CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308207 Notulen van de raad van 21 januari2021 dag

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 21 januari 2021 en 11 februari 202152.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Dat gaat eigenlijk over deze vraag: moet je voor de toekomst, als we als stad blijven groeien en blijven verdichten, niet beter in kaart hebben wat dat betekent voor de voorzieningen, onder andere de sportvoorzieningen? Dat is een volstrekt terecht punt. Ik ben als wethouder Buitenruimte, Onderwijs en Sport eigenlijk dagelijks met dat vraagstuk bezig: wat betekent de verdichting voor het voorzieningenniveau? Een van de belangrijke dingen is de norm die je met elkaar hanteert voor de sportvoorzieningen in de verschillende wijken. We hebben daarom dus ook onderzoeken laten doen. Naar een van die onderzoeken heb ik zojuist verwezen: Drijver en Partners heeft voor ons onderzocht hoe het zwemwater zich in de toekomst - dat is tot 2030 gemeten - verhoudt tot de groei van de stad. Het Mulier Instituut heeft dat voor alle sportaccommodaties gedaan; dat gaat tot 2040, met de groei die wordt voorzien. Een van de dingen die we daarover met elkaar hebben afgesproken, is dat ik werk aan een integraal huisvestingsplan voor de sportaccommodaties, zoals ik dat ook voor de onderwijsaccommodaties heb. De voorzitter. Mevrouw Davituliani, over een ander punt, neem ik aan. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Nee, ik heb een interruptie over hetzelfde punt. De voorzitter. We gaan niet aldoor hetzelfde zeggen, hè? Want u heeft ook nog een tweede termijn. Gaat uw gang.

Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder geeft aan dat het ongeveer € 15 mln. zou kosten als het zwembad in de Ketelstraat komt, maar als we vanavond het burgerinitiatief door laten gaan, betekent dat toch niet dat we daar gelijk geld voor moeten gaan uittrekken? We 20

kunnen toch concrete doelen stellen en de bewoners beloven dat wij daar na de crisis in ieder geval naar gaan kijken en daar iets aan gaan doen? Ik zou dus tegen de wethouder willen zeggen: omarm het burgerinitiatief. Dan zijn de bewoners blij en dan heeft Laak er een zwembad bij, dat het zo hard nodig heeft. De voorzitter. Meneer Bredemeijer, u gaat nu uw betoog afronden. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik was bezig met antwoord geven. Even kijken waar ik was. Met het integraal huisvestingsplan sport breng je vervolgens met elkaar in kaart hoe de groei van de stad impact gaat hebben op de voorzieningen, waaronder de sportvoorzieningen. Dat is dan een gegeven dat we met elkaar hebben. Als stadsbestuur moeten we dan samen kijken hoe we de financiering daarvoor binnenhalen. Als je vindt dat het onderzoek van Drijver en Partners bijvoorbeeld aangeeft dat die zeven zwembaden voldoende zijn maar dat wij met elkaar op basis van zo'n huisvestingsplan vinden dat er een zwembad in Laak bij zou moeten komen, moeten we met elkaar kijken hoe we dat gaan bekostigen. Ik denk dat dat in die zin verstandig is en aansluit bij het integraal huisvestingsplan sport, zoals ik dat sowieso aan het maken ben. In die zin is dat amendement daarin dus wel een ondersteuning. Daarvan zou ik dus willen zeggen dat we dat kunnen omarmen.

Ik denk dat we dan met elkaar een goede basis hebben om die keuzes te maken: waar moeten we meer sportvelden toevoegen, waar moeten er meer sporthallen bij, waar moeten er in de toekomst eventueel zwembaden bij of moeten we alleen zwemwater toevoegen aan bestaande zwembaden? Ik denk dat we dan een mooie basis hebben van een aantal onderzoeken en ons eigen huisvestingsplan, op basis waarvan we dat dan met elkaar kunnen zeggen. En dan kunnen we op zoek naar financiering daarvoor. Bülent Aydin (PvdA). Toch even terug naar een opmerking van u, wethouder. U refereerde aan een onderzoek. In dat onderzoek staat ook dat er een of meer extra zwembaden nodig zijn in Den Haag. Hoe kijkt u daarnaar? Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat onderzoek ken ik niet. Ik ken het onderzoek van Drijver en Partners. Dat geeft aan dat er een goede spreiding is van het aantal zwembaden, de zeven zwembaden, over de stad. Als we gaan groeien, moeten we op termijn wel zwemwater toevoegen aan de bestaande zwembaden. Dat is wat het onderzoek zegt. Dat is het onderzoek dat ik ken. Het onderzoek waaraan u refereert, ken ik niet. Dan de motie van de ChristenUnie/SGP over de zwemlessen. Het is heel goed om dit moment, nu de zwemlessen allemaal stilliggen, aan te grijpen om te kijken hoe het met die wachtlijst gaat. Want wat de heer Grinwis daarover zegt, is gewoon terecht: dat is echt een probleem.

Als vader van drie kinderen ken ik dat probleem ook, zeg ik tegen de heer Grinwis. Dat is dus een bekend gegeven. Ik denk dat we daarvoor een actieplan moeten opstellen, waarbij we gaan kijken - tenminste, dat zou ik willen voorstellen en zo zou ik de motie af willen doen - hoe het met die wachtlijsten staat: wie staan daar allemaal op? Misschien moeten die mensen wat persoonlijker benaderd worden, want we zien heel vaak dat die wachtlijsten volstaan met mensen die zich op meerdere plekken hebben opgegeven en dus eigenlijk onterecht op die wachtlijst staan. Daarmee schonen we volgens mij al een hele hoop op. Dan is het dus iets positiever dan het nu lijkt te zijn, maar dan hou je nog steeds het probleem dat die wachtlijst er is. Ik denk dus dat we ook door middel van efficiencymaatregelen misschien kunnen komen tot een iets betere doorstroming. Ik kom er later uitgebreider op terug hoe ik dat voor ogen heb, maar volgens mij voldoet dat redelijk aan de wensen die de heer Grinwis heeft opgeschreven. Daarbij blijven we natuurlijk wel altijd te maken hebben met de begrenzing van het aantal zwemuren, het aantal instructeurs en het budget dat we met elkaar hebben vastgesteld. Maar daarbinnen zie ik nog wel wat efficiencymogelijkheden, waarbij 'efficiency' in dit geval niet voor 'bezuiniging' staat, maar voor een efficiëntere inrichting.

Ik denk dus dat ik daarmee kan voldoen aan die vraag. Dan zou ik de motie op die wijze wel willen omarmen. Ik heb nog drie moties van Hart voor Den Haag. De voorzitter. Kunt u een beetje vaart maken, wethouder? Want u bent al een kwartier bezig. Ja, ik ben een beetje streng, maar er zijn straks natuurlijk nog meer collegeleden die het woord moeten voeren. Eerst nog een interruptie. 21

Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Wat mij betreft was dat een prima reactie van de wethouder. Alvast een compliment voor de mensen die bij de gemeente werken, want ze zijn al begonnen met een belrondje, waarbij ze bijvoorbeeld leeftijd en wachttijd van de kinderen goed afwegen en waarbij ze je informeren. Dus complimenten wat dat betreft. Wethouder Bredemeijer (CDA). Het is leuk om dat te horen. Die complimenten geef ik zo door; die zijn heel belangrijk. Wat betreft de motie Extern haalbaarheidsonderzoek zwembad Ketelstraat: dat onderzoek heeft natuurlijk plaatsgevonden. Daar komt uit dat het technisch niet mogelijk is en dat er financieel geen dekking voor is. Die motie wil ik dus ontraden. Dan de motie Onderzoek zwembad stadsdeel Laak. In die motie staan qua overwegingen en dergelijke een aantal zaken die niet helemaal stroken met de realiteit. De financiële drempels proberen we natuurlijk weg te nemen door de Ooievaarspasregeling; die zijn dus op die manier gedekt. Er wordt ook iets gezegd over de afstand naar de zwembaden en er staat dat ieder stadsdeel een zwembad zou moeten hebben. Ik denk niet dat ieder stadsdeel per se een zwembad moet hebben, maar dat iedere inwoner van Den Haag een zwembad moet hebben. Ik denk dat we het zo met elkaar moeten bekijken. Iedere inwoner moet binnen een acceptabele afstand van een zwembad wonen.

Zo is die spreiding ook geweest en zo moet die spreiding ook in de toekomst blijven als we als stad gaan groeien. Dat is dus de manier waarop we daarnaar kijken. Daar voldoet de vraag in het amendement van de Partij van de Arbeid, het CDA, D66, de ChristenUnie en de Partij voor de Dieren aan. Deze motie wil ik dus ontraden. Dan de motie Onderzoek naar zwemgedrag en behoefte. Dat onderzoek is er dus ook. Dat is het onderzoek van Drijver en Partners. Ook voor die motie geldt dus dat ik die zou willen ontraden. De voorzitter. Ik kijk naar de initiatiefneemster. Mevrouw Chokoud, wilt u nog iets zeggen tegen de gemeenteraad en het college? Mevrouw Chokoud. Ja, graag. De voorzitter. Gaat uw gang, kort. Mevrouw Chokoud. Volgens mij heeft de wethouder ons niet helemaal begrepen. Het is voor de mensen in Laak juist een noodzaak om hier goed naar te kijken, ook naar alle mogelijke opties maar vooral naar Ketelstraat 23. 'Geen tijd' betekent ook dat de afstand naar een zwembad te groot is en dat het niet haalbaar is voor de meeste inwoners van Laak. Los van het sporten moeten we gaan kijken naar zwemmen en het behalen van diploma's voor jong en oud. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Chokoud. Ik kijk naar de leden van de gemeenteraad. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter.

Vanavond zullen de stemmingen en de stemverklaringen over de moties en het amendement plaatsvinden. Ik schors de vergadering voor een aantal minuten voor de wisseling op weg naar agendapunt H. De vergadering wordt van 11.07 uur tot 11.10 uur geschorst.

Aan de orde is: H. Voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190).

22

De beraadslaging wordt geopend. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Jezelf kunnen en mogen zijn is anno 2021 geen vanzelfsprekendheid. Daarom wil ik een quote van een belangrijke persoon aanhalen: I'm tired of being labeled. (…) I'm tired of living with labels. I just want to be who I am. I am Sylvia Rivera.' Zij was een belangrijke gayen transgenderactivist in de jaren zestig en zeventig. Vijftig jaar later besluiten we hier in onze stad over een nieuwe queeremancipatienota. In december heeft de Partij voor de Dieren veel vragen gesteld in de commissie. Inmiddels is de uitwerking van wat we doen voor queerpersonen met een beperking ontvangen, maar toch hebben we nog een aantal voorstellen om wat gaten in deze nota te dichten. Op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft Movisie een onderzoek gedaan naar de situatie van dak- en thuisloze queerjongeren. Een van de aanbevelingen is een veilige en kleinschalige opvangvoorziening, maar ook trainingen aan professionals om kennis, bewustwording en sensitiviteit over queerthema's te vergroten.

Vandaar een motie met als dictum: verzoekt het college om queerbelangenorganisaties trainingen te laten geven aan zorgmedewerkers in de maatschappelijke opvang en crisisopvang om zo de queersensitiviteit te vergroten en daarmee de zorgverlening te verbeteren en een terugkoppeling te geven over het te voeren gesprek met de mensen van de queervriendelijke opvangvoorziening Toevlucht. Deze motie dien ik mede namens de HSP en de SP in. Niet alleen de maatschappelijke opvang kan verbetering aanbrengen in de aanwezige kennis en sensitiviteit over queers. Vandaar een motie met als dictum: verzoekt het college om samen met queerbelangenorganisaties richtlijnen op te stellen over queeremancipatie binnen de welzijnsinstellingen en dit op te nemen zowel in de voortgangsrapportage over het actieprogramma Queer in Den Haag als in de aankomende nota Welzijn. Ook deze motie dien ik mede namens de HSP en de SP in. Liever voorkomen we dat mensen het traject van hulpverlening nodig hebben. Daar kunnen ontmoetingen met gelijkgestemden aan bijdragen, maar dan moet je jezelf wel thuis en veilig kunnen voelen op die plek.

Vandaar een motie met als dictum: verzoekt het college om in de subsidievoorwaarden op te nemen dat, als organisaties een subsidieaanvraag indienen op het gebied van queeremancipatie, organisaties moeten aantonen dat er voortvarend beleid wordt gevoerd op het gebied van diversiteit en inclusie en dat specifieke aandacht in het beleid van en door de organisaties wordt besteed aan het includeren van gelovige en biculturele mensen/mensen van kleur. Deze motie dien ik mede namens de Haagse Stadspartij in. En dan The Hang-Out 070, een kleine speler met grote impact. Er zijn meer van dit soort initiatieven nodig in onze stad. Vandaar een motie met als dictum: verzoekt het college om bij de uitvoering van het actieprogramma Queer in Den Haag financiële middelen in te zetten voor projecten ingediend door en voor gelovige en biculturele queerjongeren/queerjongeren van kleur. Ook deze motie dien ik mede namens de Haagse Stadspartij in. Als goede werkgever zorgt de gemeente ervoor dat iedereen fatsoenlijk naar het toilet kan gaan. Vandaar een motie met als dictum: verzoekt het college om op korte termijn uit te zoeken welke toiletvoorzieningen het meest geschikt zijn om als genderneutraal te worden aangemerkt en ernaar te streven om op iedere verdieping van het stadhuis minstens één toilet te markeren als genderneutraal. Ook deze motie dien ik mede namens de Haagse Stadspartij in.

Tot slot. Seksualiteit en gender zijn natuurlijk. Laat iedereen vrij zijn in het beleven van hun spectrum. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Faïd en mevrouw Arp, worden de volgende moties (H.1 PvdD en H.3 PvdD) ingediend:

23

Motie H.1 PvdD Emancipatie in zorg en welzijn De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190) Constaterende, dat: • uit onderzoek van Movisie blijkt dat nog veel instellingen in de zorg- en welzijnssector seksuele en genderdiversiteit niet meenemen in hun inclusiebeleid; • in het actieprogramma nu alleen wordt gesproken over ondersteunen van activiteiten in zorg, onderwijs en sport en bij het ontwikkelen van queer-beleid in zorginstellingen voor oudere mensen; • geen eenduidig beleid is op queer-emancipatie bij welzijnswerkers; • de gemeente opdrachtgever is van welzijn en daardoor kan sturen op inclusief beleid. Overwegende, dat: • welzijnswerkers direct toegang kunnen hebben tot families waar problemen bij spelen; • welzijnswerkers gesprekken kunnen voeren over onderwerpen die vaak vermeden worden zoals seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Verzoekt het college: • om samen met queer belangenorganisaties richtlijnen op te stellen over queer- emancipatie binnen de welzijnsinstellingen en dit op te nemen zowel in de voortgangsrapportage over het actieprogramma Queer in Den Haag als in de aankomende nota Welzijn. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie H.3 PvdD Inclusieve maatschappelijke en crisisopvang

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190). Overwegende, dat:

• Movisie op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid onderzoek heeft gedaan naar de situatie van dak- en thuisloze queer jongeren in Nederland;

• in Nederland naar schatting zo’n 900 tot 2000 dak- en thuisloze queer jongeren zijn; • dit aantal waarschijnlijk pas het topje van de ijsberg is; • deze jongeren vaak te maken hebben met een gezinssituatie waarin geweld, verwaarlozing, psychische problemen of verstoting aan de orde zijn. Constaterende, dat:

• de huidige maatschappelijke- en crisisopvang voor deze dak- en thuisloze jongeren niet altijd veilig is en onvoldoende sensitief m.b.t. seksuele en genderdiversiteit;

• de wethouder in de commissie heeft toegezegd in gesprek te treden met de queervriendelijke •

opvangvoorziening ‘De Toevlucht’; voordat een opvangvoorziening als ‘De Toevlucht’ gerealiseerd is, trainingen kunnen helpen om deze doelgroep zo goed mogelijk te helpen. 24

Verzoekt het college:

• om queer belangenorganisaties trainingen te laten geven aan zorgmedewerkers in de •

maatschappelijke- en crisisopvang om zo de queer-sensitiviteit te vergroten en daarmee de zorgverlening te verbeteren; terugkoppeling te geven over het te voeren gesprek met de mensen van de queervriendelijke opvangvoorziening ‘De Toevlucht’.

En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, worden de volgende moties (H.2 PvdD en H.5 PvdD) ingediend:

Motie H.2 PvdD Genderneutrale toiletten in het stadhuis

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190) Overwegende, dat: • er nog altijd geen genderneutrale toiletten zijn op het stadhuis; • er is uitgesproken dat er behoefte is aan genderneutrale toiletten op het stadhuis; • er genoeg toiletten in het gebouw zijn om een aantal toegankelijk te maken voor iedereen; • met stickers op de deur bepaalde toiletten makkelijk aangepast kunnen worden. Constaterende, dat: • in de beantwoording op de schriftelijke vragen Transgenders in Den Haag (RIS RIS305070) werd toegezegd in de emancipatienota meer aandacht te besteden aan het onderwerp genderneutrale toiletten; • in de nota slechts gesproken wordt over ‘mogelijkheden te onderzoeken tot het realiseren van genderneutrale toiletten’; • er in andere gemeenten (onder andere op de stadhuizen van Utrecht en Amsterdam) al genderneutrale toiletten aanwezig zijn. Van mening, dat: • er dus geen concrete plannen zijn om een aantal toiletten genderneutraal te maken. Verzoekt het college: • op korte termijn uit te zoeken welke toiletvoorzieningen het meest geschikt zijn om als genderneutraal te worden aangemerkt; • ernaar te streven om op iedere verdieping van het stadhuis minstens 1 toilet te markeren als genderneutraal.

En gaat over tot de orde van de dag.

Motie H.5 PvdD Ruimte voor kleurrijke queers

25

De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190). Constaterende, dat: • Den Haag een diverse stad is met ongeveer 178 verschillende nationaliteiten; • veel gelovige en biculturele queer jongeren/queer jongeren van kleur een dubbel leven leiden; • het niet vanzelfsprekend is voor deze jongeren om uit de kast te komen als stap in hun identiteitsvorming; • gelovige en biculturele queer jongeren/queer jongeren van kleur naast hun eigen identiteitsvorming vaak ook te maken krijgen met discriminatie en uitsluiting vanwege hun culturele of religieuze achtergrond; • in het actieprogramma alleen The Hang-Out 070 wordt benoemd als organisatie voor ondersteunende activiteiten voor deze jongeren. Overwegende, dat: • naast The Hang-Out 070 er weinig tot geen plekken zijn, waar gelovige en biculturele queer jongeren/queer jongeren van kleur zich veilig voelen om op hun eigen manier richting kunnen geven aan zelfacceptatie, terwijl hier wel veel behoefte aan is; • er ruimte moet zijn voor nieuwe projecten en hulpvragen vanuit de doelgroep zelf; • in Amsterdam en Rotterdam projecten waarbij de aandacht ligt op gelovige jongeren succesvol zijn.

Verzoekt het college: • om bij de uitvoering van het actieprogramma Queer in Den Haag financiële middelen in te zetten voor projecten ingediend door en voor gelovige en biculturele queer jongeren/queer jongeren van kleur. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Smit wordt de volgende motie (H.4 PvdD) ingediend:

Motie H.4 PvdD Inclusieve queer-emancipatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190). Constaterende, dat: • voor gelovige en biculturele queer jongeren/queer jongeren van kleur verbetering nodig is zodat zij zich meer herkennen en veilig voelen bij de huidige queer-organisaties; • queer-organisaties worstelen met het inbedden van diversiteit en inclusie; • de meeste organisaties afhankelijk zijn van de gemeentelijke subsidies. Overwegende, dat: • subsidievoorwaarden een middel zijn om vanuit de gemeente te kunnen sturen op het te voeren beleid; • door eisen te stellen aan diversiteit en inclusie queer organisaties inclusiever worden om gelovige en biculturele queer jongeren/queer jongeren van kleur te helpen in hun zelfacceptatie. Verzoekt het college: • om in de subsidievoorwaarden op te nemen dat, als organisaties een subsidie-aanvraag 26

•

indienen op het gebied van queer-emancipatie, organisaties moeten aantonen dat er voortvarend beleid wordt gevoerd op het gebied van diversiteit en inclusie; dat specifieke aandacht in het beleid van- en door de organisaties wordt besteed aan het includeren van gelovige en biculturelen mensen/mensen van kleur.

En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Erlijn Wenink (GroenLinks). Voorzitter. Ik ben, zoals ik al eerder heb gezegd, om allerlei redenen blij met de Queernota, maar vooral omdat het niet alleen om seksuele diversiteit gaat, maar ook om genderdiversiteit. Dat is een stap. Het is iets meer regenboog en daar hou ik van. Punten die er voor de GroenLinksfractie uitspringen, zijn de proef met de Trans Health Clinic, het feit dat er wordt gekeken naar de realisatie van safe houses voor queerasielzoekers en -statushouders en ook de extra inzet op Roze 50+-ambassadeurs met dat Roze Loper-keurmerk van zorginstellingen. De GroenLinksfractie is ook blij met de toezeggingen van de wethouder naar aanleiding van schriftelijke vragen om ook de Intersekseverklaring te ondertekenen. Dat is een initiatief van de Nederlandse organisatie voor seksediversiteit, waarmee gemeenten zich committeren om zich actief in te zetten voor intersekserechten. Vlak voor de verkiezingen in 2018 sloten acht partijen uit de Haagse raad een breed roze stembusakkoord. Als ik nu kijk, zie ik eigenlijk alle punten van destijds heel goed terugkomen in deze nota, waarvoor veel dank. We laten op bepaalde dagen de regenboog wapperen in Den Haag.

Dat is heel belangrijk, maar ik wil iedereen ook oproepen om die ook binnen, in je hart, te laten wapperen, zodat iedereen kan zijn wie hij is. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Ook wij zijn erg blij met deze belangrijke nota. Ik kan me aansluiten bij de vorige spreker. Ik vond het mooi om te zien dat er veel punten van het stembusakkoord in zitten. Ik denk dat het erg belangrijk is dat iedereen in deze stad zichzelf kan zijn en dat we dit als gemeente ook zo veel mogelijk uitstralen. Daarom dien ik namens mijzelf maar op initiatief van onze fractievertegenwoordiger Samir Ahraui graag een motie in om de zichtbaarheid van belangrijke dagen voor de lhbt+-community of de queercommunity, zoals ik tegenwoordig moet zeggen, meer uit te dragen via de mupi's, via gemeentelijke campagnes. Dat is eigenlijk het enige verbeterpuntje dat wij zien. Verder zijn wij net als de eerste twee sprekers erg tevreden met deze mooie nota. Daar kan ik het dus bij houden. De voorzitter. Door mevrouw Tseggai wordt de volgende motie (H.6 PvdA) ingediend:

Motie H.6 PvdA Betere zichtbaarheid queer-feestdagen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Actieprogramma: Queer in Den Haag; veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190). constaterende, dat: • brede acceptatie van de Queer-gemeenschap nog een uitdaging is; • de gemeente Den Haag momenteel de vlag hijst op belangrijke Queer-dagen; overwegende, dat: • zichtbaarheid van de Queer-gemeenschap in Den Haag een belangrijk hulpmiddel kan zijn om de brede acceptatie te bevorderen; verzoekt het college: • naast het hijsen van de vlag ook met een plan te komen om op Mupi’s en/of tram en bushaltes 27

aandacht te vragen voor speciale Queer-dagen; en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik kon me geen mooier voorprogramma wensen dan mevrouw Tseggai. We hebben hier in de commissievergadering een mooi debat over gevoerd. Ik merk toch wel dat eigenlijk iedereen de lhbtiq+-gemeenschap een warm hart toedraagt. Dat is eigenlijk hartstikke mooi. Ik heb wel vastgesteld dat heel veel partijen wegkijken van de dreigingen die er eigenlijk zijn voor het welzijn van deze mensen. Die dreigingen zijn mede het gevolg van de massa-immigratie. Het is heel jammer dat die partijen daar allemaal structureel van wegkijken. Ik heb ook tijdens die commissievergadering betoogd dat de homo-emancipatie eigenlijk is geslaagd vanwege het simpele feit dat homo's en lesbiennes volgens de wet gelijkwaardig zijn. Het enige wat we moeten doen, is die gelijkwaardigheid en die gelijkheid beschermen. In dat geval geven heel veel partijen niet thuis. Dat is jammer. Ik kom binnenkort ook zelf met een heel mooi voorstel om iets te doen voor het welzijn van lhbtiq+-mensen in onze stad, maar dat wil ik eigenlijk loskoppelen van deze nota, want dit is het feestje van de heer Van Alphen. Dat gun ik hem van harte. Ik denk ook dat mijn voorstel eigenlijk staat voor iets groters.

Daar kan iedereen zich alvast een beetje op gaan verheugen. Daarover later meer. Hanneke van der Werf (D66). Voorzitter. Iedereen in Den Haag moet veilig zichzelf kunnen zijn, ongeacht van wie je houdt of hoe je je identificeert. Daar staat D66 voor en daar staat Den Haag voor. Helaas is dit nog lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. We zien een toename van discriminatie tegen de lhbt+-gemeenschap. Zij hebben vaker last van psychische klachten dan gemiddeld. Jongeren doen zelfs vierenhalf keer vaker een zelfmoordpoging dan degenen die niet in die gemeenschap zitten. Dat wordt onder meer veroorzaakt door pesten, beledigingen, uitsluiting, bedreigingen en geweld. Je moet je veilig voelen voordat je vrij kan zijn. Dat gevoel van veiligheid, erkenning, herkenning is daarom van groot belang. Dat brengt mij op het volgende punt. We hebben in onze stad van vrede en recht een internationaal homomonument op de Koekamp. Dat monument geeft die erkenning niet alleen aan de Haagse lhbti+'ers, maar ook aan hen over de hele wereld. Helaas is dit monument even onherkenbaar als dat het belangrijk is. Dat vindt D66 een gemiste kans. Laat dit niet het zoveelste beeld zijn waar je langs loopt zonder te reflecteren.

Vandaar dat ik een motie indien met als dictum: toept het college op te onderzoeken of het Internationale Homomonument officieel de status van gedenkplaats kan krijgen, te onderzoeken of bij belangrijke dagen voor de Haagse lhbti-gemeenschap de regenboogvlag kan worden gehesen bij het Internationale Homomonument, zoals nu ook al gebeurt bij het stadhuis, stadsdeelkantoren en langs de Hofvijver, en of er een permanente vlaggenmast kan worden geplaatst bij het monument voor dit doeleinde en in overleg te gaan met het bestuur van het Internationale Homomonument om te bepalen hoe het Internationale Homomonument zowel herkenbaarder als bekender kan worden. Deze motie is medeondertekend door Judith Oudshoorn van de VVD, Erlijn Wenink van GroenLinks, Fatima Faïd van de HSP, Kavish Partiman van het CDA, Robin Smit van de Partij voor de Dieren en Lesley Arp van de SP. De voorzitter. Door mevrouw Van der Werf, daartoe gesteund door mevrouw Oudshoorn-van Ginderen, mevrouw Wenink, mevrouw Faïd, de heer Partiman en de heer Smit, wordt de volgende motie (H.7 D66) ingediend:

Motie H.7 D66 Het internationale homomonument, iconische gedenkplek De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college over het actieprogramma “Queer” (Ris 306190). Constaterende dat: 28

•

• • •

het Internationale Homomonument op de Koekamp het herdenkingsmonument is ter gedachte aan alle LHBTI’ers in de wereld die vervolgd en onderdrukt zijn of worden vanwege hun geaardheid; het Internationale Homomonument daarmee een belangrijke functie heeft voor de LBHTIgemeenschap en voor Den Haag als de stad van vrede en recht; het Internationale Homomonument -ondanks haar belangrijke functie- relatief onbekend is onder bewoners en bezoekers; op verschillende dagen er op prominente plekken in Den Haag regenboogvlaggen hangen, behalve bij het Internationale Homomonument zelf.

Van mening dat: • het Internationale Homomonument in onze stad van vrede en recht een iconische gedenkplaats zou moeten zijn; • het Internationale Homomonument herkenbaarder als monument en bekender onder de bewoners en bezoekers van onze stad zou moeten zijn; • het met regelmaat hijsen van de regenboogvlag bij het Internationale Homomonument deze herkenbaarheid flink zou vergroten. Roept het college op: • te onderzoeken of het Internationale Homomonument officieel de status van gedenkplaats kan krijgen; • te onderzoeken of bij belangrijke dagen voor de Haagse LHBTI-gemeenschap (zoals Pride, coming-out day, paarse vrijdag) de regenboogvlag kan worden gehesen bij het Internationale Homomonument zoals nu ook al gebeurt bij het stadhuis, stadsdeelkantoor en langs de Hofvijver, en of er een permanente vlaggenmast kan worden geplaatst bij het monument voor dit doeleinde; • in overleg te gaan met het bestuur van het Internationale Homomonument om te bepalen hoe het Internationale Homomonument zowel herkenbaarder als bekender kan worden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Ik houd het kort in verband met de spreektijden.

Namens mijn fractie wil ik meegeven dat wij voor deze titel hebben gekozen om een statement te maken, omdat bij een grote groep mensen de term 'queer' wordt gezien als zeer onprettig en als een scheldwoord. De mensen willen zelf bepalen hoe ze genoemd willen worden. Zie ook de reacties op social media, de berichtgevingen in de media en wat een paar organisaties ervan vinden. Verder zullen wij een aantal moties steunen. Namens mijn fractie, Hart voor Den Haag/Groep de Mos, dien ik een motie in met als dictum: verzoekt het college met een naam te komen voor het actieprogramma die meer draagvlak heeft in de samenleving en waarbij alle relevante belangenorganisaties worden betrokken, de raad hierover te informeren en geen scheldwoorden te gebruiken in zijn gemeentelijke communicatie. Erlijn Wenink (GroenLinks). Wat is de titel van de motie dan? Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De titel van de motie is 'Flikker op!'. Daar heb ik net een uitleg over gegeven. Erlijn Wenink (GroenLinks). Die titel noemde mevrouw Roopram er niet bij. Daarom vroeg ik dat even. Begrijp ik het goed dat Groep de Mos in een motie met deze titel oproept om geen scheldwoorden meer te gebruiken in de gemeentelijke communicatie? En wie moet er opflikkeren? Mag ik dat vragen?

29

Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Als mevrouw Wenink goed heeft geluisterd, heeft zij gehoord dat ik daar net mijn verhaal over heb gehouden: wij willen hiermee een statement maken, want wij zijn het er, zoals ook in het dictum wordt vermeld, totaal niet mee eens en vinden dat er geen scheldwoorden gebruikt moeten worden in de gemeentelijke communicatie. Hoeveel duidelijker moet ik hier dus over zijn? De voorzitter. Door mevrouw Roopram wordt de volgende motie (H.8 HvDH/GdM) ingediend:

Motie H.8 HvDH/GdM Flikker op! De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 21 januari ter bespreking van het actieprogramma Queer in Den Haag; veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020 - 2022. Constaterende dat: • veel mensen het oneens zijn met de benaming queer; • queer ongemakkelijk aanvoelt bij velen omdat het heel lang als scheldwoord is gebruikt; • het woord queer onder meer ‘flikker’ betekent; • Stichting Manjefiek en COC Haaglanden aangegeven hebben niet betrokken te zijn geweest bij het opstellen van het actieprogramma queer; • het college heeft aangegeven dat vooral jongeren zich kunnen vinden met de benaming queer. Van mening dat: • het actieprogramma eenieder moet aanspreken, zowel jong als oud; • mensen juist (onbedoeld) extra onderscheid maken door de term queer te gebruiken; • het niet aan de is gemeente om te bepalen hoe (groepen) inwoners genoemd willen worden. Hiermee zet je juist een stap achteruit dan naar voren en creëer je juist een verdeeldheid zoals je ook zag tijdens de behandeling van het actieprogramma queer in de commissievergadering.

Verzoekt het college: • met een naam te komen voor het actieprogramma die meer draagvlak heeft in de samenleving en waarbij alle relevante belangenorganisaties worden betrokken en de raad hierover te informeren; • geen scheldwoorden te gebruiken in haar gemeentelijke communicatie, En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Voorzitter. Zoals al ingebracht in de commissie zijn wij voor de doelen die zijn omschreven: veilig, zichtbaar en geaccepteerd. Wanneer we door het programma gaan, zien we een aantal mooie oplossingen voor individuen die vanwege hun leeftijd of hun religieuze of culturele achtergrond een plek nodig hebben om zichzelf te mogen zijn in onze stad. Dat vinden wij heel erg belangrijk. Het programma richt zich echter op de gevolgen van intolerantie, maar onvoldoende op hoe we die intolerantie kunnen bestrijden in onze stad. In dat kader dien ik drie moties in. In de nota komen de safe houses voor statushouders aan bod. Nederland moet een veilige plek zijn, ongeacht seksualiteit of identiteit. Die veiligheid moet in onze optiek geborgd worden, niet door de onderdrukte bij de statushouder weg te halen, maar door de onderdrukker te verwijderen. De wethouder heeft een onderzoek aangekondigd. Wij zijn dan ook zeer benieuwd naar de uitkomsten daarvan.

Het is echter duidelijk dat dit een aanpak vraagt die verdergaat dan alleen na een incident ingrijpen. In dat kader dienen we dan ook een motie in met als dictum: roept het college op er zorg voor te dragen dat alle inburgeraars informatie over seksuele, gender- en seksediversiteit ontvangen tijdens hun inburgering en het bovenstaande onderdeel te maken van het participatieverklaringstraject in het kader van de Inburgeringswet.

30

Mijn tweede motie gaat in op de situatie van biculturele jongeren. Het is goed dat de gemeente de maandelijkse activiteiten van The Hang-Out 070 voor jongeren voortzet, maar dat is volgens ons nog niet genoeg. Het feit blijft dat het nodig is dat er meer wordt gedaan om de intolerantie in bepaalde gemeenschappen te vergroten. Wij verzoeken de wethouder dan ook om een specifiek actieplan te maken. Vandaar een motie met als dictum: roept het college op sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit te vergroten, vooroordelen, discriminatie, intimidatie en geweld tegen lhbti+'ers aan te pakken, om naast activiteiten als The Hang-Out 070 in te zetten op het vergroten van tolerantie richting lhbti+'ers binnen bepaalde culturele en religieuze groeperingen, hiervoor een actieplan op te stellen en de raad hier uiterlijk ten einde Q2 2021 over te informeren. Onze derde motie gaat in op de intolerantie binnen de ouderengemeenschap. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Even ter verheldering: aan wat voor punten moeten wij denken om die tolerantie te vergroten? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Dat is eigenlijk een heel goede vraag. Daar had ik ook heel graag met u over willen praten in de commissie. We weten dat er in onze stad een aantal bevolkingsgroepen zijn die het best wel moeilijk vinden om seksediversiteit te accepteren.

Daar zullen gesprekken over gevoerd moeten worden en daar moeten we een actieplan op richten. Hoe die doelen er precies uitzien, is niet mijn tak van sport. Ik denk dat daar professionals voor zijn die daar prima ideeën voor hebben. Robin Smit (PvdD). Ik heb een motie ingediend ten behoeve van projecten voor gelovige en biculturele queerjongeren en queerjongeren van kleur. Ik reken daarbij dus zeker op de steun van de VVD, omdat die motie volgens mij bijdraagt aan de acceptatie. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ja, u heeft een interessante motie ingediend, zeker omdat u zegt dat het bepaalde professionals moeten zijn die daarop ingaan. U heeft dus niet alleen gezegd dat die doelgroep aangepakt moet worden, maar ook door wie dat gedaan moet worden. Daarover verschillen wij van mening. Ik denk dat er in onze stad heel wat professionals zijn die ook heel goed met deze doelgroep om kunnen gaan zonder dat zij - volgens mij had u daar een speciale term voor mensen van kleur zijn en divers zijn op het gebied van hun identiteit. De voorzitter. Mevrouw Oudshoorn zet haar betoog voort. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ik had het over de ouderen. Wanneer men niet meer voor zichzelf kan zorgen en naar een instelling moet, kan het niet zo zijn dat intolerantie daar diegene terug de kast in duwt.

De Roze Loper heeft als doel de sociale acceptatie en inclusie van de doelgroep in zorg- en welzijnsinstellingen te bevorderen. Wij vinden de ambitie van tien instellingen te laag. Daarom dien ik samen met de HSP en medeondertekend door het CDA en de Partij voor de Dieren een motie in met het volgende dictum: roept het college op zijn ambitie omhoog bij te stellen met als uiteindelijke doel een Roze Loper-keurmerk voor alle Haagse zorg- en welzijnsinstellingen, dit voor het einde van 2023 te realiseren en de raad jaarlijks over de vorderingen op de hoogte te stellen. Arnoud van Doorn (PvdE). Ik heb een vraagje aan mevrouw Oudshoorn. Mevrouw Oudshoorn heeft het over bepaalde bevolkingsgroepen die intolerant zijn. Welke bevolkingsgroepen bedoelt mevrouw Oudshoorn? Is dat extreem rechts? Wat bedoelt zij? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). De wethouder schrijft dat zelf heel goed in zijn stuk: biculturele jongeren ervaren extra uitdagingen omdat zij naast hun eigen identiteitsvorming vaak te maken krijgen met discriminatie en uitsluiting. Ik zou dus tegen u zeggen: als u die vraag interessant vindt, stel die straks dan aan de wethouder. Die heeft daar een duidelijk onderzoek naar gedaan. Het is goed onderbouwd in zijn stuk en wij delen zijn zorg. Arnoud van Doorn (PvdE). Dat is geen antwoord. Ik denk dat ook de mensen die thuis kijken, het antwoord willen weten.

U begint zelf over bepaalde bevolkingsgroepen. Dan mag ik toch aannemen 31

dat u zelf weet welke bevolkingsgroepen dat zijn. U dient daar een motie over in. Ik denk dus dat u de mensen die kijken, ook een beetje duidelijkheid kunt verschaffen over welke bevolkingsgroepen in de stad u bedoelt als u het heeft over intolerantie. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ik denk dat ik daar antwoord op heb gegeven en dat ik de conclusie van de wethouder ondersteun dat biculturele jongeren extra uitdagingen ervaren. Ik steun die conclusie van de wethouder. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Wat de term 'queer' betreft: ik heb de mogelijke gevoeligheid van deze term tijdens het commissiedebat onvoldoende ingeschat, want na het debat ben ik, veelal door oudere mensen, meermaals aangesproken over die term omdat die geuzennaam te gevoelig ligt en mogelijk kwetst. De angst, zeker bij oudere mensen, is dat na uitwerking van dit plan de term in verschillende communicatiemiddelen terecht zal komen en dat een scheldwoord onderdeel zal worden van het dagelijks vocabulaire van de gemeente. Daarom zullen wij de motie van Groep de Mos steunen. Nog een klein geheugensteuntje voor de wethouder. De wethouder heeft de VVD eerder toegezegd dat hij kijkt naar het terugbrengen van de Roze Zaterdag in Den Haag. De inschrijving voor 2023 is begonnen en ik hoor graag of de wethouder onze stad al heeft ingeschreven. De voorzitter.

Door mevrouw Oudshoorn-van Ginderen wordt de volgende motie (H.9 VVD) ingediend:

Motie H.9 VVD Vergroot sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit en pak discriminatie, intimidatie en geweld tegen LHBTI’ers aan De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college over het actieprogramma “Queer” (Ris306190). Constaterende dat: • Iedereen in Den Haag zichzelf moet kunnen zijn, los van seksuele oriëntatie of genderidentiteit. • In traditionele gemeenschappen mensen met homoseksuele, lesbische, biseksuele of transgendergevoelens vaak onder druk staan. • In onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2014 driekwart van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders aangeeft, dat zij het een probleem vinden als hun kind homoseksueel blijkt te zijn. • Movisie waarschuwt voor de gevaren van gedwongen ‘genezingsprocessen’, in het land van herkomst • Deze rituelen vaak gepaard gaan met geweld en grote geestelijke druk. Overwegende dat: • De wethouder in zijn begeleidende brief bij de Queer-nota zijn zorgen heeft geuit over dat Bi-culturele jongeren extra uitdagingen ervaren omdat zij naast hun eigen identiteitsvorming vaak ook te maken krijgen met discriminatie en uitsluiting vanwege hun culturele of religieuze achtergrond. Ook zouden veel queer-jongeren met een niet-westerse achtergrond behoefte hebben aan een safe space.

• Het college via The Hang-Out 070 deze jongeren wil ondersteunen in hun proces van zelfacceptatie en de uitdagingen die zij hierin tegenkomen. Van mening dat: • De hang out, een sympathieke maatregel is, maar het onderliggende en reeds benoemde probleem, niet aanpakt. 32

• •

We het onderliggende probleem, namelijk dat er sprake is van lagere tolerantie binnen bepaalde culturele en religieuze groeperingen, hiermee niet oplossen Als men niet erkent dat in bepaalde culturele of religieuze gemeenschappen er een tolerantie en acceptatieprobleem is als het gaat om de queer-gemeenschap, het wegkijken van het probleem is.

Roept het college op: • sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit te vergroten, vooroordelen, discriminatie, intimidatie en geweld tegen LHBTI+ers aan te pakken • Om naast activiteiten als The Hang-Out 070 in te zetten op het vergroten van tolerantie richting LHBTI+’ers binnen bepaalde culturele en religieuze groeperingen; • Hiervoor een actieplan op te stellen; • De raad hier uiterlijk ten einde Q2 2021 over te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Oudshoorn-van Ginderen, daartoe gesteund door mevrouw Faïd en de heer Smit, wordt de volgende motie (H.10 VVD) ingediend:

Motie H.10 VVD Een roze loper keurmerk voor alle Haagse zorg- en welzijnsinstellingen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college over het actieprogramma “Queer” (RIS306190).

33

Constaterende dat: • Iedereen in Den Haag zichzelf moet kunnen zijn, los van leeftijd, seksualiteit of genderidentiteit. • De Radbouduniversiteit in 2019 onderzoek heeft gedaan naar ‘Roze ouderen’, waarvan 40% aangeeft te maken gehad te hebben met pesten en uitsluiting door buren of medebewoners in een zorgcentrum. • Veel ouderen terug de kast in duiken, wanneer zij gaan wonen in een zorgcentrum, uit schaamte of angst voor mogelijke pesterijen of uitsluiting. Overwegende dat: • Er een Roze Loperkeurmerk is ontwikkeld om er voor te zorgen dat ook lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mensen, transgenders en interseksuelen (LHBTI’s) zich thuis en veilig kunnen voelen in een zorg- en welzijnsinstelling • Er op dit moment 1 zorg- en welzijnsinstelling in Den Haag is met een Roze Loper keurmerk. • Het de ambitie van het College is om dit aantal richting 2022 uit te breiden tot tien. Van mening dat: • Deze ambitie scherper gesteld moet worden. Roept het college op: • Haar ambitie omhoog bij te stellen met als uiteindelijke doel een Roze Loper keurmerk voor alle Haagse zorg- en welzijnsinstellingen. • Dit voor het einde van 2023 te realiseren. • De raad jaarlijks over de vorderingen op de hoogte te stellen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.

Door mevrouw Oudshoorn-van Ginderen, daartoe gesteund door de heer Pronk, wordt de volgende motie (H.11 VVD) ingediend:

Motie H.11 VVD Informatie over seksuele, gender- en seksediversiteit tijdens inburgering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college over het actieprogramma “Queer” (RIS306190). Constaterende dat: • Iedereen in deze stad de vrijheid heeft om zichzelf te zijn. • Er naar alle waarschijnlijkheid statushouders zijn die zich vanwege hun geaardheid niet veilig voelen in bestaande huisvestingsvormen; • Het college de mogelijkheden voor safe-houses voor deze mensen wil onderzoeken om dit probleem op te lossen. • Vanaf 2022 gemeenten verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de inburgeringscursussen. • Kennisplatform Integratie & Samenleving gemeenten oproept ook in de inburgeringstrajecten voorlichting over LHBT deel uit te laten maken van het programma. Van mening dat: • Met de oplossing voor safe-houses het verkeerde signaal afgegeven wordt en het onderliggende probleem, namelijk dat er mensen zijn die niet (willen) weten of niet (willen) accepteren hoe wij hier in Den Haag met elkaar omgaan, niet opgelost wordt. Overwegende dat: • Alle vluchtelingen in Nederland een ‘participatieverklaring’ moeten tekenen; • Deze verklaring bedoeld is om vluchtelingen te wijzen op de fundamentele waarden en 34

•

normen van de Nederlandse samenleving. De verantwoordelijkheid voor deze verklaring bij de gemeente ligt.

Roept het college op: • Er zorg voor te dragen dat alle inburgeraars informatie over seksuele, gender- en seksediversiteit ontvangen tijdens hun inburgering. • Bovenstaande onderdeel te maken van het participatieverklaringstraject in het kader van de inburgeringswet. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Mede dankzij de betrokkenheid van queers van kleur in onze stad ligt hier voor ons een van de meest inclusieve nota's die ooit gemaakt zijn. De Stadspartij geeft hulde aan deze wethouder. We zijn er heel erg blij mee dat deze nota zover gekomen is. In verband met de tijd lees ik drie moties voor. Te lang worden aan gemarginaliseerde groepen namen gegeven waarin zij zich niet herkennen of waarmee zij zich niet identificeren. Daarom dien ik de motie Inclusieve queers in met het verzoek om wanneer er gesproken wordt over queers met een migratieachtergrond, voortaan de term 'queer mensen/personen van kleur' te gebruiken en om wanneer er gesproken wordt over queers uit een geloofsgemeenschap, voortaan de term 'queerpersonen uit geloofsgemeenschappen' te gebruiken. De tweede motie gaat over ouderen. Mevrouw Oudshoorn had het er al over: de ouderen zijn wat ons betreft een specifieke groep binnen de queergemeenschap. Er leeft al heel lang een droom binnen de groep over een eigen woonvorm.

Ik heb dus een motie gemaakt met het volgende dictum: verzoekt het college om samen met queerbelangenorganisaties te onderzoeken op welke manier er behoefte is aan deze vorm van wonen, te bezien wat er nodig is om dit mogelijk te maken en de raad hierover te informeren. Deze motie is medeondertekend door mevrouw Oudshoorn van de VVD. Een ander punt is dat we een paar maanden geleden opgeschrikt zijn door een moord in een beschermdwonenproject op een transvrouw. Ik heb de motie Onderzoek naar creëren van meer veiligheid voor queers in de hulpverlening gemaakt, met het verzoek onderzoek te doen naar de negatieve en positieve ervaringen van queerpersonen in Haagse (jeugd)zorg- en welzijnsinstellingen, samen met de verschillende hulpverlenende instanties en queerbelangenorganisaties te komen tot een plan van aanpak om meer veiligheid en minder discriminatie te creëren binnen de hulpverlening, in het onderzoek aandacht te besteden aan hoe (jeugd)hulpverleners en welzijnswerkers worden geïnformeerd, voorgelicht en getraind over queermensen en hun ervaringen van uitsluiting en discriminatie en de raad te informeren over de voortgang. Deze motie is medeondertekend door meneer Smit van de Partij voor de Dieren en mevrouw Tseggai van de Partij voor de Arbeid. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (H.12 HSP) ingediend:

Motie H.12 HSP Inclusieve queers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake actieprogramma Queer in Den Haag: veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190). Constaterende, dat: • in de Queer nota nog gesproken wordt over “Bi-cultureel” als het gaat over Queer mensen van kleur (POC); • de mensen die we proberen te bereiken zichzelf niet herkennen in deze term; • vele organisaties uit (geloofs) gemeenschappen van kleur aangeven dat deze term als verouderd ervaren en geen recht doet aan de huidige positionering van (gelovige) queers van kleur; 35

•

een term gebruiken waar men zich mee kan identificeren is belangrijk voor emancipatie, representatie en draagt bij aan acceptatie.

Overwegende, dat: • het actieprogramma ‘Queer in den Haag” er een moet zijn waarin alle queers zich kunnen herkennen; • de wethouder openstaat om de term te gebruiken wanneer daar een breder draagvlak voor is • de term al door veel queer mensen van kleur wordt gebruikt. Verzoekt het college: • om wanneer er gesproken wordt over queers met een migratieachtergrond voortaan de term queer mensen/personen van kleur te gebruiken; • om wanneer er gesproken wordt over queers uit een geloofsgemeenschap voortaan de term queer personen uit geloofsgemeenschappen te gebruiken. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Faïd, daartoe ondersteund door mevrouw Oudshoorn-van Ginderen, wordt de volgende motie (H.13 HSP) ingediend:

Motie H.13 HSP Onderzoek naar woonvormen Queer ouderen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van Actieprogramma: Queer in Den Haag; veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190) Constaterende dat: • Iedereen in Den Haag zichzelf mag zijn ongeacht seksualiteit, gender, beperking of kleur • Er verschillende kleinschalige woonvormen voor ouderen zijn Overwegende dat: • Er in het verleden verschillende pogingen zijn gedaan door Queer mensen om een eigen kleinschalige woonvorm op te zetten voor Queer ouderen • De zorg steeds meer een beroep doet op de civil society • De gemeente in haar beleid heeft opgenomen dat het voor iedereen mogelijk moet zijn om gezamenlijk eigen woonvormen op te zetten Verzoekt het college: • Om samen met Queer belangenorganisaties te onderzoeken op welke manier er behoefte is aan deze vorm van wonen • Te bezien wat er nodig is om dit mogelijk te maken. • De raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Faïd, daartoe gesteund door de heer Smit en mevrouw Tseggai, wordt de volgende motie (H.14 HSP) ingediend:

Motie H.14 HSP Onderzoek naar creëren van meer veiligheid voor Queers in de (jeugd)hulpverlening De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van Actieprogramma: Queer in Den Haag; veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020¬2022 (RIS306190) Constaterende dat: 36

• • • • •

Iedereen in Den Haag zichzelf mag zijn ongeacht seksualiteit, gender, beperking of kleur. Iedereen in Den Haag ongeacht seksualiteit, gender, beperking of kleur het recht heeft op de zorg die hij/zij/hen nodig heeft. Helaas het nog niet zo is dat Queer mensen overal gelijk behandeld worden. Queer mensen in de hulpverlening een kwetsbare groep zijn met veel mentale- en financiële multiproblematiek. Queer mensen nog met veel discriminatie te maken hebben in de hulpverlening.

Van mening dat: • Er alles aan gedaan moet worden om ervoor te zorgen dat Queers die een beroep doen op de (jeugd)hulpverlening te beschermen tegen discriminatie. Roept het college op: • Onderzoek te doen naar de negatieve en positieve ervaringen van Queer mensen in Haagse (jeugd)zorg- en welzijnsinstellingen. • Samen met de verschillende hulpverlenende instanties en Queer belangenorganisaties te komen tot een plan van aanpak om meer veiligheid en minder discriminatie te creëren binnen de hulpverlening. • In het onderzoek aandacht te besteden aan hoe (jeugd)hulpverleners en welzijnswerkers worden geïnformeerd, voorgelicht en getraind over Queer mensen en hun ervaringen van uitsluiting en discriminatie. • De raad te informeren over de voortgang. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. In Den Haag moet iedereen zich veilig voelen. Wat is het onacceptabel erg als mensen zich niet veilig weten, alleen maar omdat ze anders geaard zijn of omdat ze zich anders voelen, en als mensen, soms heel dichtbij, alleen om die reden geen raad met je weten, met alle gevolgen van dien voor gevoelens van welbevinden tot, verdrietig genoeg, meer zelfmoorden.

Alleen al dat queers zich niet veilig voelen in onze stad, is voor mijn fractie reden genoeg om vandaag voor dit actieprogramma van wethouder Van Alphen te stemmen. In het actieprogramma wordt gefocust op vier groepen, waaronder biculturele jongeren. De nota benoemt dat juist zij binnen hun culturele of religieuze gemeenschap gediscrimineerd kunnen worden. Dat is waar, maar acceptatie in een andere cultuur of religie leg je niet van buitenaf op. Die moet ook zeker van binnenuit komen. Daarbij kunnen organisaties helpen die binnen en vanuit die specifieke culturele of religieuze groepen werken. Denk aan ChristenQueer, Wijdekerk et cetera. Deze organisaties mis ik in het actieprogramma. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college bij de uitvoering en doorontwikkeling van het actieprogramma deze organisaties te betrekken. De voorzitter. Door de heer Grinwis wordt de volgende motie (H.15 CU/SGP) ingediend:

Motie H.15 CU/SGP betrek diverse queerorganisaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 januari 2021, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Actieprogramma: Queer in Den Haag; veilig, zichtbaar en geaccepteerd 2020-2022 (RIS306190), constaterende, dat: • in het actieprogramma bijzondere aandacht is voor bi-culturele ‘queer-jongeren’, omdat “naast eigen identiteitsvorming zij ook te maken kunnen krijgen met discriminatie en uitsluiting door de culturele of religieuze groep waartoe zij behoren”;

37

38

overwegende, dat: • acceptatie van ‘queers’ in culturele of religieuze groepen vanuit deze groepen zelf moet komen, en dat dit actieprogramma daar geen aandacht aan besteedt; • er organisaties zijn die queeracceptatie en -emancipatie in hun eigen culturele of religieuze groepen bespreekbaar maken; verzoekt het college: • bij de uitvoering en dóórontwikkeling van het actieprogramma deze organisaties te betrekken, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Voorzitter. Ik zit met roze oortjes te luisteren naar de zeer positieve bijdragen van de raad. Dat was in de commissie ook al zo. Ik ben daar zeer verheugd over. Dat betekent namelijk dat Den Haag vrij breed goed inzet op deze doelgroep, die flink wat aandacht nodig heeft. Ook omwille van de tijd en mijn collega's wil ik nu de in de bijdragen ingediende moties langslopen. De heer Smit vraagt aandacht voor specifieke groepen. Hij heeft een motie ingediend om belangenorganisaties trainingen te laten geven aan zorgmedewerkers in de maatschappelijke dienstverlening. We hebben daar ook in de commissievergadering over gesproken. Ik heb daarbij al toegezegd dat ik de terugkoppeling van de gesprekken die ik ga voeren met Toevlucht, de opvangvoorziening in Utrecht, naar u toe zal doen komen. Dat is al een toezegging.

U vraagt daar nog expliciet naar in deze motie. Ik denk niet dat dat nodig is en ik heb wat moeite met het eerste dictum. Het is wat stellig geformuleerd. COC Haaglanden geeft al trainingen aan professionals. Zeker op aanvraag en als er noodzaak toe is, kunnen de instellingen bij ons komen. Wij kunnen dat ook nog een keer onder de aandacht brengen van alle instellingen die hiermee te maken hebben. Ik denk dus dat we de motie op dit moment moeten ontraden. Robin Smit (PvdD). Is de wethouder ook bekend met de aanbevelingen van Movisie in het kader van het onderzoek in opdracht van het ministerie? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Ja, daar is het college van op de hoogte. Robin Smit (PvdD). Een van de aanbevelingen in dat onderzoek is inderdaad het geven van deze trainingen, omdat zo'n opvangvoorziening niet gelijk gerealiseerd is. Ik ben blij dat de wethouder in gesprek gaat met Utrecht, maar de organisaties vragen wel om hierin meer training te krijgen, zodat ze die gevoelige groep kunnen helpen. Die staat nu immers vaak op straat. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Als ze daarom vragen, kunnen ze die trainingen krijgen, al of niet van Movisie of wat dan ook. Ook COC Haaglanden heeft een aanbod daarvoor. Ik denk dus dat het nu zaak is om de instellingen in contact te brengen met de aanbieders. Dat zijn we zeer zeker van plan. De voorzitter. Gaat u door.

Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dan de motie die ertoe oproept om samen met de queerbelangenorganisaties en de welzijnsinstellingen richtlijnen op te stellen en de raad daarover te informeren in de voortgangsrapportage. Ik denk dat het erg belangrijk is om dat te doen in het gesprek met onder andere de welzijnsinstellingen, want er is soms best wel wat in de hand in die richting, maar om nou samen met hen richtlijnen op te gaan stellen, gaat me als overheid wat te ver. In die zin zou ik deze motie willen ontraden. We kunnen wel het gesprek aangaan in dezen. Verder vraagt u met een motie om in de subsidievoorwaarden op te nemen dat organisaties zich gewis moeten maken van de queeremancipatie en dergelijke. De Algemene Subsidieverordening 2020 biedt al de mogelijkheid om de subsidieontvanger te verplichten inclusie te bevorderen. We zijn 39

nu bezig met het ontwikkelen van de subsidieregeling emancipatie. We gaan onderzoeken of we dit onderdeel op een haalbare en realistische manier kunnen vertalen. Ik zou u dus willen verzoeken om die motie even aan te houden, zodat u daarop kunt toetsen als wij met die verordening komen. Robin Smit (PvdD). Dat is natuurlijk een mooie toezegging van de wethouder, maar kan hij daar ook een termijn aan koppelen? Wanneer krijgen we daar een terugkoppeling van? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Mij om een termijn vragen is altijd heel gevaarlijk. Dat weet u. De voorzitter. Wilt u antwoord geven op de vraag? Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Sorry. Q2. De voorzitter. Wethouder, gaat u door. Wethouder Van Alphen (GroenLinks). Dan uw motie over kleurrijke queers om bij de uitvoering van het actieprogramma financiële middelen beschikbaar te stellen voor desbetreffende projecten. Het staat organisaties van welke achtergrond dan ook altijd vrij om een subsidieaanvraag in te dienen. Die worden dan ook beoordeeld op de vraag of de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen uit het actieprogramma Queer in Den Haag. Elke organisatie, van welke achtergrond dan ook, wordt dus daarop beoordeeld. Daar maken we in z'n algemeenheid financiële middelen voor vrij. In die zin is de motie dus overbodig. Daarom ontraden we deze motie.

Dan de motie over genderneutrale toiletten in het stadhuis. Wij willen dat onderzoek graag doen om te kijken of er mogelijkheden zijn in het stadhuis. Samen met mijn collega die gaat over de gebouwen, heb ik daar afspraken over gemaakt om daar de komende periode naartoe te werken. We maken daarbij inzichtelijk wat nodig is om toiletten genderneutraal te maken en wat de kosten hiervan zijn, want ik denk dat we dat ook in beeld moeten brengen. We kunnen deze motie dus omarmen. Mevrouw Wenink, dank voor uw bijdrage. Mevrouw Tseggai heeft het met name gehad over de motie Zichtbaarheid en vraagt om naast het hijsen van de vlag ook met een plan te komen om op mupi's en/of op tram- en bushaltes aandacht te vragen voor de queerdagen. We kunnen wat mij betreft buiten en ook in huis en in het hart, zoals mevrouw Wenink duidelijk aangaf, niet duidelijk genoeg laten blijken dat wij de queergemeenschap ter ondersteuning dienen. We hijsen dan ook al zes jaar op queerbewuste dagen de vlag. U bent daar regelmatig bij aanwezig geweest, niet alleen bij het stadhuis maar ook bij stadsdeel Escamp. We faciliteren organisaties om, als zij evenementen verzorgen met dit thema, daar de publiciteit voor op te zoeken en uit te breiden. Zo hebben we bij het Pride Festival, de Coming Out-dag, Paarse Vrijdag en Transgender Gedenkdag verschillende zaken medegeorganiseerd en uit laten voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9902500/3