RIS307804 Notulen van de raad van 16 december 2020 dag
Tekst van het document
Het is belangrijk dat we de stad snel duidelijkheid geven en snel met € 180 mln. aan Enecomiddelen aan de slag gaan, maar veel moet nog goed worden uitgezocht: wat de beste financieringsconstructies zijn en waar mensen het meest mee geholpen zijn, hoe we ervoor gaan zorgen dat we het geld blijvend kunnen investeren en hoe we de meeste CO2-winst behalen. Daarom steunt de PvdA het amendement van de VVD, waarmee de genoemde bedragen na 2021 meer indicatief zijn, wat dat de raad meer ruimte geeft in de uitgaven. Daarnaast hebben we twee moties van onze kant. Allereerst is het belangrijk dat we goed inzicht krijgen en houden in waar het geld in de stad terechtkomt en welke huishoudens hiervan profiteren. Daarom de motie 'Monitoring aan welke woningen de Eneco-middelen ten goede komen' met als dictum: verzoekt het college jaarlijks in de voortgangsrapportage de raad te informeren over waar de Eneco-middelen zijn terechtgekomen en aan welk type woningen - sociale huur, particuliere huur, verschillende types koopwoningen - de middelen ten goede zijn gekomen, en zo mogelijk hierin ook vooruit te kijken in de planning, opdat de raad kan bijsturen. De motie wordt mede ingediend namens GroenLinks en D66. Joris Wijsmuller (HSP). Monitoren is leuk, maar dat doe je achteraf.
Waarom komt de Partij van de Arbeid niet nu al met concrete voorstellen om het Eneco-geld in te zetten om de energiearmoede tegen te gaan? Janneke Holman (PvdA). Dat is mijn volgende motie, die ik net wilde voorlezen. Zoals gezegd: we moeten meer doen om energiearmoede tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de energietransitie de kloof tussen arm en rijk niet verder verdiept, maar juist een kans is om deze kloof te dichten. Daarom de motie 'Voorkom energiearmoede, meer hulp voor lage inkomens bij verduurzaming' met als dictum: verzoekt het college aan de hand van de gegevens over sociaaleconomische welvaart van het CBS binnen de tien groene-energiewijken een aantal wijken aan te wijzen waar navenant meer middelen heen gaan om huishoudens met een laag inkomen te ontzorgen en te helpen bij het verduurzamen van hun woning, voor mensen met een Ooievaarspas meer subsidie wonen op schone energie ter beschikking te stellen zoals nu ook het geval is bij de 36
sloopregelingsubsidie, nader uit te werken hoe vanuit de Eneco-middelen een stimulans gegeven wordt aan winterklaaracties en de energiebespaarboxen, en de raad hierover in de voortgangsrapportage te informeren. De motie wordt mede ingediend namens GroenLinks en de Haagse Stadspartij. Joris Wijsmuller (HSP). Daar ben ik inderdaad hartstikke voor, maar hoeveel van de Eneco-middelen denkt de PvdA in ieder geval in te zetten voor juist deze meest kwetsbare doelgroep in de stad? Janneke Holman (PvdA). Allereerst steun ik niet voor niets het amendement van de VVD om de uitgaven iets meer open te houden na 2021, omdat ik het belangrijk vind dat we goed gaan kijken hoeveel er precies nodig is en hoe we daar een eerlijke verdeling in kunnen maken, maar ook welke manieren het beste werken om lage en middeninkomens beter te ondersteunen en te ontzorgen. Dat kan een isolatiefonds zijn, maar dat kan ook door meer subsidie te geven aan lage inkomens. We moeten daar nog verschillende varianten van gaan bekijken om straks te kunnen zeggen: zoveel van de € 180 mln. moet naar die groep en naar die groep. Dat is natuurlijk heel lastig te zeggen, vooral ook omdat we gaan werken met collectieve oplossingen waar een hele straat of een wijk van gaat profiteren, waar natuurlijk verschillende huishoudens wonen. De voorzitter.
Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door de heer Kapteijns, wordt de volgende motie (Eneco Duurzaamheid en Energietransitie.5 PvdA) ingediend:
Motie Eneco Duurzaamheid en Energietransitie.5 PvdA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van het voorstel inzake Bestedingsplan Enecomiddelen Duurzaamheid en Energietransitie (RIS306372), constaterende, dat: ▪ in het Bestedingsplan Enecomiddelen Duurzaamheid en Energietransitie en het Stedelijk Energieplan weliswaar aandacht is voor mensen met een laag inkomen, maar dit nog beter kan worden uitgewerkt; overwegende, dat: ▪ de energietransitie de kloof tussen arm en rijk niet mag vergroten, we energiearmoede onder lage inkomens tegen moeten gaan, en daarom meer moeten doen om mensen met een laag inkomen te helpen bij verduurzaming van hun woning; ▪ dit bijvoorbeeld kan door meer te differentiëren in subsidies (een hogere subsidie voor mensen met een laag inkomen), meer middelen beschikbaar te stellen voor de Groene Energiewijken met de laagste sociaaleconomische welvaart, en meer inzetten op winterklaaracties en energiebespaarboxen; verzoekt het college: ▪ aan de hand van de gegevens over sociaaleconomische welvaart van het CBS binnen de 10 Groene Energiewijken een aantal wijken aan te wijzen waar navenant meer middelen heen gaan om huishoudens met een laag inkomen te ontzorgen en te helpen met het verduurzamen van hun woning; ▪ voor mensen met een Ooievaarspas meer subsidie (wonen op schone energie) ter beschikking te
stellen, zoals nu ook het geval is bij de sloopregeling subsidie. ▪ nader uit te werken hoe vanuit de Enecomiddelen een stimulans gegeven wordt aan de Winterklaaracties en energiebespaarboxen, en de raad hierover in de voortgangsrapportage te informeren, en gaat over tot de orde van de dag.
37
De voorzitter. Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door de heer Kapteijns en de heer Groenewold, wordt de volgende motie (Eneco Duurzaamheid en Energietransitie.6 PvdA) ingediend:
Motie Eneco Duurzaamheid en Energietransitie.6 PvdA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van het voorstel inzake Bestedingsplan Enecomiddelen Duurzaamheid en Energietransitie (RIS306372), constaterende, dat: ▪ het Bestedingsplan Enecomiddelen Duurzaamheid en Energietransitie een plan is op hoofdlijnen; ▪ in de uitwerking meer precies zal moeten blijken aan welk type woningen en welk type huishoudens te Enecomiddelen ten goede komen, en waar in de stad deze middelen precies landen; overwegende, dat: ▪ de energietransitie de kloof tussen arm en rijk niet mag vergroten, we ervoor moeten waken dat de Ececomiddelen voornamelijk terecht komen bij huishoudens met hoge inkomens, maar juist ook sociale huurwoningen, vrije sector woningen en kleine koopwoningen hiervan moeten kunnen profiteren, en we hier tussentijds op bij moeten kunnen sturen als raad; verzoekt het college: ▪ jaarlijks in de voortgangsrapportage de raad te informeren over waar de Enecomiddelen zijn terecht gekomen en aan welk type woningen (sociale huur, particuliere huur, verschillende types koopwoningen) de middelen ten goede zijn gekomen; ▪ zo mogelijk hierin ook vooruit te kijken in de planning, opdat de raad kan bijsturen, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP).
Voorzitter. Het zijn sombere en donkere dagen met een lockdown. Ondernemers met de handen in het haar. De donkere dagen voor kerst, net wat donkerder dan andere jaren. Tegelijk houden mensen hoop en vieren ze het feest van het licht. Denk aan Chanoeka, denk aan het kerstfeest. Met die hoop wil ik niet alleen in het leven staan, maar ook de duurzame energieplannen van de wethouder benaderen. Dat is mijn grondtoon vandaag. Tegelijk sluit deze toon van hoop kritiek niet uit, maar in. Want ik heb best kritiek, zeker op het bestedingsvoorstel. Overigens niet alleen op dit bestedingsvoorstel, maar op alle die we vandaag behandelen. Energiebedrijf Eneco was van ons allemaal, van onze ouders en grootouders. Het college heeft het verkocht en het leverde een lieve eenmalige som op van € 670 mln. voor onze gemeente. Veel geld, maar het structurele dividend van € 11 mln. à € 12 mln. zijn we kwijt. Mooi is dat het college deze € 670 mln. echt wil investeren, waarvan € 184 mln. in de energietransitie. Prima, maar veel voorgenomen uitgaven betreffen eenmalige subsidies, om over de uitgaven aan personeel en organisatie maar te zwijgen. Het revolverende karakter, waar we op basis van het coalitieakkoord best hoop op mochten hebben, valt erg tegen. Waar zijn de revolverende financieringsopties voor isolatie bijvoorbeeld? Sowieso is dat een beetje een ondergeschoven kindje.
Indicatief wordt € 125 mln. al toebedeeld voor de jaren 2022 en verder. Daarom een amendement waarmee ik aan dictum I toevoeg achter de woorden 'vast te stellen': voor 2020 en 2021 en voor 2022 en verder de middelen beschikbaar te houden in een reserve duurzaamheid en energietransitie plus revolverend isolatiefonds, resulterend in onderstaande verdeling. Dan volgt er een tabel met € 124,7 mln. in een reserve duurzaamheid en energietransitie plus revolverend isolatiefonds. Dit biedt ruimte om in 2021 in aanloop naar de volgende programmabegroting ordentelijk te besluiten over de besteding van de middelen in 2022 en zo nodig verder en dat jaarlijks te herhalen. Het nu volledig koppelen van de beschikbare investeringsmiddelen van in totaal € 184 mln. aan bestedingsdoelen is niet wijs, temeer daar het 38
inzicht in wat verstandige investeringen zijn in verduurzaming en energietransitie jaarlijks toeneemt als gevolg van de snel voortschrijdende techniek en kostendalingen. Verder verwijs ik naar de toelichting op dit amendement, dat een betere uitvoering biedt van de inzet van de Haagse VVD dan hun coalitie-amendement, maar dat had u vast al begrepen. Terug naar het Stedelijk Energieplan. Veel is nog niet concreet uitgewerkt. Vaak is de hoevraag nog niet beantwoord. In 2030 stopt de wereld niet, maar de doorkijk naar de periode daarna in relatie tot waar energiebedrijven nu hun investeringsbedragen in stoppen mis ik toch wel. Zij zetten bijvoorbeeld vol in op waterstof. Denk aan Uniper, dat een pilot is gestart in Rotterdam om waterstof om te zetten in metaalpoeder. Dit bedrijf en andere bedrijven zetten alles op alles om in 2035 100% klimaatneutrale energie te leveren, ook met ons eigen stadscentrale. Maar of de businesscase voor die centrale tot 2035 in orde blijft, is natuurlijk maar zeer de vraag met de Leiding door het Midden die dreigt, met bovendien verspilling van Haagse restwarmte tot gevolg. Dat wil de wethouder gelukkig ook niet, schrijft ze ter uitvoering van mijn motie in het Stedelijk Energieplan, maar ook hier blijft het antwoord op de hoe-vraag vaag. Tegelijk besef ik dat de rol van de gemeente naar marktpartijen beperkt is.
Dus ik wil hiermee niet alleen maar inhakken op het beleid van de wethouder, maar ik daag haar vooral uit om energie te stoppen in het beantwoorden van de hoe-vraag in vervolg op dit Stedelijk Energieplan. Te lange tijd was de wethouder gericht op zo snel mogelijk van het gas af, misschien wel met bijna een tunnelvisie. Ik heb de indruk dat die tunnelvisie is verbreed. Klopt dat? Wil de wethouder haar visie in dezen nog eens toelichten, mede gelet op de inspraak en mijn bijdrage in de commissie? Daarbij legde ik de nadruk op isolatie in combinatie met bijvoorbeeld het op een natuurlijk moment vervangen van je CV-ketel door een hybride warmtepomp met instant tot wel 60% CO2-reductie, terwijl collectieve oplossingen niet altijd zonder risico zijn. Over isolatie en het belang om het peloton van woningeigenaren te bereiken en mee te krijgen heb ik veel gezegd in de commissie. Voor nu beperk ik mij tot de motie met als dictum: verzoekt het college deze aanpak uit te breiden en in de vorm van isolatiebrigades, gewapend met informatie over en mogelijkheden voor financiering en subsidies, onweerstaanbare offertes en een ontzorgende aanpak, de stad door te trekken en VvE's en individuele woningeigenaren an offer they can't refuse aan te bieden voor de isolatie van hun woningen. Deze motie dien ik in samen met de collega's Wijsmuller, Van der Helm en Partiman. De voorzitter.
Door de heer Grinwis wordt het volgende amendement (Eneco Duurzaamheid en Energietransitie.B CU/SGP) voorgesteld:
Amendement Eneco Duurzaamheid en Energietransitie.B CU/SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Bestedingsplan Enecomiddelen duurzaamheid en energietransitie (RIS306372), Besluit om aan dictum I als volgt te wijzigen: ▪ De programmalijnen Verduurzaming van woningen, Verduurzaming van gemeentelijk Vastgoed, Verduurzaming van de openbare ruimte, Adaptief beleid, Programma- en proceskosten, voor de besteding van de middelen uit de reserve Duurzaamheid en Energie vast te stellen voor 2020 en 2021 en voor 2022 en verder de middelen beschikbaar te houden in een reserve Duurzaamheid en Energietransitie plus revolverend isolatiefonds, resulterend in onderstaande verdeling:
39
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Grinwis, daartoe gesteund door de heer Wijsmuller, de heer Van der Helm en de heer Partiman, wordt de volgende motie (Stedelijk Energieplan.1 CU/SGP) ingediend:
40
Motie Stedelijk Energieplan.1 CU/SGP De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Raadsvoorstel Stedelijk Energieplan (RIS306869), constaterende, dat: ▪ op dit moment meer dan de helft van de Haagse woningen een energielabel D of lager heeft1; ▪ het isoleren van woningen de energievraag vermindert en de pieklast verlaagt; overwegende, dat: ▪ er al veel informatie beschikbaar is voor woningeigenaren en vve’s over het isoleren van woningen, waaronder op de website duurzamestad.denhaag.nl en via de Hou van je Huispunten; ▪ op dit moment een proef wordt gehouden door de gemeente Den Haag waarbij de gemeente in gesprek gaat met vve‘s in twee Haagse straten om collectief te isoleren; ▪ deze actieve benadering door de gemeente een sleutel kan zijn in het bereiken van het grote peloton in plaats van, zoals nu veelal het geval is, alleen de kopgroep; verzoekt het college: ▪ deze aanpak uit te breiden en in de vorm van isolatiebrigades, gewapend met informatie over en mogelijkheden voor financiering en subsidies, onweerstaanbare offertes en een ontzorgende aanpak, de stad door te trekken en vve’s en individuele woningeigenaren ’an offer they can’t refuse’ aan te bieden voor de isolatie van hun woningen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Vanuit mijn christendemocratische ideologie is er één kernwaarde waar ik veel aan hecht. Dat is het rentmeesterschap. Volgens dit begrip hebben we deze mooie stad te leen van de volgende generatie. Hiermee komt ook een grote verantwoordelijkheid. Wij dienen er zorg voor te dragen om onze stad in minimaal even goede staat achter te laten, maar het liefst zelfs in betere staat. Nu we zien dat de wereld aan het veranderen is en we allemaal onze verantwoordelijkheid moeten pakken om te werken aan de reductie van de CO2-uitstoot, merken we dat dat verder gaat dan alleen een individuele verantwoordelijkheid. Als individuen doen we naar ons vermogen alles wat we kunnen om daartoe bij te dragen. We zullen echter onze doelstellingen nooit halen, als we dit niet in collectief verband doen. Daar hebben we een sterke sturende overheid bij nodig, die faciliterend optreedt. Daar hebben we nu ook behoorlijk wat middelen voor, uiteraard verre van genoeg, maar door slim met onze beperkte middelen om te gaan kunnen we een heel eind komen. Daarom steunen we het amendement van de VVD over de wijziging van het bestedingsvoorstel Eneco van harte. Dit biedt ruimte en mogelijkheden om gaandeweg bij te sturen en te komen met nieuwe voorstellen die aansluiten bij de behoeften van de stad.
Om de CO2-uitstoot snel en drastisch te reduceren kunnen we een hele concrete stap zetten. Dat is het isoleren van onze bebouwde omgeving. We hebben een grote oude woningvoorraad die relatief veel fossiele brandstof nodig heeft om een comfortabel warmteniveau te bereiken. Dit kan eenvoudig verlaagd worden door deze woningen goed te isoleren. Zo'n ingreep is echter heel kostbaar, vooral als het in één keer moet. Het volledig isoleren en aanpassen van een woning, het zogenaamde transitieklaar maken, kan snel oplopen in de tientallen duizenden euro's. Geld dat veel mensen niet zomaar vrij te besteden hebben. Er zijn echter wel natuurlijke momenten om hieraan te beginnen, bijvoorbeeld als groot onderhoud aan de woning nodig is. De meerkosten zouden dan wat ons betreft 1
Staat van de Stad 2020, p. 89 41
tegen een renteloze lening geleend moeten kunnen worden. Zodoende kunnen we een steuntje in de rug geven aan de mensen die willen isoleren. Want een geïsoleerde woning heeft heel veel voordelen. Naast dat het goed is voor het milieu is het ook veel comfortabeler en heb je veel minder geluidsoverlast. Als onze minister-president zijn Torentje beter had geïsoleerd, had hij daar afgelopen maandag ook heel veel profijt van gehad. Wellicht dat hij, net zoals alle andere Hagenaars en Hagenezen, in de toekomst gebruik kan gaan maken van een revolverend isolatiefonds. Om dit voor elkaar te krijgen dien ik de volgende motie in met als dictum: roept het college op met een voorstel te komen met opties voor het inrichten van een Haags isolatiefonds waaruit inwoners van onze stad eenvoudig en renteloos geld kunnen lenen om hun Haagse woningen te isoleren, in dit voorstel het Haags isolatiefonds revolverend te maken zodat een belangrijk deel van de gelden weer terugstroomt en deze gelden opnieuw kunnen worden ingezet, en deze voorstellen in het eerste kwartaal van het komende kalenderjaar met de gemeenteraad te delen. Ik dien deze motie in mede namens de collega's Chris van der Helm van de VVD, Dennis Groenewold van D66, Janneke Holman van de Partij van de Arbeid en Pieter Grinwis van de ChristenUnie/SGP. De voorzitter.
Door de heer Partiman, daartoe gesteund door de heer Van der Helm, wordt de volgende motie (Stedelijk Energieplan.15 CDA) ingediend:
Motie Stedelijk Energieplan.15 CDA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van het Raadsvoorstel inzake het Stedelijk Energieplan (RIS306869). Constaterende dat: • we op weg naar een duurzame stad het beste als eerste de stappen kunnen zetten die bewezen effectief zijn op het gebied van CO2-reductie; • het verduurzamen van woningen, en in het bijzonder het isoleren van woningen, een dergelijk bewezen en effectieve stap is op weg naar een duurzame stad; • de opgave die de gemeente Den haag heeft ten aanzien van het verduurzamen van Haagse woningen groot is; • met een lagere energievraag per huishouden CO2-reductie bereikt kan worden; • een lagere energievraag voor Haagse huishoudens bereikt kan worden door woningen goed te isoleren; • een lagere energievraag niet alleen leidt tot CO2-reductie maar ook tot een lagere energierekening; • het isoleren van woningen ook zorgt voor meer woongenot, zoals aangenamere temperaturen binnenshuis in alle seizoenen, minder koude vloeren, minder geluidsoverlast en een vergroting van de leefbaarheid van woningen.
Overwegende dat: • de Enecomiddelen bedoeld zijn om duurzaam te investeren in Den Haag; • het inzetten van die middelen op een revolverende wijze duurzaam is doordat de Enecomiddelen niet slechts eenmalig ingezet worden, maar veelvuldig kunnen worden gebruikt voor de verduurzaming van de stad; • middels een fonds geld uitgeleend kan worden met een specifiek doel; • een renteloze lening een voor inwoners van onze stad eenvoudige en eenduidige manier is om mee te werken aan verduurzaming van de stad; • er op deze manier zowel een belangrijke mogelijkheid als verantwoordelijkheid voor verduurzaming komt te liggen bij de inwoners van onze stad en bij de samenleving die zij samen vormen; • als we onze stad willen verduurzamen, we het van de kracht van de samenleving moeten verwachten, samen gaan we aan de slag;
42
•
het wenselijk is om met zo’n isolatiefonds snel aan de slag te gaan zodat er snel stappen gezet kunnen op weg naar een duurzame stad.
Roept het college op: • met een voorstel te komen met opties voor het inrichten van een Haags isolatiefonds waaruit inwoners van onze stad eenvoudig en renteloos geld lenen om hun Haagse woningen te isoleren; • in dit voorstel het Haags isolatiefonds revolverend te maken, zodat een belangrijk deel van de gelden weer terugstroomt en deze gelden opnieuw kunnen worden ingezet; • deze voorstellen in het eerste kwartaal van het komende kalenderjaar met de gemeenteraad te delen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (NIDA). Voorzitter. We hebben grote moeite met de voorstellen zoals ze nu zijn. We staan natuurlijk voor een enorme opgave om onze stad te verduurzamen. Alleen, de weg daarnaartoe is met de huidige voorstellen niet de juiste. Dat is ook goed zichtbaar bij de vele meningsverschillen in de raad en in de stad. Natuurlijk kennen de plannen goede punten, maar het gebrek aan concreetheid van de uitwerking en de te behalen doelen is een groot gemis. Geen duurzaamheidstransitie, maar een sociale duurzaamheidstransitie, daar zouden we naartoe moeten. Voor NIDA gaat het verduurzamen van onze stad zeker samen met een aanpak van sociale ongelijkheid. We willen nu € 185 mln. uitgeven. Dat is heel veel geld, gemeenschapsgeld, geld van onze Haagse burgers dat in decennia is opgespaard.
Maar de burgers weten nog steeds niet hoe het hen zal helpen in de al moeilijke financiële positie waarin burgers in het heden te maken hebben met stookangst, omdat de lasten niet draagbaar zijn. Wat onze fractie betreft komt er dus meer prioriteit voor huishoudens die minder draagkrachtig zijn. Dit moet natuurlijk ook heel concreet voorkomen in de plannen zelf. Natuurlijk is het belangrijk dat miljonairs met grote oude huizen ook verduurzamen. Dat geloof ik wel. Maar als we willen kijken naar de betaalbaarheid, dan is er ook een keus te maken om ons meer te richten op burgers die de huidige energierekeningen en investeringen voor verduurzaming helemaal niet kunnen betalen. Ik had hier graag meer ambitie gezien bij de bestedingen en een echte concrete aanpak van energieaanpak. Hoe zorgen we dat onze stadsgenoten die uiteindelijk kiezen voor verduurzaming niet verrast worden door flink gestegen energielasten? Je denkt als burger minder kwijt te zijn, maar wordt vervolgens verrast door een niet goed functionerende monopolist en bent zonder energie te hebben gebruikt al een fortuin kwijt aan vastrechtlasten. Ik hoef u niet te herinneren aan de casussen in Transvaal; dat heb ik in de commissie ook gedaan. Zo zijn er natuurlijk meerdere casussen van flink gestegen woonlasten omdat de bewoners dachten aan iets goeds te beginnen.
Meedoen, meedoen met de duurzaamheidstransitie, maar ze kwamen van een koude kermis en met een lege portemonnee naar een koud huis. Mijn kritiek hierop is als volgt. We hebben een participatietraject gehad voor het Stedelijk Energieplan, maar er is blijkbaar niet eens gesproken met dit soort huishoudens als in Transvaal in het kader van de SEP-participatie. Hoe serieus nemen we onze burgers dan en hoe ver staat het college in het warme IJspaleis van de burgers af? Als wij de sociale ongelijkheid niet serieus willen aanpakken met € 185 mln., dan moet misschien de temperatuur in het IJspaleis een aantal graden omlaag om mee te voelen wat veel Haagse burgers in de wintermaanden meemaken. Zo kun je de naam van het IJspaleis ook waarmaken en de kloof met veel burgers in onze stad dichten op het niveau van de temperatuur. Later vandaag bij de behandeling van de coronacrisis dienen wij een motie in om Haagse minima tegemoet te komen tijdens de huidige lockdown in te verwachten stijgingen van de stookkosten met opnieuw thuisonderwijs. Er is nog veel te zeggen over aanpak sociale ongelijkheid, energiearmoede, keuzevrijheid en niet gebonden zijn aan een monopolist. Heel veel collega's hebben daar ook over gesproken.
Voor ons blijft de vraag centraal staan: hoe zorgen we ervoor dat de minima uiteindelijk de minste lasten dragen en het meest profiteren van de duurzaamheidstransitie? Ik vrees namelijk het tegenovergestelde. 43
Ik kom tot een afronding. Heel veel punten komen natuurlijk ook terug in het amendement dat collega Wijsmuller van de Haagse Stadspartij heeft ingediend en in vele andere moties van collega's die we van harte ondersteunen. Dennis Groenewold (D66). Voorzitter. In de commissie had ik het erover dat ik me zorgen maakte toen mijn pasgeboren dochtertje in 2018 in een kamer moest slapen boven de 30°C in de zomer en dat ik mij verbaasde over de knoppen aan de planten in december. Het is nu iets kouder, dus die knoppen zetten voorlopig niet door. Maar de zorgen om de hete zomers heb ik nog steeds, want het is duidelijk dat de klimaatverandering al is ingezet en het zijn de Haagse ouderen, jongeren en kwetsbaren die nu al slachtoffer zijn van het extreme weer. Dat gaat alleen nog maar toenemen. Het is tijd dat ook Den Haag zijn steentje gaat bijdragen om de gevolgen te beperken. Vandaag zet Den Haag een stap naar een klimaatneutraal 2030. Een goede stap, maar ook een kleine stap. Zeg maar gerust een stapje. Maar binnen een jaar moeten wij het gaan hebben over de wijkenergieplannen. Dat is het moment dat duidelijk moet gaan worden hoe wijken en buurten van het gas af kunnen gaan en wat het tijdspad daarvoor is, dat de burgers en de inwoners van Den Haag duidelijk krijgen over wat wij van hen vragen in de energietransitie. Dat is wellicht het belangrijkste moment in de energietransitie.
Daarom wil D66 nu meegeven aan het college dat wij er groot belang aan hechten dat die plannen zo concreet mogelijk zijn en echt duidelijkheid gaan verschaffen aan de bewoners en dat ook zij daarbij een goede input moeten hebben kunnen leveren. Wij kijken echt uit naar die plannen. Wat het Stedelijk Energieplan en de besteding van de Eneco-middelen betreft, hebben wij nog twee moties. Die wil ik nu met u bespreken, allereerst de motie om geen aardwarmtecentrale op of onder het Malieveld mogelijk te maken. In het Stedelijk Energieplan wordt een aantal malen beschreven dat er wordt gekeken naar een mogelijke aardwarmtecentrale bij het Malieveld. Op het Malieveld kan niet, omdat de Akte van Redemptie uit 1576 dat onmogelijk maakt, nog steeds. Daarin is namelijk vastgelegd dat het Malieveld niet bebouwd mag worden. Joris Wijsmuller (HSP). Collega Groenewold wil juist concrete plannen, maar hoe verklaart hij dan dat hij zijn naam zet onder een amendement waarmee alles indicatief wordt verklaard en alleen maar nog vager wordt gemaakt? Dennis Groenewold (D66). Dat is een goede vraag van de heer Wijsmuller. Concrete plannen en het geld nu al verdelen zonder dat die plannen er zijn, dat zijn ook weer twee tegenstrijdige dingen. Ik wil graag zo concreet mogelijke wijkenergieplannen met duidelijkheid voor de bewoners daarover, waarin hun input ook wordt meegenomen.
Tegelijkertijd moeten we niet nu al helemaal hard gaan vastleggen hoe we het geld voor de periode na 2022 gaan verdelen zonder dat die concrete plannen er zijn. Een volgend college en een volgende raad moeten daar nog besluiten over kunnen nemen. Op die manier zie ik die twee dingen toch niet als tegenstrijdig. De voorzitter. Dank u wel. U zet uw betoog voort, denk ik. Of bent u helemaal klaar? Dennis Groenewold (D66). Nee, ik was net begonnen met het indienen van de eerste motie. Ik had het over de Akte van Redemptie uit 1576, die het nog steeds onmogelijk maakt om op het Malieveld te bouwen. Daarom dien ik nu samen met mevrouw Holman van de Partij van de Arbeid, mevrouw Gerbrands van de PVV, meneer Partiman van het CDA, meneer Van der Helm van de VVD en meneer Barker van de Partij voor de Dieren een motie in met als dictum: roept het college op het Malieveld niet langer als mogelijke locatie voor een aardwarmtecentrale te beschouwen. Voor alle nieuwbouw geldt een BENG-norm, bijna energieneutraal gebouw, een eis om de gebouwen bijna energieneutraal te bouwen. Dat klinkt mooi, maar eigenlijk zouden we meer willen, want voor nieuwbouw is het makkelijk om verder te gaan. Voor huidige gebouwen in de stad is het vaak lastig om te verduurzamen.
Daarom zou je het liefst willen dat de nieuwbouw in de stad niet bijna energieneutraal wordt, maar energie zou kunnen leveren aan de gebouwen die al in de omgeving staan. In Amsterdam wordt via de Crisis- en herstelwet al een strengere norm gehanteerd. Ik zou graag willen dat we in Den Haag onderzoeken wat hier mogelijk is. Ik heb ook weleens begrepen dat als gebouwen op eigen grond van de gemeente worden gebouwd, je dan wellicht meer zou kunnen. 44
Daarom dien ik samen met mevrouw Holman van de Partij van de Arbeid, meneer Kapteijns van GroenLinks, meneer Partiman van het CDA en meneer Grinwis van de ChristenUnie/SGP een motie in met als dictum: roept het college op te onderzoeken in hoeverre het ook in Den Haag mogelijk is bij nieuwbouw strengere normen dan de BENG-norm te hanteren en de raad hierover uiterlijk bij de presentatie van de jaarrekening 2020 te informeren. De voorzitter. Door de heer Groenewold, daartoe gesteund door mevrouw Holman, de heer Kapteijns, de heer Partiman, de heer Van der Helm, mevrouw Gerbrands en de heer Barker, wordt de volgende motie (Stedelijk Energieplan.8 D66) ingediend:
Motie Stedelijk Energieplan.8 D66 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Raadsvoorstel Stedelijk Energieplan (RIS306869). Constaterende dat: • in het Stedelijk Energieplan (SEP) vijf plekken worden genoemd als mogelijke locaties voor aardwarmtecentrales, waaronder het Malieveld; • in het coalitieakkoord is opgenomen dat we deze periode starten met de realisatie van tenminste drie nieuwe geothermiebronnen; • de Akte van Redemptie het verbiedt om te bouwen op o.a. het Malieveld. Van mening dat: • er met de andere in het RES genoemde locaties voor geothermie ruim voldaan kan worden aan de eis van het coalitieakkoord; • het ook niet wenselijk is om onder het Malieveld een aardwarmtecentrale aan te leggen omdat dit altijd ten koste zal gaan van het veld zelf; • het serieus overwegen van een aardwarmtecentrale op of onder het Malieveld alleen maar tot discussies en mogelijk juridische procedures zal leiden en daarmee niet productief is. Roept het college op: • het Malieveld niet langer als mogelijke locatie voor een aardwarmtecentrale te beschouwen. De voorzitter. Door de heer Groenewold, daartoe gesteund door mevrouw Holman, de heer Kapteijns, de heer Partiman en de heer Grinwis, wordt de volgende motie (Stedelijk Energieplan.9 D66) ingediend:
Motie Stedelijk Energieplan.9 D66 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Raadsvoorstel Stedelijk Energieplan (RIS306869). Constaterende dat: • alle nieuwbouw in Den Haag vanaf 1 januari 2021 moet voldoen aan de BENG-norm (bijna energieneutraal gebouw); • de gemeente Amsterdam strengere eisen hanteert. Van mening dat: • het voor de verduurzaming van de stad wenselijk is om ook in Den Haag strengere eisen dan de BENG-norm te hanteren, zodat de nieuwbouw niet bijna energieneutraal wordt, maar mogelijk energie voor de omliggende gebouwen produceert.
45
Roept het college op: • te onderzoeken in hoeverre het ook in Den Haag mogelijk is bij nieuwbouw strengere normen dan de BENG-norm te hanteren en de raad hierover uiterlijk bij de presentatie van de jaarrekening 2020 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Het Stedelijk Energieplan en het bestedingsvoorstel voor de Enecomiddelen gaan volgens mijn fractie in ieder geval op twee zaken onvoldoende in. Er is onvoldoende aandacht voor sociale huurders en er is te weinig oog voor de democratisering van onze energievoorziening. Ons initiatiefvoorstel Actieplan Energiearmoede stelt daarom een andere verdeling van de Eneco-middelen voor, waarmee niet alleen de energierekening daalt van huurders en kopers met weinig spaargeld, maar we in Den Haag ook stappen kunnen zetten om weer eigenaar te worden van een belangrijke nutsvoorziening energie en warmte. Als ons initiatiefvoorstel over energiearmoede integraal wordt overgenomen door het college, is het Stedelijk Energieplan wat ons betreft ook gered.
In de tussentijd hebben wij het amendement van de HSP op het Stedelijk Energieplan van harte mede ingediend met hierbij extra aandacht voor sociale huurders en democratisering, dat energiebesparing leidend moet zijn in het duurzaamheidsbeleid van woningcorporaties en dat bewoners in alle wijken zo veel mogelijk zeggenschap krijgen over hun energie- en warmtevoorziening. Het sierde de wethouder om tijdens de commissiebespreking open te staan voor de ideeën vanuit de raad en het bestedingsplan voor de Eneco-gelden voor duurzaamheid niet als een vaststaand gegeven te beschouwen. Echter, doordat we duidelijk nog niet op het punt zijn waarop we de Enecogelden al kunnen onderverdelen in subreserves, is er volgens mijn fractie maar één conclusie mogelijk: dat we vandaag nog niet de programmalijnen van de verschillende subreserves vastleggen. Het amendement van de coalitiepartijen is hierin een goede eerste stap. Maar ook als de programmalijnen indicatief zijn, is mijn fractie niet overtuigd van de verdeling. Hiernaast blijven wij het onbegrijpelijk vinden dat een groot gedeelte van de Eneco-gelden wordt ingezet voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed en voor programma- en proceskosten. Deze kosten zou elke gemeente moeten maken.
Wat ons betreft moeten de Enecomiddelen juist gebruikt worden om de energietransitie bij te sturen in de richting die Den Haag graag voor zich ziet. De voorzitter. Dat waren de bijdragen in eerste termijn, maar pas op, meneer Oudshoorn heeft gevraagd om nog één motie te mogen indienen, want die was hij vergeten. Ik stel voor hem daar gelegenheid voor te geven. René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Inderdaad, die viel even van mijn scherm af, dus dank u voor de mogelijkheid die u mij in dezen biedt. Waarom zo rigoureus van het gas af? Het elektriciteitsnetwerk is niet eens berekend op de piekbelastingen die gaan komen en 100% groene stroom is een utopie, tenzij we snel op kernenergie overgaan. Waarom dan zo weinig aandacht voor de hybride technieken: de CV-ketel gecombineerd met de warmtepomp? Het beste van beide werelden en de oplossing voor piekbelastingen. In onze ogen is daar te weinig oog voor in dit plan. Vandaar de motie 'Zet in op hybride techniek': verzoekt het college om bij de energietransitie prioriteit te geven aan de hybride CV/warmtepomp om zo de inwoners geleidelijk vertrouwd te laten raken met deze nieuwe energievorm en tevens de piekbelasting op te kunnen vangen zodanig dat het voor de inwoner kostenneutraal is. De voorzitter. Door de heer Oudshoorn wordt de volgende motie (Stedelijk Energieplan.10 HvDH/GdM) ingediend:
46
Motie Stedelijk Energieplan.10 HvDH/GdM De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 16 december 2020, ter bespreking van: Raadsvoorstel Stedelijk Energieplan. Constaterende, dat: • het college blinde haast heeft Den Haag van het gas af te krijgen waarbij er nauwelijks ruimte is voor hybride technieken. Overwegende, dat: • haastige spoed is maar zelden goed is en dat gaat hier maar al te zeer op, het gas zal nog hard nodig zijn om piekbelastingen op te vangen; • de inwoner met hybride technieken, zoals een combi warmtepomp/CV ketel langzaam went aan nieuwe technieken en het financieel voordeel zal merken. Van mening, dat: • het gebruik van hybride technieken op grote schaal de energietransitie vergemakkelijkt en waarbij er veel meer draagvlak bij de inwoner zal zijn. Verzoekt het college: • om bij de energietransitie prioriteit te geven aan de hybride CV/warmtepomp om zo de inwoners geleidelijk vertrouwd te laten raken met deze nieuwe energievorm en tevens de piekbelasting op te kunnen vangen zodanig dat het voor de inwoner kostenneutraal is. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Voorzitter.
Het college is heel blij deze mooie en stevige plannen, die stappen zetten voor de energietransitie in onze stad, vandaag te mogen verdedigen. Het plan is op drie simpele principes gestoeld: minder energie verbruiken, waarvoor uw raad meerdere voorstellen heeft aangedragen waar ik zo op kom, duurzame energie opwekken en inzetten, en vervolgens een distributienet, distributiemanieren om die duurzame energie daar te krijgen waar die nodig is. Ik wil het als volgt doen. Het is voor de wethouder thuis ook een beetje improviseren. Ik wil eerst ingaan op de reacties op het Stedelijk Energieplan, de moties en de amendementen en vervolgens op die op de Eneco-middelen. Ik heb het amendement van de heer Grinwis niet in een printje, dus dat ga ik zo op de laptop bekijken bij de beantwoording; vandaar dat het wat aan het einde zal zitten. Een aantal losse vragen van NIDA en van de SP pak ik ook helemaal op het einde. Dan weet u wanneer de verschillende antwoorden komen. Ik begin met de eerste motie van de Partij voor de Dieren die ik hier heb liggen. Die constateert dat er in het Stedelijk Energieplan meerdere dingen staan over lage temperatuur inzetten. Het college kiest ervoor om dat bij voorkeur te doen en niet om dat als uitgangspunt te maken. De Partij voor de Dieren vraagt: doe dat nou expliciet, zeg gewoon dat je dat doet.
Dat gaan we ontraden, omdat we zowel de burger keuzevrijheid willen geven - daar pleit de Partij voor de Dieren ook voor alsook zelf de mogelijkheid willen hebben om te kijken: in welk plan, in welke buurt, in welk wijkplan past het wel en waar past het niet? De motie 'Stuur op lage temperatuur' van de Partij voor de Dieren is ontraden. De motie 'Scherpere duurzaamheidseisen bij nieuwbouw' van de Partij voor de Dieren verzoekt het college om aan het Rijk te vragen om in Den Haag strengere duurzaamheidseisen te stellen. Later kwam nog een andere motie die vraagt om daarvoor te lobbyen. Een aparte wet voor Den 47
Haag kan niet. Een uitzondering op de Crisis- en herstelwet is onder uitzonderlijke omstandigheden wel mogelijk. Daar willen we naar kijken; vandaar ook dat ik alvast naar de andere motie verwijs. De motie verzoekt ook om voorbereidingen te treffen om direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de slag te gaan. Dat is overbodig, want er loopt een heel traject bij de gemeente; wij gaan dat al doen. Ook deze motie is ontraden, deels omdat het college de lobbymotie beter vindt en deels omdat ze voorbarig is. Dan het amendement 'Geen fossiele restwarmte naar Mariahoeve'. Robert Barker (PvdD). De wethouder zegt dat ze wel wil pleiten voor hogere duurzaamheidseisen, maar dat is toch precies wat ik in mijn motie vraag? In de commissie zei ze nog dat het niet kon. Nu laat ik zien dat het kan. Waarom omarmt de wethouder de motie dan niet? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Omdat deze motie twee dingen vraagt. Ze vraagt bij het Rijk te vragen om het voor Den Haag mogelijk te maken om strengere duurzaamheidseisen te stellen. In zijn algemeenheid kan dit niet; vandaar dat die ontraden is. Ik probeerde een bruggetje te maken naar een deel hiervan dat wel kan en dat beter is verwoord in een motie die later aan de orde komt. Het tweede deel vraagt om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet aan de slag te gaan. Daar is het college allang mee bezig.
De Omgevingswet is al een hele lange tijd in voorbereiding en ook het college is daar al geruime tijd mee bezig over een heleboel diensten, dus dat deel is overbodig. Het andere deel, om dat voor de hele stad te doen, is onmogelijk. Vandaar dat de motie is ontraden. Robert Barker (PvdD). Ik geef in mijn motie aan hoe Amsterdam het doet en ik vraag de wethouder om dat ook in Den Haag te doen. De wethouder geeft daar geen duidelijk antwoord op. Amsterdam heeft de Crisis- en herstelwet toegepast voor de hele gemeente. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Het antwoord blijft dat het college deze motie ontraadt. Ik kom straks op de motie waarin gevraagd wordt om daar bij het Rijk voor te lobbyen. Ik was bij het amendement 'Geen fossiele restwarmte naar Mariahoeve'. In het Stedelijk Energieplan staat dat het voor de hand ligt dat daar geothermie ingezet kan worden en er wordt met de wijk overlegd om een wijkenergieplan te krijgen. Het college sluit andere mogelijkheden niet onmiddellijk op voorhand uit. Het argument is dat dit op dit moment fossiel is. Wij hebben daar een lange discussie over gehad bij de Leiding door het Midden. Ik wijs de heer Barker erop dat elektriciteit op dit moment ook voor 80% met fossiele energie opgewekt wordt en dat er ook daar grote stappen gemaakt moeten worden. Ik begrijp de intentie van het amendement, maar ook dit wordt ontraden door het college.
Ik kom bij het amendement 'Prioriteiten Stedelijk Energieplan' van de HSP en een aantal andere partijen. Het college gaat dit amendement ontraden, omdat in het tweede dictum wordt gevraagd om opnieuw te beginnen en het Stedelijk Energieplan te herschrijven. Dit is niet het plan van het college. Dan ben ik bij de motie 'Referendum van het gas af' van de PVV. De PVV vraagt om het Haagse volk middels een referendum te raadplegen … Joris Wijsmuller (HSP). Dit amendement lijkt ontzettend veel op het eerdere amendement op de regionale energiestrategie, waar de wethouder wél voor kon zijn. We weten allemaal dat dat amendement niet goed is doorvertaald naar het ambtelijke vervolg. Daarom moet ook het SEP worden herschreven. Wat is nu het verschil tussen dit amendement en het vorige amendement, dat u wel kon omarmen? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). In de procedure bij de regionale energiestrategie werd gevraagd om een lijst van wensen en bedenkingen van de raad. Wij zijn toen in twee commissievergaderingen bezig geweest om wensen en bedenkingen op papier te zetten. De heer Wijsmuller heeft toen het initiatief genomen - daar ben ik hem dankbaar voor - om een amendement in te dienen in plaats van die lijst van wensen en bedenkingen. Het college had de raad er ook uitdrukkelijk toe opgeroepen om te komen met wensen en bedenkingen. Vandaar dat dat amendement
48
omarmd werd. Het college ontraadt dit amendement om het Stedelijk Energieplan te gaan herschrijven. Dan ben ik bij de motie van de PVV over een referendum voor het Haagse volk. Ik was aan het zeggen … Joris Wijsmuller (HSP). De wethouder heeft nog steeds niet uitgelegd wat het verschil is tussen het amendement dat ik nu heb ingediend en het amendement op de regionale energiestrategie dat de wethouder eerder heeft omarmd, anders dan het herschrijven. Is dat het enige punt? Als ik dat eruit haal, bent u dan wel voor dit amendement? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Het amendement is en blijft ontraden door het college. Op het moment dat er een lijst van wensen en bedenkingen nodig was bij een regionale energiestrategie, een heel ander document, is dat amendement omarmd. Dit amendement blijft ontraden. Dan ga ik weer terug naar de motie van de PVV. Ja, het college vindt het erg belangrijk dat de bevolking betrokken wordt bij alle verschillende stappen van de energietransitie. Dat gebeurt op lokaal niveau door bewonersinitiatieven, door de Energie uit de Wijk Challenge, een hele reeks. Maar één groot referendum in Den Haag, dat gaat het college ontraden. De motie van GroenLinks over de duurzame WOM is het onderzoeken waard. Het college wil zeker met een of meerdere voorstellen komen hoe dat zou kunnen.
Wij kennen al een of meerdere succesvolle WOM's in Den Haag om op die wijze met corporaties samen te werken en te zorgen dat ook de mensen met de krapste beurzen in Den Haag goed en straks ook duurzaam kunnen wonen. Het college kan deze motie van GroenLinks en een aantal andere partijen omarmen. Dan de motie 'Draagvlak voor van het gas af' van Groep de Mos. Het lijkt een kleine variant op die van de PVV om een representatief draagvlakonderzoek te doen onder de bewoners. Wij zoeken een actievere vorm van participatie, namelijk dat mensen met de eigen voeten, met het eigen gedrag, met het verduurzamen van het eigen huis, met het gebruikmaken van een mogelijke lening of subsidie laten zien wat zij doen. Ook deze motie wordt ontraden. Wij houden wel degelijk rekening met de meningen van onze burgers. Zo is er bijvoorbeeld het Motivaction-onderzoek geweest dat hier een beetje op lijkt. Vervolgens wordt er ook door bewoners volop meegedaan in de discussies rond het wijkenergieplan. Dat zagen we nog bij de insprekers. Deze motie is ontraden. René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik begrijp het toch niet. Als er ingrijpende maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld het betaald parkeren, wordt er per wijk een representatief draagvlakonderzoek gehouden. Dat zou toch ook zeker bij deze 'van het gas af'-maatregelen moeten gebeuren.
We hebben allemaal de ervaringen in het Statenkwartier gehoord. Waarom nemen we die ervaringen in het Statenkwartier nu niet mee en doen we het niet net als bij het betaald parkeren? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). De ervaringen in het Statenkwartier, alle meningen van de mensen die zich uitgesproken hebben, van de mensen die nog niks gezegd hebben, van de mensen die wel hun huis verduurzaamd hebben, worden betrokken bij de plannen van het college. Er wordt met regelmaat gekeken naar wat mensen in de stad op verschillende vragen aangeven. De verduurzaming kan niet platgeslagen worden tot één simpele vraag over, zoals in deze motie staat, het plan van het college om van het gas af te gaan. Er is niet één groot plan van het college om van het gas af te gaan. Het bestaat uit een hele reeks van verschillende stappen waarbij onze burgers en ook ons bedrijfsleven heel goed betrokken moeten worden om te zorgen dat er voldoende draagvlak is. Het college steunt de richting van de motie: er moet draagvlak zijn. Maar in deze vorm blijft die ontraden. Dan de motie over de vocht- en schimmelwoningen. In het dictum staat dat het college daaraan voorrang moet geven. Als ik dat mag lezen als 'volop aandacht' in plaats van 'voorrang', dan kan het college dat ondersteunen.
Samen met wethouder Balster willen wij inderdaad er volop aandacht aan geven dat vocht- en schimmelwoningen aangepakt worden. Dat doen we onder andere door van alles aan voorlichting over gedrag en ventilatie, maar ook door verduurzaming en ook door het aanspreken op achterstallig onderhoud. Ik vraag de heer Oudshoorn of ik het zo mag lezen. Als hij erbij blijft dat het absoluut 'voorrang' moet zijn, dan is de motie ontraden. Dan de motie 'Houd het gasnetwerk in stand'. Er werd inderdaad correct gezegd dat het gasnetwerk geen eigendom is van de gemeente en dat de gemeente daar dus geen eindbeslissing over 49
kan nemen. In het verzoek staat dat we alles in het werk zouden moeten stellen om dat te doen. Dan wordt er door Stedin gewoon gezegd: nou, als u betaalt zijn wij mogelijkerwijs wel bereid om dat te doen. Het college is niet van plan om Eneco-middelen in het gasnetwerk te steken. Er zijn ook mensen die het gasnetwerk juist niet in hun straat willen. Het college kijkt samen met Stedin naar wat een redelijke backbone is van het gasnetwerk die Stedin wil laten liggen, maar gaat niet bij Stedin aandringen om het gehele gasnetwerk te laten liggen. Deze motie is ontraden. Dan de motie 'Kostenneutrale Energietransitie voor Hagenaars en Hagenezen' … René Oudshoorn (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat gasnetwerk ligt er al. Wij vragen alleen maar of u aan wilt dringen dat dat blijft liggen, omdat er straks andere energiedragers komen die daar gebruik van kunnen maken. Als je met een energietransitie bezig bent, zorg dan ook dat je een langetermijnvisie hebt en niet alleen een kortetermijnvisie en dat je niet allergisch bent voor alles wat met gas te maken heeft. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). De motie vraagt om alles in het werk te stellen om het gasnetwerk te behouden. Bij een bedrijf betekent dat al snel dat er geld op tafel moet komen. Er zit een gevaar in een gasnetwerk. Wij hebben helaas die hele nare gasexplosie meegemaakt in de Jan van der Heijdenstraat.
Er moet gecontroleerd worden in de straten. Het gasnetwerk moet onderhouden worden en het moet op druk gehouden worden. Dat brengt behoorlijke kosten met zich mee. Het is aan Stedin om te besluiten hoe zij hun plannen in elkaar zetten. Het collega gaat niet alles in het werk stellen om het gasnetwerk in de stad te behouden. Wij overleggen met regelmaat met Stedin. Deze motie is ontraden. Dan de motie van Groep de Mos over kostenneutrale energietransitie. De energietransitie in de gebouwde omgeving in Den Haag wordt ingeschat op tussen de € 8 mld. en € 10 mld. Zou je dat kostenneutraal willen doen, dan zou je een som geld van ongeveer die omvang tot je beschikking moeten hebben. Dat geld komt, als je dat al zou willen doen, van de belastingbetaler. De keuze van zowel het Rijk in het nationale klimaatakkoord als van het college is om dat niet op deze wijze te doen, dus ook deze motie is ontraden. Dan ben ik bij de moties van de VVD. De heer Van der Helm stelt voor een energiemenukaart voor iedere woning op te stellen. Dit komt uit zijn bredere plan waar meerdere duurzaamheidsvoorstellen in staan. Het college denkt dat een energiemenukaart per woningtype zeker een goede aanvulling is op het bestaande instrumentarium. Dit dwingt eigenlijk om goed te kijken naar de communicatiemogelijkheden in de bredere toolbox van de gemeente. Wij hebben nog geen energiemenukaart.
Er zijn mensen die het graag allemaal zelf willen doen. Er zijn mensen die ontzorgd willen worden met informatie. Er zijn ook mensen in de stad die ontzorgd willen worden door een aanbod voor een hele straat. Deze energiemenukaart zoals hier beschreven is een welkome aanvulling, dus het college wil deze motie graag omarmen. In de motie over een lokale energiemarkt vraagt de VVD om stevig in te zetten op een Haagse energiemarkt waarbij lokale hernieuwbare bronnen aan elkaar gekoppeld worden en er ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven. De heer Van der Helm wordt deels op zijn wenken bediend met het voorstel inzake het Warmteplan Laakhavens, want dat is zo'n eerste stap om lokale energiebronnen neer te zetten en zowel aquathermie als WKO te kunnen koppelen. De heer Van der Helm zei ook al in zijn inbreng dat dit wel binnen de huidige wetgeving moet kunnen. Samen met de VNG maar ook met de G4 lobbyt Den Haag om dit mogelijk te maken binnen de Warmtewet. Wij zullen dat met klem blijven bepleiten, ook bij het Rijk. Met die kanttekening wil het college deze motie omarmen. Joris Wijsmuller (HSP). De wethouder verwijst naar het warmteplan Laakhavens, maar dat is toch een plan om een monopolist 30 jaar lang een concessie te verlenen? Dat heeft toch niks te maken met een open energiemarkt? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks).
De visie van het college en die van de heer Wijsmuller verschillen daarin. Het Warmteplan is juist bedoeld om uit te lokken om lokale energie lokaal in te zetten en de voorwaarden voor die aanbesteding zo neer te zetten, de concurrentiegerichte dialogen zo in te richten, dat wij lokale bronnen - aquathermie, WKO - gebruiken voor onze lokale mogelijkheden.
50
In het debat is ook gevraagd of verdere koppeling mogelijk is als het van de wet mag. Daar heeft het college ja op gezegd. Dit is dus in lijn met de wensen … Joris Wijsmuller (HSP). Het gaat inderdaad over lokale bronnen, het liefst lage temperatuur. Maar ik doel op de marktfunctie en het monopolie van één partij die voor 30 jaar lang een concessie krijgt. Dat is toch geen open energiemarkt? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Binnen de huidige Warmtewet is dat nog niet mogelijk. Daarom roept deze motie mede op om daarvoor te gaan lobbyen. Het college wil dat gaan doen. Dennis Groenewold (D66). Ik heb een punt van orde. We hebben het nu over een agendapunt dat we dadelijk gaan behandelen, dus ik wil voorstellen om de discussie over Laakhavens dadelijk te gaan voeren. De voorzitter. Dank u wel. De wethouder zet haar betoog voort. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Het college omarmt de motie over de Haagse energiemarkt. Dan de motie 'Een taskforce voor de energietransitie'. Ik heb deze sympathieke motie besproken met mijn collega Bruines, want zij zit vooral in de koppeling tussen de kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Wij zien daar samen meerdere mogelijkheden voor, of het nu in de vorm komt van een specifieke taskforce of van bestaande overlegvormen waarbinnen daar extra aandacht voor komt. Het college wil dit zeker doen.
Collega Bruines ziet daar bijvoorbeeld mogelijkheden voor op de Binckhorst. Ik zie daar mogelijkheden voor met de IGA, de Internationale Geothermie Associatie, die naar Den Haag komt. Er zijn hier ook een aantal onderzoeksinstituten. We gaan dit zeker verder uitwerken. Wat betreft het twee keer per jaar rapporteren aan de raad is het voorstel om dat een keer per jaar via de voortgangsbrief te doen en de andere keer via de rapportagekanalen die wethouder Bruines heeft. Op die wijze willen wij invulling geven aan deze motie. Wij willen deze motie dan ook omarmen. Dan kom ik bij de motie 'isolatiebrigades' van de ChristenUnie met steun van de HSP en het CDA; misschien staat er nog een andere partij onder die ik in de snelheid niet genoteerd heb. Deze heel sympathieke motie, die raakvlakken heeft met andere moties en voorstellen die ingediend zijn, vraagt: zorg nou dat er voor de verschillende groepen op maat gemaakte communicatie is, ontzorg die groepen die ontzorgd willen worden en zorg dat de informatie er is en dat het makkelijker wordt. Dat pleidooi heb ik bij zo'n beetje de hele raad gehoord. De ambtelijke staf luistert mee. Wij knopen dit allemaal in onze oren. Het college kan deze motie omarmen.
De motie 'Isoleren, isoleren, isoleren!' van het CDA sluit eigenlijk aan op de vorige motie: kom met een voorstel met opties voor het inrichten van een Haags isolatiefonds waaruit bewoners van onze stad eenvoudig, makkelijk en toegankelijk dus, en renteloos geld kunnen lenen om Haagse woningen te isoleren. Ook deze motie is een toevoeging aan de toolbox die wij op dit moment hebben om mensen op maat te bedienen, zodat er voor verschillende mensen verschillende mogelijkheden zijn. Andere steden zijn ons hier inderdaad al in voorgegaan. Bij sommige wordt er veel gebruik van gemaakt, bij andere is het misschien nog niet zo bekend. Ik denk dat dit een belangrijk voorstel uit de raad is, dat het college dan ook van harte kan omarmen. Ik kijk enorm uit naar de successen die we hier samen mee kunnen boeken. Robert Barker (PvdD). In de commissie vond de wethouder het nog geen goed voorstel. Nu opeens is het een belangrijk en goed voorstel. Wat is er in de tussentijd veranderd? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Colleges denken ook van tijd tot tijd na, googelen eens wat, bellen rond en vragen dingen. Dus ook bij het college is er, gelukkig, in de discussie met de raad voortschrijdend inzicht. Robert Barker (PvdD). De wethouder zei in de commissie: het is geen goed idee, want er wordt gewoon te weinig gebruik van gemaakt; we hebben het al onderzocht. Ik vraag me af waarom het nu
51
opeens zou werken. Subsidieregelingen werken niet, dus waarom opeens leningen wel? En waarom is de wethouder van mening veranderd? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Subsidieregelingen werken wel degelijk. De subsidieregeling voor wonen op schone energie heeft zo'n enthousiasme breed in de stad veroorzaakt dat we vier extra mensen ingezet hebben om alle aanvragen goed te kunnen beantwoorden. Door verder onderzoek is het college tot het oordeel gekomen dat we inderdaad met dit voorstel gaan komen. Dan zullen we met zijn allen zien hoe we hier een succes van kunnen maken. Ik neem aan dat u deze debatten ook voert om het college van tijd tot tijd op andere gedachten te brengen. Dat is bij dit voorstel het geval. Het college gaat dit met enthousiasme uitwerken. Dan ben ik bij de motie 'Geen aardwarmtecentrale op of onder het Malieveld' van D66. Ik ben het helemaal, hartgrondig eens met de richting van deze motie om geothermie bij voorkeur niet in onze mooie natuur te zetten en al helemaal niet boven op het Malieveld. Er wordt ook gezegd dat de Akte van Redemptie dit verbiedt. Het college wil zich hier zeker voor inzetten, maar plaatst hier twee kanttekeningen bij. Niet het college, maar het ministerie verleent een vergunning voor het opsporen van aardwarmte. Wij kunnen dit dus bij het ministerie bepleiten.
De tweede kanttekening is dat ik ervan uitga, mocht deze motie worden aangenomen door de raad, dat de raad accepteert dat er op termijn een geothermieboring zou kunnen komen in de buurt van het Malieveld op een misschien niet zo handige locatie in de gebouwde omgeving. Er is een heel onderzoek geweest in alle aardlagen; dat heeft u allemaal gezien. Het is een gunstige plek om dit te doen, het is een wijk die zich ervoor leent en de raad wil in meerderheid graag lokale bronnen aanboren. Met die twee kanttekeningen kan het college deze motie oordeel raad geven. Dennis Groenewold (D66). Ik snap die kanttekeningen. De motie gaat inderdaad alleen over het Malieveld en eventueel onder het Malieveld, want dat kwam ook nog even ter sprake in de commissie. Stel dat ooit het Essostation zou verdwijnen omdat we dadelijk toch niet meer op benzine rijden, dan zou dat wellicht een locatie kunnen zijn waar wat mij betreft een aardwarmtecentrale mag komen. Het gaat inderdaad specifiek om het Malieveld. Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP). Vanwaar deze welwillende bejegening van deze motie, die best wel een risico vormt? Lokale bronnen vergen lokale ruimte. Waarom niet duidelijk ontraden? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Omdat het college ook vindt dat deze bronnen bij voorkeur niet in onze mooie natuur en onze omgeving moeten.
Maar ik heb ook gezegd dat het ministerie en niet het college de vergunning verleent. We hebben er eerder een discussie over gehad: moeten we dingen in de duinen leggen, in Natura 2000-gebied? Ik heb bij een ruime meerderheid van de raad geproefd dat zij met het college delen dat Den Haag ongelofelijk blij en tevreden moet zijn met de mooie natuur die wij hebben, de Natura 2000-gebieden en ook het Malieveld. Dat zou wat het college betreft zeker niet de eerste keuze zijn. Vandaar dat het college deze motie met deze oproep en de kanttekening die ik net goed gehoord heb van de heer Groenewold kan omarmen. De motie 'Strengere BENG-norm' van D66 vraagt te onderzoeken in hoeverre Den Haag strengere normen dan BENG kan hanteren. Ik heb in reactie op eerdere moties al gezegd dat Amsterdam dat inderdaad doet onder de Crisis- en herstelwet. Wij hebben met natuurinclusief bouwen in de nota Eyeline en Skyline al behoorlijk strenge eisen opgenomen. De gemeente Den Haag heeft lang niet altijd een grondpositie, wat het moeilijker maakt om te sturen. Maar we willen zeker onderzoeken hoe dit mogelijk is en de raad daarover informeren. Het college kan deze motie omarmen. Dan heb ik nog een motie van Groep de Mos die eerst niet en later wel ingediend werd over hybride technieken. Zoals die nu opgesteld is, is die in principe ook ontraden.
Als je in de tussenperiode nog op het gasnet zit en je ketel het begeeft, dan is overstappen op een hybride ketel inderdaad een hele goede stap: pijler 1, minder energie verbruiken en meer duurzame energie. Maar het gaat het college een stapje te ver om daar prioriteit aan te geven. Als de motie bedoeld is om die optie toe te voegen, dan kan die. Als ze bedoeld blijft om prioriteit te geven, dan is die ontraden. Dat waren de moties en amendementen die ik in mijn mapje hier thuis heb over het Stedelijk Energieplan.