RIS307825 Bijlage
Tekst van het document
63
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 4.5 WOONAANTREKKELIJKHEIDSINDEX (RANGORDE 50 GEMEENTEN), G4 2019 woonaantrekkelijksindex 0 perc. vooroorlogse woningen
bereikbaarheid (banen)
10 20 30 40
aanwezigheid universiteit
cultureel aanbod
50
culinair aanbod
veiligheid
nabijheid natuurgebieden
Amsterdam
percentage koopwoningen
Den Haag
Rotterdam
Utrecht
Bron: Atlas voor Gemeenten 2019 ● Figuur 4.5 laat zien dat Den Haag een (heel) aantrekkelijke stad is om te wonen. Ze neemt in totaal in 2019 plek 6 in van 50 steden, achter Amsterdam, Utrecht, Amstelveen, Haarlem en Den Bosch.40 Den Haag scoort met name goed op de bereikbaarheid van banen (plek 2) en het aandeel vooroorlogse woningen (plek 4), een indicator voor het historisch karakter • Maar: • Den Haag scoort, net als de G4, minder goed op veiligheid (plek 46), het aandeel koopwoningen (plek 45) en de nabijheid van natuurgebieden (plek 32); • Den Haag (plek 6) is op deze index iets minder aantrekkelijk dan Utrecht (plek 2) en Amsterdam (plek 1), maar aantrekkelijker dan Rotterdam (plek 12). De Kenniswijzer Atlas voor Gemeenten 2019 voor Den Haag rapporteert verder (p. 4): “Den Haag scoort goed omdat er vanuit Den Haag veel banen bereikbaar zijn, het culturele en culinaire aanbod goed is en er veel vooroorlogse woningen zijn. Dit geldt trouwens ook voor de andere grote steden. Op het gebied van veiligheid en het percentage koopwoningen
scoren de G4 laag, maar Den Haag en Utrecht doen het iets beter dan Amsterdam en Rotterdam. Den Haag heeft als enige grote stad geen eigen universiteit, maar wel in de buurt. Kanttekening hierbij is dat de Haagse Campus van Universiteit Leiden en andere vestigingen 40 Zie tabellen A.1 en A.2 in Bijlage voor exacte cijfers, zowel wat betreft de vergelijking van de G4 als van Den Haag over de tijd.
64
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
van universitair onderwijs in Den Haag niet meetellen, omdat dit satellietvestigingen zijn, terwijl het aantal WO-studenten in Den Haag inmiddels wel vele duizenden bedraagt. Verder scoort Den Haag in de gekozen methodiek laag als het gaat om de nabijheid van natuurgebieden. Ook hierbij moet een kanttekening worden gemaakt: strand en duinen zijn buiten beschouwing gelaten omdat is gekozen voor ‘bos’ als indicator en dat geeft dus vanuit Haags perspectief een nogal scheef beeld.” Deze kanttekeningen leiden eerder tot een onder- dan overschatting van de woonaantrekkelijkheid van Den Haag. FIGUUR 4.6 WOONAANTREKKELIJKHEIDSINDEX (RANGORDE 50 GEMEENTEN), DEN HAAG 2009-2019
0
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019 bereikbaarheid van banen
perc. vooroorlogse woningen
5
woonaantrekkelijksindex
10
culinair aanbod
15
aanwezigheid universiteit
cultureel aanbod
nabijheid natuurgebieden veiligheid
20
percentage koopwoningen
25 30 35 40 45 50
Bron: Atlas voor Gemeenten 2009-2019 ● Figuur 4.6 laat zien dat de woonaantrekkelijkheid van Den Haag amper is veranderd in de periode 2014-2019. De rangorde van Den Haag varieerde tussen een vijfde en zevende positie. Den Haag blijft dus hoog scoren als aantrekkelijke stad om te wonen. Dat was ook zo in de periode daarvoor afgaand (2009-2013) ● Wel is Den Haag tussen 2014 en 2019 iets gezakt wat betreft cultureel aanbod (aantal podiumkunst uitvoeringen per 1.000 inwoners; van een 8e naar een 12e plaats) en culinair aanbod (kwaliteit van het culturele aanbod; van een 7e naar een 14e plaats). Daartegenover stond een verbetering van de bereikbaarheid van banen tussen 2014 en 2019 (van een 4e naar een 2e plaats). De objectieve veiligheid daalde tussen 2013 en 2014, maar bleef daarna stabiel
4.3.3 Vestiging en vertrek
Een aantrekkelijke stad zou niet alleen attractief moeten zijn voor haar bewoners en om er dingen te doen (werk/bezoek), maar uiteindelijk ook moeten leiden tot het gaan wonen in de stad. Het CBS publiceert de bevolkingsgroei/krimp als gevolg van verschillende oorzaken, door geboorte/ sterfte, emi- en immigratie en door verhuizing in en uit de gemeente binnen Nederland.
65
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 4.1 VESTIGING EN VERTREK IN EN UIT DEN HAAG (AANTALLEN), 2012-2018
Bevolking
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
502.055
505.856
508.940
514.861
519.988
524.882
532.561
537.833
Geboorteoverschot
2742
2564
2824
2511
2538
2431
2328
2339
Vestiging uit andere gemeente
17538
18195
18925
19559
20809
21370
20033
20253
Vertrek naar andere gemeente
18373
18302
19534
20683
22058
22521
22781
23930
Vestigingsoverschot
-835
-107
-609
-1124
-1249
-1151
-2748
-3677
Immigratie
13160
14180
14800
14500
15515
17242
17485
20003
Emigratie
11293
13591
10916
10517
11795
10727
11445
10623
Immigratieoverschot
1867
589
3884
3983
3720
6515
6040
9380
Overige correcties
27
38
-178
-243
-115
-116
-348
-37
Bevolkingsgroei
3801
3084
5921
5127
4894
7679
5272
8005
Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/37230ned/table?ts=1603280173032) ● Tabel 4.1 laat zien dat het aantal personen dat in 2019 naar Den Haag verhuist vanuit een andere gemeente binnen Nederland 20.253 is; het aantal dat vanuit Den Haag verhuist naar een andere gemeente in Nederland is 23.930; het vestigingssaldo door verhuizing binnen Nederland is dus negatief met 3.677 personen (d.w.z. vertrekoverschot) ● Tussen 2014 en 2019 nam het vertrekoverschot in Den Haag toe van 609 personen naar 3677 personen (een verzesvoudiging). Er zijn dus steeds meer mensen die naar een andere gemeente in Nederland vertrekken dan er vanuit een andere gemeente naar Den Haag komen om er te wonen. Dat zou als een negatieve trend voor wat betreft de aantrekkelijkheid van de stad kunnen worden gezien ● Anderzijds komen er tussen 2014 en 2019 steeds meer mensen vanuit het buitenland om zich in Den Haag te vestigen, daar waar een constant (kleiner) aantal mensen emigreert. Dat betekent een forse toename van de bevolking door een immigratieoverschot (in de periode 2014-2019 gaat het om een toename hierdoor van 33.500 personen). Dit overtreft het binnenlands vertrekoverschot aanzienlijk. Voor buitenlanders is Den Haag dus steeds een aantrekkelijker stad geworden om er te wonen.41 De trend naar meer immigratie had zich overigens al vanaf 2006 ingezet.
4.3.4 Studenten
Naast migratieoverschotten blijkt de aantrekkingskracht van een stad ook uit hoeveel studenten er komen om te studeren. Onderstaande gegevens betreffen HBO en WO studenten naar woonregio, dus niet naar de regio waar onderwijs wordt gevolgd (dat laatste is onbekend). Ze bevatten ook internationale studenten die in Den Haag verblijven.
41
Cijfers over tijdelijke vestiging zonder inschrijving ontbreken.
66
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 4.7 AANTAL HBO EN WO STUDENTEN NAAR WOONGEMEENTE, G4 2000-2019 60000 50000 40000 30000 20000 10000
20
00 20 / '01 01 20 / ' 02 02 20 / ' 0 3 03 20 / ' 0 4 04 20 / ' 0 5 05 20 / ' 0 6 06 2 0 / ' 07 07 20 / ' 0 8 08 20 / ' 0 9 09 20 / '10 10 / 20 '11 11 / 20 '12 12 / 20 '13 13 / 20 '14 14 / 20 '15 15 / 20 '16 16 / 20 '17 17 / 20 '18 18 20 / '19 19 / '2 0
0
Amsterdam
Den Haag (gemeente)
Rotterdam
Utrecht (gemeente)
Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/71450ned/table?ts=1603279720542) ● We zien in figuur 4.7 dat Den Haag door het ontbreken van een algemene universiteit historisch gezien minder HBO en WO studenten kent dan de drie andere grote steden. Dat is ook relatief zo naar inwonertal: in 2019 kent Den Haag 4,9% HBO en WO studenten in de totale populatie, Amsterdam 6,1%, Rotterdam 5,7% en Utrecht 8,8%. ● Het aantal studenten in Den Haag is echter wel — net als elders in de G4 — constant gestegen van 14.000 studenten in 2000/01 tot 26.000 studenten in 2019/20. Op de totale bevolking van Den Haag nemen studenten ook een steeds groter aandeel in (van 3,2% in 2000 naar 4,9% in 2019). De toename van het aantal studenten hangt ook samen met de uitbreiding van aantal opleidingen aan de Campus van de Universiteit Leiden in Den Haag en de Haagse Hogeschool.
67
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
SAMENVATTEND ● Bewoners zijn over het algemeen tevreden over woning en woonomgeving in Den Haag • Maar er is veel minder tevredenheid en (na 2015) dalende tevredenheid onder huurders • Den Haag blijft wat betreft woontevredenheid iets achter op Nederland als geheel en Utrecht en Amsterdam ● Den Haag is een aantrekkelijke stad op meerdere indicatoren (bereikbaarheid banen, aandeel vooroorlogse woningen, cultureel aanbod) en dat blijft zo tussen 2014 en 2019 • Maar ze is iets minder aantrekkelijk op deze index dan Utrecht en Amsterdam • Net als de andere drie grote steden scoort Den Haag minder goed op veiligheid en het aandeel koopwoningen • Het cultureel en culinair aanbod is in Den Haag tussen 2016 en 2019 iets gedaald, maar de bereikbaarheid van banen nam toe ● De aantrekkelijkheid van Den Haag blijkt ook uit het feit dat er zich tussen 2014 en 2019 steeds meer buitenlanders in Den Haag zijn gaan vestigen, daar waar de emigratie vrij constant en kleiner is (d.w.z. een groeiend immigratieoverschot). • Maar er vertrekken ook steeds meer mensen naar een andere gemeente in Nederland dan er zich vestigen in Den Haag vanuit een andere gemeente (d.w.z. een groeiend binnenlands vertrekoverschot). Toch weegt dit vertrekoverschot niet op tegen het immigratieoverschot en neemt als gevolg van immigratie de bevolking in Den Haag tussen 2014 en 2019 toe.
● In Den Haag is het aandeel HBO en WO studenten tussen 2014 en 2019 gestegen • Maar Den Haag kent (relatief) minder studenten dan de drie andere grote steden
4.4
Aantrekkingskracht internationaal talent
Het is niet eenvoudig om de aantrekkingskracht van Den Haag voor internationaal talent te meten omdat er geen betrouwbare, grootschalige surveys zijn waarin gevraagd wordt naar de aantrekkingskracht van Den Haag in vergelijking tot andere steden in binnen- en buitenland. Wel kunnen we meten hoeveel internationale organisaties naar Den Haag komen om zich te vestigen. Ook bestaat er een index die inschaalt – op basis van ‘harde’ data over bijvoorbeeld het aandeel hoger opgeleiden, de arbeidsmarktkansen, de kansen op bijscholing, sustainability en leefstijl – hoe aantrekkelijk Den Haag is voor talent op de arbeidsmarkt om er zich te vestigen ten opzichte van andere wereldsteden (de zogenaamde Global Talent Competitiveness Index; Lanvin & Monteiro 2020).
68
DE HAAGSE HOGESCHOOL
4.4.1
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
Internationale organisaties
FIGUUR 4.8. AANTAL INTERNATIONALE ORGANISATIES, DEN HAAG 2004-2019
Aantal internationale organisaties in Den Haag
600 500 400 300 200 100 0
2004
2007
2010
2012
2016
2019
Bron: Decisio (2019) ● Het aantal internationale organisaties in Den Haag is sterk gegroeid van 167 organisaties in 2004 naar 480 in 2019 (figuur 4.8). Van de organisaties betreft 35% een NGO, 25% ambassades en consulaten, 11% VN/Europees, 11% educatie en cultuur, 9% expat services en 9% is ambassade gelieerd ● Internationale organisaties leveren in 2019 40.000 banen op, waarvan er 22.000 binnen de grenzen van de gemeente Den Haag vallen. Dit is 14% van de Haagse werkgelegenheid (er zijn 282.000 banen in de gemeente Den Haag op december 2018; CBS 2020). Dit is een belangrijk en groot aandeel.42
4.4.2 Aantrekkingskracht voor internationaal talent
● Op de ranking van 155 wereldsteden wat betreft aantrekkingskracht voor internationaal talent (Global Talent Competitiveness Index) staat Den Haag in 2020 op plaats 54. De lijst wordt aangevoerd door New York en hekkensluiter is Karachi ● In 2019 stond de metropool-regio Den Haag-Rotterdam nog op plaats 28, dus Den Haag lijkt sterk in ranking te zijn gedaald. Deze daling lijkt echter eerder aan een inschattingsfout in een onderliggende indicator te liggen dan aan daadwerkelijk gedaalde aantrekkelijkheid voor internationaal talent.43
42 We hebben geen gegevens voor andere gemeentes, maar het lijkt duidelijk dat Den Haag als stad van (internationale) overheden relatief veel banen in internationale organisaties heeft.
43 De onderliggende indicator “percentage leerlingen dat naar hoger onderwijs gaat” (tertiary enrollment) laat een verrassend negatieve en onaannemelijk grote verandering zien van 46% in 2019 naar 17% in 2020 voor Den Haag. De scores op de meeste andere indicatoren voor Den Haag stijgen juist tussen 2019 en 2020, bijvoorbeeld betaalbaarheid van de stad of het aandeel hoger opgeleiden in de bevolking (deze laatste
verandering onderschrijft nog eens de onjuistheid in de sterke daling in de tertiary enrrollment rate). De
opdeling van Rotterdam en Den Haag in 2020 lijkt niet de oorzaak van de daling, omdat Rotterdam in 2020 een vergelijkbare positie inneemt als Den Haag (plek 56) en een vergelijkbare tertiary enrollment rate heeft.
69
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
SAMENVATTEND ● Het aantal internationale organisaties is sterk gegroeid in Den Haag tussen 2004 en 2019. De banen in deze organisaties leveren 14% van de Haagse werkgelegenheid op ● Den Haag is een relatief aantrekkelijke stad voor internationaal talent.
4.5
Bezoek
De aantrekkingskracht van een stad blijkt ook uit bezoek van buitenaf. Komen er ook meer bezoekers, zowel uit binnen- als buitenland, naar Den Haag in de afgelopen jaren? FIGUUR 4.9 AANTAL TOERISTISCHE BEZOEKEN PER GEMEENTE, G4 2017-2019 (X 1000) 20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000
2017 Amsterdam
2018 Den Haag
2019 Rotterdam
Utrecht
Noot: Nederlandse bezoekers van steden met een toeristisch motief, exclusief familiebezoek en zakelijk bezoek. Meestal gaat het om dagbezoek, maar soms ook om een meerdaags bezoek met overnachting. Bron: Toeristisch Bezoek aan Steden (TBAS) ● Figuur 4.9 laat zien dat het aantal bezoeken aan Den Haag kleiner is dan aan de overige drie grote steden tussen 2017 en 2019 ● Tussen 2017 en 2018 groeide het bezoek aan Den Haag harder dan in de overige drie
grote gemeenten, maar tussen 2018 en 2019 nam zowel in Den Haag als de andere drie grote steden het bezoek duidelijk af (hoewel minder sterk in Amsterdam). De toename in 2018 lag mogelijk aan de warme zomer in dat jaar (Toerisme Monitor 2019). Dezelfde trend en stedelijke verschillen zien we in het aantal unieke bezoekers (Toerisme Monitor 2019).
70
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 4.2. AANTAL GASTEN UIT NEDERLAND EN BUITENLAND MET HOTELOVERNACHTING (X 1.000), G4 2012-2019 Herkomst Nederland Amsterdam
Herkomst buitenland Rotterdam
Den Haag
Utrecht
Amsterdam
Rotterdam
Den Haag
Utrecht
2012
1064
409
394
153
4674
369
339
171
2013
1292
390
441
147
4733
406
365
156
2014
1411
454
424
149
5259
442
417
174
2015
1351
530
430
159
5475
438
468
195
2016
1292
569
457
171
5979
489
473
183
2017
1477
606
549
205
6784
535
519
255
2018
1654
671
551
203
6923
590
528
237
2019
1637
656
533
211
7572
582
499
238
Noot: Alle hotels, motels, pensions, appartementen met hoteldienstverlening, jeugdaccommodaties en bed & breakfasts met tenminste 5 slaapplaatsen| Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/82061NED/table?ts=1603281659999)
● Tabel 4.2 laat zien dat er een gestage groei is van het aantal gasten met hotelovernachting in Den Haag tussen 2012 en 2019. Dit geldt in gelijke mate voor gasten uit het buitenland en gasten uit Nederland ● Maar in 2019 is er in Den Haag een achteruitgang in het aantal gasten met hotelovernachting ten opzichte van 2018 (net zoals bezoekcijfers) ● Den Haag blijft in het aantal hotelovernachtingen achter op Amsterdam (de bij uitstek toeristenstad) en iets op Rotterdam, maar trekt meer gasten dan Utrecht Er zijn geen goede vergelijkende gegevens (over jaren en/of gemeenten) wat betreft overnachtingen bij particulieren zoals via AirBnB (een topindicator voor de gemeente Den Haag). De schatting is dat er in 2019 67.000 zulke overnachtingen in Den Haag hebben plaatsgevonden (Jaarrekening 2019 Gemeente Den Haag). Dit is veel kleiner dan het hotelovernachtingen van Nederlandse en buitenlandse gasten, minder dan een tiende deel. Toch zou deze vorm van overnachting een steeds groter aandeel kunnen krijgen doordat ze een goedkoop alternatief vormt voor hotelkamers en hotels soms volgeboekt zijn. Overigens ligt ook in Amsterdam het aantal AirBnB-overnachtigingen als aandeel van het totaal overnachtingen op minder dan 10%, althans in 2017 (“Toerisme in Amsterdam. Vandaag en morgen”, Ecorys, 2018).
71
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 4.3. AANTAL ZAKELIJKE OVERNACHTINGEN (X 1.000), G4 2012-2019 Amsterdam
Rotterdam
Den Haag
Utrecht
2012
4120
690
650
280
2013
4410
720
660
260
2014
4650
800
710
260
2015
4500
820
810
300
2016
4540
940
720
340
2017
5200
920
770
400
2018
5530
960
750
410
2019
5820
980
770
430
Noot: Alle hotels, motels, pensions, appartementen met hoteldienstverlening,
jeugdaccommodaties en bed & breakfasts met tenminste 5 slaapplaatsen Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/82621NED/table?ts=1603281712157) ● Tabel 4.3 laat zien dat het aantal zakelijke overnachtingen toeneemt in Den Haag tussen 2012 en 2019 ● Maar de piek van 2015 werd niet meer bereikt en sindsdien fluctueert het aantal zakelijke overnachtingen ● Verder is het aantal zakelijke overnachtingen in Den Haag veel kleiner dan in Amsterdam en blijft ze achter bij Rotterdam, maar is ze beduidend groter dan in Utrecht TABEL 4.4. AANTAL CONGRESSEN, DEELNEMERS, GEMIDDELDE DUUR EN DEELNEMERSDAGEN IN DEN HAAG, 2015-2019 2015
2016
2017
2018
2019
Aantal congressen
91
135
149
126
113
Gemiddeld aantal deelnemers
300
279
296
383
425
Gemiddelde duur
3,8
3,9
4,6
4,1
5,0
Deelnemersdagen
110.700
146.660
179.010
195.060
213.923
Bron: NBTC (Uit: Monitor Toerisme 2019) ● Tabel 4.4 laat zien dat het aantal congressen in Den Haag na een sterke toename tussen 2015 en 2017, tussen 2017 en 2019 is gedaald ● Toch neemt het aantal deelnemers van congressen toe en verblijven ze er langer, waardoor er steeds meer deelnemersdagen zijn
72
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 4.5. GEMIDDELDE BESTEDINGEN PER TOERISTISCH BEZOEK AAN DE G4, 2017-2019 2017
2018
2019
Groei 2017-19
Amsterdam
€ 50,10
€ 58,80
€ 57,40
+15%
Den Haag
€ 47,30
€ 49,50
€ 52,70
+11%
Rotterdam
€ 52,10
€ 54,30
€ 62,10
+19%
Utrecht
€ 48,20
€ 51,90
€ 59,00
+22%
Bron: Toeristisch Bezoek aan Steden (TBAS) (Uit: Toerisme Monitor 2019) ● Tabel 4.5 laat zien dat tussen 2017 en 2019 steeds meer wordt besteed aan toeristisch bezoek aan Den Haag, ondanks een afname in het aantal bezoeken en hotelovernachtingen tussen 2018 en 2019 ● Wel zijn die bestedingen voor bezoek aan Den Haag gemiddeld lager dan voor bezoek aan Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Dat hangt samen met het motief voor bezoek (strandbezoek is bijvoorbeeld minder kostbaar; Monitor Toerisme 2019)
SAMENVATTEND ● Er is sprake van een gestage groei van het aantal gasten met hotelovernachting in Den Haag tussen 2014 en 2019 en ook groei van het aantal zakelijke gasten met hotelovernachting en het aantal congresdagen • Maar na een piek in het aantal zakelijke gasten in 2015 fluctueren de zakelijke overnachtingen • Den Haag blijft achter op Amsterdam wat betreft zakelijke en niet zakelijke hotelovernachtingen en iets op Rotterdam, maar trekt beduidend meer gasten dan Utrecht. Toeristen besteden bij hun bezoek aan Den Haag relatief wat minder, maar dat hangt ook samen met het motief voor bezoek.
73
5.
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
74
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
5. S TRUCTUUR: EEN VEERKRACHTIGE ECONOMISCHE STRUCTUUR? 5.1
Samenvatting
Indicator
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2014-2019 % verandering
% punt verschil
Aandeel banen kansrijke sectoren
32,0%
32,0%
32,0%
31,8%
32,0%
32,8%
2,5%
0,8%
Aandeel banen maakindustrie
2,6%
2,6%
2,6%
2,6%
2,5%
2,4%
-6,0%
-0,2%
Aandeel banen bouw
6,3%
6,4%
6,4%
6,6%
7,3%
7,7%
23,2%
1,5%
Aandeel banen zorg
14,7%
14,5%
14,3%
14,3%
14,4%
14,5%
-1,3%
-0,2%
Aandeel banen kennissector
1,9%
1,9%
2,1%
2,1%
2,1%
2,2%
15,6%
0,3%
Aandeel banen ICT en creatief
6,5%
6,6%
6,6%
6,2%
5,7%
6,0%
-7,3%
-0,5%
Omzetontwikkeling bouw (tov t-1)
-5,5%
-5,1%
4,9%
17,7%
Omzetontwikkeling ICT (tov t-1)
-3,4%
-3,2%
-3,4%
-2,1%
Aandeel lager opgeleiden (<MBO) beroepsbevolking
22,2%
21,1%
20,4%
20,2%
19,5%
19,5%
-12,1%
-2,7%
Aandeel hoger opgeleiden (HBO/WO)
43,2%
45,3%
44,7%
45,9%
46,4%
47,1%
9,0%
3,9%
Aandeel lager opgeleiden (<MBO) gediplomeerden
31,2%
32,2%
35,0%
34,8%
34,1%
33,1%
6,1%
1,9%
Aandeel hoger opgeleiden (HBO/WO) gediplomeerden
30,4%
31,8%
34,4%
35,2%
35,6%
35,8%
17,8%
5,4%
Aandeel voortijdige schoolverlaters
3,6%
2,9%
2,9%
2,8%
3,0%
2,8%
-23,3%
-0,8%
beroepsbevolking
Aandeel VMBO leerlingen met technische profielkeuze
24,0%
● Den Haag kent ten opzichte van de andere drie grote steden een sterke vertegenwoordiging van banen in de overheidssector en dat levert veel aantrekkelijke banen op. • Maar: • Den Haag kent een relatief gering aandeel banen in bedrijfssectoren met economische groeikansen, zoals maakindustrie, zorg, bouw en ICT (m.u.v. de zorgsector). Wel is het aandeel banen in deze kansrijke sectoren tussen 2014-2019 licht toegenomen. Dit ligt aan een toename van banen in de bouw en in de kennissector; banen in maakindustrie, ICT en zorg namen in aandeel af. Tussen 2019 en 2020 nam het aandeel banen in de maakindustrie en zorg verder af, maar nam ze in de bouw en kennissector toe; • De kansrijke sectoren in industrie, bouw, ICT hebben in Den Haag een geringer aandeel in het BBP dan in de andere drie grote steden (m.u.v. de zorgsector). Tussen 2012 en 2017 nam het aandeel van de kansrijke sectoren in het BBP in Den Haag af als gevolg van een afname van het BBP in de ICT sector. De bouwsector laat wel een sterke BBP-groei zien tussen 2018 en 2019. ● Den Haag kent een relatief gelijkere verdeling van onderwijsniveaus in de (beroeps-) bevolking dan Utrecht en Amsterdam, hetgeen vanuit oogpunt van aansluiting op de arbeidsmarkt positief is.
Ook is het aandeel leerlingen dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie gedaald tussen 2014 en 2019 en is dit een mindere zorg geworden wat betreft aansluiting op de arbeidsmarkt.
75
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
• Maar: • Net als in de andere drie grote steden is de (beroeps-)bevolking steeds eenzijdiger samengesteld met een steeds groter aandeel hoger opgeleiden. Deze lange termijn trend belemmert de match van banen – die divers in kwalificatieniveau zijn – aan de populatie. Anderzijds is deze trend in veel andere opzichten positief, bijvoorbeeld voor bestedingen, kennis en innovatie; • Den Haag kent een geringer aandeel VMBO leerlingen dat een technische dan niettechnische profielkeuze doet, hoewel dat minder scheef is dan in Amsterdam en Rotterdam. Dit is een bron van mismatch op de arbeidsmarkt.
5.2
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beknopt overzicht gegeven van de mate waarin Den Haag een veerkrachtige economische structuur biedt om de groeipotentie en weerbaarheid van de
economie te vergroten en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren. Dit betreft het strategische doel 2 uit de Economische Visie. Het strategische doel is als volgt geformuleerd (Economische Visie, p. 62): ”Een krachtige economische structuur is nodig om de economie meer groeipotentie te bieden en weerbaarder te maken, en om beter aan te sluiten op de arbeidsmarkt. Strategisch doel hierbij is de economische structuur veerkrachtiger te maken. Hieraan werkt de gemeente via de volgende tactische doelen: 1. het verdiepen en economisch benutten van het Haagse (missiegedreven) profiel van Internationale Stad van Vrede en Recht. Dit profiel bestaat uit drie samenhangende onderdelen: Legal & Policy Capital, ImpactCity en Security Delta; 2. het verbreden van de economische structuur door de sectoren maak, zorg en gezondheid, en bouw gericht te versterken; 3. Het vernieuwen van de economie door kennis, technologie en innovatie te stimuleren; 4. Het opschalen van bedrijven door export, financiering en spin-off te ondersteunen.” Het strategisch doel komt voort uit het probleem van de eenzijdigheid van de economische structuur van Den Haag (Economische Visie, p. 27): “Op dit moment is de economie te eenzijdig ontwikkeld (sterke focus op overheid) en zijn er te weinig cross-overs en verbanden tussen verschillende sectoren. Ook blijft de export achter.
Dit maakt de economische structuur kwetsbaar voor conjuncturele schommelingen. Er is meer dynamiek nodig in veel verschillende economische sectoren, en meer samenwerking. Aanjagers hiervoor zijn nieuwe technologieën, kennisontwikkeling, innovatie en ondernemerschap.”
76
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
Hoewel de achterliggende aanname dat veel overheid in Den Haag de economie kwetsbaar maakt voor conjuncturele schommelingen twijfelachtig is – het lijkt het er eerder op dat dit zorgt voor meer stabiliteit; dit is bijvoorbeeld te zien bij de economische impact van coronacrisis, welke Den Haag minder hard treft dan andere steden (zie hoofdstuk 3) – is de relatief eenzijdige samenstelling van de Haagse economie met veel overheden wel minder bevorderlijk voor economische groei (zie bijvoorbeeld Raspe et al. 2017).44 De vele overheden en instellingen leveren weliswaar veel attractieve banen en een hoog opgeleide beroepsbevolking op, maar die overheden en instellingen zijn minder gericht op economische expansie en exporteren geen goederen. De vraag in dit hoofdstuk is in hoeverre Den Haag een veerkrachtige economische structuur kent, dat wil zeggen hoe het staat met de aanwezigheid van kansrijke sectoren in Den Haag, of dit tussen 2014 en 2019 verbeterd is en hoe Den Haag hierin afsteekt tegen de drie andere grote steden. We kijken naar de aanwezigheid van de kansrijke en innoverende sectoren bouw, maak, zorg en gezondheid, kennis en ICT en vergelijken daarbij hun aandeel in de
werkgelegenheid met andere sectoren.45 Omtrent clusters van bedrijven en cross-overs hebben we helaas geen goede kwantitatief vergelijkbare data. Dit geldt grotendeels ook voor de aansluiting van het werk in bedrijven en organisaties op de bevolking van Den Haag.46 Wel kijken we naar de mate waarin de Haagse bevolking een gelijke verdeling kent van verschillende onderwijsniveaus, dat wil zeggen een verdeling kent van onderwijs die passend is bij de verschillende niveaus van werk op de arbeidsmarkt. Dit kan ook gezien worden als een indicator voor de weer- en wendbaarheid van de economische structuur.
5.3
Verdeling van bedrijven en sectoren en hun omzet
Hoe staat het met de verdeling van bedrijfssectoren in Den Haag wat betreft vestigingen en banen? Zijn overheden er inderdaad sterk vertegenwoordigd in vergelijking met de andere drie grote steden en neemt dit toe of af? En hoe zit het met de aanwezigheid van kansrijke sectoren zoals bouw, maak, zorg en gezondheid, kennis en ICT? En hoeveel toegevoegde waarde is er in iedere sector?
44 Raspe, O., M. van den Berge en T. de Graaff, 2017, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
45 In de Economische Visie worden de sectoren maak, zorg en gezondheid, en bouw gezien als kansrijke
groeisectoren vanwege hun (potentiële) exportwaarde, hun belang voor maatschappelijke transities en
innovatie, hun bedrijvigheid en werkgelegenheid en hun aansluiting bij de beroepsbevolking. De kennissector
en de sector ICT en creatief scoren op deze criteria weliswaar iets minder goed, maar zijn wel van belang voor vernieuwing en innovatie en worden daarom hier ook tot de kansrijke sectoren gerekend.
46 Het CBS levert informatie over het opleidingsniveau van de (beroeps-)bevolking van Den Haag, maar niet van
de onderwijsrichting en vaardigheden in de bevolking, behalve van de profielkeuze van VMBO’ers. Deze laatste indicator lichten we in dit hoofdstuk toe.
77
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
5.3.1
Verdeling bedrijfssectoren
FIGUUR 5.1 VERDELING VAN VESTIGINGEN NAAR SECTOR (%), G4 2019 60 % 50 % 40 % 30 % 20 % 10 % 0%
Den Haag
Amsterdam
Collectieve dienstverlening [%] Landbouw [%]
Recreatie en toerisme [%]
Rotterdam
Handel [%]
Overige dienstverlening [%]
Industrie [%]
Zakelijke dienstverlening [%]
Bron: CBS, LISA / VNG (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● Als we kijken naar de verdeling van (bedrijfs-)vestigingen naar sector per stad (figuur 5.1), dan valt op dat Den Haag in verhouding tot de andere drie grote steden relatief minder vestigingen heeft in de collectieve dienstverlening — waaronder overheden vallen — in 2019 (21% in Den Haag versus 26% in Amsterdam, 24% in Rotterdam en 30% in Utrecht). ● Ook opvallend is dat Den Haag relatief meer vestigingen in de industrie heeft dan de drie andere grote steden, ook dan het als industriestad bekend staande Rotterdam. Handelsondernemingen nemen ook een wat groter aandeel in in Den Haag, maar net iets minder dan in Rotterdam ● Het aandeel vestigingen in de zakelijke dienstverlening in Den Haag is kleiner dan in de rest van de G4
78
Utrecht
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 5.2 VERDELING VAN BANEN NAAR SECTOR (%), G4 2019 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Den Haag Collectieve dienstverlening Overige dienstverlening
Amsterdam Handel
Zakelijke dienstverlening
Rotterdam Industrie
Recreatie en toerisme
Utrecht Landbouw
Bron: CBS, LISA / VNG (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● Maar wanneer gekeken wordt naar de verdeling van banen per sector (figuur 5.2), dan ziet de verdeling van sectoren er in Den Haag heel anders uit ● Den Haag heeft relatief meer banen in de collectieve dienstverlening dan de andere drie grote steden (42% versus 28% in Amsterdam, 33% in Rotterdam en 37% in Utrecht). Dat betekent dus dat het relatief geringe aantal collectieve overheidsvestigingen in Den Haag (zie figuur 5.1) wel veel banen betreft ● Den Haag kent relatief minder banen in de industrie dan Rotterdam, maar meer dan Amsterdam en Utrecht; Den Haag kent relatief minder banen in zakelijke dienstverlening dan in de andere drie grote steden (met name dan Amsterdam). Of de in de Economische Visie kansrijk geachte sectoren (maakindustrie, zorg en gezondheid, bouw, kennis en ICT) in totaal minder of meer talrijk zijn vertegenwoordigd in Den Haag dan in de andere drie grote steden is met deze sectorindeling niet goed te zien (er is geen verfijndere indeling om gemeenten te vergelijken) ● De samenstelling van bedrijfssectoren lijkt wat betreft deze indeling niet ‘eenzijdiger’ (d.w.z. schever) te zijn in Den Haag dan elders in de G4. Amsterdam kent wat dat betreft een eenzijdigere sectorale verdeling met veel banen in de zakelijke dienstverlening.
79
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 5.3 VERDELING VAN BANEN NAAR SECTOR (SBI, 14 KLASSEN), DEN HAAG 2019 25,0%
21,3%
20,0% 14,5%
Helaas hebben we geen cijfers over deze specifieke sectorindeling voor andere steden, maar wel voor Nederland als geheel. Het grootste verschil is dat Den Haag ten opzichte van heel Nederland relatief veel meer banen in de overheidssector kent (respectievelijk 21% versus 5%).47
te ns
d
ie e) d
i je vr
ch is r id
ju (e n
ke l Za
● We zien in figuur 5.3 dat in Den Haag in 2019 de meeste banen in de branche overheid en belangenorganisaties te vinden zijn (21,3%), daarna in detailhandel (14.5%), zorg (14,5%) en zakelijke dienstverlening (11,1%). Er zijn relatief minder banen te vinden in energie (0,9%), agrifood en tuinbouw (1,4%), kennis (2,1%), maakindustrie (2,4%) en financiën (2,7%). De sectoren bouw (7,8%), ICT en recreatief (6%), logistiek (6%) en onderwijs (excl. WO/HBO; 5,5%) nemen een middenpositie wat betreft het aandeel banen in. ● De kansrijke geachte groeisectoren in maakindustrie, bouw, kennis en ICT zijn aldus niet talrijk vertegenwoordigd in Den Haag als het gaat om het aantal banen. Een uitzondering is de zorg. Tezamen maken de kansrijke sectoren 32,8% van het totaal aantal banen uit in 2019.
80
en e ijk e
d ei rh ve
Een nadere, meer gedetailleerde indeling naar sector wordt gehanteerd in het werkgelegenheidsregister Haaglanden voor Den Haag. Daarin worden 14 bedrijfsbranches onderscheiden conform de Economische visie (een aangepaste vorm van de bedrijfstak/ branche Standaard Bedrijfsindeling, SBI-indeling van het CBS). Anderzijds is het lastiger werkzame personen in een overkoepelende sector (bijv. de collectieve dienstverlening) te achterhalen.
table?ts=1605707302697).
t ij
sa ni m
ng
en
nd O O
Bron: Werkgelegenheidsregister Haaglanden / DHIC (https://denhaag.incijfers.nl)
47 Voor cijfers voor heel Nederland, zie: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84164NED/
n
s t ie
) O
er
be
w
la
ijs
(e xc l
us nd ki
aa M
D
en
.W O /B
ie tr
k ie gi
st
s
Lo
ni
ea cr en
T
Ke n
t ie
n ië nc IC
na Fi
En
er
gi
e
f
re n
et
ai
lh
an
de
le
Bo
uw
ho
uw bo in tu en od i fo Ag r
3,8%
rg
0,9%
5,5%
2,4%
2,1%
ca
0,0%
2,7%
6,0%
ris
1,4%
6,0%
To e
5,0%
Zo
7,8%
ga
10,0%
14,5%
11,1%
or
15,0%
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 5.1. VERDELING VAN BANEN NAAR SECTOR (SBI, 14 KLASSEN), DEN HAAG 2004-2019 2004
2009
2014
2019
Agrifood en tuinbouw
0,8%
Bouw
5,2%
1,2%
1,2%
1,4%
7,1%
6,3%
7,8%
Detailhandel en horeca
14,2%
14,2%
14,3%
14,5%
Energie
1,2%
Financiën
4,7%
1,1%
1,1%
0,9%
3,4%
3,2%
2,7%
ICT en creatief
6,8%
Kennis (incl. HBO/WO)
1,9%
5,8%
6,5%
6,0%
1,8%
1,9%
2,1%
Logistiek
6,9%
6,7%
6,5%
6,0%
Maakindustrie
2,7%
2,5%
2,6%
2,4%
Onderwijs (excl. HBO/WO)
4,9%
4,7%
5,1%
5,5%
Overheid en belangenorganisaties
24,8%
23,1%
21,7%
21,3%
Toerisme en vrije tijd
3,5%
3,7%
3,7%
3,8%
Zakelijke (en juridische) diensten
9,2%
10,7%
11,3%
11,1%
Zorg
13,2%
14,1%
14,7%
14,5%
Kansrijke sectoren (bouw, ICT, kennis, maak, zorg)
29,8%
31,3%
32,0%
32,8%
Bron: Werkgelegenheidsregister Haaglanden / DHIC (https://denhaag.incijfers.nl) ● We zien (tabel 5.1) vrijwel geen verschuivingen in het aandeel van sectoren in de werkgelegenheid in Den Haag tussen 2014 en 2019. Slechts in één van de sectoren, de bouw, is het aandeel banen tussen 2014 en 2019 met één procentpunt of meer veranderd (van 6,3% naar 7,8%). Het gaat hier wel om een toename van 5.400 banen. Tussen 2004 en 2019 is iets meer verandering te zien, maar blijven de veranderingen klein (toename bouw, afname financiële sector). Een uitzondering is de afname in het aandeel banen bij overheid en belangenorganisaties van 24,8% in 2004 naar 21,3% in 2019. Deze afname is het gevolg van bezuinigingen bij de Rijksoverheid tussen 2011 en 2014. ● Kijken we naar de kansrijk sectoren (maakindustrie, bouw, zorg, kennis, en ICT-creatief), dan wie een overall toename van deze sectoren tussen 2014-2019 van 0,8 procentpunt tussen 2014 en 2019. Echter, dit ligt alleen aan een toename van banen in de bouw en in de kennissector (toename van 1,5 en 0,2 procentpunt); banen in maakindustrie, ICT en zorg namen samen met 0,9 procentpunt af. Of dat in de andere drie grote steden ook zo is, weten we niet precies omdat gegevens hieromtrent ontbreken. Overigens betekenen deze cijfers nog niet per se dat bijvoorbeeld ICT-banen afnemen in aandeel omdat die banen ook te vinden zijn in andere sectoren.
Over de specifieke aard van beroepen ontbreken gegevens voor Den Haag.
81
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 5.2 AANTAL EN AANDEEL BANEN NAAR SECTOR, DEN HAAG 2019-2020 Aantal 2019
2020
Groei - krimp
Groei %
Aandeel 2019
2020
Agrifood en tuinbouw
3.900
4.250
350
9,0%
1,4%
1,4%
Bouw
22.400
24.180
1.780
7,9%
7,8%
8,1%
Detailhandel en horeca
41.980
42.000
20
0,0%
14,6%
14,1%
Energie
2.730
2.770
40
1,5%
0,9%
0,9%
Financiën
7.840
7.980
140
1,8%
2,7%
2,7%
ICT en creatief
17.340
17.980
640
3,7%
6,0%
6,0%
Kennis (incl. HBO/WO)
6.150
6.500
350
5,7%
2,1%
2,2%
Logistiek
17.330
17.780
450
2,6%
6,0%
6,0%
Maakindustrie
6.970
6.790
-180
-2,6%
2,4%
2,3%
Onderwijs (excl. HBO/WO)
15.760
16.450
690
4,4%
5,5%
5,5%
Overheid en belangenorganisaties
61.540
62.830
1.290
2,1%
21,3%
21,0%
Toerisme en vrije tijd
10.900
11.300
400
3,7%
3,8%
3,8%
Zakelijke (en juridische) diensten
31.920
35.250
3.330
10,4%
11,1%
11,8%
Zorg
41.760
42.440
680
1,6%
14,5%
14,2%
Totaal
288.520
298.500
9.980
3,5%
100%
100%
Bron: Werkgelegenheidsregister Haaglanden, bewerking DSO/PSO ● Kijken we naar de meest recente gegevens voor de jaren 2019 en 2020 (tabel 5.2), dan zien we dat de maakindustrie in aantal banen verder krimpt tussen 2019 en 2020 met 180 banen, maar dat de andere kansrijke sectoren groeien: bouw met 1780 banen, kennis met 350 banen, ICT en creatief met 640 banen en zorg met 690 banen. De bouw en kennissector nemen door hun relatief sterke groei in het aantal banen (7,9% en 5,7% versus 3,5% overall voor alle sectoren) een iets groter aandeel in de werkgelegenheid in 2020 in dan in 2019 (vgl. laatste kolommen tabel 5.2), maar de zorg door haar relatief gezien zwakke groei in banen (1,6%) juist een kleiner aandeel (14,2% in 2020; 14,5% in 2019)48 ● De sector zakelijke (en juridische) diensten is met ruim 3.300 banen het sterkst gegroeid tussen 2019 en 2020 en ook relatief gezien was die groei het sterkst (10,4%). Door die groei nam haar aandeel in de totale werkgelegenheid relatief sterk toe (van 11,1% naar 11,8%). Ook de overheidssector laat groei in het aantal banen zien (2,1%), maar relatief gezien is haar aandeel in de werkgelegenheid iets gedaald (van 21,3% naar 21,0%)
5.3.2 Omzet per sector
Naast de vraag welke sectoren er in Den Haag zijn en wat hun aandeel is in de werkgelegenheid, is het de vraag wat de omzet is per sector. Onderstaande gegevens betreffen gegevens voor het jaar 2017 naar gemeente (corop-plus gebied). Het CBS publiceert geen recentere gegevens naar gemeente.
48 Dit is een goed voorbeeld van waarom het belangrijk is om niet alleen naar veranderingen in het aantal banen per sector te kijken, maar ook juist naar het aandeel banen per sector.
82
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 5.3 VERDELING VAN BBP (BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE BASISPRIJZEN) NAAR SECTOR, G4 (COROP-PLUS) 2017 Utrecht Landbouw, bosbouw en visserij
0,2%
Amsterdam Aggl. Den Haag ex. Zoetermeer 0,0%
1,0%
Rijnmond 1,1%
Delfstoffenwinning
0,0%
0,1%
0,6%
0,2%
Industrie
4,5%
3,4%
2,3%
11,9%
Bouwnijverheid
4,0%
1,5%
2,5%
4,8%
Handel
11,0%
9,1%
7,5%
13,7%
Vervoer en opslag
3,2%
2,5%
2,4%
11,9%
Horeca
1,7%
3,3%
2,2%
1,9%
Informatie en communicatie
9,4%
10,7%
6,3%
3,4%
Financiële dienstverlening
16,1%
23,3%
8,1%
6,3%
Verhuur en handel van onroerend goed
5,5%
6,3%
7,1%
5,9%
Specialistische zakelijke diensten
9,7%
12,6%
13,6%
8,8%
Verhuur en overige zakelijke diensten
7,0%
8,8%
6,5%
7,3%
Openbaar bestuur en overheidsdiensten
9,8%
4,9%
21,5%
7,2%
Onderwijs
5,3%
3,7%
5,0%
4,8%
Gezondheids- en welzijnszorg
9,5%
6,7%
9,0%
8,8%
Cultuur, sport en recreatie
1,1%
2,0%
1,8%
1,2%
Overige dienstverlening
2,0%
1,1%
2,7%
0,8%
Totaal
100%
100%
100%
100%
Kansrijke sectoren (industrie, bouw, ICT, zorg)
27,4%
22,3%
20,1%
28,9%
Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84419NED/table?ts=1603366200857) ● We zien in tabel 5.3 dat de kansrijke sectoren industrie, bouw, ICT en zorg (de sector kennis is niet gespecificeerd in deze indeling) in 2017 gezamenlijk een geringer deel van het BBP innemen in Den Haag dan in de andere drie grote steden (20% in Den Haag versus 27% in Utrecht, 22% in Amsterdam en 29% in Rotterdam). Dat komt met name door een geringer aandeel in het BBP van de industrie (ten opzichte van Rotterdam), bouw (ten opzichte van Utrecht en Rotterdam) en ICT (ten opzichte van Amsterdam en Utrecht) in Den Haag. De zorg genereert wel evenveel toegevoegde waarde in Den Haag als in Utrecht en Rotterdam en meer dan in Amsterdam. ● De overheidssector neemt daarentegen een veel groter deel van het BBP in in Den Haag dan elders (22% versus niet meer dan 10% elders).49 ● In Amsterdam en Utrecht is de financiële dienstverlening de economische motor en in Rijnmond industrie, handel en vervoer en opslag.
49 Het is wel lastig het BBP van de overheid te vergelijken met die van andere sectoren omdat het BBP van de
overheid wordt bepaald door de lonen te vermenigvuldigen met het aantal ambtenaren. Als de overheid minder efficiënt gaat werken en meer ambtenaren nodig heeft voor hetzelfde werk, dan stijgt het BBP. Voor andere
sectoren wordt gekeken naar de toegevoegde waarde. Daarom presenteren we hieronder ook gegevens over omzet naar sector zonder overheden, kennis, onderwijs en zorg.
83
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 5.4 VERDELING VAN BBP (BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE BASISPRIJZEN) NAAR SECTOR, AGGLOMERATIE DEN HAAG (EX. ZOETERMEER) 2012-2017 2012
2013
2014
2015
2016
2017
Landbouw, bosbouw en visserij
1,0%
1,0%
0,9%
1,1%
1,0%
1,0%
Delfstoffenwinning
1,3%
1,4%
1,0%
0,7%
0,5%
0,6%
Industrie
2,2%
2,3%
2,3%
2,3%
2,4%
2,3%
Bouwnijverheid
2,9%
2,5%
2,3%
2,2%
2,4%
2,5%
Handel
6,8%
6,6%
6,6%
7,0%
7,3%
7,5%
Vervoer en opslag
2,0%
2,0%
2,1%
2,1%
2,3%
2,4%
Horeca
1,7%
1,7%
1,8%
2,0%
2,1%
2,2%
Informatie en communicatie
9,0%
9,2%
8,6%
8,7%
6,9%
6,3%
Financiële dienstverlening
10,8%
9,8%
9,8%
9,3%
9,2%
8,1%
Verhuur en handel van onroerend goed
5,1%
5,6%
6,0%
6,2%
6,4%
7,1%
Specialistische zakelijke diensten
14,0%
13,7%
13,9%
14,1%
14,0%
13,6%
Verhuur en overige zakelijke diensten
5,7%
6,0%
5,8%
5,8%
6,2%
6,5%
Openbaar bestuur en overheidsdiensten
20,3%
20,4%
20,7%
20,6%
21,1%
21,5%
Onderwijs
4,3%
4,5%
4,6%
4,6%
4,8%
5,0%
Gezondheids- en welzijnszorg
8,3%
8,7%
9,0%
8,8%
9,0%
9,0%
Cultuur, sport en recreatie
1,9%
1,8%
1,9%
1,8%
1,8%
1,8%
Overige dienstverlening
2,7%
2,9%
2,8%
2,7%
2,7%
2,7%
Totaal
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Kansrijke sectoren (industrie, bouw, ICT, zorg)
22,3%
22,7%
22,1%
22,1%
20,7%
20,1%
Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84419NED/table?ts=1603366200857) ● Tussen 2012 en 2017 — en ook tussen 2014 en 2017 — zien we dat de kansrijke sectoren industrie, bouw, ICT en zorg een geringer deel van het BBP hebben gekregen in Den Haag (van 22,3% in 2012 naar 20,1% in 2017; tabel 5.4). Hoewel deze verandering niet heel groot is, is ze vanuit het perspectief van het stimuleren van kansrijke sectoren wel zorgelijk. De daling komt met name door een afname van het aandeel van de ICT-sector in het BBP van 9,0% in 2012 naar 6,3% in 2017. Het aandeel in het BBP van de bouw nam licht af, van de zorg licht toe, terwijl die van de industrie gelijk bleef. De afname van de ICT in het BBP heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de reorganisatie en het vertrek van KPN en T-Mobile uit de regio. ● Andere in het oog springende veranderingen zijn een afname van het aandeel van financiële dienstverlening in het BBP in Den Haag (die mede is veroorzaakt door de bankencrisis) en een toename voor handel en onroerend goed. Ook het aandeel van de overheidssector in het BBP nam toe, hoewel die toename licht was (merk op dat tussen 2011 en 2012 de bijdrage van de overheid slonk als gevolg van bezuinigingen bij de Rijksoverheid).
84
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
TABEL 5.5 OMZETONTWIKKELING (PROCENTUELE VERANDERING T.O.V. JAAR EERDER) PER SECTOR, EXCL. OVERHEDEN, ZORG, ONDERWIJS EN KENNIS, DEN HAAG 2016-2019 2016
2017
2018
2019
Agrifood en tuinbouw
0,8%
2,7%
6,1%
5,8%
Autohandel, detailhandel en horeca
2,6%
5,3%
4,7%
2,5%
Bouw
-5,5%
-5,1%
4,9%
17,7%
Energie
-0,5%
2,2%
4,9%
-3,2%
ICT en creatief
-3,4%
-3,2%
-3,4%
-2,1%
Logiesverstrekking
2,9%
9,4%
6,7%
0,6%
Logistiek
-2,6%
3,6%
11,1%
7,1%
Maakindustrie
0,6%
13,8%
-6,6%
-0,4%
Reisbemiddeling, reisorganisatie
-1,4%
3,4%
6,5%
-4,1%
Zakelijke diensten
2,6%
7,7%
6,8%
4,6%
Bron: CBS Algemeen Bedrijven Register (ABR) / Baseline ● Tabel 5.5 laat op grond van nieuwere gegevens uit het CBS bedrijvenregister voor Den Haag zien dat van de omzetgerichte vestigingen (dus exclusief overheid, kennis, onderwijs en zorg) tussen 2018 en 2019 de bouwsector de grootste omzetgroei had (17,7%), daarna logistiek (7,1%) en dan agrifood en tuinbouw (5,8%). Energie, ICT en creatief, maakindustrie en de reissector boekten nog omzetverlies in deze periode. De kansrijke sectoren lieten aldus een gemengd beeld zien: omzetgroei in de bouw, ● maar verliezen in de maakindustrie en ICT. ● In 2016 en 2017 was dit beeld nog anders voor de bouwsector toen deze nog een omzetverlies liet zien (-5,5% en -5,1%). In 2018 sloeg deze om naar omzetgroei. De ICT en creatieve sector liet gedurende de gehele periode 2016-2019 omzetverlies zien, terwijl het beeld voor de maakindustrie wisselde met veel winst in 2017 en verlies in 2018.
SAMENVATTEND ● Den Haag kent een beduidend groter aandeel banen in de overheidssector dan de andere drie grote steden; het aandeel vestigingen in de overheidssector is daarentegen kleiner. ● De kansrijk geachte sectoren in de maakindustrie, zorg, bouw en ICT en kennis zijn niet talrijk vertegenwoordigd in Den Haag als het gaat om het aandeel banen (een derde van de banen is in 2019 in deze sectoren te vinden, waarvan de helft in de zorg). Wel is het aandeel banen in deze sectoren tussen 2014-2019 licht toegenomen. Echter, dit ligt alleen aan een toename van het aandeel banen in de bouw en in de kennissector (toename van 1,8 procentpunt); banen in de maakindustrie, ICT en zorg namen in aandeel met 0,9 procentpunt af. Tussen 2019 en 2020 nam het aandeel banen in de maakindustrie en de zorg verder af, maar in de bouw en de kennissector toe. ● De kansrijke sectoren in industrie, bouw en ICT hebben in Den Haag een geringer aandeel in het BBP dan in de andere drie grote steden (m.u.v. de zorgsector) en de overheidssector een groter aandeel. Tussen 2012 en 2017 nam het aandeel van de kansrijke sectoren in het BBP in Den Haag af als gevolg van een afname van het BBP aandeel van de ICT-sector. De bouwsector laat wel een sterke BBP groei zien tussen 2018 en 2019.
85
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
5.4
Verdeling onderwijs
Ook als er veel economische groeimogelijkheden zijn door de aanwezigheid van kansrijke sectoren, is het de vraag of de banen wel aansluiten (matchen) bij de bevolking.50 Over de passing van bestaande banen aan de vaardigheden van Haagse bewoners bestaan geen goede gegevens. Wel weten we wat de verdeling van onderwijsniveau in de (beroeps-)bevolking is en de profielkeuze van VMBO’ers. Wat betreft de verdeling van onderwijs willen we meten in hoeverre die gelijk verdeeld zijn in de Haagse bevolking. We focussen ons niet alleen op de aanwezigheid van hoger opgeleiden of personen met een bepaalde richting omdat in een goed functionerende arbeidsmarkt iedereen werk zouden moeten kunnen vinden. Een goed voorbereide beroepsbevolking is een flexibele bevolking waar mensen van alle niveaus en vaardigheden te vinden zijn (van ‘alle markten thuis’) en niet een eenzijdig opgeleide bevolking naar richting en niveau. Dit geldt te meer daar we niet weten wat toekomstige tekorten zijn op de arbeidsmarkt en ook in de kansrijk geachte sectoren van de economie mensen van verschillend niveau en richting nodig zijn. Hieronder kijken we eerst naar de verdeling van onderwijsniveau in de beroepsbevolking. Daarna kijken we naar de verdeling van onderwijsniveau in de gehele bevolking , inclusief inactieven, omdat inactieven ook een arbeidspotentieel vormen.
Daarna kijken we naar de profielkeuze van VMBO’ers.
5.4.1
Verdeling onderwijsniveau
FIGUUR 5.4 VERDELING ONDERWIJSNIVEAU IN BEROEPSBEVOLKING (PERCENTAGES), G4 2019 100% 90% 80% 70%
47,1%
42,1% 61,1%
68,3%
60% 50% 40% 30%
25,5%
20% 10% 0%
36,8%
33,5%
19,5% Den Haag
20,7% 21,2%
13,5% Amsterdam laag
middelbaar
Rotterdam
11,1% Utrecht
hoog
Noot: Lager onderwijsniveau betreft hoogste opleiding basisonderwijs, VMBO, eerste drie leerjaren HAVO/VWO en de entreeopleiding. Hoger onderwijs betreft tenminste HBO/WO. Bron: CBS (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) 50 In eerste instantie hoeft een mismatch tussen banen en bevolking (bijvoorbeeld, te weinig opgeleiden in
de zorg in de bevolking) geen groot probleem te zijn omdat vraag en aanbod in de economie toch weer in
overeenstemming komen, bijvoorbeeld doordat mensen forenzen naar werk of er talenten van buiten komen.
Maar indirect kan zo’n mismatch de economische groei wel belemmeren. Bedrijven zouden eerder voor andere steden kunnen kiezen waar wel de gevraagde vaardigheden in de bevolking bestaan. Ook trekt de vele pendel een zware wissel op het milieu.
86
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
● In 2019 is de verdeling naar onderwijsniveau (drie niveaus worden hier onderscheiden) van de beroepsbevolking in Den Haag gelijker dan in Utrecht en Amsterdam, maar iets ongelijker dan in Rotterdam (figuur 5.4). Amsterdam en Utrecht kennen een oververtegenwoordiging van hoog opgeleiden (HBO en WO) in de beroepsbevolking van respectievelijk 61% en 68%, terwijl er maar respectievelijk 14% en 11% laag opgeleiden zijn. In Den Haag is de beroepsbevolking meer gebalanceerd naar onderwijsniveau met 47% hoog opgeleiden, 34% middelbaar opgeleiden en 20% laag opgeleiden. In Rotterdam zijn er relatief nog meer middelbaar en laag opgeleiden in de beroepsbevolking. FIGUUR 5.5 VERDELING ONDERWIJSNIVEAU IN BEROEPSBEVOLKING (PERCENTAGES), DEN HAAG 2009-2019 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
2009
2010
2011
2012
2013
laag
2014
2015
middelbaar
hoog
2016
2017
2018
2019
Noot: Lager onderwijsniveau betreft hoogste opleiding basisonderwijs, VMBO, eerste drie leerjaren HAVO/VWO en de entreeopleiding. Hoger onderwijs betreft tenminste HBO/WO. Bron: CBS (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking is tussen 2014 en 2019 gestegen in Den Haag van 43,2% naar 47,1% hoger opgeleiden (9% stijging) en het aandeel lager opgeleiden en middelbaar opgeleiden afgenomen (respectievelijk van 34,6% naar 33,5% middelbaar opgeleiden en van 22,2% naar 19,5% lager opgeleiden; zie figuur 5.5). Dit lijkt een gevolg te zijn van het algemeen gestegen opleidingsniveau in de Nederlandse bevolking (ook elders nam het niveau toe). ● Terwijl het op zich – vanuit veel andere oogpunten – heugelijk is dat het onderwijsniveau van de beroepsbevolking in Den Haag stijgende is, zorgt ze er wel voor dat de verdeling meer eenzijdig en minder gelijk is geworden. Er zijn minder lager opgeleiden in de beroepsbevolking en dat vergroot de kans op tekorten aan lager opgeleid personeel op de arbeidsmarkt.
Omdat niet alleen de beroepsbevolking het arbeidspotentieel vormt, maar in principe de gehele bevolking – dus ook de inactieven – laten we in figuur 5.6 de verdeling van onderwijsniveau in de gehele bevolking zien. Het betreft hier wel de verdeling van onderwijs voor een betreffende school-/studiejaar, dus op een veel eerder moment in de levensloop
87
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
van mensen dan de cijfers over de beroepsbevolking (andere cijfers op gemeenteniveau zijn er niet). De cijfers zijn daarom onderling niet goed te vergelijken, maar de verdeling van onderwijsniveau in de bevolking laat zich wel over de tijd en tussen gemeenten vergelijken. FIGUUR 5.6 VERDELING ONDERWIJSNIVEAU IN BEVOLKING (GEDIPLOMEERDEN; PERCENTAGES), G4 JAARGANG 2018/19 100% 90% 80%
35,8%
43,3%
57,1%
70%
65,1%
60% 50% 40%
31,1% 20,5%
30% 20% 10% 0%
30,3%
33,1%
Den Haag Laag opgeleid (<MBO)
14,9%
22,4%
26,4%
Amsterdam
Rotterdam
Middelbaar opgeleid
20,0% Utrecht
Hoog opgeleid (HBO/WO)
Noot: Aandeel gediplomeerden en afgestudeerden in het voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO), voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO) en het hoger onderwijs (HO) aan het begin van een betreffend school-/studiejaar. Lager opgeleid (<MBO); hoger opgeleid (HBO/WO). Leerlingen in het praktijkonderwijs doen geen examen en zijn dus buiten beschouwing gelaten. Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/71493ned/table?ts=1603370661108) ● We zien wederom dat Den Haag een meer gelijke verdeling kent van onderwijsniveaus dan Amsterdam en Utrecht en in dit geval ook dan Rotterdam (figuur 5.6). De verdeling in de drie onderwijsniveaus per schooljaargang is nagenoeg een derde aandeel in elke van de drie niveaus en daarmee heel gelijk te noemen. In Amsterdam en Utrecht en in iets minder mate in Rotterdam is er een oververtegenwoordiging van hoger opgeleiden (HBO/ WO) en is de verdeling ongelijker. De verschillen met Den Haag zijn groot en hangen deels samen met de aanwezigheid van algemene universiteiten in de andere drie grote steden.
88
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 5.7 VERDELING ONDERWIJSNIVEAU IN BEVOLKING (GEDIPLOMEERDEN; PERCENTAGES), DEN HAAG JAARGANG 2013/14 – 2018/19
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
2014
2015
Laag opgeleid (<MBO)
2017 Middelbaar opgeleid
2018
2019
Hoog opgeleid (HBO/WO)
Noot: Aandeel gediplomeerden en afgestudeerden in het voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO), voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO) en het hoger onderwijs (HO) aan het begin van een betreffend school-/studiejaar. Lager opgeleid (<MBO); hoger opgeleid (HBO/WO). Leerlingen in het praktijkonderwijs doen geen examen en zijn dus buiten beschouwing gelaten. Bron: CBS (https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/71493ned/table?ts=1603370661108) ● We zien aan de cijfers in figuur 5.7 dat het aandeel hoger opgeleiden in Den Haag in de bevolking stijgende is, net als in de beroepsbevolking (vgl. figuur 5.5). Het aandeel afgestudeerden met HBO/WO neemt tussen jaargang 2013/14 en 2018/19 toe van 30,5% naar 35,8%, een stijging van 17,8%. Opvallend is echter dat het aandeel leerlingen met een lage opleiding in de opeenvolgende schooljaargangen ook toeneemt van 31,2% in 2013/14 naar 33,1% in 2019 (een stijging met 6%). Omdat die stijging minder hard is dan van hoger opgeleiden is in het algemeen het onderwijsniveau van gediplomeerden echter wel gestegen. Het aandeel leerlingen met een middelbare opleiding neemt door deze ontwikkelingen sterk af van 38,4% naar 31,1% (een daling met 19%).
● Door deze ontwikkelingen is de onderwijsverdeling onder leerlingen/studenten iets gelijker geworden in 2019 dan in 2014, maar als de trend naar meer hoger opgeleiden zich doorzet – net als in de beroepsbevolking – dan wordt de verdeling ongelijker.
89
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 5.8 AANDEEL VOORTIJDIGE SCHOOLVERLATERS ZONDER STARTKWALIFICATIE, G4 2009 - 2019 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0%
2009
2010
2011 Amsterdam
2012
2013
2014
Den Haag
2015
2016
Rotterdam
2017
2018
2019
Utrecht
Noot: Percentage van het totale aantal leerlingen VO en MBO (12-23 jaar) dat voortijdig zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat per jaargang Bron: CBS (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● Een andere maat voor een mismatch op de arbeidsmarkt is het aandeel leerlingen dat de school (voortgezet onderwijs en MBO) verlaat zonder startkwalificatie. Deze personen hebben het doorgaans erg lastig op de arbeidsmarkt omdat ze over geen enkele kwalificatie beschikken (velen worden ook inactief). We zien (figuur 5.8) dat het in 2019 in Den Haag om 2,7% van de leerlingen gaat, hetgeen gelijk is aan Amsterdam, minder dan Rotterdam (3,1%) maar meer dan in Utrecht (1,9%). Over de tijd is dit aandeel echter wel sterk gedaald in de vier grote steden. Deze bron van mismatch op de arbeidsmarkt is dus afgenomen.
5.4.2 Verdeling van onderwijsrichting
Over de verdeling naar onderwijsrichting op gemeenteniveau bestaat slechts één, ietwat verouderde statistiek, de verdeling van profielkeuze op het VMBO. Desalniettemin is het de moeite waard de verdeling van profielkeuzes te bekijken.
90
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
FIGUUR 5.9 VERDELING PROFIELKEUZE VMBO (PERCENTAGES), G4 2016
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Rotterdam onbekend
Utrecht D&P
Z&W
Groen
Amsterdam M&T
PIE
BWI
Den Haag HBR
E&O
Noot: E&O = Economie en ondernemen; HBR = horeca, bakkerij, recreatief; BWI = bouwen, wonen, interieur; M&T = mobiliteit, transport; PIE = productie, installatie, energie; Z&W = zorg en welzijn; D&P = dienstverlening en producten Bron: CBS / VNG (https://www.waarstaatjegemeente.nl/) ● We zien dat de VMBO profielkeuzes niet heel erg verschillen tussen de vier grote steden (figuur 5.9). In Den Haag kiezen VMBO leerlingen minder vaak voor dienstverlening (D&P) dan VMBO leerlingen in Amsterdam en Utrecht en vaker voor productie, installatie en energie (PIE) dan elders. Er is dus geen sprake van grotere of minder grote ongelijkheid in profielkeuze van VMBO-leerlingen in Den Haag dan elders in de G4. ● Wel zijn onder VMBO leerlingen in Den Haag de technische profielen ondervertegenwoordigd (bouw, wonen en interieur; productie, installatie, energie; groen; mobiliteit, transport) en niet-technische profielen oververtegenwoordigd (met name economie en ondernemen; zorg en welzijn; dienstverlening en producten): 24% van de Haagse VMBO leerlingen kiest in 2016 een technisch profiel en 76% een niet-technisch profiel. Dit is elders nog iets schever (m.u.v. Utrecht). Tekorten aan technisch geschoold probleem zijn een bekend probleem op de Nederlandse arbeidsmarkt (zie bijvoorbeeld het Nationaal Techniekpact).
91
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
SAMENVATTEND ● In 2019 is de verdeling naar onderwijsniveau van de beroepsbevolking en bevolking in Den Haag gelijker (minder scheef) dan in Utrecht en Amsterdam. Vanuit het oogpunt van aansluiting op de arbeidsmarkt is dat positief. ● Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking en bevolking is tussen 2014 en 2019 gestegen in Den Haag, maar onder gediplomeerden kwamen er ook (iets) meer lager opgeleiden bij. De algemene stijging van het onderwijsniveau van de (beroeps-)bevolking betekent een minder gelijke verdeling van onderwijsniveau en vergroot de kans op tekorten aan middelbaar en lager opgeleid personeel op de arbeidsmarkt. Anderzijds is deze trend in veel andere opzichten positief, bijvoorbeeld voor bestedingen, kennis en innovatie. ● Het aandeel leerlingen dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie is iets hoger in Den Haag dan in Utrecht (maar niet dan in Amsterdam en Rotterdam), maar is wel gedaald tussen 2014 en 2019. Dat is dus een mindere zorg geworden wat betreft aansluiting op de arbeidsmarkt. ● Den Haag kent een geringer aandeel VMBO leerlingen dat een technische dan niettechnische profielkeuze doet, hoewel dat minder scheef is dan in Amsterdam en Rotterdam. Dit is een bron van mismatch op de arbeidsmarkt.
92
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
93
6.
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
94
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
6. O NDERNEMERS: EEN EXCELLENT ONDERNEMINGSKLIMAAT? 6.1
Samenvatting
Indicator
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2014-2019 % verandering
% punt verschil
Aantal MKB vestigingen
45.327
47.278
48.527
50.726
54.143
58.611
29,3%
Aandeel eenmansbedrijven
69,8%
71,4%
72,0%
73,1%
74,7%
76,0%
8,9%
6,2%
Aandeel ZZP’ers (in werkzame beroepsbevolking)
12.4%
12.8%
13,1%
13,2%
13,6%
14,3%
15,8%
2,0%
Oprichtingssaldo (p. 1000 vest)
51,0
60,0
50,0
76,0
92,0
93,0
82,4%
0,4%
6,4
6,6
6,5
6,5
1,6%
Waardering ondernemingsklimaat
● In Den Haag is er veel bedrijvigheid (wat betreft vestigingen per inwoner) en is de
bedrijvigheid gegroeid tussen 2014 en 2019. • Maar: • Relatief is er minder bedrijvigheid dan in Amsterdam; • De groei van bedrijvigheid is niet sterker of zwakker dan in de drie andere grote steden. ● Er zijn relatief veel ZZP’ers in Den Haag (hoewel minder dan Amsterdam) en het aandeel ZZP’ers in de werkzame beroepsbevolking is in de periode 2014-2019 sterker gegroeid dan in de andere drie grote steden. Ook is er veel dynamiek in het Haagse bedrijfsleven. Er werden relatief veel bedrijven opgericht en opgeheven in Den Haag en over de jaren heen steeg dit saldo sterker in Den Haag dan in de overige drie grote steden. • Maar: • Den Haag kent daardoor relatief weinig kleine, middelgrote en grote bedrijven; • Het aandeel van het MKB in het aantal banen is relatief klein (ten opzichte van het aandeel in het aantal vestigingen). ● De gemeente Den Haag krijgt een voldoende van Haagse ondernemers als het gaat om dienstverlening en ondersteuning aan ondernemers. • Maar: • Over het algemeen is het oordeel over dienstverlening en ondersteuning aan ondernemers maar net voldoende (een 6,5) en laat het veel ruimte voor verbetering.
Haagse ondernemers geven een onvoldoende voor samenwerking met ondernemers en de regeldruk; • De rapportcijfers van ondernemers in Utrecht en Amsterdam zijn iets hoger, behalve voor samenwerking met ondernemers (Den Haag beter dan Amsterdam), woon- en leefklimaat van de gemeente (Den Haag iets beter) en afhandeling van vergunningsaanvraag (Den Haag iets beter dan Utrecht); • We zien weinig verandering in het oordeel over klantvriendelijkheid van de gemeentelijke dienstverlening over de jaren heen (2016-2020). In de laatste jaren (2019-2020) verslechteren de oordelen licht.
95
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020
6.2
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beknopt overzicht gegeven van de mate waarin Den Haag een excellent ondernemingsklimaat biedt voor ondernemers. Dit is het strategische doel 3 uit de Economische Visie. Het strategische doel is als volgt geformuleerd (Economische Visie, p. 40): ”Een excellent ondernemingsklimaat is belangrijk om ondernemers kansen te bieden om zich te vestigen, te starten, te groeien en in te spelen op de uitdagingen en transities waarmee ze te maken krijgen. Het strategische doel is het MKB te laten groeien. Hieraan werkt de gemeente via de volgende tactische doelen: 1. 2. 3. 4.