RIS307841 Bijlage
Tekst van het document
0,1 0,3
-0,5 -1,0
-0,9 -0,3
-0,8 -1,3
-0,8 -0,9
-0,6 1,0
-1,2
-0,6
2 2 2
Leerl. Ouders Med.
0,6 -1,3 -1,0
1,3 -1,2 -1,4
0,3 -1,4 -0,8
0,2 -1,3 -0,8
-0,3 -1,4 -1,0
0,4 -1,4 -1,1
-0,1 -1,1 -1,2
0,5 -1,1 -1,3
0,5 -0,6
0,7 -1,5 -0,8
1,0 -1,2 -1,2
1,1 -1,0 -0,9
-1,4 -1,0
-0,7 -0,9
-1,5 -
-1,1 -1,8
-1,4 -1,7
-1,6 -1,2
-0,9 -0,5
-1,0 -1,0
-1,6 -1,3
-1,2 -0,5
-1,6 -1,0
-1,0 -1,0
-0,8
-0,8
3 3 3
Leerl. Ouders Med.
0,1 -0,5 -0,4
0,2 -0,4 -0,1
-0,6 -0,7 -0,5
0,0 -0,7 0,6
0,3 -0,4 1,0
-0,4 -1,0 -0,3
-0,7 -0,8 -0,8
0,3 -1,0 -1,7
0,6 0,2
0,2 -0,3 -0,4
-0,3 -0,9 -0,4
0,5 -0,6 0,0
-0,4 -0,3
-0,7 0,9
-0,2 -
-1,3 -0,8
-0,4 -0,7
-0,8 -0,5
0,2 0,8
-0,3 -2,0
-0,5 -0,3
-0,4 -1,2
-0,9 -1,3
-0,4 1,0
-1,7
-1,1
4 4 4
Leerl. Ouders Med.
0,1 -0,9 -0,8
0,8 -0,4 0,2
0,0 -0,8 -0,9
-0,1 -1,1 -0,6
-0,2 -0,9 -1,0
0,2 -0,9 -1,1
-0,8 -1,2 -1,2
-0,3 -1,0 -2,0
-0,2 -0,6
0,0 -1,1 -0,3
0,1 -1,0 -0,8
0,4 -0,9 0,0
-0,5 -1,0
-1,3 -1,1
-1,1 -
-0,8 -2,0
-0,7 -1,5
-1,5 -0,7
-0,3 0,0
-0,9 -2,0
-1,2 0,7
-1,0 -1,6
-1,4 -1,0
-1,0 -1,0
-1,3
-0,8
5 5 5
Leerl. Ouders Med.
0,9 0,3 0,5
1,5 0,3 1,0
0,8 0,4 0,7
0,8 0,3 1,2
0,9 0,4 2,0
0,8 0,2 0,3
1,0 0,0 0,3
0,6 0,2 -1,3
1,4 1,6
0,4 -0,6 -1,0
0,8 0,5 1,0
1,4 0,7 1,4
0,6 0,3
0,3 0,8
0,6 -
0,5 0,6
0,6 0,5
0,0 0,5
1,1 1,4
0,4 0,0
0,4 0,7
0,1 -0,5
0,3 -0,1
0,0 0,5
-0,1
0,1
6 6 6
Leerl. Ouders Med.
-0,4 -0,9 -0,7
-0,8 -1,2 -1,2
-1,4 -1,4 -1,2
-0,2 -0,7 -0,3
0,3 -0,8 1,0
-0,5 -1,4 -1,0
-0,2 0,9 0,2
-0,1 -1,2 -1,2
-0,1 -0,8
-0,4 -0,6 0,4
0,0 -0,6 -1,0
-0,5 -1,3 -1,0
-0,3 0,7
-0,7 -0,5
-0,1 -
-1,1 -1,0
-1,1 -0,2
-0,9 -1,1
-0,2 -0,1
-0,2 -1,0
-0,6 -1,0
-1,2 -1,5
-1,0 -1,7
-1,0 0,5
-1,5
-0,6
7 7 7
Leerl. Ouders Med.
0,4 -0,9 -0,5
0,7 -0,8 -0,1
-0,3 -1,7 -1,5
0,4 -0,2 0,7
0,5 -0,1 1,0
0,5 -1,6 -0,8
-0,1 -1,6 -1,7
0,6 -0,9 -1,3
0,7 -0,2
0,5 -0,5 0,2
-0,1 -1,3 -1,0
0,5 -1,5 -1,0
-1,5 -1,0
0,4 1,3
-1,5 -
-0,2 0,4
-0,7 0,0
-1,4 -1,3
-1,0 -1,0
0,2 1,0
-0,4 -1,0
-0,5 -0,8
-1,0 -0,6
-0,1 1,5
-2,0
-0,5
8 8
Ouders Med.
0,5 0,5
0,9 1,7
0,6 1,1
0,5 0,6
0,5 -1,0
0,6 1,0
0,3 0,3
0,3 0,2
0,6
0,7 0,9
0,3 0,6
0,2 0,6
0,4 0,7
0,3 0,0
0,4 -
0,5 -0,2
0,6 1,3
0,6 1,2
0,0 -0,4
0,0 1,0
0,0 -0,7
0,2 -0,3
1,0 1,7
0,4 0,0
0,0
-0,1
1 t/m 7 Leerl. 1 t/m 7 Ouders 1 t/m 7 Med.
2,3 -5,0 -3,4
4,7 -4,8 -2,1
-1,0 -6,7 -4,6
1,7 -4,3 1,6
2,2 -4,1 4,0
1,5 -6,9 -5,0
-0,9 -5,4 -5,5
2,5 -5,6 -10,7
3,4 -1,0
1,6 -5,9 -3,3
1,9 -5,3 -3,6
4,4 -5,2 -1,2
-4,2 -2,7
-3,6 0,8
-4,6 -
-4,6 -5,2
-4,6 -4,0
-7,2 -4,9
-1,0 0,8
-2,3 -6,0
-4,8 -2,7
-5,0 -7,3
-6,3 -6,6
-3,9 2,5
-8,7
-4,2
1 t/m 7 Totaal
-6,0
-2,2
-12,3
-1,0
2,1
-10,5 -11,7 -13,8
2,4
-7,6
-7,0
-2,1
-6,9
-2,8
-4,6
-9,8
-8,6
-12,1
-0,2
-8,3
-7,5
-12,3 -12,9
-1,4
-8,7
-4,2
Neg
Pos
Pos
Neg
Neg
Pos
Neg
Pos
Pos/Neg
al
Ste lling
t/m
Neg
Neg
Pos
41
Neg
Tabel 4.13 Totaaloverzicht analyse stelling 1 7
4.4
HAAL- EN BRENGGEDRAG
In deze paragraaf is het haal- en brenggedrag op basis van de resultaten van de online enquête in beeld gebracht. Er is een uitsplitsing gemaakt naar de vervoerwijze waarmee leerlingen van groep 7 en 8 voornamelijk naar school gaan en naar de vervoerwijze waarmee ouders hun oudste kind voornamelijk naar school laten gaan. Note: wij waren voornemens om op tien scholen die in aanmerking komen voor een diepteinterview aanvullend op de resultaten van de enquête een haal- en brengmeting uit te voeren om de modalsplit in beeld te krijgen. Op 16 maart 2020 sloten de basisscholen als gevolg van de Corona-uitbraak in Nederland. Ten tijde van de interviewronde waren de scholen nog altijd gesloten. Om deze reden is het haal- en brenggedrag niet in beeld gebracht. Vanaf 11 mei 2020 zijn de scholen weer geopend op een aangepaste wijze waarbij de helft van de leerlingen op school werkt en de andere helft thuis. Daarnaast werken ouders in grote mate thuis, waardoor het haal- en brenggedrag van ouders niet representatief is in vergelijking met de tijd van voor de uitbraak van COVID-19.
4.4.1
Leerlingen
Leerlingen van groep 7 en 8 is gevraagd hoe zij meestal naar school gaan. In figuur 4.2 is de verdeling van verschillende vervoerswijzen weergegeven. Van de leerlingen geeft 64% aan per fiets (32%) of te voet (32%) te naar school te gaan. 2% gebruikt het openbaar vervoer. In totaal geeft 12% aan dat ze met de auto worden gebracht. De 22% die de categorie anders heeft ingevuld beschrijft vaak dat er gedurende de week verschillende vervoermiddelen worden gebruikt, soms te fiets/voet en soms met de auto.
Verdeling vervoerswijzen Ik fiets zelf of samen met andere kinderen naar school 22%
Ik fiets samen met mijn ouders naar school
26%
Ik loop zelf of samen met andere kinderen naar school Ik loop samen met ouders naar school 12%
2%
6%
12%
Ik reis met het openbaar vervoer (bus, tram)
Ik word met de auto naar school gebracht
20%
Anders
Figuur 4.2: verdeling vervoerswijzen bij halen en brengen (leerlingen).
42
Als leerlingen met de auto worden gebracht, is gevraagd wat de reden hiervan is. De helft van de leerlingen (48%) geeft aan dat het te ver lopen of fietsen is naar school en 17% dat ouders vervolgens doorrijden naar het werk. De overige redenen (meer kinderen tegelijk moeten brengen, te gevaarlijke school-thuis route en een hekel hebben aan lopen/fietsen) worden elk in minder dan 10% van de gevallen aangegeven als reden. Leerlingen die met de auto naar school worden gebracht, geven aan wel met de fiets of te voet naar school te gaan als ze alleen op de fiets mogen gaan (17%) of anders (56%) waarbij vaak is vermeld: • Bij beter weer (in de zomer); • Bij een kleinere afstand naar school.
4.4.2
Ouders/verzorgers
Gemiddeld genomen is een kind vanaf 9 jaar in staat om zelfstandig naar school te fietsen. Aan ouders is in de enquête gevraagd hoe oud het oudste kind is dat op deze school zit. Hieruit blijkt dat 54% 9 jaar of ouder is. In tabel 4.14 is voor de kinderen jonger dan 9 jaar en van 9 jaar en ouder de verdeling over de vervoerswijzen weergegeven. Aan de resultaten kunnen de volgende conclusies worden verbonden: • •
Kinderen jonger dan 9 jaar worden meer met de auto naar school gebracht (18%) dan oudere kinderen (13%); In lijn der verwachting fietsen of lopen kinderen vanaf 9 jaar vaker zelfstandig naar school. Opvallend is dat het aandeel dat binnen deze groep zelfstandig naar school gaat, minder dan de helft (37%) is.
Vervoerswijzen
<9 jaar
9-13 jaar
Mijn kind wordt met de auto naar school gebracht Ik of een andere volwassene loopt samen met mijn kind naar school
18% 41%
13% 19%
Hij of zij fietst zelf of samen met andere kinderen naar school Ik of een andere volwassene fietst samen met mijn kind naar school Hij of zij loopt zelf of samen met andere kinderen naar school Mijn kind reist met het openbaar vervoer (bus, tram) Anders
1% 33% 2% 0% 6%
21% 26% 16% 0% 4%
Tabel 4.14: verschil tussen vervoerswijzen van jonge kinderen en kinderen vanaf 9 jaar (ingevuld door ouders). Aan de ouders die hun kind met de auto naar school brengen, is tevens gevraagd: • Waarom zij hun kind met de auto naar school brengen; • Wat er nodig is om vaker met de fiets naar school te komen. Zowel bij jongere kinderen als bij kinderen vanaf 9 jaar is de meest genoemde reden voor het autogebruik dat ouders doorrijden naar werk of boodschappen gaan doen (39% bij jonge kinderen, 35% bij kinderen vanaf 9 jaar). Daarnaast speelt de afstand tot de school een belangrijke rol: bij jonge kinderen vindt 28% van de ouders het te ver lopen of fietsen, bij kinderen vanaf 9 jaar 21%. Verkeersonveiligheid is de derde meest genoemde reden. Bij ouders
43
van jonge kinderen vindt 11% de weg naar school te gevaarlijk, bij ouders van kinderen vanaf 9 jaar vindt 18% de weg naar school te gevaarlijk. Als de weg naar school veiliger zou zijn zou een relatief groot deel van de ouders het goed vinden dat hun kind met de fiets of lopend naar school gaat. Bijna de helft van ouders van kinderen vanaf 9 jaar (47%) hun kind in dat geval wel te laten lopen of fietsen (jonge kinderen 25%). De veiligheid in de directe schoolomgeving speelt een beperktere rol in deze beslissing. Van de ouders van kinderen vanaf 9 jaar geeft 16% aan hun kind wel te laten lopen of fietsen als de schoolomgeving veiliger is (jonge kinderen 21%).
44
INTERVIEWS
5 INTERVIEWS 5.1
INTERVIEWS SCHOLEN
Scholen die ofwel relatief negatief scoorden ofwel relatief positief scoorden op de gevraagde verkeersveiligheidsaspecten in de enquête, zijn benaderd voor een diepte-interview. De volgende scholen zijn bereid gevonden om een diepte-interview mee af te nemen: • • • • • • •
Prof. Mr. A. Anemaschool Dr. J.A. Gerth van Wijkschool Prinses Marijkeschool De Vlieger Willem de Zwijgerschool Meester Schabergschool Van Ostadeschool
• •
De Vrije School Den Haag (positief) CBS de Gantel (positief)
In bijlage 5 zijn de gestelde vragen tijdens de interviews terug te vinden. Op onderstaande kaart is de ligging van de scholen zichtbaar.
Figuur 5.1: ligging geïnterviewde scholen.
46
Bevindingen •
•
•
•
•
•
•
•
Scholen die relatief negatief scoorden bij de online enquête, waren direct bereid mee te werken aan de interviewronde. Van positief scorende scholen gaven alleen De vrije School Den Haag en CBS De Gantel aan deel te willen nemen. Uit het interview blijkt dat de positieve scholen inderdaad positief zijn over reeds genomen maatregelen, maar dat aanvullende maatregelen om de schoolzone verder te optimaliseren nog altijd wenselijk zijn. Hoewel deze scholen relatief positief scoorden bij analyse van de stellingen uit de online vragenlijst, zijn er meerdere wensen om de schoolomgeving nog veiliger te maken. Op basis van de interviewronde is dan ook geen verklaring gevonden waarom deze scholen in zijn algemeenheid positiever naar voren komen. Bebording/markering schoolzone geen/beperkt effect: het overgrote deel van de geïnterviewde scholen geeft aan dat de bebording en markering ‘schoolzone’ niet heeft geleidt tot zichtbare veranderingen in de verkeersveiligheid. Zij vermoeden dat plaatsing van bebording en markering geen bijdrage levert aan een verkeersveilige schoolomgeving. Dit is ook af te leiden uit de enquête-resultaten. Als onderbouwing gaven de geïnterviewden aan dat ouders zich dagelijks in de schoolomgeving bevinden en hierdoor op een gegeven moment de bebording en markering niet meer zien.
De ouders zijn volgens hen juist voor een groot deel de veroorzakers van de onveiligheid, waardoor de maatregel dus nauwelijks tot geen effect heeft omdat het niet op het grootste probleem inspeelt. Bebording/markering alleen zinvol bij scholen langs gebiedsontsluitingswegen: Het plaatsen van bebording en markering schoolzone heeft volgens de geïnterviewden wel effect bij scholen langs gebiedsontsluitingswegen, waar meer vreemd verkeer komt en de bebording en markering attentie verhogend werkt. Verkeersonveiligheid wordt veroorzaakt door het gedrag van ouders zelf. Dit gedrag moet worden aangepakt. De geïnterviewden geven aan dat de verkeersonveiligheid voor een groot deel wordt veroorzaakt door het gedrag van ouders. Zo wordt er bij veel scholen dubbel of fout geparkeerd (bijvoorbeeld op het trottoir), keren automobilisten op straat wat leidt tot onveiligheid en rijden ouders soms met hoge snelheid wat leidt tot onveilige situaties. Aanpak gedrag ouders is lastig, want ouders laten zich niet makkelijk aanspreken. Er wordt aangegeven dat leerkrachten en/of ouders vaak een negatieve reactie van ouders krijgen, wanneer zij hen op hun gedrag aanspreken. Scholen vinden het belangrijk dat ouders op hun gedrag worden aangesproken, maar willen zich hier liever niet zelf aan branden. Scholen geven aan dat hun primaire taak bestaat uit het verzorgen van goed onderwijs.
Zij vinden een verkeersveilige schoolomgeving belangrijk. Maar dit is niet een primaire taak. Scholen merken dat ouders die verkeersonveilig gedrag vertonen niet willen worden aangesproken. Scholen zouden het fijn vinden als er meer wordt gehandhaafd. Er hoeven niet direct boetes te worden uitgedeeld, maar ouders kunnen door het handhavingsteam wel op hun gedrag gewezen worden. Tegelijk geven scholen ook aan te beseffen dat het handhavingsteam/de wijkagent hier niet voldoende capaciteit voor hebben/heeft. Wens voor veilige oversteekvoorziening, éénrichtingsverkeer waar mogelijk en een stopverbod ter hoogte van de in- en uitgang. Meerdere scholen geven aan geen veilige oversteekvoorziening te hebben en dat hier wel behoefte aan is. Op deze manier kan er gebundeld worden overgestoken en wordt de situatie overzichtelijker. Daarnaast
47
zou eenrichtingsverkeer bij de scholen de situatie ook overzichtelijker en veiliger maken. Een stopverbod voor de school is ook wenselijk, maar tegelijk verwachten scholen zonder dat hier op wordt gehandhaafd dat ouders zich hier niet aan houden. De gespreksverslagen van de individuele scholen zijn niet opgenomen in de rapportage, maar wel digitaal aan de gemeente Den Haag opgeleverd.
5.2
INTERVIEWS WIJKAGENTEN/WEGBEHEERDERS
Voor de geïnterviewde scholen is nagegaan in welk stadsdeel deze ligt en wie de desbetreffende wegbeheerder is. De scholen zijn gelegen in de volgende stadsdelen: • • • • •
Scheveningen (Willem de Zwijgerschool en De vrije school den Haag) Laak ( Dr. J.A. Gerth van Wijkschool) Escamp (Prof. Mr. A. Anemaschool en CBS de Gantel) Centrum (Meester Schabergschool, Van Ostadeschool en de Prinses Marijke school) Leidschenveen – Ypenburg (De Vlieger)
Alle wegbeheerders van deze stadsdelen zijn via de mail benaderd en hebben ook eenmalig een reminder ontvangen als wij nog geen reactie hadden vernomen. Daarnaast is de wegbeheerder van Loosduinen ook benaderd, omdat deze eerder al had aangegeven graag mee te willen doen. De wegbeheerders van Scheveningen, Laak en Loosduinen zijn door ons geïnterviewd. Aan deze wegbeheerders hebben wij de gegevens van de betreffende wijkagenten opgevraagd. De wijkagenten in de stadsdelen waar wij geen respons van hebben gekregen, hebben wij opgevraagd bij de gemeente. Ook de wijkagenten hebben wij via de mail benaderd en hebben eenmalig een reminder ontvangen als wij nog geen reactie hadden vernomen. De wijkagent van Scheveningen Noord heeft schriftelijk op onze vragen gereageerd. Tevens is de wijkagent van Team Laak geïnterviewd. Bevindingen •
•
•
De wegbeheerders vinden dat de bebording en markering “schoolzone” een attentie verhogende waarde hebben en bijdragen aan de verkeersveiligheid. Het geeft een duidelijk signaal dat je een schoolzone inrijdt en er dus kinderen aanwezig zijn. Zij vinden dat de gemeente moet blijven investeren in de schoolzones. De wijkagent geeft nog specifiek aan dat vaak alle kleine of grote maatregelen bij elkaar zorgen voor verbetering, maar dat een vergelijking maken zonder die maatregelen lastig is. Wegbeheerders zien het over het algemeen niet als hun taak om contact op te leggen met scholen. Zij bewaken vooral het financiële overzicht. Wanneer er maatregelen genomen zijn, maar de school nog klachten heeft, kunnen zij wel bij de wegbeheerder terecht. Het initiatief hierbij moet vanuit de school of wijkagent komen. De wijkagent geeft aan dat de scholen hem informeren als er een probleem is of als zij vragen of verzoeken hebben. De verantwoordelijkheid wordt dus bij de school gelegd. Zowel de wegbeheerders als de wijkagent geven aan dat de halende en brengende ouders de grootste oorzaak zijn van de verkeersonveiligheid in de schoolomgeving. Voor deze doelgroep werkt de bebording en markering niet, omdat gewenning
48
•
•
•
•
•
optreedt. Het creëren van bewustwording onder ouders zou volgens hen een groot verschil in verkeersveiligheid opleveren. De wegbeheerders zijn tevreden met het huidige pakket van een schoolzone. Wel geven zij aan dat het vooral gericht is op automobilisten die niet of minder bekend zijn in de omgeving. Daarnaast wordt het steeds meer maatwerk, omdat scholen ineens groeien van 400 naar 800 leerlingen, wat extra verkeersdruk en dus ook verkeersonveiligheid met zich meebrengt. Er zou meer aandacht moeten worden besteed aan wat de eventuele groei van een school teweeg brengt in de verkeersveiligheid. Er is behoefte aan meer persoonlijk contact tussen wegbeheerders en DSO mobiliteit. Niet door meer te mailen, maar door samen te gaan zitten. Op dit moment is er alleen contact als er daadwerkelijk iets gebeurt en soms krijgt de wegbeheerder bepaalde zaken te laat te horen. Wegbeheerders hebben iedere maand een gezamenlijk overleg, waarbij zij ook gasten uitnodigen. Graag zouden zij hier zaken als schoolzones bespreken en zien dit als een goede optie zijn om meer met elkaar in contact te komen. Bij het aanbrengen van de schoolzones zijn verschillende groepen betrokken. Daarom is er behoefte om minimaal 1 tot 2 keer per jaar een gezamenlijk overleg te hebben met alle betrokken partijen.
Op deze manier is voor iedereen duidelijk welke schoolzones dit jaar worden aangelegd, welke maatregelen worden genomen, wat de planning is en hoe de communicatie verloopt. Er is een tekort aan personeel om bij elke school die er naar vraagt handhaving in te zetten. Aanwezigheid van handhaving heeft wel een positieve werking, maar op het moment dat zij er niet zijn, vervallen de ouders direct terug in oude gewoontes. Maatregelen die wegbeheerders en de wijkagent voorstellen zijn: invoeren verschillende schooltijden om spreiding te creëren, aanleg kiss & ride stroken7, schoolstraat, carpoolen met kinderen in een bakfiets, inzetten op verdere bewustwording bij ouders, goede parkeergelegenheid of fulltime verkeersmedewerkers die meer ruimte hebben voor handhaving.
7
De gemeente Den Haag is terughoudend in het aanleggen van kiss & ride-plekken en parkeerplaatsen bij scholen. Dat versterkt een rustige schoolomgeving en daarmee de verkeersveiligheid. Bovendien maakt dit beleid de keuze om te fietsen of lopen makkelijker. Dit past in de gedachte van de Haagse mobiliteitstransitie om de auto minder te gebruiken en meer te lopen en te fietsen.
49
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Naar aanleiding van de analyseresultaten worden in dit hoofdstuk conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Deze zijn per onderzoeksvraag in beeld gebracht. De conclusies zijn gebaseerd op: •
•
• •
De resultaten van de enquête onder (medewerkers van) scholen, ouders en leerlingen. Leerlingen en/of ouders en/of medewerkers van 49 verschillende scholen met een schoolzone in Den Haag hebben de enquête ingevuld met een respons variërend van in totaal 1 respondent tot in totaal 216 respondenten per school; De resultaten van de interviewronde met scholen, wegbeheerders en wijkagenten in Den Haag: o Negen scholen (scholen die ofwel relatief negatief scoorden ofwel relatief positief scoorden op de gevraagde verkeersveiligheidsaspecten in de enquête, zijn benaderd voor een diepte-interview); o Drie wegbeheerders; o Twee wijkagenten. De schouwresultaten van 109 schoolomgevingen van scholen met schoolzones; De verkeersveiligheidsanalyse binnen de schoolomgeving van 109 scholen.
Door de verschillende onderzoeksmethoden en de verdeling van het aantal ingevulde enquêtes onder de drie doelgroepen geven de resultaten een goed beeld van de stand van zaken van de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid in de schoolzones. Bij het lezen van de conclusies is het echter wel van belang om te beseffen dat er variatie is in de respons per school en dat het aantal interviews met wijkagenten en wegbeheerders relatief laag is.
6.1
WAT IS HET EFFECT VAN DE SCHOOLZONE OP DE VERKEERSVEILIGHEID?
Een schoolzone is gedefinieerd als het gebied rondom de school dat door middel van bebording en/of markering op de weg (dubbele witte lijn, tekst schoolzone, dubbele witte lijn) is aangemerkt als schoolzone. Een schoolzone heeft geen juridische status maar geeft aan het (auto)verkeer aan dat men zich in een schoolgebied bevindt. Dus de onderzoeksvraag luidt in dit geval: “wat is het effect van bebording en/of markering met ‘schoolzone’ op de verkeersveiligheid?” •
•
•
In de enquête is aan de ouders van scholen die voorzien zijn van schoolzone-bebording en/of markering is gevraagd: Ziet u op straat dat u een schoolzone in rijdt of in loopt? 50% van de ouders beantwoordt deze vraag met ‘nee’, 20% met ‘weet ik niet’. En 30% beantwoordt de vraag met ‘ja’. Een vergelijkbaar beeld ontstaat als we kijken naar de enquêtevraag aan directie of medewerkers: Heeft de gemeente maatregelen genomen om verkeer duidelijk te maken dat het een schoolomgeving nadert? 37% antwoordt ‘nee’, 23% ‘weet ik niet’ en 40% weet dat er bebording en markering aanwezig is. De geïnterviewde scholen gaven unaniem aan dat het plaatsen van bebording en/of markering niet heeft geleid tot ander verkeersgedrag in de schoolomgeving. Halend en brengend verkeer dat zich niet aan de verkeersregels houdt is de grootste veroorzaker
51
•
•
van de problemen in de schoolomgeving. Bij weggebruikers die lokaal bekend zijn is algemeen bekend dat er gewenning voor bebording en markering optreedt waardoor zij hier ‘blind’ voor worden. Ze worden minder vatbaar voor de betekenis van bebording en verkeerstekens. Bovendien weet dit bestemmingsverkeer dat ze een schoolzone inrijdt omdat zij ofwel hun kinderen naar school brengen of omdat zij als buurtbewoner hiermee bekend zijn. Dat een deel van met name ouders/verzorgers die dagelijks in de schoolomgeving komen, ’blind’ worden voor de bebording en markering, wordt goed zichtbaar bij de analyse van de volgende vraag. Aan ouders en directie/medewerkers is via de enquête gevraagd: “Welke maatregelen heeft de gemeente genomen om de schoolomgeving veiliger te maken?” In totaal hebben 1.204 ouders en 110 medewerkers deze vraag ingevuld. Van deze respondenten geeft onder ouders 33% en onder directie/medewerkers geeft 75% aan dat het woord ‘schoolzone’ op de weg is geschreven. Van de ouders geeft 30% aan dat er verkeersborden met ‘schoolzone’ staan. Onder medewerkers betreft dit 57%.
Aan ouders en directie/medewerkers dat aangaf dat er bebording en markering in de schoolzone is aangebracht, is gevraagd of de bebording/markering een positief effect heeft op de verkeersveiligheid: o 13% van de ouders en 21% van de medewerkers vindt dat de bebording met ‘Schoolzone’ een positief effect heeft op de verkeersveiligheid. o 16% van de ouders en 14% van de medewerkers vindt dat de markering een positief effect heeft op de verkeersveiligheid. o 50% van de ouders en medewerkers vindt dat het geen verschil maakt dat er markering of bebording met schoolzone aanwezig is; o 20% van de ouders en 10% van de medewerkers vindt dat de situatie verslechterd is. Geïnterviewde scholen vermoeden dat dit door ouders en medewerkers is geïnterpreteerd als een verslechtering in de tijd. Dus sinds de bebording en/of markering is geplaatst het foutieve verkeersonveilige verkeersgedrag door halende en brengende ouders verder is toegenomen, waardoor de situatie door de jaren heen nog verder is verslechterd.
Concluderend: Hoewel schoolzone-bebording en/of markering wel wordt geplaatst, valt dit in woonwijken bij het overgrote deel van lokaal bekend verkeer niet op. En als het al opvalt, heeft het volgens geïnterviewde scholen en een groot deel van de enquête-respondenten een weinig merkbaar positief effect op de verkeersveiligheid in de schoolomgeving. De verkeersonveiligheid in de schoolomgeving wordt voornamelijk veroorzaakt door het fout parkeren/stoppen door ouders en verzorgers van schoolgaande kinderen gedurende haal- en brengmomenten en minder door wijkvreemd verkeer. Alle geïnterviewde scholen geven dan ook aan dat de gemeente moet blijven investeren in een veilige schoolomgeving, maar niet in het verder uitbreiden van schoolzone-bebording en markering. Zowel geïnterviewde wegbeheerders als geïnterviewde scholen geven overigens aan dat het plaatsen van schoolzone-bebording en markering bij scholen aan gebiedsontsluitingswegen wel degelijk zinvol is en attentieverhogend werkt.
52
Aanbevelingen: • Breng bebording en markering ‘schoolzone’ aan bij scholen gelegen aan gebiedsontsluitingswegen. Op deze locaties werkt dit attentieverhogend. • Blijf investeren in veilige schoolomgevingen en bekijk per school wat nodig is (maatwerk). Zie hiervoor ook paragraaf 6.5 ‘Optimalisaties schoolzone’
6.2
WAT DRAGEN DE BETROKKENEN BIJ AAN EEN VEILIGE SCHOOLOMGEVING?
Inspanningen school Op basis van de interviews en de analyse van de enquêteresultaten besteden alle scholen uit de onderzoeksgroep in meer of mindere mate aandacht aan verkeerseducatie. •
•
•
•
In de enquête is aan directie/medewerkers gevraagd of de school deelneemt aan een verkeerseducatieprogramma. Op deze vraag antwoordt 12% van de medewerkers dat niet wordt deelgenomen aan een verkeerseducatie en geeft 28% aan ‘weet niet/geen mening’. In (bijna) alle gevallen geeft daarnaast een (deel van) de medewerker(s) aan dat er wel degelijk aan een verkeerseducatieprogramma wordt deelgenomen. Kortom: hoewel het grootste deel van de scholen aandacht besteedt aan verkeerseducatie, is een deel van de medewerkers zich hier niet bewust van. Dit kan ook aangeven dat niet in alle leerjaren aandacht aan verkeer wordt besteed; De geïnterviewde scholen onderschrijven dit. Scholen geven aan dat de focus van verkeerseducatie ligt in groep 7 omdat deze leerlingen het praktische en theoretische verkeersexamen gaan afleggen. In een aantal gevallen wordt er daarnaast in andere leerjaren nog wat aandacht besteed aan verkeer, maar niet structureel. De meeste scholen zijn niet bekend met de Zuid-Hollandse aanpak ‘SCHOOL op SEEF’. Ondanks de problemen die op scholen spelen tijdens haal- en brengmomenten, hebben de geïnterviewde scholen nog nooit overwogen een project in te zetten dat hierop inspeelt.
Ze geven aan hier in de toekomst wel kansen voor te zien en ontvangen graag meer informatie over ‘SCHOOL op SEEF’ en projecten gericht op het beïnvloeden van het haal- en brenggedrag; In de enquête is aan medewerkers van scholen gevraagd op welke wijze zij zelf bijdragen aan een veiligere schoolomgeving. 73% van de respondenten geeft aan vooraf aan een activiteit met leerlingen te bespreken hoe zich te gedragen in het verkeer. 44% geeft aan regelmatig verkeerslessen te geven, 29% oefent met leerlingen in de praktijk en van de ondervraagde scholen geeft 26% van de medewerkers aan dat zij ouders aanspreken op hun verkeersgedrag. 15 % geeft “anders namelijk” aan. Dit komt overeen met 42 respondenten. Hierbij wordt naast ‘niet van toepassing’ omdat de medewerker niet voor de klas staat (15 x), 6x aangegeven dat ze zelf het goede voorbeeld geven (14%), 4x dat ze zich bezig houden met communicatie richting ouders (10%) en 3x dat ze leerlingen instrueren in andere gevallen dan wanneer zij klassikaal op pad gaan (7%). Dat laatste is bijvoorbeeld als een leerling vroegtijdig vertrekt voor een afspraak. Enkele geïnterviewde scholen geven aan zelf ouders op hun gedrag aan te spreken. Ze laten weten dat een deel van de ouders hier niet van gediend is en dat ze een grote mond terug krijgen.
De scholen geven aan dit liever niet te doen, omdat hun primaire taak ligt bij het lesgeven en niet bij het handhaven van de verkeersveiligheid in de
53
•
•
•
• •
•
schoolomgeving. Ze geven ook aan dat ze het niet prettig vinden om in discussie te treden met ouders en dat dit regelmatig leidt tot conflictsituaties. Het aanspreken van ouders op hun gedrag, moet bij handhaving liggen en niet bij de scholen; De geïnterviewde scholen geven aan met regelmaat aandacht aan de verkeersveilige schoolomgeving te besteden via nieuwsbrieven. Zij roepen ouders hierin op om zich veilig te gedragen in de schoolomgeving, alleen te parkeren op plaatsen waar dit is toegestaan en vragen ouders zoveel mogelijk lopend of fietsend hun kinderen naar school te brengen; In de enquête is gevraagd welke maatregel kan bijdragen aan een veiligere schoolomgeving. 52% van de medewerkers geeft aan ‘Ouders vragen om hun kind vaker lopend of fietsend naar school te laten gaan’. In sommige gevallen nemen scholen zelf fysieke maatregelen. Eén van de scholen heeft zelf gele markering geschilderd om ter hoogte van de in- en uitgang een stopverbod aan te geven. Een andere school heeft zelf éénrichting ingevoerd en roept ouders op zich hieraan te houden; Uit de enquête komt naar voren dat 18% van de scholen aangeeft dat hun school gebruik maakt van de inzet van een Verkeersouder; Basisscholen in Den Haag kunnen als aanvulling op SCHOOL op SEEF gebruik maken van het programma ‘Veilig leren fietsen’.
In de enquête hebben medewerkers van 6 van de 49 scholen aangegeven hier aan deel te nemen (De vuurvlinder, P. Oosterleeschool, Montesorri Leidschenveen, OBS Houtwijk en De spoorzoeker); In de enquête hebben 164 medewerkers laten weten dat de school deelneemt aan een verkeerseducatie-programma. Deze medewerkers zijn werkzaam op 38 van de 49 scholen. Van de scholen die hebben deelgenomen aan de enquête zet 78% een verkeerseducatie-programma in. Deze medewerkers is vervolgens gevraagd welk verkeerseducatie-programma dit betreft. Meest genoemd is de Jeugdverkeerskrant (78x), Verkeersexamens (31x), SCHOOL op SEEF (12x) en KLAAR OVER (11x).
Concluderend: Scholen besteden in hun nieuwsbrieven aandacht aan de verkeersonveilige schoolomgeving en spreken via dit medium ouders in zijn algemeenheid aan op hun verkeersgedrag. Persoonlijk aanspreken van ouders die fout parkeren doen medewerkers van scholen liever niet omdat dit bij enkele ouders niet goed valt en de scholen dit niet als hun primaire taak zien. Niet in alle leerjaren wordt aandacht aan verkeerseducatie besteed en scholen weten niet goed wat er mogelijk is en staan open voor suggesties voor de verschillende leerjaren. Vooral de jeugdverkeerskrant van VVN wordt op scholen gebruikt en op veel scholen wordt in groep 7 of 8 in het kader van het praktisch en theoretisch verkeersexamen aandacht aan verkeerseducatie besteed. Scholen hebben geen ervaring met projecten die het haal- en brenggedrag beïnvloeden en ouders stimuleren om vaker lopend of fietsend naar school te gaan, maar zijn er wel in geïnteresseerd. Aanbevelingen: • Promoot actief projecten gericht op beïnvloeding van het haal- en brenggedrag van ouders/verzorgers en veilig leren fietsen voor leerlingen (http://veiliglerenfietsen.nl/). Wij zien kansen het programma ‘Veiliglerenfietsen’ uit te breiden met een project
54
• •
•
gericht op beïnvloeding van het haal- en brenggedrag. Dit leidt tot meer leerlingen die veilig lopend en fietsend naar school komen. Bovendien doen kinderen praktische ervaring op in het verkeer en blijft de schoolomgeving autoluw. Promoot het project Verkeersouders van VVN en geef inzicht in de taken en verantwoordelijkheden en de kansen die een Verkeersouder een school biedt Scholen geven aan kansen te zien om hun verkeerseducatie-inzet te vergroten. Veel scholen weten niet wat er op het gebied van verkeerseducatie mogelijk is in verschillende leerjaren. De inzet van een accountmanager verkeerseducatie kan scholen informeren over het programma ‘Veiliglerenfietsen’, over het Verkeersouderproject van VVN en over ‘SCHOOL op SEEF’. Er liggen kansen om verkeerseducatie te promoten en scholen beter te informeren wat er mogelijk is. Scholen besteden graag aandacht aan het thema ‘Verkeer’ in de nieuwsbrief. Scholen kunnen hierin worden ontzorgd door hen op verschillende momenten in het schooljaar kant-klare teksten aan te leveren die ingaan op thema’s als: o Lopend/fietsend naar school; o Fietsverlichting; o Gebruik van de mobiele telefoon; o Oefenen nieuwe route met toekomstige brugklasleerlingen. Sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij de landelijke campagnekalender.
Inspanningen ouders • In de enquête is aan ouders/verzorgers gevraagd of zij goede ideeën hebben om de schoolomgeving veiliger te maken. 27% van de ouders geeft aan goede ideeën te hebben en 35% misschien. Ook konden zij hun mailadres achterlaten als ze bereid zijn mee te denken en mee te helpen om de schoolomgeving veiliger te maken. De mailadressen van ouders zijn per school in beeld gebracht en kunnen door de gemeente via de contactpersoon van de betreffende school intern worden gedeeld. 2% vindt dat er geen extra inzet nodig is en 37% heeft geen goede ideeën. • Ouders is ook gevraagd hoe zij op dit moment bijdragen aan de verkeersveiligheid in de schoolomgeving. Hierop antwoorden ouders als volgt: o Door hun kind lopend of fietsend naar school te brengen: 70% o Door het goede voorbeeld te geven: 65% o Door de Smartphone niet in het verkeer te gebruiken: 61% o Door verkeersregels met kinderen te oefenen: 57% o Door bij het zebrapad over te steken (ondanks te moeten omlopen): 52% Een klein deel van de ouders geeft aan actief met de school contact te hebben over de verkeersveiligheid door ofwel mee te helpen met verkeersactiviteiten (3%) ofwel contact op te nemen met de school als er verkeersonveilige situaties opvallen (10%).
• De geïnterviewde scholen geven (overeenkomend met de enquêteresultaten) aan dat ouders geen grote rol spelen in het verkeersveiliger maken van de schoolomgeving. Op geen enkele van de geïnterviewde scholen is een Verkeersouder actief. • Verschillende geïnterviewde scholen geven aan dat zij in het verleden geprobeerd hebben brigadiers in te zetten om leerlingen veilig te laten oversteken. Gebleken is dat dit lastig is, omdat het op basis van vertrouwen met vrijwilligers plaatsvindt en dat dit niet betrouwbaar is gebleken. Vrijwilligers zijn moeilijk te vinden, brigadiers kwamen soms ineens niet opdagen. Als school kon je hier niet op bouwen.
55
•
Ouders zijn zelf de veroorzaker van de problemen. Het overgrote deel houdt zich aan de verkeersregels en houdt rekening met de aanwezigheid van schoolkinderen in de schoolomgeving, een kleine groep veroorzaakt verkeersonveiligheid door zich niet aan de verkeersregels te houden. Aanspreken en nieuwsbrieven werken voor deze groep niet, of maar kort. Handhaving kan hier nog wel uitkomst bieden. Echter handhaving werkt alleen direct na de handhavingsactie. Als handhaving slechts incidenteel is, dan levert handhaving alleen kortstondig resultaat.
Aanbevelingen: • Open een ideeënbus en roep ouders op hun ideeën voor een veiligere schoolomgeving hierin te stoppen. • Stuur de scholen een mail met daarin de mailadressen van de ouders en medewerkers die graag willen meehelpen de schoolomgeving veilig te maken. Roep deze scholen op om deze contacten te benaderen om een Verkeerswerkgroep te formeren. Geef tips voor de opstart van een Verkeerswerkgroep en geef een handreiking van onderwerpen die in de Verkeerswerkgroep aan de orde kunnen komen. Denk hierbij aan aandacht voor de fysieke schoolomgeving, verkeerseducatie beter op de kaart zetten, promoten fietsstimuleringsprojecten en projecten gericht op het beïnvloeden van haal- en brenggedrag. Inspanningen leerlingen Onder leerlingen is de bereidheid om de schoolomgeving nog veiliger te maken, relatief hoog. Meer dan de helft (56%) geeft aan mee te willen helpen en meer dan een derde (37%) geeft aan dit misschien te willen. •
Aan leerlingen van groep 7 en 8 is in de enquête gevraagd: Hoe zorg je zelf dat er rond de school geen ongelukken gebeuren? Hierop antwoorden de leerlingen vooral: o Ook al ben ik met meerdere mensen, ik let zelf goed op bij het oversteken (70%); o Ik ken de verkeersregels (60%); o Ik gebruik mijn smartphone niet als ik in het verkeer loop of fiets (55%); o Mijn fietsverlichting en reflectoren zijn in orde en gebruik ik in het donker (54%). Relatief weinig is geantwoord dat leerlingen een opvallende jas dragen (18%) en ouders vragen om netjes te parkeren (24%) waarbij aangetekend moet worden dat dit laatste antwoord logischerwijs alleen door leerlingen die met de auto worden gebracht is ingevuld.
Deze vraag was hoofdzakelijk in de enquête opgenomen om leerlingen bewust te maken van hun eigen rol en verantwoordelijkheden in het verkeer. •
•
Leerlingen krijgen vooral in groep 7 verkeerseducatie, maar spelen op scholen in Den Haag geen rol in het verbeteren van de verkeersveiligheid in de zin dat ze daar van de scholen een actieve rol in krijgen. De enquêteresultaten laten zien dat leerlingen hier wel voor open staan. Analyse van de enquêteresultaten laat zien dat leerlingen de verkeersveiligheid veel positiever waarderen dan ouders en medewerkers. De laatste decennia is veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van kinderen in verband met hun gedrag in
56
het verkeer en uit onderzoek blijkt dat kinderen een beperkt besef van gevaar in het verkeer hebben. In de enquêteresultaten zien we dit terug. Aanbevelingen: • Geef leerlingen een actieve rol in het verkeer door projecten te promoten die hierop inzetten. Denk hierbij aan het project de Verkeersslang waarbij de kinderen hun ouders aansporen vaker de fiets te pakken of te voet naar school te gaan. Of bijvoorbeeld het Oost-Nederlandse BOM project waarbij leerlingen als Basisschool OmgevingsManager het verkeer in goede banen leiden.
6.3
WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER OM DE SCHOOLZONE BETER ONDER DE AANDACHT VAN (WIJKVREEMD) VERKEER TE BRENGEN?
Zowel wegbeheerders als geïnterviewde scholen geven aan dat scholen die aan gebiedsontsluitingswegen (routes met veel doorgaand verkeer) gelegen zijn, goed moeten opvallen. Bij scholen gelegen aan gebiedsontsluitingswegen heeft bebording en markering met ‘schoolzone’ wel effect verwachten zij. De ‘blindheid’ die optreedt bij verkeer dat dagelijks een schoolomgeving bezoekt, zal bij wijkvreemd verkeer namelijk niet optreden. De resultaten uit de enquête bevestigen dit beeld. Onder medewerkers is op de vraag welke maatregel kan bijdragen aan de verkeersveiligheid het meest geantwoord: opvallende borden, palen en hekken plaatsen om verkeer te attenderen op de schoolomgeving (59% van de medewerkers). Bij ouders staat deze maatregel met 46% op plaats drie (van de 12 gegeven mogelijkheden) en bij leerlingen op plaats één met 59% (bij 9 gegeven antwoordmogelijkheden). In schoolomgevingen gelegen aan erftoegangswegen is het nemen van extra attentieverhogende maatregelen niet direct noodzakelijk. Verkeer in deze schoolomgevingen weet dat er een school aanwezig is, waardoor de bebording en markering met daarop schoolzone aangeduid, bij deze scholen weinig toegevoegde waarde heeft. Concluderend: Schoolzones gelegen langs gebiedsontsluitingswegen mogen extra opvallen voor wijkvreemd verkeer.
Aanbevelingen: • Voorzie schoolomgevingen gelegen langs gebiedsontsluitingswegen van schoolzone bebording en markering, zodat wijkvreemd verkeer alert is op de mogelijkheid van plotseling overstekende kinderen. Aanvullende suggestie: • DTV Consultants geeft daarnaast de volgende suggestie mee: zet niet alleen in op het opvallend maken van de schoolzone langs gebiedsontsluitingswegen, maar zet ook in op het opvallender maken van de leerlingen zelf. Dit kan door als gemeente te investeren in opvallende kleding en artikelen voor Bron: https://www.halstersezuidwestkrant.nl/nieuws/algemeen/18410/fluorfeest-op-sintmaartenschool-
57
basisschoolleerlingen. Stimuleer de scholen dit voor leerlingen gedurende de haal- en brengmomenten te verplichten. Scholen kunnen klein beginnen en starten met dit in eerste instantie uitsluitend voor leerlingen van groep 1, 2 en 3 in te voeren. In NoordBrabant wordt bijvoorbeeld het fluorfeest ingezet, waarbij leerlingen een reflecterend hesje, rugzakje, sleutelhanger en spaakreflector ontvangen.
6.4
IN HOEVERRE IS HET WENSELIJK EN KANSRIJK HANDHAVING VERDER TE INTENSIVEREN?
In de schoolomgeving controleert de politie vooral op snelheid en op parkeergedrag. Op bijna alle geïnterviewde scholen heeft handhaving plaatsgevonden. Handhaving staat echter niet structureel op de agenda. Scholen laten weten dat direct na een handhavingsactie het verkeersgedrag zichtbaar verbetert en dat handhaving effectief is, maar ook dat het effect van de actie snel weg ebt. Een aantal dagen na de handhavingsactie is vaak geen effect meer waar te nemen. Door handhaving te intensiveren, zal dit bekend zijn onder weggebruikers en zal er een preventieve werking vanuit gaan. Foutparkerende ouders of verzorgers lopen namelijk liever geen risico bekeurd te worden. Wijkagenten geven aan dat intensivering van handhaving momenteel niet mogelijk is als gevolg van een personeelstekort. Concluderend: Handhaving is kansrijk zolang het intensief plaatsvindt. Als gevolg van een tekort aan personeel is intensivering van handhaving met de huidige bezetting niet mogelijk. Sporadisch handhaven op verzoek van de scholen is wel mogelijk op voorwaarde dat het rooster het toelaat. Aanbevelingen: Als er gehandhaafd wordt, stem dan handhavingsacties af met de school zodat er in de communicatie naar ouders toe rekening mee kan worden gehouden. Voorzie scholen van kanten-klaar communicatiemateriaal waarmee zij de handhavingsactie richting ouders kunnen aankondigen.
Start in eerste instantie alleen met waarschuwingen uitdelen. Daarna volgt, als nodig, een niet aangekondigde controle waarbij ook wordt beboet.
58
6.5
WELKE OPTIMALISATIES VAN DE SCHOOLZONE KUNNEN WORDEN GEDAAN?
Op de vraag welke maatregel kan bijdragen aan een veiligere schoolomgeving geven respondenten het volgende aan: Ouders
Medewerkers
Aanleg van een veilige oversteekplek
56%
54%
Ouders of verzorgers die foutparkeren beboeten
52%
50%
Opvallende borden, palen, hekken plaatsen in de schoolomgeving
46%
59%
Parkeren op afstand (dicht bij school niet toelaten)
41%
20%
Verkeersbrigadiers
39%
29%
Snelheidsremmende maatregelen
39%
38%
Kiss and Ride strook
39%
27%
Het maken van een Schoolstraat. Ouders vragen om hun kind vaker lopend of fietsend naar school te laten gaan
38%
20%
34%
52%
Snelheidscontroles door de politie
27%
30%
Hekjes plaatsen bij in- / uitgang van de school
11%
11%
Verkeersles voor ouders
10%
24%
Anders, namelijk
18%
10%
De gegeven antwoorden zijn erg uiteenlopend. Dat is logisch, want het is afhankelijk van de ligging, wegcategorisering, locatie en reeds aanwezige voorzieningen welke aanvullende maatregelen de school nodig heeft om de schoolomgeving nog verkeersveiliger te maken. Optimalisaties in de schoolomgeving zijn dus maatwerk. De meest genoemde maatregelen die bijdragen aan een verkeersveilige schoolomgeving staan hierna beschreven. •
Aanleg van een veilige oversteekplek: o 56% van de ouders vindt dat de schoolomgeving veiliger kan worden door de aanleg van een veilige oversteekplek. Door ouders is dit de meest genoemde maatregel om de veiligheid in de schoolomgeving verder te vergroten; o 54% van de medewerkers geeft aan dat een veilige oversteekplek kan bijdragen aan een veiligere schoolomgeving.
Bij ongeveer 74% van de scholen uit het onderzoeksgebied zijn volgens de respondenten nog geen veilige oversteeklocaties aanwezig. Hier is nog veel te winnen. Voorwaarden voor een veilige oversteeklocatie zijn: o
gemotoriseerd verkeer rijdt met een lage snelheid;
59
o
o
•
de oversteeklengte is zo beperkt mogelijk of er is een middengeleider aanwezig. Halveren van de oversteeklengte door een middengeleider te plaatsen vereenvoudigt het oversteken en heeft ook meteen een snelheidsverlagend effect. Een middengeleider wordt bij voorkeur niet toegepast op erftoegangswegen. het zicht op het naderend verkeer is goed en het naderend verkeer heeft goed zicht op kinderen die willen oversteken.
Ouders of verzorgers die fout parkeren beboeten: o 52% van de ouders en 50% van de medewerkers heeft deze maatregel genoemd als geschikte maatregel om de schoolomgeving nog veiliger te maken.
Zoals eerder in deze rapportage aangegeven wordt de verkeersonveiligheid in de schoolomgeving hoofdzakelijk veroorzaakt door ouders die op plekken stoppen, parkeren of keren waar dit niet is toegestaan, wat leidt tot een onoverzichtelijke, chaotische verkeerssituatie gedurende de haal- en brengmomenten. Als ouders bereid zouden zijn wat verder van de schoolingang te parkeren en het laatste stuk te lopen, zou dit al veel verkeersonveiligheid oplossen. Hoewel ouders en medewerkers oproepen tot meer handhaving, is eerder geconstateerd dat dit alleen op korte termijn soelaas biedt. En dat dit, indien handhaving niet structureel is, op lange termijn onvoldoende oplossing biedt, zie ook paragraaf 6.4. •
Opvallende borden, palen, hekken plaatsen in de schoolomgeving: o Uit de enquête-resultaten blijkt dat 46% van de ouders aangeeft dat het plaatsen van opvallende borden, palen en hekken in de schoolomgeving de schoolomgeving veiliger kan maken. 59% van de medewerkers noemt deze maatregel als kansrijk om de schoolomgeving veiliger te maken.
Uit de interviews met zowel scholen als met wegbeheerders is gebleken dat de huidige bebording en markering met schoolzone voor verkeer dat dagelijks in de schoolomgeving komt weinig toevoegt, omdat dit verkeer hier inmiddels ‘blind’ voor is. Dat dit door medewerkers de meest genoemde maatregel is, komt volgens geïnterviewde scholen doordat de huidige bebording en markering hen niet opvalt en het effect hiervan beperkt is. Als de gemeente attentieverhogende maatregelen wil plaatsen om verkeer op een schoolzone te attenderen, zal dit opvallender moeten zijn dan de bebording en markering die momenteel wordt toegepast. •
Zorg dat auto’s niet meer tot dicht bij de school kunnen komen, maar naar een aparte strook gaan. Daar kunnen kinderen dan uit de auto stappen en verder lopen o 41% van de ouders en 20% van de medewerkers vindt dit een goede maatregel die kan bijdragen aan een veiligere schoolomgeving. Met deze maatregel weer je autoverkeer uit de directe schoolomgeving en stimuleer je hen op afstand te parkeren. Deze maatregel ligt in het verlengde van de schoolstraat. Deze maatregel staat verderop beschreven.
•
Verkeersbrigadiers:
60
o
o
Ouders: 39% geeft aan dat verkeersbrigadiers de schoolomgeving veiliger kunnen maken. Een bijzonder hoge uitkomst. (N.B.: deze maatregel werd door 9% van de respondenten aangevinkt als genomen maatregel); Medewerkers: 29% van de medewerkers geeft aan dat de inzet van verkeersbrigadiers de schoolomgeving veiliger kan maken.
Verkeersbrigadiers zijn mensen die bij scholen in de buurt kinderen helpen met veilig oversteken. De politie leidt verkeersbrigadiers op. Naast volwassenen kunnen ook kinderen uit groep 7 en 8 brigadiers worden. Ze zijn te herkennen aan de oranjekleurige jas met reflecterende banden en het stopbord in de hand. Een verkeersbrigadier maakt vaak gebruik van een draai-armsysteem (een soort slagboom, die over de weg draait) om de weg tijdelijk af te sluiten. Verkeersbrigadiers worden officieel opgeleid, meestal door de politie, en officieel aangesteld door de burgemeester. Daarmee krijgen ze de bevoegdheid om namens de politie het verkeer of het veilig oversteken te regelen. Een aanwijzing van een verkeersregelaar of een stopteken van een verkeersbrigadier moeten weggebruikers dan ook opvolgen. Een deel van de geïnterviewde scholen heeft geprobeerd te werken met verkeersbrigadiers. Maar geeft aan dat dit lastig te organiseren is en dat de inzet van verkeersbrigadiers onvoldoende betrouwbaar is gebleken omdat vrijwilligers niet altijd kwamen opdagen. Zij hebben nog geen ervaring met de inzet van leerlingen uit groep 7 en 8 als verkeersbrigadier. •
Aanleg of verbeteren snelheidsremmende maatregelen
39% van de ouders en 38% van de medewerkers geeft aan dat de snelheid in de schoolomgeving naar beneden mag door de aanleg van snelheidsremmende maatregelen. Uit de interviews met scholen bleek dat bij meerdere scholen wel snelheidsremmende maatregelen aanwezig zijn, maar dat deze een onvoldoende snelheidsremmend effect hebben. Hoe sneller men rijdt, hoe minder tijd men heeft om een ongeval te vermijden. Bij een snelheid van 50 km/u, op een droge weg, heeft een voertuig in perfecte staat 27,5 m nodig om tot stilstand te komen. Bij een snelheid van 30 km/u is dit 13,5 m. Zeker in de schoolomgeving is het wenselijk dat verkeer met een lage snelheid rijdt. •
Kiss & ride strook
39% van de ouders en 27% van de medewerkers noemt de aanleg van een kiss & ride strook als kansrijke maatregel om de schoolomgeving veiliger te maken. De geïnterviewde scholen die voorzien zijn van een kiss & ride strook geven aan dat deze maatregel heeft bijgedragen aan de verkeersveiligheid van de schoolomgeving. Wel moeten ouders ook hier soms op hun gedrag worden aangesproken omdat ze in enkele gevallen de strook gebruiken voor langdurig parkeren. Scholen waar nog geen kiss & ride strook aanwezig is, geven aan dat de aanleg hiervan kan bijdragen aan het oplossen van parkeerproblemen. Note: de aanleg van kiss & ride-plekken bij scholen past niet in het huidige beleid van gemeente Den Haag.
61
•
De inrichting als schoolstraat
Een 'schoolstraat' is een straat die tijdens het begin en einde van de schooldag gesloten is voor gemotoriseerd verkeer. Het Haagse initiatief tot inrichten van schoolstraten wordt bij ouders door 38% van de respondenten aangegeven als goede maatregel die bijdraagt aan een veiligere schoolomgeving. 20% van de medewerkers heeft deze maatregel aangevinkt. Momenteel bekijkt gemeente Den Haag in hoeverre de inrichting van schoolstraten een goede maatregel is om de schoolomgeving verkeersveilig te maken. En bij welke scholen dit wel en niet kansrijk is. •
Hekjes plaatsen bij de in- en uitgang van de school: o 11% van de ouders en 11% van de medewerkers geeft deze maatregel aan als kansrijke maatregel. Hekjes ter hoogte van de in en uitgang voorkomen dat leerlingen plotseling de straat oprennen. De digitale schouw laat zien dat bij 65% van de scholen uit de onderzoeksgroep (nog) geen hekjes geplaatst zijn.
Overige maatregelen die de veiligheid van de schoolomgeving verder kunnen bevorderen Naast de hiervoor genoemde maatregelen die ouders en medewerkers in de enquête genoemd hebben, worden de volgende maatregelen door DTV Consultants aanbevolen: •
Eénrichtingsverkeer:
Door éénrichtingsverkeer in te stellen in de schoolomgeving neemt de overzichtelijkheid toe en ontstaat er meer ruimte voor fietsers. Het instellen van éénrichtingsverkeer heeft invloed op de gehele verkeerscirculatie, dus heeft ook consequenties voor de omliggende straten. Het is dan ook raadzaam om in het voorproces niet alleen de school, maar ook omwonenden te betrekken. Niet in alle gevallen is het instellen van éénrichtingsverkeer wenselijk, dus onderzoek naar de consequenties op de verkeerscirculatie als gevolg van het instellen van éénrichtingsverkeer is essentieel. Voor het instellen van éénrichting is een verkeersbesluit noodzakelijk. •
Houd de in- en uitgang van de school vrij
De straat waar zich de in- en uitgang van de school bevindt, moet zoveel mogelijk autovrij gehouden worden. Ouders moeten worden gestimuleerd hier niet te parkeren. Auto’s die achteruit rijden of moeten keren, zijn voor kinderen zeer gevaarlijk. Indien het niet lukt de inen uitgang vrij te houden, kan het instellen van een stopverbod ter hoogte van de in- en uitgang van de school uitkomst bieden. Hierdoor hebben kinderen vrij uitzicht op de straat en zijn zij andersom ook zichtbaar voor het verkeer.
62
•
Scheiden van verkeerssoorten
Laat waar mogelijk kinderen die lopen of fietsen een andere in-/uitgang gebruiken dan kinderen die met de auto gehaald of gebracht worden. •
Aanleg oortjes en dammetjes
Een oortje ligt altijd aan een kruispunt, om de hoek van een trottoir groter te maken. Behalve beter zicht op voetgangers wordt deze maatregel (vaak in combinatie met Hagenaartjes) ook toegepast als antiparkeermaatregel: een fysieke afscheiding van de ruimte waar je wel en niet mag parkeren. Ook wordt de oversteekbaarheid van de straat beter. Dammetjes liggen vooral aan rechte wegvakken, meestal om uitgangen van gebouwen te benadrukken of openingen in het langsparkeren te creëren, wederom voor een betere oversteekbaarheid en beter zicht op overstekende voetgangers. Deze kunnen een snelheidsremmende werking hebben omdat het wegprofiel smaller wordt of auto’s uit tegengestelde richtingen op elkaar moeten wachten. •
Plaatsen van Hagenaartjes om fout parkeren tegen te gaan
Aanbevelingen: De schoolinrichting is altijd maatwerk. Wat voor de ene school een oplossing is, kan voor de andere school juist tot extra verkeersonveiligheid leiden. Denk aan de schoolstraat, of het instellen van éénrichtingsverkeer. Onderstaande aanbevelingen kunnen bij veel scholen bijdragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid, maar zullen niet bij alle scholen uitkomst bieden: •
• • • • • • •
6.6
Voorzie scholen, waar dit nog niet het geval is, van een veilige oversteekvoorziening zodat leerlingen veilig en gebundeld kunnen oversteken. Oversteekvoorzieningen met middengeleider worden in principe niet toegepast op erftoegangswegen; Verder onderzoek naar het effect van de schoolstraat op de verkeersveiligheid van de schoolomgeving; Afdwingen van lage snelheden in de schoolomgeving; indien het risico bestaat dat leerlingen ter hoogte van de in-/uitgang van de school plotseling de straat op rennen, wordt het plaatsen van hekjes aanbevolen; Onderzoek of het instellen van éénrichtingsverkeer bij scholen kansrijk is; In- en uitgang scholen vrij houden; Laat waar mogelijk kinderen die lopen of fietsen een andere in-/uitgang gebruiken dan kinderen die met de auto gehaald of gebracht worden; Leg waar mogelijk ‘oortjes’ en ‘dammetjes’ aan om zo de oversteekbaarheid en het zicht op voetgangers te verbeteren.
COMMUNICATIE-STRATEGIEËN VOOR OUDERS EN SCHOLEN OM BETROKKENHEID BIJ EEN VEILIGE SCHOOLOMGEVING TE PROMOTEN
In paragraaf 6.2 is reeds ingegaan op een aantal strategieën om de betrokkenheid van ouders en scholen bij een veilige schoolomgeving te promoten. Aanvullend hierop zijn in deze paragraaf een aantal communicatie-strategieën opgenomen die de betrokkenheid voor ouders en scholen verder kunnen promoten.
63
Aanbevelingen: • Stimuleer scholen om ‘Verkeer’ als vast item op te nemen op de agenda van de Ouderraad; • Communiceer vanuit de gemeente wie het aanspreekpunt bij de gemeente is als het gaat om een verkeersveilige schoolomgeving; • Communiceer richting scholen bij wie zij terecht kunnen als zij vragen hebben over de inzet van verkeerseducatieprojecten, of als zij suggesties willen voor goede projecten/aanpakken; •
6.7
Onderzoek of een meer actieve werving van Haagse scholen voor deelname aan ‘SCHOOL op SEEF’ door de accountmanager van Haaglanden een optie is. Scholen zijn slecht op de hoogte van ‘SCHOOL op SEEF’ en wat er op het gebied van verkeerseducatie mogelijk is.
HET TOT STAND BRENGEN VAN EEN DUURZAME SAMENWERKING TUSSEN OUDERS, SCHOLEN, GEMEENTE EN POLITIE •
Samenwerking tussen DSO Mobiliteit en wegbeheerders
De drie geïnterviewde wegbeheerders geven aan dat er behoefte is aan meer persoonlijk contact tussen wegbeheerders en de beleidsmakers van DSO Mobiliteit. Niet door meer te mailen, maar door samen te gaan zitten. Op dit moment is er vooral contact als er daadwerkelijk iets gebeurt en dan krijgt de wegbeheerder bepaalde zaken te laat te horen. Wegbeheerders hebben iedere maand een gezamenlijk overleg, waarbij zij ook gasten uitnodigen. Graag zouden zij hier zaken als geplande maatregelen in schoolzones bespreken. Tevens zien zij dit als een mogelijkheid om meer met elkaar in contact te komen. •
Jaarlijks centraal schoolzoneoverleg met DSO Mobiliteit, Ingenieursbureau Den Haag, wegbeheerders, wijkagenten en geïnteresseerde scholen
Bij het inrichtingen van de schoolzone zijn verschillende belanghebbenden betrokken. Wegbeheerders geven aan dat er behoefte is om minimaal 1 tot 2 keer per jaar een gezamenlijk overleg te hebben met alle betrokken partijen (Beleidsmakers, ontwerpers, wegbeheerders, wijkagent, contactpersoon scholen). Op deze manier is voor iedereen duidelijk welke schoolzones dit jaar worden aangelegd, welke maatregelen worden genomen, wat de planning is en hoe de communicatie verloopt. Dit overleg kan centraal georganiseerd worden, zodat ervaringen en aanpakken tussen wegbeheerders onderling kunnen worden uitgewisseld. •
Jaarlijkse thema-bijeenkomst (verkeers)veiligheid per Stadsdeel voor scholen, omwonenden, ondernemers en wijkagenten
Doelen van deze bijeenkomst zijn: o o o
Uitwisselen ervaringen met succesvolle projecten/kansrijke maatregelen/aanpakken etc. Netwerken waardoor men elkaar bij problemen of bij successen in de toekomst beter weet te vinden; Meer begrip voor elkaar kweken doordat je elkaar meeneemt in besluitvormingsprocessen;
64
o o
Tijdig communiceren over relevante ontwikkelingen; Draagvlak creëren voor toekomstige maatregelen.
Aanbevelingen: Investeer in het opbouwen en onderhouden van goede onderlinge contacten, ook als er geen acute problemen zijn. Zo leer je elkaar kennen en houd je elkaar gemotiveerd. •
•
•
•
6.8
Kom in samenspraak met de wegbeheerders van de verschillende Stadsdelen tot een overlegstructuur waarbij overleg structureel plaatsvindt tussen DSO Mobiliteit en wegbeheerders. Houdt hierbij rekening met maatwerk. De ene wegbeheerder zal vaker willen overleggen als de andere. Bespreek dit met de verschillende individuen. Organiseer jaarlijks een centraal schoolzone-overleg met belanghebbenden (alle wegbeheerders, Igenieuwesbureau Den Haag, wijkagenten/wijkmanager en scholen die voor aanpak schoolzone op de planning staan), met als doel aan te geven welke schoolzones aan de beurt zijn, welke maatregelen worden genomen, wat de planning is en om af te stemmen hoe de communicatie verloopt; Organiseer jaarlijks per stadsdeel een thema-bijeenkomst (verkeers)veiligheid voor de wegbeheerder van het stadsdeel, scholen, omwonenden, ondernemers en wijkagenten; Verspreid deze rapportage onder de verschillende wegbeheerders en voorzie de wegbeheerders van de gespreksverslagen van de scholen die zijn gelegen in hun eigen Stadsdeel (indien van toepassing).
EVALUATIE EN CONTINUÏTEIT
Evaluatie is belangrijk om te monitoren of alle partijen tevreden zijn en blijven. •
0-meting bij schoolzones toekomstige scholen
Voordat maatregelen bij scholen worden genomen is het raadzaam een 0-meting uit te voeren. Onderzoek wat er precies aan de hand is in de schoolzone, zodat vervolgens maatwerk kan worden toegepast. Breng hierbij de objectieve onveiligheid, de subjectieve onveiligheid en de snelheidsgegevens in kaart. Dit maakt dat na aanleg van de schoolzone daadwerkelijk de vergelijking te maken is tussen de situatie voor- en na aanleg. Evalueer samen met de school en de wijkagent binnen twee jaar na uitvoering de werking van de genomen maatregelen, zodat het effect van de inrichting als schoolzone op de verkeersveiligheid in beeld kan worden gebracht. Op basis van de 1-meting en gesprekken met school en wijkagent kan opnieuw worden bekeken welke maatregelen nodig zijn om de schoolomgeving verder te optimaliseren. Tegelijk is dit opnieuw een geschikt moment om scholen actief te stimuleren om in te zetten op verkeerseducatie en op projecten gericht op het verminderen van autoverkeer in de schoolomgeving door in te inspelen op het haal- en brenggedrag van ouders. •
Streef ernaar dat uiterlijk in 2030 alle basisschoollocaties aan de beurt zijn gekomen. Uitgaande van circa 175 schoollocaties, komen er dan jaarlijks ongeveer 20 basisschoollocaties aan de beurt. Maak hierbij een voorstel voor prioritering, bijvoorbeeld:
65
1. 2. 3. 4.
Aanpak schoolomgeving van scholen langs routes met relatief veel ‘wijkvreemd’ verkeer; Aanpak schoolomgeving van scholen die actief zelf aan de bel trekken; Aanpak schoolomgeving van scholen die sinds 2008 nog niet aan de beurt zijn geweest; Aanpak schoolomgeving van scholen die al aan de beurt zijn geweest, waarbij de school die het langst geleden als schoolzone is ingericht, nu het eerste aan de beurt komt.
Breng samen met de school en andere betrokkenen de huidige problematiek in beeld en ga na welke optimalisatie-maatregelen realistisch en kansrijk zijn. Kies hierbij voor een integrale aanpak. Met een integrale aanpak analyseer je de gehele schoolomgeving door te kijken naar alle vier de segmenten van een duurzaam veilige (of onveilige) schoolomgeving: halen/brengen, rijgedrag, infrastructuur en educatie. Door deze aanpak weet je precies waar de knelpunten en oorzaken liggen, waardoor je in één keer een beeld hebt van waar je op moet inspelen om de verkeersveiligheid in de schoolomgeving effectief te verbeteren.
66
BIJLAGE
BIJLAGE 1
RAAMWERK EN COMMUNICATIEMIDDELEN
Wervingsmail scholen
Veilige schoolomgeving, uw mening telt! Beste heer, mevrouw, Gemeente Den Haag wil, net als u, dat uw schoolomgeving veilig is. Daarom hebben we een schoolzone aangelegd. Door onder andere de markering ‘schoolzone’ en speciale borden zien mensen dat er een school in de buurt is. Dit helpt om automobilisten rustiger te laten rijden en te zorgen dat ze extra letten op fietsende en lopende kinderen. Wij vragen uw mening over de verkeersveiligheid rond uw schoo l Graag willen we weten wat de ervaringen van uw school zijn sinds de aanleg van de schoolzone. Draagt de inrichting bij aan een verbetering van de verkeersveiligheid? Daarom wil de gemeente een onderzoek houden onder leerlingen van groep 7/8, ouders, directie- en teamleden. We nodigen uw school uit om aan dit onderzoek mee te doen. De inbreng g ebruiken we om de verkeersveiligheid rond Haagse scholen verder te verbeteren . We vragen u ons bericht met link naar online-enquête te verspreiden Via een online-enquête vragen we leerlingen, ouders, directie- en teamleden naar hun ervaringen met de schoolzone. Aan u vragen wij om een stukje tekst (dat wij aanleveren) inclusief internet-link te plaatsen in uw digitale nieuwsbrief naar ouders, directie- en teamleden. Als u geen digitale nieuwsbrief heeft, vragen we u de tekst via een mailing digitaal te verspreiden aan ouders, directie- en teamleden.