RIS307202 bijlage Beantwoording technische vragen OCC aan rekenkamer
Tekst van het document
Nee, dat hebben wij niet onderzocht. Wel hebben we geconstateerd dat zowel de gemeente als DMC op dit punt niet vooruit (hebben willen) lopen op het formuleren van die ambities in het daarvoor relevante kunstenplan. Dit is het nu ter besluitvorming voorliggende kunstenplan voor de periode 2021-2024.
PvdD12
Wist de gemeente dat deze bedrijfsplannen verouderd en onbetrouwbaar waren zoals in bevinding 23 wordt geschetst? Kan de Rekenkamer ingaan op hoe het investeringsproject Amare, de GREX Spuikwartier en het investeringsproject Detailhandel/horeca worden onderscheiden en waar de afbakening tussen deze onderdelen zit? Is het voor de gemeenteraad transparant over welk project welke informatie werd gegeven?
Dat hebben we niet onderzocht. Wel is duidelijk dat de gemeente het had kunnen weten. Zie ook de beantwoording bij vraag 9.
PvdD13
Eerst moet duidelijk zijn dat de afbakening van de hier genoemde projecten niet overeenkomt met de afbakening van het investeringsproject voor het OCC van het raadsbesluit uit 2014. Zoals wij in de beantwoording van vraag 3 hebben aangegeven omvat dit project naast het investeringsproject Amare, ook onderdelen van de grondexploitatie. Dit betreft de garage, de toeritten van de garage, de fietsenstalling (1500 plaatsen) en de commerciële ruimtes in het OCC (1.250 m2). Als we de demarcatie aanhouden zoals het college die aanhoudt, zien we het volgende. Het investeringsproject Amare beslaat een (groot) deel van de ontwikkeling en realisatie van het OCC. De grondexploitatie bevat de gebiedsontwikkeling van het Spuikwartier. De belangrijkste onderdelen daarvan zijn: de verkoop van grond voor het OCC (onderdeel van de bouwkosten), de verkoop van grond voor de ontwikkeling van de appartementen en detailhandel (Sonate), de verbouw/aanpassing van de parkeergarages in het gebied, het aanpassen van de toeritten naar de parkeergarages (Spaghetti), het realiseren van 1.500 fietsparkeerplaatsen voor het OCC en (in 2014) het realiseren van de commerciële vierkante meters in het OCC.
Dit laatste is in verband met veranderende eisen met betrekking tot het activeren van investeringen, in 2016 uit de grondexploitatie gehaald en een apart investeringsproject gemaakt (het investeringsproject Detailhandel/horeca). Die aanpassing is overigens budgetneutraal. Tenslotte vallen de kosten voor het inrichten van de openbare ruimte in het Spuikwartier ook binnen de grondexploitatie. Wij tonen aan dat het voor de gemeenteraad niet inzichtelijk is (was tot publicatie van ons onderzoek) dat de genoemde onderdelen binnen 25
RIS307202 – 8 December 2020 de grondexploitatie worden ontwikkeld en niet, zoals conform de kaderstelling van de gemeenteraad wel had gemoeten, als onderdeel van het investeringsproject Amare.
PvdD14
Over welke van de genoemde projecten werd bij de besluitvorming in 2014 en 2018 besluiten genomen?
De gemeenteraad heeft in 2014 ingestemd met de ontwikkeling en realisatie van het OCC (investeringsproject Amare) en de gebiedsontwikkeling Spuikwartier. De onderliggende grondexploitatie is in die periode door het college vastgesteld (wat in overeenstemming is met de verordening Grondexploitaties). In 2018 is alleen een besluit genomen over het investeringsproject Amare (besluit over de packagedeal). Nee, dat hebben wij niet onderzocht.
PvdD15
Heeft de Rekenkamer zicht op de ambtelijke expertise en de hoeveelheid externe inhuur bij dit project?
PvdD16
Heeft de Rekenkamer naar de elementen in de package deal gekeken? En heeft de Rekenkamer zicht op waarom een vergoeding is betaald voor het gelijktijdig bouwen?
Ja, we hebben de verschillende elementen uit de packagedeal bestudeerd. We hebben echter geen zicht op de beweegredenen die ten grondslag liggen aan de gekozen wijzigingen en meerkosten die onderdeel uitmaken van de packagedeal.
PvdD17
Heeft de Rekenkamer bekeken waarom de kosten voor het bouwrijp maken deels bij de gemeente Den Haag terechtkomen? En waarom is bepaald dat Sonate geen vergoeding, precario of huurpenningen in het kader van ‘verhuring openbare ruimte’ verschuldigd is voor het ter beschikking gesteld krijgen van het bouwterrein?
Nee, dit hebben wij niet onderzocht.
PvdD18
Heeft de Rekenkamer geanalyseerd waarom het realiseren van fietsparkeerplekken, de verbouw van de parkeergarage onder het OCC, de aanpassing van de toeritten (‘spaghetti’) naar de parkeergarage en het realiseren van 1250m2 commerciële ruimten in het OCC buiten de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde krediet werden gehouden?
Nee, dit valt buiten het kader van ons onderzoek.
26
RIS307202 – 8 December 2020 PvdD19
PvdD20
Wat is de achterliggende reden dat de opbrengsten uit de verkoop van grond voor woningen in de commerciële ontwikkeling ruim 2,5 keer lager zijn dan op basis van gemeentelijke uitgangspunten voor het berekenen van grondprijzen verwacht zou mogen worden en dat dit niet onafhankelijk is getaxeerd? Heeft VolkerWessels of Heijmans hier profijt van gehad? Welke reden gaf het college voor het niet leveren van de taxatie aan de Rekenkamer?
Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.
Het college gaf geen reden voor het niet aanleveren van informatie wanneer dit aan de orde was. In het feitelijk wederhoor heeft het college met betrekking tot deze taxatie aangegeven dat de interne waardebeoordelingen van de gemeente voor de grond die wij aangeleverd hadden gekregen, gezien moeten worden als de door ons gevraagde taxatie. Dat klopt. De gemeente rekende zelf ook, ondanks de kennis over de btw problematiek, met een bedrag van € 15 mln.
PvdD21
Klopt het dat de gemeenteraad nooit is geïnformeerd over dat de 15 miljoen aan sponsorinkomsten netto inkomsten zijn en dat dit bedrag dus de facto lager is? Van welk bedrag werd door de gemeente bij zijn dekking gebruikgemaakt?
PvdD22
Hoe worden de extra kosten die de gemeente maakt voor het KC verantwoord (bevinding 18)? Bijvoorbeeld het verlies aan parkeerplaatsen en de aanvullende ruimte die beschikbaar wordt gesteld. Zijn de kosten van bijvoorbeeld onderhoud van deze parkeerplekken alsook het verlies aan parkeeropbrengsten voor de gemeente en waarvan wordt dit betaald?
Wij hebben in het kader van dit onderzoek niet onderzocht op welke wijze deze zaken bekostigd worden.
PvdD23
Is door het college gemotiveerd waarom de gevelaanpassingen van € 4,1 mln. Niet binnen de scope van het project vallen?
De ambtelijke organisatie heeft, in het kader van het feitelijk wederhoor, aangegeven dat het negatieve advies van de welstandscommissie gebaseerd was op het beeldkwaliteitsplan van juni 2016 (RIS244499). Dit beeldkwaliteitsplan beschrijft de alzijdigheid van het gebouw explicieter dan het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakte van de inschrijving van Cadanz uit 2015. De organisatie geeft daarmee aan dat de gemeenteraad een uitbreiding van de scope van de opdracht zou hebben gerealiseerd met het vaststellen van het beeldkwaliteitsplan. Wij constateren dat de alzijdigheid én de eis van een positief welstandsadvies onderdeel uitmaken 27
RIS307202 – 8 December 2020
PvdD24
VVD1
VVD2
Er staat in het rapport vaak dat de verschillende afspraken mogelijk in strijd zijn met het Aanbestedingsrecht. Is te zeggen of over het totale project daarom deels in strijd is gehandeld met de aanbestedingsregels?
VVD Wie heeft uiteindelijk ingestemd met toewijzen extra wensen/eisen van de huurders? Hoe zijn deze eisen geformaliseerd? Zijn er aangenomen raadsmoties die tot extra wensen hebben geleid?
Waren eventuele extra kosten ook direct duidelijk en zijn deze ook direct duidelijk gemaakt? Wat was betrokkenheid raad hierbij?
van de oorspronkelijke opdracht aan Cadanz. Daarnaast valt de uitwerking van het beeldkwaliteitsplan uit 2016 binnen de kaders van de welstandsnota en is in die zin een uitwerking en niet een uitbreiding. Nee, dan kan op basis van ons onderzoek niet worden gesteld. De aanbestedingswet voorziet in een reeks van voorwaarden voor mogelijke afwijking van de ‘basisregels’ (zie deel 2, bevinding 6, 7 en 11, waar we constateren dat het aanpassen van de opdracht mogelijk in strijd is met artikel 2.163a van de Aanbestedingswet. Dit artikel bepaalt dat wijzigingen in de opdracht alleen zonder een nieuwe aanbesteding kunnen worden doorgevoerd in de gevallen genoemd in artikelen 2.163b t/m 2.163g van diezelfde wet). In hoeverre wel of niet aan die voorwaarden is voldaan in de door ons geconstateerde gevallen waar is afgeweken van de basisregels, hebben wij niet onderzocht. De gemeente is opdrachtgever voor Cadanz en heeft in die rol ingestemd met uitbreiding van de opdracht. Formeel is dat gebeurd in de vorm van het door de gemeenteraad vastgestelde besluit van juli 2018 over de packagedeal. De uitbreiding van de opdracht voor Cadanz is geformaliseerd met het onderling (gemeente-Cadanz) overeenkomen van de packagedeal.
Uit ons onderzoek blijkt dat de gemeente in december 2017 de mogelijkheid van meerkosten voor uitbreiding van de opdracht als mogelijke uitkomst van de discussie met Cadanz in afspraken met Cadanz vastlegde (‘indien de gemeente […] aanvullende opmerkingen van de instellingen toch wenst over te nemen, zal de gemeente hiervoor de wijzigingsprocedures […] doorlopen en geldt dat de meerkosten voor rekening van de gemeente komen’. Zie Deel 2 p. 200, paragraaf 2.4.1.7). In een procesvoorstel van 19 februari 2018 geeft de gemeente aan dat één van de te volgen trajecten zich richt op het definiëren van verbeteringen in het ontwerp / ‘ontwerpaanpassingen’ en deze te onderzoeken op hun haalbaarheid en financiële consequenties. Terugkijkend op een bespreking met de instellingen voorafgaand aan dit procesvoorstel, maakt de gemeente de inschatting dat de voorstellen van de instellingen voor verbetering/aanpassing van het ontwerp zullen leiden tot meerkosten (stuurgroepoverleg van 5 28
RIS307202 – 8 December 2020
VVD3
VVD4
Waren de huurders op de hoogte van hogere kosten? Er is gekozen om de hogere kosten niet te verrekenen op de huurders, maar voor rekening van de gemeente te nemen —> op basis waarvan is deze keuze gemaakt? Op basis van welke afweging is er voor DBM-contract gekozen? Wat was de rol van de raad hierin?
VVD5
Het college geeft daarnaast ook aan dat haar dubbelrol soms lastig was (gemeente vs. Huurders en gemeente vs aannemer) Was deze rol anders geweest wanneer er gekozen was voor een andere contractvorm? ….
VVD6
In 2014 is afgesproken dat: *Kapitaallasten bekostigd worden vanuit huurbijdrage KC + deel begroting; *Exploitatielasten bekostigd worden vanuit huurbijdrage instellingen; *Subsidies bekostigd worden vanuit het kunstenplan.;
februari 2018). De raad is hierbij betrokken met het voorleggen van het raadsvoorstel ‘Inzake het Onderwijs- en Cultuurcomplex Spuikwartier’(RIS300066) van 3 juli 2018. Wij constateren in ons onderzoek dat de gemeenteraad tot dat moment de informatie heeft gekregen dat het OCC conform de uitgangspunten en het financiële kader uit 2014 uitgevoerd zou worden. Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.
In het raadsvoorstel RV94 van november 2014 geeft het college aan dat een DBM constructie een goede prijs-kwaliteitsverhouding borgt. Het college geeft daarnaast in onder meer een brief aan de voorzitter van de algemene raadscommissie d.d. 15 juli 2014 een uitgebreider overzicht van argumenten om voor een DBM te kiezen, die samenvattend beschreven kunnen worden als een beperking van de risico’s op stijging van de kosten en een grotere grip op de te leveren prestaties (zie bevinding 1 van deel 2). De raad is hierin dus meegenomen. Vooropgesteld dat we een beoordeling hebben gedaan van de gekozen variant en de wijze waarop het college daaraan uitvoering heeft gegeven (we hebben dus niet onderzoek gedaan naar alternatieve varianten) is het wel aannemelijk dat in een klassieke contractvorm deze rollen in ieder geval in de tijd beter gescheiden zouden zijn geweest. In dat geval zou eerst het ontwerp, desgewenst in overleg met de instellingen, uitgewerkt zijn. Pas in tweede instantie, na afronden van het ontwerp, zou de gemeente, in de rol van opdrachtgever voor de bouw, het ontwerp hebben aanbesteed aan een aannemer. Aanpassingen in het ontwerp kunnen in de klassieke variant ook niet leiden tot meerwerk in de bouw omdat dit geschieden fasen zijn. De huurbedragen zijn vastgelegd in de huurovereenkomsten met de instellingen d.d. december 2013.
De kapitaallasten en exploitatielasten volgen uit berekeningen die ten grondslag liggen aan het raadsvoorstel RV94 van november 2014. Dit zijn berekeningen die de lasten en baten (i.e. huuropbrengsten) voor de 29
RIS307202 – 8 December 2020 Op basis van welke ramingen zijn die hieraan gekoppelde bedragen tot stand gekomen?
VVD7
Er wordt aangegeven dat de kosten voor exploitatie hoger zijn dan dekking, omdat de huuropbrengsten van het KC volledig ingezet worden voor kapitaallasten…maar hier hebben we te maken met kosten die lager zijn dan de dekking? Kan dit toegelicht worden? Waarom kan er dan niet een deel van deze opbrengsten gebruikt worden voor de dekking van de exploitatiekosten?
VVD8
Daarnaast zou in 2014 al duidelijk zijn dat het KC niet alle kosten voor de nieuwbouw kon betalen, maar er werd wel toegezegd dat de huurbijdrage van KC aan DMC gelijk zou zijn aan de huurbijdrage die DMC aan de gemeente moest betalen voor het KC deel. Hoe is dit besluit tot stand gekomen? SP Welke documenten heeft de Rekenkamer pas tijdens het feitelijk wederhoorproces ontvangen (p7)? Heeft deze vertraging nog invloed gehad op de wijze waarop deze documenten zijn meegenomen in het onderzoek? Kunt u uw antwoord toelichten?
SP1
gemeente inzichtelijk maken, waarmee ook duidelijk wordt welk tekort op nog door de gemeente gedekt moet worden (zie ook paragraaf 8.2.1 van het feitenrapport deel 1). Het kunstenplan kent een eigen proces van vaststelling van subsidies waarbij het advies van de commissie voor het kunstenplan ten aanzien van ingediende voorstellen van kunstinstellingen een belangrijke rol speelt. Dit is wat in de praktijk gebeurt. Voor de gemeenteraad is echter niet transparant dat een deel van de ter beschikking gestelde structurele dekking voor kapitaallasten, aangewend wordt voor dekking van de exploitatielasten, welke volgens onder meer het vastgoedbeleid én het raadsbesluit over realisatie van het OCC van november 2014 gedekt moeten worden uit huurbijdragen. De gemeente compenseert in de praktijk dus de te lage huur via een te hoge dekking voor kapitaallasten. Dit hebben wij niet onderzocht.
Het betreft de onderstaande documenten (volgnummers zijn afkomstig van interne administratie). De vertraging heeft geen invloed gehad op de inhoud van ons onderzoek. 146. GTA1404R004 marktconsultatiedocument 20140701.pdf 147. OCC_TO_DUUR_OVG_BREEAM ontwerpcertificaat.pdf 148. Vaststellingsovereenkomst gemeente Den Haag - Cadanz ondertekende versie!.msg 149. Inschrijvingen TeamSpui en BAM.zip 150. 160603 Afschrift 3e allonge + Bijlagen.pdf 151. 4e allonge bij de SOK.pdf 152. Rapport 010 (d.d. 10-04-2019) Taxatie Spuikwartier torens Adagio en Bolero.pdf 153. Toelichting bij taxaties Spuikwartier_def.pdf 154. 180525 Den Haag OCC verbetervoorstellen vtw's.pdf 58. RIS298459_Bijlage_Visie_OCC_17 131. Memo Protocol goedkeuring DO Spuikwartier 149. Inschrijvingen TeamSpui en BAM 126. Acceptatieprotocollen DO en TO 30
RIS307202 – 8 December 2020 SP2
SP3
SP4
P54: welke invloed heeft het niet ontvangen van de lijst met niet aangeleverde documenten gehad op de conclusies van het onderzoek? Zijn er door deze omissie bepaalde zaken blijven liggen in uw onderzoek waar nog vervolgonderzoek voor nodig zou zijn? Wat waren de verschillende redenen voor het niet kunnen verstrekken van deze documenten? P73: Waaruit bestaat precies het verschil van 17,2 miljoen tussen het spuiforum en het OCC. Is hier ook het verschil in risicoreservering (4,1 tegenover 7,8 miljoen) in meegenomen?
Alle conclusies in ons onderzoek zijn onderbouwd met bevindingen op basis van diverse bronnen. De tijdens het feitelijk wederhoor aangeleverde documenten zijn hierbij betrokken. Niet aangeleverde informatie kunnen wij niet beoordelen, maar we zagen en zien geen aanleiding voor nader onderzoek.
De vraagsteller legt twee misrekeningen bloot in ons feitenrapport. Ten eerste is in het bedrag van € 17,2 mln. abusievelijk een correctie van € 0,5 mln. in het kader van het feitelijk wederhoor niet meegenomen (zie toelichting hieronder). Ten tweede hebben wij in de vergelijking bij het bedrag voor de realisatie van het OCC wél de volledige risicoreservering meegeteld van € 7,8 mln., maar voor het Spuiforum de toen aanwezige risicoreservering van € 5,4 mln. niet meegeteld. Na herstel van beide punten is het verschil € 11,3 mln. Wij merken hierbij ook nog op dat we geen nadere analyse hebben gedaan van de werkelijke kosten voor het Spuiforum. Dat is ook de reden waarom we deze vergelijking verder niet hebben meegenomen in de conclusies van het onderzoek. Voor een overzicht van de overige posten waar dit bedrag uit bestaat, verwijzen we naar tabel 3 bij bevinding 1 in deel 1.
Toelichting verwerking correctie feitelijk wederhoor: bij het bedrag van € 17,2 mln. zijn de extra kosten voor het realiseren van de expeditieoverkapping van € 0,5 mln. meegeteld. Deze kosten zijn echter pas in 2016 ontstaan met het overeenkomen van de grondprijs voor de commerciële ontwikkeling (zie bevindingen 42 en 44 van het feitenrapport). Onze oorspronkelijke bevinding ging ervan uit dat dit bedrag al in 2014 bekend was, de ambtelijke organisatie heeft ons in het feitelijk wederhoor er terecht op gewezen dat op dat moment dit bedrag nog niet bekend kon zijn. Bij het verwerken van de aanpassing is het hier aangehaalde bedrag van € 17,2 mln. in bevinding 2 abusievelijk niet aangepast. P184: de gemeente speelt met de gedachte Met betrekking tot alle drie de pogingen van de om hier een “pakketje van te maken”. gemeente om tot een ‘deal’ met Cadanz te Welke conclusies wat betreft goed komen, constateren wij in het feitenrapport deel contractmanagement kunnen er getrokken 2, bevinding 11, dat dit mogelijk is strijd is met worden over deze beslissing? Creëerde de artikel 2.163a van de Aanbestedingswet. Dit 31
RIS307202 – 8 December 2020 gemeente hier niet een ruimte mee die op basis van haar rol niet gepast was?
SP5
HSP1
HSP2
P233: kunt u toelichten welke specifieke afspraken in de 2e allonge bij de samenwerkingsovereenkomst met de instellingen onvoldoende duidelijk en onvoldoende geclausuleerd zijn? Waar ligt exact de spanning? Welke (proces)afspraken worden hiervoor doorgaans gemaakt bij DBM contracten die in dit geval niet zijn opgesteld?
HSP Over de scope van het onderzoek Onderzoeksvraag van de Rekenkamer was de kwaliteit van de kaderstelling door de raad. Wat is het oordeel van de Rekenkamer over de kwaliteit van de kaderstelling door de raad?
De raadsbesluiten in 2014 en 2018 zijn als kaderstellende besluiten door de Rekenkamer diepgaand geanalyseerd en getoetst. Deze besluiten staan niet op zichzelf, maar zijn gefundeerd op
artikel bepaalt dat wijzigingen in de opdracht alleen zonder een nieuwe aanbesteding kunnen worden doorgevoerd in de gevallen genoemd in artikelen 2.163b t/m 2.163g van diezelfde wet. Wij benadrukken hier dat we niet hebben onderzocht in hoeverre deze gevallen aan de orde waren. De constatering heeft daarom ook niet geleid tot een conclusie. De afspraken zijn beschreven in de toelichting bij bevinding 2 van deel 2, p. 232: ‘…de Instellingen worden betrokken bij de totstandkoming van het DO, TO en UO. Anderzijds voorzien de afspraken in goedkeuringsrechten van de Instellingen. Die goedkeuringsrechten hebben zowel betrekking op de outputspecificaties en prestatie-eisen die de gemeente zal opstellen op basis van het PvE 2014, als op de door de opdrachtnemer te vervaardigen ontwerpproducten DO, TO en UO’. Hier wordt ook aangegeven dat deze afspraken niet verder zijn uitgewerkt in de 2e allonge op de SOK.
Onderzoeksvragen dienen als leidraad voor een uit te voeren onderzoek. Aan de hand van deze vragen wordt informatie geanalyseerd, wat leidt tot bevindingen. Deze bevindingen leiden vervolgens tot conclusies. Een letterlijke beantwoording van de onderzoeksvragen is daarmee niet per definitie aan de orde. Waar ons oordeel in dit onderzoek betrekking heeft op de kaderstelling, gaan we vooral in op de informatie die de raad ontving ten behoeve van de besluitvorming over kaders. De kaders zelf zijn wat ons betreft (vooral waar het gaat om de scope van het project) eenduidig en duidelijk vastgelegd; het is onmiskenbaar dat de raad met het besluit uit november 2014 een investeringskrediet verstrekte van € 177,4 mln. waarvoor gerealiseerd moest worden wat opgenomen was in het Programma van Eisen plus de extra fietsparkeerplaatsen. Wij constateren tegelijk wel dat de inhoudelijke kaderstelling op onderdelen niet voldoende concreet was om discussies over de uitwerking, tijdens het ontwerpproces, te voorkomen. De genoemde raadsbesluiten zijn bronnen voor het onderzoek en betrokken bij de analyse, voor zover relevant binnen de afbakening van het onderzoek. De beperking van het onderzoek waarbij 2014 als startpunt is genomen, is omdat 32
RIS307202 – 8 December 2020
HSP3
HSP4
HSP5
HSP6
raadsbesluiten uit 2011, 2012 en 2013 (over het investeringskrediet, de grondexploitatie, de overeenkomsten met de instellingen, het programma van eisen en het bedrijfsplan). Waarom zijn deze raadsbesluiten niet nader onderzocht en betrokkenen en is de periode van onderzoek beperkt tot 2014 en later? In de loop van het onderzoek zijn nog onderzoeksvragen toegevoegd en is besloten om de gesprekken met toekomstige gebruikers pas later in deel 3 te laten terugkomen (voetnoten blz. 45). Kan een chronologisch overzicht worden gegeven over de ontwikkeling van de scope van het onderzoek vanaf aanvang? Over de informatie voor het onderzoek Naast het college heeft ook de raad een actieve rol als het gaat om de de informatieplicht. De raad dient er op toe te zien dat er voldoende informatie wordt gegeven door de college en dient aanvullende informatie te vragen. In hoeverre heeft de raad zich volgens de Rekenkamer van haar taak gekweten? Volgens de Verordening op de Rekenkamer stelt de Rekenkamer betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste drie weken bedraagt, hun reactie aan de rekenkamer te geven op de juistheid en volledigheid van het concept onderzoeksrapport. Betrokkenen zijn in elk geval degenen, wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt voorts wie als betrokkenen wordt aangemerkt.
In het kader van het onderzoek is met alle betrokken partijen gesproken, stelt het rapport. Waarom zijn er geen bestuurders gehoord die betrokken en verantwoordelijk waren voor de onderzochte besluiten over de raadsperiode 2014-2018 met de wetenschap dat de politieke context en coalitieonderhandelingen cruciaal zijn voor de raadsbesluiten in 2014 (van Spuiforum naar Spuikwartier) en 2018 (scopewijzigingen en extra geld)? Op basis waarvan heeft de Rekenkamer geen inzage gekregen in de
het raadsbesluit uit dat jaar het kader vormt voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC.
Zie hiervoor de uitgebreide toelichting op de aanpassing van de scope van het onderzoek in paragraaf 1.1 van het bestuurlijk rapport (p. 4 en 5). Hierin zijn ook de relevante data genoemd.
Zie de beantwoording bij vraag HSP1. De beantwoording van de hier gestelde vraag (4) gaat buiten het kader van ons onderzoek.
Er is in het kader van dit onderzoek met verantwoordelijke portefeuillehouders gesproken. De rekenkamer heeft daarnaast het volledige onderzoek conform art. 7 van de verordening op de rekenkamer voor een reactie voorgelegd aan het college. Deze reactie is opgenomen in het onderzoeksrapport.
De rekenkamer heeft verzocht om inzage in collegeverslagen. De ambtelijke organisatie heeft in maart 2019 een bestuurlijk procesdossier met 33
RIS307202 – 8 December 2020 collegeverslagen en de notities voor de coalitie-onderhandelingen?
HSP7
HSP8
De belangen bij het project OCC zijn groot en in het verleden is er meermaals vertrouwelijke informatie uit dit dossier gelekt. Hoe kijkt de Rekenkamer aan tegen de vertrouwelijkheid rond dit project en de wijze waarop dit is ingericht? Op welke wijze is vertrouwelijke informatie met de Rekenkamer gedeeld?
HSP9
Staan er zaken in het rapport die aanvankelijk vertrouwelijk waren, maar in het openbare rapport toch benoemd zijn?
HSP10
De raad is in de loop der jaren op vele manieren benaderd en geïnformeerd door derden waaronder SOS Den Haag. Op welke manier heeft de Rekenkamer informatie van derden verkregen en verwerkt? Over de demarcatie van de kosten De Rekenkamer verschilt van inzicht met het College over de demarcatie van kosten die betrekking hebben op het OCC (kosten voor de parkeergarage, de spaghetti, de fietsenstalling, de commerciële ruimte en de risicoreservering). Is de demarcatie van de kosten volgens de Rekenkamer door de
HSP11
een overzicht van data overhandigd waarop binnen het college gesproken is over het Spuiforum of Onderwijs- en Cultuurcomplex. De ambtelijke organisatie heeft daarbij, naar eigen zeggen abusievelijk, niet aangegeven dat wij op basis van dit overzicht verslagen op hadden kunnen vragen. Dit is ons pas tijdens het feitelijk wederhoor duidelijk geworden. Notities voor de college-onderhandelingen zijn niet overhandigd met als argument dat deze niet bij de gemeente, maar alleen bij de onderhandelaars bekend zouden zijn. Dat hebben we niet onderzocht.
Via een afgeschermde netwerkschijf die in beheer is bij het IDC van de gemeente. Deze schijf is alleen toegankelijk voor twee medewerkers van de projectorganisatie Spuikwartier en één onderzoeker van de rekenkamer. Daarnaast zijn in het begin van het onderzoek enkele documenten in hard copy aan de rekenkamer overhandigd. Wij hebben zelf zorgvuldig uitgezocht in hoeverre de informatie in het onderzoeksrapport openbaar gepubliceerd mocht worden. Ook het college heeft in het kader van het bestuurlijk wederhoor getoetst in hoeverre het rapport informatie bevatte die niet openbaar gemaakt mocht worden. De conclusie van zowel de rekenkamer als het college was dat het rapport in de gepubliceerde vorm geen informatie bevat die niet in openbaarheid gepubliceerd mag worden. In het feitenrapport is een overzicht opgenomen van de bronnen die voor dit onderzoek zijn gebruikt.
Dit valt buiten het kader van ons onderzoek. Wij hebben een analyse gemaakt van de informatie die door het college aan de gemeenteraad ter beschikking is gesteld en hebben op basis daarvan bevindingen geformuleerd.
34
RIS307202 – 8 December 2020
HSP12
raad als zoete koek geaccepteerd of bediscussieerd? Klopt het dat de Rekenkamer met drie achtereenvolgende colleges van mening verschilt over de demarcatie van de kosten? Op welke wijze heeft de rekenkamer dit verschil van inzicht onderzocht?
HSP13
Zijn er richtinggevende regels over de demarcatie van kosten, en zo ja welke zijn hierin leidend?
HSP14
Kan worden aangegeven of er onrechtmatigheden en/of strijdigheid met (raads)regels over de demarcatie van kosten hebben plaatsgevonden?
HSP15
HSP16
Over de demarcatie van de opbrengsten Volgens de Rekenkamer leidt de verhouding van kapitaallasten, afschrijving en te verwachten huuropbrengsten tot een surplus op de vastgoedexploitatie aan het einde van de looptijd van het project. Was dit al ten tijde van het raadsbesluit 91/2013 het geval? Het overschot op de vastgoedexploitaite wordt becijferd op € 3,92 mln. per jaar gemiddeld gedurende 40 jaar. Welke factoren zijn tijdens de looptijd nog van invloed op het jaarlijkse gemiddelde?
Bestuursrechtelijk is sprake van ‘het college van burgemeester en wethouders’ (gemeentewet art. 6 en Hoofdstuk III). In lijn met de verordening op de rekenkamer (art.7) hebben wij ons rapport voorgelegd aan het college om een reactie te geven op de conclusies en aanbevelingen. Deze reactie is opgenomen in het rapport. Uit deze reactie blijkt inderdaad, zoals de vraagsteller aangeeft, dat het college met ons van inzicht verschilt over de demarcatie van de voor dit onderzoek relevante projecten. De kaders die relevant zijn voor het toedelen van kosten aan de te onderscheiden projecten of exploitaties waar dit onderzoek zich op richt, zijn de verordening Financieel beheer en beleid en de verordening beheersregels Grondexploitaties. Voor dit onderzoek is daarnaast de kaderstelling door de gemeenteraad met het nemen van het besluit ten aanzien van de ontwikkeling en realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex (RIS276520, 7 november 2014) van belang, omdat hierin door de raad is vastgelegd welke prestatie geleverd moet worden voor het ter beschikking gestelde investeringskrediet. Het onderbrengen van de risicoreservering in zowel de Reserve Grondbedrijf als de Reserve Grote Projecten is niet in overeenstemming met de doelen van deze reserves zoals die zijn vastgelegd in de verordening beheersregels grondexploitaties.
Voor het overige hebben wij geen onrechtmatigheden geconstateerd. Wel doen we diverse bevindingen ten aanzien van het afwijken van de kaders zoals die zijn vastgelegd met het raadsbesluit van 7 nov. 2014. Zie de beantwoording bij vraag HSP2. De hiernaast gestelde vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.
De definitieve berekening van lasten wordt gedaan na oplevering van het gebouw en voorafgaand aan de daadwerkelijke activering van de investering. Deze berekening kan nog van invloed zijn op de daadwerkelijke kapitaallasten. Daarnaast is de rekenrente op het moment van
35
RIS307202 – 8 December 2020
HSP17
HSP18
HSP19
HSP20
HSP21 HSP22 HSP23
HSP24
Op welke wijze wordt nu in het beleid voor de Centrale Vastgoed Organisatie voorzien in vervangingsinvesteringen bij vastgoedexploitaties? Behoren overschotten op de vastgoedexploitatie volgens de beheerregels stilzwijgend aan de algemene middelen toe? Welke regels zijn volgens de Rekenkamer leidend bij het toebedelen van langjarige opbrengsten?
Over het contractmanagement en de integrale contractvorm Waarom zijn de gesprekken met de toekomstige gebruikers alleen relevant voor het nog te presenteren deel 3 over de bedrijfsexploitatie?
Zijn de toekomstige gebruikers niet gehoord over het contractmanagement? Heeft de professor zelf interviews over het contractmanagement afgenomen? Wijziging van de opdracht zonder nieuwe aanbestedingsprocedure kan alleen in gevallen genoemd in artikel 2.163a t/m 2.163g van de Aanbestedingswet (Aw 2012). Kan worden toegelicht waarom zoals in het rapport gesuggereerd wordtde package-deal en aanpassing ontwerpen goedkeuringsprocedure volgens de Rekenkamer mogelijk niet in lijn zijn met dit artikel uit de aanbestedingsregels? Over het investeringskrediet Enerzijds is sprake van een investeringskrediet, tegelijkertijd wordt ook gesproken over geraamde en gerealiseerde kosten. Heeft de Rekenkamer ook het cruciale verschil tussen investeringen en kosten gedefinieerd? En tussen krediet en kosten?
activeren bepalend voor de werkelijke kapitaallasten. Dit valt buiten het kader van ons onderzoek.
Wij constateren bij bevinding 19 dat deze middelen vrijvallen binnen het programma Financiën en dat het daarmee vrij te besteden middelen zijn. Er is niet sprake van ‘langjarige opbrengsten’, maar een vrijval van kapitaallasten binnen het programma Financiën, omdat daar meer dekking beschikbaar is dan er kapitaallasten zijn. De ambtelijke organisatie heeft hierover (in het kader van het feitelijk wederhoor) aangegeven dat het overschot jaarlijks in de voorjaarsnota en de begroting wordt betrokken bij de herijking van de Meerjaren Investeringsplan (MIP).
De gesprekken met de gebruikers hadden de bedrijfsexploitatie van het complex door de stichting DMC als onderwerp. Zoals in paragraaf 1.1 van het bestuurlijke rapport aangegeven, is in de loop van het onderzoek besloten dit onderwerp niet op te nemen in de huidige publicatie. Zie beantwoording bij HSP20. Nee. Het beoordelen in hoeverre de gevallen zoals genoemd in artikelen 2.163a t/m g. wel of niet aan de orde waren, vergt een ander onderzoek en valt buiten het kader van ons onderzoek.
In het rapport zijn van deze begrippen geen definities opgenomen.
36
RIS307202 – 8 December 2020 HSP25
Kosten zijn in de jaarrekening de bedragen die aan de debetzijde van een resultatenrekening geboekt worden. Welk deel van de 223,3 mln. die volgens de Rekenkamer aan het OCC toegerekend dienen te worden komen op de debetzijde van de resultatenrekening terecht, op welke programma’s en welk deel op de debetzijde van de balans?
HSP26
De rekenkamer onderzoekt volgens de Verordening de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Waar kunnen we in het rapport het oordeel over de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatig van het gevoerde beleid precies vinden?
HSP27
Paginagewijze vragen Pag. 52: N.a.v. Figuur 4. Hoeveel stukken waren op 17 januari 2018 gevraagd en hoeveel ontvangen?
In de jaarrekening worden lasten en baten weergegeven. Van een debetzijde is sprake bij een balans. Op de debetzijde van de balans staan de bezittingen. Te zijner tijd, na activering van de investering, zal op de debetzijde van de balans van de gemeente het geactiveerde deel van de investering in de ontwikkeling en realisatie van het OCC worden opgenomen. In de begroting en jaarrekening zullen vanaf dat moment de lasten met betrekking tot deze activering (afschrijving en rente, samen ‘kapitaallasten’) als onderdeel van het Meerjaren Investeringsplan (MIP) worden opgenomen. Het MIP is onderdeel van het programma financiën. In het raadsvoorstel ‘Actualisering dekkingsbesluit Amare’ (RIS304964) geeft het college aan dat in totaal circa € 192,4 mln. geactiveerd zal worden en € 18,5 mln. als incidentele last opgenomen wordt op de begroting. Ter dekking van de kapitaallasten is structureel € 6,7 miljoen opgenomen op de begroting (feitelijk is dit dekking voor het resterende tekort op de Vastgoedexploitatie, waarin als lasten de kapitaallasten en exploitatielasten zijn opgenomen en als baten de huurbijdragen). Dit is, voor zover van toepassing bij dit onderzoek, verwoord in de conclusies. Het onderzoeken van bepaalde onderwerpen hoeft niet per definitie te leiden tot conclusies ten aanzien van die onderwerpen.
Voor zover wij hierover een oordeel vellen, is dit opgenomen in de conclusies. Het meest concreet komt deze beoordeling in ons onderzoek aan de orde in conclusie 2, die zich richt op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde bestuur ten aanzien van het contractmanagement.
24 documenten waren op dat moment uitgevraagd, waarvan 22 ontvangen. Eén van de op dat moment gevraagde documenten hebben we nooit ontvangen (een overzicht van de lopende geschillen tussen de gemeente en Cadanz). Voor de duidelijkheid is het goed om aan te geven dat waar wij spreken van ‘document’, dit een veelheid aan afzonderlijke stukken kan betreffen. Zo kunnen wij hebben gevraagd om ‘verslagen van het bestuurlijk overleg’. In het overzicht van verstrekte informatie zien we dit als één document, in werkelijkheid kan dit om een grote hoeveelheid 37
RIS307202 – 8 December 2020
HSP28 HSP29
HSP30
HSP31
HSP32
Hoeveel stukken waren op 16 juli 2018 gevraagd en hoeveel ontvangen? Hoeveel stukken zijn in totaal opgevraagd en ontvangen?
afzonderlijke verslagen gaan. Zie ook bijlage 1 waarin een reconstructie van de informatievoorziening is opgenomen. 84 gevraagd, 53 ontvangen.
144 opgevraagd, 20 niet ontvangen, waarvan over 4 documenten verschil van inzicht is met de ambtelijke organisatie of wat wij hebben gekregen daadwerkelijk is wat we hebben gevraagd. Pag. 62: Bouw OCC moet voldoen aan het In het dictum van RV94 van november 2014 staat Financieel en Ruimtelijk Programma van onder punt II: ‘in te stemmen met de integrale Eisen. Is het juist dat het Financieel en aanbesteding van het onderwijs- en Ruimtelijk Programma van Eisen ruimer cultuurcomplex […] dat moet voldoen aan het was (meer omvatte) dan alleen het OCC? Functioneel en Ruimtelijk programma van eisen d.d. 29 september 2014’. Met punt VI is vervolgens besloten het college hiervoor een onrendabel investeringskrediet te verstrekken ter hoogte van € 177,4 mln. Hiermee heeft de raad bepaald dat de eisen zoals die zijn opgenomen in het genoemde programma van eisen gerealiseerd moeten worden voor het ter beschikking gestelde krediet. Dit kader hebben wij in ons onderzoek als uitgangspunt genomen en wij definiëren ‘het OCC’ dan ook als het totaal van eisen zoals in het Programma van eisen opgenomen. Pag. 65/66: De bewering dat de Op grond van de verordening op de rekenkamer, gemeenteraad onjuist en onvolledig is art. 7, doet trekt de rekenkamer op basis van zijn geïnformeerd is een politieke uitspraak. onderzoek conclusies.
Deze conclusies dienen Het is aan de gemeenteraad om te gegrond te zijn in de bevindingen. Wij oordelen of er sprake is geweest van constateren en concluderen dat de informatie die onjuiste en onvolledige informatie. De door het college aan de raad ter beschikking is feiten en bevindingen die de Rekenkamer gesteld over de kosten voor de ontwikkeling en naar voren heeft gebracht zijn op zichzelf realisatie van het OCC niet volledig in interessante en nuttige zaken, op basis overeenstemming is met de geraamde kosten waarvan de raad conclusies kan trekken. voor de ontwikkeling en realisatie. De Maar of de raad op grond van het rapport kwalificeringen ‘onjuist’ en ‘onvolledig’ zijn van mening is dat men onjuist of onvolledig daarom van toepassing. is geïnformeerd zal per raadslid verschillen en als dat al het geval is zal dat niet bij iedere bevinding het geval zijn. Hoe ziet de Rekenkamer dit? Waarom heeft de Rekenkamer geen Omdat dit buiten het kader van het onderzoek enquete gehouden onder de raad, zoals valt. dat bij het onderzoek naar Geheimhouding wel het geval is geweest? Pag. 75: Het budget van € 181,1 mln. is In de genoemde commissiebrief (RIS268874) van vermeerderd met de € 0,5 mln. aan 9 december 2013, welke overigens niet een bron meerkosten als gevolg van het één seizoen is voor ons onderzoek, is aangegeven dat de extra langer doorexploiteren van de Dr.
Anton kosten voor het in stand houden van een deel Philipszaal en Lucent Dans Theater (2014van de huisvesting van het NDT op het Spuiplein 38
RIS307202 – 8 December 2020
HSP33
HSP34
HSP35
HSP36
2015). Het verschil van € 0,5 mln. ontstond door het toerekenen aan het plan Spuiforum van de kosten voor het een jaar langer doorexploiteren (openhouden) van de bestaande theaters, wat nodig was als gevolg van het stopzetten van de oude planontwikkeling en de vertraging die daardoor was ontstaan. Heeft de Rekenkamer beseft dat er een relatie lag met het langer handhaven van Lucent Danstheater? (Zie RIS268874). Daarnaast was de oude planvorming niet stopgezet vanwege een nieuw plan, maar vanwege de verkiezingsuitslag. Er moest gewacht worden op de uitkomst van de coalitieonderhandelingen en al dan niet een nieuw plan. Die uitkomst kon nog alle kanten op en wat de uitkomst ook zou zijn: De vertraging was een feit. Is deze 0,5 mln. destijds gedekt uit het cultuurbudget? Zo ja, in welk jaar?
Pag. 76: Naast de kosten voor de grond betaalt de gemeente uit de grex o.a. de herontwikkeling van de garages en de inrichting van de openbare ruimte. Wat kost de inrichting van de openbare ruimte bij het OCC en waarom is hierover niets te vinden in het rapport van de Rekenkamer? Pag. 78: Het gevolg van de schuif van de Justitiekavel was dat het saldo NCW op de grondexploitatie Wijnhavenkwartier met € 9,2 mln. NCW verslechterde en daarmee € 45,4 mln. (NCW) negatief werd. Dit financiële voordeel werd met de schuif toegevoegd aan de grondexploitatie Spuikwartier. Hoe kan een verslechtering een financieel voordeel opleveren? Pag. 80: Niet toegelicht werd dat het positieve effect van het toevoegen van het kavel uit de grondexploitatie Wijnhavenkwartier een positief effect had
binnen het beschikbare budget van € 181,1 mln. gerealiseerd wordt. Daarnaast is in deze brief nergens sprake van het doorexploiteren van de oude theaters. Wij zien daarom het hier gesuggereerde verband niet.
Zoals aangegeven in bevinding 10 van deel 1, leidde het in 2014 toerekenen van dit bedrag aan de kosten voor het Spuiforum tot een tekort in de dekking voor het plan Spuikwartier van € 0,5 mln. De ambtelijke organisatie heeft in reactie op deze bevinding aangegeven dat dit in eerste instantie verrekend zou worden binnen de post onvoorzien, maar uiteindelijk in 2017 gedekt is uit de vrijvallende incidentele middelen als gevolg van het activeren van een groter deel van de investering. (zie bevinding 10 van deel 1 en bijlage 2 van het rapport) Het onderzoek richt zich op de ontwikkeling en realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex. De inrichting van de openbare ruimte valt buiten dat kader.
De schuif komt er op neer dat de verdiencapaciteit op het Justitiekavel uit de grondexploitatie Wijnhavenkwartier werd gehaald, waardoor het saldo van die grondexploitatie verslechterde, en toegevoegd werd aan de grondexploitatie Spuikwartier, waardoor het saldo van die grondexploitatie verbeterde. Circa € 9 mln.
39
RIS307202 – 8 December 2020
HSP37
HSP38
HSP39
HSP40
dat ruim twee keer zo groot was. Hoe groot was dit positieve effect? Omdat de al gemaakte kosten van € 7,1 mln. volgens de toelichting ‘geen nut hebben voor het toekomstige plan’ werden deze niet opgenomen in het overzicht van kosten voor de gebiedsontwikkeling Spuikwartier. Deze kosten bestaan voor het grootste deel uit honoraria van architect en adviseurs van het Spuiforum en kosten van het projectbureau (totaal € 5 mln.), alsmede gemaakte kosten die Heijmans nu niet meer kan terugverdienen met tijdelijke verhuur van de JuBi-toren en parkeergarage (€ 2,1 mln.) Op welke manier en welk moment zijn deze kosten verwerkt in de jaarrekening? Volgens het dictum van het raadsvoorstel stemde de raad in 2014 in met de vrijval van de kapitaallasten Spuikwartier van € 7,5 mln. in 2017 en € 7,5 mln. in 2018 op het programma 16 Financiën. Is het juist dat deze kapitaallasten voortvloeien uit het investeringskrediet voor het OCC? Pag. 81: Door het niet opnemen van deze kosten als onderdeel van het totaalbedrag voor de ontwikkeling van het Spuikwartier, presenteerde het college de kosten voor deze ontwikkeling lager dan ze in werkelijkheid waren. Wat bedoelt de Rekenkamer met “presenteren”? Is het expliciet vermelden van deze kosten in het raadsvoorstel en in het dictum geen presenteren? De theaters hadden een boekwaarde van € 1.109.000 per 1 januari 2016.
Deze waarde is ten behoeve van de inbreng in de grondexploitatie tot € 0 afgewaardeerd. De afwaardering is gedekt door € 1,1 mln. uit de Reserve Grote Projecten te onttrekken. Deze kosten, gemaakt ten behoeve van de planontwikkeling, gaf het college niet weer in het overzicht van de benodigde investering voor de ontwikkeling van het OCC zoals opgenomen in het raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’. Hierdoor presenteerde het college de gebiedsontwikkeling Spuikwartier goedkoper dan het in werkelijkheid was.
Deze kosten zijn gedekt uit de vrijval van kapitaallasten die onderdeel uitmaakte van de totale dekking bij het raadsvoorstel RV94 in 2014. Een toelichting op de dekking is opgenomen in Hoofdstuk 6 van deel 1.
Dat is niet exact juist. De kapitaallasten waren met eerdere (begrotings-) besluiten al voorzien van een structurele dekking. Omdat het gebouw later opgeleverd zou gaan worden, zouden de kapitaallasten ook pas op een later moment nodig zijn. De al begrootte dekking die niet nodig was (over de jaren 2017 en 2018) viel daarom vrij. De kosten werden in het raadsvoorstel, in het dictum wel opgenomen, maar niet als zijnde onderdeel van de kosten voor ontwikkeling en realisatie van het Onderwijs- en Cultuurcomplex.
De waarde van een activum (hier de oude theaters) wordt opgenomen op de balans en, conform de financiële beheersregels (Verordening Financieel beheer en beleid) in 40 jaar afgeschreven. Vanaf het moment van activeren is daarmee bekend wat de waarde zal zijn op de verschillende momenten in de 40jarige looptijd. De waarde van de theaters per 1 januari 2016 was dus al veel eerder bekend dan in 2014. Daarmee kon in 2014 ook al rekening gehouden worden met deze waarde.
40
RIS307202 – 8 December 2020
HSP41
HSP42
HSP43
HSP44
HSP45
HSP46
Maar hoe kun je iets in 2014 in een raadsvoorstel presenteren dat pas in 2016 duidelijk werd? Pag. 81: Bij de besluitvorming over het raadsvoorstel ‘RV 94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ heeft het college de gemeenteraad niet geïnformeerd over het feit dat uit de grondexploitatie een deel van de opdracht voor de toekomstige bouwer zou worden bekostigd, ter hoogte van € 8,4 mln. Het gaat om de fietsparkeerplekken, de garage onder het OCC, de toeritten en 1.250 m2 commerciële ruimte. Behalve de fietsparkeerplekken was uit het functioneel en ruimtelijk programma van eisen al duidelijk dat deze zaken niet bij het OCC hoorden. Wat is de relevantie van de constatering dat de rekening van de toekomstige bouwer deels ook zou worden bekostigd uit de grondexploitatie? En wat zou de consequentie zijn als een andere bouwer de opdracht hiervoor had gekregen? Pag. 81/82: Een belangrijk deel van dit bedrag was tevens niet opgenomen in het overzicht van kosten in de, vertrouwelijk aan de raad gegeven, grondexploitatie. Volgens het college gaat het om de volgende bedragen: Aanpassing ontsluitingstunnel 0,7 mln.; Aanpassing Spuigarage 5,3 mln.; Aanleg fietsenstalling 0,7 mln.; Commerciële ruimte 1,7 mln.; Totaal 8,4 mln.
Klopt dit? Welke zaken waren wel opgenomen in de geheime grondexploitatie en welke niet? En voor welke bedragen? Ook in de grondexploitatie Spuikwartier 2014 zelf werd niet aangegeven dat hieruit een deel van de kosten voor realisatie van het OCC zou worden betaald. Op basis waarvan oordeelt de Rekenkamer dat de fietsparkeerplekken, de Spuigarage, de toeritten en 1.250 m2 commerciële ruimte onderdeel vormen van het OCC? Ook in het Spuiforumplan uit 2013 vormden de commerciele ruimte en parkeren geen onderdeel van de onrendabele investering van de gemeente.
Zie de beantwoording bij vraag HSP30. Hieruit volgt dat volgens het raadsbesluit deze kosten uit het ter beschikking gestelde investeringskrediet betaald hadden moeten worden en niet, zoals wel is gebeurd, vanuit de grondexploitatie.
Dit is een hypothetische situatie die niet onderdeel uitmaakt van ons onderzoek. Omdat er geheimhouding rust op de grondexploitatie Spuikwartier hebben wij geen afzonderlijke bedragen opgenomen in ons rapport en alleen het totaal van € 8,4 mln. genoemd. Wij kunnen wel bevestigen dat de genoemde onderdelen de bewuste kostenposten zijn en constateren met de vraagsteller dat het totaal optelt tot € 8,4 mln.
Al deze zaken waren opgenomen in de grondexploitatie. Deze is echter geheim en afzonderlijke bedragen kunnen daarom hier niet openbaar gemaakt worden. Zie de beantwoording bij vraag HSP30.
Deze vraag valt buiten het kader van ons onderzoek.
41
RIS307202 – 8 December 2020
HSP47
HSP48
HSP49
HSP50
HSP51
HSP52 HSP53
Waarom zou dat in 2014 wel hebben gemoeten? In de toelichting bij het overzicht van opbrengsten in dezelfde grondexploitatie werd wel het saldo van de kosten en opbrengsten voor dit onderdeel weergegeven, waarmee niet duidelijk werd wat de hoogte van de kosten was. In 2016 is het wel inzichtelijk gemaakt. Heeft de gemeenteraad hier ooit nadere vragen over gesteld? Of is deze informatie uit eigen beweging inzichtelijk gemaakt? Wat is het verschil tussen de extra parkeerplaatsen voor fietsen en de fietsparkeerkelder?
Interne documenten van de gemeente bevestigen dat dit ook in 2014, ten tijde van de besluitvorming over het Onderwijsen Cultuurcomplex, al het geval was. Om welke interne documenten gaat het hier? Pag. 83: Grondprijzen hadden hoger moeten zijn op grond van de Grondprijzenbrief. Bij de residuele methode is de grondwaarde gebaseerd op de marktwaarde van het te realiseren vastgoed minus de bouwkosten en bijkomende kosten. Is gewerkt met de residuele methode en zo ja, welke kosten en opbrengsten zijn gehanteerd? Zo nee, waarom niet?
Ter uitvoering van de OUOK, de daarbij behorende allonges en de afsprakenbrief uit 2017 zijn tussen de gemeente Den Haag en Sonate op 2 juli 2019 uitgifteovereenkomsten voor torens A en B gesloten. Zijn deze overeenkomsten bekend bij de Rekenkamer? Zijn in deze overeenkomsten de uiteindelijke grondwaarden vastgsteld? Pag. 85: Een bedrag van € 7,8 mln. is onterecht niet opgenomen in het ter beschikking gestelde investeringskrediet van € 177,4 mln. Dit bedrag voor een risicoreservering bij het project voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC is in strijd met de financiële regels in de Reserve
Voor zover wij het in het kader van dit onderzoek kunnen beoordelen, zijn hierover geen vragen gesteld en is dit uit eigen beweging door het college in de grondexploitatie uit 2016 inzichtelijk gemaakt. Wij hebben echter geen onderzoek gedaan naar de achterliggende motivatie om dit op dat moment te doen.
De fietsparkeerkelder omvat zowel de oorspronkelijk in het Programma van Eisen opgenomen fietsparkeerplaatsen als de extra 900 fietsparkeerplaatsen die met het raadsbesluit uit 2014 zijn toegevoegd. Het stichtingskostenoverzicht voor het Onderwijs- en Cultuurcomplex.
In het feitenrapport wordt verwezen naar de ‘voorlopige beoordeling Bieding Heijmans’ van 9 december 2015 en de ‘Beoordeling bieding Spuikwartier’ van 26 december 2017. Beide documenten zijn vertrouwelijk en bevatten informatie die de rekenkamer op grond van de criteria zoals opgenomen in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), lid 1 onder c en lid 2 onder b, niet openbaar maakt. Genoemde criteria hebben betrekking op informatie van contractuele en/of financiële aard waarvan openbaarheid de belangen van de gemeente of van derden kan schaden. Nee, deze vallen ook buiten het kader van ons onderzoek.
Zie de beantwoording van vraag HSP51. Dat is juist. Zie in dit kader ook de beantwoording van vraag SP3.
42
RIS307202 – 8 December 2020
HSP54 HSP55
HSP56
Grondbedrijf en de Reserve Grote Projecten ondergebracht en niet (als onvoorzien) opgenomen in het budget voor de ontwikkeling en realisatie van het OCC. Is het juist dat deze Risicoreservering al is ingesteld bij het Spuiforumplan in 2013 en toen ook geen onderdeel vormde van de stichtingskosten? Is een risicoreservering hetzelfde als een post onvoorzien? Is het juist dat binnen de plankaders al een post onvoorzien en een risicoprofiel was opgenomen? Zo ja, voor welke bedragen? Is onvoorzien noodzakelijk bij een DBMcontract?
HSP57
Van de risicoreservering is 2,8 mln. gebruikt voor risico’s Spuikwartier. Om welke risico’s gaat het?
HSP58
Verder is 0,7 mln. uit de risicoreservering ingezet voor het Zuiderstrandtheater. Om welke kosten gaat hier precies?
HSP59
De risicoreservering is in 2018 opgeheven en het restant ad. 4,3 mln. is in 2018 toegevoegd aan het projectbudget in het kader van de Package Deal. Is dit juist?
HSP60
Pag. 90: Het aan te besteden werk bestaat naast het onderwijs- en cultuurcomplex verder uit de aanleg/aanpassing van de parkeergarage onder het dans- en muziekcentrum, aanpassing van ondergrondse toeritten daarvan en een fietsenstalling’ en ‘met alle bovengenoemde zaken is rekening
Nee. Een post onvoorzien maakt onderdeel uit van het projectbudget. Binnen het projectbudget was een bedrag van in totaal € 7,5 mln. opgenomen voor onvoorziene kosten (zie ook bevinding 8) De vraag valt buiten het kader van ons onderzoek, maar in zijn algemeenheid kan gesteld worden dat voor elk project een post onvoorzien opgenomen zou moeten worden. De te kiezen contractvorm staat daar los van. Dit betreft volgens de ambtelijke organisatie ‘het afdekken van het toegenomen risicoprofiel van de grondexploitatie Spuikwartier’ (zie p. 87 van ons rapport). Wij hebben geen nader onderzoek gedaan naar de risicoanalyse die ten grondslag ligt aan het (toegenomen) risicoprofiel. We hebben geen aanvullend onderzoek gedaan naar deze kosten. Opgemerkt moet worden dat in het overzicht van kostenposten binnen het totale investeringskrediet in het raadsvoorstel RV94 van november 2014, ook de realisatiekosten voor de tijdelijke huisvesting waren opgenomen. De realisatie van het Zuiderstrandtheater maakt daarmee, als zijnde tijdelijke vervangende huisvesting, onderdeel uit van het project voor het realiseren van het OCC. Nee, dit is niet gebeurd in het kader van de packagedeal, maar als onderdeel van het raadsbesluit dat voorzag in dekking voor de packagedeal ‘RV Onderwijs- en Cultuurcomplex – Spuikwartier’ (RIS300068) van juli 2018.
In punt IV van dit besluit is opgenomen dat de beschikbaar gestelde risicoreservering geheel beschikbaar gesteld wordt voor de realisatie van het OCC en verwerkt wordt in het projectbudget. Zie de beantwoording bij vraag HSP30.
43
RIS307202 – 8 December 2020
HSP61
HSP62
HSP63
HSP64
HSP65
HSP66
gehouden in de begroting van de kosten. Met het besteden van deze middelen aan de opdracht voor de realisatie van het OCC heeft het college de kaders van het ter beschikking gestelde krediet overschreden. Behalve de fietsparkeerplekken was uit het functioneel en ruimtelijk programma van eisen al duidelijk dat deze zaken niet bij het OCC hoorden. En ook bij het Spuiforum was dat al het geval en zaten deze zaken al in de grondexploitatie. Hoe kan de Rekenkamer er onomstotelijk vanuit gaan dat al deze zaken onderdeel zijn van het OCC? De investering voor de commerciële plint is sinds 2016 geactiveerd en uit de grondexploitatie gehaald, maar valt nog steeds buiten het door de gemeenteraad ter beschikking gestelde krediet. Voor welk bedrag? En waar is deze investering dan wel verantwoord?
Pag. 107: In het gemeentelijk vastgoedbeleid is niets vastgelegd over gemeentelijk vastgoed tbv Hoger Onderwijs. Waarom niet? Pag. 108: De afsprakenbrief van 13 december 2013 tussen gemeente en KC , welke bij de gemeenteraad niet bekend is. Waarom is deze niet bekend?
Pag. 111: Voor de totale looptijd leidt dit tot een dekkingsoverschot van opgeteld € 167 mln. (in nominale waarde). En wat is de Netto Contante Waarde? Pag. 112: Anticiperend op deze wijzigingen zijn in de begroting de kapitaallasten aangepast naar € 6,7 mln. per jaar. Betreft dit een verlaging van 7,5 mln. naar 6,7 mln.? Tenslotte is met het besluit over de packagedeal van juli 2018 het investeringskrediet uitgebreid naar € 210,9 mln. Welk deel daarvan is geactiveerd
Wij hebben geen onderzoek gedaan naar het specifieke bedrag voor dit onderdeel. De investering wordt verantwoord in de programmabegroting/-rekening. De investering is daarin opgenomen in het Meerjaren investeringsplan (MIP). Zie hiervoor het gebundeld voorstel van het college inzake aanvullende wijzigingen als gevolg van vernieuwing BBV (RIS295701), vastgesteld in de raad van 15 december 2016. Deze vraag valt buiten het kader van dit onderzoek.
Dit is een interne brief die niet met de gemeenteraad is gedeeld. De brief bevat informatie die de rekenkamer op grond van de criteria zoals opgenomen in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), lid 1 onder c en lid 2 onder b, niet openbaar maakt. Genoemde criteria hebben betrekking op informatie van contractuele en/of financiële aard waarvan openbaarheid de belangen van de gemeente of van derden kan schaden. Deze vraag valt buiten het kader van dit onderzoek. Voor de berekening van de Netto Contante Waarde is aanvullende informatie nodig, waarover de rekenkamer niet beschikt. Dat is correct.
Zie beantwoording van vraag HSP25
44
RIS307202 – 8 December 2020
HSP67
HSP68
HSP69
tegen welke afschrijvingstermijn en welk deel is incidenteel? Pag. 114: Het bedrijfsplan uit 2013 liet namelijk een overschot van € 300.000 zien in het eerste jaar, wat nota bene aangemerkt werd als bijdrage aan het exploitatietekort. Over welk exploitatietekort heeft DMC het dan als het zelf een overschot heeft? Pag. 116: Op 6 december 2013 besloot het college een maximale bijdrage van € 1,6 mln. aan het NDT beschikbaar te stellen voor de verbouwing van het NDT in het kader van de tijdelijke huisvesting. De subsidie wordt gedekt uit een structurele bijdrage van € 0,6 mln. op het programma huisvesting ten tijde van de bouw van het OCC. In het besluit is aangegeven dat dit bedrag gedekt wordt uit middelen die al bestemd waren voor de tijdelijke huisvesting en de stichtingskosten voor het Spuiforum. Hoewel dit besluit openbaar is, heeft het college de gemeenteraad hierover niet actief geïnformeerd. Echter in een commissiebrief (RIS 268874) staat: Om deze kosten te dekken is allereerst een vrijvallend investeringsbudget beschikbaar vanwege het vrijvallende bouwkostenbudget omdat er geen voorzieningen voor het NDT op het Norfolkterrein hoeven worden gerealiseerd. Een aanvullende gemeentelijke maximum-bijdrage van € 0,4 mln. acht het college noodzakelijk om de oplossing mogelijk te maken.
Deze bijdrage zal ten laste worden gebracht van de post onvoorzien in de begroting van Spuiforum, waarin voor dit type kosten een voorziening is opgenomen. Ook na deze bijdrage blijft de begroting dus binnen het kader van € 181,1 mln. Ook heeft de post onvoorzien daarmee nog altijd een voldoende omvang. Kent de Rekenkamer deze brief en waarom wordt deze niet genoemd in het rapport? Pag. 116: Dit bedrag is niet genoemd in het raadsvoorstel RV94 Kaders en kredietaanvraag gebiedsontwikkeling Spuikwartier en is ook niet opgenomen in het stichtingskostenoverzicht voor het bouwproject OCC. Deze kosten waren toch
Wij constateren in ons onderzoek niet dat DMC het over een exploitatietekort heeft met betrekking tot het bedrijfsplan uit 2013, we kunnen deze vraag dus niet plaatsen.
De betreffende bevinding heeft niet betrekking op extra kosten die de gemeente maakt, maar op subsidies die worden verstrekt aan het NDT. De door de vraagsteller aangehaalde brief met RISnummer 268874 is één van de bronnen voor ons onderzoek. Wij constateren in bevinding 21 wel dat de subsidie van € 1 mln. uiteindelijk is toegekend, maar gaan daar niet in op de dekking van dit bedrag.
Zie de beantwoording bij vraag HSP68.
45
RIS307202 – 8 December 2020
HSP70
HSP71
HSP72
HSP73
al onderdeel van de middelen voor tijdelijke huisvesting en stichtingskosten? Uit een brief van 13 juni 2013 van de gemeente, gericht aan de stichting Nederlands Dans Theater en op dezelfde dag doorgestuurd aan de gemeenteraad ter kennisname, blijkt dat het college tevens een extra subsidie heeft ‘toegekend’ ter hoogte van € 0,125 mln. per jaar ten behoeve van de internationale programma’s in het Spuiforum. Ter ondersteuning van het profiel van Den Haag als internationale stad beschikt de gemeente buiten het Kunstenplan om over een budget voor Internationale Programmering. De dekking komt ten laste van dit budget. De subsidie houdt volgens de Rekenkamer direct verband met de deelname van het NDT in het project OCC. Kan de Rekenkamer aangeven wat het verband is tussen internationaal programmeren en een bouwproject? Pag. 117: Extra kosten voor het realiseren van de culturele ambities voor het OCC zijn niet inzichtelijk voor de gemeenteraad. Waarom gaat de Rekenkamer er van uit dat de culturele ambities voor het OCC extra kosten met zich meebrengen? Uit welk onderzoek zou dat moeten blijken?
Pag. 120: Het Spuiforum had een BVO van 43.214 m2. volgens de GRIP van augustus 2013. Welke ijkdatum had deze GRIP? In het Bedrijfsplan 2013 zijn de exploitatiekosten gebaseerd op de theaterfunctie ipv theater/school. Gangbaar is 15,- voor theaters en 20,- tot 25,- voor scholen. Met wie zijn hierover interviews gevoerd?
Het onderwerp van de brief is ‘Tijdelijke huisvesting NDT op Norfolkterrein’. In deze brief wordt onder ‘5. Overige aspecten’ ingegaan op extra kosten die het NDT moet maken als gevolg van de beperkere mogelijkheden voor het NDT als gevolg van het teruggaan naar één zaal in de tijdelijke situatie en de praktische vragen die de tijdelijke situatie met zich mee zal breng. Daarbij wordt tevens opgemerkt ‘Tot slot willen wij NDT vanaf het moment van opening van het Spuiforum een extra subsidie ter hoogte van € 125.000 per jaar toekennen ten behoeve van internationale programma’s in Spuiforum. De gemeente neemt hiermee haar verantwoordelijkheid om samen met NDT een oplossing te garanderen voor de toekomst.’ (RIS260083). Het college legt daarmee in deze brief zelf het door de vraagsteller bedoelde verband. In het advies van de adviescommissie voor het Kunstenplan (zie RIS294643, p. 67 e.v.) staat: ‘Het nieuwe muziek-, dans- en onderwijscentrum moet een inspirerend en innovatief gebouw worden, dat als spil zal fungeren in het hele muziek- en dansleven in de stad. Het nieuwe OCC zal in zijn programmering moeten bijdragen aan de uitstraling van Den Haag als internationale cultuurstad, zo goed als het een podium moet zijn voor een zeer breed, cultureel divers publiek.