Dat kan afkomstig zijn van andere ouderen, maar ook van jongeren, buurtbewoners, werkenden, werkzoekenden, enzovoort. Zonder vragers wordt de stapel niet uitgepakte geefkracht alsmaar hoger.

Eigen grenzen aangeven hoort bij ‘meedoen’

De meeste zingeving ervaren mensen in het algemeen als ze zich inzetten voor een zaak die hun eigen belang overstijgt (Frankl, 1978). Als je een opgave heel belangrijk vindt, geeft dit zin aan je leven en dat geeft ook kracht. Tegelijkertijd heeft de kunst van het geven veel te maken met het herkennen en aanvaarden van de eigen grenzen. De grenzen van de energie die je kunt opbrengen, verschuiven bij ouder worden en door beperkingen. Je beseft dat je lichamelijke energie minder wordt. Daar moet je rekening mee houden. Je kunt betrokken blijven bij een taak en toch zuiniger omgaan met je kracht door bijvoorbeeld voor je inzet precieze tijden te plannen en af te spreken. Er is ook een keerzijde aan het geven: als het teveel wordt. Dat zien we vaak als iemand overbelast raakt, bijvoorbeeld als mantelzorger. De gezondheidswinst, het zelfvertrouwen en alle andere ‘opbrengsten’ van het geven, kunnen dan wegsmelten als sneeuw voor de zon. Soms hoor je mensen zuchten dat ze geen nee kunnen zeggen. Waarom doen ze dat? Mogelijk heeft het iets te maken met het feit dat we ervan genieten dat we nodig zijn. Dan zeggen we liever geen nee. Grote behulpzaamheid kan ook een aangeleerd rolgedrag zijn. Juist de oudste generaties kregen hulpvaardigheid met de paplepel ingegoten. Dat had je gewoon te zijn. Wie hulpvaardig was, kreeg erkenning en waardering.

Als je dan merkt dat het je langzamerhand te veel energie kost, is het moeilijk je grenzen duidelijk te maken. Je doet dat liever niet, het lijkt onaardig. Maar is de ander wel echt geholpen als hij of zij voelt, dat je het als je plicht ziet en er geen plezier meer bij kunt ervaren? Atelier Samenkracht biedt een lerende, ontdekkende omgeving, waarin iedere deelnemer voor zichzelf kan nagaan hoe hij of zij voor zichzelf de balans vindt, het ‘meedoen’ of ‘geven’ wil invullen, inclusief – en misschien wel dankzij – het aangeven van de eigen grenzen.

32

2 METHODOLOGIE

4 De kracht van de dialoog benutten

Het vierde werkprincipe is de kracht van de dialoog. Een dialoog is iets anders dan een discussie of een debat. In de politiek en de media zien we veel debatten voorbij komen. Daarbij komen de tegenstellingen tussen mensen naar boven. Deelnemers aan een debat streven naar overwinning en luisteren daardoor selectief: wat kan ik gebruiken om mijn gelijk te halen. In een dialoog gaat het om ontmoeting en uitwisseling van ervaring. Omdat het om persoonlijke gesprekken gaat, wordt er aandachtig geluisterd. Luisteren draagt bij aan begrip voor elkaar. Door ervaringen, ideeën en dromen uit te wisselen, ontstaat er ruimte voor nieuwe inzichten en het benoemen van persoonlijke stappen om deze ideeën of dromen uit te voeren. Atelier Samenkracht benut de kracht van de dialoog om mensen met verschillende achtergronden in contact te brengen. Daarbij gaan wijkbewoners, beroepskrachten en vrijwilligers met elkaar in gesprek op basis van gelijkwaardigheid. Iedereen kan van iedereen leren. Hierdoor ontstaat onderlinge uitwisseling en betrokkenheid.

OOK ALS JE OUDER WORDT, IS HET FIJN ALS JE ZOWEL GEVER ALS ONTVANGER KUNT ZIJN.WE HEBBEN SOMS DE NEIGING OM OUDEREN VOORAL TE ZIEN ALS ONTVANGERS VAN ZORG EN DIENSTEN.

33

2 METHODOLOGIE

5 Zorgen voor afwisseling tussen actie en reflectie

Atelier Samenkracht ziet wijkbewoners en beroepskrachten als partners in een leerproces. De partners helpen elkaar nadenken over het thema en worden aangezet tot mogelijke actie. Ze benoemen problemen, bedenken kleine, praktische oplossingen en stimuleren elkaar om nieuwe dingen uit te proberen. Dit leerproces wordt weergegeven in de leercyclus van Kolb (de Caluwé en Vermaak, 2008, Bijkerk en van der Heide, 2006). Deze vormt de basis voor het vijfde werkprincipe van Samenkracht.

Concreet ervaren

(doen/hebben van een ervaring)

Actief experimenteren (het geleerde uitproberen)

Reflectief observeren

(nadenken over wat is waargenomen)

Abstract conceptualiseren

(concluderen/leren van de ervaring) Figuur 3: Leercyclus van Kolb Aansluiten op de leefwereld van deelnemers betekent onder meer rekening houden met de verschillende leerstijlen die zij in de loop van hun leven hebben ontwikkeld. Kolb spreekt over een leercyclus om aan te geven dat er sprake is van een aantal opeenvolgende stappen tijdens het leerproces, waardoor alle leerstijlen aan bod komen. Je hebt doeners, bezinners, denkers en beslissers: ● Veel deelnemers aan de dialoog zijn doeners. Ze leren het liefst door concreet ervaren, actief bezig zijn, zonder al te veel theorie. Het motto van de doener is ‘Wat gaan we doen, actie’. ● De bezinners houden ervan om een concrete situatie eerst eens van alle kanten te bekijken en na te denken over wat zij hebben gezien: ‘Bezint eer ge begint’. ● De denkers verzamelen gegevens over het onderwerp, vergelijken ze met elkaar en vertalen ze in een visie op de juiste handelwijze. Zij zijn de filosofen van het gezelschap. ● Beslissers bedenken liever niet zelf een oplossing, maar besluiten wel gemakkelijk om oplossingen uit te proberen die tijdens de dialoog naar voren zijn gekomen. Voor een volwaardig leerproces is het belangrijk dat alle ‘typen’ tot hun recht komen en alle fasen van de leercyclus worden doorlopen.

De dialoog bestaat dan ook niet uit louter praatsessies, maar uit een reeks van afwisselende werkvormen: plenair en in subgroepjes, praten en doen, luisteren en soms ook stil zijn. Ook een afsluitende lunch en een (buurt)wandeling is gezellig en stimuleert het actief bezig zijn met het onderwerp in de eigen, alledaagse omgeving.

34

2 METHODOLOGIE

6 Inzetten op het zwaan-kleef-aan effect

Het zesde en laatste werkprincipe is zwaan-kleef-aan. Atelier Samenkracht start met een bijeenkomst van een beperkte groep en deelnemers nemen daarna mensen mee. Mensen met contacten en vaardigheden, mensen met doe- en denkkracht. Het uitnodigen en meenemen van mensen uit de eigen omgeving maakt van deelnemers ambassadeurs. Doordat zij het verhaal van de dialoog in eigen kring uitdragen, raakt de dialoog verder ingebed in de gemeenschap en wordt het gesprek op talloze plaatsen informeel voortgezet. Het klimaat blijft open; je voorkomt hiermee dat er een te exclusieve, naar binnen gekeerde groep ontstaat. Deelnemers kunnen iedereen meenemen, zolang het maar mensen zijn die ook kracht willen ontwikkelen, dus een positieve houding tonen. Met de methodiek Samenkracht kan kracht- en netwerk­ontwikkeling plaatsvinden, zowel op individueel niveau als op niveau van de wijk of gemeenschap. De dialoogbijeenkomsten zijn dan ook niet alleen gericht op het ophalen van informatie, maar ook op bewustwording en actief worden bij onderwerpen die de deelnemers belangrijk vinden.

Zo worden in een Atelier Samenkracht de volgende stappen doorlopen: ● Hoe is mijn situatie: inzicht en bewustzijn, zelfvertrouwen ● Wat vind ik belangrijk, in welk levensdomein wil ik een tandje erbij doen: investeren ● Wat kan ik zelf doen: actie, geefkracht ● Wat kunnen we samen doen: netwerk activeren ● Wie hebben we nog meer nodig voor ons doel: verkenning van de bredere omgeving (ondernemers, clubs, overheid, etc.) ● Welk vervolg geef ik, geven wij hieraan: werkplan.

2.2.3 Werving en Uitvoering

De deelnemers aan de stadsateliers Seniorvriendelijk Den Haag zijn in eerste instantie geworven via het ouderenpanel van het kwantitatieve onderzoek. Als laatste vraag in de vragenlijst is aan de deelnemers de vraag gesteld of ze mee willen doen met vervolgonderzoek en hiertoe hun contactgegevens wilden achterlaten. Dat heeft bijna de helft van de respondenten gedaan. Deze mensen hebben we per mail en telefonisch uitgenodigd voor deelname aan een van de stadsateliers Seniorvriendelijk Den Haag, bij voorkeur in hun eigen wijk of stadsdeel. Een aantal van hen kon niet aan de stadsateliers deelnemen omdat: ● ● ● ● ●

het niet uitkwam, andere activiteiten op dat tijdstip, ze niet mobiel genoeg waren c.q. hun conditie dit niet toeliet, ze thuis moesten blijven voor hun partner voor wie ze zorgen, ze slechthorend waren of afasie hadden, ze liever individueel contact hadden.

Met een aantal van deze mensen hebben we individueel de thema’s doorgesproken. Uiteindelijk hebben ca 50 ouderen aan de stadsateliers deelgenomen. De organisatie is uitgevoerd in samenwerking met Ouderen in de wijk (Europees project van de Haagse Bibliotheek), Schroeder kringloopwinkels en buurthuizen en netwerk wonen-zorg-welzijn Woonservicewijken Den Haag. De stadsateliers zijn gehouden in augustus en begin september 2020, tussen de twee corona golven in. De ateliers zijn volledig conform de coronamaatregelen van het RIVM uitgevoerd. In een veilige ruimte, in een veilige groepsgrootte, met 1,5 meter afstand. De deelnemende ouderen voelden zich veilig en vonden het leerzaam, zinvol. Zij vonden het plezierig om een bijdrage te kunnen leveren en willen graag structureel betrokken blijven. De Samenkracht slogan ‘Ertoe doen en van betekenis zijn’ is een belangrijke waarde gebleken.

35

3 ALGEMENE GEGEVENS OUDEREN IN DEN HAAG

36

3 ALGEMENE GEGEVENS OUDEREN IN DEN HAAG

Op 1 januari 2020 telde Den Haag 546.000 inwoners. Bijna 80.000 Haagse inwoners zijn 65 jaar of ouder (14%). Ruim 19.000 van hen is ouder dan 80 jaar. Het aandeel vrouwen in de 65-plussers is 54,8%. Bijna 26.000 van de Haagse ouderen heeft een migratieachtergrond: zij zijn vooral afkomstig uit Suriname of Indonesië (Den Haag, 2020). Een andere grote groep ouderen zijn afkomstig uit andere Westerse landen, zoals uit de Europese Unie of de Verenigde Staten. 24% van de Haagse ouderen is ouder dan 80 jaar (19.000 mensen). In Loosduinen, Escamp en op Scheveningen wonen de meeste Haagse ouderen (52%). 48% van de Haagse ouderen woont samen met echtgenoot/echtgenote of partner.

Tabel 4: Aantal inwoners en 65+ers in Den Haag

2019

2020

539.040

546.335

24.183

70 t/m 74 jaar 75 t/m 79 jaar 80 t/m 84 jaar

Aantal inwoners per 1-1 totaal 65 t/m 69 jaar

2019 (%)

2020 (%)

24.513

4,49

4,49

21.417

22.083

3,97

4,04

13.510

14.021

2,51

2,57

9.281

9.705

1,72

1,78

85 t/m 89 jaar

5.863

5.849

1,09

1,07

90 t/m 94 jaar

2.849

2.779

0,53

0,51

95 t/m 99 jaar

880

856

0,16

0,16

100 jaar en ouder

90

79

0,02

0,01

105 jaar en ouder

-

5

0,00

0,00

bron: DHIC/GDH/DPZ Tabel 5: Aantal en percentage 65+ in Den Haag naar afkomst Totaal 65 jaar en ouder

2019

2020

2019 (%)

2020 (%)

Antilliaans

856

950

1,10

1,19

Nederlanders zonder migratieachtergrond

53.638

54.192

68,70

67,83

Indonesisch

5.282

5.394

6,77

6,75

Marokkaans

1.866

1.969

2,39

2,46

Oost-Europees

743

820

0,95

1,03

2.796

3.071

3,58

3,84

Overig Westers allochtoon

5.557

5.659

7,12

7,08

Surinaams

5.618

6.034

7,20

7,55

1.717

1.801

2,20

2,25

78.073

79.890

100

100

Overig niet-Westers allochtoon

Turks Totaal 65 jaar en ouder bron: DHIC/GDH/DPZ Tabel 6: Haagse 65+ers naar burgerlijke staat

2020 (n)

2020 (%)

gehuwd / geregistreerd partner

38.340

48

gescheiden

15.653

20

verweduwd / achtergebleven partner

16.284

20

anders

9.613

12

Totaal ouderen 65+

79.890

100

37

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

38

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

Als Europeanen leven we langer dan ooit tevoren en elk jaar wordt de Europese bevolking ouder. Steeds meer Europeanen kiezen er voor te leven, werken of studeren in een ander EU- land (Europese Commissie, 2020). Groeiende aantallen Europeanen leven nu ook in kleinere huishoudens en we hebben minder kinderen dan voorheen. De demografische veranderingen verschillen tussen de EU-landen, vaak zijn er ook nog grote verschillen tussen regio’s in hetzelfde land. De impact van de demografische veranderingen beslaat meerdere domeinen. Gebaseerd op projecties van 2018 krimpt de toekomstige Europese beroepsbevolking na 2020. Om de arbeidsmarkt te vergroten en meer inclusief te maken, wil de Europese Commissie de werkgelegenheid van vrouwen en oudere werknemers sterk vergroten. Daarnaast is het van belang om meer mensen vaardigheden aan te leren en het onderwijsaanbod te vergroten. De gezondheidszorg wordt direct geconfronteerd met de impact van de huidige coronapandemie. Met name omdat voornamelijk ouderen het meest te lijden hebben van besmetting met het virus en aangewezen zijn op ziekenhuisopnames. Daarnaast neemt door het toenemende aantal ouderen ook het aantal mensen met een chronische ziekte of aandoening toe. Op dit moment nemen de kosten voor chronische ziekten en aandoeningen ongeveer 70-80% van de totale zorgkosten voor hun rekening.

Het grotere aandeel ouderen onder potentiële consumenten kan daarentegen een boost geven aan nieuwe innovaties en zorgen voor meer kwaliteit van leven van mensen in de (langdurige) zorg. Een oudere Europese bevolking en een kleinere arbeidsmarkt zal waarschijnlijk ook druk leggen op de beschikbaarheid van publieke budgetten. Enerzijds legt het een grote druk op de instandhouding van de intergenerationele solidariteit, maar ook armoede onder ouderen, met name onder vrouwen en mensen met een beperking, is een reële dreiging. Aan de andere kant biedt een oudere bevolking ook weer nieuwe mogelijkheden voor onze economieën. Bijvoorbeeld in de sectoren toerisme, onderwijs en lifestyle. In Europa zijn grote verschillen waarneembaar tussen rurale gebieden en steden. Op het platteland vindt vaak bevolkingskrimp plaats, waar de steden daarentegen een grote bevolkingsgroei kennen. Deze groei zal goed gemanaged moeten worden om verstopping, vervuiling en hoge huisvestingslasten in de steden, zoals Den Haag, te voorkomen. Het onlangs verschenen advies van de Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen benadrukt hoe in Nederland de zorg voor thuiswonende ouderen in de toekomst op peil gehouden kan worden. Voor de commissie staat de regie van ouderen zelf over hun ‘derde levensfase’ centraal. Vier principes hanteert de commissie bij het formuleren van haar aanbevelingen.

Deze principes zijn Regie, Eenvoud, Integrale benadering en Samenwerking. De aanbevelingen behelzen: 1. Ga (ver)bouwen! De fysieke woonomgeving is voor ouderen cruciaal om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen en zo min mogelijk afhankelijk te worden van zorg. 2. Ga digitaal! Ouderen zullen veel meer gebruik moeten maken van digitale technologieën, om hun dagelijks leven makkelijker en aangenamer te maken. 3. Werk samen! In de zorg voor ouderen zal samengewerkt moeten worden op lokaal en regionaal niveau om de krapte in financiën en mensen te kunnen hanteren. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt verder ingezoomd op de waargenomen trends in wonen, welzijn, werk en tijdsbesteding, gezondheid en inkomen van ouderen in Nederland en Den Haag.

39

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

4.1

Wonen

In Nederland zijn ongeveer 7,8 miljoen huishoudens aanwezig (Ministerie van BZK, 2019). De meeste huishoudens wonen in een koopwoning (58% in 2017). Qua woningtype wonen de meeste mensen in een eengezinskoopwoning (49%). Het aandeel 65-plus huishoudens bedroeg in 2012 23% en in 2018 26% (toename van 320.000 65-plus huishoudens). Van deze huishoudens bestaat bijna 49% uit één persoon en 51% uit een paar (totaal ongeveer 2,03 miljoen huishoudens). Van de ruim 250.000 woningen in Den Haag is 25% een eengezinswoning, 72% een appartement en de rest overig. 47% van de woningen is in eigendom; 53% in huur. 26% van de woningen beschikt over een lift (Den Haag, 2020). Zo’n 21,4% van de Haagse huishoudens is een huishouden van 65-plussers; het merendeel van hen woont alleen (58%). Rond de 95% van de Haagse ouderen woont zelfstandig.

Tabel 7: Verdeling en ontwikkeling 65-plus huishoudens in Den Haag 2013

2014

2016

2018

2020

Eenpersoonshuishouden HH 65 en ouder

65 jaar en ouder

30.539

31.011

32.120

32.922

33.525

Samenwonend zonder kinderen HH 65 en ouder

16.804

17.372

18.274

19.106

19.418

Samenwonend met kinderen HH 65 en ouder

1.592

1.701

1.975

2.188

2.315

Eenoudergezin HH 65 en ouder

1.360

1.397

1.491

1.678

1.742

Totaal aantal huishoudens 65 jaar en ouder

50.295

51.481

53.860

55.894

57.000

bron: DHIC/GDH/DPZ, bewerking OCW/OKPB

% particuliere huurwoningen [%]

% corporatiewoningen [%]

3.704

8.296

51,1%

15,0%

33,6%

21.761

8.601

26.222

38,2%

15,1%

46,1%

Segbroek

18.128

9.678

3.088

58,3%

31,1%

9,9%

Scheveningen

16.683

7.739

4.967

55,4%

25,7%

16,5%

Centrum

13.625

14.671

21.626

27,0%

29,1%

42,9%

Corporatie-woningen [n woningen]

12.629

Particuliere huurwoningen [n woningen]

Loosduinen Escamp

Koopwoningen [n woningen]

% koopwoningen [%]

Tabel 8: Verdeling koop- en huurwoningen in Den Haag per stadsdeel (alle leeftijden)

Laak

6.512

6.899

6.590

32,5%

34,4%

32,8%

Haagse Hout

13.129

6.870

5.216

50,9%

26,7%

20,2%

Leidschenveen-Ypenburg

10.566

2.140

4.410

61,7%

12,5%

25,7%

Bron: DHIC/GDH/GBD (OZB-bestand)

40

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

17.351

100

29,4%

70,2%

0,4%

45.313

271

19,9%

79,6%

0,5%

Segbroek

5.041

25.666

368

16,2%

82,6%

1,2%

Scheveningen

6.916

22.804

378

23,0%

75,8%

1,3%

Centrum

6.483

42.516

1.425

12,9%

84,3%

2,8%

% overige woning [%]

% eengezinswoning [%]

7.257 11.308

% appartement [%]

Overige woningen [n woningen]

Loosduinen Escamp

Eengezinswoning [n woningen]

Appartement [n woningen]

Tabel 9: Woningtypes in Den Haag per stadsdeel, alle leeftijden (2020)

Laak

1.990

16.668

1.408

9,9%

83,1%

7,0%

Haagse Hout

3.992

21.168

617

15,5%

82,1%

2,4%

Leidschenveen-Ypenburg

13.030

3.979

121

76,1%

23,2%

0,7%

Bron: DHIC/GDH/GBD (OZB-bestand)

“

Wonen is een politiek onderwerp. Ik zeg: stop met bouwen voor de rijken. Bouw betaalbare woningen en stop met bouwen van heel dure woningen. En splits de urgentielijst in een lijst voor de ‘huidige’ urgenties en een lijst voor mensen (ouderen) die mogelijk plaats kunnen maken voor anderen (gezinnen).

”

41

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

4.2 Welzijn

In de bevolking van 12 jaar en ouder rapporteerde 11% in 2017 een laag psychisch welbevinden over de afgelopen 4 weken. 65-plussers bevinden zich veelal in een gunstiger positie dan 18-65-jarigen. Onder mensen met een laag inkomen komt een laag psychisch welbevinden het meeste voor, evenals bij mensen met een lagere opleiding en van niet-westerse achtergrond (Kooijker et al., 2020). Zie onderstaande figuur.

geslacht vrouw man leeftijd <18 jaar 18-34 jaar 35-64 jaar ≥65 jaar opleidingb lager opgeleid middelbaar opgeleid hoger opgeleid inkomensklasse laagste 20% middelste 60% hoogste 20% herkomst autochtone Nederlander westerse migratieachtergrond niet-westerse migratieachtergrond 0

5

10

15

20

25 percentage

a n = 7004- 8489 b Voor opleiding is een selectie gemaakt van personen van 25 jaar en ouder. Vanaf die leeftijd is de kans groter dat een opleiding voltooid is. Bron: CBS maatwerktabel op basis van de Gezondheidsenquête 2019

Figuur 4: Percentage mensen dat geen psychisch welbevinden ervaart in 2020 Zo’n 88% van de Haagse 65-plussers geeft aan dat zij zich tamelijk of heel gelukkig voelen. Dit aandeel is vergelijkbaar met het gemiddelde onder alle inwoners van Den Haag van 19 jaar en ouder (87%) (Gemeente Den Haag).

42

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

4.3 Werk en tijdsbesteding

In het 2e kwartaal 2020 bedroeg de bevolking in de leeftijd van 65-75 in totaal 1,9 miljoen mensen. Onder hen waren 139.000 mensen actief als werknemer (7%) en 121.000 als zelfstandige (6%) (CBS, 2020). Het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzocht en concludeerde uit dagboekrapportages dat in 2018 mensen van 66 jaar en ouder hun tijd besteden aan de volgende zaken: voor gemiddeld 58,7 uur per week met ‘naar binnen’ gerichte activiteiten zoals huishoudelijk werk, media en hobby’s, voor 7,2 uur van hun tijd ‘naar buiten’ richten zoals zorg voor anderen, vrijwilligerswerk en bijeenkomsten, sport, beweging en uitstapjes, voor 2,9 uur aan maatschappelijke activiteiten en 8,8 uur aan sociale contacten (SCP, 2018).

4.4 Inkomen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde in 2017 de ontwikkeling van het inkomen en vermogen van 65-plussers na 1995 (CBS, 2017). Het gemiddelde inkomen en het doorsnee vermogen van 65-plushuishoudens zijn er in twintig jaar tijd meer op vooruitgegaan dan het inkomen en vermogen van gemiddelde huishoudens. Het aandeel 65-plushuishoudens met een laag inkomen (minder dan € 9.250,- besteedbaar inkomen per jaar), is in 20 jaar tijd afgenomen. 3.1% van de 65+-huishoudens had in 2015 een laag besteedbaar inkomen. Vrouwen hebben onder andere door lagere arbeidsdeelname tijdens hun leven, vaker een lager inkomen dan mannen. Het inkomen van oudere ouderen blijft ook vaak achter, omdat verhogingen van pensioenen vaak niet de omhooggaande kosten van levensonderhoud compenseren (AGE, 2019). In de gemeente Den Haag had van alle huishoudens in 2017 ruim 48% een laag inkomen.

Figuur 5: Haagse huishoudens naar inkomen (alle leeftijden) Ruim de helft van de Haagse ouderen (51%) heeft een laag inkomen; een netto huishoudinkomen van 2.000 euro of minder per maand. 65-plussers hebben doorgaans een lager inkomen dan gemiddeld, onder alle inwoners van Den Haag. Ruim een kwart (27%) van de Haagse ouderen geeft aan dat hun financiële positie het laatste jaar is verslechterd. Het aandeel ouderen dat aangeeft erop vooruitgegaan te zijn, is duidelijk lager dan gemiddeld (Den Haag, 2020b). 14% van de 65-plussers moet door geldgebrek wel eens bezuinigen op zaken als eten en kleding of moet wachten met het betalen van rekeningen. Het aandeel 65-plussers met schulden is duidelijk lager dan gemiddeld, onder alle inwoners van Den Haag.

43

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

4.5 Gezondheid

Kijkend naar alle leeftijden in 2019, hebben 9,9 miljoen (van de 17,4 miljoen) Nederlanders tenminste één chronische ziekte of aandoening; 5,4 miljoen Nederlanders hebben meer dan één. 900.000 Nederlanders hebben last van slecht­ziendheid of zijn blind; 760.000 kampen met slechthorendheid of zijn doof. Ongeveer 1 op de 3 mensen van 75 jaar of ouder kampt met mobiliteitsproblemen. Tenslotte hebben 280.000 Nederlanders de diagnose dementie gekregen.4 63% van de Haagse 65-plussers heeft, in 2018, te maken met een (lichamelijke) beperking en/of chronische aandoening. Dit aandeel is voor 65-plussers duidelijk hoger dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag (37%) (Den Haag 2020b). Van alle 65-plussers heeft 45% te maken met een (lichamelijke) beperking. In bijna de helft van de gevallen gaat het hierbij om motorisch lichamelijke beperkingen (44% van degenen die aangeven een (lichamelijke) beperking te hebben). In 15% van de gevallen gaat het om auditieve beperkingen of slechthorendheid en in 6% gaat het om een visuele beperking. Zo’n 50% van de 65-plussers heeft te maken met een chronische aandoening. Zowel dit percentage als het percentage dat een (lichamelijke) beperking heeft, ligt boven het gemiddelde voor heel Den Haag; 20% van alle Hagenaars heeft een (lichamelijke) beperking en 30% heeft een chronische aandoening.

75-plussers lijken vaker een (lichamelijke) beperking en een chronische aandoening te hebben dan 65-74-jarigen.

“

Ik kreeg vlak na mijn pensionering een hartinfarct. Dat komt vaker voor, je hersenen kunnen de overgang niet verwerken. Daar zou meer voorlichting over gegeven moeten worden, actief blijven in die periode. Ik kreeg daarna Parkinsonisme, daar had ik ook nog nooit van gehoord.

”

4

www.volksgezondheidenzorg.info en CBS.

44

4 (INTER)NATIONALE EN HAAGSE TRENDS OUDEREN

In onderstaande tabel worden de gerapporteerde gezondheidscijfers gepresenteerd uit de GGD Gezondheidsenquête 2016.

Tabel 10: Rapportage gezondheidsenquête 2016 voor ouderen in Den Haag GEZONDHEID Mantelzorgers

DEN HAAG (in %) 13% van ouderen

Overbelaste mantelzorgers

19% van de mantelzorgers

Eigen gezondheid

56% vindt zich (goed) gezond

Een of meerdere chronische ziekten

55%, in het bijzonder mensen van Surinaamse afkomst en mensen met een lagere sociaal-economische status rapporteren dit

Aantal mensen dat valt

33%

Voelt zich gelukkig of erg gelukkig

88%

Voelt zich sociaal geïsoleerd

7%

Is zelfstandig

83%

Voelt zich alleen

52% (ter vergelijking: 19 tot 64-jarigen voelen zich vergelijkbaar alleen

Voelt zich kwetsbaar

25%

Had te maken met misbruik (schelden, financieel, vrijheidsberoving)

6,5%

(Ernstig) overgewicht

56%

Voldoende fysieke activiteit

69%

Alcoholgebruik (meer dan 14 (mannen) of 7 (vrouwen) glazen per week

30%

Tabaksgebruik

16%

Tevreden met het huis

94%

Tevreden met de leefomgeving

91%

Ontvangt informele zorg

11% (waarvan 40% 10 uur per week)

Maakt gebruik van de Wmo

60-74: 14%; 75+: 46%

Ontvangt Wlz-zorg thuis

3%

45

5 STADSENQUÊTE ­SENIOR­VRIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

46

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1

Top-up vragen Gemeente Den Haag

Onderstaande paragrafen beschrijven de resultaten van de top-up vragen die zijn gesteld aan de 393 respondenten die deelnamen aan het veldonderzoek. Deze vragen zijn mede op initiatief van de gemeente Den Haag tot stand gekomen en volgen uit het thema Wonen. Deze vragen zijn achtereenvolgens: ● Welk cijfer geeft u uw woning? • Wat vindt u het fijnst aan uw woning? • Wat vindt u het minst fijn aan uw woning? ● Bent u op de hoogte van de mogelijkheden om uw woning aan te passen zodat u in uw woning kunt blijven wonen als u ouder wordt? • Welke aanpassingen zijn gewenst? • Hoe en waar hebt u deze informatie gevonden en voldoet deze? • Hoe zou u op de hoogte gebracht willen worden? ● Denk u wel eens aan verhuizen? • Waarom wel/niet? • Als u zou moeten verhuizen, zijn er dan woonvormen die u aanspreken? ● Hebt u (aanvullende) ideeën over wat de gemeente zou kunnen doen om als senior in de wijk actief en betrokken te blijven in tijden van corona? ● Zijn er zaken die u wilt delen met ons inzake de seniorvriendelijkheid van Den Haag? Bij de interpretatie van de resultaten is het belangrijk op te merken dat na de ja/nee-vraag veelal een open vraag volgde. Deze antwoorden zijn thematisch gecodeerd, namelijk van zogenaamd open coderen naar axiaal en selectief coderen. Bij het open coderen zijn de antwoorden van respondenten open gelabeld.

Bij het axiaal coderen zijn codes samengevoegd waar nodig en tot slot is gekeken naar hoe de gegevens kernachtig konden worden beschreven of weergegeven (selectief coderen). Door het volgen van deze procedure kunnen ook de open antwoorden worden weergegeven als aantallen. Wanneer respondenten meer dan één antwoord gaven, zijn hun quotes onder beide labels geplaatst. Ter illustratie: wanneer respondenten aangaven blij te zijn met zowel hun tuin als de grootte van hun woning is deze quote gelabeld bij “tuin” en bij het label “ruim” (als in: een ruime woning).

5.1.1 Welk cijfer geeft u uw woning?

De respondenten (n=393) beoordeelden hun woning gemiddeld met een 8 (standaarddeviatie: 0,992). Hierbij beoordeelde 76% van de mensen hun woning met een 8 of hoger. Zo’n 19% van de mensen beoordeelde hun woning met het cijfer 7 en 4% met het cijfer 6. Slechts 4 mensen (0,6%) beoordeelden hun woning als onvoldoende (het cijfer 5 of lager).

Welk cijfer geeft u uw woning?

50,0 45,0 40,0

Procent

35,0 30,0 25,0 20,0 15,0 10,0 5,0 0,0

4

5

6

7

Rapportcijfer Figuur 6: Welk cijfer geeft u uw woning?

47

8

9

10

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Wat vindt u het fijnst aan uw woning?

5.1.2 Wat vindt u het fijnst aan uw woning?

1,5% 4,0%

6,6% Alles

19,7%

18,4%

Tuin Gelijkvloers Ligging/uitzicht Aangepast/toegankelijk

2,2%

Eigenaarschap

5,3% 17,0%

Ruim Veilig Geen idee/anders

25,2% Figuur 7: Wat vindt u het fijnst aan uw woning? Veel mensen gaven aan blij te zijn met hun tuin of buiten (18,4%). “Mijn tuin. Ik ben helemaal gek op mijn tuin, heel veel bloemetjes, ik kan lekker lezen”. Daarnaast waarderen zij het wanneer hun woning gelijkvloers is (17,0%). “Het is een etage, dus alles is gelijkvloers, geen trappen en geen drempels. Bij gebrek hebben we ook de lift”. Ook werd de ligging en uitzicht veel genoemd (25,2%) en dat zij voldoende ruimte hebben in de woning (19,7%). “Er is voldoende ruimte, de ligging is erg goed, de lucht (behalve in de zomer) is goed bij zee. De winkels zijn makkelijk te bereiken te voet of auto”. Overige zaken die benoemd werden waren: ‘alles’ (6,6%) dat een algehele tevredenheid met de eigen woning aangeeft, dat de woning aangepast en toegankelijk is voor hen (5,3%), dat zij eigenaar zijn van de woning (2,2%), het veilig voelt (1,5%) en overige zaken (4,0%).

48

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.3 Wat vindt u het minst fijnst aan uw woning?

Wat vindt u het minst fijn aan uw woning? 0,8% 1,5% 1,3% 2,3% 9,9%

Niks Onderhoud Ligging/locatie 35,1%

6,1%

Overlast (natuur/buren/geluid etc) Parkeren Controle verlies Te klein/lay out

10,4%

Overige irritaties Trappen

1,8% 0,8%

Tuin Veiligheid 11,7%

2,3%

16,0%

Kosten Anders

Figuur 8: Wat vindt u het minst fijn aan uw woning? Een groot deel van de mensen gaf aan tevreden te zijn met hun woning (35,1%). Zo’n 16,0% van de mensen benoemde het gebrek aan onderhoud als een probleem, vaak werd de isolatie genoemd en/of het gebrek aan dubbelglas. “Dat het ‘s winters zo koud is. Het is een koudevoetenhuis“. Overlast van de omgeving of buren werd ook genoemd (11,7%). Meestal heeft deze overlast te maken met geluid. “Donderend lawaai van kerels in zwarte kleding op motoren zonder geluiddempers”; “Er is geluidsoverlast van de straat en sommige buren”. Zo’n 10,4% van de mensen vond de indeling niet naar wens of de woning te klein en 9,9% had thuis een trap waar dit (in de toekomst) een probleem is. “De trap [is een probleem], omdat hij smal is en draait en ik moeilijker naar boven kan. Overige zaken die benoemd werden zijn: de ligging en locatie (2,3%), het niet kunnen parkeren (0,8%), het ontbreken van invloed of zij er kunnen blijven wonen (controleverlies, 1,8%), geen of een te grote tuin (2,3%), gevoel van onveiligheid (0,8%), hoge kosten (1,5%) en overige irritaties (6,1%) zoals een langzame lift of het moeten zemen van de ramen.

49

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.4 Bent u op de hoogte van mogelijkheden voor het aanpassen van de woning?

Van de 393 respondenten was driekwart (75,1%) op de hoogte welke mogelijkheden er zijn om de woning aan te passen.

Bent u op de hoogte van mogelijkheden voor aanpassen woning?

100 90 80

75,1%

Procent

70 60 50 40

24,9%

30 20 10 0

Ja

Nee

Figuur 9: Op de hoogte mogelijkheden aanpassen woning

5.1.5 Hoe en waar hebt u deze informatie gevonden, voldeed deze en hoe zou u op de hoogte gebracht willen worden?

Op deze vragen volgde een grote verscheidenheid aan antwoorden. Sommige mensen hebben geen idee meer hoe zij aan de informatie gekomen zijn. Anderen hebben van de mogelijkheden vernomen het via hun netwerk “Dat weet ik van de buren, de mensen uit het gebouw” of via de communicatiekanalen zoals de website van de gemeente, de krant, het Wmo-loket of via de ouderenbond. “Dat vind ik in bladeren van ouderen, de POCB, de ouderenbond. Advertenties van kranten eventueel”. Anderen gaan naar de gemeente toe: “Het gemeentehuis is de aangewezen plek en daar wijzen ze je wel verder”.

“

Via wijkverpleging en persoonlijk contact kun je de mogelijkheden bij de mensen krijgen. Eerst de relatie, dan de informatie.

”

50

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.6 Hoe wilt u op de hoogte gebracht worden?

Op de vraag hoe zij het liefst op de hoogte gebracht willen worden, werd vooral de schriftelijke vorm benoemd. Hierin bestond wel enige variatie zoals via het internet of digitaal: “dat zoek ik allemaal zelf op internet” waar anderen het liever via de post, de krant, een folder of nieuwsbrief wilden ontvangen. Er waren ook respondenten die zulke informatie omtrent aanpassingen liever verteld krijgen: “telefonisch/mondelinge voorlichtingsbijeenkomst”. Wanneer wij coderen op “schriftelijk digitaal/papier” of “verbaal” zien we dat 14,5% het schriftelijk wilde, en 2,8% het mondeling verteld wilde krijgen. Een grote groep van 89,9% van de mensen heeft deze vraag echter niet beantwoord.

Hoe zou u op de hoogte gebracht willen worden? 0,8%

2,8% 14,5%

Verbaal Schriftelijk digitaal/papier Geen antwoord Anders

81,9% Figuur 10: Hoe zou u op de hoogte gebracht willen worden?

“

Er is wel veel: wijkkrantje (als die er nog is), de bieb, op je telefoon kun je zoeken, maar soms begrijp je de informatie niet, is het moeilijk geschreven.

”

51

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.7 Welke aanpassingen zijn gewenst in uw woning?

De quotes van mensen op deze vraag zijn geclusterd naar de ruimte (zowel verblijfsruimte als transportruimte) in de woning. De meeste mensen hadden geen behoefte aan aanpassingen aan hun woning of hadden al een woning die aangepast is (81,6%). “Wij hebben op het ogenblik geen aanpassingen, we hebben een hoge wc en inloopdouche”. Daarna volgden aanpassingen van het trappenhuis (9,2%) en de badkamer of toilet (6,9%) bij het noemen van eventuele wensen. “Zo’n lift stoel waar je mee met de trap omhoog kan” en “Eventueel een beugel in de badkamer waaraan je je kunt vasthouden”. Een enkeling gaf aan dat alles aangepast diende te worden.

Welke aanpassingen zijn gewenst?

Anders Trappenhuis Badkamer/toilet Geen Alles 0,0

10,0

20,0

30,0

40,0

50,0

60,0

70,0

80,0

90,0 100,0

Percentage Figuur 11: Welke woningaanpassingen zijn gewenst?

5.1.8 Denkt u wel eens aan verhuizen?

Van de 393 respondenten dacht 29,5% wel eens aan verhuizen. Een overgrote meerderheid dacht daar niet over na.

Denk u wel eens aan verhuizen?

100 90 80

70,5%

Procent

70 60 50 40 30

29,5%

20 10 0

Ja

Nee

Figuur 12: Denkt u wel eens aan verhuizen?

52

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.9 Redenen om te willen verhuizen

Bij de 29,5% van de respondenten die aangeven wel eens aan verhuizen te denken is gevraagd waarom.

Waarom denkt u aan verhuizen?

Te hoge kosten Te groot/onderhoud Andere woonvorm Kinderen/ familie Overwaarde opmaken Toekomst bestendig Andere omgeving Overlast/buren 0,0

2,0

4,0

6,0

8,0

10,0

12,0

Percentage Figuur 13: Redenen om te willen verhuizen Van deze 29,5% gaven de meeste respondenten (10,3%) aan een toekomstbestendige woning te overwegen. “Mijn gezondheid gaat natuurlijk achteruit, ik ben alleen en ik zou dan te zijner tijd iets moeten vinden met verzorging”. Daarnaast overweegt slechts 3,3% van de respondenten te verhuizen vanwege overlast van de buurt of buren of te willen verhuizen naar een andere omgeving (landelijk, 3,8%). Slechts 4,1% vindt hun huidige woning te groot met te veel onderhoud “Het huis is te groot voor twee mensen”, en maar 1,8% wil verhuizen om kleiner te gaan wonen en daarmee de overwaarde van hun huidige woning vrijspelen om uit te geven: “Omdat het huidige huis ook deel van pensioenvoorziening is en bij verkoop, en verhuizing naar kleiner, meer liquide middelen beschikbaar komen”. Van de respondenten wil 1,8% (dichter) bij de kinderen wonen, en 2,6% zou willen verhuizen om naar een andere woonvorm over te gaan (groepswonen of verpleeghuis). Van de respondenten overweegt 2,1% te verhuizen om de hoge kosten. Al met al zijn de motieven om te verhuizen verschillend, en slechts op een beperkt aantal respondenten van toepassing.

53

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.10 Als u zou moeten verhuizen, zijn er dan woonvormen die u aanspreken?

Welke woonvorm spreekt u aan als u MOET verhuizen?

Aan alle (n=393) respondenten is gevraagd welke woonvormen hen aanspreken.

Familie Groepswonen Verzorg/verpleeghuis Aanleunwoning 55+ woning Zelfstandig Geen idee/behoefte 0,0

10,0

20,0

30,0

40,0

50,0

60,0

Percentage Figuur 14: Welke woonvorm spreekt u aan als u MOET verhuizen? Verreweg de meeste respondenten willen zelfstandig blijven wonen (49,4%). Van de respondenten heeft 27,4% nooit nagedacht of geen behoefte aan verhuizen naar een andere woonvorm. Zo’n 13,6% van de mensen zou groepswonen wel interessant vinden. “Mij spreekt groepswonen wel aan, maar nu wonen 2 dochters met hun gezin binnen 150 meter”. De andere woonvormen werden minder benoemd: verzorgingshuis of verpleeghuis (2,4%), aanleunwoning (2,2%) of de 55+-woning (2,2%) of het wonen bij familie (2,9%). De optie van het verzorgingshuis is niet langer van toepassing gezien de landelijke uitfasering.

“

Mij spreekt groepswonen wel aan, maar nu wonen 2 dochters met hun gezin binnen 150 meter.

”

54

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.1.11 Actief en betrokken blijven in tijden van corona

Aan de 393 Haagse ouderen is gevraagd wat zij zouden kunnen doen om in de wijk actief en betrokken te blijven tijdens de coronapandemie. Voor velen is het een lastige en uitdagende tijd, die bij sommigen ook gepaard gaat met angst. Toch is er veel dat ouderen actief zelf ondernemen. Veel ouderen benadrukken de adviezen die voor het RIVM zijn gegeven, zoals het in acht nemen van hygiënemaatregelen, zoals het wassen van handen, en het bewaren van anderhalve meter afstand, het vermijden van drukke situaties en het openbaar vervoer, en zelfs het niet bijwonen van bijeenkomsten en het zoveel mogelijk thuisblijven. Ook het dragen van mondkapjes wordt genoemd als aanvullende maatregel. Ook is er bij sommigen onduidelijkheid over de regels. Een gezonde leefstijl betrachten is een veelgehoorde oplossing. “Proberen zo fit mogelijk te zijn en weerstand op te bouwen. Ik leef gezond, ik rook niet, ik drink niet.” Er is aandacht voor opletten op jezelf en goed voor jezelf zorgen. Er wordt gehoopt dat medemensen daar ook op letten, en ook de regels behorend bij de anderhalvemeter-samenleving beter respecteren. Veel respondenten zien de opvolging van maatregelen verslappen en verzoeken om meer handhaving, zoals door zichtbare wijkagenten.

Niet iedereen ziet in de gemeente de instantie van waaruit de oplossingen dienen te komen, toch zijn er tips over de rol van gemeente, waaronder het maken van een digitale nieuwsbrief. “ De gemeente zou meer hulp moeten bieden aan mensen van mijn leeftijd. Hoe ik moet omgaan met mijn computer zoals ZOOM en hoe ik contact houd met de buitenwereld. De technologie stijgt mij boven het hoofd uit.” “ De gemeente zou bijvoorbeeld kunnen informeren (telefonisch) of ouderen het nog redden. Als iemand niet verzorgd wordt dan is het niet bekend hoe het met diegene gaat. Op een gegeven moment kon je als ouder in tijden van corona niet aan contant geld komen en dat betekende dat mensen die ouderen hielpen niet contant betaald konden worden. Boodschappen in huis was op dat moment het grootste probleem.” “ De gemeente moet misschien aanwijzingen geven over het ontsmetten van liften en parkeerautomaten en dergelijke.” “ Ik denk dat de gemeente genoeg doet. Het ligt bij de mensen zelf hoe ze dat oppakken. De veiligheidsvoorschriften in acht nemen, geregeld handen wassen en afstand houden. Meer kan je niet doen denk ik.” “ Ik hou mij aan een zeer strikte quarantaine, want ik behoor tot de zwaarste risicogroep. Ik heb geregeld met een vriend van mij dat hij mij elke ochtend om 9 uur belt, ik noem het zo om te kijken of ik nog leef.

Je kunt moeilijk van een gemeente verwachten dat ze dat doen. Wel bij eenzame mensen en mensen die alleen wonen zijn er mensen die een paar dagen geen contact hebben. Dan zou een gemeente een ouderenbeleid kunnen voeren om te kijken wat wel of niet mogelijk is. Dat de gemeente een soort alarmcentrale zou hebben, dat mensen op een knopje kunnen drukken voor noodsituaties. Dat die mensen ook bereid zijn aan die centrale hun sleutel in te leveren.” “Misschien gratis conditietesten aanbieden.” “Minder betutteling. Ik heb mij gehouden aan de regels. Ik heb het niet ervaren als crisis.”

55

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Veel ouderen blijven door de corona-uitbraak thuis. Voor boodschappen, een wandeling of wat fietsen, maar ook het verlenen van mantelzorg komen zij nog buiten. Sommige ouderen maken gebruik van een boodschappendienst. Het hebben van een hobby binnenshuis helpt velen om de dag door te komen, waaronder traditionele hobby’s als handenarbeid, maar ook het doen van digitale spelletjes of tuinieren. “Ik ben heel erg op mezelf, ik maak niet van veel dingen gebruik. Ik maak mijn eigen muziek, ik puzzel, ik doe aan handenarbeid, ik vermaak me wel, ik hou me bezig, ik tuinier, ik doe alles waar ik zin in heb. Wat dat betreft heb ik geen enkele beperking.” “Het is moeilijk, het wordt nu wat ruimer, maar we zijn nu vooral thuis. Maar ik ga vooral naar buiten, het park in. Verder ben ik gewoon thuis bezig.” Het actief benaderen, aanspreken of bellen van buren, bekenden, eenzame mensen of ouderen die dreigen te vereenzamen (al dan niet in de eigen wijk) hoort daar ook bij. Belcirkels of het inrichten van een WhatsAppgroep kan daarbij helpen. Het bezoeken van een buurthuis of buurtkamer kan op loopafstand gerealiseerd worden, mits de buurthuizen open zijn. Veel oplossingen worden door ouderen gezocht in de eigen buurt en het leggen van contacten.

Mensen beseffen veelal dat zij tot een risicogroep behoren en hebben beperkt toegang tot activiteiten buiten de deur omdat veel gelegenheden beperkt open zijn. “Buiten zijn veel ouderen. Ga er heen en maak een praatje. Ga op de mensen af. Je kunt ze in ieder geval bellen.” “Wat me wel stoort is dat de bibliotheken ook totaal gesloten waren. Ze konden het creatiever oplossen en doordenken.” “De gemeente moet waakzaam zijn op ouderen die door de corona vereenzamen. Dit kan door bezoek van een maatschappelijk werker aan huis.” “Misschien zou [de gemeente] een appje kunnen rondsturen wanneer er weer een opleving is van het virus en in welke deel van de stad/regio.” “Ik mag niet naar buiten omdat ik te kwetsbaar ben. Er komt af en toe een vriend met een mondkapje om koffie te drinken.” “Mijn leven is wel veranderd. [...]. Ik heb geen afleiding meer. Alles is op slot voor ons.”

56

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Veel ouderen zijn actief als vrijwilliger (sport) of maken samen muziek (koor, orkest) of doen aan kunstzinnige uitingen. Ontmoetingen kunnen, het liefst in een ruim gebouw met inachtneming van de anderhalve meter afstand. Er zijn hier en daar zorgen over het moeten betalen voor het kunnen deelnemen aan activiteiten. “De gemeente zou kerkgebouwen beschikbaar kunnen stellen om muziek in te maken in plaats van ze af te breken, zeker met het oog op de anderhalve meter samenleving.” “[De gemeente kan] misschien dingen organiseren zoals koffieochtenden of een bingomiddag. Ik heb er zelf geen behoefte aan, maar ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die er behoefte aan hebben of iets met muziek organiseren.” “Onze flat heeft een Coronacommissie opgericht om elkaar wat bij te staan, boodschappen doen en als er wat is, wat je voor elkaar kan betekenen.” “Persoonlijk ben ik mijn vrijwilligerswerk digitaal gaan doen. Ik ben nog steeds in quarantaine in verband met kwetsbaarheid.” Sommigen hebben als vrijwilliger meegeholpen ouderen te voorzien van informatie, van desinfectiemateriaal en mondkapjes. Dit is niet voor iedereen van toepassing, aangezien sommige ouderen de handen vol hebben aan de zorg voor zichzelf of een naaste. Tot slot zijn er ook ouderen voor wie het leven gewoon doorgaat. “Wij hebben de afgelopen maanden geen problemen gehad. Vonden de rust buiten erg aangenaam.”

5.1.12 Zijn er zaken die u wilt delen met ons inzake de seniorvriendelijkheid van Den Haag?

Aan de 393 Haagse ouderen is gevraagd wat zij wilden delen inzake de seniorvriendelijkheid van de gemeente Den Haag. Hieronder volgt een greep uit de antwoorden. Sommige ouderen vragen aandacht voor voldoende geschikte woonvormen voor ouderen, met name voor hen die zorgbehoevend zijn. Ook wordt er aangegeven dat wijken wat gemêleerder blijven, en dat ouderen in contact blijven met jongeren. Aandacht voor mantelzorgers en ouderen die dreigen te vereenzamen worden beide genoemd. Ook is er een specifiek verzoek tot het vaker het oor te luister te laten leggen bij ouderen en daadwerkelijk hun ideeën mee te nemen in besluitvorming. “Het realiseren van goede en betaalbare appartementen voor ouderen, zodat ze hun te grote eengezinswoning achter kunnen laten.” “Vrouwen zoeken elkaar makkelijker op en mannen veel minder. Mannen hebben allerlei hobby’s en treffen elkaar niet. Er is weinig in buurthuizen aan te treffen het is vooral gericht op vrouwen dingen.” “Ondanks de goede wil van de gemeente blijft eenzaamheid een punt dat constant aandacht vereist.” “Ouderen veel meer betrekken bij de zorg, wat wel of niet mogelijk is, maar ook met bouwplannen van ouderenwoningen of groepswonen, op welke manier ze zelfstandig kunnen blijven wonen, vervoer.”

57

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Er is behoefte aan betere busverbindingen waarbij er minder overgestapt hoeft te worden om van A naar B te komen. Verhoogde perrons voor de bussen vinden mensen een verbetering. Er is tevens behoefte aan betere openbare toiletvoorzieningen, eventueel betaald en bemand. Er is behoefte aan meer speciale parkeerplaatsen voor ouderen en mindervaliden, in het bijzonder in het centrum. De binnenstad is volgens sommigen rolstoelonvriendelijk en in het algemeen zijn er in Den Haag te veel obstakels op straat. De stoepen zijn ongelijk (ook op andere plekken in de stad), te smal en deuren gaan niet altijd vanzelf open. Op sommige plekken is een gebrek aan fietspaden, of is er te weinig capaciteit voor fietsers. Er zijn klachten geuit over het niet mogen meenemen van kleine honden in de taxi, met als argument dat mensen allergisch zijn. Ook is er een behoefte aan specifieke informatie over taxivervoer voor ouderen en vervoer op maat. Wellicht kan de gemeente de inwoners periodiek digitaal of op papier attenderen over dienstverlening van en in de gemeente.

“Er zou nog wel eens gekeken mogen worden naar het lager tarief voor ouderen wat betreft het openbaar vervoer.” “Meer openbare toiletten en veel meer bankjes waar ik even op kan rusten tijdens een korte wandeling.” “Goede stoepen en fietspaden om met scootmobiel te kunnen rijden.” Er wordt door sommigen opgemerkt dat men betere handhaving wenst, met name op overlast van fietsen (fietsen op trottoirs), overhangende heggen en honden (poep, loslopen). In het algemeen doet Den Haag heel veel zaken goed, maar de politie is volgens enkelen te onzichtbaar en er wordt amper gehandhaafd in het verkeer. Ook dient er aandacht te zijn voor overlast door meeuwen. “Graag meer blauw op straat, al was het maar om het steeds omvangrijker contingent fietsers dat het trottoir als fietspad gebruikt en dat met steeds hogere snelheid, tot de orde te roepen. Desnoods middels bekeuringen. Ik heb regelmatig ‘near misses’ met die onverlaten.” “Zorgen dat de heggen en struiken van tuinen niet over de stoep hangen.” Sommigen geven aan dat zij de opgelopen jaren niets hebben gemerkt van seniorvriendelijkheid van de gemeente. Er dient meer gedaan en geluisterd te worden. “Den Haag is minder seniorvriendelijk dan zij probeert uit te stralen!” “Het feit dat ik geen geld kan halen, dat er geen geldautomaten in de buurt zijn die ik kan bereiken.

Ik zou er een oplossing voor willen hebben, want ik ben niet de enige die er een probleem mee heeft.” Tegelijkertijd zijn er mensen die het bestaan van de vragenlijst over de positie en beleving van de ouderen in deze stad zien als een teken dat Den Haag wel actief bezig is met de seniorvriendelijkheid. Den Haag is in de ogen van sommigen erg ruimhartig voor voorzieningen op het gebied van de Wmo en ouderen in het algemeen. “Ik vind het geweldig dat de gemeente zich daarover zo druk maakt. Ik stel dat zeer op prijs.” “Heel vriendelijk. Ik ben altijd gewaardeerd en gerespecteerd. Ik heb geen klachten. Het is prettig wonen in Den Haag.”

58

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.2 Bevindingen vragen seniorvriendelijk Den Haag

Onderstaande paragrafen beschrijven de resultaten van het veldonderzoek dat met behulp van de vragenlijst Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) is afgenomen onder een representatieve groep van 393 inwoners5 van de gemeente Den Haag. De AFCCQ meet de belevingswereld van ouderen op de acht domeinen van de Wereldgezondheidsorganisatie, plus een relevant negende domein van iemands financiële situatie. Bij de interpretatie van de resultaten is het belangrijk op te merken dat er is gevraagd naar de ervaringen rondom de seniorvriendelijkheid van de gemeente, die zijn geuit op een schaal variërend van geheel mee oneens tot geheel mee eens. Dit leidt tot een cijfer dat bij een negatieve score uitdrukt dat mensen het overwegend oneens waren met de vragen, en bij een positieve score uitdrukt dat mensen het overwegend eens waren met de vragen. Omdat we hebben gevraagd naar de ervaringen rondom de seniorvriendelijkheid, kunnen negatieve scores ruwweg worden vertaald als ontevredenheid, en positieve scores op hun beurt als tevredenheid van de ouderen met (deelaspecten van) de seniorvriendelijkheid. Naast de gemiddelde score per domein, zijn ook de standaard­deviaties weergegeven. De standaarddeviaties zijn een reken­kundige maat voor de spreiding van de getallen rondom het gemiddelde.

Als er weinig spreiding is (kleine standaarddeviatie), dan liggen de getallen allemaal dicht bij elkaar. Er zijn dan weinig verschillen tussen hoe mensen de vraag of het domein gescoord hebben. Bij een hoge standaard­deviatie zijn de verschillen tussen mensen juist groot. De numerieke scores per domein kunnen niet onderling vergeleken worden met de scores op andere domeinen, zoals bijvoorbeeld Huisvesting met Transport, omdat de ranges van de scores per domein verschillen vanwege het aantal vragen dat in een specifiek domein is opgenomen.

5

De resultaten van het onderzoek onder 393 ouderen zijn representatief voor de seniorvriendelijkheid van de gemeente Den Haag als geheel. Echter bij vervolganalyses waar het subgroepen betreft (vanaf paragraaf 5.2.2.), zoals de deelresultaten voor de verschillende stadsdelen, gebruik van zorg aan huis of een mobiliteitshulpmiddel, iemands financiële situatie, etc., zijn de resultaten indicatief.

59

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

5.2.1 Resultaten op gemeenteniveau

De gemeente Den Haag scoort op zeven van de negen categorieën van de AFCCQ een “tevreden” als score. Voor het domein Buitenruimte en gebouwen scoort de gemeente een matig positieve score (neutraal tot enigszins tevreden). Op gemeenteniveau is hier ruimte voor verbetering. Voor het domein Huisvesting scoort de gemeente een bovengemiddeld tevreden als oordeel. Deze scores zijn een gemiddelde van alle deelnemers die aan het onderzoek hebben meegedaan en zeggen dus alleen iets over de gemeente Den Haag in zijn geheel. In deze cijfers zijn niet de percepties van verschillende subgroepen van Haagse ouderen uitgewerkt. Hierdoor zijn bij subgroepen wel degelijk hogere dan wel lagere scores mogelijk. De huidige totaalscore van 16.9 (op een schaal van -46 tot +46) toont aan dat de Haagse ouderen over het algemeen tevreden zijn met de seniorvriendelijkheid van hun gemeente.

Tabel 11: Totaalscores van de Gemeente Den Haag per domein Domein AFCCQ

Gemiddelde

SD

N

Bereik

1.

Huisvesting

2.4

1.06

393

-4 tot 4

2.

Sociale participatie

2.6

2.46

393

-8 tot 8

3.

Respect en sociale inclusie

1.6

1.59

393

-4 tot 4

4.

Burgerschap en werkgelegenheid

1.4

1.34

393

-4 tot 4

5.

Communicatie en informatie

1.4

1.32

393

-4 tot 4

6.

Sociale en gezondheidsvoorzieningen

2.7

2.79

393

-10 tot 10

7.

Buitenruimte en gebouwen

0.9

1.41

393

-4 tot 4

8.

Transport

1.7

1.50

393

-4 tot 4

9.

Financiën

1.9

1.26

393

-4 tot 4

AFCCQ Totaal

16.9

8.87

393

-46 tot 46

23.1 - 35.0

> 35.1

< -35.1

-23.1 – -35.0

-11.5 – -23.0

-11.4 - 0.0

0.0 - 11.4

5.2.2 Resultaten per stadsdeel

11.5 - 23.0

Als we bij de resultaten inzoomen op de deelscores per stadsdeel, dan is te zien dat alle deelscores in het positieve gebied scoren (groene scores). Sommige stadsdelen scoren wat hoger dan andere. Zo scoort Leidschenveen-Ypenburg op meerdere domeinen wat lager, Loosduinen, Haagse Hout en in iets mindere mate ook Scheveningen en Laak, wat hoger. Het Haagse Hout scoort gemiddeld het hoogst (18.4), en LeidschenveenYpenburg het laagst (14.7) (op een schaal van -46 tot +46). Al deze scores vallen allemaal in dezelfde categorie van scores (ofwel tevreden), behalve die voor Leidschenveen-Ypenburg die een voldoende scoort (neutraal tot enigszins tevreden).

60

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Tabel 12: Totaalscore per stadsdeel Stadsdeel

Gemiddelde

SD

N

Bereik

Loosduinen

17.3

9.00

68

-46 tot 46

Escamp

16.6

9.10

74

-46 tot 46

Segbroek

16.8

7.09

61

-46 tot 46

Scheveningen

17.5

8.30

69

-46 tot 46

Centrum

15.1

10.53

39

-46 tot 46

Laak

16.5

7.87

24

-46 tot 46

Haagse Hout

18.4

10.13

48

-46 tot 46

Leidschenveen-Ypenburg

14.7

10.02

10

-46 tot 46

Totaal

16.9

8.87

393

-46 tot 46

23.1 - 35.0

> 35.1

< -35.1

-23.1 – -35.0

-11.5 – -23.0

-11.4 - 0.0

0.0 - 11.4

11.5 - 23.0

Als men kijkt naar de verschillende domeinen van de AFCCQ, dan scoort Huisvesting relatief hoog, terwijl de domeinen Sociale en Gezondheidsvoorzieningen en Buitenruimte en gebouwen in meerdere stadsdelen relatief laag scoren. Er is dus per stadsdeel ruimte voor verbetering. In de volgende tabellen zijn per domein de resultaten van de verschillende stadsdelen weergegeven. Op het domein Huisvesting scoren alle stadsdelen bovengemiddeld tevreden. Er zijn geen scores die duiden op neutraal tot tevredenheid of zeer-tevreden.

Tabel 13: Huisvesting (H) Stadsdeel

Gemiddelde

SD

N

Bereik

Loosduinen

2.2

1.03

68

-4 tot 4

Escamp

2.3

0.91

74

-4 tot 4

Segbroek

2.4

1.21

61

-4 tot 4

Scheveningen

2.4

1.23

69

-4 tot 4

Centrum

2.3

1.03

39

-4 tot 4

Laak

2.2

0.77

24

-4 tot 4

Haagse Hout

2.5

1.00

48

-4 tot 4

Leidschenveen-Ypenburg

3.0

1.05

10

-4 tot 4

Totaal

2.4

1.06

393

-4 tot 4

2.1 - 3.0

>3.1

< -3.1

-2.1 – -3.0

-1.1 – -2.0

-1.0 - 0.0

0.1 – 1.0

61

1.1 - 2.0

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Op het domein Sociale participatie scoren alle stadsdelen tevreden met uitzondering van het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg, dat een neutraal tot tevreden scoort.

Tabel 14: Sociale participatie (SP) Stadsdeel

Gemiddelde

SD

N

Bereik

Loosduinen

2.6

2.68

68

-8 tot 8

Escamp

2.5

2.43

74

-8 tot 8

Segbroek

2.8

2.15

61

-8 tot 8

Scheveningen

2.9

2.14

69

-8 tot 8

Centrum

2.7

2.69

39

-8 tot 8

Laak

2.7

2.43

24

-8 tot 8

Haagse Hout

2.7

2.68

48

-8 tot 8

Leidschenveen-Ypenburg

1.2

2.93

10

-8 tot 8

Totaal

2.6

2.46

393

-8 tot 8

4.1 - 6.0

>6.1

< -6.1

-4.1 – -6.0

-2.1 – -4.0

-2.0 - 0.0

0.1 – 2.0

2.1 – 4.0

Op het domein Respect en Sociale Inclusie scoren alle stadsdelen tevreden, behalve Haagse Hout en Leidschenveen-Ypenburg, die beide bovengemiddeld tevreden scoren.

Tabel 15: Respect en sociale inclusie (RSI) Stadsdeel

Gemiddelde

SD

N

Bereik

Loosduinen

1.5

1.70

68

-4 tot 4

Escamp

1.5

1.66

74

-4 tot 4

Segbroek

1.7

1.28

61

-4 tot 4

Scheveningen

1.6

1.56

69

-4 tot 4

Centrum

1.6

1.82

39

-4 tot 4

Laak

1.5

1.41

24

-4 tot 4

Haagse Hout

2.1

1.64

48

-4 tot 4

Leidschenveen-Ypenburg

2.2

1.47

10

-4 tot 4

Totaal

1.6

1.59

393

-4 tot 4

2.1 - 3.0

>3.1

< -3.1

-2.1 – -3.0

-1.1 – -2.0

-1.0 - 0.0

0.1 – 1.0

62

1.1 - 2.0

5 STADSENQUÊTE ­S ENIOR­V RIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020

Op het domein Burgerschap en werkgelegenheid scoren alle stadsdelen tevreden. Er zijn ten opzichte van elkaar geen afwijkende scores gevonden.

Tabel 16: Burgerschap en werkgelegenheid (BPW) Stadsdeel

Gemiddelde

SD

N

Bereik

Loosduinen

1.4

1.50

68

-4 tot 4

Escamp

1.3

1.42

74

-4 tot 4

Segbroek

1.3

1.18

61

-4 tot 4

Scheveningen

1.5

1.50

69

-4 tot 4

Centrum

1.4

1.42

39

-4 tot 4

Laak

1.5

1.17

24

-4 tot 4

Haagse Hout

1.5

1.28

48

-4 tot 4

Leidschenveen-Ypenburg

1.6

1.34

10

-4 tot 4

Totaal

1.4

1.34

393

-4 tot 4

2.1 - 3.0

>3.1

< -3.1

-2.1 – -3.0

-1.1 – -2.0

-1.0 - 0.0

0.1 – 1.0

1.1 - 2.0

Op het domein Communicatie en informatie scoren alle stadsdelen tevreden. Er zijn ten opzichte van elkaar geen afwijkende scores gevonden.

Tabel 17: Communicatie en informatie (CI) Stadsdeel

Gemiddelde

SD

N

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9989125/1