RIS308207 Notulen van de raad van 21 januari2021 dag
Tekst van het document
Het is echt aan de scholen om te zorgen voor de juiste doorgeleiding en om te beslissen of bijvoorbeeld de integratieklas daarvoor de oplossing zou kunnen zijn. Maar de vraag is compleet terecht. De belangrijkste vraag is of scholen en samenwerkingsverbanden voldoende middelen hebben om dat op die manier te doen. Ik denk dat dat zo is. We hebben veel gesprekken met samenwerkingsverbanden en met scholen daarover en we zien dat het zo is. Er is inderdaad sprake soms van een wachtlijst, maar dat heeft te maken met dat nog niet het juiste middel gevonden is. Maar het is nou precies aan hen om dat wel te vinden. In die zin is daarin voorzien. Dan is er nog een toezegging gedaan in de commissie van 10 december waar ik bij stil wil staan. Die gaat over het contact met UWV. Dat is inmiddels gelegd. Dat ging over de suggestie over zijinstromers en leraren die geworven kunnen worden vanuit hun bestanden. Dat gesprek loopt nu. Ik kom daar later op terug. Ik ga de moties langslopen. Ik begin bij de moties van D66. De voorzitter. Voordat u begint, zou ik u willen vragen of de beantwoording enigszins staccato kan, ook gezien de spreektijd van het college, die best snel gaat. Er zijn nog een flink aantal onderwerpen. Het is ook al bijna 13.30 uur en we hebben nog een stevig aantal onderwerpen. Mevrouw Sahla, een korte vraag. Fonda Sahla (D66).
Ik had tijdens de commissie ook nog een vraag gesteld waar de wethouder destijds geen antwoord op had. Hij wilde het laten uitzoeken. Die ging over of er meer brede brugklassen zijn ingezet na de eerste lockdown en naar aanleiding van de onderadvisering en de Cito die niet door is gegaan. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik ben me daarvan bewust, maar ik kom daar later op terug. Niet vandaag, maar op een later moment. Ik kan daar nu nog geen antwoord op geven. Zo is er nog een aantal toezeggingen. Ik heb een hele lijst nog, maar deze wil ik alvast noemen. Ik ga de moties doen, en zo staccato mogelijk. Ik begin met de motie van D66 over de oplossing voor het tekort aan schooldirecteuren. Dat heeft mijn warme aandacht altijd. Dit is een goede toevoeging, dus die motie zou ik willen omarmen. Voor de motie over de Campus070 geldt hetzelfde. Zeer interessant om naar de ervaring in Rotterdam te kijken. Ik wil heel graag dat we de komende zomer een uitgebreid programma hebben voor de jeugd. Ik kom bij de moties van de Haagse Stadspartij. De eerste motie die ik hier heb liggen, gaat over het actieplan onderadvisering. Ik ben heel blij met wat de heer Wijsmuller daarover zegt. Ik hoop dat ik in mijn brief, de tweede die na de commissie is gekomen, de juiste dingen over onderadvisering heb gezegd. Volgens mij staan we daar met zijn allen voor aan de lat.
Dat zei ik al, maar volgens mij vinden we ook hetzelfde. Volgens mij vinden we allemaal dat dit nu eens een keer echt goed aangepakt moet worden en dat we daar de juiste dingen voor moeten doen. U noemt het een actieplan. Ik denk dat dat het ook is. We gaan dat met de scholen samen doen, natuurlijk. We hebben de vorige
77
keer al de discussie gehad over of het bewust of onbewust is. Het ís zo. Dat is een gegeven. Daar moeten we wat aan gaan doen. Waar ik de motie lastig vind, is bij het laatste deel van het dictum. Dat gaat over het koppelen van kritieke prestatie-indicatoren aan de aanpak. Dat vind ik lastig, want dit ligt buiten onze macht. Dat is nou juist het hele probleem. We geven hier de juiste handvatten aan degenen in wiens macht het wel ligt, maar vervolgens zijn er eigenlijk geen kritieke prestatie-indicatoren te bedenken waar we onszelf op af kunnen rekenen. Dat maakt het lastig. Wat natuurlijk wel zo is, is dat we daar onderzoek naar hebben gedaan. Dat is ook precies wat ik opstuur en waar ik nou die dingen over zeg en waarom ik een actieplan wil. Dat onderzoek kent dan natuurlijk een vervolgonderzoek wat mij betreft. Dat betekent dus dat je blijft monitoren. Volgens mij is dat ook wat we willen. Volgens mij is dat ook wat de heer Wijsmuller wil: blijf dat in de gaten houden, blijf dat monitoren. Dus als we kunnen zeggen dat het laatste stuk van het dictum betekent 'blijf dat monitoren en baseer je aanpak onderadvisering erop', dan snap ik dat, maar ik denk dat kritieke prestatie-indicatoren niet zijn te maken. Dus dat maakt het wat lastig. Joris Wijsmuller (HSP). Het gaat er vooral om dat we het niet vrijblijvend doen en dat we het inderdaad goed in de gaten blijven houden.
In welke vorm dat precies wordt vormgegeven, laat ik graag aan het overleg met de betrokken partners over. Met de interpretatie van de wethouder kan ik dus goed leven. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ja, laten we dat afspreken. Met die interpretatie wil ik de motie heel graag omarmen. Dan de motie over vve's inclusief maken. Het is zo dat ik hier nog op terugkom. Dit is een terecht punt, maar er komt nieuw beleid. Ik ga de raad daarover nog informeren, zodra dat kan. De uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk is daar heel belangrijk in. Dus in de uitwerking wil ik het heel graag meenemen, maar ik loop tegen één ding aan, ook hier weer. Het lijkt in deze motie alsof dat hetgeen is waar we naar kijken: het balansmodel van Bakker. Maar er wordt naar veel meer gekeken. De echte indicatoren die we pakken zijn het opleidingsniveau van een of twee ouders, de thuistaal, of dat een andere taal is dan het Nederlands, en of er een taal- of een ontwikkelachterstand is of een risico daarop. En het kind wordt natuurlijk door het CJG aangemerkt als doelgroepkind - wat een beetje een rotwoord is, maar oké - omdat het om de een of andere reden baat heeft bij de vve. Het is dus niet een stempel dat we erop drukken van 'kijk dat eens vreselijk zijn'.
Het is juist heel positief dat we dat in kaart brengen en dat we die ouders en dus die kinderen de mogelijkheid geven om via de vve dat niveau op te krikken. Dus ik zou het als iets moois en als iets positiefs willen zien. Op het moment dat er zo'n stempel lijkt te zijn, dan moeten we daar wat aan doen. Dat balansmodel van Bakker, daar wil ik nog weleens goed naar kijken - is dat hetgeen we mee moeten laten wegen om dit vast te stellen? - maar om nou te zeggen dat het inclusiever moet: ik denk dat het precies het goede middel is om hulp te bieden aan die kinderen. Dus ik zou de motie echt willen ontraden, om die reden. Joris Wijsmuller (HSP). Ik ben wel tevreden met de positieve bejegening van de wethouder. Ook als het gaat over verouderde modellen, waar ook bijvoorbeeld zaken als echtscheiding, waar vandaag de dag heel anders tegen wordt aangekeken dan in 1998, als een kenmerk worden gehanteerd. Maar het gaat vooral om die culturele achtergronden. Gehoord de wethouder en het feit dat er nog een nadere aanpak naar de commissie gaat komen, en de toezegging dat hij daarbij ook nog gaat kijken naar het model-Bakker, houd ik de motie aan. De voorzitter. Aangezien motie J.5 HSP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De wethouder vervolgt de beantwoording. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dank.
Dat laat ik dan gepaard gaan met de toezegging dat ik het doe op de manier zoals de heer Wijsmuller het zojuist zei. Dan de motie van de Partij voor de Dieren. Die toezegging is ongeveer ook al gedaan. Volgens mij het is mooi om dat in de volgende HEA terug te laten komen. Dus die motie zou ik willen omarmen. 78
Ik kom bij de drie moties van Hart voor Den Haag/Groep de Mos. De eerste ging over de onderwijscode. Die zijn er eigenlijk al. Iedere school heeft natuurlijk een gedragscode. Hoe gaan we om met devices in de klas? Hoe spreken we de leerkracht aan? Ik denk dat dat heel goed en belangrijk is, want omgangsvormen zijn ook heel belangrijk, niet alleen de lesstof. Dus daar wordt gelukkig in voldoende mate in voorzien door de scholen zelf. Dus die motie zou ik willen ontraden. Dan de motie over meer aandacht voor thuiszittende kinderen. Begrijpelijke motie, het is alleen zo dat scholen de wettelijke plicht hebben om te komen tot passend onderwijs. Dat is niet aan de gemeente. De hele systematiek rond passend onderwijs voorziet hierin. Het is wel zo dat inderdaad soms ouders en kinderen wel een beetje met de handen in het haar zitten over hoe dat passend onderwijs te realiseren voor het kind. Dat is precies de reden dat we met de samenwerkingsverbanden, die daarvoor aan de lat staan, proberen het zo optimaal mogelijk te regelen. Wat kan ik doen met deze motie? Punt één van de motie, onderzoeken welke ouders en kinderen die behoefte hebben, kan ik natuurlijk oppakken. Dat is eigenlijk ook wat we constant aan het doen zijn. Dat is de samenwerking die we hebben met de samenwerkingsverbanden. De uitkomst daarvan kan ik gebruiken bij de verbeteragenda passend onderwijs.
Die zal ik daarin mee laten lopen. Maar om daar een heel nieuw additioneel plan voor op te stellen, is echt zonde van het werk, want het is eigenlijk al aan de orde. Dit is onze manier van werken. Dat plan bestaat. Dus die motie wil ik ontraden, met dus de toezegging over dat eerste deel. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Wat de wethouder hier zegt, klopt niet. Ik heb het tweede deel van de motie aangepast. Daarvan heb ik inderdaad gemaakt dat we de uitkomsten meenemen in het programma voor passend onderwijs. Of u heeft geen nieuwe versie van mijn motie gekregen. Dat kan ook. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik heb dan inderdaad een oude versie van de motie voor mij liggen. Hou mij even ten goede. Ik ga er even naar kijken en kom er aan het einde op terug. Dan ga ik eerst de motie doen over het terugwinnen van leraren voor het onderwijs. Er is onderzoek gedaan naar waarom leraren kiezen voor een andere toekomst. Uit dat onderzoek van het ministerie is gebleken dat van de leraren die uit het onderwijs zijn gestapt, maar een heel klein gedeelte bereid of geschikt is om weer terug te keren. Dus we zoeken hierin naar andere middelen, naar andere mogelijkheden om het aantal leraren toe te laten nemen, bijvoorbeeld begeleiding vanuit de WW naar werk of dergelijke zaken. Op die manier zetten we daarop in.
Het laten terugkeren van mensen die iets anders zijn gaan doen, lijkt op basis van onderzoek niet effectief te zijn. Dus deze motie wil ik ontraden. Dan de moties van NIDA. Dat zijn er veel. Ik ga ze langs zoals ze zijn ingediend. De eerste was de motie Meer concrete maatregelen tegen onderadvisering. Die sluit eigenlijk aan bij dat wat ik net met de heer Wijsmuller heb besproken over die normstellende acties. Ik denk dat hier gewoon hetzelfde voor geldt, want op deze manier zou ik haar echt moeten ontraden. De tweede motie wil ik omarmen. Die gaat over de pilot onafhankelijke schooladviezen met externe deskundigen. Kortheidshalve houd ik het daarbij. Die zou ik kunnen omarmen. De derde motie is Aanvulling HEA-jaarplan. We hebben constant contact met Amsterdam en Rotterdam over hoe zij het doen en hoe wij het doen. We hebben samen de Gelijke Kansen Alliantie. Het zijn overigens niet drie, maar twintig steden die dat met elkaar doen. Los daarvan is er ook nog de G4. Die nieuwe accenten leggen we in het jaarplan, maar ik denk dat deze motie daarvoor net even iets te ver gaat. De dingen die de motie beoogt, gaan we echt doen. Dat doen we ook samen richting de nieuwe HEA straks. Deze motie zou ik in deze vorm willen ontraden. De vierde motie is Afspraken met so, po, vo enzovoorts om kansengelijkheid te stimuleren.
We hebben die gezamenlijke ambitie voor kansengelijkheid in de HEA en in de wetgeving neergelegd, bijvoorbeeld de Wet op het primair onderwijs. Daar maken we die afspraken in. Wat ik nu juist wil gaan doen - dat zeg ik in mijn nieuwe brief - is afspraken maken over onderadvisering. Dat is, denk ik, ook dat actieplan, zoals we dat nu noemen, uit de motie van de heer Wijsmuller, en eigenlijk ook de motie van NIDA. Dat actieplan voorziet hier denk ik echt in. Dus die afspraak wil ik maken, maar deze motie in deze vorm zou ik willen ontraden. Dan de vijfde motie: Integrale aanpak stage- en onderwijsdiscriminatie. Dit ligt natuurlijk maar voor een beperkt gedeelte op het vlak van mijn bevoegdheid als wethouder Onderwijs, mijn 79
mogelijkheden althans. Discriminatie is een onderwerp dat ik samen met mijn collega Van Alphen doe. Deze motie is te beschouwen als ondersteuning van beleid. Maar ook hiervoor geldt dat het thema wordt meegenomen in de nieuwe HEA, waarvan ik aan het begin al zei dat we daar de ambitie moeten hebben om het zo op die manier te doen. Ik denk dat dit er een is die bij de nota antidiscriminatiebeleid van de heer Van Alphen zou moeten worden ingediend. In deze vorm kan ik haar niet omarmen bij dit vraagstuk. De zesde motie die ingediend is, ging over uitsluiten bij stage- en onderwijsdiscriminatie. We hebben inderdaad al die klacht- en meldpunten: Den Haag Meldt; bij de onderwijsinspectie kun je natuurlijk je beklag doen. Ik denk dat dat de middelen zijn. We moeten oppassen dat we er als gemeente een bevoegdheid bij gaan nemen op dat vlak, want die bevoegdheid ligt niet bij ons. Die ligt echt daar. Dus ik denk dat het niet verstandig is om deze motie in deze vorm aan te nemen, omdat we daarmee echt buiten onze eigen bevoegdheid om gaan. De voorzitter. Wethouder, even tussendoor, want ik begrijp dat u een iets andere nummering heeft van de moties dan die in het RIS staat. Misschien is het fijn als u even heel concreet steeds de titel voorleest van de motie en de partij. Dan kan iedereen het volgen, want ik zie nu ook vragen binnenkomen over welke moties worden besproken.
Dus of u even de titel goed en de partij kunt noemen, en dan het advies geven. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ja. Ik dacht dat ik dat deed, maar ik zal het nog duidelijker doen. Ik doe ze dus per partij en dan de volgorde waarop ze ingediend zijn. Maar ik zal ook de titel nog een keer noemen. De volgende motie, die als zevende is ingediend, heet Monitor kansengelijkheid en onderwijsdiscriminatie. Die is dus ook van NIDA. Ook dit stuk zit in dat nieuwe onderzoek onderwijsstromen waar ik de laatste brief over geschreven heb. Er wordt gevraagd naar een vervolgonderzoek door Oberon. Daarin wordt specifiek gekeken naar de gevolgen die ook corona heeft op de onderadvisering in Den Haag. Dus dat is ondergebracht in die beide onderzoeken. Dus deze motie zou ik willen ontraden. De achtste motie die ingediend is, heet Meld- en informatiepunt onderwijsdiscriminatie inrichten bij Den Haag Meldt. Daar geldt hetzelfde voor als wat ik daar zojuist over zei. Die wil ik ontraden. De negende motie heet Stimuleer en faciliteer succesvolle onderwijsinitiatieven. Ik moet heel eerlijk zeggen dat de concreetheid daarvan mij even ontgaat. Ik kan daar heel weinig concreets aan vastknopen. Ik denk dat dit allemaal ingrediënten zijn die in een HEA-jaarplan maar zeker ook in de nieuwe HEA ondergebracht moeten worden.
Het klinkt misschien wat flauw, maar de vaagheid van deze motie maakt dat ik haar moet ontraden. Dan de tiende ingediende motie van NIDA: Stimuleer en faciliteer trainingen voor docenten. Er wordt in het jaarplan heel veel aandacht gegeven aan die trainingen en dergelijke. Zaken op het gebied als slavernijverleden, migratieverleden en dergelijke liggen dan weer op het vlak van het integratiebeleid. Ik denk dat het verstandig is om dit onderwerp daar te bespreken. Dus in deze context zou ik deze motie willen ontraden. Dan de elfde ingediende motie van NIDA: Meer diversiteit in onderwijsorganisaties. We moeten oppassen wat we scholen allemaal vragen in deze tijden. Scholen hebben het echt al heel moeilijk om überhaupt leraren te vinden. Ik denk dat ze blij zijn met iedere docent die graag voor hen wil komen werken. Deze motie zou ik echt willen ontraden, want ze gaat voorbij aan de inzet die scholen plegen. Dan de twaalfde ingediende motie van NIDA: Versterk de relatie tussen school, kind, ouder en andere maatschappelijke partners. Ook daarop ben ik teruggekomen in mijn commissiebrief van 14 januari. Wat ik daar bijvoorbeeld noem, is die nieuwe maatregel om via schoolmaatschappelijk werk op scholen de relatie tussen school en ouders te versterken. In die zin zou ik deze motie ook moeten ontraden. Adeel Mahmood (NIDA). Dank aan de wethouder voor de uitgebreide beantwoording.
Het waren er nogal wat, inderdaad. Ik heb alleen nog maar één minuut spreektijd. Daarom heb ik niet op alle moties gereageerd. Ik had alleen de reactie gemist op de eerste motie die ik had ingediend: Meer concrete 80
maatregelen tegen onderadvisering. Over het algemeen merk ik dat in de beantwoording te veel vooruit wordt geschoven naar misschien een volgende HEA of dat er wordt verwezen naar andere wethouders, terwijl ik vind dat, als we het bijvoorbeeld hebben over de aandacht voor stage- of onderwijsdiscriminatie, de wethouder daar als Onderwijswethouder zelf bij zijn collega's werk van moet maken om met hen samen het plan verder te ontwikkelen om dat soort discriminatie tegen te gaan, in plaats van te verwijzen naar allerlei nota's. We spreken vandaag over een belangrijk thema. Wij kiezen ervoor om die moties vandaag in te dienen. Maar dan nog de reactie op de eerste motie. Die was mij ontgaan. Wethouder Bredemeijer (CDA). Geen misverstand, we zijn het echt met elkaar eens op het gebied van discriminatie en ook op het gebied van stagediscriminatie en onderadvisering - zo dat al discriminatie is, als die elementen daarin zitten. Daar zijn we het echt over eens. Wat ik bedoel te zeggen, is dat we met het integratiebeleid straks een integraal beleid proberen te maken, waarin ook dit type vraagstukken worden meegenomen. Ik zie het dus echt als aansporing om dat te doen, maar in de context van het HEA-jaarplan wil ik de motie ontraden. Maar ik zie haar echt als aansporing om het op een goede manier op te blijven pakken. Dat doen we ook al. Dus daar geen misverstand over.
Wat betreft de eerste motie: daar verwees ik eigenlijk naar de motie van de heer Wijsmuller over het actieplan om onderadvisering aan te pakken. Maar we kunnen ons niet vastpinnen op bepaalde normstellende indicatoren, omdat die er simpelweg niet zijn. Het is iets wat buiten onze macht ligt, maar waar we wel invloed op willen uitoefenen met elkaar. We willen dus de schoolbesturen, of de schoolleiders en de docenten, zo goed mogelijk helpen om het juiste advies te geven in het belang van de toekomst van het kind. Maar waar kunnen we onszelf op afrekenen? Dat is heel lastig. Daarom heeft de heer Wijsmuller net aangegeven dat we de motie zo kunnen interpreteren. Daarmee heb ik haar omarmd. We gaan onszelf dus niet vastpinnen op iets, maar spreken af dat we het gaan monitoren en in de gaten blijven houden dat we dat echt doen. Op die manier kan ik haar omarmen. Dan geldt, denk ik, voor deze motie hetzelfde, maar wel met die afspraak. Dat wil ik er wel bij zeggen. Adeel Mahmood (NIDA). Zo was die ook bedoeld en niet met die normstellende activiteiten. Ik heb het nu helder. Dank u. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dan is die dus daarmee ook omarmd, zeg ik even voor de andere raadsleden. Dat is de eerste motie: Meer concrete maatregelen tegen onderadvisering. De ChristenUnie had één motie, over het coronaproof maken van Haagse scholen. Dat is natuurlijk lastig.
Wat is coronaproof? Dat heeft met name heel erg te maken met die ventilatie in scholen. De heer Grinwis zei al dat ik daar binnenkort met mijn brief over naar de raad kom. Dan zal ik stilstaan bij hoe het gesteld is met de ventilatie. Als het gaat om de anderhalve meter, als dat al nodig is - dat is natuurlijk iedere keer onderwerp van discussie - dan is dat iets wat scholen op dit moment aan het voorbereiden zijn op basis van de informatie van het ministerie. Ik wil proberen in mijn brief over ventilatie een algemene appreciatie op te nemen van hoe wij zien dat scholen daarmee omgaan en of dat naar behoren is - naar wens is, moet ik zeggen, want wij zijn geen scheidsrechter. Ik interpreteer deze motie met name op het gebied van ventilatie. Dat is wat ik zal doen in mijn brief binnenkort. In die zin is deze motie niet nodig. Dat gebeurt. Ik wil haar in die zin ontraden, met deze rationale daarachter. Dan de motie van GroenLinks: help anderstalige ouders bij onderwijsondersteuning van hun kind. Dit is denk ik heel erg hetzelfde als we hebben opgeschreven in de brief over schoolmaatschappelijk werk. Mevrouw Ateş en ik hebben er zojuist een gesprek over gehad. In dat licht, met de verwijzing naar schoolmaatschappelijk werk, wil ik de motie omarmen. Dan de motie Koppel vroegtijdige schoolverlaters aan het onderwijs. Hiervoor geldt echt dat dit staand beleid is.
Leerlingzaken staat daarvoor aan de lat. Dat gebeurt via de Servicepunten Arbeid, de SPA's. Natuurlijk wordt daar gekeken naar de best practices. Deze motie voegt daar verder niet iets aan toe, wat mij betreft. Dus die zou ik willen ontraden. Serpil Ateş (GroenLinks). Dank, wethouder, voor de beantwoording. Wij krijgen toch wel signalen binnen van werknemers - laat ik ze zo noemen - die al een aantal jaar weg zijn van school. De focus, 81
ook bij trajecten binnen het UWV, ligt niet echt meer op 'terug naar school'. Dat is voornamelijk waarom we de motie indienen. De focus moet weer verschuiven naar die jongeren die zonder een diploma zijn weggegaan omdat ze destijds wat makkelijker aan een baan konden komen. Dus ik zou de wethouder willen vragen om er op die manier nog een keer naar te kijken en zijn oordeel misschien te heroverwegen. Wethouder Bredemeijer (CDA). De vraag gaat inderdaad ook over de groep van 23- tot 27-jarigen. Daar hebben we onlangs ook in de commissie wat over met elkaar gedeeld. Die groep is bij ons op de radar. Alhoewel het zo is dat we onderwijsgelden ontvangen voor jongeren tot 23 jaar, is het zo dat wij door de samenhang die we kiezen met Sociale Zaken, ook de groep van 23- tot 27-jarigen kunnen betrekken via die SPA's. Dat is denk ik wat mevrouw Ateş hier wil. Daarin kom ik tegemoet aan wat haar vrees is. Die jongeren hebben we op die manier op de radar. Dat doen we samen met Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ik denk echt dat dit voldoende is om het probleem aan te pakken. Ik ga verder met de motie van de Partij van de Arbeid. De motie zet in op brede brugklassen. Die wil ik omarmen. Dat komt overeen met het beleid zoals ik dat voor me zie. Motie Ruimte bieden aan nieuwe brede buurtscholen: precies wat mevrouw Tseggai hier zegt, is denk ik het geval. Dat heeft een financiële component.
Daar moeten we gewoon even met elkaar over nadenken. Dus dit is iets wat we in de nieuwe HEA vorm moeten geven, inclusief financiering. Het is volstrekt terecht dat er aandacht voor gevraagd wordt. Ik vind het ingewikkeld. De financiering ontbreekt nu om het op deze manier te doen. Ik zie het zeker als aansporing om het straks wel te doen, maar daar moeten we met elkaar daar wel financiering voor vinden. In deze vorm moet ik haar helaas ontraden. Mikal Tseggai (PvdA). Volgens mij kan de wethouder mijn motie ook als zodanig interpreteren, want in de motie staat dat we gaan onderzoeken of er financiële mogelijkheden zijn binnen de volgende HEA of het volgende HEA-jaarplan. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik vraag mij af of het dan het HEA-jaarplan of de HEA is die mevrouw Tseggai bedoelt. Ik denk de HEA, want dan klopt het op zich wel. Dan kun je er financiering aan koppelen. Binnen de huidige HEA niet. Als we de motie op die manier kunnen opvatten dat we het doen in de nieuwe HEA waar we binnenkort mee starten, dan wil ik haar graag omarmen. Maar dan moet ze even aangepast worden naar 'HEA' in plaats van 'HEA-jaarplan'. Mikal Tseggai (PvdA). Dat is akkoord. Ik zou wel dan graag even van de wethouder willen weten wanneer we daarmee gaan beginnen. Als ik dan via deze weg de griffie mag vragen om het woordje 'jaarplan' weg te halen. De voorzitter. De motie wijzigt dan.
Het woord 'jaarplan' gaat dan weg. Wethouder Bredemeijer (CDA). Met die wijziging wil ik de motie over de brede brugklas omarmen. We gaan daar snel mee starten. Binnenkort heb ik een eerste afspraak met de schoolbesturen richting het maken van die HEA. Die maken we samen met het scholenveld, met de schooldirecteuren, met de kinderen, met de ouders en met de raad uiteraard. Daar gaan we ongeveer een jaar voor uittrekken. Dan komen we daar in februari volgend jaar ongeveer mee. Daarmee zijn de drie moties van de Partij voor de Arbeid omarmd, voor de helderheid. Islam Democraten heeft de motie ingediend Speciaal onderwijs alternatieven. Volgens mij lag er ook een debatje tussen mevrouw Sahla en meneer Çetinkaya ten grondslag aan de indiening hiervan. Klopt dat? Dat ging over die integratieklassen bijvoorbeeld. Om die reden, precies omdat het al gebeurt, wil ik deze motie ontraden. Structurele salarisverhoging leraren: dat is iets wat we constant op de radar hebben. Ik ben het volstrekt eens met de heer Çetinkaya dat dat echt zal gaan helpen. Er moet gewoon veel meer geld naar het onderwijs. Dat kan ik niet vaak genoeg zeggen. Dat doe ik dan ook. Dus deze aansporing heb ik in die zin niet nodig. Ik wil deze motie in deze vorm ontraden, maar dit is wat ik absoluut doe, ook richting de minister. Dus de motie Structurele salarisverhoging leraren wil ik ontraden.
82
De derde motie van Islam Democraten, Trek docenten en zorgmedewerkers naar Den haag, wil ik in deze vorm ontraden. Het is onderdeel van het coalitieakkoord en van de Woonagenda van collega Balster om die beroepsgroepen hiernaartoe te halen. Er lopen veel acties, zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Die acties proberen we op maat en doelgericht te doen. Daar hoort dit onder andere bij. In deze vorm wil ik de motie ontraden. Dan kom ik nog terug op de motie van mevrouw Davituliani van Hart voor Den Haag. Excuses dat ik die aanpassing even niet scherp had, want inderdaad, in de aangepaste vorm zoals die hier nu ligt, wil ik de motie heel graag omarmen. Want ze geeft inderdaad op deze manier aan aandacht voor die thuiszittende kinderen te hebben. Dus met het nieuwe dictum omarm ik de motie graag. Voorzitter. Ik dank de raadsleden voor de behandeling. Ik ben aan het einde van mijn inbreng gekomen. De voorzitter. Dank u wel. Ik heb daar één vraag bij. In de app komt inmiddels iets langs over dat 'HEA' en 'HEA-jaarplan'. Volgens mij had u het over motie J.10, maar het zou moeten gaan over motie J.12. Die gaat over de brede buurtscholen. U had het over de brede brugklas, maar het moet gaan over de motie brede buurtscholen, als ik het goed begrijp van mevrouw Tseggai uit de app. Wethouder Bredemeijer (CDA).
Ja, het is heel stom. Het werkt niet met die dingen. Dat ga ik de volgende keer echt anders doen. Ik werk met de verkeerde nummering, merk ik. Het gaat om de motie over brede buurtscholen. Ik zei het verkeerd. De voorzitter. Dat is motie J.12. Daar wordt het woord 'jaarplan' uitgehaald. Als het goed is, klopt het dan. Als mevrouw Tseggai dat nog even bevestigt, dan zijn we helemaal rond. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter, dat klopt. Wethouder Bredemeijer (CDA). Mea culpa. De voorzitter. Door mevrouw Tseggai wordt de volgende gewijzigde motie (J.12 PvdA) ingediend:
Motie J.12 PvdA Ruimte bieden aan nieuwe brede buurtscholen (gewijzigd) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het HEA jaarplan 2020-2021. Constaterende, dat: • Brede buurtscholen ouderbetrokkenheid en verschillende organisaties in één school(gebouw) combineren, waarbij samengewerkt wordt om zoveel mogelijk ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 0-12 te bevorderen; • Brede buurtscholen een goed middel zijn om kansenongelijkheid en achterstanden tegen te gaan; Overwegende, dat: • Er op dit moment al een aantal zeer succesvolle brede buurtscholen zijn in Den Haag; • Er op dit moment geen subsidie meer is voor nieuwe brede buurtscholen;
83
Verzoekt het college: • Te onderzoeken of er in het volgende HEA meer subsidiegelden voor het realiseren van nieuwe brede buurtscholen beschikbaar kunnen worden gesteld; • En de raad hierover te informeren. De motie maakt uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Ik kijk naar de klok. Ik zie dat we echt alweer aardig wat tijd verder zijn, met nog heel wat punten op de agenda. Ik kijk toch nog even de raad rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat kunt u dan misschien het makkelijkst laten weten door even iets in de app te zetten, want anders ga ik iedereen langs en dat is best wel even een technische klus. Als ik tussen nu en een halve minuut niets in de app zie verschijnen met een i, een w of een 2, dan weet ik dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en gaan we door naar het volgende punt. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Ik dank de wethouder hartelijk voor de beantwoording. Er komt een update van de spreektijden aan. Wij gaan even schorsen, want dan kunnen de woordvoerders wisselen. Daarna gaan we door met het voorstel van het college inzake de Verordening tot wijziging van de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021. De vergadering wordt van 13.56 uur tot 13.59 uur geschorst.
Aan de orde is: K. Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021 (RIS306984). De beraadslaging wordt geopend. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Ik moet nu weer de regels uit gaan leggen die we met zijn allen hebben afgesproken over de kraagregeling, die de wethouder eraf wil halen in Laakkwartier-Oost, waar de parkeerdruk ontzettend hoog is en waar veel mensen steen en been klagen over het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Als we even teruggaan in de geschiedenis. In 2012 werd in Laakkwartier-Oost een parkeerdruk gemeten van 127%. Middels het invoeren van de kraagregeling, het toevoegen van 170 parkeerplekken en de bouw van een parkeergarage zou getracht worden om onder de 90% verkeerdruk uit te komen. Dat betekent in feite dus tien plekken voor negen auto's. Maar de parkeergarage werd afgeserveerd door toenmalig wethouder De Bruijn, omdat bewoners € 40 per maand te veel vonden voor een plekje, zegt men, en omdat de bewoners bang waren voor schade aan hun huis. Maar er is nooit een draagvlakonderzoek in de wijk geweest om aan alle bewoners te vragen wat zij ervan vonden om al dan niet die garage te bouwen. Maar enfin, € 40 vinden wij natuurlijk ook te veel. Zeker omdat die garage gewoon betaald werd uit het Parkeerfonds, die trouwens ook als sneeuw voor de zon is verdwenen.
Maar goed, na het affakkelen van de garage zouden er ter compensatie circa 200 plekken op het maaiveld gecreëerd worden, in combinatie met 50 plekken in Laakkwartier-Oost en 50 plekken in Laakkwartier-West. En dan zou de wethouder de vergunningsgebieden Laakkwartier, Laakkwartier-Oost en -West en de Noordpolderbuurt samenvoegen - dat stond in de brief - om onder de 90% uit te komen. Daarom dien ik voor de beloofde vier vergunningsgebieden die ik net noemde, weer een motie in. Die motie verzoekt het college een onderzoek te doen naar het samenvoegen van parkeervergunningsgebieden Laak, 18C, Laakhaven, 18B, de Noordpolderbuurt, 18E, en Laakkwartier-Oost. Nu staan we voor de vraag of wij de kraagregeling er weer af moeten halen in LaakkwartierOost. Als je de stukken erop naleest - de brieven van de vorige wethouder, de Parkeerbrief uit 2015, die nu nog steeds leidend is, en zelfs een motie ondertekend door dezelfde wethouder die deze 84
kraagregeling eraf wil halen - wordt nog steeds naar deze grens van 90% gewezen. Er staat feitelijk overal in dat de kraagregeling pas verdwijnt en eraf gehaald wordt als er voldoende parkeerplekken zijn gerealiseerd en de parkeerdruk onder de 90% wordt gebracht. Daarom de motie met als dictum: verzoekt het college de omzetting van alle kraagregelingen pas toe te staan als de parkeerdruk onder de 90% is gekomen en zich te conformeren aan de Parkeerbrief uit 2015. Ik vind het een heel slechte zaak als wij als gemeente nu de bewoners van Laakkwartier-Oost het volle pond gaan laten betalen, zeker nu de wijk overspoeld wordt met tientallen lege plekken voor elektrische auto's. Plekken die de meeste mensen daar zich niet eens kunnen veroorloven en gebruiken, omdat ze gewoon daar het geld niet voor hebben. Ze kunnen niet eens een reguliere plek vinden binnen redelijke loopafstand. Daarom zou het beter zijn om deze plekken in plaats van 22.00 uur om 18.00 vrij te geven voor gewone auto's. Dat zou tientallen plekken opleveren en de parkeerdruk omlaag brengen, zoals te zien is in deze mooie tekening. Alle groene plekken zijn 's avonds leeg.
Mijn motie: verzoekt het college de laadplekken voor elektrische auto's in Laak na 18.00 uur vrij te geven voor alle auto's in Laak om de parkeerdruk te verlagen, totdat er een realistisch aantal elektrische auto's in het bezit is van de inwoners van Laak. De voorzitter. Door de heer Meinesz worden de volgende moties (K.1 HvDH/GdM, K.2 HvDH/GdM en K.3 HvDH/GdM) ingediend:
Motie K.1 HvDH/GdM Verlaag de tijd tot 18:00 uur voor het vrijgeven van een oplaadplek voor elektrische voertuigen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter afronding debat over het voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021 (RIS306984). Constaterende, dat: • De parkeerdruk in Laak enorm is; • Er in de parkeerbrief van 2015 is afgesproken dat er geen laadplekken op parkeerplekken worden gerealiseerd als de parkeerdruk onder de 80% ligt en dit wel gebeurd is op grote schaal in Laak; • Mensen na 18:00 geen plek kunnen vinden op redelijke loopafstand; • Er overal wordt geparkeerd op plekken die daar niet voor bedoeld zijn. Overwegende, dat: • De parkeerdruk meteen omlaag zal gaan; • De meeste inwoners van Laak nog niet in het bezit zijn van een elektrische auto; • Er een onevenredig aantal laad-plekken zijn ten opzichte van het aantal geregistreerde elektrische auto’s in Laak. Verzoekt het college: • De laad-plekken voor elektrische auto’s in Laak na 18:00 uur vrij te geven voor alle auto’s in Laak om de parkeerdruk te verlagen, totdat er een realistisch aantal elektrische auto’s in het bezit is van de inwoners van Laak. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie K.2 HvDH/GdM pas kraagregeling pas toe bij parkeerdruk onder de 90% De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari, ter besperking Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021 (RIS306984) 85
Constaterende, dat:
• • • • •
Er tot de dag van vandaag onvoldoende verbetering zit in het aanbod van parkeerplaatsen in Laakkwartier Oost; Er nog geen behoorlijke parkeerdrukmeting is gedaan na de herinrichting van Laakkwartier Oost; Er grote verschillen zitten bij de tellingen van het aantal nieuw gerealiseerde parkeerplekken; De parkeerdruk onder de 90% moet zijn conform de brief uit 2016 van toenmalig wethouder de Bruijn met kenmerk BENW/2015.2346; Dit ook conform aangenomen motie RIS 296238 uit 2017, RIS 295685 uit 2016 is en conform de parkeerbrief van 2015 RIS 283326 op blz. 11 en in de brief uit 2020 RIS 306230.
Overwegende, dat: • • •
Er in de parkeerbrief van 2015 is afgesproken, dat een kraagregeling pas teruggedraaid wordt als de parkeerdruk acceptabel is en dus onder de 90%; Er is afgesproken dat betaald parkeren is ingevoerd puur om het probleem voor het tekort aan parkeerplaatsen op te lossen; De parkeerbrief uit 2015 nog steeds leidend is totdat er een nieuwe is opgesteld.
Verzoekt het college:
•
De omzetting van alle kraagregelingen pas toe te staan als de parkeerdruk onder de 90 % is gekomen en zich te conformeren aan de parkeerbrief uit 2015.
En gaat over tot de orde van de dag.
Motie K.3 HvDH/GdM Onderzoek tot samenvoegen van parkeervergunnings gebieden te weten Laak, Laakhaven, Noordpolderbuurt en Laakkwartier-Oost Constaterende, dat: • Er tot op de dag van vandaag er onvoldoende verbetering zit in het aanbod van parkeerplaatsen in Laakkwartier Oost; • Er nog geen behoorlijke parkeerdrukmeting is gedaan na de herinrichting van Laakkwartier Oost; • Er grote verschillen zijn in de tellingen van het aantal nieuw gerealiseerde parkeerplekken; • Dit samenvoegen van 4 vergunningsgebieden ook is beloofd in RIS 295685 blz. 3. Overwegende, dat: • De parkeerdruk zal dalen als men in een groter gebied kan parkeren; • Er meer eenduidigheid komt in de vergunningsgebieden; • Er straks meer betaald moet worden en men dus meer ruimte krijgt om te parkeren; Verzoekt het college: • Een onderzoek te doen naar het samenvoegen van parkeervergunningsgebieden Laak(18C), Laakhaven(i8B), Noordpolderbuurt (18E) en Laakkwartier-Oost, En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Voorzitter. We hebben geconstateerd dat er verschillende parkeervergunningtarieven bestaan voor verschillende wijken. Deze verschillen in tarieven zorgen 86
voor ontevredenheid bij wijkbewoners die een hoger tarief betalen. Het gelijktrekken van de tarieven zal daarentegen het ongelijkheidsgevoel bij de bewoners wegnemen en een hoop frustratie besparen. Laten we dit mooie gebaar uiten naar onze inwoners toe en dit bewerkstelligen. Hierbij mijn motie Trek parkeervergunningtarieven gelijk, met het dictum: verzoekt het college om de parkeervergunningtarieven gelijk te trekken voor elke wijk; en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door de heer Çetinkaya wordt de volgende motie (K.4 ID) ingediend:
Motie K.4 ID Trek parkeervergunningtarieven gelijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 21 januari 2021, ter bespreking van voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Verordening parkeerbelasting Den Haag 2021 (RIS306984). Constaterende, dat: • Er verschillende parkeervergunningtarieven bestaan voor verschillende wijken; • Deze verschillen in tarieven voor ontevredenheid zorgen bij wijkbewoners die een hoger tarief betalen; Overwegende, dat: • Het gelijktrekken van de tarieven het ongelijkheidsgevoel bij bewoners wegneemt en een hoop frustratie bespaart; Verzoekt het college: • Om de parkeervergunningtarieven gelijk te trekken voor elke wijk; • De raad hierover te informeren; En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. Ik hou het kort. Ik verwijs naar de eerdere inbreng over de kraagregeling Laakkwartier-Oost. Mooi dat er twee vergunningsgebieden worden samengevoegd, maar de situatie op straat doet er nog geen recht aan om de kraagregeling op te heffen. De parkeerdruk is nog onwijs hoog en volgens mij is de kraagregeling juist bedoeld om die in stand te houden totdat de parkeerdruk wordt verlaagd. Dat is niet aan de orde. Wij zijn tegen het voorstel. Wethouder Van Asten (D66).
Voorzitter, dit is volgens mij de vierde keer dat we precies hetzelfde debat voeren. We hebben het twee keer in de commissie gedaan en dit is de tweede keer in de raad, waar ook weer dezelfde moties naar voren komen. Dus als u geen Groundhog Day-gevoel heeft, dan heb ik het in ieder geval wel. Maar ik ga ze wel weer even aflopen. Om te beginnen: het pleidooi van NIDA klopt niet, want een kraagregeling wordt ingevoerd om de parkeerdruk naar beneden te brengen, als een van de instrumenten. Andere instrumenten zijn het invoeren van regulier betaald parkeren, het aanleggen van extra parkeerplaatsen en, in het geval van Laakkwartier, ook nog eens het samenvoegen van drie gebieden. Dat zijn allerlei maatregelen om ervoor te zorgen dat de parkeerdruk uiteindelijk daalt. Tegen de heer Çetinkaya zeg ik dan ook het hier niet gaat om twee verschillende tarieven die we zouden hebben voor dezelfde situatie. Als dat het geval zou zijn, zou hij wellicht nog een punt kunnen hebben als hij zegt dat de ene wijk meer moet betalen dan de andere wijk. Maar in een wijk waar we een kraagregeling invoeren gaan we eerst kijken wat we nog meer moeten doen om de parkeerdruk wat naar beneden te brengen. Uiteindelijk komt er een gewoon tarief. Het is dus een tijdelijke maatregel op weg naar de gewone situatie. Om precies die reden ontraadt het college dan ook de motie van de heer Çetinkaya. 87
Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten). Daar ben ik van op de hoogte, maar hoelang duurt die tijdelijke regeling? Die duurt geen eeuwigheid. Hoelang gaat die nog duren? Wethouder Van Asten (D66). In het geval van Laak vrij kort. Als u dit voorstel vandaag aanneemt, gaan we er zo spoedig mogelijk mee aan de slag. Een andere wijk die op dit moment een kraagregeling heeft, is de Bloemenbuurt. Ook op het moment dat we de ingrepen doen op de Mient, in de Vruchtenbuurt, voegen we twee gebieden samen en zal de kraagregeling daar worden opgeheven. Het is dus allemaal onderdeel van een pakket van maatregelen dat we zo snel als mogelijk is proberen uit te voeren. Dan wordt de situatie hersteld. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik hoor de wethouder zeggen: dat hebben we bij de Mient ook zo gedaan, want daar gaan we 75 plekken toevoegen. Dat zegt u, maar zo staat het dus niet in de Parkeerbrief, die u zelf in een motie waar u onder stond, heeft aangehaald, dat het onder de 90% moet zijn. Dus u kunt er wel 100 toevoegen, maar de parkeerdruk moet onder de 90% komen. Wethouder Van Asten (D66). Meneer Meinesz legt een bruggetje naar de reactie op zijn moties. Zijn motie Pas kraagregeling pas toe bij parkeerdruk onder de 90% ontraden wij, want het staat helemaal niet zo in de Parkeerbrief zoals u dat zegt. U gaat uit van een verkeerde interpretatie.
U verwijst naar een passage op pagina 11 van de Parkeerbrief. 'Zodra het benodigde aantal parkeerplekken is gerealiseerd, wordt de kraagregeling omgezet in een reguliere parkeerregeling.' U interpreteert dat als dat het eerst onder de 90% moet zijn. Dat staat er echter niet. Dat is ook niet wat bedoeld wordt. Dat blijkt uit een ander stuk uit de brief. Ik heb u daar ook al op gewezen in de commissie. Iets verderop staat namelijk: 'De toevoeging van extra parkeerplaatsen maakt dan ook altijd deel uit van een integrale oplossing, waarbij de hoeveelheid extra aan te leggen plekken wordt bepaald op basis van het effect dat de invoering van betaald parkeren reeds teweeg zal brengen.' Je moet dus gaan kijken hoe het toevoegen van het aantal plaatsen werkt ten opzichte van het vergroten van een gebied en het regulier invoeren van betaald parkeren. Dat heeft allemaal effect op de parkeerdruk. Die moet je dus integraal wegen, dat pakketje doorvoeren en dan heb je de kraagregeling omgezet. Dát is wat er staat in die Parkeerbrief. Daarom ontraden wij de motie Pas kraagregeling pas toe bij parkeerdruk onder 90%. U heeft ook nog een motie ingediend om de tijd voor het vrijgeven van een oplaadplek voor elektrische voertuigen tot 18.00 uur. Ook die ontraden wij.
Je zal maar thuiskomen na je werk met je auto en je wil daar opladen - je zal wel moeten, want anders is die leeg - en dan heb je geen plek meer. Dat doen we gewoon zoals het overal in de stad is. Als de plek om 22.00 uur nog leeg is, mag iedereen erop staan. Tot die tijd is de plek alleen voor elektrisch vervoer. En een laadpaal wordt pas aangelegd als er voldoende elektrische wagens geregistreerd zijn in de buurt. De voorzitter. Ik zie de heer Meinesz nog met een interruptie, voor de laatste maal op dit punt. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ja, de laatste maal. Allereerst over de 90%, want toen interrumpeerde ik al. Je gaat natuurlijk niet die kraagregeling invoeren en zeggen: joh, die gaat pas in boven de 90%. Vervolgens ga je er wat aan doen, omdat mensen anders moeten betalen voor een plek die ze niet kunnen vinden. Ik denk ook niet dat u mij hondenbelasting zal opleggen als ik geen hond heb. U kunt dus ook geen parkeergeld vragen aan mensen als ze hun auto niet kwijt kunnen. Dus dat als eerste. Ten tweede. Ik heb een tekening laten zien. Van al die laadpalen zijn er drie bezet 's avonds. De rest staat leeg. Ik zou dus gewoon voorstellen: vanaf 18.00 uur, tot er voldoende elektrische auto's zijn. Dan kun je in ieder geval de parkeerdruk al een stukje wegnemen. Wethouder Van Asten (D66).
Daar is het college het dus niet mee eens vanwege genoemde regelingen. Daarbij komt, nogmaals, wat ik ook al in de commissie enkele keren heb gezegd: een wijk als Laakkwartier is, net als veel oude, vooroorlogse wijken, natuurlijk nooit gemaakt voor het aantal auto's dat er tegenwoordig staat, dat tegenwoordig in bezit is van mensen. Dat betekent dat je in die schaarse ruimte goed moet opletten hoeveel ruimte je de auto biedt. We hebben met de hele herinrichting gezorgd dat er extra verkeerplaatsen bij kwamen, maar je moet ook oog blijven houden 88
voor de hoeveelheid groen in de buurt, de hoeveelheid plekken voor kinderen om te spelen. Je probeert ook om gezinnen in de stad ruimte te geven. We kunnen dus niet alleen maar parkeerplaatsen toevoegen. Je zal ook aan de andere kant moeten bekijken wat er mogelijk is om het autobezit wat te temperen. Daarvoor hebben we gelukkig goede en voldoende alternatieven. Helaas stemde u eerder deze dag tegen het voorstel voor de aanschaf van nieuwe trams en een remise. Dat vond ik toch jammer. Ik heb nog één motie van u liggen. Dat is Onderzoek tot samenvoegen van parkeervergunningsgebieden, te weten Laak, Laakhaven, Noordpolderbuurt en Laakkwartier-Oost. Ook die hebben we eerder ingediend zien worden. Ze is toen verworpen. In de commissie hebben we het hierover gehad. We streven naar een gebied met een logische gebiedsindeling, met duidelijke en herkenbare grenzen, zodat je geen probleem kan hebben op het moment dat je je auto ergens net aan de andere kant van de straat zet. Daarom voegen we in dit voorstel de gebieden Laak, Laak-Oost en de Noordpolderbuurt samen. Die drie gebieden hebben dan alle drie het regime van 18.00 uur 's avonds tot 24.00 uur 's avonds betaald parkeren. Kortom, in dat hele gebied hetzelfde regime. Je hebt ook het gebied Laakhaven. Dat heeft een ander karakter. Daar zitten met name bedrijven, onderwijs, en het is dicht bij het station.
Daar geldt dan ook betaald parkeren vanaf 's ochtends 9.00 uur al. Het is ook nog eens gescheiden van de andere genoemde drie gebieden door de Neherkade, gewoon een plas water. Als u voorstelt dat het toch één gebied moet worden, dan heb je een gebied dat geografisch niet logisch aan elkaar zit en dat ook nog eens verschillende tijden heeft. Dat is altijd een recept voor veel onbegrip en fouten. We hebben het nu zo gedaan dat er een logische gebiedsindeling is, door het gebied an sich en door de tijden. Daarom zien wij geen heil in dit onderzoek en ontraden we deze motie. Voorzitter. Dat was het wat het college betreft. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Het is alweer een tijdje geleden, maar het gaat puur om wat er toen afgesproken was over het weghalen van die garage. Maar ja, ik raad iedereen aan de motie over die 90% en wat er allemaal afgesproken is, goed te lezen. Ik raad de partijen aan die nu in de bres springen voor de buurten met te weinig parkeerplekken - er zijn meer wijken - om vanavond voor deze motie te stemmen. De voorzitter. Dank u wel. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Het is niet nodig om te schorsen, omdat volgens mij alle woordvoerders van het vorige punt ook bij het volgende punt zitten. Ik zie allemaal duimen omhooggaan. Dan gaan we gewoon door met het volgende punt.
Aan de orde is: L. Voorstel van het college inzake vaststelling van het uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets 2020-2025. De beraadslaging wordt geopend. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Het vergde veel geduld aan mijn kant om het over dit onderwerp te hebben. Het is een schitterend voorstel. We hebben hierover ook een goede bespreking gehad in de commissie. Ik ga het nu dus een keer echt kort houden; dat is een belofte aan u. Ik wil wel de mooiste zin uit Ruim baan voor de fiets nog één keer citeren, omdat dat kan: 'In 2040 is de (elektrische) fiets het dominante vervoersmiddel voor verplaatsingen in de stad.' Kijk, zo zien we dat graag als GroenLinks. Daar worden we echt heel enthousiast van. Dat betekent dus ook dat we in onze verkeersstromen niet alleen moeten kijken naar de fiets, maar ook vanuit het perspectief van de toekomstige fietser. We zien in het uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets veel goede plannen, bijvoorbeeld om kruispunten aan te pakken. 89
Er zijn nog een aantal accenten die gezet kunnen worden. We zullen meedoen met enkele moties van D66, de PvdA en de Partij voor de Dieren. Er is een amendement van de Partij voor de Dieren over het fietspad in Oostduinen. Dat leek bij ons even tot een dilemma te leiden, want wat doen we? Natuur en fietsers, wij zijn voor allebei. De doorslag heeft bij ons gegeven dat er wel natuur moet zijn om naartoe te fietsen, dat er ook al een fietspad is en dat we juist extra zuinig moeten zijn op Natura 2000-gebieden. Ik had beloofd om het kort te houden en dat ga ik ook echt doen. Het is tijd om nog één keer te roepen: ga toch fietsen! Robin Smit (PvdD). Voorzitter. De Partij voor de Dieren fietst het amendement Geen fietspad door een Natura 2000-gebied er maar meteen in. Fietsen door de natuur is natuurlijk hartstikke mooi, maar niet door ieder natuurgebied moet een fietspad liggen. Natuurgebieden en vooral de Natura 2000gebieden zijn er vooral voor de natuur en de dieren die daar leven. Voor een college dat heeft afgesproken om de natuur te herstellen, zou het vreemd zijn om een fietspad door een Natura 2000gebied te leggen. Zoals we ook van de AVN hoorden: werkzaamheden, verharding en recreatie herstellen de natuur niet, maar schaden de natuur.
Wij zijn daarom erg blij met de steun voor het amendement, dat mede wordt ingediend door de VVD, de Haagse Stadspartij, de SP, GroenLinks, D66, de PvdA, de Islam Democraten en de Partij van de Eenheid. Dit college kennende heeft het nog veel meer wilde plannen om natuurgebieden te gaan ontsluiten voor verstorende recreatie, waardoor de dieren het nakijken hebben. Met beperkte ruimte moeten keuzes worden gemaakt. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur is toch vooral gereserveerd voor de natuur en de dieren die daar leven. Vandaar dat wij een motie indienen met als dictum: verzoekt het college geen nieuwe fietspaden aan te leggen ten koste van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Deze motie dien ik mede namens de Haagse Stadspartij in. Tot slot heeft de Partij voor de Dieren een motie om de fietsveiligheid verder te verbeteren. De openbare ruimte is vol en daarom moeten keuzes gemaakt worden. Om de fiets- en verkeersveiligheid bij kruispunten te vergroten, willen wij meer prioriteit en ruimte voor de fietser bij drukke kruispunten. Vandaar een motie met als dictum: verzoekt het college waar op drukke fietsroutes bij kruisingen fietsfiles optreden en meer prioriteit voor de fietser nodig is om de fietsveiligheid te vergroten, inclusief meer ruimte, prioriteit te geven aan de fietser. Ook deze motie dien ik mede namens de Haagse Stadspartij in. De voorzitter.
Door de heer Smit, daartoe gesteund door de heer De Vos, de heer Wijsmuller, mevrouw Arp, de heer De Vuyst, de heer Groenewold, de heer Çetinkaya, mevrouw Holman en de heer Van Doorn, wordt het volgende amendement (L.A PvdD) voorgesteld:
Amendement L.A Geen fietspad door Natura 2000-gebied De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college voor vaststelling van het uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets 2020 - 2025 (RIS306923). Besluit om: • De aanduidingen voor de toekomstige recreatieve fietsverbinding door het Oostduinpark van de bijgevoegde kaarten (p. 14, p. 16) te verwijderen; • De rij “Oostduinpark; Dunea; Recreatief netwerk” uit de tabel op p. 20 te verwijderen.
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door de heer Wijsmuller, worden de volgende moties (L.1 PvdD en L.2 PvdD) ingediend:
90
Motie L.1 PvdD Prioriteit aanpak fietsers in de knel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021 ter bespreking van het Voorstel van het college inzake het uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets 2020 - 2025 (RIS306923). Constaterende, dat: • het aantal fietsers de laatste jaren toeneemt; • de fiets- en verkeersveiligheid bij opstelstroken in het geding komt door ruimtegebrek en het hoge aantal gebruikers; • het verbeteren van de doorstroming bij kruispunten een actiepunt is in het actieprogramma. Overwegende, dat: • fietsers en voetgangers in het nieuwe mobiliteitsbeleid voorrang krijgen, gevolgd door openbaar vervoer en uiteindelijk de auto; • niet alles past en er keuzes gemaakt moeten worden ter verbetering van de verkeersveiligheid; • het college in het uitvoeringsprogramma ‘Ruim baan voor de fiets 2020-2025’ aangeeft te willen onderzoeken hoe de ruimte voor fietsers bij kruispunten kan worden verbeterd; • bij de aanpassingen van de wegindeling van het Valkenbosplein rekening is gehouden met de fietsintensiteit. Verzoekt het college: • waar op drukke fietsroutes bij kruisingen fietsfiles optreden, en meer prioriteit voor de fietser nodig is om de fietsveiligheid te vergroten inclusief meer ruimte, prioriteit te geven aan de fietser. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie L.2 PvdD Offer groen niet op voor fietspaden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021 ter bespreking van het Voorstel van het college inzake het uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets 2020 - 2025 (RIS306923). Constaterende, dat: • bomen in het plan worden gecategoriseerd als “risico’s bij het uitvoeren van fïetsprojecten” (p. 51), maar andere groene elementen van de stad, zoals ecologische verbindingszones, niet. Overwegende, dat: • de hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie uitspreekt voorrang te geven aan ruimte- efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit; • fietspaden ook langs kwetsbaar groen aangelegd kunnen worden; • fietspaden in het groen de biodiversiteit nadelig beïnvloeden; • in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur de biodiversiteit voorop staat, niet de bereikbaarheid. Verzoekt het college: • geen nieuwe fietspaden aan te leggen ten koste van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. En gaat over tot de orde van de dag.
91
De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. Om van Den Haag een echte fietsstad te maken, is er nog heel wat werk aan de winkel. De D66-fractie is daarom blij met de ambitie van de voorliggende fietsstrategie van het college. Veel lof daarvoor. In aanvulling op de mooie plannen, die wij dus van harte steunen, dien ik graag nog twee moties in. De eerste motie heet 'Extra fietsvlonders'. In die motie verzoeken we het college te onderzoeken hoe te allen tijde positief kan worden gereageerd op verzoeken voor fietsvlonders vanuit de stad wanneer bewoners zelf het draagvlak rond hebben door bijvoorbeeld bestaande fietsvlonders sneller te laten rouleren en/of het aantal fietsvlonders uit te breiden. Deze motie dien ik mede namens de Partij voor de Dieren, de Partij van de Arbeid en GroenLinks in. De tweede motie die we willen indienen, heet 'Onderzoek de Kijkduinroute'. In die motie roepen we het college op te onderzoeken hoe door middel van het wegnemen van onnodige vertragingen op de fietsroute Kijkduin-Loosduinen-Wateringse Veld de fietsroute sneller en aantrekkelijker kan worden en de raad daarover te informeren. Tot slot fietsen we bij D66 graag een stukje om voor de natuur.
Mijn Scheveningse collega Dennis Groenewold staat onder het amendement van de Partij voor de Dieren over het niet aanleggen van het fietspad door Natura 2000. De Kijkduinroutemotie dien ik trouwens mede namens de Partij van de Arbeid en GroenLinks in. De voorzitter. Door mevrouw Van Doorn worden de volgende moties (L.3 D66 en L.4 D66) ingediend:
Motie L.3 D66 Onderzoek de Kijkduinroute De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake het Uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets 2020-2025 (Ris 306923). Constaterende dat: • in het Haagse fietsbeleid ‘Ruim baan voor de fiets’, middels de aanleg van sterfietsroutes stadsdelen ook voor fietsers met elkaar verbonden worden; • om strandbezoek te spreiden ook wordt ingezet op goede fietsbereikbaarheid van anderestranden dan alleen voor Scheveningen-Bad. Overwegende dat: • een snelle fietsroute die Kijkduin via Loosduinen verbindt met het Wateringseveld en verder richting Delft een goede bijdrage levert aan de fietsbereikbaarheid van, en de spreiding van bezoekers over, de Haagse kust; • op grote delen van de route al vrij liggende fietspaden bestaan; • op een aantal plekken nog hinderlijke oversteken en andere obstakels aanwezig zijn die de fietservertragen. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe door middel van wegnemen van onnodige vertragingen op de fietsroute Kijkduin-Loosduinen-Wateringseveld de fietsroute sneller en aantrekkelijker kan worden; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
92
Motie L.4 D66 Extra fïetsvlonders De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake het Uitvoeringsprogramma Ruim baan voor de fiets 2020-2025 (RIS306923). Constaterende dat: • het neerleggen van een fïetsvlonders een snelle en goedkope manier is om te voorzien in extra fietsparkeerplekken in wijken waar door een tekort hieraan fietsen de trottoirs blokkeren; • aanvragen voor fietsvlonders al vanaf de herfst van 2020 niet meer konden worden gehonoreerd, omdat alle 90 fietsvlonders al in gebruik waren. Overwegende dat: • inwoners zelf kunnen meedenken over het gebruik van de schaarse ruimte in de stad, er weinig ruimte op de stoep is en sprake is van hoge fietsparkeerdruk, middels het aanvragen van fietsvlonders, waarvoor zij in overleg met de buurt zelf het draagvlak organiseren om een autoparkeerplek op proef in te ruilen voor meerdere fiets-parkeerplekken. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe te allen tijde positief kan worden gereageerd op verzoeken voor fietsvlonders vanuit de stad wanneer bewoners zelf het draagvlak rond hebben door bv. bestaande fietsvlonders sneller te laten rouleren en/of het aantal fietsvlonders uit te breiden. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter.
Alle metaforen over de fiets zijn al langsgekomen bij de voorgaande woordvoerders. Ik zal dus proberen om er daar niet nog meer aan toe te voegen. Ik heb tijdens de commissiebehandeling al ruimschoots de loftrompet gestoken over het voorstel van de wethouder. Hij is fan van de fiets, ik ben fan van de fiets en dat geldt ook voor de partijen die wij representeren. Het is dus prima. Ik zou dus zeggen: snel uitvoeren. Ik kom nog terug op een paar dingen. Ik wacht natuurlijk met belangstelling zijn voorstel af over de snorfiets, die van het fietspad naar de rijbaan moet. Dat voorstel zou over een maandje arriveren. Tijdens de commissiebehandeling heb ik het punt van de verkeersveiligheid benoemd. De wethouder wees toen op de verkeersveiligheidsstrategie, maar daar mis ik toch nog wel wat concrete plannen, bijvoorbeeld op het punt van de veiligheid van e-bikes in het verkeer. De 80-plussers zijn nu in Nederland absoluut en relatief de grootste groep verkeersdoden, gevolgd door de groep tussen 70 en 80. De meeste ongelukken in die leeftijdscategorieën gebeuren op de fiets. De verkeersveiligheidsstrategie spreekt wel over het stimuleren van helmgebruik op de e-bike, maar komt nog niet met concrete actie.
Daarom dien ik samen met collega Smit van de Partij voor de Dieren een motie in met als dictum: verzoekt het college nader uit te werken hoe het gebruik van helmen onder ebikers kan worden vergroot, zowel door lokale inspanningen als door in gesprek te gaan met andere overheden om hierover landelijke afspraken te maken. Het streven is om het hele jaar door de fiets pakken, ook als het regent - dat is gemiddeld maar in 7% van de tijd het geval - of als het glad is, wat in een nog lager percentage van de tijd het geval is. Maar toch kan het vrij vervelend zijn als je op een te glad fietspad op je plaat gaat. Daarom is het belangrijk dat er op alle belangrijke fietsroutes in de stad goed gestrooid wordt. Er ontbreekt nog een belangrijke schakel in de strooiroutes, namelijk de regionale fietsroute door het Zuiderpark, de route die uiteindelijk naar het centrum leidt. Dat is een breed fietspad van wel een meter of vijf of zes. Daarop wordt niet gestrooid als dat nodig is, terwijl dat juist een belangrijke plek is waar jong en oud graag komen en waar fietsers op de doorgaande route richting het centrum onderuit kunnen gaan. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college op de gehele hoofdroute door het Zuiderpark 93