CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307827 Bijlage 1

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Nota stadsbomen (RIS307827)27.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota Stadsbomen Leefkwaliteit voor de stad

16-2-2021

1

Inhoud Stadsbomen voor de toekomst

4

1. Stadsbomen zorgen voor leefkwaliteit

8

2. Een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk

18

3. In 2030 willen we meer kroonoppervlak

36

4. Programma voor projecten

52

5. Programma voor beheer

66

6. We houden een vinger aan de pols: de Haagse Groenmonitor

76

7. We zijn open in wat we doen

82

8. Aan de slag!

90

Bijlagen

96

Stadsgezicht. Foto: Jurriaan Brobbel. Voorpagina: Turfmarkt na herinrichting. Foto: Valerie Kuypers.

Nota Stadsbomen

2

3

Stadsbomen voor de toekomst In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Dat begon al eeuwen geleden met het behoud van het Haagse Bos. De bomen zijn als het ware de dragers van het groen en hebben een belangrijke rol in de herkenbaarheid van de ontwikkeling van de stad. We zien dat bijvoorbeeld terug in de aanleg van de typisch Haagse middenbermen met krachtige boomstructuren. Stadsbomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefkwaliteit van onze stad ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Ecosysteemdiensten zijn onder andere het leveren van biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Nu we ook weten dat het klimaat, met pieken in neerslag, droogte en hitte, aan het veranderen is worden de bomen nog belangrijker voor de stad. Het verbeteren van de leefkwaliteit in de stad is onze hoofdambitie. Een ambitie die we hebben benoemd in onze Agenda Groen voor de Stad. Met ons nieuwe beleid voor de stadsbomen vullen we deze ambitie concreet in door twee doelen te stellen: • We werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk; • We willen meer kroonoppervlak in onze stad. Als je aan toekomstbestendigheid denkt dan is het allereerst van belang om de basis goed te behouden en deze basis daarnaast te versterken.

Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Dit is te meten met het kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De boom groeit anders niet goed, kan

niet goed presteren, sterker nog, hij kan overlast veroorzaken. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren. Ook op particulier terrein liggen hiervoor kansen. We willen onze doelen behalen via projecten, via beheer en samen met de stad via het uitvoeringsprogramma ‘meer blad voor de stad’. De afgelopen jaren zijn veel projecten uitgevoerd zoals vervanging van riolering, het aanpassen van tramtracé’s voor nieuwe trams, en uitvoering van bouwplannen. In deze projecten zijn de stadsbomen een belangrijk onderwerp. Met onze inwoners en in de politiek zijn we hier regelmatig over in gesprek. De wens voor behoud van stadsbomen en voor een gedegen onderbouwing voor verwijdering of vervanging van stadsbomen keert steeds terug. Het onderstreept de duidelijke wens voor een nog groenere en leefbare stad. En het onderstreept de wens voor duidelijkheid, eenduidigheid en transparantie. Bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van onderzoeken, het wegen van alternatieven en het maken van keuzes. Door het maken van een routeboek voor projecten geven we hier invulling aan. Ook is een routeboek voor beheer gemaakt. In beide routeboeken zijn stappen beschreven en richtlijnen opgenomen. Dit geeft handvatten om bij projecten en beheer weloverwogen keuzes te maken voor de leefkwaliteit van de stad in onze toekomst.

Om een vinger aan de pols te houden worden de resultaten elke twee jaar via de Haagse Groenmonitor met de stad gedeeld. Hiervoor wordt het kroonoppervlak van de stad gemeten. Omdat het meten nog in ontwikkeling is stellen we ons het doel dit in 2025 voldoende nauwkeurig en reproduceerbaar te doen.

Clingendael: Stadsbomen staan ook in parken en op landgoederen, ze zijn dan individueel herkenbaar. Foto: Martina v.d. Vegt. Nota Stadsbomen

4

Voorwoord In de meest dichtstbevolkte stad van Nederland zijn bomen van onschatbare waarde! Bomen leveren een grote bijdrage aan de leefbaarheid van de stad. Ze bieden schaduw en zorgen voor verkoeling. We zijn gelukkiger in een groene omgeving dan in een versteende omgeving. Kortom; in een stad met veel bomen is het een stuk mooier wonen!

Voor deze nota zijn we gestart met een evaluatiesessie van het voorgaande beleid (Nota Haagse Bomen) en hoe we als stad zijn omgegaan met onze bomen de afgelopen tien jaar.

De buitenruimte van een grote stad is de plek waar we elkaar ontmoeten. Een bijzondere situatie, zoals de COVID-19-crisis in 2020, met de daarbij behorende anderhalvemetersamenleving, laat ons nog duidelijker zien hoe belangrijk dit is. We zoeken elkaar meer op in de buitenlucht. We ontmoeten elkaar vaker buiten op een plein of wandelend door de stad. Dat is een stuk aangenamer in een groene omgeving met bomen.

We hebben interviews gehouden met externe partijen zoals de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor Den Haag en omstreken, Vrienden van Den Haag en de Haagse Bomenstichting. Ook interne betrokkenen vanuit diverse afdelingen van de gemeente zijn naar hun ideeën gevraagd. Ook heeft de Adviesraad Monumentale Bomen advies gegeven. Met de gemeenteraad is begin 2019 een werksessie gehouden om de koers samen te bepalen.

Een van de grootste ontwikkelingen op het moment is dat onze stad nog meer aan het verdichten is. Ik voel mij er als wethouder buitenruimte verantwoordelijk voor dat deze verdichting niet ten koste gaat van de leefbaarheid. Dat de natuur, de ontmoetingsplekken, de stadsbomen een prominente plek krijgen in de drukke stad. Daarom ben ik als inwoner en wethouder van deze stad trots dat we met deze nota de koers voor de komende jaren vormgeven. Ik zet mij hier graag met zorg en toewijding voor in. Dat betekent ook dat we aan de slag gaan! Door concrete monitoring en het ontwikkelen van tools voor het meten van kroonoppervlak geven we de stad elke twee jaar een nieuwe update over onze ambities. We houden zo een echte vinger aan de pols. Op deze manier zorgen we dat Den Haag nog groener wordt. Omdat we in Den Haag niet alleen wonen, maar ook leven! Hilbert Bredemeijer wethouder Buitenruimte

5

Proces

Bij het opstellen van de nota is zo gebruik gemaakt van veel kennis en kunde van interne en externe professionals. Aan de hand van de straatpuzzel mobiliteit en openbare ruimte, presentaties aan bovenstaande externe partijen, stadswandelingen, evenementen en via de website www.hethaagsegroen.nl zijn gesprekken met de stad gevoerd. De opbrengst is kort samengevat in bijlage 1 en zoveel mogelijk verwerkt in deze nota.

Wat is nu een stadsboom? Den Haag kent ongeveer 700.000* bomen, meer dan één per inwoner. Daarvan noemen we er circa 120.000 stadsboom. In deze nota verstaan we onder stadsbomen: Bomen in de openbare ruimte die individueel herkenbaar zijn. Dit zijn bomen in straten, gazons en bermen. Ook vrijstaande bomen in plantsoenen en parken vallen hieronder. De term stadsbomen vervangt de oude naam straatbomen. Deze term is verwarrend omdat niet alle straatbomen ook daadwerkelijk langs straten staan. Stadsbomen zijn allemaal apart geregistreerd en worden specifiek beheerd. Ze hebben een eigen boompaspoort met daarin hun soort, leeftijd, omvang en status. Deze informatie is te vinden in de Haagse bomenapp (www.denhaag.nl/bomen). Andere bomen Naast stadsbomen zijn er nog zo’n 580.000 andere bomen in Den Haag. Dit zijn:

stadsbomen

Bomen niet in eigendom van de gemeente: • Particuliere bomen – alle bomen die niet in eigendom zijn van de gemeente zoals bomen in privétuinen, op particuliere landgoederen en bossen, op bedrijventerreinen of van woningbouwcorporaties; • Bomen van andere overheden of stichtingen – alle bomen die niet in eigendom zijn van de gemeente maar van andere overheden en stichtingen en vaak wel openbaar te betreden zijn. Denk bijvoorbeeld aan het Haagse Bos wat in eigendom is van Staatsbosbeheer. particuliere bomen

In de openbare ruimte is het verschil tussen stadsbomen en bosplantsoen of bosbomen goed te zien. Bosplantsoenbomen en bosbomen zijn groepen bomen. De stadsboom is individueel herkenbaar. * Dit aantal is een inschatting op basis van beheergegevens en data over kroonoppervlak.

bosplantsoenbomen bosbomen

Illustraties: Ronald van der Heide.

Bomen in eigendom van de gemeente • Bosplantsoenbomen – groepen bomen die samen staan in kleinschalige bosschages. Deze bosschages staan in singels en (duin)struweel of in parken; • Bosbomen – grotere groepen bomen aangeplant in parkbossen en natuurbossen in eigendom van de gemeente.

Nota Stadsbomen

6

In 1536 liet Keizer Karel de Vijfde, als Graaf van Holland, vier rijen lindebomen planten op het Lange Voorhout en Lange Vijverberg. Het werd een plek voor verkoeling en verpozing, om te flaneren, te zien en gezien te worden. De Hagenaars noemden het ook wel ‘de lindelaan’, of ‘de lange lindelaan’. Inderdaad, de plek dus waar Liesje Lotje leerde lopen! De lindes kregen de beste groeiplaats die er bestond. Voedzame grond, en door de afwezigheid van verharding was er voldoende lucht voor de wortels. De lindelaan is er nog steeds. De waarde van de lindes voor de stad is in de afgelopen eeuwen belangrijker geworden. Ze geven verkoeling nu het steeds warmer wordt, en er wordt nog meer gebruik van gemaakt dan vroeger. De druk op de lindelaan is sterk gegroeid, met tegenwoordig een wirwar aan ondergrondse kabels en leidingen, massa’s mensen en regelmatig zwaar transport voor het op- en afbouwen van evenementen. In 2009 was het daarom noodzakelijk de groeiplaats van de lindes te verbeteren. Speciale wortelkratten zorgen nu voor meer zuurstof en minder druk op de boomwortels. Tussen die wortels is nieuwe voedzame grond aangebracht. Zo hebben de bomen met deze investering weer hun voeding en lucht teruggekregen. 7

1 Stadsbomen zorgen voor leefkwaliteit Bomen houden Den Haag leefbaar

Bomen houden onze stad leefbaar. Ze bieden ontspanning, schaduw, zorgen voor biodiversiteit en geven rust. Bomen temperen wind, geluid en hitte. We vinden een stad met bomen mooier, voelen ons er prettiger en minder gestrest, zijn dus gezonder. We wonen en werken er met meer plezier. In een groene straat zijn onze woningen meer waard dan in een versteende straat. En in een groen winkelgebied verblijven we langer en besteden we meer. Bomen zijn ook onze natuurlijke airco’s, die in een stad de stijgende temperatuur met graden tegelijk kunnen verlagen. En de bijdrage aan biodiversiteit is groot. Alle waarden die bomen toevoegen aan de stad, noemen we ook wel ecosysteemdiensten (zie kader). En deze diensten worden steeds belangrijker. De ecosysteemdiensten kunnen we gezamenlijk samenvatten in het begrip leefkwaliteit. In de Agenda Groen (RIS294705) hebben we de ambitie benoemd om tot een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in de stad te komen. Door in te zetten op het verbeteren van de ecosysteemdiensten van onze stadsbomen werken we verder aan deze ambitie. Den Haag is, met 6460 inwoners per km2, de dichtstbevolkte stad van Nederland. En er komen nog steeds inwoners bij. Den Haag heeft gekozen voor een nieuwe fase van stedelijke ontwikkeling, met meer woningen in de stad. Tegelijkertijd houden we de stad graag leefbaar.

Weersextremen als gevolg van het veranderend klimaat hebben een grote invloed op die leefkwaliteit van de stad. Groen, en de stadsbomen in het bijzonder, zijn daarbij de spin

Onder de natuurlijke airco’s van de Varkenmarkt. Foto Jurriaan Brobbel.

Lange Voorhout. Foto: Jurriaan Brobbel. Nota Stadsbomen

8

Ecosysteemdiensten Dat bomen waardevol zijn, daar is iedereen het wel over eens. Maar hoe druk je die waarde uit? Het begrip ecosysteemdiensten probeert daar een lijn in te brengen. Onderzoekers van Wageningen UR leggen dit begrip als volgt uit: Ecosysteemdiensten drukken de baten uit die de natuur de mens biedt, uiteenlopend van voedsel tot geestelijk welbevinden. Aan deze baten wordt een waarde toegekend. Ecosysteemdiensten zijn er in veel vormen. We hebben de belangrijkste op een rij gezet en verdeeld over de hoofdwaarden en thema’s uit de Agenda Groen voor de Stad*. Maatschappelijke waarden (Gezondheid & Ontspanning) • Lagere zorgkosten (groen nodigt uit tot bewegen en vermindert stress) • Educatie en bewustwording • Recreatie en toerisme (mensen flaneren langs een laan, picknicken in het park) • Sociale cohesie (bijvoorbeeld door buurt(moes)tuinen of bankjes in het park) • Minder geluidsoverlast • Verminderen wind • Verhogen kwaliteit van leven (mensen vinden groen aantrekkelijk en prettig) • Veraangenamen fiets- en voetgangersroutes Ecologische waarden (Klimaat & Biodiversiteit) • Aangenaam microklimaat creëren (verkoeling, schaduw, beschutting tegen wind) • CO2 vastleggen • Bodemvruchtbaarheid verbeteren • Meer leefruimte voor dieren en planten • Verminderen van hitte en hittestress • Vormen van een netwerk voor dieren en planten • Voedselvoorziening voor dieren en

planten • Waterafvang door regenwater vast te houden, grondwater te stabiliseren en water te verdampen en directe uitdroging van de bodem door schaduw tegengaan Als je ecosysteemdiensten zichtbaar maakt, zie je dat groen veel meer voordelen oplevert dan je in eerste instantie denkt, zeker in relatie met actuele opgaven in de openbare ruimte voor klimaatverandering, gezondheid en biodiversiteit.

Economische waarden (Imago & Ontwikkeling) • Aankleding/belevingswaarde/esthetiek • Binding bewoners, bedrijven en werknemers aan omgeving • Cultuurhistorische rijkdom • Energiebesparing voor gebouwen • Hogere vastgoedprijzen (huizen en bedrijven in het groen zijn meer waard) • Investeringen (investeerders hebben een voorkeur voor groene aantrekkelijke locaties, waar de gebruikers prettiger wonen, werken en winkelen) • Productie van voedsel voor gebruikers van de stad (fruit, noten) • Representatie van de stad/internationale beeldvorming als groene stad • Visuele afscherming • Hogere verblijfskwaliteit in winkelgebieden waardoor winkelend publiek langer blijft • Beschikbaarheid materialen met economisch waarde (denk aan snoeihout voor spaanplaat, hout voor planken)

* De genoemde ecosysteemdiensten zijn een bewerking van de onderwerpen die aan bod komen in onze eigen Agenda Groen voor de Stad. Landelijk worden ecosysteemdiensten op verschillende manieren gepresenteerd. Hierin zijn veel overeenkomsten herkenbaar.

9

Eco no mi sch ew aa Energierd en besparing

Belevingswaarde

Cultuurhistorie

Recreatie en toerisme 2

Sociale cohesie 0

Minder geluidsoverlast

3

Productie voedsel

4

1 Visuele Repre- afschersentatie ming

Ecosysteemdiensten

Verminderen wind

Investeringen

g) elin ikk tw On

Hogere vastgoedprijzen

&

schappelijke waarden (ge Maat zon dhe id &

Lagere Educatie & zorgkosten bewustwording

o ag (Im

on tsp an nin g)

Binding

Verblijfskwaliteit

Verhogen kwaliteit van leven

Materialen economische waarde

Veraangenamen fiets- en voetgangersroutes Waterafvang

Microklimaat CO2 vastleggen

Verminderen hitte & hittestress Voedselvoorziening dieren & planten Vormen netwerk dieren & planten

Bodemvruchtbaarheid Leefruimte dieren & planten

Voorbeeld beoordeling ecosysteemdiensten Lange Voorhout op basis van expert judgement. Met behulp van een 0-4 sterren principe is een inschatting gemaakt van de huidige aanwezige ecosysteemdiensten op een plek.

Nota Stadsbomen

10

aat & Biodive den (Klim rsitei waar t) che gis olo Ec

11

Stadsbomen zorgen voor microklimaten in de stad. Foto: Fleur Beemster.

in het web en een deel van de oplossing voor een leefbare stad. Groen heeft namelijk een belangrijke rol om de gevolgen van het veranderend klimaat in de stad te temperen en de gebruikers een gezonde leefomgeving te bieden. Het vergroenen van de stad wordt dan ook in tal van onze beleidsstukken en door gebruikers omarmd. Stadsbomen spelen hierbij een belangrijke rol. We hebben over de rol van stadsbomen dan ook intensief contact met belangenverenigingen in het Stedelijk Groenoverleg. De belangenverenigingen hebben geholpen met de evaluatie en het benoemen van de hoofdthema’s van deze nota.

Onze ambitie vertaald in twee concrete doelen

De ambitie om tot een zo hoog mogelijke leefkwaliteit voor de gebruikers van de stad te komen hebben we concreet gemaakt in twee hoofddoelen voor de Haagse stadsbomen: 1. een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk; 2. het verhogen van de ecosysteemdiensten door te streven naar meer kroonoppervlak in de stad.

Stadsbomen zorgen voor leefbaarheid op het Frederik Hendrikplein. Foto: Valerie Kuypers. Nota Stadsbomen

12

Raakvlakken met andere nota’s Het Haagse groen is ons kapitaal. En met je kapitaal ga je zorgzaam om en dit wil je graag uitbreiden. Dat beschrijven we in onze Agenda Groen voor de Stad (RIS 294705). Dit kapitaal is opgebouwd uit maatschappelijke, economische en ecologische waarden. Investeren in beheer en onderhoud is noodzakelijk om ons groene kapitaal te behouden. Naast beheren, moeten we ons groene kapitaal ook versterken. Alleen dan blijft het groen bijdragen aan het goed functioneren van de stad. Hiervoor is in de bestaande programmabegroting incidenteel 2,5 miljoen per jaar aan extra geld vrijgemaakt (zie hoofdstuk 8). In de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS 295016) is vergroenen een van de speerpunten. Deze ambitie staat naast de ambitie om te verdichten en te verduurzamen. Verdichten gebeurt vooral in de vorm van hoogbouw, in het Central Innovation District, de Binckhorst en in Zuid-West. Met veel woningen in de ‘lucht’ wordt de beschikbare openbare ruimte straks intensiever gebruikt. Bezorgers brengen meer pakketten. Het afval moet worden opgehaald. Kabels en leidingen moeten voldoende capaciteit hebben en de bewoners gaan gebruik maken van de bestaande groenvoorzieningen. Verduurzamen vraagt ook extra ruimte in de ondergrond. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van warmtenetten voor de energietransitie en het verzwaren van bestaande elektriciteitskabels.

In deze openbare ruimte helpt de boom mee aan het vergroenen van de stad. De hoge gebouwen hebben invloed op de wind in de straat en zorgen voor schaduwplekken. De nieuwe bomen moeten tegen deze omstandigheden bestand zijn. Het vraagt om een andere benadering voor de inrichting van de openbare ruimte. Om de boom goede groeimogelijkheden te geven in deze ruimte is een goed ontwerp en een goed beleid belangrijk. In de nota Haagse hoogbouw Eyeline en Skyline staat de volgende vraag centraal: Hoe maken we Den Haag toekomstbestendig en bieden we voldoende woon- en werkruimte voor alle mensen die hier willen wonen, werken en studeren? De oplossing wordt benoemd: Dan moet de stad kwaliteit bieden, met voldoende groen en een aantrekkelijke buitenruimte. Bewoners en bedrijven stellen immers hoge eisen aan een duurzame leefomgeving en een gezond vestigingsklimaat. Hoogbouw is één van de instrumenten die hiervoor -mits goed gekozen en vormgegeven- een oplossing kan bieden. Op gebouw- en gebiedsniveau moeten

13

duurzame maatregelen getroffen worden om een kwaliteitssprong te maken op weg naar een klimaatneutrale stad in 2040. Denk aan: een robuuste en aantrekkelijke (groene) buitenruimte, groen- en natuurinclusief bouwen, klimaatbestendig ontwerp. In de Nota Duurzaamheid - Schone energie in een groene stad, De Haagse Aanpak (RIS 301829) heeft de inzet van groen voor de toekomstbestendige stad eveneens een belangrijke rol. Door klimaatverandering krijgt Den Haag naar verwachting steeds vaker te maken met weersextremen, zoals langere perioden van droogte, hevige neerslag in korte tijd en hogere temperaturen. Dit veroorzaakt schade en overlast. Vanwege verharding loopt water niet in de bodem weg, met afwateringsproblemen en overstromingen tot gevolg. De stenigheid van de buitenruimte leidt ook tot hitte-eilanden met directe gevolgen voor de volksgezondheid. Met groen kan de hitte in de stad worden verminderd. Groen zorgt ook voor een betere waterberging en infiltratie van water in de bodem. Daarmee heeft het ook een relatie met het nieuw op te stellen beleid voor de stedelijke rioleringsen wateropgave. De Kadernota straten, wegen en lanen (RIS280303) benadrukt dat bij de vormgeving van infrastructuur het van belang is om rekening te houden met de specifieke Haagse kwaliteiten van een groene stad en de positie van de ‘lange lanen’.

Lanen zijn wegen die aan beide zijden met bomen zijn beplant. Naar aanleiding van de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie 2019 (RIS 302361) is een participatietraject gestart en afgerond. Daarbij is op locatie met Hagenaars gesproken over de mobiliteit van de toekomst. Er is met meer dan 1000 mensen gesproken op straat in workshops en online. De wens voor meer groen in de stad is een van de uitkomsten. Deze wens zien we ook terug in de resultaten van het inwonersonderzoek van 2019. Met een veranderende mobiliteit bestaan kansen voor een groenere inrichting van de stad. Door mobiliteit minder ruimte in beslag te laten nemen ontstaat ruimte voor meer groen. Minder ruimte voor mobiliteit is mogelijk door gebruik te maken van stadsvriendelijkere vervoersmiddelen zoals lopen, fietsen en OV. Maar ook door gebruik van deelmobiliteit. Hierdoor zijn er in de toekomst minder parkeerplaatsen in de stad nodig. De hogere ecosysteemdiensten van een groenere inrichting nodigen daarbij uit tot nog meer fietsen en wandelen. Ten tijde van het ontwikkelen van deNota Stadsbomen is ook de Nota Stadsnatuur (RIS 305825) ontwikkeld. De uitgangspunten van deze nota zijn opgenomen in deze nota.

Nota Stadsbomen

14

15

In hoofdstukken 2 en 3 zijn deze twee doelen uitgewerkt. We beschrijven de doelen niet alleen. We maken ook concreet welke doelen we in 2030 willen halen en gaan dit monitoren. Ook geven we aan hoe we met de doelen aan de slag gaan en wat de gebruikers van ons kunnen verwachten. Dat is ook een wens die de gebruikers ons vooraf hebben meegegeven. Elk hoofdstuk wordt onder het kopje Aan de slag! afgesloten met een aantal concrete punten die de essentie van het hoofdstuk samenvatten. Programma voor beheer en een programma voor projecten Deze Nota Stadsbomen geeft richting aan beleid, beheer, planvorming, projecten en communicatie rond stadsbomen. Deze nota zorgt voor duidelijke randvoorwaarden, richtlijnen en concrete handvatten voor het werken met bomen, een specifieke wens van de gebruikers van onze stad en de politiek. Om de beide doelen te realiseren zijn in hoofdstuk 4 en 5 twee programma’s beschreven. In hoofdstuk 4 een programma voor projecten, de ontwikkeling van de stad en in hoofdstuk 5 een programma voor beheer van de bestaande stedelijke omgeving We bieden beheerders en projectleiders hiermee een helpende hand met duidelijke uitgangspunten en richtlijnen ten aanzien van bomen. Ook hier sluiten we elk hoofdstuk met een samenvattend deel genoemd: Aan de slag! Voor het beheer en de projecten zijn ook twee routeboeken ontwikkeld.

Deze routeboeken maken integraal onderdeel uit van deze nota.

Het Routeboek Stadsbomen in Beheer

Routeboek Stadsbomen in Beheer behorend bij Nota Stadsbomen

en het Routeboek Stadsbomen in Projecten maken integraal onderdeel uit van deze nota.

Routeboek Stadsbomen in Projecten behorend bij Nota Stadsbomen

De nota geldt tot en met 2030 maar we kijken ook verder vooruit De nota is opgesteld voor een periode van tien jaar, de middellange termijn. Het voorbeeld van de bomen op het Lange Voorhout laat zien dat je bij het planten van bomen nog verder vooruit moet plannen. Daarom kijken we ook naar de betekenis van bomen voor de langere termijn. Financieel kunnen we nog niet zover vooruitkijken. Het financiële programma loopt daarom gelijk met de programmabegroting van 2020 t/m 2023 (korte termijn).

Stadsbomen aan de Noordwal. Foto: Jurriaan Brobbel. Nota Stadsbomen

16

Den Haag heeft een sterke groene basis, de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). Bij de actualisatie van de SGH in 2018 (RIS300506) is aangegeven dat de SGH op een eenduidige en herkenbare wijze duurzaam in stand wordt gehouden en waar mogelijk versterkt. De SGH bestaat uit groengebieden die met elkaar zijn verbonden door een netwerk van lange groene lijnen, de Hoofdboomstructuur. Via de lange groene lijnen, zoals de Van Alkemadelaan en Lozerlaan, zijn de duinen als het ware verbonden met het Groene Hart en MiddenDelfland. Lange groene lijnen zijn ook aanwezig evenwijdig aan de kust. Denk aan de Laan van Meerdervoort en Melis Stokelaan. In deze lijn van strandwallen en strandvlakten liggen de waardevolle landgoederen zoals Clingendael, Oosterbeek, Reigersbergen, Marlot en Ockenburgh. De Hoofdboomstructuur heeft een lange ontwikkelingsgeschiedenis. De kademuren in het centrum zijn van oudsher beplant met bomen. Er zijn bijzondere groene historische plekken, groene middenbermen, krachtige lanen in de naoorlogse stadsuitbreiding en monumentale bomen. Dit zorgt voor een historische basis. De bomen in de Hoofdboomstructuur vormen samen met de andere stadsbomen een Haags stadsbomennetwerk.

17

2 Een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk Het Haagse stadsbomennetwerk

In Den Haag vormen alle stadsbomen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. Dit netwerk is voor planten en dieren belangrijk. Het Haagse stadsbomennetwerk vervult in totaliteit verschillende functies en ecosysteemdiensten en draagt bij aan de leefkwaliteit van Den Haag.

grote stedelijke betekenis. Waar minder ruimte is voor grote lanen zorgen bomen in de straat voor groen bij de voordeur en dragen bij aan de binding van de bewoners met hun woonomgeving. Vanzelfsprekend dragen ook de solitaire bomen op pleinen, in plantsoenen en parken bij aan de leefkwaliteit.

De ruimtelijke opbouw Het Haagse stadsbomennetwerk is opgebouwd uit: • bomen in de Hoofdboomstructuur, onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur; • bomen langs ontsluitingswegen; • bomen in woonstraten; • bomen op pleinen, in plantsoenen en parken. De Hoofdboomstructuur is de ruggengraat van ons netwerk en verbindt belangrijke groengebieden met elkaar. De Hoofdboomstructuur volgt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen. Deze structuur bestaat vooral uit lanen (met en zonder middenberm). Samen met de lanen langs andere hoofd- en ontsluitingswegen dragen de bomen in hoge mate bij aan de identiteit van de groene stad Den Haag en aan de biodiversiteit. Omdat er druk verkeer is langs deze wegen veraangenamen de bomen de fiets- en wandelroutes en zorgen voor leefkwaliteit. De andere Haagse ontsluitingswegen hebben ook veel waardevolle lanen met soortgelijke ecosysteemdiensten als de Hoofdboomstructuur maar hebben meestal een minder Juliana van Stolberglaan. Foto: Jurriaan Brobbel.

De stadsbomen vormen een Haags bomennetwerk en zorgen voor verbindingen. Illustratie Ronald v.d. Heiden. Nota Stadsbomen

18

Monumentale bomen maken het Haags stadsbomennetwerk bijzonder De Haagse gemeenteraad heeft in 1997 besloten dat oude en grote bomen met een bijzondere waarde voor de stad extra bescherming krijgen. Ze hebben de status monumentale boom gekregen. De bomen zijn niet alleen oud en groot, ze zijn belangrijk voor de cultuur, geschiedenis of het straatbeeld. Soms zijn ze zeldzaam. Een monumentale boom is minimaal 50 jaar. Uitzondering is de situatie waar een ensemble monumentaal is zoals bijvoorbeeld op het Lange Voorhout en de Lange Vijverberg. Vervangende bomen zijn daar onderdeel van de groep en direct monumentaal. Monumentale bomen zijn in de meeste gevallen geplant op een locatie met goede groeiomstandigheden, zowel boven- als ondergronds. De bomen hebben een stevige kroon en een goed ontwikkeld wortelgestel. De stad is als het ware om de boom heen gegroeid. In 2020 is een nieuwe lijst met monumentale bomen vastgesteld (RIS305534). De lijst is te vinden op www.denhaag.nl/bomen. Het gaat om 979 gemeentelijke bomen en 275 particuliere bomen. Elke vijf jaar wordt de lijst geactualiseerd, waarbij de gemeente advies krijgt van de onafhankelijke Adviesraad Monumentale Bomen. Deze adviesraad wordt ook geraadpleegd bij een voorgenomen kap van een monumentale boom.

Monumentale linde (Veteraanboom) in Clingendael. Foto: Jurriaan Brobbel.

19

Het Haagse stadsbomennetwerk heeft een gevarieerde leeftijdsopbouw Boomsoorten verschillen onderling in grootte en in hoe snel ze volwassen worden. Gemiddeld worden stadsbomen in Den Haag zo’n 50 jaar oud. In elke fase van hun ontwikkeling hebben ze andere zorg en aandacht nodig. Daarom verdelen we ze in groottes en leeftijdsklassen. We hebben het dan over bomen van de 1e, 2e of 3e grootte. En we hebben het over jonge, halfwas en volwassen bomen. Dit wordt verder uitgelegd in bijlage 4. Een gevarieerde leeftijdsopbouw is noodzakelijk om nu, maar ook in de toekomst, de ecosysteemdiensten optimaal te leveren. Oude, grote bomen zijn belangrijk voor CO2-vastlegging en belevingswaarde, maar lopen soms ook tegen het einde van hun leven. Het is daarom belangrijk om ook voldoende jonge en halfwas bomen te hebben Met de aanplant van nieuwe jonge bomen hebben we de mogelijkheid om meer specifiek te kiezen welke ecosysteemdiensten (verkoeling, gebruikswaarde of biodiversiteit) we waar belangrijk vinden. De leeftijdsopbouw van het Haagse stadsbomenbestand is evenwichtig. 27% is jong, 29% is halfwas en 44% volwassen. Verspreid over de stad zijn de bomen dus goed verdeeld over verschillende leeftijdscategorieën. Dat geldt ook voor de stadsdelen. Vanzelfsprekend heeft een vrij nieuw stadsdeel zoals Leidschenveen-Ypenburg meer jonge en halfwas bomen dan volwassen.

Voor stadsdeel Haagse Hout geldt dit weer andersom (zie bijlage 4). Het jaarlijks vervangen van dode en slechte bomen draagt bij aan het behoud van de evenwichtige leeftijdsopbouw. De jaarlijks benodigde beheerkosten zijn hierdoor goed voorspelbaar. Storm, maar ook ziekten en plagen met grootschalige uitval als gevolg,

Jonge bomen.

Halfwas bomen.

Volwassen bomen.

Foto boven/midden: Jurriaan Brobbel, Foto onder: Paul Boeters.

Nota Stadsbomen

20

kunnen wel schommelingen veroorzaken in het bestand en vragen om de inzet van incidentele middelen. Het is een aandachtspunt om te voorkomen dat pieken ontstaan bij de vervanging van volwassen bomen. En het is een aandachtspunt ervoor te zorgen dat ook op het niveau van boomgeslachten (een uitleg hierover is te lezen in bijlage 3) een evenwichtige leeftijdsverdeling aanwezig is. Het uitvoeren van het populierenvervangingsplan voor het behoud van een veilige leefomgeving is een voorbeeld waarbij in de afgelopen jaren zo’n ongewenste piek aanwezig was in het aantal te vervangen bomen. De meeste populieren waren volwassen. Hiervoor zijn ook incidentele budgetten vrijgemaakt. Tegelijkertijd is het belangrijk om jonge en halfwasbomen de goede kans te geven om volwassen en oud te kunnen worden. De dynamiek van de stad verkleint de kans hiertoe. Door te investeren in bestaande groeiplaatsen kan de levensduur van veel bestaande bomen worden verlengd. Het zorgt op langere termijn voor meer volwassen bomen met meer kroonoppervlak en hogere ecosysteemdiensten. Het zorgt ook voor een lager gemiddeld aantal bomen dat jaarlijks vervangen moet worden. Investeren in bestaande groeiplaatsen betekent dat we in de toekomst meer volwassen bomen krijgen. Tegelijkertijd worden ook extra bomen aangeplant, die zich weer in de jonge fase bevinden.

Ons doel is de bestaande evenwichtige leeftijdsopbouw te behouden. We houden een vinger aan de pols en presenteren de ontwikkelingen elke twee jaar in de Haagse Groenmonitor (zie hoofdstuk 6).

21

Verbindingen in het netwerk verbeteren en versterken

Het Haagse stadsbomennetwerk is de afgelopen 10 jaar verbeterd. Bijvoorbeeld door het toevoegen van een aantal groene middenbermen en bomenrijen zoals de Bezuidenhoutseweg, Groot Hertoginnelaan en Melis Stokelaan. Maar ook door het versmallen en vergroenen van wegen zoals de Machiel Vrijenhoeklaan en door het aanvullen van bomen in bestaande structuren, bijvoorbeeld op de Nieuwe Parklaan. Toch zijn er nog ontbrekende schakels binnen het stadsbomennetwerk. Denk aan boomloze straten, pleinen en kruispunten waar kansen zijn voor de aanplant van nieuwe bomen. Voor het verbeteren van ecologische verbinding, het activeren van recreatie en de verbetering van gezondheid in de stad is het oplossen van deze onderbrekingen gewenst. Onze eerste focus ligt hierbij op de Hoofdboomstructuur, het verbeteren en uitbreiden van de Haagse groene middenbermen en het planten van bomen op boomloze plekken in de stad. Dit hebben we nader uitgewerkt. Uitbreiding en versterking van de Hoofdboomstructuur Van de circa 120.000 stadsbomen staan zo’n 20.000 bomen in de Hoofdboomstructuur, voornamelijk langs hoofd- en ontsluitingswegen. Samen vormen deze bomen de ruggengraat van het Haagse stadsbomennetwerk. Het zijn voornamelijk grote bomen. Ze maken de stad herkenbaar en geven plekken een identiteit. Ze worden door iedereen beleefd en hebben daarmee een stedelijke betekenis.

De bomen in de Hoofdboomstructuur verbinden de groengebieden binnen en buiten de stad. Dat kan je als gebruiker zien en beleven. Dieren, zoals vleermuizen, gebruiken de Hoofdboomstructuur als verbinding tussen groengebieden.

De bomen in de Hoofdboomstructuur bieden de stad, samen met de monumentale bomen, de waardevolste ecosysteemdiensten. Ze moeten dus toekomstbestendig zijn. De Hoofdboomstructuur maakt altijd onderdeel uit van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). We wensen voor onze Hoofdboomstructuur dan ook

een hoogwaardige kwaliteit van bomen. Daarom krijgen deze bomen prioriteit wanneer we keuzes maken. We investeren in het verbeteren van groeiplaatsen (zie hoofdstuk 3) en zien kansen voor het aanleggen of versterken van de structuur in bestaande projectgebieden zoals het CID, de Binckhorst en Zuid-West.

Onderbreking in de Hoofdboomstructuur aan de Juliana van Stolberglaan nabij Stuyvesantplein. Foto: Juriaan Brobbel.

Nota Stadsbomen

22

23

Leyweg tussen Erasmusweg en Noordweg. Wens voor ontwikkeling van een nieuwe Hoofdboomstructuur. Foto: Jurriaan Brobbel.

Een boomstructuur met het kenmerk Hoofdboomstructuur voldoet aan de onderstaande eigenschappen: • Verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar; • Begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen; • Bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm). Een boomstructuur in de Hoofdboomstructuur voldoet daarnaast aan minimaal een van de onderstaande voorwaarden: • Wordt door iedereen beleefd en heeft hierdoor stedelijke betekenis, of • Draagt in hoge mate bij aan de identiteit van Den Haag als groene stad, of • Is een belangrijk verbindend element tussen grote groenstructuren als: - groene begeleiding van fietsers en voetgangers naar groter groen. De HBS zorgt hier voor verschillende ecosysteemdiensten zoals het verduidelijken van de route,

uitnodigen tot recreatie, comfort bieden en een route divers en aantrekkelijk maken; - ecologische verbinding tussen groen. Nieuwe Hoofdboomstructuren Aan de kaart van de SGH 2018 (vastgesteld bij besluitvorming over de Agenda Groen) voegen we bomenrijen als Hoofdboomstructuur toe omdat ze voldoen aan de bovengenoemde kenmerken. Sommigen zijn recent aangelegd, andere structuren bestaan al langer. Het gaat om structuren zoals opgenomen in bijlage 10 en de kaart op pagina 23. Ambitie/Wens knelpunten bestaande Hoofdboomstructuur oplossen De Hoofdboomstructuur kent onderbrekingen in de vorm van stukken waar geen bomen of ander verbindend groen aanwezig is. Hier bestaan kansen voor het toevoegen van bomen. Dit kan in een lijn zijn of op een kruispunt. Deze locaties zijn op de kaart weergegeven.

Overzichtskaart nieuwe Hoofdboomstructuur. Nota Stadsbomen

24

Drie voorbeelden van middenbermen. Linksboven: Meppelweg, rechtsboven: Juliana van Stolberglaan, rechtsonder: Beeklaan. Foto’s: Jurriaan Brobbel.

Ambitie/Wens voor ontwikkeling van een bomenstructuur als Hoofdboomstructuur Op verschillende plekken bestaat de wens om in de toekomst een Hoofdboomstructuur te realiseren. Dat kan door het opwaarderen of verbeteren van de bestaande boomstructuur, of door het nieuw aanplanten van bomen en maken van een nieuwe structuur. Ook de ambities benoemd in de structuurvisie CID (Central Innovation District) en het rapport Haagse Iconen zijn opgenomen. Niet meer opgenomen als Hoofdboomstructuur Twee straten zijn niet meer opgenomen als Hoofdboomstructuur omdat ze niet (meer) voldoen aan de voorwaarden (zie bijlage 10). Versterken en uitbreiden van de typisch Haagse groene middenberm Ze zijn kenmerkend voor Den Haag want ze horen bij het karakter van de stad en zijn in alle stadsdelen te vinden: de groene middenbermen. Tijdens de gehele stedelijke ontwikkeling van Den Haag zijn hoofd- en ontsluitingswegen hiervan voorzien (zie bijlage

25

2). Karel de Vijfde is hiermee gestart aan het Lange Voorhout en de Lange Vijverberg. Ze zijn er in diverse soorten en maten, met water, zonder water, met of zonder trambaan, smal maar ook zo breed dat je er kunt flaneren en recreëren. De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt aan het realiseren van nog meer groene middenbermen. Zoals bijvoorbeeld

bij de Melis Stokelaan ter hoogte van het Zuiderpark en de Bezuidenhoutseweg. Door de aanplant van lindes en iepen in de groene middenberm, op sommige plekken wel zes meter breed, ga je door groen omringd van het ene grote groengebied naar het andere. Dankzij de bomen in de zijbermen lijkt het haast een oprijlaan van een landgoed. De rijbanen zijn door een groene middenberm fysiek van elkaar gescheiden. Het zorgt voor een groene ervaring, rijcomfort en verkeersveiligheid. De mobiliteitstransitie en het nieuwe parkeerbeleid bieden kansen voor het verbreden, verbeteren en realiseren van groene middenbermen. Door nieuw parkeerbeleid in de toekomst kunnen parkeerplaatsen in middenbermen worden ‘omgezet’ in groen. Dit voegt extra leefkwaliteit toe aan de stad. Het ideaalbeeld is een brede groene middenberm waar de boom de ruimte heeft en er ruimte is voor recreatief medegebruik. Plekken waar we aan denken zijn de Beeklaan en Regentesselaan, een deel van de Juliana van Stolberglaan, de Thorbeckelaan en Laan van Meerdervoort. Wellicht kunnen in de groene middenbermen de stadsparken van de toekomst worden gerealiseerd en zo een basisstructuur vormen die, net als het Lange Voorhout en de Lange Vijverberg, eeuwenlang een kenmerk van de stad blijven. In bijlage 2 is een fotoreportage opgenomen van de middenbermen in onze stad.

Daarbij zijn kwaliteitskansen benoemd voor het verbeteren en vergroenen. Aanplant bomen op boomloze plekken In het gehele Haagse stadsbomennetwerk bestaan ook boomloze plekken waardoor het netwerk wordt onderbroken. Denk hierbij aan boomloze straten, pleinen en verkeerskruisingen. Ze kunnen een onderbreking vormen in de verbondenheid van het netwerk. Het ontbreken van bomen heeft vaak een reden. Onder straten

Door aanwezigheid van kabels en leidingen is er een boomloze plek op de kruising Beeklaan en Laan van Meerdervoort. Foto: Jurriaan Brobbel.

en pleinen kan bijvoorbeeld door de aanwezigheid van kabels en leidingen onvoldoende ondergrondse groeiruimte aanwezig zijn. We hebben de wens deze onderbrekingen op te lossen. We doen voortdurend onderzoek naar de mogelijkheden om extra bomen aan te planten in de stad. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 en bijlage 6.

Toekomstbestendig denken bij ontwerp en aanleg

Een boom wordt voor een lange tijd geplant. Centraal staat de vraag: “Welke functie(s) moet de boom op zijn plek vervullen?” Een weloverwogen keuze voor geslacht, soort of cultivar van een boom is daarom essentieel. Bij elke aanplant weegt de gemeente dan ook veel aspecten af. Het maken van een ontwerp is als het ware in de toekomst kijken. Hoe ziet de leefwereld van de boom er over dertig jaar uit? Om een goede keuze te maken hanteren we uitgangspunten en hebben we hulpmiddelen ontwikkeld.

Nota Stadsbomen

26

Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivars i.p.v. monoculturen Grootschalige uitval van bomen in een structuur heeft een negatief effect op het gewenste beeld, de ecologische kracht van een structuur en is kostbaar. Net als mensen kunnen ook bomen ziek worden. Sommige ziekten bestaan al lang. Anderen kunnen plots optreden. Zo hebben iepen te maken met iepenziekte, paardenkastanjes met kastanjebloedingsziekte en essen met essentaksterfte. Om beter bestand te zijn tegen de gevolgen van boomziekten en de nog niet goed in te schatten effecten van een veranderend klimaat kiezen we voor meer diversiteit in onze aanplant. Hiermee spreiden we risico’s en voorkomen een mogelijke kaalslag en pieken van vervanging in de toekomst. Ook voorkomen we hierdoor zogenaamde brandhaarden van overlast, bijvoorbeeld voor de volksgezondheid. Denk aan lanen vol met eiken. De eikenprocessierups kan zich hier eenvoudig van boom naar boom verspreiden. Diversiteit op stads-, stadsdeel-, wijk- en structuurniveau We beschikken op stadsniveau inmiddels over een goed gevarieerd bestand aan bomen. Onze bomen zijn verdeeld over een grote hoeveelheid boomgeslachten, -soorten en cultivars (bijlage 3). Er zijn diverse regels om het risico op grootschalige uitval voor een stad of een gebied te beperken.

De Amerikaanse onderzoeker Santamour heeft zo’n 30 jaar geleden hiervoor de regel 10-20-30 opgesteld. Niet meer dan 10% van een soort, 20% van een geslacht en 30% van een familie. Hierna zijn weer andere regels bedacht zoals de 2-5-10 regel. Dit betekent dat maximaal 2% van de bomen van één cultivar is, maximaal 5% van één soort is en maximaal 10% van één geslacht is.

27

De praktijk om met dit soort regels om te gaan is weerbarstiger. Op stads- en stadsdeelniveau is er globaal mee te werken en kan een bomenbestand worden geanalyseerd. Zo hebben we nu 12% van het geslacht iep, en 12% van het geslacht linde. Met 7% volgen esdoorn, kers, eik es en els. Op stadsniveau is zo sprake van een goede diversiteit aan bomen. De diversiteit binnen de boomstructuren zelf is minder groot. Er staan nog veel lange rijen met dezelfde bomen. Dit kan gaan om rijen van honderden bomen. Maar ook grootschalige uitval in een laan met vijftig bomen kan al een aderlating zijn voor het laanbeeld, de ecologische functie of vervangingsbudget. In de basis geldt het uitgangspunt voor toepassen van diversiteit zo voor alle structuren. Op wijk- en structuurniveau werken we verder aan een grotere variatie in geslachten, soorten en cultivars om zo de vatbaarheid voor boomziekten, plagen en aantastingen verder te verkleinen en beter voorbereid te zijn op een veranderend klimaat. Op wijk- en structuurniveau is het werken met harde diversiteits-regels echter lastig. Het zorgen voor diversiteit is daarom een basisuitgangspunt voor een ontwerp maar we gebruiken geen vaste regel. In het ontwerp hanteren we namelijk maatwerk.

Bij dat maatwerk moet over meer aspecten worden nagedacht, zoals beleving, cultuurhistorie, beschikbare ruimte, strooizoutbestendigheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid, grondwaterstand, licht, enzovoort. Er bestaan per structuur diverse vragen hoe goed om te gaan met het kiezen van diversiteit. Hoe doe je dat voor een bestaande hoofdboomstructuur? En hoe doe je dat bij een nieuw aan te leggen hoofdboomstructuur? Om hier richting aan te geven hebben we in bijlage 5 een aantal casussen uitgewerkt. Deze voorbeelden laten zien dat het om maatwerk gaat waarbij de uitgangspunten in deze nota de richting bepalen.

We werken aan onze stadsnatuur: We kiezen naast diversiteit ook voor biodiversiteit Divers aanplanten is ook belangrijk voor de biodiversiteit. Alle planten, dus ook bomen, staan aan de basis van de voedselketen. Ze leveren voedsel voor allerlei diersoorten. Boomsoorten die van nature in Nederland groeien hebben de voorkeur voor bomen van (ver) buiten Nederland. Hier komen de meeste insectensoorten op voor. En een gezond en divers insectenaantal is onmisbaar als voedselbron voor onder andere vogels en vleermuizen.

Het ontwerpen met een diversiteit aan bomen is als uitgangspunt gebruikt bij een concept-studie naar vergroening van de Laakoevers. Illustratie: de Urbanisten.

Het is in een stedelijke omgeving lang niet altijd mogelijk of wenselijk om alleen voor soorten te kiezen die van nature in Nederland voorkomen. Een aantal van deze soorten groeit niet goed in verharding en/of is minder goed bestand tegen het stedelijk klimaat. Een boom van elders kan daarom een verstandige keuze zijn. Enerzijds willen we stadsnatuur zo goed mogelijk ondersteunen. Anderzijds willen we kiezen voor bomen die ook in een stedelijke omgeving goed kunnen groeien. Daarom hebben we een afwegingskader gemaakt onder de noemer ‘ecologisch passend’ (zie kader). Dit is als selectiecriterium opgenomen in de Haagse sortimentslijst. Deze meerwaarde krijgt hiermee extra aandacht. Veel bomen in de huidige sortimentslijst zijn dan ook ecologisch passend. Het betekent niet dat we geen exoten meer in onze stad aanplanten. Een tulpenboom, magnolia of amberboom zouden we niet willen missen in de stad. Ze staan ook ‘gewoon’ op onze Haagse sortimentslijst. We kunnen ze goed inzetten als accenten of goed gemengd met bomen die beter ecologisch passend zijn. Veel exoten hebben namelijk eigenschappen waardoor ze geschikter kunnen zijn in onnatuurlijke omstandigheden zoals verharding. Ook moet ruimte blijven om te experimenteren met nieuwe soorten in de stad en kunnen exoten juist een extra beleving geven aan

Aan de Supernovaweg/ Regulusweg zijn alleen essen geplant. Hierdoor bestaat een hogere kans op grootschalige uitval. Foto Jurriaan Brobbel.

Nota Stadsbomen

28

Zelfde beeld, verschillende bomen Veel asfalt, weinig groen. Zo zagen de Machiel Vrijenhoeklaan en de Sportlaan er tot voor kort uit. Met de herinrichting van deze wegen hebben we de hoeveelheid asfalt verminderd en groen toegevoegd. Zo kreeg de Machiel Vrijenhoeklaan minder rijstroken en een groene middenberm met meer bomen. Ook langs de Sportlaan zijn bomen aangeplant. De straten zien er nu groen uit met mooie rijen bomen. Toch is er iets bijzonders aan de hand. Want al lijken de bomen allemaal hetzelfde, er staan vijf verschillende soorten door elkaar! Een klassieke laan bestaat uit twee of meer rijen bomen van dezelfde soort op dezelfde afstand met gelijkvormige boomkronen die elkaar raken. Het geeft een statig, monumentaal en rustig beeld. Inmiddels weten we dat het duurzamer is om meer variatie in geslachten, soorten of cultivars aan te brengen. Dit verkleint de kans op het optreden van boomziekten, en de lanen zijn aantrekkelijker voor verschillende soorten insecten en vogels. Daarom kozen we hier voor vijf verschillende boomsoorten: twee soorten eiken, twee soorten lindes, en een esdoornsoort. Allemaal bomen met een vergelijkbare kroonvorm, maar met verschillende bladvormen. Dit beleid zetten we door.

29

Sportlaan na herinrichting. Foto: Jurriaan Brobbel.

een plek. Bijvoorbeeld op landgoederen en in parken. Denk maar eens aan het arboretum Doorenbos in het Zuiderpark of het bomenmuseum in Wateringse Veld. Vanuit cultuurhistorie was het vroeger juist gebruikelijk op landgoederen exoten aan te planten. Je liet hiermee zien dat je ‘bereisd’ was. En een zaailing van een bijzondere boom gaf je vroeger aan elkaar cadeau als je op bezoek ging. Werken aan goede microklimaten in de stad Hittebestendig inrichten van de buitenruimte wordt met het veranderde klimaat steeds belangrijker. Stadsbomen worden ook wel de natuurlijke airco’s van de stad genoemd. Ze verdampen water en voeren zo hitte af. Ook leveren ze schaduw. Onder een boom is het vele graden koeler dan in de open zon. Hittebestendig inrichten van een stad gebeurt door het aanbrengen van variatie in groene, meer gesloten en open plekken. We noemen dat het maken van microklimaten in de stad. In het voorjaar wil je van de zon genieten. In een warme zomer loop je liever in de schaduw.

Hoe werk je met de Haagse sortimentslijst? 1. Bepaal door een maatwerkanalyse voor het toepassen van diversiteit hoeveel geslachten, soorten of cultivars minimaal in de structuur aanwezig moeten zijn. 2. Bepaal de basisgroeiplaatsomstandigheden: bovengrondse ruimte geschikt voor 1e, 2e of 3e grootte? Nabij verharding of in plantsoen? In zon of schaduw, wel of geen wind? Gewenste kroonvorm/beleving? 3. Selecteer op Ecologisch passend. 4 sterren is de hoogste categorie. 0 sterren is niet ecologisch passend. Het heeft niet de voorkeur deze bomen toe te passen, maar goed onderbouwd voor de specifieke locatie blijft dit natuurlijk mogelijk. 4. Selecteer op Microklimaatverbeterend als dit een extra doel voor de locatie is. 5. Houd rekening met beperkingen in verband met overlast (bijvoorbeeld geen bessen of noten bij wegen, paden en parkeren). 6. Je hebt de passende boom of bomen gevonden.

Bij het ontwerpen van de buitenruimte moet hiermee rekening worden gehouden. Dit kan door in het ontwerp rekening te houden met negen ontwerpregels (zie bijlage 8). Op deze manier creëer je een buitenruimte waar de gebruiker prettig verblijft en zelf kan kiezen of hij in de zon of schaduw wil verblijven. Goed ontwerpen en de juiste boom kiezen is dan ook belangrijk. Dat betekent dat op plekken met veel hittestress specifiek gekozen kan worden voor blad wat meer schaduw geeft, bijvoorbeeld in een versteende omgeving. Op een plek waar de kans op wateroverlast groot is wordt gekozen voor een boom die veel water opneemt en/of tegen natte voeten kan. Leggelostraat: diversiteit aan bomen. Foto: Jurriaan Brobbel.

Nota Stadsbomen

30

Inheems wordt ecologisch passend! Soorten die van nature in Nederland of de direct aangrenzende landen voorkomen, of al lang zijn ingeburgerd, zijn ecologisch het best passend. Onze insectenfauna is hier goed op aangepast. Het maakt voor insecten ook niet uit of het om een natuurlijke vorm gaat of een cultivar of zelfs een kruising tussen gebiedseigen soorten. Een rode beuk (cultivar) voldoet dan net zo goed als een groene beuk (natuurlijke vorm). Maar een zuilvormige zomereik (cultivar gebiedseigen soort) heeft de voorkeur boven een natuurlijke vorm van een moeraseik (soort uit de VS). We hanteren zo een sterrensysteem om aan te geven welke bomen ecologisch het best passend zijn: **** : Hoog – soorten die van nature voorkomen in de Benelux of Duitsland; *** : G  emiddeld – soorten die van nature voorkomen uit de overige landen die (grotendeels) binnen de gematigde vegetatiezone liggen, waarvan de staatsgrens binnen 1000 km van Nederland ligt en er geen grote barrières in de vorm van bergketens zijn; ** : Laag – De rest van Europa; * :Z  eer laag – Soorten van buiten Europa, behorende tot een genus die in de Benelux of Duitsland voorkomt; : Niet – Alles buiten Europa behorend tot een genus die niet in de Benelux of Duitsland voorkomt.

Stadsbomen Den Haag

Haagse sortimentslijst 0* 19% van te kiezen bomen 8%

62%

staat in sortimentslijst

50%

15% 5%

Ingeburgerde soorten en kruisingen Lang ingeburgerde soorten (>1000 jaar) behandelen we als gebiedseigen (Benelux of Duitsland). Tussen 1000-1900 ingeburgerde soorten krijgen een score op basis van natuurlijke verspreiding plus één. Soorten die na 1900 ingeburgerd zijn krijgen geen extra score. Voor kruisingen wordt een gemiddelde rekenregel gebruikt.

1* 31% van te kiezen bomen 22%

4* 32% van te kiezen bomen

2* 11% van te kiezen bomen 3* 7% van te kiezen bomen

Peildatum en sortimentslijst van dec. 2020.

Het principe ‘ecologisch passend’ is als eigenschap opgenomen in de Haagse sortimentslijst. Het is een criterium om op te selecteren. Per soort gebied wordt dit principe als volgt gebruikt: In de duinen en bosgebieden worden, afhankelijk van de locatie en functie, in principe alleen ecologisch passend 3* en 4* bomen gebruikt. -  Op cultuurlijke en intensief gebruikte plekken binnen stadsparken en landgoederen kunnen alle categorieën 0-4* ecologisch passend worden toegepast. In het wijk- en buurtgroen hebben bomen met een beoordeling ecologisch passend 1-4* de voorkeur. -  Langs wegen en straten worden voor verharding beproefde Haagse boomsoorten gebruikt, bomen met een beoordeling 1-4* ecologisch passend hebben de voorkeur. Bij het selecteren van een boom houden we ook rekening met de aanwezigheid van bessen, zaden, stuifmeel en nectar. Als het om bessen, zaden, stuifmeel en nectar gaat dan zijn de meeste dieren niet kieskeurig, op een deel van de wilde bijen na die echte nectar- en stuifmeelspecialisten zijn. Bij de keuze van bomen kan ook in de afweging meegenomen worden hoe de bomen gezamenlijk een zo lang mogelijke periode van het jaar voedsel leveren voor dieren in de vorm van nectar, stuifmeel, zaden en/of bessen.

31

6 H 8 k 2 k 1 k 5 k 5

Bomen verbeteren het microklimaat maar kunnen een slecht windklimaat niet oplossen Het microklimaat van een plek wordt beïnvloed door veel omstandigheden. Hoge gebouwen zorgen voor hun eigen microklimaat. Door de hoogte beïnvloeden ze natuurlijke windpatronen. Windhinder oplossen wordt soms een onderdeel van de opgave. Helaas kunnen bomen niet worden ingezet als de oplossing voor extreme windhinder. Bomen zullen onder die omstandigheden niet groeien. Bomen kunnen wel een prettig verblijfsklimaat creëren en versterken als de omstandigheden dit toelaten. Dat is de ontwerpopgave in de verdichtingsgebieden. In windtunneltesten kan het effect van hoge gebouwen op windrichting en kracht worden getest en kan windhinder worden gesimuleerd. Het is voor het ontwerp van de openbare ruimte belangrijk goed rekening te houden op welke plek de bomen worden geplaatst en dat de bomen die worden geplaatst zo goed mogelijk bestand zijn tegen deze wind.

Stonden hier maar bomen… Op het Hillebrant Jacobsplein in Den Haag is met bijzondere architectuur in 2006 een woonomgeving gemaakt. Het centrale plein heeft een waterpartij, en bankjes nodigen uit om te gaan zitten. Keurig in rechte lijnen langs het water staan in bakken een beperkt aantal struiken. Vanwege het parkeerdak zijn er geen bomen opgenomen in het ontwerp. Nu, enkele jaren later, ondervinden de bewoners daar de nadelen van. Het is nu een hitte-eiland geworden. Het kan er wel tien graden warmer worden dan in de rest van de stad. Met de langere, drogere en hetere zomers is dat geen prettig verblijf.

Bomen kiezen, van theorie naar praktijk De theorie om divers aan te planten is in de praktijk niet altijd eenvoudig te realiseren. Vanuit beheer, beeld en ecologie komen de conclusies over wat optimaal is niet altijd met elkaar overeen. De aanplant van monoculturen is in het verleden vaak als standaard gehanteerd. Om goed om te gaan met de opgave werken we in elk project de vraag voor meer diversiteit uit. We gebruiken de Haagse sortimentslijst als hulpmiddel om te kiezen (zie bijlage 9).

Aan de slag!

In een stad, waarin bomen steeds belangrijker worden voor de gebruikers, blijven we werken aan een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk. In het ideaalbeeld is de Hoofdboomstructuur ononderbroken en overal verbonden met de grote groengebieden. Er is weinig grootschalige uitval als gevolg van ziekten of onverwachte klimaateffecten door het gebruik van een variatie aan

Hillebrant Jacobsplein. Foto: Jurriaan Brobbel.

Nota Stadsbomen

32

33

geslachten en soorten in de boomstructuren van het netwerk. Het netwerk levert diverse ecosysteemdiensten aan de gebruikers van de stad. Zo blijft het stadsbomennetwerk zorgen voor een optimale leefkwaliteit in de stad. Voor het versterken van het netwerk hebben we geduld nodig. Het versterken kan vaak alleen bij herinrichtingen. De keuzes die we bij deze verandering maken, bepalen of het netwerk toekomstbestendiger wordt. Pas over ongeveer zestig jaar weten we of de keuzes van nu het beoogde resultaat hebben opgeleverd. Dat betekent dat volgende generaties de vruchten plukken van de investeringen die wij nu doen. Ons doel concreet gemaakt Ons doel is om, ook de komende tien jaar, te blijven werken aan het verbeteren van het Haagse stadsbomennetwerk, de functies en de ecosysteemdiensten hiervan. We maken dit doel concreet en meetbaar: • In 2030 hebben we tien niet verbonden schakels in de Hoofdboomstructuur weten te verbinden en kunnen we vijf nieuwe boomstructuren als Hoofdboomstructuur toevoegen aan de stad; • In 2030 is 75% van het aantal stadsbomen ecologisch passend 4*,3* of 2*.

Om het doel te bereiken gaan we aan de slag door: • Verbindingen in het netwerk te verbeteren en te versterken. 1. In de toekomst bomen aan te planten op locaties van de Hoofdboomstructuur die nu als ontbrekende schakels worden gezien (actiepunt 1); 2. In projecten kansen te benutten om wensen voor een Hoofdboomstructuur in te vullen (actiepunt 2); 3. A  anwezige kansen bij projecten van veranderende mobiliteit te benutten door de typische Haagse groene middenbermen uit te breiden en te versterken (actiepunt 3); 4. W  aar mogelijk in boomloze straten/straatdelen met goede groeiplaatskansen bomen aan te planten (actiepunt 4); • De kaart met kansen voor het verbeteren en versterken van de Hoofdboomstructuur in een GIS-laag op te maken en toevoegen aan het open geo-portaal met kaarten van Den Haag. Deze kansenkaart voor de Hoofdboomstructuur ook te koppelen aan te ontwikkelen kansenkaarten voor klimaatadaptatie, vergroening/ontstening en stadsnatuur (actiepunt 5); • Bij onze ontwerpen te zorgen voor diversiteit in onze boomstructuren om zo grootschalige uitval als gevolg van ziekten of onverwachte klimaateffecten in de toekomst te voorkomen.

Hiervoor maken we gebruik van maatwerk op structuurniveau; • Voor het goed toepassen van diversiteit in de bestaande Hoofdboomstructuur worden nadere ontwerpsessies gehouden (actiepunt 6); • Onze nieuw aan te planten bomen te selecteren op basiseigenschappen, het thema ecologisch passend en het thema microklimaat; • De Haagse sortimentslijst, gevuld met eigenschappen, als hulpmiddel te gebruiken om bomen te kiezen; • Groeiplaatsen van bomen te verbeteren zie hoofdstuk 3; • Bij nieuwe aanplant van bomen een goede groeiplaats aan te leggen zie hoofdstuk 4 en 5.

Ook de natuur houdt van een microklimaat bij warme temperaturen. Foto: Jurriaan Brobbel. Nota Stadsbomen

34

Als je wilt weten hoeveel impact bomen hebben in de stad, dus welke ecosysteemdiensten ze leveren, kun je het beste uitgaan van het aanwezige kroonoppervlak. Kroonoppervlak is wat je ziet als je recht van boven op een boom kijkt. Een gezonde boom krijgt jaar na jaar steeds meer kroonoppervlak. Afhankelijk van de boomsoort wel een halve tot een hele vierkante meter per jaar extra. Elke vierkante meter extra kroonoppervlak betekent overigens dat ook de wortels een vierkante meter extra ruimte nodig hebben. Daarom is het belangrijk de bomen een goede groeiplaats te geven. Een gezonde iep of linde van 80 jaar oud, levert immers evenveel ecosysteemdiensten, zoals schaduw, biodiversiteit of wateropvang, als tientallen jonge boompjes samen. Daarom kiest Den Haag er in deze nota voor om uit te gaan van het totale kroonoppervlak en niet van het aantal bomen.

35

3 In 2030 willen we meer kroonoppervlak Kroonoppervlak gebruiken als maat voor de leefkwaliteit

Toronto, New York, Londen, Den Haag. Het zijn verschillende steden met elk een eigen karakter. Toch hebben ze een ding gemeen. De ecosysteemdiensten die bomen leveren, worden in deze steden erkend en gebruikt als een belangrijke graadmeter voor de leefkwaliteit in de stad. Voor het berekenen van de bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit wordt allereerst gebruik gemaakt van de metingen van kroonoppervlakten. Deze informatie wordt doorgerekend in een model (zie kader i-Tree). We nemen als gemeente actief deel in de ontwikkeling van dit model voor Nederland. In het buitenland wordt i-Tree al op grotere schaal ingezet. Den Haag staat niet alleen in deze benadering. Er is dan ook een landelijke en internationale zoektocht gaande om het kroonoppervlak goed te kunnen meten. Den Haag neemt hier deel aan. We weten in de toekomst zo de bijdrage van de stadsbomen aan het kroonoppervlak. Het totale kroonoppervlak in onze stad komt niet alleen van stadsbomen. Het gaat ook over de kronen van bomen in bossen, particuliere tuinen, en over struiken. Het bestrijkt dus openbaar groen én particulier groen. Met nieuwe meetmethoden kunnen we dit groen in de toekomst van elkaar onderscheiden. Het meten van kroonoppervlakte is nog in ontwikkeling. We kunnen nu, vanuit de lucht, steeds nauwkeuriger meten. Met meettechnieken vanaf de grond is de betrouwheid te verfijnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9801295/1