RIS308365 Bijlage 1 Onderzoek Den Haag Seniorvriendelijke Stad 2020
Tekst van het document
Onderzoek Den Haag Seniorvriendelijke Stad 2020 Integrale Rapportage
© 2021 De Haagse Hogeschool De Haagse Hogeschool
Johanna Westerdijkplein 75 2521 EH Den Haag
www.dehaagsehogeschool.nl Auteurs:
J. van Hoof
L.M.T. Hulsebosch-Janssen W.H. van Staalduinen
R.F.M. van den Hoven J. Dikken
In samenwerking met Kennisplatform Seniorvriendelijk Den Haag Vormgeving: Dienst Onderwijs, Kennis & Communicatie ISBN 9789083074320 Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International (CC BY-NC-ND 4.0)
INHOUD Voorwoord
7
Samenvatting en aanbevelingen voor de gemeente
8
Den Haag seniorvriendelijke stad algemeen
9
Huisvesting10 Sociale participatie
1 2
3 4
5
Respect en sociale inclusie
11
Burgerschap en werkgelegenheid
12
Communicatie en informatie
12
Sociale en gezondheidsvoorzieningen
13
Buitenruimten en gebouwen
14
Transport
14
Financiën
15
Opdracht
16
Methodologie
18
2.1 Ontwikkeling vragenlijst stadsenquête en validatie
19
2.2 Methodologie Stadsateliers
25
Algemene gegevens ouderen in Den Haag
36
(Inter)nationale en Haagse trends ouderen
38
4.1
40
Wonen
4.2 Welzijn
42
4.3 Werk en tijdsbesteding
43
4.4 Inkomen
43
4.5 Gezondheid
44
Stadsenquête seniorvriendelijkheid Den Haag 2020
46
5.1
6
11
Top-up vragen Gemeente Den Haag
47
5.2 Bevindingen vragen seniorvriendelijk Den Haag
59
5.3 Bevindingen op basis van de afzonderlijke vragen van de enquête
66
5.4 Resultaten op het niveau van verschillende subgroepen (AFCCQ)
71
Samenvatting rapportage Stadsateliers
74
6.1
Wat vinden ouderen belangrijk?
77
6.2 Welke verbeteringen zijn mogelijk?
82
3
7
Samenvatting Gemeentelijke Ouderenmonitor
88
7.1
Demografische kenmerken
89
7.2
Gezondheid
90
7.3
Huisvesting
90
7.4
Publieke ruimte
90
7.5
Mobiliteit
91
7.6
Burgerschap
91
7.7
Respect en sociale integratie
91
7.8
Sociale participatie
92
7.9
Communicatie en informatie
93
7.10 Gemeenschap en gezondheidszorg
93
Annex A. L eden Kennisplatform Seniorvriendelijk Den Haag
95
Annex B. Rapportage enquête per vraag
96
Tabel A 2.1. Overzicht scores per vraag
96
Tabel A.2.2. Bijzondere scores uitgewerkt naar stadsdeelniveau
99
Annex C. Citaten uit de Stadsateliers per domein
101
Geraadpleegde literatuur
114
4
Tabellen Tabel 1:
De vragenlijst: Age Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ)
21
Tabel 2:
Interpretatie AFCCQ totaalscore en specifieke domeinen
22
Tabel 3:
Demografische gegevens respondenten (totaal = 393)
24
Tabel 4:
Aantal inwoners en 65+ers in Den Haag
37
Tabel 5:
Aantal en percentage 65+ in Den Haag naar afkomst
37
Tabel 6:
Haagse 65+ers naar burgerlijke staat
37
Tabel 7:
Verdeling en ontwikkeling 65-plus huishoudens in Den Haag
40
Tabel 8:
Verdeling koop- en huurwoningen in Den Haag per stadsdeel (alle leeftijden)
40
Tabel 9:
Woningtypes in Den Haag per stadsdeel, alle leeftijden (2020)
41
Tabel 10:
Rapportage gezondheidsenquête 2016 voor ouderen in Den Haag
45
Tabel 11:
Totaalscores van de Gemeente Den Haag per domein
60
Tabel 12:
Totaalscore per stadsdeel
61
Tabel 13:
Huisvesting (H)
61
Tabel 14:
Sociale participatie (SP)
62
Tabel 15:
Respect en sociale inclusie (RSI)
62
Tabel 16:
Burgerschap en werkgelegenheid (BPW)
63
Tabel 17:
Communicatie en informatie (CI)
63
Tabel 18:
Sociale en gezondheidsvoorzieningen (SGV)
64
Tabel 19:
Buitenruimte en gebouwen (BRG)
64
Tabel 20:
Transport (T)
65
Tabel 21:
Financiën (F)
65
Tabel 22:
Scores per stadsdeel: totaalscore en deelscores per domein
66
Tabel 23:
Huisvesting, deelvragen
67
Tabel 24:
Sociale participatie, deelvragen
67
Tabel 25:
Respect en sociale inclusie, deelvragen
67
Tabel 26:
Burgerschap en werkgelegenheid, deelvragen
68
Tabel 27:
Communicatie en informatie, deelvragen
68
Tabel 28:
Technologie, deelvragen
69
Tabel 29:
Sociale en gezondheidsvoorzieningen, deelvragen
69
Tabel 30: Buitenruimte en gebouwen, deelvragen
70
Tabel 31:
70
Transport, deelvragen
Tabel 32:
Financiën, deelvragen
71
Tabel 33:
Zorg aan huis
72
Tabel 34:
Chronische ziekte of aandoening
72
Tabel 35: Gebruik van rolstoel of rollator
73
Tabel 36:
73
Financiële situatie
5
Figuren Figuur 1:
U-curve van Stone
28
Figuur 2:
Huis van de identiteit
30
Figuur 3:
Leercyclus van Kolb
34
Figuur 4:
Percentage mensen dat geen psychisch welbevinden ervaart in 2020
42
Figuur 5:
Haagse huishoudens naar inkomen (alle leeftijden)
43
Figuur 6:
Welk cijfer geeft u uw woning?
47
Figuur 7:
Wat vindt u het fijnst aan uw woning?
48
Figuur 8:
Wat vindt u het minst fijn aan uw woning?
49
Figuur 9:
Op de hoogte mogelijkheden aanpassen woning
50
Figuur 10: Hoe zou u op de hoogte gebracht willen worden?
51
Figuur 11: Welke woningaanpassingen zijn gewenst?
52
Figuur 13: Redenen om te willen verhuizen
53
Figuur 14: Welke woonvorm spreekt u aan als u MOET verhuizen?
54
6
VOORWOORD De gemeente Den Haag heeft veel ambities waar ze gestaag aan werkt om deze te realiseren, ook al zit de tijdsgeest niet altijd mee. Het mooie is dat deze ambities zich ook veelal niet beperken tot één collegeperiode. Eén van die ambities is om te behoren tot de top van de seniorvriendelijke steden, niet alleen vanwege het prestige, maar vooral om daarmee alle burgers van de stad een goede woon-en leefomgeving te bieden. De gemeente Den Haag investeert daarin fors, maar wil ook wel weten of deze investeringen het gewenste resultaat opleveren. Niet alleen door dit vast te stellen op basis van kwantitatieve gegevens, maar ook door te kijken naar kwalitatieve bevindingen die evenzeer van waarde zijn. Zowel in de opdracht als in de keuze van de partijen om de seniorvriendelijkheid van Den Haag in beeld te brengen, is maximaal geborgd dat een evenwichtige rapportage tot stand kon komen. De samenstellers van deze monitor, De Haagse Hogeschool, Hulsebosch Advies en AFEdemy, zijn er bijzonder in geslaagd een integrale monitor op te stellen waarin ervaringen van ouderen worden gekoppeld aan objectieve gegevens en waaraan ook nog een internationaal perspectief wordt toegevoegd.
Een integrale monitor die zich niet beperkt tot slechts één of enkele domeinen maar die alle relevante domeinen van seniorvriendelijkheid meeneemt, van huisvesting tot burgerschap, transport en financiën en alles wat daar nog tussen zit. Hiermee is de monitor tevens de basis van het kennisplatform geworden. Het structureel beleggen van deze monitor bij De Haagse Hogeschool is een garantie voor continuïteit, borging en verdere ontwikkeling. De adviezen verbonden aan de bevindingen vormen een uitstekende routekaart om ervoor te zorgen dat, ook bij een stijgend aantal ouderen en bij een toenemende diversiteit, ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven deelnemen aan het dagelijks leven. Dat betekent aanpassen en vernieuwen, vooral in de domeinen wonen en zorg. En ook aanpakken in samenhang met het perspectief van ouderen. Daarmee is deze routekaart niet alleen van belang voor de gemeente, maar ook een bron van inspiratie voor alle partijen die de wenselijkheid, het belang en de noodzaak onderschrijven om van Den Haag een in alle opzichten nog meer seniorvriendelijke en dus ook een leeftijdsvriendelijke stad te maken. Deze monitor, met deze kwaliteit, was er niet geweest als niet de pioniers van het eerste uur, niet-betaalde en betaalde professionals, organisaties en ambtenaren, gedreven waren geweest om hun inzichten met elkaar te delen.
En zij hebben met al hetgeen in hun vermogen lag bijgedragen aan een gedegen beeld van en een agenda voor een daadwerkelijk seniorvriendelijk Den Haag. Daarmee is dit rapport zowel resultaat alsmede een veelbelovend nieuw begin.
Joger de Jong
7
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
8
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Begin 2020 heeft de gemeente Den Haag aan De Haagse Hogeschool (Lectoraat Urban Ageing) gevraagd om samen met Hulsebosch Advies en AFEdemy een integrale monitor te ontwikkelen en uit te voeren waarbij, door middel van kwalitatieve en kwantitatieve methoden, onderzoek wordt gedaan naar de stand van zaken van Den Haag als seniorvriendelijke stad en tevens te kijken naar huidige trends aangaande ouderen. Tevens vroeg de gemeente om de ontwikkeling van een meetinstrument dat in de toekomst eenvoudig bij herhaling kan worden ingezet voor onderzoek: de standaard Age Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) voor ouderen1. In een stadsenquête en in zogenaamde stadsateliers zijn ouderen gevraagd naar hun bevindingen. In totaal hebben 393 Haagse ouderen meegedaan aan de enquête en 50 aan de stadsateliers. De aan de ouderen gestelde vragen gingen over de volgende acht onderwerpen die volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gezamenlijk de seniorvriendelijkheid van een stad bepalen: ● ● ● ● ● ● ● ● ●
Huisvesting; Sociale participatie; Respect en sociale inclusie; Burgerschap en werkgelegenheid; Communicatie en informatie; Sociale en gezondheidsvoorzieningen; Buitenruimte en gebouwen; Transport; en aanvullend, een negende domein: Financiën.
Den Haag seniorvriendelijke stad algemeen
In het algemeen geven de Haagse ouderen de stad Den Haag een goede voldoende. Over de eigen huisvesting zijn de ouderen bovengemiddeld tevreden; over buitenruimte en gebouwen daarentegen zijn ze minder tevreden. Ingezoomd op de resultaten per stadsdeel is weinig verschil per stadsdeel waar te nemen. De deelnemers uit Leidschenveen-Ypenburg scoren wat lager; Loosduinen, Haagse Hout en iets mindere mate ook Scheveningen en Laak daarentegen wat hoger. Nader gekeken naar demografische verschillen onder de Haagse ouderen leert dat op het gebied van geslacht, wel of geen migratieachtergrond, en het opleidingsniveau geen significante verschillen worden aangetroffen. Wel blijkt dat mensen die zorg aan huis ontvangen, mensen met mobiliteitsproblemen die een rolstoel of rollator gebruiken, mensen die een chronische ziekte of aandoening hebben en tenslotte mensen in een slechtere financiële situatie de stad lager waarderen op de meeste domeinen van seniorvriendelijkheid. Aan de Haagse ouderen is verder gevraagd hoe zij denken over de ontwikkeling van seniorvriendelijkheid van Den Haag. Enerzijds merkten sommige ouderen op dat zij niets hadden gemerkt van seniorvriendelijkheid de afgelopen jaren en wordt opgemerkt dat ouderen bijvoorbeeld geen gebruik meer kunnen maken van pinautomaten in de buurt.
Anderzijds zijn ouderen lovend dat Den Haag zich zo actief opstelt op het gebied van seniorvriendelijkheid en stellen dat dan ook zeer op prijs. Zij vinden het prettig wonen in Den Haag.
1
Met de term ouderen in dit rapport wordt bedoeld mensen die de leeftijd van 65 jaar of ouder hebben bereikt. Andere termen voor ouderen zijn senioren, oudere volwassenen. Wij kiezen voor de term ouderen omdat dit het beste aansluit op wetenschappelijke literatuur en beleidsstukken.
9
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Huisvesting
Net als de rest van de Haagse bevolking wonen Haagse ouderen vooral in een flat of appartement. Zij geven hun eigen woonruimte een ruime voldoende (een 8). Dit geldt voor alle stadsdelen en ook voor mensen met een chronische ziekte of aandoening, gebruiker van een rollator of rolstoel of mensen die moeite hebben om financieel rond te komen. De tuin, de ruimte, gelijkvloerse woning en de ligging zijn de zaken die ouderen het fijnst vinden aan hun huis. Het minst fijn vinden bijna twee derde van de ouderen aspecten zoals de isolatie van de woning, overlast door geluid of buren en de krapte van de woning. Ouderen zijn goed op de hoogte van de mogelijkheden tot aanpassing van de woning. Eventueel gewenste aanpassingen zijn in het trappenhuis en in de badkamer of het toilet. De meeste ouderen willen niet verhuizen. Naast het feit dat zij tevreden zijn over hun eigen woonruimte, geven ouderen ook aan barrières te zien die hen weerhouden van verhuizen, zoals het vinden van een geschikte betaalbare woning of het opruimen van spullen en het doen van de administratie en financiële afhandeling. Toch denkt bijna een derde van de Haagse ouderen aan verhuizen. Toekomstbestendig wonen wordt als belangrijkste reden voor verhuizen genoemd. Onderhoudskosten, de grootte van de woning en verandering van omgeving zijn andere redenen.
Als verhuisd moet worden, willen de meesten zelfstandig blijven wonen of zij geven aan echt niet te willen verhuizen. Groepswonen is de derde keuze. Ouderen willen ook rustig wonen; gemengd wonen met andere generaties wordt wisselend gewaardeerd. Velen willen juist wel gemengd wonen, vanwege onderlinge hulpmogelijkheden en ‘jong blijven als je onder jongeren bent’.
Aanbevelingen: Weliswaar zijn de Haagse ouderen doorgaans tevreden over hun eigen woning en willen zij in meerderheid hun woning niet verlaten, toch is het voor een derde van de ouderen van belang dat zij in staat worden gesteld te kunnen verhuizen. Dit wordt mogelijk door het volgende: ● De gemeente continueert haar inspanningen voor het maken van afspraken met woningcorporaties en projectontwikkelaars om het aanbod van betaalbare levensloopbestendige woningen in Den Haag te vergroten. ● De gemeente faciliteert actief wooncoaches (vrijwillig dan wel betaald, gemeentelijk of via woningcorporaties) om ouderen die willen verhuizen te helpen met het verhuisproces zoals het zoeken naar een geschikte woning, opruimen, inpakken, administratie en financiële afhandeling.
“
Er zijn nauwelijks appartementen in het centrum van de wijk Leidschenveen. Dat is jammer, dan moet je ergens anders heen en raak je je sociale contacten kwijt.
”
10
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Sociale participatie
Het aanbod op het terrein van vrijetijdsbesteding, de mogelijkheid om mensen te ontmoeten en mee te doen aan activiteiten, de kwaliteit van contacten met vrienden of familie en in de buurt worden positief gewaardeerd. De bereidheid om te participeren in de samenleving is hoog onder Haagse ouderen en ook zijn zij bereid om daarbij anderen te helpen. Bijvoorbeeld door middel van muziek, vrijwilligerswerk of in de kerk of een andere religieuze gemeenschap. Ook buurtapps helpen bij het vergroten van de sociale participatie. Echter mensen met een rolstoel of rollator of met lagere inkomens scoren beduidend lager op het gebied van sociale participatie. Daarnaast voelt meer dan de helft van de Haagse ouderen zich matig tot zeer ernstig eenzaam. Haagse ouderen maken zich daarnaast zorgen om het omkijken naar mensen die dreigen te vereenzamen in de stad, speciaal ook nu ten tijde van corona.
Aanbevelingen: ● Om ook mensen die dreigen te vereenzamen – mede in coronatijd - te betrekken, verruimt de gemeente actief de mogelijkheden voor Haagse ouderen om elkaar te vinden en te ontmoeten, door gebruik te maken van creatieve, betaalbare en laagdrempelige oplossingen waar ouderen vaker gebruik van maken, zoals buurtapps, bibliotheken, Schroeder buurtvoorzieningen, of zogenaamde ‘snuffelplekken’ bijvoorbeeld in winkels. ● Geef aandacht aan de mogelijkheden voor ouderen om voor zichzelf een zinvol leven te creëren.
Respect en sociale inclusie
Ruim de helft van de Haagse ouderen voelt zich thuis in de buurt waarin zij wonen en voelt zich gerespecteerd. Sociale inclusie wordt door mensen met een chronische ziekte of aandoening, gebruikmakend van een rollator of rolstoel of met een slechtere financiële situatie lager gewaardeerd dan anderen. Met name een slechtere financiële situatie zorgt voor een lage score op dit domein. Het lijkt erop dat het aantal ouderen dat tevreden is met de bevolkingssamenstelling van de buurt elk jaar wat afneemt. Zij zien hun buurt veranderen. Men zou dat graag accepteren en men is ook wederzijds belangstellend naar nieuwe generaties en andere culturen, toch is de drempel daarvoor hoog. Dat ligt volgens ouderen vooral aan dat ‘onbekend onbemind maakt’. Wel erkennen zij dat er best verschillen mogen zijn en dat mensen elkaar moeten respecteren. Toch ziet men dat lang niet overal gebeuren. Er zijn ook dingen die echt achteruit zijn gegaan, zoals het klimaat, vreedzaam samenleven en het navolgen van regels. Ouderen zouden graag meer de verbinding opzoeken met jonge gezinnen, enerzijds om hen wat meer traditionele waarde bij te brengen, anderzijds om zelf ook te leren en nieuwe contacten te leggen. Digitalisering kan daarbij een belangrijke rol spelen. Ouderen zijn niet op de hoogte waar zij heen moeten ingeval sprake is van leeftijdsdiscriminatie.
Aanbevelingen: ● Faciliteer als gemeente de mogelijkheden voor jong en oud in wijken en buurten om met elkaar in gesprek te gaan en geef ruimte aan projecten zoals het Haagse verhaal. ● Vergroot de zichtbaarheid en bekendheid van meldpunt leeftijdsdiscriminatie. ● Werk als gemeente tevens aan het verbeteren van het imago van ouderen.
11
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Burgerschap en werkgelegenheid
Op het gebied van burgerschap en werkgelegenheid geven Haagse ouderen aan doorgaans tevreden te zijn. Zij vinden het belangrijk zich nuttig te voelen en nemen, zolang de gezondheid dit toelaat, hiertoe ook vaak het initiatief. Ook verlenen zij vaak burenhulp. Ook hier is de mate van tevredenheid lager voor mensen met een chronische ziekte of aandoening, mobiliteits- of financiële problemen, waarbij met name een slechte financiële situatie zorgt voor een lage score. Er zijn wel zaken die om verbetering vragen: het geïnformeerd en betrokken worden bij wat er in de buurt gebeurt, het gehoord worden bij inspraak en besluitvorming en de mate waarin gemeentelijke plannen die betrekking hebben op ouderen ook daadwerkelijk met ouderen tot stand zijn gekomen. De mogelijkheden tot het verrichten van betaalde arbeid dat aansluit bij de eigen vaardigheden en interesses worden als onvoldoende beoordeeld. De mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen dat aansluit bij de eigen vaardigheden en interesses worden soms wel positief beoordeeld. Wat niet wegneemt dat een derde van de Haagse ouderen regelmatig actief is als vrijwilliger. Daarnaast is een derde actief als mantelzorger. Mantelzorg is in veel gevallen intensief, maar voor de meeste mantelzorgers wel hanteerbaar. Een op de vijf daarentegen voelt zich tamelijk zwaar tot overbelast.
Aanbevelingen: ● Maak als gemeente werk van het informeren en betrekken van Haagse ouderen bij de buurt of gemeentelijke plannen. Ga op zoek naar ouderen die niet via de geëigende kanalen worden gevonden en haal niet alleen informatie op, maar werk samen met ouderen (co-creëren). Denk vooral aan de groepen ouderen die zorg aan huis ontvangen, verminderd mobiel zijn of die zich in een financieel slechtere situatie bevinden. Ook kan gedacht worden aan het op andere creatieve manieren betrekken van mensen die een verminderde Nederlandse taalvaardigheid hebben. ● Verruim de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk op een creatieve en innovatieve wijze zodat deze beter aansluiten bij de vaardigheden en interesses van ouderen: zoals mentorschap op scholen (inclusief lessen voor nieuwkomers), bibliotheken en musea en stel geen leeftijdsgrenzen, zoals nu nog soms het geval is.
Communicatie en informatie
Haagse ouderen hebben meerdere bronnen tot hun beschikking om geïnformeerd te blijven over voorzieningen en activiteiten. Internet, huis-aan-huisbladen en wijkkranten, maar ook familie, vrienden, kennissen en buren kunnen een bron van informatie zijn. Daarnaast zijn er verschillende (gesubsidieerde) voorzieningen in Den Haag die gericht zijn op het geven van informatie en advies. De meeste (jongere) ouderen maken gebruik van internet, maar het internetgebruik onder Haagse ouderen is minder dan gemiddeld onder de gehele Haagse bevolking. Over het algemeen zijn Haagse ouderen tevreden over de communicatie en informatie vanuit de gemeente of gemeentelijke instellingen. Zij tonen zich tevreden met de informatie die zij ontvangen met betrekking tot activiteiten voor ouderen in hun buurt of die van belang is voor hun gezondheid. Ook de leesbaarheid en het taalgebruik van de informatie die zij van gemeente of andere maatschappelijke organisaties ontvangen stemt doorgaans tevreden, hoewel de teksten vaak moeilijke woorden bevatten die niet eenvoudig te begrijpen zijn. Mensen met een financieel slechtere situatie waarderen de communicatie en informatie lager dan andere ouderen.
12
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Wat lager scoort is de tevredenheid met de wijze waarop er naar hen geluisterd wordt in het geval van een klacht en hoe zij te woord worden gestaan wanneer zij contact opnemen met de gemeente. Ook de vindbaarheid van de vele voorzieningen is soms een probleem. Bijvoorbeeld voor voorzieningen op het gebied van welzijn, arbeid en pensioen, scheiding, inkomensondersteuning weet men niet goed de weg. Bovendien zijn de snelle digitale ontwikkelingen lastig te volgen voor een deel van de ouderen, waardoor zij het gevoel hebben achterop te raken. Het behoud van de analoge stadsgids is dan ook zeer gewenst.
Aanbevelingen: ● Om tegemoet te komen aan de verschillende manieren waarop ouderen informatie willen en kunnen ontvangen, is het van belang naast de digitale informatie ook de papieren stadsgids als informatiebron te behouden. ● Maak voorzieningen zoals ouderenconsulenten en financieel advies op een laagdrempelige manier toegankelijk, bijvoorbeeld via de huisarts, bibliotheek of apotheek. ● Faciliteer meer kleinschalige digitale vaardigheidstrainingen en ondersteuning voor en door ouderen zodat zij bij kunnen blijven op de digitale snelweg. ● Laat daarnaast duidelijk zien dat de gemeente actief is en wil zijn op het gebied van seniorvriendelijkheid.
Sociale en gezondheidsvoorzieningen
De waardering voor sociale- en gezondheidsvoorzieningen in het algemeen is goed; echter in de stadsdelen Segbroek, Centrum en Leidschenveen-Ypenburg scoren deze voorzieningen wat lager dan in de rest van de stad. Lager is de waardering voor de huishoudelijke zorg, de ondersteuning voor mantelzorg en de zorg en hulp in geval van ziekte of beperking die men ontvangt. Ook de communicatie over crisissituaties is een punt van aandacht. Mensen die zorg aan huis ontvangen of een rolstoel of rollator gebruiken zijn duidelijk meer tevreden over sociale en gezondheidsvoorzieningen dan andere ouderen. Ouderen met een financiële slechte situatie daarentegen zijn duidelijk minder tevreden hiermee. Hoewel men zich vaak redelijk gezond voelt, kampen veel ouderen met een afnemende gezondheid. Zij klagen hier niet over. Sommigen gaan actief op zoek naar mogelijkheden om bijvoorbeeld de eigen leefstijl te verbeteren, anderen niet. Een ernstige ziekte zoals gebroken heup, artrose of hartinfarct komt dan ook vaak onverwacht. Er is behoefte aan voorlichting of periodieke check-ups ter preventie en voorbereiding. Ter voorkoming van eenzaamheid en sociaal isolement willen ouderen graag meer plaatsen waar zij onder de mensen kunnen zijn, zonder dat er iets van hen wordt verwacht of dat ze geacht worden aan activiteiten mee te doen, zogenoemde snuffelplekken.
Aanbevelingen: ● Faciliteer meer snuffelplekken voor toevallige ontmoeting of er gewoon zijn, bijvoorbeeld in winkels. ● Stimuleer vanuit de gemeente maatschappelijke aandacht voor ondersteuning van de mantelzorg, huishoudelijke hulp en ondersteuning bij ziekte en betrek hierbij actief werkgevers en het bedrijfsleven, zoals restaurants. ● Breng sociale voorzieningen ook via huisartsen en thuiszorg onder de aandacht.
13
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Buitenruimten en gebouwen
Gekeken naar alle domeinen, zijn Haagse ouderen het minst tevreden over de buitenruimte en gebouwen in de stad. Alleen ouderen in Loosduinen, Laak en Haagse Hout waren tevreden over dit domein. Deze lagere score heeft met name te maken met de volgende factoren: onvoldoende toiletten die schoon en toegankelijk zijn (eventueel betaald en bemand), de toegankelijkheid van de buurt en de winkels in de buurt voor wie gebruik maakt van een rolstoel of rollator, de kwaliteit van de openbare ruimte, de aanwezigheid van zitplaatsen en bankjes en de veiligheid van voetgangersoversteekplaatsen. Mensen die zorg aan huis ontvangen, een rolstoel of rollator gebruiken of een chronische ziekte of aandoening hebben zijn daarentegen positiever over de buitenruimten en gebouwen dan anderen. Mensen met een slechtere financiële positie zijn weer minder tevreden. Een vijfde van de Haagse ouderen voelt zich onveilig in de eigen buurt. Dit onveiligheidsgevoel lijkt de laatste jaren te zijn afgenomen. De toegankelijkheid van openbare gebouwen, de veiligheid van straat en buurt, de nabijheid van winkels en het gemak waarmee men zich te voet in de buurt kan verplaatsen, worden daarentegen duidelijk positief gewaardeerd.
Aanbevelingen: ● Intensiveer het onderhoud en verhoog de kwaliteit van de buitenruimten in Den Haag. ● Voorzie de stad van voldoende bankjes op looproutes (beschut, betekenisvol, schoon) en toegankelijke schone toiletten, onder andere bij ondernemers (winkels, horeca). ● Zorg voor voldoende wijkagenten op straat, die contact aangaan (ook) met ouderen.
Transport
Op het domein transport scoren alle stadsdelen een tevreden. Loosduinen scoort het hoogst. Het openbaar vervoer in de stad wordt over het algemeen positief gewaardeerd: het sluit aan bij wat men nodig heeft en is betaalbaar, bus- en tramhaltes zijn goed te bereiken en ook het instappen in tram of bus gaat gemakkelijk. Er is wel behoefte aan betere busverbindingen waarbij er minder overgestapt hoeft te worden om van A naar B te komen. Verhoogde perrons voor de bussen vinden mensen een verbetering. Verder is er behoefte aan meer parkeerplaatsen in het algemeen in de wijken en aan meer speciale parkeerplaatsen voor mindervaliden, in het bijzonder in het centrum. Het merendeel van de ouderen kan zich zonder problemen verplaatsen in de buurt. De binnenstad is volgens sommigen rolstoelonvriendelijk en men vindt dat er in het algemeen in Den Haag te veel obstakels op straat zijn. De stoepen zijn ongelijk (ook op andere plekken in de stad), te smal en deuren van winkels gaan niet altijd vanzelf open. Op sommige plekken is een gebrek aan fietspaden, of is er te weinig capaciteit voor fietsers. De combinatie van fietsen, e-bikes en scootmobiels levert vaak gevaarlijke situaties op.
14
SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE
Mensen die zorg aan huis ontvangen en mensen met mobiliteitsproblemen zijn duidelijk minder tevreden met transportmogelijkheden in Den Haag. Er zijn klachten geuit over het niet mogen meenemen van kleine honden in het aanvullend vervoer, met als argument dat sommige mensen (inclusief de chauffeur) allergisch zijn. Ook is er een behoefte aan specifieke en duidelijke informatie over taxivervoer voor ouderen en vervoer op maat.
Aanbevelingen: ● Besteed aandacht aan de rolstoel- en rollatortoegankelijkheid van het openbaar vervoer. ● In afspraken met openbaarvervoerbedrijven: vergroot de frequentie en verminder het aantal overstappen in het openbaar vervoer. ● Breid het aantal invalidenparkeerplaatsen uit, met name in het Centrum.
“
Veel ouderen vinden het moeilijk om ‘de hand op te houden’, ze schamen zich ervoor. Als je weinig geld hebt ligt eenzaamheid op de loer.
”
Financiën
Met betrekking tot de eigen financiële situatie geeft de meerderheid van de respondenten aan goed rond te kunnen komen van hun inkomen en zonder problemen in hun basisbehoeften te kunnen voorzien. Voor zo’n 14 procent van de ondervraagden is dit echter niet het geval. Waar men terecht kan in het geval men niet rond kan komen is voor een groot deel van de ondervraagden niet helder. In het algemeen maken ouderen zich wel zorgen over hun financiën. Zorgpremies worden hoger en pensioenen onzeker. Bovendien voelen zij zichzelf bezwaard om ‘de hand op te houden’. Tegelijkertijd loert het gevaar van eenzaamheid, want leven in armoede vindt men nog altijd beschamend. Daarnaast merken ouderen op dat zij bijna nergens meer terecht kunnen omdat veel banken hun kantoren hebben gesloten en veel digitaal is geworden.
Aanbevelingen: ● Vergroot de mogelijkheden waar ouderen terecht kunnen voor vragen over hun financiële situatie of maak bestaande beter vindbaar en toegankelijk. ● In beleidsmaatregelen is het aan te raden te differentiëren tussen mensen met ruime en minder ruime financiële mogelijkheden. De laatste groep ervaart de stad negatiever op het gebied van seniorvriendelijkheid.
15
1 OPDRACHT
16
1 OPDRACHT
Op 10 maart 2020 verstrekte de gemeente Den Haag de opdracht aan De Haagse Hogeschool, Hulsebosch Advies en AFEdemy tot het ontwikkelen en uitvoeren van een Monitor Seniorvriendelijke Stad ten behoeve van het domein Vitale Stad, dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn van de gemeente Den Haag. De opdracht heeft ten doel dat een monitor wordt ontwikkeld en uitgevoerd waarbij, door middel van kwalitatieve en kwantitatieve methoden, onderzoek wordt gedaan naar de stand van zaken van Den Haag als seniorvriendelijke stad in het algemeen en een aantal specifieke acties uit het actieprogramma worden getoetst. Er zal een kennisplatform worden ingericht waarbij wordt samengewerkt met andere partners, met als criteria voor deelname de belangenbehartiging van ouderen, of het kunnen leveren van een bijdrage aan (reflectie op) onderzoek en de monitoring. De uitvoering van de monitor resulteert in een rapport aan de gemeente. Ook relevante wereldse, landelijke en lokale trends en onderzoeken worden meegenomen in het rapport. Communicatie en mogelijke publicaties in relatie tot de monitor worden uitgevoerd in samenspraak met de gemeente Den Haag en gebeurt primair in naam van het kennisplatform. Het eindrapport is eigendom van de Gemeente Den Haag. Het rapport kan na afloop gebruikt worden voor publicaties, dit in samenspraak met de Gemeente Den Haag. De hoofdtaken bestaan uit: 1.
Ophalen en formuleren van thema’s voor 2020 aan de hand van gesprekken met de beleidsmedewerkers van de gemeente Den Haag en (belangenbehartigers van) ouderen. 2. Ontwikkelen van meetbare indicatoren om deze thema’s in samenhang te onderzoeken. 3. Coördineren van de uitvoering van de onderzoeken. 4. Opstellen van een rapport op basis van de uitkomsten van de onderzoeken en relevante maatschappelijke trends en rapporten. Voor de uitvoering van de taken worden tenminste de volgende uitvoeringsinstrumenten gebruikt: ● Acht tot tien stadsateliers. ● Een bevraging van het ouderenpanel (zijnde ca 400 ouderen, op basis van een zogenaamde poweranalyse) via een vragenlijst en veldonderzoek. ● De ouderenmonitor die in het najaar van 2020 wordt uitgegeven door de gemeente Den Haag. De opdracht aan Aha! marktonderzoek en marketingadvies voor de uitvoering van het veldonderzoek wordt separaat verleend vanuit de Gemeente Den Haag.
17
2 METHODOLOGIE
18
2 METHODOLOGIE
2.1 Ontwikkeling vragenlijst stadsenquête en validatie
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is sinds 2007 actief in het ondersteunen van steden om seniorvriendelijker te worden, en richt zich op het deel van de bevolking dat ouder is dan 60 jaar. Om gestalte te geven aan deze internationale ambitie is het Global Network for Age-Friendly Cities and Communities opgericht. Hieraan nemen op dit moment zo’n 1000 steden, die onderling adviezen en ervaringen kunnen uitwisselen, deel. Deze steden hebben zich gecommitteerd aan de doelstellingen van de seniorvriendelijke agenda, namelijk dat zij aansluiten bij de wens om een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven aan oudere inwoners te bieden. Elk lid van het netwerk monitort de voortgang van de te behalen doelstellingen, en ook bestaat er een wereldwijde database van seniorvriendelijke projecten en toolkits. Sinds 2015 is Den Haag als eerste Nederlandse gemeente lid van het Global Network for Age-friendly Cities and Communities van de Wereldgezondheidsorganisatie. Onderdeel van dit lidmaatschap is het periodiek evalueren van de seniorvriendelijkheid van de stad. Toch zijn er kennishiaten, zoals de noodzaak voor interdisciplinaire samenwerking tussen de domeinen, maar ook de meetbaarheid van seniorvriendelijkheid op zich.
In het kort, de wetenschappelijke kennisbasis van seniorvriendelijke steden is beperkt, en er zijn geen tot weinig instrumenten die kunnen worden ingezet om op valide wijze te meten. Nergens ter wereld bleek een instrument te bestaan dat dit op een valide wijze kan doen. Vanuit de gemeente Den Haag volgde de opdracht om zo’n instrument te maken. De bestaande Checklist of Essential Features of Age-Friendly Cities omvat vele aanbevelingen om een stad seniorvriendelijk te laten zijn. Deze checklist is tot stand gekomen op basis van grootschalige consultatierondes in 33 steden in 22 landen. De items op deze checklist zijn ingedeeld in acht domeinen, zoals transport, sociale inclusie en respect. De checklist op zich is geen meetinstrument om de seniorvriendelijkheid van een stad in kaart te brengen. Wereldwijd zijn kwalitatieve onderzoeksmethoden ingezet om de seniorvriendelijkheid in kaart te brengen, zoals interviews, fotografie-methoden en focusgroepen. Deze methoden leiden echter nooit tot een concreet ‘cijfer’ voor een stad of gemeenschap, waarmee beleidsmakers kunnen bijhouden of zij goed bezig zijn. Een dergelijke beoordeling kan helpen om steden of wijken onderling te vergelijken, en om beleidsmakers en andere stakeholders te stimuleren om aanvullende en gerichte interventies te plegen.
Een aantal onderzoekers werkte aan kwantitatieve methoden, maar de ontwikkeling hiervan is tot nu toe niet op transparante wijze gebeurd. Ook dekken de bestaande instrumenten vaak slechts één of enkele domeinen van het totaal van acht die door de WHO zijn gedefinieerd. Het meest geschikte instrument is de recent door Garner en Holland (2020) ontwikkelde Age-Friendly Environment Assessment Tool (AFEAT). De AFEAT kan gebruikt worden om iemands individuele functioneren te meten, evenals de impact van kwetsbaarheid op de perceptie van seniorvriendelijke omgevingen. De AFEAT bestrijkt helaas niet het gehele spectrum van seniorvriendelijke domeinen, en is daarom niet bruikbaar om de seniorvriendelijkheid van een stad te meten. Omdat de gemeente Den Haag de wens had om de seniorvriendelijkheid van de stad als geheel in kaart te brengen, is gewerkt aan een gevalideerde vragenlijst die het volledige construct van seniorvriendelijkheid in kaart kan brengen. Deze vragenlijst is geheel transparant tot stand gekomen in een validatieproces met verschillende fasen.
19
2 METHODOLOGIE
De nieuwe Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) is ontwikkeld op basis van de criteria van de COnsensus-based Standards for selection of health Measurement INstruments (COSMIN) (COSMIN, 2020). Het volledige proces is terug te vinden in Dikken et al. (2020a). Een eerste set vragen die als uitgangspunt diende voor de ontwikkeling van de uiteindelijke vragenlijst is gemaakt op basis van een literatuurstudie, waarbij een interdisciplinair team van onderzoekers heeft samengewerkt. De basis voor het werk vormde de “Checklist of Essential Features of Age-Friendly Cities” van de WHO (2007). Hiervan wordt gezegd dat het ‘een tool is voor de zelfevaluatie van een stad om de eigen voortgang in kaart te brengen’. Ook zijn twee WHO-rapporten over seniorvriendelijke steden uit 2015 en 2018 gebruikt WHO, 2015; 2018). De relevante items zijn omgezet in vragen die konden worden beantwoord op een 5-puntsschaal (geheel mee oneens tot geheel mee eens). Op basis van de internationale literatuur zijn aanvullende vragen gemaakt ten aanzien van de inzet van technologie en iemands financiële situatie. Deze domeinen worden in diverse documenten als belangrijk gezien. De gemaakte vragen zijn via een proces van onderlinge consensusvorming tot stand gekomen.
Deze vragen zijn vervolgens voorgelegd aan een panel van tien praktijkexperts uit Zuid-Holland die kennis hebben van seniorvriendelijke steden, en door dit panel beoordeeld op basis van relevantie. Hierna is een panel van vijf ouderen gevraagd de leesbaarheid te beoordelen, en het resultaat van deze ronde is aan de Haagse stadskamer van de gemeente Den Haag voorgelegd. De stadskamer is in feite het user experience lab van de gemeente Den Haag. De gemeente doet er onderzoek naar alle vormen van dienstverlening: onderzoekt de werkzaamheid van sites en apps, houdt er diepte-interviews over producten en dienstverlening en de totstandkoming van beleid – alles om te zorgen dat inzicht van de gebruiker een rol speelt bij het ontwikkelen van nieuwe dienstverlening, zodat deze makkelijker te gebruiken of beter te begrijpen zijn. Op basis van deze stap is de taal aangepast zodat deze begrijpelijk is voor ouderen. Na deze ronde zijn de overgebleven vragen voorgelegd aan een panel van acht Nederlandse en Vlaamse experts (gepromoveerde onderzoekers) op het gebied van seniorvriendelijke steden en gerontologie. Zij hebben de vragen beoordeeld op relevantie. Hierna bleven 64 vragen over.
Deze lijst van 64 vragen is, samen met de tien vragen uit de AFEAT en enkele open en demografische vragen, voorgelegd aan 3842 ouderen in Den Haag van verschillende leeftijden vanaf 65 jaar, waarbij rekening is gehouden met de representativiteit van de onderzoeksgroep. Op basis van de resultaten van deze groep zijn diverse statistische stappen doorlopen en is de samenhang met de AFEAT onderzocht. Hierbij bleven de acht domeinen van de WHO behouden in de vragenlijst, evenals een negende domein rondom financiële aspecten. De vragen rondom technologie waren voldoende ondervangen in andere domeinen, en de doorlopen stappen hebben niet geleid tot het maken van een apart tiende domein voor deze thematiek. Uiteindelijk is de vragenlijst vertaald naar het Engels en terug naar het Nederlands. De uiteindelijke vragenlijst bestaat uit 23 items, verdeeld over negen domeinen, namelijk de acht van de WHO en een aanvullend domein financiële situatie.
2
Dit aantal van 384 deelnemers wijkt af van het uiteindelijke aantal van 393 respondenten.
20
2 METHODOLOGIE
Tabel 1: De vragenlijst: Age Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) ITEM
DOMEIN
Huisvesting Q1
Mijn woning is toegankelijk voor mij.
Q2
Mijn woning is toegankelijk voor mensen die mij willen bezoeken. Sociale participatie
Q3
In mijn buurt zijn voldoende gelegenheden om mensen te ontmoeten.
Q4
Activiteiten en evenementen worden georganiseerd op voor mij bereikbare plaatsen.
Q5
De informatie over activiteiten en evenementen vind ik voldoende en ook geschikt voor mij.
Q6
Ik vind het aanbod van evenementen en activiteiten voldoende afwisselend. Sociale inclusie
Q7 *
Ik krijg wel eens vervelende of negatieve opmerkingen vanwege mijn leeftijd.
Q8 *
Ik krijg wel eens te maken met discriminatie vanwege mijn leeftijd. Burgerschap en werkgelegenheid
Q9
Ik heb voldoende mogelijkheden om met jongere generaties om te gaan.
Q10
Ik voel mij een gewaardeerd lid van de samenleving. Communicatie en informatie
Q11
Gedrukte en digitale informatie van de gemeente en andere maatschappelijke instanties zijn goed leesbaar qua lettertype en grootte.
Q12
Gedrukte en digitale informatie van de gemeente en andere maatschappelijke instanties zijn geschreven in begrijpelijke taal. Sociale en gezondheidsvoorzieningen
Q13
Het aanbod van zorg en welzijn in mijn stad is voor mij voldoende.
Q14
Als ik ziek ben, krijg ik de zorg en hulp die ik nodig heb.
Q15
Indien nodig, kan ik zorg en welzijn telefonisch en fysiek gemakkelijk bereiken.
Q16
Ik heb voldoende informatie over zorg en welzijn in mijn buurt.
Q17
Zorg en welzijn werkers in mijn buurt zijn voldoende respectvol. Buitenruimte en gebouwen
Q18
Mijn buurt is voldoende toegankelijk voor rollator of rolstoel.
Q19
De winkels in mijn buurt zijn voldoende toegankelijk met rollator of rolstoel. Transport
Q20
Ik kan gemakkelijk instappen in de bus of tram in mijn buurt.
Q21
De bus- en tramhaltes in mijn buurt zijn gemakkelijk te bereiken en te gebruiken. Financiën
Q22
Mijn inkomen is voldoende om zonder problemen in mijn basisbehoeften te voorzien.
Q23
Ik kan goed rondkomen met mijn inkomen.
21
2 METHODOLOGIE
De AFCCQ (Dikken et al., 2020ab) kan worden gebruikt voor onderzoek en beleidsdoelstellingen. De totaalscores variëren van -46 tot +46 punten, en de berekening van deze punten staat verderop uitgelegd. De punten variëren tevens per domein, afhankelijk van het aantal deelvragen per domein. Om de interpretatie van resultaten te vereenvoudigen, is gekozen voor een methodiek van het kleurenschema, waarbij roodtinten staan voor negatieve resultaten, en groentinten voor positieve resultaten. Op deze wijze is het voor de lezer in een oogopslag helder hoe het staat met de seniorvriendelijkheid van een stad, wijk, of op een specifiek deeldomein. Op deze wijze kan ook worden gezien waar nog aanvullende acties wenselijk zijn. Uit rode vlakken spreekt altijd een bepaalde mate van urgentie voor een interventie, terwijl lichtgroene vlakjes ook nog ruimte bieden voor aanvullende beleidsmaatregelen.
Tabel 2: Interpretatie AFCCQ totaalscore en specifieke domeinen AFCCQ Totaal score
−−−−
−−−
−−
−
≤−35.1
−23.1–−35.0 −11.5–−23.0 −11.4–0.0
+
++
+++
++++
0.1–11.4
11.5–23.0
23.1–35.0
≥35.1
Huisvesting
≤−3.1
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
Sociale participatie
≤−6.1
−4.1–−6.0
−2.1–−4.0
−2.0–0.0
0.1–2.0
2.1–4.0
4.1–6.0
≥6.1
Sociale inclusie*
≤−3.1
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
Burgerschap en werkgelegenheid
≤−3.1
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
Communicatie en informatie
≤−3.1
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
Sociale en gezondheids- ≤−7.6 voorzieningen
−5.1–−7.5
−2.6–−5.0
−2.5–0.0
0.1–2.5
2.6–5.0
5.1–7.5
≥7.6
Buitenruimte en gebouwen
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
≤−3.1
Transport
≤−3.1
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
Financiën
≤−3.1
−2.1–−3.0
−1.1–−2.0
−1.0–0.0
0.1–1.0
1.1–2.0
2.1–3.0
≥3.1
Scoresysteem3 ● Alle vragen van de AFCCQ worden beantwoord op een 5-puntsschaal, variërend van helemaal eens tot helemaal oneens. ● Scores: –2 = helemaal oneens; –1 = oneens; 0 = noch mee eens, noch mee oneens; 1 = eens; 2 = helemaal eens. ● Items met een asterisk (*) (vragen 7 en 8 in tabel 1) moeten gehercodeerd worden in tegenovergestelde richting (–2 = 2, –1 = 1, 0 = 0, 1 = –1, 2 = –2) ● Tel alle scores van de AFCCQ op om de totaalscore te berekenen. ● Tel alle scores van de specifieke domeinen op om de domeinspecifieke score te berekenen.
3
Een in te vullen variant is te downloaden via: https://www.dehaagsehogeschool.nl/docs/default-source/documenten-onderzoek/ lectoraten/urban-ageing/swe-vragenlijst-nl-age-friendly-cities_hr.pdf?sfvrsn=11e9415f_4
22
2 METHODOLOGIE
Hoewel het oorspronkelijke model van de WHO bestaat uit acht domeinen, is uit het onderzoek gebleken dat een negende domein rondom financiën dient te worden meegenomen bij het doen van onderzoek naar de seniorvriendelijkheid van een stad of gemeenschap. Financiële zelfredzaamheid -of iemand kan rondkomen- is een belangrijke factor gebleken. Dit blijkt uit de literatuur en het wordt bevestigd door diverse stakeholders in de ontwikkeling van deze vragenlijst. Technologie daarentegen is -althans voor nu- voldoende geborgd in de andere domeinen en dient ook in de toekomst integraal bekeken te worden op domeinniveau (Marston & van Hoof, 2019). De vragenlijst is op verschillende wijzen ingevuld: digitaal via een toegestuurde link naar de vragenlijst, telefonisch. De vragenlijst kan tevens bij kwetsbare personen en ouderen met verminderde taalvaardigheid via een persoonlijk gesprek worden ingevuld. Het is aanbevelenswaardig om aanvullende kwalitatieve onderzoeksmethoden in te blijven zetten naast de inzet van de AFCCQ. Dit zorgt voor een verdere verdieping; zo kunnen aanvullende groepsgesprekken leiden tot een verrijking en kleuring van de gevonden resultaten.
2.1.1 Rekrutering respondenten vragenlijstonderzoek
De data gebruikt in het vragenlijstonderzoek is een steekproef van thuiswonende ouderen (65 jaar en ouder) wonend in de gemeente Den Haag (zie tabel 3). In januari 2019 waren er in totaal 539.040 inwoners in de gemeente Den Haag, waarvan 78.073 65 jaar en ouder wat neerkomt op 14,5% van de stedelijke bevolking. Van de groep 65 jaar en ouder woont 94,6% zelfstandig, oftewel 73.857 inwoners. Met een foutenmarge van 5% en een betrouwbaarheidsniveau van 95% betekent dit dat er in totaal 383 respondenten nodig waren om een representatieve steekproefgrootte te hebben. Verdere inclusiecriteria van de steekproef waren - idealiter - dat 31,3% van de steekproef een migratieachtergrond zou hebben (volgens de definities van CBS - CBS). Daarnaast werd er gestreefd naar een normale verhouding tussen mannen en vrouwen (voor Den Haag is dat 45% man en 55% vrouw). De deelnemers kwamen uit alle stadsdelen ondanks dat ouderen niet gelijkmatig over Den Haag zijn verspreid. Daarnaast werd gestreefd naar een representatieve verdeling over de leeftijdscohorten (65-69 (31,0%); 70-74 (27,4%) en 75+ (41,6%)), evenals het aandeel van de bevolking dat in een huis woont dat ofwel gehuurd wordt of in eigendom is (58% was eigendom van de bewoner, en 42% was gehuurd) (Lijzenga et al, 2018).
Tot slot hebben we gestreefd naar inclusie van mensen die: al dan niet samenwonen in één huis; zorg ontvangen; chronische aandoeningen hebben; en/of gebruik maken van een rollator of rolstoel. De rekrutering is als opdracht verstrekt aan Aha! marktonderzoek en marketingadvies, Groningen bij deelnemers van een bestaand ouderenpanel (bestaande database). Tussen juli en september 2020 hebben zij een totaal van 339 respondenten geworven. Daarnaast zijn er additioneel nog 54 deelnemers verworven door het onderzoeksteam met behulp van partnerorganisaties om aan de minimale 383 deelnemers te komen. Deelnemers uit de database hebben informed consent gegeven door hun deelname aan het ouderenpanel. De 54 additionele deelnemers is gevraagd een informed-consentformulier in te vullen voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst.
23
2 METHODOLOGIE
Tabel 3: Demografische gegevens respondenten (totaal = 393) Geslacht Man
n = 190 (48%)
Vrouw
n = 203 (52%)
Leeftijd Gemiddelde (standaardafwijking)
74.9 (6.1)
65–69
n = 92 (24%)
70–74
n = 119 (30%)
75+
n = 182 (46%)
Geboorteland Geboren in Nederland
n = 335 (85%)
Suriname of voormalige Nederlandse Antillen
n = 28 (7%)
Overig
n = 30 (8%)
Type onderwijs gevolgd Lagere school
n= 23 (6%)
LBO, VMBO, MAVO (LTS, LEAO, LHNO, LAS, Huishoudschool, MULO, ULO, opleiding leerlingwezen, etc.)
n = 99 (25%)
Middelbaar beroepsonderwijs (MBO, MEAO, MTS, Politieschool, Verpleegstersopleiding, etc.)
n = 64 (16%)
HAVO, VWO, Atheneum, Lyceum, Gymnasium, HBS, MMS
n = 35 (9%)
Hoger beroepsonderwijs (HBO, HTS, HEAO, PABO, Hogeschool, ALO, Soc. Academie etc.)
n = 98 (25%)
Universiteit
n = 74 (19%)
Aantal jaren wonend in Den Haag Gemiddelde (standaardafwijking)
51.7 (22.8)
Type woning Koopwoning
n = 234 (60%)
Sociale huurwoning
n = 111 (28%)
Particuliere huurwoning
n = 48 (12%)
Samenwonend met een partner (%)
n = 217 (55%)
Ontvangt zorg (%)
n = 105 (27%)
Leeft met één of meer chronische aandoeningen (%)
n = 192 (49%)
Gebruikt rollator of rolstoel (%)
n = 61 (16%)
24
2 METHODOLOGIE
2.2 Methodologie Stadsateliers 2.2.1 Impact Atelier Samenkracht
Voor de Stadsateliers is gekozen voor de methodiek Atelier Samenkracht. Atelier Samenkracht biedt mensen in dialoogbijeenkomsten een podium om hun wensen en mogelijkheden op het gebied van ‘meedoen en van betekenis zijn’ met elkaar en met vertegenwoordigers van lokale instituties te delen en actief uit te dragen. Het doel van Samenkracht is: ● de kracht van de ouderen en andere bewoners (kennis, kunde, levenservaring) zichtbaar maken en mobiliseren; ● een impuls geven aan persoonlijke ontwikkeling, netwerkontwikkeling, maatschappelijke inzet en omzien naar elkaar in de eigen woon- en leefomgeving; ● de leefwereld van mensen en de systeemwereld van overheid en organisaties bij elkaar brengen door de stem te laten horen in een gelijkwaardige dialoog.
Aanpak met impact
Atelier Samenkracht is een overzichtelijke activiteit met grote impact. Het maakt niet alleen de kennis en kunde, de levenservaring, maar ook de sociale aspiraties van ouderen en anderen in de gemeenschap zichtbaar. Dit gebeurt door middel van een gestructureerde dialoog. De dialoog zet de deelnemers aan het denken. Er ontstaan nieuwe beelden, visie, concrete ideeën over de rol in de gemeenschap. Wat ‘de gemeenschap’ is, hangt af van wat de deelnemer daar zelf onder verstaat. Vooral als het informele netwerk van de deelnemers erg klein is en er sprake is van een zorgbehoefte, doen beroepskrachten en/of vrijwilligers ook mee aan de dialoog.
Mensen met geefkracht; gemeenschap met vraagkracht
Meedoen en van betekenis zijn vraagt iets van de oudere, je zou dat ‘geefkracht’ kunnen noemen. Dat gaat niet bij iedereen vanzelf. Sommige ouderen hebben het gevoel dat zij al zo veel gegeven hebben, zij hebben zich als het ware leeg gegeven. Anderen zijn hun vermogen om te geven vergeten. Daarbij kan het geheugen letterlijk een rol spelen, maar ook het feit dat er geen beroep meer op de oudere wordt gedaan. Teleurstellingen uit het verleden kunnen een rol spelen. Ook de vaak negatieve beeldvorming over ouderen kan het zicht ontnemen op het verlangen en het vermogen van de oudere om van betekenis te zijn. Meedoen en van betekenis zijn gaat gemakkelijker als de gemeenschap voor de oudere openstaat. Dan is er sprake van een uitnodigende, leeftijdsvriendelijke gemeenschap, die de oudere insluit, echt ziet, erkent en waardeert. De geefkracht van ouderen bloeit op in een gemeenschap met vraagkracht.
Dialoog
Atelier Samenkracht brengt mensen bij elkaar en nodigt uit om over dit onderwerp met elkaar het gesprek aan te gaan. Door de dialoog groeit een besef van samen-kracht: iedereen wordt ouder, kwetsbaarder, maar niemand hoeft in zijn eentje te worstelen. Iedereen kan bijdragen en mag dat ook van de ander verwachten. Je kunt elkaar veel bieden, jong en oud, samen kun je veel bereiken als je naar elkaar luistert. Als je kennis en ervaring, verhalen en emoties kunt delen. Als je de ander kunt zien als gelijkwaardig mens waarvan je kunt leren. Daar gaat het om bij de dialoog Samenkracht.
25
2 METHODOLOGIE
Creatieve werkvormen
WAT KAN IK DOEN IN MIJN EIGEN LEVEN, WAT KUNNEN WIJ DOEN ALS GROEP EN IN DE GEMEENSCHAP OM MEE TE DOEN EN VAN BETEKENIS TE ZIJN.
De dialoog wordt gevoed door gelijkwaardige inbreng van en samenwerking tussen alle deelnemers. Dialoog betekent niet alleen maar praten, maar diverse creatieve, interactieve en kunstzinnige werkvormen die de weg vrij maken naar concrete, haalbare acties. Wat kan IK doen in mijn eigen leven, wat kunnen WIJ doen als groep en in de gemeenschap om mee te doen en van betekenis te zijn. Betekenis hebben voor elkaar wordt direct in praktijk gebracht. De dialoog mondt uit in ideeën voor actie, waarbij iedereen nadenkt over zijn eigen rol. Desgewenst worden ideeën in vervolgbijeenkomsten verder uitgewerkt, afhankelijk van de behoefte en de bereidheid tot verdere actie bij de deelnemers.
Resultaten
Atelier Samenkracht start als compact traject. Daarvoor is bewust gekozen. Initiatiefnemers en deelnemers stappen gemakkelijker in als de activiteit in tijd goed te behappen is. De ervaring leert dat de dialoogbijeenkomsten voldoende zijn om het thema met bewoners uit te diepen en - indien gewenst aanzetten te formuleren voor verdergaande actie (Penninx en Hulsebosch, 2013). In betrekkelijk korte tijd en zonder kostbare middelen levert Atelier Samenkracht veel concrete resultaten op. Samenkracht brengt een beweging op gang waarin bewoners en zeker ook de oudsten, zich gezien, erkend en gewaardeerd voelen, waarin zij naar vermogen meedoen en zich blijven ontwikkelen. Evaluaties maken duidelijk dat deze kort-enkrachtige impuls in alle gevallen talenten, kennis en kunde, verhalen en ervaringen zichtbaar maakt en voortzetting vindt in zelf gewilde, deels zelf georganiseerde en blijvende activiteiten. Meestal betreffen die vervolgactiviteiten geen ‘grootse en meeslepende projecten’, maar kleine, alledaagse dingen: elkaar bezoeken, iets delen of uitwisselen, of samen iets organiseren. Dat kan zijn op het gebied van kunst, muziek, koken, welfare, bewegen, enzovoort. Waar nodig ondersteunen beroepskrachten (wijkverpleegkundigen, sociaal werkers, bewonersconsulenten) en vrijwilligers dit proces met advies, contacten en faciliteiten.
26
2 METHODOLOGIE
Impact
Impact Atelier Samenkracht op wijkbewoners: ● Mensen leggen nieuwe sociale contacten en ontdekken steun aan elkaar. ● Mensen hebben meer het gevoel dat zij ertoe kunnen doen, van betekenis kunnen zijn, in welke situatie zij zich ook bevinden. ● Mensen voelen zich meer eigenmachtig om vorm te geven aan zelfredzaamheid, participatie en plezier in het leven. ● Mensen voelen zich meer gezien en gehoord door beroepskrachten, instellingen en/of politiek. Impact Atelier Samenkracht op beroepskrachten en vrijwilligers: ● Beroepskrachten en vrijwilligers krijgen meer persoonlijk contact met de mensen in hun werkgebied, hun cliënten, huurders of patiënten; ze ontdekken de kracht en creativiteit van hen. ● Beroepskrachten en vrijwilligers krijgen meer inzicht in wensen en mogelijkheden van de oudste generaties, hetgeen helpt bij de ontwikkeling van adequate diensten en producten voor ouderen. ● Beroepskrachten en vrijwilligers doen ervaring op met een nieuwe werkwijze, waarin een betere balans bestaat tussen ‘volledig verzorgen’ en ‘volledig op eigen kracht’; ze doen ervaring op met samen-kracht door middel van dialoog en co-creatie. Impact Atelier Samenkracht op organisaties en beleidsmakers: ● Organisaties op het gebied van wonen, zorg en welzijn vergroten hun relevantie in het perspectief van de participatiesamenleving; minder de oude reflex van ‘zorgen voor…’, meer ‘zorgen dat…’.
● Organisaties verkleinen de kloof tussen leefwereld en systeemwereld doordat ze hun oor te luisteren leggen in de leefwereld en feedback krijgen van burgers. ● Organisaties dragen door Atelier Samenkracht bij aan community building (gemeenschapsvorming) en een leeftijdsvriendelijke omgeving; het resultaat is een stap op weg naar een inclusieve samenleving, waarin mensen en met name de oudste generaties zich gezonder voelen en meer opgenomen zijn in de gemeenschap.
SAMENKRACHT BRENGT EEN BEWEGING OP GANG WAARIN BEWONERS EN ZEKER OOK DE OUDSTEN, ZICH GEZIEN, ERKEND EN GEWAARDEERD VOELEN, WAARIN ZIJ NAAR VERMOGEN MEEDOEN EN ZICH BLIJVEN ONTWIKKELEN.
27
2 METHODOLOGIE
2.2.2 Werkzame Principes Samenkracht
Atelier Samenkracht is beproefd in de praktijk. De werkzame principes van Atelier Samenkracht:
1. Krachtgericht werken 2. Breed kijken naar jezelf en je omgeving, vanuit alle levensdomeinen 3. Wederkerigheid in relaties stimuleren 4. De kracht van de dialoog benutten 5. Afwisseling tussen actie en reflectie 6. Inzetten op het zwaan-kleef-aan effect
Figuur 1: U-curve van Stone
1 Krachtgericht werken
De naam zegt het al: Atelier Samenkracht brengt de kracht van mensen en hun omgeving samen. Bij krachtgericht werken staat empowerment als werkprincipe voorop. Empowerment gaat over leren en verbinden (Penninx en Sprinkhuizen, 2011). Empowerment moet gestalte krijgen op drie niveaus: ● Empowerment op individueel niveau. Mensen ondersteunen bij hun gevoel van ‘ertoe doen’ gaat hand in hand met het aanspreken van kwaliteiten, het ontwikkelen van vaardigheden, het doen groeien van zelfbewustzijn en zelfvertrouwen. ● Empowerment op collectief niveau. Denk hierbij aan het aanboren van hulpbronnen in je omgeving, het stimuleren van zelforganisatie en zelfhulp in de sfeer van buren, buurtgenoten, lotgenoten en zelfhulpgroepen; denk ook aan het bevorderen van samenwerking in de lokale gemeenschap. ● Empowerment op politiek-maatschappelijk niveau. Werken aan veranderingen die breder reiken dan het eigen leven, zoals het veranderen van vooroordelen, het bevorderen van een leeftijdsvriendelijke omgeving en het beïnvloeden van wet- en regelgeving (Van Regenmortel, 2008).
28
2 METHODOLOGIE
Verbindingen leggen
Deze drie niveaus staan niet los van elkaar; ze zijn verweven. Je kunt werken aan empowerment met wijkbewoners, maar als zij leven in omgevingen (families, netwerken, buurten) die ontoegankelijk zijn, die stigmatiseren en uitsluiten, dan is het effect gering. Dat betekent dat ook in de omgeving iets moet veranderen en dat op diverse niveaus verbindingen worden gelegd. Atelier Samenkracht zet dit in beweging. De beweging begint al tijdens de dialoogbijeenkomsten zelf. Hierin staat de relatie tussen wijkbewoners, beroepskrachten, vrijwilligers in het teken van partnerschap. De samenwerking tussen organisaties en de erkenning van ervaringsdeskundigheid zijn cruciale elementen. Beroepskrachten en vrijwilligers leggen hun oor te luisteren bij wijkbewoners, maar doen ook mee; ze delen in de verhalen. Ze verlaten de routine van de dagelijkse werkzaamheden en stellen zich open. Ze horen nieuwe dingen omdat zij mensen daar rechtstreeks op bevragen. De dialoog stimuleert daarmee reflectie op hun praktijk als beroepskracht of vrijwilliger: ● Hoe kan ik als sociaal werker of vrijwilliger nog beter inspelen op de vraag van de (oudere) wijkbewoner en zijn/haar netwerk: het individueel niveau van empowerment.
● Hoe kunnen wij opnieuw vorm geven aan de samenwerking met elkaar en met de (oudere) wijkbewoners; welke samenwerkingsverbanden zijn daarvoor nodig: het collectief niveau van empowerment. ● Welke signalen vangen wij op van (oudere) wijkbewoners, over hun leefsituatie, over gemeenschappelijke knelpunten en belemmeringen die zij in de wijk ervaren? Wij kunnen misschien niet alle knelpunten wegnemen. Maar wij kunnen wel signaleren richting management, beleid en politiek sturen. Wij kunnen (oudere) wijkbewoners helpen om problemen op de lokale agenda te krijgen: het politiek-maatschappelijk niveau van empowerment.
Een plaats voor verhalen
Mensen zijn de experts van hun eigen leven. Zij worden uitgenodigd om hun verhaal te vertellen, ervaringen te delen en ook anderen te bevragen, bijvoorbeeld: Hoe kun je prettig en gezond oud worden? Waarin zit onze veerkracht? Wat kunnen anderen daarvan opsteken? Atelier Samenkracht biedt mensen een ‘narratieve ruimte’, een plek waar ze terecht kunnen met hun verhalen. Daarin klinken ongetwijfeld pijn en verdriet, maar ook alledaagse kennis en kunde, wijsheid en geestelijke kracht. Atelier Samenkracht ziet die verhalen als leerstof voor alle deelnemers aan de dialoog, jong en oud.
HOE KUN JE PRETTIG EN GEZOND OUD WORDEN? WAARIN ZIT ONZE VEERKRACHT? WAT KUNNEN ANDEREN DAARVAN OPSTEKEN?
29
2 METHODOLOGIE
2 Breed kijken naar ouder worden vanuit alle levensdomeinen
Een basisprincipe van Atelier Samenkracht is ‘breed kijken naar je situatie en je omgeving’. Beroepskrachten en vrijwilligers zijn dat niet altijd gewend, zijn vaak met een klein stukje van de puzzel bezig. Het gevolg is dat er mogelijk belangrijke bronnen van groei en kracht over het hoofd worden gezien. Atelier Samenkracht onderscheidt vijf basale levensdomeinen, waarin de mens zich gedurende zijn hele leven ontwikkelt en wordt wie hij is. De vijf levensdomeinen vormen met elkaar het ‘huis van de identiteit’ (Petzhold, Houben, 2002, 2009, Van Gennip, 2009). Onderstaande figuur brengt dit huis van de identiteit in beeld. Het is een huis met vijf kamers.
Huis van de identiteit Lichaam & Geest
Sociale contacten
Materiële situatie
Arbeid & Activiteiten
Waarden & Inspiratie
Gezondheid Energie Ontspanning Nachtrust Sport
Partner Familie Vrienden Clubs Vereniging Collega’s
Inkomen Sociale Zekerheid Huis en tuin Woonomgeving Mobiliteit Kleding
‘Presteren’ Werksituatie Mantelzorg Vrijwilligerswerk Hobby’s Dagbesteding
Waarden en normen Levensbeschouwing Politieke ideologie Spirituele activiteiten Kunst en natuur
Zingeving als sociaal proces Figuur 2: Huis van de identiteit
Waarover gaat het in deze vijf kamers? Lichaam en geest
In de kamer Lichaam en geest gaat het over onderwerpen als bewegen, seksualiteit, uiterlijk, spierkracht en geestelijk welbevinden. Het lijf en de psyche kunnen bedreigd worden; het is belangrijk de lichamelijke en geestelijke gezondheid op peil te houden. Voorbeelden van vragen die mensen zich hier kunnen stellen zijn: eet ik gezond? Doe ik voldoende aan beweging? Kan ik me ontspannen? Ben ik tevreden over mijn geheugen? Kan ik overweg met moderne media?
Sociale contacten
De kamer sociale contacten staat voor het sociale netwerk, de relaties waarbinnen mensen leven, zoals familie, vrienden, buurtgenoten en verenigingen. Hier stellen mensen zich vragen als: voel ik me wel eens eenzaam? Heb ik leuke contacten? Ervaar ik steun? Geef ik steun?