RIS307841 Bijlage
Tekst van het document
Rapport
BELEIDSEVALUATIE SCHOOLZONE Gemeente Den Haag
COLOFON
Titel: Subtitel:
Rapport
Beleidsevaluatie schoolzone Gemeente Den Haag
Opdrachtgever:
Gemeente Den Haag Elly van der Helm
Opdrachtnemer:
DTV Consultants B.V. Lisette de Wildt
Datum:
22 juni 2020
Kenmerk:
190333/LWi
Status rapport:
DEFINITIEF
SAMENVATTING
4
1
INLEIDING
8
1.1
Aanleiding
8
1.2
Doel van het onderzoek
8
1.3
Aanpak van dit onderzoek
9
1.4
Leeswijzer
9
2
VOORBEREIDING
11
2.1
Vaststellen onderzoeksgroep
11
2.2
Digitale schouw schoolzones
11
2.3
Raamwerk communicatiemiddelen en deelname formulier
12
2.4
Vragenlijst
13
3
STIMULERING SCHOLEN
15
3.1
Communicatie richting scholen
15
4
ANALYSE EN RESULTATEN
18
4.1
Ongevallenanalyse
18
4.2
Verkeersveiligheidsschouw schoolomgeving
20
4.3
Verkeersenquete online
22
4.3.1
Respons
22
4.3.2
Uitgangspunten
23
4.3.3
Resultaten per stelling
25
4.3.4
Totaalscore
38
4.4
Haal- en Brenggedrag
42
4.4.1
Leerlingen
42
4.4.2
Ouders/verzorgers
43
5
INTERVIEWS
46
5.1
interviews scholen
46
5.2
Interviews wijkagenten/wegbeheerders
48
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
51
6.1
Wat is het effect van de schoolzone op de verkeersveiligheid?
51
6.2
Wat dragen de betrokkenen bij aan een veilige schoolomgeving?
53
6.3 Welke mogelijkheden zijn er om de schoolzone beter onder de aandacht van (wijkvreemd) verkeer te brengen?
57
6.4
in hoeverre is het wenselijk en kansrijk handhaving verder te intensiveren?
58
6.5
Welke optimalisaties van de schoolzone kunnen worden gedaan?
59
6.6 Communicatie-strategieën voor ouders en scholen om betrokkenheid bij een veilige schoolomgeving te promoten
63
6.7 Het tot stand brengen van een duurzame samenwerking tussen ouders, scholen, gemeente en politie
64
6.8
65
Evaluatie en continuïteit
BIJLAGEN Bijlage 1
Raamwerk en communicatiemiddelen
63
Bijlage 2
Deelnameformulier
64
Bijlage 3
Vragenlijst
65
Bijlage 4
Totaaloverzicht respons scholen
76
Bijlage 5
Interviewvragen
80
Bijlage 6
Instructies digitale schouw
82
SAMENVATTING Sinds 2008 legt Gemeente Den Haag herkenbare schoolzones aan om zo de verkeersveiligheid in de schoolomgeving te verbeteren. Onderzocht is of deze schoolzones het gewenste effect hebben. De beleidsevaluatie is uitgevoerd door Verkeerskundig adviesbureau DTV Consultants. DTV Consultants heeft de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid in de schoolzones in beeld gebracht. Uitgangspunt hierbij is de huidige situatie. Objectieve en subjectieve gegevens van de situatie vóór aanleg van de schoolzone ontbreken (geen 0-meting aanwezig). Het is daardoor niet mogelijk de voor- en na-effecten in beeld te brengen. Wel is de huidige situatie onderzocht en doet DTV aanbevelingen om de verkeersveiligheid in de schoolzones verder te optimaliseren. Basisscholen die in november 2019 minimaal één jaar zijn voorzien van bebording en/of markering die de schoolzone aanduiden, maken onderdeel uit van de onderzoeksgroep. De totale onderzoeksgroep bestaat uit 109 scholen in Den Haag.
Wijze van onderzoek De resultaten van de beleidsevaluatie zijn gebaseerd op de volgende onderzoeksresultaten: • Digitale schouw op basis van beelden in Cyclomedia; • Ongevallenanalyse op basis van (slachtoffer)ongevallen in de periode 2014 t/m 2018; • Online verkeersenquête, uitgezet onder ouders, leerlingen van groep 7 en 8 en medewerkers van scholen uit de onderzoeksgroep; • Diepte interviews met contactpersonen van negen basisscholen; • Interviews met drie wegbeheerders en twee wijkagenten. Door de verschillende onderzoeksmethoden en de verdeling van het aantal ingevulde enquêtes onder de drie doelgroepen, geven de resultaten een goed beeld van de stand van zaken van de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid in de schoolzones. Bij het lezen van de conclusies is het van belang te beseffen dat er variatie is in de respons per school en dat het aantal interviews met wijkagenten en wegbeheerders relatief laag is. Algemene conclusie Het is wenselijk om bij scholen langs gebiedsontsluitingswegen schoolzonebebording en markering aan te brengen. Bij scholen aan (erftoegangs)wegen met weinig ‘wijkvreemd’ verkeer, heeft dit wat minder toegevoegde waarde voor de verkeersveiligheid.
De verkeersonveiligheid die in schoolomgevingen wordt ervaren, wordt voornamelijk veroorzaakt door het fout parkeren/stoppen door ouders en verzorgers van schoolgaande kinderen tijdens haal- en brengmomenten. Daarom is het wenselijk dat de gemeente blijft investeren in veilige schoolomgevingen. Naast het inzetten op beïnvloeding van het haal/brenggedrag, kan worden ingezet op maatregelen op het gebied van rijgedrag, infrastructuur en educatie. Omdat elke school haar eigen specifieke (verkeers)problemen en omstandigheden kent, verschilt de benodigde investering per school. Deze beleidsevaluatie laat zien dat elke schoolomgeving uniek is, en maatwerk daarom nodig blijft.
Bevindingen en aanbevelingen 1. Effect van schoolzonebebording en/of markering op de verkeersveiligheid? Uit de enquêteresultaten en de interviewronde blijkt dat het aanbrengen van bebording en markering ‘schoolzone’ bij scholen langs erftoegangswegen beperkt bijdraagt aan het vergroten van de verkeersveiligheid in de schoolzone. Als weggebruikers lokaal bekend zijn, treedt gewenning op. Ze zijn dan minder vatbaar voor de betekenis van borden en markering. Het verder uitbreiden van schoolzonebebording en -markering bij scholen aan erftoegangswegen heeft daarom wat minder toegevoegde waarde. Het is overigens niet zo dat deze bebording en markering een averechts effect heeft, dus ‘baadt het niet, dan schaadt het niet’. Bij scholen langs gebiedsontsluitingswegen is schoolzonebebording en -markering wel zinvol en wenselijk. Dankzij de aanduiding schoolzone, wordt ‘wijkvreemd’ verkeer erop geattendeerd dat zij een school naderen. Bestuurders kunnen dan hun snelheid aanpassen en extra alert zijn op schoolkinderen en ander verkeer. 2. Wat dragen betrokkenen bij aan een veilige schoolomgeving? •
•
•
Op 78% van de scholen wordt aandacht besteed aan verkeerseducatie. De inzet varieert sterk per school. Veel scholen geven aan kansen te zien hun verkeerseducatie-inzet te vergroten. Ze zijn vaak niet goed op de hoogte van het beschikbare aanbod en staan open voor verkeerseducatiesuggesties voor verschillende leerjaren. Scholen zijn daarnaast geïnteresseerd in projecten die specifiek gericht zijn op beïnvloeding van het haal- en brenggedrag van ouders. Op 18% van de scholen dragen ouders actief bij aan een veilige schoolomgeving. Een groep ouders heeft in de enquête aangegeven zich actief in te willen zetten voor een verkeersveilige schoolomgeving. Leerlingen hebben op scholen op dit moment geen rol in het verbeteren van de verkeersveiligheid. Een groot deel van de leerlingen uit groep 7 en 8 geeft aan actief te willen bijdragen aan de verkeersveiligheid.
Om de betrokkenheid van ouders en leerlingen bij een veilige schoolomgeving te vergroten kan worden ingespeeld op de interesse die zij hebben om een actieve rol te vervullen. Dat kan bijvoorbeeld door het promoten van projecten gericht op beïnvloeding van het haal- en brenggedrag van ouders en het veilig leren fietsen voor leerlingen. 3. Hoe kan een schoolzone beter onder de aandacht van (wijkvreemd) verkeer worden gebracht? Lokaal verkeer raakt gewend aan bebording en markering. Bij ‘wijkvreemd’ verkeer is dat niet aan de orde. Daarom is het aanbrengen en onderhouden van schoolzonebebording en markering bij scholen langs gebiedsontsluitingswegen in alle gevallen wenselijk. Voor het verkrijgen van een optimaal verkeersveiligheidsresultaat, is het in veel gevallen van belang dat het plaatsen van schoolzonebebording en -markering wordt gecombineerd met aanvullende maatregelen. Welke maatregelen dit zijn, hangt sterk af van de specifieke situatie. 4. Is het wenselijk en kansrijk handhaving verder te intensiveren? Scholen laten het persoonlijk aanspreken van ouders bij onveilig verkeersgedrag bij voorkeur over aan het handhavingsteam. Incidentele handhaving heeft alleen een korte-termijneffect. Intensivering van de handhavingsinzet is met de huidige bezetting niet kansrijk. Als er
gehandhaafd wordt is het wenselijk de acties met de school af te stemmen en de school te ondersteunen met communicatie naar ouders. 5. Welke optimalisaties van de schoolzone kunnen worden gedaan? Uit het onderzoek blijkt dat het in de meeste gevallen wenselijk is om, naast schoolzonemarkering en -bebording, specifieke maatregelen te treffen om de verkeersveiligheid (verder) te verbeteren. Omdat elke school haar eigen specifieke problematiek en omstandigheden kent, kan uit dit onderzoek niet per individuele school worden aangegeven welke verkeersmaatregelen het meest kosteneffectief zijn. Dit vraagt om nader onderzoek per individuele school. Verkeersmaatregelen die in overweging kunnen worden genomen om de schoolomgeving veiliger te maken zijn: veilige oversteekplaatsen, snelheid remmende maatregelen, schoolstraat, hekjes bij de in- en uitgang, éénrichtingsverkeer, in- en uitgang van de school vrij houden, scheiden van verkeerssoorten, oortjes en dammetjes en Hagenaartjes. Het meest genoemd door respondenten is de veilige oversteekplaats (56% van de ouders en 54% van de medewerkers). 6. Communicatie-strategieën om betrokkenheid bij scholen te promoten Veel scholen hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn in het verbeteren van de verkeerseducatie op hun school.
Bovendien zijn ze geïnteresseerd in projecten die specifiek gericht zijn op beïnvloeding van het haal- en brenggedrag van ouders. Scholen geven echter aan niet te weten bij wie zij terecht kunnen met deze vragen. Geadviseerd wordt om, vanuit de gemeente, actiever te communiceren met de scholen. Hierdoor kunnen kortere lijnen ontstaan tussen gemeente en scholen en komt het thema verkeer regelmatig aan bod. 7. Het tot stand brengen van een duurzame samenwerking tussen ouders, scholen, gemeente en politie In samenhang met het voorgaande wordt geadviseerd om als gemeente te investeren in goede relaties met alle betrokken partijen (bijvoorbeeld beleidsmakers, wegbeheerders, ontwerpers, scholen en wijkagenten). Evaluatie en continuïteit Basisschoolleerlingen vormen een kwetsbare groep in het verkeer, ze moeten nog leren om verkeerssituaties goed in te schatten. Het is dan ook belangrijk om als gemeente te blijven investeren in de verkeersveiligheid van schoolomgevingen. Het is belangrijk in te zetten op een integrale aanpak, waar halen/brengen, rijgedrag, infrastructuur en educatie onderdeel van zijn. Aanbevolen wordt om niet alleen te investeren in scholen waar de omgeving nog niet als schoolzone is ingericht, maar per school (en samen met de school) te bekijken welke optimalisaties in de verkeersveiligheid rondom de school mogelijk zijn.
Daarnaast wordt geadviseerd om, voordat bij een school (nieuwe) maatregelen worden uitgevoerd, eerst een 0-meting van de huidige verkeersveiligheidssituatie uit te voeren. Dat maakt het mogelijk om in een later stadium veel duidelijker het effect van de genomen maatregelen objectief vast te stellen.
INLEIDING
1 INLEIDING 1.1
AANLEIDING
Een veilige schoolomgeving heeft permanent de aandacht van gemeente Den Haag. Sinds 2008 is de gemeente actief bezig met de aanleg van herkenbare schoolzones om zo de verkeersveiligheid in de schoolomgeving te verbeteren. Door middel van verkeersborden en het aanbrengen van de tekst ‘Schoolzone’ op het wegdek, waar nodig aangevuld met maatregelen op maat, worden weggebruikers erop attent gemaakt dat ze een school naderen zodat ze hun gedrag kunnen aanpassen. De aanleg van schoolzones maakt onderdeel uit van het huidige beleid zoals vastgelegd in het meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 2016‐2019. Eind 2019 is deze beleidsperiode geëindigd. Om te kunnen bepalen of de aanleg van schoolzones het gewenste effect heeft opgeleverd, en in de nieuwe beleidsperiode opnieuw onderdeel moet uitmaken van het meerjarenprogramma, wil de gemeente Den Haag een evaluatie van de schoolzones uitvoeren. Het uitvoeren van een evaluatie van de schoolzones staat tevens politiek hoog op de agenda. De wethouder Mobiliteit heeft naar aanleiding van een aantal vragen uit de gemeenteraad een evaluatie toegezegd. De uitkomst van de evaluatie met aanbevelingen is dan ook leidend voor de aanpak van schoolomgevingen in het nieuwe uitvoeringsprogramma 2020-2022 van de gemeente Den Haag. De gemeente Den Haag heeft aan DTV Consultants gevraagd om deze evaluatie uit te voeren.
1.2
DOEL VAN HET ONDERZOEK
Het oorspronkelijke doel is het in beeld brengen van de effecten van de aanleg van schoolzones op de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid en het doen van aanbevelingen voor verbetering. Omdat zowel objectieve als subjectieve gegevens van de situatie voor realisatie van de schoolzone ontbreken (geen 0-meting aanwezig) is het niet mogelijk de effecten van de schoolzone objectief in beeld te brengen. Wel brengen wij de huidige stand van zaken van de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid in de schoolzones in beeld en worden er aanbevelingen gedaan om de verkeersveiligheid in de schoolzones verder te optimaliseren. De vastgestelde doelen die met de schoolzone bereikt zouden moeten zijn, zijn de volgende: • • •
Automobilisten worden erop geattendeerd dat zij een school naderen, passen hun snelheid aan en zijn extra alert op ander verkeer, met name voetgangers en fietsers; Ouders en school vervullen een actieve rol om de verkeersveiligheid rond de school te verbeteren; De subjectieve verkeersveiligheid verbetert door de aanleg van een schoolzone.
Het eindrapport geeft inzicht in de mate waarin de doelen die met de schoolzone bereikt zouden moeten worden, zijn behaald. Daarnaast geeft het eindrapport een onderbouwd voorstel met aanbevelingen voor optimalisaties van het concept schoolzone, wenselijke verkeerseducatie inzet, (communicatie)strategieën om gedragsverandering bij ouders en scholen te bewerkstelligen, gewenste flankerende maatregelen (zoals handhaving) en voor een succesvolle samenwerking tussen alle betrokken partijen.
8
1.3
AANPAK VAN DIT ONDERZOEK
Voor dit onderzoek zijn allereerst de volgende voorbereidende taken uitgevoerd: • • • • •
Onderzoeksgroep vaststellen; Ongevallenanalyse; Digitale schouw in Cyclomedia; Opstellen raamwerk voor communicatiemiddelen en deelname formulier; Opstellen van een Online-vragenlijst voor zowel ouders, leerlingen als directie/medewerkers.
De online-vragenlijst is uitgezet onder scholen en de resultaten zijn geanalyseerd. Op basis van de uitkomsten van de online-vragenlijst is een aantal scholen die ofwel positief ofwel negatief scoorden op het gebied van verkeersveiligheid benaderd om mee te werken aan een interview waarbij wat dieper op de uitkomsten kan worden ingegaan. Daarnaast is een aantal wegbeheerders en wijkagenten geïnterviewd. Op basis van de resultaten van deze onderdelen zijn conclusies getrokken en zijn aanbevelingen gedaan voor optimalisatie van de schoolzone en alle facetten die daarin een rol spelen.
1.4
LEESWIJZER
Hoofdstuk 2 beschrijft de opzet en werkwijze van de voorbereidende taken van het onderzoek. In hoofdstuk 3 is beschreven op welke wijze de scholen zijn gestimuleerd om deel te nemen aan de evaluatie en om de online-enquête te verspreiden. De werkwijze waarop de resultaten van deze enquête zijn geanalyseerd en de uitkomsten hiervan zijn besproken in Hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is de opzet, werkwijze en het resultaat van de interviews besproken. Hoofdstuk 6 behandelt de resultaten van de digitale schouw en in hoofdstuk 7 is inzicht gegeven in het haalen brenggedrag. Ten slotte zijn in hoofdstuk 8 de conclusies van de uitgevoerde onderzoeken te vinden en zijn aanbevelingen gedaan voor optimalisatie van de schoolzone.
9
VOORBEREIDING
2 VOORBEREIDING Gedurende de voorbereidende fase zijn de volgende taken uitgevoerd: • • • •
vaststellen onderzoeksgroep; digitale schouw in Cyclomedia; opstellen raamwerk voor communicatiemiddelen en deelname formulier; opstellen van een Online-vragenlijst voor zowel ouders, leerlingen als directie/medewerkers.
Hierna zijn deze stappen nader toegelicht.
2.1
VASTSTELLEN ONDERZOEKSGROEP
Gemeente Den Haag heeft een lijst met scholen aangeleverd met scholen waar in 2018 of eerder een schoolzone is aangelegd. Uitsluitend scholen die minimaal één jaar een ingerichte schoolzone hebben, maken dus deel uit van de onderzoeksgroep. De totale onderzoeksgroep bestond in eerste instantie uit 121 scholen. Na uitvoering van de schouw is geconcludeerd dat 12 van deze 121 scholen geen schoolzone hebben die herkenbaar is aan ofwel bebording ofwel markering schoolzone. In overleg met gemeente Den Haag is besloten de resterende 109 scholen te definiëren als onderzoeksgroep. Omdat de schouw later in het onderzoek is uitgevoerd, zijn deze 12 scholen in eerste instantie wel benaderd om deel te nemen aan het onderzoek en hebben wij van een aantal van deze scholen enquêteresultaten. De resultaten van de 12 scholen die later in het onderzoek geen onderdeel bleken uit te maken van de onderzoeksgroep, maken geen onderdeel uit van deze rapportage. Deze zijn in een apart bestand aan de gemeente Den Haag opgeleverd. Hiermee wordt voorkomen dat de informatie met betrekking tot scholen zonder schoolzone verloren gaat. In paragraaf 4.3.1 is het totaal overzicht van de onderzoeksgroep, de deelname en de respons weergegeven.
2.2
DIGITALE SCHOUW SCHOOLZONES
Van alle scholen die onderdeel uitmaken van de onderzoeksgroep is een digitale “schouw” uitgevoerd met behulp van Cyclomedia. In deze schouw zijn de belangrijkste kenmerken van de schoolzones vastgelegd, zoals toegepaste bebording en markering, snelheidsremmende maatregelen, verharding, parkeersituatie, gescheiden loop- en fietsroutes, aan-/afwezigheid laad- en losplaatsen, dammetjes, oortjes, etc. De checklist is vooraf aan de digitale schouw afgestemd met de gemeente Den Haag. Na uitvoering van de digitale schouw in Cyclomedia, is met behulp van een steekproef gecontroleerd of alles compleet is en de kenmerken juist zijn ingevoerd. Ondanks dat de schouw zo goed mogelijk is uitgevoerd, kan het zijn dat de informatie licht afwijkt van de werkelijke situatie. De kenmerken zijn namelijk afgelezen van kaart en niet in alle gevallen even goed zichtbaar. Daarnaast is de digitale schouw gebaseerd op luchtfoto- en streetview beelden zoals in december 2019 beschikbaar in Cyclomedia. Het kan zijn dat na de datum dat de beelden zijn gemaakt, nog aanpassingen in de schoolomgeving zijn gedaan.
11
2.3
RAAMWERK COMMUNICATIEMIDDELEN EN DEELNAME FORMULIER
Raamwerk communicatiemiddelen Om een hoge respons te behalen bij de scholen is extra aandacht besteed aan de communicatie richting de scholen zelf, maar ook richting medewerkers en ouders. In dit kader zijn de volgende formats ontwikkeld: • •
Een wervingsmail naar scholen met link naar het deelnameformulier; Mail aan scholen die via het deelnameformulier aangaven deel te willen nemen inclusief de volgende formats: o Standaardtekst met link naar de online-vragenlijst om onder ouders te verspreiden via nieuwsbrieven of andere communicatiekanalen; o Een mailtekst om collega’s en andere medewerkers van de school aan te sporen de vragenlijst in te vullen; o Een korte PowerPoint die leerkrachten van groep 7 en 8 kunnen tonen aan hun leerlingen, aangevuld met de link naar de vragenlijst en een QR-code die zij kunnen verspreiden onder hun leerlingen; o Een mailtekst naar leerkrachten van groep 7 en 8 met uitleg wat er van hen wordt verwacht en waar de PowerPoint als bijlage kan worden toegevoegd; o Een tekst die scholen via sociale media kunnen verspreiden met een link naar de online-vragenlijst.
Alle formats zijn zowel in het Engels als in het Nederlands gemaakt. De formats zijn terug te vinden in bijlage 1. Door deze kant-en-klare formats aan te leveren aan de scholen, is de drempel verlaagd om de online-enquête te verspreiden onder de verschillende doelgroepen. Op deze manier is geprobeerd de scholen zoveel mogelijk te ontzorgen en een zo hoog mogelijke respons te behalen. Deelnameformulier Met het deelnamenformulier is geprobeerd om commitment en consistentie te creëren. Dit houdt in dat wanneer iemand tegen A ja heeft gezegd (commitment), deze ook eerder ja zal zeggen tegen B (Consistentie). Scholen die via het deelnameformulier hebben aangegeven mee te willen doen aan het onderzoek (A), zullen sneller geneigd zijn de vragenlijst te verspreiden (B). In het deelnameformulier moesten de scholen het volgende invullen: • •
Naam van de school; Of de school wil deelnemen o Als ja: ▪ Naam aanspreekpunt ▪ Telefoonnummer ▪ E-mailadres o Als nee: ▪ Eventueel de reden voor geen deelname
Het deelnameformulier is terug te vinden in bijlage 2.
12
2.4
VRAGENLIJST
Opzet online-vragenlijst Met behulp van een online-vragenlijst is geprobeerd om het effect van de schoolzone op de subjectieve veiligheid in beeld te brengen. Om dit breed inzichtelijk te maken, is voor verschillende doelgroepen een vragenlijst opgesteld. Deze doelgroepen zijn directie/medewerkers, ouders en leerlingen uit groep 7/8. Om een goede analyse uit te kunnen voeren, hebben alle doelgroepen dezelfde vragen gekregen. Daarnaast is een aantal vragen doelgroepspecifiek uitgevraagd, bijvoorbeeld het haal- en brenggedrag van de leerlingen. Van elke vragenlijst is het taalgebruik aangepast aan de doelgroep. In de vragenlijst kwamen de volgende onderdelen terug: • • • •
• • • • •
Stellingen over verkeer in de schoolomgeving; Zichtbaarheid schoolzone; Vervoerswijze naar de school (alleen leerling en ouders); Als het kind met de auto komt: vraag over waarom hij/zij met de auto wordt gebracht en wanneer het kind wel lopend of fietsend naar school zou gaan (alleen leerling en ouders); Welke maatregelen heeft de gemeente genomen om de schoolomgeving veiliger te maken (alleen directie/medewerkers en ouders); Eigen bijdrage aan de verkeersveiligheid in de schoolomgeving; Hoe de schoolomgeving veiliger te maken; Aanstelling verkeersouder (alleen directie/medewerkers); Deelname verkeerseducatieprogramma (alleen directie/medewerkers).
Ook de vragenlijst is zowel in het Nederlands als Engels gemaakt. De internationale scholen ontvingen automatisch de link naar de Engelstalige vragenlijst en de overige scholen ontvingen automatisch de link naar de Nederlandse vragenlijst. De vragenlijsten voor de verschillende doelgroepen zijn terug te vinden in bijlage 3. Verspreiding online-vragenlijst Om de vragenlijst online te verspreiden is ervoor gekozen om onze eigen tool ‘Verkeersenquête.nl’ te gebruiken. Via de volgende links zijn de respondenten doorgeleid naar of de Nederlandstalige vragenlijst of de Engelstalige vragenlijst: • •
Nederlandstalig: https://verkeersenquete.nl/v/schoolzone070 Engelstalig: https://verkeersenquete.nl/v/schoolzone070eng
De website is voor iedereen toegankelijk, doordat er geen inloggegevens nodig zijn voor deze website. Uiteraard is de website ontworpen conform de laatste privacy-richtlijnen en voldoen wij aan de GDPR.
13
STIMULERING SCHOLEN
3 STIMULERING SCHOLEN 3.1
COMMUNICATIE RICHTING SCHOLEN
Alle scholen uit de onderzoeksgroep ontvingen op dinsdag 14 januari 2020 de wervingsmail met daarin een toelichting op het project “Evaluatie schoolzone” en het doel hiervan. In deze mail is gevraagd of zij vóór 20 januari via het online deelnameformulier wilden aangeven of de school wel of niet wil meedoen aan de evaluatie. Scholen die voor 20 januari niet hebben gereageerd, ontvingen van ons een reminder per e-mail en zijn vervolgens nagebeld. Op 23 januari zijn alle scholen zonder reactie gebeld. De scholen die de eerste keer niet bereikbaar waren, zijn op 28 januari nogmaals gebeld. Als de school ook de tweede keer niet bereikbaar was, ontving de school op 29 januari opnieuw een mail ter herinnering. De wervingsmail, reminders en het telefonisch contact met de scholen hebben ertoe geleid dat in totaal 75 van de 109 scholen met schoolzone hebben gereageerd op het deelnameformulier. Dat betekent dat de responsrate 68,8% is. Van de 75 scholen gaven 64 scholen aan deel te willen nemen aan het onderzoek en 11 scholen gaven aan niet deel te willen nemen. Daarnaast hebben ook 9 van de 12 scholen zonder schoolzone gereageerd op het deelnameformulier. Hiervan gaven 7 scholen aan deel te willen nemen aan het onderzoek en 2 scholen gaven aan niet deel te willen nemen. De redenen van scholen om niet deel te nemen waren als volgt: • • • • •
Hebben het te druk (2) Zitten momenteel op een andere locatie (1) Geen directeur, dus extra werk lukt niet (1) Andere prioriteiten (1) Geen reden aangegeven (8 scholen)
De deelnemende scholen ontvingen een mail met een link naar de vragenlijst en kant-en-klare teksten die ze naar de ouders, directie/medewerkers en leerkrachten van groep 7 en 8 konden sturen. Daarnaast was de PowerPoint ter ondersteuning van de leerkrachten van groep 7 en 8 als bijlage toegevoegd aan deze mail. Om de respons op de vragenlijst te verhogen, ontvingen de deelnemende scholen op 12 februari een reminder om de vragenlijst te verspreiden. Op 18 februari zijn vervolgens de scholen waarvan de respons uitbleef, gebeld om te stimuleren de vragenlijst (nog een keer) uit te zetten. Op 2 maart is de vragenlijst gesloten. In figuur 3.1 is een overzicht weergegeven van wanneer de scholen de wervingsmail of reminder ontvingen en wanneer de scholen zijn gebeld.
15
14-1-2020 20-1-2020 14-01-2020 t/m 12-022020
Uitgevoerd wervingsmail naar scholen inclusief deelnameformulier Herinneringsmail Alle scholen ontvingen direct na het invullen van het deelnameformulier een mail met de stukken om de vragenlijst te verspreiden.
20-1-2020 23-1-2020 28-1-2020
Start bellen scholen die niet hebben gereageerd Alle scholen gebeld die nog niet hebben gereageerd De scholen die we niet te pakken hebben gekregen nog een keer allemaal gebeld
29-1-2020 12-2-2020
Nog een herinneringsmail gestuurd Reminder gestuurd om de vragenlijst te verspreiden
18-2-2020
Scholen bellen ter herinnering deelname en uitzetten vragenlijst
Figuur 3.1 Overzicht communicatie met scholen
16
ANALYSE EN RESULTATEN
4 ANALYSE EN RESULTATEN 4.1
ONGEVALLENANALYSE
Op basis van een objectieve ongevallenanalyse is nagegaan in hoeverre reeds ingerichte schoolzones verkeersveilig zijn. Het is niet eenvoudig om op basis van een ongevallenanalyse betrouwbare uitspraken te doen over het objectieve effect van schoolzones. De registratiegraad van verkeersongevallen is beperkt (en fluctueert bovendien door de jaren heen), en het aantal ongevallen waarbij kinderen betrokken zijn, is dusdanig laag dat statistisch verantwoorde uitspraken hierover niet mogelijk zijn. Desondanks geeft de ongevallenanalyse wel een globaal beeld van de omvang van de problematiek. De ongevallenanalyse is met behulp van ViaStat uitgevoerd op basis van de volgende uitgangspunten: • • • •
Om na te gaan hoeveel ongevallen er in de schoolomgeving hebben plaatsgevonden is rondom elke school een straal van 100 meter gedefinieerd; Ongevallen in de periode 2014 tot en met 2018 zijn als basis genomen voor de ongevallenanalyse; Er is onderscheid gemaakt naar totaal aantal ongevallen en naar slachtofferongevallen; De analyse heeft plaatsgevonden op drie verschillende ongeval-selecties: 1. (slachtoffer)ongevallen in de schoolomgeving gedurende vaak voorkomende haal- en brengmomenten: ▪ maandag tot en met vrijdag tussen 8:00 en 9:00 uur; ▪ maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 14:00 en 16:00 uur; ▪ woensdag tussen 12:00 en 13:00 uur; 2. (slachtoffer)ongevallen in de schoolomgeving gedurende vaak voorkomende haal- en brengmomenten waarbij minimaal één 4-12 jarige bij betrokken was; 3. (slachtoffer)ongevallen in de schoolomgeving waarbij 4-12 jarigen bij betrokken zijn.
In tabel 4.1 is het totaal aantal ongevallen per selectie weergegeven voor ongevallen binnen 100 meter van de scholen. Totaal aantal ongevallen Gedurende haal- en brengmomenten 122 Gedurende haal- en brengmomenten en een 11 4-12 jarige betrokken 4-12 jarigen betrokken 37 Tabel 4.1: Totaal aantal ongevallen per selectie binnen 100 meter van scholen, periode 2014 t/m 2018 Kijkend naar (slachtoffer)ongevallen, zijn er vier scholen waar relatief veel slachtofferongevallen tijdens haal- en brengmomenten hebben plaatsgevonden in de periode 2014 t/m 2018. 1) De Willem Dreesschool De Willem Dreesschool valt in negatieve zin op. In totaal hebben vier slachtofferongevallen plaatsgevonden, waarbij bij drie ongevallen 4-12 jarigen
18
betrokken zijn. Wanneer we inzoomen op deze school zien we echter dat één ongeval in de direct aanliggende straat ‘Bresterstraat’ heeft plaatsgevonden. De overige ongevallen hebben plaatsgevonden op de Genestetlaan, één van de belangrijke gebiedsontsluitingswegen binnen Den Haag. De ongevallen die hebben plaatsgevonden op de Genestetlaan lijken niet direct een relatie te hebben met de schoolzone. 2) De Ds. D.J. Karreschool en de P.C. Hooftschool De Ds. D.J. Karreschool en de P.C. Hooftschool zijn in aaneengesloten gebouwen gevestigd. Beide scholen hebben wel een apart adres en een aparte ingang. De ongevallen die binnen 100 meter van deze scholen hebben plaatsgevonden betreffen zodoende bijna dezelfde ongevallen. Bij twee ongevallen die plaatsvonden tijdens haal- en brengmomenten, waarvan één met slachtoffer, waren 4-12 jarigen betrokken. 3) De Vuurvlinder Tot slot valt ook De Vuurvlinder, gelegen aan de Diamanthorst, op. De Diamanthorst is in 2017 heringericht en in 2018 is de herinrichting door DTV Consultants getoetst op de verkeersveiligheid voor de fietsers [Evaluatie herinrichting Diamanthorst, resultaten van de nameting. December 2018]. De conclusie uit dit onderzoek was dat het nieuwe profiel van de Diamanthorst een verbetering is ten opzichte van de oude situatie met een zeer brede rijbaan.
Met name de fietsbeleving van de fietsers is verbeterd en de snelheid is lager. Ondanks de nieuwe inrichting heeft in 2018 een ongeval plaatsgevonden waarbij een 4-12 jarige voetganger met een bus in aanraking is gekomen.
Dr. Willem Dreesschool Ds. D.J. Karresschool De Vuurvlinder P.C. Hooftschool
Gedurende haal- en brengmomenten
Gedurende haal- en brengmomenten én 4-12 jarigen betrokken
4-12 jarigen betrokken gedurende de hele dag
Totaal ongevalle n
Slachtoffer ongevallen
Totaal ongevalle n
Slachtoffer ongevallen
Totaal ongevalle n
Slachtoffer ongevallen
8
4
3
3
3
3
5
3
1
0
3
2
4
3
1
1
1
1
4
3
1
1
1
1
Tabel 4.2: Scholen met 3 of meer (slachtoffer)ongevallen binnen 100 meter, periode 2014 t/m 2018 Gezien de lage aantallen (slachtoffer)ongevallen is het niet mogelijk om op basis van statistiek conclusies te verbinden en een relatie te leggen met verkeers(on)veiligheid als gevolg van de inrichting van de schoolzone. De vier genoemde scholen vallen wel op omdat hier relatief gezien de meeste (slachtoffer)ongevallen hebben plaatsgevonden. De ongevallen zijn per school erg uiteenlopend, er zijn geen gemeenschappelijkheden te vinden.
19
4.2
VERKEERSVEILIGHEIDSSCHOUW SCHOOLOMGEVING
In dit hoofdstuk is in beeld gebracht in hoeverre in Den Haag sprake is van een gesloten schoolzone en welke maatregelen, behalve bebording en markering, het meest voorkomen. Het totaaloverzicht met schouwresultaten geeft per school (die onderdeel uitmaakt van de onderzoeksgroep) inzicht in de voorzieningen die in de schoolomgeving aanwezig zijn. Dit overzicht is in een excelbestand aan de gemeente opgeleverd. Schoolzone gesloten? Per school is in beeld gebracht in hoeverre de schoolzone op alle toeleidende wegen aan verkeer wordt aangekondigd door middel van bebording en/of markering. Als dit op alle toeleidende wegen het geval is, is er sprake van een gesloten schoolzone. De resultaten zijn te vinden in tabel 4.3. Schoolzone Bebording en markering volledig gesloten Ja, maar op éénrichtingsweg(en) niet Bebording volledig gesloten, markering niet volledig gesloten Markering volledig gesloten, bebording niet volledig gesloten Bebording en markering niet volledig gesloten Tabel 4.3 In hoeverre is de schoolzone gesloten?
Aantal 14 24 12 5
n=109 13% 22% 11% 5%
54
50%
Ruim een derde van de scholen heeft een volledig gesloten schoolzone. In veel gevallen is bebording en markering echter niet aanwezig op éénrichtingsweg(en) in tegengestelde richting. Gemeente Den Haag past sinds enkele jaren op éénrichtingswegen bebording in beide richtingen toe, vandaar dat dit apart in beeld is gebracht. Bebording wordt sindsdien in twee richtingen aangegeven en de markering in één richting, om tegemoetkomende (brom-) fietsers ook op de school te attenderen maar niet de ‘valse’ indruk van een tweerichtingsweg voor autoverkeer te wekken. Daarnaast heeft 16% van de scholen een vrijwel volledig gesloten schoolzone, maar ontbreekt ofwel de bebording ofwel de markering op één of meerdere locaties. Tot slot heeft 50% geen volledig gesloten schoolzone; bij 28% is op één straat geen bebording en markering aanwezig is en bij 22% ontbreekt op meerdere straten bebording en markering. Maatregelen Per school is voor elke aangrenzende straat de aanwezigheid van genomen maatregelen in beeld gebracht. De maatregelen per straat zijn waar mogelijk samengevoegd op schoolniveau waardoor een beeld ontstaat van de maatregelen in elke schoolomgeving. In tabel 4.4 is in absolute aantallen en percentages aangegeven hoeveel scholen een bepaalde maatregel al dan niet in de schoolomgeving hebben.
20
Ja Maatregelen Kiss & ride/afzetzone/tijdsvenster Aanwezigheid oversteekvoorziening voetgangers1
Abs. 9 43
Nee Perc. 8% 42%
Abs. 100 58
Perc. 92% 57%
Zijn er dammetjes aanwezig in de straat 70 64% Zijn er oortjes aanwezig in de straat 82 75% 2 Oversteekziening fietsers 14 14% Schooluitgang: hekjes t.h.v. uitgang 38 35% Schooluitgang: parkeerverbod 11 10% (25 meter links en rechts van schooluitgang) Schooluitgang: stopverbod 13 12% 25 meter links en rechts schooluitgang Gekleurde hekjes of palen 8 7% Snelheidsremmende maatregelen 99 91% Tabel 4.4 In hoeverre is een maatregel aanwezig in de schoolomgeving?
39 27 88 71
36% 25% 86% 65%
98
90%
96
88%
101 10
93% 9%
In de meeste schoolomgevingen zijn ‘oortjes’ aanwezig, namelijk 75%. Ook ‘dammetjes’ zijn goed vertegenwoordigd met 64%. Een dammetje ziet er als volgt uit:
Oortjes zien er als volgt uit:
1
Voor 8 scholen geldt dat er geen oversteekvoorziening voor voetgangers aanwezig is, maar dat het oversteken wel vergemakkelijkt wordt door een inritconstructie (5x), een verhoging (2x) en een verkeerslicht in de omgeving (1x). 2 Voor 7 scholen geldt dat er geen oversteekvoorziening voor fietsers aanwezig is, maar dat het oversteken wel vergemakkelijkt door een oversteek buiten de voorrang (al dan niet met kanalisatiestrepen) naast een zebrapad (5x) en fietsoversteken op een plateau (2x).
21
Kijkend naar snelheidsremmende maatregelen, heeft 60% van de scholen meerdere snelheidsremmende maatregelen in de schoolomgeving, 31% één snelheidsremmende maatregel (totaal heeft zodoende 91% één of meerdere snelheidsremmende maatregelen) en 9% van de scholen geen snelheidsremmende maatregel.
4.3
VERKEERSENQUETE ONLINE
4.3.1
Respons
De online enquête stond opengesteld in de periode vanaf 21 januari 2020 tot en met 2 maart 2020. Van de 64 scholen met schoolzone die hebben aangegeven mee te willen werken aan het onderzoek hebben leerlingen, ouders en/of medewerkers van 49 scholen de enquête ingevuld. Van de 7 scholen zonder schoolzone die hebben aangegeven mee te werken aan het onderzoek hebben leerlingen, ouders en/of medewerkers van 5 scholen de enquête ingevuld. In figuur 4.1 is een overzicht gegeven van de onderzoeksgroep, de bereidheid tot deelname en de uiteindelijke respons. De respons per school varieert van 1 respondent per school tot 240 respondenten per school. Een totaaloverzicht van de respons per school per doelgroep (leerling, ouders, medewerker) is opgenomen in bijlage 4. Het totaal aantal respondenten is gelijk aan 2217 waarvan 458 leerlingen, 1.465 ouders en 282 medewerkers.
Figuur 4.1 Overzicht van de onderzoeksgroep, de bereidheid tot deelname en de respons
22
4.3.2
Uitgangspunten
Bij de analyse en presentatie van de enquêteresultaten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
• •
•
•
Alleen de resultaten van scholen met een schoolzone en een respons groter dan 10 bij ofwel ouders, ofwel leerlingen ofwel medewerkers zijn getoond in de rapportage. De overige scholen hebben een te kleine respons om een statistische analyse op los te laten. De resultaten van deze scholen zijn wel opgenomen in de aan de gemeente opgeleverde excelbestanden, waardoor de informatie niet verloren gaat. Tevens is de informatie van deze scholen meegenomen in het totaaloverzicht. Als de respons 10 of lager is bij leerlingen of ouders, is dit in de rapportage met ‘-‘ aangegeven. Als de respons van medewerkers 10 of lager is, is het resultaat wel in de rapportage afgebeeld. Dit is dan voor de betreffende scholen aangeduid met ‘*’ of ‘**’. De ‘sterretjes’ geven aan of er sprake was van 1 tot en met 5 (*) of van 6 tot en met 10 (**) respondenten. Medewerkers hebben laten weten dat zij door middel van het invullen van de enquête, de mening van meerdere medewerkers vertegenwoordigen. Stellingen uit de enquête konden beantwoord worden met de volgende antwoord categorieën: ‘helemaal mee oneens’, ‘mee oneens’, ‘mee eens’ , ‘helemaal mee eens’ en ‘Weet niet/geen mening.
Om de resultaten in één oogopslag te kunnen bekijken, is de volgende analysemethodiek toegepast: Het percentage dat: o Helemaal mee oneens: vermenigvuldigd met -2; o Mee oneens: vermenigvuldigd met -1; o Mee eens: vermenigvuldigd met 1; o Helemaal mee eens: vermenigvuldigd met 2; o Weet niet / geen mening: antwoord is niet meegenomen. Zodoende ontstaat een schaal van -2 tot 2 voor elke stelling, per school en per doelgroep (leerling, directie/medewerker, ouders) Per stelling zijn de scores bij elkaar opgeteld. Dit resulteert in een totaalscore per school, per doelgroep en geeft een indicatie van de algemene ervaring van de schoolomgeving door de verschillende doelgroepen.
Per stelling is nagegaan of de antwoord categorieën stonden voor een positieve of een negatieve beleving van de verkeersveiligheid in de schoolomgeving. In de beschreven rekenmethode zijn positieve antwoorden met 1 en 2 vermenigvuldigd en negatieve antwoorden met -1 en -2. In tabel 4.3 is per stelling weergegeven of ‘eens’ positief is of ‘oneens’ positief is. In de tabel is gekozen voor afkortingen van de vragen. De volledige vragen zijn opgenomen in bijlage 3. De laatste stelling is alleen aan ouders en medewerkers voorgelegd en betreft een stelling over de aanpak / betrokkenheid of juist de bezorgdheid. Aan deze stelling is geen eenduidige richting toe te kennen.
23
1 Schoolomgeving verkeersveilig 2 Zorgen over veiligheid lopende / fietsende kinderen 3 Verkeer houdt rekening met lopende / fietsende kinderen 4 Er wordt te hard gereden in de schoolomgeving 5 Er gebeuren weinig ongevallen 6 Ouders parkeren netjes in de schoolomgeving 7 In de schoolomgeving zijn veilige oversteekplaatsen 8 Veiligheid is onderwerp van gesprek / agenda Tabel 4.3 Overzicht stellingen en positieve ‘richting’.
24
Eens is positief Oneens is positief Eens is positief Oneens is positief Eens is positief Eens is positief Eens is positief Richting niet te duiden
4.3.3
Resultaten per stelling
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool* Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool
Ouders
Medewerkers
Totaal
Leerlingen
Stelling 1: De schoolomgeving is verkeersveilig (eens is positief) In tabel 4.4 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘De schoolomgeving is verkeersveilig’ 3. Aan de resultaten kunnen de volgende conclusies worden verbonden:
0,5
-0,8
-0,4
0,9 0,1 0,5 0,7 0,4 0,1 0,9 0,6 0,2 0,4 0,9 -
-1,1 -1,1 -0,7 -0,9 -0,8 -1,5 -0,6 -1,3 -0,8 -0,7 -0,7 -0,8 -0,8 -0,8 -0,9 -1,1 0,1 -0,5 -0,9 -0,8 -0,8 -0,6 -
-0,4 -0,5 0,8 1,0 -1,0 -1,0 -1,8 -0,6 -1,3 -0,2 0,2 -0,3 0,3 -0,6 -0,5 -0,6 0,3 -1,0 -0,3 -1,3 -0,9 1,0 -1,2 -0,6
3
• Over het algemeen zijn leerlingen vrij positief over de verkeersveiligheid in de schoolomgeving. Ouders en medewerkers staan hier negatiever tegenover. • de scholen waar de verkeersveiligheid het meest negatief wordt beoordeeld zijn: o
Schoolvereniging
o o
De Vlieger; Dr. J.A. Gerth van
Wolters;
Wijkschool; o Meester Schabergschool; o Prinses Marijkeschool; o Montessorischool Leidschenveen; o Willem de Zwijgerschool; o Van Ostadeschool; o Prof. Mr. A. Anemaschool; o CBS Comenius. •
De meest positieve scholen
zijn: o o o
CBS de Gantel; De Walvis; De Vrije School Den
Haag; o De Maria Montessorischool.
* 1-5 medewerkers hebben de enquête ingevuld. ** 6-10 medewerkers hebben de enquête ingevuld.
25
Tabel 4.4 De schoolomgeving is verkeersveilig (inclusief respons 0-10 medewerkers)
Leerlingen
Ouders
Medewerkers
Stelling 2 (ouders en medewerkers): Ik maak me zorgen over de veiligheid van (mijn) lopende of fietsende kind(eren) in de schoolomgeving. (leerlingen): Ik ben bang dat ik een ongeluk krijg in de buurt van school’ (oneens is positief)
Totaal
0,6
-1,3
-1,0
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool*
1,3 0,3 0,2 -0,3 0,4 -0,1 0,5 0,5 0,7 1,0 1,1 -
-1,2 -1,4 -1,3 -1,4 -1,4 -1,1 -1,1 -1,5 -1,2 -1,0 -1,4 -0,7 -1,5 -1,1 -1,4 -1,6 -0,9 -1,0 -1,6
-1,4 -0,8 -0,8 -1,0 -1,1 -1,2 -1,3 -0,6 -0,8 -1,2 -0,9 -1,0 -0,9 -1,8 -1,7 -1,2 -0,5 -1,0 -1,3
26
Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool • • •
•
-
-1,2 -1,6 -1,0 -
-0,5 -1,0 -1,0 -0,8 -0,8
In tabel 4.5 zijn de resultaten opgenomen van de genoemde stellingen4. Aan de resultaten kunnen de volgende conclusies worden verbonden:
Ouders maken zich in het algemeen veel zorgen over de veiligheid van hun lopende of fietsende kind(eren); Medewerkers maken zich zorgen over de veiligheid van lopende / fietsende kinderen maar over het algemeen in mindere mate dan ouders; Leerlingen zijn niet in grote mate bang dat ze een ongeluk krijgen in de buurt van school. De scholen waar ouders en medewerkers zich het meeste zorgen maken zijn: o Schoolvereniging Wolters; o Dr. J.A. Gerth van Wijkschool; o OBS Benoordenhout; o Montessori Waalsdorp; o Willem de Zwijgerschool; o Van Hoogstratenschool; o Prof. Mr. A. Anemaschool.
Tabel 4.5 Veiligheid kinderen (inclusief respons 0-10 medewerkers)
4
* 1-5 medewerkers hebben de enquête ingevuld. ** 6-10 medewerkers hebben de enquête ingevuld.
27
Leerlingen
Ouders
Medewerkers
Stelling 3 Verkeer houdt in de schoolomgeving rekening met kinderen die lopend of fietsend naar school gaan (eens is positief) In tabel 4.6 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘Verkeer houdt in de schoolomgeving rekening met kinderen die lopend of fietsend naar school gaan’. Aan de resultaten kunnen de volgende conclusies worden verbonden:
Totaal
0,1
-0,5
-0,4
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool* Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool
0,2 -0,6 0,0 0,3 -0,4 -0,7 0,3 0,6 0,2 -0,3 0,5 -
-0,4 -0,7 -0,7 -0,4 -1,0 -0,8 -1,0 -0,3 -0,9 -0,6 -0,4 -0,7 -0,2 -1,3 -0,4 -0,8 0,2 -0,3 -0,5 -0,4 -0,9 -0,4 -
-0,1 -0,5 0,6 1,0 -0,3 -0,8 -1,7 0,2 -0,4 -0,4 0,0 -0,3 0,9 -0,8 -0,7 -0,5 0,8 -2,0 -0,3 -1,2 -1,3 1,0 -1,7 -1,1
• Ouders zijn over het algemeen van mening dat verkeer te weinig rekening houdt met kinderen die lopend of fietsend naar school gaan. • Bij de volgende scholen zijn ouders en/of (enkele) medewerkers per school uitzonderlijk negatief: o Prinses Marijkeschool; o OBS Benoordenhout; o Prof. Mr. A. Anemaschool; o CBS Comenius; o Duinoordschool. • De volgende scholen zijn volgens met name medewerkers positief over het verkeersgedrag van verkeer in de schoolomgeving: o CBS de Gantel; o De Walvis; o De Vuurvlinder; o De Vrije School Den Haag; o Maria Montessorischool.
Tabel 4.6 Verkeer houdt rekening met kinderen (inclusief respons 0-10 medewerkers)
28
29
Leerlingen
Ouders
Medewerkers
Stelling 4 Er wordt te hard gereden in de schoolomgeving (oneens is positief) In tabel 4.7 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘Er wordt te hard gereden in de schoolomgeving’5. Aan de resultaten kunnen de volgende conclusies worden verbonden:
Totaal
0,1
-0,9
-0,8
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool* Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool
0,8 0,0 -0,1 -0,2 0,2 -0,8 -0,3 -0,2 0,0 0,1 0,4 -
-0,4 -0,8 -1,1 -0,9 -0,9 -1,2 -1,0 -1,1 -1,0 -0,9 -0,5 -1,3 -1,1 -0,8 -0,7 -1,5 -0,3 -0,9 -1,2 -1,0 -1,4 -1,0 -
0,2 -0,9 -0,6 -1,0 -1,1 -1,2 -2,0 -0,6 -0,3 -0,8 0,0 -1,0 -1,1 -2,0 -1,5 -0,7 0,0 -2,0 0,7 -1,6 -1,0 -1,0 -1,3 -0,8
5
• Over het algemeen vinden ouders en medewerkers dat er te hard gereden wordt in de schoolomgeving. Voor leerlingen geldt dat (helemaal) mee eens en (helemaal) mee oneens over het algemeen vrijwel in evenwicht zijn; • Ten opzichte van het totaal van alle scholen zijn de volgende scholen opmerkelijk negatief: o Meester Schabergsschool: alle doelgroepen zijn negatief; o Van Ostadeschool; o OBS Benoordenhout (5 medewerkers vulden de enquête in) o Duinoordschool (1 medewerker vulde de enquête in). o Prinses Marijkeschool (6 medewerkers vulden de enquête in). • Positiever dan het gemiddelde zijn de scholen: o Schoolvereniging Wolters; o Voor wat betreft medewerkers: Van Hoogstratenschool, hoewel het opvalt dat ouders hier wel erg negatief zijn over de snelheid van verkeer in de schoolomgeving.
* 1-5 medewerkers hebben de enquête ingevuld. ** 6-10 medewerkers hebben de enquête ingevuld.
30
Tabel 4.7 Er wordt te hard gereden in de schoolomgeving (inclusief respons 0-10 medewerkers)
Medewerkers
Ouders
Leerlingen
Stelling 5 Voor zover ik weet, gebeuren er weinig ongevallen in de schoolomgeving (eens is positief) In tabel 4.8 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘Voor zover ik weet, gebeuren er weinig ongevallen in de schoolomgeving’. Deze stelling is in zijn algemeenheid het meest positief beantwoord van alle stellingen. Dit duidt er op dat de stelling met betrekking tot objectieve verkeersveiligheid positiever is beantwoord dan alle stellingen met betrekking tot factoren die van invloed kunnen zijn op de (subjectieve) verkeersveiligheid. Alleen de Montessorischool Leidschenveen heeft een duidelijke negatieve score. Kijkend naar de ongevallenanalyse is hier niet direct een aanleiding voor te vinden. In de Totaal 0,9 0,3 0,5 schoolomgeving heeft in de periode 2014 t/m 2018 1 slachtofferongeval Schoolvereniging Wolters** 1,5 0,3 1,0 plaatsgevonden gedurende haal- en De Vlieger 0,8 0,4 0,7 brengtijden, waarbij geen 4-12 jarige CBS De Gantel 0,8 0,3 1,2 betrokken was. De Walvis* 0,9 0,4 2,0 De Prinses Marijkeschool heeft een Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** 0,8 0,2 0,3 duidelijke negatieve score onder Meester Schabergschool 1,0 0,0 0,3 medewerkers. Ook voor deze school is Prinses Marijkeschool** 0,6 0,2 -1,3 er niet direct een duidelijke relatie te OBS Houtwijk* 1,4 1,6 leggen met het aantal geregistreerde Montessorischool Leidschenveen 0,4 -0,6 -1,0 ongevallen.
In de schoolomgeving Bavinckschool* 0,8 0,5 1,0 heeft in de periode 2014 t/m 2018 1 slachtofferongeval plaatsgevonden Ds. W.E. den Hertogschool 1,4 0,7 1,4 gedurende haal- en brengtijden, Basisschool Willemspark* 0,6 0,3 waarbij geen 4-12 jarige betrokken De Vuurvlinder 0,3 0,8 was. De Zonnebloem 0,6 OBS Benoordenhout* 0,5 0,6 Montessori Waalsdorp** 0,6 0,5 Willem de Zwijgerschool 0,0 0,5 De Vrije School Den Haag 1,1 1,4 Duinoordschool* 0,4 0,0 Van Hoogstratenschool* 0,4 0,7 Van Ostadeschool 0,1 -0,5 Prof. Mr. A. Anemaschool** 0,3 -0,1 Maria Montessorischool* 0,0 0,5 CBS Comenius -0,1 P. Oosterleeschool 0,1
31
Tabel 4.8 Er gebeuren weinig ongevallen in de schoolomgeving (inclusief respons 0-10 medewerkers)
32
Leerlingen
Ouders
Medewerkers
Stelling 6 Ouders die hun kinderen halen of wegbrengen parkeren netjes waar dat hoort (eens is positief) In tabel 4.9 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘Ouders die hun kinderen halen of wegbrengen parkeren netjes waar dat hoort’. In het algemeen zijn ouders en medewerkers negatief. Opmerkelijk is dat dit de enige stelling is waar ook de leerlingen over het algemeen negatief zijn.
Totaal
-0,4
-0,9
-0,7
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool* Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool
-0,8 -1,4 -0,2 0,3 -0,5 -0,2 -0,1 -0,1 -0,4 0,0 -0,5 -
-1,2 -1,4 -0,7 -0,8 -1,4 0,9 -1,2 -0,6 -0,6 -1,3 -0,3 -0,7 -0,1 -1,1 -1,1 -0,9 -0,2 -0,2 -0,6 -1,2 -1,0 -1,0 -
-1,2 -1,2 -0,3 1,0 -1,0 0,2 -1,2 -0,8 0,4 -1,0 -1,0 0,7 -0,5 -1,0 -0,2 -1,1 -0,1 -1,0 -1,0 -1,5 -1,7 0,5 -1,5 -0,6
33
• Scholen die opmerkelijk negatief zijn: o Schoolvereniging Wolters: alle doelgroepen zijn negatief o De Vlieger: alle doelgroepen zijn negatief; o Dr. J.A. Gerth van Wijkschool: alle doelgroepen zijn negatief; o Ds. W.E. den Hertogschool: alle doelgroepen zijn negatief; o Prinses Marijkeschool; o OBS Benoordenhout; o Willem de Zwijgerschool; o Van Ostadeschool; o Prof. Mr. A. Anemaschool; o CBS Comenius. • Positiever dan het gemiddelde zijn de scholen: o Meester Schabergschool; o Basisschool Willemspark.
Tabel 4.9 Ouders parkeren netjes waar het hoort (inclusief respons 0-10 medewerkers)
34
Leerlingen
Ouders
Medewerkers
Stelling 7 In de schoolomgeving zijn veilige oversteekplaatsen (eens is positief) In tabel 4.10 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘In de schoolomgeving zijn veilige oversteekplaatsen’6. Ouders en medewerkers zijn over het algemeen negatief.
Totaal
0,4
-0,9
-0,5
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool* Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool
0,7 -0,3 0,4 0,5 0,5 -0,1 0,6 0,7 0,5 -0,1 0,5 -
-0,8 -1,7 -0,2 -0,1 -1,6 -1,6 -0,9 -0,5 -1,3 -1,5 -1,5 0,4 -1,5 -0,2 -0,7 -1,4 -1,0 0,2 -0,4 -0,5 -1,0 -0,1 -
-0,1 -1,5 0,7 1,0 -0,8 -1,7 -1,3 -0,2 0,2 -1,0 -1,0 -1,0 1,3 0,4 0,0 -1,3 -1,0 1,0 -1,0 -0,8 -0,6 1,5 -2,0 -0,5
6
• De volgende scholen zijn opmerkelijk negatief: o De Vlieger; o Meester Schabergschool; o Willem de Zwijgerschool; o CBS Comenius. • De volgende scholen zijn opmerkelijk positief ten opzichte van het gemiddelde: o CBS De Gantel; o De Walvis; o De Vuurvlinder; o Duinoordschool; o Maria Montessorischool.
* 1-5 medewerkers hebben de enquête ingevuld. ** 6-10 medewerkers hebben de enquête ingevuld.
35
Tabel 4.10 In de schoolomgeving zijn veilige oversteekplaatsen (inclusief respons 0-10 medewerkers)
36
Stelling 8 (Ouders): Ouders praten vaak samen over de veiligheid rond school . (Medewerkers): De veiligheid van de schoolomgeving staat regelmatig op de agenda
Ouders
Medewerkers
In tabel 4.11 zijn de resultaten opgenomen van de stelling ‘Ouders praten vaak samen over de veiligheid rond school’ en ‘De veiligheid van de schoolomgeving staat regelmatig op de agenda’. Scholen waar opmerkelijk veel over de veiligheid wordt gepraat zijn:
Totaal
0,5
0,5
Schoolvereniging Wolters** De Vlieger CBS De Gantel De Walvis* Dr. J.A. Gerth van Wijkschool** Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool** OBS Houtwijk* Montessorischool Leidschenveen Bavinckschool* Ds. W.E. den Hertogschool Basisschool Willemspark* De Vuurvlinder De Zonnebloem OBS Benoordenhout* Montessori Waalsdorp** Willem de Zwijgerschool De Vrije School Den Haag Duinoordschool* Van Hoogstratenschool* Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool** Maria Montessorischool* CBS Comenius P. Oosterleeschool
0,9 0,6 0,5 0,5 0,6 0,3 0,3 0,7 0,3 0,2 0,4 0,3 0,4 0,5 0,6 0,6 0,0 0,0 0,0 0,2 1,0 0,4 -
1,7 1,1 0,6 -1,0 1,0 0,3 0,2 0,6 0,9 0,6 0,6 0,7 0,0 -0,2 1,3 1,2 -0,4 1,0 -0,7 -0,3 1,7 0,0 0,0 -0,1
• • •
Schoolvereniging Wolters; Montessorischool Leidschenveen; Prof. Mr. A. Anemaschool.
Voor medewerkers geldt dat de score duidt op de mate waarin veiligheid aandacht krijgt vanuit de school (mate van aanpak). Op de volgende school krijgt verkeersveiligheid veel aandacht: • • • • • • •
Schoolvereniging Wolters; De Vlieger; Dr. J.A. Gerth van Wijkschool; Montessori Waalsdorp; Willem de Zwijgerschool; Duinoordschool; Prof. Mr. A. Anemaschool.
Tabel 4.11 (inclusief respons 0-10
medewerkers)
37
4.3.4
Totaalscore
Wanneer de score van stelling één tot en met zeven wordt opgeteld, ontstaat een beeld van hoe de verkeersveiligheid in de schoolomgeving in zijn algemeenheid wordt ervaren. In tabel 4.12 is de totaalscore per school terug te vinden. Opvallend negatief zijn de volgende scholen (score < -10): • De Vlieger; • Dr. JA. Gerth van Wijkschool; • Meester Schabergschool; • Prinses Marijkeschool; • Willem de Zwijgerschool; • Van Ostadeschool; • Prof. Mr. A. Anemaschool. Opvallend positief zijn de volgende scholen: • CBS de Gantel; • De Walvis; • De Vuurvlinder; • De Vrije School Den Haag; • Maria Montessorischool. OBS Houtwijk heeft ook een positieve score maar bij deze school hebben alleen leerlingen en medewerkers de enquête ingevuld waarbij beide groepen niet veel afwijken van het gemiddelde van alle scholen voor de betreffende doelgroep. Verklaring opvallend positief versus opvallend negatief Aanwezige voorzieningen Om te kunnen verklaren waarom genoemde scholen ofwel positief ofwel negatief uit het onderzoek naar voren komen, is op basis van de schouw in beeld gebracht welke voorzieningen bij de betreffende scholen aanwezig zijn. In tabel 4.12 is per school zichtbaar welke voorzieningen in de schoolomgeving aanwezig zijn. Op basis hiervan kan niet direct een verklaring gevonden worden waarom bepaalde scholen erg negatief en waarom scholen erg positief uit de enquête komen.
Wat opvalt is dat bij drie van de vijf (het merendeel) scholen die positief naar voren kwamen, een oversteekvoorziening voor voetgangers aanwezig is. En dat bij de zeven scholen die opvallend negatief naar voren komen, slechts bij één school een voorziening voor voetgangers aanwezig is. Echter, bij de Vrije School Den Haag zijn behalve een snelheidsremmende voorziening, geen andere voorzieningen aanwezig. Toch komt deze school positief uit het onderzoek naar voren.
38
Kiss&Ride/afzetzone
oversteekvoorziening voetgangers
dammetjes
oortjes
Oversteekziening fietsers
hekjes ter hoogte van schooluitgang
Schooluitgang: parkeerverbod
Schooluitgang: stopverbod
Snelheidsremmende maatregelen
Gekleurde hekjes of palen
Opvallend negatief Opvallend positief
De Vlieger Dr. JA. Gerth van Wijkschool Meester Schabergschool Prinses Marijkeschool Willem de Zwijgerschool Van Ostadeschool Prof. Mr. A. Anemaschool CBS de Gantel De Walvis De Vuurvlinder De Vrije school Den Haag Maria Montessorischool
0 x 0 0 0 0 0 0 0 x 0 0
0 0 0 ? 0 x 0 x 0 x 0 x
0 x x x 0 0 x 0 x x 0 x
x x x x 0 x x x x 0 0 x
0 0 ? 0 0 x 0 x x 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 x 0 0
x 0 0 0 0 0 x 0 0 0 0 0
0 0 0 0 x 0 0 0 0 0 0 0
x x x x x x x x x 0 x x
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
? anders x aanwezig - niet aanwezig
Tabel 4.12 Aanwezigheid voorzieningen opvallend positieve en opvallend negatieve scholen Verkeersgedrag De enquêteresultaten laten zien dat bij de scholen waar opvallend goed wordt gescoord de aanwezigheid van veilige oversteekplaatsen (met uitzondering van de Vrije school Den Haag) een hoge waardering krijgt. Op deze scholen parkeert het grootste deel van de ouders die hun kinderen halen of brengen met de auto netjes waar dat hoort en er wordt rekening gehouden met lopende en fietsende kinderen. Snelheid lijkt minder van invloed te zijn op een subjectief (on)veilige schoolomgeving, want hoewel deze scholen over het algemeen tevreden zijn over hun schoolomgeving, wordt wel aangegeven dat er te hard gereden wordt. Wat ook opvalt is dat bij deze scholen, ondanks de relatief positieve score, ouders alsnog bezorgd zijn over de veiligheid van hun lopende en fietsende kinderen in de schoolomgeving. Scholen die in de totaalscore opvallend negatief of positief naar voren komen, zijn benaderd om geïnterviewd te worden zodat aanvullende informatie van deze scholen kan worden verzameld, aan de hand waarvan wellicht wel een verklaring kan worden gevonden. Met de interviews achterhalen wij bij de positieve scholen hetgeen er volgens de scholen voor nodig is om een positief beeld te laten zien. En bij negatieve scholen wat maakt dat de scores negatief zijn.
Uitleg totaaltabel In tabel 4.13 zijn voor alle scholen met een schoolzone en een respons groter dan 10 bij één of meerdere doelgroepen (ouders, leerlingen en/of medewerkers) de resultaten opgenomen. De totaaltabel met daarin de resultaten van alle scholen is digitaal aan de gemeente Den Haag aangeleverd. Per stelling (verticaal) is per school (horizontaal) de score weergegeven voor leerlingen, ouders en medewerkers. De weergave is als volgt opgebouwd: • Scores tussen -2 en -1 zijn rood gearceerd, tussen -1 en -0,5 oranje, tussen -0,5 en 0,5 niet gearceerd, tussen 0,5 en 1 lichtgroen en tussen 1 en 2 donkergroen;
39
• •
•
Als de respons 10 of lager is bij leerlingen of ouders, is dit met ‘-‘ aangegeven. Als de respons van medewerkers 10 of lager is, zijn de betreffende scholen aangeduid met ‘*’ of ‘**’. De ‘sterretjes’ geven aan of er sprake was van 1 tot en met 5 (*) of van 6 tot en met 10 (**) respondenten. De scores van deze scholen zijn vetgedrukt en schuingedrukt. De totaalscores zijn weergegeven per doelgroep en daarnaast als totaal optelling van alle doelgroepen. Op basis van deze scores zijn scholen als opvallend negatief of positief gescoord, rekening houdend met het gemiddelde van alle scholen (referentie) en welke doelgroepen van de betreffende school de enquête hebben ingevuld.
40
To t a
Sch o
olve ren igin gW De olte Vlie rs** ger CBS De Gan tel De Wa lvis* Dr. J.A. Ger th v an W Me ijksc este hoo r Sc l** hab e rgsc Prin hoo ses l Ma rijke sch OBS ool ** Hou twij k* Mo nte sso risc hoo Bav l Le idsc inck hen sch ool vee * n Ds. W.E . de nH erto Bas gsc issc hoo hoo l lW illem De spa Vuu rk* rvlin der De Zon neb loe m OBS Ben oor den hou Mo t* nte sso ri W a a lsdo Wil lem rp* * de Z wijg ersc De hoo Vrij e Sc l hoo l De Dui n Haa noo g rds cho o l* Van Hoo gstr ate nsc Van hoo Ost l* ade sch o o Pro l f. M r. A . An em Ma asc ria M hoo l** ont esso risc CBS hoo Com l* eni us P. O oste rlee sch ool
Doe lgro ep
1 1 1
Leerl. Ouders Med.
0,5 -0,8 -0,4
0,9 -1,1 -0,4
0,1 -1,1 -0,5
0,5 -0,7 0,8
0,7 -0,9 1,0
0,4 -0,8 -1,0
0,1 -1,5 -1,0
0,9 -0,6 -1,8
0,6 -0,6
0,2 -1,3 -1,3
0,4 -0,8 -0,2
0,9 -0,7 0,2
-0,7 -0,3
-0,8 0,3
-0,8 -
-0,8 -0,6
-0,9 -0,5
-1,1 -0,6