CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307827 Bijlage 1

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Nota stadsbomen (RIS307827)27.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze methode is nu nog kostbaar. De techniek is nog volop in ontwikkeling. Het meten van de kroonoppervlakte vanuit de lucht wordt wereldwijd wel al in veel steden toegepast, waaronder Londen, Toronto en New York.

Een goede groeiplaats voor een stadsboom Ik, eik, koning onder de bomen, sta hier vlak bij het paleis van de koning, op de Bezuidenhoutseweg. Het is voorjaar en krokussen bloeien om mij heen. De zon breekt door. Mijn knoppen zie ik tintelen van plezier. De vorst en winterrust zijn eindelijk voorbij. Het regent, maar ik vind het geweldig. Al die druppels op de grond. Natuurlijk niet genoeg voor wat ik altijd drink. Maar als ik echt dorst heb dan neem ik een slokje uit de grond, zo ongeveer een meter diep. Daar is het ook heerlijk luchtig. Ik sta goed stevig met mijn voeten, ik heb veel ruimte om mij heen. Bij een beetje wind krijg je mij echt niet om. Nog maar kort geleden (tenminste, op een bomenleven) ben ik hier geplant, in 2006. Samen met een bont gezelschap aan bomen vergroenen we de middenberm van deze prachtige laan. Niet strak in het gelid, maar als door een reus uitgestrooid, verschillende soorten door elkaar. Als eik houd ik niet zo van verharding, maar in deze groene ondergrond voel ik me prima op mijn plek. Wat een prachtig voorjaar, wat een prachtig leven!

Eik aan Bezuidenhoutseweg. Foto: Jurriaan Brobbel.

Lange Voorhout, kroonoppervlak van onderaf. Foto: Fleur Beemster. Nota Stadsbomen

36

i-Tree: De ecosysteemdiensten van bomen uitdrukken in geld Zo’n tien jaar geleden gaf de toenmalige burgemeester Bloomberg van New York twee gerenommeerde universiteiten opdracht om de waarden van bomen zo objectief mogelijk middels ecosysteemdiensten te berekenen. Daar kwam de open software van i-Tree uit voort. De waardebepaling gebeurt binnen i-Tree op basis van het kroonoppervlak van bomen. Het programma heeft inmiddels verschillende updates gehad en wordt door circa 200 steden in de wereld toegepast. Steden als New York, Londen en Toronto hebben hiervoor een i-Tree-programma en monitoren hiermee hun doelen. Het doel van bijvoorbeeld Londen is om in de periode 2015-2025 te groeien van 20% naar 25% kroonoppervlak. In 2050 willen ze een stijging van 10% kroonoppervlak hebben bereikt. Den Haag was drie jaar geleden een van de initiatiefnemers om te komen tot een goed werkende Nederlandse versie. Daar zijn tot nu toe 16 gemeenten, 2 universiteiten en 5 bedrijven bij betrokken. In 2017 is hiervoor een eerste meting uitgevoerd voor toepassing van i-Tree in Den Haag. Dit maakte onderdeel uit van een landelijke pilot. Hiermee is voor het centrumgebied de waarde van een aantal ecosysteemdiensten van de bomen berekend.

De waardebepaling kan in de toekomst worden ingezet om keuzes in projecten en beheer te onderbouwen met als doel om de kwaliteit van de leefomgeving te laten toenemen. Het resultaat van de landelijke pilot heeft bruikbare informatie opgeleverd om verder te gaan. We hebben daarbij drie ecosysteemdiensten gemeten. Dit zijn de ecosysteemdiensten luchtzuivering, CO2-opslag en waterafvang. Wanneer dit stadsbreed wordt toegepast, levert dit miljoenen euro’s aan waarde op. Slechts met het berekenen van drie ecosysteemdiensten leveren de 150.000 bomen in de gemeente Utrecht jaarlijks 1,5 miljoen euro op. Wanneer alle ecosysteemdiensten worden toegepast, zal dit bedrag naar verwachting minstens een factor 10 hoger zijn. Maar zover is het nog niet. Het model moet nog verder ontwikkeld worden voordat het echt bruikbaar is. De aandacht gaat daarbij uit naar het kunnen berekenen van de andere ecosysteemdiensten, de betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid van de data en het uitwerken van de manier van het meten van het kroonoppervlakte. Dat vraagt tijd om dit goed te doen. We verwachten rond 2025 met een bruikbaar i-Tree model te kunnen werken.

37

Kroonoppervlak. Foto Martina van der Vegt.

Kiezen voor kwaliteit en kwantiteit Om meer kroonoppervlak te realiseren, kan zowel worden gekozen voor kwaliteit als voor kwantiteit. Bij kwaliteit gaat het bijvoorbeeld om het kiezen voor de juiste boomsoort en het maken van een goede groeiplaats, zodat bomen optimaal groeien en hun kroonoppervlak vergroten. Bij kwantiteit gaat het uiteraard om het planten van meer bomen. We kiezen in eerste instantie voor kwaliteit. Het realiseren van kwantiteit (meer bomen) doen we ook, maar is minder eenvoudig omdat niet overal nog ruimte beschikbaar is voor het realiseren van een goede nieuwe groeiplaats waar nieuwe bomen gezond groot kunnen worden.

Bij een goede groeiplaats is er boven en onder de grond voldoende ruimte voor de boom om te groeien. In de Breedstraat is de verharding hiervoor verwijderd en zijn vaste plantenvakken gemaakt. De bomen staan nu

Goede groeiplaatsen voor goed presterende bomen, wat betekent dat?

in ‘open’ grond. Foto Jurriaan Brobbel.

Om tot meer kroonoppervlakte te komen zijn goede groeiplaatsen belangrijk. Bomen kunnen dan oud worden, in al hun levensfases goed presteren en geven geen overlast door bijvoorbeeld wortelopdruk. Dat betekent dat we in projecten niet altijd kiezen voor behoud van bomen. Als de bomen in een slechte of matige staat zijn en de groeiplaats nu slecht is of weinig perspectief biedt kiezen we, in combinatie met het maken van nieuwe goede groeiplaatsen, voor vervangende aanplant. De ideale groeiplaats van een boom, dus ook een stadsboom is open grond, zonder dichte verharding. In parken, plantvakken en gazons hebben bomen over het algemeen voldoende wortelruimte beschikbaar. De boomwortels kunnen hier hun ideale weg zoeken en bomen zijn daar vaak goed ontwikkeld. Langs wegen is dit vaak anders. Wanneer een groeiplaats aan de bovenkant dicht is door bijvoorbeeld asfalt of een andere vorm van bestrating, groeien boomwortels niet de diepte in, maar ontwikkelen ze zich vlak onder de verharding. Daar is namelijk meer zuurstof, vocht en voeding te vinden. Het kan leiden tot bekende problemen zoals hobbels in een geasfalteerd fietspad of losliggende tegels door wortelopdruk.

In de stad staat 62% van de stadsbomen in of vlakbij verharding. Dat is voor de boom een onnatuurlijke groeiplaats, en veel stadsbomen groeien daardoor niet optimaal. Het doel voor nieuwe en bestaande groeiplaatsen is daarom om de eigenschappen van de open grondsituaties zoveel mogelijk te benaderen. Goed geworteld: bomen stellen eisen Door de eeuwen heen hebben bomen het steeds moeilijker gekregen. In de 16e eeuw vonden bomen nog een optimale groeiplaats in de stad. Maar na 1850, toen de grootschalige stedelijke ontwikkeling begon, veranderde de openbare ruimte, door industrialisering en nieuwe technologie, in een rap tempo.

Nota Stadsbomen

38

Slechte groeiplaatsen (boven) en goede groeiplaatsen (onder). Foto’s: Jurriaan Brobbel.

39

Ontwikkelingen rond riolering, elektriciteit, aardgas, drinkwater en telecommunicatie vulden de ondergrond met kabels en leidingen. De komst van de auto vroeg om het verharden van wegen en de aanleg van parkeerplaatsen. Vooral het asfalteren zorgde ervoor dat nauwelijks meer lucht en water in de bodem kon doordringen. Jaren 50 tot 70; te weinig ruimte onder- en bovengronds In de nieuwe wijken van de jaren 50 tot 70 werden veel stadsbomen in de bestrating geplant. In woonstraten ging het vooral om kleinblijvende boomsoorten, zoals meidoorns. Omdat de groeiplaatsen beperkt waren, waren de bomen slecht gegroeid en vatbaarder voor ziekten. Veel van deze meidoorns zijn dan ook niet oud geworden. In deze periode zijn ook veel grote bomen zoals iepen en populieren geplant. Deze bomen kregen weliswaar een paar kubieke meter voedingsbodem mee, maar in de verharding was vaak weinig ondergrondse wortelruimte aanwezig. Op sommige plekken groeien de bomen goed, op andere plekken niet. Op zoek naar voeding, lucht en vocht, drukken de wortels op diverse plekken de verharding op en veroorzaken zo problemen. Door intensiever ruimtegebruik (zoals parkeren, het leggen van kabels en leidingen en het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers) zijn de groeimogelijkheden van veel bomen verder achteruit gegaan.

Het wordt steeds drukker boven en onder de grond Er is inmiddels veel kennis hoe wortelopdruk en slechte groei voorkomen kan worden. Het inrichten van een goede ruime groeiplaats speelt daarbij een cruciale rol. Als vuistregel geldt dat een boom boven de grond net zoveel ruimte nodig heeft als onder de grond. Bij aanplant is de kroon van een jonge boom dan ook net zo groot

als de wortelkluit. Tijdens de groei kan een boom boven en onder de grond uiteindelijk een diameter krijgen van wel 5 tot 20 meter. Rondom de boom nemen zowel boven als onder de grond de ruimteclaims toe. Naast de al bestaande kabels en leidingen, komen er ondergrondse afvalcontainers bij, worden warmtenetten gelegd en wordt het elektriciteitsnetwerk verzwaard. Hoogbouw genereert meer wind en verandert de lichtinval. De inrichting van de groeiplaats heeft dan ook extra aandacht nodig. Den Haag nam in 2017 het raadsbesluit Op naar duurzame warmtevoorziening 2040 (RIS297287). Deze transitie leidt tot de aanleg van leidingnetwerken voor warmtenetten en individuele warmtevoorzieningen via koude-warmteopslag of geothermie. Dat betekent een extra ruimtebeslag ondergronds, met daarbij ook de door nutsbedrijven geëiste vrije zones. Deze nieuwe ontwikkelingen gaan voor veel graafwerkzaamheden zorgen. Daarbij is het belangrijk om de bestaande bomen goed te beschermen. Een kabel of de stoep kan bij schade eenvoudig worden hersteld. De boom daarentegen is een levend object. Wanneer wortels of bast worden verwijderd is de schade vaak blijvend. Wortelschade kan ook er toe leiden dat een vitaal ogende boom op termijn omvalt omdat de stabiliteitswortels zijn afgekapt. Graafwerkzaamheden zijn niet alleen een bedreiging.

Bij ontwikkelingen bestaan kansen voor het aanleggen van grotere groeiplaatsen (werk met werk maken), wanneer de buitenruimte na de graafwerkzaamheden moet worden heringericht. We willen graag prettig fietsen, maar het asfalteren van fietspaden pakt voor bomen ondergronds niet altijd goed uit. Het asfalt sluit zuurstof af en vraagt ondergronds om een zwaar verdicht puincunet dat voor wortels ondoordringbaar is. Dit heeft een nadelige invloed op de toekomstverwachting van bomen. Het is dan ook belangrijk

Nota Stadsbomen

40

41

om vooraf goed te onderzoeken wat het effect van asfalteren is zodat dit aspect in een goede belangenafweging kan worden meegenomen. Dit is benoemd in een commissiebrief over de voortgang van het asfalteren van fietspaden (RIS 303152). Het asfalteren van bestaande fietspaden is al bijna gereed. Wel komen er nieuwe fietspaden in asfalt bij. Het doel is dat de fiets in 2040 het belangrijkste vervoersmiddel in de stad is. Daarvoor worden nieuwe fietspaden in asfalt aangelegd. Dit is beschreven in Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den Haag 2040 (RIS 302960). Tegelijkertijd wordt bij herinrichting van andere verkeerswegen ingezet op het verminderen van het aandeel asfalt. Bomen kunnen hiervan profiteren omdat bij het gebruiken van een klinkerverharding er meer lucht, voeding en vocht bij de wortels kan komen.

Het asfalteren van fietspaden kan een nadelige invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen. Onderzoek d.m.v. een BEA is belangrijk. Foto Arnaud Roelofsz.

Beleid voor de ondergrond De discussie over ondergrondse belangen is niet nieuw. Het wordt echter nog onvoldoende integraal en lang niet altijd op een gelijkwaardig niveau gevoerd. Voldoende groeiruimte voor goed presterende bomen is één van de ruimteclaims. De ecosysteemdiensten van stadsbomen worden over het algemeen onvoldoende gelijkwaardig geschaald aan andere – op korte termijn financieel aantoonbare – belangen. Een integrale kijk op de ondergrond, en vroegtijdig ontwerpen van de ondergrond is noodzakelijk voor een goede belangenafweging. Om het proces te beschrijven en de belangenafweging te borgen gaat de gemeente werken aan een nota over de ondergrond. Ook andere gemeenten en organisaties zien het belang in van een integrale aanpak. In 2020 is dan ook de landelijke citydeal openbare ruimte van de Rijksoverheid gestart. Den Haag neemt hier actief aan deel. Omgaan met de belangen voor de ondergrond is hierbij een van de bespreekpunten.

Tobias Asserlaan, ook bomen in tuinen dragen bij aan het totale kroonoppervlak van de stad. Foto: Martina van der Vegt. Nota Stadsbomen

42

In Den Haag beschikken we over stresskaarten voor het klimaat. In deze kaarten is zichtbaar op welke plekken de weersextremen de meeste en de minste invloed hebben. Kaarten zijn beschikbaar voor hitte, droogte en extreme neerslag. Een eerste analyse toont dat op plekken met extreme droogte, ook sprake is van perioden met extreem hoge neerslag. De probleemoplossing lijkt zo voorhanden te liggen en vraagt om een nadere studie.

Drukte in de ondergrond. Illustratie: gemeente Den Haag.

Technieken voor een goede groeiplaats De nog jonge bomen op de Groot Hertoginnelaan zijn in het najaar van 2014 geplant. De berm heeft een beperkt volume en het grondwater zit diep. In de zesde zomer na aanplant hebben de bomen nog last van de droogte. Bij droge zomers krijgen de bomen dan ook extra water. Dat is niet gebruikelijk. De bomen kunnen zo nog niet op eigen wortel staan en zijn gevoeliger voor uitval. Bij nieuwe ontwerpen van de openbare ruimte wordt daarom meer aandacht besteed aan de groeimogelijkheden van bomen in het veranderende klimaat. Perioden van langdurige droogte komen bijvoorbeeld vaker voor. De juiste soortkeuze is extra belangrijk (zie hoofdstuk 2). Maar nog belangrijker is het om goed na te denken over de groeiplaatsomstandigheden. Een voldoende grote groeiplaats zorgt voor een betere droogteresistentie.

43

Een voor de stad nieuwe ontwikkeling is de aanleg van daktuinen, zoals bij de overkluizing/daktuin van de A12. We zien dit als een onderdeel van natuurinclusief bouwen. Het levert een prachtige vergroening op voor de stad. Een daktuin is wel een kunstmatige groeiplaats omdat bomen niet bij het grondwater kunnen komen. Er moet dan ook geïnvesteerd worden in speciale waterreguleringssystemen en in de opbouw van de bodem. Realisatie en beheer van een goede groeiplaats voor gezonde bomen is hier vaak niet eenvoudig en kost extra inspanning. Dit moet aan de voorkant van een project worden afgewogen en financieel worden geborgd (zie hoofdstuk 4). Als stad hebben we veel ervaring met bomen in bakken. Het is de meest onnatuurlijke groeiplaats voor een boom. Het is te warm bij hitte, te nat bij hevige regenval en er is te weinig ruimte om goed te kunnen wortelen. Het vergt extra aandacht om de boom hier te laten groeien. Bomen in bakken passen we daarom alleen nog maar toe als laatste redmiddel en alleen op plekken waar decoratief groen noodzakelijk is voor de leefkwaliteit. Dit past daarbij alleen op plekken waar we een hofdstadkwaliteit hebben en dan alleen op plekken waar de bakken noodzakelijk zijn als aankleding. De gebieden met een hofstadkwaliteit zijn aangewezen in de Kadernota Openbare Ruimte. De Kadernota wordt in 2021 geactualiseerd.

Aanplant van extra bomen

De afgelopen jaren zijn extra stadsbomen geplant. Hiervoor is ondermeer het vergroeningsbudget van € 2,5 mln gebruikt. Kinderen hebben bomen geplant tijdens de jaarlijkse boomfeestdagen. Bewoners hebben in participatieprojecten hun straten vergroend. Ook hebben beheerders op geschikte locaties extra bomen geplant. Meestal ging het dan om open plaatsen in een rij bomen, of een straathoek waar bomen toegevoegd konden worden. Voor veel locaties is het alleen mogelijk om extra bomen te planten als er wordt heringericht zoals op de Beeklaan of bij grote infrastructuurprojecten zoals de Sportlaan. Op deze wijze worden jaarlijks tientallen tot honderden goede bomen, bij voorkeur met een goede groeiplaats, toegevoegd aan het Haagse stadsbomennetwerk. De afgelopen jaren is op verschillende manieren onderzoek gedaan naar de kansen. Dit onderzoek blijven we continueren. Dit hebben we verder uitgewerkt in bijlage 6 . Het uitgangspunt bij de zoektocht naar plekken voor extra bomen is dat er groeiplaatsen gerealiseerd worden voor goed presterende bomen (zie kader). De nog beschikbare locaties in de stad zijn hiervoor slechts beperkt aanwezig. Met name herinrichting van de gehele openbare ruimte biedt kansen voor nieuwe aanplant. Zo bestaan kansen voor extra bomen bij een veranderende mobiliteit. Bijvoorbeeld als er minder straatparkeerplekken in de stad van de toekomst nodig zijn.

Dan ontstaat er ondergronds en bovengronds ruimte voor bomen en het realiseren van groene middenbermen.

De Hoefkade kent veel boomloze plekken. Met het verbeteren van de sterfietsroute CentrumSchilderwijk-Moerwijk bestaat de kans een boomstructuur aan de straat toe te voegen. Foto: Jurriaan Brobbel.

We planten alleen extra bomen als er een goede groeiplaats aanwezig is In de praktijk zijn er diverse plekken in de bestaande stad waar ruimte aanwezig lijkt voor nieuwe stadsbomen maar waar ondergronds te weinig ruimte is om een goede toekomstbestendige groeiplaats te realiseren. Bijvoorbeeld omdat de ondergrond vol ligt met kabels en leidingen. De minimale voorwaarden voor het aanplanten van nieuwe bomen zijn daarom gelijk aan de voorwaarden voor de aanplant van bomen bij projecten (zie hoofdstuk 4) of voor de aanplant van bomen bij vervanging van stadsbomen (zie hoofdstuk 5). Als de ondergrondse ruimte niet aan deze minimale eisen voldoet planten we geen bomen. We hebben hier uit het verleden van geleerd. De boom kan hier namelijk niet groot en oud worden. In zijn zoektocht naar vocht, voeding en zuurstof bestaat anders een grote kans dat de boom in de toekomst problemen gaat veroorzaken, zoals wortelopdruk.

Nota Stadsbomen

44

Soms kies je ervoor om geen bomen te planten We kiezen ervoor om veel microklimaten in de stad te maken. Bomen zijn daarbij belangrijk. Maar niet overal worden bomen toegepast. Het kan zijn dat een grasberm doelbewust wordt vrijgehouden van bomen om er een zonnige, schrale en rijkbloeiende berm van te maken waar wilde bijen en dagvlinders voedsel kunnen vinden. De stadsnatuur heeft hier baat bij (zie onze Nota Stadsnatuur). Ook open plekken voor recreatief gebruik houden we soms liever zonnig. Soms kunnen er ook geen bomen worden geplant. De straat is bijvoorbeeld te smal waardoor er bovengronds geen ruimte is voor bomen. Of de straat ligt vol met kabels en leidingen, waardoor het juist ondergronds te krap is. In Scheveningen is het vlakbij de kust, vanwege de zoute wind, ook niet altijd mogelijk om bomen te laten groeien.

Voor bloemrijk gras is licht nodig. Op deze plekken zijn extra bomen niet gewenst. Foto: Martina van der Vegt.

45

Kabels en leidingen: door maatwerk toch bomen planten op plekken waar het ‘niet’ kan Wortels concurreren onder de grond met andere belangen. Daarvoor zijn allerlei richtlijnen. Een boom van de 1e en 2e grootte zetten we op minimaal 1,75 meter van kabels en leidingen onder de grond. Een 3e grootte boom op 1 meter. Hiermee voorkomen we knelpunten bij onderhoud en vervanging van bomen, maar ook van kabels en leidingen. Omdat de ondergrondse ruimte vaak beperkt is, wordt in de praktijk regelmatig afgeweken van de richtlijnen. Dat kan met verschillende technische oplossingen. Bijvoorbeeld door het gebruiken van een mantelbuis of kabelgoot voor kabels. Het dieper leggen van leidingen, of het herorganiseren van de kabels en leidingen naar een speciale plek in de straat. De wortels kunnen ook ondergronds worden gestuurd door het plaatsen van wortelplaten en wortelschermen. En met een goede groeiplaats voor bomen kan je de plek waar hij wortelt ook sturen. Het aantal zwaardere kabels en leidingen in de stad gaat verder toenemen. Het wordt dan ook steeds drukker onder de grond. Nutspartijen zoals Tennet en de Gasunie claimen hiervoor ook wortelvrije ruimten. Dit is van belang voor het veilig kunnen beheren van de kabels en leidingen. Door hun harde claim lijkt het in eerste instantie niet mogelijk op plekken op of nabij de kabels en leidingen bomen te planten.

Of er kunnen alleen kleinblijvende bomen worden aangeplant. Nutspartijen hebben deze strenge regels vooral opgesteld om in gesprek te komen over plannen. Nutspartijen gaan praktisch om met de situaties en in projecten is maatwerk mogelijk. Het is het gezamenlijk belang om voorzieningen, veiligheid en leefkwaliteit in de stad te waarborgen.

Er zijn dus best mogelijkheden om boven of dicht in de buurt van kabels en leidingen met een beschermingszone grote bomen te planten. Wel hebben de zwaardere kabels en leidingen bij calamiteiten prioriteit, en niet de bomen. Moet er iets gebeuren of is sprake van een onveilige situatie, dan moet de boom direct verwijderd kunnen worden. In veel gevallen is dat niet nodig, en kan de boom jarenlang blijven staan. Door op deze locaties maatwerk te leveren en het gesprek met de nutspartijen aan te gaan kunnen we ook dichtbij kabels en leidingen op meer plekken in de stad – grote – toekomstbestendige bomen planten of behouden en zo meer belevingswaarde en kroonoppervlak creëren.

Zorgvuldig omgaan met bestaande bomen

Regelmatig worden kabels en leidingen vervangen, vinden evenementen plaats en worden reconstructies en bouwplannen gerealiseerd. Bij al deze activiteiten moeten de bomen zo goed mogelijk worden beschermd. Wanneer kap van bomen onvermijdelijk is moet een transparante afweging van belangen worden gemaakt. Uitgangspunten De gemeente heeft het uitgangspunt dat bomen met een redelijke tot goede conditie, dus gezonde en goed groeiende bomen, zo lang mogelijk blijven staan. Er bestaan ook bomen met een matige of slechte conditie. De conditie wordt in projecten geïnventariseerd tijdens de initiatieffase. Hiervoor wordt de Planbeoordeling Haagse Bomen gebruikt. Bij projecten van groot onderhoud en herinrichting bekijken we voor de bomen met een matige of slechte conditie de mogelijkheden om beter te presteren. Dit doen we door de bestaande groeiplaats te onderzoeken op verbeterpunten. Als we onvoldoende resultaat verwachten kunnen we er ook voor kiezen de bomen te vervangen door nieuwe bomen met een nieuwe toekomstbestendige groeiplaats.

Bomen boven de hoogspanningsleiding Op de Prinsegracht zijn in 2006 bomen aangeplant bovenop een ondergrondse hoogspanningsleiding. De grond boven die leiding hoeft eigenlijk nooit meer open, tenzij er een calamiteit optreedt, of als de leiding vernieuwd moet worden. Zonde om daar geen bomen op te zetten, eigenlijk. Daarom zijn er speciale afspraken gemaakt met TenneT, de kabelbeheerder. Er mogen wel bomen boven de leiding geplant worden, maar er is afgesproken dat die direct verwijderd mogen worden als de kabel vervangen wordt of als een veiligheidsgevaar dreigt. Een mooi voorbeeld van hoe er toch bomen kunnen worden geplant op een plek waar het volgens de regels eigenlijk niet kan. De Prinsegracht zonder bomen is toch ondenkbaar?

Prinsegracht. Foto: Jurriaan Brobbel.

Nota Stadsbomen

46

Voorkant van de folder Werken bij Haagse bomen. Illustratie:

aar voor de groenbeleving, maar ook

n het milieu. Het belang van bomen is bij

d. Maar een stedelijke omgeving veran-

gewerkt aan en in de openbare ruimte.

eral op straat tegenkomen, is het goed

Werken bij Haagse bomen

bomen in Den Haag worden gemeente Schades DenaanHaag. berekend via het Rekenmodel Boomwaarde van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Schades worden verhaald op de veroorzaker.

an bij bomen als er gewerkt wordt.

bomen zijn immers vaak pas jaren later

zaakt door onwetendheid.

Voorkom schade!

gen Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag Postbus 12 651 2500 DP Den Haag 14 070 www.denhaag.nl/bomen Vormgeving Teresa Jonkman (BNO) Februari 2016

Bij herinrichtings- en stadsontwikkelingsprojecten, maar ook bij grote overlast door stadsbomen, kan het zijn dat een ander maatschappelijk belang prevaleert boven het behoud van de bomen. Het verwijderen van een boom is dan een gevolg. Den Haag streeft ernaar kap zoveel mogelijk te voorkomen en kijkt standaard naar mogelijke alternatieven om een boom toekomstbestendig te behouden. Is het verwijderen van de boom onvermijdelijk dan wordt eerst gekeken of de boom kan worden verplant (zie het afwegingskader in het Routeboek Stadsbomen in Projecten). Lukt dat niet en moet de boom worden gekapt dan volgt een herplantplicht. Wanneer herplant ook niet mogelijk is volgt een financiële compensatie door een storting in het bomenfonds. Dit bomenfonds is er speciaal om jaarlijks nieuwe bomen in de stad terug te kunnen planten.

47

Instrumenten Regels voor het kappen van bomen hebben we opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag. Daarnaast hebben we nog een aantal instrumenten die een zorgvuldige werkwijze en beoordeling mogelijk maken. De folder Werken bij Haagse Bomen wordt beschikbaar gesteld aan alle bedrijven die in de openbare ruimte werken bij bomen zodat zij weten wat wel en niet mag. De Planbeoordeling Haagse Bomen is een verplicht instrument bij ontwikkelingen in de stad zodat de bomen binnen de projectgrenzen vroegtijdig worden geagendeerd. De planbeoordeling wordt ingevuld door een boomdeskundige. Als een boom toch moet worden gekapt, verplant of aanzienlijk gesnoeid, gebruikt de gemeente bij haar beoordeling het Belangenafwegingsformulier (RIS 288980) met bijbehorende richtlijnen, zie bijlage 5. Hiermee kan een transparante afweging van belangen worden gemaakt. Bij het beoordelen van een aanvraag worden de waarden van de boom afgewogen tegen de belangen van de aanvrager bij het kappen van de boom. De belangen worden getoetst op natuur-, educatieve, milieu-, belevings- en gebruikswaarden. Bij het actualiseren van het belangenafwegingsformulier krijgt de term ecosysteemdiensten een belangrijke rol en worden meer ecosysteemdiensten opgenomen in het wegingskader.

 tadsbreed denken over verbeteren kroonS oppervlak

Kroonoppervlak is er voor de hele stad en in de hele stad. Dat houdt niet op bij de stadsbomen en eigenlijk ook niet bij stadsgrenzen. Stadsbomen zorgen feitelijk maar voor een relatief klein deel van al het blad in de stad. Bomen en struiken in bos, plantsoen en op particulier terrein dragen net zo goed bij aan het kroonoppervlak in de stad. Het vergroten van het kroonoppervlak in de stad is niet alleen een opgave voor ons als gemeente, maar een opgave voor de hele stad. We enthousiasmeren de stad door nieuwe bomen beschikbaar te stellen voor scholen en bewoners. We maken hiervoor spelregels. Het is een uitwerking van het initiatiefvoorstel Bomen maken de stad: buiten de gebaande paden op zoek naar ruimte voor extra bomen (RIS301742). Voor de Binckhorst is in het daarvoor opgestelde omgevingsplan het Haagse puntensysteem opgenomen voor natuurinclusief bouwen. Op diverse gebouwen zijn daktuinen ontworpen waarbij ook constructies worden gemaakt die het gewicht van bomen en struiken kunnen dragen. Op de hogere en particuliere plekken wordt zo ook gewerkt aan meer kroonoppervlak. Daarnaast hebben we de ambitie om een nieuw bos te realiseren in de Vlietzone. Dit werken we uit in een aparte gemeentelijke visie voor dit gebied. Ook initiatieven voor Haagse bosjes dragen bij aan extra kroonoppervlak.

Verkenning Haagse Iconen, kansen voor de groenblauwe structuur van de stad Het rapport Haagse Iconen, kansen voor de groenblauwe structuur van de stad (RIS302827) is een verkenning voor extra vergroening van de stad. Een selectie van veelbelovende ideeën is geclusterd tot zeven icoonprojecten. De top 7 projecten zijn CID/Bernardviaduct/Utrechtsebaan, Stadsboulevard Laak, Binckhorstpark/ Trekvlietzone, Knoop Moerwijk, Schenkzone, Zuidwest en Verversingskanaal. In al deze projecten gaat het om voorstellen die leiden tot waardevolle kwaliteitsverbeteringen in of nabij intensiveringsgebieden, én die forse investeringen vergen. Ze hangen nauw samen met de wijze van transformatie van de gebieden waarin ze gelegen zijn.

Haagse Iconen Kansen voor de groenblauwe structuur van de stad

Maart 2018

Voorkant van het

Ook willen we de kansen verkennen om met onze regiogemeenten een groter kroonoppervlak in de regio te realiseren.

rapport Haagse Iconen. Illustratie: Must.

Nota Stadsbomen

48

Haagse bosjes brengen meer kroonoppervlak in de wijk Den Haag heeft allerlei soorten bossen van groot tot klein. De bossen liggen meestal buiten de woonwijken. Geïnspireerd door de beweging van Tiny Forest van het IVN, brengen we het bos graag in de woonwijk. Dat doen we door het aanleggen van Haagse bosjes. We noemen het Haagse bosjes en geen mini-bosjes. De term mini-bosjes is namelijk geregistreerd als merknaam. Voor het aanleggen hiervan moet je aan specifieke voorwaarden voldoen. Natuurlijk ondersteunen wij deze officiële mini-bosjes, ook wel Tiny Forest genoemd. Maar ook andere bosjes zien wij graag in onze stad terug. We kijken zo als stad graag breder naar de mogelijkheden en omarmen ook initiatieven die op een andere manier aansluiten bij onze doelstellingen voor meer kroonoppervlak en het maken van een toekomstbestendig netwerk. Een idee van de AVN (Algemene Vereniging voor Natuurbescherming) past ook onder de noemer Haagse bosjes. Dit idee gaat over het aanplanten van groepen struiken en extra bomen rondom een bestaande boom. Op die manier maak je een micro-bosje. Dit kan bijvoorbeeld op plekken waar nu grote gazons zijn, bijvoorbeeld in Ypenburg. Op deze manier wordt kleinschalige natuur gemaakt, wat goed is voor vlinders en bijen en de gehele natuurlijke kringloop.

Er is een natuurlijke bron aan voeding voor de boom want het vallende blad blijft tussen de struiken liggen en kan verteren. Ook wordt hiermee schade aan bomen – door het maaien van gazon – voorkomen. 12 m

12 m

Bron: Buro Sant en Co.

49

Aan de slag!

Net als andere internationale steden willen we een duidelijk doel formuleren: meer kroonoppervlakte in de stad om de ecosysteemdiensten en daarmee de leefkwaliteit in de stad te bevorderen. Op dit moment zijn de huidige technieken om kroonoppervlakte te meten nog in ontwikkeling. De meting moet jaarlijks reproduceerbaar en vergelijkbaar zijn. Daar zijn landelijke meetinstructies voor nodig. De verwachting is dat dit in 2025 voldoende is uitgewerkt (zie hoofdstuk 6 – Vinger aan de pols). We bepalen voor nu een voorlopig doel: In 2030 hebben we 5% meer kroonoppervlak dan in 2021. In 2025, als we precies kunnen meten, evalueren en bepalen we dit doel opnieuw. Tot 2025 houden we goed bij hoeveel stadsbomen aanwezig zijn en hebben als doel dat dit aantal groeit. We experimenteren met het meten van kroonoppervlak en vergelijken de jaren met elkaar. Hierbij benoemen we de betrouwbaarheid van de gegevens en de factoren die van invloed zijn op de resultaten in een periode. Het meten van kroonoppervlakte willen we doen om twee redenen: 1. Kroonoppervlak geeft aan hoe groen zich ontwikkelt in de stad. 2. Met kroonoppervlak kunnen we de ecosysteemdiensten van bomen, en daarmee de leefkwaliteit in de stad, berekenen. We realiseren meer kroonoppervlak in de stad door:

• Verbetermaatregelen te benoemen/onderzoeken voor de groeiplaats/inrichting van de openbare ruimte in relatie tot uitval van bomen door droogte (actiepunt 9); • Verder te gaan met ons onderzoek om meer bomen aan de stad toe te voegen (actiepunt 10); • Actief in gesprek te gaan met nutspartijen met als doel in de toekomst binnen de beschermingszone van zwaardere kabels en leidingen – grote – bomen te kunnen planten. Het doel is dit gesprek in samenspraak met de G4-steden op te pakken (actiepunt 11); • Aan de slag te gaan met een nota over de ondergrond. We geven de groeiplaats van bomen een plaats in de discussie. Voor goed presterende bomen doen we daarvoor een ruimteclaim op de ondergrond. Dit is verwoord in de richtlijn ondergrondse groeiplaatsen. In samenwerking met de TU-Delft wordt gezocht naar innovatieve mogelijkheden; • Zorgvuldig om te gaan met onze bestaande gezonde en goed groeiende bomen; • Slecht presterende bomen in projecten te vervangen door nieuwe bomen met een toekomstbestendige groeiplaats; • Stadsbreed te denken over het verbeteren van het kroonoppervlak. Als stimulans delen we actief bomen uit aan bewoners en scholen. Hiervoor worden spelregels gemaakt (actiepunt 12).

• Goede groeiplaatsen voor goed presterende bomen aan te leggen. Hier hebben we normen voor ontwikkeld die o.a. zijn opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte; • Voor alle boomstructuren de kwaliteit van de bomen en de groeiplaatsen te onderzoeken en verbetermaatregelen te benoemen. Dit is voor de hoofdboomstructuur al gedaan. Op basis daarvan wordt in 2021 en 2022 een start gemaakt met het verbeteren van 650 groeiplaatsen (actiepunten 7 & 8);

Nota Stadsbomen

50

We werken als gemeente aan een gezonde leefbare stad. Riolen, kades en wegen worden vernieuwd, tramtracé’s voor nieuwe trams heringericht en woningen en bedrijfsgebouwen gebouwd. Vaak zijn dit kleine projecten, maar ook gaat het om projecten van tientallen miljoenen euro’s. Een kleine greep uit lopende en afgeronde projecten van de afgelopen tien jaar zijn: (gebieds)ontwikkelingsprojecten Binckhorst, Zuid-West, CID, projecten voor mobiliteit zoals de Rotterdamsebaan en de trambaanverbreding op de Scheveningseweg. Projecten vanuit beheer zoals kademuur vervangingen in het centrum en projecten voor groot of achterstallig onderhoud zoals de Melis Stokelaan, de Groot Hertoginnelaan en de opknapwijken Kraayenstein, Houtwijk, Nieuw-Waldeck en Mariahoeve, de parkeergarage Tournooiveld, herinrichtingen van gebieden zoals de Haagse Loper en de pleinenaanpak. De projecten worden vanuit verschillende afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie geleid. De aanleiding voor een project kan verschillend zijn, maar de integraliteit is in alle projecten zichtbaar. Door integrale samenwerkingen wordt het beste resultaat gehaald voor de gewenste leefkwaliteit van de stad. In al onze projecten is het zorgvuldig omgaan met de bestaande bomen een voorwaarde. Ook worden kansen benut voor aanplant van nieuwe bomen.

Daarbij wordt in elk project rekening gehouden met de hoofddoelen voor bomen in onze stad: meer kroonoppervlak en werken aan een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk. 51

4 Programma voor projecten Extra bomenhulp bij projectwerk

Voor bewoners en de gemeenteraad is het van belang dat de waarden van de bomen in een project transparant en eenduidig in beeld worden gebracht. In een project worden dan dezelfde stappen doorlopen en wordt het belang van de bomen meegewogen in de besluitvorming. We noemen dat open zijn in wat we doen bij projecten. Daar kunnen we ons nog in verbeteren. Daarom wordt gewerkt aan vertrouwen ten aanzien van de afwegingen die door de gemeente worden gemaakt bij projectwerk. Alle afwegingen helder maken Om een goede belangenafweging te kunnen maken is participatie essentieel. Graag voeren we het gesprek over wat gewenst en noodzakelijk is en wat het gewenste toekomstbeeld is. Bomen hebben een lange levensduur. Het gaat ons om het kroonoppervlak in onze stad en de ecosysteemdiensten die de bomen tijdens hun

Victory Boogie Woogie: de stad in constante verandering Van 1942 tot aan zijn dood in 1944 werkte Piet Mondriaan in New York aan zijn bekende schilderij Victory Boogie Woogie. Dit kunstwerk is in het Kunstmuseum van Den Haag te bewonderen. Het schilderij was nog niet af en Mondriaan had het daarvoor ook constant veranderd. Zoals het Kunstmuseum op hun website vertelt: “Het schilderij moet allerlei tegengestelde begrippen – die samenvallen met de metropool New York – in beeld brengen. Chaos en orde, groot en klein, licht en donker, snel en langzaam, statisch en dynamisch, steeds anders en altijd hetzelfde, levendig en verheven.” Elk stedelijk landschap kun je op deze manier beschrijven. De stad verandert constant want de stad leeft. De basis van de stad blijft vaak wel gelijk door de eeuwen heen. Maar in het stedelijk weefsel gebeurt veel. De mobiliteit en stadsuitbreidingen hebben in de 20e eeuw een grote invloed gehad. Bijvoorbeeld het slopen van honderden huizen voor het realiseren van een nieuwe verkeersroute door de Vondelstraat in de jaren 20. Ook is de stad in de eeuwen flink uitgebreid. Recent met de ontwikkeling van Wateringse Veld en Vroondaal. Stadsbomen groeien mee met deze voortdurend ontwikkelende stad. In projecten moeten daarom voor bomen keuzes worden gemaakt zoals bij de Sportlaan of Scheveningseweg.

Ons doel is de (boom)belangen daarbij zo transparant mogelijk in beeld te brengen. Als Mondriaan nu opnieuw had gewerkt aan zijn Victory Boogie Woogie, dan had dit schilderij er opnieuw anders uitgezien.

Illustratie: Wikimedia Commons

De stedelijke omgeving is constant in beweging en dat knelt wel eens met bomen die statische maar levende objecten zijn. We hebben in de afgelopen tien jaar gemerkt dat onze inwoners kritisch volgen hoe we in projecten met bomen omgaan. De parkeergarage bij het Tournooiveld, de herinrichting van het Paleisplein, het vervangen van kademuren en recentelijk het project van herinrichting van de Koekamp zijn hier voorbeelden van. Deze projecten hebben met elkaar gemeen dat de gemaakte belangenafweging ten aanzien van bomen in twijfel wordt getrokken. Met enige regelmaat wordt een juridische procedure gestart tegen een verleende kapvergunning.

Een van de resultaten van het project voor de Rotterdamse Baan is een nieuwe hoofdboomstructuur aan de Binckhorstlaan. Foto: Jurriaan Brobbel. Nota Stadsbomen

52

leven (kunnen) vervullen. Eén robuuste, markante boom kan meer betekenen en meer impact hebben dan meerdere kleine bomen. Aantallen bomen zijn in de toekomst minder leidend. Maar er zijn ook situaties denkbaar waar het beter is om te kiezen voor nieuwe bomen met een toekomstbestendige groeiplaats dan het behoud van oudere bomen die in een matige staat zijn, een slechte groeiplaats hebben en daardoor nauwelijks meer groeien. Hulp bij projecten: de stadsbomenadviseur Den Haag heeft veel projecten en projectleiders die ook regelmatig wisselen. Om op een eenduidige manier met bomen in projecten om te gaan is het gewenst om de te nemen stappen te borgen. Dat doen we door een kader te scheppen maar ook door een helpende hand te bieden. De stadsecologen vervullen ten aanzien van stadsnatuur al een dergelijke rol in onze projecten. Het is gewenst om een vergelijkbare inzet ook voor bomen te kunnen doen: de ‘stadsbomenadviseur’. Het gaat dan om projectadviseurs met een politieke en stedelijke antenne. Ze vertegenwoordigen het beleid en de belangen van bomen in de stad. Gedurende de looptijd van een project adviseren zij direct en actief aan de projectleider en houden in het hele project een vinger aan de pols. Zij zorgen voor een groene toets in alle fasen van het project.

Stadsbomenadviseurs hebben kennis van, passie voor en kunde in hun vakgebied die daardoor het vertrouwen van de stad voor het uitoefenen van hun vak verkrijgen. Ze borgen de ambities op hun vakgebied en zijn een eerste aanspreekpunt over stadsbomen. In projecten geven ze sturing aan het volgen van de juiste projectstappen en zijn ambassadeurs voor het belang van groene stadskwaliteiten. In navolging van New-York, Londen en Toronto, waar tree-officers een bekend begrip zijn onderzoeken we de wenselijkheid en bekostiging van stadsbomenadviseur(s) voor onze stad.

53

Gecoördineerde inbreng van belangengroepen tijdens een ontwerpproces We gaan de mogelijkheid onderzoeken voor het realiseren van een structurele en gecoördineerde inbreng vanuit de bestaande belangengroepen tijdens een ontwerpproces. Voor te ontwikkelen beleid is er een Stedelijk Groenoverleg. Voor projecten is op dit moment geen structureel overleg of structurele advisering aanwezig. Er zijn verschillende overlegvormen die andere steden hiervoor gebruiken. In de gemeente Eindhoven is bijvoorbeeld het Trefpunt Groen in het leven geroepen, Het Trefpunt Groen brengt de belangen van individuen en belangengroepen in kaart. Dit wordt tijdens het ontwerpproces gedaan. De opbrengst wordt gebundeld en aan het college van burgemeester en wethouders aangeboden. Deze methode wordt beginspraak genoemd. Het Trefpunt zegt trots te zijn op de beginspraak omdat het effect heeft en geld wordt bespaard.

Routeboek Stadsbomen in Projecten

Het is voor een projectleider van een nieuwe ontwikkeling of herinrichting niet altijd mogelijk om door de bomen het bos te zien. Er bestaan simpelweg veel wetten, regels, richtlijnen en normen waar in een project rekening mee moet worden gehouden. Dat geldt niet alleen voor bomen, maar voor alle onderdelen van een project. Om interne en externe projectleiders goed op weg te helpen hebben we het Routeboek Stadsbomen in Projecten gemaakt. Dit routeboek helpt met het doorlopen van alle benodigde stappen om het belang van bomen voldoende te onderzoeken. Met deze informatie kan in een project een transparante belangenafweging plaatsvinden. Het routeboek zorgt voor een eenduidige werkwijze en informatievoorziening. Een eerlijk instrument dat iedereen – gebruikers, bewoners, raadsleden, ambtenaren – eenvoudig inzicht geeft in hoe

de belangen van bomen zijn onderzocht en afgewogen. Het routeboek is een apart document, maar integraal onderdeel van deze nota. Kort samengevat luidt het routeboek als volgt: Stap 1. Initiatieffase: Hoe staat het met de huidige flora en fauna en welke ecosysteemdiensten levert het groen nu in het projectgebied? • 1A. Planbeoordeling Haagse Bomen • 1B. Beoordeling bestaande ecosysteemdiensten projectgebied • 1C. Beoordeling aanwezige flora en fauna Stap 2. Schetontwerp-Voorlopig Ontwerp: Van planvoorbereiding tot besluitvorming: Hoe gaan we om met bestaande bomen en wat zijn de kansen voor een toekomstbestendig netwerk, meer kroonoppervlak en hogere ecosysteemdiensten? • 2A. Onderzoek kansen voor extra kroonoppervlak, verbeteren bestaande Haagse stadsbomennetwerk en stadsnatuur • 2B. Schetsontwerp (SO) met behoud en inpassing van zoveel mogelijk bomen • 2C. Boom Effect Analyse (BEA) 2.0 • 2D. Afwegingskader verplanten bomen • 2E. Voorlopig ontwerp (VO) met ontwerp van de ondergrond • 2F. Opnemen gevolgen voor bomen in bestuurlijke besluitvorming over VO Stap 3. Definitief Ontwerp & Besteksvoorbereiding: Hoe maken we de juiste groeiplaats en kiezen we toekomstbestendig? • 3A. Ontwerpeisen stadsbomen • 3B. Inrichting groeiplaats • 3C. Soortkeuze: Sortimentslijst Haagse bomen

1

2

3

4

5

6

7

Normen Onderwerp

Conditie Slecht Matig Redelijk Goed Ernstige overlast van de boom Veroorzaakt de boom (of bomen) al reeds gedurende langere tijd overlast voor de omgeving in de vorm van ernstige lichtbelemmering, schurende takken langs de gevel of aanzienlijke worteldruk. Stamdiameter op 130 cm. hoogte < 25 cm 25 - 50 cm > 50 cm Boomgrootte 3e grootte (< 6 meter) 2e grootte (6-12 meter) 1e grootte (> 12 meter) Groeivorm Slechte/afwijkende groeivorm Opgekroonde snoeivorm Bijzondere groeivorm of soorteigen habitus Ruimtelijke betekenis Niet of deels zichtbaar vanaf de openbare weg Volledige zichtbaar vanaf de openbare weg Is indrukwekkend voor de omgeving Ecologische c.q. milieuwaarde

Beoordeling

Stap 1A. Planbeoordeling Haagse Bomen.

De boom of boomgroep is ecologisch waardevol (zie toelichting). Vormt een onderdeel van de Stedelijke Ecologische Hoofdstructuur. Conclusie en advies

* Ingevuld formulier aanvullen met één of meerdere foto’s!

Stap 4. Uitvoering en Nazorg • 4A. Werken bij Haagse bomen • 4B. Nazorg Haagse bomen Stap 5. Beheer (zie Routeboek Beheer Stadsbomen)

Nota Stadsbomen

54

55

Toekomstbestendig netwerk: extra aandachtspunten

Laan van Meerdervoort: kans voor een groene

Streef naar de Haagse groene middenberm bij herinrichting van hoofd- en ontsluitingswegen Voor projectgebieden gaan we uit van het uitbreiden en realiseren van meer groene middenbermen met groene functies. Omdat in de toekomst mogelijk minder straatparkeerplekken nodig zijn als gevolg van de veranderende mobiliteit, ontstaat ruimte om de middenbermen te vergroenen. Zo kunnen we het groene karakter van Den Haag in de toekomst versterken. Als een groene middenberm niet haalbaar is, vanwege bijvoorbeeld de beperkte breedte van de straat, dan is het doel om groeiplaatsen aan de zijkanten te optimaliseren door bijvoorbeeld gebruik te maken van (bredere) zijbermen en de bodemruimte onder parkeerplaatsen en voet-/fietspaden. Constructies met speciale kratten of betonconstructies in de grond kunnen helpen om te zorgen dat de wortels genoeg lucht houden en auto’s toch kunnen parkeren. Bij geasfalteerde fietspaden zijn maatwerkoplossingen nodig om bomen van voldoende lucht vocht en voeding te voorzien. Hef de ontbrekende schakels in de Hoofdboomstructuur op en vul nieuwe wenslijnen in De bomen in de Hoofdboomstructuur bieden de stad de waardevolste ecosysteemdiensten, en moeten dus toekomstbestendig zijn. Daarom vormen zij onze belangrijkste zorg, samen met de monumentale bomen.

We hebben in de bestaande Hoofdboomstructuur ontbrekende schakels en wenslijnen benoemd voor een hoofdboomstructuur in de toekomst. Dit is op kaart vastgelegd (zie pagina 23). Nieuwe aanleg en projecten van herinrichting bieden kansen om deze ontbrekende schakels en wenslijnen te realiseren of om op bestaande lijnen extra bomen aan te planten. Soms moet

middenberm in de toekomst. Foto: Jurriaan Brobbel.

daarbij worden overwogen om over de projectgrenzen heen te stappen. Aandacht voor het realiseren van een goede groeiplaats bij een ‘daktuin’ op straat Op locaties waar onder de openbare ruimte een garage of tunnel is bedacht, meestal hoogstedelijke plekken, zijn stadsbomen vaak zeer gewenst voor de leefkwaliteit. Hier biedt een kunstmatige ondergrondse groeiplaats een uitkomst. We noemen het kunstmatig omdat er door de barrière in de grond geen natuurlijke grondwaterstroom of bodemopbouw is. Om goed groeiende bomen te krijgen, is het daarom noodzakelijk om juist hier een toekomstbestendige groeiplaats te maken. De minimale eisen aan kubieke meters groeiruimte gelden dus zeker ook voor deze bomen.

Bij de herinrichting van de ‘Loper Oude Centrum’ zorgen de grote maat nieuwe bomen voor extra leefkwaliteit. Foto: Jurriaan Brobbel. Nota Stadsbomen

56

In de praktijk blijkt het ontwikkelen van de toekomstbestendige groeiplaats een uitdaging en in alle gevallen een maatwerkoplossing. Het realiseren van voldoende doorwortelbare ruimte en de maximaal toelaatbare druk op het ondergrondse gebouw vraagt om extra aandacht. De discussie daarover wordt soms te laat in een project gevoerd. Het resultaat kan dan onbeheerbaar en niet toekomstbestendig zijn: de bomen groeien niet goed, er zijn alleen kleinere bomen mogelijk, of het groen moet met regelmaat vervangen worden. Met een slecht resultaat en hoge kosten tot gevolg.

2.

Al in de SO-fase van een project wordt een integraal ontwerp en beheerplan opgesteld voor het bouwwerk en de bovengelegen groeiruimte met bomen. Dat betekent dat vooraf integraal wordt nagedacht over de extra statische belasting op het bouwwerk en wie het in de toekomst beheerd. De statische belasting is een extra belasting naast de dynamische belasting van bijvoorbeeld voertuigen. Standaard wordt de zwaarste draagkracht voor de constructie vereist. LM1 wordt dit genoemd. Bij een goede motivering en ontwerp kan hiervan worden afgeweken. De toekomstig beheerder wordt intensief bij het project betrokken.

Een goede ondergrondse ruimte vraagt een financiële investering. Van belang is dat vooraf bekend is welke investering nodig is om grote bomen te maken en te houden op een plek. Om verrassingen achteraf te voorkomen wordt het belang van deze duurdere groeiplaatsen al in de initiatieffase benoemd. Het wordt opgenomen bij de eerste projectonderhandelingen en het opstellen van anterieure overeenkomsten en PVE’s.

Het profiel van een daktuin op straatniveau

Om de bomen in deze ‘daktuinen’ succesvol te laten groeien gelden specifieke uitgangspunten. We starten een verder onderzoek naar best practices en specificeren de eisen voor daktuinen. Succesvolle principes worden nader uitgewerkt en opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte.

situatie beplanting bovenop (open grondsituatie) situatie met verharding bovenop

verharding. Bij een situatie met beplanting is sprake van een minder hoge opbouw dan bij een situatie met verharding.

57

1.

We simuleren kunstmatig een zo natuurlijk mogelijke situatie. Zo moet een schijngrondwaterstand worden gemaakt. De toe- en afvoer van (regen)water wordt ‘geregeld’. Er moet voldoende toevoer zijn van voedingsstoffen en er wordt rekening gehouden met verdichting. De bomen worden goed verankerd en bovenal moet er voldoende wortelruimte zijn.

-30

doorwortelbare ruimte met groeimedium 75 cm 3e grootte boom 100 cm 2e grootte boom 120 cm 1e grootte boom

uitgetekend. Links met beplanting, rechts met

mv 0

mv 0

-75 tot -120 -100 tot -145 -120 tot -165 start ondergrondse constructie

schoon zand voor capillaire werking 25 cm kunstmatig profiel voor water +/- 20-30 cm

-105 tot -150 -130 tot -175 -150 tot -195 start ondergrondse constructie

ondergronds gebouw

Bomen in Doorwortel- Zandbed voor open grond bare ruimte capillaire met bomenwerking grond grondwater en voorkomen zuurstofloosheid 1e grootte 2e grootte 3e grootte

120 cm 100 cm 75 cm

3.

4.

30 cm 30 cm 30 cm

Minimaal totaal profiel

De bekendste daktuin van Den Haag

>20 cm >20 cm >20 cm

165 cm 145 cm 120 cm

De bekendste ‘daktuin’ op straatniveau ligt in Den Haag op het Plein. Onder het Plein is in de jaren ’80 namelijk een parkeergarage gebouwd. De bomen zijn hier bovenop geplant. Er is destijds gekozen voor een profiel van circa 150 cm diep. Hoewel er problemen zijn geweest met het regelen van de schijngrondwaterstand doen de bomen het er zichtbaar goed.

25 cm 25 cm 25 cm

Bomen in Verharding Doorwortel verharding met bare zandbed ruimte met Haags bomenzand

1e grootte 2e grootte 3e grootte

Schijngrondwaterstand dmv kunstmatig profiel voor water

120 cm 100 cm 75 cm

Zandbed Schijnvoor grondcapillaire waterwerking stand dmv grondkunstmawater en tig profiel voorvoor water komen zuurstofloosheid 25 cm 25 cm 25 cm

>20 cm >20 cm >20 cm

Minimaal totaal profiel

195 cm 175 cm 150 cm

Voor nieuwe daktuinen op straat waar ook een nieuwe ondergrondse constructie wordt gemaakt wordt standaard een profiel aangelegd geschikt voor bomen van de 1e of 2e grootte. Het zijn vaak hoogstedelijke plekken en hier is een goede bijpassende maat bomen voor nodig. Alleen bij een goede motivering waarom in de openbare ruimte vanuit het ontwerp gezien bomen van de 3e grootte beter passend zijn kan hiervan worden afgeweken. Het minimale profiel voor deze bomen voor een situatie met verharding en een situatie met groen (open grond) is opgenomen in de afbeelding en bijbehorende tabel.

Plein. Foto: gemeente Den Haag.

Nota Stadsbomen

58

Daktuinen op hoogte: bomen op, in en aan gebouw In 2019 hebben we, als eerste Nederlandse gemeente, voor bouwprojecten van ontwikkelaars een keuzelijst met natuurvriendelijke maatregelen gemaakt. Dit heet het puntensysteem voor natuur- en groeninclusief bouwen. Iedere maatregel krijgt een bepaald aantal punten. Hoe natuurvriendelijker de maatregel, hoe hoger het aantal punten. De gemeente bepaalt per bouwproject het benodigde puntenaantal, gekoppeld aan de grootte van het project. Het puntenaantal staat zo dus in verhouding tot de ontwikkeling. Ontwikkelaars kunnen door dit systeem zelf creatieve keuzes maken. Het doel van het puntensysteem is om groene gebouwen te realiseren die bijdragen aan de biodiversiteit en aantrekkelijkheid van de stad. Het maken van daktuinen met bomen levert een hoge puntenwaardering op. Het draagt bij aan het vergroten van het kroonoppervlak van de stad. Ook hier geldt het belang van een goede groeiplaats en maatwerk. De opbouw van de groeiplaats met grond, vocht en groen voegt ook gewicht toe aan het gebouw. Het is nodig om vroegtijdig na te denken over een voldoende constructie voor de gewenste bomen. Een ander belangrijk onderwerp is de windgevoeligheid van de bomen. Hoger gelegen vangen de bomen meer wind. En het gebouw of de omliggende gebouwen kunnen zorgen voor een ‘onnatuurlijke’ wind.

59

Sfeerimpressie Dakpark (bewerking: gemeente Den Haag).

Borgen kwaliteit van aanplant via gemeentelijke directielevering Voor een goede start van bomen in de stad worden alleen bomen van een goede kwaliteit geplant. In projecten wordt een lagere kwaliteit meestal pas opgemerkt bij oplevering. Bomen worden dan niet zo snel meer omgewisseld. Door alle bomen standaard via de gemeente te leveren (via een directielevering) wordt in projecten gezorgd voor het behoud van kwaliteit. Dit wordt ook standaard gedaan bij het vervangen van bomen (zie hoofdstuk 5).

Meer kroonoppervlak: extra aandachtspunten Goede groeiplaatsen voor toekomstbomen als uitgangspunt De ecosysteemdiensten van een stadsboom zijn het hoogst als de boom gezond is en gezond kan uitgroeien, dus een optimale groeiplaats heeft, zowel boven- als ondergronds. Bij nieuwe

Groeiplaats voor projecten toekomstboom 1e grootte toekomstboom 2e grootte toekomstboom 3e grootte

Doel leeftijd (minimaal streven naar)

Minimale grootte groeiplaats ondergrond

60 jaar 60 jaar 30 jaar

> 20 m3 > 15 m3 > 7,5 m3

aanplant in projecten worden goede groeiplaatsen aangelegd. We noemen dit groeiplaatsen voor toekomstbomen. Om een boom van de 1e grootte optimaal gezond uit te laten groeien is idealiter minimaal 40 m3 ondergrondse groeiruimte nodig. In dichtbebouwd, stedelijk gebied zijn dergelijke situaties vaak niet haalbaar of realistisch. We hanteren naast onze ambitie daarom een minimum grootte van de groeiplaats. Voor bomen van de 1e grootte is dit minimaal 20 m3 ondergrondse groeiruimte. Voor

Groeiplaats Lange Vijverberg. Foto: gemeente Den Haag.

Nota Stadsbomen

60

een boom van de 2e grootte kiezen we voor minimaal 15 m3. Voor de 3e grootte is dit minimaal 7,5 m3. De bomen hebben hiermee meer groeiruimte dan vroeger gebruikelijk. Bij een goede aanleg zorgen we met deze minimale eisen ook dat de kans op problemen als wortelopdruk sterk afnemen. Het aanleggen van de groeiplaats op het ambitieniveau blijft altijd een wens. Daarmee kan de boom echt zijn optimale groei en grootte bereiken. De richtlijnen voor groeiplaatsen zijn uitgebreid beschreven in het Handboek Openbare Ruimte. Ontsteen de openbare ruimte Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte besteden we aandacht aan het minimaliseren en verwijderen van stenen, tegels en asfalt. Dit geeft kansen voor het verbeteren van groeiplaatsen. Door te ontstenen, door waar kan de rijbaan of het trottoir te versmallen, realiseren of verbreden we groene bermen langs wegen. Een voordeel voor bomen is dat ze zo meer ruimte krijgen om te groeien in de onder- en bovengrond. Maar er zijn meer voordelen: de bredere bermen vangen ook meer water op bij regen, waardoor minder water wordt afgevoerd naar het riool of een sloot. Groot onderhoud groeiplaatsen combineren met riool, wegen, tramtracés en kades Groot onderhoud is regelmatig nodig om de openbare ruimte netjes en veilig te houden. Dat geldt voor riool, wegen, tramtracés en kades, maar ook bij bomen is er sprake van groot onderhoud.

Bij groot onderhoud vindt vaak werk plaats rondom de boom. Ook dan is er een kans voor het realiseren van een betere groeiplaats. Het streven is dan een groeiplaats voor een toekomstboom te maken. Wanneer de ruimte beperkt is kan ook nieuwe voeding worden toegevoegd aan de bestaande groeiplaats. Op dit moment

61

is er structureel € 0,5 mln. beschikbaar voor werk-met-werk voor wegen en groen. Daarnaast zijn er incidentele budgetten zoals het extra groen budget en een speciaal werk-met-werkbudget deze collegeperiode. In projecten vervangen van slecht presterende bomen door nieuwe bomen met een goede groeiplaats Soms moet in een project worden gekozen voor het verwijderen van bestaande bomen om een duurzaam toekomstig netwerk op te bouwen. Bijvoorbeeld wanneer bomen veel overlast veroorzaken in de vorm van wortelopdruk, te groot zijn voor de woonstraat of als de bomen een slechte of matige conditie hebben en nauwelijks groeien. In de vier wijken met achterstallig onderhoud (Kraayenstein, Nieuw-Waldeck, Houtwijk en Mariahoeve) wordt dit gedaan. Dat kan op de korte termijn betekenen dat het kroonoppervlak en dus ecosysteemdiensten op een locatie tijdelijk verdwijnen of verminderen. Maar voor de toekomst betekent het dat nieuwe bomen, na het realiseren van een goede groeiplaats beter kunnen groeien en daarmee betere ecosysteemdiensten kunnen leveren. Het benodigde onderzoek voor een transparante afweging wordt beschreven in het Routeboek Stadsbomen in Projecten. Houd de ondergrondse ruimte beschikbaar voor boomwortels van de toekomst De ruimte onder parkeerstroken is vaak geschikt als nieuwe plek voor boomwortels. Trottoirs liggen vaak te vol met kabels.

Juist in de strook onder de parkeerplaats kunnen de wortels van toekomstige bomen nog een plek krijgen zonder dat er sprake is van een luchtdichte bovengrondse afsluiting. In het ontwerp van de ondergrondse ruimte is het daarom van belang deze zones onder parkeerplaatsen zoveel mogelijk vrij te houden van claims voor andere ontwikkelingen.

Geslaagde werk met werk projecten. Met de klok mee: Beeklaan, Goeverneurlaan, Rijswijkseweg, Scheveningseweg. Foto’s: Valerie Kuypers.

Nota Stadsbomen

62

Een plaatje van een trambaan Een brede groene berm waar twee tramsporen liggen, met bomen erlangs, dat is een mooi gezicht. De buitenruimte moet veel functies vervullen. Dat kan alleen door functies slim te combineren. Een combinatie van trams en bomen bijvoorbeeld, maar dat blijkt nog niet zo eenvoudig. We nemen als voorbeeld de Scheveningseweg. De gemeente Den Haag had, om bomen en tramsporen te combineren, naar constructies gezocht om de bomen ook tussen de tramsporen te laten wortelen (de poerenconstructie). Helaas bleek deze constructie niet duurzaam en werden de tramrails instabiel. Samen met de stad bedachten technici een oplossing die wel werkte. De nieuwe tramsporen liggen nu binnen twee L-vormige betonprofielen, die bijna een meter de grond in gaan. Samen vormen die een bak die van onderen open is, zodat er water weg kan lopen. Ze gaan diep genoeg de grond in om ervoor te zorgen dat boomwortels er niet kunnen groeien. Voordeel is dat de grond binnen de bak goed verdicht kan worden om zo een stabiel spoor te krijgen. Buiten de bak blijft de grond voldoende luchtig, zodat de nieuw geplante bomen er goed kunnen wortelen. In de toekomst voorzien we hier geen problemen meer met de boomwortels en de tramsporen.

Scheveningseweg na herinrichting. Foto: Jurriaan Brobbel.

63

Dit moet worden afgestemd met ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen, containers) en mobiliteit (minder ruimte voor de auto, bijvoorbeeld minder parkeren en waar het kan elementenverharding in plaats van asfalt).

•

Aan de slag!

•

In projecten realiseren we een toekomstbestendig netwerk en meer kroonoppervlakte door:

•

• Succesvolle methoden voor het coördineren van de inbreng van (groene) belangengroepen tijdens een ontwerpproces te onderzoeken (actiepunt 13); • De mogelijkheden te onderzoeken voor de inzet van stadsbomenadviseurs in projecten (actiepunt 14); • Het Routeboek Stadsbomen in Projecten met de bijbehorende stappen en onderzoeken te gebruiken in projecten en de uitgangspunten op te nemen in het Handboek Openbare Ruimte; • In projecten kansen te benutten om bomen te planten bij ontbrekende schakels en wenslijnen van de Hoofdboomstructuur (actiepunten 1 & 2); • In projecten kansen te benutten om groene middenbermen te realiseren bij hoofd- en ontsluitingswegen. Door nieuw parkeerbeleid kunnen in de toekomst parkeerplaatsen in middenbermen worden ‘omgezet’ in groen. Dit voegt extra leefkwaliteit toe aan de stad. Ook door het versmallen of opheffen van rijbanen ontstaat ruimte voor bomen in de toekomst (actiepunt 3); • Bij projecten groeiplaatsen te maken voor toekomstbomen die gezond oud en groot kunnen worden in de stad. De uitgangspunten hiervoor zijn o.a. opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte; • In projecten standaard te zoeken naar extra ruimte voor stadsbomen; • Bij de inrichting van de openbare ruimte standaard te streven naar het verwijderen van verharding, ofwel ontstenen. Dit geeft ruimte voor het

•

• •

•

•

•

planten van bomen. In de huidige begroting is hiervoor tot en met 2022 het extra groenbudget beschikbaar (actiepunt 15); Met bestaande en incidentele budgetten zoveel mogelijk groot onderhoud aan groeiplaatsen in combinatie met groot onderhoud aan wegen, riool en kades uitvoeren; In projecten slecht presterende bomen te vervangen voor nieuwe bomen met goede groeiplaatsen. De onderzoeken uit het routeboek te gebruiken als basis voor de afweging; De verkenning Haagse Iconen, kansen voor de groenblauwe structuur van de stad te raadplegen bij projecten. Dit biedt aanknopingspunten en wensgedachten om groen (waaronder bomen) goed in te passen in projectgebieden; Groeiplaatsen van de Hoofdboomstructuur te verbeteren bij groot onderhoud en herinrichting. We kennen de opgave voor de groeiplaatsen van deze bomen. We kunnen de groeiplaats verbeteren met verschillende maatregelen. De benodigde maatregelen worden in een GIS-kaart opgenomen zodat deze informatie beschikbaar is voor het project (actiepunt 5); Bij het asfalteren van betegelde fietspaden in een Bomen Effect Analyse (BEA 2.0) het effect van asfalteren op bomen te onderzoeken; De toekomstige wortelruimte voor bomen te waarborgen door in projecten een ontwerp voor de ondergrondse ruimte te maken. Hierin krijgt de toekomstige wortelruimte voor bomen een plek vrij van kabels en leidingen (actiepunt 16).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9801295/1