CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS307487 Bijlage Jaarplan VTH Den Haag 2021

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder van Wonen, Wijken en Welzijn: Versterking Haags Pandbrigade en beleidskader 'Handhaven met ambitie' (RIS306211) en Jaarplan VTH Den Haag 2021 (RIS307487)18.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door aanvragen te vergunnen wordt binnen de gestelde kaders ruimte geboden om te ondernemen. De aantallen aangevraagde vergunningen over de jaren vertonen een grote mate van continuïteit. Aantallen aanvragen vanaf 2018 en de prognose voor 2021 productie productie 2018 2019 Wabo activiteiten Kappen 726 696 Uitweg 158 97 Reclame 466 450 APV en Telecom Nachtelijke werkzaamheden 91 88 Opbrekingen 1279 1244 Terrassen 452 520 Containers 436 178 Steigers 252 70 Overig in/op straat 477 521 Straathandel, Markten, Binnenwateren Standplaats 215 180 Incidentele private markt 174 150 Ligplaats woonboten 30 15 *jaarperiode 1-10-2019 – 1-10-2020

productie 2020*

prognose 2021

703 116 355

700 120 400

95 1241 460 47 40 550

100 1250 500 50 50 550

253 108 20

225 100 20

De bestuurlijke gevoeligheid rond kapvergunningen blijft onverminderd hoog. De gemeentelijke ambitie vraagt terughoudend te zijn met het afgeven van kapvergunningen. “Bomen worden alleen gekapt als het aantoonbaar niet anders kan”. Daarnaast wordt meer aandacht gevraagd voor de zogenoemde ‘herplantplicht’, een voorwaarde in de kapvergunning om na de kap te herplanten. 19

In 2019 is de vergunningplicht voor steigers en containers voor een belangrijk deel vervangen door een meldingsplicht. De aantallen vergunningen zijn van 2018 naar 2020 daarom gedaald. Terrasvergunningen kunnen vanaf 1 maart 2020 worden aangevraagd via het Digitaal terrasloket. Aanvragers worden met digitaal kaartmateriaal bij hun aanvraag geholpen. Voor terrassen waarvoor al eerder een aanvraag was ingediend kan een meer eenvoudig een ‘herhaalaanvraag’ worden gedaan. - Aangepast terrassenbeleid. De gemeente heeft het terrassenbeleid vanaf maart 2020 veranderd. Terrasafscheidingen mogen als beschutting tegen de wind nu ook evenwijdig aan de gevel worden geplaatst. Onder voorwaarden kan een terras ook naast de eigen gevel of op vrije ruimte van een terrasplein worden geplaatst. Terrassen mogen op parkeerplaatsen worden geplaatst in straten van de hoofdwinkelstructuur en op kades van een aantal, specifiek aangewezen, grachten. De parkeerdruk moet daarbij onder de 90% zijn maar als blijkt dat omwonenden het ermee eens zijn kan een parkeerplaatsterras ook worden geplaatst bij een parkeerdruk boven 90%.

Meer ruimte voor terrassen.

- Tijdelijk ruimere terrassen wegens corona. Tot 1 november 2020 hebben ondernemers de mogelijkheid gekregen om hun terras met 25% ruimte uit te breiden. Na een snelle toets, op met name veiligheid en draagvlak in de buurt, zijn informeel toestemmingen verleend. Voor de winterperiode na 1 november 2020 tot 1 mei 2021 kunnen ondernemers een vergund zomerterras met eventueel 25% meer ruimte aanvragen. Dit wordt met een tijdelijke vergunning geregeld. - Standplaatsen. Er is een helder verschil gemaakt tussen standplaatsen met een mobiel karakter en kiosken als vaste verkoopvoorziening. Kiosken krijgen geen standplaatsvergunning meer maar moeten beschikken over een omgevingsvergunning. Er zijn 30 locaties aangewezen waar ondernemers met een mobiele verkoopvoorziening een standplaatsvergunning voor kunnen aanvragen. Daarnaast worden locaties aangewezen waar met een standplaatsvergunning de jaarlijkse verkoop van oliebollen en kerstbomen kan plaatsvinden. Voor niet aangewezen locaties kan nog een incidentele standplaatsvergunning worden aangevraagd. In de praktijk komen incidentele standplaatsvergunning vaak voor bij evenementen. Sinds de corona-uitbraak vragen winkeliers ook vaker los van evenementen een standplaatsvergunning. - Private markten. Markten in de stad worden de laatste jaren merendeels door ondernemers georganiseerd.

Op basis van de verordening Incidentele private markten (IPM) en de Aanwijzing locaties en frequenties incidentele private markten, wordt aan private initiatiefnemers vergunning verleend. Den Haag kent ook nog een aantal markten die door de gemeente worden beheerd. Deze markten zijn vaak wekelijks op een vaste locatie aanwezig (frequente markten). Onderzocht wordt of nieuwe frequente markten door ondernemers zelf, dus privaat kunnen worden georganiseerd. Ook wordt onderzocht of de door de gemeente beheerde weekmarkten door ondernemers zelf kunnen worden voortgezet. De gemeente zou hiervoor dan vergunning kunnen verlenen vergelijkbaar aan de IPM. 20

- Informatie gestuurd werken. Er is een groeiende noodzaak om flexibel te zijn en om te kunnen bijsturen aan de hand van beschikbare actuele gegevens. Het project Informatie gestuurd werken (IGW) moet invulling geven aan de ambities om data gedreven beslissingen te nemen over de inzet van mensen en middelen. Heel concreet betekent dit voor de Handhavingsorganisatie op de juiste plek, op het juiste moment, de juiste dingen doen. Het eerste resultaat van het project IGW is een analyse- en monitoringsinstrument (dashboard) waarmee op termijn de handhaving minder reactief en meer proactief risicogericht kan worden ingezet. Het dashboard is afgezien van enkele verbeter wensen operationeel. Recentelijk is informatie toegevoegd voor de monitoring van coronamaatregelen. Volgende stap is het opstellen van een beslismodel waarmee op basis van de dashboardinformatie beschikbare capaciteit effectief en efficiënt kan worden ingezet. - Integrale handhavingsacties. Evenals in voorgaande jaren zijn ook in 2020 regelmatig integrale handhavingsacties gehouden. Bij de acties wordt gezamenlijk en gelijktijdig opgetreden door onder andere Politie, Brandweer, HTM, Stedin, Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Douane, Koninklijke Marechaussee, Agentschap Telecom, gemeentelijke Belastingdienst, HPB en Handhavingsorganisatie.

De acties leveren breed succes op en maken de handhaving zichtbaar voor het grote publiek. Er wordt niet alleen opgetreden tegen overtredingen en misstanden maar ook wordt informatie gegeven over bijvoorbeeld het uitlaten van honden en het aanbieden van afval. De acties worden in 2021 voortgezet. - Noodverordening COVID-19. Ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid worden maatregelen genomen om verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De anderhalvemeterregel is wel de bekendste daarvan. De boa’s van de Handhavingsorganisatie zijn ook ingeschakeld om veel van die regels te handhaven.

Mark Rutte op bezoek bij de Handhavingsorganisatie. Het werk van handhavers is door coronacrisis flink veranderd merkt hij op. “Waar het eerst handhaving op leefbaarheid was, is daar nu handhaving op volksgezondheid bijgekomen.”

De handhaving op de noodverordening gebeurt op een verbindende manier. Er wordt een beroep op het gezonde verstand en eigen verantwoordelijkheid van mensen gedaan om bij te dragen aan het voorkomen van het verspreiden van het coronavirus. Er wordt gehandhaafd, maar pas nadat aanspreken op gezonde verstand daaraan vooraf is gegaan (met uitzondering in geval van excessen waarbij direct optreden noodzakelijk is). Vanuit de Veiligheidsregio kunnen nadere aanwijzingen worden gegeven om strenger of minder streng op te treden. De handhavers hebben ook specifieke werkinstructies gehad voor handhaving op de noodverordening bij eet- en drinkgelegenheden, terrassen, ophouden in een groot gezelschap, uitstallingen en in de kuststrook. De verwachting is dat de handhaving op COVID-19 maatregelen nog in geheel 2021 nodig zal zijn. - Extra inzet op Scheveningen. In het kader van de Aanpak Overlast Kuststrook Scheveningen is samen met ketenpartners, zoals de politie, extra handhaving ingezet in Scheveningen, vooral op de boulevard en rond de havens. Gemiddeld is deze zomer de Handhavingsorganisatie per dag met ca. 20 handhavers op de één of andere manier aanwezig geweest in Scheveningen. De wielklem is hernieuwd in gebruik genomen vooral voor bezoekers die geen parkeergeld betaalden en van wie naam, adres en woonplaats niet direct kon worden vastgesteld. 21

Uiteraard is ook gehandhaafd op de Noodverordening COVID-19. Verder is in gezamenlijkheid opgetreden tegen zaken als alcohol en drugsgebruik, het gebruik van lachgas, fietsen in het voetgangersgebied, straatracen en geluidsoverlast van bijvoorbeeld onnodig toeterende voertuigen. Belangrijk bij de inzet is de zichtbaarheid van de handhaving op straat voor bewoners en bezoekers. Deze zichtbaarheid draagt bij aan het gevoel van veiligheid. Voor 2021 (en verder) is de capaciteit van de handhavingsorganisatie voor Scheveningen uitgewerkt in het Programma Toekomst Scheveningen Badplaats (RIS307364). De handhavingsorganisatie werkt via 3 schillen. Het handhavingsteam Scheveningen is de eerste schil, de inzet van specialistische teams (bike, Parkeren, Drank&Horeca en Boswachters) vormen de tweede schil de inzet van handhavingsteams uit andere stadsdelen vormen de derde schil. De specialistische teams worden in het strandseizoen toegewezen en ingezet in Scheveningen en opschaling geschiedt door de handhavingsteams uit de stadsdelen. Tevens worden vier SUSteams ingezet over de gehele kuststrook van Scheveningen.

Zichtbare handhaving en maatregelen om de rust terug te brengen op de boulevard en rond de haven in Scheveningen.

- Actieplan Schone Stoep. De afgelopen jaren plaatste de gemeente duizenden ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) in de stad. Toch zetten mensen nog hun afval naast de container. Deze ‘bijplaatsingen’ zorgen voor veel overlast. Met het Actieplan Schone Stoep wordt ingezet om de hoeveelheid bijplaatsingen te beheersen en de ervaren overlast terug te dringen. In dit plan staan extra acties voor de periode 2020-2022. In 2021 staan acties op het programma met een vaste ophaaldag voor grofvuil, inzet van ‘wijkambassadeurs’, communicatie in andere talen, analyse van hot-spots en handhaving buiten kantooruren in burger. Daarnaast wordt verder onderzocht of scanauto’s zijn in te zetten bij de monitoring van bijplaatsingen en of er een proef mogelijk is met cameratoezicht bij containers waar vaak afvaldumpingen plaats vinden. - Zwerfafval. Hoe gaat de Hagenaar om met afval, wat zijn de beruchtste hotspots en hoe kan de hoeveelheid verkeerd geplaatste troep op straat een halt toe worden geroepen? Een gedragsbureau heeft het afvalgedrag van de Hagenaar onderzocht. Op grond daarvan is een stadsbrede publiekscampagne “Schoon, doen we toch gewoon” gelanceerd om zwerfafval te bestrijden. De focus ligt onder andere op peuken en kauwgom in school-, winkel- en horecagebieden, zwerfafval op het strand en de Haagse Markt en afval dat naast containers wordt gezet.

Met meer handhavers op hotspots, ‘container coaches’ voor afvalbakken en de hulp van scholieren en wijkorganisaties gaat Den Haag zwerfafval te lijf. - Rattenoverlast. In gebieden waar ratten volop etensresten vinden in de buitenruimte, groeit de populatie tot een problematische omvang. In twee overlastgebieden, Moerwijk en Mariahoeve, is in 2019 een aanpak met generieke en wijk specifieke maatregelen beproefd. Daarbij is ook een verbod op voederen van dieren ingevoerd en gehandhaafd. Handhavers controleren op het voederverbod en vertellen bewoners wat de gevolgen zijn van het weggooien van brood in de buitenruimte. Zij gaan langs bij scholen, moskeeën en bewoners thuis. Woningcorporaties laten HMS toe in gemeenschappelijke buitenruimtes om effectief ratten te kunnen bestrijden. Deze aanpak is in 2020 voortgezet. Door dit ‘rattenoffensief’ is de overlast minder geworden, maar niet volledig verdwenen. De rattenoverlast kan alleen beheerst worden als alle bewoners, ondernemers en andere gebruikers van de overlastgebieden meedoen. Nieuwe maatregelen, zoals die uit het Actieplan Schone Stoep in 2021 worden ingezet, gaan ook helpen in de strijd tegen de rattenoverlast. 22

- Minder fietsoverlast. Achtergelaten fietsen zijn een grote ergernis voor bewoners. Ook winkeliers storen zich vaak groen en geel aan fietsen voor hun pand. Bovendien zijn achtergelaten, soms ook kapotte, fietsen op straat een rommelig gezicht. Daar komt bij dat er te weinig stallingsruimte overblijft voor fietsen die wel worden gebruikt. Vooral in de oude woonwijken, waar herenhuizen tegenwoordig bewoond worden door meer dan één gezin, is het vechten om de ruimte. In 2019 zijn in heel Den Haag achtergelaten fietsen opgespoord en opgeruimd. In 2020 is ruim ingezet op communicatie. Er is gekozen voor een grote aanpak om bewoners op de hoogte te brengen van de handhaving en om hen te stimuleren achtergelaten fietsen te melden en de eigen fiets op een goede manier te stallen. Gecombineerde inzet van communicatie en fietshandhaving wordt in 2021 onverminderd voortgezet. - Milieuzones. De gemeente Den Haag maakt een punt van het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stad om zo de gezondheid van haar inwoners te bevorderen. Daarom wordt er gekeken naar de mogelijkheden tot invoering en/of aanscherping van milieuzones waar de meest vervuilende voertuigen worden geweerd. Zo wordt de uitstoot van fijnstof en roet van verschillende soorten voertuigen/rijdend verkeer verminderd.

Vooral tijdens het wachten of wegrijden bij verkeerslichten, stoten 2-takt voertuigen veel schadelijke deeltjes uit. Dat is slecht voor de gezondheid van fietsers en voetgangers die zich vlakbij deze brom- en snorfietsen begeven. Hier wordt een milieuzone voor ingesteld.

De milieuzone voor 2-takt brom- en snorfietsen op benzine treedt in december 2020 in werking.

Met ingang van 1 juli 2021 komt er in Den Haag ook een milieuzone voor oude personenauto’s en bestelauto’s die op diesel rijden. Dieselauto’s die veel uitlaatgassen uitstoten, mogen dan een deel van de stad niet meer in. Daarnaast wordt de huidige milieuzone voor vrachtverkeer in 2022 aangescherpt. Bij de milieuzones geldt een stelsel van ontheffingen. De gemeente handhaaft de naleving via camera’s en buitengewoon opsporingsambtenaren. Boetes worden geïnd via het Centraal Justitieel Incassobureau. - Deelfietsen en -scooters. In een stad waar het fietsgebruik almaar toeneemt en waarin vooroorlogse wijken al kampen met volle trottoirs met fietsen, kan de deelfiets uitkomst bieden. Voorjaar 2019 is een aantal aanbieders, waaronder één van deelscooters, begonnen aan een proef van een half jaar. Inmiddels zijn er in Den Haag 7 aanbieders van deelfietsen en -scooters. Vanaf 1 april 2020 heeft een aanbieder een vergunning nodig voor het aanbieden van deel(bak)fietsen en deelscooters. In de vergunning is een aantal zaken geregeld om te voorkomen dat de deelvoertuigen voor overlast zorgen. - Ondermijning. Ondermijning is een veelkoppig monster dat niet alleen bestreden kan worden door de Bestuursdienst binnen de gemeente en de strafrechtelijke keten. Vanuit de Handhavingsorganisatie geven handhavers signalen van ondermijning door aan de politie.

Zij zijn hier eerder voor getraind in een awareness training. Voor de aanpak van ondermijning is in 2018 een programmatische structuur opgezet rondom de Domeinraad Ondermijning. Bij acties kan voor handhaving een belangrijke rol zijn weggelegd. Handelaren en opkopers van tweedehands goederen moeten een register bijhouden. In dit Digitaal Opkopers Register noteren handelaren en opkopers informatie over producten, verkopers en de prijs. Dankzij het register kan heling van gestolen spullen worden opgespoord. De gezamenlijke controles van politie en Handhavingsorganisatie op het Digitaal Opkopers Register worden in 2021 voortgezet. Het aantal branches waarop wordt gecontroleerd wordt geleidelijk vergroot. - Bescherming groen en water. In Den Haag is een team boswachters actief. Het werkgebied is de gehele gemeente Den Haag en dan specifiek alle groenvoorzieningen, stadsparken, landgoederen en het Westduinpark wat een beschermd Natura 2000 gebied is. Daarnaast zijn boswachters op het water te vinden ten behoeve van de Visserijwetcontrole en behandelt de boswachterij alle meldingen of overtredingen op het gebied van illegale bomenkap binnen de gemeente Den Haag. Enkele gebieden, zoals landgoed Ockenburg zijn in beheer bij het Zuid 23

Hollands Landschap. Omdat deze landgoederen wel liggen binnen de gemeentegrenzen, is met het Zuid Hollands Landschap een convenant afgesloten ten behoeve van het toezicht aldaar. In 2021 worden andere natuurbeheerders (Hoogheemraadschap, Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, Zuid-Hollands-landschap, Dunea en Staatsbosbeheer) meer betrokken bij het werkprogramma van de boswachters. De handhaving op de herplantplicht wordt ontwikkeld en er wordt vanuit informatie gestuurd werken ‘Google druktemeter’ gebruikt om inzet te plannen op plaatsen en momenten waar het het drukst is. 3.3 Risicoanalyse en prioriteitstelling Het verwerken van vergunningaanvragen is vraagvolgend. Het streven is om alle aanvragen zo snel mogelijk en tenminste binnen de wettelijke termijn af te handelen. De handhaving moet zo goed mogelijk aansluiten bij de beleving van overlast die inwoners van de stad hebben. De Veiligheidsmonitor en het Stadspanel geven hier onder andere een beeld van. Afval op straat (handhaving afvalstoffenverordening), hondenoverlast, fietsparkeren en parkeeroverlast zijn op basis hiervan prioriteiten bij de handhaving in de openbare ruimte. Met de uitbraak van het coronavirus is hier de handhaving van de Noodverordening COVID-19 prominent aan toegevoegd. Per stadsdeel volgt uit een gebiedsanalyse waar de grootste probleemlocaties liggen.

In de ‘interventieprogramma’s per stadsdeel wordt de inzet van de beschikbare handhavingscapaciteit verder ingevuld. Interventieprogramma’s maken ook duidelijk welke andere interventies dan handhaving worden gedaan. Handhaving is immers niet het enige middel om ongewenst gedrag van bewoners en bedrijven aan te pakken. De ambitie informatie gestuurd te werken betekent ook dat informatie gebruikt wordt om te bepalen wat het meest effectieve middel is om leefbaarheidsproblemen aan te pakken. 3.4 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hieronder de beschikbare capaciteit voor de VTH taken in de openbare ruimte. De beschikbare capaciteit is de vaste en tijdelijke formatie, inclusief overhead. De actueel aanwezige capaciteit kan daarvan afwijken (bijvoorbeeld vanwege ziekte en vacatures). Capaciteit Vergunningverlening Functie DSB medewerker Vergunningen BEC (jr-sr)Juridisch adviseur Advies, bezwaar en beroep

Afdeling Aantal fte formatief Wabo activiteiten kappen, uitweg en reclame Handhavingsorganisatie V&H 9 BEC JZ Adviesteam DSB 1,0

DSB medewerker Vergunningen BEC (jr-sr)Juridisch adviseur Advies, bezwaar en beroep DSB medewerker Vergunningen DSB coördinator binnenwateren BEC (jr-sr)Juridisch adviseur Advies, bezwaar en beroep

APV en Telecom Handhavingsorganisatie V&H BEC JZ Adviesteam DSB Straathandel, Markten, Binnenwateren Handhavingsorganisatie V&H DSB Stedelijk Beheer BEC JZ Adviesteam DSB

12 2,0

3,0 0,5 0,5

Capaciteit Toezicht en Handhaving Functie Afdeling Aantal fte formatief Wabo, APV en Telecom, Straathandel, Markten, Binnenwateren, Drank en Horeca, Wegenverkeerswet, RVV, Taxiverordening, Afvalstoffenverordening DSB handhaver (boa, toezichthouder) Handhavingsorganisatie Operaties 185 DSB handhaver (parkeercontroleur) Handhavingsorganisatie 20 Operaties/team Mulder DSB controleur binnenwateren DSB Stedelijk Beheer 2,0 DSB Juridisch medewerker Handhavingsorganisatie V&H 13 BEC (jr-sr)Juridisch adviseur BEC JZ Adviesteam DSB 5,0 Advies, bezwaar en beroep HWB medewerker openbare ruimte HWB 43

24

3.5 Operationele doelen Gelet op de prioriteitstelling en beschikbare capaciteit gelden de volgende operationele doelen. De inzet volgt uit paragraaf 3.4 en is indicatief.

Vergunningverlening 2021 Onderwerp

Aantal te behandelen aanvragen*

KPI: % afgehandeld binnen wettelijke termijn** Wabo 99%

Inzet HHO/BEC capaciteit in fte

Kappen

700

Uitweg

120

99%

1,0

Reclame

400

99%

3,0

Nachtelijke werkzaamheden

100

Opbrekingen

1250

99%

4,5

Terrassen

500

99%

4,5

Containers Steigers Overig in/op straat

50 50 550

99% 99% 99%

0,5 0,5 3,5

Standplaats

Straathandel, Markten, Binnenwateren 225 99%

2,5

Incidentele private markt

100

99%

1,0

Ligplaats

20

99%

0,5

APV en Telecom 99%

6,0

0,5

Afstemming / samenwerking

DPZ/groenbeheer DSB/beleidsafdeling DSO/V&T, BEC/JZ, ODH DPZ/wegbeheer DPZ/groenbeheer DSO/Mobiliteit ACOR, Politie, DSO/V&T BEC/JZ DPZ/wegbeheer ACOR, DSO/V&T, BEC/JZ Welstandscommissie Monumenten DSB/Beleidsafdeling DPZ/wegbeheer Politie Brandweer DPZ/wegbeheer Politie Brandweer DPZ/wegbeheer DSO/Mobiliteit ACOR DPZ/wegbeheer DPZ/wegbeheer DPZ/wegbeheer ACOR DPZ/wegbeheer ACOR DPZ/wegbeheer Politie Brandweer Bureau Bereikbaarheid Delfland

*De prognose voor 2021 is gebaseerd op de extrapolatie gegevens 2020, de productie in 2018 en 2019 en voor zover mogelijk rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen. **De doelstelling is dat niet automatisch positief wordt beschikt op aanvragen vanwege het verlopen van de wettelijke beschikbare termijn een beschikking te nemen.

Toezicht en handhaving 2021 De handhaving in de openbare ruimte volgt een gebiedsgerichte aanpak. Elk stadsdeel heeft een eigen interventieprogramma waarin de inzet per thema nog verder wordt gespecificeerd naar aandachtsgebieden en hotspots. De belangrijkste thema’s zijn afval, parkeer- en verkeersoverlast, overlast achtergelaten en fout gestalde fietsen, honden, innemen openbare ruimte, drank & horeca en evenementen. Er is dus sprake van een thematisch gebiedsgerichte aanpak, waarbij in het Programma Toekomst Scheveningen Badplaats is gekozen om tijdens het strandseizoen wanneer dat nodig is handhavingsteams uit andere stadsdelen in te zetten om overlast op Scheveningen aan te pakken. 25

Binnen de gemeentelijke ambities is ook zeker aandacht voor concrete actiepunten zoals: handhaving COVID-19 maatregelen; de weesfietsen-aanpak wordt stadsbreed voortgezet; de handhaving op illegale taxi’s wordt versterkt.

Stadsdeel

Boetes *

Centrum Escamp Haagse Hout Laak LeidschenveenYpenburg Loosduinen Scheveningen Segbroek

5.500 5.500 2.000 2.500 2.000

Mijn Haagse Meldingen ** 5.000 5.000 1.000 2.500 1.000

2.700 3.800 2.500

2.000 3.000 2.500

totaal

26.500

22.000

Huisvuil dossiers***

Verwijderde fietsen

geen registratie per stadsdeel, alleen totaal Den Haag bekend

10.000 2.500 6.000 3.000 1.000

Inzet DSB/BEC capaciteit in fte*** 49 49 16 20 16

1.500 3.000 3.000

23 32 20

30.000

225

5.200

Afstemming / samenwerking DSB/beleidsafdeling DSO/Mobiliteit BSD/veiligheid Politie DPZ/stadsdelen en wijken HMS HWB ODH (bij bedrijfsafval)

*Boetes: opgebouwd uit bestuurlijke boetes (leefbaarheid) en Mulder bonnen (verkeersovertredingen). **Mijn Haagse Meldingen: meldingen over de openbare ruimte, aantal afgehandeld door HHO handhavers waarbij de algemene norm geldt dat 90% binnen termijn wordt afgehandeld. ***De verdeling van de beschikbare capaciteit over stadsdelen is verhoudingsgewijs gebaseerd op de omvang van de huidige handhavingsteams op de stadsdelen; hierbij benadrukt dat de hier voor 2021 vermelde verdeling van inzet indicatief is. Het HWB levert 43 medewerkers openbare ruimte stads breed. Deze fte’s zijn niet meegenomen in deze tabel. De medewerkers van het HWB onderzoeken huisvuil en bijplaatsingen en maken daar bestuursrechtelijke rapportages van op (huisvuildossiers). Kan uit onderzoek een dader worden achterhaald dan wordt het verkeerd aangeboden vuil door middel van spoedeisende bestuursdwang op kosten van de dader opgeruimd. De handhavers van de gemeente (bijzonder opsporingsambtenaren, BOA’s) treden op tegen overtreders die op heterdaad worden betrapt bij het verkeerd aanbieden van vuil/afval. Met ingang van 2017 wordt daarbij de bestuurlijke boete ingezet. De BOA’s maken bij overtredingen grofvuil en bedrijfsafval ook bestuursrechtelijke rapportages op die een vervolg krijgen met een last onder bestuursdwang of -dwangsom.

26

4.

Milieu

4.1 Algemeen Den Haag heeft milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu in mandaat overgedragen aan de ODH. De ODH is belast met: toetsing (beoordelen van onderzoeksrapporten, aanvragen, plannen en voorstellen); vergunnen, beschikken, melden, ontheffen (behandelen concrete aanvragen); toezicht (inspecteren, constateren, rapporteren van uitvoeringssituatie); handhaving (optreden en sanctioneren bij overtreding). De ODH voert deze taken uit voor negen Haaglanden gemeenten en de Provincie Zuid-Holland. 4.2 Ontwikkelingen en terugblik 2020 De volgende zaken uit 2020 en toekomstige ontwikkelingen zijn relevant voor de inzet van capaciteit op VTH-taken op het gebied van milieu. - Informatieplicht energie. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen (inrichtingen) om energie te besparen. In 2019 is deze regelgeving veranderd. Naast de bestaande energiebesparingsplicht is er een informatieplicht voor bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (equivalent) per jaar verbruiken. Conform de startbrief van Den Haag is prioriteit gegeven aan duurzaamheid en is een aantal activiteiten opgenomen op dit gebied. Het college heeft voor 2021 afspraken met de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) gemaakt over het actief handhaven van de informatie- en energiebesparingsplicht.

In het jaarplan van 2021 is vastgelegd dat de ODH 500 administratieve controles uitvoert op de informatieplicht. Er worden daarnaast 40 duurzaamheidscontroles uitgevoerd. Daar bovenop worden in 2021 nog eens 70 bedrijven gecontroleerd op de informatieplicht en 10 extra duurzaamheidscontroles uitgevoerd. Deze deelcontroles duurzaamheid bestaan uit het inventariseren van energieverbruik, te treffen maatregelen (besparingspotentieel) en zijn vooral gericht op inrichtingen met het hoogste besparend potentieel. - Asbest. De gemeente Den Haag draagt de asbesttaakuitvoering met ingang van 1 januari 2021 over aan de ODH. Met de gemeente Den Haag worden operationele samenwerkingsafspraken gemaakt. - PFAS. De ODH zal bij controles op de tijdelijke opslag van grond, specifiek nagaan of bemonstering op PFAS heeft plaatsgevonden. Voorkomen dient te worden dat met PFAS verontreinigde grond elders wordt toegepast. Per 8 juli 2019 is er voor partijkeuringen van grond daarom de verplichting om op PFAS te onderzoeken. Voor de PFAS zijn nog geen achtergrond- en interventiewaarden vastgesteld. 4.3 Risicoanalyse en prioriteitstelling 4.3.1 Algemeen Den Haag kent circa 15.500 bedrijven die onder de milieuwetgeving vallen.

Het is (financieel) niet mogelijk en wenselijk om bij alle bedrijven jaarlijks toezicht te houden, vandaar dat prioriteiten worden gesteld bij de controlefrequentie en de diepgang van de controles. In paragraaf 4.3.3 is dit geconcretiseerd. De negen Haaglanden gemeenten en de Provincie Zuid-Holland stellen de regionale probleemanalyse en prioriteitenstelling gezamenlijk vast. De probleemanalyse en prioriteitenstelling hebben tot doel een regionaal uitvoeringskader vast te leggen. Daarnaast kan Den Haag in de opdracht richting de ODH aangeven welke lokale prioriteiten opgenomen moeten worden in het jaarwerkplan ODH Den Haag. 4.3.2 Toetsing en Vergunningverlening De ODH is verantwoordelijk voor het milieudeel van de gemeentelijke Wabo-keten en voert vergunningsverlenende- en toetsende taken uit. Bij de uitvoering moet nauw worden samengewerkt met de gemeentelijke Wabo-partners (DSO, DSB en BSD/VRH). De ODH is verantwoordelijk voor de vergunningverlening, meldingen en maatwerkvoorschriften op grond van de Wet milieubeheer, de beschikkingen op grond van de Wet bodembescherming en de hogere grenswaarden op grond van de Wet geluidshinder. Ook toetst en adviseert de ODH op de onderdelen bodem, geluid, lucht en externe veiligheid. De werkzaamheden voor vergunningverlening zijn vraag gestuurd.

Alle aanvragen worden integraal getoetst, hierbij is dus geen sprake van een risicoanalyse of prioriteitsstelling. 27

4.3.3 Toezicht en handhaving Bedrijven zijn wettelijk verplicht om de milieuregelgeving na te leven. De bevoegde overheid is wettelijk verplicht hierop toe te zien. Indien wordt geconstateerd dat regels niet worden nageleefd wordt opgetreden (gehandhaafd). Het milieutoezicht richt zich in principe op alle bedrijven (inrichtingen in de zin van de wet milieubeheer). De ODH levert verschillende producten en diensten voor het houden van toezicht op de naleving van milieuwet- en regelgeving door inrichtingen c.q. bedrijven. Voor het programma Toezicht en Handhaving geldt dat de werkzaamheden deels te plannen zijn en voor een deel afhankelijk zijn van klachten, incidenten of aanvragen. Dat betekent dat bij het toedelen van de capaciteit tussen verschillende taakvelden getracht is rekening te houden met een vaste inzet van capaciteit en een flexibele inzet. Het is aan de ODH om ervoor te zorgen dat de totale benodigde capaciteit binnen de totaalraming blijft. In de voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over daadwerkelijk bestedingen en indien noodzakelijk, een voorstel gedaan om op basis van gewijzigde aantallen ook de besteding anders in te vullen. Van oudsher vond toezicht van de milieuregels plaats middels een controlefrequentie systematiek.

Bedrijven vielen in een categorie (waarin risico en milieurelevantie verwoord stonden) en afhankelijk van de categorie werd de frequentie van toezicht bepaald. Nieuwe inzichten en beperkte capaciteit hebben geleid tot een transformatie van frequentie gestuurd toezicht naar risico gestuurd toezicht. De wijze waarop het risico gestuurd toezicht in de regio Haaglanden is toegepast verschilde voorheen per opdrachtgever. In het Besluit omgevingsrecht is opgenomen dat het handhavingsbeleid van een gemeente gebaseerd moet zijn op een analyse van de problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen voordoen met betrekking tot de naleving. Ook dient het handhavingsbeleid inzicht te geven in de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Het uitvoeren van een dergelijke probleemanalyse is een cyclisch proces, eens in de vier jaar dient er een analyse plaats te vinden. In 2020 is daarom de oude probleemanalyse geëvalueerd en een nieuwe probleemanalyse met prioriteitstelling opgesteld. Het Algemeen bestuur van de ODH heeft hier mee ingestemd. Binnenkort zal de nieuwe probleemanalyse met prioriteitstelling ter vaststelling wordt geagendeerd voor het College. Wel is overeengekomen dat de ODH voorbereidingen kan treffen om vanaf 2021 conform deze nieuwe methodiek te gaan werken.

De probleemanalyse en prioriteitenstelling hebben tot doel een regionaal uitvoeringskader vast te leggen waarbij ook ruimte is voor lokale en landelijke prioriteiten. Met de probleemanalyse wordt dus een risico gerichte inzet van de beschikbare capaciteit gerealiseerd, waarbij het de bedoeling is dat in beginsel dezelfde soort bedrijven in de hele regio onderworpen worden aan hetzelfde toezichtregime. Daarnaast is in overleg met de gemeente Den Haag aan de hand van een opgestelde startbrief capaciteit ingezet voor het realiseren van gebied specifieke wensen c.q. speerpunten. De toegepaste risicomethodiek is gebaseerd op een weging van de volgende factoren: -

feitelijk naleefgedrag; per branche en/of activiteit is het naleefgedrag (bij 1e controlebezoek) bepaald op basis van de t/m september uitgevoerde en afgeronde controlebezoeken; de mogelijke effecten van potentiele en feitelijke overtredingen; veiligheid, leefbaarheid, natuur- en milieuwaarden, financieel/economische schade en bestuurlijk imago. de kansen op overtredingen; klachten en signalen; landelijke en regionale prioriteiten.

28

De nieuwe methodiek gaat uit van de volgende vijf stappen:

1. Complexe bedrijven

•Bedrijven met buitengewoon milieubezwarende/risicovolle bedrijfsactiviteiten •Interne en gemeentelijke inbreng •Aanpak: Reguliere wm controles

2. Basisniveau integraal toezicht

• toezicht per activiteitgroep •Categorie 2 en 3 bedrijven die het langst niet zijn gecontroleerd •Aanpak: Reguliere wm controles

3. Integraal toezicht door prioritering

•Potentiële calamiteit milieu per activiteitgroep geeft risicoscore •Tweejaarlijks naleefgedrag van de activiteitgroep •Aanpak: Reguliere wm controles

4. Thematisch en projectgericht toezicht o.b.v. data-analyse

•Onderwerpen waar gericht naar wordt gekeken: type overtreding, gedrag ondernemers, specifieke kenmerken of verplichtingen, duurzaamheid •Per onderdeel een geschikte aanpak (o.a. preventie)

5. Bestuurlijke en maatschappelijke prioriteiten

•Specifieke onderwerpen waar extra inzet gewenst is door gemeenten •Bijvoorbeeld bij veranderde wetgeving, gebiedsveranderingen, veranderingen in het veld, lokale prioriteiten en het behalen van milieu doelen

Jaarlijks wordt naar de risicoanalyse en prioriteitstelling voor toezicht en handhaving gekeken. Hiervoor wordt een vaste methodiek toegepast. Mede om voor te sorteren op de Omgevingswet is ervoor gekozen om te kijken naar de activiteiten opgenomen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). De genoemde activiteiten uit het Bal zijn gegroepeerd in activiteitgroepen. De nieuwe risicomethodiek zal 14 activiteitgroepen hanteren, die zijn opgebouwd uit de activiteiten waarvan de Omgevingswet uitgaat, aangevuld met activiteiten uit de ‘bruidsschat’. In stap drie is per activiteitgroep ook een risicoscore bepaald. Hoe hoger de score van een activiteitgroep, hoe hoger de prioriteit. Daarnaast is het naleefgedrag van de afgelopen vier jaar meegenomen in de weging. Het naleefgedrag kan de risicoscore beïnvloeden, zowel omlaag als omhoog.

Waarde

Naleefgedrag

4

Het naleefgedrag is zeer laag < 25 %, risicoscore

2

Het naleefgedrag is laag < 50% Het naleefgedrag is gemiddeld tussen de 50 en 70 % Het naleefgedrag is hoog > 70 % Het naleefgedrag is zeer hoog > 90 %

0 -2 -4

29

risico

Naleefgedrag

risicoscore

voorgestelde prioriteit

Dit leidt voor 2021 en 2022 tot de volgende prioritering

9,0 8,0 5,8 6,9 6,8 8,7 5,0 6,5 6,0 6,0 5,8 6,7 6,5 6,4

2 2 4 2 2 0 2 0 0 0 0 -2 -2 -2

11,0 10,0 9,8 8,9 8,8 8,7 7,0 6,5 6,0 6,0 5,8 4,7 4,5 4,4

Zeer hoog Zeer hoog Zeer hoog Hoog Hoog Hoog Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Laag Laag Laag

Activiteitgroepen

Tankstations Milieustraten, recycling en afvalverwerkers Glastuinbouw Garages, autoberging en onderhoudswerkplaatsen Opslag- en transportbedrijven en spoorwegwegemplacementen Industrie Agrarisch Medisch Sport, recreatie en culturele instellingen Bouw-, metaal, installatie- en dienstverleningsbedrijven Woon- en verblijfsgebouwen Detailhandel Horeca (Zuiverings)technische werken en drinkwaterbedrijven

Naast de hierboven genoemde activiteitgroepen waar de ODH conform de methodiek het toezicht inricht, zijn er ook activiteiten die zich niet lenen voor deze wijze van toezichtplanning zoals hierboven beschreven. Dit zijn dan veelal activiteiten/situaties die ad hoc voorkomen en onmiddellijke actie vereisen.

4 2 3 4 4 4 4 3

1 2 4 3 5 5 4 3

4 4 3 3 4 4 3 2

kans

gem

Bestuurlijk imago

natuur/mlieuwaar den

Leefbaarheid 2 5 2 2 2 2 3 3

6,1 5,5 4,6 4,4 5,4 5,4 5,4 4,6

3 3 3 3 2 2 2 2

Prioriteit

4 1 1 1 1 1 1 1

risico

Natte Koeltoren Behandelen klachten/meldingen Afval- en grondtransport/ketentoezicht Grondverzet BBK WKO (gesloten) Bodemsanering WBB Bodemsanering (herstelplicht Wm) Puinbreken

Veiligheid

Hoofdactiviteiten

Fin.ec. Schade

Deze activiteiten worden als volgt geprioriteerd.

18,2 16,4 13,9 13,3 10,9 10,8 10,9 9,2

Zeer hoog Zeer hoog Hoog Hoog Hoog Hoog Hoog Gemiddeld

30

Prioriteit Zeer hoog Hoog Gemiddeld Laag

Risicoscore >14 >10 en ≤14 >6 en ≤10 ≤6

Betekenis 100% toezicht Inzet op risicovolle handelingen Risico gestuurde controles Steekproefsgewijze controles

Zeer hoog scoren natte koeltorens en klachten als absolute nummer 1, maar ook, afvaltransporten, grondverzet en saneringen scoren hoog. Natte koeltorens worden ieder jaar gecontroleerd en klachten worden in principe altijd opgepakt. Bij de onderwerpen afval en bodem is de inzet van toezicht gericht op risicovolle handelingen conform de regionale bodemstrategie. De nieuwe probleemanalyse met risicomethodiek is niet van toepassing op het asbesttoezicht, daarvoor is een apart gemeentelijk uitvoeringsbeleid vastgesteld waarin het basis uitvoeringsniveau is vastgelegd. Het toepassen van de risicomethodiek leidt tot: een aantal integrale controles planmatig toezicht per categorie (2, 3 of 4); een aantal deelcontroles (thema); een aantal planmatig gestapeld toezicht controles (gestapelde wetgeving). 4.4 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Jaarplan en verrekening per deelnemer De deelnemersbijdrage is € 6.362.949 euro *). De norm voor productiviteit uren/fte is 1390 uur. De invulling van de uren en de daarmee te realiseren output vindt plaats via het werkplan. Het jaarplan wordt opgesteld op basis van voorcalculatie (begroot aantal uren x geraamd tarief). Er vindt (achteraf) verrekening plaats op basis van nacalculatie per individuele deelnemer (werkelijk bestede uren x werkelijk tarief).

Hierdoor kan het beschikbare bedrag in een volgend jaar afwijken van de deelnemersbijdrage. Het beschikbare bedrag voor de taakuitvoering 2021 is € 6.362.949. Het beschikbare werkvolume is 68.281 uur. 4.5 Operationele doelen De operationele doelen worden door de ODH verder geconcretiseerd in dit jaarplan 2021. Hierna wordt het kader samengevat dat binnen het jaarplan dient te worden uitgewerkt. 4.5.1 Toetsing en Vergunningverlening De werkzaamheden voor toetsing en vergunningverlening (beschikking, melding, ontheffing) zijn vraag volgend. 4.5.2 Toezicht en handhaving Op basis van de prioriteitstelling en de outputbegroting toezicht en handhandhaving is vastgesteld bij welke bedrijfscategorieën regulier toezicht gehouden zal worden. Het gaat in totaal om 400 bedrijven (zie hieronder). Aanvullend doet de ODH gestapeld toezicht (samen met DSO, DSB en/of BSD/VRH), vuurwerkcontroles, aspectcontroles naar aanleiding van (1550) overlastmeldingen en wordt toezicht gehouden naar aanleiding van een calamiteit (crisesorganisatie) of na melding van een ongewoon voorval door een bedrijf aan de ODH. Dit komt bovenop het planmatig toezicht, zoals uitgewerkt in onderstaande tabel.

*) Het College besluit binnenkort over de taakoverdracht asbest naar de ODH. Als besloten wordt tot de taakoverdracht asbest, wordt een bedrag van € 230.000 toegevoegd aan de deelnemersbijdrage.

31

Activiteitgroepen Tankstations Milieustraten, recycling en afvalverwerkers Glastuinbouw Garages, autoberging en onderhoudswerkplaatsen Opslag en transportbedrijven en spoorwegemplacementen Industrie Agrarisch Medisch Sport, recreatie, sociaal en cultureel Bouw- metaal, installatie- en dienstverleningsbedrijven Woon- en verblijfsgebouwen Detailhandel Horeca (Zuiverings)Technische werken en nutsbedrijven Totaal

Totaal gepland 2021

Totaal aantal in activiteitgroep

44 18 4 108 30 25 8 8 18 13 59 41 52 41 469

50 21 4 644 274 127 61 204 797 486 5423 4624 2072 972 15759

4.5.3 KPI De ODH informeert haar opdrachtgevers over de voortgang en realisatie van het werkplan. Dit gebeurt aan de hand van de in het dashboard (bijlage 3) weergegeven indicatoren. De opdrachtgever wordt drie keer per jaar gerapporteerd over de voortgang van het jaarwerkplan: 1 februari (jaarrapportage); 1 juni (januari t/m april); 1 oktober (januari t/m augustus).

32

5.

Veiligheid

5.1 Algemeen Op het gebied van Veiligheid worden de volgende taakvelden onderscheiden: Brandveiligheid, Horeca en Evenementen. De taken op het gebied van Brandveiligheid worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Haaglanden (verder: VRH), waar de Haagse brandweer sinds 2009 in is opgegaan. Dit jaarplan geeft de kaders voor de toezicht- en handhavingstaken van de VRH voor Den Haag met betrekking tot bouwen en brandveilig gebruik en voor de advisering op het aspect brandveiligheid bij de Wabo-vergunningen. Daarnaast adviseert de VRH het college bij aanvragen om omgevingsvergunningen en bij handhavingszaken. Zowel het mandaat als de beslissingsbevoegdheid hierover ligt bij het college. Voorts voert de VRH het toezicht uit voor wat betreft brandveiligheid en brandveilig gebruik. Deze taken zijn slechts een onderdeel van de taken die de VRH uitvoert. De taken op gebied van Horeca en Evenementen worden door de Bestuursdienst van de gemeente Den Haag uitgevoerd.

Binnen deze twee onderwerpen zijn een aantal VTH-taken te onderscheiden: Afhandeling van: meldingen en vergunningaanvragen voor evenementen, horeca-inrichtingen, slijterijen, speelautomatenhallen en kansspelen (inclusief wijzigingen daarvan); ontheffingen van sluitingstijden; ontheffingen voor het schenken van zwak-alcoholische drank in relatie tot evenementen; bestuurlijke handhaving op overtreding en incidenten in relatie tot evenementen, horeca en alcoholverstrekkers (openbare orde/ woon- en leefklimaat) en de afhandeling van de uit voorgaande taken voortvloeiende bezwaar- en beroepsprocedures. Deze taken worden uitgevoerd conform de geldende wettelijke regels en het geldend beleid: APV; Gemeentewet; Drank- en Horecawet; Opiumwet; Wet op de Kansspelen; Horecavisie Den Haag; Handhavingsbeleid voor horeca en alcoholverstrekkers. 5.2 Ontwikkelingen en terugblik 2020 De VRH ambieert op langere termijn de gesprekspartner en adviseur op het gebied van fysieke veiligheid van de gemeenten te blijven. Hiertoe vormen de pijlers flexibiliteit, differentiatie en specialisatie al enkele jaren een stevige basis. Immers, om de eerste adviseur te blijven moet worden ingespeeld op de ontwikkelingen die van invloed zijn op het uit te voeren werk.

Landelijke ontwikkelingen zijn onder meer de nieuwe Omgevingswet en andere opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw (incl. hoogbouw) zoals deze zijn geduid als urgente opgaven in de Nationale Omgevingsvisie *). Regionaal is een ontwikkeling te zien waarbij steden verdichten en er meer multifunctioneel ruimtegebruik plaatsvindt. Het woningbouwprogramma van de gemeente Den Haag is een toonaangevend voorbeeld waarbij op termijn 50.000 nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd. In het gebied rondom de drie grote treinstations van Den Haag, inclusief Beatrixkwartier, grote delen van de Binnenstad, Binckhorst en Laakhaven wordt steeds hoger, groter en dichter op elkaar gebouwd. Deze bouw kenmerkt zich bovendien met tal van innovaties om de gestelde klimaatdoelstellingen te halen. Innovaties komen voor in vormen voor zoals laadpalen in parkeergarages, verwarming door waterstof, zonnepanelen met huisaccu, buurtbatterijen en gevelbekleding met hoogwaardige isolatie. Reden te meer voor de VRH om nog eens goed naar haar eigen ontwikkelopgave te kijken opdat blijvend veilig en effectief kan worden opgetreden in het licht van het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crisis.

*) Rijksoverheid (2018), Kabinetsperspectief NOVI 33

Uit de behoeften en vragen van de gemeenten, de maatschappelijke opgave van de VRH en voornoemde ontwikkelingen in bredere context volgt de keuze voor drie ontwikkeldoelen. Deze helpen invulling te geven aan het doorontwikkelen, implementeren en borgen van de genoemde pijlers. Het gaat hierbij om: van regel- naar risicogerichte advisering; specialiseren van adviseurs; omgevingsrechtproof worden. 5.3 Toetsing, toezicht en handhaving Toetsing en advisering vergunningverlening brandveiligheid De toetsing op brandveiligheid van de Wabo-vergunningen wordt op alle aanvragen integraal uitgevoerd. Het gaat in dit verband om zaakgericht werken waarbij alle aspecten van brandveiligheid aandacht krijgen: toetsing, toezicht, brandveilig gebruik, brandonderzoek, advisering en brandveilig leven. Toezicht en handhaving brandveiligheid De VRH voert zowel in de realisatie- als de gebruiksfase het toezicht uit op de brandveiligheid. Op basis van een risicoanalyse zijn bouwwerken ingedeeld in risicoklassen (hoog, midden, laag), zie bijlage 4. Aan de hand van deze indeling wordt de mate van toezicht bepaald. Deze indeling in risicoklassen en de controlefrequentie zijn op regionaal niveau bepaald. In de realisatiefase vindt altijd controle plaats vóór oplevering van bouwwerken in klassen ‘hoog’ en ‘midden’.

In de gebruiksfase worden objecten in de risicoklasse ‘midden’ en ‘hoog’ eenmaal per vier jaar gecontroleerd. De objecten met een hoog risico en een gebruiksfunctie ten behoeve van verminderd zelfredzame personen worden minstens eenmaal in de twee jaar gecontroleerd. Hierbij gaat het om zorginstellingen, scholen en kinderdagverblijven, ongeveer een derde deel van het totaal van de objecten ‘midden’ en ‘hoog’ in de gebruiksfase. Toezicht en handhaving horeca en evenementen Het toezicht op de horecabranche en evenementen wordt verricht door de handhavingsorganisatie van DSB, de politie-eenheid Den Haag en het Haags Economisch Interventie Team (HEIT). Het toezicht op de horeca vindt risicogestuurd plaats. De essentie van deze aanpak is dat goede ondernemers vertrouwen krijgen en minder worden gecontroleerd, zodat de beschikbare handhavingscapaciteit gericht kan worden ingezet bij bedrijven waar problemen zijn en bij de evenementen die een groter risico op verstoringen van de openbare orde met zich meebrengen. Op grond van de controles worden rapportages opgemaakt die de basis vormen voor de (bestuurlijke) handhavingstrajecten. In acute gevallen zal door de Haagse Handhavingsorganisatie (HHO), na ruggespraak met de vergunningverlener handhavend worden opgetreden.

5.4 Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Capaciteit brandveiligheid De gemeente Den Haag maakt jaarlijks op basis van programma 2.4 Openbare Orde en Veiligheid een lumpsum bedrag van ruim 46,2 miljoen over aan de VRH. De begroting (2021) van de VRH is gebaseerd op output en niet op inzet van capaciteit (aantal fte’s). Het werkpakket van de VRH is vertaald in producten en diensten. De VRH besluit over de verdere onderverdeling. De uitvoering van dit jaarplan moet, evenals de overige taken van de VRH, binnen dit budget plaatsvinden. De uitvoering is verder, op de lokale prioriteiten na, vraaggestuurd. Capaciteit horeca en evenementen De capaciteit voor de vergunningverlening en bestuurlijke handhaving in relatie tot horeca en alcoholverstrekkers en evenementen wordt gefinancierd uit respectievelijk de legesinkomsten en de algemene middelen. De beschikbare capaciteit is de vaste en tijdelijke formatie, inclusief overhead. De actueel aanwezige capaciteit kan daarvan afwijken (bijvoorbeeld vanwege ziekte en vacatures). Toezicht en handhaving worden door de HHO verricht.

34

Horeca en alcoholverstrekkers Functieomschrijving BSD vergunningverleners BSD beleidsadviseurs binnen het horecateam

Afdeling Veiligheid Veiligheid

Aantal fte formatief 5 3

Evenementen Functieomschrijving BSD administratieve ondersteuning BSD vergunningverleners BSD beleidsadviseurs binnen het team Evenementen

Afdeling Veiligheid Veiligheid Veiligheid

Aantal fte formatief 4 3 3

5.5 Operationele doelen Operationele doelen vergunningverlening horeca en evenementen De aanvragen voor vergunningen en ontheffingen vertonen grote mate van continuïteit, zowel bij de evenementen als de horeca en alcoholverstrekkers. Jaarlijks worden er ongeveer 1000 evenementen georganiseerd, waarvan circa 580 van deze evenementen wordt afgedaan met een melding. De overige circa 420 evenementen zijn vergunningsplichtig. Tevens zijn er jaarlijks circa 250 aanvragen voor ontheffing voor het schenken van zwakalcoholische drank. Ook de aanvragen voor vergunningen en ontheffingen met betrekking tot horeca en alcoholverstrekkers zijn continu. Circa 1800 aanvragen worden er jaarlijks gedaan. Tevens zijn er jaarlijks circa 200 meldingen van horecabedrijven die gebruik maken van verruimde openingstijden (maximaal 12 keer per jaar). Het doel is om alle aanvragen voor vergunningen en ontheffingen zo snel mogelijk en ten minste binnen de wettelijke termijnen af te handelen (100%). Operationele doelen handhaving horeca en evenementen De operationele doelen van handhaving op het gebied van horeca en alcoholverstrekkers en evenementen zijn om adequaat op te treden door het nemen van de juiste maatregel op het juiste moment.

In de besluitvorming wordt het belang van de ondernemer afgewogen tegen het algemeen belang en het belang dat de geschonden regel beschermt, zoals de openbare orde, veiligheid of gezondheid. Deze belangen prevaleren doorgaans boven het (veelal financiële) belang van de ondernemer of derden. Bij het opleggen van een maatregel, is de mate van inbreuk op de openbare orde en veiligheid doorslaggevend. Zo zal de maatregel zwaarder zijn als de ondernemer zelf geweld pleegt of bijdraagt aan escalatie van een incident. Ook wordt bij de besluitvorming betrokken of de ondernemer al dan niet adequaat heeft opgetreden. Bij een ondernemer die direct maatregelen neemt en correct reageert op het voorval, kan eerder worden volstaan met een minder zware maatregel. Zodoende wordt maatwerk geleverd zonder concessies te doen aan het belang van de bescherming van de openbare orde en de veiligheid. Operationele doelen vergunningverlening brandveiligheid De VRH werkt vraaggestuurd op het gebied van de vergunningsverlening. De prognose voor 2021 is gebaseerd op de cijfers van 2020 zoals die worden opgenomen in het Jaarverslag VTH 2020. Operationele doelen handhaving brandveiligheid Op basis van de risicoklassen (bijlage 4) en prioriteitsstelling is de inzet op het planmatig toezicht bepaald.

In totaal gaat het om 3340 objecten (hoog/midden/laag) in Den Haag moeten die eens in de vier jaar worden gecontroleerd. Hiervoor zijn 8 toezichthouders van de brandweer beschikbaar. Dit leidt voor Den Haag tot de volgende aantallen controles planmatig toezicht 2021 (bij benadering): Hoog Midden Totaal

454 608 1062

(per twee jaar: 907) (per vier jaar: 2433)

De aantallen lagen in 2020 door Corona lager. Het aantal geprognostiseerde controles is verminderd zonder afbreuk te doen aan de risico’s. Na analyse is gekozen voor vermindering controles bij bijeenkomstfunctie, kantoorfuncties. Op welke wijze invulling wordt gegeven aan 2021 wordt nader onderzocht. 35

5.6 Lokaal maatwerk en preventie en infrastructurele projecten Het komend jaar 2021 is er opnieuw ruimte om prioriteiten aan te passen op grond van bestuurlijke of maatschappelijke ontwikkelingen, het zogenoemde lokaal maatwerk. Hiervoor is ca. 1,5 fte beschikbaar. Binnen deze beschikbare capaciteit: worden diverse Brandveilig Leven activiteiten (door)ontwikkeld, waaronder samenwerking met woningbouwcoöperaties; zal de samenwerking met de Haagse Pandbrigade worden voortgezet. Onder meer bij onderzoek naar onvakkundig uitgevoerde verbouwingen en/of illegale verbouwingen waarbij de (brand)veiligheid mogelijk in het geding is; Deelname aan de vergunningentafel en aan de vorming van de omgevingsvisie gemeente Den Haag; Deelname aan complexe/grootschalige infrastructurele-/bouwprojecten zoals het Binnenhof, Vredespaleis, de ontwikkeling van de Binckhorst en Nieuw Kijkduin.

36

6.

Uitvoering ondersteunende voorzieningen

Website www.denhaag.nl Via de gemeentelijke website kunnen b ewoners meldingen doen over de openbare ruimte, bijvoorbeeld over straatverlichting, autowrakken, huisvuil, etc. De meldingen kunnen aanleiding zijn voor toezicht en handhaving. Aanvragen om een omgevingsvergunning worden bij voorkeur digitaal ingediend via www.omgevingsloket.nl (daar kan ook een vergunning-check worden gedaan). MijnDenHaag.nl. Op MijnDenHaag.nl kunnen bedrijven en particulieren inloggen en hun aanvraag omgevingsvergunning inzien, de status van de aanvraag volgen en in- en uitgaande correspondentie lezen. MijnDenHaag.nl is in februari 2020 Live gegaan, waarna een communicatiecampagne is gestart om aanvragers hierop te wijzen. In 2021 en de jaren daarna zal het product worden doorontwikkeld. Bezwaren kunnen online worden ingediend en de leges kunnen (op termijn) via MijnDenHaag.nl worden bepaald. MijnDenHaag.nl zal in de toekomst, net als Mijn.Overheid.nl, de enige bron zijn waar aanvragers de correspondentie van de gemeente kunnen opvragen. Digitaal processysteem en archivering vergunningen De primaire werkprocessen van vergunningverlening worden goeddeels in Key2 afgehandeld. Aan Key2 is het digitale document opslagsysteem, Digi-as, gekoppeld. Met deze applicaties is te sturen op het productieproces, onder andere door termijnbewaking, en is managementinformatie beschikbaar te maken.

Dossiers worden digitaal opgeslagen. Eventueel bijkomende papieren dossierstukken worden ingescand en in de digitale dossiers opgenomen. De bekendmaking van vergunningen verloopt met een automatische koppeling (via de DROP) naar www.overheid.nl. Handhelds handhaving De handhavers van de gemeente registreren overtredingen en andere bevindingen in een handheld computer. Begin 2017 zijn de handhelds van nieuwe programmatuur voorzien. Via deze applicatie hebben de handhavers ook toegang tot persoonsgegevens en andere informatie die zij voor het werk buiten nodig hebben.

37

Bijlage 1: Omgevingsschets en kengetallen DSO Getallen die de fysieke omgeving schetsen (peildatum 1-1-2017) *): 282.000 gebouwen (waaronder woningen); 255.000 woningen (waaronder ook sociale huurwoningen); 80.000 sociale huurwoningen; 526.000 inwoners (op 31-12-2017 is dit 533.000 inwoners) verdeeld over 261.000 huishoudens. Den Haag is een grote stad met een grote particuliere woningvoorraad. Den Haag kent dan ook typisch grootstedelijke problematiek. Er zijn in Den Haag goede wijken en minder goede wijken. De problematiek voor DSO concentreert zich in de minder goede wijken. Om die redenen richt de handhaving zich ook voornamelijk op deze kwetsbare wijken. De gebieden, waar de leefbaarheid op het gebied van bouwen en wonen het meest onder druk staat, zijn dezelfde gebieden als aangewezen in de Huisvestingsverordening voor beperkingen met betrekking tot kamerbewoning: Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Regentessekwartier (exclusief Koningsplein e.o.), Valkenboskwartier (exclusief Heesterbuurt), Rustenburg en Oostbroek en Laakkwartier (exclusief Laakhavens-West en Spoorwijk). Uit stad wordt een bepaalde jaarlijkse ‘workflow’ gegeneerd, die zich laat uitdrukken in kengetallen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.

- 3.612 omgevingsvergunningen (nieuw- en verbouw) - 450 meldingen (overlast/ongewenste woonsituatie) middels de “Meld een vermoeden App” - 2.950 meldingen bij het Meld- en Steunpunt Woonoverlast, waaronder **): - 400 meldingen onrechtmatig gebruik; - 1.500 meldingen woonoverlast; - 1.000 woningklachten (illegale bouw en achterstallig onderhoud) - 50 meldingen ongedierte. - 600 terugmeldingen op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, die relevant voor de handhaving zijn - 1.100 rijksmonumenten - 1.100 vergunde kamerverhuurbedrijven - 233 woonwagens, op 11 grote locaties en enkele snipperlocaties - 67 prostitutiepanden Tevens wordt er vanaf 2018 een uitvraag bij de stadsdeelorganisatie gedaan, in welke buurten en wijken er specifieke problematiek speelt. Bij de inzet van capaciteit op de verschillende thema’s wordt rekening gehouden met de aangegeven gebieden. Wanneer er ruimte is binnen de uitvoering van de planning wordt deze ruimte benut door extra in te zetten op de aangegeven gebieden in samenspraak met de stadsdeelorganisatie.

De stadsdeelorganisatie vraagt vanaf 2018 aandacht voor (in voorkomende gevallen specifieke straten of gebieden in): Wijk/ buurt Archipel/ Willemspark Duindorp Heesterbuurt Leyenburg Moerwijk Regentessekwartier Rivierenbuurt Rustenburg/Oostbroek Schilderswijk Statenkwartier Stationsbuurt Transvaal-Zuid Valkenboskwartier Venen, Oorden en Raden Zeeheldenkwartier

Onrechtmatig gebruik woningen

Woonoverlast

Illegale bouw

Achterstallig onderhoud

X X X X X X X

X X

X

X

X X X

X X X

X X X X

X X X X X

X X X

X

X X X

X

*) bron: Den Haag in cijfers 1-1-2017 **) meldingen meld- en steunpunt 1-1-2020

38

Bijlage 2: Monitoring en indicatoren ODH

39

40

Bijlage 3: Risicoclassificering bouwwerken Om het veiligheidsrisico bij bouwen en brandveilig gebruik te kunnen bepalen worden bouwwerken ingedeeld in de risicoklassen (Hoog, Midden, Laag of specifiek). De risicoclassificering is een indicatie om de inzet van middelen te bepalen. In dit geval de breedte van advies op een bouwaanvraag en de frequentie toezicht brandveilig gebruik.

Risicoklasse Hoog Groot veiligheidsrisico met mogelijk grote gevolgen voor gebruikers en hulpverleners bij brand Het hoge risico wordt gekenmerkt door niet standaard afwijkingen van een complex bouwplan (stap 1). Daarnaast geldt de aanwezigheid van meerdere niet- of verminderd zelfredzame personen evenals groot aantal personen slapend/grote personendichtheid en onbekendheid met het bouwwerk (stap 2). Het bouwwerk kenmerkt zich door de aanwezigheid van meerdere brandveiligheidsvoorzieningen waarbij de onderlinge samenhang van bouwkundige, installatietechnische, organisatorische maatregelen en het gebruik een belangrijke rol speelt. Dit betekent: ✓ Het heeft de voorkeur om vooroverleg te houden en op een beginselplan te adviseren. Zo kunnen knelpunten tijdig besproken worden en de juiste uitgangspunten bepaald worden. ✓ Brandveiligheidsadvies omvat: ✓ Toets aan de regelgeving en advisering op veiligheidsrisico’s ✓ Toets van de gekozen uitgangspunten en de uitvoering van berekeningen ✓ Toezicht tijdens de bouw is noodzakelijk vanwege de aanwezige brandveiligheidsvoorzieningen ✓ Toezicht brandveilig gebruik (brandveiligheidsonderzoek) wordt tweejaarlijks ingepland

Risicoklasse Midden Enig veiligheidsrisico met mogelijk middelgrote gevolgen voor gebruikers en hulpverleners bij brand Het midden risico wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van enkele niet- of verminderd zelfredzame personen evenals enkele personen slapend en onbekend met het bouwwerk. Daarnaast speelt de aanwezigheid van grote hoeveelheden personen of personendichtheid een rol (stap 2). Het bouwwerk kenmerkt zich door de aanwezigheid van brandveiligheidsvoorzieningen. De onderlinge samenhang van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen speelt een rol maar is minder kwetsbaar. Dit betekent: ✓ In specifieke gevallen zijn vooroverleg en beginselplan advisering gewenst. ✓ Brandveiligheidsadvies omvat: ✓ Toetsing aan de regelgeving en advisering op veiligheidsrisico’s ✓ Toetsing van de gekozen uitgangspunten en de uitkomst van de berekeningen ✓ Toezicht tijdens de bouw is nodig voor een beperkt1 aantal brandveiligheidsvoorzieningen ✓ Toezicht brandveilig gebruik (brandveiligheidsonderzoek) wordt vierjaarlijks ingepland

Risicoklasse Laag (specifiek) Nauwelijks veiligheidsrisico’s die met toetsing en toezicht zijn te ondervangen Het specifieke risico wordt vooral gekenmerkt door brandveiligheidsbewustzijn van de aanwezige personen en eigenaar/gebruiker van het bouwwerk. Het bouwwerk heeft een beperkt aantal brandveiligheidsvoorzieningen. Dit betekent:  Geen Brandveiligheidsadvies of in periodiek overleg met de gemeente afvangen, tenzij: ✓ specifieke brandveiligheidsaspecten hiertoe aanleiding geven (stap 3) ✓ hier specifiek vanuit lokale belangenafweging om verzocht wordt (stap 4)  Geen toezicht tijdens de bouwen nodig is, tenzij hier specifiek om verzocht wordt, tenzij: ✓ bij specifieke brandveiligheidsvoorzieningen (stap 3) ✓ in specifieke gevallen vanuit lokale belangenafweging (stap 4)  Geen toezicht brandveilig gebruik is ingepland in het uitvoeringsprogramma, tenzij: ✓ een klachtmelding hiertoe aanleiding geeft (brandonveilige situatie) ✓ hier specifiek vanuit lokale belangenafweging om verzocht is (stap 4: thematisch/projectmatig toezicht)

1 Toezicht tijdens de bouw is nodig op basis van de aanwezige brandbeveiligingsinstallaties (inspectiecategorie)

41

Het bepalen van de risicoklasse Het risicoprofiel ligt op het gehele bouwwerk of delen van een bouwwerk die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt. Een gedeelte van een bouwwerk kan niet een voor afzonderlijk gebruik bestemd gedeelte zijn als op een vluchtroute (of brandbeveiligingsinstallatie) van dat gedeelte ook andere gedeelten van het bouwwerk zijn aangewezen 2. Het bepalen van de risicoklasse gebeurt in vier stappen.

Stap 1 Zware gelijkwaardigheden3 Bouwwerken met een zware gelijkwaardigheid vallen in de categorie HOOG ongeacht de gebruiksfunctie. Het gaat hier om niet standaard afwijkingen (Fire Safety Enginering) waarbij gekeken wordt naar de doelstellingen van de regels in plaats van de prestatie-eisen (risicobenadering).

• • • • •

Hoogbouw: meer dan 70 meter boven de grond Ondergronds: bouwen meer dan 8 meter onder de grond Beheersbaarheid van Brand: in vuurlastbeperking of bulkopslag Automatische brandblusinstallaties: sprinkler, gasblus- of watermistsystemen Rookbeheersing systemen: RWA, overdruk of stuwdruk ventilatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9678153/1