RIS308209 Notulen van de raad van 11 februari 2021-dagvergadering
Tekst van het document
Motie K.7 CU/SGP co-housing jonge statushouders De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 februari 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Beleidsnota Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers (RIS307531), constaterende, dat: • in het nieuwe inburgeringsbeleid veel aandacht uitgaat naar een goede inburgering van jonge statushouders en hierbij ook aandacht is voor het opbouwen van een sociaal netwerk; • naar aanleiding van de aangehouden motie “co-housing“ (RIS 286454) in de startnotitie Huisvesting statushouders (RIS 287181) co-housing is opgenomen; • in het voorliggend inburgeringsbeleid voor jonge statushouders wordt ingezet op groepslocaties met andere statushouders en co-housing niet wordt genoemd; overwegende, dat: • een sociaal netwerk opbouwen begint in je eigen woonomgeving en voor een geslaagde inburgering het van belang is dat een sociaal netwerk ook bestaat uit mensen die in Nederland geboren zijn of al langer in Nederland verblijven en niet alleen uit andere statushouders; • co-housing met jongeren en/of studenten een goed middel is om een sociaal netwerk op te bouwen en de Nederlandse gebruiken, waarden en normen eigen te maken; • bijvoorbeeld het verzorgingshuis Willem Drees aan de Morsestraat leegstaat en vooralsnog geen nieuwe bestemming heeft; • de wethouder SZW in de commissie van 4 februari jl.
aangegeven heeft dat de wethouder WWW binnenkort met een nota over de huisvesting van o.a. statushouders komt; verzoekt het college: • in de nota over de huisvesting van doelgroepen, zoals jonge statushouders, ook met concrete voorstellen voor co-housing te komen, en gaat over tot de orde van de dag. 65
De voorzitter. Door de heer Grinwis, daartoe gesteund door de heer Pronk, wordt de volgende motie (K.8 CU/SGP) ingediend:
Motie K.8 CU/SGP verbind alle Hagenaars met elkaar en met de stad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op n februari 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Beleidsnota Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers (RIS307531), constaterende, dat: • in het nieuwe inburgeringsbeleid geen aandacht is voor mensen die al langer in Den Haag wonen, maar onvoldoende ingeburgerd zijn en/of geen Nederlands spreken; • er geen specifieke acties zijn om deze zogenaamde ‘oudkomers’ te activeren om in te burgeren en Nederlands te gaan spreken; overwegende, dat: • de wethouder SZW in de commissie Samenleving van 4 februari jl. heeft aangegeven zich met het inburgeringsbeleid alleen op nieuwkomers te willen richten; • laagdrempelige initiatieven, zoals een welkomhuis in de buurt waar taallessen worden gegeven, bij kunnen dragen aan de inburgering van ‘oudkomers’; verzoekt het college: • een actieplan op te stellen om migranten die al langer in Nederland wonen in te laten burgeren en hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande initiatieven op het gebied van inburgering en NT2-onderwijs, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Van nieuwkomers in onze stad hebben we hoge verwachtingen. Zij krijgen belangrijke verantwoordelijkheden.
Het is van doorslaggevend belang dat nieuwkomers onze taal leren en zich onze cultuur eigen maken. Doe actief je best om te integreren in de Haagse samenleving en, heel belangrijk, pas je aan normen en waarden aan. Den Haag heeft een sterke samenleving vol vrijwilligers die nieuwkomers willen helpen bij het inburgeren in de Haagse samenleving. Wat het CDA betreft, kijken we voortaan eerst naar wat de vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties willen bijdragen en pas daarna wat de gemeentelijke overheid kan aanvullen. Waardeer deze vrijwilligersorganisaties door ze niet als sluitstuk van het inburgeringsbeleid te gebruiken, maar ze als startpunt te stellen.
Daarom dienen we een motie in met de titel 'Betrek vrijwilligersorganisaties bij inburgering' met het volgende dictum: roept het college op in kaart te brengen welke vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties er in Den Haag actief zijn op het gebied van inburgering, met hen in contact te treden over welke rol zij nu al spelen op het gebied van inburgering en welke rollen zij in de toekomst zouden willen spelen, en aan de hand van dit overzicht nog voor het zomerreces van 2021 aan de raad te rapporteren hoe het college vrijwilligersen maatschappelijke organisaties integraal onderdeel gaat laten uitmaken van het inburgeringsbeleid en welke bestuurlijke acties het college voor wanneer gaat ondernemen om deze organisaties bij de uitvoering van het beleid te betrekken. Er rust dus een actieve taak op de schouders van nieuwkomers. Laat zien met daden dat je tot de Nederlandse samenleving wil behoren. Laat zien met daden dat je de bestaande gemeenschappen en cultuur waardeert en omarmt. Laat zien met daden dat je de normen en waarden van de Haagse samenleving je eigen maakt en je gedraagt naar die normen en waarden. We mogen best een voorzichtige trots voelen over dat we deel uitmaken van deze sterke Haagse samenleving. Het is een voorrecht om onderdeel te zijn van die Haagse gemeenschappen. 66
Nieuwkomers maken we daar graag deelgenoot van, maar zij hebben dan wel de plicht en verantwoordelijkheid zich hiervoor nadrukkelijk in te spannen. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (K.9 CDA) ingediend:
Motie K.9 CDA Betrek vrijwilligersorganisaties bij inburgering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 februari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Beleidsnota ‘Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers’. Constaterende, dat: • Den Haag een rijk geschakeerde verzameling van vrijwilligersorganisaties en andere verbanden met maatschappelijke impact heeft, met mensen die op allerlei manieren willen bijdragen aan de inburgering van nieuwkomers in de Haagse samenleving en de verschillende Haagse gemeenschappen. Overwegende, dat: • Een perspectiefverandering op zijn plaats is zodat bij inburgering niet als eerste gedacht wordt aan wat de gemeentelijke overheid moet optuigen en organiseren rondom inburgering, maar eerst gekeken wordt naar welke rol vrijwilligers, vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties en de bestaande Haagse gemeenschappen al vervullen of willen vervullen, en pas daarna naar welke taken de gemeentelijke overheid zou moeten oppakken.
Roept het college op: • In kaart te brengen welke vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties er in Den Haag actief zijn op het gebied van inburgering, met hen in contact te treden over welke rol zij nu al spelen op het gebied van inburgering en welke rollen zij in de toekomst zouden willen spelen; • Aan de hand van dit overzicht nog voor het zomerreces van 2021 aan de raad te rapporteren hoe het college vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties integraal onderdeel gaat laten uitmaken van het inburgeringsbeleid en welke bestuurlijke acties het college voor wanneer gaat ondernemen om deze organisaties bij de uitvoering van het beleid te betrekken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Pronk (VVD). Voorzitter. Het is goed om te zien dat we ook lering trekken uit wat we in de commissie met elkaar hebben gewisseld. Het gaat er vandaag al een stuk vriendelijker aan toe. Dat is op zich heel positief. Het mag best scherp, maar de verhoudingen zijn beter tijdens de behandeling in de commissie. Dat is positief. Ik kom tot mijn inhoudelijke inbreng. We zijn hier om de inburgeringsnota te bespreken. Ik moet zeggen - ik heb het ook al in de commissie gezegd - dat ik de focus op werk en taal goed vind. Die is uitstekend en wordt goed vertaald vanuit de landelijke wetgeving naar wat we lokaal gaan doen.
Maar wij zijn van mening dat er wel iets meer aandacht mag zijn voor de normen en waarden in het participatieverklaringstraject. Dat mag steviger als onderdeel van het PIP. Het leek mij daarom verstandig daar een motie over in te dienen met het volgende dictum: roept het college op er zorg voor te dragen dat in dit participatietraject vorm en inhoud wordt gegeven aan het leren kennen van de normen en waarden in onze democratische rechtstaat, zoals gelijkwaardigheid ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur, vrijheid van meningsuiting, recht op zelfbeschikking, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geweten. Ik dien de motie in samen met Nino Davituliani van Hart voor Den Haag, Kavish Partiman van het CDA,
67
Pieter Grinwis van de ChristenUnie/SGP - voorlopig nog even bij ons, nog een maandje of wat, denk ik - en Sebastian Kruis van de PVV. Ik ga weer even terug naar de combinatie van werk en taal. Die heeft natuurlijk als doel om volwaardig deel te nemen in deze samenleving, en dat is goed. Dat vinden wij heel goed. Het einddoel moet daarin wat ons betreft wel zijn om betaald werk te verkrijgen, omdat dat goed is voor je economische zelfstandigheid en ook voor de bijdrage aan de bijzondere voorzieningen die we met elkaar in stand willen houden. Dat kan alleen als je voldoende mensen hebt die ingeschakeld zijn in het werkproces in betaalde arbeid. Het lijkt ons daarom verstandig om er alles aan te doen, een goede match tussen de potentiële werkgever en de statushouder tot stand te brengen. Wij hebben het gevoel dat daar nog wel wat extra aandacht op zou mogen zitten in het inburgeringsverhaal van de wethouder.
We hebben daar dan ook een tweede motie voor gemaakt met het volgende uitgebreide dictum met drie punten: roept het college op te inventariseren welke mogelijkheden er allemaal zijn qua voorzieningen, lokaal maatwerk en regelingen - denk hierbij aan subsidies, premies en vergoedingen en hier duidelijk over te communiceren met lokale werkgevers, bij de brede intake zoveel mogelijk te kijken naar de talenten van een inburgeraar, waarbij onder andere eerder of elders verworven competenties erkend worden en deze vervolgens te matchen met de vraag op de arbeidsmarkt, en te inventariseren of de processen van matching en plaatsing wel voldoende zijn om direct en actief een matching te maken tussen het beschikbare aanbod van inburgeraars en de bestaande vraag van werk. Deze motie is medeondertekend door collega Nino Davituliani van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. Verder heb ik een klein aantal andere moties meegetekend, omdat ik denk dat er hier en daar nog een aanscherping van het beleid nodig is. De voorzitter. Door de heer Pronk worden de volgende moties (K.10 VVD en K.11 VVD) ingediend:
Motie K.10 VVD Participatieverklaring De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 11 februari, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Beleidsnota Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers (RIS 307531). Constaterende dat: • De nieuwe inburgeringswet tot doel heeft dat de inburgeringsplichtige niet alleen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leert op het voor hem/haar hoogst haalbare niveau, maar ook kennisneemt en respect heeft voor de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving. • Dit ook in de nieuwe inburgeringswet is vastgelegd in art. 7a lid 4. Overwegende dat: • De inburgeringsplichtige tijdens het Participatieverklaringstraject (PVT) leert over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Van mening dat: • Dit traject moet worden toegespitst op het doorgeven van de vrijheden en verantwoordelijkheden die wij in Nederland genieten. • De inhoud van deze participatieverklaring het fundament is voor de inburgering. • Deze verklaring er niet voor de vorm is en dat de inburgeringsplichtige zich er ondubbelzinnig van bewust moet zijn wat hij ondertekent en dat deze verklaring inhoudt dat hij/zij kennis heeft en akkoord gaat met de normen en waarden die in onze democratische rechtstaat gelden.
Roept het college op: • Er zorg voor te dragen dat in dit Participatietraject vorm en inhoud wordt gegeven aan het leren kennen van de normen en waarden in onze democratische rechtstaat, zoals gelijkwaardigheid ongeacht geslacht, levensovertuiging, geloofsovertuiging, etniciteit, afkomst of seksuele voorkeur, vrijheid van meningsuiting, recht op zelfbeschikking, vrijheid van 68
meningsuiting en vrijheid van geweten. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie K.11 VVD Zo snel mogelijk richting betaald werk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 11 februari, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Beleidsnota Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers (RIS 307531). Constaterende dat: • De nieuwe inburgeringswet tot doel heeft dat de inburgeringsplichtige zo snel mogelijk de Nederlandse taal leert op het voor hem/haar hoogst haalbare niveau en zo volwaardig aan de Nederlandse samenleving kan gaan deelnemen, bij voorkeur door middel van betaald werk. Van mening dat: • Alles op alles gesteld moet worden om de inburgeringsplichtige zo snel mogelijk richting betaald werk te begeleiden, waarbij vrijwilligerswerk een tijdelijk alternatief kan zijn dat de inburgeringsplichtige beter toerust op het uiteindelijke doel van het verkrijgen van betaald werk. • Betaald werk ook kanten opgaat: het vergroot enerzijds de economische zelfstandigheid en zorgt anderzijds voor een grotere bijdrage aan de maatschappij Overwegende dat: • Werkgevers soms niet op de hoogte zijn van alle mogelijke voorzieningen, regelingen en lokaal en landelijk maatwerk die er zijn om statushouders met een afstand tot de arbeidsmarkt naar betaald werk te begeleiden.
• Het noodzakelijk is om hier nu al over in gesprek te gaan met werkgevers, waarbij vrijwilligerswerk kan dienen als opstap naar betaald werk maar waarbij het nooit het eindstation kan zijn in begeleiding naar de arbeidsmarkt. Roept het college op: • Te inventariseren welke mogelijkheden er allemaal zijn qua voorzieningen, lokaal maatwerk en regelingen (denk hierbij aan subsidies, premies en vergoedingen) en hier duidelijk over te communiceren met lokale werkgevers. • Bij de brede intake zoveel mogelijk te kijken naar de talenten van een inburgeraar, waarbij onder andere eerder verworven competenties erkend worden, en deze vervolgens te matchen met de vraag op de arbeidsmarkt. • Te inventariseren of de processen van matching en plaatsing wel voldoende zijn om direct en actief een matching te maken tussen het beschikbare aanbod van inburgeraars en de bestaande vraag van werk. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Voordat wij doorgaan naar de volgende spreker, heb ik begrepen dat mevrouw Tseggai nog een vraag wilde stellen aan de heer Partiman. Die kwam wat later binnen, dus ik stel voor dat u nu die vraag stelt aan de heer Partiman. Mikal Tseggai (PvdA). Dank u wel, voorzitter. Daar ben ik erg blij. Ik kan nu eigenlijk twee vliegen in een klap slaan.
Ik hoorde de heer Partiman spreken over voorrechten en ik hoor de heer Pronk dat ook een beetje zeggen. Mijn vraag aan de heer Partiman is: wat hebben wij dan eigenlijk allemaal
69
gedaan voor die voorrechten? Ik ben geboren in Nederland en weet dat de heer Partiman dat niet is. Toch vraag ik me dat een beetje af. Wat hebben wij er dan met zijn allen voor gedaan? Kavish Partiman (CDA). Het is wel een proces van eeuwen geweest waar de Nederlandse cultuur zich in heeft gevormd. Die cultuur is zich niet zomaar gaan vormen. Het is een van de toonaangevende culturen geworden in Europa. Ik ben met trots deelgenoot van deze cultuur. Ja, het klopt dat ik niet ben geboren in Nederland. Ik ben hier later naartoe gekomen op mijn negentiende. Ook ik heb mij moeten aanpassen aan de samenleving en dat heb ik volgens mij redelijk goed gedaan. Ik ben er heel erg trots op dat ik mezelf Hagenaar mag noemen op dit moment. Die trots, dat trotse gevoel zou ik graag willen zien bij alle anderen die als nieuweling naar deze stad komen, want we hebben een mooie cultuur. We hebben hele mooie dingen die we met elkaar delen. Die normen en waarden, dat is wat ons met elkaar verbindt in deze stad. Als we daar gezamenlijk trots op kunnen zijn en ook ervoor kunnen zorgen dat we die trots kunnen overdragen op de nieuwkomers die hier komen, denk ik dat we een prachtige stad met elkaar kunnen behouden. De voorzitter. Dit wordt een beetje een creatieve app op deze manier.
Omdat de interruptie wat later binnenkomt, mevrouw Tseggai ondertussen de inbreng van de heer Pronk heeft gehoord en die dus ook meepakt in de initiële vraag aan de heer Partiman, zegt de heer Pronk: ja, nou wil ik ook reageren. En ik zie dat mevrouw Tseggai nog een interruptie heeft. Voor we het weten zijn we zes, zeven interrupties verder waarin we een soort driehoeksgesprek gaan krijgen. Ik wil daar even voorzichtig in zijn. Meneer Pronk, u kunt echt kort reageren. Mevrouw Tseggai, u heeft nog één vervolgvraag, en dan gaan we door met de volgende spreker. Jan Pronk (VVD). Het driehoeksgesprek vind ik wel interessant. Het is altijd beter dan de driehoeksverhouding, maar dat terzijde. Ik zou er ook wel even kort op willen reageren. Volgens mij hebben we in de commissie ditzelfde debatje gehad, mevrouw Tseggai. Toen hadden we het erover dat nieuwkomers integreren in een idee dat je 'ja' zegt tegen erbij willen horen in deze samenleving. Dan zeg je 'ja' tegen een aantal kernnormen en -waarden. De mensen die hier geboren zijn, krijgen dat mee in het onderwijs, want dat krijg je mee bij maatschappijleer, bij burgerschapsthema's en zo die we in het onderwijs behandelen. Ik denk dus dat iedereen daar een bepaalde inspanning voor moet leveren.
Je wilt zeker nieuwkomers de gelegenheid geven die normen en waarden te leren kennen en die actief te omarmen op het moment dat je hier graag wilt zijn en blijven. Dat lijkt me heel normaal. Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb nog een vraag aan de heer Partiman. Wat willen we dan dat die mensen doen? Willen we dat ze iedere ochtend 'O, o, Den Haag' gaan zingen? Wat moeten ze doen? Het blijft voor mij toch een beetje een vaag verhaal. U bedoelt natuurlijk - dat snap ik ook wel - dat we in de Nederlandse samenleving elkaar tolereren, accepteren et cetera. Maar iemand die hier komt heeft superveel stress, is gewoon bezig met de taal te leren en het hoofd boven water te houden. Wat moeten die mensen dan toch in hemelsnaam doen, vraag ik me af. Kavish Partiman (CDA). Dat iemand met superveel stress hiernaartoe komt, betekent niet dat hij zich niet hoeft te conformeren aan wat wij met elkaar toelaatbaar vinden in deze samenleving. We hebben bepaalde afspraken met elkaar gemaakt hier in Nederland. Een deel daarvan is in de Grondwet vastgelegd. Een ander deel daarvan zijn ongeschreven regels die we met elkaar hebben. We gaan goed met elkaar om. We gaan respectvol met elkaar om. We houden ons aan de regels in dit land. We leren de taal spreken. We maken deel uit van de maatschappij. Stress is wat mij betreft geen excuus om je niet te houden aan die regels.
Als je hier komt wonen, dan pas je je aan Nederland aan, net zoals een Nederlander zich moet aanpassen als hij bij wijze van spreken in de Verenigde Arabische Emiraten moet gaan wonen. Daar gelden weer andere regels en andere waarden en normen. Ik ben daar een paar keer geweest. Er is een grote Nederlandse gemeenschap die zich prachtig heeft aangepast aan die samenleving en die daar ook goed geïntegreerd is. Hetzelfde mogen we ook verwachten van mensen die in ons land komen wonen, vind ik.
70
Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Voorzitter. Ik denk dat er een rondetafelgesprek nodig is, dus ik stel de wethouder voor om een rondetafelgesprek te organiseren voor onze raadsleden die niet in Nederland geboren zijn maar toch goed geïntegreerd zijn als trotse Hagenaar, waaronder ik. De nieuwe arbeidsmigranten zijn op dit moment de meest misbruikte groep in Nederland en in het bijzonder in Den Haag. De nieuwe arbeidsmigranten zijn voornamelijk Oost-Europese burgers die ongeschoold zijn en meestal werken in de agrarische sector. Er is een hoge productiviteit in de tuinbouw en in de vleesindustrie, maar tegelijkertijd zijn er lage werk- en woonstandaarden voor migranten. De uitzendbureaus en indirect de kwekerijen en fabriekseigenaren werken mee aan de uitbuiting van deze groep. Wie dacht dat slavernij een aantal eeuwen geleden was afgeschaft, heeft het goed mis. We aanschouwen de moderne slavernij van de nieuwe arbeidsmigranten. Ze hebben in Nederland te maken met onderbetaling, wonen in soms mensonterende omstandigheden en kunnen op staande voet worden ontslagen. Mannen en vrouwen van tussen de 25 en 50 verdienen soms € 9,50 per uur bruto. Alsof dat niet genoeg is, worden ze ook nog om de meest simpele redenen uit dienst gezet. Daarnaast wonen arbeidsmigranten meestal in woningen van uitzendbureaus.
In het beste geval wonen ze in één kamer van tien vierkante meter met een raam, en dit allemaal anno 2021. Dit probleem veroorzaakt veel neveneffecten. Arbeidsmigranten worden door hun werkgever in transportbusjes opgehaald en afgezet. Op sommige wegen ontstaan hierdoor enorme verkeersproblemen. Ook pleintjes zitten vol met arbeidsmigranten. Het is evident dat het niet prettig is om in zulke erbarmelijke situaties te verblijven. Daarom zoeken ze hun heil op de pleintjes met hun vrienden en familie. In Den Haag staan het Kaapseplein en het wijkpark bekend om dit fenomeen: bijna honderden mensen op één locatie tot laat in de avond. De pleintjes en straten worden vervuild en het is voor buurtbewoners onaangenaam om langs die pleintjes en straten te lopen. Om dit tegen te gaan dien ik de motie 'Bescherm nieuwe arbeidsmigranten' in met het volgende dictum: verzoekt het college om een lokaal aanjaagteam te vormen dat toezicht houdt en handhaaft waar de misstanden worden geconstateerd, en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door de heer Çetinkaya wordt de volgende motie (K.12 ID) ingediend:
Motie K.12 ID Bescherm nieuwe arbeidsmigranten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 11 februari 2021 ter bespreking van voorstel van het college inzake Beleidsnota Nieuw in Den Haag, een goede start voor Haagse nieuwkomers (RIS307531) Constaterende, dat: • Arbeidsmigranten worden uitgebuit door allerlei instanties, waardoor ze onder erbarmelijke situaties moeten leven; • Dit voor neveneffecten zorgt, zoals groepsvorming op straat en voor ondernemingen, vuil op straat en onveilig buurtgevoel; • Er weinig controle wordt uitgevoerd in de buurten waar dit probleem hoge niveaus heeft bereikt; Overwegende, dat: • Een lokaal aanjaagteam, onder leiding van een gezant, de naleving hiervan kan garanderen; Verzoekt het college: • Om een lokaal aanjaagteam te vormen dat toezicht houdt en handhaaft waar misstanden worden geconstateerd; • De raad hierover te informeren; En gaat over tot de orde van de dag. 71
De motie maakt onderdeel uit van de beraadslaging. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. We hebben in de commissie al een interessant debat kunnen voeren over de beleidsnota Nieuw in Den Haag. Zoals ik in de commissie al zei, is het een interessante nota op hoofdlijnen, een erg menselijk verhaal. We willen en gaan iedereen helpen; dat ademt het uit. Wat NIDA betreft is iedereen die in Nederland woont onderdeel van onze samenleving en word je beoordeeld op je talenten en niet per se de taal die je spreekt. Participatie vinden wij belangrijker en meertaligheid zien we ook als een rijkdom. Ik zie gelukkig ook heel veel meertaligheid in de favoriete wijken van de PVV. Daar wonen ook de vele gastarbeiders van vroeger, nu op hoge leeftijd, die vanaf de jaren zestig goedkope arbeidskrachten leverden waarmee de verzorgingsstaat kon worden opgebouwd. Het is nu niet anders. De vele krachten die onze stad hebben verrijkt met hun komst, steunen ons land ook met schouders, knieën en hersenen. Degenen die dat niet kunnen, helpen wij. Dat noem je een samenleving. Terugkomend op de nota. De nota roept naast mooie intenties ook veel vragen op. Ik kan namelijk heel weinig lezen over hoe het college de ambities waar wil maken.
Hoe zal de uitvoering plaatsvinden en wat doen we met de succes- en faalfactoren van eerder beleid? Hoe zit het met de financiële onderbouwing van de ambities? Al dat soort vragen heb ik ook in de commissie gesteld. Voor nu is het vooral wachten op de verdere uitwerking. Ik proef dat de wethouder hier voortvarend mee aan de slag wil gaan. Alleen een goed welkom is niet genoeg. Er dient een goed vervolg te zijn op de participatie van de nieuwkomers. Ik ben dus echt benieuwd naar de concrete plannen die de ambities waar kunnen maken. Tot slot. We zijn blij met de benadering van de wethouder in de nota. De ambities zijn goed. We hopen alleen binnenkort wat meer te kunnen lezen over de verdere uitwerking. De voorzitter. Dan zijn we hiermee gekomen aan het eind van de eerste termijn van de raad. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter. We gaan inderdaad de commissie niet overdoen. Ik denk dat iedereen in zijn of haar bijdrage heel duidelijk heeft aangegeven dat we het er in de commissie al uitgebreid over hebben gehad. Zoals de heer Pronk al zei, heeft u dat ook in alle heftigheid met elkaar gewisseld. De toon is inderdaad nu wat rustiger, want komt het straks neer op het stemmen over deze nota. Ik loop de sprekers nog even langs. Mevrouw Davituliani heeft het gehad over 'vrijheid, blijheid'.
Ik heb in de commissie al aangegeven dat dit een wettelijke taak is die we als gemeente uitvoeren. Dat doen we in het kader van de wettelijke inburgeringsplicht waarbij sprake is van een aantal voorwaarden en handhavingsmogelijkheden. Dat blijft dan ook gewoon bestaan. Uitgangspunt daarbij zijn verleiding en gebruikmaken van de talenten die mensen meenemen naar het nieuwe land. In de nota hebben we geprobeerd aan te geven dat er een wettelijk traject is voor twee groepen, een voor statushouders en een voor gezinsmigranten. Dat handhaven we gewoon. Aan de jonge statushouders moeten we extra aandacht geven, omdat die een specifieke aanpak vragen. We hebben gepoogd voor de nieuwkomers die hier wel rechtmatig zijn maar niet gebruik kunnen maken van alle voorzieningen die we hebben, met name de arbeidsmigranten en de expats, ruimte te geven voor onder andere het leren van onze prachtige Nederlandse taal. Dan kom ik op de moties. Motie K.1 van mevrouw Davituliani vraagt om binnen de wetgeving een zo strikt mogelijke handhaving omtrent inburgering voor te stellen aan de gemeenteraad. Dat klopt, we gaan de handhavingsverordening opstellen op basis van de nieuwe Wet inburgering. In de huidige situatie is dat, ook voor de zogenaamde ondertussengroep, niet mogelijk, omdat we er als gemeente geen bevoegdheden voor hebben. De wettelijke taak om het traject te volgen ligt bij DUO.
Voor de nieuwe invoering, waarschijnlijk per januari 2022, hebben wij ons gemeentelijk handhavingsbeleid. Dat is naar ik mag hopen u bekend, zo niet, dan stuur ik het u het alsnog. Dus deze motie moeten we ontraden. Datzelfde geldt voor motie K.2 over bij het Rijk aandringen op een inhoudelijke verdeelsleutel met betrekking tot huisvesten statushouders en niet meer statushouders op te vangen dan het verplichte aantal conform de wettelijke taakstelling. U heeft daar eerder schriftelijke vragen over gesteld onder 72
RIS306892 en we hebben daarop geantwoord dat het college niet de mening deelt dat het absorptievermogen van Den Haag is bereikt en dat we dus niet bereid zijn om bij het Rijk erop aan te dringen om de wettelijke taakstelling voor het aantal statushouders in Den Haag te schrappen. We zijn dus ook niet bereid om aan te dringen op een andere verdeelsleutel. Dus we ontraden deze motie. Motie K.3 over inzicht in bijstandsgebruik voor statushouders en gezinsmigranten ontraden we ook. De desbetreffende cijfers kunnen we niet aanleveren. Bij het verstrekken van bijstandsuitkeringen wordt niet bijgehouden of de aanvrager statushouder of gezinsmigrant is. Die informatie is ook niet relevant voor het bepalen of iemand recht heeft op een bijstandsuitkering. Motie K.4 over kennis over lhbti+-statushouders vinden we overbodig. Ik heb al in de commissie aangegeven dat we met meer informatie gaan komen over het participatieverklaringstraject. Die komt zo spoedig mogelijk naar de commissie. Daarin staan een aantal zaken die gaan over de overdracht van inhoudelijke kennis over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en de ondertekening van de participatieverklaring. Iedereen mag zijn mening uiten. Iedereen mag zijn eigen geloof hebben. Iedereen mag uitkomen voor haar of zijn seksuele geaardheid. Iedereen heeft recht op eigen keuzen.
Er is sprake van zelfstandigheid en het zelfbeschikkingsrecht. Je mag niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot vijandigheid. Ik verzin dat niet zelf want dat staat in de eindtermen kennis van de Nederlandse samenleving. In punt 7.4 inzake hantering wet- en regelgeving, is heel duidelijk omschrijven wat er al of niet bekend zou moeten zijn. In 7.4.1 staat: kent de wet- en regelgeving met betrekking tot abortus, euthanasie, homoseksualiteit en seksualiteit, respecteert personen die zich op een van de eigen opvattingen afwijkende manier gedragen op het gebied van abortus, euthanasie, homoseksualiteit en seksualiteit en respecteert mensen met een afwijkende mening. Dat zijn richtlijnen die in het participatietraject worden aangeboden en waaraan men moet voldoen en waarop ook geëxamineerd wordt. Dus deze motie is dan ook overbodig. Motie K.6 van de heer Kruis met als titel 'Geen Nederlands, geen uitkering', ontraden we. Op dit moment kunnen we boetes opleggen aan inburgeraars die verwijtbaar niet inburgeren maar het intrekken van een uitkering is binnen dit wettelijk kader niet mogelijk. Dat kan wel op basis van de Participatiewet als mensen de taal niet willen leren en zij hierdoor niet kunnen participeren. Dat is het uitgangspunt. Dus wij ontraden deze motie. Datzelfde geldt voor motie K.5 PVV over niet integreren maar remigreren.
Als mensen vanuit het buitenland zich hier vestigen, willen we er graag voor zorgen dat ze zo snel mogelijk de weg weten, aan het werk komen, de taal leren en meedoen in deze samenleving. Dus ook deze motie ontraden we. Mevrouw Van der Werf heeft een aantal vragen gesteld waarop ik graag wil ingaan omdat het vragen zijn die zeer ter zake doen. We hebben er in de commissie over gewisseld en de bijdrage van mevrouw Mostert staat mij nog helder voor de geest. Het gaat dan inderdaad om vragen zoals of er voldoende competenties zijn voor de professionals voor een geslaagde inburgering. In de Wet inburgering staat al dat van gemeenten wordt verwacht dat de medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van de brede intake, over de juiste expertise moeten beschikken om een brede intake gedegen uit te kunnen voeren en de uitkomsten door te vertalen naar een persoonlijk integratieplan. Het heeft de voorkeur dat de gemeenten dan kiezen voor een integrale aanpak, bijvoorbeeld door bij de afname en interpretatie van de brede intake gebruik te maken van een multidisciplinair team waaraan cursusinstellingen, onderwijsinstellingen, re-integratiebedrijven en het COA een bijdrage leveren. Met andere woorden, er wordt een vrij breed team gevormd met al die competenties die nodig zijn om te zorgen voor een een geslaagde inburgering.
Ik zal tussentijds naar aanleiding van de evaluatie van de beginperiode een overzicht erover doen toekomen aan uw raad. Het is ook een vast onderdeel van ons gemeentelijk programma en ook een vast onderdeel van de landelijke evaluatiecyclus. Dus ik zal u daarover rapporteren. De grootste zorg, ook in de commissie, is uitgegaan naar de jonge statushouders die traumatische ervaringen hebben. Daarbij is ook gevraagd: zijn zij voldoende ontzorgd, hebben we ze voldoende in beeld en hebben ze de mogelijkheden om gebruik te maken van de voorzieningen die op hun terrein aan de orde zijn? De ontzorging is een nieuwe taak die in het nieuwe artikel 56a van de Participatiewet wordt omschreven. Daarin staat dat gemeenten inburgeringsplichtige statushouders gedurende de eerste zes maanden na aankomst in Den Haag financieel kan ontzorgen. Onder die ontzorging wordt dan verstaan het vanuit de bijstandsuitkering betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en voor de verplichte zorgverzekering om ervoor te zorgen dat mensen zich 73
vrij kunnen wijden aan de inburgering en ze geen zorgen hoeven te hebben over de dagelijkse gang van zaken. Dat is opgenomen in de wet. Jonge statushouders met psychische klachten zijn vaak vrijgesteld of kunnen een ontheffing krijgen waar het gaat om de inburgering. Voorzitter: de heer Sluijs. De voorzitter. Mevrouw Van der Werf heeft behoefte aan een interruptie, wethouder. Hanneke van der Werf (D66). De wethouder geeft aan dat hij de raad wil informeren over de kwaliteit van degenen die de inburgeraars helpen bij het inburgeringstraject. Zou hij kunnen aangeven op welke termijn dat gebeurt? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ik begrijp niet helemaal uw vraag, in de zin van welke termijn dat is. We praten nu over de nieuwe Wet inburgering die hopelijk in 2022 ingaat en waarvan we nu bezig zijn met de voorbereiding. Dus we zorgen er nu voor dat het team voor de inburgeraars klaarstaat, met alle competenties erbij. Ik kan u in de komende periode - dat zal voor de zomer zijn informeren over hoe ver daarmee we zijn en waar we mogelijk tegenaan lopen, als een soort tussentijdse evaluatie. De voorzitter. Is dat helder, mevrouw Van der Werf? Oké, ik zie een duimpje omhooggaan. Dan kunt u uw betoog vervolgen, wethouder. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Zal ik daarbij dan ook schriftelijk aangeven hoe het gaat met bijvoorbeeld de zorgverzekering.
Want dat was een van de vragen die ook in de commissie werden gesteld: hoe kan de financiële ondersteuning vormgegeven worden in de vorm van de zorgverzekering? Daar hebben we een specifiek traject voor. Wellicht is het beter om in plaats van dat nu helemaal voor te lezen, u dat op papier toe te zenden, zodat u dat nog eens rustig kunt lezen en we er mogelijk nog voor de zomer met elkaar over kunnen doorpraten. Ik zal ook mevrouw Mostert nog een keer apart uitnodigen om hierover door te praten, want zij maakte zich er heel erg druk over. Dan kunnen we onder het genot van een kopje koffie dat nog een keer doorspreken. Dat is mijn voorstel. Hanneke van der Werf (D66). Ik vind dat een prima plan. Als de heer de heer Van Alphen beide punten voor de zomer stuurt, heb ik geen interrupties meer. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dank u wel. Daar gaan we voor zorgen. De heer Grinwis heeft met name aandacht gevraagd voor de co-housing van jonge statushouders. U weet dat ik er ook een voorstander van ben. Ik ga er niet helemaal over, in de zin dat het met name over huisvesting gaat voor specifieke doelgroepen, waarbij wethouder Balster zeker ook een speler in het spel is, naast wethouder Parbhudayal die voor de zorg van deze groep moet zorgen. Binnenkort komen we met een nota over de huisvesting voor onder andere jonge statushouders.
Waar motie K.7 CU/SGP vraagt om ook voor deze groep concrete voorstellen te doen, kunnen we die omarmen. Dan kom ik op motie K.8 CU/SGP met als titel 'Verbind alle Hagenaars met elkaar en met de stad', die vraagt om een actieplan op te stellen om migranten die al langer in Nederland wonen in te laten burgeren. Dat is de groep die wij 'oudkomers' noemen, dus degenen die hier al een tijdje zijn en die niet passen - dat klinkt heel vervelend - binnen de inburgeringsnota voor nieuwe mensen. We hebben er wel aandacht voor, maar met name de taalnota van wethouder Bredemeijer zal uitgebreid ingaan op welke wijze we de oudkomers verder begeleiden in het integreren en participeren. Mijn verzoek is dan ook om deze motie aan te houden of alsnog in te dienen op het moment dat de taalnota aan de orde is. We kunnen de motie overigens ook bespreken in het kader van de verbindingsnota die binnenkort aan de orde is. Ook daarbij gaat het over inburgeraars. Motie K.9 van de heer Partiman gaat over het betrekken van vrijwilligersorganisaties bij inburgering. Ik merk op verschillende terreinen dat u fan bent van vrijwilligersorganisaties. Het is ook goed om dat te waarderen in dezen. Ze zijn ons in dit kader ook niet onbekend. We werken al veel samen met diverse vrijwilligersorganisaties, zoals VluchtelingenWerk Nederland en Taalmaatjes. In 74
de aanbestedingseisen voor de leerroute met betrekking tot de nieuwe taalaanbieders staat opgenomen dat er door hen ook een plan moet worden ingediend dat invulling geeft aan samenwerking met partners in de stad. Dit betreft dan ook de samenwerking met vrijwilligersorganisaties in de stad, zoals organisaties die werken met Taalmaatjes, of die zich richten op het opbouwen van een sociaal netwerk in de stad. Dus in die zin is deze motie overbodig omdat we dat al in het aanbestedingstraject hebben zitten en we op dit moment in het kader van oudkomers en inburgeraars al gebruikmaken van vrijwilligersorganisaties. Deze nota is gericht op de invoering van de inburgering in 2022. Daar hebben we een garantie voor geboden door dit mee te nemen in de aanbestedingseisen. Kavish Partiman (CDA). Het doel van deze motie is nu juist om aan de voorkant te gaan werken met die vrijwilligersorganisaties. Nu gaat het echter weer om aanbestedingstrajecten en dergelijke om aan de achterkant gebruik te maken van vrijwilligersorganisaties, alleen geleid vanuit de overheid. Wij pleiten ervoor om er aan de voorkant gebruik van te maken door met die organisaties de samenwerking aan te gaan. Dat is namelijk de kracht van de samenleving waarin de vrijwilligersorganisaties een schakel vormen in het verbeteren van het inburgeringsproces. De voorzitter. Uw vraag? Kavish Partiman (CDA).
Kan de wethouder hierop reflecteren? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Zoals ik net al heb geprobeerd duidelijk te maken, is het aanbestedingstraject niet gericht op vrijwilligersorganisaties, maar op de taalaanbieders die een pakket samenstellen waarin onder andere de samenleving in de Haagse situatie begeleid gaat worden. Dus waar het gaat om het meedoen in de stad en het participeren moeten vrijwilligersorganisaties daarbij aan de orde zijn. Het is een totaalpakket dat ze moeten aanbieden en waar ze op beoordeeld worden. Dat is dus inclusief die vrijwilligersorganisaties. Het is dus niet gericht op de vrijwilligersorganisaties alleen, maar juist op de combinatie van taal aanbieden en het kunnen participeren in de stad door middel van ondersteuning van vrijwilligersorganisaties. Dat is wat in de aanbesteding aan de orde is. Op dit moment zijn al verschillende vrijwilligersorganisaties bezig met dit soort projecten. Als u daar een overzicht van wilt, dan kunt u dat krijgen. We hebben het nu over de nieuwe situatie waarbij het een impliciet onderdeel van het nieuwe programma is dat de nieuwkomers krijgen aangeboden. Dus u krijgt al wat u wilt. Vandaar dat deze motie overbodig is. Kavish Partiman (CDA).
Nu geeft de wethouder toch weer aan dat het impliciet is dat deze vrijwilligersorganisaties erbij worden betrokken, terwijl wij juist graag expliciet willen zien dat ze integraal deel gaan uitmaken hiervan en dus niet via de omweg die nu wordt voorgesteld. Vandaar deze motie. Waarom is de wethouder niet bereid om toch naar deze manier van werken te gaan kijken in plaats van steeds weer de gemeentelijke overheid aan zet te laten zijn? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ik probeer het nog een keer. De taalaanbieders zijn gespecialiseerd in het aanbieden van de taal. Het gaat dan niet alleen om taal in de klas maar ook om taalontwikkeling in de Haagse samenleving, het naar buiten kunnen gaan, het kunnen functioneren op de markt, in het café et cetera. Dat kun je mensen niet alleen laten doen. Dus we hebben gezegd dat dit samen met vrijwilligersorganisaties moet. Dus het gaat om een pakket waarin vrijwilligersorganisaties onderdeel zijn van de taal. Dus we gaan niet apart ten aanzien van vrijwilligersorganisaties aanbesteden om daarvoor te zorgen want dat zit al in het totaalpakket. De overheid geeft geen taalles. De overheid zorgt ook niet voor de vrijwillige activiteiten. Dat doen die organisaties samen. Dat is een vooruitgang want voorheen deden we dat dus niet, want dan gingen we apart vrijwilligersorganisaties vragen om dit onderdeel vorm te geven.
Nu doen we dat in één, zodat dat voor de nieuwe inburgeraar een veel breder pakket is en deze veel beter en sneller de taal kan leren. Dan kom ik op motie K.11 van de heer Pronk over zo snel mogelijk richting betaald werk. In de memorie van toelichting bij de Wet inburgering staat al dat na afronding van de brede intake door de gemeente zo veel mogelijk in afstemming met de inburgeringsplichtige het PIP, het Plan Inburgering en Participatie, wordt opgesteld. Het PIP is maatwerk. De uitkomsten van die brede intake worden in het PIP vertaald naar de persoon van de inburgeringsplichtige en toegesneden einddoelen 75
van de inburgering. Het onderdeel werk zit besloten in het PIP in de vorm van een beschikking. Er is contact met de werkgevers en vanzelfsprekend wordt gebruikgemaakt van de bestaande dienstverlening van de SZW. Dus we hebben al contact met werkgevers die hiertoe bereid zijn. Daar wordt maatwerk bij geleverd. De communicatie met werkgevers is op dit moment een vast onderdeel. We zijn op dit moment zelfs al aan het oefenen met het vormgeven van die brede intake. Daar zijn professionals van de gemeente bij betrokken maar ook professionals van het inburgeringsteam. Daarbij wordt iemands weerbaarheid getoetst en ook de positie die hij op de arbeidsmarkt kan gaan innemen of al inneemt op basis van taalniveau en andere ervaringen. In voorbereiding op de invoering van het PIP waarvan het arbeidstraject een onderdeel is, wordt er nu al geëxperimenteerd met hoe we zo snel mogelijk mensen op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Het is dus een verplicht onderdeel van het totaal. De motie is in die zin dan ook overbodig. Ik lees die dan ook als een aanzet in de richting die we al op aan het gaan zijn. Motie K.12 ID gaat over het beschermen van arbeidsmigranten. De heer Ҫetinkaya gaf in in zijn betoog aan dat hierbij sprake is van een groot probleem. Jan Pronk (VVD). Ik heb de indruk dat de wethouder een van mijn moties overslaat. Ik hoop overigens niet dat dit van mijn spreektijd af zal gaan.
De voorzitter. Nee, dat gaat niet van uw spreektijd af. Meneer de wethouder, zou u de andere motie van de heer Pronk nog van een advies kunnen voorzien? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dat is de motie over het vorm en inhoud geven aan het leren kennen van normen en waarden in onze democratische rechtsstaat. Ik heb in reactie op een motie van Hart voor Den Haag eigenlijk al aangegeven dat dit onderdeel is van de eindtermen van de kennis van de Nederlandse samenleving. Deze onderdelen staan er dus al in en daar moeten we dus ook uitvoering aan geven. Ik heb ook aangegeven dat ik u nog een en ander zal toesturen. Jan Pronk (VVD). Ik hoor de wethouder een paar keer in dit debat zeggen: dat doen we al en is in die zin ondersteuning van mijn beleid. Maar het punt is dat er het er niet altijd staat. Het vraagt bovendien om lokale uitvoering van dit soort dingen. Ik noem bijvoorbeeld de inkoop van trajecten die aan deze normen en waarden aandacht besteden of het toeleiden naar werk. Dat staat op die manier niet in de nota. Waar u een motie als overbodig betitelt, zou u wat dat betreft ook kunnen zeggen: omdat ik het zo niet heb uitgewerkt, vind ik dat een prettige invulling en omarm ik de motie. Ik snap dus niet waarom u de motie overbodig verklaart. De voorzitter. Met het verzoek te spreken via de voorzitter, geef ik het woord weer aan de wethouder.
Wethouder Van Alphen (GroenLinks). De participatieverklaring houdt al deze regelingen in. Een van de onderdelen daarvan betreft de eindtermen kennis van de Nederlandse samenleving. Daar staan al deze zaken in. Als u dat overzicht wil hebben, kan ik u dat toesturen, maar voor ons betekent het dat wij in de uitvoering hieraan vorm en inhoud moeten gaan geven. En daar zijn we nu mee bezig. Dus in het participatieverklaringstraject dat vanaf 2022 gaat plaatsvinden zullen al deze onderwerpen aan de orde komen. Elke inburgeraar zal hiervan dan kennis moeten nemen en er een standpunt over moeten innemen. Dat is wat in die participatieverklaring daadwerkelijk staat. Vandaar dat deze motie overbodig is. De voorzitter. Voor de laatste maal, meneer Pronk, heel kort. Jan Pronk (VVD). Dan neem ik aan dat de wethouder het mij niet euvel zal duiden dat ik mijn motie gewoon in stemming breng. We zijn het volgens mij eens dat het erin moet, maar het staat niet zo in het voorstel. Ik zou dan zeggen: leg het de volgende keer iets beter uit, want dan voorkomt u volgens mij de helft van de moties die vandaag voorliggen. Voor het overige, dank voor het antwoord, zeg ik richting de wethouder via de voorzitter. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Het staat de raad vrij om te stemmen zoals die stemmen wil. 76
Dan kom ik weer op de motie van de Islam Democraten over het beschermen van nieuwe arbeidsmigranten. In deze inburgeringsnota vragen we aandacht voor de arbeidsmigranten omdat we vinden dat ook deze nieuwkomers goed moeten worden opgevangen. De hele problematiek die u aankaart, is herkenbaar, maar valt meer onder wethouder Balster die de problematiek rond arbeidsmigranten aan de orde heeft en er binnenkort ook met een rapportage over gaat komen. Daarnaast hebben we er in verband met de ontwikkelingen op en rond het Kaapseplein al regelmatig over gesproken. Deze motie valt dus een beetje buiten het kader van deze nota. Ik verzoek u dan ook de motie aan te houden en om die in te brengen bij de bespreking van de voortgangsnota over arbeidsmigranten die de heer Balster binnenkort aan de orde heeft. Dat is mijn advies in dezen. Mevrouw Tseggai en ik hebben eerder wat onduidelijkheden gehad over het leveren van individueel maatwerk. Ik meen dat door middel van het invoeren van de brugklas en het PIP iedereen op maatwerk wordt beoordeeld met al zijn kwaliteiten daarbij. In het kader van de wettelijke taak zijn er twee groepen, te weten de statushouders en de gezinsmigranten. Dat is de grove indeling waarvoor verschillende regimes en uitvoeringstaken gelden.
Met enerzijds de brugklas voor de statushouders met daaraan gekoppeld het PIP en anderzijds het plan voor de gezinsmigranten wordt altijd maatwerk geleverd. Dus iedereen wordt persoonlijk bekeken en persoonlijk gesproken, waarbij er een traject wordt ingezet dat persoonlijk passend is. Mikal Tseggai (PvdA). Mijn vraag is hoe dat geëvalueerd wordt en hoe wij als raad een vinger aan de pols kunnen houden. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ik heb net aangegeven dat we ons aan het voorbereiden zijn op de daadwerkelijke uitvoering vanaf 1 januari. Tussentijds zullen we in een voortgangsrapportage aan u melden hoe ver het daarmee staat. Ook anderen vroegen daar al naar in het kader van de zorg en de competenties die aanwezig moeten zijn. Ik denk dat het na de zomer zal worden - laat ik voorzichtig zijn - om u daarover iets te doen toekomen. Mevrouw Tseggai heeft het ook gehad over de erkenning van buitenlandse diploma's. We hebben het er in het kader van het ontwikkelen van een vrouwenacademie al over gehad dat we moeten gaan kijken op welke wijze dat geregeld kan worden. Er zijn nu wettelijke mogelijkheden maar ze worden niet altijd gelijk geschakeld aan de opleidingen die we hier in Nederland hebben. Ik ga nog een keer expliciet kijken waar de hiccups zitten en hoe we dat zo snel mogelijk voor elkaar krijgen.
De vraag over een brief over de inburgering is eigenlijk een beetje gekoppeld aan de invoering en de uitvoering van de plannen die we nu hebben. U weet dat er nog wat bedenkingen zijn vanuit de Tweede Kamer. Het huidige kabinet moet nog een aantal beslissingen nemen. Daar zijn we dus nog helemaal uit. Ik zal u op de hoogte houden van dit ontwikkelingen, want die zijn wel cruciaal om door te kunnen. Het probleem zit ook nog een beetje bij DUO, die een bepaalde verantwoordelijkheid heeft. Dit is dus nog niet helemaal opgelost. Het is ook een van de onderdelen die we nog nader moeten bespreken, naast nog wat financiële perikelen. Ik zal u ook na de zomer op de hoogte stellen door middel van een brief over hoe het ervoor staat. Mikal Tseggai (PvdA). Ik heb meer een procesvraag. De wethouder zei over de erkenning van de buitenlandse diploma's dat hij er nog even in zal duiken. Zou hij ons daarover dan willen informeren? Waar het gaat om de inburgeringswet is mijn vraag of de wethouder dan in de brief ook terugkomt op hoe wij ons daarop voorbereiden als gemeente. Het gaat mij er dan om dat we niet alleen op de hoogte gehouden worden maar dat we ook weten hóe we ons als gemeente voorbereiden. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). We zijn op dit moment constant bezig om ons daarop voor te bereiden. Het aanbestedingstraject is net begonnen, zoals u weet.
In de voortgangsrapportage zal ik aangeven hoe wij er als Den Haag wat dat betreft voor staan. Dat is eigenlijk ook wat de de heer Mahmood van NIDA vroeg: mooie ambities maar hoe ben je in die uitvoering bezig? Nou, dat komt naar u toe, meneer Mahmood. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik hoorde de wethouder zo-even het verzoek doen aan mij om mijn motie aan te houden en deze te betrekken richting wethouder Balster. Ik ben dan wel 77
nieuwsgierig naar het standpunt van de wethouder over een speciaal aanjaagteam vooral gericht op deze doelgroep. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Laat ik de mening daarover ook bij het onderwerp betrekken als we dat bespreken. Ik neem aan dat u dit voorstel ook gaat doen als we het hebben over de ontwikkelingen rond het Kaapseplein en dergelijke. Dan zullen we het in dat verband aan de orde hebben en dan kan de burgemeester er ook een mening over hebben, want het is nogal wat wat u voorstelt. Voorzitter. Volgens mij heb ik hiermee de vragen beantwoord en een advies gegeven over de moties. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Ik had toch wel een reactie van de wethouder verwacht. We spreken nu namelijk over de nieuwkomers en dus ook over nieuwe arbeidsmigranten. Ik heb in mijn motie eigenlijk min of meer de problematiek samengevat. Het uitbuiten van deze groep mensen kunnen we niet tolereren. Dus hoor ik graag het standpunt van de wethouder over de motie. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ik heb aangegeven dat dit een motie is die niet in dit verband past. Het feit dat we in deze nota praten over de opvang van arbeidsmigranten betekent dat we als gemeente Den Haag een belangrijke rol kunnen en willen gaan spelen bij de komst van arbeidsmigranten en dat we ze van zodanige informatie willen voorzien dat hun positie verbetert.
Dat is de intentie van het instellen van het informatiepunt. Hoe dat uitgevoerd moet worden, ligt op een ander terrein. Dus we hebben ervoor gekozen om aandacht te besteden aan arbeidsmigranten met de intentie ze verder te helpen in de Haagse samenleving. De voorzitter. Dan gaan we thans over tot de tweede termijn. Ik constateer dat alleen de heer Ҫetinkaya daarin het woord wenst te voeren. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Voorzitter. Op verzoek van de wethouder zal ik motie K.12 aanhouden en deze doorschuiven naar wethouder Balster. De voorzitter. Aangezien motie K.12 ID is aangehouden, maakt ze geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De digitale stemming over de moties en het voorstel van het college vindt vanavond plaats. De vergadering wordt van 15.20 uur tot 15.25 uur geschorst.
Aan de orde is: KK. Brief van wethouder Sociale Zaken en Werk inzake stand van zaken Stichting Energie Academie (RIS307555). De voorzitter. We hanteren hierbij de sprekerslijst zoals die gisteren ook in de commissie is gehanteerd, waarbij de fractievertegenwoordigers die gisteren hebben gesproken nu uiteraard worden vervangen door de raadsleden van de desbetreffende partijen. De beraadslaging wordt geopend. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. De wethouder heeft niet alle informatie gedeeld. De wethouder was op de hoogte van de valse volmachten. Gisteren tijdens het debat begon de wethouder ineens over een onderzoek en een mail van de Gemeentelijke 78
Accountantsdienst. We hebben een ambtelijk verslag ontvangen. De wethouder laat nu een onderzoek doen onder leiding van de burgemeester maar laat essentiële informatie achter voor de raad. Dit onderzoek moet namelijk ook in beeld brengen in hoeverre het bestuur van de Energie Academie aansprakelijk te stellen is voor eventuele terugvorderingen. Mijn fractie bereiken geluiden dat de raad van toezicht onder aanvoering van de huisadvocaat van de gemeente aan het voltallig bestuur decharge heeft verleend. Deze info is bekend bij de wethouder maar tot op heden is die niet gedeeld met de raad. Fraudeonderzoek is in dezen onnodig om bestuurders aansprakelijk te stellen maar wel naar de rol van belangenverstrengeling van ambtenaren. Op grond van deze constatering moeten we stellen dat de wethouder in gebreke is. Erlijn Wenink (GroenLinks). Groep de Mos roept zo hard. Is mevrouw Roopram het met mij eens dat het belangrijk is om eerst dat onderzoek af te wachten en alle feiten boven tafel te krijgen en om dan pas te oordelen? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Er moet zeker een onderzoek gedaan worden, maar dan wel een onafhankelijk onderzoek; daar gaan we ook een motie over indienen, waarvan ik hoop dat u die zal steunen. Het punt is evenwel dat er elke keer cruciale informatie naar boven komt.
Als u goed heeft geluisterd naar mijn inbreng tot nu toe en u die mij ook laat afmaken, dan hoort u waarom wij ons enorme zorgen maken. Erlijn Wenink (GroenLinks). Zorgen maken we ons allemaal, wat gisteren in de commissie is gebleken en ook breed is besproken. Er is ook brede steun voor zo'n onafhankelijk onderzoek. Mijn vraag is alleen: waarom oordeelt u al voordat dat onderzoek is gedaan? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Omdat er feitelijke informatie naar buiten komt dat de wethouder cruciale informatie niet heeft gedeeld met de raad. Bülent Aydin (PvdA). Mevrouw Roopram zei zojuist dat ze een motie gaat indienen over een onafhankelijk onderzoek, wat ik op zich toejuich, maar toch kan ik haar niet helemaal volgen. De wethouder heeft gisteren namelijk al een onafhankelijk onderzoek aangekondigd. Mijn vraag is dan ook wat deze motie toevoegt. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Wij vragen inderdaad een onderzoek en ook meerdere fracties hebben dat aangekondigd, namelijk een onderzoek door de Rekenkamer. Voor ons is nog heel erg onduidelijk door wie het nu aangekondigde onderzoek gedaan gaat worden. Onze motie vraagt dan ook een onderzoek te laten doen door de Rekenkamer. Erlijn Wenink (GroenLinks). Groep de Mos wil een onderzoek door de Rekenkamer.
Ik vraag mij af of dat onderzoek dan moet gebeuren bovenop het al aangekondigde onderzoek of in plaats van. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik begrijp niet waarom mevrouw Wenink zich hierover zo druk maakt. Ik heb volgens mij een stevige inbreng over het decharge verlenen wat betreft het toenmalig bestuur. Nogmaals, wij willen een onderzoek door de Rekenkamer en die motie gaan we indienen. Erlijn Wenink (GroenLinks). Waar ik mij ten aanzien van dat voorstel over dat Rekenkameronderzoek zorgen over maak, is dat daarin de forensische component niet meegenomen kan worden. De Rekenkamer kan kijken naar doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van de subsidies maar kan geen forensisch onderzoek doen. Begrijp ik nou goed dat Groep de Mos de forensische aspecten uit dat onderzoek wil laten en, zo ja, waarom? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Nee, dat willen we zeker niet. Het moet tot op de bodem uitgezocht worden. Wij vinden dat er door de Rekenkamer een onderzoek gedaan moet worden, want er is nog heel veel onduidelijk. Waarom wordt het bijvoorbeeld doorgeschoven naar de burgemeester en wie precies gaat dan het onderzoek doen? We zitten bovendien in tijdnood. Als raad 79
willen we natuurlijk zo snel mogelijk duidelijkheid hebben, niet alleen voor alle betrokken partijen maar ook voor alle inwoners van Den Haag. Chris van der Helm (VVD). Als Hart voor Den Haag aangeeft dat zij het tot op de bodem uitgezocht wil hebben, moet je juist kiezen voor een extern onderzoek door een onafhankelijk bureau, omdat dat een breder onderzoek is dan dat wat de Rekenkamer doet, namelijk kijken naar doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Dus ik zou Hart voor Den Haag toch willen vragen om te kiezen voor dat onafhankelijk onderzoek door een extern bureau. Kunt u daarop reflecteren? De voorzitter. Meneer Van der Helm, graag via de voorzitter spreken; dat hoef ik ú niet uit te leggen, mag ik hopen. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Wij staan compleet achter een onafhankelijk forensisch onderzoek, maar wij willen toch dat onderzoek door de Rekenkamer. Het is inderdaad van cruciaal belang dat die onderzoeken worden gedaan, ook door de Rekenkamer. Nogmaals, dit moet zo spoedig mogelijk uitgezocht worden. Chris van der Helm (VVD).
Zou het Hart voor Den Haag helpen als er wordt toegezegd dat de raad onderzoeksvragen mag aandragen en er misschien zelfs in gezamenlijkheid over mee mag denken wat de scope gaat worden van een extern onafhankelijk onderzoek waardoor we alles tot op de bodem kunnen uitzoeken? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat klinkt als een soort van raadsenquête. Nogmaals, wij zullen alle middelen inzetten om alles boven water te krijgen. Volgens mij heb ik mijn punt gemaakt. Bülent Aydin (PvdA). Ik probeer het nog een keer. We zijn het erover eens dat het tot op de bodem uitgezocht moet worden. Volgens mij is daar echt geen discussie over. Het gaat alleen over de vorm. Wij denken dat het onderzoek van de Rekenkamer beperkter zal zijn en ook langer zal duren. Ik begrijp dus niet waarom het door de wethouder en de burgemeester aangekondigde onderzoek nu door u opzij wordt geschoven. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik neem aan dat jullie allemaal ook kritische vragen zullen stellen over het onderzoek en door wie het wordt uitgevoerd, want dat is voor ons in ieder geval nog onduidelijk. Vandaar onze motie over een onderzoek door de Rekenkamer. Kavish Partiman (CDA). Het is ook voor mij een beetje onduidelijk.
Wat wil Groep de Mos nou precies bereiken met dat onderzoek? Stel dat er onrechtmatigheden uit naar voren komen, wat wilt u er dan mee doen? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het verbaast mij dat de heer Partiman met deze vraag komt. Wij willen met dat onderzoek bereiken dat alles tot op de bodem wordt uitgezocht. Ik heb zojuist ook aangegeven dat er weer informatie naar buiten is gekomen waaruit blijkt dat de wethouder informatie heeft achtergehouden. Vandaar dat wij dat onderzoek door de Rekenkamer willen. Ik ben verder heel erg benieuwd naar hoe de burgemeester dat onderzoek wil inzetten. Kavish Partiman (CDA). Tot op de bodem onderzoeken, dat hebben we nu al meerdere malen gehoord, maar het gaat er volgens mij om wat we met de resultaten van zo'n onderzoek kunnen doen. Dan lijkt mij dat we de meest verstrekkende versie van een onderzoek moeten gebruiken, en dat is een forensisch onderzoek zodat als er strafrechtelijke stappen moeten worden ondernomen, dat ook kan. Dat kan op basis van een forensisch onderzoek. Waarom dan toch steeds hameren op een Rekenkameronderzoek terwijl een forensisch onderzoek door een externe partij toch veel meer handvatten biedt aan de raad om het geheel onderzocht te krijgen? Is mevrouw Roopram dat niet met mij eens?
80
Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik heb volgens mij al meerdere malen antwoord gegeven en ik verval nu in herhaling, dus wil ik het hier nu bij laten. Erlijn Wenink (GroenLinks). Ik wil alleen nog maar constateren dat Groep de Mos niet wil begrijpen dat wat ze voorstelt veel minder diepgaand is dan wat het college voorstelt en ze dus wegloopt van de forensische vraag. Ik vind dat heel opmerkelijk. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik vind het heel opmerkelijk dat mevrouw Wenink niet op mijn inbreng ingaat. Ik ben benieuwd wat zij ervan vindt dat de raad van toezicht het bestuur dat die € 1,3 mln. heeft doen verdampen, decharge heeft verleend en dat de wethouder hiervan op de hoogte was. Dat moet inderdaad tot op de bodem uitgezocht worden, niet alleen forensisch. Wij willen inderdaad een Rekenkameronderzoek en daar blijven we bij. Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog. Uit genoemde constatering moeten we stellen dat de wethouder hier in gebreke is. Ik zou graag een reactie van de wethouder horen op deze ontwikkeling. Als de decharge fraude afdekt, heeft het fraudeonderzoek wel zin. Mijn fractie maakt zich zorgen over de schuldeisers, personeel en partners die nu slachtoffer zijn van wanbeleid, waar steeds meer uit blijkt dat de gemeente ook een rol heeft gespeeld in een duizelingwekkend dossier.